Verkabeling 150 kV verbinding Geertruidenberg_Toelichting-lr.pdf
Tekst van het document
Hierbij geeft de Gezondheidsraad de staatssecretaris van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (voorheen VROM) in overweging om het voorzorgsbeleid rondom bovengrondse hoogspanningslijnen uit te breiden naar ondergrondse elektriciteitskabels en andere bronnen die oorzaak kunnen zijn van langdurige blootstelling aan magnetische velden uit het elektriciteitsnetwerk. Momenteel wordt door de minister verkend of dat een verbreding van het voorzorgsbeleid naar andere bronnen in het elektriciteitsnetwerk wenselijk is. Magneetveldzone verkabeling Geertruidenberg In het kader van bovenstaande heeft TenneT de magneetvelden voor verkabeling van de 150 kV verbinding Geertruidenberg –Waalwijk – 's Hertogenbosch onderzocht. Daarbij is de magneetveldsterkte van de kabelverbinding berekend. Uit de berekeningen blijkt dat wordt voldaan aan de aanbeveling voor de magneetveldsterkte van maximaal 100 µT uit de Europese Richtlijn 1999/519/EC. Conclusie is dan ook dat wordt voldaan aan de aanbevelingen op Europees en nationaal niveau voor wat betreft magneetvelden.
38/48
Ondanks dat er geen beleidsadvies geldt voor ondergrondse verbindingen, heeft de gemeente Geertruidenberg gevraagd om inzicht te geven in de ligging van de contour van 0,4 microTesla van het ondergrondse deel van de verbinding. Daaruit blijkt dat de contour van 0,4 microTesla (jaargemiddeld) voor deze verbinding binnen 25 meter van het hart van een kabelverbinding is gelegen. Binnen deze 25 meter van het hart van de kabelverbinding zijn geen woningen gelegen die in het kader van het huidige beleidsadvies voor bovengrondse hoogspanningsverbindingen zouden kunnen worden aangemerkt als gevoelige bestemming. Daarnaast wordt met deze verkabeling de bestaande bovengrondse hoogspanningsverbinding die door de kernen Geertruidenberg en Raamsdonksveer loopt, verwijderd. Met het verwijderen van deze bestaande verbinding worden 365 gevoelige bestemmingen die nu binnen de magneetveldzone van deze bovengrondse hoogspanningsverbinding liggen, vrijgespeeld. Dit betreft een school en 364 woningen.
4.7
Water
4.7.1
Toetsingskader
Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn die moet leiden tot een verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De Kaderrichtlijn moet in landelijke wet- en regelgeving worden omgezet. Met de komst van de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Europese Kaderrichtlijn heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP2) is opgesteld op basis van de Waterwet. Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016- 2021, met een vooruitblik richting 2050. Met dit NWP2 zet het Rijk een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte, het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart.
Hierbij streeft het Rijk naar een integrale benadering, door economie (inclusief verdienvermogen), natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie en cultureel erfgoed zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Het beleid en de maatregelen in dit Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Rijkswaterstaat neemt in het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (Bprw) de condities en maatregelen op voor het operationeel beheer om deze strategische doelen te bereiken. Het NWP is kaderstellend voor het Bprw. Het kabinet vraagt andere overheden het NWP te vertalen in hun beleidsplannen. Bestuursakkoord Water Het bestuursakkoord Water volgt op het Nationaal Bestuursakkoord Water en bevat hernieuwde afspraken over bestuur, financiën en richtinggevende kaders voor onder andere water. De maatregelen uit het Bestuursakkoord
39/48
Water zijn gericht op: heldere verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte; beheersbaar programma voor de waterkeringen; doelmatig beheer van de waterketen; Werkzaamheden slim combineren; het waterschapsbestuur. De doelstellingen van het 'oude' Nationaal Bestuursakkoord blijven van kracht Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 Op 18 december 2015 is het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 (PMWP) vastgesteld. Het PMWP staat voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. Doelen van het PMWP: voldoende water voor mens, plant en dier; schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht); bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico's; verduurzaming van onze grondstoffen, energie- en voedselvoorzieningen. Wat betreft water streeft het PMWP er bijvoorbeeld naar dat alle wateren in 2027 voldoen aan de eisen vanuit de Kaderrichtlijn water. Waterbeheerplan 2016-2021(Waterschap Brabantse Delta) Het Waterbeheerplan 'Grenzeloos verbindend' beschrijft de hoofdlijnen van het beheer van wateren zuiveringssysteem voor de periode 2016-2021. Het is een inhoudelijk vernieuwend plan, wat in dialoog met partners is opgesteld.
