CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Gebiedsontwikkeling Hooijpolder - Bijlagen bij toelichting

De raad besluit 25 april 2024, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Landgoed Hooijpolder18.242 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Grasland met algemeen voorkomende kruiden

Conclusie Vanwege het ontbreken van geschikte habitats is het voorkomen van beschermde plantensoorten in het plangebied uit te sluiten. De oppervlakte van de te verwijderen vegetatie is te klein om te vallen onder houtopstanden. Een nadere toetsing voor houtopstanden is daarom niet nodig.

5.2.2 Zoogdieren Volgens de NDFF zijn er 14 zoogdiersoorten aangetroffen binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied. Hiertoe behoren 5 vleermuissoorten, 4 marterachtigen en 5 overige soorten. Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of ontheffingsverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. De checklist vleermuisprotocol 2021

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

18

Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied? Er zijn geen waarnemingen van vleermuizen binnen een straal van 1 kilometer rond het plangebied. De vleermuissoorten die volgens het NDFF zijn waargenomen binnen een straal van 5 kilometer zijn te vinden in de onderstaande tabel. Vleermuis soort Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Meervleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis

Afstand plangebied 5 km

Habitat en bescherming

5 km 5 km 5 km 5 km

Vaak bebouwing, strikt beschermd Vooral bebouwing, strikt beschermd Vooral bomen, strikt beschermd Vooral bomen, strikt beschermd

Vooral bebouwing, strikt beschermd

Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven. In het plangebied zijn geen bomen met geschikte stamdiameter, holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. De bedrijfswoning biedt mogelijk geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen bij de dakrand aan de zijgevels onder de dakpannen. De bedrijfswoning blijft behouden, waardoor deze eventueel mogelijke verblijfplaatsen ook behouden blijven. De te slopen bebouwing is volledig ongeschikt om verblijfplaatsen voor vleermuizen te herbergen. De spouwmuren zijn zonder open stootvoegen of naden en kieren. De bovenzijde is afgedicht met een muurplaat waardoor de spouw volledig gesloten en onbereikbaar is. De daken bestaan uit golfplaten welke koud op de gordingen zijn aangebracht. De daken zijn niet geïsoleerd of onderschoten waardoor er geen mogelijkheden zijn voor verblijfplaatsen van vleermuizen. De kopgevels zijn onder de golfplaten strak aangesmeerd en zonder openingen.

Uitwerpselen, dode dieren of prooiresten die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van bewonende vleermuizen ontbreken. Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. In het plangebied zelf en ook in de directe omgeving zijn geen lijnvormige elementen aanwezig die kunnen dienen als vliegroute voor vleermuizen. Foeragerende vleermuizen in (de omgeving van) het projectgebied zouden voor kunnen komen. Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken. Marterachtigen Marterachtigen hebben voor hun overleving drie zaken nodig: dekking, verbinding en rustplaatsen. Deze dieren zijn vooral ’s nachts actief waardoor het fysiek aantreffen van individuen tijdens een veldbezoek zeer onwaarschijnlijk is. Bij onderzoek naar marters wordt daarom vooral gekeken naar sporen van de aanwezigheid van marters. De aanwezigheid van de marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. De marterachtigen die volgens het NDFF aanwezig kunnen zijn binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Marter soort Steenmarter Das Bunzing Wezel

Afstand plangebied 1 km 5 km 5 km 5 km

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Bescherming Beschermd Beschermd Beschermd Beschermd

19

Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330 Bunzing Doordat ze niet kieskeurig zijn wat betreft hun voedsel, komen bunzings voor in vele verschillende landschapstypen. Ze komen vooral voor in bebost laagland nabij water, waaronder rivieroevers en moerassen. In de winter worden bebouwde gebieden opgezocht en is de bunzing te vinden in de buurt van boerderijen. Deze zoogdieren verplaatsen zich vooral via lijnvormige landschapselementen zoals hagen die tot aan de grond komen (geen opgesnoeide hagen) of greppels, en vinden er hun voedsel. Landschapselementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen zijn o.a. struwelen, hoge graslandvegetatie, houtstapels, holle bomen, houtwallen, takkenrillen of stapels stenen of puin. Voor de bunzing is water in de nabijheid van belang. Das De das leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Maar ook open terreinen, zoals vochtige heiden en rivierdalen zijn geschikte leefgebieden. Het leefgebied van de das moet voldoen aan voldoende dekking, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin ze goed een burcht kunnen graven, met een grondwaterstand van tenminste 1,5 m onder het maaiveld. Dassen foerageren in kort gras, omdat hier het voedsel het gemakkelijkst te vinden is.

Steenmarter De steenmarter is een soort van steenachtige biotopen en schuilplaatsen. De soort komt met name voor aan de rand van dorpen en steden, maar is ook te vinden nabij boerderijen en kleinschalige cultuurlandschappen. De steenmarter vindt vaste verblijfplaatsen in oude schuurtjes met weinig menselijke activiteit of woningen met toegankelijke zolder-, en of kruipruimten. Wezel De wezel zoekt graag dekking op, bijvoorbeeld bij bosschages, houtstapels of heggen. Ook bewonen ze vaak oude holen van muizen, ratten en konijnen die bekleed wordt met veren of haren van prooidieren. Goede schuilmogelijkheden en de aanwezigheid van voldoende geschikt voedsel zijn de enige eisen die de wezel aan zijn omgeving stelt.

Het plangebied is voorzien van ruigtes. Deze ruigtes zijn vooral gesitueerd aan de noordwestelijke rand van het plangebied. Verder is het plangebied voorzien van bebouwing, verharding en kort begraasde graslanden. De bebouwing in het plangebied is opgeruimd en wordt bezemschoon gehouden. Daarnaast is er een zeer beperkt voedselaanbod, een grote mate van verstoring en redelijke mate van predatoren. De aanwezigheid van marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. Tijdens het veldbezoek is gelet op sporen van aanwezigheid van voornoemde marterachtigen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op aanwezigheid van deze. Zodoende is het uitgesloten dat het bebouwde deel van het plangebied een belangrijk onderdeel vormt van het leefgebied van marterachtigen. Vanwege de ruigte aan de noordwestelijke rand van het plangebied is deze zone van het plangebied geschikt als leefomgeving voor marterachtigen. Mogelijk dat de struwelen in het plangebied gebruikt worden door kleine marterachtigen als foerageergebied. Deze beplanting wordt tijdens de bouw niet aangetast en door de landschappelijke inpassing uitgebreid waardoor deze eventuele foerageermogelijkheid blijft bestaan en op termijn verbeterd wordt door de uitbreiding in het plangebied. De beoogde sloop heeft geen effect op de ruigte ten noorden van het plangebied wegens de grote afstand.

