Gebiedsontwikkeling Hooijpolder - Bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
Gebiedsontwikkeling Hooijpolder
bestemmingsplan Gebiedsontwikkeling Hooijpolder
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
3
Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
4
Bijlage 2
Notitie invoergegevens AERIUS-berekening
6
Bijlage 3
Rekenresultaten AERIUS-berekening
12
Bijlage 4
Quickscan flora en fauna
22
Bijlage 5
Bodemonderzoek
75
Bijlage 6
Rekenresultaten geurberekening
135
Bijlage 7
Akoestisch onderzoek
138
Bijlage 8
Mitigatieplan huismussen
208
Bijlage 9
Invoergegevens achtergrondbelasting geur
222
Bijlage 10
Archeologisch onderzoek
226
Bijlage 11
Verslag omgevingsdialoog
277
Bijlage 12
Vormvrije MER-beoordelingsnotitie
296
Bijlage 13
Nader onderzoek huismussen
301
Bijlage 14
Berekening Maatwerk omgevingskwaliteit
381
Bijlage 15
Vooroverlegreactie provincie
384
2 (ontwerp)
bestemmingsplan "Gebiedsontwikkeling Hooijpolder"
bestemmingsplan Gebiedsontwikkeling Hooijpolder
Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan "Gebiedsontwikkeling Hooijpolder" (ontwerp) 3
bestemmingsplan Gebiedsontwikkeling Hooijpolder
Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan
4 (ontwerp)
bestemmingsplan "Gebiedsontwikkeling Hooijpolder"
bestemmingsplan Gebiedsontwikkeling Hooijpolder
Bijlage 2 Notitie invoergegevens AERIUS-berekening
6 (ontwerp)
bestemmingsplan "Gebiedsontwikkeling Hooijpolder"
Notitie invoergegevens AERIUS-verschilberekening
Gebiedsontwikkeling Hooijpolder
Gilze, 7-7-2022 / 11-08-2023 / 07-02-2024
Kenmerk: Rda/17217-012
Ten behoeve van de ontwikkeling van Gebiedsontwikkeling Hooijpolder is een AERIUS-berekening gemaakt voor de gebruiksfase en de realisatiefase van de woningen. Er is voor beide berekeningen is gerekend met het rekenjaar 2023, omdat dit in theorie het eerste jaar is dat het plangebied in gebruik kan worden genomen. Wanneer uit de rekenresultaten blijkt dat er geen sprake is van een toename in stikstofdepositie, dus wanneer deze kleiner of gelijk is aan 0,00 mol/ha/jaar, kan worden geconcludeerd dat er geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. De rekenresultaten van de berekeningen zijn als separate bijlage aan de toelichting toegevoegd. In deze notitie worden de gebruikte invoergegevens van de bestaande en de beoogde situatie onderbouwd. Bestaande situatie
Agrarische bedrijfswoning
Het gasverbruik van de bestaande bedrijfswoning is meegenomen in de AERIUS-berekening. Op grond van de emissiewaarden van AERIUS, d.d. 5 juli 2018, dient voor een oudere vrijstaande woning uit te worden gegaan van 3,59 NOx kg per jaar (https://www.aerius.nl/nl/factsheets/ruimtelijkeplannenemissiefactoren/05-07-2018). Om de verkeersaantrekkende werking van de bedrijfswoning te bepalen is aangesloten bij de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ van de CROW, editie december 2018. Hierin is de verkeersgeneratie voor uiteenlopende functies opgenomen. De weekdaggemiddelde verkeersgeneratie voor een woning gelegen in het buitengebied is conform de CROW maximaal 8,6 verkeersbewegingen per wooneenheid. De verkeersbewegingen zijn in het rekenmodel per woonkavel gemodelleerd door middel van een lijnbron over de ontsluitingsroutes (buitenwegen). De ontsluitingsroutes zijn ingevoerd tot het moment dat deze zijn opgenomen in het ‘heersende verkeersbeeld’. In lijn met vaste jurisprudentie kunnen vanaf dat moment de gevolgen van het af- en aanrijdende verkeer voor het milieu namelijk niet meer worden toegerekend aan de inrichting. De lijnbronnen zijn opgenomen tot een splitsing met doorgaande wegen, waarvan niet bekend is welke richting het wegverkeer op zal gaan.
Aangezien de verkeersbewegingen voor elke woonkavel evenredig worden afgewikkeld over beide ontsluitingsroutes is telkens 50% van de bewegingen in oostelijke richting gemodelleerd en 50% in westelijke richting. De stikstofdepositie als gevolg van de verkeersbewegingen wordt berekend op jaarbasis. In het rekenmodel worden de bronnen die per etmaal worden ingevoerd vermenigvuldigd met 365 om de jaarlijkse depositie te berekenen. Dit betekent dat het ook mogelijk is dat er op dagen meerdere vervoersbewegingen zijn en op andere dagen minder. De genoemde aantallen zijn dan ook gemiddelden.
Te houden dieren
Het agrarische bedrijf aan de Lange Broekstraat 34 beschikt over een verleende vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. Voor het bedrijf is een vergunning Wet natuurbescherming verleend door de provincie Noord-Brabant op 30 juni 2015 (kenmerk C2113964). In Tabel 1 zijn de vergunde dieraantallen, met bijbehorende gegevens opgenomen.
