CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagenboek Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo

Commissie Ruimte 9 april 2024, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Sportpark Oudven (in verband met huisvesting Hockeyclub Mierlo)10.970 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo Gemeente Geldrop-Mierlo, bijlagenboek Concept

colofon

projectnaam Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo datum 31 oktober 2023 projectnummer P05396_bijlagen IMRO-identificatienummer NL.IMRO.1771.BPSportparkOudven -ON01 opdrachtgever Gemeente Geldrop-Mierlo Concept 5 juli 2023 Ontwerp 31 oktober 2023 Vaststelling

Projectleider JRi projectteam MvDn bron kaft BRO

Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl

Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo

Inhoudsopgave

Bijlagen bij toelichting

3

Bijlage 1

Stikstofonderzoek

4

Bijlage 2

Quickscan Flora en Fauna

24

Bijlage 3

Aanvullend onderzoek uilen en vleermuizen

38

Bijlage 4

Advies Externe Veiligheid

49

2

Bestemmingsplan "Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo" (ontwerp)

Bijlagen bij toelichting

Bestemmingsplan "Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo" (ontwerp)

3

Bijlage 1 Stikstofonderzoek

4

Bestemmingsplan "Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo" (ontwerp)

notitie

projectnaam AERIUS-berekening Bestaand Sportpark Mierlo datum 11 oktober 2023 projectnummer P05396 opdrachtgever Gemeente Geldrop-Mierlo Opgesteld door MvDn

1. Inleiding

vastgesteld. Conform artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming is

In het noorden van de kern Mierlo, gemeente Geldrop-Mierlo is aan de

het verboden om projecten of andere handelingen te realiseren of te

Oudvensestraat een sportpark gelegen. Het sportpark bestaat uit een

verrichten die, gelet op deze instandhoudingsdoelstelling van een Na-

hockeyclub, korfbalvereniging, atletiekvereniging en een gilde. De hoc-

tura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats

keyclub heeft een eigen clubgebouw. De korfbalvereniging en atletiek-

van soorten kunnen verslechteren, of een significant verstorend effect

vereniging delen een clubgebouw. Voor het gilde is er een afzonderlijk

kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Ver-

clubgebouw aanwezig. Het bestaande sportpark met de hockeyclub,

der geldt dat een plan, dat afzonderlijk of in combinatie met andere plan-

korfbalvereniging, atletiekvereniging en gilde blijft bestaan. Het voorne-

nen of projecten, significante gevolgen kan hebben voor een Natura

men bestaat om een nieuw clubgebouw voor de hockeyclub te realise-

2000-gebied, door een bestuursorgaan pas vastgesteld kan worden in-

ren. Het nieuwe clubgebouw komt op de huidige locatie te staan. Ter

dien een passende beoordeling is gemaakt (artikel 2.7 lid 1 Wet natuur-

plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Gel-

bescherming).

drop-Mierlo’ het vigerend bestemmingsplan. In de regels is opgenomen dat gebouwen uitsluitend binnen het aangeduide bouwvlak mogen wor-

Voor alle Natura 2000-gebieden geldt verder, op basis van artikel 1.11

den gebouwd, echter is er op de verbeelding geen bouwvlak opgeno-

van de Wet natuurbescherming, een zorgplicht. Iedereen dient vol-

men. Dit is een omissie in het huidige bestemmingsplan. De gemeente

doende zorg in acht te nemen voor deze gebieden. Dit houdt onder

Geldrop-Mierlo is daarom voornemens om een nieuw bestemmingsplan

meer in dat men negatieve gevolgen voor deze gebieden zoveel moge-

op te stellen waarbij grotendeels wordt uitgegaan van de bestaande fei-

lijk beperkt door het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kun-

telijke situatie en waarmee wordt geregeld dat zowel bestaande als

nen worden verwacht. Uit de Memorie van Toelichting blijkt, dat de Wet

nieuwe gebouwen binnen een bouwvlak zijn/worden gerealiseerd.

natuurbescherming, buiten de zorgplicht, al voldoende instrumenten bevat om schadelijke handelingen in Natura 2000-gebieden te beperken.

In verband met de ruimtelijke procedure is het van belang om inzicht te

Deze zorgplicht is daarmee primair bedoeld om de eigen verantwoorde-

hebben of met onderhavige ontwikkeling sprake is van stikstofdepositie

lijkheid vast te leggen, die eenieder heeft voor een zorgvuldige omgang

in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase op nabijgelegen Natura

met de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden.

2000-gebieden.

Doorwerking plangebied

2. Wettelijk kader Natura 2000-gebieden

Het plangebied ligt niet binnen de grenzen van een gebied dat aange-

Rhijnspoorplein 38

Wettelijk kader

wezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-

1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99

Op grond van artikel 2.1 van de Wet natuurbescherming kunnen natuur-

gebied ‘Stabrechtse Heide & Beuven’ ligt op circa 3 km afstand ten zui-

gebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna,

den van het plangebied.

info@bro.nl www.bro.nl

door de Minister worden aangewezen ter uitvoering van de Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijn, de zogeheten Natura 2000-gebieden. Bij de aanwijzing van een Natura 2000-gebied worden voor het gebied in-

Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de

standhoudingsdoelstellingen voor te beschermen soorten en/of habitats

1

afstand tot het projectgebied zijn externe effecten als licht en geluid uit-

gebruik van mobiele werktuigen bij een herontwikkeling. Bij de bereke-

gesloten. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling de sloop en nieuw-

ning is uitgegaan van referentieprojecten uitgevoerd door BRO. Voor de

bouw van een clubgebouw betreft, kan een significante toename aan

inzet van mobiele werktuigen is gerekend met Stageklasse IV en V die

stikstofdepositie tijdens de aanlegfase op omliggende Natura 2000-ge-

ten tijde van de realisatie gemiddeld 5 en 9 jaar oud zijn. De mobiele

bieden vanwege het planvoornemen niet op voorhand worden uitgeslo-

voertuigen zijn ingevoerd met 6% AdBlue om de Stikstofoxidedepositie

ten. Derhalve is het uitvoeren van een stikstofdepositieberekening beno-

(NOX) te verlagen. Zie hiervoor tabel 1 en bijgevoegde AERIUS- rappor-

digd.

tage.

3. Het planvoornemen

Verkeer sloop, bouw en aanleg

Het voornemen is om een nieuw clubgebouw te realiseren voor de hoc-

Ten behoeve van de herontwikkeling vinden ook verkeersbewegingen

keyclub, waarbij het oude pand gesloopt wordt. Verder wordt het par-

plaats, onder andere in de vorm van vrachtwagens en busjes. De totale

keerterrein geoptimaliseerd en heringericht. Verder blijft de huidige feite-

verkeersgeneratie is weergegeven in tabel 2. De lijnbron loopt over de

lijke situatie hetzelfde.

Oudvensestraat in zuidelijke richting naar de rotonde met de Geldropseweg. Bij deze rotonde gaat het verkeer op in het heersend verkeers-

4. AERIUS-berekening

beeld. Voor meer informatie verwijzen we u naar de bijgevoegde AE-

Om op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege

RIUS calculator.

stikstofdepositie uit te sluiten is een AERIUS-berekening uitgevoerd. Uit deze berekening blijkt dat bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase

Conclusie

géén rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. In de bijlagen is de

Het rekenresultaat is niet hoger dan 0,00 mol/ha/j. De aanlegfase zorgt

door AERIUS gegenereerde rapportage voor de aanlegfase en ge-

dan ook niet voor negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Hoewel

bruiksfase opgenomen. In het voorliggende document worden de inge-

de berekening uitkomt, kan er bij uitvoering gekozen worden om mobiele

voerde gegevens kort toegelicht.

werktuigen elektrisch in te zetten om de stikstofdepositie verder te reduceren.