In de uitvoering van ons werk houden wij rekening met de toekomst: klimaatadaptatie, innovaties, ruimtelijke ontwikkelingen, toekomstig medegebruik en het tegengaan van verdroging. Deze ontwikkelingen geven aanleiding tot nieuwe accenten: het nationale Deltaprogramma voor waterveiligheid en de versterking van de dijken langs de Rijkswateren en de regionale rivieren; het optimaliseren van de zoetwatervoorziening met het oog op de toenemende droogte; inzet op bewustwording van watergebruikers zodat hun inzicht groeit over wat ze zelf aan waterbeheer kunnen bijdragen; helderheid over zowel beperkingen als mogelijkheden voor de gebruiksfuncties van het watersysteem; het verbeteren van de waterkwaliteit in een meer integrale, gebiedsgerichte uitvoeringsstrategie (combineren van verbeteren van de waterstanden, onderhouden van sloten en treffen van inrichtingsmaatregelen); afvalstoffen steeds meer inzetten als waardevolle grondstoffen zoals terugwinning van fosfaat en productie van bioplastic uit afvalwater; een duurzame energiewinning. Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse Waterschappen De notitie geeft uitgangspunten en randvoorwaarden bij het hydrologisch neutraal bouwen en maakt inzichtelijk welke hydrologische gevolgen ruimtelijke ontwikkelingen kunnen hebben op het watersysteem.
De notitie bevat beleidsuitgangspunten, voorwaarden en normen om de negatieve hydrologische gevolgen te compenseren binnen de ontwikkeling.
40/48
4.7.2 Watertoets In het kader van een vroegtijdige vaststelling van de waterhuishoudkundige doelstellingen in ruimtelijke procedures wordt een watertoets doorlopen. Hiervoor is een watertoets opgesteld. Deze is opgenomen in Bijlage 14. Deze watertoets is ter beoordeling voorgelegd bij het waterschap Brabantse Delta en het waterschap heeft in haar reactie aangegeven dat zij akkoord is met de waterparagraaf. 4.7.3 Conclusie Het aspect water leidt niet tot belemmeringen in de aanleg van de nieuwe hoogspanningsverbinding en de verwijdering van de bestaande verbinding. In het kader van de aanleg zullen voor een aantal onderdelen, zoals de kruisingen met watergangen en wegen in het beheer van het waterschap watervergunningen worden aangevraagd bij het waterschap.
4.8
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
4.8.1
Toetsingskader
In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: 1. de kenmerken van de projecten; 2. de plaats van de projecten; 3. de kenmerken van de potentiële effecten.
4.8.2 Onderzoek en conclusies Het Besluit m.e.r. geeft aan of voor een project een m.e.r.-(beoordelings)plicht van toepassing is. De onderhavige ontwikkeling betreft de aanleg van een ondergrondse hoogspanningsverbinding. Deze ontwikkeling is als activiteit opgenomen in de D-lijst onder categorie D24.2 (De aanleg, wijziging of uitbreiding van een ondergrondse hoogspanningsleiding). Het Besluit m.e.r. geeft onder ‘gevallen’ per activiteit aan wat de relevante drempel is voor een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Met de aanleg van de onderhavige ondergrondse hoogspanningsverbinding worden de (indicatieve) drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. niet overschreden. De spanning van de ondergrondse hoogspanningsverbinding bedraagt namelijk 150 kV en de aanleg van deze verbinding beslaat geen lengte van 5 kilometer of meer in gevoelig gebied (zoals Natura 2000). Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de ‘Europese richtlijn milieueffectbeoordeling’ te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten, een zogenoemde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig.
