CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Toelichting met bijlagen

De raad debatteert 13 juni 2024, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Centraleweg 9, Geertruidenberg31.816 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Toelichting “Centraleweg 9, Geertruidenberg”

25 APRIL 2024 STATUS: VASTGESTELD

Toelichting "Centraleweg 9, Geertruidenberg" 24 april 2024 vastgesteld

Inhoud Hoofdstuk 1 Inleiding ............................................................................................................................ 4 1.1 Aanleiding en doel ...................................................................................................................... 4 1.2 Ligging en begrenzing plangebied.............................................................................................. 4 1.3 Geldende bestemmingsplannen ................................................................................................. 5 1.4 Leeswijzer................................................................................................................................... 5 Hoofdstuk 2 Beschrijving planvoornemen ............................................................................................ 6 2.1 Ontstaansgeschiedenis .............................................................................................................. 6 2.3 Bestaande situatie plangebied ................................................................................................... 6 2.2 Toekomstige situatie...................................................................................................................

8 Hoofdstuk 3 Beleidskader................................................................................................................... 10 3.1 Nationaal beleid ........................................................................................................................ 10 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ..................................................................................... 10 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening .................................................................... 11 2.1.3 Ladder voor duurzame ontwikkeling .................................................................................. 11 2.2 Provinciaal beleid ..................................................................................................................... 13 2.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant ......................................................................................... 13 2.2.2 Brabantse Omgevingsverordening en Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ..... 14 2.3 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................. 17 2.3.1 Omgevingsvisie ‘Geertruidenberg’ ....................................................................................

17 2.3.2 Welstandsnota 2012 .......................................................................................................... 18 2.3.3 Duurzaamheidsvisie en duurzaamheidsprogramma ......................................................... 19 Hoofdstuk 4 Milieuhygiënische en planologische verantwoording ..................................................... 21 4.1 Bodem ...................................................................................................................................... 21 4.2 Geluid ....................................................................................................................................... 24 4.3 Luchtkwaliteit ............................................................................................................................ 24 4.4 Bedrijven en milieuzonering ..................................................................................................... 26 4.5 Externe veiligheid ..................................................................................................................... 30 4.7 Geur .......................................................................................................................................... 32 4.8 Archeologie en cultuurhistorie ..................................................................................................

34 4.8.1 Archeologie ........................................................................................................................ 34 4.8.2 Cultuurhistorie ................................................................................................................... 35 4.9 Water ........................................................................................................................................ 37 4.9.1 Inleiding ............................................................................................................................. 37 4.9.2 Nationaal waterbeleid ........................................................................................................ 37 4.9.2 Provinciaal beleid .............................................................................................................. 38 4.9.2 Beleid waterschap ............................................................................................................. 39 4.9.3 Waterhuishouding plangebied ........................................................................................... 43 4.9.4 Compensatieopgave .......................................................................................................... 45 4.9.5 Conclusie ...........................................................................................................................

48 4.10 Flora en fauna ........................................................................................................................ 49 4.11 Verkeer en parkeren ............................................................................................................... 52 4.12 Kabels en leidingen ................................................................................................................ 53 4.13 Milieueffectrapportage ............................................................................................................ 53 Hoofdstuk 5 Toelichting op de regels ........................................................................................ 55 5.1 Algemeen ............................................................................................................................ 55 5.2 Regels ................................................................................................................................. 55 Hoofdstuk 6 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid ...................................................... 58 6.1 Economische uitvoerbaarheid .................................................................................................. 58 6.2 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid ......................................................................... 58 Bijlagen 1.

Verkennend bodemonderzoek Centraleweg 9 Geertruidenberg

2

Toelichting "Centraleweg 9, Geertruidenberg" 24 april 2024 vastgesteld

2.

Verkennend bodemonderzoek Centraleweg 9 Geertruidenberg (percelen A 2604 en 1838)

3.

Notitie Bedrijven & Milieuzonering

4.

Akoestisch onderzoek industrielawaai

5.

Standaard verantwoording groepsrisico

6.

Waterparagraaf

7.

Berekening stikstofdepositie

8.

Quickscan flora en fauna

9.

Luchtkwaliteitsonderzoek

10. Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

3

Toelichting "Centraleweg 9, Geertruidenberg" 24 april 2024 vastgesteld

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel Van der Pluijm is voornemens om hun bedrijfsactiviteiten te verplaatsen. Het bedrijf is nu gevestigd aan Karthuizerstraat 75 in Raamsdonksveer, maar die locatie is nu en voor de toekomst zowel kwantitatief als kwalitatief niet geschikt voor de bedrijfsactiviteiten van het bedrijf. De locatie is te klein om alle bedrijfsactiviteiten efficiënt te kunnen uitvoeren en ligt gezien de milieubelasting van het bedrijf relatief dicht bij gevoelige functies. Van der Pluijm is al geruime tijd – in overleg met de gemeente - zoekende naar een oplossing en heeft die gevonden in de locatie aan Centraleweg 9 in Geertruidenberg. Deze locatie was deels in eigendom van een ander bedrijf en deels van de gemeente. Van der Pluijm heeft de locatie in zijn totaliteit verworven om zijn verplaatsing te realiseren. Dit bestemmingsplan is opgesteld voor de locatie aan Centraleweg 9 in Geertruidenberg. Op die locatie is het namelijk in de vigerende situatie planologisch niet mogelijk om het bedrijf van Van der Pluijm te vestigen. In het vigerende bestemmingsplan heeft het plangebied namelijk deels de bestemming bedrijvigheid, maar met een te lage toegelaten milieucategorie (< 4.2) waardoor dit niet passend is voor de beoogde ter plaatse uit te voeren bedrijfsactiviteiten. Deels geldt een agrarische bestemming.

Hier is geen niet-agrarische bedrijvigheid zoals onderhavige toegelaten. Via dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt dat de door Van der Pluijm beoogde bedrijfsactiviteiten ter plaatse kunnen worden uitgevoerd. In deze toelichting wordt gemotiveerd dat het planvoornemen (het vestigen van een bedrijf van milieucategorie 4.2) getuigt van een goede ruimtelijke ordening. De regels en verbeelding vormen het juridisch kader. 1.2 Ligging en begrenzing plangebied De locatie waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft ligt in Geertruidenberg, ten zuidwesten van de binnenstad in het bestaand stedelijk gebied dat gebruikt wordt en beoogd is voor zwaardere bedrijvigheid. Het plangebied is kadastraal bekend gemeente Geertruidenberg, sectie A, nummers 2602, 2604 (ged.), 2771, 2772 en 2773 en is circa 6 hectare groot. Het plangebied is ontsloten op de Centraleweg. Op onderstaande luchtfoto met kadastrale ondergrond is het plangebied aangeduid met een rode omlijning.

