Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo
Tekst van het document
Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo Gemeente Geldrop-Mierlo Concept
colofon
projectnaam Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo datum 31 oktober 2023 projectnummer P05396 IMRO-identificatienummer NL.IMRO.1771.BPSportparkOudvenON01 opdrachtgever Gemeente Geldrop-Mierlo Concept 5 juli 2023 Ontwerp 31 oktober 2023 Vaststelling
BRO projectleider JRi projectteam MvDn bron kaft BRO
Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl
Toelichting
Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo
41
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
5 6 8 9
Planbeschrijving
10
2.1 2.2 2.3
Huidige situatie Toekomstige situatie Verkeer en parkeren
10 10 10
2.3.1 2.3.2
10 11
Parkeren Verkeersgeneratie
Beleidskader
12
3.1
Rijksbeleid
12
3.1.1 3.1.2 3.1.3
12 13 13
3.2 3.3
4
Aanleiding Plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
Nationale Omgevingsvisie Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking
Provinciaal beleid
14
3.2.1 3.2.2
14 14
Omgevingsvisie Noord-Brabant Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
Gemeentelijk beleid
16
3.3.1 3.3.2 3.3.3
16 17 17
Omgevingsvisie Geldrop-Mierlo 2040 Structuurvisie Sportpark Oudven en omgeving Sportvisie
Omgevingsaspecten
19
4.1
M.e.r.-beoordeling
19
4.1.1 4.1.2
19 19
4.2
4.3
4.4
4.5
4.6
4.7
Toetsingskader Conclusie
Archeologie
19
4.2.1 4.2.2 4.2.3
19 20 20
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Cultuurhistorie
20
4.3.1 4.3.2 4.3.3
20 20 21
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Flora en fauna
21
4.4.1 4.4.2 4.4.3
21 21 23
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Waterparagraaf
23
4.5.1 4.5.2 4.5.3
23 25 26
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Bodem
26
4.6.1 4.6.2 4.6.3
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
26 26 26
Bedrijven en milieuzonering
26
4.7.1
26
Toetsingskader
Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo
3
4.7.2 4.7.3
4.8
4.9
Onderzoek Conclusie
Wegverkeerslawaai
29
4.8.1 4.8.2 4.8.3
29 30 30
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Luchtkwaliteit
30
4.9.1 4.9.2 4.9.3
30 30 30
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
4.10 Externe veiligheid 4.10.1 4.10.2 4.10.3
5
6
27 29
30
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
30 31 32
4.11 Kabels en leidingen
33
Juridische planopzet
34
5.1 5.2 5.3
34 34 36
Inleiding Plansystematiek Bestemmingen
Uitvoerbaarheid
38
6.1 6.2
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
38 38
6.2.1 6.2.2 6.2.3
38 38 39
Vooroverleg Inspraak Vaststellingsprocedure
Separate bijlagen: Bijlage 1: Stikstofonderzoek Bijlage 2: Quickscan Flora en Fauna Bijlage 3: Aanvullend onderzoek uilen en vleermuizen Bijlage 4: Advies externe veiligheid
Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo
4
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
In het noorden van de kern Mierlo, gemeente Geldrop-Mierlo is aan de Oudvensestraat een sportpark gelegen. Het sportpark bestaat uit een hockeyclub, korfbalvereniging, atletiekvereniging en een gilde. De hockeyclub heeft een eigen clubgebouw. De korfbalvereniging en atletiekvereniging delen een clubgebouw. Voor het gilde is er een afzonderlijk clubgebouw aanwezig. Het bestaande sportpark met de hockeyclub, korfbalvereniging, atletiekvereniging en gilde blijft bestaan. Het voornemen bestaat om een nieuw clubgebouw voor de hockeyclub te realiseren. Het nieuwe clubgebouw komt op de huidige locatie te staan. Ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Geldrop-Mierlo’ het vigerend bestemmingsplan. In de regels is opgenomen dat gebouwen uitsluitend binnen het aangeduide bouwvlak mogen worden gebouwd, echter is er op de verbeelding geen bouwvlak opgenomen. Dit is een omissie in het huidige bestemmingsplan. De gemeente Geldrop-Mierlo is daarom voornemens om een nieuw bestemmingsplan op te stellen waarbij grotendeels wordt uitgegaan van de bestaande feitelijke situatie en waarmee wordt geregeld dat zowel bestaande als nieuwe gebouwen binnen een bouwvlak zijn/worden gerealiseerd. Het bestaande sportpark wordt richting de zuidzijde uitgebreid, voor deze uitbreiding wordt een separaat bestemmingsplan opgesteld.
Figuur 1 toont het onderscheid tussen de twee plangebieden. Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op plangebied A.
Plangebied A
Plangebied B
Figuur 1: Globale aanduiding plangebied A en B Sportpark Oudvensestraat
Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo
5
Het plangebied is gelegen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Geldrop-Mierlo’ van gemeente GeldropMierlo, zoals vastgesteld op 8 november 2010. Het plangebied kent op basis van het geldende bestemmingsplan de enkelbestemming ‘Sport’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van sport – 03’. Volgens het bestemmingsplan is het maximale toegestane bebouwingsoppervlakte 600 m 2. In de huidige situatie is er meer bebouwing aanwezig dan 600 m 2. Er dient een bestemmingsplan in procedure gebracht te worden, waarin aangetoond wordt dat het initiatief op de verschillende relevante onderdelen haalbaar is en dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het nieuw juridisch-planologisch kader voor het plangebied.
