2. Meerjarenbegroting 2025-2028
Tekst van het document
64
14. VNG international We stoppen de deelname aan VNG international. Dit betekent dat bij eventuele natuurrampen er geen bijdrage is vanuit de gemeente Geldrop-Mierlo. 15. Aantal pagina's Middenstandsbelangen terugbrengen De gemeente gebruikt op dit moment gemiddeld vier pagina’s in Middenstandsbelangen. Naast publicaties van vergunning, bekendmakingen etc., vindt er algemene communicatie plaats. Met dit voorstel zal er een scherpere afweging plaats moeten vinden waarover in Middenstandsbelangen wordt gecommuniceerd. 16. Investeren in software voor besparingen kantoorgebouw na openingstijden Geconstateerd is dat lang na werktijd, de verlichting in het gemeentehuis nog brand. Ondanks dat er sprake is van LED-verlichting kan, als de verlichting eerder wordt uitgeschakeld een besparing plaatsvinden. Hiervoor dient een eenmalige investering plaats te vinden in 2024 van € 30.000 in schakelapparatuur. 17. Na verkiezingen 1 wethouder minder Met ingang van de nieuwe raadsperiode begroten we 4 fte voor wethouders formatie Mocht alsnog besloten worden om met meer dan 4 fte te werken, zal dan alsnog een aanvullend financieel voorstel genomen moeten worden. 18. Aframen budgetten i.v.m. onderschrijding Op basis van onderschrijdingen op budgetten in 2021, 2022 en 2023 is bepaald wat structurele overschotten zijn. Op basis hiervan worden budgetten afgeraamd in alle programma's.
Procentueel op het totale budget van de exploitatie, is dit slechts circa 0,33%.
65
Paragrafen Inleiding In deze paragraaf staan de verplichte paragrafen. De paragrafen zijn: 1. Lokale heffingen; 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing; 3. Onderhoud kapitaalgoederen; 4. Financiering; 5. Bedrijfsvoering; 6. Verbonden partijen; 7. Grondbeleid; 8. Wet open overheid. Daarnaast zijn de beleidsindicatoren opgenomen.
Lokale heffingen Inleiding Deze paragraaf geeft op hoofdlijnen een overzicht van de lokale heffingen en belastingen.
Beleid Bij het heffen en invorderen van belastingen zijn wij onder meer gebonden aan: • de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR); • de Algemene wet bestuursrecht (Awb), inclusief de algemene beginselen van behoorlijk bestuur; • de Invorderingswet 1990; • de Gemeentewet; • diverse uitvoeringsbesluiten. De wet geeft duidelijke kaders aan voor de heffing, invordering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Het maken van uitzonderingen op de regels uit de wetgeving is niet toegestaan, dit om rechtsongelijkheid voor de inwoner te voorkomen. Het tarievenbeleid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: • Geen algemene lastenstijging. De gemiddelde lasten voor de inwoner mogen niet meer toenemen dan de inflatiecorrectie; • Streven naar kostendekkendheid in de tariefstelling voor leges en retributies; • Het profijtbeginsel bij de overige heffingen hanteren. In overeenstemming met de uitgangspunten worden de tarieven over 2025 als volgt aangepast: • OZB: de tarieven verhogen met het inflatiepercentage van 3,3% (gewogen kostenindex). Daarnaast is er rekening mee gehouden dat de totale opbrengst niet beïnvloed wordt door de gemiddelde WOZ-waardestijging of -daling van de objecten. Bij de berekening van de opbrengst is uitgegaan van een jaarlijkse areaaluitbreiding. Naast de inflatieverhoging met 3,3% vindt een extra verhoging van 4,1% plaats.
• Afval: de variabele tarieven verhogen met het inflatiepercentage van 3,3% (gewogen kostenindex). Het vastrecht verhogen met 16,4%. • Riolering: de tarieven zijn minder dan het inflatiepercentage verhoogd. • Hondenbelasting: de tarieven blijven gelijk aan 2024. • Leges: de tarieven verhogen met het inflatiepercentage van 3,3% (gewogen kostenindex). • Reclamebelasting: centrum Geldrop geen aanpassing, centrum Mierlo verhogen met het inflatiepercentage van 3,3% (gewogen kostenindex). • Toeristenbelasting: de tarieven verhogen naar € 2,-- per persoon per overnachting. • Parkeren: een tariefsverhoging naar € 0,90 per uur met een maximaal dagtarief van € 6,-.
66
Onroerendezaakbelastingen (OZB) De gemeente heft op grond van artikel 220 van de Gemeentewet twee directe belastingen op de onroerende zaken die binnen de gemeente liggen, de zogenaamde onroerendezaakbelastingen. • Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak (die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom) bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; • Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. De hoogte van de OZB is afgeleid van de WOZ-waarde (een percentage). Jaarlijks worden nieuwe WOZ-waarden vastgesteld. De aanslagen zijn gebaseerd op de WOZ-waarden met een waardepeildatum die 1 jaar voorafgaand aan het belastingjaar ligt. De maximaal verwachte opbrengst OZB wordt als percentage van de totale WOZ-waarden (rekening houdend met areaaluitbreiding en waardestijging) van alle onroerende zaken in Geldrop-Mierlo uitgedrukt. Dit percentage is bepalend voor de hoogte van elke individuele aanslag OZB.
Conform voornoemde regelgeving worden de tarieven voor 2025 bijgesteld aan de hand van de ontwikkeling van de nieuwe WOZ-waarden en wel zodanig dat uiteindelijk sprake is van een gelijkblijvend niveau van de opbrengst onroerendezaakbelastingen, exclusief de areaaluitbreiding en de tariefaanpassing. Het voorstel voor vaststelling van de tarieven wordt in de raad van december 2024 aangeboden aan de raad. De inschatting van de totale WOZ-waarde voor 2025 (voorlopige stand 1 september 2023) is als volgt: Totale waarde woningen Totale waarde niet-woningen
2024
2025
7.215.000.000
7.830.000.000
651.000.000
682.000.000
De belastingcapaciteit heeft een relatie met de inkomsten die een gemeente ontvangt via het gemeentefonds. Hoeveel geld een individuele gemeente uit het gemeentefonds krijgt, hangt namelijk af van de kenmerken en de belastingcapaciteit van de gemeente. De belastingcapaciteit geeft aan hoeveel belasting een gemeente jaarlijks kan innen. Het aandeel van een gemeente in het gemeentefonds is kleiner naarmate het vermogen om belastingen te heffen groter is. Het gaat hier om de WOZ-waarde van onroerende zaken in de gemeente, berekend tegen één voor alle gemeenten gelijk tarief. In onderstaande tabel geven we de korting op het gemeentefonds weer ten opzichte van werkelijke opbrengst. We doen dit op basis van de waarde 1-1-2024, omdat dit de laatst vastgestelde waarde is. Belastingsoort OZB eigenaren woningen
Waarde
Ons tarief
Opbrengst
Kortingstarief
Korting
Saldo
7.215.000.000
0,0659%
4.754.685
0,07120%
5.137.080
OZB gebruikers niet-woningen
570.000.000
0,1490%
849.300
0,15617%
890.169
- 40.869
OZB eigenaren niet-woningen
651.000.000
0,1834%
1.193.934
0,20531%
1.336.568
- 142.634
7.363.817
- 565.898
6.797.919
- 382.395
De begrote opbrengsten uit OZB zijn voor 2025 als volgt: 2025 Eigenaren woning
5.135.081
Eigenaren niet-woning
1.256.399
Gebruikers niet-woning
941.639
Afvalstoffenheffing/reinigingsrechten De gemeente is verplicht huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Op grond van artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer en de Verordening Reinigingsheffingen wordt afvalstoffenheffing geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel waarvoor de gemeente verplicht is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. De tarieven van de afvalstoffenheffing zijn verdeeld in twee componenten:
67
-
Een vast deel: hiertoe behoren kosten die niet in de invloedssfeer liggen van de individuele inwoners, zoals de kosten van de milieustraat, glas-, papier- en plasticinzameling. Een variabel deel: het gaat hier om het zogenaamde “vervuiler betaalt” principe; hoe vaker iemand zijn/haar rest- en gft-afval aanbiedt, des te hoger de kosten voor deze aanbieder zijn.
