CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Algemene beschouwingen MPB 2023-2026 incl reactie college.pdf

Raadsvergadering 10 november 2022, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Tweede termijn algemene beschouwingen programmabegroting 202312.542 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Reactie college op eerste algemene beschouwingen Meerjarenbegroting 2023-2026 Geldrop-Mierlo Fractie CDA Om te beginnen willen wij als CDA-fractie dank uitspreken en onze complimenten geven aan het college en ambtenaren voor het werk aan deze begroting. De eerste begroting van een nieuwe bestuursperiode. De begroting is opgebouwd als een uitvoeringsagenda van de strategie, die volgt uit de door onze raad vastgestelde visie. Het college heeft conform het doelstellingenakkoord veel méér gewerkt vanuit inhoud, beleid en capaciteit. Daaruit volgen de euro’s. Wij zijn als CDA blij met deze werkwijze, die ons de mogelijkheid geeft om veel meer te sturen vanuit de voortgang op de door ons allen geformuleerde doelstellingen. We zien deze doelstellingen nadrukkelijk terugkomen met een duidelijke en meetbare agenda, werkend vanuit komend jaar met een stip op de horizon in 2026. Financiën Als we kijken naar de financiële begroting dan ziet het er mooi uit. Ons weerstandsvermogen en de solvabiliteit nemen toe, conform het herstelplan dat enkele jaren geleden is gemaakt. We gaan terug naar de niveaus uit 2015. Dat is ongeveer toen we te maken kregen met de enorme tekorten op de jeugdzorg en WMO. De algemene reserve wordt dus fors aangevuld en structureel opgehoogd. Een grote wens van ons als CDA wordt daarmee vervuld. En naast dit alles is er ook ruimte voor nieuw beleid.

Het lijkt bijna te mooi om waar te zijn. We leven in onzekere tijden met een ongekend hoge inflatie. Veel gezinnen komen in de problemen. Maar ook verenigingen en ondernemers hebben het zwaar. Als CDA vinden we het belangrijk dat we klaar staan voor al deze groepen. Het is een goed signaal dat de lastenstijging voor onze inwoners over 2023 gemiddeld op nihil uitkomt (dus: OZB, afval en rioolheffingen tezamen). Daarnaast is het belangrijk dat we inzetten op onze doelstelling om de bekendheid van voorzieningen voor minima (of gezinnen die het moeilijk hebben) te vergroten. Ook hebben we nieuwe vraagstukken die op ons afkomen op het gebied van de woningmarkt en onze ambities daarin, de kosten die kunnen voortvloeien uit de duurzaamheidsparagraaf en de grilligheid van de bekostiging vanuit de rijksoverheid. Sociaal domein Het in 2019 ingezette beleid op het sociaal domein werpt haar vruchten af, waarbij preventie een steeds belangrijkere plaats inneemt. Ondanks én dankzij de financiële grillen van onze rijksoverheid, koersen wij af op een naar omstandigheden beheersbaar financieel model, waarbij we iedere dag kort op de bal spelen. En dat doen we met behoud van kwaliteit. We hebben 100% vertrouwen in het team (o.a. ons CMD, het Plusteam, Senzer en de andere ketenpartners) om deze klus te klaren.

We zijn er trots op dat we in een gemeente wonen met een ruim sociaal gezicht, met goede zorg, en regelingen en ondersteuning voor minima. We hebben én houden een goed zwembad, een modern cultureel centrum en een rijk verenigingsleven. Zaken die wat het CDA betreft altijd behouden moeten blijven, omdat dit de bouwstenen zijn van een verbindende samenleving. Verenigingen moeten ondersteund blijven worden met subsidies en duurzame accommodaties. Wij willen als CDA ook zoals eerder aangegeven nadrukkelijk kijken naar verenigingen die door de energiecrisis en inflatie in de problemen komen. Bouwen en wonen De afgelopen jaren is er keihard gewerkt om bouwprojecten op te leveren en hebben we als enige kleinere gemeente hier in de regio een woningbouwimpuls subsidie van 8 miljoen binnengehaald. Dat is een knap staaltje werk! Onze ambitie is groot met meer dan een 30-tal lopende en nieuwe projecten. Capaciteit is tot dusver altijd één van de bottlenecks geweest. Wij zijn verheugd dat geld is gereserveerd om te investeren in extra mensen. Want het is hard nodig dat we snel woningen toevoegen. We zullen veel gaan bouwen op inbreidingslocaties. Niet de makkelijkste locaties om snel iets te bereiken. Te veel mensen zijn al lang op zoek naar een betaalbare woning.

1

Wij zien het als een gezamenlijke opgave van de ambtelijke organisatie, het college en de raad om hier voor de komende jaren de juiste keuzes in te maken, waarbij de juiste balans vinden één van de grootste uitdagingen is. We kijken uit naar het “dashboard” dat ons inzicht moet gaan geven welke woningen voor wie en wanneer gebouwd gaan worden, want dat is één van de manieren om te kunnen sturen en keuzes te maken. Wij dagen het college uit om innovatief te zijn met projecten. Nadrukkelijk willen we als CDA aandacht vragen voor kleinschalig zorgwonen. Het is onze overtuiging dat hier veel behoefte aan is en dergelijke projecten zullen bijdragen aan de gewenste doorstroming op de woningmarkt. Duurzaamheid Het CDA kijkt naar de verduurzamingsopgave op drie niveaus: individueel, collectief en gemeentelijk. Individueel is het belangrijk dat verduurzaming betaalbaar en behapbaar is voor inwoners. Inwoners en bedrijven zijn bereid de stap te zetten, zolang zij weten dat de lasten betaalbaar zijn en eerlijk worden verdeeld. En zij -meer dan nu- vooraf worden betrokken bij belangrijke besluiten. Samenwerking is het sleutelwoord. Dat gaat van bijvoorbeeld afvalinzameling tot het gasloos maken van woningen en wijken.

Op collectief niveau kijken we naar mogelijkheden voor zonneparken, het aanleggen van voorzieningen zoals laadpalen voor elektrische voertuigen en mogelijkheden tot hergebruik van materialen. Uitgangspunt is dat we goed gedrag willen stimuleren. We gaan hier concrete stappen in zetten en daar zijn we blij mee. Tot slot geven we op gemeentelijk niveau het goede voorbeeld door te kiezen voor multifunctioneel bouwen, door rekening te houden met de levenscyclus van wijken en door het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed. De energiecrisis vormt een bedreiging maar kan ook worden gezien als kans, om te versnellen. De ‘businesscase’ voor verduurzaming wordt interessanter. Uitvoeringskracht Een ander punt dat wij als CDA al meerdere jaren hebben gemaakt, heeft betrekking op de ambtelijke slagkracht. We zien in de begroting dat extra personeel wordt aangetrokken. Dat is noodzakelijk gelet op de taken die op ons bordje liggen. De uitbreiding wordt onderbouwd door de capaciteitsbegroting. Toch zien we ook dat het ziekteverzuim wederom is opgelopen naar ca 10%. Wat ons betreft heeft het de hoogste prioriteit om dit terug te dringen en we horen ook graag welke concrete acties het college hiervoor in gedachten heeft. Reactie college: De afgelopen jaren heeft het onderwerp “verzuim” nadrukkelijk de aandacht, zowel van ons bestuur als van het ambtelijk management.

Daar waar we in 2021 nog mooie resultaten konden presenteren en we in lijn liepen met de landelijke cijfers is er in 2022 weer sprake van een grote stijging van het verzuim. Als we kijken naar de oorzaken hiervan zien we het volgende: - Stijging kortdurend verzuim door corona (Omnikron-variant) - Stijging langdurend verzuim door: - Disbalans belasting en belastbaarheid (combinatie persoonlijkheid, privé en werk) - Hogere werkdruk vanwege: - Toegenomen vraag - Arbeidsmarktproblematiek - Implementatieproblemen nieuwe systemen - Te grote werkvoorraad (vooral bij teams met een hoog verzuim) - Hoge werkhervattingsdrempel De interventies die we uitvoeren om verzuim uiteindelijk zo veel mogelijk te voorkomen zijn: - Keuzes door nieuwe aanpak strategie - Realistische capaciteitsplanning - Voorstel extra formatie in begroting 2023 - Werksessies van werkdruk naar werkplezier o.l.v. coach duurzame inzetbaarheid (arbodienst) - Blijvende aandacht voor inzetbaarheid en verzuim in teamoverleggen - Extra onderzoek naar kwetsbare groepen en inzet specialist - Training en intervisie voor leidinggevenden

2

Tot slot De voorgaande punten zijn punten die we als CDA belangrijk vinden en waar we de nadruk op willen leggen in de verdere behandeling van deze begroting. We gaan graag in dialoog met alle betrokken partijen over hun wensen en zorgen. In deze onzekere tijden moeten we zorgen dat we samen met elkaar de keuzes maken waarmee we de juiste stappen zetten om klaar te zijn voor de toekomst. In onze gemeente zijn we met meer dan 40.000 mensen samen. Door allemaal ons deel bij te dragen houden we de weg vooruit, met een hart voor Geldrop-Mierlo.