De beoogde bouw ten noordwesten van het plangebied kan leiden tot een kort en beperkt verlies van mogelijke leefgebieden van de marterachtige. Echter blijven de bomenrijen met ruigte behouden en blijven er ruigte hoekjes aanwezig voor de marterachtige om te schuilen waardoor verstoring van een essentieel leefgebied uitgesloten is. Overige beschermde soorten De overige beschermde soorten omvatten vooral knaagdieren en algemeen voorkomende soorten. Sommige van deze soorten zijn beschermd, maar een aantal van deze soorten vallen er in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen ontheffing hoeft te worden gevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

20

Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330 worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. In de onderstaande tabel zijn de overige beschermde zoogdiersoorten te vinden die volgens het NDFF zijn waargenomen binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied.

Overige soort Bever Konijn Egel Haas Eekhoorn

Afstand plangebied 1 km 1 km 1 km 1 km 5 km

Bescherming Beschermd Vrijgesteld Vrijgesteld Vrijgesteld Beschermd

In 1988 is men begonnen met het uitzetten van bevers in Nederland en het lijkt erop dat de bever langzamerhand een vaste plek in onze fauna heeft heroverd. Bevers komen voor in het overgangsgebied tussen land en water zoals moerassen, langs beken, rivieren en meren. De bever heeft een voorkeur voor rustige rivieren en meren omzoomd door broekbossen met bomen als wilg en es. De aanwezigheid van bossen op de oevers is een vereiste. De voorkeurshabitat voor eekhoorn bestaat uit gemengde bossen, bosrijke tuinen, parken en houtwallen, daar waar voedselmogelijkheden voorhanden zijn. In het plangebied valt weinig te foerageren voor de eekhoorn door het ontbreken van geschikte voedselbomen en bosrijk biotoop. Het plangebied is door de ligging en inrichting geen essentieel onderdeel van het leefgebied voor de bever. Er zijn geen eekhoornnesten waargenomen in het plangebied. Het is daardoor uit te sluiten dat het plangebied essentieel onderdeel is van de habitat van een eekhoorn. Het is zeer aannemelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort in de planlocatie kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten.

Conclusie Op basis van de voorgenomen ontwikkeling wordt naar verwachting geen vleermuis verstoord, verwond of gedood en wordt er geen rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Verblijfplaatsen van de vleermuis in de te sanering bebouwing zijn uit te sluiten, wegens het ontbreken van geschikte huisvest mogelijkheden in deze bebouwing. Eventuele verblijfplaatsen binnen het plangebied zullen gesitueerd zijn in de bedrijfswoning. Deze blijft volgens voornemens behouden. Om verstoring van de vleermuis tijdens het slopen van de nabijgelegen bebouwing zo laag mogelijk te houden, volgt het advies de werkzaamheden uit te voeren bij daglicht en het gebruik van bouwlampen te beperken. De ingreep zal naar verwachting leiden tot een zeer beperkt en tijdelijk verlies van mogelijke foerageergebied van de vleermuis met betrekking tot de graslanden. Door de locatie na de bouw geheel planologische in te passen en natuur inclusief te bouwen zal het leefgebied van genoemde soorten worden verbeterd. In de nabije omgeving blijven voldoende foerageer mogelijkheden aanwezig voor de vleermuis. Er is dus geen ontheffing nodig voor deze soortgroep. Ten noordwesten van het plangebied kunnen marterachtige voorkomen. De bomenrijen met ruigte bieden schuil en foerageermogelijkheden aan martersoorten.

Met de beoogde voornemens kunnen de marterachtige tijdelijke een beperkt verlies van leef en foerageergebied ervaren. Echter blijven de bomenrijen behouden en schuilmogelijkheden aan de marterachtige bieden. Door de locatie na de bouw geheel planologische in te passen en natuur inclusief te bouwen zal het leefgebied van genoemde soorten worden verbeterd. Het is uit te sluiten dat het plangebied onderdeel is van de essentiële leefomgeving van bevers en eekhoorns. Het is mogelijke dat er een enkele individu van een vrijgestelde soort aanwezig is in het plangebied. De zorgplicht is altijd van kracht. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zoogdieren waargenomen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

21

Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330

5.2.3 Vogels In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van deze wet. De Wet natuurbescherming hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. De bescherming van vogels kan worden opgedeeld in 5 categorieën. Categorie 1-4 De eerste 4 categorieën betreffen vogels welke zeer honkvast broeden en (1-4) of welke zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een eigen nest te bouwen (4). De vogelsoorten die volgens het NDFF zijn waargenomen in een straal van 5 kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel.

Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Wespendief Sperwer Steenuil Slechtvalk Zwarte wouw

Afstand plangebied 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 5 km 5 km

Bescherming categorie* en habitat 4, boom bewonend 4, boom bewonend 2, gebouw bewonend 3, boom of gebouw bewonend 4, boom bewonend 2, gebouw bewonend 3, gebouw bewonend 3, boom of gebouw bewonend 4, boom bewonend 2, boom bewonend 4, boom bewonend 4, boom bewonend 1, gebouw bewonend 3, gebouw bewonend 4, boom bewonend

* Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming het gehele seizoen: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. 2.Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.