Pagina 1 van 5
Tabel 1: Diertabel vergunning Wet natuurbescherming Lange Broekstraat 34 Diercategorie, Stal Aantal dieren huisvestingssysteem
NH3 – emissiefactor (kg/d/jr)
A 1.100, beweiden A 1.14, beweiden A 3.100
12,35 6,65 4,4
Rundveestal 1 oud Rundveestal 1 Jongeveestal
44 67 80
Beoogde situatie
Woningen
Het initiatief betreft de ontwikkeling van een drietal woonkavels. Op elk kavel zijn twee woongebouwen toegestaan. Voor nieuwbouwwoningen geldt dat deze op grond van landelijke wetgeving niet meer voorzien mogen worden van een gasaansluiting. Daardoor is er vanuit nieuwbouwwoningen geen sprake van uitstoot van stikstof vanuit stookinstallaties. Uit de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020’, van Bij12 d.d. oktober 2020, volgt dan ook dat de emissiefactor van een nieuwbouwwoning nul is. Dit betekent dat alleen de verkeersgeneratie van de woningen mogelijk stikstofdepositie teweeg brengt. Om de verkeersaantrekkende werking van de woningen te bepalen is tevens aangesloten bij de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ van de CROW, editie december 2018. Hierin is de verkeersgeneratie voor uiteenlopende functies opgenomen. De weekdaggemiddelde verkeersgeneratie voor een woning gelegen in het buitengebied is conform de CROW maximaal 8,6 verkeersbewegingen per wooneenheid. De ontsluitingsroutes van de woonkavels lopen via eigen inritten in oostelijke en westelijke richting over de Lange Broekstraat. Over deze ontsluitingsroutes worden de verkeersbewegingen evenredig afgewikkeld tot een splitsing met doorgaande wegen.
Aangezien de verkeersbewegingen voor elke woonkavel evenredig worden afgewikkeld over beide ontsluitingsroutes is telkens 50% van de bewegingen in oostelijke richting gemodelleerd en 50% in westelijke richting.
Plattelandswoning
Het gasverbruik van de beoogde plattelandswoning (de om te zetten agrarische bedrijfswoning) is tevens meegenomen in de AERIUS-berekening. Op grond van de emissiewaarden van AERIUS, d.d. 5 juli 2018, dient voor een oudere vrijstaande woning uit te worden gegaan van 3,59 NOx kg per jaar (https://www.aerius.nl/nl/factsheets/ruimtelijke-plannenemissiefactoren/05-07-2018).
Te houden runderen
Zoals uiteen is gezet wordt de bestaande rundveehouderij aan de Lange Broekstraat 34 grotendeels gesaneerd. Er blijft slechts één stal behouden voor de huisvesting van circa 30 bijzondere grazers, die gebruikt zullen worden voor de extensieve begrazing van het gebied. Runderen kunnen worden opgedeeld in verschillende categorieën: ▪ A1 Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar; ▪ A2 Zoogkoeien ouder dan 2 jaar; ▪ A3 Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar; ▪ A4 Vleeskalveren tot 8 maanden (witvleesproductie); ▪ A6 Vleesstieren en overig vleesvee van circa 8 tot 24 maanden (roodvleesproductie); ▪ A7 Fokstieren en overig rundvee ouder dan 2 jaar. Er zal in de beoogde situatie een combinatie van de diercategorieën A2, A3, A6 en A7 worden gehouden. Als worstcase scenario is uitgegaan van 30 runderen van de diercategorie A7, omdat deze omtrent NH3 de hoogste emissiefactor hebben. De emissiefactor bedraagt 6,2 kg/dierplaats/jaar. Hieronder zijn de overige invoergegevens voor de te houden runderen opgenomen:
Pagina 2 van 5
Conclusie Uit de uitgevoerde AERIUS-berekening blijkt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr op Natura 2000-gebieden zijn. Derhalve zijn ten behoeve van het initiatief geen vergunningen in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Realisatiefase Om te bepalen of de sloop van de bedrijfsbebouwing en de bouw van de nieuwe woningen mogelijke negatieve gevolgen hebben voor omliggende Natura 2000-gebieden is middels een AERIUS-berekening bepaald of er sprake is van een toename van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden. Uit de berekening blijkt dat de stikstofdepositie kleiner of gelijk aan 0,00 mol/ ha/ jaar is en dat de bouw van de woningen daarom geen negatieve gevolgen voor omliggende Natura 2000-gebieden heeft. De bouw van de woningen genereert een toename in verkeersbewegingen, onder andere door bouwbedrijven en de aanvoer van bouwmaterialen. De aanlegfase heeft betrekking op het bouwrijp maken van de grond ter plaatse en de nieuwbouw van de woningen in combinatie met de verkeersaantrekkende werking van bouwverkeer. De totale emissie van de aanleg-/bouwfase is opgebouwd uit twee te onderscheiden onderdelen. 1. Verkeersbewegingen van al het personeel en bouwbenodigdheden; 2. Inzet mobiele werktuigen/materieel met relevante bijdrage.
