MidZuid - Begroting 2024 Wava Mid Zuid
Tekst van het document
-
In de cao SW is afgesproken dat de loonkostenstijging wordt gekoppeld aan de loonen prijsontwikkeling (LPO) van het budget, waardoor dit in principe niet tot een extra risico leidt. Het loon van een groep SW-medewerkers ligt echter op het niveau van het wettelijk minimumloon (WML), zodat die ontwikkeling in ieder geval wel gevolgd moet worden, ongeacht of er sprake is van de LPO-ontwikkeling in het budget. Een WMLstijging in 2023 van 7% die niet tot compensatie zou leiden heeft een effect van € 261.000 met een na-ijleffect van 50% voor 2024 ; de kans hierop wordt ingeschat op 50%. De huidige cao voor het SW-personeel loopt tot en met 31 december 2025.
-
Met ingang van 2017 is het LIV (lage inkomens voordeel) ingevoerd. Het LIV is van toepassing op medewerkers die tussen de 100% en 125% van het wettelijk minimumloon (WML) verdienen. Voor deze groep kan, mits aan voorwaarden van het aantal gewerkte uren e.d. wordt voldaan, een vergoeding in het kader van het LIV worden ontvangen. Deze wordt overigens pas een jaar later uitbetaald. Inmiddels kan het LIV vanuit de salarisadministratie redelijk worden benaderd. Een onzekerheid blijft echter het landelijke plafond in de middelen, die voor het LIV beschikbaar zijn. In de begroting is rekening gehouden met LIV-opbrengsten voor de doelgroepen Wsw, nieuw beschut werk en p-wetters, totaal € 304.000. Deze opbrengsten zijn zo specifiek mogelijk benaderd, maar door de hiervoor geschetste onzekerheden bestaat het risico dat de begrote opbrengsten niet worden gehaald. Dit risico wordt ingeschat op 50% (omvang risico dus € 152.000).
Begroting 2024 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 6 april 2023
Pagina 28 van 41
Risico’s met betrekking tot de overhead en exploitatieresultaat: -
Het niet geheel realiseren van de begrote netto-opbrengst. De omzet wordt deels gerealiseerd bij de deelnemende gemeenten en deels op de vrije markt. De mogelijkheden om de begrote omzet te realiseren zijn afhankelijk van de takenpakketten van onze deelnemende gemeenten en van de economische/marktsituatie. De begrote omzetten zijn zo goed als mogelijk ingeschat, maar door veranderende omstandigheden bestaat het risico dat deze niet worden gehaald. Het risico wordt geschat op € 448.000 door grillige bewegingen in de markt. De kans van optreden is minder dan 50% en omvang risico is € 224.000.
-
Voor het realiseren van omzet is het nodig om voldoende mensen te hebben die bij de diverse PMC’s kunnen worden ingezet. De terugloop van het aantal sw-medewerkers heeft hierop een negatief effect. In de begroting is ermee rekening gehouden dat deze terugloop voor een belangrijk deel kan worden gecompenseerd door medewerkers die via nieuw beschut werk of P-banen instromen, alsmede ook door de begeleidingsvergoeding die zij meebrengen. Als deze verwachtingen niet uitkomen kan het gaan voorkomen dat opdrachten niet kunnen worden geaccepteerd of teruggegeven moeten worden. Het financieel risico hiervan wordt ingeschat op € 530.000 en de kans daarop, op 50% (omvang risico dus € 265.000).