Gierzwaluw De gierzwaluw is voor zijn voortplanting bijna uitsluitend gebonden aan menselijke bewoning en daarom komt hij in de zomer veelal in grotere dorpen en steden voor. Op de planlocatie zou de bedrijfswoning de enige plaats kunnen zijn waar een gierzwaluw zich zou kunnen nestelen als deze in een meer bebouwde omgeving zou staan. De woning blijft zoals deze is dus blijft ook deze eventuele biotoop bestaan. Uilen Steenuil en kerkuil schuwen de menselijke omgeving niet en broeden ook onder daken en op zolders van huizen, loodsen en schuren, maar waarbij de aanwezigheid van geschikt foerageergebied in de directe omgeving noodzakelijk is. Nest- en rustplaatsen van steenuil en kerkuil zijn jaarrond beschermd. Binnen het plangebied ontbreekt het volledig aan geschikte ingangen voor uilen om nestplaatsen te vinden.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

22

Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330 Tevens is er uitgekeken naar sporen van aanwezigheid van kerkuil en steenuil zoals braakballen, krijtsporen tegen muren of rui veren. Er zijn geen sporen van aanwezigheid van uilen aangetroffen. Huismus Vanwege de beperkte actieradius (enkele honderden meters) van Huismus (Baijens et al. 2005) zijn drie essentiële onderdelen van het leefgebied van belang voor de Huismus: nestlocatie, habitat met voedselaanbod en beschutting. Alle voorzieningen dienen dichtbij elkaar te liggen. Bij voorkeur binnen een straal van enkele honderden meters van het plangebied. Het plangebied beschikt over een geschikt biotoop voor de huismus, het is voorzien van foerageermogelijkheden rondom de gecultiveerde tuin, en erfbegroeiing en eventueel de voeding van het rundvee. Tijdens veldinventarisatie zijn er huismussen aangetroffen in de rundveestallen. De oostelijke rundveestal is op het moment van veldinventarisatie voorzien van nesten van de huismus. De huismussen nestelen tussen de spanten en het golfplaten dak van de stal, in de nieuwe situatie blijft de rundveestal behouden en blijft de rundveestal een geschikte habitat voor de huismus. Aangezien twee van de drie rundveestallen volgens voornemen gesloopt worden kan dit leiden tot verlies foerageergebied van de huismus. Een nader onderzoek naar huismussen is aanbevolen.

Huismussen geobserveerd in de oostelijke stal

Nest van de huismus in oostelijke stal

Ooievaar, roek en grote gele kwikstaart Als carnivoor eet de ooievaar een breed scala aan dierlijke prooien, inclusief insecten, vissen, amfibieën, reptielen, kleine zoogdieren en kleine vogels. Hij pakt het meeste voedsel van de grond, tussen lage vegetatie en uit ondiep water. Het is een monogame broeder, maar vormt geen paar voor het leven. Het paar bouwt een nest bestaande uit grote takken, dat soms jaren wordt gebruikt. Het leefgebied van de roek is open akker- en weideland, afgewisseld met bomen, bosjes, bomenrijen en heggen. De vogel gedijt goed in menselijk cultuurland als hij niet wordt bejaagd. Vooral de aanwezigheid van akkers is gunstig. Roeken hebben voorkeur voor hoge bomen, bij voorkeur niet in een bos maar een losse opstand. Het boomtype maakt niet zoveel uit. Als in het voorjaar de boomkruinen nog kaal zijn, zijn alle nesten van een roekenkolonie goed zichtbaar. In het voorjaar en 's zomers is de grote gele kwikstaart te vinden in de buurt van waterstroompjes, vooral in de bergen en heuvels. De vogel nestelt in holten in de buurt van water. 's Winters bevinden ze zich bij lagergelegen water en aan de kust. Geen van de biotopen van genoemde vogelsoorten komt echter voor in het plangebied waardoor het voorkomen van deze drie uitgesloten kan worden.

Roofvogels De habitat van roofvogels bestaat, afhankelijk van de soort, uit een bos of een grote (half)open vlakte waar de vogels kunnen jagen. Daarnaast hebben ze in hun leefgebied een geschikte boom nodig waarin een nest gebouwd kan worden. In het plangebied is geen bos of open vlakte aanwezig. Daarnaast zijn er geen nesten van roofvogelsoorten aangetroffen in de bomen. Het is dus uit te sluiten dat het plangebied onderdeel is van de habitat van een boom bewonende roofvogelsoort. De slechtvalk broedt bij voorkeur in hoge gebouwen (>4 verdiepingen). Er is voor de slechtvalk geen geschikte habitat aanwezig in het plangebied. Categorie 5 Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

23

Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330 een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen. (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). Tijdens het veldbezoek zijn uit deze categorie geen nesten in bomen in het plangebied aangetroffen. Ook zijn geen bomen met geschikte holtes aanwezig. Boerenzwaluw De boerenzwaluw staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels en de nestplaatsen ervan zijn jaarrond beschermd. Broedvogels keren jaarlijks terug naar dezelfde kolonie, al zijn vooral de vrouwtjes minder plaats trouw. Jonge vogels zoeken een geschikte nestplek in de omgeving van hun ouderlijk nest. Boven het plangebied zijn meerdere foeragerende en overvliegende boerenzwaluwen aangetroffen. Er is in de open stallen gezocht naar nesten van boerenzwaluwen, maar er zijn geen nesten aangetroffen. Naar waarschijnlijkheid hebben de waargenomen boerenzwaluwen hun nestlocaties in de omgeving van het plangebied. De te behouden oostelijke stal zou een geschikte plaats zijn voor zwaluwen om nestgelegenheid te maken. Aanbevolen wordt om enkele plankjes (15 x 15) in de te behouden stal te bevestigen waar de boerenzwaluw makkelijker zijn nest maken kan en zal.

Overige Vogelrichtlijnsoorten In het plangebied zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Er is in het plangebied veel geschikt opgaand groen aanwezig waarin algemene vogelrichtlijnsoorten broedgelegenheid vinden. Met de beoogde herontwikkeling en de bijbehorende robuuste landschappelijke inpassing met streekeigen groen zullen nest- en foerageergelegenheid voor overige tuin, - en struweelvogels toenemen. Tijdens het veldbezoek zijn er waarnemingen van spreeuw, merel, tortelduif, kauw en ekster.

Spreeuwen in de open oostelijke stal.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

24

Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330

Conclusie Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen In het plangebied is een geschikte habitat waargenomen voor de huismus. Er zijn 3 huismusnesten aanwezig in de meest oostelijke rundveestal. De oostelijk rundveestal blijft behouden evenals de nest en foerageerbieden van de huismuis. Met de beoogde sloop van de overige stallen en bebouwing kunnen mogelijke nestplaatsen en foerageergebied van de huismus verloren gaan. Om het leefgebied van de aanwezige Huismussen vast te stellen met alle aanwezige nestlocaties wordt een nader onderzoek conform het kennisdocument (Bij12. Versie 2.0, juni 2022) van de huismus aanbevolen. Bij dit soort specifieke onderzoek dient in beeld te worden gebracht waar zich de locaties van nesten, rustplaatsen en functioneel leefgebied (zoals o.a. foerageergebieden en slaapplaatsen) van de huismus bevinden. Er zullen geen vaste rust- en verblijfplaatsen van uilen of gierzwaluwen verloren gaan. Om de boerenzwaluw te ondersteunen wordt aanbevolen om in de oostelijke te behouden rundveestal enkele plankjes (van 15 bij 15) te plaatsen waar de boerenzwaluw makkelijker zijn nest op bouwen kan. Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in bomen Het plangebied is geschikt als broed- en foerageergebied voor algemene vogelsoorten. De voorgenomen plannen hebben geen negatieve effecten op het broed- en foerageergebied.

