Bijlage 2a - VABP Veerse Toren - Regels & Toelichting
Tekst van het document
Wanneer aangetoond kan worden dat er geen significante effecten zijn te verwachten is een planMER niet noodzakelijk. Uit de paragraaf 'Ecologie' blijkt dat van significante effecten die kunnen leiden tot een noodzaak tot het uitvoeren van een passende beoordeling of plan-m.e.r.-plicht geen sprake is. Het bestemmingplan heeft geen significante gevolgen op een Natura 2000-gebied. Er hoeft derhalve geen passende beoordeling te worden uitgevoerd en vanuit de Wet natuurbescherming geldt geen m.e.r.-plicht. Conclusie Het bestemmingsplan is zowel op grond van de Wet milieubeheer als de Wet natuurbescherming niet m.e.r.-plichtig.
Hoofdstuk 4
71
5.
JURIDISCHE PLANOPZET In dit hoofdstuk wordt de juridische opzet van het bestemmingsplan beschreven.
5.1 Inleiding Het bestemmingsplan is een juridisch bindend plan dat bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en gaat vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan, waarbij de regels de gebruiks- en bouwmogelijkheden van de gronden regelen en de verbeelding de rol heeft van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave, verantwoording en onderbouwing van het bestemmingsplan en als uitleg bij de verbeelding en regels. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat het bestemmingsplan langs elektronische weg beschikbaar wordt gesteld. Dit brengt met zich mee dat het bestemmingsplan digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moet worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan het bestemmingsplan moet voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP 2012 kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.
Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld in overeenstemming met de SVBP 2012 en wordt op de voorgeschreven wijze digitaal beschikbaar gesteld.
5.2 Systematiek van de regels Het bestemmingsplan bestaat uit de juridische bindende regels en verbeelding en gaat vergezeld van een toelichting. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven, met daarbij de harde randvoorwaarden. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Hieronder wordt de systematiek, opbouw en indeling van de regels kort toegelicht. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.
Hoofdstuk 5
72
Hoofdstuk 1: Inleidende regels In artikel 1 wordt een omschrijving van de in de regels gehanteerde begrippen gegeven. Artikel 2 geeft de meet- en rekenwijze aan:
Begrippen: In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn.
Wijze van meten: Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.
Hoofdstuk 2: bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen opgenomen (enkel- en dubbelbestemmingen). De opbouw van de bestemmingen is als volgt (met dien verstande dat een specifieke bestemming niet alle genoemde elementen hoeft te bevatten): bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; afwijken van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; wijzigingsbevoegdheid. De in het plangebied aanwezige bestemmingen zijn met bestemmingsvlakken op de verbeelding aangegeven. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik is toegestaan. Daarnaast wordt in de regels per bestemming bepaald waar en onder welke voorwaarden gebouwen mogen worden gebouwd. Dit wordt eventueel met een bouwvlak en aanduidingen die betrekking hebben op de maatvoering (maximale goot- en of bouwhoogte, bebouwingspercentage) op de verbeelding aangeven. In paragraaf 5.3 worden de in het plan opgenomen bestemmingen per bestemming nader beschreven. Hoofdstuk 3: algemene regels In het derde hoofdstuk zijn de regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het gehele plan.
De algemene regels zijn (evenals de inleidende regels) van belang voor een juiste interpretatie van de bestemmingsregels. Anti-dubbeltelregel: deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels: in dit artikel zijn bouwregels opgenomen, die voor alle opgenomen bestemmingen van toepassing zijn. Het betreft een regeling over overschrijdingen door ondergeschikte bouwdelen, bestaande maten, ondergronds bouwen en een parkeerbepaling.
Hoofdstuk 5
73
Algemene aanduidingsregels: in dit artikel zijn regels opgenomen voor de gebiedsaanduiding ‘overige zone – in Omgevingsverordening te verwijderen Natuur Netwerk Brabant’, welke gronden aan het beschermingsregime van het Natuurnetwerk Brabant conform de provinciale omgevingsverordening worden onttrokken. Aan de noordkant van het plangebied is daarnaast een vrijwaringszone ten opzichte van de A59 opgenomen. Binnen deze zone gelden beperkingen aan het bebouwen van de gronden. Algemene afwijkingsregels: in deze bepaling is aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.