4

Toelichting "Centraleweg 9, Geertruidenberg" 24 april 2024 vastgesteld

1.3 Geldende bestemmingsplannen Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Gasthuiswaard’, vastgesteld op 28-102010. Daarna zijn nog enkele reparatie- en parapluplannen vastgesteld die ter plaatse eveneens vigeren. Het voorste gedeelte van de gronden (direct gelegen aan de Centraleweg) hebben de bestemming ‘Bedrijventerrein’ met de functieaanduidingen ‘bedrijf tot en met categorie 3.2’ en ‘bedrijf van categorie 1’. Ter plaatse zijn afhankelijk van de positionering op het perceel bedrijven tot en met categorie 3.2 toegestaan zoals opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten behorende bij het bestemmingsplan. Achter de bestemming ‘Bedrijventerrein’ ligt het grootste gedeelte van het plangebied met de bestemming ‘Agrarisch’. Op de afbeelding hieronder, waarop alle verbeeldingen van de vigerende bestemmingsplannen zijn weergegeven, is het plangebied met een rode lijn aangeduid.

Aangezien het planvoornemen bestaat uit de vestiging van een bedrijf van milieucategorie 4.2 is het planvoornemen niet passend in het vigerende juridisch planologisch kader. Om het planvoornemen mogelijk te maken is een bestemmingsplanherziening aan de orde. 1.4 Leeswijzer Deze toelichting bevat 6 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk zal in hoofdstuk 2 het planvoornemen meer gedetailleerd worden beschreven. In hoofdstuk 3 komt het beleidskader aan bod. In hoofdstuk 4 worden de milieu hygiënische aspecten toegelicht. Hoofdstuk 5 bevat een toelichting op de regels en verbeelding en in hoofdstuk 6 komt de uitvoerbaarheid van het plan aan de orde.

5

Toelichting "Centraleweg 9, Geertruidenberg" 24 april 2024 vastgesteld

Hoofdstuk 2 Beschrijving planvoornemen Voor het opstellen van een bestemmingsplan is het om een goed beeld van het planvoornemen te verkrijgen van belang dat de uitgangspositie in beeld wordt gebracht. In dit hoofdstuk volgt daarom eerst een beschrijving van de bestaande situatie. Daarna wordt het planvoornemen toegelicht, waardoor duidelijk wordt hoe de locatie er in de toekomst uit gaat zien. 2.1 Ontstaansgeschiedenis Het plangebied is gelegen in het gebied ‘Gasthuiswaard’ in Geertruidenberg. Aan het begin van de 20e eeuw werd de Dongecentrale in dit gebied gebouwd. Op het moment dat de Dongecentrale werd gebouwd, lag deze buiten de stadswallen van de vesting Geertruidenberg in het open gebied aan de noordelijke zijtak van de rivier de Donge (het Noordergat). In 1911 werd de vesting ontmanteld, waarna zich nabij het stadje industrie kon vestigen. Ook rondom de Dongecentrale vestigden zich bedrijven en industrie. Deze bedrijvigheid groeide uit tot het huidige bedrijventerrein Gasthuiswaard. 2.2 Bestaande situatie Gasthuiswaard De Gasthuiswaard is een relatief grootschalig bedrijventerrein en omvat 52,6 hectare. Het bestaat uit een smalle strook met bedrijvigheid langs de oever van de Donge, hier geheten het Noordergat. Het zijn vooral bedrijven die voor hun transport of voor koeling afhankelijk zijn van het open water.

Op ongeveer 100 meter afstand van de Dongecentrale bevindt zich een Trafostation. Het gebied wordt hierdoor doorsneden door verschillende hoogspanningsleidingen. Aan de Centraleweg is een industriegebied aanwezig met enkele zware bedrijven. De Dongecentrale staat nog altijd op dit terrein, maar is niet meer in gebruik voor de opwek van elektriciteit. De centrale en enkele omliggende gebouwen zijn beschermd als rijksmonumenten en hebben nieuwe invulling gekregen. Op Gasthuiswaard bevinden zich diverse grootschalige (zware) industriële activiteiten, waaronder een betonfabriek en tankopslag. Ze zijn kenmerkend voor dit gebied, maar vormen een groot contrast met het karakter van de gemeente Geertruidenberg en van het aangrenzend landschap. Het deelgebied in deze omgevingsvisie omvat ook de Heulweg. Dit gebied heeft een open landschap en werd tot nu toe aangemerkt als strategische reserve bedrijventerrein. 2.3 Bestaande situatie plangebied Het plangebied ligt deels aan de Centraleweg waar reeds bedrijvigheid is gevestigd en deels in het gebied aan de Heulweg waar individuele bedrijven na afweging kunnen landen. Het gedeelte aan de Centraleweg dat in gebruik is als bedrijventerrein is circa 1,74 hectare groot. Het gedeelte dat in het gebied aan de Heulweg ligt en als grasland in gebruik is, is circa 4,26 hectare groot.

Het plangebied is in de bestaande situatie ontsloten vanaf de Centraleweg. Op de luchtfoto hieronder, waarop het plangebied met een rode omlijning is weergegeven, is dit zichtbaar.

6

GRASLAND IN GEBIED AAN DE HEULWEG

BE DR CE IJV NT IGH RA EI LE D A WE AN G

Toelichting "Centraleweg 9, Geertruidenberg" 24 april 2024 vastgesteld

De afbeeldingen hieronder geven inzicht in de vigerende situatie vanaf maaiveldniveau.

Zicht op plangebied vanaf Centraleweg

Zicht op plangebied vanaf Centraleweg

7

Toelichting "Centraleweg 9, Geertruidenberg" 24 april 2024 vastgesteld

Zicht op plangebied vanaf Centraleweg

Zicht op plangebied vanaf Heulweg In het plangebied dat in gebruik is voor bedrijvigheid is op dit moment een kantoorgebouw aanwezig met een bedrijfsvloeroppervlakte van 1854 m2 BVO en aanverwant terrein dat onder andere in gebruik is als parkeerplaats. Het grasland is een hooiland dat intensief wordt bemest. 2.2 Toekomstige situatie Van der Pluijm wil zich graag in het plangebied vestigen. Van der Pluijm is een bedrijf dat sloop- en infrawerken, containerverhuur en recycling uitvoert. Het bedrijf is nu gevestigd aan Karthuizerstraat 75 in Raamsdonksveer, maar die locatie is nu en voor de toekomst zowel kwantitatief als kwalitatief niet geschikt voor de bedrijfsactiviteiten van het bedrijf. De locatie is te klein om alle bedrijfsactiviteiten efficiënt te kunnen uitvoeren en ligt gezien de milieubelasting van het bedrijf relatief dicht bij gevoelige functies. In de toekomstige situatie is het de bedoeling dat Van der Pluijm Raamsdonkveer de bedrijfsactiviteiten die zij nu aan Kartuizerstraat 75 uitvoert aan Centraleweg 9 kan vestigen (verplaatsen) en haar bedrijfsactiviteiten daar verder kan uitbreiden in omvang en type. De activiteiten die ter plaatse direct zullen worden uitgevoerd (de te verplaatsen activiteiten) zijn hieronder overzichtelijk opgenomen. Dat geldt ook voor de hieraan in de toekomst toe te voegen activiteiten. Huidige activiteiten -

Kantoorlocatie t.b.v. alle “van der Pluijm” bedrijven;

-

Verhuren van afvalcontainers;

-

Stallen en opslaan van machines en materieel tv het verhuren van de containers;

-

Het op- en overslaan van bouw en sloopafval;

8

Toelichting "Centraleweg 9, Geertruidenberg" 24 april 2024 vastgesteld

-

Het machinaal voorsorteren van het afval t.b.v. nabewerking en na sortering;

-

Het op- en overslaan van grof puin;

-

Het stallen van materieel en materialen t.b.v. infra activiteiten;

-

Het opslaan en stallen van bouwmaterialen en materieel t.b.v. alle diverse voorkomende sloopwerkzaamheden;

-

Het stallen van divers landbouwgerelateerd materieel;

-

Het tijdelijk opslaan van landbouwgewassen vanaf land t.b.v. natransport.