In het plangebied en in de omgeving blijft voldoende geschikt broed- en foerageergebied behouden. Overige Vogelrichtlijnsoorten Alle vogels en hun actief in gebruik zijnde nesten zijn beschermd maar er zullen geen broedplaatsen direct verstoord worden door de werkzaamheden. Mogelijk dat ook de in de directe omgeving aanwezige vegetatie gebruikt wordt om te schuilen of te broeden. Door de sloop van de bedrijfsgebouwen zal de kwaliteit van deze vegetatie niet verloren gaan en wordt het habitat van de vogels niet aangetast. De aanwezigheid van algemene broedende vogelsoorten als vink en merel is bijna nooit uit te sluiten omdat deze soorten in struiken en onder kleine afdakjes als een uitstekende dakrand kunnen broeden. Een negatief effect op deze soorten is echter betrekkelijk eenvoudig te voorkomen door buiten het broedseizoen te werken. De planlocatie was visueel goed te onderzoeken.

5.2.4 Amfibieën, reptielen, vissen, vlinders en libellen Amfibieën, vissen en reptielen Amfibieën, reptielen en vissen zijn gedurende een groot deel van hun leven afhankelijk van waterstructuren. Vooral tijdens het voortplantingsseizoen is het erg belangrijk om waterstructuren in plangebieden te onderzoeken op de aanwezigheid reptielen en amfibieën die de waterstructuren als voortplantingslocatie gebruiken. Hierbij gaat het bij amfibieën en reptielen om een waterstructuur van maximaal 1,5 meter diep. De soorten die volgens het NDFF zijn waargenomen in een straal van 1 tot 5 kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort Alpenwatersalamander Bastaardkikker Kamsalamander Grote modderkruiper

Afstand plangebied 5 km 5 km 5 km 5 km

Soortgroep en bescherming Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd Vissen, beschermd

Het plangebied is voorzien van water in de vorm van afwateringsgreppels. In de beoogde situatie wordt en een weg aangelegd ten behoeve van de bereikbaarheid van het nieuwe woonperceel. De Alpenwatersalamander overwintert voornamelijk op het land. Er zijn ook waarnemingen van kleine aantallen dieren die de hele winter in het water verblijven. Vanaf januari trekken ze naar het water met een piek begin maart. De meeste volwassen dieren worden tot en met juni waargenomen met een piek in april

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

25

Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330 en de eerste heft van mei. Daarna nemen het aantal volwassen dieren in het water snel af. De eerste juveniele dieren kruipen medio juni het land op. De eerste drie jaar, tot ze geslachtsrijp zijn, verblijven ze op het land. De Alpenwatersalamander is niet kieskeurig wat betreft zijn voortplantingsbiotoop. In het voorjaar is hij in allerlei typen water te vinden, zolang het niet snelstromend of rijk aan vis is. Het landschap waarin de kamsalamander wordt aangetroffen is bosrijk, bevat houtwallen of struweel en wordt vaak gekenmerkt door kleinschaligheid in de directe omgeving van het voortplantingswater. Kamsalamanders komen zelden in akkerbouwgebieden voor. Ze komen relatief veel voor langs de grote rivieren, in beekdalen en op landgoederen. Kamsalamanders komen voor in een verscheidenheid aan typen visvrije wateren. Op de zandgronden en in beekdalen leeft de soort in poelen, vijvers, matig voedselrijke vennen en in leemputten. De grote modderkruiper prefereert ondiepe wateren met een dikke modderlaag en een uitbundige waterplantengroei. De soort houdt zich overdag verscholen en voedt zich ‘s nachts met kleine ongewervelden zoals wormen, watervlooien, muggenlarven en kreeftjes.

In drooggevallen wateren kan de soort zelfs enige tijd ingegraven in de modder overleven door de levensfuncties tot een minimum te beperken en gebruik te maken van huidademhaling. De dikke slijmlaag biedt hierbij bescherming tegen uitdroging. Het huidig aanwezige water zou in theorie geschikt kunnen zijn voor genoemde amfibieën als voortplantingshabitat maar aangezien het water direct grenst aan intensief bewerkt en bemeste grasland is het voorkomen van beschermde amfibieën, reptielen en vissen niet aannemelijk als voortplantingshabitat. Wel is het plangebied geschikt als land- en overwinteringshabitat voor algemene niet-kritische soorten. Bepaalde amfibieën zoals de gewone pad, bruine kikker en bastaardkikker zouden mogelijk voor kunnen komen, ook in landfase. Deze kunnen zich in de erfbeplanting en in de tuinen van het plangebied kunnen schuilhouden tussen de beplanting, tussen opgeslagen materialen en ingegraven inde grond. Hoewel sommige van deze soorten beschermd zijn, worden ze niet bedreigd in hun voorkomen en staan vermeld als vrijgestelde soorten in de provincie Noord-Brabant. Het voorkomen van alpenwatersalamander, kamsalamander en poelkikker in het plangebied is uitgesloten vanwege het intensief bewerkte en bemeste directe omgeving. Het bestaande water wordt in de boogde situatie behouden.

Ter hoogte van de nieuwe toegangsweg wordt deze waterloop gedeeltelijk ingebuisd. De ontwateringsgreppels worden volgens voornemens aangeplant met bomen. Door gefaseerd te werken en houtwallen aan te leggen langs de ontwateringsgreppels zal het leefgebied van amfibieën sterk worden verbeterd. De ingreep leidt niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor deze soortengroepen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Effectbeoordeling Er wordt geen beplanting in het plangebied verwijderd waardoor er geen overwinteringshabitat van amfibieën wordt verstoord of vernietigd. De ontwateringsgreppels als voortplantingsplaats is niet aannemelijk door het naastgelegen intensief bewerkte en bemeste weiland. Voor bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander geldt bij ruimtelijke ingrepen in de provincie Noord-Brabant een vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Voor het verstoren van deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt altijd de algemene zorgplicht waardoor het wel noodzakelijk is om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient te worden gedaan om het doden van individuen te voorkomen.