Hoofdstuk 4: overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en de slotregel opgenomen:
Overgangsrecht: bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor het bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet. Slotregel: deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
5.3 Toelichting op de bestemmingen In het plan zijn de volgende bestemmingen opgenomen. Bos De bestemming ‘Bos’ is opgenomen in de noordwestelijke hoek van het plangebied, waar deze bestemming momenteel al van toepassing is. De gronden zijn bestemd voor bosbouw en houtproductie, behoud/herstel/ontwikkeling van landschaps- en natuurwaarden en biotopen, extensief recreatief medegebruik, etc. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Voor bepaalde werken en werkzaamheden is een omgevingsvergunningplicht van toepassing. Groen Enkele zones rondom de toekomstige bebouwing, het water en de infrastructuur zijn bestemd als ‘Groen’. De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor groenvoorziening, parken, plantsoenen, beplanting, paden, water, etc. Binnen de bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan.
Hoofdstuk 5
74
Horeca De bestemming ‘Horeca’ is opgenomen ter plaatse van de watertoren, de beoogde locatie voor het nieuwe hotel met bijbehorende voorzieningen, het terras en enkele direct omliggende gronden. Binnen deze bestemming zijn de volgende functies toegestaan: Een hotel met maximaal 150 kamers; Restaurants en bars, tot maximaal 825 m² (excl. terras, excl. serviceruimten); (Congres)zalen, tot een maximum van 2.500 m² (excl. serviceruimten); Een horeca-leisure zone als ondergeschikte en ondersteunende functie, tot een maximum van 500 m², waarbij per individuele functie een maximum oppervlakte van 400 m2 geldt; Bijbehorende functies en voorzieningen, zoals parkeer- en groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige doeleinden. Binnen de bestemming zijn twee bouwvlakken opgenomen: één ter plaatse van de bestaande te behouden watertoren en één ter plaatse van de beoogde nieuwbouw van het hotel. Uitsluitend binnen de bouwvlakken mogen gebouwen worden opgericht. De maximale hoogten zijn op de verbeelding aangegeven. Buiten de bouwvlakken zijn wel bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Tussen de twee bouwvlakken is een verbinding toegestaan. Dit is in de algemene bouwregels geregeld.
Aan het bebouwen van de gronden met de bestemming ‘Horeca’ zijn twee voorwaardelijke verplichtingen opgenomen: één voor het realiseren van voldoende parkeergelegenheid en één voor het (tijdig) realiseren van de noodzakelijke landschappelijke inpassing en inrichting en kwaliteitsverbeterende maatregelen. Verkeer Ter plaatse van de beoogde parkeervoorzieningen en de ontsluiting daarvan, is de bestemming ‘Verkeer’ opgenomen. Binnen deze bestemming zijn erftoegangswegen, paden, parkeervoorzieningen, water en bijbehorende functies en voorzieningen toegestaan. De gronden mogen uitsluitend worden bebouwd met nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Water Het zuidwestelijk deel van het plangebied is bestemd als ‘Water’. Binnen deze gronden zijn toegestaan: water en waterhuishoudkundige doeleinden; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waterafvoer en waterberging; waterstaatkundige kunstwerken, bruggen en andere waterstaatswerken; beheer en onderhoud van watergangen en wateren; beeldende kunstwerken; vijvers; behoud, bescherming en ontwikkeling van ecologische waarden; extensief recreatief medegebruik. Binnen de bestemming is een vlonderpad toegestaan. Dit is aangegeven met de aanduiding ‘brug’. Er zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan binnen deze bestemming.
Hoofdstuk 5
75
6.