3

Fractie PvdA Wij bedanken de mensen die deze begroting opgesteld hebben. Voor onze gemeente liggen er moeilijke en complexe uitdagingen, die niet gemakkelijk 1¬2-3 zijn op te lossen. Het is ook een moeilijke en onvoorspelbare tijd en dat maakt mensen onzeker. Wij als Partij van de Arbeid Geldrop-Mierlo gaan de begroting bestuderen en beoordelen op onze sociaaldemocratische uitgangspunten en zullen in deze beschouwing alleen op hoofdlijnen, onze visie geven. “We kunnen allemaal vooruit komen, als we omzien naar elkaar”. Een armoedeval voor onze inwoners dreigt ook in Geldrop-Mierlo. Waarom? De energietoevoer valt stil, de prijzen stijgen fors. Hebben we dit eerder meegemaakt. Zeker wel, in 1973. Toen werd er gezegd: “daar waar minder te verdelen valt, moet dat mindere gelijker verdeeld worden.” En dat is nodig, ook nu. Om het geen koude winter te laten worden, al vriest het nog zo hard. Het is belangrijk om mensen perspectief te bieden, zeker in een onzekere en onvoorspelbare wereld. Dat was toen, in 1973, maar is ook nu. Mensen worden onzeker. Mensen willen duidelijkheid en de zekerheid dat de gemeente er voor ze is. Of je nu een jongere, een oudere, lokaal ondernemer, werkende of niet werkende bent, je moet ervan op aankunnen dat de gemeente er voor je is. Duidelijkheid scheppen, en wij als gemeenteraad kunnen ook hieraan bijdragen.

En deze duidelijkheid geldt voor alle beleidsterreinen. Wat moeten wij hiervoor doen? De cijfers tot en met 2025 zullen wel goed begroot zijn, maar daarna wordt alles onzeker. Het jaar 2026 is bijna niet te voorspellen. De financiële experts van de VNG voorspellen dat we op een ravijn afgaan in 2026. Vanuit de overheid gaan we veel minder geld krijgen. Welke bezuinigingen staan ons te wachten? De vraag is: Hoe gaan we daarop voorsorteren. Het mag voor de Partij van de Arbeid zeker niet ten koste gaan van de kwetsbare in onze samenleving. We moeten kiezen voor een sociale samenleving, inwoners die geen werk hebben moeten extra begeleiding krijgen, zorgen dat ze een goed loon kunnen krijgen en ook een stevig sociaal vangnet met korte wachtlijsten. Ook moeten we kiezen voor een sterke samenleving, met goede publieke voorzieningen, waarin we bereid zijn elkaar te helpen. De wachtlijsten bij het CMD, nu nog 17 weken, moeten teruggebracht worden naar een aanvaardbaar niveau. De werkdruk bij het CMD en het Plusteam moet verlaagd worden. De verwachting is dat 2023 voor veel van onze inwoners een moeilijk jaar zal worden. Is het CMD hier wel op voorbereid? Reactie college: De formatie bij het PlusTeam is weer op orde. Men verwacht daar de wachtlijst eind 2022 weggewerkt te hebben. De wachttijden bij het CMD zijn ook weer op orde (binnen de norm).

De verwachting is nu dat de werkdruk richting het einde van het jaar verder afloopt. We weten nooit helemaal zeker hoeveel mensen zich melden. We hebben de teams echter versterkt met vast personeel. Dat zou voldoende moeten zijn. De bijzondere bijstand is gebaseerd op een inkomen minder dan 120% van het bijstandsniveau, we helpen hiermee maar een zeer beperkte doelgroep. Werkenden die extra hulp nodig hebben vallen tussen wal en schip. Wordt het nu geen tijd om deze drempel naar 130% op te trekken, zoals in vele omliggende gemeente al gebeurd is? Reactie college: In opdracht van het college wordt een plan opgesteld met maatregelen die worden genomen voor minima, zeker ook i.r.t. energiearmoede. Het heeft onze voorkeur niet om de drempel voor bijzondere bijstand daarbij op te trekken naar 130%. Elke minima heeft namelijk zijn of haar eigen behoeften. Onze inschatting is dat we met zo’n generieke maatregel niet iedereen goed kunnen helpen. Met ons maatregelenpakket willen we maatwerk leveren (o.a. op het gebied van bijzondere bijstand en de energielasten) aan die doelgroepen die ondersteuning nodig hebben. Dit plan wordt aan u voorgelegd.

4

Groeiende sociale ongelijkheid moet worden doorbroken. Werken moet weer lonen. Herwaardering van onmisbaar werk, begint bij een hoger minimumloon van ten minste 14 euro. Er is een wijken-offensief nodig: het opknappen en verduurzamen van woningen. In een versneld tempo. Ja dat gebeurt, maar niet altijd op de juiste manier. Meer wijkagenten en jongerenwerkers om jongeren op het rechte pad te houden. Zorgen dat iedere leerling toegang heeft tot bijles. En haal mensen uit de armoede met basisbanen waarmee ze werk doen dat belangrijk is voor ons allemaal en voorkom de armoedeval. We moeten zorgen voor meer doorstroming in de woningmarkt. Ja we gaan meer bouwen, maar bouwen we wel voor de juiste doelgroep? Voor jongeren, ouderen, alleenstaande, en zijn deze woningen voor deze doelgroep ook betaalbaar? Reactie college: De genoemde doelgroepen komen allen terug in de huidige woonvisie: ouderen, een- en tweepersoonshuishouden(s) en starters. Het is echter niet te ontkennen dat juist deze doelgroepen het momenteel erg lastig hebben op de woningmarkt. Daarom ontvangt uw raad binnenkort een raadsvoorstel over de doelgroepenverordening. Met deze doelgroepenverordening wordt beoogd speciaal voor deze doelgroepen te bouwen. Opvangen van statushouders, zorg voor maatwerk, snel onderwijs en werk aanbieden. We hebben de handjes hard nodig in de zorg, horeca, maakindustrie.

Hoe mooi om te zien dat er binnen de gemeente Geldrop-Mierlo ook draagvlak is voor de opvang van vluchtelingen. Breng de zorg terug in de wijken, zorg voor voldoende dagbestedingsprojecten in onze eigen gemeente. Duurzaamheid betekent niet veel meer dan bestaanszekerheid voor de toekomst. Als we niets doen wordt energie een grote ongelijkmaker. Energie is een basisvoorziening. Verduurzaam huizen op een goede manier en laat het niet alleen weggelegd zijn voor mensen die het wel kunnen betalen. Voorkom die ongelijkheid. De uitdagingen van deze tijd vragen juist om een visie op een sterke samenleving, gebaseerd op bestaanszekerheid, eerlijk delen, saamhorigheid en duurzaamheid. Waar mensen de erkenning krijgen die ze verdienen. En waar de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Deze punten zullen wij meenemen in de begrotingsdebatten. Wij willen niet doemdenken, maar voorzichtig zijn en hierbij rekening houden met het waarschijnlijk diepe gat van 2026. We moeten dus waakzaam zijn bij toekomstige extra structurele uitgaven. Besturen is vooruitzien, ook lokale politiek is vooruitzien. Maar wij hoeven dat niet alleen te doen. Dat doen we samen met onze partners en buurgemeenten binnen de Metropool Eindhoven en Stedelijk Gebied Eindhoven. Samen zijn we sterk. “Als we omzien naar elkaar, kunnen we samen vooruit komen.”

