CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport herijking buitensportaccommodatiebeleid - Geertruidenberg.pdf

Besluitvormende raad 7 oktober 2021, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Herijking buitensportaccommodatiebeleid15.384 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Eindrapport

Herijking buitensportaccommodatiebeleid Gemeente Geertruidenberg

15 maart 2021

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

1

2.

Huidige situatie eigendom, beheer en financiën

2

2.1

Algemeen

2

2.2

Eigendom

2

2.3

Financiële afspraken en demarcatie verantwoordelijkheden

2

2.4

Geldstromen tussen gemeente en verenigingen

3

3.

Planningsrichtlijnen buitensportaccommodaties

4

3.1

Handbal

4

3.2

Hockey

4

3.3

Tennis

4

3.4

Voetbal

5

3.5

Belangrijkste bevindingen

6

4.

Contributies in regionaal perspectief

8

4.1

Handbal

8

4.2

Hockey

8

4.3

Tennis

8

4.4

Voetbal

9

4.5

Belangrijkste bevindingen

10

4.6

Overwegingen bij aanpassing contributies

10

5.

De positie van tennis

11

5.1

Tennis in landelijk perspectief

11

5.2

Tennis in Geertruidenberg

12

5.3

Voorstel in relatie tot herijking buitensportaccommodatiebeleid

13

6.

Strategische uitgangspunten

15

6.1

Waarde (buiten)sport

15

6.2

Basisvoorzieningen

15

6.3

Planningsrichtlijnen

16

6.4

Kwaliteit

16

6.5

Duurzaamheid

17

6.6

Toegankelijkheid

18

6.7

Rol verenigingen

19

6.8

Financiën

19

7.

Voorstellen

21

7.1

Herijking eigendomssituatie

21

7.2

Herijking verantwoordelijkheden eerste aanleg, onderhoud en vervanging

21

7.3

Cafetariamodel

24

Bijlage 1 Huidige situatie faciliteiten, eigendom en financiën

i

Bijlage 2 Standaarddemarcatie en huidige situatie

iv

1.

Inleiding

Prestatiegericht of voor de lol, competitief of recreatief, als sporter of als vrijwilliger. Voor miljoenen mensen in Nederland en voor vele duizenden inwoners van Geertruidenberg spelen sport en bewegen een belangrijke rol in het dagelijks leven. Sport en sportverenigingen zijn belangrijk voor de sociale binding en de leefbaarheid in Geertruidenberg. Voldoende en kwalitatief volwaardige sportaccommodaties zijn nodig om sportbeoefening mogelijk te maken en jong en oud te stimuleren tot sportbeoefening. Het sportbeleid van de gemeente Geertruidenberg is verouderd. De kadernota sportbeleid dateert uit 2008 en de harmonisatie van de huurtarieven/beleid rondom eigendommen en verhuur uit 2001. Op het gebied van de buitensportaccommodaties is behoefte aan inzicht in de verhouding tussen gemeente en verenigingen op het gebied van eigendom, beheer, onderhoud en financiën. Voor zover in de loop der jaren ongewenste verschillen zijn ontstaan in deze verhouding zijn nieuwe afspraken gewenst (herijking). De voorliggende rapportage geeft richting aan het beleid omtrent de buitensportaccommodaties en aan de gewenste herijking in het bijzonder. Het domein van de rapportage beperkt zich tot de volgende accommodaties: Sportpark ’t Bolwerk in Geertruidenberg met voetbalvereniging FC Right-Oh als bespeler.

Sportpark Kloosterweg in Raamsdonksveer met handbalvereniging HMC, hockeyvereniging DDHC en voetbalvereniging RFC als bespelers. Sportpark Den Uilendonck in Raamsdonk met voetbalvereniging Raamsdonk als bespeler. De accommodatie van tennisvereniging LTV Raamsdonksveer. De accommodatie van tennisvereniging De Schans in Geertruidenberg. In het vervolg van deze rapportage worden achtereenvolgens de volgende thema’s behandeld: 1. De huidige situatie omtrent eigendom, beheer en financiën. 2. De planningsrichtlijnen met betrekking tot de buitensportaccommodaties. 3. De contributies die de verenigingen hanteren in regionaal perspectief. 4. De positie van tennis. 5. Strategische uitgangspunten met betrekking tot het buitensportaccommodatiebeleid. 6. Voorstellen. Bij het uitwerken van de verschillende thema’s is de bijdrage van de verschillende verenigingen van groot belang geweest. Zowel bilateraal als in groepsverband hebben diverse overleggen plaatsgevonden. Verder heeft regelmatig ambtelijke en bestuurlijke afstemming plaatsgevonden over het proces en de richting van de herijking van het buitensportaccommodatiebeleid. Na vaststelling van deze rapportage worden nieuwe huurovereenkomsten opgesteld, waarin op basis van het herijkte buitensportaccommodatiebeleid de nieuwe afspraken tussen gemeente en verenigingen worden vastgelegd.

1

2.

Huidige situatie eigendom, beheer en financiën

Bij de herijking van het buitensportaccommodatiebeleid ligt de focus vooral op de eigendomssituatie, de huursystematiek en de verdeling van beheerverantwoordelijkheden. Ten behoeve daarvan is de huidige situatie in kaart gebracht. Dat is gebeurd aan de hand van de ontvangen informatie, alsmede gesprekken en contact met de verschillende verenigingen. Bijlage 1 en bijlage 2 bevatten een overzicht van de huidige situatie.

2.1

Algemeen

Uit de overzichten in bijlagen 1 en 2 blijkt dat de tennisverenigingen een andere positie innemen dan de andere verenigingen. Ze zijn volledig eigenaar van de accommodatie en de faciliteiten en zijn ook volledig verantwoordelijk voor de aanleg en al het onderhoud daarvan. De enige financiële relatie met de gemeente bestaat uit de erfpachtcanon die wordt betaald en de sportsubsidie die beide tennisverenigingen ontvangen. Overigens is het in Nederland verre van ongebruikelijk, dat tennisverenigingen een dergelijke positie innemen. De ‘bemoeienis’ van gemeenten met de tennissport is over het algemeen zeer beperkt of zelfs volledig afwezig, terwijl dat zeker niet voor de meeste andere buitensporten geldt (zie verder hoofdstuk 5). In het vervolg van dit hoofdstuk ligt het accent op de voetbal-, hockey- en handbalverenigingen.

2.2

Eigendom

De gemeente is eigenaar van alle voetbal-, hockey- en handbalvelden. Wat betreft de verdere faciliteiten is de situatie bij geen enkele vereniging exact gelijk aan die bij een andere, behalve bij RFC en v.v. Raamsdonk. Zo is de gemeente bij HMC eigenaar van alle faciliteiten, terwijl de vier andere verenigingen bijvoorbeeld eigenaar zijn van de kantine. In drie van de vier gevallen is de vereniging ook eigenaar van de veldverlichting en/of de bergingen. Ook bij de voetbalverenigingen is geen sprake van een gelijke verdeling van eigendom tussen de gemeente en de betreffende vereniging. Zo is de verlichting van FC Right-oh eigendom van de gemeente, terwijl dat bij RFC en v.v. Raamsdonk niet het geval is. Tot slot valt op, dat DDHC als enige vereniging geen eigenaar van de dug-outs is.

2.3

Financiële afspraken en demarcatie verantwoordelijkheden

Bijlage 2 toont de door de gemeente gehanteerde standaardverdeling van verantwoordelijkheden met betrekking tot eerste aanleg en onderhoud van de faciliteiten. Daarnaast zijn per vereniging de afwijkingen van die standaard benoemd. Naast de eerder vermelde specifieke situatie van de tennisverenigingen, zijn ook bij de andere verenigingen in zekere mate afwijkingen zichtbaar. Dat geldt overigens niet wat betreft het klein onderhoud van de velden, dat in alle gevallen de verantwoordelijkheid van de vereniging is. Ten aanzien van de verlichting van de velden is de verdeling van de verantwoordelijkheden met betrekking tot het onderhoud verschillend, maar dat sluit aan bij de eigendomssituatie: de eigenaar is voor al het onderhoud verantwoordelijk. Wat betreft de trainingsverlichting is de situatie bij RFC en DDHC afwijkend, want die verenigingen hebben voor enkele velden zelf de eerste aanleg verzorgd. Dat geldt bij RFC ook voor de beregeningsinstallatie (voor de velden 4, 5 en 6) en de ballenvangers (voor veld 3). Bij de kleedkamers, de scheidsrechtersruimtes en de verzorgingsruimtes is de verdeling van verantwoordelijkheden bij alle vijf verenigingen conform de standaarddemarcatie. Bij de voetbalverenigingen betekent dit dus wel, dat de gemeente het groot en vervangingsonderhoud betaalt, hoewel zij geen eigenaar van de betreffende faciliteiten is.