Aanlegfase Het bestaande hockeyclubgebouw wordt gesloopt en er wordt een nieuw clubgebouw gerealiseerd. Bij het planvoornemen wordt gebruik gemaakt van meerdere (mobiele) werktuigen en vinden verkeersbewegingen plaats. Dit zorgt voor een emissie van stikstof. Deze emissie is berekend. Er is uitgegaan van het rekenjaar 2024. (Mobiele) werktuigen Voor de inzet van (mobiele) werktuigen is uitgegaan van een gemiddeld

AERIUS-berekening Bestaand Sportpark Mierlo

2

Tabel 1 Mobiele werktuigen aanlegfase Werktuig

Bouwjaar

Brandstof

Vermogen

Draaiuren

(kW)

Brandstofver-

Tot. brandstof-

AdBlue (liters

Totale emissie

Totale emissie

bruik per uur1

verbruik

per jaar)

(kg NOx/j)

(kg NH3/j)

Graafmachine (sloop)

va. 2019

Diesel

140

32

13,84

442

26

2,8

0,1

Shovel (sloop)

va. 2015

Diesel

120

24

22,72

545

33

2,9

0,1

Verreiker

va. 2015

Diesel

80

50

15,32

766

45

4,8

0,2

Graafmachine

va. 2019

Diesel

140

22

13,84

304

18

1,9

0,073

Mobiele kraan

va. 2019

Diesel

120

32

11,94

382

23

2,2

0,0917

Betonwagen/ -pomp

va. 2019

Diesel

300

20

29,04

580

35

3,1

0,1

Tabel 2 Bouwverkeer aanlegfase Bouwverkeer

1

Verkeersgeneratie in totaal (jaar)

Bedrijfsbusjes (licht verkeer)

500

Middelzwaar verkeer

150

Zwaar vrachtverkeer

200

TNO, tabellen bij rapport TNO 2021 R12305 AUB (brandstofverbruiken)

AERIUS-berekening Bestaand Sportpark Mierlo

3

Gebruiksfase

Voor meer informatie verwijzen we u naar de bijgevoegde AERIUS-rap-

Het nieuwe clubgebouw wordt gasloos opgeleverd en zorgt dan ook niet

portage.

voor stikstofemissie. Verder verandert er niets aan de feitelijke situatie. De verkeersbewegingen die met de gebruiksfase samenhangen zijn fei-

Conclusie

telijk ook niet nieuw maar zijn desalniettemin wel meegenomen in de

Het rekenresultaat met de ingevoerde verkeersbewegingen is niet hoger

stikstofberekening. Er is er voor de gebruiksfase is uitgegaan van het re-

dan 0,00 mol/ha/j. De gebruiksfase zorgt dan ook niet voor negatieve ef-

kenjaar 2024.

fecten op Natura 2000-gebieden.

Voor de toekomstige situatie is uitgegaan van de gegevens zoals deze

5. Resultaten en conclusie

in de plantoelichting zijn opgenomen. Hierbij is uitgegaan van de ver-

Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat er bij de aanlegfase en de ge-

keersgeneratie als berekend in paragraaf 2.3 van de plantoelichting.

bruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden van-

Het CROW heeft geen kentallen voor verkeersgeneratie van sportvel-

wege stikstofdepositie uitgesloten worden.

den, maar wel een parkeerkencijfer voor sportvelden dat omgerekend kan worden naar verkeersgeneratie. Het maximum parkeerkencijfer be-

Omdat significant negatieve gevolgen zijn uitgesloten, hoeft voor de ont-

draagt, conform de ‘Nota Parkeernormen Geldrop-Mierlo’ 20 parkeer-

wikkeling geen passende beoordeling opgesteld te worden. Omdat er

plaatsen per hectare netto terrein. Uitgaande van twee ritten per auto

van het project geen significant negatieve gevolgen te verwachten zijn,

(heen en terug) en een turnover2 van twee, resulteert dit in (20*2*2) = 80

geldt ook geen vergunningplicht van de Wet natuurbescherming.

motorvoertuigbewegingen per netto hectare. Het netto terrein van het bestaande sportpark is in paragraaf 2.3.1 berekend op 23.425 m 2. Dit betekent dat het aantal verkeersbewegingen van het bestaande sportveld neerkomt op 2,3425 * 80 = 187,4 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Uitgaande van een worstcasescenario is hierbij voor het bestaande sportpark uitgegaan van een verkeersgeneratie van 187,4 mvt/etmaal (afgerond 190 mvt/etmaal). Voor de volledigheid zijn eveneens 4 middelzware vrachtbewegingen per etmaal en 10 zware vrachtbewegingen per maand meegenomen (bewegingen voor bijvoorbeeld een ophaaldiensten en vuilniswagens) in de berekening. Het verkeer is als lijnbron ingevoerd. De lijnbron loopt over de Oudvensestraat in zuidelijke richting naar de rotonde met de Geldropseweg. Bij deze rotonde gaat het verkeer op in het heersend verkeersbeeld. 2

Een turnover van 2 houdt in dat een parkeerplaats 2x per periode bezet wordt.

AERIUS-berekening Bestaand Sportpark Mierlo

4

Bijlage 1 - AERIUS stikstofberekening aanlegfase

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

BRO Oudvensestraat 9, 5731 SH Mierlo Aanlegfase Bestaand Sportpark Mierlo Aanlegfase Bestaand Sportpark Mierlo

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

S2RVXQisD8Ex 11 oktober 2023, 15:13 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Bestaand Sportpark Mierlo Aanlegfase - Beoogd Bestaand Sportpark Mierlo Aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

S2RVXQisD8Ex (11 oktober 2023)

2024 -

0,7 kg/j

18,4 kg/j

2/7

Projectberekening

Bestaand Sportpark Mierlo Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 2 

Wonen en Werken | Recreatie | Locatie Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen Verkeersnetwerk

S2RVXQisD8Ex (11 oktober 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,7 kg/j 11,8 g/j

17,7 kg/j 0,7 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). S2RVXQisD8Ex (11 oktober 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Bestaand Sportpark Mierlo Aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

S2RVXQisD8Ex (11 oktober 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Bestaand Sportpark Mierlo Aanlegfase, Rekenjaar 2024 1

Wonen en Werken | Recreatie

Naam Locatie Uittreedhoogte Locatie X:170676,17 Warmteinhoud Y:384296,99 Spreiding Oppervlakte 0,38 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2

1,0 m 0,002 MW 1m

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte

Mobiele werktuigen X:170676,29 Y:384296,85 0,38 ha

Graafmachine (sloop)

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, 442 l/j SCR: ja

Shovel (sloop)

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

545 l/j

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

766 l/j

Naam

Verreiker Graafmachine Mobiele kraan Betonwagen / pomp

S2RVXQisD8Ex (11 oktober 2023)

Stageklasse

NOₓ NH₃

Brandstof­verbruik

17,7 kg/j 0,7 kg/j

Draaiuren AdBlue verbruik

32 u/j

26 l/j

Stof Emissie

NOₓ NH₃

24 u/j

33 l/j

NOₓ NH₃

50 u/j

45 l/j

NOₓ NH₃

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, 304 l/j SCR: ja

22 u/j

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, 382 l/j SCR: ja

32 u/j

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, 580 l/j SCR: ja

20 u/j

18 l/j

NOₓ NH₃

23 l/j

NOₓ NH₃

35 l/j

NOₓ NH₃

2,8 kg/j 0,1 kg/j 2,9 kg/j 0,1 kg/j 4,8 kg/j 0,2 kg/j 1,9 kg/j 73,0 g/j 2,2 kg/j 91,7 g/j 3,1 kg/j 0,1 kg/j

6/7

Projectberekening

3

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Bouwverkeer X:170685,53 Y:384138,55 395,58 m Binnen bebouwde kom (normaal) Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 0,7 kg/j Type scherm - NO₂ 0,2 kg/j Hoogte - NH₃ 11,8 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