Als alle hier genoemde risico’s (exclusief de risico’s die betrekking hebben op de subsidiesystematiek) zich tegelijk zouden voordoen maal de kans, dan zou dat een bedrag omvatten van € 669.000. Hiertegenover staat een weerstandscapaciteit van € 1.756.000 vóór bestemming van het resultaat van 2022. Hierbij wordt nog opgemerkt dat de kans dat alle hiervoor genoemde risico’s zich tegelijk zullen voordoen klein is. Hierna is een overzicht opgenomen van het verwachte verloop van de reserves. Overzicht verloop reserves Bedragen * € 1.000
Begrotingsjaar 2024 Saldo 1-1
Bij
Meerjarenraming (saldi 31-12)
Af
Saldo 31-12
2025
2026
2027
Algemene reserve Resultaat lopend jaar
1.279 -
-
282 -
997 -
997 -
997 -
997 -
Totaal reserves
1.279
-
282
997
997
997
997
Het saldo per 1 januari 2024 is het reserve bedrag € 1.656.000 per eind 2022 voor resultaatbestemming met daarbij een bedrag van € 115.000 voor de verwachte resultaatbestemming 2022 verminderd met een bedrag van € 492.000 in 2023 op basis van het verwachte verlies, waarna het saldo resteert van de maximale aan te houden algemene reserve van GR WAVA conform het reservebeleid. Begroting 2024 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 6 april 2023
Pagina 29 van 41
Voorzieningen Bij het beoordelen van de financiële positie is het ook van belang of de voorzieningen op peil zijn. De GR WAVA beschikt ultimo 2022 over een voorziening voor groot onderhoud. Deze is nader toegelicht, inclusief een overzicht van het verloop, in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. Op grond van de thans aanwezige kennis kan worden geconcludeerd dat de omvang van de voorzieningen toereikend is. Financiële positie en kengetallen Door middel van onderstaande kengetallen wordt inzicht gegeven in de financiële positie van GR WAVA. De netto schuldquote geeft de verhouding weer tussen schulden minus vorderingen en overige opbrengsten. Een netto schuldquote tussen 0% en 90% wordt als normaal beschouwd. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin men in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Dit kengetal geeft het percentage eigen vermogen weer ten opzichte van het totale vermogen. De minimumnorm voor deze ratio wordt gesteld op 30%. Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Begroting 2024 Kengetallen
Netto schuldquote Netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Verloop van de kengetallen Jaarrek. Begroting: 2022 2023
2024
2025
2026
2027
17,3%
23,9%
24,2%
23,7%
22,2%
20,2%
17,3% 18,3% 0,0%
23,9% 13,1% -2,8%
24,2% 10,1% -1,6%
23,7% 10,1% 0,0%
22,2% 10,0% 0,0%
20,2% 9,8% 0,0%
De netto schuldquote fluctueert de komende jaren. Dit komt doordat in 2023 en 2024 groot onderhoud staat gepland inzake de huisvesting, wat gepaard gaat met een stijging van de schuldquote, doordat de daarvoor gereserveerde gelden in het verleden zijn aangewend voor aflossing op langlopende schulden. In de jaren daarna loopt het weer iets terug door de verwachte stijging van de uitzettingen. De solvabiliteitsratio voldoet nog niet aan de hiervoor genoemde minimumnorm, hetgeen te maken heeft met in het verleden aangetrokken leningen. De daling van de solvabiliteit in 2023 en 2024 komt voort uit het begrote verlies. Het is bij de GR WAVA niet de bedoeling om structureel (positieve) resultaten te boeken, maar om een sluitende exploitatie te hebben, hetgeen ook tot uitdrukking komt in het kengetal structurele exploitatieruimte.
Begroting 2024 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 6 april 2023
Pagina 30 van 41
3.3 Meerjarig risico In de meerjarencijfers is de gemeentelijke bijdrage hoger dan in de begroting 2024. Tevens laat de meerjarenbegroting een lichte stijging zien van de gemeentelijke bijdragen. Op basis van de huidige ontwikkelingen is dat het meest reële beeld. De hogere bijdrage komt voort uit de stijging van de rentelasten en de onderhoudskosten in combinatie met de per saldo verwachte uitstroom in 2025 en 2026. Deze uitstroom gaat met pieken en wordt dan niet direct opgevangen met nieuwe instroom vanuit de Participatiewet. Omdat dit tijdig wordt onderkend vinden er uitvoerige gesprekken plaats met het bestuur en de deelnemende gemeenten om tot een duurzaam financieel perspectief te komen, waarmee er tijdig maatregelen voor ombuiging van deze ontwikkeling kunnen worden genomen of mogelijke intensivering van de dienstverlening op onderdelen. Verder wordt er binnen MidZuid steeds gezocht naar mogelijkheden om verdere besparingen te kunnen realiseren. MidZuid onderkent hiervan de noodzaak, welke wordt versterkt door het besef dat in 2026 de gemeenten geconfronteerd worden met een korting op hun begroting, onder meer door kortingen op de jeugdzorg en het voornemen van de rijksoverheid om de opschalingskorting vanaf 2026 weer te gaan innen.