Datzelfde geldt overigens voor de bergingen van de voetbalverenigingen.1 Bij de kantine wijkt alleen HMC van de standaarddemarcatie af, maar dat komt doordat zij als enige geen eigenaar van de kantine is. Dat geldt overigens ook voor de bestuurskamer, die normaal gesproken onderdeel van de opstal is waar ook de kantine deel van uitmaakt.

1

Op onderdelen is de demarcatie niet goed vast te stellen. Zo stelt RFC zich op het standpunt dat de gemeente eigenaar is van de kleedkamers, scheidsrechtersruimte, verzorgingsruimte en berging, maar is dit niet op te maken uit de beschikbare documenten. RFC ontvangt een korting op de huur voor de ‘eigen’ inbreng van het aantal kleedkamers dat de vereniging volgens de richtlijnen nodig heeft. Dat impliceert dat zij in elk geval eigenaar van die kleedkamers is.

2

Wat betreft de dug-outs, tribune, afrastering, doelen en dergelijke geldt, dat de eigenaar in elk geval verantwoordelijk is voor het groot en vervangingsonderhoud. Daar waar de vereniging eigenaar is, geldt dat ook voor het klein onderhoud. Drie verenigingen (v.v. Raamsdonk, RFC en DDHC) verzorgen echter ook het klein onderhoud van dit soort faciliteiten waarvan de gemeente eigenaar is. Dat laatste is overigens ook conform de standaarddemarcatie, waar FC Right-oh en HMC op dit punt dus niet aan voldoen. Ten aanzien van enkele overige faciliteiten (verhardingen, parkeerterrein, fietsenstalling en complexafrastering) speelt de gemeente bij RFC, DDHC en HMC een grotere rol dan op basis van de standaarddemarcatie het geval is.

2.4

Geldstromen tussen gemeente en verenigingen

De opbouw van de huurtarieven en andere posten is redelijk eenduidig. De gemeente brengt kosten in rekening voor de huur van de velden en (waar van toepassing) voor de verlichting, de kleedkamers en de kantine. Daar waar verenigingen eigen verlichting, kleedkamers en/of beregeningsinstallaties ‘inbrengen’, ontvangen zij daarvoor een tegemoetkoming. Opvallend genoeg ontvangt FC Right-oh geen tegemoetkoming voor de eigen kleedkamers, maar dit heeft te maken met een afspraak uit het verleden. Tot slot betalen verenigingen die eigenaar zijn van een deel van de opstallen een erfpachtcanon aan de gemeente. Dat is dus alleen bij HMC niet het geval. Een deel van de kosten voor de verenigingen wordt ‘gecompenseerd’ door de sportsubsidie die elke vereniging ontvangt.

3

3.

Planningsrichtlijnen buitensportaccommodaties

Naast de eigendomssituatie, de huursystematiek en de verdeling van beheerverantwoordelijkheden is het van belang te weten in hoeverre de beschikbare en de benodigde capaciteit op elkaar aansluiten. Dat gebeurt aan de hand van de planningsrichtlijnen van de verschillende sportbonden. Hierbij is telkens het uitgangspunt, dat de velden c.q. banen van voldoende kwaliteit zijn en goed worden onderhouden. In dit hoofdstuk wordt de afstemming tussen behoefte en capaciteit op de verschillende buitensportaccommodaties nader beschouwd (stand van zaken voorjaar 2020).

3.1

Handbal

Voor de handbalsport geldt een richtlijn van 10 normteams per veld. HMC heeft 255 actieve leden (in totaal 275 tot 300 leden, inclusief scheidsrechters en dergelijke) en kiest ervoor om al haar outdoor-thuiswedstrijden op zondag af te werken. Dat leidt tot een behoefte van 1,1 veld. Afgerond conform de richtlijn zijn dat twee velden en dat is ook het aantal waarover HMC beschikt. Door iets efficiënter in te roosteren, moet het in theorie mogelijk zijn om alle wedstrijden op één veld af te werken. Daartoe bestaat nu echter geen noodzaak. Daarnaast geeft HMC aan dat het gebruik van de velden op trainingsdagen door een toename van het aantal trainingen in de afgelopen jaren is verbeterd en zij daarvoor twee velden nodig heeft.

3.2

Hockey

Voor de hockeysport geldt een richtlijn van 9 normteams per kunstgrasveld. Net als bij veel andere hockeyverenigingen beschikt DDHC (528 leden) over duidelijk meer junioren- dan seniorenteams, waardoor de piek van de behoefte op de zaterdag ligt. Op basis van de richtlijn heeft DDHC op die dag behoefte aan 2,1 veld. In het hockey geldt, dat vanaf een ‘meerbehoefte’ van 0,25 veld naar boven wordt afgerond. Dat is hier niet het geval. In hele velden uitgedrukt heeft DDHC volgens de richtlijn behoefte aan twee velden. Zij beschikt over 2,5 velden. Vraag en aanbod zijn dus goed op elkaar afgestemd. Zeker wanneer de vereniging in de komende jaren op de zaterdag blijft groeien, zal deze capaciteit nodig zijn. Zoals bij veel hockeyverenigingen is op zondag sprake van overcapaciteit. Op basis van de richtlijn heeft DDHC dan namelijk behoefte aan 0,9 veld (afgerond: één veld). Uit het oogpunt van volledigheid wordt nog vermeld, dat de KNHB sinds mei 2020 gedurende 22 weken per jaar op de maandag van 16.00 tot 20.00 uur een veld huurt en daarvoor € 150,- per keer aan DDHC betaalt.2 DDHC vormt namelijk de regionale trainingslocatie voor de vertegenwoordigende teams van de regio Zuid West (vergelijkbaar met de voormalige districtsteams). Dit gebruik zorgt niet voor knelpunten in het trainingsrooster van DDHC.

Ook heeft het niet of nauwelijks impact op de onderhoudskosten en de termijn waarop de gemeente (de toplaag van) de velden moet vervangen.

3.3

Tennis

Voor de tennissport geldt geen richtlijn op basis van het aantal normteams, maar wordt van circa 70 leden per verlichte baan uitgegaan. Dit is echter een richtlijn met een flinke bandbreedte, want de specifieke omstandigheden zijn van invloed zijn op de baandruk. Zo is de beschikbare ruimte voor leden om te trainen of vrij te spelen beperkter, op het moment dat relatief veel teams competitie spelen. Dat geldt ook indien er veel behoefte aan tennislessen bestaat. Tevens is de leeftijdsverdeling van de leden van invloed. Als een vereniging uit relatief veel gepensioneerden bestaat, kan een groter deel van de leden immers ook doordeweeks overdag spelen. Tot slot kan het aantal niet-spelende leden invloed op de baandruk uitoefenen. In ‘gunstige’ omstandigheden wordt daarom ook wel van 90 leden per verlichte baan uitgegaan. In deze rapportage is dat echter niet het uitgangspunt, omdat er op basis van de beschikbare informatie geen duidelijke aanwijzing bestaat, dat de ‘gunstige’ omstandigheden van toepassing zijn. Op basis van 70 leden per verlichte baan heeft LTV Raamsdonksveer (518 leden) behoefte aan 7,4 banen en TV De Schans (328 leden) aan 4,7 banen. De verenigingen beschikken over acht, respectievelijk vijf banen, dus in beide gevallen is sprake van een goede verhouding tussen vraag en aanbod.

2

Dit is inclusief de keeperstraining door een externe keeperstrainer, die in dienst is van de KNHB.

