Paraplubestemmingsplan Wonen
Tekst van het document
4.13 M.e.r.-plicht Gemeenten en provincies moeten ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden is het opstellen van een milieueffectrapport (MER) dan nodig. Doorwerking plangebied Met dit paraplubestemmingsplan worden ten opzichte van het huidige planologische regime geen aanvullende bouw- of gebruiksmogelijkheden geboden. Er vindt uitsluitend een nadere inkadering van bestaande gebruiksmogelijkheden plaats. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling is hiermee niet aan de orde.
Hoofdstuk 4
26
5.
JURIDISCHE PLANOPZET In dit hoofdstuk wordt de juridische opzet van het bestemmingsplan beschreven.
5.1 Inleiding De Wro en het Bro bepalen uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Het gaat om een verbeelding met regels en een toelichting daarop. De juridisch bindende onderdelen van het bestemmingsplan zijn de verbeelding en de regels. Er is één landelijke voorziening waar alle ruimtelijke plannen voor iedereen volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Daarvoor moeten alle bestemmingsplannen voldoen aan landelijk vastgestelde standaarden. Dit is de 'Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012)'. Dit bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: De toelichting Een planbeschrijving, beleidsverantwoording en een toets aan de relevante milieuhygiënische en ruimtelijke aspecten, aangevuld met een toelichting op de juridische opzet en een korte beschrijving van de handhavings- en uitvoeringsaspecten. De regels Het juridische gedeelte van het bestemmingsplan. Samen met de verbeelding vormen de regels het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. De regels worden in paragraaf 5.3 nader beschreven. De verbeelding Op de verbeelding kunnen bestemmingen en aanduidingen worden weergegeven, die de werkingsgebieden van de regels bepalen. In paragraaf 5.2 wordt de opzet van de verbeelding nader beschreven.
5.2 Plansystematiek Het voorliggende paraplubestemmingsplan is een overkoepelend bestemmingsplan, dat dient als aanvulling op en gedeeltelijke vervanging van de vigerende ruimtelijke plannen (zie nader paragraaf 5.3). Het plangebied van dit bestemmingsplan beslaat de plangebieden van alle bestemmingsplannen die onderliggend zijn aan onderhavig plan. De regels uit de paraplubestemmingsplan zijn van toepassing op alle ruimtelijk plannen (bestemmingsplannen, uitwerkings- en wijzigingsplannen) binnen het plangebied. Het plangebied betreft in dit geval het gehele grondgebied van de gemeente Geertruidenberg. De verbeelding bevat enkel een plangrens, die het juridische bereik van de regels in het parapluplan aanduidt. De regels in dit plan gelden voor het gehele plangebied van dit paraplubestemmingsplan.
Hoofdstuk 5
27
5.3 Inhoud regels In deze paragraaf worden de opzet en inhoud van de regels besproken. In hoofdstuk 2 van deze toelichting is een uitgebreide beschrijving gegeven van de achtergronden van dit plan. Navolgend wordt specifiek ingezoomd op de juridische systematiek en de manier waarop de regels werken. Hoofdstuk 1: inleidende regels Begrippen (art. 1) In dit artikel is een aantal begrippen opgenomen, welke nader gedefinieerd zijn. Enerzijds betreft dit een aantal standaardbegrippen conform de SVBP 2012. Anderzijds betreft dit begrippen, die voorkomen in de regels in Hoofdstuk 2 en waarvoor een uniforme toepassing binnen het plangebied gewenst is. Hoe deze begrippen zich verhouden tot begrippen opgenomen in de onderliggende ruimtelijke plannen, is geregeld in de van toepassing verklaring in artikel 2. Van toepassing verklaring (art. 2) In dit artikel is het toepassingsbereik van de regels geregeld in verhouding tot de onderliggende ruimtelijke plannen. De regels van de onderliggende bestemmingsplannen, de daarbij behorende bestemmingen en aanduidingen blijven in beginsel van toepassing. De in Hoofdstuk 2 beschreven regels wijzigen deze plannen echter, c.q. vullen deze aan. Daarnaast is specifiek geregeld dat de in artikel 1 opgenomen begrippen op alle onderliggende ruimtelijke plannen van overeenkomstige toepassing worden verklaard.