UITVOERBAARHEID In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.1.1 Financieel economische haalbaarheid De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. De ontwikkeling is hiermee financieel uitvoerbaar. 6.1.2 Kostenverhaal Wanneer met een omgevingsvergunning een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. De uitvoering van de ontwikkeling is volledig voor rekening en risico van een particuliere initiatiefnemer. In voorliggend geval is het kostenverhaal vastgelegd door middel van een anterieure overeenkomst tussen gemeente en de initiatiefnemer. Op grond daarvan kan de gemeenteraad afzien van het vaststellen van een exploitatieplan, omdat het verhaal van de kosten anderszins is verzekerd. De economische uitvoerbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmingsplan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is. Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. 6.2.1 Omgevingsdialoog Bij de herijking Ontwikkelvisie Plassengebied Raamsdonksveer 2022 zijn er overleggen gevoerd met de belangrijkste stakeholders in het gebied waarin de ambitie voor een hotelontwikkeling is uitgesproken en is een inventarisatie gemaakt van hun wensen. Deze korte lijnen in het proces zijn doorgezet.
Hoofdstuk 6
76
Overige belanghebbenden worden geïnformeerd over de beoogde plannen. Er zijn twee informatieve bijeenkomsten geweest in het kader van de omgevingsdialoog (21 december 2021 en 22 februari 2022). De verslagen hiervan zijn als bijlage opgenomen (bijlage 20). 6.2.2 Vooroverleg Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Er is in het kader van het planvormingstraject regelmatig met de provincie, RCE en RWS overleg gevoerd. Input vanuit deze instanties is meegenomen bij de gemaakte keuzes in het planontwerp en bij de wijze van bestemmen. Ook in het kader van de herijking Ontwikkelvisie Plassengebied Raamsdonksveer 2022 heeft er vooroverleg plaatsgevonden met de provincie. Het voorontwerpbestemmingsplan is voorgelegd aan de instanties die belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Vanuit Waterschap Brabantse Delta, Rijkswaterstaat en de provincie Noord-Brabant zijn vooroverlegreacties ingediend.
Voor een samenvatting van deze reacties en de wijze waarop met de reacties is omgegaan, wordt verwezen naar bijlage 21 ‘Nota Vooroverleg’. 6.2.3 Inspraak De Wro zelf bevat geen bepalingen omtrent inspraak. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze en aan wie de mogelijkheid wordt geboden hun mening kenbaar te maken. Gezien de uitgebreide omgevingsdialoog is geen inspraak toegepast. 6.2.4 Vaststellingsprocedure De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan heeft plaatsgevonden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van deze procedure heeft het bestemmingsplan gedurende een termijn van 6 weken (van donderdag 29 september 2022 tot en met woensdag 9 november 2022) ter inzage gelegd voor zienswijzen. Gedurende deze periode kon een ieder zijn zienswijzen kenbaar maken tegen het plan. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Wel is in het kader van nader vooroverleg ambtelijk door Rijkswaterstaat en Provincie Noord-Brabant gereageerd om kleine tekstuele aanpassingen door te voeren.Naast aanpassingen in het bestemmingsplan vanwege deze reacties, worden er diverse ambtshalve aanpassingen doorgevoerd.
Deze hebben te maken met:
Wijzigingen in maatvoering en zones van aanduidingen/bestemmingen vanwege concretere en nadere uitwerking van het buitenruimteplan; Actualisaties van beleidsstukken; Aanvulling verschillende milieuaspecten vanwege nadere onderzoeken; Aanpassing in het programma congres- en vergaderen vanwege wensen van beoogd exploitant. Voor een overzicht van deze aanpassingen wordt verwezen naar bijlage 24.
Hoofdstuk 6
77
6.2.5 Beroep / hoger beroep Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal voor een periode van zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.
