CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo

Commissie Ruimte 9 april 2024, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Sportpark Oudven (in verband met huisvesting Hockeyclub Mierlo)17.755 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Direct naast woningen komen ook andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstypen gemengd gebied. In de VNG-brochure is vermeld dat de richtafstanden uit bijlage 1 met één afstandsstap kunnen worden verlaagd indien sprake is van een gemengd gebied. 4.7.2

Onderzoek

Het plangebied behoort tot het gebiedstype ‘gemengd gebied’. In de omgeving van het plangebied zijn diverse functies gelegen, zoals verschillende bedrijven en de Mierlose Tuinvereniging aan de oostzijde van de Oudvensestraat en woningen en agrarische gronden. De richtafstanden mogen met één stap verlaagd worden. In de regels behorende bij dit bestemmingsplan is geregeld dat, behoudens het gildeterrein, uitsluitend sportvoorzieningen in de categorieën 1, 2 en 3.1 en die zijn genoemd in de bij de regels als bijlage opgenomen Lijst van sportvoorzieningen, zijn toegestaan. De grootste richtafstand behorende bij categorie 3.1 is 30 meter in gemengd gebied. De bestaande sportvelden liggen voor alle bestaande omliggende gevoelige functies op een afstand van meer dan 30 meter. Aan de richtafstand wordt voldaan. De schutsactiviteiten van het gilde binnen het plangebied vormen een functie die volgens de (indicatieve) lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering', uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) 2009, gezoneerd dienen te worden ten opzichte van milieugevoelige functies in de omgeving. Het gildeterrein kan overlast veroorzaken voor gevoelige objecten in de omgeving en andersom kunnen functies in de omgeving eveneens overlast zorgen voor het recreatieterrein. Voor de schutsactiviteiten zijn de verschillende milieuzoneringen van belang: 

Geluid veroorzaakt door de schietinrichting;

Gevaar veroorzaakt door de schietinrichting.

Buitenbanen met schietbomen behoren tot milieucategorie 5.1, met de bijbehorende richtafstand van 300 meter in gemengd gebied.

3

‘Bedrijven en Milieuzonering’, Uitgave VNG, Den Haag, 2009.

Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo

27

De dichtstbijzijnde woning is gelegen op een afstand van circa 130 meter van het schutsterrein. Derhalve is het geluids- en gevaaraspect van toepassing op deze ontwikkeling. De VNG-publicatie heeft echter geen rekening gehouden met het activiteitenbesluit dat voor dit aspect leidend is. Gevaar Activiteitenbesluit Met ingang van 1 januari 2010 zijn (traditionele) gilden onder de werking van het Activiteitenbesluit gebracht. Voortaan moet voldaan worden aan de voorschriften die staan omschreven in het Activiteitenbesluit en de daaraan gelieerde Activiteitenregeling. Het bezit van een Milieuvergunning voor de permanente locatie is vervallen. Voor ‘gevaar’ / ‘veiligheid’ geeft hoofdstuk 4 artikel 111 lid 4 tot en met 7 de onderstaande voorschriften: Lid 1. Ten behoeve van het voorkomen van risico’s voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risico’s voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan, wordt bij het traditioneel schieten ten minste voldaan aan het vierde tot en met het zevende lid. Lid 4. Het schieten vindt op zodanige wijze plaats dat alle afgeschoten kogels worden opgevangen in een voorziening. De voorziening is opgesteld boven een bodem beschermende voorziening. Lid 5.

Gedurende de periode dat wordt geschoten bevinden zich geen personen of veediersoorten in de onveilige zone, uitgezonderd de schutter, de baancommandant en één of meerdere door de baancommandant aangewezen personen. De onveilige zone omvat de oppervlakte van een rechthoek van 2 meter aan weerszijde van de voorziening waarin de afgeschoten kogels worden opgevangen, bedoeld in het vierde lid, bij 8 meter. De zone bevindt zich aan de zijde waar op het doel wordt geschoten. Lid 6. In afwijking van het vijfde lid omvat de onveilige zone bij het schieten op een houten blok of knoest met kogels van kalibernummer 16 of kleiner de oppervlakte van een halve cirkel met een straal van 25 meter met het doel waarop wordt geschoten als middelpunt. De zone bevindt zich aan de zijde waar op het doel wordt geschoten. Lid 7. In afwijking van het vierde tot en met het zesde lid kan het bevoegd gezag bij de viering van festiviteiten maatwerkvoorschriften stellen ten behoeve van het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de belasting van de bodem en met betrekking tot de onveilige zone. Er bij het gildeterrein sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat. Er wordt voldaan aan de voorschriften uit de Activiteitenregeling. Om het gevaar van rondvliegende kogels weg te nemen wordt gebruik gemaakt van kogelvangers op de schutsbomen.