Om verwonding of verstoring van beschermde soorten te voorkomen dient gewerkt te worden volgens de gedragscode flora en fauna voor Ruimtelijke ontwikkeling en inrichting van de Vereniging Stadswerk Nederland.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

26

Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330 Het uitvoeren van graafwerkzaamheden op locaties onder beplantingen en in bosschages waar beschermde amfibieën voorkomen vindt plaats in de periode buiten de overwinteringsperiode van de soort. Dat betekent dat de werkzaamheden mogen worden uitgevoerd in de periode half april tot half oktober. Vlinders en libellen Volgens de NDFF zijn er 3 libellensoorten, 4 dagvlindersoorten en 1 nachtvlindersoort waargenomen binnen een straal van 1 tot 5 kilometer rond het plangebied. Deze soorten zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort Grote vos

Afstand plangebied 5 km

Soortgroep en habitat

Dagvlinders, vochtige open bossen, waardplant: Iep, kers en wilgen Teunisbloempijlstaart 5 km Nachtvlinder, vochtige bossen en bosranden, waardplant: teunisbloem, wilgenroosje, basterdwederik en kattenstaart In het plangebied ontbreken specifieke biotopen en waardplanten voor beschermde libellen en dagvlinders. Er zouden wel algemene vlindersoorten in het plangebied voor kunnen komen.

Overige soorten Er zijn in een straal van vijf kilometer om het plangebied waarnemingen van een beschermde soort. Deze is terug te vinden in de onderstaande tabel. Soort Platte schijfhoorn

Afstand plangebied 5 km

Soortgroep en habitat Weekdier, zoete, heldere en schone wateren met een rijke begroeiing. Vaak in draadalg-vegetaties.

De Platte schijfhoorn is een zoetwaterslak en is gebonden aan zoetwater met rijke begroeiingen. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving. Conclusie In het plangebied is geen geschikt leefgebied voor beschermde dagvlinders en libellen en deze zijn tijdens het veldbezoek ook niet waargenomen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan uitgesloten worden. Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden. Door het ontbreken aan oppervlaktewater in het plangebied is het voorkomen van beschermde vissoorten uit te sluiten.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

27

Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330

6. RESULTATEN EN ADVIES Zoals beschreven betreft de onderhavige ecologische quickscan een momentopname van de actuele situatie.

6.1 Resultaten Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat er huismussen en algemeen beschermde broedvogels in het plangebied voorkomen. Het erf functioneert aantoonbaar als leefgebied voor diverse soorten dieren, waaronder de huismus. Omdat een deel van de bedrijfsgebouwen gesloopt gaan worden is er een nader onderzoek naar het leefgebied en nestlocaties van huismussen aanbevolen. Voor de overige soortgroepen, waaronder vleermuizen, uilen, gierzwaluw en amfibieën zijn geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Wet natuurbescherming. Door de locatie na de bouw geheel planologische in te passen en natuurinclusief te bouwen zal het leefgebied van genoemde soorten worden verbeterd.

6.2 Advies en aanbevelingen Nader onderzoek Op basis van het veldonderzoek en de analyse van de bestaande situatie kan worden geconcludeerd dat er huismussen in het plangebied aanwezig zijn. Een nader onderzoek conform het Kennisdocument Huismus versie 2.0, juni 2022 is noodzakelijk. In de ruigte aan de noordwestelijke rand van het plangebied is geschikt leefgebied voor marterachtige aanwezig. Met de boogde werkzaamheden kunnen deze een kort beperkt verlies aan leef- en foerageergebied ervaren. De bomenrij met ruigte blijft behouden en bied schuilmogelijkheden voor de marterachtige en door de aanplanting van houtwallen in het nieuwe natuurgebied zal het leefgebied van marterachtigen niet verslechteren. Vanwege de omliggende bewerkte en bemeste agrarische percelen zijn de wateren ongeschikt voor de voorplatingsfase van beschermde amfibieën en vissen. Hierdoor wordt dan ook niet aanbevolen om een nadere inventarisatie door middel van extra veldonderzoek uit te voeren betreffende marterachtige, beschermde vissen en amfibie soorten. Het onderzoek naar huismussen is mogelijk vanaf april 2023. Wet natuurbescherming o De ingreep zal naar verwachting leiden tot een zeer beperkt en tijdelijk verlies van leefgebied van enkele beschermde soorten en overige beschermde soorten.

De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat het erf geschikt blijft als leefgebied en het relatief algemene soorten betreft. Door de voorgenomen ontwikkeling vindt mogelijk overtreding plaats van art. 3.1 lid 2, 4 en 5 van de Wet natuurbescherming. Er dient nader onderzoek plaats te vinden om zo de nestlocaties, foerageer- en rustplaatsen en verder functioneel leefgebied van de huismus in kaart te brengen. Op basis hiervan kan er een mitigatieplan met aanbevelingen voor huismussen conform het Kennisdocument Huismus, Passer domesticus Versie 2.0 worden verstrekt. o Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten, vaste rust-of verblijfsplaatsen of eieren beschadigen of verstoren. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden (15 maart - 15 juli). Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

28

Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330

o In de nabije omgeving van het plangebied komen geen Natura 2000 gebieden voor. Het is met de

o o

voorgenomen werkzaamheden echter niet uit te sluiten dat deze leiden tot een verhoging van stikstofdepositie op een Natura 2.000 gebied. Voor de ingreep dient daarom een Aerius berekening te worden uitgevoerd. In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de uitvoering van werkzaamheden alert te zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen. Bij onvoorziene omstandigheden dient er direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.

Aanbevelingen Bij onvoorziene omstandigheden zoals bijvoorbeeld indien een soort die niet in de quickscan wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden, dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen, zodat de wet niet wordt overtreden. Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat holen van algemene soorten als konijn, egel en diverse muizensoorten worden vergraven. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten: • Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen en egels). • Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten. • Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet tussen zonsondergang en zonsopkomst. • Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals bosschages en ruigtes (met name voor vleermuizen).

Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten. Natuurinclusief bouwen Diverse fauna soorten staan onder druk door steeds verder afnemende broed- en nestgelegenheid. Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Natuurinclusief bouwen bevordert de biodiversiteit en ons leefklimaat. Vogelbescherming Nederland heeft een checklist ontwikkeld, waarmee iedere bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken. (www.checklistgroenbouwen.nl). Daarnaast zijn er op de website www.bouwnatuurinclusief.nl veel tips om natuurinclusief te bouwen. Voor de ontwikkeling van het plangebied aan de Langebroekstraat 34 raden wij de volgende natuur inclusieve maatregelen aan: o

Bij de aanleg van groenstructuren in het plangebied worden bij voorkeur inheems (streekeigen) groen aangeplant. Groei en bloei van deze planten en de momenten waarop rupsen, bijen of vogels sterk van hun blad, nectar en stuifmeel afhankelijk zijn, zijn op elkaar afgestemd. Dit is een belangrijk verschil met uitheemse soorten, die vaak eerder en te vroeg uitlopen/bloeien. De voorkeur gaat uit naar en bes- en nootdragende struiken zoals sporkehout (vuilboom), Gelderse roos, wilde kardinaalsmuts, lijsterbes, hondsroos, sleedoorn of hazelaar. Deze zijn ten gunste van foerageerfuncties voor vogels, maar ook kleine knaagdieren, insecten en insecteneters zoals vleermuizen zullen hiervan profiteren. Huismussen zullen schuilgelegenheid vinden in stekelige struiken zoals bijv. (groenblijvende) hulst of meidoorn. Lindebomen trekken tijdens hun relatief lange bloeitijd grote aantallen insecten aan, en dus ook eerdergenoemde insecteneters.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

29

Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330

o

o

Het terrein heeft een goed formaat voor de aanleg van een amfibieënpoel. Deze poel zou een minimale grootte van 30 m2 moeten hebben en een diepte van niet meer dan 1,5 meter. Een amfibieënpoel zou bij kunnen dragen aan het in standhouden van verschillende beschermde soorten, waaronder de heikikker en de kamsalamander. Op plaatsen waar wegen niet intensief gebruikt wordt, zoals parkeerplaatsen kan er halfbestrating worden gebruikt. De openingen tussen de stenen biedt ruimte aan planten die tolerant zijn voor betreding. De vegetatie ontwikkelt zich vanzelf, maar kan met inzaaien worden bevorderd. De planten zorgen voor zaden en insecten die weer dienen als voedsel voor vogels.

6.3 Toelichting op nader onderzoek huismussen Huismussen; geplande ontwikkeling, effecten op huismussen en mogelijk vervolgscenario Het is niet met zekerheid uit te sluiten dat er nesten van huismussen aanwezig zijn in de te slopen bedrijfsgebouwen. Nesten van huismussen, inclusief hun functionele leefgebied, zijn jaarrond beschermd. Tijdens de werkzaamheden zullen mogelijk jaarrond beschermde nesten verloren gaan en worden mogelijk verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden. Om erachter te komen of er nesten van huismussen aanwezig zijn zal er een nader onderzoek moeten worden uitgevoerd. Een deskundige op het gebied van huismussen moet tussen 10 maart en 20 juni in de ochtend rond een tot twee uur na zonsopkomst de locaties van de broedplaatsen vaststellen. Er mag worden aangenomen dat er geen broedende huismussen aanwezig zijn als tijdens twee bezoeken tussen 1 april en 15 mei of tijdens drie bezoeken tussen 10 maart en 20 juni geen tekenen van aanwezigheid zijn waargenomen. Ook andere functies van het leefgebied, zoals winterslaapplaats en voedselgebied moeten onderzocht worden. Door de sloop van de bedrijfsgebouwen kan aantasting van de functionaliteit aan de orde zijn doordat het geschikte habitat in kwantiteit of kwaliteit afneemt, waardoor de plek niet meer de functie van foerageergebied, voortplantingsplaats of rustplaats kan vervullen.

Een leefgebied moet de huismus het hele jaar blijvend voorzien in alles wat nodig is om succesvol te kunnen voortplanten of te kunnen verblijven. Bij aanwezigheid van huismussen dient er een mitigatieplan te worden opgesteld conform de richtlijnen van het Kennisdocument Huismus (Passer domesticus), BIJ12, versie 2.0 juni 2020. In het mitigatieplan worden maatregelen voorgesteld ter voorkoming van overtreding van verbodsbepalingen Wet natuurbescherming en behoud van de functionele leefomgeving. Indien aantoonbaar wordt gewerkt conform Kennisdocument van BIJ12 is een ontheffingsaanvraag/verklaring van geen bedenkingen, niet noodzakelijk. De volgende maatregelen kunnen o.a. nodig zijn: • Werkzaamheden uitvoeren buiten de kwetsbare perioden. • Alternatieve verblijfplaatsen aanbieden, ruim voordat de sloop/renovatie gaat plaatsvinden. • Bij het verdwijnen van een verblijfplaats kunnen inpandige voorzieningen worden gerealiseerd in de nieuwbouw, zodat deze geschikt is voor huismussen. Als er tijdig opdracht gegeven wordt voor het uitvoeren van het nader onderzoek kan de eindrapportage van het onderzoek naar huismussen per eind april 2023 worden opgeleverd.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

30

Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330

7. BRONNEN

Websites kaartbank.brabant.nl www.atlasleefomgeving.nl www.brabant.nl www.floron.nl www.ivn.nl www.natuurmonumenten.nl www.natura2000.nl www.NDFF.nl www.ravon.nl www.rijksoverheid.nl www.sovon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vivarapro.nl www.vogelbescherming.nl www.wetnatuurbescherming.nl www.wikipedia.nl

Andere bronnen Checklist vleermuisprotocol Limpens et al., 2014, 2017 Baijens et al., 2005 Netwerk groene bureaus

Bijlagen Bijlage 1: de verspreidingslijst van NDFF Bijlage 2: de beschermde soortenlijst par 3.2 Wet natuurbescherming Bijlage 3: de beschermde soortenlijst par 3.3 Wet natuurbescherming

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

31

Uitvoerportaal Lange Broekstraat

14695 records Middelpunt < 1km²

Middelpunt > 5km²

Middelpunt 1km² - 5km²

Vlak

schaal 1 : 5000

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

27 oktober 2022 16:29:20

1

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Lange Broekstraat

Zoekvraag Soort

Soortgroep

Wet en Beleid

Periode

Alle

Alle

Wnb - andere soorten 1 januari 2017 tot 1 Wnb - andere soorten januari 2023 (NB) Jaarrond beschermde nesten Wnb - Vogelrichtlijn Wnb - Habitatrichtlijn