500,0 /jaar 150,0 /jaar 200,0 /jaar 0,0 /jaar

In file

10,0 % 10,0 % 10,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023_20231004_fd8d865135 Database versie 2023_fd8d865135_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

S2RVXQisD8Ex (11 oktober 2023)

7/7

Bijlage 2 - AERIUS Stikstofberekening gebruiksfase

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

BRO Oudvensestraat 9, 5731 SH Mierlo Bestaand Sportpark Mierlo Gebruiksfase Bestaand Sportpark Mierlo

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RvD61tqq1tyS 11 oktober 2023, 13:42 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Bestaand Sportpark Mierlo - Beoogd Bestaand Sportpark Mierlo - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RvD61tqq1tyS (11 oktober 2023)

2024 -

0,3 kg/j

9,2 kg/j

2/6

Projectberekening

Bestaand Sportpark Mierlo (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 

Wonen en Werken | Recreatie | Sportpark Verkeersnetwerk

RvD61tqq1tyS (11 oktober 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,3 kg/j

9,2 kg/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RvD61tqq1tyS (11 oktober 2023)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Bestaand Sportpark Mierlo" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RvD61tqq1tyS (11 oktober 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/6

Projectberekening

Bestaand Sportpark Mierlo, Rekenjaar 2024 1

Wonen en Werken | Recreatie

Naam Sportpark Uittreedhoogte Locatie X:170677,06 Warmteinhoud Y:384298,58 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

1,0 m 0,002 MW

Verkeer bestaand sportpark X:170687,87 Y:384157,45 331,20 m Binnen bebouwde kom (normaal) Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 9,2 kg/j Type scherm - NO₂ 1,5 kg/j Hoogte - NH₃ 0,3 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

190,0 /etmaal 4,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /maand 0,0 /maand 10,0 /maand 0,0 /maand

In file

10,0 % 10,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 10,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023_20231004_fd8d865135 Database versie 2023_fd8d865135_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RvD61tqq1tyS (11 oktober 2023)

6/6

Bijlage 2 Quickscan Flora en Fauna

24

Bestemmingsplan "Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo" (ontwerp)

Ecologica BV

0495 - 46 20 70

info@ecologica.eu

Rondven 22 6026 PX Maarheeze

0495 - 46 20 79

www.ecologica.eu

Gemeente Mierlo T.a.v. Robijn Andringa Postbus 10101 5660 GA Geldrop Datum: Behandeld door: Ons kenmerk: Uw kenmerk:

18 januari 2022 Johan Zwanenburg P2021/72

Quickscan Beschermde flora en fauna plangebied Oudvensestraat te Mierlo Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming

Deze notitie heeft betrekking op de uitgevoerde quickscan naar beschermde flora en fauna in het plangebied Oudvensestraat te Mierlo. Aanleiding is de ontwikkeling van een visie voor dit plangebied. De quickscan heeft als doel de effecten op (mogelijk) aanwezige beschermde flora en fauna te beoordelen zodat daar in de voorbereiding rekening mee kan worden gehouden en, indien nodig, tijdig de benodigde stappen als nadere onderzoeken of een ontheffingsaanvraag gezet kunnen worden. Om te onderzoeken of de voorgenomen ontwikkelingen negatieve effecten hebben op beschermde soorten, is een veldbezoek uitgevoerd. Daarbij is beoordeeld of er mogelijk beschermde soorten in de invloedsfeer van het plangebied voorkomen en of de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk in strijd zijn met de Wet natuurbescherming (Wnb). Daarbij is beoordeeld of er nader onderzoek nodig is om de aan- of afwezigheid van beschermde soorten uit te sluiten en of er een ontheffing nodig is of kan zijn, voor de uitvoering van de werkzaamheden.

Aanpak Ter voorbereiding op het gebiedsbezoek is de Nationale Databank Flora & Fauna (NDFF) geraadpleegd om reeds bekende verspreidingsgegevens van de laatste 10 jaar van beschermde soorten in het plangebied en de nabije omgeving te verzamelen. Op 23 november 2021 is een eenmalig veldbezoek uitgevoerd, waarbij het gebied is bekeken op de aanwezigheid van geschikte habitats van beschermde soorten. Vervolgens is aan de hand van alle bevindingen en gegevens een inschatting gemaakt van de effecten die de geplande ingrepen hebben of kunnen hebben op de (mogelijk) aanwezige beschermde flora en fauna. De resultaten van het veldbezoek, het bronnenonderzoek en de inschatting van de aanwezigheid en effecten zijn in onderstaande alinea’s beknopt beschreven.

Beschrijving plangebied Het plangebied wordt omsloten door de Oudvensestraat, het Eindhovens Kanaal en de Burgemeester Termeerstraat in Mierlo (zie Figuur 1 op de volgende pagina). De woningen en bijbehorende tuinen aan beide wegen behoren niet tot het plangebied. Het gebied bestaat voor een groot deel uit akkers en in het noordwesten ligt het sportpark Oudven met onder andere hockeyvelden. Aan de oostzijde liggen twee paardenweitjes (deels) in het plangebied. Aan de randen van het sportpark zijn houtsingels aanwezig en aan de oostzijde ervan ligt een klein bosje met hoge populieren. Tussen de akkers lopen

Blad 1 KvK Eindhoven: 17093881

BTW-nummer: NL818178346B01

Rekeningnummer: NL49 TRIO 0788 9202 35

Ecologisch advies en onderzoek

enkele greppels met struweel. Ten tijde van het veldbezoek stonden deze droog en dit is waarschijnlijk in het grootste deel van het jaar het geval. Mogelijk houden de greppels in de winter kort water.

Figuur 1: Plangebied Oudvensestraat (ondergronden PDOK).

Hierna wordt met foto’s een beeld van de huidige situatie van het plangebied weergegeven.

Notitie quickscan beschermde flora en fauna plangebied Oudvensestraat te Mierlo

Blad 2

Ecologisch advies en onderzoek

Figuur 2: Het plangebied gezien vanaf de Oudvensestraat bij het sportpark. (JZ, 23-11-2021)

Figuur 3: Uitzicht over het plangebied vanaf de ZO-hoek van het sportpark, kijkend naar het zuiden. Op de perceelgrens gaat het taludje bij de struiken over in een greppel die verderop naar rechts afslaat naar de woningen aan de Burgemeester Termeerstraat. (JZ. 23-11-2021)

Notitie quickscan beschermde flora en fauna plangebied Oudvensestraat te Mierlo

Blad 3

Ecologisch advies en onderzoek

Figuur 4: Het noordelijk deel van het gebied kijkend vanaf de oostzijde naar het sportpark met links het populierenbosje. i. (JZ. 23-11-2021)

Figuur 5: Het gebouw van de hockeyvereniging. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn hier niet uit te sluiten.

Notitie quickscan beschermde flora en fauna plangebied Oudvensestraat te Mierlo

Blad 4

Ecologisch advies en onderzoek

Geplande maatregelen De planvorming is met de visie nog in een beginstadium en de uiteindelijke inrichting van het gebied is nog niet concreet bekend, maar in ieder geval is het streven om de sportvelden en parkeergelegenheid uit te breiden en een rondweg aan te leggen. In de onderstaand figuur is de schets van de visie weergegeven.

Figuur 6: Deel van visieschets (bron gemeente Mierlo).

Op deze schets zijn de houtsingels ten westen en oosten van het sportpark en de solitaire grote walnotenboom nabij de Oudvensestraat, als te behouden aangegeven. Ook de gebouwen van de gildevereniging en van korfbal/atletiek blijven gehandhaafd.