Verkeersbewegingen
Bij de verkeersbewegingen zijn de volgende invoergegevens gehanteerd: • Lichtverkeer: 4 voertuigen per etmaal (8 verkeersbewegingen per etmaal) • Middelzwaar verkeer: N.V.T. • Zwaar verkeer: 2 voertuigen per etmaal (4 verkeersbewegingen per etmaal) In realiteit zal het aandeel zwaar vrachtverkeer veel lager uitvallen (er zal niet dagelijks zwaar verkeer van en naar de locatie komen ten behoeve van de bouw van de woningen). De verkeersbewegingen zijn in het rekenmodel gemodelleerd door middel van lijnbronnen op de verschillende wegvakken. Het betreft wegen binnen de bebouwde kom. Er is vanuit gegaan dat de verkeersbewegingen vanuit het zuiden of het noorden van de Molenstraat zullen komen. De ontsluitingsroute is meegerekend tot het moment dat het verkeer kan worden geacht opgenomen te zijn in het heersende verkeersbeeld (zie eerdere toelichting). De stikstofdepositie van bovengenoemde bronnen wordt berekend op jaarbasis. In het rekenmodel worden de bronnen die per etmaal worden ingevoerd vermenigvuldigd met 365 om deze depositie te berekenen (lichte vervoersbewegingen). Dit betekent dat het mogelijk is dat er dagen meerdere vervoersbewegingen zijn en andere dagen weer minder. Bovenstaande aantallen zijn dan ook gemiddelden tijdens de bouwfase.
Inzet mobiele werktuigen/materieel met relevante bijdrage
Bij de sloop van de bedrijfsbebouwing en bij de bouw van de nieuwe woningen zal sprake zijn van het gebruik van mobiele werktuigen ter ondersteuning van de werkzaamheden. De mobiele werktuigen zijn Pagina 3 van 5
ingevoerd als vlakbron op de bouwplaats: de locatie van de sloop en de nieuwe woningen en omliggend terrein. De mobiele werktuigen zijn geselecteerd uit de subcategorie ‘bouw en industrie’. Via de eigen specificatie zijn de draaiuren zoals hieronder beschreven ingevuld. De emissies van de mobiele werktuigen worden met deze gegevens automatisch berekend. Er is uitgegaan van mobiele werktuigen met het minst recente bouwjaar. De werkelijke mobiele werktuigen die zullen worden ingezet zullen naar waarschijnlijkheid van een recenter bouwjaar zijn. Voor de inzet van de mobiele werktuigen/materieel zijn de volgende invoergegevens gehanteerd: 1. Graafmachine Er is vanuit gegaan dat één graafmachine circa 16 draaiuren bezig is met de sloopwerkzaamheden. De graafmachine zorgt er voor dat de bedrijfsbebouwing met een knijper/sloophamer wordt afgebroken, zodat dit sloopafval kan worden afgevoerd. Daarnaast wordt de graafmachine circa 16 uur per woning ingezet om het terrein bouwrijp te maken. De graafmachine wordt ingezet voor het ontgraven van de fundering, kelders, kabels, leiding etc. Daarnaast zorgt de graafmachine er voor dat de gronden netjes worden aangevuld met zand.
Graafmachine: Maximaal vermogen: 200 kW Bouwjaar: 2010 Draaiuren: 64 uur (zie toelichting hierboven) Gemiddelde belasting: 60 % (conform bijlage 1, rapport TNO-034-UT-2009-01782_RPT-ML) Brandstofverbruik: 2.202,88 ltr/jaar (34,42 ltr/u volgens tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB) 2. Betonpomp Het beton wordt via een betonpomp gestort in de bekisting. Ook deze betonpomp draagt bij aan de emissie van stikstof. Tijdens het verpompen van het beton wordt de motor gebruikt. Voor het verpompen van beton is circa 16 uur een betonpomp operationeel per woning. Met gebruik van de betonstorter wordt de fundering en dergelijke aangebracht. Betonstorter: Stageklasse: STAGE IV, vermogen 75-560 kW Bouwjaar: 2014 Draaiuren: 48 uur Gemiddelde belasting: 35 % Brandstofverbruik: 950,88 ltr/jaar (19,81 ltr/u volgens tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB) AdBlue-verbruik: 57 ltr/jaar (In invoerinstructie is opgenomen dat AdBlue-verbruik 6% van het brandstofverbruik bedraagt voor Stage IV en V)
Pagina 4 van 5
3. Mobiele bouwkraan De hijskraan is ondersteunend bij het plaatsen van zware materialen zoals sandwichpanelen, ramen, deuren, roosters, hekwerken etc. Er is van uitgegaan dat deze bouwkraan circa 30 draaiuren in gebruik zal zijn per woning. Graaf-laadcombinaties: Maximaal vermogen: 80 kW Bouwjaar: 2010 Draaiuren: 90 uur Gemiddelde belasting: 40 % (conform bijlage 1, rapport TNO-034-UT-2009-01782_RPT-ML) Brandstofverbruik: 871,2 ltr/jaar (9,68 ltr/u volgens tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB) Conclusie Uit de uitgevoerde AERIUS-berekening blijkt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr op Natura 2000-gebieden zijn. Derhalve zijn ten behoeve van het initiatief geen vergunningen in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk.