Op dit moment kan MidZuid nog niet vooruitlopen op de uitkomsten van de lopende gesprekken, omdat de deelnemende gemeenten pas in januari dit jaar hun visie op MidZuid hebben gepresenteerd. Vandaar dat deze hogere gemeentelijke bijdragen in de begroting 2024 en de meerjarenraming zijn opgenomen. Dit mede vanuit de gedachte om op een later moment tegenvallende afwijkingen ten opzichte van deze oorspronkelijke begroting 2024 te voorkomen. Naar verwachting zullen in de loop van dit jaar de uitkomsten van deze strategische besprekingen met de deelnemende gemeenten omtrent het duurzaam financieel duurzaam perspectief afgerond zijn.
3.4 Onderhoud kapitaalgoederen De activiteiten van de GR WAVA zijn erop gericht de kapitaalgoederen, bestaande uit materiële vaste activa, voorraden en vorderingen goed te beheren. Het daartoe noodzakelijke onderhoud zal worden uitgevoerd. Algemeen De GR WAVA heeft de gebouwen aan de Esdoornlaan en Wilhelminakanaal Noord te Oosterhout in eigendom. In 2017 is op basis van een integrale inspectie de onderhoudstoestand opnieuw in beeld gebracht en begin 2021 is de onderhoudsplanning geactualiseerd. Bij het opstellen van de begroting 2024 is de uitvoeringsplanning van het groot onderhoud geactualiseerd en zijn de opgenomen prijzen geïndexeerd. Het plan heeft ook als leidraad gediend voor het begrote bedrag aan uit te voeren onderhoud en als onderbouwing voor het verloop van de voorziening onderhoud. Overigens wordt gestreefd naar optimalisatie van de verhouding tussen kosten en de hinder door werkzaamheden. Dit Begroting 2024 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 6 april 2023
Pagina 31 van 41
vindt onder meer plaats door onderdelen te bundelen en zodoende kostentechnische en planning-technische voordelen te behalen. Hierdoor kunnen onderdelen tussen de verschillende jaren doorschuiven. Voorop staat de instandhouding van de activa op het overeengekomen niveau. Financiële consequenties Alle kosten van doorlopend onderhoud aan gebouwen en installaties e.d. worden in de resultatenrekening opgenomen. In het kader van het groot onderhoud is een voorziening voor het groot onderhoud beschikbaar. Zoals vermeld is in 2017 een inventarisatie van de onderhoudstoestand uitgevoerd, met daaraan gekoppeld een actualisatie begin 2023 van de onderhoudsprognose. Op basis daarvan is de voorziening geactualiseerd; ook zijn de dotaties en onttrekkingen in de begrote cijfers hierop gebaseerd. Onderstaand is een overzicht opgenomen van het verwachte verloop van de voorziening onderhoud. Overzicht verloop onderhoudsvoorziening Bedragen * € 1.000
Voorziening onderhoud
Begrotingsjaar 2024 Saldo 1-1
Bij
508
264
Meerjarenraming (saldi 31-12) 2025 2026
2027
2028
763
486
Af Saldo 31-12 327
445
388
543
3.5 Financiering De GR WAVA is in de afgelopen jaren sterk afhankelijk gebleken van externe financiering. Dit wordt veroorzaakt door het ontbreken van voldoende eigen vermogen. Van het verloop van de langlopende leningen in het begrotingsjaar 2023 kan het volgende overzicht worden gegeven: 1
2
3
4
5
6
7
1.600.000
1.000.000
1.000.000
begroot 1.000.000
begroot 1.000.000
begroot 3.100.000