Notitie quickscan beschermde flora en fauna plangebied Oudvensestraat te Mierlo

Blad 5

Ecologisch advies en onderzoek

Beschermingsregimes Wnb Voordat de aanwezige beschermde soorten besproken worden, wordt hier kort de verschillende beschermingsregimes van de Wet natuurbescherming toegelicht. De bescherming van plant- en diersoorten in de Wet natuurbescherming is vastgelegd in diverse artikelen met een eigen beschermingsregime. De beschermde soorten zijn over deze categorieën verdeeld. In de volgende tabel is een overzicht van de verschillende regimes weergegeven. Wnb. artikel

regime

soortlijst

Wnb-categorie

Art. 3.1

alle vogels

Wnb-VR

Art. 3.5 Art. 3.10-1a Art. 3.10-1a

Europees beschermd; strenge bescherming nestelende vogels Jaarrond beschermde nesten Europees beschermd; streng regime Nationaal beschermd; ‘matig streng´ regime Nationaal beschermd; licht regime

Wnb-JBN Wnb-HR Wnb-NL Wnb-nl

Art. 3.10-1c

Nationaal beschermd; ‘matig streng´ regime

provincie NB HR bijlage IV Wnb. Bijl. A (fauna) en verordening prov. NB Wnb. Bijl. B (flora)

Wnb-NL

De strengste bescherming genieten de soorten (niet-vogels) die in de Europese Habitatrichtlijn (Wnbcategorie: Wnb-HR) zijn opgenomen en nestelende vogels, voortvloeiend uit de bescherming in de Europese Vogelrichtlijn (Wnb-VR). Van een aantal vogelsoorten die elk jaar dezelfde nestplaats gebruiken, is die nestplaats jaarrond beschermd. Deze soortenlijst is per provincie vastgesteld. De nationaal beschermde soorten zijn opgenomen in de bijlagen A en B van de Wet natuurbescherming. Van zoogdieren, amfibieën en reptielen zijn vrijwel1 alle soorten, waaronder ook (zeer) algemene soorten, in bijlage A opgenomen. De provincies hebben in verordeningen lijsten vastgesteld van soorten waarvoor bij ruimtelijke ontwikkelingen en bestendig beheer een algemene vrijstelling van de Wet natuurbescherming van toepassing is. Voor dit project is dat de verordening van de provincie NoordBrabant. Deze licht beschermde soorten zijn in de tabel aangeduid met ‘Wnb-nl’ en de Nationaal beschermde soorten waarvoor de algemene vrijstelling niet van toepassing is zijn aangeduid met ‘WnbNL’. Overtredingen van de verbodsbepalingen op deze matig streng beschermde soorten zijn dus wel verboden en ontheffingsplichtig, tenzij wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode die van toepassing is op het project en het type ingrepen.

Wanneer in de notitie gesproken wordt over ‘strenger beschermde soorten’ dan worden daarmee de soorten uit alle regimes bedoeld behalve de licht beschermde soorten van de algemene vrijstelling.

1

Enkele schadeveroorzakende zoogdieren, zoals bruine rat, huismuis en mol, zijn niet beschermd.

Notitie quickscan beschermde flora en fauna plangebied Oudvensestraat te Mierlo

Blad 6

Ecologisch advies en onderzoek

Aanwezige beschermde soorten Vleermuizen Alle soorten vleermuizen zijn Europees beschermd. De strenge bescherming betreft naast de dieren zelf, ook hun verblijfplaatsen. Elke soort vleermuis heeft een voorkeur voor een bepaalde verblijfplaats, waarbij een onderscheid te maken is tussen soorten die in gebouwen verblijven en soorten die hun verblijfplaats in bomen hebben. De gebouwbewonende soorten, zoals de algemene gewone dwergvleermuis en de minder algemene laatvlieger, verblijven vaak in de spouwruimte,waar ook meerdere dieren van gebruik kunnen maken. Deze is bereikbaar via stootvoegen of onderlangs de daklijst. Hiervoor kunnen zeer kleine ruimtes van een ruime centimeter breed al door de dwergvleermuis worden gebruikt. Ook wanneer deze spleten en ruimtes geen toegang tot de spouw bieden, kunnen deze door een enkel dier als zomer- of paarverblijfplaats worden gebruikt. Boombewonende soorten, zoals de rosse vleermuis en de watervleermuis, hebben hun verblijfplaatsen in holten en spleten in bomen. Foerageergebieden en vliegroutes zijn op zichzelf niet beschermd omdat vleermuizen hiervoor veel elementen in het landschap gebruiken.

Maar in situaties waarbij grotere verblijfplaatsen, vooral kraamkolonies, (grotendeels) afhankelijk zijn van bepaalde foerageergebieden of vliegroutes en het verdwijnen daarvan een negatief effect op de kolonie zou hebben, dan zijn deze gebiedsdelen essentieel en wel beschermd. Uit gegevens van de NDFF van de afgelopen 10 jaar blijkt dat vooral bij het Eindhovens kanaal veel vleermuizen zijn waargenomen. Voor het overgrote deel betreft dit de gewone dwergvleermuis. Dit is de meest algemene soort van Nederland. Daarnaast zijn bij het kanaal ook één tot enkele waarnemingen gedaan van de laatvlieger, ruige dwergvleermuis, watervleermuis en rosse vleermuis. Het Eindhovens kanaal is door bomen omzoomd en daarmee is het een zeer aantrekkelijke structuur voor vleermuizen als foerageergebied en vliegroute. In het plangebied zelf is slechts één waarneming bekend van een gewone dwergvleermuis net ten westen van het sportpark. Het is echter zeer aannemelijk dat in ieder geval de gewone dwergvleermuis geregeld langs de houtsingels rond het sportpark vliegt om te foerageren. De open akkers zijn voor vleermuizen niet van belang. Bij het veldbezoek is gezocht naar mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen. Op het sportpark zijn de gebouwen geïnspecteerd op spleten en holtes waar vleermuizen in zouden kunnen kruipen zoals stootvoegen en ruimtes achter daklijsten.

Bomen zijn geïnspecteerd op holen en spleten. In de volgende tabel zijn de gebouwen en de mogelijke verblijfplaatsen voor vleermuizen weergegeven. Deze zijn op het kaartje in Figuur 7 op de volgende pagina weergegeven. Zie ook Figuur 8. nr. op kaart gebouw 1

hockeyvereniging

2 3 4

trafogebouwtje schuur gildevereniging

5

korfbal & atletiek

mogelijke verblijfplaatsen vleermuizen Beperkt, mogelijk enkele ingangen/ruimtes achter gevellijsten. Geen. Enkele ingangen/ruimtes achter daklijst. Stootvoegen van 1,5 cm breed. Misschien mogelijke verblijfplaats in spouwmuur. Beperkt, mogelijk enkele ingangen/ruimtes achter gevellijsten.

Notitie quickscan beschermde flora en fauna plangebied Oudvensestraat te Mierlo

Blad 7

Ecologisch advies en onderzoek

Figuur 7: Gebouwen sportpark. De nummers corresponderen met de bovenstaande tabel. De genoemde oostelijke houtsingel loopt achterlangs gebouwen 1-4.

In het populierenbosje zijn drie bomen met een oud spechtenhol aangetroffen (zie Figuur 9). Deze kunnen als verblijfplaats door boombewonende vleermuizen worden gebruikt. Andere holtes in spleten of achter losse schors waren zeer beperkt aanwezig. Daarbij moet wel bedacht worden dat dit in deze hoge bomen vanaf de grond niet volledig beoordeeld kan worden. In andere bomen in het plangebied zijn geen mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Wat betreft mogelijk essentiële foerageergebieden of vliegroutes is uit de gebiedsbeschrijving al vermeld dat er rond het sportpark houtsingels en bomenrijen lopen en dat het Eindhovens kanaal en de bomen daarlangs mogelijk een belangrijke structuur voor vleermuizen vormt. De beplanting rond het sportpark speelt in deze situatie geen essentiële rol voor vleermuizen. De bossingel aan de westzijde en de bomenrij aan de zuidzijde worden zeer waarschijnlijk wel gebruikt, maar vormen geen unieke verbinding tussen de huizen ten oosten van de Oudvensestraat en het kanaal. De houtsingel aan de oostzijde van het sportpark zal wel essentieel zijn wanneer er een kolonie in het hockeygebouw aanwezig is. Ook voor de vleermuizen uit het dorp is deze houtsingel mogelijk van belang, maar waarschijnlijk niet essentieel.