Samenvatting

Bronhouder

Zoekgebied

Alle

Alles rakend aan of binnen zoekgebied

(unieke soorten) / totaal aantal waarnemingen

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

27 oktober 2022 16:29:20

2

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Lange Broekstraat

Beleid Jaarrond beschermde nesten Blauwe reiger Boerenzwaluw Boomklever Boomkruiper Boomvalk Bosuil Buizerd Ekster Gekraagde roodstaart Gierzwaluw Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Koolmees Oeverzwaluw Ooievaar Pimpelmees Raaf Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Spreeuw Steenuil Tapuit Torenvalk Wespendief Zeearend Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte wouw

(38) 10171 732 182 4 386 63 1 998 1090 5 279 2 279 225 47 7 1078 78 285 29 780 6 122 641 1 141 538 4 151 637 27 11 610 3 1 706 1 20 1

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

27 oktober 2022 16:29:20

3

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Lange Broekstraat

Beleid Jaarrond beschermde nesten (FL) Blauwe reiger Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Buizerd Gierzwaluw Groene specht Grote bonte specht Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Oeverzwaluw Ooievaar Raaf Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Spreeuw Steenuil Tapuit Torenvalk Wespendief Zeearend Zwarte wouw

(28) 6536 732 182 63 1 998 279 279 225 47 7 1078 78 285 29 6 122 1 141 538 4 151 637 27 11 610 3 1 1

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

27 oktober 2022 16:29:20

4

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Lange Broekstraat

Beleid Jaarrond beschermde nesten (FR) Aalscholver Blauwe reiger Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Kleine mantelmeeuw Kokmeeuw Ooievaar Raaf Ransuil Ringmus Roek Scholekster Slechtvalk Sperwer Steenuil Torenvalk Wespendief Zeearend Zilvermeeuw Zwarte wouw

(29) 5436 2 732 182 63 1 998 279 47 7 1078 78 285 29 8 8 122 1 141 16 538 17 4 151 27 610 3 1 7 1

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

27 oktober 2022 16:29:20

5

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Lange Broekstraat

Beleid Jaarrond beschermde nesten (LI) Blauwe reiger Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Oeverzwaluw Ooievaar Raaf Ransuil Ringmus Roek Slechtvalk Sperwer Spotvogel Steenuil Torenvalk Wespendief Wulp Zwarte wouw

(26) 5413 732 182 63 1 998 279 47 7 1078 78 285 29 6 122 1 141 16 538 4 151 11 27 610 3 3 1

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

27 oktober 2022 16:29:20

6

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Lange Broekstraat

Beleid Jaarrond beschermde nesten (OV) Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Ooievaar Raaf Ransuil Ringmus Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Tapuit Torenvalk Veldleeuwerik Wespendief Wulp Zeearend Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte wouw

(28) 4706 182 63 1 998 279 47 7 1078 78 285 29 122 1 141 16 538 4 151 27 11 610 9 3 3 1 1 20 1

RL: Bedreigd Kartuizer anjer Tapuit

(2) 12 1 11

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

27 oktober 2022 16:29:20

7

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Lange Broekstraat

Beleid RL: Gevoelig Boerenzwaluw Gele kwikstaart Graspieper Grauwe vliegenvanger Haas Huismus Huiszwaluw Kneu Konijn Raaf Ringmus Spotvogel Veldleeuwerik Wezel Zeearend Zwarte mees

(16) 1516 182 20 4 2 67 1078 78 1 37 1 16 11 9 8 1 1

RL: Kwetsbaar Boomvalk Bunzing Grote lijster Koekoek Laatvlieger Nachtegaal Patrijs Ransuil Steenuil Torenvalk Wulp

(11) 877 63 3 3 11 3 12 1 141 27 610 3

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

27 oktober 2022 16:29:20

8

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Lange Broekstraat

Beleid SNL soorten Blauwborst Boomklever Boomkruiper Boompieper Bosrietzanger Braamsluiper Bruine kiekendief Gekraagde roodstaart Gele kwikstaart Grasmus Graspieper Grauwe vliegenvanger Groene specht Groenling Grote bonte specht Havik Kleine mantelmeeuw Kneu Krakeend Kuifeend Nachtegaal Patrijs Putter Raaf Rietzanger Roodborsttapuit Scholekster Slechtvalk Spotvogel Tapuit Veldleeuwerik Wespendief Wulp Zanglijster Zilvermeeuw

(35) 1857 7 4 386 4 61 7 1 5 20 171 4 2 279 183 225 7 8 1 1 1 12 1 30 1 15 26 17 4 11 11 9 3 3 330 7

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

27 oktober 2022 16:29:20

9

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Lange Broekstraat

Beleid Wnb - andere soorten Alpenwatersalamander Bastaardkikker Bosmuis Bruine kikker Bunzing Dwergmuis Eekhoorn Egel Gewone pad Groene kikker (Onb.) Haas Huisspitsmuis Kartuizer anjer Kleine watersalamander Konijn Ree Rosse woelmuis Steenmarter Veldmuis Vos Wezel Woelrat

(22) 626 7 2 54 45 3 2 4 47 34 24 67 8 1 19 37 209 8 3 2 22 8 20

Wnb - andere soorten (DR) Alpenwatersalamander Eekhoorn Kartuizer anjer Steenmarter

(4) 15 7 4 1 3

Wnb - andere soorten (EZ) Alpenwatersalamander Eekhoorn Kartuizer anjer Steenmarter

(4) 15 7 4 1 3

Wnb - andere soorten (FL) Alpenwatersalamander Bunzing Eekhoorn Kartuizer anjer Steenmarter Wezel

(6) 26 7 3 4 1 3 8

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

27 oktober 2022 16:29:20

10

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Lange Broekstraat

Beleid Wnb - andere soorten (FR) Alpenwatersalamander Eekhoorn Kartuizer anjer

(3) 12 7 4 1

Wnb - andere soorten (GL) Alpenwatersalamander Bunzing Eekhoorn Kartuizer anjer Steenmarter Wezel

(6) 26 7 3 4 1 3 8

Wnb - andere soorten (GR) Alpenwatersalamander Bunzing Eekhoorn Haas Kartuizer anjer Steenmarter

