Bijlage 9.4 MidZuid Ontwerpbegroting 2026
Tekst van het document
Het macrobudget voor de SW is gefixeerd op een vast bedrag, dat alleen voor loon- en prijsontwikkelingen wordt aangepast. Het macrobudget bestaat uit een prijscomponent (P) en een volumecomponent (Q). De gevolgde methodiek is dat het macrobudget gelijk blijft en dat mutaties in de Q leiden tot aanpassingen in de P. Als landelijk het volume achterblijft dan zal de prijscomponent per fte stijgen en andersom. Dit brengt risico’s met zich mee die moeilijk zijn in te schatten. In de begroting is rekening gehouden met de laatst bekende cijfers (september-circulaire 2024). In opdracht van het ministerie heeft Berenschot de 2e thermometer Wsw uitgevoerd (over de jaren 2015-2016), waaruit blijkt dat als gevolg van rijks bezuinigingen ook in de komende jaren sprake is van een forse financiële problematiek rond de SWfinanciering. Dit kan volgens Berenschot niet worden opgevangen met verbeteringen in het operationele resultaat. Dit betekent dat aanvullende middelen nodig zijn. Volgens de staatssecretaris zijn deze middelen via het IBP (interbestuurlijk programma) beschikbaar, maar deze mening wordt niet gedeeld door Cedris en de VNG. Uit het vervolgonderzoek van Berenschot in 2023 naar de infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven blijkt nogmaals de problematiek rond de financiering. Dit onderzoek is uitgevoerd in een gezamenlijke opdracht van Het ministerie van SZW, VNG en Cedris.
Hierdoor is er een breed draagvlak over de uitkomsten hiervan, wat resulteert in breed politiek draagvlak voor verbeteringen van deze financiering. Er zijn vanuit SZW hierin voorstellen gedaan tot verbetering, maar deze zijn nog niet bekrachtigd. Vorenstaande risico’s dragen in sterke mate een politiek karakter en kunnen niet goed worden gekwantificeerd.
-
De bijdrage per arbeidsjaar waarmee in de begroting is gerekend, is gebaseerd op de septembercirculaire 2024 en bedraagt voor het jaar 2026 € 39.165. Indien de situatie zich voordoet dat landelijk de uitstroom in 2024 en 2025 lager blijkt te zijn dan
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 10 april 2025
Pagina 29 van 46
waarmee rekening is gehouden zou het budget verder kunnen dalen. Voor 2026 kan dit risico maximaal € 425.000 bedragen. De kans hierop wordt ingeschat op 50%. -
Het risico bestaat dat de uitstroom van de Wsw-medewerkers bij WAVA ten opzichte van de in het budget berekende blijfkans achterblijft. Door de systematiek van T-1 betekent dit dat WAVA in die omstandigheid voor het verschil van de medewerkers de salarislasten voor één jaar moet voorfinancieren. Het risico voor 2026 wordt ingeschat op maximaal 9 arbeidsjaren (loonkosten € 347.000). De kans dat dit risico zich voordoet wordt ingeschat op 25%.
Risico’s met betrekking tot de overhead en het exploitatieresultaat: -
Het niet geheel realiseren van de begrote netto-opbrengst. De omzet wordt deels gerealiseerd bij de deelnemende gemeenten en deels op de vrije markt. De mogelijkheden om de begrote omzet te realiseren zijn dan ook afhankelijk van de takenpakketten van onze deelnemende gemeenten en van de economische- en marktsituatie. De begrote omzetten zijn zo goed als mogelijk ingeschat, maar door veranderende omstandigheden bestaat het risico dat deze niet worden gehaald. De omvang van het risico is € 314.000 en de kans van optreden is normaliter minder dan 50%.
-
Voor het realiseren van omzet is het nodig om voldoende mensen te hebben die bij de diverse PMC’s kunnen worden ingezet. De terugloop van het aantal SW-medewerkers heeft hierop een negatief effect. In de begroting is ermee rekening gehouden dat deze terugloop voor een belangrijk deel kan worden gecompenseerd door medewerkers die via Beschut Werk of P-banen instromen, alsmede door de begeleidingsvergoeding die zij meebrengen. Als deze verwachtingen niet uitkomen kan het gaan voorkomen dat opdrachten niet kunnen worden geaccepteerd of teruggegeven moeten worden. Het financieel risico hiervan wordt ingeschat op € 480.000 en de kans daarop wordt geschat op 50%.
Als alle hier genoemde risico’s (exclusief de risico’s die betrekking hebben op de subsidiesystematiek) zich tegelijk zouden voordoen maal de kans, dan zou dat een bedrag omvatten van € 397.000. Hiertegenover staat een geraamde weerstandscapaciteit na resultaat bestemming 2024 van € 1.760.000. Hierbij wordt nog opgemerkt dat de kans dat alle hiervoor genoemde risico’s zich tegelijk zullen voordoen zeer klein is. Hierna is een overzicht opgenomen van het verwachte verloop van de reserves.