1.2
Plangebied
Het plangebied is gelegen ten noorden van de kern Mierlo, tegen het Eindhovens Kanaal. Het plangebied staat kadastraal bekend als (ged.) gemeente Mierlo, sectie L, nummer 1661 en gemeente Mierlo, sectie L, nummer 1660 en (ged.) gemeente Mierlo, sectie L, nummer 359. In totaal heeft het plangebied een oppervlakte van ca. 40.000 m2. Figuur 2 en 3 tonen de globale ligging en begrenzing van het plangebied. De exacte begrenzing volgt uit de verbeelding.
Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo
6
Figuur 2: Globale aanduiding voorgenomen plangebied (Bron: PDOK Viewer)
Helmond
Mierlo
Figuur 3: Globale aanduiding voorgenomen plangebied (Bron: PDOK Viewer)
Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo
7
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Geldrop-Mierlo’ het vigerend bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van Geldrop-Mierlo 8 november 2010. De planlocatie kent op basis van geldende bestemmingsplan de enkelbestemming ‘Sport’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van sport – 03’. Daarnaast geldt de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 3’ en ‘Waarde-Archeologie 1’. Tevens is de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone-extensiveringsgebied’ geldend. Volgens het bestemmingsplan is het maximale toegestane bebouwingsoppervlakte 600 m 2 en geldt een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3 meter en 6 meter. In de regels is opgenomen dat gebouwen uitsluitend binnen het aangeduide bouwvlak mogen worden gebouwd, echter is er op de verbeelding geen bouwvlak opgenomen. Dit is een omissie in het huidige bestemmingsplan. In het noordoostelijk gedeelte van het plangebied is de omgevingsvergunning ‘Gildeterrein Oudvensestraat 9b Mierlo’ geldend. Deze omgevingsvergunning is vastgesteld op 26 januari 2015. Met deze vergunning is de bouw van een gildelokaal mogelijk gemaakt met een oppervlakte van 116,5 m 2. Daarnaast is het realiseren van kruisboogbomen en schutsbomen met kogelvangers met een hoogte van respectievelijk van 12,5 meter en 17,5 meter mogelijk gemaakt.
Figuur 4 Uitsnede geldend bestemmingsplan ‘Buitengebied Geldrop-Mierlo’ met blauw omlijnd het besluitvlak van de Omgevingsvergunning ‘Gildeterrein Oudvensestraat 9b Mierlo’ (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo
8
Figuur 5 Uitsnede geldend bestemmingsplan ‘Mierlo’ bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Daarnaast geldt voor een klein gedeelte van het plangebied het bestemmingsplan ‘Mierlo’, zoals vastgesteld op 10 november 2008. Voor het gedeelte van het plangebied geldt op basis van dit bestemmingsplan de bestemming ‘Verkeersdoeleinden’. Voorliggend bestemmingsplan stelt de nieuwe planologisch-juridische kaders voor het plangebied en vormt de partiële herziening van het vigerende bestemmingsplan.
1.4
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van het plan is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse omgevingsaspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. In het laatste hoofdstuk komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.
Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo
9
2
Planbeschrijving
2.1
Huidige situatie
In de huidige situatie is er een sportpark aanwezig met een hockeyclub, korfbalvereniging, atletiekvereniging en een gilde. De hockeyclub heeft een eigen clubgebouw. De korfbalvereniging en atletiekvereniging delen een clubgebouw. Voor het gilde is er een afzonderlijk clubgebouw aanwezig. Het sportpark bestaat uit 3 hockeyvelden, waarop ook gekorfbald wordt en 1 lopersbaan van asfalt rondom een hockeyveld. In het noorden van het terrein heeft het gilde sportvelden. Aan de oostzijde van het plangebied is aansluitend op de Oudvensestraat een parkeerterrein aanwezig. Ten noorden van het plangebied is het Eindhovens Kanaal gelegen. Ten westen van het plangebied is de woonwijk Groot Luchen in ontwikkeling. Aan de oostzijde is een gemengd bedrijventerrein met bedrijfswoningen gelegen.
2.2
Toekomstige situatie
Voorliggend planinitiatief voorziet in een nieuw bestemmingsplan waarmee alle bestaande bebouwing wordt gelegaliseerd. De mogelijkheid wordt opgenomen om een nieuw clubgebouw te realiseren voor de hockeyclub. De met de omgevingsvergunning ‘Gildeterrein Oudvensestraat 9b Mierlo’ (vastgesteld op 26 januari 2015) toegestane bouw- en gebruiksmogelijkheden worden tevens opgenomen in het bestemmingsplan. Het bestaande gildelokaal en de bestaande kruisboogbomen en schutsbomen met kogelvangers worden opgenomen in het bestemmingsplan. Het clubgebouw voor de korfbalvereniging en atletiekvereniging wordt eveneens opgenomen in het bestemmingsplan.