Uit te breiden activiteiten: -

Het op- en overslaan van diverse verschillende mono stromen (bouw- en sloop)afval zoals o.a.: •

schroot;

•

harde kunststoffen;

•

zachte kunststoffen;

•

papier;

•

b- en c-hout kwaliteit;

•

dakafval;

•

asfalt;

•

veegvuil;

-

Het voorbereiden van bouw- en sloopafval voor sortering en nabewerking;

-

Het schredderen (en eventueel persen) van bouw- en sloopafval;

-

Het breken van grove puin tot een herbruikbare fractie als nuttige toepassing;

-

Het innemen van onbekende kwaliteit grondstromen ter keuring (voorinformatie max klasse industrie);

-

Het samenvoegen van diverse partijen grond;

-

Het zeven van grond;

-

Het zeven van menggranulaat;

-

Het op- en overslaan bouw- en sloopafval t.b.v. derden;

-

Het opslaan, schredderen en zeven van A- en B kwaliteit hout;

-

Het inrichten en exploiteren van een milieustraat (t.b.v. de gemeente Geertruidenberg, of de blauw-groene gemeenten).

Niet alle hierboven genoemde activiteiten zullen vanaf de vestiging ter plaatse direct plaatsvinden. In eerste instantie worden de bedrijfsactiviteiten van Van der Pluijm naar de locatie verplaatst, waarna hier op termijn verder uitgebreid zal worden tot maximale invulling van de locatie met de genoemde activiteiten. Het kantoorgebouw dat nu op het terrein staat zal daarbij in eerste instantie slechts deels door Van der Pluijm in gebruik genomen worden. Het overige deel is in die periode – zoals nu al het geval is - bij andere bedrijven in gebruik. Naar mate het bedrijf groeit zal deze ruimte, al dan niet als kantoorruimte, ook door Van der Pluijm in gebruik genomen worden. 2.2.1 Planvoornemen De bedrijfsactiviteiten die nu en op termijn onderdeel uitmaken van de bedrijfsvoering van Van der Pluijm - uit te voeren ter plaatse van Centraleweg 9 in Geertruidenberg - vallen maximaal in milieucategorie 4.2 van de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering. Het planvoornemen betreft daarom het ter plaatse van Centraleweg 9 in Geertruidenberg vestigen van milieucategorie 4.2 bedrijvigheid.

9

Toelichting "Centraleweg 9, Geertruidenberg" 24 april 2024 vastgesteld

Hoofdstuk 3 Beleidskader Bij het opstellen van beleid dienen gemeenten rekening te houden met het beleid van andere overheden. Zo geven het rijk, de provincie Noord-Brabant en de regio met het door hen gevoerde en vastgelegde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten keuzes moeten maken. In dit hoofdstuk wordt het nationale, provinciale en regionale beleid beschreven waarmee de ontwikkeling rekening moet houden. Ook wordt het initiatief getoetst aan het beleid van de gemeente Geertruidenberg zelf. 3.1 Nationaal beleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht.

Dit noemen we 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten: 1. ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel bevorderen; 3. zorgen voor sterke en gezonde steden en regio's; 4. stimuleren van een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Omgevingsinclusieve benadering Centraal in de te maken afwegingen tussen belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). Hierbij wordt aangesloten bij de integrale opvatting uit de Omgevingswet van het begrip fysieke leefomgeving en wordt de noodzakelijke integraliteit van afwegingen benadrukt. Het belangrijkste spanningsveld in die afwegingen is dat tussen beschermen en ontwikkelen.

Het doel van de toekomstige Omgevingswet is namelijk het bereiken van een balans tussen: '(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in de omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving. Hiermee moet dus rekening worden gehouden bij het maken van beleidskeuzes. Een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving houdt in dat ontwikkeling van de leefomgeving samengaat met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw.

10

Toelichting "Centraleweg 9, Geertruidenberg" 24 april 2024 vastgesteld

Afwegingsprincipes Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken & identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen. Conclusie relatie met voorliggend initiatief Het planvoornemen – de verplaatsing van bedrijvigheid met een zwaardere milieucategorie naar het plangebied – wordt gesitueerd op een locatie gelegen in een gebied waar meer van dit type bedrijvigheid is gelegen. Daarbij heeft de gemeente Geertruidenberg in haar structuurvisie specifiek aangegeven dit gebied als daarvoor aanleiding is in te willen zetten voor het vestigen van individuele bedrijven, bijvoorbeeld als die van elders uitgeplaatst moeten worden. Het gebied ligt daarnaast redelijk ver van gevoelige functies, wat i.v.m. de gevestigde en beoogt te vestigen functies juist passend is gezien de hinder die veroorzaakt zou kunnen worden voor gevoelige functies. Hiermee wordt afwenteling voorkomen.

Uit voorgaande blijkt helder dat het combineren van functies in onderhavige situatie niet wenselijk is. Het planvoornemen sluit aan bij een maatschappelijke behoefte en is niet belemmerend voor de omgeving. Specifiek draagt het plan bij aan het verwijderen van hinderlijke bedrijvigheid nabij gevoelige functies, de motivatie hiervan volgt verderop in deze toelichting. Het planvoornemen is niet in strijd met de Nationale Omgevingsvisie. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de bijbehorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) vormen de juridische vertaling van de kaderstellende uitspraken die in de Structuur Visie Infrastructuur en Ruimte zijn geformuleerd. Het Besluit en de Regeling bevatten regels ter bescherming van de nationale belangen. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen, zodat ze doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. Conclusie relatie met voorliggend initiatief Dit bestemmingsplan heeft geen raakvlakken met (een van deze 15) onderwerpen die het Rijk in het Barro benoemd heeft of in het Rarro aan bod komen. Het planvoornemen is niet in strijd met het Barro of Rarro.

2.1.3 Ladder voor duurzame ontwikkeling Relevante wet- en regelgeving Per 1 oktober 2012 is in artikel 3.1.6 Bro een motiveringsplicht opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. De zogenaamde 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' is bedoeld om te komen tot een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten, waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. Per 1 juli 2017 is het aantal treden van de ladder gewijzigd van drie naar in beginsel één trede. In artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening is het volgende opgenomen:

11

Toelichting "Centraleweg 9, Geertruidenberg" 24 april 2024 vastgesteld

De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Ladder is alleen van toepassing op plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied is een uitgebreidere motivering vereist waarbij tevens dient te worden ingegaan op de vraag, waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien.