41/48
In de aanlegfase van het project wordt ook grondwater onttrokken, dit is een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit, het gaat hier namelijk om activiteit D15.2 uit het Besluit m.e.r.: de aanleg, wijziging of uitbreiding van werken voor het onttrekken of kunstmatig aanvullen van grondwater. Omdat beide activiteiten niet leiden tot een overschrijding van de drempelwaarden in het Besluit m.e.r, kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze beoordeling is opgenomen in Bijlage 15. Hieruit blijkt dat de effecten als gevolg van het project en de effecten tijdens de aanleg niet leiden tot de noodzaak tot opstellen van een MER. Het bevoegd gezag heeft op 23 februari 2021 een besluit genomen dat het opstellen van een MER en het doorlopen van een m.e.r.-procedure niet noodzakelijk is.
42/48
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Planvorm
Het bestemmingsplan betreft een parapluplan. Dit houdt in dat de enkelbestemmingen en dubbelbestemmingen uit de onderliggende vigerende bestemmingsplannen gehandhaafd blijven. Standaarden Dit bestemmingsplan is opgezet conform de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Inherent hieraan is de toepassing van de RO Standaarden 2012 waarvan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) deel uitmaakt. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoebestemmingsplannen moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden. Bestemmingen voor de verbindingen Aan de gronden die benodigd zijn voor de nieuwe ondergrondse 150 kV-hoogspanningsverbinding wordt een zogeheten dubbelbestemming toegekend. De onderliggende bestemmingen in de geldende bestemmingsplannen blijven hierdoor in stand. Op de betreffende gronden gelden straks dus twee (of meer) bestemmingsplannen: een (dubbel)bestemming vanuit het reeds geldende bestemmingsplan en de dubbelbestemming of aanduiding van dit bestemmingsplan.
Het tracé is zo gekozen dat door het leggen van de dubbelbestemmingen geen strijdigheid ontstaat met de bestemmingen in de geldende bestemmingsplannen. Deze kunnen in stand blijven en worden uitgevoerd, zij het dat dan wel rekening moet worden gehouden met de eisen die voortvloeien uit de dubbelbestemmingen. Ter plaatse van het onderstation ten oosten van de A27 wordt een enkelbestemming opgenomen. Deze enkelbestemming komt wel in de plaats van de geldende enkelbestemming ter plaatse. Te verwijderen verbindingen Het bestemmingsplan bevat niet alleen nieuwe (dubbel)bestemmingen. Het plan regelt ook dat de dubbelbestemmingen van het bestaande tracés van de 150 kV-verbinding wordt wegbestemd. Deze bestaande hoogspanningsverbindingen en de zakelijk rechtstroken die hierbij horen zijn op de verbeelding weergegeven met een aanduiding. In de regels van het bestemmingsplan is aangegeven dat ter plaatse van deze gedeelten de bestaande (dubbel)bestemming die in onderliggende bestemmingsplannen is opgenomen ter bescherming van de verbinding zal komen te vervallen.