2.3
Verkeer en parkeren
Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op de parkeervraag en het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen op treden en of dit een effect heeft op de verkeersgeneratie en de parkeervraag. 2.3.1
Parkeren
De gemeente Geldrop-Mierlo heeft haar parkeerbeleid geregeld middels het ‘Parapluplan Parkeren GeldropMierlo’ (vastgesteld juni 2019) ‘Parkeervisie Geldrop-Mierlo (vastgesteld juli 2022) en de ‘Nota Parkeernormen Geldrop-Mierlo’ (vastgesteld november 2022). De parkeernormen die zijn opgenomen in het parkeerbeleid zijn afgeleid uit de meest recente landelijke richtlijn van het CROW. De ‘Nota Parkeernormen Geldrop-Mierlo’ stelt dat voor iedere nieuwe ruimtelijke ontwikkeling het parkeren opgelost dient te worden volgens het in de nota opgenomen stappenplan. De gemeente Geldrop-Mierlo hanteert voor de toepassing van parkeernormen een vast stappenplan. Het stappenplan kan worden gezien als een rekensom. Met behulp van parkeernormen wordt de normatieve parkeerbehoefte bepaald. Vervolgens wordt op deze uitkomst de parkeerbehoefte van eventuele bestaande functies in mindering gebracht (salderen). Op deze uitkomst kan door de initiatiefnemer een mobiliteitscorrectie in mindering worden gebracht. Het resultaat dat hieruit volgt is de vastgestelde parkeerbehoefte van de ruimtelijke ontwikkeling. Bij voorliggend plan is er geen sprake van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. In de huidige situatie is er immers reeds sprake van een sportpark en er worden ten opzichte van de bestaande feitelijke situatie geen nieuwe sportontwikkelingen mogelijk gemaakt.
Er zou in principe niet gekeken hoeven te worden naar de
Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo
10
parkeerbehoefte omdat er sprake is van een bestaande situatie. Volledigheidshalve is er met toepassing van de actuele ‘Nota Parkeernormen Geldrop-Mierlo’ toch een berekening gemaakt van de parkeerbehoefte voor het bestaande sportpark. Onderstaand wordt nader ingegaan op de parkeerbehoefte van het bestaande sportpark en de parkeeroplossing. Op basis van de ‘Nota Parkeernormen Geldrop-Mierlo’ geldt er in het buitengebied van Mierlo een parkeernorm van 20,0 per hectare netto terrein. Als netto terrein wordt gerekend 3 hockeyvelden van ieder ca. 5.775 m2, in totaal 17.325 m2. Een atletiekbaan van ca. 1.600 m 2. En een gildeterrein van 4.500 m 2. In totaal komt het netto terrein hiermee op 23.425 m2. De benodigde parkeerplaatsen komt hiermee op 46,85 (afgerond 47) parkeerplaatsen. In de huidige situatie is er reeds een parkeerterrein aanwezig voor 41 parkeerplaatsen. Conform de actuele parkeernormen in de ‘Nota Parkeernormen Geldrop-Mierlo’ is er een tekort van 6 parkeerplaatsen. In de toekomstige situatie wordt er een nieuw hockeyclubgebouw gerealiseerd. Daarbij wordt het huidige parkeerterrein heringericht en geoptimaliseerd zodat er meer parkeerplaatsen kunnen worden gerealiseerd voor het bestaande sportpark. Het parkeerterrein wordt uitgebreid met een strook grond parallel aan de Oudvensestraat.
Hiermee wordt er ruimte gecreëerd om 47 parkeerplaatsen in te passen op het parkeerterrein zodat er in de toekomstige situatie voldaan wordt aan de ‘Nota Parkeernormen Geldrop-Mierlo’. Fietsparkeren Zoals bovenstaand reeds vermeld is er bij het voorliggende plan geen sprake van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Op basis van de ‘Nota Parkeernormen Geldrop-Mierlo’ is een berekening gemaakt van het aantal benodigde fietsparkeerplaatsen. Ten behoeve van fietsparkeren zijn minimaal 30 fietsparkeerplaatsen per hectare netto terrein benodigd. Voor 23.425 m2 netto terrein zijn er dus 70,28 (afgerond 71) fietsparkeerplaatsen benodigd. Naast het clubgebouw is er in de huidige en toekomstige situatie een grote fietsenstalling aanwezig waar kan worden voorzien in het benodigde aantal fietsparkeerplaatsen. Er wordt bekeken of het mogelijk is om meer fietsparkeerplaatsen te realiseren dan de minimumnorm van 71 fietsparkeerplaatsen om het fietsgebruik te stimuleren. 2.3.2
Verkeersgeneratie
Om te bepalen wat de effecten van het plan op de verkeersaantrekkende werking van het plangebied zijn, kan gebruik worden gemaakt van de CROW-kengetallen (publicatie 381). Deze kengetallen geven een indicatie van de met het plan gepaard gaande extra verkeersgeneratie. Het CROW heeft geen kentallen voor verkeersgeneratie van sportvelden, maar wel een parkeerkencijfer voor sportvelden dat omgerekend kan worden naar verkeersgeneratie. Het maximum parkeerkencijfer bedraagt, conform de ‘Nota Parkeernormen Geldrop-Mierlo’ 20 parkeerplaatsen per hectare netto terrein. Uitgaande van twee ritten per auto (heen en terug) en een turnover 1 van twee, resulteert dit in (20*2*2) = 80 motorvoertuigbewegingen per netto hectare. Het netto terrein van het bestaande sportpark is in paragraaf 2.3.1 berekend op 23.425 m2. Dit betekent dat het aantal verkeersbewegingen van het bestaande sportveld neerkomt op 2,3425 * 80 = 187,4 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Echter is er in de huidige situatie reeds sprake van een sportpark, er worden ten opzichte van de bestaande feitelijke situatie geen nieuwe sportontwikkelingen mogelijk gemaakt, daarom is er geen sprake van een toename aan verkeersbewegingen.
1
Een turnover van 2 houdt in dat een parkeerplaats 2x per periode bezet wordt.
Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo
11
3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2024, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Welke per 11 september 2020 in werking is getreden. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. In het kader van de nahangprocedure kunnen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) nog opmerkingen en wensen van de Tweede Kamer worden verwerkt. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet (staat nu gepland voor 1 januari 2024) komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met ambities. Ook worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving.
Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio's; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen.
Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. combineren boven enkelvoudig; 2. kenmerken & identiteit; 3. afwentelen voorkomen. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om
Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo
12
nationale aandacht, welke ‘nationale belangen’ genoemd worden. De NOVI richt zich op 21 nationale belangen. Deze worden geografisch weergegeven via de Nationale hoofdstructuur. De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen. Hierdoor kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Doorwerking plangebied De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen. Hierdoor kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Het onderhavige plan omvat geen ontwikkelingen die in strijd zijn met de nationale belangen en waar de NOVI op van invloed is. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Omgevingsvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de NOVI die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Barro. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. In de NOVI wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerking plangebied Zoals al in voorgaande paragraaf bij de NOVI is aangegeven, is er geen sprake van nationale belangen in het plangebied en voor de voorgestane ontwikkelingen. Het Barro bevat daarom ook geen kaderstellende uitspraken voor het plangebied.
3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn. 2 Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke
2
O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).
Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo
13
ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied In de huidige situatie is er sprake van een sportpark en dit verandert met de toekomstige situatie niet. Ook is er met dit bestemmingsplan geen sprake nieuwe ontwikkelingen of van een uitbreiding van het sportpark. De oppervlakte van het huidige sportpark blijft ongewijzigd. De ladder voor duurzame verstedelijking hoeft niet te worden doorlopen.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant
Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Doorwerking plangebied Het planvoornemen heeft geen invloed op de vier opgestelde ambities. Wel moet deze ontwikkeling in lijn zijn met de basisopgave waarin een veilige, gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit centraal staan. In hoofdstuk 4 wordt onderbouwd waarom de beoogde ontwikkeling geen negatieve invloed heeft op deze drie aspecten en waarom deze aspecten anderzijds geen belemmering vormen voor de ontwikkeling zelf. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de omgevingsvisie Noord-Brabant geen belemmering vormt voor onderhavig plan. 3.2.2
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening vastgesteld, deze is in april 2022 geactualiseerd en in augustus 2023 voor de laatste keer geconsolideerd. De Interim Omgevingsverordening vormt het toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant. De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is er gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een interim Omgevingsverordening. Het is een ‘interim’ Omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim Omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening nog niet allemaal zijn verwerkt in de Interim Omgevingsverordening. De Interim Omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening Ruimte 2014. De verordening bestaat uit kaartmateriaal en regels waarmee gemeenten rekening moeten houden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Doorwerking plangebied Het plangebied is volgens de bijbehorende kaart gelegen binnen ‘stedelijk gebied’ en ‘concentratiegebied’.
Daarnaast gelden de werkingsgebieden ‘verbod uitbreiding veehouderij’ en ‘stalderingsgebied’. Met onderhavige ontwikkeling is er geen sprake van de bouw van een dierenverblijf voor hokdieren of een veehouderij, derhalve hebben de aanduidingen ‘verbod uitbreiding veehouderij’ en ‘Stalderingsgebied’ geen gevolgen.
Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo
14
Figuur 6 Uitsnede Interim Omgevingsverordening (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Het plangebied is gelegen in het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ en ‘Concentratiegebied’, zie figuur 6. Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a) de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b) het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a) bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b) bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c) geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d) houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e) geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f)
draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie.
Met de partiele herziening van het bestemmingsplan is er geen sprake van een nieuwe ontwikkeling. Het gaat om een bestaand sportpark waarvoor het bestemmingsplan wordt herzien en waarmee wordt geregeld dat er bouwvlakken worden opgenomen voor de bestaande bebouwing en voor de realisatie van een nieuw hockeyclubgebouw. Met voorliggende plantoelichting wordt aangetoond dat er sprake is van een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik want het gaat om een be-
Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo
15
staand sportpark. Nieuwe bebouwing zal gasloos worden gebouwd. Er wordt rekening gehouden met de waterberging, zie paragraaf 4.5. Bezoekers van het sportpark bepalen zelf met welk vervoer ze komen, er wordt ruimte gegeven aan voldoende fietsparkeerplaatsen en er wordt onderzocht of er laadpaal kan worden geplaatst. Het planvoornemen voldoet aan de regels van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Geldrop-Mierlo 2040
De gemeenteraad van gemeente Geldrop-Mierlo heeft op 6 februari 2023 de Omgevingsvisie Geldrop-Mierlo 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie is de integrale strategische visie voor de fysieke leefomgeving. Met deze visie wordt de koers uitgezet voor de lange termijn. Een koers waarmee antwoord wordt gegeven op de dynamiek in de samenleving en de trends die op ons afkomen. Er zijn zes speerpunten uitgewerkt. In 2042 is Geldrop-Mierlo een groene woongemeente en ziet de leefomgeving in Geldrop-Mierlo er in grote lijnen als volgt uit: 1) duurzaam verbonden in de regio; 2) doorlopend groen; 3) een stralend middelpunt (in Geldrop en Mierlo); 4) naar groene sociale wijken; 5) naar een multifunctioneel buitengebied; 6) versterken economische kracht. De gemeente is trots op de kwaliteit van de sport- en maatschappelijke voorzieningen die er zijn. Ook in de toekomst wordt ingezet op een hoge kwaliteit. Doorwerking plangebied In de Omgevingsvisie wordt niet heel gedetailleerd ingegaan op het thema sport. Wel is het deelgebied ‘De Gulbergen’ aangewezen om door te ontwikkelen tot een sport- en recreatiegebied van regionale allure. In figuur 7 is het plangebied gearceerd en aangrenzend gelegen aan De Gulbergen. Een sportpark is op deze locatie dus een passende voorziening. Bovendien is er in de huidige situatie al sprake van een bestaand sportpark en betreft het dus geen nieuwe ontwikkeling.
Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo
16
Figuur 7 Uitsnede Kaart Recreatieve plekken (bron: Omgevingsvisie Geldrop-Mierlo 2040
3.3.2
Structuurvisie Sportpark Oudven en omgeving
Op 27 september 2021 is de Structuurvisie Sportpark Oudven en omgeving vastgesteld door de gemeenteraad van Geldrop-Mierlo. Deze structuurvisie heeft voornamelijk betrekking op de uitbreiding van het bestaande sportpark Oudven richting het zuiden. Wel wordt er in deze structuurvisie expliciet vanuit gegaan dat het huidige sportpark behouden blijft. Het is de bedoeling om het gebied Oudvensestraat en omgeving (Mierlo) voornamelijk een sportfunctie krijgt. Naast de bestaande Hockeyclub Mierlo en de andere bestaande verenigingen op het terrein is er ruimte voor een andere sportfunctie. Met voorliggend bestemmingsplan wordt het bestemmingsplan voor het bestaande sportpark herzien. Met een separaat bestemmingsplan wordt de uitbreiding van het sportpark in zuidelijke richting voorzien. 3.3.3
Sportvisie
In 2018 heeft de gemeente Geldrop-Mierlo de ‘Sportvisie’ vastgesteld. Deze visie vormt een uitwerking van de gemeentelijke strategische visie. De opzet van de ‘Sportvisie’ is zodanig dat geen sprake is van volledig dichtgetimmerde beleidsprogramma’s. Wel zijn de uitgangspunten op het gebied van sport verwoord en zijn de ambities op dit gebied zichtbaar gemaakt. De effecten die beoogd worden met het in de ‘Sportvisie’ geformuleerde beleid zijn de volgende: 1. bevorderen van gezondheid; 2. mensen meer laten bewegen; 3. sociale participatie en integratie; 4. zelfredzaamheid.
Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo
17
Om de hierboven beschreven beoogde effecten te bewerkstelligen zijn de volgende uitgangspunten benoemd: A. basisvoorzieningen dienen op orde te zijn; B. sport en bewegen voor iedereen; C. ruimte voor vernieuwing en innovatieve ideeën. Bij het op orde laten zijn en brengen van de basisvoorzieningen staan twee zaken van belang. Ten eerste dienen er goede sportaccommodaties te zijn. Ten tweede is het goed functioneren van sportverenigingen van groot belang. De precieze invulling van de gronden waarop een nieuwe sportfunctie voorzien is dient nog te worden bepaald. Dit zal gebeuren in een later stadium. Dan zal duidelijk worden welke verenigingen zich op het nieuwe/uit te breiden sportpark kunnen gaan vestigen en welke ruimte er is voor uitbreidingen van bestaande verenigingen. De gemeente signaleert dat sportverenigingen te maken hebben met teruglopende ledenaantallen, waarbij de mate van terugloop erg verschilt per sport. Bij hockey en voetbal is de terugloop in ledenaantallen redelijk beperkt, terwijl deze bij tennis veel duidelijker aanwezig is. Wanneer deze daling zich voortzet, zal met sportverenigingen moeten worden gesproken over hoe hiermee wordt omgegaan. Dit heeft mogelijk gevolgen voor de buitensportaccommodaties.
Doorwerking plangebied Het clubgebouw van Hockeyclub Mierlo, dat zich bevindt binnen het structuurvisiegebied, voldoet volgens de gemeente niet meer aan alle eisen. Daarom is het gebouw toe aan een modernisering. Het voornemen bestaat om een nieuw clubhuis voor de hockeyclub te realiseren op de huidige locatie van het clubgebouw.
Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo
18
4
Omgevingsaspecten
4.1
M.e.r.-beoordeling
4.1.1
Toetsingskader
In een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet de gemeente beoordelen of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht geldt voor activiteiten die zijn opgenomen in het Besluit m.e.r. bijlage D. Voor deze activiteiten bepaalt het bevoegd gezag of een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden:
Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen milieueffectrapportage noodzakelijk.
Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een milieueffectrapportage worden opgesteld.
Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op een bestaand sportpark. Dit kan leiden tot een m.e.r.(beoordelings)-plicht. Of een m.e.r.-procedure of m.e.r-beoordeling noodzakelijk is, dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst C en D van het Besluit m.e.r. overschrijdt. 4.1.2
Conclusie
Volgens de Raad van State (201609536/1/A1) is het antwoord op de vraag of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage, afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard en omvang van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Met het bestemmingsplan is er geen sprake van uitbreiding van het bestaande sportpark, er is ook geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Voorts ligt de locatie niet in een beschermd natuurgebied en is er geen risico op verontreiniging. Ook leidt de ontwikkeling niet tot hinder voor omliggende functies. Er worden geen gevaarlijke stoffen gebruikt en/of –technologieën toegepast, waardoor er geen sprake is van risico op ongevallen. Ook blijkt uit dit bestemmingsplan dat er geen sprake is van nadelige gevolgen voor het milieu. Voorgaande maakt dat de ontwikkeling in het plangebied niet kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingstraject in de zin van categorie 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Derhalve is het niet noodzakelijk een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling uit te voeren.
4.2
Archeologie
4.2.1
Toetsingskader
De Erfgoedwet is per 1 juli 2016 ingegaan. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Het is met deze wet verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Het beleid van de provincie Noord-Brabant sluit aan op het nationale beleid voor de archeologische monumentenzorg. De provincie richt zich op de bescherming van objecten en de bescherming, benutting en ontwikkeling van structuren en ensembles van een grotere schaal.
Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo
19
4.2.2
Onderzoek
De gemeente Geldrop-Mierlo heeft haar archeologiebeleid verwerkt in het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Geldrop-Mierlo’. In dit bestemmingsplan zijn er voor het plangebied de archeologische dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’ en ‘Waarde – Archeologie 3’ opgenomen. Voor ‘Waarde – Archeologie 1’ geldt een onderzoeksplicht voor bodemingrepen groter dan 100 m 2 en dieper dan 0,3 m ten opzichte van het maaiveld. Voor ‘Waarde – Archeologie 3’ geldt een onderzoeksplicht voor bodemingrepen groter dan 500 m2 en dieper dan 0,5 m ten opzichte van het maaiveld. Met het voorliggende bestemmingsplan is er behoudens het realiseren van een nieuw hockeyclubgebouw op de huidige locatie van het clubgebouw, geen sprake van nieuwe ontwikkelingen. De locatie van het nieuwe (en huidige) hockeyclubgebouw is grotendeels gelegen in de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Uit het bestek van de bouw van het clubgebouw blijkt dat de grond ter plaatse is ontgraven tot de vaste bodem. De archeologische dubbelbestemming ter plaatse van het huidige hockeyclubgebouw kan daarmee komen te vervallen, dit is verwerkt in de verbeelding behorende bij voorliggend bestemmingsplan. Het definitieve ontwerp van het nieuwe clubhuis is nog niet bekend. Naar verwachting wordt de footprint van het toekomstige hockeyclub gebouw ca. 400 m 2.
Het nieuwe clubhuis wordt gerealiseerd op de locatie van het huidige clubhuis. Uitgaande van een nieuw clubgebouw met een oppervlakte van circa 400 m2 wat grotendeels wordt geplaatst op de locatie waar zich in de huidige situatie reeds een clubgebouw bevindt (en waarvoor de grond reeds is ontgraven) is er geen sprake van een onderzoeksplicht. Er is geen sprake van bodemingrepen waarmee de archeologische waarden onevenredig worden geschaad. De huidige dubbelbestemmingen zijn in voorliggend bestemmingsplan overgenomen en zorgen voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. 4.2.3
Conclusie
Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.3
Cultuurhistorie
4.3.1
Toetsingskader
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a) dient in het plan rekening gehouden te worden met cultuurhistorie. Cultuurhistorie heeft onder andere betrekking op de historische stedenbouwkundige en historisch geografische waarden in het gebied. In het plan moet beschreven worden hoe met de in het gebied aanwezige waarden en de aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. Het beleid van de provincie Noord-Brabant sluit aan op het nationale beleid voor de archeologische monumentenzorg. De provincie richt zich op de bescherming van objecten en de bescherming, benutting en ontwikkeling van structuren en ensembles van een grotere schaal. 4.3.2
Onderzoek
Volgens de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant is het plangebied gelegen in ‘De Kempen’. De Kempen is een zwak golvend dekzandlandschap dat bestaat uit dekzandvlakten en -ruggen. Onderhavig planvoornemen doet geen afbreuk aan waarden en kenmerken van de omgeving. Binnen
Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo
20
de grenzen van het plangebied zijn geen rijks- of gemeentelijke monumenten aanwezig. In de omgeving van het plangebied zijn geen rijksmonumenten, MIP-panden en andere beeldbepalende panden gelegen. Het Eindhovens Kanaal is aangeduid als een lijn van hoge waarde. De Oudvensestraat is aangeduid als een lijn van redelijk hoge waarde. De laanbeplanting van de Oudvensestraat, met zomereiken en moeraseiken (overwegend daterend uit de periode 1850-1920) is aangeduid als redelijk hoge waarde. 4.3.3
Conclusie
De ontwikkelingen van het plangebied doen geen afbreuk aan omliggende cultuurhistorisch en geografisch waardevolle lijnen en laanbeplanting. De omliggende wegenstructuren en laanbeplanting worden niet veranderd. Het initiatief heeft geen negatieve effecten op de cultuurhistorie in de omgeving. Het thema cultuurhistorie zorgt daarom ook niet voor belemmeringen.
4.4
Flora en fauna
4.4.1
Toetsingskader
De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). 4.4.2
Onderzoek
Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningplichtig. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Stabrechtse Heide & Beuven”, bevindt zich op 3 kilometer afstand ten zuiden van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Het huidige hockeyclubgebouw wordt gesloopt en er komt een nieuw clubgebouw voor in de plaats. Dit kan leiden tot stikstofuitstoot. Om op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten is een AERIUS-berekening uitgevoerd.
De Notitie Stikstof inclusief de door AERIUS gegenereerde rapportages voor de aanlegfase en gebruiksfase is opgenomen als bijlage 1 bij deze plantoelichting. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat er bij de aanlegfase en de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden.
Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo
21
Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ). Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB. Ten noorden van het plangebied is er wel gebied aangewezen als NNB en ecologische verbindingszone.
Gezien de activiteiten ten opzichte van het huidige sportpark in de toekomst redelijkerwijs niet veranderen kan aangenomen worden dat de beschermde gebieden niet worden aangetast. Houtopstanden en Soortenbescherming De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën: Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming); Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wet natuurbescherming); Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wet natuurbescherming). Met de voorgenomen ontwikkeling is er geen sprake van het verwijderen van bestaande bomen en struiken (groter of meer dan hierboven beschreven). Toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming is bij dit plan niet aan de orde.
Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor beschermde soorten, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Er is een quickscan flora en fauna uitgevoerd voor gronden, waaronder ook het bestaande sportpark. De volledige quickscan flora en fauna is opgenomen als bijlage 2 bij deze plantoelichting. Onderstaand zijn de belangrijkste conclusies opgenomen die van toepassing zijn op het plangebied. Uit de quickscan flora en fauna blijkt dat in gebouwen van het bestaande sportpark mogelijk verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis aanwezig zijn. Daarnaast is er mogelijk een essentiële/belangrijke vliegroute bij oostelijke houtsingel. Verstorende effecten, door verlichting, op de zone langs het kanaal moeten vermeden worden. Wanneer ingrepen (renovatie, sloop, kap enz.) aan deze locaties zullen plaatsvinden of wanneer
Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo
22
sprake is van veranderingen in de directe omgeving zoals, het plaatsen van verlichting, verwijderen van beplanting, plaatsen van gebouwen en dergelijke, dient nader onderzoek naar deze functies te worden uitgevoerd conform het meest recente Vleermuisprotocol. Voor het plangebied is aanvullend onderzoek of een ontheffingsaanvraag voor overige soorten niet nodig. Naar aanleiding van de quickscan flora en fauna is er een vervolgonderzoek uitgevoerd naar o.a. vleermuizen (zie bijlage 3). Er is een mogelijke paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis aanwezig in het gildegebouw. Dit gebouw blijft behouden. Er is een vliegroute van gewone dwergvleermuis en laatvlieger van oost naar west langs het kanaal. Door de geplande ingrepen gaan geen verblijfplaatsen van vleermuizen verloren. De mogelijke paarverblijfplaats in het gildegebouw blijft gehandhaafd, aangezien in de visieschets is aangegeven dat dit gebouw behouden blijft. Verder is er een vliegroute van gewone dwergvleermuis en laatvlieger vastgesteld van oost naar west langs het kanaal. Het is belangrijk dat de begroeiing langs het kanaal behouden blijft en, waar mogelijk, wordt versterkt. Deze vegetatie zorgt voor windluwte en schermt de vliegroute af van de verlichting van de sportterreinen.
Indien de vegetatie behouden blijft, zijn er geen negatieve effecten te verwachten op de vliegroute van gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Tevens is het aan te bevelen om geen aanvullende verlichting te plaatsen met uitstraling richting het kanaal. Indien de genoemde maatregelen, om negatieve effecten op de aanwezige beschermde soorten te voorkomen, worden genomen, is een ontheffing van de Wet natuurbescherming niet nodig. Voor de uitvoering van de werkzaamheden dient gewerkt te worden conform de zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor beschermde gebieden, in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een beschermd gebied of voor in het wild levende soorten, laat deze handelingen achterwege. Indien het achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevraagd, worden maatregelen getroffen om de gevolgen te voorkomen, of zoveel mogelijk beperkt of ongedaan gemaakt. De zorgplicht geldt dus ook voor soorten zonder specifieke beschermingsstatus onder de Wet natuurbescherming. 4.4.3
Conclusie
In het te slopen clubgebouw zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Indien de genoemde maatregelen, om negatieve effecten op de aanwezige beschermde soorten te voorkomen, worden genomen, is een ontheffing van de Wet natuurbescherming niet nodig. Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. De houtsingels ten westen en oosten van het bestaande sportpark blijven behouden. Ook de gebouwen van de gildevereniging en van korfbal/atletiek blijven gehandhaafd.
4.5
Waterparagraaf
4.5.1
Toetsingskader
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b van het Bro) dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het waterbeleid in Nederland wordt van Europees niveau vertaald via rijks-, provinciaal en waterschaps-beleid, naar gemeentelijk beleid om samen de waterproblematiek in Nederland aan te pakken. Dit resulteert in
Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo
23
de verplichting een watertoets uit (te) laten voeren. De voorschriften zijn vastgelegd in onder andere de Europese Kaderrichtlijn Water (22 december 2004) en zijn verder geïmplementeerd in het Rijksbeleid om te komen door samenwerking met de verschillende bevoegdheden te komen tot een duurzaam watersysteem. Naast dit beleidskader is in het Regionaal Water en bodemprogramma 2022-2027 van Provincie Noord-Brabant het toetsingskader voor de taakuitoefening van lagere overheden op het gebied van water opgenomen. Het Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) is de opvolger van het Provinciaal Milieu en Waterplan. Het is onderdeel van het planstelsel voor de wateropgaven in Nederland, samen met het Nationaal Water Programma en de waterbeheerprogramma’s van de waterschappen. Doel van dit nieuwe RWP is: een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit, erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransitie. Waterschap De Dommel Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. De doelen van het waterschap voor de periode van 2022-2027 staan beschreven in het waterbeheerprogramma ‘Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving’.
Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 start Waterschap De Dommel met de ‘watertransitie’; op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. We hanteren drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt. Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan. Wat schoon is moet schoon blijven. We moeten ons, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen.
Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaan we oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe we dit gaan bereiken. Meer dan voorheen gaan we daarbij: van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied; van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken we keuzes over meerdere opgaven in een gebied; van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen.
Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo
24
Keur Waterschap De Dommel 2015 In de 'Keur Waterschap De Dommel 2015' staan regels (met name geboden en verboden) die het waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Daarnaast kent de Keur beleidsregels voor het beschermen van bepaalde deelgebieden met elk een eigen beschermingsbeleid. Het gaat hierbij om beschermde gebieden waterhuishouding, beekdalen en attentiegebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met waterbelangen. Iedereen die werkzaamheden uitvoert of activiteiten plant in en om waterlopen of dijken, heeft met de Keur te maken en moet afhankelijk van de werkzaamheden een vergunning aanvragen. De uitzonderingen staan beschreven in de Algemene regels. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplannen, hanteert het waterschap een aantal uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt bij het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerders. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet op grond van de keur hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem.