Of het plan is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied moet worden bepaald aan de hand van de bepalingen in het Bro, artikel 1.1.1,: 'Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.' Toetsing initiatief Het planvoornemen voorziet in de realisatie van meerdere nieuwe hectaren bedrijventerrein (circa 2,26 hectare (4,26 (nieuw aan Centraleweg 9, Geertruidenberg) – 2 (bestaand - te saneren - aan Karthuizerstraat 75, Raamsdonksveer) en is gezien het dermate grote nieuwe ruimtebeslag met die reden een stedelijke ontwikkeling. Het planvoornemen is gelegen in het bestaand stedelijk gebied. In de provincie Noord-Brabant heeft de provincie in haar Interim omgevingsverordening Noord-Brabant het bestaand stedelijk gebied aangeduid, deze wijze waarop deze aanduiding tot stand is gekomen sluit aan bij de definitie in het Bro van ‘bestaand stedelijk gebied’. Met die reden is een nadere motivatie van het plangebied als zijnde ‘bestaand stedelijk gebied’ niet nodig. Aanvullend is het van belang dat – omdat sprake is van nieuwe stedelijke ontwikkeling – de behoefte aan het planvoornemen wordt gemotiveerd. De huidige locatie aan de Kartuizerstraat beslaat circa 2 hectare.

Deze locatie is al jaren te krap voor de huidige bedrijfsactiviteiten. Waar met name te weinig ruimte voor is, is het op een efficiënte en verantwoorde manier opslaan en bewerken van verschillende grondstromen. Ook is er geen ruimte voor het breken van grove puin in een herbruikbare fractie, waardoor dit elders moet gebeuren wat de nodige nadelen met zich meebrengt zowel als het gaat om het tijdsaspect, efficiëntie, maar ook de belasting op het milieu door extra transportbewegingen. Daarnaast is er binnen de 2 hectare onvoldoende ruimte voor het overslaan van reststromen en het stallen van materiaal, materieel en voorraden voor het infrawerk. Voor alle huidige en beoogde bedrijfsactiviteiten is het benodigde ruimtebeslag als volgt: Bedrijfsactiviteit

Ruimtebeslag

Grondopslag:

7.500 m2

Op- en overslag van BSA

5.000 m2

Opslag van grove puin;

10.000 m2

Opslag van reststromen;

7.500 m2

Opslagterrein van materialen t.b.v. wegenbouwen rioleringsactiviteiten;

5.000m2

Opslag machines en materieel;

3.000 m2

Opslag lege containers;

4.000 m2

12

Toelichting "Centraleweg 9, Geertruidenberg" 24 april 2024 vastgesteld

Kantoor en parkeren

8.000 m2

Totaal

50.000 m2 (5 hectare)

Uit bovenstaande blijkt dat de ruimte die het bedrijf nu in gebruik heeft minimaal de helft te klein is voor de behoefte die er is. Dat het benodigde aantal hectare voor de bedrijfsactiviteiten van Van der Pluijm niet op zichzelf staat blijkt uit het ruimtebeslag dat bedrijven vergelijkbaar met de bedrijfsactiviteiten van Van der Pluijm in gebruik hebben. In tabel hieronder is het ruimtebeslag van enkele vergelijkbare bedrijven uit de regio opgenomen. Van den Noort Dongen Maton Groep Waalwijk Korenet Groot Ammers Renewi Rucphen

Circa 10 hectare Circa 4 hectare Circa 4,5 hectare Circa 4,5 hectare

In de regio is geen ruimte om de behoefte van Van der Pluijm op te vangen. Er is geen bestaand bedrijventerrein beschikbaar van minimaal 5 hectare waar categorie 4.2 is toegelaten. Op het planvoornemen is de ladder van duurzame verstedelijking van toepassing. De ladder voor duurzame verstedelijking is voor het planvoornemen succesvol doorlopen en vormt met die reden geen belemmering voor het planvoornemen. 2.2 Provinciaal beleid 2.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet, hebben Provinciale Staten op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. Met deze Omgevingsvisie geeft de provincie richting aan wat zij voor Brabant wil bereiken en biedt daarmee handvatten voor haar handelen in de praktijk. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste provinciale ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Conform de Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De visie geeft daarbij richting aan deze opgaven vanwege de ingrijpende veranderingen waarmee zij gepaard gaan.

Daarnaast geeft de Omgevingsvisie ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De visie zal komende jaren nader worden uitgewerkt in diverse programma's. Inmiddels is er ook een Interim omgevingsverordening vastgesteld, waarop hierna wordt ingegaan. Conclusie relatie met voorliggend initiatief De Omgevingsvisie Noord-Brabant bevat geen specifieke ambities voor de locatie waarop het planvoornemen betrekking heeft. Onderhavig planvoornemen, sluit wel aan bij de in de visie benoemde hoofdopgave ‘concurrerende, duurzame economie’. Het planvoornemen voegt namelijk nieuw bedrijventerrein toe binnen bestaand stedelijk gebied op een plek waar de beoogde bedrijvigheid passend is. Onderdeel van het planvoornemen zijn afspraken tussen de initiatiefnemer en gemeente op basis waarvan een hinderlijke bedrijfslocatie (nabij gevoelige functies) op een andere locatie in de gemeente verdwijnt. Het initiatief is niet in strijd met de Brabantse Omgevingsvisie.

13

Toelichting "Centraleweg 9, Geertruidenberg" 24 april 2024 vastgesteld

2.2.2 Brabantse Omgevingsverordening en Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Brabantse omgevingsverordening Provinciale Staten hebben op 11 maart 2022 de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. Nadat in december 2018 de Omgevingsvisie werd vastgesteld, heeft de provincie daarmee weer een belangrijke stap gezet op weg naar de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Naast de omgevingsverordening hebben Provinciale Staten ook besloten over: -

voorbeschermingsregels die straks in het omgevingsplan komen van gemeenten;

-

delegatie aan Gedeputeerde Staten om de Omgevingsvergroening te wijzigen;

-

een wijziging van de Interim omgevingsverordening.

De provincie is vanuit de wet verplicht om één verordening vast te stellen waarin alle provinciale regels over de fysieke leefomgeving staan. Naast rechtstreeks werkende regels voor activiteiten, die zich richten tot initiatiefnemers staan er in de Omgevingsverordening ook instructieregels aan gemeenten voor het omgevingsplan, instructieregels aan waterschappen maar ook regels over fauna, vaarweg- en zwemwaterbeheer. De verordening voldoet aan de eisen van de Omgevingswet. Daardoor zijn er diverse wijzigingen doorgevoerd. Maar er zijn ook wijzigingen verwerkt vanwege nieuwe inzichten of nieuw vastgesteld beleid.

Totdat de Omgevingsverordening in werking treedt, geldt de Interim omgevingsverordening. Daarom wordt nu nog niet getoetst aan de omgevingsverordening maar aan de Interim omgevingsverordening. Interim omgevingsverordening In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma's en waarden worden beschermd via een de omgevingsverordening. De geldende Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is per 1 augustus 2023 van kracht geworden (geconsolideerde versie). Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet per 2024 ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening bevat enkele nieuwe regels, maar voegt vooral bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening Noord-Brabant. Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie ook een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet.