Indien een bepaald begrip in een onderliggend plan reeds voorkomt, dan vervangt de bepaling in onderhavig paraplubestemmingsplan het betreffende begrip. Dit paraplubestemmingsplan heeft tot doel om het gebruik van gronden en bebouwing voor het ‘Wonen’ nader in te kaderen. Op dit moment zijn de begrippen ‘wonen’, ‘woning’ en ‘huishouden’ in een aantal van de aan onderhavig plan onderliggende ruimtelijke plannen niet of niet duidelijk gedefinieerd. Tevens heeft niet in alle ruimtelijke plannen een koppeling plaatsgevonden tussen deze begrippen. Om te kunnen sturen op huisvestingsvormen anders dan een huishouden gewenst, is een vervangend dan wel aanvullend begrip voor ‘wonen’ opgenomen. Hierin is een koppeling gemaakt met het begrip ‘woning’. In het begrip ‘woning’ is een koppeling gelegd met het begrip ‘huishouden’. Hierdoor is het gebruik nader gereguleerd. Daarnaast zijn huisvesting woningsplitsing en het gebruik van een woning door meer dan één huishouden aangemerkt als strijdig gebruik. Ook deze begrippen zijn nader gedefinieerd in art. 1. Het samenstel van begrippen (art. 1) en de van toepassing verklaring van deze begrippen (art. 2) leidt tot het beoogde doel, dat binnen een woning in beginsel uitsluitend een huishouden mag wonen, al dan niet in combinatie met inwoning door maximaal 2 personen, en de relevante begrippen eenduidig zijn gedefinieerd.
Hoofdstuk 2: bestemmingsregels In het tweede hoofdstuk van de planregels is aangegeven welke regels van de onderliggende ruimtelijke plannen juridisch wijzigen, of welke bepalingen aan de betreffende plannen worden toegevoegd. Deze zijn opgenomen in artikel 3: ‘Wonen’. NB: deze regeling strekt zich niet alleen uit tot de bestemmingen ‘Wonen’ in de onderliggende plannen, maar overal waar de functie ‘wonen’ in een bestemming is toegestaan.
Hoofdstuk 5
28
Gebruiksregels (art. 3.1) Ten aanzien van het wonen is de omschrijving van het begrip ‘wonen’, in combinatie met de begripsbepalingen in het plan, opgenomen. Hierdoor zijn de in art. 1 opgenomen begripsbepalingen overal van toepassing waar een bestemming de functie ‘wonen’ toestaat. Verder is expliciet opgenomen dat als strijdig gebruik worden aangemerkt: woningsplitsing; het gebruik van een woning door meer dan één huishouden. Hoofdstuk 3: algemene regels Anti-dubbeltelregel (art. 4) Deze regel is voor ieder bestemmingsplan verplicht op basis van het Besluit ruimtelijke ordening. Algemene aanduidingsregels (art. 5) In dit artikel is de uitsterfregeling, die voor twee locaties binnen het plangebied als specifieke vorm van positief bestemmen ten aanzien van kamerverhuur is opgenomen, geregeld. Voor de twee locaties is een gebiedsaanduiding opgenomen. De keuze voor en de opzet van de uitsterregeling is in hoofdstuk 3 van deze toelichting uitvoerig beschreven. Hoofdstuk 3: overgangs- en slotregels Overgangsrecht (art. 6) Dit artikel bevat het voor elk bestemmingsplan verplichte standaard overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. Op basis van het overgangsrecht kunnen met dit plan strijdige situaties worden voortgezet, mits deze legaal bestaan op het moment dat het paraplubestemmingsplan als ontwerp ter inzage ligt. Slotregel (art.
7) Dit artikel geeft aan hoe de regels moeten worden geciteerd.
Hoofdstuk 5
29
6.
UITVOERBAARHEID In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.1.1 Financieel-economische haalbaarheid Onderhavig bestemmingsplan maakt geen bouwplan mogelijk dat is bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro. Op grond daarvan is de gemeenteraad niet verplicht om voor het wettelijk kostenverhaal een exploitatieplan vast te stellen in de zin van artikel 6.12, eerste lid, Wro. Hiervan is dan ook afgezien. De economische uitvoerbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmingsplan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is. Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dientengevolge zijn de volgende stappen te onderscheiden: Vooroverleg; Vaststellingsprocedure. 6.2.1 Vooroverleg Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties zijn tijdig in kennis gesteld van dit bestemmingsplan. 6.2.2 Vaststellingsprocedure De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vond plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening.