Pagina 5 van 5
bestemmingsplan Gebiedsontwikkeling Hooijpolder
Bijlage 3 Rekenresultaten AERIUS-berekening
12 (ontwerp)
bestemmingsplan "Gebiedsontwikkeling Hooijpolder"
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Van Dun Advies B.V. Gebiedsontwikkeling Hooijpolder, 4944 XJ Raamsdonk 17217-012 AERIUS-berekening gebruiksfase en realisatiefase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Rz1zjGmEdNjC 11 augustus 2023, 09:24 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Bestaande situatie - Referentie Realisatiefase - Beoogd Bestaande situatie - Referentie Realisatiefase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
Rz1zjGmEdNjC (11 augustus 2023)
2023 2023
0,41 mol/ha/j 0,00 ha 891,28 ha 0,00 mol/ha/j 0,41 mol/ha/j
1.341,0 kg/j 0,5 kg/j 3246726
4,3 kg/j 58,8 kg/j
Langstraat
2/9
Projectberekening
Realisatiefase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 3 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele bronnen Verkeersnetwerk
Rz1zjGmEdNjC (11 augustus 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,3 kg/j 0,2 kg/j
52,3 kg/j 6,5 kg/j
3/9
Projectberekening
Bestaande situatie (Referentie), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 2 3 4
Landbouw | Stalemissies | Rundveestal 1 Oud Landbouw | Stalemissies | Jongeveestal Landbouw | Stalemissies | Rundveestal 1 Wonen en Werken | Woningen | CV plattelandswoning Verkeersnetwerk
Rz1zjGmEdNjC (11 augustus 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
543,4 kg/j 352,0 kg/j 445,6 kg/j 78,7 g/j
3,6 kg/j 0,7 kg/j
4/9
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
10 km Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). Rz1zjGmEdNjC (11 augustus 2023)
5/9
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Realisatiefase " (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
891,28
Per gebied
Berekend (ha gekarteerd)
Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen (131) Regte Heide & Riels Laag (134) Lingegebied & Diefdijk-Zuid (70) Ulvenhoutse Bos (129) Biesbosch (112) Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek (132) Langstraat (130) Kampina & Oisterwijkse Vennen (133) Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem (71)
Rz1zjGmEdNjC (11 augustus 2023)
592,52
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
2.651,19
0,00
0,00
2.394,68
0,00
0,00
157,58
2.373,15
0,00
55,30
2.500,29
40,03
891,28
0,41
592,52
0,14
0,00
157,58
0,03
0,00
0,00
55,30
0,09
2.651,19
0,00
0,00
40,03
0,06
14,91 11,60
2.094,90 1.757,00
0,00 0,00
0,00 0,00
14,91 11,60
0,12 0,05
11,07
2.096,71
0,00
0,00
11,07
0,41
7,20
2.296,66
0,00
0,00
7,20
0,03
1,07
2.020,00
0,00
0,00
1,07
0,09
6/9
Projectberekening
Realisatiefase , Rekenjaar 2023 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Wegverkeer oost X:121273,35 Y:410928,3 1.090,07 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
-
Wegverkeer west X:120421,92 Y:410669,46 1.344,57 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
Mobiele bronnen X:120795,84 Y:410896,01 3,41 ha
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ NH₃
Naam
Stageklasse
Graafmachine
Stage-IIIA, 2006-2010, 75-560 kW, diesel, 2203 l/j SCR: nee
Betonpomp
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
Mobiele bouwkraan
Rz1zjGmEdNjC (11 augustus 2023)
3,6 kg/j 1,0 kg/j 0,1 kg/j
In file
4,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 2,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte
2,9 kg/j 0,8 kg/j 0,1 kg/j
In file
4,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 2,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Max. snelheid
-
Aantal voertuigbewegingen
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
3
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
52,3 kg/j 0,3 kg/j
Brandstofverbruik
Draaiuren AdBlue verbruik
951 l/j
48 u/j
Stage-IIIA, 2006-2010, 75-560 kW, diesel, 871 l/j SCR: nee
90 u/j
64 u/j
57 l/j
Stof Emissie
NOₓ
33,4 kg/j NH₃ 16,5 g/j NOₓ 5,4 kg/j NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 13,5 kg/j NH₃ 6,5 g/j
7/9
Projectberekening
Bestaande situatie, Rekenjaar 2023 1
Landbouw | Stalemissies
Naam Rundveestal 1 Oud Uittreedhoogte Locatie X:120861 Y:410828 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven Diersoort RAV-code - Omschrijving
2
Landbouw | Stalemissies
Diersoort RAV-code - Omschrijving
3
A3.100 - overige huisvestingssystemen (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar)
Landbouw | Stalemissies
Naam Rundveestal 1 Uittreedhoogte Locatie X:120875 Y:410841 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven Diersoort RAV-code - Omschrijving
4
BWLcode
BWLcode
Naam CV Uittreedhoogte plattelandswoning Warmteinhoud Locatie X:120875,09 Y:410796,84 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie
Rz1zjGmEdNjC (11 augustus 2023)
-
572,0 kg/j
-
5%
543,4 kg/j
NH₃
352,0 kg/j
Aantal Stof Emissiefactor Reductie Emissie dieren (kg/dier/j)
Overig 80
NH₃ 4,4
1,5 m 0,000 MW
NH₃
BWL-code
543,4 kg/j
NH₃ 13
1,5 m 0,000 MW
-
352,0 kg/j 445,6 kg/j
Aantal Stof Emissiefactor Reductie Emissie dieren (kg/dier/j)
A1.14 - ligboxenstal met geprofileerde BWL2010.35 67 vlakke vloer met hellende sleuven, regelmatige mestafstorten voorzien van afdichtflappen, met mestschuif (Rundvee; melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar) PAS2015.08-02 -
Wonen en Werken | Woningen
NH₃
Aantal Stof Emissiefactor Reductie Emissie dieren (kg/dier/j)
A1.100 - overige huisvestingssystemen Overig 44 (Rundvee; melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar) PAS2015.08-02 -
Naam Jongeveestal Uittreedhoogte Locatie X:120853 Y:410802 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven
1,5 m 0,000 MW
6,0 m 0,000 MW
NH₃ 7
-
469,0 kg/j
-
5%
445,6 kg/j
NOₓ
3,6 kg/j
8/9
Projectberekening
5
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Verkeer plattelandswoning - route 1 X:121340,82 Y:410951,24 Type scherm 1.024,99 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 6
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
-
-
Aantal voertuigbewegingen