5

Fractie D66 Algemeen Dank voor de presentatie van de begroting voor het jaar 2023, dit jaar voor het eerst gekoppeld aan een strategie voor de bestuursperiode tot en met 2026. Op financieel gebied staan we er aan het begin van deze raadsperiode gunstig voor. Dat is de afgelopen jaren wel eens anders geweest. Dat is gunstig nieuws in een periode die gekenmerkt wordt door verschillende crises, die onze inwoners raken, zoals: tekort aan woningen, de stijgende energieprijzen, de klimaatcrisis, de zorgsector, tekort aan personeel in veel sectoren, gevolgen van de coronacrisis en zo zijn er nog wel meer. Naar onze mening is het terecht dat het college een soort “winstwaarschuwing” afgeeft bij de vertaling van beleid naar geld. Voor de actualisatie van bestemmingsplannen en voor de financiële problemen bij inwoners, bedrijven en verenigingen wil het college eerst nog onderzoek doen, voordat er cijfers worden opgenomen. Wat ons betreft hadden hiervoor best alvast bedragen in het activiteitenplan mogen worden opgenomen. Dat zou ook beter gepast hebben bij het doelstellingenakkoord dat spreekt over “daadkracht”, “handen uit de mouwen” en “aan de slag”. Ik kom hier zo nog op terug. Nieuw is ook de strategie 2023-2026 die we tegelijk met de begroting vaststellen. We zijn het met het college eens dat het beter is vanaf volgend jaar deze strategie nota te koppelen aan de kadernota.

Wat ons betreft mogen de doelen nog concreter, specifieker en meetbaarder worden geformuleerd. In deze algemene beschouwingen wil onze fractie ingaan op 6 belangrijke onderwerpen: 1. Woningbouw In het doelstellingenakkoord wordt aangekondigd dat er een masterplan woningbouw komt in 2022. Hoe staat het daarmee? Reactie college: In het doelstellingenakkoord is inderdaad opgenomen dat er een Masterplan Wonen gerealiseerd gaat worden. Net voor het zomerreces bent u hierover bijgepraat tijdens een avond die belegd is voor het thema Wonen. U heeft tijdens deze avond gemerkt dat de ‘wereld van volkshuisvesting’ momenteel dynamisch is. Dit maakt ook dat het bundelen van verschillende instrumenten, het herijken en actualiseren van het programma Wonen (voorheen de Woonvisie), het inrichten van het monitoringsysteem processen zijn die goed met elkaar moeten worden afgestemd. Daarnaast wordt er ook aan flexwonen gedacht. Hierover ontvangt u op korte termijn een raadsinformatiebrief. Deze elementen samen maken dan ook dat het Masterplan een bepaalde doorlooptijd heeft. Het streven is dat het Masterplan in de loop van 2023 gereed zal zijn. We begrijpen dat een zekere planmatigheid nodig is, maar hoe zorgen we ervoor dat er een versnelling komt in het bouwen van woningen. Voor de Woningbouwimpuls wordt uitgesproken dat we de komende 4 jaar 200 woningen gaan bouwen.

Maar er staat nergens waar de overige 300 woningen van de in het doelstellingenakkoord genoemde 500 te realiseren woningen moeten komen. We vragen ons echt af of het college de urgentie van het woningprobleem wel onder ogen ziet. U slaat echt de plank mis door in de plannen voor 2023 op te nemen dat we gaan uitwerken hoe we moeten omgaan met tijdelijke flexibele woonvormen en hoe dit te integreren in het streefbeeld. Reactie college: Zoals zojuist geschetst verandert de wereld van volkshuisvesting. De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft de afgelopen periode veel verschillende programma’s uitgerold waar u over bent bijgepraat. Eén van de kortetermijnoplossingen zouden flexwoningen kunnen zijn. Inmiddels heeft er een sessie plaatsgevonden met het expertteam en zijn de eerste locaties onderzocht. In 2023 zullen verdere stappen worden ondernomen. Binnenkort informeren wij u hierover via een raadsinformatiebrief. Daadkracht betekent voor ons: wijs enkele locaties aan voor tijdelijke woningen en zorg dat ze er bij wijze van spreken binnen een half jaar staan. Reactie college: In theorie lijkt het aanwijzen van locaties voor tijdelijke woningen eenvoudig. De praktijk is echter weerbarstiger. De ruimte is schaars in Nederland. Dit geldt ook voor tijdelijke woningen.

Vanuit de Omgevingsvisie zijn bepaalde gebieden bijvoorbeeld aangewezen voor groen- en natuurontwikkeling of andere doeleinden en staan daarmee haaks op tijdelijke woningen.

6

Daarnaast wordt de suggestie gewekt dat tijdelijke woningen bij wijze van spreken binnen een half jaar staan. In de praktijk ligt dit niet zo eenvoudig. De wachttijden voor bijvoorbeeld het produceren van tijdelijke woningen loopt momenteel op; bij sommige leveranciers al tot één jaar. 2. Gebiedsgericht werken De prioriteit wordt nu gelegd bij De Coevering en hiervoor wordt volgend jaar €300K uitgetrokken. We hebben hierover 2 vragen: a. Waarom moet juist voor deze wijk de gemeentelijke formatie met 3,23 fte worden uitgebreid? b. Hoe verhoudt zich deze investering tot eerdere wijkontwikkelingsplannen in Braakhuizen-Zuid, Skandia-Hulst en Mierlo Oost? Hoe wordt er vervolg gegeven aan deze plannen? Reactie college: a. De aard, omvang en complexiteit van de opgave in De Coevering is anders dan in andere wijken, zo blijkt onder andere uit de sociale index. Bij een opgave als deze past een meerjarige programmatische aanpak om de leefbaarheid in de wijk structureel te verbeteren. Daarom zetten we in op een breder programma, een intensievere samenwerking tussen stakeholders en een heldere positie voor bewoners(-groepen). Gelet op de complexiteit en de looptijd is een uitbreiding van de formatie de komende jaren nodig. b. Voor de overige wijken is één projectleider en projectondersteuner beschikbaar. De andere inzet komt uit bestaande formatie.

In het doelstellingenakkoord is de ambitie opgenomen om in de komende raadsperiode voor alle wijken een wijkplan te maken. In het akkoord is erkend dat er verschillen zijn tussen de wijken en dat dit ook tot uiting moet komen in de aanpak. Om die reden starten we met een inventarisatie van de wijken. Op basis van de inventarisatie komen we begin 2023 bij u terug met een plan van aanpak op welke wijze we invulling kunnen geven aan de doelstellingen uit het doelstellingenakkoord voor de andere wijken. 3. Duurzaamheid, natuur en milieu Hier worden wel 25 doelen geformuleerd. Is dat wel realistisch? We missen echter 2 heel belangrijke elementen: a. Onze ambitie is toch om in 2040 (uiterlijk 2050) energieneutraal te zijn? Het komt echter niet voor in de begroting en strategie. Hoe staat het met deze ambitie? b. Wat is het college van plan om inwoners, bedrijven en organisaties te ondersteunen bij de problemen die er zijn als gevolg van de hoge energielasten? We zien in omliggende gemeenten een meer daadkrachtige aanpak. We zijn het niet eens met doelstelling om bij de afvalstoffenheffing de vaste kosten te laten dekken door het vast tarief en de variabele kosten door het variabel tarief. Dat zorgt ervoor dat er juist meer restafval zal worden aangeboden in plaats van minder. Reactie college: a. In de strategie en begroting wordt ingegaan op de doelen richting 2026.

Dit zijn de doelen die wij op korte termijn stellen om op koers te blijven onze ambities voor de langere termijn te realiseren. De ambities voor de langere termijn staan in de visie. In het programma Duurzaamheid (voorheen Duurzaamheidsnota) worden de duurzaamheidsambities uit de visie verder uitgewerkt. Hier komt ook de ambitie terug voor energieneutraliteit/ CO2-neutraliteit. b. In opdracht van het college wordt een plan opgesteld met maatregelen die worden genomen voor minima, zeker ook i.r.t. energiearmoede. Met ons maatregelenpakket willen we maatwerk leveren aan die doelgroepen die ondersteuning nodig hebben (o.a. op het gebied van bijzondere bijstand en energielasten). Dit plan wordt aan u voorgelegd. 4. Onderwijs, zorg en welzijn In de voorliggende stukken zien we de uitwerking van het IHP voor diverse basisscholen. Er staat echter niets vermeld over het Strabrecht College en dan met name de bouw van een sportvoorziening. Onze fractie heeft eerder de suggestie gedaan om de huidige sporthal De Kievit (meer dan 50 jaar oud) te verplaatsen naar het Strabrecht College. Dit zal leiden tot een optimaal gebruik, ook in de avonden en weekenden, wat ook het Strabrecht College wil. Wat is de stand van zaken? Reactie college: Het Strabrecht College is geen onderdeel van het IHP en staat daarom niet vermeld in de begroting.