Reinigingsrechten worden geheven van niet-woningen (bedrijven) die hebben aangegeven gebruik te maken van de inzameldienst voor huishoudelijke afvalstoffen. Het betreft hier geen bedrijfsafval. De gemeente Geldrop-Mierlo werkt in de laagbouw met een systeem van afvalverwijdering via grijze (restafval) en groene (GFT) bakken. De hoogte van de heffing hangt naast een vastrecht af van het aantal ledigingen en het volume van de containers waarvoor de belastingplichtige zelf heeft gekozen (gedifferentieerd tarief). Bij de hoogbouw (gestapelde bouw en in het centrum van Geldrop) maken de bewoners en huurders van niet-woningen gebruik van ondergrondse containers. Vanaf 2015 hanteren we weer het diftarsysteem. De hoogte van de heffing bij deze groep bewoners c.q. gebruikers vindt plaats op basis van het aantal keren dat van de ondergrondse container gebruik is gemaakt. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt naar een inworp van een pedaalemmer zak (25 liter) of een vuilniszak (40 liter). Naast een verhoging van de variabele tarieven met de gewogen kostenindex voor 2025 van 3,3%, heeft de gemeente besloten het vastrecht te laten stijgen van € 190,68 naar € 222,00 per jaar. Deze verhoging is noodzakelijk om de afvalkosten kostendekkend te houden.
De stijging van de kosten wordt vooral veroorzaakt door: - volgens de begroting Cure 2025 wordt voor onze gemeente een hoger (€ 496.000 ) bedrag geraamd dan de begroting 2024 (vooral door hogere salariskosten, hogere tractiekosten en hogere kosten inzamelmiddelen). Dit is een stijging van 12,5%; - lagere verwachte poortopbrengsten milieustraat door lager aantal verwachte bezoekers; - aandeel toerekening straatreiniging is omhoog gegaan.
Rioolheffing Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt een rioolheffing geheven. De rioolheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een perceel, van waaruit afvalwater direct of indirect via de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. De kosten voor verbetering, vervanging, beheer en onderhoud van het rioolstelsel worden gedekt uit de rioolheffing. Deze belasting wordt geheven van de gebruikers van woningen en niet-woningen vanwege het lozen van afvalwater en hemelwater op de riolering. De in principe kostendekkende tarieven zijn gebaseerd op het Gemeentelijk Rioleringsplan 2023-2027 en deze begroting. Bij de invoering van de verbrede rioolheffing is de mogelijkheid geboden om naast de kosten van afvalwater ook de kosten van verwerking en afvoer van hemelwater in de rioolheffing te betrekken. Voor het afvoeren van hemelwater zijn en worden ook investeringen gedaan. Het afvalwater heeft een relatief klein aandeel in de totale hoeveelheid water die verwerkt/afgevoerd wordt via de riolering. Het overgrote deel betreft hemelwater, maar dit moet mede in relatie gezien worden tot het weer. In de komende jaren gaan we veel klimaat adaptieve maatregelen nemen. Hiervoor zijn grote investeringen vereist.
Kostendekkendheid afvalstoffenheffing en rioolheffing Onderstaande overzichten geven per heffing de totale lasten, de totale baten en het (kosten)dekkendheidspercentage weer. Dekkendheid afvalstoffenheffing
2025
Afval taakveld 7.3 Lasten milieustraat
1.815.438
Lasten overige afvalstromen
3.812.515
Kapitaallasten Mutatie voorziening Totaal lasten afval taakveld 7.3
70.399 747 5.699.099
Toerekenbare lasten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4
153.204
Kwijtschelding taakveld 6.3
185.000
Straatreiniging taakveld 2.1
316.774
68
BTW taakveld 0.11*
1.108.850
Totaal toerekenbaar
1.763.828
Totaal lasten
7.462.927
Baten afvalstoffenheffing
5.919.807
Baten milieustraat
651.073
Baten overige afvalstromen
892.047
Totaal baten taakveld 7.3
7.462.927
Dekkendheidspercentage afval
100%
* De omzetbelasting rekenen we conform artikel 229b van de gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het btw-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de btw compensabel en werd tegelijkertijd een uitname uit het gemeentefonds gedaan. Dekkendheid rioolheffing
2025
Riolering taakveld 7.2 Beheer en onderhoud riolering
1.514.754
Kapitaallasten
1.387.188
Mutatie voorziening
-842.180
Totaal kosten riolering taakveld 7.2
2.059.762
Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4
296.108
Kwijtschelding taakveld 6.3
136.000
Straatreiniging taakveld 2.1
361.332
Watertaken taakveld 5.7
264.872
BTW taakveld 0.11
1.155.686
Totaal toerekenbaar
2.213.998
Totaal lasten
4.273.760
Opbrengst rioolheffing taakveld 7.2
4.273.760
Baten totaal
4.273.760
Dekkendheidspercentage riool
100%
* De omzetbelasting rekenen we conform artikel 229b van de Gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het btw-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de btw compensabel en werd tegelijkertijd een uitname uit het gemeentefonds gedaan.
Leges Wanneer de gemeente een bepaalde dienst levert, kunnen daarvoor leges worden geheven. De tarieven worden jaarlijks vastgesteld in de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening. Net als de riool- en afvalstoffenheffing moeten de tarieven dusdanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten, moet rekening gehouden worden met van rijkswege gestelde maximumtarieven. Er mag geen winst gemaakt worden. Voor deze heffingen wordt gestreefd naar een 100% kostendekkend tarief. De verschillende leges die worden geheven, worden in principe jaarlijks verhoogd met de daarvoor geldende inflatiecorrectie. Kostendekkendheid leges Op grond van het besluit van 5 maart 2016 in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moeten gemeenten verplicht inzichtelijk maken dat de tarieven en heffingen hoogstens kostendekkend zijn. De geraamde baten mogen de geraamde lasten niet overschrijden.
69
Per hoofdstuk is hieronder de kostendekkendheid weergegeven op basis van de geraamde baten en lasten. Per hoofdstuk in de legesverordening wordt gestreefd naar maximale kostendekkendheid, ondanks dat jurisprudentie de legesverordening als één geheel ziet en dus de legesverordening als geheel maximaal kostendekkend mag zijn. Tussen afzonderlijke paragrafen binnen een hoofdstuk mag kruissubsidiëring worden toegepast. Opbrengsten uit leges van een bepaalde paragraaf, mogen kosten binnen een ander paragraaf compenseren. In onderstaande overzichten zijn per hoofdstuk de totale baten, de totale lasten en het kostendekkendheidspercentage weergegeven. De lasten zijn uitgesplitst in salaris, overhead en directe lasten. Hierbij is rekening gehouden met jurisprudentie over hetgeen wel en niet aan de leges mag worden toegerekend. De salaris- en overheadlasten in hoofdstuk 1 zijn toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Op basis van de toegerekende salarislasten is het opslagpercentage voor overhead bepaald. De salaris- en overheadlasten in hoofdstuk 2 zijn (voornamelijk) toegerekend vanuit het taakveld 8.3 Wonen en Bouwen, waaronder de omgevingsvergunningen vallen. Ook hier is op basis van de toegerekende salarislasten de overhead bepaald. De verwachtte legesopbrengsten in hoofdstuk 2 zijn gebaseerd op verwachtte projecten en de ingeschatte kans dat de projecten doorgaan in 2025 .