4,3 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal
Verkeer plattelandswoning - route 2 X:120337,7 Y:410641,18 Type scherm 1.176,76 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
4,3 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal
0,3 kg/j 70,8 g/j 36,6 g/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
0,4 kg/j 81,3 g/j 42,0 g/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.2_20230808_506285819f Database versie 2022.2_506285819f Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
Rz1zjGmEdNjC (11 augustus 2023)
9/9
bestemmingsplan Gebiedsontwikkeling Hooijpolder
Bijlage 4 Quickscan flora en fauna
22 (ontwerp)
bestemmingsplan "Gebiedsontwikkeling Hooijpolder"
ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling
Locatie: Lange Broekstraat 34, Raamsdonk Rapportnummer: 2022-BE-0330 In opdracht van: Van Dun Advies BV Raadhuisstraat 32 5126 CJ Gilze
Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330
Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2022-BE-0330 Opdrachtgever Van Dun Advies BV
Contactpersoon De heer M. Gerards Locatie Lange Broekstraat 34, Raamsdonk Auteur Emma Heeren Collegiale controle Frenk van de Wal
Opleverdatum 2 november
De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.
Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.
1
Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330
Inhoudsopgave SAMENVATTING ............................................................................................................... 3 1.
INLEIDING EN ONDERZOEK ........................................................................................ 4 1.1 Aanleiding......................................................................................................................... 4 1.2 Doelstelling ...................................................................................................................... 4 1.3 Centrale vraagstelling ...................................................................................................... 4 1.4 Criteria.............................................................................................................................. 4
2.
BELEIDSKADER .......................................................................................................... 5 2.1 Gebiedsbescherming ........................................................................................................ 5 2.2 Soortenbescherming ........................................................................................................ 5 2.3 Bescherming van houtopstanden .................................................................................... 7 2.4 Zorgplicht ......................................................................................................................... 7
3.
PLANGEBIEDSBESCHRIJVING ..................................................................................... 8 3.1 Huidige situatie ................................................................................................................ 8 3.2 Voorgenomen ontwikkeling ............................................................................................. 9
4.
PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN ....................................................................... 11 4.1 Bureauonderzoek ........................................................................................................... 11 4.1.1 Waarnemingen flora en fauna ....................................................................................................... 12
4.2 Veldonderzoek................................................................................................................ 12 4.3 Beschrijving plangebied ................................................................................................. 13
5.
BESCHERMDE NATUURWAARDEN ........................................................................... 16 5.1 Gebiedsbescherming ...................................................................................................... 16 5.2 Soortenbescherming ...................................................................................................... 18
6.
RESULTATEN EN ADVIES .......................................................................................... 28 6.1 Resultaten ...................................................................................................................... 28 6.2 Advies en aanbevelingen ................................................................................................ 28 6.3 Toelichting op nader onderzoek huismussen ................................................................ 30
7.
BRONNEN ............................................................................................................... 31
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
2
Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330
SAMENVATTING
Initiatiefnemer is voornemens om landgoed Hooijpolder te realiseren. Hiervoor zullen enkele landgoedwoningen worden gerealiseerd en zal een deel van het gebied worden ontwikkeld als natuur. De agrarische bebouwing zal voor een groot deel worden verwijderd en op het perceel zullen speciale runderen komen te grazen. Bij deze werkzaamheden is de opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Omdat overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven voor het uitvoeren van een ecologische quickscan op de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit voorliggend rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek. Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek. Er zijn huismussen waargenomen tijdens het veldbezoek waardoor de effecten met voorgenomen werkzaamheden mogelijk van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de huismussen en hun functioneel leefgebied. Mogelijk vind overtreding plaats van art. 3.1 lid 2,4 en 5 van de Wet natuurbescherming.