Er is vorig jaar een apart verzoek gedaan door het Strabrecht College over een nieuwe gymzaal. Dat wijkt echter af van de afspraken die rondom de nieuwbouw zijn gemaakt; het Strabrecht College zou zelf de twee bestaande gymzalen renoveren. De stand van zaken is dat allereerst het traject rondom de nieuwbouw goed moet worden afgesloten.

7

Op gebied van zorg en welzijn heeft corona duidelijk zijn sporen achtergelaten. Mentale en psychische problemen raken vooral de kwetsbare groepen. In deze tijd van crises worden deze sterker zichtbaar. De noodzaak om via preventiemaatregelen de zorgkosten op termijn in de hand te houden is duidelijk. Initiatieven van het college ter bevordering van een vitale gemeenschap hebben dan ook onze steun. 5. Mobiliteit De aandacht die D66 de afgelopen jaren hebben gevraagd voor dit onderdeel, zien we beloond. De passages zouden zomaar overgenomen kunnen zijn uit het D66 verkiezingsprogramma, zoals het inpassen van deelmobiliteit, de fiets op 1 in de bebouwde kom, een bushalte bij het NSstation en autoluwe centra in Geldrop én Mierlo. Chapeau! 6. Financiën/P&C cyclus Net als vorig jaar zijn de resultaten van de septembercirculaire niet verwerkt in de begroting. Dat was in het verleden juist de reden om de begroting pas in oktober aan de raad aan te bieden. Gisteren ontvingen we de RIB over de septembercirculaire. We wachten het aangepaste raadsvoorstel af. Een raadsvoorstel is het juiste instrument om de schommelingen in de algemene uitkering aan de raad voor te leggen. Niet via een RIB. Reactie college: Het raadsbesluit bij de begroting gaat over 3 onderdelen: 1. Collegeversie van de begroting 2. RIB Septembercirculaire 3.

Aangenomen amendementen en moties Zie hiervoor ook de toelichting in de algemene inleiding (pagina 5). We hebben hierover nog 1 vraag: als we de septembercirculaire niet meenemen in de opstelling van de begroting, kan deze in de toekomst 2 weken eerder aan de raad worden gepresenteerd? Reactie college: Het twee weken eerder aanbieden van de begroting niet eenvoudig is. Dit vooral door de beperkte tijd die er is tussen de zomervakantieperiode en het vaststellen van de begroting door het college. Medio augustus is Dienst Dommelvallei zover dat de begroting bestaand beleid kan worden afgerond. Dit vormt de basis voor het verdere proces van de begroting. Vervolgens kent het proces een viertal momenten van overleg binnen het college. Hiermee is het eerder publiceren van de begroting niet mogelijk. Daarnaast is de periode van het presenteren van de begroting (rond 1 oktober) en de behandeling ervan (vóór 15 november) naar mening van het college voldoende lang om fracties de tijd en ruimte te bieden voor een goede behandeling van de begroting. Afronding Tot slot willen we nog enkele algemene kanttekeningen plaatsen. a. Het begrip co-creatie komt op 30 plaatsen terug in de begroting. Daarmee lijkt het wel een doel op zich geworden. U geeft aan dat dit een omslag is in de manier van werken betekent.

U vindt D66 aan uw zijde als we inwoners en organisaties meer eigen verantwoordelijkheid geven en hen in de samenwerking zien als gelijkwaardige partners. Praktisch gezien vertalen wij dit naar: minder bemoeizucht vanuit de gemeente. b. Dat brengt me op de 2e kanttekening: de voorgestelde uitbreiding van ruim 15fte. Wij vragen ons af of deze mensen wel voor handen zijn in deze krappe arbeidsmarkt. Of noopt het juist om kritischer te kijken naar het aanbrengen van meer focus in de plannen voor de komende jaren. Reactie college: Met u constateren wij dat er sprake is van een krappe arbeidsmarkt. Op dit moment lukt het ons nog steeds om de juiste mensen te vinden voor de openstaande vacatures. Hierbij spelen de juiste schaalgrootte, ontwikkelmogelijkheden binnen onze organisatie en het werken in een prettige omgeving, waarbij je als medewerker ook direct contact kunt hebben met raadsleden, collegeleden en het ambtelijk management, een belangrijke rol. En niet te vergeten het prachtige gemeentehuis om in te werken. Focus is zeker een belangrijk onderwerp. Hierbij is er o.m. continu aandacht voor de analyse van onze processen waarbij we bekijken of deze efficiënter en effectiever kunnen worden ingericht.

8

c. Helaas geven de cijfers over de capaciteitsplanning ons geen inzicht in zaken die we NIET meer willen doen of minder belangrijk vinden. Wij vinden dat er meer balans moet zijn tussen plannen maken en deze uitvoeren. Er is veel uitbreiding van fte voor beleid, maar hoe staat het met die uitvoering? Er komen 22 programma’s aangekondigd waarlangs gewerkt gaat worden. Wanneer zijn deze programma’s gereed, hoe worden ze bemenst en aangestuurd? Het kost capaciteit. Reactie college: We willen deze twee vragen loskoppelen. De secretaris heeft op 11 oktober, tijdens de sessie over de organisatieontwikkeling, al aangegeven dat hij niet herkent dat er veel uitbreiding is voor beleid. Hij heeft toen aangegeven dat veel uitbreiding juist in de uitvoering ligt. Bijvoorbeeld: formatie voor accommodatiebeheer, een klantadviseur inkomen, 2e-lijnsformatie op het vlak van naturalisatie en formatie binnen publiekszaken, het bestuurssecretariaat en juridische zaken. Wat betreft de programma’s maken we een beweging naar minder beleidsdocumenten en programmatisch werken. Dat betekent voor medewerkers eerder een verschuiving binnen hun werk dan dat het meer werk oplevert. In de begroting is aangegeven dat we voor alle speerpunten en thema's in 2023 willen komen tot een streefbeeld en een uitvoeringsagenda. Het programmatisch werken zal langs die weg verder vorm krijgen.

Hoe dit exact werkt qua aansturing is iets dat we de komende maanden als college en organisatie uitwerken. Ik wil afsluiten met de suggestie aan het college om binnen de vele ambities die er zijn vooral focus te houden op enkele prioriteiten, waarvan onze inwoners zullen zeggen: goed gedaan gemeente! En binnen de tijd!

9

Fractie DGG Voor ons ligt de meerjarenprogrammabegroting 2023-2026. Een begroting in een nieuw jasje waarin we niet alleen kijken naar het beleid in het eerstvolgende jaar maar waarin we vooruitkijken naar wat we de komende jaren gaan doen. Geheel in de lijn van het doelstellingenakkoord. De DGG heeft er jaren voor gepleit om niet alleen te kijken of ons beleid financieel haalbaar is maar om ook te kijken of we de capaciteit hebben om het beleid uit te voeren. Vorig jaar is hiertoe een aanzet gegeven en dit jaar is dit verder uitgebreid. We zijn er nog niet helemaal maar de DGG is content met deze grote stap. Wat blijkt; de financiële middelen zijn ruim voorhanden maar menskracht komen we te kort. Dat vullen we in deze begroting aan zodat we aan onze inwoners de zekerheid kunnen geven dat het voorgenomen beleid ook gerealiseerd gaat worden. We zien de laatste jaren een grote wisseling van medewerkers en dat baart ons zorgen. De DGG zou daarom meer willen investeren om (nieuwe) medewerkers te behouden. Er wordt in de begroting gesproken over “werkgeluk” van de medewerkers. Dit vraagt een intensieve, mogelijk externe, begeleiding. De DGG vraagt zich dan ook af of de gevraagde extra middelen van € 10.000 voldoende zullen zijn. Bestaanszekerheid We moeten oog houden op de actuele problemen waar onze inwoners mee te maken hebben.