Met de kennisgeving van de terinzagelegging van het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan is de formele procedure voor de vaststelling van start gaan. Als onderdeel van deze procedure is het bestemmingsplan gedurende een termijn van 6 weken ter inzage gelegd voor ziens-
Hoofdstuk 6
30
wijzen, namelijk van 5 mei 2022 tot en met 16 juni 2022. Gelijktijdig met de plaatsing van de kennisgeving is het ontwerpbestemmingsplan langs elektronische weg toegezonden aan de reeds betrokken gemeenten, provincie, waterschappen en uitvoeringsdiensten van het Rijk. Gedurende de terinzageleggingsperiode is er één zienswijze omtrent het ontwerpbestemmingsplan naar voren gebracht, bestaande uit een brief van 9 juni 2022 en een aanvulling hierop van 15 juni 2022. De ingediende zienswijze heeft geen aanleiding gegeven tot het doorvoeren van aanpassingen in het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is vervolgens ongewijzigd vastgesteld door de gemeenteraad op 21 juli 2022. Na vaststelling is het bestemmingsplan wederom gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode konden belanghebbenden beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 6.2.2 Beroepsprocedure en gewijzigde vaststelling Tegen de vaststelling van het bestemmingsplan is één beroep ingesteld. Gedurende de behandeling van het beroep heeft de gemeente onderzocht of het beroep aanleiding geeft tot aanpassing van het bestemmingsplan. Geconcludeerd is dat dit vanwege de specifieke situatie in de twee gevallen waarop het beroep betrekking heeft, het geval is.
Naar aanleiding van het beroep is ervoor gekozen om het gebruik voor kamerverhuur op deze locaties niet onder het algemene gebruiksovergangsrecht te plaatsen, maar een uitsterfregeling op te nemen (zie hierover uitvoerig hoofdstuk 3 van deze toelichting). De raad wenste het plan in deze zin te herstellen. Met toepassing van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is het bestemmingsplan gedurende de beroepsprocedure daarom gewijzigd vastgesteld door de gemeenteraad. Het betreft een wijziging, die tegemoet komt aan het beroep en waardoor derden niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. Met deze gewijzigde vaststelling wordt onnodige vertraging voorkomen. Het (ontvankelijke) beroep tegen het vastgestelde bestemmingsplan wordt van rechtswege geacht mede gericht te zijn tegen het besluit tot wijziging. Laatstgenoemd besluit wordt opnieuw gepubliceerd en gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Belanghebbenden kunnen tegen dit besluit beroep instellen bij de Afdeling.
Hoofdstuk 6
31
Bijlagen
Hoofdstuk 6
33
Bijlage 1: Nota van Zienswijzen
Hoofdstuk 6
34
Inhoudsopgave 1. Inleiding .....................................................................................................................................................................3 2. Behandeling zienswijze .............................................................................................................................................5 2.1 Inleiding ....................................................................................................................................................... 5 2.2 Reactie ......................................................................................................................................................... 5
1
2
1.
Inleiding
Het ontwerpbestemmingsplan “Wonen” heeft ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) met ingang van 5 mei 2022 gedurende zes weken (t/m 16 juni 2022) voor een ieder ter inzage gelegen. Van de mogelijkheid om binnen deze termijn een zienswijze in te dienen heeft één reclamant gebruik gemaakt. In deze nota is de ingekomen zienswijze beoordeeld en beantwoord. In hoofdstuk 2 wordt de reclamant genoemd die een zienswijze heeft ingezonden en wordt ingegaan op ontvankelijkheid van de zienswijze. Vervolgens wordt een samenvatting gegeven van de ingekomen zienswijze en is de beantwoording ervan door het gemeentebestuur weergegeven. Tevens is aangegeven of de zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. Deze nota heeft tot doel belangstellenden in de gelegenheid te stellen om kennis te nemen van de zienswijze en het standpunt van het gemeentebestuur.
3
4
2. 2.1
Behandeling zienswijze Inleiding
Van de gelegenheid om gedurende de inzagetermijn een zienswijze kenbaar te maken, is gebruik gemaakt door reclamant, bij brief van 9 juni 2022. Tevens heeft reclamant naar aanleiding van telefonisch contact nog een aanvulling op zijn zienswijze ingediend op 15 juni 2022. De binnengekomen zienswijze is binnen de termijn van inzage en daarmee tijdig ingediend en dus ontvankelijk. De zienswijze wordt onderstaand puntsgewijs aan de orde gesteld en van een reactie voorzien. Aan het slot wordt vermeld of de zienswijze aanleiding geeft tot herziening of aanpassing van het bestemmingsplan. De samenvatting van de zienswijze heeft slechts tot doel om de leesbaarheid van deze nota te vergroten. Bij de beoordeling van de reactie is de volledige brief met bijlage, zoals deze bij de gemeente is ingediend, betrokken.