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 10 april 2025
Pagina 30 van 46
Overzicht verloop reserves Bedragen * € 1.000
Begrotingsjaar 2026 Saldo 1-1
Bij
Af
Meerjarenraming (saldi 31-12) Saldo 31-12
2027
2028
2029
Algemene reserve Resultaat lopend jaar
1.660 -
-
-
1.660 -
1.660
1.660 -
1.660 -
Totaal reserves
1.660
-
-
1.660
1.660
1.660
1.660
Het saldo per 1 januari 2026 is het reserve bedrag € 1.660.000. Dit bedrag ontstaat uit de algemene reserve per einde 2024 van € 1.348.000 (voor resultaatbestemming 2024) met daaraan toegevoegd het verwachte resultaat over 2024 van € 312.000, waarna een saldo resteert dat binnen de bandbreedte van de maximale aan te houden algemene reserve van GR WAVA valt conform het reservebeleid. Voorzieningen Bij het beoordelen van de financiële positie is het ook van belang of de voorzieningen op peil zijn. De GR WAVA beschikt ultimo 2024 over een voorziening voor groot onderhoud. Deze is nader toegelicht, inclusief een overzicht van het verloop, in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. Op grond van de thans aanwezige kennis kan worden geconcludeerd dat de omvang van de voorzieningen toereikend is. Financiële positie en kengetallen Door middel van onderstaande kengetallen wordt inzicht gegeven in de financiële positie van GR WAVA. De netto schuldquote geeft de verhouding weer tussen schulden minus vorderingen en overige opbrengsten. Een netto schuldquote tussen 0% en 90% wordt als normaal beschouwd. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin men in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Dit kengetal geeft het percentage eigen vermogen weer ten opzichte van het totale vermogen. De minimumnorm voor deze ratio wordt gesteld op 30%.
Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Begroting 2026 Kengetallen
Netto schuldquote Netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Verloop van de kengetallen Jaarrek. Begroting: 2024 2025
2026
2027
2028
2029
11,8%
19,6%
17,4%
15,1%
31,2%
30,5%
11,8% 17,6% 3,2%
19,6% 18,9% 0,0%
17,4% 18,5% 0,0%
15,1% 13,2% 0,0%
31,2% 13,4% 0,0%
30,5% 13,6% 0,0%
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 10 april 2025
Pagina 31 van 46
De netto schuldquote fluctueert de komende jaren. Dit komt doordat in 2025 met uitloop naar 2026 groot onderhoud staat gepland inzake de huisvesting, wat gepaard gaat met een stijging van de schuldquote, doordat de daarvoor gereserveerde gelden in het verleden zijn aangewend voor aflossing op langlopende schulden. In 2028 neemt de netto schuldquote toe als gevolg van de geplande investeringen in energiebesparende maatregelen om tijdig tot een energielabel-A te komen. De solvabiliteitsratio voldoet nog niet aan de hiervoor genoemde minimumnorm, hetgeen te maken heeft met in het verleden aangetrokken leningen. De daling van de solvabiliteit eind 2027 komt door de extra lening voor de investeringen in 2028. Het is bij de GR WAVA niet de bedoeling om structureel (positieve) resultaten te boeken, maar om een sluitende exploitatie te hebben, hetgeen ook tot uitdrukking komt in het kengetal structurele exploitatieruimte.
3.3 Meerjarig risico In de meerjarencijfers is de gemeentelijke bijdrage hoger dan in de herziene begroting 2025. In basis laat de gemeentelijke bijdrage weer wel een meer stabiele ontwikkeling zien. De stijging in 2026 ten opzichte van de herziene begroting 2025 is in basis de normale indexering. Daarnaast speelt dat de compensatie voor betaalde transitievergoeding aan medewerkers die ziek uit dienst gaan halverwege 2026 wordt afgeschaft. Dit resulteert in 2026 in een extra last van € 150.000. Voor 2027 komt daar nog eens € 150.000 extra bij omdat er dan voor een heel jaar geen compensatie meer wordt ontvangen. De stijging in 2028 is al eerder in samenspraak met de gemeenten opgenomen inzake de verduurzaming van het bedrijfspand. Op basis van de huidige ontwikkelingen is dat het meest reële beeld. Er vinden uitvoerige gesprekken plaats met het bestuur en de deelnemende gemeenten om tot een passend financieel perspectief te komen. Zoals vermeld is onderzoeksbureau Berenschot hierbij betrokken om als onafhankelijke externe partij hierop te kunnen reflecteren. Verder wordt er binnen MidZuid steeds gezocht naar mogelijkheden om verdere besparingen te kunnen realiseren. Desalniettemin worden we ook geconfronteerd met extra kosten als gevolg van verduurzamingseisen voor het wagenpark door onze opdrachtgevers.
MidZuid onderkent de noodzaak om heel efficiënt georganiseerd te blijven, waarbij strak wordt gestuurd op de inzet van formatieruimte. Een en ander wordt versterkt door het besef dat in 2026 de gemeenten geconfronteerd worden met een korting op hun begroting, onder meer door het afschaffen van de normeringssystematiek en het voornemen van de Rijksoverheid om de opschalingskorting vanaf 2026 weer te gaan innen.