4

3.4

Voetbal

3.4.1

Wedstrijdcapaciteit

Bij de voetbalsport wordt de benodigde veldcapaciteit aan de hand van bruto speeltijden berekend. Daarbij gaat de KNVB uit van 7,5 uur speelcapaciteit op zaterdag (9.00 tot 16.30 uur) en 6,5 uur op zondag (10.00 tot 16.30 uur). Op basis daarvan is in de volgende tabel voor de zaterdag en de zondag per vereniging het aantal benodigde speelvelden aangegeven en met het aanbod vergeleken, waarbij per vereniging naar de drukste dag moet worden gekeken.

wedstrijdcapaciteit zaterdag zondag FC Right-oh - benodigde speelvelden - afgerond - aantal speelvelden - aanbod - behoefte v.v. Raamsdonk - benodigde speelvelden - afgerond - aantal speelvelden - aanbod - behoefte RFC - benodigde speelvelden - afgerond - aantal speelvelden - aanbod - behoefte

0,6 1,0 2,0 1,0

0,9 1,0 2,0 1,0

0,7 1,0 2,0 1,0

1,1 2,0 2,0 0,0

3,6 4,0 5,0 1,0

0,5 1,0 5,0 4,0

Tabel 1: vraag en aanbod wedstrijdcapaciteit voetbalverenigingen

Uit de tabel blijkt, dat er bij FC Right-oh (350 leden) sprake is van een overcapaciteit van één veld. Datzelfde geldt voor RFC (circa 830 leden, waarvan 580 spelend). Bij v.v. Raamsdonk (254 leden) is dit officieel niet het geval, omdat een veldbehoefte van 1,1 conform de richtlijn naar twee benodigde velden wordt afgerond. Door efficiënt inroosteren moet het echter mogelijk zijn om de wedstrijden op de zondag op één veld te plaatsen. Ten opzichte van bijvoorbeeld de richtlijn van de KNHB bevat de richtlijn van de KNVB namelijk nog behoorlijk wat ‘ruimte’. Een voorbeeld: een seniorenwedstrijd duurt twee keer 45 minuten. De netto speeltijd bedraagt dus 90 minuten. Daarbij komen de blessuretijd en de tijd voor de rust, de warming-up en de coolingdown. Daarvoor rekent de KNVB 45 minuten, zodat de bruto speeltijd 135 minuten per seniorenteam bedraagt. De praktijk leert dat dit voor de eerste teams vaak passend is, maar dat geldt niet altijd voor teams op een lager niveau. Iets soortgelijks geldt voor de jeugdteams. Overigens geeft de KNVB zelf ook aan, dat haar richtlijn niet als ‘absolute waarheid’ moet worden beschouwd, of als ‘botte bijl’ dient te worden gehanteerd. Daarbij komt dat de KNVB geen onderscheid maakt tussen velden met en velden zonder verlichting. Ook voor velden met verlichting neemt zij aan, dat een wedstrijddag tot 16.30 uur duurt.

Dat is opmerkelijk, want in andere sporten (bijvoorbeeld hockey) is het gebruikelijk om op velden met verlichting minstens tot 18.00 uur door te spelen. De voetbalwereld is wat dat betreft nog vrij traditioneel. Om deze reden gaan verschillende in de branche actieve partijen voor verlichte velden ervan uit, dat een wedstrijddag tot 18.00 uur duurt. Met andere woorden: een veld met verlichting heeft dan 1,5 uur meer capaciteit per wedstrijddag dan een veld zonder verlichting. Op twee velden na beschikken alle voetbalvelden die voor wedstrijden geschikt zijn in de gemeente Geertruidenberg over verlichting. Indien deze aangepaste richtlijn wordt toegepast, heeft v.v. Raamsdonk net als de twee andere verenigingen een overcapaciteit van één veld. Uit het oogpunt van volledigheid wordt nog vermeld, dat de velden van FC Right-oh tevens door een commerciële, regionaal opererende voetbalschool worden gebruikt. Dat gebeurt 40 weken per jaar gedurende 2,5 uur op vrijdagavond en 2,5 uur op zondagochtend. De vereniging ontvangt een vergoeding van € 1.800,- tot € 2.000,- per jaar. Het gebruik heeft slechts beperkte gevolgen voor de verhouding tussen vraag en aanbod. FC Right-oh beschikt op zondagen immers over ruim voldoende capaciteit en datzelfde geldt voor de trainingscapaciteit.

Tevens heeft dit gebruik nauwelijks impact op de onderhoudskosten en de termijn waarop de gemeente (de toplaag van) de velden moet vervangen. 5

3.4.2

Trainingscapaciteit

De volgende tabel toont de verhouding tussen de trainingsbehoefte en de trainingscapaciteit. Daarbij is aangenomen dat er geen trainingen worden gehouden op velden waarop geen verlichting aanwezig is. Tevens zijn natuurgrasvelden waarop ook wedstrijden worden gespeeld niet in de berekening van de trainingscapaciteit meegenomen, ook niet indien deze velden over verlichting beschikken. Daarnaast is uitgegaan van een gemiddelde van twee trainingen van 82,5 minuten per team per week en twee teams per volledig veld. In de praktijk wordt uiteraard hiervan afgeweken. Sommige teams trainen vaker of langer en andere minder vaak. Vooral bij de jongere jeugd passen meer dan twee teams op een volledig veld, terwijl het eerste team vaak zonder ander team op een volledig veld traint. Vandaar dat van een gemiddelde wordt uitgegaan. Indien een vereniging structureel meer wenst te trainen dan volgens deze richtlijn èn is er sprake van een capaciteitstekort, dan is het aan de gemeente om te bepalen of zij daarin wil faciliteren. trainingscapaciteit capaciteit in uren per jaar benodigde uren per jaar aanbod - behoefte

FC Right-oh 1.320 520 800

v.v. Raamsdonk 680 613 67

RFC 3.200 1.466 1.734

Tabel 2: vraag en aanbod trainingscapaciteit voetbalverenigingen

Uit de tabel blijkt, dat er bij FC Right-oh en RFC meer dan voldoende trainingscapaciteit is. De overcapaciteit bij FC Right-oh is overigens ontstaan doordat het natuurgras ‘b-veld’ is omgezet naar een hybride veld. Bij RFC ligt de oorzaak met name in het relatief grote aantal natuurgrastrainingsvelden. Bij v.v. Raamsdonk zijn vraag en aanbod daarentegen goed in balans. In geval van een toename van de behoefte van deze vereniging in de komende jaren ontstaat echter een tekort. De trainingscapaciteit van v.v. Raamsdonk bestaat overigens uit een kunstgrasveld met de omvang van ongeveer 0,4 veld en een langwerpige natuurgras oefenhoek met de omvang van ongeveer een half veld. Zoals in de inleiding van dit hoofdstuk is aangegeven, is het uitgangspunt voor de capaciteitsberekening dat (ook) de trainingsvelden van goede kwaliteit zijn en goed onderhouden worden. In de praktijk is het niet altijd mogelijk om trainingsvelden een heel seizoen in goede kwaliteit te (onder)houden. Daar staat tegenover dat alle verenigingen over natuurgraswedstrijdvelden met verlichting beschikken en die velden niet allemaal nodig hebben om in de benodigde wedstrijdcapaciteit te voorzien. In die zin is er ook vanuit cultuurtechnisch oogpunt ruimte om in geval van enige krapte in de trainingscapaciteit van die velden gebruik te maken.

Bij een verdere groei van de trainingsbehoefte is dat echter geen oplossing meer.

3.5

Belangrijkste bevindingen

De analyses in de voorgaande paragrafen leiden tot de volgende conclusies: Het aantal velden van HMC is aan de ruime kant voor wat betreft de wedstrijdbehoefte. Het aantal velden van DDHC is goed op de behoefte afgestemd. Het aantal banen van LTV Raamsdonksveer en TV De Schans is goed op de behoefte afgestemd. Wat betreft de wedstrijdcapaciteit is bij alle voetbalverenigingen sprake van enige overcapaciteit. Wat betreft de trainingscapaciteit is bij FC Right-oh en RFC sprake van overcapaciteit. Dat geldt niet voor v.v. Raamsdonk. Daar waar sprake is van overcapaciteit, is die beperkt. Met uitzondering van de geprivatiseerde tennisaccommodaties zorgt overcapaciteit voor hogere kosten voor de gemeente en is daarom ongewenst. Het is echter niet aan te bevelen om op basis van de richtlijnen bijvoorbeeld meteen tot het ‘schrappen’ van een veld over te gaan. Ten eerste gaat het om een richtlijn en niet om een keiharde norm. Dat geven de diverse sportbonden zelf ook aan. Daarnaast bestaat elke richtlijn uit bepaalde aannames en uitgangspunten, die ervoor zorgen dat de richtlijn van de ene bond strenger is dan de richtlijn van de andere bond. Tevens is het uitgangspunt van elke richtlijn, dat de velden/banen van voldoende kwaliteit zijn en goed worden onderhouden. Bovendien dienen besluiten over veld-/baancapaciteit niet uitsluitend op basis van de huidige situatie te worden genomen.

Indien een vereniging bijvoorbeeld sterk aan het groeien is, zal zij eventuele huidige overcapaciteit naar verwachting goed kunnen gebruiken.

6

Bij een continue daling van het aantal leden moeten op termijn mogelijk andere afwegingen worden gemaakt. De volgende tabel toont de ontwikkeling van het aantal leden in de afgelopen jaren, conform opgave van de verenigingen. Vergelijkbaar met het landelijke beeld blijkt daaruit een beperkte afname van het totale aantal leden, waarbij zowel in absolute als in relatieve zin de afname bij RFC en bij TV De Schans het grootste is geweest. Ook in de komende jaren is het van belang om de ‘vinger aan de pols’ te houden als het gaat om dit soort ontwikkelingen, waarbij tevens de effecten van COVID-19 duidelijk zullen worden. 2017 FC Right-oh v.v. Raamsdonk RFC DDHC HMC LTV Raamsdonksveer TV De Schans totaal

351 240 819 550 235 544 381 3.120

2018 378 233 738 550 230 516 362 3.007

2019 339 257 697 533 226 509 353 2.914

2020

verschil verschil 2017 - 2020 2017 - 2020 350 -1 0% 254 14 6% 650 -169 -21% 528 -22 -4% 255 20 9% 518 -26 -5% 328 -53 -14% 2.883 -237 -8%

Tabel 3: ledenontwikkeling verenigingen

7

4.