Hoofdstuk 6
78
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Verkenning marktbehoefte hotelinitiatief Bijlage 2: Ruimtelijke meerwaarde en kritische massa ontwikkeling Bijlage 3: Ladderonderbouwing en aanvullende laddertoets Bijlage 4: Landschappelijke inpassing Bijlage 5: Beeldkwaliteitplan Bijlage 6: Verslagen RCE en Stichting Monumentenhuis Brabant Bijlage 7: NNB-compensatieplan Bijlage 8: Quickscan Flora en Fauna Bijlage 9: Stikstofonderzoeken Bijlage 10: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 11: Waterparagraaf & infiltratieonderzoek Bijlage 12: Bureauonderzoek archeologie Bijlage 13: Inventariserend veldonderzoek archeologie Bijlage 14: Cultuurhistorische verkenning Bijlage 15: Herbestemmingsonderzoek watertoren Raamsdonksveer Bijlage 16: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 17: Quickscan externe veiligheid Bijlage 18: Externe veiligheid risicoberekeningen Bijlage 19: Aanmeldingsnotitie mer Bijlage 20: Verslag omgevingsdialoog Bijlage 21: Nota vooroverleg Bijlage 22: Nadere onderbouwing congres- en vergaderfuncties Bijlage 23: Vleermuizenonderzoek Bijlage 24: Notitie Ambtshalve wijzigingen
Hoofdstuk 6
79
REGELS
Hoofdstuk 6
81
Veerse Toren Raamsdonksveer
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
4
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
4 10
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
11
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Bos Groen Horeca Verkeer Water Leiding - Water Waarde - Archeologie 4 Waarde - Archeologie 5 Waterstaat - Reserveringsgebied waterberging
11 13 15 18 19 20 22 24 27
Hoofdstuk 3
Algemene regels
28
Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels
28 29 30 31
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
32
Artikel 16 Artikel 17
Overgangsrecht Slotregel
32 33
2
Bestemmingsplan "Veerse Toren Raamsdonksveer" (vastgesteld)
Regels
Bestemmingsplan "Veerse Toren Raamsdonksveer" (vastgesteld)
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan:
het bestemmingsplan Veerse Toren Raamsdonksveer met identificatienummer NL.IMRO.0779.RVBPveersetoren-vs01 van de gemeente Geertruidenberg; 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
archeologisch deskundige:
een door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijke en als zodanig geregistreerde deskundige op het gebied van archeologisch onderzoek, in het bezit van een opgravingsbevoegdheid; 1.6
archeologisch onderzoek:
onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt; 1.7
archeologische waarden:
waarden van een terrein in verband met de zich mogelijk daarin bevindende oudheidkundige zaken die van belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap en/of hun cultuurhistorische waarde; 1.8
bar:
een horecabedrijf, uitsluitend of overwegend gericht op het verstrekken van dranken voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van kleine etenswaren, al dan niet ter plaatse bereid; 1.9
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
4
Bestemmingsplan "Veerse Toren Raamsdonksveer" (vastgesteld)
1.10
bedrijf:
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten; 1.11
bestaand:
a. t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals legaal aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen, dan wel die mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning; b. t.a.v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals legaal aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen; 1.12
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak; 1.13
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.14
bevoegd gezag:
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.15
bos:
elk terrein waarop bosbouw wordt uitgeoefend, zijnde het geheel van bedrijfsmatig handelen en activiteiten gericht op de duurzame instandhouding en ontwikkeling van bestaande en nieuwe bossen ten behoeve van (een of meerdere van de functies) natuur, houtproductie, landschap, milieu (waaronder begrepen waterhuishouding) en recreatie; 1.16
bouwen:
plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk; 1.17
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak; 1.18
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.19
bouwperceelgrens:
een grens van een bouwperceel;
Bestemmingsplan "Veerse Toren Raamsdonksveer" (vastgesteld)
5
1.20
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.21
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.22
bruto vloeroppervlak:
de totale vloeroppervlakte van een functie met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten in (een gedeelte van) een gebouw 1.23
congres- en vergaderzalen:
ruimten, die als locatie worden gebruikt voor al dan niet digitale vergaderingen (waaronder begrepen bureaugebonden werkzaamheden), andere bijeenkomsten, evenementen en/of daarmee vergelijkbare activiteiten, niet zijnde zelfstandige kantoren; 1.24
dagrecreatie:
activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting niet is toegestaan; huifkarren worden hier mede onder begrepen; 1.25
deskundige:
een door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen inzake cultuurhistorie, milieu, landschap; 1.26
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.27
erftoegangsweg:
een weg die in de Nederlandse wegcategorisering wordt aangemerkt als het meest lokale wegtype, waarbij langzaam verkeer en gemotoriseerd verkeer gemengd is, zonder rijrichtingscheiding en meestal zonder gescheiden fietspaden; 1.28