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 10 april 2025
Pagina 32 van 46
3.4 Onderhoud kapitaalgoederen De activiteiten van de GR WAVA zijn erop gericht de kapitaalgoederen, bestaande uit materiële vaste activa, voorraden en vorderingen goed te beheren. Het daartoe noodzakelijke onderhoud zal worden uitgevoerd. Algemeen De GR WAVA heeft de gebouwen aan de Esdoornlaan en Wilhelminakanaal Noord te Oosterhout in eigendom. In 2017 is op basis van een integrale inspectie de onderhoudstoestand opnieuw in beeld gebracht en begin 2021 is de onderhoudsplanning geactualiseerd. Bij het opstellen van de begroting 2026 is de uitvoeringsplanning van het groot onderhoud geactualiseerd en zijn de opgenomen prijzen geïndexeerd. Het plan heeft ook als leidraad gediend voor het begrote bedrag aan uit te voeren onderhoud en als onderbouwing voor het verloop van de voorziening onderhoud. Overigens wordt gestreefd naar optimalisatie van de verhouding tussen kosten en de hinder door werkzaamheden. Dit vindt onder meer plaats door onderdelen te bundelen en zodoende kostentechnische en planning-technische voordelen te behalen. Hierdoor kunnen onderdelen tussen de verschillende jaren doorschuiven. Voorop staat de instandhouding van de activa op het overeengekomen niveau. Financiële consequenties Alle kosten van doorlopend onderhoud aan gebouwen en installaties e.d. worden in de resultatenrekening opgenomen.
In het kader van het groot onderhoud is een voorziening voor het groot onderhoud beschikbaar. Zoals vermeld is in 2017 een inventarisatie van de onderhoudstoestand uitgevoerd, met daaraan gekoppeld een actualisatie begin 2025 van de onderhoudsprognose. Op basis daarvan is de voorziening geactualiseerd; ook zijn de dotaties en onttrekkingen in de begrote cijfers hierop gebaseerd. Onderstaand is een overzicht opgenomen van het verwachte verloop van de voorziening onderhoud. Overzicht verloop onderhoudsvoorziening Bedragen * € 1.000
Voorziening onderhoud
Begrotingsjaar 2025 Saldo 1-1
Bij
2.166
359
Meerjarenraming (saldi 31-12) 2026 2027
2028
2029
259
43
Af Saldo 31-12 2.497
28
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 10 april 2025
234
530
Pagina 33 van 46
3.5 Financiering De GR WAVA is in de afgelopen jaren sterk afhankelijk gebleken van externe financiering. Dit wordt veroorzaakt door het ontbreken van voldoende eigen vermogen. Van het verloop van de langlopende leningen in het begrotingsjaar 2026 kan het volgende overzicht worden gegeven: 1
2
3
4
5
6
begroot 1.000.000
begroot 1.000.000
begroot 1.600.000
begroot 2.500.000
begroot
begroot
Ingangsdatum Looptijd tot
29-dec-2021 29-dec-2026
29-dec-2022 29-dec-2027
28-dec-2023 29-dec-2027
30-dec-2024 29-dec-2028
31-dec-2025 29-dec-2029
29-dec-2026 29-dec-2029
Aflossing
op einddatum
op einddatum
op einddatum
op einddatum
op einddatum
op einddatum
3,50%
Oorspronkelijk bedrag
Rentepercentage
0,15%
3,31%
2,74%
2,70%
3,50%
Restantbedrag 1 januari 2026
1.000.000
1.000.000
1.600.000
2.500.000
1.500.000
Aflossing in 2026 Nieuwe lening 2026
-1.000.000 -
Restantbedrag 31 dec. 2026
-
1.000.000
1.600.000
2.500.000
1.500.000
Totaal
-
7.600.000
1.000.000
-1.000.000 1.000.000
1.000.000
7.600.000
Oorspronkelijk was sprake van leningen van totaal € 11 miljoen, waarvan € 5 miljoen ter financiering voor de aankoop van het pand en € 6 miljoen voor verliesfinanciering. De laatste lening is in 2014 overgesloten voor een bedrag van € 5 miljoen. Vanwege effectief uitgevoerd treasurybeleid is het geld dat gereserveerd stond voor het uitvoeren van groot onderhoud aan het pand ingezet om de hoofdsom tijdelijk te verlagen. Hiermee is een jaarlijkse rentebesparing gerealiseerd van zo’n € 60.000. Door de aflossingen is de totale schuld eind 2021 tijdelijk teruggelopen tot € 5.600.000, waar deze normaliter € 7.600.000 zou zijn. De overige leningen betreffen herfinanciering van de aflossingen op de lening inzake verliesfinanciering, met een uitbreiding van € 600.000 voor de financiering van een investering in het wagenpark, begin 2019 (bestuursbesluit 22 november 2018). De verwachting is dat de aflossingen in de toekomst geherfinancierd zullen worden. Dit komt doordat de reserves op maximaal staan en de bedragen daarboven normaliter aan de deelnemende gemeenten worden terugbetaald. Vanwege het geplande onderhoud is de verwachting dat de schuldpositie in 2025 toeneemt naar haar normale niveau. Hiermee komt het geld dat bestemd was voor het uitvoeren van het groot onderhoud aan het pand daarvoor weer beschikbaar.