De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen.

14

Toelichting "Centraleweg 9, Geertruidenberg" 24 april 2024 vastgesteld

Locatiespecifiek In deze paragraaf wordt ingegaan op de diverse onderdelen uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant die relevant zijn voor onderhavig initiatief. In de volgende afbeelding is te zien dat er één i.r.t. het planvoornemen relevant werkingsgebied geldt voor het plangebied, te weten 'Landelijke kern'. De afbeelding hieronder – een uitsnede van de kaartlaag ‘Kaart 3: Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ illustreert dat.

Gezien het planvoornemen een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de vorm van een bedrijventerrein in het bestaand stedelijk gebied betreft gelden in het bijzonder de regels zoals opgenomen in artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling. Ook gelden basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (paragraaf 3.1.2). Hieronder wordt hierop nader ingegaan. Motivering artikel 3.42 Iov Artikel 3.42 bevat instructieregels aan gemeenten over nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In het artikel is geregeld dat een bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen binnen het Stedelijk gebied ligt en een onderbouwing bevat dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken en dat het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Verder stelt het bestemmingsplan – omdat het een bedrijventerreinontwikkeling betreft - regels over een bij de toe te laten functies passende kavelomvang en worden functies die een efficiënte bedrijfsvoering belemmeren beperkt. Regionaal samenwerken De gemeente Geertruidenberg is onderdeel van de Regio West-Brabant. De gemeenten in die regio hebben samen regionale afspraken voor bedrijventerreinen gemaakt: Regionale afspraken bedrijventerreinen West-Brabant 2019-2023.

In deze regionale afspraken is voor verhuizende bedrijven (spoor 2: een nieuwe vestiger) – een bedrijf dat (volledig) wil verhuizen binnen de gemeente/regio, wil uitbreiden met een nieuwe extra vestiging, of zich nieuw van buiten de regio meldt voor vestiging - uitgangspunt dat als een gemeente een bedrijf zelf kan huisvesten, die dat in principe ook doet. Eerst wordt daarbij gekeken naar een bestaande locatie. Als dat niet lukt en het is een bedrijf dat de regio graag wil vestigen, dan wordt een ruimtelijke procedure gestart om het bedrijf

15

Toelichting "Centraleweg 9, Geertruidenberg" 24 april 2024 vastgesteld

te huisvesten. Daarbij geldt een ondergrens van 5.000 m2. De regionale afstemming loopt dan verder via het schema ‘programmeringsafspraken’. In onderhavige situatie gaat het om een functioneel groot huisvestingsvraagstuk, een bedrijf in een hogere milieucategorie groter dan 5 hectare. De belangrijke opgave voor bedrijven in dit segment is meer regie en clustering van de vraag op de beste plekken hieraan moet invulling gegeven worden. Verder geldt voor de ruimtevraag (grootte en milieucategorie) dat op basis van het schema ‘programmeringsafspraken’ dat het plan voorgelegd moet worden aan de colleges van de regiogemeenten met de vraag om een reactie. Als de regiogemeenten akkoord zijn volgt een afschrift aan RWB/CvA/RRO (hamerstuk). Als er in de regio geen consensus is over de ontwikkeling moet het plan besproken worden in RWB/CvA/RRO. Dit bestemmingsplan is naar de colleges van de regiogemeenten gestuurd met de vraag om een reactie. De regiogemeenten hebben de casus besproken in het RWB/CvA/RRO en zijn ermee akkoord. Duurzame stedelijke ontwikkeling Het planvoornemen is een duurzame stedelijke ontwikkeling, omdat: - het een goede omgevingskwaliteit bevordert, doordat de hoge categorie bedrijvigheid aan de rand van de kern nabij gevoelige functies wordt uitgeplaatst naar hiervoor (verder te ontwikkelen) bedoeld bedrijventerrein; - het zorgvuldig ruimtegebruik bevordert.

De achterblijvende locatie wordt gesaneerd en ingevuld met woningbouw, een functie waaraan behoefte is en die passend is op de plek aan de rand van de kern waar meer gevoelige functies zijn gelegen. Daarnaast is de locatie waar het bedrijf naartoe verplaatst, onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Geruime tijd geleden was hier en op andere aangrenzende percelen een energiecentrale gevestigd. Omliggend zijn bedrijven met een hoge milieucategorie, het plangebied en de resterende aangrenzende gronden zijn specifiek bedoeld voor hogere categorie bedrijvigheid o.a. uitplaatsers en energieopwekking; - het plangebied is zeer geschikt voor de productie van duurzame energie, zoals opwekking via zon en wind dat ter plaatse gebruikt kan worden. Onderdeel van het planvoornemen is in ieder geval zo veel als mogelijk opwekking voor eigen gebruik. Vooralsnog gaat het alleen om zonne-energie. Het voornemen is om 100 zonnepanelen op het kantoorgebouw te leggen en de HR-ketels van dit gebouw te vervangen voor warmtepompen. Verder is het de bedoeling om alle nieuw te bouwen gebouwen van zonnepanelen te voorzien.

Een windmolen maakt geen onderdeel uit van het planvoornemen of dit bestemmingsplan; - het hemelwater dat in het plangebied valt zal ter plekke worden verwerkt door het daar zo lang mogelijk vast te houden en voor zover mogelijk (gezien de niet heel goed doorlatende bodem) langzaam te laten infiltreren en zo nodig daarbij te helpen via een niet natuurlijke afvoerconstructie. De bergingsvoorziening wordt op basis van de daadwerkelijke verhardingstoename op een later moment exact gedimensioneerd. Sprake is hierdoor van voldoende ruimte voor de opvang van hemelwater. Zie verder paragraaf 4.9 die meer gedetailleerd op dit onderwerp ingaat. - het wagenpark van planvoornemen langzaam overschakelt op hernieuwbare i.p.v. fossiele brandstoffen; - het door de uitplaatsing kan groeien naar een bedrijf van gebruikelijke omvang op een plek die hiervoor geschikt is. Regels i.v.m. zorgvuldig ruimtegebruik Een bij de beoogde functie passende kavelomvang is 4 tot 10 hectare. Het plangebied is circa 6

16

Toelichting "Centraleweg 9, Geertruidenberg" 24 april 2024 vastgesteld

hectare. Er zijn geen beperkingen voor de kavelgrootte van toepassing. Het gehele plangebied wordt met die reden voor de beoogde functie bestemd, zonder beperkingen aan de kavelgrootte. Eén of meerdere bedrijfswoningen maken geen onderdeel uit van het planvoornemen. Een bedrijfswoning is via de regels dan ook niet toegelaten. De bedrijvigheid is op regioniveau bezien het meest passend op de beoogde locatie, omdat hier bedrijvigheid van een hogere milieucategorie is beoogd en het plangebied en de omgeving speciaal ruimte biedt aan dergelijke bedrijvigheid waarvoor uitplaatsing voor de hand ligt. Het planvoornemen is niet publieksaantrekkend. Dat dergelijke bedrijvigheid hier ook niet wordt gevestigd is uitgesloten via de regels van dit bestemmingsplan. Motivering paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Iov Verder geldt dat in verband met het planvoornemen moet worden getoetst aan paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies. Dit betekent dat een zorgplicht geldt voor een goede omgevingskwaliteit, wat inhoud dat invulling moet worden gegeven aan zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in een gebied waarbij de lagenbenadering wordt toegepast en sprake moet zijn van meerwaardecreatie.