Daarom wordt er aanbevolen om een nader onderzoek naar huismussen conform het kennisdocument van de huismus (Bij12. Versie 2.0, juni 2022) uit te voeren om het leefgebied van de aanwezige huismussen met alle aanwezige nestlocaties vast te stellen. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief verbeteren wordt aanbevolen. Emma Heeren en Frenk van de Wal Brabant Eco November 2022
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
3
Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330
1. INLEIDING EN ONDERZOEK
1.1 Aanleiding Initiatiefnemer is voornmens om landgoed Hooijpolder te ontwikkelen. Hiervoor zal onder andere een groot deel van de bebouwing aan de Lange Broekstraat 34 te Raamsdonk gesloopt worden. De nieuwste stal en de bedrijfswoning zullen behouden blijven. De stal zal gebruikt worden voor de graasrunderen op het landgoed. De bedrijfswoning zal een woonbestemming krijgen. Op het landgoed worden enkele woningen gerealiseerd en een deel van de grond zal worden ontwikkeld naar natuur, terwijl een ander deel ontwikkeld wordt als graasweides voor runderen. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of de geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.
1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?
1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl). o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
4
Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330
2. BELEIDSKADER
De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.
2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-vogelrichtlijn en de EU-habitatrichtlijn. In Natura 2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheerplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000 gebieden.
2.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In het NNN geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast ongeveer 20 Nationale parken, meren, rivieren en de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 gebieden onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.
2.2 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.
2.2.1 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
5
Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330
o
o
Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.
Als aan deze drie vereisten voldaan is kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.
2.2.2 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijke, in Europa in het wild levende, vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen, dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De EU-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); o Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).
Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing.
2.2.3 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EUHabitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.
2.2.4 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 3). De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
6
Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330 beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.
Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming
2.3 Bescherming van houtopstanden De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat, dan valt bos, mits het buiten de bebouwde kom ligt, onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet.
2.4 Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor het in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
7
Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330
3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING
3.1 Huidige situatie De planlocatie is gelegen aan de Lange Broekstraat 34 ten zuidwesten van de kern van Raamsdonk in de gemeente Geertruidenberg. Geertruidenberg is een gemeente in het westen van de provisie Noord-Brabant en heeft een totale oppervlakte van 29,64km2. De gemeente telt 21.951 inwoners (31 januari 2022, bron: CBS) en bestaat uit de plaatsen Geertruidenberg, Raamdonksveer en Raamsdonk. Raamdonk is een dorp gelegen ten zuidoosten van Geertruidenberg, met een totale oppervlakte van 12,98km2 en telt een inwoneraantal van 2.255 (1 januari 2021, bron: CBS). De directe omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarische percelen, burgerbebouwing en bedrijfsbestemmingen. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding.
Satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is rood omcirkeld. Bron: Google Earth.
Het plangebied bestaat voornamelijk uit rundveestallen, bijbehorende bebouwing en grasland. In de nabije omgeving bevinden zich vooral agrarische gronden en burgerbebouwingen. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied globaal aangegeven.
Grashoek Brabant Eco; ecologische dienstverlening
8
Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330
Globaal omlijnde planlocatie in wit. Bron: toelichting bestemmingsplan
3.2 Voorgenomen ontwikkeling De ontwikkeling van het landgoed gaat gepaard met de aanleg van nieuwe natuur die opengesteld wordt voor extensieve recreatie. Met het initiatief wordt 7,5 hectare nieuwe natuur gerealiseerd ten behoeve van de realisatie van een drietal woonkavels. Op elk kavel wordt één woongebouw van maximaal 1500 m³ met maximaal twee woonfuncties toegestaan. Een van de voorwaarden van het realiseren van het landgoed met nieuwbouw van de woningen is het slopen van de bedrijfsbebouwing aan de Lange Broekstraat 34. Dit zal gebeuren onder de provinciale regeling ‘kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentratie’. De bestaande bedrijfsgebouwen met bijbehorende bouw zoals sleufsilo’s zullen volledig worden gesloopt. De woning zal een woonbestemming krijgen. Er blijft slechts één stal behouden voor de huisvesting van circa 30 bijzondere grazers, die gebruikt zullen worden voor de extensieve begrazing van het landgoed. Dit betreft de oostelijk en meest nieuwe stal. De bedrijfswoning zal ten slotte als plattelandswoning in gebruik worden genomen met woonbestemming.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
9
Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330
Bestaande situatie met de te slopen bebouwing in rood omkaderd en te behouden stal en woonhuis in geel., bron: Van Dun Advies BV
Totaalbeeld beoogde situatie. Bron: Van Dun Advies BV
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
10
Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330
4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN
Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora- en faunasoorten potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee de overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.
Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten (flora en fauna) zijn in het plangebied aanwezig? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de Wet natuurbescherming overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant? De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en de directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.
4.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen, zowel lokaal, provinciaal, nationaal als Europees. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database quickscanhulp.nl (bijlage 1), aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere RAVON, Sovon, FLORON en Waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000 gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarvoor is o.a.
gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord-Brabant
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
11
Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330
4.1.1 Waarnemingen flora en fauna Volgens waarneming.nl zijn er 16 tot 26 oktober 2022 174 waarnemingen van flora en fauna soorten in een straal van vijf kilometer rond het plangebied. Dit betreft voornamelijk algemene soorten, maar ook de zeldzame soorten valse wolfspin, doodshoofdvlinder, gepluimde snuituil, zuidelijke grasuil, dwarsbandkakkerlak, coniferenuil en populierengouduil. Binnen een kilometer rond het plangebied is er 1 waarneming. Dit is een waarneming van algemeen voorkomende soort, nl. de ekster.