Vanwege het steeds verder uitstellen van het groot onderhoud in afwachting van de nieuwbouwplannen neemt het risico steeds verder toe dat er acuut onderhoud uitgevoerd moet worden, zodat een noodzakelijk niveau aan Arboomstandigheden gewaarborgd blijft. Eind 2027 zal een extra lening van € 4 miljoen worden afgesloten voor de dekking van de uitgaven in het pand gedurende 2028 om tijdig tot een energielabel-A te komen.
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 10 april 2025
Pagina 34 van 46
Bij de BNG is een kredietfaciliteit beschikbaar van € 1 miljoen (met een intradaglimiet van € 1,5 miljoen). Het betalingsverkeer is volledig geautomatiseerd en verloopt middels een systeem van elektronisch bankieren. In lijn met de bepalingen van de wet FIDO is een treasurystatuut beschikbaar dat is geactualiseerd begin 2019. De GR WAVA voldoet aan alle verplichtingen inzake het Schatkistbankieren. Dagelijks wordt het saldo beoordeeld en indien nodig afgestort ten gunste van de centrale overheid. Gelet op de gemaakte afspraken met de deelnemende gemeenten, waarbij de begrote gemeentelijke bijdrage op kwartaalbasis vooraf wordt vergoed, wordt verwacht dat voorlopig geen beroep hoeft te worden gedaan op de kredietfaciliteit bij de BNG. Geprognosticeerde balans en EMU-saldo In bijlage 4 is de geprognosticeerde balans opgenomen, alsmede de ontwikkeling van het EMU-saldo. Daarnaar wordt verwezen.
3.6 Verbonden partijen Overzicht verbonden partijen De deelnemende gemeenten in de GR WAVA zijn: Altena, Drimmelen, Geertruidenberg en Oosterhout. Daarnaast zijn binnen de gemeenschappelijke regeling de volgende rechtspersonen aanwezig: -
MidZuid B.V., ten behoeve van het aangaan van samenwerkingsverbanden met derden, gericht op de verbetering van de mogelijkheden voor de uitvoering van de doelstelling van de GR WAVA. MidZuid B.V. is voor 100% eigendom van WAVA. Het resultaat van MidZuid B.V. wordt volledig verrekend met de GR WAVA.
-
MidZuid A.I.D. B.V.; is een 100% deelneming van MidZuid B.V. MidZuid A.I.D. B.V. is de entiteit waarin onder meer de werknemers vanuit andere contracten dan de WSW, ambtenaren en het regulier personeel worden verloond. De activiteiten van MidZuid A.I.D. B.V. worden volledig verrekend met MidZuid B.V.
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 10 april 2025
Pagina 35 van 46
4.
Begroting 2026 WSP Dongemond
4.1.
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de begroting 2026 van WSP Dongemond. De cijfers zijn gebaseerd op de herziene begroting 2025, waarbij de cijfers zijn geïndexeerd. In het najaar met de herziene begroting 2026 van MidZuid wordt het volledige jaarplan van WSP Dongemond opgenomen.
4.2. Begroting 2026 WSP Dongemond Bedragen * € 1
Begroting 2026
Herziene begroting 2025
Personele kosten voor aansturing, accountmanagement, nazorg en administratieve ondersteuning
693.000
825.000
Inhuur jobcoaching bij MidZuid 260 personen * 60% * 3 uur p/p
50.000
48.000
Organisatie evenementen
18.000
16.500
P.M.
P.M.
Uitvoeringskosten: Gebruik kantoorruimten Kosten ICT en telefonie Auto- en reiskosten Diversen (kopieerkosten e.d.) Kosten overhead Huur ruimte TINT
20.000 38.000 43.000 17.000 48.000 -
19.500 51.500 52.000 19.500 46.079 50.000
Totaal begrote kosten
927.000
1.128.079
Opbrengsten uit externe financieringsbronnen Opbrengsten uren projecten en inzet extern Opbrengst subsidies TINT
79.000 -
247.000 66.000
Gemeentelijke bijdrage
848.000
815.500
Totaal begrote opbrengsten
927.000
1.128.500
KOSTEN
Bijdrage in regionale kosten (participatie-event e.d.)
OPBRENGSTEN
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 10 april 2025
Pagina 36 van 46
4.3. Toelichting op begroting WSP en verdeling gemeentelijke bijdrage Algemene toelichting op de begroting van WSP Indexeringen In de begroting 2026 zijn bedragen ten opzichte van de herziene begroting 2025 als volgt geïndexeerd: -
De loonkosten zijn geïndexeerd met 5,1% op basis van de Loonvoet sector overheid 2026 uit de septembercirculaire 2024 (3.8% voor 2026 en een aanvulling van 1,3% over 2025)
-
De overige kosten zijn geïndexeerd met 2,4% conform de nationale consumentenprijsindex (CPI) 2026 uit de septembercirculaire 2024.