Denk bijvoorbeeld aan de alsmaar stijgende energieprijzen en ook aan alle andere onzekerheden waar iedereen op dit moment mee geconfronteerd wordt. De DGG denkt hier niet alleen aan het financieel ondersteunen van inwoners omdat dit slechts beperkt kan. De DGG denkt juist aan preventieve maatregelen die voorkomen dat mensen in de problemen raken. En aan regelingen om inwoners te ondersteunen die onze hulp nodig hebben. Die ondersteuning zou er op gericht moeten zijn dat deze groep inwoners op termijn zonder onze hulp verder kan. De DGG is tevreden over de extra middelen die worden uitgetrokken voor de Voedselbank en over het feit dat er een klantadviseur wordt vrijgemaakt vooral gericht op het behoud van bestaanszekerheid. Maar het gaat allang niet meer alleen om de laagste inkomens die onze steun nodig hebben. Daarom zouden we in de ogen van de DGG bij een aantal regelingen tijdelijk de grens voor deelname op moeten trekken naar 130% tot het moment dat we weer in een rustiger vaarwater komen. We lezen in de begroting dat het college hier een deel van het begrotingsoverschot aan wil besteden. De DGG wil bestaanszekerheid voor alle inwoners van onze gemeente en daarom verwachten wij nog dit jaar een pakket aan maatregelen dat gericht is op de bestaanszekerheid van onze inwoners. Sneller méér betaalbare woningen Een volgende grote opgave voor onze gemeente is wonen.

In onze gemeente is veel vraag naar kleine, betaalbare woonruimtes. Wij willen daarom dat er sneller meer woningen voor starters en ouderen worden gebouwd. We moeten doorpakken en niet blijven hangen in onderzoeken, studies en procedures. Flexwoningen kunnen hier een snelle oplossing zijn. De DGG ziet plekken genoeg in onze gemeente waar we flexwonen zouden kunnen toestaan. Onlangs stond er in het VNG-blad nog een voorbeeld van een bedrijf dat dit soort projecten binnen zes maanden kan realiseren. Van aanwijzen van de plek tot dat de eerste bewoner er woont. Dat moet in GeldropMierlo toch ook kunnen. Dan hebben we volgend jaar juni er zeker honderd betaalbare kleine woningen bij. Er zijn mogelijkheden te over en we roepen het college dan ook op om hierin actie te ondernemen. Reactie college: Het college onderneemt hierop ook actie. Samen met het expertteam zijn verschillende locaties gescand en indicatief onderzocht. U wordt hierover binnenkort geïnformeerd via een raadsinformatiebrief. Wijkprogramma’s We zien in deze begroting een heel andere kijk op gebiedsgericht werken dan is gehanteerd bij de wijkontwikkeling van onder anderen Braakhuizen-Zuid, gelukkig! Wijkontwikkeling dient niet enkel te gaan over stenen en ruimtelijke ontwikkeling, maar vooral, over sociale cohesie, waar buurtbewoners gezamenlijk de schouders zetten onder wat voor hun wijk of buurt belangrijk is.

10

Voor wat betreft de wijk Coevering en haar ontwikkelplan lijkt het de DGG niet verstandig om hier te komen met één ontwikkelplan; immers de problemen in deze wijk zijn zo verschillend van aard en haar bewoners zijn zo divers dat een goed gericht ontwikkelplan voor elke buurt binnen deze wijk beter op zijn plaats is. Bedrijvigheid Er staat op verschillende plaatsen in de begroting iets geschreven over de bedrijvigheid in onze gemeente. Actieve samenwerking vanuit de gemeente met de ondernemersverenigingen is cruciaal voor het ondernemersklimaat in Geldrop-Mierlo. Bedrijvigheid is broodnodig om onze gemeente te laten draaien, echter voor de DGG zijn de overlast gevende ondernemingen een belangrijk zorgpunt. Daarom wordt er op initiatief van de DGG binnenkort een onderzoek gestart naar de mogelijkheden om bedrijventerrein Emopad gedeeltelijk of zelfs in haar geheel te verplaatsen. Op deze wijze slaan we drie vliegen in één klap: verduurzaming, beperking van overlast en ruimte voor woningbouw genereren. Sport en cultuur Geldrop-Mierlo heeft een prachtig verenigingsleven en dat moeten wij blijven ondersteunen. Niet door complexe eisen te stellen, maar door verenigingsactiviteiten te faciliteren. De DGG juicht initiatieven zoals Leef Sportief en Creatief toe waarin jeugd wordt uitgenodigd kennis te maken met sport, spel en cultureel aanbod in onze gemeente.

Ook voor volwassenen en senioren heeft Leef Actief een sport- en beweegaanbod. Dit moeten we verder stimuleren. Met name recreatie voor de jongeren in onze gemeente heeft de aandacht van de DGG derhalve vindt de DGG het van groot belang dat een breder aanbod van activiteiten gericht op jongeren komt. Evenementen in onze gemeente moeten zeer divers zijn en bij voorkeur gericht zijn op een brede doelgroep en laagdrempelig. In dit kader is de DGG voor het uitbreiden van de kermissen in Geldrop en Mierlo. Duurzaamheid De DGG heeft binnen het programma Duurzaamheid, Natuur en Milieu hoog ingezet op verduurzaming van het totale woningaanbod binnen Geldrop-Mierlo. Het college moet in gesprek met de woningcorporaties om ervoor zorgen dat minstens 30% van de woningen versneld energielabel A of B gaan krijgen. Ook blijven we alert op de ontwikkelingen rondom de afvalstoffenheffing. We vinden het erg belangrijk dat we onze inwoners uit kunnen leggen hoe de variabele tarieven en het vastrecht opgebouwd zijn en aan welke knoppen we kunnen draaien. Om aan de ene kant de tariefhoogte in de hand te kunnen houden en aan de andere kant initiatieven te kunnen ondersteunen om meer profijt te hebben van het beter scheiden van afval. Het diftar-principe blijft, wat de DGG betreft, fier overeind staan binnen alle toekomstige ontwikkelingen.

De aanpak van problematiek rondom de ondergrondse containers is daar rechtstreeks mee verbonden. We gaan er van uit dat er gerichte handhaving ingezet wordt op het voorkomen van zwerfvuil door de herkomst ervan te achterhalen. Parkeren in de wijken Een onderwerp wat volgens de DGG méér aandacht mag krijgen is het parkeren in de wijken. Er staan wel enkele knelpunten genoemd die worden aangepakt de komende jaren in de wijken zoals Maluwe/Look maar er zijn natuurlijk véél meer locaties in de wijken die grote knelpunten hebben ten aanzien van parkeermogelijkheden. DGG zou graag zien dat er méér knelpunten worden aangepakt, het gaat er nu al lang genoeg over... Digitalisering Digitalisering is een nieuw onderwerp in de begroting. De digitalisering van onze gemeente is een onomkeerbaar proces. Vrijwel elke inwoner gebruikt digitale hulpmiddelen. De digitale gemeente is een gemeente vol kansen. Indien goed geregeld, draagt technologie bij aan de gezondheid van onze inwoners, aan de leefbaarheid en toegankelijkheid en aan beter onderwijs en duurzaamheid in onze gemeente. Hier moeten we nog veel ontdekken de komende jaren. Richting de inwoners zijn de diensten digitaal als het kan, maar persoonlijk als het moet. In de begroting staat omschreven dat de gemeente haar data gaat delen met de inwoners en de raad.

11

Dit is een goede zaak maar in de ogen van de DGG slechts een eerste stap. Digitalisering kunnen we nog veel verder inzetten in onze gemeente. Denk bijvoorbeeld aan straatverlichting die automatisch reageert. Het is hierbij van belang dat de gemeentelijke organisatie gebruik maakt van moderne (digitale) hulpmiddelen die optimaal functioneren. Geldrop-Mierlo wapent zich tegen cybercriminaliteit. Geldrop-Mierlo draagt bij aan de bescherming van privacy van inwoners en ondernemers en borgt deze binnen haar eigen processen. Communicatie De DGG is van mening dat er continue aandacht nodig is voor het verbeteren van de communicatie van de gemeente met inwoners, ondernemers, verenigingen, maatschappelijke organisaties en andere overheden. In deze collegeperiode ligt de nadruk op het versterken van de online informatievoorziening en informatievoorziening via sociale media om zo mee te bewegen met de maatschappelijke ontwikkelingen. Hierbij moet de gemeente niet alleen communiceren als er iets heel goed of juist niet goed is gegaan maar de communicatie moet er vooral op gericht zijn om aan de inwoners te laten zien wat de gemeente dagelijks doet. Gezonde gemeentelijke financiën is het uitgangspunt De financiële situatie van onze gemeente is rooskleurig maar we zijn er nog niet.