extensief recreatief medegebruik:
die vormen van natuurvriendelijke dagrecreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, fietsen, picknicken, kanoën en natuurgerichte recreatie zoals vogelobservatie;
6
Bestemmingsplan "Veerse Toren Raamsdonksveer" (vastgesteld)
1.29
extensieve dag- en verblijfsrecreatieve voorzieningen:
dag- en verblijfsrecreatieve voorzieningen die aansluiten bij het agrarisch bedrijf of bij de natuur- en landschapsbeleving van het landelijk gebied; 1.30
flexwerkplekken:
ruimten, die als locatie worden gebruikt voor bureaugebonden werkzaamheden, inclusief al dan niet digitale vergaderingen, niet zijnde zelfstandige kantoren, waarbij er sprake is van een wisselende bezetting van gebruikers; 1.31
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.32
geomorfologisch:
de vorm van het landschap, ontstaan door geologische processen en beïnvloedt door menselijk handelen; 1.33
gevestigd zijn:
het op een adres geregistreerd staan; 1.34
hotel:
een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies met als nevenactiviteit het verstrekken van maaltijden en/of dranken aan logerende gasten; 1.35
horeca-leisure zone:
een aan de hoofdfunctie op het perceel ondergeschikte en ondersteunende voorziening in de vorm van een combinatie van horeca met leisure (entertainment, cultuur, activiteiten, etc.) en/of flexwerkplekken, al dan niet met bar, spa/wellness, een fitnessruimte en/of daarmee vergelijkbare functies en voorzieningen; 1.36
houtgewas:
het groeiende hout, bomen en heesters, met uitzondering van mais; 1.37
houtproductie:
het voortbrengen van hout op bedrijfsmatige wijze door een mede daarop afgestemd duurzaam beheer van bos; 1.38
landschappelijke inpassing:
het inpassen van een gebouw of een gebruik in het landschap, waarbij afstemming plaatsvindt op de context van het landschap door middel van de architectuur van het gebouw en/of de aanplant van gebiedseigen beplanting;
Bestemmingsplan "Veerse Toren Raamsdonksveer" (vastgesteld)
7
1.39
landschappelijke waarde:
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur; 1.40
lawaaisport:
een sportactiviteit waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd dat zodanig is dat het omgevingslawaai wordt overschreden, waaronder in ieder geval begrepen de rallysport, motorsport, (model)vliegsport; de jachtsport wordt hier niet onder begrepen; 1.41
legaal:
gebouwd in overeenstemming met de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.42
natuurwaarde:
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologisch, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang; 1.43
ondergeschikt kantoor:
een gebouw of een deel van een gebouw dat geheel of grotendeels in gebruik is of te gebruiken is voor bureaugebonden werkzaamheden of daaraan ondersteunende activiteiten, waarbij deze werkzaamheden en activiteiten uitsluitend worden verricht ten dienste van en ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie op hetzelfde bouwperceel; 1.44
overkapping:
een dakconstructie vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, die niet wordt aangemerkt als een gebouw; 1.45
recreatief medegebruik:
die vormen van openluchtrecreatie, die plaats hebben in een omgeving met een niet-recreatieve hoofdfunctie, waarbij het medegebruik ondergeschikt is aan de hoofdfunctie en het hoofdgebruik; 1.46
restaurant:
een horecabedrijf, uitsluitend of overwegend gericht op het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van dranken; 1.47
rijstrook:
een begrensd gedeelte van de rijbaan dat voldoende breed is voor een rij voor het op dat gedeelte voorkomende verkeer;
8
Bestemmingsplan "Veerse Toren Raamsdonksveer" (vastgesteld)
1.48
seksinrichting:
een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof hij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub en (raam) prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.49
slopen:
geheel of gedeeltelijk afbreken; 1.50
voorgevelrooilijn:
de denkbeeldige lijn, evenwijdig aan de as van de weg waaraan gebouwd wordt, op een afstand van de weg die: a. gelijk is aan de in de regels voorgeschreven afstand van gebouwen uit de as van de weg op het betreffende bouwperceel; b. gelijk is aan de afstand van bestaande gebouwen tot de as van de weg op het betreffende bouwperceel, indien die afstand kleiner is dan de in de regels voorgeschreven afstand; 1.51
waterbergingsgebied:
een gebied dat noodzakelijk is om wateroverlast uit regionale watersystemen tegen te gaan; 1.52
watergang:
een voor de oppervlaktewaterkwantiteit van overwegend belang zijnde watergang; 1.53
waterhuishoudkundige doeleinden:
doeleinden die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, waterstaatkundige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang e.d., voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waterafvoer, waterinfiltratie en waterberging; bijbehorende voorzieningen zoals bermen, paden, beschoeiingen; 1.54
wonen:
het gehuisvest zijn in een woning; 1.55
woning:
een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, al dan niet in combinatie met inwoning door maximaal 2 personen; 1.56
zelfstandig kantoor:
een gebouw of ruimte, dat/die geheel of grotendeels in gebruik is of te gebruiken is voor bureaugebonden werkzaamheden of daaraan ondersteunende activiteiten voor een ter plaatse gevestigd bedrijf, met uitzondering van een ondergeschikt kantoor.