-
De gemeentelijke bijdrage is geïndexeerd met 3,94%, waarmee wordt aangesloten bij de indexering van MidZuid, zijnde het gewogen gemiddelde van loonvoet sector overheid 5,1% (3,8% voor 2026 en een aanvulling op de gebruikte loonvoetsector overheid van 1,3% over 2025) en de prijsontwikkeling netto materiële consumptie voor 2026 (2,2%) vanuit de september circulaire 2024 in een verhouding van 60% loonkosten en 40% overige kosten.
TINT In 2026 wordt de Technohub Inclusieve Technologie (TINT) ondergebracht bij MidZuid. Daarmee schuiven ook de daarbij behorende personele kosten en subsidie opbrengsten mee naar de begroting van MidZuid. Ontwikkeling Werkcentrum In 2026 is de planning dat het WSP onderdeel wordt van het Werkcentrum. Dit is een organisatorische verandering, maar de financieringssystematiek blijft ongewijzigd. De exploitatie van de individuele onderdelen (de WSP’s) blijven separaat gefinancierd worden door gemeenten, zoals altijd het geval is geweest. De bestaande DVO (tot eind 2025) zal derhalve verlengd dienen te worden. Toelichting op kosten Personele kosten De personele kosten hebben betrekking op reguliere medewerkers (totaal 7,75 fte; leiding 0,4 fte, werkgeversadviseurs 5,95 fte en matchers 1,4 fte) en enkele doelgroep medewerkers voor administratieve ondersteuning. Als gevolg van de verschuiving van de TINT vallen deze kosten voor 2026 lager uit. Nazorg en jobcoaching bij plaatsing De doelstelling voor 2026 is nog niet bekend, vandaar dat hier voorlopig nog wordt uitgegaan van de doelstelling van 260 duurzame plaatsingen (o.b.v. de doelstelling voor 2025) van Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 10 april 2025
Pagina 37 van 46
inwoners uit de deelnemende gemeenten. Dit betreft zowel mensen met een gemeentelijke uitkering op grond van de Participatiewet (60% van het totaal), als mensen met een WW- of Wajonguitkering en vanuit de Wsw. De nazorg geldt voor alle geplaatsten; de kosten van jobcoaching alleen voor mensen met een gemeentelijke uitkering. Voor de jobcoaching worden consulenten van MidZuid ingehuurd. De nazorg wordt uitgevoerd door de matchers, zodat de kosten daarvan onderdeel uitmaken van de personele kosten. Toelichting op opbrengsten In de begroting is, in lijn met de realisatie in 2024, rekening gehouden met de opbrengst uit externe financieringsbronnen onder meer als kostendekking voor georganiseerde evenementen. Gemeentelijke bijdrage De kosten van het WSP worden gedekt via een aparte gemeentelijke bijdrage. Vanwege de tijdsbesteding aan diverse regionale projecten zijn er regionaal meer opbrengsten behaald die voor kostendekking zorgen, waardoor de totale gemeentelijke bijdrage in de pas blijft lopen qua indexering met MidZuid. Voor de verdeling van de gemeentelijke bijdrage over de deelnemende gemeenten is in de dienstverleningsovereenkomst een verdeelsleutel opgenomen die is gebaseerd: -
voor 2/3 op het aantal bijstandsgerechtigden (bijstand, IOAW, IOAZ)
-
voor 1/3 op het aantal inwoners.
De peildatum voor deze aantallen is 30 juni van het jaar voorafgaande aan het begrotingsjaar. De basisgegevens voor de verdeling 2025, welke voorlopig ook voor 2026 zijn aangehouden zijn als volgt:
Gemeente
Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout
aantal inwoners
aantal uitkeringsdossiers
58.293 28.311 21.965 58.284 166.853
587 194 292 850 1.923
Volgens de hiervoor vermelde wegingsfactoren voor inwoners en uitkeringsdossiers wordt het aandeel van de gemeenten in de gemeentelijke bijdrage en taakstelling:
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 10 april 2025
Pagina 38 van 46
Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout
32,0% 12,4% 14,5% 41,1% 100,0%
Op basis van deze uitgangspunten wordt de gemeentelijke bijdrage voor WSP in 2026: Bedragen * € 1
Begroting 2026
Herziene begroting 2025
Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout
271.324 104.995 123.055 348.627 848.000
260.925 100.971 118.339 335.265 815.500
Overige dekking kosten 2026 Door de afgesloten SWO tussen MidZuid en Altena is er voldoende dekking beschikbaar voor de matcher binnen het WSP, die specifiek voor Altena wordt ingezet.