Contributies in regionaal perspectief

Herijking van het buitensportaccommodatiebeleid kan financiële gevolgen hebben voor de verenigingen. Daarom is inzicht in contributies gewenst met een vergelijking van de tarieven in omliggende gemeenten. In dit hoofdstuk zijn de uitkomsten van deze benchmark weergegeven op basis van de tarieven, zoals die in het voorjaar van 2020 werden gehanteerd. Sindsdien is het beeld overigens niet gewijzigd.

4.1

Handbal

Uit de volgende tabel blijkt, dat OHC ’01 over de hele linie de goedkoopste vereniging is, gevolgd door HMC. Behalve bij de Ejunioren is HMC voor alle categorieën goedkoper dan de vier andere verenigingen. De verschillen zijn groot. Voor een deel heeft dat te maken met verschil in niveau en het wel of niet beschikken overeen buitenaccommodatie met kantine. vereniging plaats contributie (per jaar) - senioren topsport - senioren wedstrijdsport - senioren breedtesport - junioren A - junioren B - junioren C - junioren D - junioren E - junioren F

HMC Raamsdonksveer

Dongen Dongen

HVM Made

OHC '01 Oosterhout

Tachos Waalwijk

Witte Ster Waspik

€ 250,20 € 250,20 € 250,20 € 195,00 € 195,00 € 163,80 € 148,20 € 148,20 € 117,60

€ 432,00 € 372,00 € 300,00 € 240,00 € 228,00 € 204,00 € 204,00 € 180,00 € 180,00

€ 303,00 € 303,00 € 303,00 € 249,00 € 246,00 € 207,00 € 204,00 € 201,00 € 198,00

€ 201,00 € 201,00 € 201,00 € 171,00 € 151,00 € 141,00 € 121,00 € 111,00 € 101,00

€ 430,04 € 430,04 € 410,04 € 325,90 € 278,28 € 228,94 € 177,82 € 165,52 € 165,52

€ 332,00 € 332,00 € 332,00 € 236,00 € 231,00 € 173,00 € 163,00 € 129,00 € 129,00

Tabel 4: contributies handbalverenigingen3

4.2

Hockey

De volgende tabel toont de door DDHC en de in de omliggende gemeenten aanwezige hockeyverenigingen gehanteerde contributie. Daaruit blijkt dat DDHC voor alle leeftijdscategorieën de goedkoopste vereniging is, met uitzondering van de allerjongste leden. Net als bij DDHC is het hoofdveld van De Warande en van Waalwijk een waterveld. Bij Liberty is dat een semiwaterveld en in Made een zandveld. Dit verschil in faciliteiten komt, behalve bij De Warande, niet in de contributie tot uiting. Hierbij moet worden opgemerkt, dat DDHC na de ingebruikname van het waterveld de contributies substantieel heeft verhoogd. De vijf verenigingen spelen op een redelijk vergelijkbaar niveau, met uitzondering van De Warande, waarvan de eerste senioren- en jeugdteams op een duidelijk hoger niveau spelen. Voor die teams hanteert De Warande ook een tophockeytoeslag van € 105,- per jaar, die niet in de tabel is verwerkt. Daarnaast betalen keepers die additionele training krijgen € 75,- per jaar extra. vereniging plaats contributie (per jaar) - senioren - junioren A - junioren B - junioren C - junioren D - jongste jeugd E - jongste jeugd t/m F - jongste jeugd funky

DDHC Raamsdonksveer

MHC Liberty Dongen

MHC Made Made

MHC De Warande Oosterhout

KMHC Waalwijk Waalwijk

€ 244,00 € 202,00 € 202,00 € 202,00 € 202,00 € 159,00 € 111,00 € 111,00

€ 274,00 € 245,50 € 245,50 € 245,50 € 217,00 € 182,00 € 159,00 € 85,00

€ 289,00 € 235,00 € 235,00 € 208,00 € 208,00 € 208,00 € 127,00 € 99,50

€ 325,00 € 295,00 € 295,00 € 270,00 € 270,00 € 270,00 € 150,00 € 90,00

€ 275,00 € 220,00 € 220,00 € 220,00 € 200,00 € 200,00 € 200,00 € 75,00

Tabel 5: contributies hockeyverenigingen

4.3

Tennis

De volgende tabel toont de door LTV Raamsdonksveer en TV De Schans gehanteerde contributies en de gemiddelden en medianen voor circa 25 verenigingen in de omgeving. Hierbij moet worden vermeld, dat niet elke vereniging exact dezelfde leeftijdsindeling en terminologie hanteert. Daarnaast betalen leden van andere buitensportverenigingen veelal een all-in contributie, terwijl tennisleden nog aanvullende kosten maken als zij lessen volgen, of aan competities en toernooien meedoen. 3

Van Mixed-Up 2000 uit Wagenberg is geen informatie over contributies beschikbaar.

8

vereniging plaats contributie (per jaar) - senioren - junioren - aspiranten - mini/pupillen

LTV Raamsdonksveer Raamsdonksveer

Geertruidenberg

€ 149,50 € 51,25 € 51,25 € 0,00

€ 135,00 € 90,00 € 80,00 € 80,00

TV de Schans

gemiddelde

mediaan

€ 142,21 € 72,50 € 58,50 € 49,70

€ 138,75 € 70,00 € 50,50 € 44,50

Tabel 6: contributies tennisverenigingen

Op basis van de tabel kan worden geconcludeerd dat LTV Raamsdonksveer ten opzichte van het regionale gemiddelde een relatief laagdrempelige contributie hanteert voor junioren en vooral voor de allerjongste tennissers. Kinderen tot negen jaar betalen namelijk geen contributie. Daarentegen betalen de senioren wat meer dan het gemiddelde van de andere verenigingen. Bij TV De Schans valt vooral op, dat de contributie voor jeugdleden flink hoger is dan het gemiddelde van de andere verenigingen.

4.4

Voetbal

De volgende tabel toont de door FC Right-oh, v.v. Raamsdonk en RFC gehanteerde contributies. Daarnaast zijn voor 33 verenigingen in de omgeving per categorie het gemiddelde en de mediaan weergegeven. Hierbij moet worden vermeld, dat sommige verenigingen naast de eigen contributie bedragen in rekening brengen voor de bondscontributie en het wassen van de kleding. Deze bedragen zijn allen in de tabel verwerkt, aangezien het erom gaat wat een reguliere speler moet betalen om een jaar te kunnen trainen en wedstrijden spelen. Daarnaast heeft niet elke vereniging de actuele contributie op haar website gepubliceerd. vereniging plaats contributie (per jaar) - senioren - O19 - O18 - O17 - O16 - O15 - O14 - O13 - O12 - O11 - O10 - O9 - O8 - O7 - O6

FC Right-oh

v.v. Raamsdonk

RFC

Geertruidenberg

Raamsdonk

Raamsdonksveer

€ 209,01 € 206,84 € 146,84 € 146,84 € 146,84 € 146,84 € 146,84 € 146,29 € 146,29 € 146,29 € 146,29 € 146,29 € 146,29 € 146,29 € 146,29

€ 198,00 € 198,00 € 198,00 € 198,00 € 136,00 € 136,00 € 136,00 € 136,00 € 136,00 € 136,00 € 136,00 € 136,00 € 136,00 € 136,00 € 136,00

€ 208,89 € 208,89 € 146,22 € 146,22 € 146,22 € 146,22 € 146,22 € 146,22 € 122,04 € 122,04 € 122,04 € 122,04 € 122,04 € 122,04 € 122,04

gemiddelde

mediaan

€ 186,66 € 154,02 € 135,15 € 132,10 € 131,36 € 130,99 € 130,99 € 118,05 € 114,41 € 113,67 € 113,67 € 113,37 € 112,92 € 107,24 € 100,71

€ 180,00 € 156,00 € 120,00 € 120,00 € 115,00 € 115,00 € 115,00 € 110,00 € 105,00 € 100,00 € 100,00 € 100,00 € 100,00 € 100,00 € 90,00

Tabel 7: contributies voetbalverenigingen

Uit de tabel blijkt, dat de drie verenigingen uit de gemeente Geertruidenberg voor alle categorieën een hogere contributie hanteren dan het gemiddelde en de mediaan van de verenigingen in de omliggende gemeenten. Dit betekent overigens niet, dat er geen ‘duurdere’ verenigingen zijn. Circa 10 verenigingen in de omgeving hanteren namelijk voor alle categorieën hogere contributies dan FC Right-oh, v.v. Raamsdonk en RFC. Overigens geven de drie verenigingen aan, dat ze bij het vaststellen van de contributies rekening met elkaar houden. Een enkele uitzondering daargelaten leidt dat tot behoorlijk vergelijkbare tarieven.