Het wel of niet doorgaan van grote projecten is van grote invloed op de uiteindelijke realisatie van de leges opbrengsten. De salaris- en overheadlasten in hoofdstuk 3 zijn voornamelijk toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Baten
Salaris
Overhead Lasten
Percentage
Hoofdstuk 1
Algemene Dienstverlening
-805.616
850.528
745.573
357.800
41%
Hoofdstuk 2
Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet
-856.623
351.549
308.167
222.509
97%
Hoofdstuk 3
Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2
-2.357
73.959
64.832
-
2%
-1.664.596 1.276.036 1.118.572
580.309
56%
Totaal
Overige belastingen Parkeren We stellen voor de parkeertarieven te verhogen van € 2,80 naar € 6,- per dag naar en van € 0,70 naar € 0,90 per uur. De tarieven voor een parkeerboete worden opgetrokken naar het wettelijke maximum tarief dat door de minister is vastgesteld (artikel 3.1 van het Besluit Gemeentelijke Parkeerbelastingen). Toeristenbelasting We stellen voor het huidige tarief van € 1,54 te verhogen naar € 2,-. De toeristenbelasting wordt beschouwd als een doelbelasting. Alle opbrengsten uit toeristenbelasting zetten wij in ter verbetering van de sector Recreatie en Toerisme. Binnen een werkgroep, bestaande uit ondernemers uit deze sector, worden projecten gekozen die tot uitvoering worden gebracht. Hondenbelasting De opbrengst uit hondenbelasting wordt ingezet voor uitgaven op het gebied van hondenbeleid en handhaving op hondenbeleid. Een eventueel overschot of tekort wordt verrekend met de reserve Hondenbeleid. Wanneer de opbrengsten uit hondenbelasting hoger zijn dan de kosten voor hondenbeleid, dan wordt het restant toegevoegd aan de reserve, en vice versa. De tarieven voor 2025 zijn gelijk gebleven aan die van 2024. Reclamebelasting We heffen reclamebelasting in de twee vastgestelde centrumgebieden ten behoeve van de voeding van het ondernemersfonds Geldrop en Mierlo. Het tarief voor het centrumgebied Geldrop is in 2025 gelijk gebleven aan het tarief van 2024.
Het tarief voor het centrumgebied Mierlo is in 2025 verhoogd met het inflatiepercentage van 3,3%.
Kwijtscheldingsbeleid De gemeente is op grond van de Gemeentewet en Invorderingswet bevoegd kwijtschelding van gemeentelijke heffingen te verlenen. Met het oog op de administratieve lastenverlichting voor de inwoners toetsen wij bij het inlichtingenbureau indien er eerder kwijtschelding is verleend of er geen belemmeringen zijn. Bij geen belemmering verlenen wij automatische kwijtschelding.
70
De kwijtscheldingsregels zijn vastgelegd in de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De gemeente heeft, als gevolg van artikel 255 van de Gemeentewet, slechts op 2 onderdelen beleidsvrijheid: • De raad kan bepalen dat er helemaal geen dan wel gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend; • De raad kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend. Op grond van het laatste onderdeel heeft de gemeente gekozen voor het voor 100% meenemen van de kosten van bestaan. Het bestaande beleid wordt hiermee voortgezet. Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor de volgende heffingen: • Afvalstoffenheffing; • Rioolheffing. Begrote kwijtschelding
2025
Afvalstoffenheffing
185.000
Rioolheffing
136.000
Overzicht tarieven De hiervoor genoemde beleidsuitgangspunten leiden tot de in onderstaande tabel berekende tarieven voor 2025. Ter vergelijking zijn tevens de cijfers van 2023 en van 2024 opgenomen. 2023
2024
2025
OZB eigenaar woning
0,0645%
0,0659%
0,0656%
OZB eigenaar niet-woning
0,1787%
0,1834%
0,1906%
OZB gebruiker niet-woning
0,1452%
0,1490%
0,1548%
Afvalstoffenheffing vastrecht (per jaar)
144,96
190,68
222
Afvalstoffenheffing 80 liter restafval
5,59
5,92
6,12
Afvalstoffenheffing 140 liter restafval
9,48
10,04
10,37
Afvalstoffenheffing 240 liter restafval
15,23
16,13
16,66
Afvalstoffenheffing 25 liter ondergronds
1,97
2,09
2,16
Afvalstoffenheffing 40 liter ondergronds
3,25
3,44
3,55
Afvalstoffenheffing 80 liter gft-afval
2,88
3,05
3,15
Afvalstoffenheffing 140 liter gft-afval
4,90
5,19
5,36
Afvalstoffenheffing 240 liter gft-afval
7,93
8,40
8,68
Rioolheffing < 200 m3
199,20
199,20
201,60
Rioolheffing > 200 m3 t/m 500 m3
265,80
265,80
268,80
Rioolheffing > 500 m3
265,80
265,80
268,80
Toeristenbelasting
1,46
1,54
2,00
Hondenbelasting per hond
52,80
55,44
55,44
Hondenbelasting per kennel
223,80
235,44
235,44
Vergelijking buurgemeenten In onderstaande tabel worden de eenheden gebruikt die het COELO toepast voor het bepalen van de woonlasten. Onderstaande tabel geeft inzicht in de gegevens over 2024 (afgerond op hele euro's). Son en Breugel
Nuenen
Eindhoven
Best
Geldrop-Mierlo
OZB Eig. woning
0,0770%
0,1058%
0,0937%
0,0841%
0,0659%
OZB Eig. niet-woning
0,1966%
0,2436%
0,2961%
0,2186%
0,1834%
OZB Gebr. niet-woning
0,1644%
0,1955%
0,2092%
0,1757%
0,1490%
OZB woning
420
591
430
392
311
Afvalstoffenheffing *) (meerpers. huishouden)
335
303
322
369
358
Rioolheffing
210
207
192
190
199
Woonlasten (OZB woning + Afval + Riool)
965
1.102
944
951
869
71
Ontwikkeling lokale lastendruk De gemeentelijke woonlasten bestaan uit de OZB (voor eigenaren), afvalstoffenheffing en rioolheffing. Onderstaande tabel geeft de omvang van de lokale woonlasten voor een gemiddeld huishouden in de gemeente Geldrop-Mierlo aan. Voor afvalstoffenheffing is hierbij als aanname gehanteerd: 9 ledigingen restafval van 140 liter en 4 ledigingen gft-afval van 140 liter. Jaar WOZ-waarde
2023
2024
2025
350.000
361.000
390.000
Wijziging WOZ-waarde
15%
3%
8,1%
OZB
225
237
256
Afvalstoffenheffing
249
302
337
Rioolheffing
199
199
202
Totaal #)
673
738
795
Lastenontwikkeling
2,0%
9,7%
7,7%
#) De totale lastendruk 2024 is niet gelijk aan de totale lastendruk 2024 in het rapport van COELO hierboven. Dit komt omdat COELO om een landelijke vergelijking te kunnen maken van andere gemiddelde WOZ-waarden bij OZB en andere gemiddelde aantal ledigingen bij afvalstoffenheffing uitgaat.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Deze paragraaf geeft inzicht in de financiële positie van de gemeente Geldrop-Mierlo. Hiervoor beschrijven en waarderen we de risico's. Vervolgens zetten we het totaal aan risico's af tegen de aanwezige weerstandscapaciteit. Voor wat betreft het beleid over weerstandsvermogen en risicobeheersing hanteren we de uitgangspunten van de 'Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen'. Als laatste worden de financiële kengetallen gepresenteerd.
Beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's In de raadsvergadering van 26 november 2012 heeft de raad de ‘Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen’ vastgesteld. De beleidsconclusies hieruit zijn: • De gemeenteraad wordt via de planning- en control documenten geïnformeerd over de tien belangrijkste risico’s, de beschikbare weerstandscapaciteit en de ratio van het weerstandsvermogen. Tussentijds zal de raad worden geïnformeerd, indien nodig via raadsvoorstellen, bij projecten (> € 200.000,-) waar relevante risico’s worden gelopen; • De ‘Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen’ wordt als basis gehanteerd voor de opstelling van de verplicht voorgeschreven paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de meerjarenprogrammabegroting en de jaarrekening; • Voor de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit worden de reserve grondexploitatie, de onbenutte belastingcapaciteit en de stille reserves buiten beschouwing gelaten; • Uitgegaan wordt van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio > 1); • Als de ratio weerstandsvermogen door de toename van risico’s onder de één uitkomt zal ofwel de beschikbare weerstandscapaciteit worden aangevuld ofwel extra inspanningen worden gedaan om de benodigde weerstandscapaciteit terug te brengen.
In deze situatie zal het college voorstellen doen aan de gemeenteraad die ervoor moeten zorgen dat het weerstandsvermogen weer op het gewenste niveau komt.
Inventarisatie van de risico's In veel gevallen kunnen we de exacte waarde van een risico niet bepalen. Om de risico's toch te kwantificeren, werken we met klassengemiddelden. Deze gemiddelden leiden tot de financiële gevolgen in de onderstaande tabel. De risicowaarde bepalen we vervolgens aan de hand van de volgende berekening: Risicowaarde (€) = Kans (%) x Gevolg (€)
72
Het totaal aan risicowaarden vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat niet alle risico's zich tegelijk manifesteren, wordt hierbij gerekend met een zekerheidspercentage van 90%. Hoewel zorgvuldig is geprobeerd om alle risico’s in beeld te brengen, kan het voorkomen dat een risico niet is opgenomen. Zoals eerder genoemd is risicomanagement een dynamisch proces en voortschrijdend inzicht zorgt voor een steeds vollediger beeld. Het is onmogelijk en onwenselijk om te sturen op alle geïdentificeerde risico’s. Door de risico’s te kwantificeren wordt de lijst geordend. Op deze manier ligt de focus op de risico’s die de grootste impact op de organisatie hebben. Zowel de kans dat een risico zich manifesteert als de impact die het risico met zich meebrengt moet worden bepaald. Er wordt een inschatting gemaakt van de waarschijnlijkheid dat het risico daadwerkelijk optreedt. Vervolgens wordt een inschatting gemaakt van het bedrag dat de gemeente kwijt is indien het risico optreedt. Het kwantificeren van risico’s is een proces van taxeren en inschatten en heeft daarmee altijd in bepaalde mate een subjectief karakter. Risico (bepaling risicowaarde)
1) Wmo/Jeugd (exact bedrag)
Risicowaarde Risicowaarde Risicowaarde begroting jaarrekening begroting 2025 2023 2024 1.500.000
2.500.000
1.000.000
375.000
375.000
545.000
298.342
-
-
245.000
245.000
245.000
175.000
175.000
-
175.000
175.000
175.000
152.598
152.598
-
Wmo en Jeugd zijn open-einde regelingen. Door een mogelijke toename van het aantal aanvragen en/of een andere soort zorginzet bestaat het risico dat het budget wordt overschreden. 2) Cyberrisico's (50% x € 750.000) Het dreigingsbeeld Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten (IBD) is hét handvat om informatiebeveiliging up-to-date te houden. Het geeft inzicht in de belangrijkste bedreigingen en ontwikkelingen en adviseert over prioriteiten. In het dreigingsbeeld 2023-2024 concludeert de IBD onder andere dat er: - meer ransomware met destructieve gevolgen voorkomt; - steeds meer en ernstigere kwetsbaarheden in software voorkomen; - gevaren die voorkomen in de keten uit het zicht zijn. Cyberrisico's hebben impact en kunnen leiden tot reputatie- en imagoschade. Ook Geldrop-Mierlo heeft waardevolle informatie te verliezen of kan schade lijden als informatie niet meer beschikbaar is. 3) GR Senzer (exact bedrag) Het onafgedekte deel van de gekwantificeerde risico’s is bepaald op € 2.101.000. In het uiterste geval, indien risico’s zich daadwerkelijk voordoen en het beschikbare vermogen overschrijden, zal Senzer terugvallen op de gemeenten in de gemeenschappelijke regeling om de kosten te dekken.
4) Algemene uitkering gemeentefonds (70% x € 350.000) Via circulaires wordt de gemeente in ieder geval 2 maal per jaar (mei en september) geconfronteerd met aanpassingen vanuit het gemeentefonds. In het voorjaar 2024 is gesproken over een stabiele en beter beheersbare financiering van gemeenten. Er is besloten over te gaan tot het schrappen van de oploop van de opschalingskorting in combinatie met het vervroegd invoeren van de nieuwe financieringssystematiek in 2024. De nieuw gekozen vorm van indexatie levert meer stabiliteit op. De indexatie is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling wordt gebaseerd op een 8jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het gemeentefonds minder schommelt (volumedeel). De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar, waardoor het gemeentefonds reëel “op niveau” blijft (prijsdeel). Hoewel de doorgevoerde wijzigingen er dus op gericht zijn om meer stabiliteit te krijgen in de grootste inkomstenbron van de gemeenten, passen we de risicowaarde op dit onderdeel vooralsnog niet aan. De schommelingen in de algemene uitkering kunnen nog steeds problemen veroorzaken voor het sluitend krijgen van de begroting. Op de hoogte van de algemene uitkering kan geen invloed worden uitgeoefend.
5) Continuïteit bedrijfsvoering (50% x € 350.000) Er is een aantal factoren dat een risico vormt voor de continuïteit van de bedrijfsvoering, zoals: moeilijk kunnen invullen van vacatures a.g.v. krapte op de arbeidsmarkt, werkdruk, personele wisselingen, ziekteverzuim, inzet van externen. Deze risico's kunnen leiden tot vertraging in de bedrijfsvoering. Daarnaast kan het leiden tot hogere kosten door externe inhuur. 6) Inkoop (50% x € 350.000) - Als gevolg van het niet juist hanteren van de aanbestedingsplicht kan een marktpartij rechtsmiddelen aanwenden tegen een gunningsbesluit. Dit leidt tot een vertraging met financiële en juridische gevolgen; - Niet rechtmatige inkopen kunnen bovendien leiden tot een afkeurende verklaring (rechtmatigheid) bij de jaarrekening. Hierdoor bestaat de kans op negatieve publiciteit; - Contracten kunnen stilzwijgend verlengd worden tegen ongunstige voorwaarden. Of door het niet bundelen van opdrachten worden besparingsmogelijkheden niet benut. 7) Grondbedrijf (exact bedrag)
73
Risico (bepaling risicowaarde)
Risicowaarde Risicowaarde Risicowaarde begroting jaarrekening begroting 2025 2023 2024
Reserve grond op dit moment voldoende om risico's op te vangen. Vanaf een weerstandsvermogen <35% dient 50% van het tekort vanuit de algemene dienst bijgestort te worden. 8) GR Dienst Dommelvallei (exact bedrag)
147.960
147.960
156.600
119.178
119.178
94.483
105.000
105.000
105.000
De samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering en dienstverlening verloopt via de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei. Omdat Dienst Dommelvallei geen eigen reserves heeft, wordt het totaal van de risico's van de dienst via de verdeelsleutel belegd bij de drie deelnemende gemeenten. 9) GR GGD Brabant Zuidoost (exact bedrag) De Gemeenschappelijke Regeling GGD Brabant Zuidoost heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg en de ambulancezorg. Op basis van de begroting wordt financieel bijgedragen. Het onafgedekte risico, zijnde € 2.350.000, dient te worden op genomen in de eigen risicoparagraaf van de deelnemende gemeentes, herrekend naar de risicowaarde per gemeente. 10. Belastingaangifte (30% x € 350.000) De gemeente is aansprakelijk voor fouten in loonbelastingopgaves, BTW aangiften, opgave BTW compensatiefonds en de WKR. Bovendien kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor belastingschulden van andere bedrijven op basis van inleners of ketenaansprakelijkheid. Subtotaal top 10 Overige risico's
3.293.078 836.245
Totaal
4.129.323
Totaal o.b.v. zekerheidspercentage (90%)
3.716.391
Wijzigingen Ten opzichte van de jaarrekening 2023 is de totale risicowaarde afgenomen. De risicowaarde Wmo/Jeugd is door de reserve sociaal domein fors gedaald. Daarentegen is het risico GR Senzer nieuw opgenomen.