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 10 april 2025
Pagina 39 van 46
Bijlage 1: Voorlopige bijdrage per gemeente voor MidZuid De gemeentelijke bijdrage bestaat uit een bijdrage in de vaste lasten en een bijdrage in het subsidieresultaat c.q. om te komen tot een sluitende begroting. De bijdrage in de vaste lasten wordt over de gemeenten verdeeld op basis van een eerder vastgesteld omslagpercentage. De mutaties in de vaste lasten component bestaat uit de hogere kosten van onderhoud, de hogere rentekosten en de lagere huurinkomstenkomt. Hierdoor zijn de vaste lasten hoger. Verdeling vaste lasten:
Bedragen * € 1
Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout
Omslagfactor
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
26,83% 12,17% 15,61% 45,39%
158.312 71.819 92.091 267.778
167.435 75.958 97.398 283.209
266.446 120.876 154.994 450.684
266.446 120.876 154.994 450.684
100,00%
590.000
624.000
993.000
993.000
Voor de gemeentelijke bijdrage in het subsidieresultaat/begrotingssaldo is het aantal plaatsingen bepalend. Daarvoor is het aantal definitieve plaatsingen in 2024 als uitgangspunt genomen. Op grond van deze verdeling bedraagt de bijdrage per gemeente in het subsidieresultaat/begrotingssaldo: Verdeling subsidieresultaat / begrotingssaldo
Omslagfactor
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Altena Drimmelen Geertruidenberg
105 47 66
727.125 325.475 457.050
741.563 331.938 466.125
737.363 330.058 463.485
715.313 320.188 449.625
Oosterhout
182 400
1.260.350 2.770.000
1.285.375 2.825.000
1.278.095 2.809.000
1.239.875 2.725.000
Bedragen * € 1
Hierbij wordt nog opgemerkt dat bovengenoemde bedragen voorschotbedragen zijn. Bij de jaarrekening vindt een onderlinge verrekening plaats op basis van het werkelijk aantal plaatsingen in dat jaar.
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 10 april 2025
Pagina 40 van 46
De totale bijdrage per gemeente is opgenomen in onderstaande tabel:
Totale bijdrage per gemeente
Bedragen * € 1
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Altena Drimmelen Geertruidenberg
885.437 397.294 549.141
908.997 407.896 563.523
1.003.809 450.933 618.479
981.759 441.063 604.619
1.528.128 3.360.000
1.568.584 3.449.000
1.728.779 3.802.000
1.690.559 3.718.000
Oosterhout
Dit betekent ten opzichte van de herziene begroting 2025 de volgende wijzigingen: Bedragen * € 1.000
2026
2027
2028
Herziene begroting 2025: Totaal gemeentelijke bijdrage
3.081
3.020
3.373
Begroting 2026: Totaal gemeentelijke bijdrage
3.360
3.449
3.802
279
429
429
Verschil begroting-herziene begroting (- = herziene begroting is lager)
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 10 april 2025
2029
3.718
Pagina 41 van 46
Bijlage 2: (Financiële) uitgangspunten Hierna wordt een overzicht gegeven van de bij het opstellen van de begroting gehanteerde (financiële) uitgangspunten voor de diverse begrotingsposten: -
De begroting is opgemaakt op basis van de meest recente gegevens en inzichten. De basis voor deze begroting wordt gevormd door de meerjarencijfers uit de herziene begroting 2025, rekening houdende met verwachte indexeringen op basis van de septembercirculaire en met tussentijdse ontwikkelingen die aanpassing van deze cijfers noodzakelijk maken.
-
De kosten en opbrengsten worden zo zuiver mogelijk toegerekend aan de diverse posten in de begroting.
-
De laatste bekende begrotingscijfers van het macrobudget voor de subsidie van het Rijk m.b.t. de uitvoering van de Wsw worden als uitgangspunt genomen voor het te verwachten subsidiebedrag. Dit betekent dat de cijfers van de septembercirculaire 2024 zijn aangehouden voor wat betreft de rijkssubsidie Wsw voor 2026 en volgende jaren. De macrocijfers kunnen aangepast worden aan eventuele ontwikkelingen betreffende de hoogte van het wettelijk minimumloon (WML) en de lonen in de gesubsidieerde sector. Dit wordt pas bekend in de loop van het begrotingsjaar. Hiermee is, conform bestendige gedragslijn, geen rekening gehouden. Binnen het macrobudget is sprake van een prijscomponent (P) en een volumecomponent (Q). Afwijkingen in het volume kunnen effect hebben op de prijs. Dit kan financiële risico’s met zich meebrengen.
-
Voor de Wsw is rekening gehouden met een teruglopend personeelsbestand. Deze terugloop is enerzijds gebaseerd op de ‘blijfkans’ volgens het rijksbudget met betrekking tot de deelnemende gemeenten en de daaruit voortvloeiende volumecomponent (Q). Anderzijds is deze gebaseerd op de verwachte daadwerkelijke uitstroom bij GR WAVA. Het aldus bepaalde aantal is bepalend geweest voor zowel de begrote rijkssubsidie als ook voor de berekening van de formatie/salariskosten Wswmedewerkers.
-
Voor Beschut Werk is uitgegaan van opbrengsten in de vorm van loonkostensubsidie en een begeleidingsvergoeding (€ 11.876 per medewerker). Het saldo op Beschut Werk is afzonderlijk zichtbaar gemaakt in de staat van baten en lasten. Het aantal medewerkers Beschut Werk voor 2026 is gebaseerd op de eind 2023 door het ministerie gepubliceerde aantallen (taakstelling ultimo jaar). Voor 2025 en volgende is het aantal hierop gebaseerd, aangepast aan de budgetontwikkeling met een doorlopende stijging vanaf 2026. Deze aantallen zijn teruggerekend naar gemiddelden over het jaar.