9

4.5

Belangrijkste bevindingen

Op basis van de vergelijking van de contributies van de verenigingen uit de gemeente Geertruidenberg met die van de verenigingen uit de omliggende gemeenten kunnen de volgende conclusies worden getrokken: HMC is voor (vrijwel) alle leden goedkoper dan vier van de vijf verenigingen in de omliggende gemeenten. Alleen OHC ’01 uit Oosterhout is over de hele linie goedkoper. DDHC is voor (vrijwel) alle leden goedkoper dan de vijf verenigingen in de omliggende gemeenten. LTV Raamsdonksveer hanteert een relatief lage contributie voor junioren en vooral voor de allerjongste tennissers. TV De Schans hanteert voor jeugdleden een relatief hoge contributie. FC Right-oh, v.v. Raamsdonk en RFC hanteren allen een relatief hoge contributie, al zijn ze goedkoper dan circa een op de drie verenigingen in de omgeving. De voetbalverenigingen hanteren voor veel leeftijdsgroepen een lagere contributie dan de hockey- en de handbalvereniging. Dit is ook het landelijke beeld en is veelal historisch zo gegroeid.

4.6

Overwegingen bij aanpassing contributies

In het kader van stimulerend sportbeleid is het van belang dat sportdeelname financieel laagdrempelig is. De hoogte van contributies speelt hierin een belangrijke rol. De conclusies laten zien dat de hockey-, handbal- en tennisverenigingen regionaal gezien laagdrempelige contributies te hanteren. Door de in verhouding wat hogere voetbalcontributies zijn de onderlinge verschillen tussen de verschillende soorten verenigingen in de gemeente Geertruidenberg kleiner dan in omringende gemeenten. Voor sporters in Geertruidenberg is dit een positief aspect bij de keuze voor hun favoriete sport. Verenigingen zijn autonoom in het bepalen van de hoogte van contributies. Het rigoureus verhogen (of verlagen) van de contributie is niet verstandig. Leden zijn immers een bepaald contributieniveau gewend. Ook wanneer de contributie nu relatief laag is, betekent dit dat die niet ‘zomaar’ met bijvoorbeeld € 30,- per jaar kan worden verhoogd. Ingeval van verhoging wordt aan geleidelijke aanpak over meerdere jaren aanbevolen. Daarnaast moet worden vermeld, dat de hoogte van de contributie zeker niet de enige reden is om voor een vereniging te kiezen. Nabijheid, spelniveau en sfeer zijn slechts enkele andere factoren die daarbij een rol spelen. In die zin zal een geleidelijke verhoging niet per definitie tot een afname van het aantal leden zorgen.

10

5.

De positie van tennis

In dit hoofdstuk wordt vanuit landelijk perspectief in beeld gebracht welke relatie de gemeente Geertruidenberg onderhoudt met de tennisverenigingen LTV Raamsdonkveer en TV De Schans op het gebied van eigendom, beheer, onderhoud en financiën. Het hoofdstuk sluit af met een voorstel of, en zo ja hoe, de relatie van de gemeente met de tennisverenigingen meer in lijn moet worden gebracht met de relatie die de gemeente onderhoudt met de overige buitensportverenigingen.

5.1

Tennis in landelijk perspectief

Waar het totaal aantal leden van NOC*NSF gelieerde sportbonden de afgelopen jaren licht is gedaald, heeft de tennisbond (KNLTB) in de periode 2008 – 2018 ruim 160.000 leden verloren. Dit is extra opvallend, omdat tennis bij uitstek geschikt is voor oudere sporters, een groep die steeds actiever sport beoefent. Dit neemt niet weg dat de tennisbond met ongeveer 550.000 leden in 2019 nog altijd de grootste sportbond is na de KNVB. Naar verluidt hebben veel tennisverenigingen in de afgelopen maanden ‘geprofiteerd’ van de situatie die is ontstaan door COVID-19. Als individueel en op ieder gewenst tijdstip te beoefenen sport in de buitenlucht is tennis meer Corona-proof dan sporten in teamverband en zien veel tennisverenigingen hun ledenaantallen stijgen. Daarnaast is de padelsport in opkomst en worden er bij sommige verenigingen ook padelbanen aangelegd (al dan niet ter vervanging van tennisbanen die door de afname van het aantal leden niet meer nodig zijn om in de behoefte te voorzien). Vergeleken met andere populaire buitensporten als voetbal, korfbal en hockey hebben gemeenten weinig bemoeienis met tennis. De oudere tennisverenigingen zijn ontstaan in een periode dat tennis nog elitair was en er genoeg geld beschikbaar was om zelfstandig een tennispark te realiseren en te onderhouden.

Verenigingen die in de tweede helft van de vorige eeuw zijn ontstaan, zijn vanuit deze praktijk ook gestimuleerd zelf eigenaar te worden van hun accommodatie. Dit leidt tot het beeld dat 60 tot 70% van de tennisparken in Nederland in privaat eigendom zijn. In bijna de helft van de gevallen betreft dit de vereniging die het park bespeelt. Daarnaast treden stichtingen en particulieren op als eigenaar van tennisparken. Ongeveer een derde van de tennisparken is eigendom van de gemeente. Het dagelijks dan wel wekelijks onderhoud ligt in meer dan zes van de tien gevallen in handen van de vereniging. Bij dit type onderhoud speelt de gemeente een zeer beperkte rol. Het voorjaarsonderhoud (specialistisch onderhoud) wordt in bijna twee op de tien gevallen uitgevoerd door de gemeente. Ook hiervoor is meestal de vereniging verantwoordelijk. In het volgende overzicht is de verdeling van eigendom en onderhoud van tennisaccommodaties in Nederland weergegeven in procenten (bron: Mulier Instituut; 2015). Vereniging

Stichting

Particulier

Gemeente

Onbekend/n.v.t.

Eigendom van het park

48

7

9

30

5

Eigendom van de verlichting

52

4

4

3

37

Dagonderhoud van de banen*

62

3

8

6

22

Voorjaarsonderhoud van de banen**

44

4

12

18

23

Eigendom van het clubhuis

69

8

9

9

6

Exploitatie van het clubhuis

78

3

13

0

6

Tabel 8: verdeling eigendom en onderhoud tennisaccommodaties

* denk aan: slepen van de banen ** denk aan: opborstelen, schoonzuigen, doorspuiten, zand filteren, mos/algenbehandeling, gravel/zand aanvullen Hoewel hier geen cijfermatige onderbouwing van is, is de afgelopen jaren een voorzichtige ontwikkeling te zien in het deprivatiseren van buitensportaccommodaties in Nederland, met name op het gebied van beheer en onderhoud. Factoren die hierbij een rol spelen: Op langere termijn blijkt privatisering niet altijd tot kostenbesparing voor gemeenten te leiden als achterstallig onderhoud (verantwoordelijkheid verenigingen) leidt tot snellere vervangingsinvesteringen waar gemeenten (nog) verantwoordelijk voor zijn. 11

Achterstallig onderhoud leidt tot een slechtere uitstraling en bespeelbaarheid van accommodaties en uiteindelijk vraaguitval. Vanuit sport- en beweegbeleid en sportstimulering is het voor gemeenten van belang te beschikken over goed geoutilleerde/onderhouden sportaccommodaties. Voor verenigingen wordt het problematischer om voortdurend (gekwalificeerde) vrijwilligers op de been te brengen. Als (onderhouds-)werkzaamheden geprofessionaliseerd moeten worden, is het voor gemeenten vaak makkelijker om te sturen op prijs en kwaliteit. In gemeenten waar de afgelopen jaren verzelfstandigde sportbedrijven zijn opgericht hebben deze sportbedrijven veelal een verantwoordelijkheid in het efficiënt onderhouden en beheren van sportaccommodaties. Door hun schaalgrootte en bedrijfsmatige aanpak zijn zij in de regel in staat deze taak adequaat uit te voeren en (als bijkomend effect) sportverenigingen te ontzorgen zodat die zich meer kunnen richten op de kernactiviteit: het organiseren van sportactiviteiten.