De aanvrager/initiatiefnemer moet daarom voldoende compenserende maatregelen nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Gemeente Geldrop-Mierlo Alle nieuwbouw (in- en uitbreidingen) dient gescheiden aangesloten te worden op de gemeentelijke riolering. Binnen de bebouwde kom betreft dit vrijvervalriolering en buiten de bebouwde kom drukriolering. Bij nieuwbouw, ongeacht de toename van het verhard oppervlak, volgt de gemeente Geldrop-Mierlo het principe van waterschap De Dommel van ‘Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen’. Dit houdt in dat de nieuwe watersituatie minimaal gelijk moet blijven aan de uitgangssituatie. 60 mm berging is hierbij de richtlijn. Het vigerende Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP 2018-2022) van de gemeente Geldrop-Mierlo bevat de beleidsdoelen, geplande projecten, onderzoeken en nieuwe ontwikkelingen voor de komende jaren. Verder maakt de rioolheffingsberekening deel uit van het vGRP. Veel geld gaat naar het onderhoud en herstellen waarbij tevens geïnvesteerd wordt in rioolvervangingen en de aanpak van regenwateroverlast. 4.5.2
Onderzoek
Bouw en herbouw en nieuwe verharding moet 60 mm geborgen per m2 Oppervlaktewater Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Ten noorden van het plangebied loopt het Eindhovens Kanaal. De ontwikkeling heeft hier geen invloed op. Ten oosten van het plangebied ligt aan de westelijke zijde van de Oudvenseweg een secundaire of B-watergang. Deze komt tot afstroming op het Eindhovens kanaal. Deze watergang wordt niet gestuwd en valt in droge periodes naar verwachting droog. De hockeyvelden en atletiekbaan wateren af naar de watergang en afvoerende greppel aan de zuidzijde van het huidige sportpark in oostelijke richting naar de B-watergang van waterschap Aa en Maas. Afvalwater In het plangebied is geen bestaande riolering of riooltransportleiding aanwezig. In de Oudvensestraat ligt drukriolering die aantakt op de zuidelijk gelegen rotonde. Met de uitwerking van het plan Luchen 3B zal de
Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo
25
Oudvensestraat en het rioolstelsel daar aangepast moeten worden. Dit dient in een ontwerp van de bovenen ondergrond van de Oudvensestraat te worden uitgewerkt. Er is geen toename aan het afvalwater te verwachten. Het vuilwater afkomstig van het plangebied wordt gescheiden ingezameld van het hemelwaterstelsel. Het vuilwater zal via de ontsluitingsweg van het bestaande sportpark aansluiten op de bestaande riolering in de Oudvensestraat. Voor de aansluiting op het gemeentelijk rioolstelsel dient een aansluitingsvergunning aangevraagd te worden bij de gemeente Geldrop-Mierlo. Hemelwater Voor het sportpark wordt ervan uitgegaan dat er qua verhardingsoppervlakte geen wijzigingen zijn ten opzichte van de bestaande situatie. Het uitgangspunt is dat de huidige afwatering van de sportvelden en het verhard oppervlak blijft behouden. Indien dit gebied wel met verhard oppervlak wordt uitgevoerd en versneld tot afstroming komt geldt het uitgangspunt dat al het water wordt vastgehouden en infiltreert. Er zal dan ruimte gezocht moeten worden voor de invulling van de wateropgave. In de planregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten behoeve van de waterberging. Met het vaststellen van het Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) in 2022 heeft de raad het beleidsuitgangspunt vastgesteld dat bij nieuw- en herbouw van gebouwen 60 mm berging gerealiseerd moet worden.
Bij de definitieve vergunningsaanvraag voor het nieuwe hockeyclubgebouw wordt er voorzien in voldoende waterberging. 4.5.3
Conclusie
Het aspect water zorgt niet voor belemmeringen.
4.6
Bodem
4.6.1
Toetsingskader
Bij de verkenning van mogelijkheden om functies in een gebied te realiseren dient de bodemkwaliteit te worden betrokken. Inzicht in eventuele beperkingen aan het bodemgebruik (i.v.m. milieu-hygiënische risico’s voor mens, plant en dier) is noodzakelijk om te beoordelen of de grond geschikt is voor de beoogde functie. Er mogen namelijk geen nieuwe gevoelige functies op een zodanig verontreinigd terrein worden gerealiseerd, dat schade is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. 4.6.2
Onderzoek
De bodemkwaliteit dient voldoende te zijn voor een gewenste ontwikkeling. In de huidige situatie is er reeds sprake van de functie Sport, dit blijft ongewijzigd. Behoudens de herbouw van het hockeyclubgebouw vinden er geen bodemingrepen plaats. Ten behoeve van de omgevingsvergunningsaanvraag voor de sloop en nieuwbouw van het nieuwe clubgebouw voor de hockeyclub kan t.z.t. een bodemonderzoek gewenst zijn. 4.6.3
Conclusie
Het aspect bodem zorgt niet voor belemmeringen.
4.7
Bedrijven en milieuzonering
4.7.1
Toetsingskader
Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het
Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo
26
woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’3. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). Omgevingstype Er zijn twee omgevingstypes, namelijk een rustige woonwijk en gemengd gebied. Volgens de VNG-brochure is een rustige woonwijk, een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. De VNG-publicatie omschrijft een gemengd gebied, als een gebied met een matige tot sterke functiemenging.