5.2
Toelichting op de bestemmingen
Bedrijf - Opstijgpunt Voor het opstijgpunt ten oosten van de A27 is de bestemming Bedrijf - Opstijgpunt opgenomen. Binnen deze bestemming is een installatie toegestaan ten behoeve van de overgang tussen een ondergrondse en
43/48
bovengrondse hoogspanningsverbinding van 150 kV. Daarnaast zijn binnen deze bestemming bijbehorende voorzieningen toegestaan zoals parkeer-, groen en nutsvoorzieningen. De bouwhoogte van gebouwen bedraagt niet meer dan 3 m, en binnen het bestemmingsvlak mag niet meer dan 15 m² worden bebouwd. Erf- en terreinafscheidingen bedragen ten hoogste 3 m, de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt ten hoogste 20 m. Leiding - Hoogspanning 150 kV-ondergronds Ten behoeve van de nieuwe ondergrondse hoogspanningskabels van 150 kV is de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanning 150 kV-ondergronds' opgenomen. Binnen deze bestemming is de aanleg van een ondergrondse 150 kV-hoogspanningsverbinding toegestaan. Daarnaast heeft de dubbelbestemming tevens een beschermende werking. Ter bescherming is opgenomen dat voor bepaalde grondroerende werkzaamheden een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden noodzakelijk is. De zone die is opgenomen in het bestemmingsplan staat zowel de aanleg door middel van open ontgraving als door middel van boring toe. Leiding – Hoogspanningsverbinding Voor de aansluiting van het opstijgpunt tot de bestaande verbinding is bestemd als Leiding Hoogspanningsverbinding. Voor deze bestemming is aangesloten bij de bestaande bestemming uit het vigerende bestemmingsplan Buitengebied.
Daarnaast is een regeling opgenomen ten behoeve van werken en werkzaamheden onder de verbinding. Waarde - Archeologie In het bestemmingsplan zijn de dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie overgenomen uit het parapluplan Archeologie, dat op 2 september 2020 als ontwerp is gepubliceerd.
5.3
Plangebied van het bestemmingsplan
Zakelijk rechtstrook De gronden die gebruikt worden voor de nieuwe hoogspanningsverbinding en de strook grond aan weerszijden daarvan die nodig is voor beheer en onderhoud (zogeheten zakelijke rechtstrook) bepalen het plangebied en worden in het plan als zodanig voor de hoogspanningsverbinding bestemd. Het plangebied omvat tevens het tracé van de bestaande 150 kV-verbinding die wordt verwijderd. Hier wordt de dubbelbestemming ten behoeve van deze bestaande verbindingen wegbestemd. Op de verbeelding is dit gedeelte niet voorzien van een dubbelbestemming, maar van een aanduiding. Het feitelijk verwijderen vindt plaats nadat de nieuwe verbinding in gebruik is genomen.
5.4
Toelichting op algemene regels
Antidubbeltelregel Een antidubbeltelregel wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. De formulering van de antidubbeltelregel wordt bindend voorgeschreven in het
44/48
Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.4 Bro). Algemene gebruiksregels Hierin zijn algemene regels gesteld aan het gebruik van de gronden van het bestemmingsplan. Hierin wordt expliciet aangegeven wat wordt verstaan onder gebruik in strijd met het bestemmingsplan. Hieronder valt onder meer het niet in oorspronkelijke staat terugbrengen van de gronden waarover de hoogspanningsverbinding loopt en het niet amoveren van de met de aanduiding aangegeven te verwijderen bestaande hoogspanningsverbinding binnen 5 jaar na realisatie van de nieuwe verbinding. Algemene aanduidingsregels Vrijwaringszone - hoogspanningsverbinding te vervallen Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - hoogspanningsverbinding te vervallen' komt de in de onderliggende bestemmingsplannen opgenomen dubbelbestemming ten behoeve van de bestaande 150-verbinding te vervallen. Na het verwijderen van de bestaande verbindingen ter plaatse is bescherming op basis van het bestemmingsplan niet langer noodzakelijk. De dubbelbestemming komt ter plaatse pas te vervallen, na de ingebruikname van de nieuwe verbinding. Algemene afwijkingsregels Voor bestaande gevoelige bestemmingen is het mogelijk om af te wijken van deze regeling en kan het bevoegd gezag voor ten hoogste 10% van de genoemde maten afwijken, mits geen andere gevoelige bestemmingen ontstaan dan zijn opgenomen in bijlage 1 bij de regels.