(6) 85 7 3 4 67 1 3

Wnb - andere soorten (LB) Alpenwatersalamander Eekhoorn Kartuizer anjer Steenmarter

(4) 15 7 4 1 3

Wnb - andere soorten (NB) Alpenwatersalamander Bunzing Eekhoorn Kartuizer anjer Steenmarter Wezel

(6) 26 7 3 4 1 3 8

Wnb - andere soorten (NH) Alpenwatersalamander Bunzing Eekhoorn Kartuizer anjer Steenmarter Wezel

(6) 26 7 3 4 1 3 8

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

27 oktober 2022 16:29:20

11

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Lange Broekstraat

Beleid Wnb - andere soorten (OV) Alpenwatersalamander Bunzing Eekhoorn Egel Kartuizer anjer Steenmarter Wezel

(7) 73 7 3 4 47 1 3 8

Wnb - andere soorten (UT) Alpenwatersalamander Eekhoorn Kartuizer anjer Steenmarter

(4) 15 7 4 1 3

Wnb - andere soorten (ZH) Alpenwatersalamander Eekhoorn Kartuizer anjer Steenmarter

(4) 15 7 4 1 3

Wnb - andere soorten (ZL) Alpenwatersalamander Bunzing Eekhoorn Haas Kartuizer anjer Konijn Steenmarter Wezel

(8) 130 7 3 4 67 1 37 3 8

Wnb - Habitatrichtlijn Bever Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Meervleermuis Ruige dwergvleermuis Wolf

(6) 184 159 14 3 2 4 2

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

27 oktober 2022 16:29:20

12

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Lange Broekstraat

Beleid Wnb - Vogelrichtlijn Aalscholver Blauwborst Blauwe reiger Boerenzwaluw Boomklever Boomkruiper Boompieper Boomvalk Bosrietzanger Braamsluiper Bruine kiekendief Buizerd Ekster Fazant Fitis Fuut Gaai Gekraagde roodstaart Gele kwikstaart Gierzwaluw Goudvink Grasmus Graspieper Grauwe gans Groene specht Groenling Grote Canadese gans Grote bonte specht Grote lijster Heggenmus Holenduif Houtduif Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kauw Kerkuil Kievit Kleine karekiet Kleine mantelmeeuw Kneu Knobbelzwaan Koekoek

(83) 4306 2 7 23 2 1 40 4 1 61 7 1 31 63 6 12 9 9 2 20 18 1 171 4 1 2 183 1 7 3 305 3 95 28 5 8 30 2 54 179 8 1 3 11

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

27 oktober 2022 16:29:20

13

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Lange Broekstraat

Beleid Kokmeeuw Koolmees Krakeend Kuifeend Meerkoet Merel Nachtegaal Ooievaar Patrijs Pimpelmees Putter Ransuil Rietgors Rietzanger Ringmus Roek Roodborst Roodborsttapuit Scholekster Slechtvalk Spotvogel Spreeuw Staartmees Steenuil Tjiftjaf Torenvalk Tuinfluiter Turkse tortel Veldleeuwerik Vink Waterhoen Wilde eend Winterkoning Witte kwikstaart Wulp Zanglijster Zilvermeeuw Zwarte kraai Zwarte roodstaart Zwartkop

8 88 1 1 36 268 12 1 1 61 30 7 10 15 16 64 208 26 17 1 11 27 2 14 371 23 96 31 9 237 19 30 396 1 3 330 7 63 10 331

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

27 oktober 2022 16:29:20

14

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Lange Broekstraat

Soortgroepen Vleermuizen Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Meervleermuis Ruige dwergvleermuis

(4) 23 14 3 2 4

Overige zoogdieren Bever Bosmuis Bunzing Dwergmuis Eekhoorn Egel Haas Huisspitsmuis Konijn Ree Rosse woelmuis Steenmarter Veldmuis Vos Wezel Woelrat Wolf

(17) 655 159 54 3 2 4 47 67 8 37 209 8 3 2 22 8 20 2

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

27 oktober 2022 16:29:20

15

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Lange Broekstraat

Soortgroepen Vogels Aalscholver Blauwborst Blauwe reiger Boerenzwaluw Boomklever Boomkruiper Boompieper Boomvalk Bosrietzanger Bosuil Braamsluiper Bruine kiekendief Buizerd Ekster Fazant Fitis Fuut Gaai Gekraagde roodstaart Gele kwikstaart Gierzwaluw Goudvink Grasmus Graspieper Grauwe gans Grauwe vliegenvanger Groene specht Groenling Grote Canadese gans Grote bonte specht Grote gele kwikstaart Grote lijster Havik Heggenmus Holenduif Houtduif Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kauw Kerkuil Kievit Kleine karekiet

(95) 13885 2 7 732 182 4 386 4 63 61 1 7 1 998 1090 6 12 9 9 5 20 279 1 171 4 1 2 279 183 1 225 47 3 7 305 3 95 1078 78 285 30 29 54 179

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

27 oktober 2022 16:29:20

16

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Lange Broekstraat

Soortgroepen Kleine mantelmeeuw Kneu Knobbelzwaan Koekoek Kokmeeuw Koolmees Krakeend Kuifeend Meerkoet Merel Nachtegaal Oeverzwaluw Ooievaar Patrijs Pimpelmees Putter Raaf Ransuil Rietgors Rietzanger Ringmus Roek Roodborst Roodborsttapuit Scholekster Slechtvalk Sperwer Spotvogel Spreeuw Staartmees Steenuil Tapuit Tjiftjaf Torenvalk Tuinfluiter Turkse tortel Veldleeuwerik Vink Waterhoen Wespendief Wilde eend Winterkoning Witte kwikstaart Wulp

8 1 3 11 8 780 1 1 36 268 12 6 122 1 641 30 1 141 10 15 16 538 208 26 17 4 151 11 637 2 27 11 371 610 96 31 9 237 19 3 30 396 1 3

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

27 oktober 2022 16:29:20

17

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Lange Broekstraat

Soortgroepen Zanglijster Zeearend Zilvermeeuw Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte wouw Zwartkop

330 1 7 706 1 20 1 331

Amfibieën Alpenwatersalamander Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad Groene kikker (Onb.) Kleine watersalamander

(6) 131 7 2 45 34 24 19

Vaatplanten Kartuizer anjer

(1) 1 1

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=feb95855-3e15-4316-9e8e-02adce4d132a