Inventarisatie van de beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is de verzamelterm van al die bronnen waaruit niet voorziene financiële tegenvallers bekostigd kunnen worden. Incidentele weerstandscapaciteit
Begroting 2025
Algemene reserve Vrij aanwendbare bestemmingsreserves
9.868.000 200.000
Stille reserves Structurele weerstandscapaciteit Post onvoorzien Totale weerstandscapaciteit
10.068.000 77.500 10.145.500
Weerstandsvermogen Er wordt uitgegaan van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio ≥ 1). Deze verhouding wordt als volgt bepaald: Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit € 10.145.500 ,- / € 3.716.391,- = 2,73 Wij concluderen dat het weerstandsvermogen van de gemeente met een weerstandsratio van 2,73 goed is om de risico’s op te vangen. De ratio ligt daarmee boven de lijn van het doelstellingenakkoord, waarin staat dat de weerstandsratio in 2026 minimaal 2 moet zijn.
74
Ontwikkeling weerstandsvermogen De onderstaande grafiek laat de ontwikkeling van de weerstandsratio zien, inclusief de prognose voor de komende jaren. Voor de prognose gaan we uit van gelijk blijvende benodigde weerstandscapaciteit. Voor de beschikbare weerstandscapaciteit gaan we uit van de meerjarenramingen. Met een weerstandsratio van 2,73 is het weerstandsvermogen van Geldrop-Mierlo goed. Ook voor de komende jaren blijft de ratio op een goed niveau gehandhaafd.
Financiële kengetallen Kengetallen geven inzicht in bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen bijdragen aan het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. De combinatie van de kengetallen geven een indicatie over de financiële positie van de gemeente. Daarnaast bieden kengetallen de mogelijkheid om gemeenten onderling te vergelijken. De volgende financiële kengetallen moeten in de paragraaf weerstandsvermogen opgenomen worden: • netto schuldquote; • netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; • solvabiliteitsratio; • grondexploitatie; • structurele exploitatieruimte; • belastingcapaciteit. De toezichthouder hanteert geen normering, maar maakt gebruik van onderstaande signaleringswaarden. Waarderingscijfer
Minst risicovol
Neutraal
Meest risicovol
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
<90
90-130
>130
Solvabiliteitsratio
>50
20-50
<20
Grondexploitatie
<20
20-35
>35
Structurele exploitatieruimte
>0
0
<0
Belastingcapaciteit
<95
95-105
>105
Zie voor de onderlinge verhouding van de kengetallen bij conclusie.
75
76
Uitgangspunten Voor de kolommen realisatie is uitgegaan van de balans zoals opgenomen in de betreffende jaarrekening. De kengetallen voor de begroting 2024 zijn afkomstig uit de meerjarenbegroting 20242027. De kengetallen voor 2025-2028 zijn afkomstig uit voorliggende meerjarenbegroting. Omschrijving
Realisatie
Begroting
2021
2022 2023
2024
2025
2026
2027 2028
Netto schuldquote
85%
74%
76%
96%
74%
81%
82%
93%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
77%
67%
68%
87%
68%
74%
76%
87%
Solvabiliteitsratio
27%
28%
27%
24%
23%
23%
23%
21%
Grondexploitatie
20%
16%
17%
17%
13%
2%
3%
5%
Structurele exploitatieruimte
2%
6%
5%
0%
1%
-1%
0%
0%
Belastingcapaciteit
83%
83%
74%
82%
80%
80%
80%
80%
Conclusie Netto schuldquote (zowel gecorrigeerd als niet gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) Vanaf 2025 stijgt dit kengetal. Dit komt omdat het aandeel vaste schulden stijgt. Hiermee wijzigt in 2028 het waarderingscijfer van minst risicovol naar neutraal. Solvabiliteitsratio Dit kengetal blijft redelijk stabiel in de jaren 2024 t/m 2027. Vanaf 2028 laat dit kengetal een lichte daling zien ten opzichte van 2027. Dat komt omdat het balanstotaal harder stijgt, door de toename van de leningen, dan het eigen vermogen in 2028. Grondexploitatie Zoals blijkt uit bovenstaande grafiek laat de grondexploitatie een daling zien. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de bouwgrond in exploitatie afneemt. Dit is een positieve trend, omdat hiermee de grondexploitatierisico’s aanzienlijk dalen. Structurele exploitatieruimte In 2025 is de structurele exploitatieruimte 1%. Hiermee zijn de structurele baten iets hoger dan de structurele lasten. Dit is een neutrale situatie voor dit kengetal. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit blijft stabiel rond de 80%. Hiermee is de belastingdruk in Geldrop-Mierlo lager ten opzichte van het landelijke gemiddelde dat op 100% is gesteld. Hieronder volgt per kengetal een korte toelichting. Netto schuldquote
77
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van een gemeente. Grondexploitatie
De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de verkochte gronden kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten.
78
Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar deze kan worden opgevangen of dat er ruimte is voor nieuw beleid. Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig. In dit geval landelijk gemiddelde tarieven. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld. Voor de provincies wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van het gemiddelde landelijke gehanteerde tarief voor de opcenten.
79
Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding In deze paragraaf gaan we achtereenvolgens in op de onderdelen: wegen, openbare verlichting, civiele kunstwerken, groen, riolering, gebouwen en speelvoorzieningen.
Wegen Uitgangspunten De uitgangspunten voor beheer en onderhoud van de wegen worden door de raad vastgelegd in een Beheerplan Wegen. De looptijd van het Beheerplan bedraagt 5 jaar. Het meest recente plan is door de gemeenteraad vastgesteld in 2022 en wordt in 2027 geactualiseerd. Dit Beheerplan is een strategische visie op het beheer en onderhoud van de gemeentelijke wegen. Deze visie voorziet in de verantwoording die volgens het Besluit Begroting en Verantwoording nodig is. De onderhoudsprioriteit ligt bij de asfaltwegen en met name de hoofdontsluitingswegen en fietspaden. Bij het vaststellen van het streefniveau voor onderhoud maken we gebruik van de landelijk gehanteerde CROW-systematiek (CROW = Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek). We kiezen voor het laagste niveau voor verantwoord onderhoud. Als uitwerking van het Beheerplan stelt het college een operationeel plan vast. In het operationeel plan staat in detail aangegeven welke onderhoudswerken zullen worden uitgevoerd. De operationele plannen worden gebaseerd op een jaarlijkse visuele inspectie van het gehele wegennet, afgestemd met het activiteitenplan en met de bekende (grotere) bouwplannen van derden. Dit operationeel plan heeft een looptijd van 2 of 3 jaar.