begroot 1.500.000
Ingangsdatum Looptijd tot
28-dec-2018 28-dec-2023
27-dec-2019 30-dec-2024
12-jun-2020 31-dec-2025
29-dec-2021 29-dec-2026
29-dec-2022 29-dec-2027
28-dec-2023 29-dec-2028
30-dec-2024 29-dec-2029
Aflossing
op einddatum
op einddatum
op einddatum
op einddatum
op einddatum
op einddatum
op einddatum
0,47%
0,12%
0,17%
0,15%
3,31%
3,50%
3,50%
1.000.000
1.000.000
1.000.000
3.100.000
Oorspronkelijk bedrag
Rentepercentage Restant bedrag 31 dec. 2023
-
1.000.000
Aflossing in 2024 Nieuwe lening 2024
-
-1.000.000
Restantbedrag 31 dec. 2024
-
-
-
-
1.000.000
1.000.000
1.000.000
3.100.000
Totaal
-
7.100.000
1.500.000
-1.000.000 1.500.000
1.500.000
7.600.000
Oorspronkelijk was sprake van leningen van totaal € 11 miljoen, waarvan € 5 miljoen ter financiering voor de aankoop van het pand en € 6 miljoen voor verliesfinanciering. Deze laatste lening is in 2014 overgesloten voor een bedrag van € 5 miljoen. Door de aflossingen is Begroting 2024 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 6 april 2023
Pagina 32 van 41
de totale schuld eind 2022 teruggelopen tot € 5.600.000. De overige leningen betreffen herfinanciering van de aflossingen op de lening inzake verliesfinanciering, met een uitbreiding van € 600.000 voor de financiering van een investering in het wagenpark, begin 2019 (bestuursbesluit 22 november 2018). De verwachting is dat de aflossingen in de toekomst geherfinancierd zullen worden. Dit komt doordat de reserves op maximaal staan en de bedragen daarboven normaliter aan de deelnemende gemeenten worden terugbetaald. Vanwege het geplande onderhoud is de verwachting dat de schuldpositie in 2023 en mogelijk in 2024 g toe neemt. Het geld dat voor dit onderhoud nodig is, is in het verleden aangewend om de schulden verder af te lossen. In 2023 en 2024 staat in totaal voor € 1.700.000 aan onderhoud gepland. Daarnaast is ook een investering nodig om het kantoorpand aan label-C te laten voldoen. Bij de BNG is een kredietfaciliteit beschikbaar van € 1 miljoen (met een intradaglimiet van € 1,5 miljoen). Het betalingsverkeer is volledig geautomatiseerd en verloopt middels een systeem van elektronisch bankieren. In lijn met de bepalingen van de wet FIDO is een treasurystatuut beschikbaar dat is geactualiseerd begin 2019. De GR WAVA voldoet aan alle verplichtingen inzake het Schatkistbankieren. Dagelijks wordt het saldo beoordeeld en indien nodig afgestort ten gunste van de centrale overheid.
Gelet op de gemaakte afspraken met de deelnemende gemeenten, waarbij de begrote gemeentelijke bijdrage op kwartaalbasis vooraf wordt vergoed, wordt verwacht dat voorlopig geen beroep hoeft te worden gedaan op de kredietfaciliteit bij de BNG. In dit kader moet nog wel worden opgemerkt dat in de begroting rekening is gehouden met opbrengsten in het kader van het LIV en de bonus nieuw beschut werken. Deze opbrengsten moeten worden voorgefinancierd, aangezien de betaling ervan pas plaatsvindt in het jaar volgend op het begrotingsjaar. Geprognosticeerde balans en EMU-saldo In bijlage 4 is de geprognosticeerde balans opgenomen, alsmede de ontwikkeling van het EMU-saldo. Daarnaar wordt verwezen.
