CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2a - BP Theresiakwartier - Toelichting

Besluitvormende raad 24 februari 2022, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Theresiakwartier13.304 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Er is een provinciaal natuurbeleidsplan (Brabant Uitnodigend Groen), een energieplan (Energieagenda) en beleid om de Brabantse agrofoodsector duurzaam te maken (Uitvoeringsagenda Brabantse Agrofood). Het PMWP vult deze plannen aan waar er grote raakvlakken zijn met het milieu- en waterbeleid. Het PMWP is niet bindend voor andere partijen dan de provincie zelf. Alleen voor een aantal aspecten van het oppervlakte- en grondwater, zoals vastgelegd in de Kaderrichtlijn Water en de overige wateren is het PMWP wel rechtstreeks bindend voor waterschappen. Verder biedt het plan gemeenten en waterschappen een kader voor hun eigen beleid. Waterschappen moeten op grond van de Waterwet ‘rekening houden’ met dit plan.

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

31

Beleid Waterschap Het Waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente. Het Waterschap heeft de grondslag van haar beleid opgenomen in het waterbeheerplan 2016-2021 ‘Grenzeloos verbindend’. Speerpunten zijn klimaatadaptatie, innovaties, ruimtelijke ontwikkelingen, toekomstig medegebruik en het tegengaan van verdroging. De langetermijnstrategie uit het voorgaande beheerplan wordt voortgezet voor de verschillende thema's, zoals waterkwaliteitsverbetering, vermindering van de kans op wateroverlast en verdrogingsbestrijding. Zo vaart het waterschap een toekomstbestendige koers. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema’s/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de legger. De Keur waterschap Brabantse Delta 2015 bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie.

Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de ‘Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’ (vastgesteld 24 februari 2015). Oppervlaktewater In het plangebied is momenteel geen oppervlaktewater aanwezig. Waterkeringen In het plangebied en de directe omgeving zijn geen waterkeringen aanwezig. Watercompensatie Watercompensatie Door de herontwikkeling van het plangebied en van de naastgelegen de nieuwbouw van Prisma, zal - zoals weergegeven in onderstaande berekening - sprake zijn van een nagenoeg gelijkblijvende omvang van het verhard oppervlak, waarbij rekening is gehouden met groene halfverharde parkeervoorzieningen.

afbeelding : tabel oppervlakte huidige situatie

32

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

afbeelding : tabel oppervlakte toekomstige situatie

Binnen het plangebied neemt in de toekomstige situatie het verhard oppervlak met circa 450 m2 toe. Daarnaast wordt door toepassing van groene daken ter plaatse van de platte daken water geborgd of vertraagd afgevoerd. In geval van een toename van meer dan 500 m² aan verhard oppervlak, dient (in principe) op eigen terrein te worden voorzien in retentie. Op basis van de bovenstaande berekening kan met voldoende zekerheid geconcludeerd worden dat de vrijstellingsgrens van 500 m2 niet overschreden zal worden. Gelet op het voorgaande is compensatie niet benodigd. Riolering In de nieuwe situatie wordt een gescheiden stelsel toegepast. In zijn algemeenheid is voor de waterhuishouding in nieuwbouwprojecten de realisatie van een duurzaam gescheiden systeem uitgangspunt. Dit betekent dat schoon hemelwater, wat valt op daken en (niet vervuilde) terreinverhardingen, zoveel als mogelijk, apart dient te worden ingezameld en dat alleen het vervuilde afvalwater via het riool wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Waterkwaliteit Het tegengaan van riool-overstorten door de afkoppeling van hemelwater van de DWA komt de waterkwaliteit (in de omgeving) ten goede. Het ontstaan van (nieuwe) vervuilingsbronnen dient zoveel mogelijk te worden voorkomen om vervuiling van gronden oppervlaktewater te beletten.

Het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen bij de toekomstige ontwikkeling voorkomt dat het hemelwater wordt vervuild. In verband hiermee dienen geen (sterk) uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink of teerhoudende dakbedekking te worden gebruikt op delen die met hemelwater in contact komen, zoals de dakbedekking, goten en pijpen of er moet voorkomen worden dat deze materialen kunnen uitlogen (bijvoorbeeld door het coaten van loodslabben). Voorliggend plan heeft geen effect op de waterkwaliteit omdat door middel van het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen, voorkomen wordt dat het hemelwater wordt vervuild. Voor de nieuwbouw van woningen gaan het waterschap en de gemeente daarnaast uit van een gescheiden rioleringsstelsel.

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan. In het kader van het wettelijk vooroverleg wordt het voorliggende bestemmingsplan aan Waterschap Brabantse Delta voorgelegd.

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

33

4.7

Flora en Fauna

Beleid en wetgeving Het natuurbeschermingsbeleid en de wet- en regelgeving op het gebied van flora en fauna kennen twee sporen, namelijk een gebiedsgericht en een soortgericht spoor. Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot voormelde actuele natuurwetgeving. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op flora en fauna en/of beschermde natuurgebieden. Soortenbescherming In verband met de uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen dient rekening te worden gehouden met soortenbescherming en met name de aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Als gevolg hiervan zijn veel soorten niet meer beschermd. Echter een aantal andere vlinder- en libellesoorten en florasoorten zijn nu wel beschermd. Tevens blijft de algemene zorgplicht gelden. Daarnaast geldt in bepaalde provincies voor een aantal van de Tabel 1-soorten uit de Flora- en faunawet wet geen vrijstelling meer. Dit zijn voor de provincie NoordBrabant de bunzing, hermelijn en wezel.