De zone met bomen langs het kanaal ligt weliswaar buiten het plangebied waar ingrepen plaatsvinden, maar de mogelijke functie voor vleermuizen moet wel gewaarborgd blijven en daarom moeten eventuele effecten hierop mee worden genomen in de beoordeling. Dit is vooral van belang bij het veranderen van de verlichting van de sportvelden. Het wordt sterk aanbevolen de lichtuitstraling naar de zone langs het kanaal niet te laten toenemen en zo mogelijk te streven naar afname. Wanneer een toename van de lichtuitstraling naar het kanaal onvermijdelijk is, dan moet alsnog onderzoek worden gedaan naar de functie en het belang voor vleermuizen van deze zone.

Notitie quickscan beschermde flora en fauna plangebied Oudvensestraat te Mierlo

Blad 8

Ecologisch advies en onderzoek

De conclusies voor vleermuizen zijn: • Mogelijke verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten in vier gebouwen op het sportpark. • Mogelijke verblijfplaatsen van boombewonende soorten in het populierenbosje. • Mogelijk essentiële/belangrijke vliegroute bij oostelijke houtsingel. • Verstorende effecten, door verlichting, op de zone langs het kanaal moeten vermeden worden. Wanneer ingrepen (renovatie, sloop, kap enz.) aan deze locaties zullen plaatsvinden of wanneer sprake is van veranderingen in de directe omgeving zoals, het plaatsen van verlichting, verwijderen van beplanting, plaatsen van gebouwen en dergelijke, dient nader onderzoek naar deze functies te worden uitgevoerd conform het meest recente Vleermuisprotocol2 in de periode april - oktober.

Figuur 8: Voorbeelden van mogelijke verblijfplaatsen/ingangen voor gewone dwergvleermuis: ruimtes achter de daklijst van de schuur en stootvoegen in de muur van het gebouw van de gildevereniging.

Figuur 9: Het populierenbosje ten westen van het sportpark waar diverse oude spechtenholen (inzet) aanwezig zijn. Deze kunnen als verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen fungeren.

2

https://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol

Notitie quickscan beschermde flora en fauna plangebied Oudvensestraat te Mierlo

Blad 9

Ecologisch advies en onderzoek

Grondgebonden zoogdieren In de NDFF zijn van Europees beschermde grondzoogdieren in de ruime omgeving van het plangebied alleen een handvol waarnemingen bekend van de bever. Eén daarvan is tamelijk dichtbij in de wijk Brandevoort bij de waterpartij tussen de Meerwal en de Moerkensbeemden waar vraatsporen zijn aangetroffen in 2020. Aangezien het één waarneming betreft zal dit zeer waarschijnlijk een zwerver zijn geweest. Het plangebied herbergt bovendien geen of nauwelijks geschikt leefgebied voor de bever. Van de nationaal streng beschermde soorten is de eekhoorn in de NDFF bekend uit tuinen van Mierlo en in het veldje met verspreide bomen in het zuidoosten van het plangebied is ook een waarneming gemeld. Ook aan de noordzijde van het Eindhovens kanaal is een waarneming van eekhoorn bekend. Het is zeer aannemelijk dat de zone aan de zuidzijde met veel grote bomen tot het leefgebied van de eekhoorn behoort, en dat geldt ook voor de houtsingels met eiken rond het sportpark. Eekhoornnesten zijn in deze bomen niet gezien. Van de steenmarter zijn in de wijde omgeving een ruime tien waarnemingen bekend. Het meest dichtbij is een waarneming bij de rotonde Santheuvel-Oost – Heer de Heuschweg in 2021. Steenmarters leven verborgen en hebben grote leefgebieden. Het is niet uit te sluiten dat de houtsingels bij het sportpark tot het leefgebied van steenmarters behoren.

Tijdelijke slaapplaatsen kunnen in dicht struweel aanwezig zijn, maar de vaste verblijfplaatsen van steenmarters bevinden zich in huizen, schuren en andere grotere structuren met veel schuilplaatsen. De gebouwen op het sportpark zijn daarvoor niet geschikt omdat deze niet toegankelijk zijn. Vaste verblijfplaatsen van steenmarter zijn daarom niet in het plangebied te verwachten. De das komt in de wijde omgeving voor in het gebied Broekkamp ten zuidoosten van Mierlo en in het gebied ten noorden van het spoor bij Vaarle en Kranenbroek. Er leven dus geen dassen in het plangebied of de omgeving daarvan. De boommarter is uit de wijde omgeving niet bekend. De drie kleine marterachtigen, bunzing, hermelijn en wezel, zijn in veel provincies licht beschermd, maar in N-Brabant zijn deze soorten niet vrijgesteld. In de NDFF zijn geen waarnemingen uit het plangebied of de omgeving bekend. Deze dieren laten zich echter zelden zien en kunnen daarom niet bij het ontbreken van waarnemingen zonder meer als afwezig worden beschouwd. De zone langs het kanaal vormt wel een geschikt leefgebied en migratiezone en daarom zijn zwervende dieren bij de houtsingels in het plangebied niet uit te sluiten. Het plangebied heeft echter te weinig structuren en geschikte habitats om als leefgebied voor kleine marters te functioneren.

Van de licht beschermde soorten leven in ieder geval konijnen in het plangebied. Er is een waarneming in de NDFF bekend en bij het veldbezoek werden in een talud aan de noordwestrand van het gebied holen aangetroffen die zeer waarschijnlijk van konijnen zijn. De vos is als bewoner niet uit te sluiten, maar deze is ook licht beschermd. Verder zijn egel, bosmuis, bosspitsmuis en mogelijk rosse woelmuis in de houtsingels te verwachten. In de akkers leven mogelijk veldmuizen. Voor reeën is het gebied te klein, te open en te veel omsloten door bebouwing.

Notitie quickscan beschermde flora en fauna plangebied Oudvensestraat te Mierlo

Blad 10

Ecologisch advies en onderzoek

Figuur 10: De holen in het talud langs de akker aan de noordwestelijke grens van het plangebied. Zeer waarschijnlijk zijn deze van konijnen.

Vogels Bij broedvogels geldt een belangrijk onderscheid tussen soorten die elk jaar een nieuw nest maken en soorten die elk jaar van hetzelfde nest gebruik maken. Bij de eerste groep zijn de nestplaatsen nadat deze verlaten zijn, niet beschermd. Bij de tweede groep zijn de nestplaatsen jaarrond beschermd en mogen niet aangetast worden. Ook niet wanneer het nest tijdelijk niet bewoond is. In het plangebied kunnen diverse vogelsoorten broeden in de houtsingels en bomenrijen rond het sportpark. Op de akkers kunnen weide- en akkervogels zoals kievit, scholekster en patrijs nestelen. In de NDFF is slechts één waarneming van een kievit uit het plangebied bekend van april 2014 en een van patrijs in de zuidelijke paardenwei op 23-3 van het afgelopen jaar. De patrijs wordt in de ruimere omgeving ten westen van het plangebied op diverse plekken aangetroffen en heeft waarschijnlijk in het plangebied een leefgebied. Het lijkt er niet op dat weidevogels van de percelen gebruik maken om te nestelen, maar het is niet uit te sluiten. Het zodanig verstoren van broedende vogels dat deze het nest verlaten en het nest niet meer kan functioneren, is verboden. Het verwijderen van vegetatie en het uitvoeren van grondwerkzaamheden dient dan ook buiten het broedseizoen te gebeuren.