Het is flexibel van opzet zodat kan worden ingespeeld op onvoorziene ontwikkelingen en ruimte laat bij de voorbereiding en de uitvoering. Ook kunnen we de onderhoudswerken in een groot werkvolume aanbesteden, wat gunstig is voor de prijsstelling. Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
Beheerplan wegen
2023-2027
September 2022
Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2027
Jaarlijks onderhoudsbudget c.q. investeringsmiddelen Financieel
2025
2026
2027
2028
Klein onderhoud wegen
238.741
238.741
238.741
238.741
Groot onderhoud (vanuit voorziening Groot Onderhoud Wegen)
984.293
984.293
984.293
984.293
Totaal
1.223.034
1.223.034
1.223.034
1.223.034
Voorziening Groot onderhoud Wegen Het groot onderhoud aan de wegen wordt betaald vanuit de voorziening Groot onderhoud Wegen. Conform het Wegenbeheerplan (inclusief indexering van € 54.838,-) wordt jaarlijks een bedrag van € 874.911- gestort in deze voorziening. Achterstallig onderhoud Er is momenteel geen sprake van achterstallig onderhoud. Wel kan sprake zijn van uitgesteld onderhoud. Want wij stemmen de onderhoudsplannen af op het activiteitenplan en de bekende (grotere) bouwplannen van derden. Verschuiving in laatstgenoemde plannen kan leiden tot uitstel van het door ons uit te voeren onderhoud.
Openbare verlichting Beleid In april 2021 is het Beleidsplan openbare verlichting voor de periode 2021 t/m 2024 vastgesteld en gekozen voor scenario 2. Hiermee zijn de kaders vastgesteld en de financiële middelen beschikbaar gesteld voor het onderhoud van de openbare verlichting om uiteindelijk in 2030 aan de energiedoelstellingen te kunnen voldoen. Op basis van het vastgestelde beleid worden de vervangingsplannen opgesteld en vervolgens vertaald naar uitvoeringsplannen.
80
Het onderhoud van de openbare verlichting is te splitsen in correctief en preventief onderhoud. Onder het correctief onderhoud wordt verstaan het oplossen van storingen en schades. Onder preventief onderhoud wordt verstaan het groepsgewijs vervangen van lampen, armaturen en masten. Dit wordt gebaseerd op de technische levensduur van de onderdelen. Het uitgangspunt bij preventief onderhoud is om in te zetten op energiebesparende verlichting (LED). Het vervangen van oude armaturen levert een besparing op van het energieverbruik en dus op energiekosten. Met het terugdringen van het energieverbruik wordt bijgedragen aan de doelstelling van het Energieakkoord. Beleidsplan Het huidige beleidsplan heeft een looptijd van 2021-2024 met een doorkijk naar 2030. In 2025 leggen we beleidskeuzes vast mocht dit nodig zijn. Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
Beleidsplan openbare verlichting
2021-2024
april 2021
Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2025
Uitgangspunten Elke maand, en indien nodig vaker, worden er vanuit het correctieve onderhoud storingsroutes gereden door de aannemer. In deze storingsroutes worden de storingen en schades verholpen. Indien een storing urgent is in verband met de verkeers- of sociale veiligheid wordt deze meteen verholpen. Met de raamovereenkomst voor renovatie en onderhoud is het onderhoud en functioneren van de openbare verlichting gewaarborgd. Ook worden op basis van de raamovereenkomst de vervangingsopdrachten in 2025 uitgevoerd. Bij het opstellen van onderhoudsmaatregelen worden de mogelijkheden tot energiebesparing en reductie van de CO2-uitstoot meegenomen. Door de (door)ontwikkeling van LED-verlichting en toepassing van dimbare armaturen en energiezuinige lampen wordt het energieverbruik van de openbare verlichting minder. Bij integrale projecten in de MPB en het activiteitenplan wordt vaak de vervanging van armaturen en masten meegenomen. Geïnvesteerd onderhoudsbudget c.q. investeringsmiddelen In onderstaande tabel staan de bedragen voor het onderhoud, zoals verhelpen van storingen, remplaceren van lampen en kleine aanpassingen vermeld. Daarnaast worden jaarlijks investeringskredieten in de begroting opgenomen voor de vervangingsinvesteringen van de masten en armaturen. Financieel
2025
2026
2027
2028
Klein onderhoud
68.609
67.826
67.826
67.826
Groot onderhoud
23.311
23.004
23.004
23.004
Totaal
91.920
90.830
90.830
90.830
Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Indien er achterstand op het verhelpen van storingen (correctief onderhoud) dreigt te ontstaan wordt dit ondervangen door extra storingsroutes te rijden.
Civiele kunstwerken Beleid De uitgangspunten van het beheer en onderhoud zijn vastgelegd in het Beheerplan Civieltechnische Kunstwerken. De algemene doelstelling van dit 5-jarig beheerplan is om inzicht te geven in het functioneren en gebruiksgemak, de veiligheid van de kunstwerken, de levensduur en de te verwachten kosten die samenhangen met het beheer daarvan. Het doel is om de civiele kunstwerken in de gemeente te beheren op een vooraf vaststaand en meetbaar kwaliteitsniveau en gesteld risico, het ondervangen van risicoaansprakelijkheid en het waarborgen van een goede bereikbaarheid. Er wordt naar gestreefd de objecten tegen acceptabele kosten en met het behoud van hun eigenschappen een theoretische levensduur te laten bereiken. Beleidsplan Het beleidsplan heeft een looptijd van 2022-2026 en in 2026 worden beleidskeuzes waar nodig aangepast. Naam
Periode
Beleidsplan civiele kunstwerken
2022--2026
Vastgesteld in de raad April 2021
Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2026
81
Uitgangspunten In het Beheerplan is gekozen voor een basaal onderhoudsniveau waarbij wordt voldaan aan de minimumeisen voor veiligheid en functionaliteit. Er mag geen sprake zijn van twijfel over de veiligheid, losliggende onderdelen of gevaar van bezwijken. De beheerstrategie is ten eerste gericht op het beheersen van de risico’s. Hierbij worden veiligheid en bereikbaarheid gegarandeerd. Daarnaast sturen we op kwaliteit (technisch en beeld). De keuze voor een basaal kwaliteitsniveau sluit het beste aan bij de sobere en doelmatige uitstraling die we nastreven en kunnen waarmaken. Met deze onderhoudsstrategie bereiken we het meest economische moment van onderhoud, namelijk niet te vroeg en niet te laat en in de juiste mate. Jaarlijks onderhoudsbudget c.q. investeringsmiddelen Onderstaand zijn de kosten van het onderhoud opgenomen. Het betreft de vereiste middelen voor de instandhouding. Het is geen projectbegroting of taakstellend budget. Dit overzicht bevat de totale directe kosten aangevuld met kosten onvoorzien, staartkosten en exclusief de eigen uren en btw. Financieel
2025
2026
2027
2028
Exploitatiebudget
24.351
24.351
24.351
24.351
Groot onderhoud (vanuit voorziening Groot onderhoud Wegen)
22.900
79.053
79.053
79.053
Totaal
47.251
103.404
103.404
103.404
Onderhoudskosten De financiering en dekking van het planmatig onderhoud vindt plaats via de voorziening groot onderhoud wegen. De jaarlijkse storting in deze voorziening voor de civiele kunstwerken bedraagt € 38.500,-. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Groen Bos- en natuurbeheer In de Omgevingsvisie en de Natuurvisie zijn ambities uitgesproken voor een verdere ontwikkeling van de bos- en natuurterreinen. De kwaliteit en vitaliteit van natuur staan onder druk door omgevingsfactoren zoals klimaatverandering en verzuring. In de kadernota Bos- en natuurbeheer 2024-2029 zijn de ambities vertaald naar beheerdoelstellingen. Het beheerplan vertaalt de beheerdoelstellingen naar streefbeelden en concrete maatregelen voor de periode 2024-2029. Groenbeleidsplan - evaluatie en actualisatie We starten naar verwachting de evaluatie van het groenbeleidsplan op. Tussen 2025 en 2027 vindt de actualisatie van dit plan plaats, waarbij ook de (ontbrekende) groenstructuren in en tussen diverse wijken worden meegenomen. Onderhoud openbaar groen In 2018 zijn de nieuwe groenonderhoudscontracten opgesteld met Ergon en Senzer voor de onderhoudsjaren 2018-2022. Hierbij is een optie opgenomen 3 x 2 jaar te verlengen bij goede resultaten. In 2022-2023 is het eerste optionele verlengingsjaar ingegaan. In oktober 2024 is aangegeven door het College dat we niet verder gaan met Senzer en dat Ergon alle wijken gaan onderhouden vanaf 2025. We werken inmiddels via deze onderhoudscontracten. Naam
Periode
Groenbeleidsplan
2014-2024
Vastgesteld in de raad 10-2-2014
Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2025
Uitgangspunten onderhoud De werkzaamheden zijn uitbesteed en worden gecontroleerd op basis van het kwaliteitsniveau B, van de landelijke standaard voor onderhoudsniveaus, zoals beschreven in de Kwaliteitscatalogus openbare ruimte van het CROW. Dit onderhoudsniveau is vastgesteld door de gemeenteraad in 2008.