2.2
Reactie
1.
Reclamant Brief d.d. 9 juni 2022
1.1
Reclamant bezit twee panden die sinds enige jaren onafgebroken gebruikt worden voor onzelfstandige bewoning/kamerverhuur. Binnen het vigerende bestemmingsplan wordt dit gebruik niet verboden, waarmee het gebruik legaal is. Vanwege het feit dat het gebruik past binnen het vigerend bestemmingsplan kan geconcludeerd worden dat bij de vaststelling van het geldende bestemmingsplan dit gebruik ruimtelijk aanvaardbaar was en passend werd geacht binnen een goede ruimtelijke ordening.
Op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘Geertruidenberg Noordwest’ geldt voor beide panden de bestemming Woondoeleinden (W. Tevens is op de plankaart een aanduiding opgenomen die bebouwingstypologie ‘Aaneengebouwde woningen’ voorschrijft. In het bestemmingsplan is in de begripsbepalingen opgenomen dat woningen uitsluitend gebruikt mogen worden ten behoeve van de huisvesting van één huishouden. Daarmee past het huidige gebruik voor kamerverhuur nu al niet in het vigerende bestemmingsplan.
1.2
Het gebruik van de bestaande panden als kamerverhuur worden onder het overgangsrecht geplaatst. Hiermee komt reclamant in een nadeligere positie te verkeren en wordt in zijn directe belangen geschaad.
Het gebruik van de woningen voor onzelfstandige bewoning is op basis van het vigerende bestemmingsplan Geertruidenberg Noordwest niet toegestaan. Het huidige gebruik wordt dan ook niet onder het overgangsrecht geplaatst.
1.3
De wijze waarop het betreffende gebruik onder het overgangsrecht is gebracht is in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. U dient voor ieder specifiek pand aan te geven waarom het bestaande legale gebruik niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
Zoals hierboven is gesteld is het huidige gebruik al niet toegestaan op basis van het vigerende bestemmingsplan en is het gebruik niet onder het overgangsrecht geplaatst.
1.4
Het bestemmingsplan is in strijd met het Bro. U dient in het kader van uitvoerbaarheid aan te geven op welke wijze de bestaande situaties die onder het overgangsrecht worden geplaatst beëindigd zullen worden.
Zie beantwoording onder 1.3
1.5
U bent mogelijk niet op de hoogte geweest van het feitelijke gebruik van de panden, daar het geldende bestemmingsplan bij recht in het huidige gebruik voorziet. En het daarom onbewust onder het overgangsrecht is gebracht.
Zie beantwoording onder 1.3
5
1.6
Reclamant verzoekt om in het voorliggend bestemmingsplan een regeling op te nemen om de onzelfstandige kamerverhuur in beide panden bij recht toe te staan zonder enige beperking.
Het huidige gebruik voor onzelfstandige kamerverhuur is niet mogelijk in het vigerende bestemmingsplan. Het gebruik is onwenselijk op basis van het vigerende woonbeleid. Er wordt niet ingegaan op het verzoek van reclamant.
De reactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
6
2.
Reclamant Aanvulling op eerdere zienswijze d.d. 15 juni 2022
2.1
De zienswijze is een aanvulling op de eerdere ingediende zienswijze. Naar aanleiding van telefonisch contact acht reclamant het nodig deze aanvulling te doen en maakt deze aanvulling een integraal onderdeel uit van de eerder ingediende zienswijze.
2.2
In de zienswijze wordt aangevuld waarom het gebruik voor kamerverhuur al bij recht is toegestaan
2.3
In de doeleindeomschrijving van het bestemmingsplan ‘wonen’ toegestaan zonder dat is aangegeven welke vormen van wonen al dan niet zijn toegestaan.
De gemeente onderschrijft dat in de doeleindeomschrijving geen beperking opgenomen is qua vormen van wonen.
2.4
Mogelijk wordt geconstateerd dat er een strijdigheid ontstaat met artikel 3.2.2. waarin is opgenomen dat op de betreffende gronden alleen woningen mogen worden gebouwd. De bepaling in 3.2.2. ziet alleen toe op bouwen en niet op gebruik. Een dergelijke conclusie wordt vaker getrokken, echter zijn er diverse uitspraken dat een dergelijke redenering niet juist is.