-
Voor 2025 is uitgegaan van 97 medewerkers die werkzaam zijn via een participatiebaan. Voor de jaren erna is dit aantal jaarlijks met 5 verhoogd. Verder is voor deze doelgroep rekening gehouden met een begeleidingsvergoeding van
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 10 april 2025
Pagina 42 van 46
gemiddeld € 5.784 per persoon. Het saldo op de doelgroep participatiebanen is afzonderlijk zichtbaar gemaakt in de staat van baten en lasten. -
De loonkosten van de SW-medewerkers zijn gebaseerd op de cao SW. Op grond van deze cao volgt de loonontwikkeling de prijsontwikkeling van het rijksbudget (LPO) resp. het wettelijk minimumloon. De nieuwe cao-SW loopt van 2021 – 2025, waarin de systematiek uit de vorige cao voor wat betreft het berekenen van de algemene loonstijgingen is voortgezet.
-
De loonkosten van het reguliere personeel zijn gebaseerd op de cao-gemeenten en de daarin gemaakte afspraken voor loonontwikkeling. Ten opzichte van de herziene begroting 2025 is uitgegaan van een loonstijging van 5,1% in 2026 op basis van de loonvoet sector overheid (3,8% voor 2026 en een aanvulling op de gebruikte loonvoetsector overheid van 1,3% over 2025).
-
De loonkosten van de overige medewerkers (nieuw beschut, participatiebanen) zijn gebaseerd op de cao “Aan de slag” en zijn voor 2026 geïndexeerd met 3%.
-
De prijzen 2026 zijn gebaseerd op 2025 welke geïndexeerd zijn naar 2026. Voor de indexering van de prijzen is in de begroting 2026 rekening gehouden met een indexering van 2,4% op basis van de nationale consumentenprijsindex 2026 uit de septembercirculaire van 2024. Voor de meerjarenbegroting is het prijspeil gelijk gehouden. Dit geldt zowel voor de kosten als opbrengsten.
-
De omzet wordt voornamelijk gerealiseerd binnen MidZuid B.V. en maakt daarmee onderdeel uit van het operationeel resultaat in de begroting. Voor 2026 is de omzet geïndexeerd met 3,94% en waar nodig geactualiseerd op de capaciteit ontwikkeling. Deze 3,94% is voorlopig gelijk gehouden aan de indexering op de gemeentelijke bijdrage. Bij de herziene begroting 2026 wordt deze geactualiseerd aan de daadwerkelijke prijsstijging over 2026.
-
Onder de vaste lasten wordt verstaan de kosten van het gebouw en de rentekosten van een lening uit het verleden. De vaste lasten worden volgens een vastgesteld percentage verdeeld over de deelnemende gemeenten (zie hiertoe bijlage 1).
-
De term overhead is bij de laatste wijziging van het BBV nader gedefinieerd. De onder overhead bij de GR WAVA in de begroting opgenomen kosten betreffen de ambtelijke medewerkers die werkzaam zijn in functies die binnen de nieuwe definitie van overhead vallen. In de geconsolideerde cijfers is ook een post overhead opgenomen. Aangezien MidZuid B.V. niet hoeft te voldoen aan de verslaggevingseisen van het BBV, wordt het begrip overhead in de geconsolideerde cijfers ruimer geïnterpreteerd. Deze overhead bestaat uit de algemene bedrijfskosten en de kosten van indirect personeel. Deze posten worden begroot op basis van een realistische inschatting van de ontwikkelingen op het gebied van volume, loon en prijs. De kosten van overhead worden geheel verrekend met de PMC’s.
-
Bij de PMC’s publieke dienstverlening en facilitaire dienstverlening wordt een belangrijk deel van de werkzaamheden uitgevoerd in opdracht van de deelnemende
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 10 april 2025
Pagina 43 van 46
gemeenten. Dat gebeurt juridisch onder het regime van quasi-inbesteding. Dat is mogelijk omdat deze omzet, en ook de omzet behaald bij bedrijven, valt onder de intentie van de opdracht van de gemeenten aan MidZuid B.V.. Daarmee wordt juridisch voldaan aan de eisen van quasi-inbesteding en past dit binnen de Europese regelgeving. Dit is getoetst door een specialist in Europees aanbestedingsrecht van AKD. -
Voor het bepalen van de hoogte van de post onvoorzien is uitgegaan van 2% van de loonkosten van het reguliere personeel van de GR WAVA en MidZuid B.V. (afgerond naar beneden). De verwachting is namelijk dat de grootste kans op onvoorziene uitgaven in de personele sfeer ligt (vervanging bij langdurige ziekte e.d.).
-
De gemeentelijke bijdrage blijft beperkt tot het subsidieresultaat en de vaste lasten. Doelstelling is dat de bedrijfsvoering over alle werksoorten samen neutraal verloopt. In de vergadering van het Dagelijks Bestuur van 24 november 2016 is de afspraak gemaakt dat de begroting (en meerjarenbegroting) sluitend moeten zijn. Dit heeft effect op de hoogte van de gemeentelijke bijdragen: de vaste lasten zijn geheel opgenomen in de gemeentelijke bijdrage; in de gemeentelijke bijdrage in het subsidieresultaat/begrotingssaldo worden nu, naast het subsidieresultaat, ook de overige exploitatieposten betrokken.