De begroting is in lijn met de afspraken die we hierover gemaakt hebben en daarvoor verdient het college en de ambtelijke organisatie een compliment. Alle jaren zijn nu sluitend en een herstel van de reserve is in zicht. Dit is het gevolg van het goede beleid van de afgelopen jaren waarin we met behulp van de middelen die we opzijgezet hadden de grootste dalen konden dempen. Maar voorzichtigheid blijft geboden omdat er nog een aantal zaken onzeker zijn. We moeten zoals gezegd voldoende middelen hebben om de bestaanszekerheid van onze inwoners te ondersteunen. En er komt een nieuwe omgevingswet op ons af waar we nog veel werk aan zullen hebben. Bovendien weten we nog niet wat 2026 gaat brengen. Dit is een nieuwe kabinetsperiode in den Haag en daarmee is onzeker hoe het gemeentefonds er uit zal gaan zien. Dit zogeheten “ravijn jaar” kan ons nog onaangenaam verrassen. Slot Tenslotte willen we langs deze weg de ambtenaren en het college bedanken voor het opstellen van deze begroting. De gepresenteerde meerjarenraming schetst een goed beeld van de kansen en risico’s die we de komende jaren tegemoet gaan treden.

12

Fractie DPM Allereerst danken wij het college en ambtenaren voor het vervaardigen en toesturen van de Strategie 2023-2026 en de Meerjaren Programma Begroting (MPB) 2023-2026 aan de raad van Geldrop-Mierlo. Ook dank aan het college voor de verschillende heldere presentaties welke zojuist gegeven zijn. We hebben deze stukken afgelopen vrijdag onder embargo mogen ontvangen. De tussenliggende periode was niet alleen kort maar ook erg druk bezet. Afgelopen zondag hebben wij ons reguliere fractieoverleg gehad, op maandagavond waren de commissie Ruimte én de bijeenkomst in Mierlo over de opvang vluchtelingen. Op dinsdagavond de commissie Samenleving en op woensdagavond de regionale bijeenkomst van de MRE. U zult begrijpen dat we in deze 1e algemene beschouwing ons vooral zullen beperken tot de hoofdlijnen en we ons later in het proces inhoudelijk gaan verdiepen in deze begroting. Deze Meerjaren Programma Begroting is in een nieuw jasje gestoken. Allereerst gaat de aanbieding van deze MPB gepaard met de aanbieding van de Strategie 2023-2026 met daarin een vertaling in onze opgaven voor de komende jaren binnen de thema’s, doelgroepen en gebieden. Na de vaststelling van de Visie 2040 is het prettig om nu eens terug te zien wat dit voor de komende jaren inhoudelijk gaat betekenen.

Wij onderschrijven het idee dat het nóg beter is om vanaf volgend jaar de geactualiseerde strategie voor de komende jaren te ontvangen bij de behandeling van de Kadernota. Wij zijn u ook erkentelijk voor het feit dat de inhoud van het raadsbreed vastgestelde Doelstellingenakkoord is verwerkt in zowel de strategie als in de begroting. Ook spreken we onze waardering uit dat er dit jaar voor het eerst ook een capaciteitsbegroting is opgenomen. Dit alles tezamen stelt ons als raad in de gelegenheid om onze rollen als kadersteller en controleur nóg beter uit te voeren. Nogmaals dank daarvoor. De MPB laat voor alle jaren tot en met 2026 een positief begrotingssaldo zien, waarvan het overgrote deel structureel van aard is. Hierin zijn de gevolgen van de septembercirculaire nog niet verwerkt. We zijn benieuwd naar de uitkomsten hiervan en zien uit naar de toegezegde Raadsinformatiebrief hierover. Onze ratio van het weerstandsvermogen bedraagt 4,89. Hiermee voldoen we ruimschoots aan de gestelde norm en ligt dit vooralsnog ruim in de lijn van het Doelstellingenakkoord. We kunnen dus stellen dat de financiële positie van onze gemeente goed is. Dankzij een goed en solide financieel beleid én de ruimere noodzakelijke hogere bijdragen van het rijk worden we in staat gesteld om mogelijke toekomstige tekorten op te kunnen vangen.

De in het Doelstellingenakkoord gevraagde minimale hoogte van de algemene reserve, 10% van de structurele uitkering van het gemeentefonds, wordt naar alle waarschijnlijkheid volgend jaar al gerealiseerd. Het voorstel om dit bedrag steeds naar boven af te ronden met een veelvoud van € 500.000 kan op onze goedkeuring rekenen. Daar waar we de jaren vanaf 2015 vooral bezig zijn geweest met de tekorten op de drie decentralisaties binnen het Sociaal Domein: de jeugdzorg, de WMO en de Participatiewet (Senzer), lijken deze nu plaats te hebben gemaakt voor een groot aantal crisissen. De oorlog in Oekraïne, de energiecrisis, de wooncrisis, de tekorten op de arbeidsmarkt, de stikstof crisis en de opvang van vreemdelingen, zullen een grote impact hebben op de financiële situatie van onze burgers, onze bedrijven en verenigingen. Uiteraard vindt DPM het van groot belang dat we deze groepen ondersteunen. Graag willen we samen met de andere partijen in de raad nadenken over de mogelijkheden die we hebben op het gebied van flankerend beleid in welke vorm dan ook. Eén van de mogelijkheden die wij zien is om voor de komende jaren het budget voor de armoedeondersteuning te verhogen om zodoende tegemoet te kunnen komen aan de toenemende vraag. De aangeleverde MPB laat zoals gezegd mooie zwarte cijfers zien in meerjarenperspectief.

Hierdoor worden we in de gelegenheid gesteld om in te kunnen spelen op financiële problemen bij onze inwoners, bedrijven en verenigingen. Zoals gezegd willen wij graag meedenken aan passende oplossingen. We willen er echter voor waken dat we ook in de komende jaren, ná 2026, nog voldoende vlees op de botten hebben om ook dan een goed en solide financieel beleid te kunnen voeren. De VNG heeft namelijk becijferd dat de gemeenten gezamenlijk in 2026 met een tekort te maken krijgen van 3,9 mld euro oplopend tot 6,2 mld euro in 2028.

13

Het doet ons deugd om te zien dat de ingezette weg van de laatste jaren wordt gecontinueerd. Het streven naar een goede balans tussen een gezonde financiële situatie in meerjarenperspectief, onze reservepositie die voldoende is om toekomstige risico’s op te vangen en een weerstandsvermogen dat nog steeds positieve waarden laten zien. We slagen er ook nog steeds in om niet in te hoeven grijpen in ons voorzieningenniveau. De komende weken zullen we ons verdiepen in de voorstellen van het college. Wij zien uit naar de inhoudelijke behandeling van deze begroting. Ik ben ervan overtuigd dat we door gezamenlijk onze schouders er onder te zetten, we ook de eerdergenoemde crisissen ten positieve kunnen keren.

14

Fractie Groen-Links Dank u wel college en ambtenaren voor de begroting die nu voorligt. Een begroting nieuwe stijl. Mooi daarin dat hier expliciet naar de capaciteit gekeken wordt. De laatste jaren was dat altijd een ding. Dan hadden wij mooie plannen en vervolgens: ‘’Ja, daar hebben wij de capaciteit niet voor in het ambtenarenapparaat’’. We zien ook dat als het zo doorgaat er 9,5 fte aan ambtenaren bijkomen, dus ik hoop dat we daarmee ook ondervangen dat wij mooie plannen hebben, maar dat die niet uitgevoerd kunnen worden vanwege die capaciteit. Deze begroting gaat, in eerste instantie, natuurlijk over het komende jaar en een aantal jaren daarna. Maar, ik zou eigenlijk graag ook nog wel een stukje verder willen kijken dan daar. We hebben een visie voor 2040, we hebben ijkpunten in 2030 en dat zie ik toch nog niet altijd al terugkomen in de beslissingen die nu gemaakt worden. Dan is het niet duidelijk van waarom doen we nu dit, zodat we uiteindelijk uitkomen op datgene dat we in 2040 willen. Er wordt ook gerefereerd aan het Doelstellingenakkoord. Heel logisch natuurlijk. Er is een mooie strategie toegevoegd. Daarin wordt gezegd dat we die samenhang willen gaan zien tussen de verschillende programma’s. Maar als je dan die individuele programma’s bekijkt, dan wordt daar vervolgens niet zo heel veel mee gedaan. Het blijft een beetje bij een algemeen beeld wat we willen hebben.