De regel in het bestemmingsplan in artikel 3.2.2. onder b luidt als volgt: “De op de plankaart aangegeven bebouwingstypologie dient te worden aangehouden”. Op de plankaart is opgenomen dat ter plaatse aaneengebouwde woningen zijn toegestaan. In de begripsbepalingen in aaneengebouwde woning gedefinieerd als “een woning die aan beide zijgevels aangebouwd is aan/niet vrij staat van andere hoofdgebouwen, alsmede een hoekwoning aan een dergelijke woning”. Tevens is als begrip opgenomen dat een woning “een complex van ruimten geschikt en bestemd voor de zelfstandige huisvesting van niet meer dan één afzonderlijke huishouding”. In de bepaling onder b wordt gesproken dat de aangegeven bebouwingstypologie dien te worden aangehouden. Deze regel spreekt niet alleen van bouwen, maar spreekt van aanhouden. Met het gebruik van de woning voor kamerverhuur wordt de woning nu gebruikt voor de huisvesting van meer dan één huishouden en voldoet daarmee niet langer aan het begrip woning en kan niet gesproken worden over een woning binnen de begripsbepaling zoals is opgenomen in artikel 1. Daarmee is het huidige gebruik in strijd met de regels zoals is opgenomen in het bestemmingsplan.
2.5
Mogelijk dat in het kader van de zienswijze wordt gerefereerd aan het feit dat er nu sprake zou zijn van gestapelde woningen en dat om deze reden sprake is van strijd met de eerder afgegeven bouwvergunning voor aaneengebouwde woningen. Echter gaat het in dit geval niet om gestapelde woningen omdat er
In artikel 1 van het bestemmingsplan Geertruidenberg Noordwest is gestapelde bebouwing als volgt gedefinieerd: “bebouwing bestaande uit zich in één hoofdgebouw boven en naast elkaar bevindende zelfstandige woningen en/of bijzondere woonruimten”.
Deze zienswijze wordt net als de vorige zienswijze ook behandeld en beantwoord.
2.6
geen sprake is van woningen, op deze adressen is namelijk geen sprake van meerdere “complexen van ruimte geschikt en bestemd voor de zelfstandige huisvesting van niet meer dan één afzonderlijk huishouden”. De beide adressen zijn niet gewijzigd qua indeling ten opzichte van de verleende bouwvergunning destijds. Daarmee is de opvatting gerechtvaardigd dat destijds de juiste conclusie getrokken dat sprake is van slechts 1 (grondgebonden) woning.
Er is geen sprake van zelfstandige woningen, echter is er wel sprake van verschillende boven en naast elkaar bevindende bijzondere woonruimten en voldoet het daarmee aan het begrip gestapelde bebouwing. Gestapelde bebouwing is ter plaatse van de betreffende percelen niet toegestaan. En is daarmee in strijd met de regels uit het bestemmingsplan.
Afhankelijk van het voorstel van het college is bovenstaande argumentatie achteraf geheel overbodig, maar reclamant wil met zienswijze zo volledig mogelijk informeren zodat een zorgvuldige afweging van belangen gemaakt kan worden.
In aanvulling op de bovenstaande argumentatie over dat momenteel het gebruik van het pand ten behoeve van kamerverhuur niet passend is binnen het vigerende bestemmingsplan. In het voorliggende bestemmingsplan wordt geen specifieke regeling opgenomen voor de mogelijkheid voor kamerverhuur op deze locatie. Op basis van het huidige beleid is huisvesting van arbeidsmigranten en kamerverhuur in reguliere woningen in woonwijken onwenselijk. Kamerverhuur in bestaande woonwijken leidt tot een hogere parkeerdruk en kan daarmee tot onwenselijke situaties leiden. Beide woningen van reclamant zijn gelegen in reguliere woonwijken, waarbij op eigen terrein onvoldoende ruimte is om te voldoen aan de extra parkeervraag die kamerverhuur met zich mee brengt. Voor andere locaties binnen de gemeente waarbij kamerverhuur wel mogelijk is binnen de geldende locaties wordt bestaand legaal gebruik dan ook onder het overgangsrecht gebracht. Op basis van het beleid wordt voor de huisvesting van arbeidsmigranten gezocht naar mogelijkheden aan de randen van bedrijventerreinen. Met de realisatie van dergelijke huisvesting kan de bestaande huisvesting in bestaande woningen komen te vervallen en het gebruik van de woningen passend binnen het voorliggende bestemmingsplan worden gebracht.