Kogels worden zo tegengehouden zodat ze niet buiten de inrichting terecht komen. Op het geluidsaspect wordt in de volgende paragraaf ingegaan. Geluid Voor het gilde zijn op maandagavond en zaterdagmiddag de wekelijkse contact- en oefenbijeenkomsten. Op maandag wordt er vanaf 19:30 tot 22:30 uur door schutters geoefend met maximaal 120 schoten per uur. Op zaterdagmiddag wordt er vanaf 15:00 tot 18:00 uur door schutters geoefend met maximaal 120 schoten per uur.

Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo

28

De schietinrichting bestaat uit 6 standplaatsen voor de schutter en 6 schutsbomen. De bomen zijn niet gelijk ingericht. 2 schutsbomen zijn geschikt om op een "vogel" te schieten, 1 schutsboom is voorzien van "lepels" en 3 schutbomen zijn geschikt om te schieten op een doel "de zogenaamde wip". De gemiste kogels worden opgevangen in een gedempte kogelvanger. De geluidemissie wordt veroorzaakt door het schot en vervolgens het raken van de wip en/ of de kogelvanger. Het aantal schoten per uur, bedraagt per kogelvanger maximaal 45. In de praktijk zijn er maar 2 schutsbomen gelijktijdig in gebruik en wordt er 1 als reserve gebruikt. En tijdens de wekelijkse oefeningen wordt er achter elkaar geschoten op 1 schutsboom. In de praktijk betekent dat dat tijdens de wekelijkse oefeningen het aantal schoten op maximaal 1 kogelvanger niet meer dan 45 per uur bedraagt. Bij regenachtig weer wordt er niet geschoten. Er zijn ook 2 kruisboogbomen geplaatst. Tijdens schietoefeningen worden door maximaal 5 schutters ieder 9 pijlen afgeschoten (niet wekelijks). De geluidemissie wordt veroorzaakt door het afschieten van de pijl en vervolgens het raken van de wip. Incidentele situaties: 

Bij schietevenementen (circa 4 maal per jaar) op zaterdag of zondag in de middag of vooravond zijn er maximaal 45 personen aanwezig. Tijdens deze evenementen zullen er maximaal twee schutsbomen in gebruik zijn. Het aantal schoten bedraagt maximaal op 2 schutsbomen met kogelvangers (2x45=) 90 per uur. Het kruisboogschieten tijdens wedstrijden wordt beoefend door maximaal 15 schutters met elk 9 pijlen.

Een enkele keer per jaar ontvangt de gildevereniging een groep mensen die onder leiding van de schietmeester op een ‘vogel’ komen schieten. De incidentele situatie wijkt akoestisch gezien niet af van de representatieve situatie ten aanzien van het aantal schoten. Indien dit echter wel het geval zal zijn dan kan hiervoor ontheffing worden gevraagd conform de APV van de gemeente.

In het kader van de vergunningverlening voor het gildeterrein is reeds beoordeeld dat het aspect geluid van het gildeterrein geen belemmering vormt. In dit bestemmingsplan worden de reeds vergunde activiteiten geregeld, er worden geen nieuwe activiteiten voor het gildeterrein mogelijk gemaakt. Met het gildeterrein is er sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat. In de huidige situatie is er sprake van een sportpark. Ten opzichte van de huidige situatie verandert de bestemming niet. Het gildeterrein is vergund middels een omgevingsvergunning, de in de omgevingsvergunning opgenomen activiteiten zijn in voorliggend bestemmingsplan vastgelegd. Ten opzichte van de huidige situatie is er geen sprake van meer belemmeringen voor omliggende functies en/of woningen. 4.7.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat geen sprake is van nieuwe of andere activiteiten die kunnen leiden tot onaanvaardbare milieuhinder ter plaatse van de beoogde woningen. Het aspect bedrijven en milieuzonering zorgt niet voor belemmeringen.

4.8

Wegverkeerslawaai

4.8.1

Toetsingskader

In de Wet geluidhinder (Wgh) is vastgesteld dat, indien in het plangebied geluidgevoelige functies (zoals woningen) zijn voorzien binnen de invloedssfeer van (weg)verkeerslawaai, akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden bij vaststelling of herziening van het bestemmingsplan. Dit geldt voor alle straten en wegen, met uitzondering van:

Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo

29

 

wegen die in een als ‘woonerf’ aangeduid gebied liggen; wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt.

4.8.2 Onderzoek Een sportpark is volgens de Wet geluidhinder geen geluidsgevoelig object. Onderzoek naar wegverkeerslawaai is niet noodzakelijk. 4.8.3 Conclusie Het aspect akoestiek wegverkeerslawaai vormt geen belemmering.

4.9

Luchtkwaliteit

4.9.1

Toetsingskader

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Bij de start van nieuwe bouwprojecten moet onderzocht worden of het effect van een nieuw initiatief relevant is voor de luchtkwaliteit. Een nieuw initiatief is niet relevant als aannemelijk kan worden gemaakt dat de luchtkwaliteit “niet in betekenende mate” aangetast wordt. Daartoe is een algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels vastgelegd zijn die betrekking hebben op het begrip NIBM. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. 4.9.2

Onderzoek

Met onderhavig bestemmingsplan worden er ten opzichte van het huidige bestemmingsplan geen nieuwe (sport)functies mogelijk gemaakt. Toetsing voor het aspect luchtkwaliteit is in dit geval niet noodzakelijk. Er kan op voorhand worden geconcludeerd dat dit aspect geen belemmering vormt. 4.9.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.10

Externe veiligheid

4.10.1

Toetsingskader

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico’s in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo

30

Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.). Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd, over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid.