Maar, wat zie ik dan concreet terug in die individuele programma’s waarmee we die samenhang gaan doen? Dit klinkt voor mij een beetje déjà vu, want bij het Doelstellingenakkoord zei ik eigenlijk al dezelfde dingen. Dan iets anders nieuws in deze begroting: de co creaties. Dat klinkt mooi. Biedt ongetwijfeld mogelijkheden, maar ook daar hebben wij op dit moment nog wel een aantal vragen: hoe gaat dat eigenlijk in zijn werk? Hebben we überhaupt al een idee met wie we die co creaties willen aangaan? Als we dit soort dingen gaan doen, dan wil ik ook graag even de termen nulmeting en evaluatie noemen, zodat we weten wat we uiteindelijk wel of niet bereikt hebben. Dat mis ik nog een klein beetje in hetgeen wat nu voor ons ligt. Sowieso ook gewoon in de programma’s -even buiten die co creaties- die termen nulmeting en evaluatie zie ik graag vaker terugkomen, zodat we dan kunnen zien wat we uiteindelijk op termijn bereiken. Reactie college: Co-creatie: het opnemen van inzet op het vlak van co-creatie is onderdeel van de slag die we als gemeente willen maken om sterker participatief te werken. Het geeft aan dat we op alle terreinen bewust en consequent zoeken naar de verbinding met inwoners, verenigingen, bedrijven, etc. en dat we dit inbakken in de programmatische manier van werken en het werken met gebiedsopgaven. Hoe en met wie zal maatwerk zijn.

Niet alleen per speerpunt of gebied, maar ook afhankelijk van wat er op de verschillende momenten speelt. Op pagina 10 van de meerjarenbegroting 2023-2026 staat een uitleg over het begrip co-creatie. Evalueren: Evalueren moet inderdaad een integraal onderdeel zijn binnen de programmatische aanpak. Daar zal zeker aandacht voor zijn. Voor sommige ontwikkelingen kan het inderdaad relevant zijn om vooraf een nulmeting uit te voeren, zodat we kunnen volgen welke effecten we zien. Dan even de lange termijn laten liggen. We gaan naar een stukje korte termijn. Het is door enkele anderen ook al gezegd: de inflatie en prijsstijgingen. Regeren is vooruitzien. Het wordt wel genoemd dat we met grote indexeringen zitten, dat er prijsstijgingen zijn, maar wat zie ik daar dan uiteindelijk van terug in die begroting? Waarom zijn er her en der niet wat meer marges ingebouwd? Waarom niet een stukje veiligheid? Waarom hebben we misschien niet al wat scenario’s klaar? Dat is dus wel een stukje dat ik mis in deze begroting en waar wij ook zeker in de verdere behandeling nog op terug zullen komen. Reactie college: We hebben bij het verwerken van zowel de meicirculaire 2022 als de septembercirculaire 2022 rekening gehouden met deze onzekerheid door een stelpost op te nemen voor loon- en prijsstijging. Dit betreft ruim € 2 miljoen in 2023, oplopend tot € 4,4 miljoen in 2026.

Daarnaast hebben we hier ook in de begroting 2023-2026 rekening mee gehouden door een stelpost op te nemen (1,1%) voor een eventuele loonstijging.

15

Dan nog een paar wat meer inhoudelijke dingen. Wonen staat erin. Uiteraard, voor iedereen was dat belangrijk. Maar het punt wat ik vaker gemaakt heb, wat andere partijen ook vaker gemaakt hebben, zie ik ook hier niet zo goed terug. Ik zie niet zoveel terug over ‘hoe maken wij die woningen die wij gaan bouwen bereikbaar voor iedereen’. Ook voor de mensen die het misschien wat minder goed kunnen betalen. Dat wordt voor ons ook zeker een aandachtspuntje in de verdere behandeling. Hoe gaan wij borgen dat die woningen op de goede plek, maar ook bij de goede mensen, terecht komen? Bij onze eigen inwoners, onze eigen jongeren die vastzitten nu omdat ze gewoon op de woningmarkt niks kunnen vinden. Dus ook de mensen die misschien wat minder geld hebben voor een woning. Reactie college: Zie beantwoording bij fractie PvdA: u krijgt binnenkort een doelgroepenverordening ter vaststelling. Hierin worden uitgangspunten als instandhoudingstermijnen en prijsgrenzen geborgd. Als we het dan hebben over mensen die misschien wat minder geld te besteden hebben, zeker nu ook met al die prijsstijgingen. Hoe gaan wij die mensen bereiken? Een belangrijk punt. Daar moeten we echt nog meer in gaan doen. Dat wordt voor ons ook iets. Er is net al gezegd ‘’misschien moeten we ook wat normen voor hulp gaan verruimen richting die 130%’’. Daar zult u in ieder geval ons wel aan uw zijde vinden.

Behalve verder kijken in de tijd, naar de toekomst, wat we uiteindelijk misschien in 2040 willen hebben, zou ik ook graag wat meer willen zien over verder kijken en dan geografisch gezien naar onze buurgemeenten. Hoe gaan wij die samenwerking aan met onze regio? Hoe pakken wij bijvoorbeeld een regionale energiestrategie aan? Die hebben we vastgesteld, maar wat gaan we daar nu verder eigenlijk mee doen en hoe gaan we daarin investeren? Reactie college: Wij werken nog steeds samen met onze buurgemeenten aan de Regionale EnergieStrategie (RES). Er is regionaal budget voor het actualiseren en monitoren van de RES. Recent is het samenwerkings- en uitvoeringsprogramma van de RES vastgesteld. Hierin wordt beschreven hoe wij samenwerken. Dit gebeurt onder meer via coalities waar gemeenten vrijwillig aan deel kunnen nemen. Dit zijn veelal concrete projecten, zoals de Groene Zone Isoleren of de Green deal Zorg. In het uitvoeringsprogramma van de Duurzaamheidsnota wordt een raming geven van eventuele kosten die voortkomen uit de coalities waar onze gemeente aan wil deelnemen. Deze kosten kunnen naar verwachting gedekt worden uit de landelijke klimaatmiddelen die wij jaarlijks ontvangen. Dit zal terugkomen in het voorstel dat begin 2023 aan uw raad wordt voorgelegd.

Daarnaast wordt ambtelijk verkend hoe wij op subregionaal niveau (stedelijk gebied) meer kunnen samenwerken binnen het thema Duurzaamheid. Als we het hebben over bijvoorbeeld mobiliteit: hoe pakken wij dat aan met onze buurgemeenten, zodat het mooi aansluit? Dat zijn dingen die nu ontzettend leven. Gisteren nog op de Metropoolconferentie, waar enkelen van u aanwezig waren, is het genoemd. Dat is iets wat speelt. De groei van de regio, steeds meer inwoners. Die mobiliteit moeten we aanpakken. Reactie college: Als regio hebben we inderdaad een enorme taakstelling op het gebied van woningbouw en mobiliteit. De te verwachten forse groei van de woningvoorraad en arbeidsplaatsen genereert immers veel extra verkeer welke we niet langer als vanzelfsprekend met een verdere uitbreiding van het wegennet kunnen faciliteren. Als regio zetten we daarom in op een mobiliteitstransitie waarbij een groter deel van de vermijdbare autokilometers wordt opgevangen door meer milieuvriendelijke vervoerswijzen, zoals openbaar vervoer en fiets. Ook zet de regio in op de realisatie van mobiliteitshubs zodat op strategische plaatsen een makkelijke overstap van auto op OV of van auto op (deel)fiets mogelijk wordt gemaakt zodat de ‘last-mile’ niet vanzelfsprekend met de auto wordt gemaakt.

Deze mobiliteitstransitie is onderdeel van het regionale mobiliteitsbeleid waar nadrukkelijk de samenwerking wordt gezocht met provincie, Rijk en bedrijfsleven. Voor een afzonderlijke gemeente zou dit niet werkbaar zijn, omdat verkeer niet ophoudt bij de gemeentegrenzen. Het is een gezamenlijke opgave waarin alle stakeholders worden gevraagd die verantwoordelijkheid op te pakken.