7
Paraplubestemmingsplan wonen Geertruidenberg
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
4
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Van toepassing verklaring
4 5
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
6
Artikel 3
Wonen
6
Hoofdstuk 3
Algemene regels
7
Artikel 4 Artikel 5
Anti-dubbeltelregel Algemene aanduidingsregels
7 8
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
9
Artikel 6 Artikel 7
Overgangsrecht Slotregel
9 10
2
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan wonen Geertruidenberg" (vastgesteld)
Regels
Hoofdstuk 6
35
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
Plan
Het bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan wonen Geertruidenberg met identificatienummer NL.IMRO.0779.BPWonen-vs02 van de gemeente Geertruidenberg. 1.2
Bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels. 1.3
Huishouden
Een persoon, of groep personen die een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voert. Indien het huishouden uit 2 of meer personen bestaat, betreft het een leefvorm of samenlevingsvorm met continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid. Kamerverhuur valt niet onder het begrip 'huishouden'. 1.4
Inwoning
Het bewonen van één of meerdere kamers binnen een woning, waarbij de eigenaar/verhuurder tevens ter plaatse woont. 1.5
Kamerverhuur
Het al dan niet bedrijfsmatig verhuren of aanbieden van één of meerdere kamers binnen een woning, niet zijnde inwoning. 1.6
Wonen
Het gehuisvest zijn in een woning. 1.7
Woning
Een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, al dan niet in combinatie met inwoning door maximaal 2 personen. 1.8
Woningsplitsing
Het verbouwen van een woning tot twee of meer woningen, dan wel het zodanig inrichten, gebruiken of laten gebruiken van een deel van de woning dat er feitelijk twee of meer woningen ontstaan.
4
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan wonen Geertruidenberg" (vastgesteld)
Artikel 2 2.1
Van toepassing verklaring
Toepassingsbereik
Met dit plan worden alle bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen, die op het moment van inwerkingtreding van dit plan zijn vastgesteld, herzien op de wijze zoals beschreven in Hoofdstuk 2. Voor het overige blijven de vigerende bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen onverminderd en ongewijzigd van toepassing. 2.2
Van toepassing verklaring begrippen
De in artikel 1.3 tot en met 1.8 opgenomen begrippen worden in alle onderliggende plannen als bedoeld in artikel 2.1 van toepassing verklaard. Voor zover een begrip reeds in een onderliggend bestemmingsplan, wijzigingsplan of uitwerkingsplan voorkomt, wordt dit vervangen door de begripsbepaling in dit plan.
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan wonen Geertruidenberg" (vastgesteld)
5
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Wonen
3.1
Gebruiksregels
3.1.1
Bestemmingsomschrijving 'wonen'
Daar waar in de in artikel 2.1 bedoelde ruimtelijke plannen confrom een bestemmingsomschrijving 'wonen' is toegestaan, komt dit als volgt te luiden: a. wonen in woningen. 3.1.2
Strijdig gebruik
Daar waar in de in artikel 2.1 bedoelde ruimtelijke plannen conform een bestemmingsomschrijving 'wonen' is toegestaan, worden de gebruiksregels als volgt aangevuld: a. woningsplitsing is niet toegestaan; b. het gebruik van een woning door meer dan één huishouden is niet toegestaan.
6
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan wonen Geertruidenberg" (vastgesteld)
Hoofdstuk 3 Artikel 4
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan wonen Geertruidenberg" (vastgesteld)
7
Artikel 5 5.1
Algemene aanduidingsregels
Overige zone - specifieke vorm van huisvesting
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - specifieke vorm van huisvesting' mag, in afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2, het bestaande gebruik voor kamerverhuur worden voortgezet onder de volgende voorwaarden: a. het bestaande aantal gehuisveste personen ten tijde van de ter visielegging van het ontwerpbestemmingsplan mag niet worden vergroot; b. bij beëindiging van het in de aanhef bedoelde gebruik, mag het betreffende gebruik niet worden hervat, voor zover het betreffende gebruik gedurende een aaneengesloten periode van ten minste één jaar onderbroken is geweest.
8
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan wonen Geertruidenberg" (vastgesteld)
Hoofdstuk 4 Artikel 6 6.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid sub a met maximaal 10%; c. dit lid sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 6.2
Overgangsrecht gebruik
Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid sub a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. dit lid sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan wonen Geertruidenberg" (vastgesteld)
9
Artikel 7
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan wonen Geertruidenberg.
10
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan wonen Geertruidenberg" (vastgesteld)
BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.bro.nl
Hoofdstuk 6
36