Het hoofdbroedseizoen loopt grofweg van 15 maart tot 15 juli, maar diverse vogelsoorten hebben meerdere broedsels in een seizoen en daarom zijn actieve nesten in de zomer niet uit te sluiten. Dit betreft vooral soorten die in struwelen, bomen en ruigtes nestelen. Van weide- en akkervogels zijn na juli geen kwetsbare jonge vogels meer te verwachten. Notitie quickscan beschermde flora en fauna plangebied Oudvensestraat te Mierlo

Blad 11

Ecologisch advies en onderzoek

Er zijn diverse vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in het plangebied waargenomen (NDFF), maar deze hebben geen betrekking op nestplaatsen. Het gaat bijvoorbeeld om overvliegende buizerds en foeragerende ooievaars. Opvallend is de waarneming van een dode kerkuil bij het schuurtje in de zuidelijke paardenwei in februari 2021. Kerkuilen hebben hun nest doorgaans in grote en hoge schuren, maar maken ook wel gebruik van kleinere gebouwen, zeker wanneer hier een nestkast voor kerkuil geplaatst is. Er is contact opgenomen met de waarnemer en deze liet weten dat de uil door de vorst was verzwakt en beschutting in de schuur had gezocht. Van een vaste rust of voortplantingsplaats is in de schuur echter geen sprake. De bewoners hadden hem verteld dat kerkuilen in een grotere schuur op het erf hebben gezeten (med. Martijn van der Weijde). Er is vervolgens geprobeerd contact met de bewoners op te nemen voor nadere informatie over de situatie, maar dat is niet gelukt. Aangezien kerkuilen in het algemeen zeer trouw aan hun leefgebied zijn, is het zeker niet uit te sluiten dat deze nog op de erven aan de Oudvenstestraat aanwezig zijn of terugkeren. Dit moet nader worden onderzocht. In het plangebied zelf zijn geen verblijfplaatsen aanwezig, maar dit maakt wellicht deel uit van het leefgebied waar de uilen foerageren.

Daarom moeten mogelijke effecten van veranderingen in dat gebied op de kerkuilen in dit nader onderzoek worden beoordeeld. Met de aanleg van sportvelden op agrarische percelen zal de oppervlakte foerageergebied afnemen, maar het is erg lastig om het effect daarvan op het broedsucces van de uilen concreet te bepalen omdat deze een grote homerange hebben waarin gefoerageerd wordt. Daarom wordt aanbevolen om ter compensatie foerageergebied van hoge kwaliteit in het gebied te realiseren. Daarbij kan vooral gedacht worden aan kruidenrijk en extensief beheerd grasland en hagen. Een ander belangrijk aandachtspunt is de geplande rondweg omdat de laag vliegende kerkuilen vaak slachtoffer worden van verkeer. Er moeten daarom maatregelen worden genomen die de kans op slachtoffers zoveel mogelijk verkleinen. Een andere uilensoort die wel in schuren nestelt is de steenuil. Deze is in de NDFF wel bekend van de omgeving van Luchen, maar niet uit het plangebied. Bij het veldbezoek zijn de bomen gecontroleerd op aanwezige roofvogelnesten. Deze zijn niet aangetroffen. Ook zijn de gebouwen op het sportpark geïnspecteerd op nestelmogelijkheden voor huismus en/of gierzwaluw. Deze zijn niet aangetroffen en in de bomen in het plangebied en de gebouwen op het sportpark zijn geen jaarrond beschermde nestplaatsen aanwezig. De situatie voor de kerkuil moet nader worden onderzocht.

Dit betreft de aanwezigheid in en nabij het gebied, functie van de agrarische percelen, effecten van de nieuwe inrichting met sportvelden en de rondweg en maatregelen om deze effecten te voorkomen of te verzachten. Wanneer dat laatste onvoldoende mogelijk is, kan een ontheffing nodig zijn. Voor overige vogelsoorten is aanvullend onderzoek of een ontheffingsaanvraag niet nodig.

Amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden Het plangebied is ongeschikt voor beschermde amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden. Algemene en licht beschermde soorten amfibieën zijn niet in de NDFF uit het gebied bekend, maar deze kunnen wel in de omgeving (tuinen) aanwezig zijn. De houtsingels en het populierenbosje zijn op zich geschikt landhabitat, maar omdat er geen geschikte voortplantingswateren zijn is het onwaarschijnlijk dat hier amfibieën leven. Strenger beschermde amfibieën zijn zeker niet te verwachten. Ook reptielen komen niet in het plangebied voor. De levendbarende hagedis is in de regio het meest algemene reptiel en deze is wel uit de wijdere omgeving bekend van de Collse heide en Molenheide, maar het plangebied ligt op te grote afstand en te geïsoleerd van deze natuurgebieden en is op zichzelf ongeschikt als leefgebied. Vissen zijn afwezig in verband met het ontbreken van oppervlaktewater. Voor beschermde insecten en andere ongewervelden is het plangebied ongeschikt en/of ligt ver buiten het verspreidingsgebied. Aanvullend onderzoek of een ontheffingsaanvraag is voor deze soortgroepen niet nodig.

Notitie quickscan beschermde flora en fauna plangebied Oudvensestraat te Mierlo

Blad 12

Ecologisch advies en onderzoek

Planten Er zijn geen beschermde planten bekend of aangetroffen in het plangebied en deze worden ook niet verwacht. Het plangebied biedt geen geschikte standplaatsen voor beschermde plantensoorten. Aanvullend onderzoek of een ontheffingsaanvraag is voor planten niet nodig.

Conclusie en aanbevelingen In het plangebied en de directe omgeving komen verschillende beschermde soorten voor of deze worden verwacht. Dit heeft de volgende consequenties: •

• • •

• • • •

•

In vrijwel alle gebouwen van het sportpark zijn mogelijk verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis aanwezig. Eventueel te slopen of te verbouwen gebouwen dienen tijdig (mei – oktober 2022) op verblijfplaatsen van vleermuizen te worden onderzocht conform het meest recente Vleermuisprotocol. In het populierenbosje zijn mogelijk verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen aanwezig. Wanneer dit gekapt gaat worden dient tijdig (mei – september 2022) op verblijfplaatsen van vleermuizen te worden onderzocht conform het meest recente Vleermuisprotocol. Verstorende effecten voor vleermuizen in de zone langs het kanaal, zoals verlichting, moeten voorkomen worden. De situatie van de kerkuil in het gebied en de effecten van de nieuwe inrichting daarop moeten nader worden onderzocht. Op basis van de uitkomsten dienen maatregelen te worden bepaald die negatieve effecten voorkomen of verminderen. Daarbij wordt ook beoordeeld of een ontheffing noodzakelijk is. Andere jaarrond beschermde vogelnesten zijn niet in het plangebied aanwezig. Nader onderzoek is niet nodig. Strenger beschermde grondgebonden zoogdieren zijn hooguit als zwerver te verwachten en hebben in ieder geval geen verblijfplaatsen in het plangebied. Nader onderzoek is niet nodig. Strenger beschermde planten, amfibieën, reptielen, vissen, insecten en andere ongewervelden komen in het plangebied niet voor.

Nader onderzoek is niet nodig. Het verwijderen van begroeiing en het uitvoeren van graafwerkzaamheden dient te gebeuren buiten het broedseizoen of nadat verzekerd is dat er geen vogels broeden in de te verwijderen elementen. Op de akkerpercelen zijn na half juli geen nestelende vogels meer te verwachten. Bij bomen en struweel zijn in de zomer vervolgbroedsels niet uit te sluiten en kunnen ingrepen het beste in de periode oktober - februari worden uitgevoerd. Voor de uitvoering van de werkzaamheden dient gewerkt te worden conform de zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor beschermde gebieden, in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een beschermd gebied of voor in het wild levende soorten, laat deze handelingen achterwege. Indien het achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevraagd, worden maatregelen getroffen om de gevolgen te voorkomen, of zoveel mogelijk beperkt of ongedaan gemaakt. De zorgplicht geldt dus ook voor soorten zonder specifieke beschermingsstatus onder de Wet natuurbescherming.

Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Johan Zwanenburg

Notitie quickscan beschermde flora en fauna plangebied Oudvensestraat te Mierlo

Blad 13

Bijlage 3 Aanvullend onderzoek uilen en vleermuizen

38

Bestemmingsplan "Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo" (ontwerp)

Ecologica BV

0495 - 46 20 70

info@ecologica.eu

Rondven 22 6026 PX Maarheeze

0495 - 46 20 79

www.ecologica.eu

Gemeente Mierlo T.a.v. Hilko Ellerbroek Postbus 10101 5660 GA Geldrop Datum: Behandeld door: Ons kenmerk: Uw kenmerk:

15 november 2022 Stef Houben P2022/23

Aanvullend onderzoek kerkuil, steenuil en vleermuizen Oudvensestraat te Mierlo Aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming Deze notitie heeft betrekking op het aanvullende onderzoek naar in de omgeving van de Oudvensestraat te Mierlo. Uit een eerdere quickscan is naar voren gekomen dat aanvullend onderzoek naar kerkuil en vleermuizen noodzakelijk was1. In het kader van de Wet natuurbescherming is daarom zorgvuldig in kaart gebracht wat de huidige situatie van het onderzoeksgebied is ten aanzien van deze soort(groep)en. Deze notitie behandelt de resultaten van dit onderzoek.

Onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied wordt omsloten door de Oudvensestraat, het Eindhovens Kanaal en de Burgemeester Termeerstraat in Mierlo (zie Figuur 1). De woningen en bijbehorende tuinen aan beide wegen behoren niet tot het plangebied. Het gebied bestaat voor een groot deel uit (maïs)akkers en in het noordwesten ligt het sportpark Oudven met onder andere hockeyvelden. Aan de oostzijde liggen twee paardenweitjes (deels) in het plangebied. Aan de randen van het sportpark zijn houtsingels aanwezig en aan de oostzijde ervan ligt een klein bosje met hoge populieren. Tussen de akkers lopen enkele greppels met struweel. Het onderzoek betreft het plangebied, maar ook de directe omgeving voor zover daar effecten van de ingrepen te verwachten zijn.

1

Notitie QS Wnb Oudvenseweg Mierlo (Ecologica, 2021).

Blad 1 KvK Eindhoven: 17093881

BTW-nummer: NL818178346B01

Rekeningnummer: NL49 TRIO 0788 9202 35

Ecologisch advies en onderzoek

Figuur 1: Overzicht van het onderzoeksgebied.

Geplande maatregelen De planvorming is met de visie nog in een beginstadium en de uiteindelijke inrichting van het gebied is nog niet concreet bekend, maar in ieder geval is het streven om de sportvelden en parkeergelegenheid uit te breiden en een rondweg aan te leggen. In de onderstaande figuur is de schets van de visie weergegeven. Op deze schets zijn de houtsingels ten westen en oosten van het sportpark en de solitaire grote walnotenboom nabij de Oudvensestraat, als te behouden aangegeven. Ook de gebouwen van de gildevereniging en van korfbal/atletiek blijven gehandhaafd.

Notitie aanvullend onderzoek kerkuil, steenuil en vleermuizen Oudvensestraat te Mierlo

Blad 2

Ecologisch advies en onderzoek

Figuur 2: Deel van de visieschets (bron: gemeente Geldrop-Mierlo).

Aanpak veldonderzoeken Kerk- en steenuilonderzoek Het onderzoek naar kerkuil is uitgevoerd conform het kennisdocument kerkuil2. Er zijn drie bezoeken uitgevoerd in de periode februari – 30 april, zodanig dat het onderzoek ook voldoet aan de vereisten conform het kennisdocument steenuil3, aangezien deze soort niet volledig uitgesloten kon worden. Een overzicht van de data en weersomstandigheden van het veldbezoek zijn te vinden in Tabel 1. Tijdens de veldbezoeken is er in eerste instantie gezocht naar roepende dieren, maar overvliegende of

2 3

https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-011-Kennisdocument-Kerkuil-1.0.pdf https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-019-Kennisdocument-Steenuil-1.0.pdf

Notitie aanvullend onderzoek kerkuil, steenuil en vleermuizen Oudvensestraat te Mierlo

Blad 3

Ecologisch advies en onderzoek

foeragerende dieren zijn ook genoteerd indien waargenomen. Gedurende een avondonderzoek is er met de fiets rond het onderzoeksgebied gefietst en is er geluid van kerkuil en steenuil afgespeeld. Voordat de veldbezoeken van start gingen is er contact gelegd met het Netwerk Uilenbescherming Brabant om navraag te doen of zij kennis hebben van aanwezige dieren in het onderzoeksgebied. Tevens is er bij verschillende woningen aangebeld om duidelijkheid te verkrijgen van waarnemingen. Tabel 1: Overzicht en data van het kerk- en steenuilonderzoek. Datum Begintijd Eindtijd Temp (°C) Weer 10-03-2022 19:45 21:30 13 Helder, 1-2Bft 21-04-2022 20:10 22:30 17 Helder, 2-3Bft 26-04-2022 21:45 23:15 10 Helder, 1-2Bft

Waarnemer Stef Houben Stef Houben Stef Houben

Vleermuisonderzoek Protocol voor vleermuisonderzoek Het onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd volgens het Vleermuisprotocol 20214. Inventarisaties die volgens deze richtlijnen worden uitgevoerd door een ervaren vleermuisonderzoeker, zowel in tijd als met het gebruik van de voorgeschreven apparatuur, voldoen aan de eisen die gesteld worden door de bevoegde gezagen. Gebiedsfuncties Vleermuisonderzoek is erop gericht om vast te stellen welke soorten in een onderzoeksgebied aanwezig zijn en hoe deze het betreffende gebied gebruiken (zogenaamde gebiedsfuncties). Elke soort benut op andere wijze zijn leefgebied. Dit wordt met behulp van veldwerk in kaart gebracht. Het leefgebied van vleermuizen beslaat tijdelijke en vaste verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. Zelden beslaat het leefgebied van een vleermuis alleen het onderzoeksgebied. Indien dit relevant was voor het onderzoek, is ook aanvullende informatie in aangrenzend gebied verzameld. Veldwerk Het veldwerk bij vleermuisonderzoek dat gericht is op het vaststellen van soorten en hun gebiedsgebruik, vindt hoofdzakelijk plaats tussen zonsondergang en zonsopkomst.

Een nacht kan hierbij worden onderverdeeld in drie perioden:  de avondperiode (van een half uur voor zonsondergang tot twee uur na zonsondergang),  de periode rond middernacht (van twee uur voor, tot twee uur na middernacht)  de ochtendperiode (van twee uur voor tot een half uur na zonsopkomst). De avondperiode wordt gebruikt om uitvliegers en vliegroutes op te sporen; de ochtendperiode wordt gebruikt om naar zwermende en inkruipende vleermuizen bij een verblijfplaats te zoeken en de vliegroutes naar de verblijfplaats toe op te sporen. De periode rond middernacht is alleen van toepassing in het najaar, als de mannetjes baltsen. Het onderzoeksgebied is onderverdeeld in twee deelgebieden die door één persoon onderzocht konden worden, zijnde het populierenbosje en de gebouwen (zie Figuur 1). In het najaar zijn beide deelgebieden door één persoon onderzocht. Het veldwerk is onderverdeeld in een voorjaar-zomerperiode (half mei tot half juli) en een periode in het najaar (augustus tot eind september). De voorjaar-zomerperiode wordt gebruikt om kraamverblijfplaatsen, zomerverblijfplaatsen, foerageergebieden en vliegroutes op te sporen. De periode in het najaar wordt gebruikt om naar paarverblijfplaatsen/-territoria, winterverblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden te zoeken. Bij de vleermuisinventarisaties is gebruikgemaakt van een Pettersson D240X batdetector.