Overige regels Werking wettelijke regels In de regels van een bestemmingsplan wordt in een (toenemend) aantal gevallen met verwijzing naar een (andere) wettelijke regeling een procedure, begrip en/of functie uit die andere regeling van toepassing verklaard. De van toepassing verklaarde wettelijke regeling geldt zoals deze luidt op het moment van de vaststelling van het bestemmingsplan. Wijziging van de wettelijke regeling na de vaststelling van het bestemmingsplan zou anders zonder Wro-procedure een wijziging van het bestemmingsplan met zich mee kunnen brengen.
45/48
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 onder f Bro dient de uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen te worden aangetoond. TenneT is als opdrachtgever verantwoordelijk voor het aanleggen van de nieuwe verbinding en het verwijderen van de bestaande verbinding. Tussen de gemeente en TenneT is een overeenkomst afgesloten, hierin zijn afspraken gemaakt ten aanzien van kostenverhaal en planschade. Hiermee is het verhaal van kosten van de grondexploitatie over in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd en hoeft geen exploitatieplan conform Wro te worden opgesteld.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Concept-ontwerpbestemmingsplan
Op 23 februari 2021 heeft het college van B&W besloten in te stemmen met het (concept) ontwerpbestemmingsplan en het bestemmingsplan voor vooroverleg aan te bieden aan de vooroverlegpartners. Na dit besluit is het ontwerpbestemmingsplan ter vooroverleg aangeboden aan de vooroverlegpartners zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De betreffende vooroverlegpartners zijn Provincie Noord-Brabant, Brabantse Delta, Rijkswaterstaat, Gasunie, Enexis, Brandweer midden-west Brabant, Gemeente Altena, Gemeente Drimmelen, Gemeente Dongen, Gemeente Waalwijk, Gemeente Oosterhout en het Ministerie van EL&I. Tijdens de vooroverlegperiode hebben de volgende vooroverlegpartners een vooroverlegreactie gegeven: Gemeente Dongen, Gasunie, Gemeente Oosterhout, Enexis en Rijkswaterstaat. Beantwoording en aanpassing In de vooroverlegreacties van de Gemeente Dongen, Gasunie en de gemeente Oosterhout wordt aangegeven dat zij geen aanleiding zien tot het maken van opmerkingen op het (concept) ontwerpbestemmingsplan. De vooroverlegreacties worden ter kennisgeving aangenomen en leiden niet tot aanpassingen. In de vooroverlegreacties van Enexis en Rijkswaterstaat wordt aangegeven dat zij aanleiding zien tot het maken van opmerkingen op het (concept) ontwerpbestemmingsplan.
De vooroverlegreacties leiden echter niet tot aanpassingen aan het (concept) ontwerpbestemmingsplan aangezien Tennet in overleg is met Enexis en Rijkswaterstaat over de aangegeven aandachtspunten. Verwacht wordt dat daarmee de aandachtspunten afgestemd kunnen worden en deze dus niet meer tot zienswijze zullen lijden. Voor de vooroverlegreacties van Enexis en Rijkswaterstaat zie bijlage 16. Nu de vooroverlegperiode is afgerond wordt onderhavig ontwerpbestemmingsplan voor 6 weken ter inzage gelegd conform artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
46/48
6.2.2 Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 1 april tot en met 12 mei 2021 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode kon eenieder schriftelijk of mondeling een zienswijze indienen op het besluit. De ontwerpstukken lagen fysiek ter inzage op het gemeentehuis en waren digitaal beschikbaar op de verplichte landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. In de periode van 1 april 2021 tot en met 12 mei 2021 zijn er twee zienswijzen ingediend. In Bijlage 17 is de Nota Zienswijzen opgenomen waarin de zienswijzen samengevat en beantwoord. Vervolgens is aangegeven of deze reactie leidt tot aanpassing in het bestemmingsplan.
47/48