Bestemmingsplan "Veerse Toren Raamsdonksveer" (vastgesteld)
9
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.2
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.3
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.5
peil:
a. voor gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkend peil': het N.A.P.; b. voor voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang van het perceel onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang van het perceel; c. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; 2.6
ondergeschikte bouwdelen:
bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.
10
Bestemmingsplan "Veerse Toren Raamsdonksveer" (vastgesteld)
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Bos
3.1
Bestemmingsomschrijving
3.1.1
Algemeen
De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bosbouw en houtproductie; b. behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke en natuurwaarden; c. behoud, herstel en ontwikkeling van de bestaande biotopen; d. het als zodanig instandhouden van de niet-beboste gedeelten; e. behoud, herstel en ontwikkeling van cultuurhistorische en landschappelijke waarden; f. water en waterhuishoudkundige doeleinden; g. extensief recreatief medegebruik; h. agrarisch gebruik gericht op natuurbeheer; een en ander met bijbehorende voorzieningen en overeenkomstig de in 3.1.2 opgenomen nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving. 3.1.2
Nadere detaillering van de bestemming
In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in 3.1.1: a Verhouding tussen de doeleinden Binnen deze bestemming is het beleid primair gericht op het beschermen van de landschappelijke en ecologische waarden. Houtproductie is toegestaan, mits dit ondergeschikt is aan het bosbehoud en het behoud van de landschappelijke en natuurwaarden. b Extensief recreatie medegebruik Het gehele gebied gelegen binnen deze bestemming mag worden gebruikt ten behoeve van extensief recreatief medegebruik. Ter ondersteuning van het recreatief medegebruik worden beperkte recreatieve voorzieningen toegestaan in het gehele gebied zoals paden, banken, picknicktafels, bewegwijzering e.d. c Waterhuishoudkundige doeleinden De gronden binnen een strook van 5 m aan weerszijden vanaf de insteek van de met 'Water' bestemde gronden zijn tevens bestemd voor waterhuishoudkundige doeleinden. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming. 3.2.2
Maatvoering bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende maatvoeringseisen: a. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 2 m; b. in afwijking van het bepaalde onder a. bedraagt de bouwhoogte voor bouwwerken ten behoeve van informatievoorzieningen, entreevoorzieningen dan wel schuilvoorzieningen maximaal 3 m; c. in afwijking van het bepaalde onder a. bedraagt de bouwhoogte voor erfafscheidingen maximaal 1 m.