5.2

Tennis in Geertruidenberg

In de gemeente zijn drie tennisverenigingen actief: LTV Raamsdonkveer, TV De Schans en TV ‘t Lobje (beide in Geertruidenberg). TV ’t Lobje maakt gebruik van het particuliere sportpark Hier-O waar het beschikt over 3 gravelbanen. Omdat het hier een particulier sportpark betreft blijft TV ’t Lobje verder buiten de beschouwing. Hieronder een korte kenschets van LTV Raamsdonkveer en TV De Schans. LTV Raamsdonkveer

TV De Schans

Ledenaantallen (bron: KNLTB)

518

328

Banen

8 verlichte smashcourtbanen

5 verlichte kunstgrasbanen

Verhouding leden/banen

65

66

Eigendom park, verlichting en clubhuis

Vereniging

Vereniging

Verantwoordelijkheid onderhoud

Vereniging

Vereniging

Verantwoordelijk vervangingsinvesteringen

Vereniging

Vereniging

Canon (vereniging aan gemeente)

€ 100

€ 145

Jeugdsubsidie (gemeente aan vereniging)

€ 1.467

€ 1.467

Tabel 9: kenschets tennisverenigingen

Uit het overzicht en uit de gesprekken die met beide verenigingen zijn gevoerd kan het volgende worden opgemaakt: Gelijk de landelijke trend hebben beide verenigingen in het verleden meer leden geteld. In de afgelopen jaren is sprake van een redelijk stabiel ledenaantal. Gelijk het meest voorkomende landelijke beeld zijn de twee tennisverenigingen/-parken in de Geertruidenberg volledig geprivatiseerd. De gemeente heeft in het eigendom, noch in beheer en onderhoud enige verantwoordelijkheid. Overigens is dit hetzelfde beeld als bij de verenigingen/parken in omringende gemeenten als Drimmelen, Oosterhout en Dongen. Beide verenigingen beschouwen zich als vitaal. Niet alleen zijn de ledenaantallen de afgelopen jaren stabiel met voldoende aanwas van jeugd, ook zijn ze financieel gezond en kunnen vooralsnog voldoende vrijwilligers worden gemobiliseerd. Inzet van vrijwilligers wordt wel als de grootste bedreiging voor een vitaal verenigingsleven in de nabije toekomst beschouwd. In het lokale Sportakkoord is verenigingsondersteuning een belangrijk thema. Bij LTV Raamsdonkveer wordt het beheer en onderhoud van de banen toevertrouwd aan een groep vrijwilligers (‘groundsmen’) in de leeftijd van circa 70 jaar (met behulp van een Irakese statushouder van 60 jaar) en is aanwas van jongere vrijwilligers een probleem.

Ook TV De Schans kent problemen bij het verjongen van de accommodatie commissie. Deze commissie moet het nu doen met een groep vrijwilligers van 65 tot 80 jaar. Verder heeft TV De Schans moeite om het bestuur op sterkte te krijgen, waardoor bijvoorbeeld de voorzitter nu tevens optreedt als penningmeester. LTV Raamsdonkveer heeft recent de banen voorzien van ledverlichting, waarbij gebruik is gemaakt van het stroomversnellingsfonds van de Rabobank en de stimuleringslening duurzaamheid sportaccommodaties van de gemeente. In 2023 is de vervanging van de toplagen en het hekwerk gepland met een investering van € 200.000 tot € 250.000. Hiervoor kan waarschijnlijk nog een beroep worden gedaan op de BOSA-regeling (subsidie vanuit het Rijk voor onder meer investeringen in sportaccommodaties, ter compensatie van het sinds 1 januari 2019 ontstane btw-nadeel), maar zal door de vereniging ook een (nieuwe) hypotheek afgesloten moeten worden, tenzij de gemeente haar hierbij ondersteunt.

12

TV De Schans heeft in 2019 voor eigen rekening een uitgebreide renovatie van het park uitgevoerd, waarbij toplagen en hekwerken zijn vervangen en verduurzaming is doorgevoerd met ledverlichting en zonnepanelen. Voor de vereniging betekende dit een investering van ruim € 200.000. Vanuit de BOSA-regeling is aanvullend ongeveer € 50.000 beschikbaar gekomen. Met verwijzing naar de relatie die de gemeente Geertruidenberg onderhoudt met de andere buitensportverenigingen hebben beide tennisverenigingen aangegeven in de toekomst meer van de gemeente te verwachten. Deze verwachting is op de volgende wijze verwoord: Er is weliswaar enig begrip voor de historische gegroeide situatie dat tennisverenigingen op hun geprivatiseerde accommodaties zelf verantwoordelijk zijn voor onderhoud en vervanging, maar het ervaren ‘gemak’ waarmee de gemeente grote investeringen doet in de accommodaties van de andere buitensportverenigingen steekt. Tennis als ‘elite-sport’ is achterhaald. De herkomst/achtergrond van leden verschilt niet wezenlijk met die van andere sportverenigingen. Dit zou voor de gemeente aanleiding moeten zijn om tennisverenigingen ruimhartiger te ondersteunen bij het toekomstbestendig maken/houden van de accommodatie. Als gevolg van COVID-19 is een deel van de huur van de buitensportaccommodaties kwijtgescholden.

Dit biedt soelaas voor de voetbal-, handbal- en hockeyverenigingen, maar niet voor de tennisverenigingen. Dit wordt als ongelijkheid ervaren. De tennisverenigingen geven aan net zo getroffen te zijn als andere verenigingen. De tennisverenigingen kunnen alle hulp gebruiken bij het vitaal houden van hun organisatie. Voor het onderhoud van hun tennisparken zetten ze ‘groundsmen’ in. Dit betreft in de regel een vergrijzend deel van het vrijwilligersbestand. Verzoeken aan de gemeente om ondersteuning bij het vinden van vervanging hebben vooralsnog geen resultaat opgeleverd.

5.3

Voorstel in relatie tot herijking buitensportaccommodatiebeleid

De afzijdigheid van de gemeente als het gaat om eigendom, beheer en onderhoud van de tennisparken heeft niet tot een ongezonde tennissport in Geertruidenberg geleid. LTV Raamsdonkveer en TV De Schans zijn vitale verenigingen, die goed in staat zijn hun tennisparken adequaat te onderhouden. Dat is positief en er is dan ook geen acute aanleiding om in de rolverdeling tussen gemeente en tennisverenigingen wezenlijke verandering te brengen en op dit gebied te harmoniseren met de overige buitensportverenigingen/-accommodaties. Dat betekent niet dat er geen reden voor de gemeente is om helemaal geen rol te spelen. Hierover zijn de gemeente en de tennisverenigingen ook al langere tijd in gesprek. Het belangrijkste huidige en vooral toekomstige knelpunt van de verenigingen betreft de inzet van vrijwilligers ten behoeve van het onderhoud. Dat is op zichzelf niet uniek, want ook diverse andere takken van sport hebben daarmee te maken. Voor het behoud van de tennissport, die zichzelf tot nu toe volledig zelf heeft weten te redden, wordt echter aanbevolen om aan elk van beide verenigingen een budget beschikbaar te stellen ten behoeve van het onderhoud. De verenigingen kunnen dan zelf bepalen op welke wijze ze dat budget het beste kunnen inzetten.

Zo kunnen ze bijvoorbeeld de aannemer die in opdracht van de gemeente verantwoordelijk is voor het onderhoud van de sportparken verzoeken om bepaalde werkzaamheden uit te voeren. Maar ze kunnen ook, gezamenlijk of ieder voor zich, andere partijen benaderen. Dat is aan de verenigingen, aangezien er sprake is van een volledig geprivatiseerde situatie. De bijdrage kan op berekeningen van de KNLTB met betrekking tot de langjarige kosten van verschillende baansoorten worden gebaseerd. Voor smashcourtbanen gaat het om circa € 5.000,- afschrijvingskosten en circa € 2.500,- onderhoudskosten per jaar per twee banen. Dat is dus circa € 30.000,- per jaar voor de acht banen van LTV Raamsdonksveer. Voor kunstgrasbanen zijn de bedragen respectievelijk circa € 4.000,- en € 1.600,- per jaar per twee banen. Dat is dus circa € 14.000,- per jaar voor de vijf banen van TV De Schans. De gemeente kan zelf keuzes maken ten aanzien van de vraag welk deel van deze kosten, bijvoorbeeld 25% tot 50%, zij voor haar rekening wil nemen. Daarnaast kan de gemeente bepalen of zij onderscheid wil maken tussen de verschillende soorten banen, of dat zij een vaste bijdrage per baan wil geven. Smashcourtbanen zijn namelijk duurder dan kunstgrasbanen, maar er kan worden beargumenteerd dat die keuze een verantwoordelijkheid van de verenging is.