Deze batdetector zet voor mensen onhoorbare sonargeluiden van vleermuizen om in hoorbare geluiden. Aan de

4

https://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol

Notitie aanvullend onderzoek kerkuil, steenuil en vleermuizen Oudvensestraat te Mierlo

Blad 4

Ecologisch advies en onderzoek

hand van deze geluiden kunnen de vleermuizen op soort gebracht worden en kan ook hun terreingebruik goed worden geïnterpreteerd. Tevens is gebruik gemaakt van een Batscanner, Anabat Scout en een Hikmicro Owl OQ35 warmtebeeldcamera. Een batscanner geeft automatisch aan op welke frequenties vleermuisactiviteit is. Met een Anaba Scout kunnen continu opnamen gemaakt worden van vleermuisgeluiden. In Tabel 2 zijn de details van de verschillende bezoeken, evenals de weeromstandigheden te vinden. Tabel 2: Overzicht van de data en weersomstandigheden van het vleermuisonderzoek. Deelgebied Datum Zonsop- Zonson- BeginEind- Temp Weer komst dergang tijd tijd (°C) Gebouwen 21-05-2022 nvt 21:30 21:24 23:40 18->12 Helder->2/8 bewolkt, 2>1Bft Gebouwen 19-06-2022 05:20 nvt 03:19 05:20 15 Helder, 4Bft

Waarnemer Ben van der Wijden

Ben van der Wijden

Populierenbosje Populierenbosje

11-06-2022

05:20

nvt

03:02

05:20

16->14

Helder, 2Bft

Ben van der Wijden

03-07-2022

nvt

21:56

21:50

00:02

17->12

Helder, >1Bft

2-

Ben van der Wijden

Gebouwen + populierenbosje Gebouwen + populierenbosje

21-08-2022

nvt

20:50

01:00

03:07

13->12

Helder, 1Bft

Ben van der Wijden

10-09-2022

nvt

20:04

21:53

00:02

15

2/8 bewolkt->helder, 2Bft

Ben van der Wijden

Resultaten Kerk- en steenuil Voorafgaand de veldbezoeken is het Netwerk Uilenbescherming Brabant gevraagd of zij kennis hebben van kerkuilen en/of steenuilen in het onderzoeksgebied. Zij hadden geen gegevens van recente broedgevallen van beide soorten in het onderzoeksgebied, maar ten noorden van het kanaal, aan één van de boerderijen aan Stepekolk, was er in de vorige jaren telkens een broedgeval van kerkuil. Hier hangt ook een kast. Tijdens de veldonderzoeken zijn geen kerkuilen gehoord of waargenomen in het onderzoeksgebied. Wel is er tijdens ieder bezoek een roepende steenuil gehoord, waarvan tweemaal aan de Burgemeester Termeerstraat en éénmaal in de omgeving van Luchen (zie Figuur 3). Bij de adressen aan de Burgemeester Termeerstraat is aangebeld om te achterhalen of er eventueel een nestkast aanwezig was op het erf, maar er werd niet open gedaan. Conform het kennisdocument steenuil duiden waarnemingen op > 500 meter van elkaar op verschillende territoria, maar dat kan per gebied verschillen. De waarnemingen hier liggen ongeveer op 300-350 meter van elkaar. Tijdens de bezoeken zijn er nooit meerdere steenuilen gelijktijdig gehoord. Wellicht dat het hier één territorium betreft.

Notitie aanvullend onderzoek kerkuil, steenuil en vleermuizen Oudvensestraat te Mierlo

Blad 5

Ecologisch advies en onderzoek

Figuur 3: Overzicht van de waarnemingen van steenuil en de broedplaats van kerkuil.

Naast verblijfplaatsen is ook het leefgebied van beide soorten beschermd, in de zin dat dit van voldoende omvang en kwaliteit moet blijven om de functionaliteit van de nestplaats te behouden. Ingrepen in het leefgebied die leiden tot een verminderd broedsucces of zelfs het verlaten van een nest, zijn niet toegestaan. Volgens het kennisdocument kerkuil varieert het leefgebied van een kerkuil tussen de 60 ha in een voor de kerkuil heel goed gebied tot 1200 ha in een voor de kerkuil heel arm gebied. De grootte van het leefgebied wordt voornamelijk bepaald door het voedselaanbod. Bij een goed voedselaanbod hebben kerkuilen voldoende aan een gebied van 500 tot 1500 meter rondom de broedplaats. Voor steenuil geeft het kennisdocument aan dat territoria variëren tussen de 5 en 30 ha, ook afhankelijk van het voedselaanbod, maar daarnaast ook van de leeftijd van het mannetje. Jonge mannetjes hebben vaak een groter territorium dan oudere, ervaren mannetjes. Figuur 4 geeft een overzicht van de theoretische leefgebieden van kerkuil in steenuil ten opzichte van het onderzoeksgebied. Voor zowel kerkuil als steenuil valt het onderzoeksgebied geheel of gedeeltelijk binnen het mogelijke leefgebied, ongeacht welke grootte van het leefgebied van de soorten wordt aangehouden. De kans is aannemelijk dat beide soorten gebruik maken van het onderzoeksgebied.

Notitie aanvullend onderzoek kerkuil, steenuil en vleermuizen Oudvensestraat te Mierlo

Blad 6

Ecologisch advies en onderzoek

Figuur 4: Overzicht van het leefgebied van kerkuil en steenuil. Bij kerkuil is het leefgebied aangegeven in een straal van 500 en 1500 meter rondom de broedplaats conform het kennisdocument kerkuil. Bij steenuil is een leefgebied van 5 en 30 ha aangegeven rondom een centrale territoriumstip conform het kennisdocument steenuil. De centrale territoriumstip is bepaald obv de waarnemingen tijdens het veldbezoek en ligt centraal voor de drie waarnemingen.

Zowel kerkuil als steenuil hebben belang bij een leefgebied waarin elementen zoals houtwallen, grazige bermen, ruige overhoeken, struwelen, takkenrillen, kleinveeweiden e.d. aanwezig zijn. Het onderzoeksgebied bestaat voornamelijk uit (maïs)akkers, welke voor beide soorten als matig leefgebied geclassificeerd kan worden. Toch zijn belangrijke elementen voor beide soorten aanwezig, met name de houtwal in het noorden langs het kanaal met een wat ruigere onderbegroeiing. Tevens zijn er twee kleine paardenweitjes aanwezig in het oosten van het onderzoeksgebied. Ook enkele tuinen langs de Burgemeester Termeerstraat, buiten het onderzoeksgebied, zien er, voornamelijk voor steenuil, geschikt uit als leefgebied. Vleermuizen Verblijfplaatsen In het deelgebied ‘gebouwen’ zijn drie soorten vastgesteld die mogelijk verblijfplaatsen in gebouwen kunnen hebben, namelijk gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis. Er zijn geen zomer- en/of kraamverblijfplaatsen van deze soorten vastgesteld. Tijdens de zomeronderzoeken was er vrij weinig activiteit van vleermuizen rond de gebouwen. Er zijn geen in- of uitvliegende vleermuizen waargenomen, noch enig gedrag dat duidt op de aanwezigheid van een zomer- of kraamverblijfplaats. Wel is er één mogelijke paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis vastgesteld in het gildegebouw.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=b07d134c-513a-47a0-b135-76216bf81e1a