Recente waarnemingen van flora en fauna soorten. Bron: waarneming.nl. d.d. 26-10-2022
4.2 Veldonderzoek Op maandagmiddag 20 juni hebben medewerkster ecologie Emma Heeren en ecoloog Frenk van de Wal in het kader van het natuurwaardenonderzoek het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren zonnig, onbewolkt met een noordwestenwind met windkracht 3 en droog. De gemiddelde temperatuur lag rond de 16 graden Celsius. Het onderzoek vond dus onder zomerse omstandigheden plaats, waarin veel natuurwaarden actief zijn. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van de locatie en de directe omgeving in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. Op de locatie werden alle aanwezige habitats opgenomen. De aanwezige habitats tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit het NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. Hierdoor werd ingeschat welke soorten potentieel voorkomen. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken.
Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen. De bebouwing is zowel aan de binnenzijde als buitenzijde uitgebreid visueel onderzocht.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
12
Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330
4.3 Beschrijving plangebied Het plangebied is gelegen in de oksel van het (toekomstige) knooppunt Hooipolder, tussen de A59 en de Lange Broekstraat, in het buitengebied van de gemeente Geertruidenberg. In de nabije omgeving zijn voornamelijk woningen en onbebouwde agrarische gronden gelegen. De totale oppervlakte van het plangebied is 152.660 m². In het gebied liggen agrarische gronden die behoren tot de bestaande rundveehouderij aan voornoemd adres en watervoerende sloten met begroeide oevers. De bebouwing in het plangebied, bestaande uit rundveestallen met bijbehorende bouw en aanbouw, een woning en grasland is ten zuiden gelegen aan de Lange Broekstraat. Het bebouwde perceel is omringd door graslanden met aan de oostelijke zijde een naastgelegen burgerbuur perceel. Aan de overzijde van de zuidelijk gelegen Lange Broekstraat zijn enkele burgerwoningen gesitueerd. Het plangebied bestaat naast een woning met gecultiveerde tuin met veel haagbeuken uit bebouwing in de vorm van stallen voor het huisvesten van rundvee, met aan- en bijbouw zoals melkkamer en sleufsilo’s en een loods. De meest westelijke stal, gesitueerd naast de met betonklinkers verharde oprit is een van de oudere stallen. De stal beschikt over een spouwmuur met aan de buitenzijde gele bakstenen en aan de binnenzijde kalkzandsteen. Het dak, bestaande uit golfplaten is niet geïsoleerd en semi licht doorlatend.
De stal beschikt aan de binnenkant over stalen spanten. De stal is ingericht als rundveestal en wordt huidig gebruikt voor de huisvesten van enkele jongere runderen. Aan de voorzijde van de stal bevindt zich een grote roldeur en hiernaast een garagedeur. Aan de westelijke zijgevel van de stal is beplanting in de vorm van struiken met o.a. een spar en coniferen. Aan deze zijgevel is een nestkast voor huiszwaluwen bevestigd welke niet in gebruik is. Ten noorden van de stal, aan de achterzijde bevindt zich direct een aangebouwde loods. De muren bestaan uit damwandpanelen en het dak ook van niet geïsoleerde golfplaten. De ondergrond is van beton. De loods is bereikbaar door grote schuifdeuren in de oostelijke zijgevel. De loods wordt gebruikt voor het stallen van vervoermiddelen en opslag van materialen.
Buitenzijde westelijke stal
Binnenzijde westelijke stal
De bedrijfswoning is gesitueerd ten zuiden van het plangebied met ten zuiden grenzend aan de Lange Broekstraat de gecultiveerde voortuin bestaande uit o.a. een beukenhaag. De woning beschikt over een bakstenen spouwmuur en een pannendak. Aan de achterzijde van de woning bevindt een directe aanbouw, de aanbouw beschikt over bakstenen muren en een plat dak. De woning zal behouden blijven.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
13
Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330
Binnenzijde loods
Bedrijfswoning
De middelste rundveestal is zijdelings aangebouwd tussen de twee andere stallen in bestaat uit aan de kopgevels muren met aan de buitenzijde gele bakstenen en aan de binnenzijde kalkstenen met spouwmuur, beschikt over een niet geïsoleerde golfplaten dak met semi licht doorlatende golfplaten. De stal is bereikbaar via een grote roldeur aan de voorzijde. Aan de linker binnenzijde van de stal bevindt zich de oude melkput. Ten westen gelegen een aanbouw met een latei zolder wordt huidig gebruikt als opslag. In de middelste stal worden op het moment van veldinventarisatie ook runderen gehouden. Tussen deze twee stallen in is een extra tussenruimte gebouwd welke gebruikt wordt als opslag. De zijgevels van beide stallen bestaan uit een halfsteense muur tot een hoogte van ongeveer 1,5 meter en daarboven een ruime luchtinlaat afgeschermd met windbreekgaas. De kopgevels hebben spouwmuren. De spouwmuren hebben geen stootvoegen of andere gaten en kieren als opening. De bovenzijde is afgesloten met een muurplaat waarop het aangesmeerde dak van golfplaten bevestigd is. Deze stallen met tussen-en aanbouw zullen worden gesloopt. Ook de achtergelegen loods zal gesloopt worden.