De gemeente kan er desgewenst voor kiezen om een gemiddelde bijdrage per baan te leveren. In het geval van LTV Raamsdonksveer en TV De Schans bedragen de totale onderhoudskosten gemiddeld € 3.385,- per baan. Afhankelijk van het deel van de kosten die de gemeente voor haar rekening wil nemen, leidt dat per vereniging tot de volgende structurele gemeentelijke bijdrage:

13

aandeel gemeente in totale kosten LTV Raamsdonksveer TV De Schans totaal

25% 6.800 4.200 11.000

50% 13.500 8.500 22.000

75% 20.300 12.700 33.000

100% 27.100 16.900 44.000

Tabel 10: structurele gemeentelijke bijdrage

Het verdient aanbeveling om de bijdrage jaarlijks te indexeren zonder verdere discussie over nut en noodzaak. Zodoende weten de verenigingen waar ze structureel op kunnen rekenen en dat biedt zekerheid.

14

6.

Strategische uitgangspunten

In dit hoofdstuk worden strategische uitgangspunten voor het buitensportaccommodatiebeleid geformuleerd op het gebied van: 1. Definitie basisvoorzieningen buitensport. 2. Hanteren planningsrichtlijnen buitensportaccommodaties. 3. Kwaliteit onderhoud en instandhouding buitensportaccommodaties. 4. Duurzaamheid van buitensportaccommodaties. 5. Toegankelijkheid buitensportaccommodaties. 6. Rol buitensportverenigingen. 7. Financiën. Voordat op deze thema’s uitgangspunten worden geformuleerd wordt in de volgende paragraaf de waarde beschreven die de gemeente verbindt aan de buitensportaccommodaties en de verenigingen.

6.1

Waarde (buiten)sport

Zoals in de inleiding al is verwoord, spelen sport en bewegen voor vele duizenden inwoners van Geertruidenberg een belangrijke rol in het dagelijks leven. Sport is voor jong en oud ontspannend en draagt bij aan de gezondheid en aan de fysieke, mentale en sociale ontwikkeling en weerbaarheid. Het bevordert een actieve leefstijl en de kwaliteit van het leven. Mensen zijn actief of als vrijwilliger lid van een vereniging omdat dit voor hen, met hart voor de club, het leukst denkbare tijdverdrijf is. En hoewel steeds meer mensen de weg weten te vinden naar sportscholen en ook de buitenruimte benutten om sportief te bewegen, geven de meeste Nederlanders aan de meeste voldoening te halen uit sport in verenigingsverband. In geen ander land is de verenigingscultuur zo ingebakken als in de Nederlandse samenleving. Sporten in verenigingsverband is van onschatbare waarde. Mensen ontmoeten elkaar bij de vereniging, organiseren en begeleiden er samen activiteiten en de jeugd ontwikkelt er sociale en sportieve vaardigheden. De buitensportverenigingen in Geertruidenberg staan er goed op, maar staan wel voor organisatorische en financiële uitdagingen. Het bestuurs- en organisatiewerk wordt complexer en veeleisender, veel taken rusten op (te) weinig schouders en inkomsten uit contributies, sponsoring en kantines fluctueren.

Uit de constatering dat sport en sportverenigingen belangrijk zijn voor de sociale binding en de leefbaarheid in Geertruidenberg, volgt dat voldoende en kwalitatief goed ingerichte en onderhouden sportaccommodaties nodig zijn om dit alles te faciliteren. In de volgende paragrafen worden de uitgangspunten hiervoor verder uitgewerkt.

6.2

Basisvoorzieningen

Om de verantwoordelijkheid van de gemeente ten aanzien van sportaccommodaties te definiëren wordt vaak gesproken over basisvoorzieningen. In algemene zin zijn dit de voorzieningen die noodzakelijk zijn om sport te kunnen beoefenen. Op het gebied van de buitensport heeft dit in de gemeente Geertruidenberg betrekking op: Gebouwen: kleedkamers, scheidsrechtersruimtes/verzorgingsruimtes en bergingen. Velden. Terreininstallatie: speelveldafzetting (hoofdveld), doelen, doelnetten, ballenvangers, trainingsveldverlichting en beregeningsinstallaties. Overig: verhardingen, beplantingen, parkeerterreinen, fietsenstallingen en de afrastering rondom het complex. De huidige verdeling van verantwoordelijkheden tussen gemeente en verenigingen is vastgelegd in een ‘kruisjeslijst’ (zie bijlage 2). Daaruit blijkt dat voor de basisvoorzieningen geldt, dat de gemeente in beginsel verantwoordelijk is voor de eerste aanleg en (met uitzondering van de doelnetten, trainingsveldverlichting, verhardingen 4 en fietsenstallingen) voor het groot onderhoud en het vervangingsonderhoud. Niet-basisvoorzieningen als kantines, bestuurskamers, dug-outs, tribunes, jeugdhonken, hoekvlaggen/-stokken, wedstrijdveldverlichting en reclameborden behoren volledig tot de verantwoordelijkheid van verenigingen.

4

In de contacten met de voetbalverenigingen is opgemerkt, dat onderscheid kan worden gemaakt tussen verhardingen rondom de velden (behorende tot de basisvoorzieningen) en verhardingen elders op het terrein.

15

Bij deze definitie van basisvoorzieningen gelden de volgende kanttekeningen: De wijze waarop de gemeente Geertruidenberg basisvoorzieningen op het gebied van de buitensport heeft gedefinieerd, is vergelijkbaar met de meeste andere gemeenten in Nederland. Wel is in menig gemeente in de afgelopen decennia sprake geweest van privatisering van delen van buitensportaccommodaties naar verenigingen en is in de afgelopen jaren weer een trend van deprivatisering (gemeenten die verantwoordelijkheden van verenigingen weer terugnemen) zichtbaar. De definitie van basisvoorzieningen heeft vooral betrekking op de veldsporten. Bij tennis is van oudsher sprake van een geprivatiseerde situatie, waarin tennisverenigingen (vrijwel) volledig zelf verantwoordelijk zijn en gemeenten op afstand staan (zie ook hoofdstuk 5). De gemeente zet zich in om het aanbod van basisvoorzieningen af te stemmen op de behoefte. Voor zover aanwezig hanteert de gemeente hiervoor planningsrichtlijnen die door sportbonden zijn opgesteld. Op andere onderdelen (bijvoorbeeld de terreininstallatie) moet in overleg met verenigingen worden bepaald wat een voldoende, toereikend voorzieningenniveau is. De eerder vermelde ‘kruisjeslijst’ met de verdeling van verantwoordelijkheden tussen gemeente en verenigingen wordt in grote lijnen nageleefd.

6.3

Planningsrichtlijnen

Voor de buitensportaccommodaties zijn voor onder meer voetbal, hockey, tennis en handbal door de betreffende sportbonden planningsrichtlijnen opgesteld. Op basis van deze richtlijnen kan worden vastgesteld hoeveel wedstrijd- en trainingsvelden nodig zijn om de betreffende verenigingen en leden in de gelegenheid te stellen hun sport te beoefenen. Voor de toekomstige afstemming van vraag naar en aanbod van buitensportaccommodaties in Geertruidenberg gelden de volgende uitgangspunten: Verenigingen zijn, op basis van de planningsrichtlijnen, zelf verantwoordelijk voor een passend gebruik van hun wedstrijden trainingsvelden. Als overbespeling van velden leidt tot extra onderhoud of versnelde vervangingsinvesteringen, dan is de gemeente hiervoor in beginsel niet verantwoordelijk. Daar waar sprake is van substantiële en structurele overcapaciteit, worden maatregelen onderzocht en waar mogelijk genomen om aan deze onwenselijke situatie een einde te maken en het aanbod beter af te stemmen op de (ontwikkeling in de) vraag. De gemeente kan zelf bepalen wat zij onder ‘substantieel’ verstaat, maar er wordt voorgesteld om daarvoor uit te gaan van een overcapaciteit op de drukste wedstrijddag van twee of meer velden. Van ‘structurele’ overcapaciteit is sprake op het moment dat er in de nabije toekomst geen zicht is op een ledengroei die de overcapaciteit laat verdwijnen.

De gemeente investeert niet in capaciteitsuitbreiding bij een vereniging met een capaciteitstekort, zolang er elders binnen de gemeente nog sprake is van substantiële overcapaciteit bij een vereniging die dezelfde sport (lees: voetbal) beoefent. In geval van knelpunten stimuleert de gemeente, dat verenigingen door middel van afstemming/samenwerking efficiënter gebruik maken van de beschikbare capaciteit. Ten aanzien van (commercieel) medegebruik van de accommodatie door verhuur daarvan door de betreffende vereniging geldt, dat dit niet tot capaciteitsknelpunten dan wel overbespeling mag leiden. Daar waar het zorgt voor extra kosten voor de gemeente – bijvoorbeeld voor extra onderhoud of het eerder vervangen van (de toplaag van) velden – dienen die aan de betreffende vereniging te worden doorbelast. Het is immers ongewenst, dat de gemeente extra kosten maakt omwille van het faciliteren van (met name commercieel) medegebruik. Sowieso dient in de nieuwe huurovereenkomst eenduidig te worden vastgelegd, hoe met (commercieel) medegebruik wordt omgegaan en hoe de bijbehorende baten (en lasten) tussen de vereniging en de gemeente worden verdeeld. Overigens is ook in de huidige huurovereenkomsten opgenomen, dat verenigingen alleen met schriftelijke toestemming van het college het gehuurde (waaronder de velden) mogen onderverhuren.