Zorgvuldig ruimtegebruik: De achterblijvende locatie wordt gesaneerd en ingevuld met woningbouw, een functie waaraan behoefte is en die passend is op de plek aan de rand van de kern waar meer gevoelige functies zijn gelegen. Daarnaast is de locatie waar het bedrijf naartoe verplaatst, onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Geruime tijd geleden was hier en op andere aangrenzende percelen een energiecentrale gevestigd. Omliggend zijn bedrijven met een hoge milieucategorie, het plangebied en de resterende aangrenzende gronden zijn specifiek bedoeld voor hogere categorie bedrijvigheid o.a. uitplaatsers en energieopwekking; In de occupatielaag was geruime tijd geleden al sprake van bebouwing voor bedrijvigheid, daarnaast is de locatie goed ontsloten via zowel de weg als het water. De gemeentelijke visie voor de locatie en de omgeving is eveneens gericht op de herinvulling van het gebied met bedrijvigheid en voor energieopwekking (verandering in de bovenste laag). Hieraan wordt met het planvoornemen invulling gegeven. Sprake is van meerwaardecreatie, omdat enerzijds een ‘milieubelastend bedrijf’ nabij de kern met gevoelige functies verdwijnt en er plek wordt gemaakt voor een functie waaraan op die plek behoefte is: woningbouw.

Daarnaast krijgt het uit te plaatsen bedrijf de ruimte om een bedrijf van voor deze branche gebruikelijke omvang te realiseren, zonder dat hij gevoelige functies in de weg zit. Verder gelden nog diverse aanduidingen en bijbehorende regels in het kader van het onderwerp ‘water’. Hierop wordt in paragraaf 4.9 van deze toelichting nader ingegaan. De conclusie hiervan is dat deze aanduidingen en bijbehorende regels geen belemmering vormen voor het planvoornemen of andersom. Voldaan wordt aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 2.3 Gemeentelijk beleid 2.3.1 Omgevingsvisie ‘Geertruidenberg’ De gemeenteraad van Geertruidenberg heeft op 3 juni 2021 de Omgevingsvisie Geertruidenberg vastgesteld. In de omgevingsvisie laat de gemeente zien waar zij voor staat en waar ze naar toe wil in de toekomst. De combinatie van ‘thema’s’, ‘waarden’ en ‘ambities’ bepaalt de mogelijkheden voor nieuwe initiatieven in de verschillende gebieden die de gemeente rijk is. Het planvoornemen is gelegen in Geertruidenberg, in het gebied ‘Gasthuiswaard’: een bedrijventerrein. Het toekomstperspectief voor dit gebied is als volgt. Gasthuiswaard is een wat

17

Toelichting "Centraleweg 9, Geertruidenberg" 24 april 2024 vastgesteld

verouderd bedrijventerrein en er is geen ruimte meer beschikbaar. De Heulweg is benoemd zoekgebied voor duurzame energieopwekking. Deze locatie behouden we zo lang mogelijks als groene agrarische zone, maar laten hier ook de mogelijkheid open voor duurzame energieopwekking. Daarbij is de voorwaarde dat dit gecombineerd blijft met groen. Daarnaast behouden we de mogelijkheid om een uitzondering te maken, bijvoorbeeld voor een naastgelegen bedrijf om kleinschalig uit te breiden in het gebied (direct langs de Heulweg). Indien bij bedrijven uit de gemeente Geertruidenberg milieutechnische knelpunten ontstaan, is bij zwaarwegende belangen een verplaatsing naar de Heulweg een maatwerk optie die we onderzoeken. Daar houden we ruimte voor. Het planvoornemen betreft de vestiging van relatief grootschalige bedrijvigheid met een hoge milieucategorie op bedrijventerrein Gasthuiswaard en het hieraan grenzende gebied dat is gelegen in het gebied rondom de Heulweg. Het gaat hier om een verplaatsing en uitbreiding van bedrijvigheid in milieucategorie 4.2, die nu elders binnen de gemeente gevestigd is (Karthuizerstraat 75 in Raamsdonksveer). Die locatie is door de ligging nabij een woonwijk (gevoelige functies) niet de meest geschikte voor het type bedrijf, daarnaast is de locatie te klein om voldoende toekomstperspectief voor het bedrijf te bieden.

Door te verplaatsen naar een geschikte locatie waar het bedrijf kan groeien (zoals aan de Centraleweg/Heulweg, waar reeds bedrijvigheid van een hoge milieucategorie is gevestigd en ruimte is voor het oplossen van knelpunten elders) wordt niet alleen het woon- en leefklimaat in Raamsdonksveer verbeterd, maar komt ook een locatie vrij om de aanwezige woningbouwbehoefte in te vullen. Uit bovenstaande blijkt dat het planvoornemen aansluit bij het toekomstperspectief voor Gasthuiswaard. 2.3.2 Welstandsnota 2012 Door middel van de Welstandsnota 2012 worden ontwikkelingen getoetst ten aanzien van welstand. In de Welstandsnota wordt onderscheid gemaakt tussen: -

welstandsvrij;

-

een reguliere welstandstoets;

-

een uitgebreide welstandstoets.

Als uitgangspunt voor de welstandsbeoordeling gelden algemene welstandscriteria. Waarbij de nadruk ligt op de zeggingskracht en het vakmanschap van het architectonisch ontwerp en zijn terug te voeren op universele kwaliteitsprincipes: -

Relatie tussen vorm, gebruik en constructie;

-

Relatie tussen bouwwerk en omgeving;

-

Betekenissen van vormen in de sociaal-culturele context;

-

Evenwicht tussen helderheid en complexiteit;

-

Schaal en maatverhoudingen;

-

Materiaal, textuur, kleur en licht.

Naast de algemene welstandscriteria gelden gebiedscriteria. Voor het plangebied gelden de regels van het buitengebied (G2). Het plangebied moet aan de reguliere welstandstoets getoetst worden: de gebieden die nog wel op welstand worden getoetst, maar waar de gemeente kiest voor een grotere vrijheid voor de burger.

18

Toelichting "Centraleweg 9, Geertruidenberg" 24 april 2024 vastgesteld

De gebiedscriteria waaraan getoetst wordt zijn: Bebouwing en omgeving -

De bebouwing dient zich te oriënteren naar de openbare weg. Indien er sprake is van een hoeksituatie dienen de twee hoekzijden van deze bebouwing georiënteerd te worden naar de openbare weg.

-

De architectuur van de bebouwingsmassa dient in te spelen op de situering van het gebouw ten opzichte van de stedenbouwkundige structuur. (Een ligging op de grens van het buitengebied vraagt om een andere benadering dan een ligging nabij de snelweg.)