(Beperkt) kwetsbare objecten Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn o.a. woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels, restaurants 4. Risicovolle activiteiten In het kader van het plan moet bekeken worden of er in of in de nabijheid van het plan sprake is van risicovolle activiteiten (zoals Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven en transportroutes) of dat risicovolle activiteiten worden toegestaan. Overige wet- en regelgeving Tot slot moet in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro) ook getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden LPG-tankstations', etc. 4.10.2 Onderzoek Met behulp van de risicokaart is een inventarisatie gemaakt van risicobronnen met gevaarlijke stoffen in de nabijheid van het plangebied. Figuur 8 toont een uitsnede van de risicokaart, met het plangebied omcirkeld. Inrichtingen In en rondom het plangebied zijn geen risicobronnen gelegen. Het plangebied valt niet binnen invloedsgebieden van risicovolle inrichtingen. Transport Op circa 2.800 meter afstand van het plangebied is de Rijksweg A67 gelegen. Het invloedsgebied van de Rijksweg A67 bedraagt 4.000 meter.

De locatie ligt binnen het invloedsgebied van de Rijksweg, maar buiten de 200 meterzone. Deze weg is EV-relevant. Volgens artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes dient het groepsrisico beperkt verantwoord te worden.

4

Zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo

31

De nieuwe ontwikkeling is niet gelegen binnen de plaatsgebonden risicocontour 10-6 per jaar van Rijksweg A67. Ook is de ontwikkeling niet binnen het plasbrandaandachtsgebied van de Rijksweg gelegen. Het plaatsgebonden risico en het plasbrandaandachtsgebied vormt derhalve geen belemmering voor de ontwikkeling. De Veiligheidsregio Brabant Zuidoost heeft in 2019 een standaardadvisering opgesteld voor specifieke situaties. Omdat het plangebied is gelegen op grote afstand (>750 meter) van de Rijksweg A67 kan in het kader van de bestemmingsplanprocedure het standaard advies worden toegepast. Het standaardadvies versie 2.0 1 januari 2019 is opgenomen als bijlage 5 bij deze plantoelichting. Het plangebied valt verder niet binnen invloedsgebieden van wegen, waterwegen of spoorlijnen. Buisleidingen De dichtstbijzijnde buisleiding ligt op 335 meter ten westen van het plangebied. Het plangebied is hiermee niet gelegen binnen het invloedsgebied van de buisleiding. Gezien de afstand vormt deze buisleiding geen belemmering.

Figuur 8 Uitsnede risicokaart (bron: Atlas Leefomgeving)

4.10.3

Conclusie

Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering.

Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo

32

4.11

Kabels en leidingen

In de ondergrond zijn geen kabels en leidingen aanwezig, waarvoor een planologisch beschermingsregime van toepassing is. Vanuit het aspect kabels en leidingen in de ondergrond is er geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo

33

5

Juridische planopzet

5.1

Inleiding

Het bestemmingsplan is een juridisch bindend plan dat bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en gaat vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan, waarbij de regels de gebruiks- en bouwmogelijkheden van de gronden regelen en de verbeelding de rol heeft van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave, verantwoording en onderbouwing van het bestemmingsplan en als uitleg bij de verbeelding en regels. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat het bestemmingsplan langs elektronische weg beschikbaar wordt gesteld. Dit brengt met zich mee dat het bestemmingsplan digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moet worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan het bestemmingsplan moet voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP 2012 kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functieen bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.

Dit bestemmingsplan is opgesteld in overeenstemming met de SVBP 2012 en wordt op de voorgeschreven wijze digitaal beschikbaar gesteld.

5.2

Plansystematiek

In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. Er is gekozen voor een flexibel bestemmingsplan, waarbij het beoogde gebruik rechtstreeks mogelijk is binnen de opgenomen bestemmingen. Voor wat betreft de systematiek en inhoud van de bestemmingen en overige regels is o.a. aangesloten bij het bestemmingsplan ‘Buitengebied Geldrop-Mierlo’. De regels van het plan bestaan conform de SVBP2012 uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Hieronder worden de regels in de onderscheiden hoofdstukken kort toegelicht. Hoofdstuk 1: Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat alle bepalingen die nodig zijn om de overige regels goed te kunnen hanteren: Begrippen (Artikel 1): In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het plan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn.

Wijze van meten (Artikel 2): Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan.

Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo

34

Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In dit hoofdstuk komen de verschillende bestemmingen aan de orde. Alle zelfstandige regelingen, die gevolgen hebben voor de bouw- of gebruiksmogelijkheden van de gronden, zijn als een bestemming vormgegeven. In de volgende paragraaf worden de bestemmingen inhoudelijk toegelicht. De bestemmingen kunnen uit de volgende onderdelen (leden) bestaan, waarbij niet alle onderdelen in elke bestemming opgenomen behoeven te zijn. Bestemmingsomschrijving: Een omschrijving van de doeleinden van de bestemming. Het gaat hierbij om de functies die zijn toegestaan binnen de bestemming. Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Afwijken van de bouwregels: Door het opnemen van een afwijkingsregeling bestaat de mogelijkheid om onder voorwaarden af te wijken van de bouwregels. Specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel kunnen specifieke gebruiksregels worden opgenomen. Afwijken van de gebruiksregels: In dit onderdeel kunnen regelingen worden opgenomen voor het afwijken van de gebruiksregels.

Hoofdstuk 3: Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een plan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels In de algemene bouwregels zijn algemene bepalingen opgenomen met betrekking tot de overschrijding van bouwgrenzen, het uitvoeren van ondergrondse werken en het bouwen van ondergrondse bouwwerken, evenals bepalingen ten behoeve bestaande afstanden en andere maten en parkeren. Algemene gebruiksregels In dit artikel is opgenomen welke gebruiksvormen in ieder geval als strijdig gebruik met het bestemmingsplan worden beschouwd. Algemene aanduidingsregels Voor het gehele plangebied is de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone-extensiveringsgebied’ opgenomen.

Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo

35

Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels in het plan waarvan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning kan afwijken. De voorwaarden, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat het voor elk bestemmingsplan verplichte overgangsrecht voor bouwen en gebruik en de slotregel met daarin de citeertitel van de planregels.

5.3

Bestemmingen

Sport De gronden in het plangebied hebben de bestemming Sport. Binnen deze bestemming zijn sportvoorzieningen toegestaan zoals genoemd in de bij de regels als bijlage opgenomen ijst van sportvoorzieningen onder de categorieën 1,2 en 3.1. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - gildeterrein' is een gildeterrein toegestaan. Tevens zijn ondergeschikte horecavoorzieningen toegestaan. En bij de sportvoorzieningen behorende: 

sanitaire voorzieningen;

opslagruimte;

dugouts;

kleedruimten;

tribunes;

terrasvoorzieningen;

wegen en paden;

parkeervoorzieningen;

water en waterhuishoudkundige voorzieningen;

groenvoorzieningen;

voorzieningen van algemeen nut;

tuinen en erven;

evenementen.

Gebouwen mogen binnen de aangeduide bouwvlakken worden gebouwd. De goot- en bouwhoogte van bouwwerken binnen het bouwvlak mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3,5 meter en 7 meter, tenzij op de verbeelding een andere goot- en bouwhoogte staat aangegeven. Ter plaatse van het bouwvlak van het nieuwe hockeyclubgebouw geldt een goot- en bouwhoogte van 9 meter. Gebouwen mogen buiten het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat het maximale oppervlak 1% bedraagt te berekenen over het bouwperceel en de afstand tot openbaar gebied ten minste 5 m¹ bedraagt. De bouwhoogte van bouwwerken buiten het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 3,5 meter. De bouwhoogte van terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór de voorgevellijn niet meer mag bedragen dan 1 m. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m. De bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 15 m. De oppervlakte van overkappingen mag niet meer bedragen dan 30 m². De bouwwerken geen gebouwen zijnde van het gilde zijn toegestaan binnen de aanduiding ‘specifieke vorm van sport – gildeterrein’. De posities van deze bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn geborgd in de planregels.

Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo

36

Verkeer De gronden die zijn bestemd met de bestemming ‘Verkeer’ zijn bedoeld voor wegen, straten en paden; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen en bermen; nutsvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging en waterlopen. Binnen deze bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde toegestaan. Waarde-Archeologie 1 en 3 (dubbelbestemming) De gronden met de dubbelbestemmingen Waarde-Archeologie 1 en 3 zijn tevens bestemd voor het behoud van archeologische waarden. Er gelden binnen de bestemmingen verschillende ondergrenzen voor het uit dienen te voeren van archeologisch onderzoek bij bodemverstorende werkzaamheden. Hier geldt een omgevingsvergunningvereiste voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden.

Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo

37

6

Uitvoerbaarheid

In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

6.1

Economische uitvoerbaarheid

De gronden van het sportpark zijn in eigendom van de gemeente. De gemeente is initiatiefnemer voor de herziening van het bestemmingsplan. In de begroting is rekening gehouden met de kosten voor de partiele herziening van het bestemmingsplan van het bestaande sportpark.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmingsplan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is. Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dientengevolge zijn de volgende stappen te onderscheiden: 

Vooroverleg;

Vaststellingsprocedure.

6.2.1

Vooroverleg

Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan worden geïnformeerd. 6.2.2

Inspraak

De Wro zelf bevat geen bepalingen omtrent inspraak. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze en aan wie de mogelijkheid wordt geboden hun mening kenbaar te maken. Gezien er geen sprake is van nieuwe ontwikkelingen binnen het plangebied verwacht het college van burgemeester en wethouders weinig toegevoegde waarde van een inspraakprocedure vooruitlopend op de terinzagelegging van het onderhavige ontwerpbestemmingsplan waarbij er eigenlijk enkel sprake is van een partiele herziening van het bestemmingsplan en er geen sprake is van omvangrijke wijzigingen.

Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo

38

6.2.3

Vaststellingsprocedure

De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan zal plaatsvinden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van deze procedure wordt het bestemmingsplan gedurende een termijn van 6 weken ter inzage gelegd voor zienswijzen.

Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo

39

Separate bijlagen: Bijlage 1: Stikstofonderzoek Bijlage 2: Quickscan Flora en Fauna Bijlage 3: Aanvullend onderzoek uilen en vleermuizen Bijlage 4: Advies externe veiligheid

Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo

40

Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

4

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

4 7

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

8

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Sport Verkeer Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 3

8 11 12 14

Hoofdstuk 3

Algemene regels

16

Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels

16 17 18 19 20

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

21

Artikel 12 Artikel 13

Overgangsrecht Slotregel

21 22

2

Bestemmingsplan "Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo" (ontwerp)

Regels

Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo

42

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

Plan

Het bestemmingsplan Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo met identificatienummer NL.IMRO.1771.BPSportparkOudven-ON01 van de gemeente Geldrop-Mierlo. 1.2

Bestemmingsplan

De geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3

Aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4

Aanduidingsgrens

De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5

Archeologisch onderzoek

In een schriftelijke rapportage vastgelegd bureau- en/of veldonderzoek naar de materiële neerslag van menselijke aanwezigheid en menselijk handelen in het verleden. 1.6

Archeologische verwachtingswaarden

Gronden met verwachtingswaarden, die kunnen bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig van wetenschappelijk belang kunnen zijn en het cultuurhistorisch erfgoed kunnen vertegenwoordigen; 1.7

Archeologische waarden

Waarden die bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig van wetenschappelijk belang zijn en het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigen; 1.8

Bebouwing

Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.9

Bestemmingsgrens

De grens van een bestemmingsvlak.

4

Bestemmingsplan "Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo" (ontwerp)

1.10

Bestemmingsvlak

Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.11

Bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.12

Bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.13

Bouwperceelgrens

De grens van een bouwperceel. 1.14

Bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.15

Bouwwerk

Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.16

Gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk door één of meer wanden omsloten ruimte vormt. 1.17

Kantine

Een verblijflokaal als ondergeschikt onderdeel van een gebouw waar dranken worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie worden bereid en verstrekt. 1.18

Ondergeschikte horeca

Niet-zelfstandige horeca, uitsluitend zijnde horeca die wordt of is gerealiseerd binnen een andere hoofdfunctie en daar naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan is. 1.19

Overkapping

Een dakconstructie vrijstaand met maximaal één wand dan wel aan maximaal één zijde begrensd door de gevel van een belendend gebouw.

Bestemmingsplan "Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo" (ontwerp)

5

1.20

Parkeergelegenheid/parkeervoorzieningen

Elke stallingsgelegenheid op zowel openbaar als particulier terrein ten behoeve van een motorvoertuig op méér dan twee wielen. 1.21

Parkeren

Het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen. 1.22

Water

Al het oppervlakte water zoals sloten, greppels, (infiltraties)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen.Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 1.23

Waterhuishoudkundige voorzieningen

Voorzieningen, die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit.

6

Bestemmingsplan "Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo" (ontwerp)

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

De bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.2

De dakhelling

Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.3

De goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.4

De inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.5

De oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6

De afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens

Tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 2.7

Peil

a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein.

Bestemmingsplan "Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo" (ontwerp)

7

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Sport

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Sportvoorzieningen die zijn genoemd in de als bijlage opgenomen Lijst van sportvoorzieningen onder de categorieën 1, 2 en 3.1; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - gildeterrein' tevens een gildeterrein; c. de aan sub a en b ondergeschikte horecavoorzieningen; Met de daarbij behorende: d. sanitaire voorzieningen; e. opslagruimte; f. dugouts; g. kleedruimten; h. tribunes; i. terrasvoorzieningen; j. wegen en paden; k. parkeervoorzieningen; l. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; m. groenvoorzieningen; n. voorzieningen van algemeen nut; o. tuinen en erven; p. evenementen. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen

Op of in de in 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd. 3.2.2

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, met uitzondering van het bepaalde in sub c; b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; c. gebouwen en overkappingen mogen buiten het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat het maximale oppervlak 1% bedraagt te berekenen over het bouwperceel en de afstand tot openbaar gebied ten minste 5 m¹ bedraagt; d. de goothoogte van gebouwen en overkappingen binnen het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 3,5 meter, tenzij op de verbeelding een andere goothoogte staat aangeduid, dan geldt deze maatvoering; e. de bouwhoogte van gebouwen en overkappingen binnen het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 7 meter, tenzij op de verbeelding een andere bouwhoogte staat aangeduid, dan geldt deze maatvoering; f. de bouwhoogte van gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 3,5 meter;

8

Bestemmingsplan "Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo" (ontwerp)

3.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e. f.