3.6 Verbonden partijen Overzicht verbonden partijen De deelnemende gemeenten in de GR WAVA zijn: Altena, Drimmelen, Geertruidenberg en Oosterhout. Daarnaast zijn binnen de gemeenschappelijke regeling de volgende rechtspersonen aanwezig:
Begroting 2024 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 6 april 2023
Pagina 33 van 41
-
MidZuid B.V., ten behoeve van het aangaan van samenwerkingsverbanden met derden, gericht op de verbetering van de mogelijkheden voor de uitvoering van de doelstelling van de GR WAVA. MidZuid B.V. is voor 100% eigendom van WAVA. Het resultaat van MidZuid B.V. wordt volledig verrekend met de GR WAVA.
-
MidZuid A.I.D. B.V.; is een 100% deelneming van MidZuid B.V. MidZuid A.I.D. B.V. is de entiteit waarin onder meer de werknemers vanuit andere contracten dan de WSW, ambtenaren en het regulier personeel worden verloond. De activiteiten van MidZuid A.I.D. B.V. worden volledig verrekend met MidZuid B.V.
Begroting 2024 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 6 april 2023
Pagina 34 van 41
Bijlage 1: Voorlopige bijdrage per gemeente De gemeentelijke bijdrage bestaat uit een bijdrage in de vaste lasten en een bijdrage in het subsidieresultaat c.q. om te komen tot een sluitende begroting. De bijdrage in de vaste lasten wordt over de gemeenten verdeeld op basis van een eerder vastgesteld omslagpercentage. De mutaties in de vaste lasten component bestaat uit de hogere kosten van onderhoud, de hogere rentekosten en de lagere huurinkomstenkomt. Hierdoor zijn de vaste lasten hoger. Verdeling vaste lasten: Bedragen * € 1
Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout
Omslagfactor
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
26,83% 12,17% 15,61% 45,39%
102.500 46.500 59.625 173.375
118.331 53.682 68.834 200.153
156.970 71.211 91.311 265.509
165.825 75.228 96.461 280.486
100,00%
382.000
441.000
585.000
618.000
Voor de gemeentelijke bijdrage in het subsidieresultaat/begrotingssaldo is het aantal plaatsingen bepalend. Daarvoor is het aantal definitieve plaatsingen in 2020 als uitgangspunt genomen. Op grond van deze verdeling bedraagt de bijdrage per gemeente in het subsidieresultaat/begrotingssaldo: Verdeling subsidieresultaat / begrotingssaldo Omslagfactor
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Altena Drimmelen Geertruidenberg
131 57 80
520.725 226.575 318.000
533.825 232.275 326.000
499.438 217.313 305.000
504.623 219.569 308.167
Oosterhout
212 480
842.700 1.908.000
863.900 1.956.000
808.250 1.830.000
816.642 1.849.000
Bedragen * € 1
Hierbij wordt nog opgemerkt dat bovengenoemde bedragen voorschotbedragen zijn. Bij de jaarrekening vindt een onderlinge verrekening plaats op basis van het werkelijk aantal plaatsingen in dat jaar.
Begroting 2024 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 6 april 2023
Pagina 35 van 41
De totale bijdrage per gemeente is opgenomen in onderstaande tabel: Totale bijdrage per gemeente Bedragen * € 1
Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
623.225 273.075 377.625
652.156 285.957 394.834
656.407 288.523 396.311
670.448 294.796 404.628
1.016.075 2.290.000
1.064.053 2.397.000
1.073.759 2.415.000
1.097.128 2.467.000
Dit betekent ten opzichte van de herziene begroting 2023 de volgende wijzigingen: Bedragen * € 1.000
2023
2024
2025
2026
Herziene begroting 2023: Totaal gemeentelijke bijdrage
1.984
2.024
2.012
2.028
Begroting 2024: Totaal gemeentelijke bijdrage
1.984
2.290
2.397
2.415
-0
266
385
387
Verschil begroting-herziene begroting (- = herziene begroting is lager)
Begroting 2024 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 6 april 2023
Pagina 36 van 41
2027
2.467
Bijlage 2: (Financiële) uitgangspunten Hierna wordt een overzicht gegeven van de bij het opstellen van de begroting gehanteerde (financiële) uitgangspunten voor de diverse begrotingsposten: -
De begroting is opgemaakt op basis van de meest recente gegevens en inzichten. De basis voor deze begroting wordt gevormd door de meerjarencijfers uit de herziene begroting 2023, rekening houdende met tussentijdse ontwikkelingen die aanpassing van deze cijfers noodzakelijk maken.