16

Een belangrijk deel van de projecten wordt geïnitieerd en gecoördineerd vanuit de regionale bereikbaarheidsagenda waarvoor een duidelijke ambtelijke en bestuurlijke regionale overlegstructuur bestaat. Voorts worden de grotere projecten, zoals de Korte Termijn Maatregelen A2 en de beoogde uitbreiding/verbetering van het busstation Neckerspoel in Eindhoven, in het BO-MIRT geagendeerd zodat ook het Rijk meer (financieel) betrokken wordt in deze belangrijke regionale ontwikkeling. Dat is dus zo een thema. Het ligt hier. We weten dat het op ons afkomt en waar zie ik het dan terug? Al met al staan er best een hele hoop goede dingen in deze begroting en de doorkijk die we hebben, maar wij missen dus gewoon het stukje visie. Wij willen dat bij de beslissingen die we nemen, dat het gaat over ‘waarom nemen we een beslissing?’ zodat wij in de toekomst daar zijn. Wij willen weten waarom nemen wij die beslissing, om inderdaad in die regio niet alleen wat te halen, maar ook wat te brengen. Dus, wij hopen op een aantal dingen de begroting echt nog aan te kunnen scherpen, een stukje richting te kunnen geven in zowel tijd als die samenwerking. Ik heb dus al een aantal dingen gehoord waarin ik graag meedoe met de andere partijen. In de verdere behandeling zullen wij ook de samenwerking zoeken op de punten die voor ons belangrijk zijn.

17

Fractie Samen Dank voor deze Meerjarenprogrammabegroting. Een begroting in dezelfde stijl als het doelstellingakkoord, op hoofdlijnen dus. En daarmee is meteen al heel veel gezegd: De algemene conclusie die wij trekken van dit stuk is dat we totaal niet de mogelijkheid hebben om echt te meten of de doelen behaald zijn. Het een wordt verminderd, het ander wordt vergroot, het volgende punt laat een afname zien. Maar ten opzichte van wat? Ik noem een voorbeeld: De weerbaarheid van risicogroepen tegen ondermijning is vergroot, waardoor er minder sprake is van georganiseerde criminaliteit. Dat klinkt natuurlijk geweldig! Maar hoeveel georganiseerde criminaliteit is er nu? Hoe meten we dat? En hoe meten we of de weerbaarheid vergroot is? Overigens zal de enorme toename van het aantal mensen die onder de armoedegrens leven niet bijdragen aan het verminderen van de georganiseerde criminaliteit. Reactie college: Het meten van resultaten is niet altijd eenvoudig. Voor wat betreft ondermijning worden op specifieke deelonderwerpen gegevens verzameld en bekeken. Bijvoorbeeld het voorkomen van jonge aanwas (risicogroep) in drugscriminaliteit wordt één van de speerpunten binnen het thema Maatschappelijke weerbaarheid.

Uit onderzoek van RTL-nieuws, maar ook uit ons eigen ondermijningsbeeld, blijkt dat er in Geldrop-Mierlo relatief veel jongeren risico lopen om terecht te komen in drugscriminaliteit. Door gebruik te maken van indicatoren als voortijdig schoolverlaten, halt-registratie en bijvoorbeeld speciaal onderwijs voor kinderen met gedragsproblemen is het bij een onderdeel als deze zeker mogelijk om de effecten van onze inspanningen te meten. Bij andere onderdelen is dit lastiger. Onze steeds meer datagedreven aanpak van ondermijning zal hier wel bij helpen. Maar soms doen we ook gewoon letterlijk niks en denken we met een meting het probleem opgelost te hebben. Zo willen we de waardering van inwoners van de bewegingsvoorzieningen in wijken gemiddeld op een 8 krijgen. Wat gaan we daarvoor doen? Reactie college: We willen voldoende vrij toegankelijke voorzieningen in de wijk realiseren en onderhouden. Wat is dan voldoende? Daarvoor gaat er een analyse plaatsvinden: wat is er in de gemeente aan bewegingsvoorzieningen per wijk? En is er nog wat nodig? Het gebruik van de voorzieningen stimuleren we door inzet van de buurtsportcoach. Ook vanuit Fit&Pit en met name het Joggprogramma is hier aandacht voor. De gebiedsregisseur stimuleert ook het gebruik door inwoners en groepen. Bovendien worden QR-fitroutes gerealiseerd, één in Mierlo en één in Geldrop.

Beschreven staat dat er in 2023 een nulmeting uitvoeren hoe inwoners de bewegingsvoorzieningen in wijken waarderen en 2 jaar later gaan we een meting uitvoeren hoe inwoners de bewegingsvoorzieningen in wijken waarderen. Pas dan gaan we mogelijk de inzet bijstellen. Maar weten we na de eerste meting ook al niet of we de 8 al hebben bereikt? Reactie college: Als we een 8 dan hebben bereikt zou dat natuurlijk heel mooi zijn! Halen we die 8 nog niet dan is het uiteraard al meteen na de meting interessant wat de meting oplevert aan belevingservaringen. Die input gaan we gebruiken om in de komende jaren het gebruik te verbeteren. Basis daarvoor is ook de eerdergenoemde analyse van bewegingsvoorzieningen in de wijk. Daar wachten we geen 2 jaar mee. Na het doelstellingenakkoord op hoofdlijnen hebben we nu ook een meerjarenprogrammabegroting op hoofdlijnen en missen we ook nu de smart-formuleringen. Op ieder onderwerp werken we aan co-creatie, maar wat we daar dan echt voor gaan doen? Dat ontbreekt in het verhaal. Wat ook ontbreekt is wat we gaan doen met al die onderwerpen die we gaan onderzoeken of verwerken. Krijgt de raad daar terugkoppeling op? En hoe gaat dat gebeuren? In veel gevallen staat er namelijk niets beschreven over opvolging.

18

Reactie college: De onderzoeken en verkenningen zijn gericht op het opdoen van kennis om enerzijds in de uitvoering bij te kunnen sturen, maar ook om beleid te kunnen ontwikkelen of bijstellen. De onderzoeken en verkenningen krijgen hun plek in de uitvoeringsagenda's (binnen de programmatische aanpak), waardoor het verband met het vervolg ook duidelijker zal worden. De raad ziet de resultaten van onderzoeken en verkenningen dus terug in beleid doordat de opgedane kennis erin verwerkt is. Rapportages kunnen ook als bijlagen worden opgenomen. Daarnaast kan verworven data worden gedeeld met de raad. We zijn blij dat we eindelijk wijkontwikkelingsplannen gaan krijgen in een vorm die past bij de wijk. De afgelopen jaren hebben we heel vaak de discussie gevoerd dat iedere wijk een wijkontwikkelingsplan moest krijgen en de nadruk lag vanuit de coalitiepartijen steeds op de kwantiteit. Gelukkig wordt nu eindelijk ingezien dat een wijkontwikkelingsplan voor de Coevering er echt heel anders uit komt te zien dan voor bijvoorbeeld Genoenhuis. Hopelijk verschuift de aandacht in de ontwikkelingsplannen wel meer van ruimtelijke inhoud naar de sociale samenhang. En die ruimtelijke vraagstukken, ach die komen toch wel naar voren als we in de gemeente maar laten zien dat we de houding aannemen van: Ja, tenzij, in plaats van nee.

Overigens staat er in het stuk ja, mits… en dat is toch net weer een ander uitgangspunt en in onze ogen open een stuk minder meewerkend dan ja, tenzij. In de afgelopen weken heeft de gemeente laten zien hoe ze integraal kan werken. We hebben daarvan gisteren het resultaat mogen zien. Sporthal de Weijer is omgetoverd tot een noodopvang voor vluchtelingen. Door de juiste mensen in te zetten en aan elkaar te koppelen en door ze mogelijkheden te geven om met ideeën te komen en om stappen vooruit te zetten hebben de vluchtelingen een noodopvang waar we trots op mogen zijn. Natuurlijk hebben we onze gedachten bij de manier van opvang, het slepen van mensen van hot naar her is niet de weg die wij voor staan, maar wat fijn dat deze mensen even niet achterom hoeven te kijken. Als het dan gaat om de ambtelijke organisatie zijn we blij te lezen dat er een continue meting van medewerkersbetrokkenheid- en bevlogenheid plaatsvindt. Hopelijk is dat ook echt zo. Het torenhoge ziekteverzuim is namelijk geen goed signaal. Er is ooit afgesproken dat bij het vertrek van ambtenaren een exitgesprek gehouden wordt. Helaas zijn er te veel voorbeelden waarbij dat helaas niet gebeurd is. We willen vragen om dat toch echt te doen en in te zetten op het behouden van de mensen die voor de gemeente van grote waarde zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=95b85945-32af-47a6-80cd-2d6a00a9ff43