Massaopbouw, gevel en onderdelen -

De bebouwing op één perceel dient in uitstraling en architectuur op elkaar aan te sluiten voor zover de functie dat toelaat. Showrooms en kantoorfuncties dienen een representatieve uitstraling te hebben.

-

Er dient een duidelijk verschil te zijn tussen de representatieve delen en de bebouwing voor productie en opslag.

-

Publieke en representatieve functies moeten naar de straatzijde georiënteerd zijn, waarbij de hoofdentree duidelijk herkenbaar dient te zijn.

-

Bedrijfshallen dienen in schaal te worden verfijnd door het aanbrengen van een duidelijke geleding in de gevel.

Detaillering, kleur en materiaal -

Het materiaal- en kleurgebruik is in principe vrij, waarbij plaatmateriaal aan de voorzijde in principe ongewenst is, tenzij goed vormgegeven.

-

Er dient per perceel sprake te zijn van samenhang in materiaal, detaillering en kleurgebruik.

-

Het gebruik van felle en contrasterende gevelvlakken is niet gewenst. Kleuraccenten zijn toegestaan om het bedrijfsimago tot uiting te brengen.

-

De detaillering van bedrijfsgebouwen dient eenvoudig maar zorgvuldig te zijn. Dit betekent dat er geen overmaat aan detailleringen voor moet komen.

Om te voldoen aan de Welstandsnota 2012 wordt het planvoornemen voorgelegd aan de welstandscommissie. 2.3.3 Duurzaamheidsvisie en duurzaamheidsprogramma In de komende jaren wil de gemeente Geertruidenberg zich, samen met de inwoners en bedrijven, blijven inzetten voor duurzaamheid. Om deze inzet vorm te geven is in 2017 de Duurzaamheidsvisie vastgesteld. Deze visie dient als guideline voor het inbedden van duurzaamheid binnen de gemeente. In het verlengde van de visie worden duurzaamheidsprojecten geformuleerd die de gemeente de komende jaren tot uitvoering wil brengen. De uitwerking van deze projecten vindt plaats in het duurzaamheidsprogramma. Tevens dient de visie als uitgangspunt voor het inbedden van duurzaamheid in nieuwe ontwikkelingen en eventuele wettelijke verplichtingen voortvloeiend uit landelijke of regionale trends.

19

Toelichting "Centraleweg 9, Geertruidenberg" 24 april 2024 vastgesteld

Binnen de gemeente Geertruidenberg wordt de definitie voor duurzaamheid gehanteerd zoals deze is omschreven in de 3 P’s (People, Planet en Profit). People, Planet en Profit staan voor de drie elementen People (sociale), Planet (milieu) en Profit (economie) die in harmonie gecombineerd dienen te worden. In het Duurzaamheidsprogramma worden de thema’s per element uitgewerkt, waarna per thema meetbare subdoelen zijn geformuleerd. De vier thema’s waar de gemeente zich op richt zijn: energietransitie, mobiliteit, circulaire economie en klimaatadaptie. Een van de taken van de gemeente is er zorg voor te dragen dat de wet- en regelgeving wordt nageleefd en overheidsdoelen worden gerealiseerd. De gemeente Geertruidenberg heeft als doel dat in 2020 alle initiatieven duurzaam zijn. Om deze taak uit te voeren heeft de gemeente verschillende middelen tot haar beschikking. Om er zorg voor te dragen dat initiatieven (plannen, ontwikkelingen e.d.) worden uitgevoerd binnen de wettelijke regels en/of normen worden deze getoetst. Om duurzaamheid binnen initiatieven te borgen vindt tevens een separate toetsing op duurzaamheid plaats: de duurzaamheidstoets. Immers, het voldoen van een initiatief aan de wettelijke norm wil niet zeggen dat het initiatief ook duurzaam is.

De duurzaamheidstoets vindt plaats aan de hand van het 3p-model waarbij een initiatief een netto positief resultaat moet hebben alvorens deze kan worden gerealiseerd. Voor ieder element van het 3P-model worden concrete thema’s vastgesteld waarvoor subdoelen worden opgesteld die meetbaar en specifiek zijn. Initiatieven moeten een positieve bijdragen leveren aan de subdoelen en thema’s behorende bij People, Planet en Profit. Om initiatieven die in eerste instantie géén netto positief resultaat hebben, en daarmee in disharmonie zijn met het 3P-model, toch een realisatiemogelijkheid te bieden is het toegestaan om compensatiemaatregelen toe te passen. Met betrekking tot het duurzaamheidsbeleid van de gemeente zal in het planvoornemen de benodigde aandacht besteed worden aan energie, circulaire economie en klimaatadaptie. De duurzaamheidstoets wordt ingevuld wanneer Van der Pluijm haar plannen verder heeft uitgewerkt.

20

Toelichting "Centraleweg 9, Geertruidenberg" 24 april 2024 vastgesteld

Hoofdstuk 4 Milieuhygiënische en planologische verantwoording Uit de onderbouwing moet blijken dat er een goed woon- en leefklimaat komt, voor zowel de bestaande omwonenden en omliggende bedrijven als voor de nieuwe bewoners/gebruikers van de locatie. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Ook komen diverse ('niet-milieutechnische') planologische onderwerpen aan bod, zoals verkeer en parkeren. 4.1 Bodem Het landelijk beleid bepaalt dat de bodem geschikt dient te zijn voor de nieuwe functie. Met andere woorden, de bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem. Als er sprake is van een functiewijziging of herinrichting van een terrein dient een bodemonderzoek uitgevoerd te worden zodat de bodemkwaliteit bekend wordt. Wanneer een ontwikkeling geen bestemmingswijziging tot gevolg heeft, hoeft er geen bodemonderzoek in het kader van het bestemmingsplan uitgevoerd te worden; de bodemkwaliteit is dan geschikt voor de toegestane functie. Het bodemonderzoek wordt dan op een later moment uitgevoerd en maakt onderdeel uit van de aanvraag van een omgevingsvergunning. In onderhavige situatie is deels sprake van een bestemmingswijziging en deels niet. Toch is voor het gehele plangebied door Bakker Milieuadviezen verkennend bodemonderzoek uitgevoerd.

Het onderzoek is in twee delen uitgevoerd, er zijn dan ook twee rapportages aanwezig waarin verslag gedaan wordt van het onderzoek. Deze rapportages zijn bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 1 en 2). Hieronder wordt per locatie op de conclusies en aanbevelingen van het voor die locatie uitgevoerde onderzoek ingegaan. Perceel kadastraal bekend gemeente Geertruidenberg, sectie A, nummer 2604, gedeeltelijk “Conclusies: - De bovengrond is in 4 mengmonsters onderzocht en blijkt licht verontreinigd met kwik en lood. Deze bovengrond is in een van de 4 bovengrondmengmonsters extra onderzocht op chroom en op OCB (vroegere bestrijdingsmiddelen) maar deze extra stoffen zijn niet verhoogd aangetroffen; Ter indicatie van de PFAS-gehalten in de bovengrond is een van de 3 mengmonsters van de bovengrond aanvullend onderzocht op PFAS. Hieruit kwam naar voren dat de bovengrond een PFOA-gehalte heeft van 3.7 ug/kgds en dat gehalte ligt bij toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit ruim boven de norm voor Klasse Wonen. Daarmee valt de bovengrond in Klasse Industrie. De overige PFAS-stoffen zijn in niet noemenswaardige gehalten aangetroffen; - De ondergrond is in 3 mengmonsters onderzocht. In 2 van deze 3 mengmonsters zijn alle parameters uit het standaard NEN-5740-pakket in gehalten beneden de AW 2000 aangetroffen.