-
De kosten en opbrengsten worden zo zuiver mogelijk toegerekend aan de diverse posten in de begroting.
-
De laatste bekende begrotingscijfers van het macrobudget voor de subsidie van het rijk m.b.t. de uitvoering van de Wsw worden als uitgangspunt genomen voor het te verwachten subsidiebedrag. Dit betekent dat de cijfers van de septembercirculaire 2022 zijn aangehouden voor wat betreft de rijkssubsidie Wsw voor 2024 en volgende jaren. De macrocijfers kunnen aangepast worden aan eventuele ontwikkelingen betreffende de hoogte van het wettelijk minimumloon (WML) en de lonen in de gesubsidieerde sector. Dit wordt pas bekend in de loop van het begrotingsjaar. Hiermee is, conform bestendige gedragslijn, geen rekening gehouden. Binnen het macrobudget is sprake van een prijscomponent (P) en een volumecomponent (Q). Afwijkingen in het volume kunnen effect hebben op de prijs. Dit kan financiële risico’s met zich meebrengen.
-
Voor de Wsw is rekening gehouden met een teruglopend personeelsbestand. Deze terugloop is gebaseerd op de ‘blijfkans’ volgens het rijksbudget met betrekking tot de deelnemende gemeenten en de daaruit voortvloeiende volumecomponent (Q). Het aldus bepaalde aantal is bepalend geweest voor zowel de begrote rijkssubsidie als ook voor de berekening van de formatie/salariskosten Wsw-medewerkers.
-
Voor nieuw beschut werk is uitgegaan van opbrengsten in de vorm van loonkostensubsidie en een begeleidingsvergoeding (€ 8.100 per medewerker). Het saldo op nieuw beschut werk is afzonderlijk zichtbaar gemaakt in de staat van baten en lasten. Het aantal medewerkers nieuw beschut werk voor 2024 is gebaseerd op de eind 2021 door het ministerie gepubliceerde aantallen (taakstelling ultimo jaar). Voor 2023 en volgende is het aantal hierop gebaseerd, aangepast aan de budgetontwikkeling. Deze aantallen zijn teruggerekend naar gemiddelden over het jaar.
-
Voor 2023 is uitgegaan van 72 medewerkers die werkzaam zijn via een participatiebaan. Voor de jaren erna is dit aantal jaarlijks met 5 verhoogd. Verder is voor deze doelgroep rekening gehouden met een begeleidingsvergoeding van gemiddeld € 4.585 per persoon. Het saldo op de doelgroep participatiebanen is afzonderlijk zichtbaar gemaakt in de staat van baten en lasten
Begroting 2024 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 6 april 2023
Pagina 37 van 41
-
De loonkosten van de SW-medewerkers zijn gebaseerd op de cao sw. Op grond van deze cao volgt de loonontwikkeling de prijsontwikkeling van het rijksbudget (LPO) resp. het wettelijk minimumloon. De nieuwe cao-sw loopt van 2021 – 2025, waarin de systematiek uit de vorige cao voor wat betreft het berekenen van de algemene loonstijgingen is voortgezet.
-
De loonkosten van het reguliere personeel zijn gebaseerd op de cao gemeenten en de daarin gemaakte afspraken voor loonontwikkeling. In de herziene begroting 2023 is uitgegaan van een loonstijging van 5% in 2023.
-
De loonkosten van de overige medewerkers (nieuw beschut, participatiebanen) zijn gebaseerd op de cao “Aan de slag”.
-
De prijzen 2024 zijn gebaseerd op het prijsniveau 2023, zoals opgenomen in de herziene begroting 2023. Ook voor de meerjarenbegroting is dit prijspeil aangehouden. Dit geldt zowel voor de kosten als opbrengsten.
-
De omzet wordt voornamelijk gerealiseerd binnen MidZuid B.V. en maakt daarmee onderdeel uit van het operationeel resultaat in de begroting.