Bestemmingsplan "Veerse Toren Raamsdonksveer" (vastgesteld)
11
3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1
Strijdig gebruik
In aanvulling op het bepaalde van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c Wabo wordt onder gebruik strijdig met de bestemming in ieder geval begrepen gebruik van gronden en opstallen: a. voor het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. voor lawaaisporten; c. voor verblijfsrecreatie; d. voor het aanbrengen van teeltondersteunende voorzieningen. 3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1
Omgevingsvergunningplicht
Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) de in het schema onder 3.4.4 opgenomen omgevingsvergunningsplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren. 3.4.2
Uitzonderingen vergunningplicht
Het onder 3.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden is verleend; b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren; c. welke betreffen het normale onderhoud en/of landschapsbeheer; d. welke betreffen de realisatie van de in Bijlage 1 beschreven landschappelijke inpassingsmaatregelen en kwaliteitsverbeterende maatregelen. 3.4.3
Toetsing aan aanwezige waarden
De in 3.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige waarden als opgenomen in 3.1. Ten behoeve van de belangenafweging zijn in het schema onder 3.4.4 de toetsingscriteria weergegeven. 3.4.4
Omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden
Omgevingsvergunningsplichtige werken/werkzaamheden het aanleggen van wegen en het aanbrengen van overige verhardingen
12
Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning - de wegen en overige verhardingen moeten noodzakelijk zijn voor het beheren dan wel verbeteren van het bos dan wel voor het mogelijk maken van extensief recreatief medegebruik; - de wegen en overige verhardingen betekenen geen aantasting van de aanwezige natuurwaarden; hiertoe wordt de terreinbeheerder gehoord; - er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de waterhuishouding;
Bestemmingsplan "Veerse Toren Raamsdonksveer" (vastgesteld)
Artikel 4
Groen
4.1
Bestemmingsomschrijving
4.1.1
Algemeen
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. plantsoenen; b. parken; c. groenvoorziening; d. speelvoorzieningen; e. beplanting; f. voet- en fietspaden; g. beeldende kunstwerken; h. nutsvoorzieningen; i. geluidwerende voorzieningen; j. in- en uitritten; k. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; l. extensief recreatief medegebruik; één en ander met de bijbehorende voorzieningen en overeenkomstig de in 4.1.2 opgenomen nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving. 4.1.2
Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in 4.1.1: a In- en uitritten In- en uitritten zijn uitsluitend toegestaan voor zover deze noodzakelijk zijn voor het bereiken van de (aangrenzende) percelen. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van deze bestemming. 4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dienen aan het volgende te voldoen: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de verkeersgeleiding en wegverlichting mag niet meer bedragen dan 8 m; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 m; c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m.
4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1
Bouwhoogte beeldende kunstwerken
Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid 4.2.2 onder c voor wat betreft een hogere bouwhoogte van beeldende kunstwerken, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 15 m; b. het beeldende kunstwerk ruimtelijk-stedenbouwkundig inpasbaar is;
Bestemmingsplan "Veerse Toren Raamsdonksveer" (vastgesteld)
13
c. uit een advies van Rijkswaterstaat moet blijken dat er geen onevenredige belemmeringen voor verkeersveiligheid optreden; d. het beeldende kunstwerk geen onevenredige afbreuk aan de landschappelijke waarden doet; e. de belangen van derden niet onevenredig mogen worden geschaad.
14
Bestemmingsplan "Veerse Toren Raamsdonksveer" (vastgesteld)
Artikel 5
Horeca
5.1
Bestemmingsomschrijving
5.1.1
Algemeen
De voor Horeca aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. hotel; b. restaurant, bar met bijbehorende terrassen; c. congres- en vergaderzalen; d. een horeca-leisure zone; e. tuinen, erven en verhardingen; f. parkeervoorzieningen; g. groenvoorzieningen; h. water en waterhuishoudkundige doeleinden; een en ander met bijbehorende voorzieningen en overeenkomstig de in 5.1.2 opgenomen nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving. 5.1.2
Nadere detaillering van de bestemming
a Hotel 1. Het aantal hotelkamers binnen de bestemming mag niet meer dan 150 bedragen; 2. de minimale oppervlakte van een hotelkamer bedraagt 20 m² gebruiksoppervlakte (GBO). b Restaurant, bar en terrassen met horecafunctie 1. Het gezamenlijke bruto vloeroppervlak van restaurant(s) en/of bar(s) binnen de bestemming mag niet meer bedragen dan 825 m², waarvan het gezamenlijke bruto vloeroppervlak van restaurant(s) maximaal 755 m² mag bedragen. Verkeersruimten, terrassen, foyers en technische ruimten en daarmee naar aard en functie te vergelijken ruimten, alsmede de bar als onderdeel van een horeca-leisure zone, worden in de genoemde oppervlakte niet meegeteld. 2. Het gezamenlijke bruto vloeroppervlak van terrassen met horecafuncties binnen de bestemming mag niet meer bedragen dan 700 m². c Congres- en vergaderzalen Het gezamenlijke bruto vloeroppervlak aan (congres)zalen binnen de bestemming mag niet meer bedragen dan 2.500 m². Verkeersruimten, foyers en technische ruimten en daarmee naar aard en functie te vergelijken ruimten worden in de genoemde oppervlakte niet meegeteld. d Horeca-leisure zone a. Het gezamenlijke bruto vloeroppervlak (bvo) van een horeca-leisure zone binnen de bestemming mag niet meer bedragen dan 500 m², waarbij per individuele functie het bvo niet meer mag bedragen dan 400 m².