-
In de begroting is geen rekening gehouden met eventuele lasten in het kader van de vennootschapsbelasting. Begin 2016 heeft de belastingdienst bericht dat er, gelet op de activiteiten van de GR WAVA en de wijze waarop eventuele resultaten worden verrekend, geen sprake is van een winstoogmerk en dat daarom ook geen sprake is van vennootschapsbelastingplicht. Overigens is eind 2018 de Vpb-regelgeving voor sociale werkbedrijven aangepast, waardoor de mogelijkheden voor toepassing van de Vpb-vrijstelling voor SW-bedrijven duidelijker zijn geworden. Voor MidZuid B.V. wordt met terugwerkende kracht naar 2018 daar ook gebruik van gemaakt.
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 10 april 2025
Pagina 44 van 46
Bijlage 3: Begroting naar taakvelden Herziene begroting Begroting Meerjarenraming Bedragen * € 1.000
2025
2026
2027
2028
2029
35-
35-
35-
35-
35-
0.1 Bestuur Baten Lasten 0.4 Overhead Baten Lasten
-
-
-
-
-
0.5 Treasury Baten Lasten
168-
217-
252-
406-
406-
0.8 Overige baten en lasten Baten Lasten
100-
100-
100-
100-
100-
-
-
-
-
-
22.220 21.918-
22.718 22.366-
22.881 22.494-
23.473 22.932-
23.397 22.856-
-
-
-
-
-
22.220 22.220-
22.718 22.718-
22.881 22.881-
23.473 23.473-
23.397 23.397-
0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb) Baten Lasten 0.10 Mutatie reserves Baten Lasten 011. Resultaat van de rekening van baten en lasten Baten Lasten 6.4. Begeleide participatie Baten Lasten 6.5. Arbeidsparticipatie Baten Lasten Totalen taakvelden Baten Lasten Saldo
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 10 april 2025
Pagina 45 van 46
Bijlage 4: Geprognosticeerde balans en EMU-saldo Hieronder is een overzicht van het verwachte verloop van de balanscijfers opgenomen, alsmede de berekening van het EMU-saldo. Daarbij is gebruik gemaakt van de door de commissie BBV beschikbaar gestelde (berekenings)modellen. Geprognosticeerde balans: Begrotingsjaar T Bedragen * € 1.000
2026 T-2
Activa
T-1
T
T+1
T+2
T+3
31-12-2024 31-12-2025 31-12-2026 31-12-2027 31-12-2028 31-12-2029
(im) Materiële vaste activa Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekkingen Financiële vaste activa: Leningen Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar Totaal Vaste Activa
5.654 849 0 0 6.503
5.458 900
5.262 900
5.066 900
8.655 900
8.244 900
6.358
6.162
5.966
9.555
9.144
+
Voorraden: Onderhanden werk & Overige grond- en hulpstoffen Voorraden: Gereed product en handelsgoederen & vooruitbetalingen Uitzettingen <1 jaar Liquide middelen Overlopende activa Totaal Vlottende Activa
4.149 562 8 4.719
3.782 250 60 4.092
4.184 250 60 4.494
4.676 4.250 60 8.986
4.816 250 60 5.126
5.011 250 60 + 5.321
Totaal Activa
11.222
10.450
10.656
14.952
14.681
14.465
Passiva
0 0
31-12-2024 31-12-2025 31-12-2026 31-12-2027 31-12-2028 31-12-2029
Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schuld Totaal Vaste Passiva
1.972 2.166 5.600 9.738
1.972 28 7.600 9.600
1.972 234 7.600 9.806
1.972 530 11.600 14.102
1.972 259 11.600 13.831
1.972 43 11.600 + 13.615
Vlottende schuld Overlopende passiva Totaal Vlottende Passiva
1.034 450 1.484
450 400 850
450 400 850
450 400 850
450 400 850
450 400 + 850
Totaal Passiva
11.222
10.450
10.656
14.952
14.681
14.465
EMU-saldo: Bedragen * € 1.000
T-1
EMU-SALDO EMU-SALDO referentiewaarde Verschil EMU-saldo & referentiewaarde Financiële vaste activa
Kapitaalverstrekkingen en leningen Uitzettingen Activa Vlottende activa Uitzettingen Mutaties (1 Liquide middelen januari tot 31 Overlopende activa december) Vaste schuld Vaste Passiva Passiva Vlottende passiva Vlottende schuld Overlopende passiva Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 10 april 2025
T
T+1
T+2
T+3
2025 -1.942
2026 402
2027 492
2028 -3.860
2029 195
-1.942
402
492
-3.860
195
51 0 -367 -312 52 2.000 -584 -50 0
0 0 402 0 0 0 0 0 0
0 0 492 4.000 0 4.000 0 0 0
0 0 140 -4.000 0 0 0 0 0
0 0 195 0 0 0 0 0 0
Pagina 46 van 46