6.4

Kwaliteit

Om de kwaliteit van de buitensportaccommodaties te kunnen waarborgen is voldoende budget nodig voor onderhoud en instandhouding. Om te bepalen wat het benodigde structurele budget is, moeten periodiek inspecties worden uitgevoerd naar de kwaliteit van de accommodaties. Deze inspecties zijn de basis voor de op te stellen meerjaren onderhoudsplannen (MJOP’s). Deze plannen geven inzicht in wat nodig is om de kwaliteit van de basisvoorzieningen minimaal op een door de gemeente vastgesteld voldoende niveau te houden, dan wel te brengen als sprake is van achterstallig onderhoud.

16

Voor een adequaat inzicht is het van belang dat kwaliteitsinspecties en MJOP’s periodiek worden geactualiseerd, bijvoorbeeld eens in de vier jaar. Door Kiwa ISA Sport BV wordt periodiek de kwaliteit van de sportvelden beoordeeld. De laatste beoordeling dateert van 30 september 2020 en heeft betrekking op de kwaliteit van de natuurgrasvelden op de kenmerken bodem, waterhuishouding, vlakheid en grasbestand. De kwaliteit van vrijwel alle 17 natuurgrasvelden van de sportparken in Raamsdonkveer, Raamsdonk en Geertruidenberg wordt als redelijk beoordeeld. In december 2019 is een onderhoudsplan voor de gemeentelijke gebouwen uitgebracht (waaronder de gemeentelijke opstallen op de buitensportaccommodaties) en in maart 2021 zijn de nieuwe MJOP’s voor de velden en overige faciliteiten opgeleverd. Uit de gesprekken die met de verenigingen zijn gevoerd, is overigens op te maken dat zij in algemene zin tevreden zijn met de kwaliteit van hun accommodaties. Voor adequate inspecties en draagvlak voor de MJOP’s is het van belang dat ter zake kundige vrijwilligers van de verenigingen bij het opstellen worden betrokken. Dat geldt niet alleen op het moment dat de accommodaties worden geïnspecteerd, maar ook als met de betrokken aannemer wordt geëvalueerd of de onderhoudsplannen naar behoren (lees: tevredenheid) zijn uitgevoerd.

Naast de MJOP’s betekent kwaliteit, dat aan de richtlijnen van de sportbonden met betrekking tot onder meer de veldverlichting wordt voldaan.

6.5

Duurzaamheid

Duurzaamheid is en blijft de komende jaren een belangrijk thema. Het Activiteitenbesluit Milieubeheer is leidend bij het verduurzamen van buitensportaccommodaties. Dit besluit stelt onder meer dat alle energiebesparende maatregelen getroffen moeten worden met een terugverdientijd van vijf jaar of minder. De gemeente Geertruidenberg maakt in de komende jaren samen met verenigingen verder werk van het verduurzamen van de buitensportaccommodaties. Onder meer met een gratis energiescan worden de verenigingen hierin ondersteund. Verder maken verenigingen gebruik van Sport-Stroom, een organisatie die sportverenigingen ondersteunt bij het verduurzamen van sportaccommodatie met subsidiegelden uit de BOSA-regeling. In veel gemeenten vindt georganiseerde verduurzaming plaats onder de vlag van een Green Deal. Zo is er de landelijke Green Deal sportvelden, waarin is vastgelegd dat vanaf 2020 geen gewasbeschermingsmiddelen meer worden gebruikt op te sportvelden. Geertruidenberg is hier nog niet bij aangesloten. In lokale Green Deals voor sportvoorzieningen worden maatregelen uitgewerkt op bijvoorbeeld het gebied van circulariteit, klimaatadaptatie en opwerking van energie. Wel is ten behoeve van de verduurzaming van de accommodaties de verordening ‘Stimuleringslening duurzaamheid sportaccommodaties’ opgesteld.

Een nieuwe ontwikkeling is de Routekaart verduurzaming sport die op 23 januari 2020 is ondertekend door onder meer NOC*NSF, het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport, de vereniging Sport en Gemeenten en provincies. Hiermee wil de sportsector een bijdrage leveren aan de ambities uit het Klimaatakkoord en met name aan het CO2 neutraal maken van de sportaccommodaties in minder dan 10 jaar. De gemeente Geertruidenberg en de buitensportverenigingen staan voor de keuze om aan te sluiten bij deze Routekaart. In het volgende overzicht zijn richtlijnen c.q. maatregelen uit de praktijk opgenomen, die als handvat kunnen dienen bij het verder verduurzamen van de buitensportaccommodaties in Geertruidenberg.

17

Verduurzaming buitensportaccommodaties Gebouwen

Zonnepanelen/-collectoren Waterbesparende kranen en douches Warmtewaterterugwinning douches Schakeling verlichting kleedruimten en toiletten door bewegingsmelders Ledverlichting Onderhoudsarme/-vrije materialen Gescheiden riolering All-electric (geen gasaansluiting)

Natuurgrasvelden

Minimaal/geen gebruik chemische middelen ter voorkoming uitspoeling van nutriënten

Kunstgrasvelden

Hoge slijtvastheid Geen uitloop van milieubelastende stoffen (infill) Gegarandeerde minimale levensduur van 12 jaar (watervelden hockey 10 jaar) Recyclebaar Drainage aansluiten op open water of infiltratie in bodem

Omheining en ballenvangers

Recyclebaar

Inrichting (dug-outs en dergelijke)

Demontabel en recyclebaar Hout met FSC-keurmerk

Verlichting

Led-verlichting per speelhelft te bedienen

Tabel 11: handvat verduurzaming buitensportaccommodaties

6.6

Toegankelijkheid

Sinds 14 juli 2016 geldt het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Het doel van dit verdrag is dat de positie van mensen met een beperking verbetert. In relatie hiermee is op 1 januari 2017 het artikel 2a van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte in werking getreden. Dit artikel bepaalt dat aanbieders van goederen en diensten geleidelijk aan zorg moeten dragen voor de algemene toegankelijkheid voor mensen met een beperking. Ook de gemeente Geertruidenberg stelt zich op het standpunt dat de bereikbaarheid en toegankelijkheid van gemeentelijk vastgoed met een publieksfunctie mogelijk is voor zelfstandig gebruik door mensen met een beperking. Daar waar mogelijk en in aansluiting op de wensen en behoeften van mensen met een beperking wordt samen met verenigingen gezocht naar mogelijkheden om de accommodaties voor iedereen bereikbaar en toegankelijk te houden. Hiervoor is een buurtsportcoach aangesteld en heeft de gemeente Geertruidenberg een samenwerkingsovereenkomst gesloten met Sportloket Aangepast Sporten West-Brabant (Uniek Sporten).

In samenspraak met de buitensportverenigingen is een beknopte inventarisatie uitgevoerd met als belangrijkste bevindingen: De huidige mate van toegankelijkheid van velden/banen, kantines, toiletten en kleedruimten: Het clubgebouw van DDHC is rolstoeltoegankelijk, maar hier wordt weinig gebruik van gemaakt. Het nieuwe clubgebouw van RFC beschikt over een mindervaliden toilet (zat niet in het oorspronkelijke plan, maar is daar op aangepast). HMC wil – mogelijk samen met DDHC – een mindervaliden toilet realiseren, maar geeft aan dat het budget van € 5.000 wat daarvoor beschikbaar is moet worden verruimd tot € 20.000. Verenigingen geven tegelijkertijd aan dat de behoefte/vraag naar mindervaliden toiletten nihil is. Het aantal mensen met een beperking dat al gebruikmaakt van de buitensportaccommodaties in Geertruidenberg is vooralsnog zeer beperkt. DDHC geeft aan dat zij mogelijk G-hockey gaat introduceren. Ondanks de beperkte behoefte nemen verenigingen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid op dit gebied serieus. Zo is door DDHC de fietsenstalling geschikt gemaakt voor mindervaliden en door HMC is het verzoek gedaan een mindervaliden toilet in het clubgebouw te realiseren. Deze voorzieningen kunnen mogelijk ook door mindervalide bezoekers/leden van buurverenigingen worden benut.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=51f51cc8-8336-47b6-ac7f-c8a21fa18198