Verkeersruimten, foyers en technische ruimten en daarmee naar aard en functie te vergelijken ruimten worden in de genoemde oppervlakte niet meegeteld. b. Uitsluitend een aan de onder a tot en met c genoemde functies ondergeschikte en ondersteunende horeca-leisure zone is toegestaan. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
Uitsluitend mogen worden opgericht gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming.
Bestemmingsplan "Veerse Toren Raamsdonksveer" (vastgesteld)
15
5.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b. een bouwvlak mag volledig worden bebouwd; c. de goot- en bouwhoogte van gebouwen mogen niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - verbinding' zijn, aanvullend op het bepaalde onder a. tot en met c., tevens gebouwen toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende regels: 1. gezamenlijke oppervlakte van gebouwen en/of overkappingen als bedoeld in lid 5.2.3 sub e. binnen het betreffende aanduidingsvlak bedraagt maximaal 50 m²; 2. de bouwhoogte bedraagt maximaal 4 m; 3. gebouwen zijn uitsluitend toegestaan voor zover gesitueerd onder een bouwwerk in de vorm van een verbinding tussen twee binnen een bouwvlak gelegen gebouwen. 5.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; de bouwhoogte van overkappingen mag niet meer bedragen dan 3 m; de oppervlakte van overkappingen mag niet meer bedragen dan 20 m²; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 5,5 m; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - verbinding' zijn, aanvullend op het bepaalde onder a. tot en met d., tevens overkappingen toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende regels: 1. gezamenlijke oppervlakte van gebouwen en/of overkappingen als bedoeld in lid 5.2.2 sub d. binnen het betreffende aanduidingsvlak bedraagt maximaal 50 m²; 2. de bouwhoogte bedraagt maximaal 4 m; 3. overkappingen zijn uitsluitend toegestaan voor zover gesitueerd onder een bouwwerk in de vorm van een verbinding tussen twee binnen een bouwvlak gelegen gebouwen.
5.2.4
Voorwaardelijke verplichting
Het bouwen van gebouwen binnen deze bestemming ten behoeve van de doeleinden zoals in 5.1.1 onder a. tot en met f. genoemd, is uitsluitend toegelaten onder de voorwaarde dat uiterlijk binnen twee jaar na aanvang van de bouwwerkzaamheden de landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering, zoals opgenomen in Bijlage 1, wordt gerealiseerd en deze inpassing in stand wordt gehouden. 5.3
Specifieke gebruiksregels
5.3.1
Strijdig gebruik
In aanvulling op het bepaalde van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c Wabo wordt onder gebruik strijdig met de bestemming in ieder geval begrepen: a. b. c. d.
wonen; een seksinrichting; bedrijfsmatige buitenopslag; het gebruiken en gebruikt houden van bebouwing conform lid 5.1.1 onder a. tot en met f. genoemde doeleinden, zonder de tijdige en volledige realisatie van de in lid 5.2.4 voorgeschreven landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering, dan wel zonder de duurzame instandhouding van de bedoelde maatregelen; e. het gebruik van flexwerkplekken als zelfstandig kantoor, waaronder mede wordt verstaan het gebruik van een flexwerkplek gedurende een aaneengesloten periode van 2 jaar of meer door dezelfde
16
Bestemmingsplan "Veerse Toren Raamsdonksveer" (vastgesteld)
gebruiker.
Bestemmingsplan "Veerse Toren Raamsdonksveer" (vastgesteld)
17