-
Voor de diverse te factureren opbrengsten (omzet, verhuur) is in het najaar 2022 de indexatie voor 2023 vastgesteld, welke ontwikkeling is gevolgd in de begrotingscijfers. De indexering varieert, al naar gelang de werksoort en/of de geldende afspraken. Voor de jaren 2024 e.v. is, zoals hiervoor vermeld, het prijspeil 2023 aangehouden.
-
Onder de vaste lasten wordt verstaan de kosten van het gebouw en de rentekosten van een lening uit het verleden. De vaste lasten worden volgens een vastgesteld percentage verdeeld over de deelnemende gemeenten (zie hiertoe bijlage 1).
-
De term overhead is bij de laatste wijziging van het BBV nader gedefinieerd. De onder overhead bij de GR WAVA in de begroting opgenomen kosten betreffen de ambtelijke medewerkers die werkzaam zijn in functies die binnen de nieuwe definitie van overhead vallen. In de geconsolideerde cijfers is ook een post overhead opgenomen. Aangezien MidZuid B.V. niet hoeft te voldoen aan de verslaggevingseisen van het BBV, wordt het begrip overhead in de geconsolideerde cijfers ruimer geïnterpreteerd. Deze overhead bestaat uit de algemene bedrijfskosten en de kosten van indirect personeel. Deze posten worden begroot op basis van een realistische inschatting van de ontwikkelingen op het gebied van volume, loon en prijs. De kosten van overhead worden geheel verrekend met de PMC’s.
-
Bij de PMC’s publieke dienstverlening en facilitaire dienstverlening wordt een belangrijk deel van de werkzaamheden uitgevoerd in opdracht van de deelnemende gemeenten. Dat gebeurt juridisch onder het regime van quasi-inbesteding. Dat is mogelijk omdat deze omzet, en ook de omzet behaald bij bedrijven, valt onder de intentie van de opdracht van de gemeenten aan MidZuid B.V.. Daarmee wordt juridisch voldaan aan de eisen van quasi-inbesteding en past dit binnen de Europese regelgeving. Dit is getoetst door een specialist in Europees aanbestedingsrecht van AKD.
Begroting 2024 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 6 april 2023
Pagina 38 van 41
-
Voor het bepalen van de hoogte van de post onvoorzien is uitgegaan van 2% van de loonkosten van het reguliere personeel van de GR WAVA en MidZuid B.V. (afgerond naar beneden). De verwachting is namelijk dat de grootste kans op onvoorziene uitgaven in de personele sfeer ligt (vervanging bij langdurige ziekte e.d.).
-
De gemeentelijke bijdrage blijft beperkt tot het subsidieresultaat en de vaste lasten. Doelstelling is dat de bedrijfsvoering over alle werksoorten samen neutraal verloopt. In de vergadering van het Dagelijks Bestuur van 24 november 2016 is de afspraak gemaakt dat de begroting (en meerjarenbegroting) sluitend moeten zijn. Dit heeft effect op de hoogte van de gemeentelijke bijdragen: de vaste lasten zijn geheel opgenomen in de gemeentelijke bijdrage; in de gemeentelijke bijdrage in het subsidieresultaat/begrotingssaldo worden nu, naast het subsidieresultaat, ook de overige exploitatieposten betrokken.
-
In de begroting is geen rekening gehouden met eventuele lasten in het kader van de vennootschapsbelasting. Begin 2016 heeft de belastingdienst bericht dat er, gelet op de activiteiten van de GR WAVA en de wijze waarop eventuele resultaten worden verrekend, geen sprake is van een winstoogmerk en dat daarom ook geen sprake is van vennootschapsbelastingplicht. Overigens is eind 2018 de Vpb-regelgeving voor sociale werkbedrijven aangepast, waardoor de mogelijkheden voor toepassing van de Vpb-vrijstelling voor SW-bedrijven duidelijker zijn geworden. Voor MidZuid B.V. wordt met terugwerkende kracht naar 2018 daar ook gebruik van gemaakt.