82
Jaarlijks onderhoudsbudget In onderstaande tabel wordt het meerjarenbudget voor het groot onderhoud aan het openbaar groen weergegeven. Het betreft hier de bestekken voor de verschillende wijken. Financieel Exploitatiebudget t.b.v. de onderhoudsbestekken
2025 1.727.319
2026 1.727.319
2027 1.727.319
2028 1.727.319
Totaal
Naast bovenstaande bedragen is er ook een jaarlijks investeringsbudget beschikbaar van € 114.000,voor reconstructies. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Riolering Beleid Het gemeentelijk rioleringsbeleid is vastgelegd in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Het GRP is een beleidsinstrument binnen het gemeentelijk milieubeleid voor de aanleg en het beheer van riolering. Het heeft een planmatig en strategisch karakter met een planperiode van 5 jaar (huidige planperiode: 2023–2027). In het GRP zijn 6 speerpunten beschreven waar we ons op gaan richten: 1. Duurzame waterketen De inzameling en het transport van afvalwater moet zo doelmatig mogelijk plaatsvinden zodat de volksgezondheid niet in het geding komt. 2. Een klimaatbestendig watersysteem We gaan het systeem zo inrichten dat we de klimaatveranderingen beter kunnen opvangen. Iedereen heeft hier een verantwoordelijkheid. Bij nieuwbouw moet regenwater voortaan eerst in een berging op eigen terrein worden opgevangen voordat het mag worden geloosd op de openbare riolering. Bij reconstructies streven we er naar om zoveel mogelijk verhard oppervlak at te koppelen. Daarvoor wordt een afkoppelcoach aangetrokken. De inspanningsverplichting van de gemeente ingeval van hinder of overlast door zware regenval is duidelijker omschreven en aangescherpt. 3. Grondwaterhuishouding in balans In het betrekkelijk natte voorjaar van 2024 zijn we op veel plaatsen in de gemeente geconfronteerd met hoge grondwaterstanden. De rol van de gemeente beperkt zich meestal tot advisering.
In een enkel geval is een nader onderzoek uitgevoerd en is een maatregelenplan opgesteld. Perceeleigenaren zijn beginsel zelf verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen tegen gevolgen van te hoge of te lage grondwaterstanden. De gebeurtenissen maakten duidelijk hoe belangrijk het is om bij ruimtelijke ingrepen zorgvuldig te ontwerpen zodat er ook op langere termijn geen hinder of schade ontstaat. Ondanks de vrij langdurige natte periode blijven we er naar streven om zoveel mogelijk regenwater in de bodem te brengen. Dit kan rechtstreeks door terreinen onverhard te laten of te maken, dan wel via infiltratievoorzieningen. 4. Water als ordenend principe Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen moet het water leidend zijn in de planvorming. Dat betekent dat eerst moet worden gekeken hoe het water kan worden opgevangen en verwerkt, en dat de rest van de ontwikkeling zich daar omheen moet plooien. 5. Gezond, schoon en beleefbaar water Door het gescheiden inzamelen en gescheiden houden van regen - en afvalwater voorkomen we onnodige belasting van de waterzuivering maar voorkomen we ook onnodige natuurschade (riool overstorten). 6. Samen werken aan water De gemeente werkt samen met andere partners in de waterketen. Dit zijn de gemeenten, de waterschappen en Brabant Water. De samenwerkingsverbanden zijn een uitvloeisel van het Bestuursakkoord Water 2011.
Met deze platforms wordt kennis uitgewisseld maar ook (rijks-) subsidies aangevraagd. De gemeenten trekken hierbij samen op met het Waterschap de Dommel om maatregelen te treffen die de kwaliteit van het oppervlakte water (na lozing vanuit het rioolstelsel en de rioolwaterzuiveringsinstallatie) verbeteren. Door gezamenlijke aanpak levert dit naast kwaliteit ook kostenbesparing op. De doelstellingen op het vlak van waterkwaliteit komen voort uit Europese regelgeving.
83
Koppeling met het Klimaatbeleid In ons Klimaatbeleid zijn meerdere voorstellen voorgesteld voor de verdere aanpak van de effecten van de klimaatontwikkelingen. Voor zover deze maatregelen gerelateerd zijn aan de gemeentelijke watertaken en rioleringszorg kunnen zij worden bekostigd vanuit het vGRP. Beleidsplan Het beleidsplan heeft een looptijd van 2023-2027 en in 2027 worden waar nodig beleidskeuzes aangepast . Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
Gemeentelijk rioleringsplan (vGRP)
2023-2027
September 2022
Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2027
Vervangingen Vervanging van rioolbuizen is noodzakelijk om het functioneren van de riolering in stand te houden. Na verloop van tijd gaat de sterkte van rioolbuizen achteruit, bijvoorbeeld door scheuren of aantasting van de binnenwand. De riolen worden dan vervangen of relined. Dit is altijd maatwerk per geval. Wij wegen vooraf of een reconstructie van een hele straat meegenomen kan worden. In de planperiode wordt 9 kilometer rioolbuis vervangen waarmee een investering van € 8,7 miljoen gemoeid is. Daarnaast worden doorlopend ook gemalen en de elektrische installaties vervangen. Aanpak wateroverlast en klimaatadaptatie Sinds 2020 is bijna € 2 miljoen geïnvesteerd in de strijd tegen wateroverlast. Dit betreft zowel de uitvoering van de al bekende maatregelen als ook de realisatie van het Blauwe Aderplan. In de periode van 2023 tot en met 2027 wordt iets meer dan € 7 miljoen geïnvesteerd. Los daarvan starten we met maatregelen zoals uitgewerkt in het Basisrioleringsplan en het Blauwe Aderenplan. Dit zijn technische analyses van ons riool- en watersysteem. En de laatste vooral een lange termijn visie over het omgaan met hemelwater en ook een plan op hoofdlijnen voor de aanleg van aan een gesloten hemelwatersystemen. In ons Klimaatbeleid zijn meerdere voorstellen voorgesteld voor de verdere aanpak van de effecten van de klimaatontwikkelingen.