Middelste stal
Aanbouw tussen stal 1 en de middelste stal met lateizolder
De derde meest oostelijke stal is tevens ook de nieuwste stal en de stal die behouden zal blijven. De stal bestaat aan de voor en achterzijde ook uit een spouwmuur met gele bakstenen aan de buitenzijde en kalkstenen aan de binnenzijde. Tevens is de kopgevel ook voorzien van niet geïsoleerde damwand vanaf ongeveer 1,5 meter tot de nok. De stal beschikt over wederom hetzelfde daktype en aan de binnenzijde beschikt de stal over stalen spanten. De oostelijke zijgevel van de stal is geheel open. De stal is ingericht met ligboxen en tijdens het veldonderzoek in gebruik voor het huisvesten van runderen.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
14
Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330
Oostelijke stal
Grasland, huidig gebruikt als koeienweide
Ten westen en oosten van de bebouwing liggen enkele verhardingen als sleufsilo. Ook deze zullen worden gesloopt. Het overige plangebied bestaat uit koeienweiden. De koeienweide zijn afgezet met omheining en bestaat voor 95% uit Engels Raaigras met daarnaast enkele normaal voorkomende algemene kruidensoorten zoals ridderzuring en klaver.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
15
Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330
5. BESCHERMDE NATUURWAARDEN
Het volledig overzicht van de output van beschermde soorten van tabel 2 en 3 en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten is door middel van quickscanhulp.nl opgenomen in bijlage 1. Bijlage 2 is een opsomming van beschermde soorten onder paragraaf 3.2 van de wet natuurbescherming. Bijlage 3 geeft een opsomming van de beschermde soorten onder paragraaf 3.3. Bij het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Er is met name geïnspecteerd op potentiële groei-, rust-, nest-, en verblijfplaatsen voor beschermde soorten. Per soortgroep wordt in onderstaande beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.
5.1 Gebiedsbescherming 5.1.1 Natura 2000 Het plangebied ligt op minimaal 3,5 kilometer afstand van gronden die tot Natura 2000 gebied Langstraat. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000 gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. Natura 2000 gebieden zijn in paars en blauw aangegeven.
Natura 2000 gebieden. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 is met een pijl aangegeven. Bron: Atlasleefomgeving.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
16
Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330
Doordat het plangebied buiten het Natura 2000 gebied ligt kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Gezien de aard en omvang van het voornemen, de locatie, de effectafstand tot Natura 2000 gebieden en het effectbereik, zijn externe effecten op voorhand uit te sluiten. Een Aerius berekening kan dit staven.
5.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op minimaal 400 meter afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. De NNN-gebieden in de kleur groen.
Natuur Netwerk Nederland gebieden. De afstand tussen het plangebied en NNN is met een pijl aangegeven. Bron: Kaartbank Brabant.
In of in de directe nabijheid van een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt niet in, of direct aangrenzend aan het NNN-gebied. De significante aanpassing van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten.
5.1.3 Conclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000 gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Het is niet aannemelijk dat de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op instandhoudingsdoelen van Natura 2000 gebied. Een toets met compensatieplicht is daarmee niet aan de orde.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
17
Ecologische quickscan Lange Broekstraat 34, Raamsdonk BE-0330
5.2 Soortenbescherming 5.2.1 Flora Volgens de NDFF zijn er 3 beschermde plantensoorten waargenomen binnen een straal 5 kilometer van het plangebied. Deze planten staan op de rode lijst en zijn sinds 1 januari 2017 wettelijk beschermd. Deze beschermde plantensoorten zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort
Habitat
Kartuizer anjer
Afstand plangebied 5 km
Kleine wolfsmelk
5 km
Zonnige, vrij warme, open plaatsen (pioniervegetatie) op vochtige, matig voedselrijke, kalkrijke, vaak kleiige, niet te sterk bemeste grond. Groeit o.a. nabij omgewerkte grond, akkers perken en langs spoorwegen.
Schubzegge
5 km
Zonnige plaatsen op natte, matig voedselarme, onbemeste, kalkhoudende grond. Moerasgebieden met kalkrijke kwel.
Grasland, in bermen en op rotsachtige plaatsen
Het plangebied bestaat naast de bebouwing en verharding uit een gecultiveerde tuin met erfbegroeiing en achtergelegen graslanden met waterlopen en biedt vanwege de inrichting, het beheer en gebruik geen geschikt habitat voor beschermde plantensoorten. Het grasland bestaande uit Engels raaigras beschikt over algemeen voorkomende kruiden zoals o.a. Klaver en Ridderzuring. In de waterlopen groeien brandnetel, bramen en koninginnekruid. Brandnetels zijn een bekende indicatorsoort voor eutrofiëring ofwel een, ecologisch gezien, te rijke voedingsbodem.
Gecultiveerde voortuin