Begroting 2024 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 6 april 2023
Pagina 39 van 41
Bijlage 3: Begroting naar taakvelden Bedragen * € 1.000
BedrijfsplanBegroting Meerjarenraming 2023 2024 2025 2026
0.1 Bestuur Baten Lasten 0.4 Overhead Baten Lasten
22-
-
22-
22-
2027
22-
22-
-
-
-
-
0.5 Treasury Baten Lasten
24-
164-
197-
231-
264-
0.8 Overige baten en lasten Baten Lasten
100-
100-
100-
100-
100-
-
-
-
-
-
17.669 18.014-
18.029 18.025-
17.870 17.550-
17.527 17.174-
17.288 16.902-
-
-
-
-
-
17.669 18.160492-
18.029 18.311282-
17.870 17.870-
17.527 17.527-
17.288 17.288-
0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb) Baten Lasten 0.10 Mutatie reserves Baten Lasten 011. Resultaat van de rekening van baten en lasten Baten Lasten 6.4. Begeleide participatie Baten Lasten 6.5. Arbeidsparticipatie Baten Lasten Totalen taakvelden Baten Lasten Saldo
Begroting 2024 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 6 april 2023
Pagina 40 van 41
Bijlage 4: Geprognosticeerde balans en EMU-saldo Hieronder is een overzicht van het verwachte verloop van de balanscijfers opgenomen, alsmede de berekening van het EMU-saldo. Daarbij is gebruik gemaakt van de door de commissie BBV beschikbaar gestelde (berekenings)modellen. Geprognosticeerde balans: Begrotingsjaar T Bedragen * € 1.000
2024 T-2
Activa
T-1
T
T+1
T+2
T+3
31-12-2022 31-12-2023 31-12-2024 31-12-2025 31-12-2026 31-12-2027
(im) Materiële vaste activa Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekkingen Financiële vaste activa: Leningen Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar Totaal Vaste Activa
5.928 285 0 0 6.213
5.721 285
5.530 285
5.343 285
5.161 285
4.985 285
6.006
5.815
5.628
5.446
5.270
+
Voorraden: Onderhanden werk & Overige grond- en hulpstoffen Voorraden: Gereed product en handelsgoederen & vooruitbetalingen Uitzettingen <1 jaar Liquide middelen Overlopende activa Totaal Vlottende Activa
3.444 64 44 3.552
3.429 42 250 3.721
3.775 42 250 4.067
3.905 42 250 4.197
4.242 42 250 4.534
4.638 42 250 + 4.930
Totaal Activa
9.765
9.727
9.882
9.825
9.980
10.200
Passiva
0 0
31-12-2022 31-12-2023 31-12-2024 31-12-2025 31-12-2026 31-12-2027
Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schuld Totaal Vaste Passiva Vlottende schuld Overlopende passiva Totaal Vlottende Passiva Totaal Passiva
1.786 1.594 5.600 8.980
1.279 508 7.100 8.887
997 445 7.600 9.042
997 388 7.600 8.985
997 543 7.600 9.140
997 763 7.600 + 9.360
353 432 785
450 390 840
450 390 840
450 390 840
450 390 840
450 390 + 840
9.765
9.727
9.882
9.825
9.980
10.200
EMU-saldo: Bedragen * € 1.000
T-1
EMU-SALDO EMU-SALDO referentiewaarde Verschil EMU-saldo & referentiewaarde Financiële vaste activa
Kapitaalverstrekkingen en leningen Uitzettingen Activa Vlottende activa Uitzettingen Mutaties (1 Liquide middelen januari tot 31 Overlopende activa december) Vaste schuld Vaste Passiva Passiva Vlottende passiva Vlottende schuld Overlopende passiva Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa
Begroting 2024 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 6 april 2023
T
T+1
T+2
T+3
2023 -1.386
2024 -154
2025 130
2026 337
2027 396
-1.386
-154
130
337
396
0 0 -15 -22 206 1.500 97 -42 0
0 0 346 0 0 500 0 0 0
0 0 130 0 0 0 0 0 0
0 0 337 0 0 0 0 0 0
0 0 396 0 0 0 0 0 0
Pagina 41 van 41