Voor zover deze maatregelen gerelateerd zijn aan de gemeentelijke watertaken en rioleringszorg kunnen zij worden bekostigd vanuit het vGRP. Dagelijks onderhoud Alle objecten van de riolering worden onderhouden om ervoor te zorgen dat ze goed blijven functioneren. Dit is niet alleen het repareren van schade en het verhelpen van verstopping, maar ook het uitvoeren van metingen en onderzoeken, als ook het bijhouden van gegevens. Jaarlijks onderhoudsbudget c.q. investeringsmiddelen In onderstaande tabel staan de kosten voor het onderhoud aan het rioolstelsel. Daarnaast zijn er ook kosten voor o.a. planvorming, kapitaallasten en interne uren. De vervangingsinvesteringen zijn gebaseerd op het gemeentelijk rioleringsplan en zijn opgenomen op het activiteitenplan. Financieel
2025
2026
2027
2028
Onderhoudskosten riolering
852.000
864.612
883.633
924.423
Totaal
852.000
864.612
883.633
924.423
Achterstallig onderhoud De riolering vereist dagelijks investeringen voor instandhouding en verbetering. Jaarlijks worden grotere en kleinere onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. Het beheer van de data is op orde. Er is dan ook geen sprake van achterstallig onderhoud.
Gebouwen Beleid De belangrijkste beleidsuitgangspunten voor gemeentelijke gebouwen: • Het in eigendom hebben van vastgoed is geen gemeentelijke kerntaak; • De gebouwen voor eigen gebruik behoren wel tot de kernvoorraad van gemeentelijk vastgoed en blijven dus in eigendom; • Gemeentelijk vastgoed ten behoeve van maatschappelijke functies wordt kostendekkend verhuurd; Gemeentelijk vastgoed ten behoeve van commerciële functies wordt marktconform verhuurd;
84
•
De (financiële) toegankelijkheid van gebouwen met een maatschappelijke functie wordt mogelijk gemaakt door het toekennen van huisvestingssubsidie op basis van het accommodatiebeleid.
Hoewel het in eigendom hebben en beheren van vastgoed geen gemeentelijke kerntaak is, kunnen er redenen zijn om maatschappelijk vastgoed in eigendom te houden. Zo kunnen de ontwikkelingen binnen het sociale domein (inwoners langer thuis laten wonen) de vraag naar maatschappelijk vastgoed doen toenemen (voorzieningen zo dicht mogelijk bij de inwoners realiseren). De gemeente Geldrop-Mierlo streeft naar een gezond en sociaal klimaat. Initiatieven en organisaties die een bijdrage leveren aan een duurzame ontwikkeling van de gemeenschap krijgen de ruimte om activiteiten te ontplooien. Goed onderhouden accommodaties zijn daarbij een belangrijke randvoorwaarde. Het Strategisch beheer maatschappelijk vastgoed is er op gericht om te komen tot een compacte vastgoedportefeuille, waarbij accommodaties zo optimaal en intensief mogelijk worden gebruikt. De gemeente stemt daarbij het aanbod af op de behoefte van de inwoners en kan door een flexibele opstelling inspelen op nieuwe ontwikkelingen en trends. Alle gebouwen zijn in 2022 opnieuw geïnspecteerd en beoordeeld op de huidige actuele onderhoudstoestand. Uit de nieuwe geactualiseerde meerjaren onderhoudsplanning (MJOP 20232032), dat in april 2023 door de raad is vastgesteld, blijkt een nieuw onderhoudsbudget van gemiddeld € 1.464.000,- per jaar benodigd te zijn (op basis van een termijn van 10 jaar). Naam
Periode
Vastgesteld in de raad Planning vaststelling nieuw beleidsplan
Beheer Maatschappelijk Vastgoed Geldrop-Mierlo Meerjaren Onderhoudsplanning gebouwen 2023-2028 2023-2028
Oktober 2016
n.v.t.
April 2023
2028
Uitgangspunten Het onderhoudsniveau van gemeentelijke gebouwen is vastgesteld op "redelijk", zoals gedefinieerd in de Nederlandse norm NEN 2767. Jaarlijks onderhoudsbudget c.q. investeringsmiddelen Financieel
2025
2026
2027
2028
Nieuwe dotatie voorziening
1.464.000
1.464.000
1.464.000
1.464.000
Geplande uitgaven uit Groot onderhoud Gebouwen
1.954.264
1.110.924
538.068
1.324.838
Saldo
-490.264
353.076
925.932
139.162
Saldo voorziening per 31-12
459.736
812.812
1.738.744
1.877.906
Een vastgoedportefeuille is een dynamisch geheel. Er worden panden verkocht en aangekocht c.q. nieuwbouw gepleegd. Hierdoor zal iedere vijf jaar een nieuwe inventarisatie op basis van de dan geldende situatie plaatsvinden. De jaarlijkse dotatie wordt dan weer opnieuw bepaald. In 2019 is voor het gebouw waarin de Brede School De Coevering is gevestigd, een separate onderhoudsvoorziening ingesteld. Bij dit gebouw zijn twee externe partijen (onderwijsstichtingen) bij betrokken en zij wilden graag goede inzage in het verloop van de onderhoudsvoorziening hebben. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Speelvoorzieningen Het speelruimteplan geeft een actueel inzicht in de speelbehoeften van alle leeftijdsgroepen en biedt een handvat voor noodzakelijke en wenselijke verbeteringen in het aanbod aan speelruimte en voorzieningen in Geldrop en Mierlo. De gemeente gebruikt dit plan als toetsingskader bij het beoordelen van wensen van inwoners op het gebied van speelruimte en speelvoorzieningen. Het speelruimteplan heeft een looptijd van 2020-2029. Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
Speelruimteplan
2020-2029
Oktober 2019
Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2029
Uitgangspunten De speelplekken moeten voldoen aan het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. Hiervoor is regelmatig inspectie en onderhoud nodig om de kwaliteit te waarborgen.
85
Jaarlijks onderhoudsbudget In onderstaande tabel wordt het meerjarenbudget voor het onderhoud aan de speelvoorzieningen. Dit budget omvat o.a. onderhoud, inspectie kleine vervangingen en schoonmaak van de val-ondergrond van de speelvoorzieningen. Nieuwe speeltoestellen worden aangemerkt als investering. Financieel
2025
2026
2027
2028
Exploitatiebudget
37.247
37.247
37.247
37.247
Totaal
37.247
37.247
37.247
37.247
Naast bovengenoemde onderhoudsbudgetten worden via het activiteitenplan investeringsbudgetten gevraagd voor de vervangingsinvesteringen (jaarlijks € 154.000,- vanaf 2023). Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Financiering Inleiding Het opstellen van de paragraaf financiering in de begroting en de jaarstukken is in zowel het BBV als in de wet Fido verplicht gesteld. Financiering betreft de wijze waarop de gemeente Geldrop-Mierlo de benodigde geldmiddelen aantrekt en (tijdelijke) overtollige geldmiddelen belegt. De uitvoering van deze paragraaf vindt plaats binnen de wettelijke kaders van het BBV en de wet Fido. Naast deze wetgeving is een treasurystatuut vastgesteld. In dit statuut zijn nadere regels opgenomen om daarmee de financieringsfunctie te sturen, te beheersen en te controleren. De paragraaf geeft inzicht in de rentelasten en -baten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten. De bedragen in onderstaande tabellen moeten vermenigvuldigd worden met € 1.000,-.
Interne- en externe ontwikkelingen Extern In juni 2024 heeft de ECB besloten de rente met 0,25% te verlagen. Eerder verhoogde de ECB vanaf juli 2022 de rente in tien stappen naar 4%. Doel was om de economie af te laten koelen en zo de torenhoge inflatie naar beneden te krijgen. Prijzen waren omhooggeschoten in de nasleep van de pandemie en de Russische inval in Oekraïne. Inflatie was ver boven het doel van 2% dat de ECB op middellange termijn nastreeft. Met de verlaging van de rente haalt de ECB voorzichtig de voet van de rem, wat zal bijdragen aan het aantrekken van de economie. Nog steeds ligt de korte rente op een hoger niveau dan de lange rente. Intern Voor de begroting zijn de volgende interne rentepercentages gebruikt, de berekening volgens BBV: Renteschema
%
Bespaarde rente over voorziening verliesgevende complexen bouwgrond