Bij het derde mengmonster was alleen lood licht verhoogd; - De slootdempingsgrond bevat alleen een licht verhoogd loodgehalte. - Het grondwater uit peilbuis 25 bevat alleen een licht verhoogd gehalte aan barium. Het grondwater uit peilbuis 24 is geheel schoon voor de parameters uit het standaardpakket; - Het puin uit het puinpad langs de oostelijke perceelsgrens bevat 24 mg/kgds asbest. Dit gehalte ligt beneden de waarde voor nader onderzoek. Opgemerkt wordt dat het asbestonderzoek indicatief was. Aanbevelingen: Op grond van de verkregen analyseresultaten blijkt dat de bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor een eventuele toekomstige bedrijfsbestemming.

21

Toelichting "Centraleweg 9, Geertruidenberg" 24 april 2024 vastgesteld

NB: bij afvoer van bovengrond naar elders dient men qua kosten rekening te houden met het gegeven dat deze bovengrond vanwege het PFOA-gehalte onder Klasse Industrie valt.” Percelen kadastraal bekend gemeente Geertruidenberg, sectie A, nummers 2602, 2771, 2772 en 2773 Conclusies: Graslandperceel A 2771 (ca 1.45 ha) - De bovengrond is in 3 mengmonsters onderzocht en blijkt licht verontreinigd met diverse metalen (cadmium, koper, lood, kwik). Deze bovengrond is extra onderzocht op chroom en op OCB (vroegere bestrijdingsmiddelen) maar deze extra stoffen zijn niet verhoogd aangetroffen; - In de ondergrond, die in 2 mengmonsters is onderzocht, zijn alle parameters uit het standaard NEN5740-pakket in gehalten beneden de AW 2000 aangetroffen. Deze grond is dus geheel schoon; - Het grondwater uit de peilbuizen 1 en 24 bevat alleen een licht verhoogd gehalte aan barium; - Een klein deel van de sloot over het midden van het terrein is gedempt. Deze dempingsgrond bevat een matig verhoogd kopergehalte. Omdat dit mengmonster uit 2 deelmonsters bestond is geen uitsplitsing uitgevoerd, mede omdat dit een zeer klein bodemvolume betreft. Kantoorterrein A 2602 en 2773 (1.7 ha) - De bovengrond is in 3 mengmonsters onderzocht en deze blijkt geheel schoon voor alle parameters uit het standaardpakket en voor chroom; - De ondergrond is in 2 mengmonsters onderzocht.

Een mengmonster van zandige grond van 1-1.5 m-mv is geheel schoon. Een ondergrondmengmonster van kleiige grond bleek licht verontreinigd met kwik, cadmium, lood en nikkel. Dit heeft geen consequenties; - Het grondwater uit peilbuis 36 bevat alleen een licht verhoogd gehalte aan barium. Locatie onder- en bovengrondse tank. - Op deze locatie zijn 9 boringen verricht. Bij 7 boringen was de uitkomende grond schoon. Bij de boringen 31 en 32 (aan weerszijden van de vulpuntkast) is wel duidelijk een verontreiniging waargenomen. - De onverdachte ondergrond op grondwaterniveau (ca 2m-mv) is in 3 mengmonsters onderzocht (29+30, 27+28 en 33+34+35) en blijkt geheel schoon voor minerale olie. Ter plaatse van boring 32 is de bodem vanaf maaiveld tot tenminste 2.3 m-mv verontreinigd met minerale olie. Deze boring is zintuiglijk en analytisch afgeperkt middels de boringen 33, 34 en 35. - Het grondwater uit peilbuis 27 is schoon voor olie en aromaten. Met havenslib/baggerspecie opgehoogd perceel A 2772 (ca 4500 m2) - Dit perceel is grotendeels bedekt met een laag gebroken puin van 35 a 40 cm. Daaronder bevindt zich alleen bij boring 56 zand tot 1.3 m-mv. Bij de andere boringen (57 t/m 63) bevindt zich hieronder donkergrijze matig humeuze klei die zintuiglijk als waarschijnlijk havenslib/baggerspectie is beoordeeld. Dit is bevestigd met diverse laboratoriumanalyses.

Deze grond (voormalig slib) blijkt sterk verontreinigd met cadmium, zink en chroom en licht tot matig met bijna alle andere metalen en met PAK, olie en PCB. De sterke verontreiniging is grofweg aangetroffen in een laagdikte van 1 meter. De bodemlaag daaronder is in 2 individuele monsters (57.3 en 58.3) en in een mengmonster (59.3+60.3+61.3) onderzocht. Bij deze 3 analyses is geen sterke verhoging aangetroffen. Echter vanwege het cadmiumgehalte is deze grond in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit (BBK) niet toepasbaar. Uitgaande van een oppervlak van ca 4500 m2, dat niet overal sterk verontreinigd is kan grofweg gesteld worden dat zich hier ongeveer 4000 m3 sterk verontreinigde grond bevindt. Daarnaast is er dus nog een volume grond dat niet sterk verontreinigd is maar in het kader van het BBK niet herbruikbaar is. Opgemerkt wordt dat deze verontreiniging immobiel is en geen belemmering vormt voor een bedrijfsbestemming.

22

Toelichting "Centraleweg 9, Geertruidenberg" 24 april 2024 vastgesteld

Aanbevelingen: Bij de aankoop van het onroerend goed dient men qua kosten rekening te houden met de volgende zaken: Er is sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging met de metalen cadmium, chroom en zink. Er is geen directe noodzaak of plicht om deze verontreiniging te saneren middels ontgraving. Deze verontreiniging kan ook afgedekt worden middels een BUS-melding waarbij de verontreiniging wordt afgedekt middels een duurzame verhardingslaag. De sterk verontreinigde grond mag niet binnen de perceelsgrenzen verplaatst worden. Bij het vulpunt van of de bovengrondse of de ondergrondse tank heeft kennelijk ooit een morsing plaatsgevonden die heeft geleid tot een in omvang beperkte olie-verontreiniging die in het kader van de zorgplicht wel gesaneerd zal moeten worden. Of deze olieverontreiniging onder het aangrenzende gebouw aanwezig is, is niet bekend. Door de aanwezigheid van het gebouw zal in ieder geval niet de hele olieverontreiniging verwijderd kunnen worden, hetgeen vaak wel de eis is bij een zorgplichtsanering. NB: bij eventuele afvoer naar elders van mogelijk overtollige licht verontreinigde grond dient men qua kosten rekening te houden met de regels uit het Besluit Bodemkwaliteit. Er bestaat overigens geen enkele plicht tot afvoer van licht verontreinigde grond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=99fa512c-158e-483c-9181-84c1cc82222e