de hoogte van hekwerken mag niet meer dan 2 m¹ bedragen; de hoogte van tribunes mag niet meer dan 6 m¹ bedragen; de hoogte van ballenvangers mag niet meer dan 12 m¹ bedragen; de hoogte van lichtmasten mag niet meer dan 15 m¹ bedragen; de hoogte van de andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 m¹ bedragen; in aanvulling van het bepaalde onder sub a t/m e geldt voor gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - gildeterrein', het volgende: 1. kruisboogbomen zijn uitsluitend toegestaan op de in figuur 1 afgebeelde posities, met een maximale hoogte van 12,5 meter; 2. schutsbomen met kogelvangers zijn uitsluitend toegestaan op de in figuur 1 afgebeelde posities, met een maximale hoogte van 17,5 meter; 3. een luchtbuksbaan is uitsluitend toegestaan op de in figuur 1 afgebeelde positie.

Bestemmingsplan "Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo" (ontwerp)

9

3.2.4

Ondergronds bouwen

Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. Op plaatsen waar gebouwen zijn of gelijktijdig worden gebouwd mag eveneens ondergronds gebouwd worden, direct aansluitend mogen in- dan wel uitritten ten behoeve van de ondergrondse bouwwerken worden gebouwd. b. De verticale diepte mag bij ondergronds bouwen niet meer bedragen dan 3,5 m. 3.3

Specifieke gebruiksregels

3.3.1

Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. gebruik van gronden en gebouwen ten behoeve van padel; 3.3.2

Voorwaardelijke verplichting waterberging

Het gebruiken van gronden en bouwwerken conform de bestemming 'Sport', is uitsluitend toegestaan indien: a. bij een aanvraag omgevingsvergunning aangetoond is dat de toename van de afvoer van afstromend regenwater ten gevolge van bouw, herbouw en/of een toename van verhard oppervlak voldoende gecompenseerd wordt conform hetgeen hierover in het gemeentelijk rioleringsplan is opgenomen; b. Van voldoende compensatie is in elk geval sprake indien op eigen terrein wordt voorzien in een voorziening voor de berging van hemelwater met een capaciteit van ten minste 60 mm3 per m2 verhard oppervlak en deze voorziening duurzaam in stand wordt gehouden. 3.4

Afwijken van de gebruiksregels

3.4.1

Sportvoorziening niet opgenomen in de Lijst van sportvoorzieningen

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van 3.1 sub a en 3.3.1, ten behoeve van sportvoorzieningen welke niet genoemd zijn in de Lijst van sportvoorzieningen, onder de volgende voorwaarden: a. er mag geen sprake zijn van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen; b. er dient aangetoond te zijn dat het een sportvoorziening is die naar aard en invloed gelijk te stellen is aan een sportvoorziening in categorie 1 t/m 3.1; c. de sportvoorziening leidt niet tot een ovenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de ontsluitende weg(en); d. voldoende parkeergelegenheid aanwezig is. 3.4.2

Sportvoorzieningen categorie 3.2 en 4.1

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van 3.1 sub a en 3.3.1, ten behoeve van sportvoorzieningen van categorie 3.2 of 4.1 zoals genoemd in de Lijst van sportvoorzieningen onder de volgende voorwaarden: a. er mag geen sprake zijn van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen al dan niet na het treffen en instandhouden van maatregelen; b. de sportvoorziening leidt niet tot een ovenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de ontsluitende weg(en); c. voldoende parkeergelegenheid aanwezig is.

10

Bestemmingsplan "Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo" (ontwerp)

Artikel 4 4.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer'aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

wegen, straten en paden; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen en bermen; nutsvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging en waterlopen.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Algemeen

In of op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. bouwwerken, geen gebouw zijnde. 4.2.2

Bouwwerk, geen gebouw zijnde

De bouwhoogte bedraagt maximaal: a. van kunstobjecten, palen en masten, inclusief voorzieningen voor de verkeersbegeleiding 9 m; b. van speelvoorzieningen 5 m; c. van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, 3 m; 4.3

Specifieke gebruiksregels

4.3.1

Voorwaardelijke verplichting waterberging

Het gebruiken van gronden en bouwwerken conform de bestemming 'Verkeer', is uitsluitend toegestaan indien: a. bij een aanvraag omgevingsvergunning aangetoond is dat de toename van de afvoer van afstromend regenwater ten gevolge van bouw, herbouw en/of een toename van verhard oppervlak voldoende gecompenseerd wordt conform hetgeen hierover in het gemeentelijk rioleringsplan is opgenomen; b. Van voldoende compensatie is in elk geval sprake indien op eigen terrein wordt voorzien in een voorziening voor de berging van hemelwater met een capaciteit van ten minste 60 mm3 per m2 verhard oppervlak en deze voorziening duurzaam in stand wordt gehouden.

Bestemmingsplan "Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo" (ontwerp)

11

Artikel 5 5.1

Waarde - Archeologie 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. 5.2

Bouwregels

Het is niet toegestaan te bouwen, met uitzondering van: a. de verbouw en/of nieuwbouw van bestaande gebouwen, voor zover bij de bouw de bestaande oppervlakte van het gebouw niet wordt vergroot of ruimtelijk gewijzigd en voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,3 m ten opzichte van het maaiveld; b. de bouw van een bijgebouw van of uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw met een oppervlakte van niet meer dan 100 m²; c. bouwwerken ten dienste van de in deze bestemming genoemde functies en ten dienste van overige aan deze gronden toegekende bestemmingen, voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,3 m ten opzichte van het maaiveld, voor zover de oppervlakte niet meer dan 100 m² bedraagt. 5.3

Afwijken van de bouwregels

a. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 5.2 voor bouwwerken ten behoeve van samenvallende bestemmingen, indien en voor zover: 1. met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat archeologische waarden daarmee niet onevenredig worden geschaad; 2. in voldoende mate is gegarandeerd dat de middels archeologisch onderzoek vastgestelde archeologische waarden worden veiliggesteld door technische maatregelen of een archeologische opgraving. b. In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen aan de omgevingsvergunning de volgende verplichtingen worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. c. Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld sub a wordt verleend, wordt archeologisch advies ingewonnen. 5.4

Omgevingsvergunning voor het aanleggen

5.4.1

Werken en werkzaamheden

a. Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 1' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het aanleggen de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren, over een oppervlakte van 100 m² of meer: 1. het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,3 m onder maaiveld, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; 2. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; 3. het ophogen en egaliseren van gronden; 4. het verlagen van het waterpeil;

12

Bestemmingsplan "Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo" (ontwerp)

5. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; 6. het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers en andere wateren; 7. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; 8. het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies; 9. het slopen van gebouwen en het verwijderen van funderingen waarbij grondroering plaatsvindt dieper dan 0,3 m dan maaiveld. b. De in sub a genoemde omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden over een oppervlakte van minder dan 100 m² geldt niet indien voor de datum van voorgenomen werken of werkzaamheden een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouwregels of voor het aanleggen is verleend voor aangrenzende terreinen of terreinen op een afstand van minder dan 25 m van het onderhavige terrein. 5.4.2

Uitzonderingen

Het in 5.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. in het kader van archeologisch onderzoek en he tdoen van opgravingen, mits verricht door een terzake deskundige; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen. 5.4.3

Toelaatbaarheid

De in lid 5.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend: a. indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer archeologische waarden van de betreffende gronden, niet b. onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind; c. indien door vooraf door aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie is overgelegd waaruit blijkt dat in de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld dat: 1. de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of 2. er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of 3. de archeologische waarden hierdoor niet of niet onevenredig worden geschaad. d. indien het niet mogelijk is de middels archeologisch onderzoek vastgestelde aanwezige archeologische waarden geheel of gedeeltelijk te behouden, wordt aan de omgevingsvergunning de voorwaarde verbonden dat voorafgaand aan het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden een archeologische opgraving zal plaatsvinden of dat een archeologische begeleiding zal plaatsvinde; e.

nadat het bevoegd gezag advies heeft ingewonnen bij een door hen aan te wijzen ter zake deskundige.

Bestemmingsplan "Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo" (ontwerp)

13

Artikel 6 6.1

Waarde - Archeologie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 3' (Waarde - Archeologie hoog, esdek) aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. 6.2

Bouwregels

Het is niet toegestaan te bouwen, met uitzondering van: a. de verbouw en/of nieuwbouw van bestaande gebouwen, voor zover bij de bouw de bestaande oppervlakte van het gebouw niet wordt vergroot of ruimtelijk gewijzigd en voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,5 m ten opzichte van het maaiveld; b. de bouw van een bijgebouw van of uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw met een oppervlakte van niet meer dan 500 m²; c. bouwwerken ten dienste van de in deze bestemming genoemde functies en ten dienste van overige aan deze gronden toegekende bestemmingen, voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,5 m ten opzichte van het maaiveld, voor zover de oppervlakte niet meer dan 500 m² bedraagt. 6.3

Afwijken van de bouwregels

a. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 6.2 voor bouwwerken ten behoeve van samenvallende bestemmingen, indien en voor zover: 1. met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat archeologische waarden daarmee niet onevenredig worden geschaad; 2. in voldoende mate is gegarandeerd dat de middels archeologisch onderzoek vastgestelde archeologische waarden worden veiliggesteld door technische maatregelen of een archeologische opgraving. b. In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen aan de omgevingsvergunning de volgende verplichtingen worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. c. Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld sub a wordt verleend, wordt archeologisch advies ingewonnen. 6.4

Omgevingsvergunning voor het aanleggen

6.4.1

Werken en werkzaamheden

a. Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het aanleggen de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren, over een oppervlakte van 500 m² of meer: 1. het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,5 m onder maaiveld, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; 2. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; 3. het ophogen en egaliseren van gronden; 4. het verlagen van het waterpeil;

14

Bestemmingsplan "Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo" (ontwerp)

5. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; 6. het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers en andere wateren; 7. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; 8. het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies; 9. het slopen van gebouwen en het verwijderen van funderingen waarbij grondroering plaatsvindt dieper dan 0,5 m dan maaiveld. b. De in sub a genoemde omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden over een oppervlakte van minder dan 500 m² geldt niet indien voor de datum van voorgenomen werken of werkzaamheden een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouwregels of voor het aanleggen is verleend voor aangrenzende terreinen of terreinen op een afstand van minder dan 25 m van het onderhavige terrein. 6.4.2

Uitzonderingen

Het in 6.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. in het kader van archeologisch onderzoek en he tdoen van opgravingen, mits verricht door een terzake deskundige; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen 6.4.3

Toelaatbaarheid

De in lid 6.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend: a. indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer archeologische waarden van de betreffende gronden, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind; b. indien door vooraf door aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie is overgelegd waaruit blijkt dat in de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld dat: 1. de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of 2. er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of 3. de archeologische waarden hierdoor niet of niet onevenredig worden geschaad. c. indien het niet mogelijk is de middels archeologisch onderzoek vastgestelde aanwezige archeologische waarden geheel of gedeeltelijk te behouden, wordt aan de omgevingsvergunning de voorwaarde verbonden dat voorafgaand aan het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden een archeologische opgraving zal plaatsvinden of dat een archeologische begeleiding zal plaatsvinde; d.

nadat het bevoegd gezag advies heeft ingewonnen bij een door hen aan te wijzen ter zake deskundige.

Bestemmingsplan "Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo" (ontwerp)

15

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

16

Bestemmingsplan "Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo" (ontwerp)

Artikel 8 8.1

Algemene bouwregels

Bestaande afwijkende maatvoering

In die gevallen, dat de (goot)hoogte, de oppervlakte, de inhoud, een bebouwingspercentage en/of de afstand tot de weg of perceelsgrenzen, en andere maten, van een bouwwerk dat aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, voor in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet tot stand gekomen, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan: a. minder bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die bestaande maatvoering in afwijking daarvan als minimaal toegestaan; b. meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die bestaande maatvoering in afwijking daarvan als maximaal toegestaan.

Bestemmingsplan "Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo" (ontwerp)

17

Artikel 9 9.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie; b. het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige dan wel afhankelijke woonruimte.

18

Bestemmingsplan "Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo" (ontwerp)

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

Het bevoegd gezag kan mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a. de in deze regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, met uitzondering van de inhoud van burgerwoningen; b. de bestemmingsregels en voor het bouwen met een geringe mate van afwijking van de plaats en richting van de bestemmingsgrenzen indien dit noodzakelijk is in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden ten opzichte van de feitelijke situatie of in die gevallen waar een rationele verkaveling van de gronden een geringe afwijking vergt; c. de bestemmingsregels en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits: 1. de oppervlakte per gebouwtje niet meer dan 20 m² zal bedragen; 2. de bouwhoogte niet meer dan 3,5 m zal bedragen; d. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot: 1.

ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 20 m; 2. ten behoeve van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 10 m. e. de bestemmingsregels ten aanzien van het slopen van cultuurhistorische waardevolle bebouwing ter plaatse van de aanduiding ‘cultuurhistorische waarden’, en toestaan dat deze bebouwing wordt gesloopt.

Bestemmingsplan "Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo" (ontwerp)

19

Artikel 11

Algemene wijzigingsregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door: a. de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie 1’, ‘Waarde - Archeologie 2’, ‘Waarde - Archeologie 3’, ‘Waarde - Archeologie 4’ of ‘Waarde - Archeologie 5’ geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. aan gronden alsnog de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie 1’, ‘Waarde - Archeologie 2’, ‘Waarde - Archeologie 3’, ‘Waarde - Archeologie 4’ of ‘Waarde - Archeologie 5’ toe te kennen indien uit aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek blijkt dat de begrenzing van de gronden met deze medebestemming, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.

20

Bestemmingsplan "Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo" (ontwerp)

Hoofdstuk 4 Artikel 12 12.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Bestemmingsplan "Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo" (ontwerp)

21

Artikel 13

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo'.

22

Bestemmingsplan "Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo" (ontwerp)

Bijlagen bij regels

Bestemmingsplan "Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo" (ontwerp)

3

Bijlage 1 Lijst van sportvoorzieningen

4

Bestemmingsplan "Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo" (ontwerp)

Lijst van sportvoorzieningen

SBI 2008 931 H

Omschrijving

Geur

Stof

Geluid

Gevaar

Categorie

0

Grootste afstand 10

Golfbanen

0

0

10

931.2

Schietinrichtingen binnenbanen: boogbanen

0

0

0

10

10

1

931.11

Schietinrichtingen buitenbanen met voorzieningen: boogbanen

0

0

30

30

30

2

931 F

Sportscholen, gymnastiekzalen

0

0

30

0

30

2

931 A

Sporthallen

0

0

50

0

50

3.1

931 F

Tennisbanen (met verlichting)

0

0

50

0

50

3.1

931 G

Veldsportcomplex (met verlichting)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=007dd41f-ed10-45ca-b5b2-505c9e44f2b1