Voor de strikt beschermde soorten in de nieuwe Wet Natuurbescherming, namelijk de soorten die zijn beschermd in de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn, geldt dat deze in de Flora- en faunawet gelijkwaardige bescherming genieten. De conclusies ten aanzien van deze soorten zullen dan ook niet veranderen met het van kracht worden van de nieuwe wet. Een tweetal algemene voorwaarden vanuit de Wet natuurbescherming is altijd van toepassing : 1. in het broedseizoen van vogels (globaal half maart tot half juli) mogen de vegetatie, bosjes en opstallen niet worden verwijderd. Werkzaamheden tijdens deze periode zouden leiden tot directe verstoring van broedvogels en het broedsucces. Alle vogels zijn beschermd. Er is geen vrijstelling te verkrijgen in het kader van de Flora- en faunawet voor activiteiten die vogels in hun broedseizoen zou kunnen verstoren. 2. op basis van de zorgplicht volgens volgens artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming dient bij de uitvoering van de werkzaamheden voldoende zorg in acht te worden genomen voor de in het wild levende dieren en hun leefomgeving. Gekomen is tot een Quickscan flora en fauna, zoals neergelegd in de rapportage van Antea Groep d.d 9 juli 2019 (projectnummer 454587.100), die hier als bijlage 5 is opgenomen.

Als conclusie wordt in het onderzoek aangegeven dat nader onderzoek naar (de aanwezigheid van) de huismus en de vleermuis noodzakelijk is. Dit onderzoek is uitgevoerd en hier als bijlage 6 opgenomen. Uit dit Nader onderzoek vleermuizen en huismussen Omgeving St. Theresiastraat te Raamsdonksveer projectnummer 0454587.100 concept 21 oktober 2020 van Antea groep bleek :

34

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

Aanwezigheid van beschermde verblijfplaatsen of essentiële onderdelen van het leefgebied van vleermuizen en huismus binnen de begrenzing van het plangebied is uitgesloten. Negatieve effecten zijn derhalve uitgesloten. Vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming zijn niet aan de orde. Wel geldt te allen tijde, zoals reeds in de natuurtoets vermeld, de zorgplicht bij uitvoering van de werkzaamheden.

Gebiedbescherming De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door 'externe werking') op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Middels een 'habitattoets' dient te worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000gebieden veroorzaakt. De uitkomsten van de habitattoets dienen te worden beoordeeld door het bevoegd gezag. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (de voormalige Ecologische Hoofdstructuur / EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN.

Het voorliggende plangebied heeft geen status in het kader van de Wet natuurbescherming (Natura 2000-gebied, Vogel- of Habitatrichtlijngebieden). Het dichtstbijzijnde gebied dat onder de bescherming van de Wet natuurbescherming valt is Natura 2000-gebied 'Biesbosch', circa 2,8 kilometer ten noorden van het plangebied. Gezien de aard, omvang en locatie van het voornemen en de afstand en effectbereik ten opzichte van het voornoemde Natura 2000-gebied, is aannemelijk dat significant negatieve effecten van 18 storingsfactoren op voorhand zijn uit te sluiten. Vanwege het effectbereik en de overbelaste situatie, is dit laatste niet het geval voor de stikstofdepositie als gevolg van het voornemen. Aldus is nader onderzoek dienaangaande aan de orde. In de notitie van Tritium Advies BV d,d. 23 december 2020 - gebaseerd op de bijbehorende berekeningen met de AERIUS Calculator (bijlage 7 bij deze toelichting) is als conclusie opgenomen : Uit de rekenresultaten van AERIUS Calculator 2020 blijkt dat er ten gevolge van de beoogde planontwikkeling geen stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Derhalve zijn ‘significante (negatieve) effecten’ op beschermde natuurgebieden ten aanzien van stikstofdepositie uit te sluiten.

Bovendien moet worden opgemerkt dat er worst-case rekening is gehouden met eveneens relatief oud materieel, alle werkzaamheden in één rekenjaar zijn gemodelleerd én er geen rekening is gehouden met intern salderen. Een vergunning in het kader van de Wnb is derhalve niet aan de orde. De berekening toont aan dat het aspect stikstofdepositie geen beperkingen oplevert ten aanzien voor het beoogde planvoornemen.

Derhalve mag worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen significant effect heeft op de natuurwaarden waarvoor de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen en dus ook geen afbreuk aan de instandhoudingsdoelen van deze gebieden. Een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is niet nodig.

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

35

afbeelding: ligging plangebied t.o.v. N 2000

Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het NatuurNetwerk Brabant (NNB). Wel zijn enkele gebieden in de omgeving van het plangebied aangemerkt als NNB. Het voornemen heeft door zijn locatie, aard en omvang geen negatieve invloed op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB. Vanuit het provinciale natuurbeleid is er daarom geen bezwaar tegen de voorgenomen ingreep. Een nadere beoordeling is niet nodig. Conclusie Het aspect flora en fauna levert geen belemmeringen op voor dit bestemmingsplan.

4.8

Archeologie / cultuurhistorie

3.8.1 Archeologie Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. Het Verdrag van Valletta is vertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente bevoegd gezag op het gebied van cultuurhistorie en archeologie.

36

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Met deze wetswijziging is de Monumentenwet 1988 opgesplitst: een gedeelte (dat ziet op de fysieke leefomgeving) zal in 2021 opgaan in de Omgevingswet, het overige gedeelte is opgenomen in de nieuwe Erfgoedwet. Hierbij wordt als vuistregel gehanteerd: omgang met het erfgoed in de Omgevingswet, duiding van het erfgoed in de Erfgoedwet. De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed - beschermde stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen - en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving, komen in de Omgevingswet terecht en zijn dus niet in de Erfgoedwet geregeld. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen. De bepalingen uit de Monumentenwet 1988 die naar de Omgevingswet over zullen gaan, blijven van kracht tot de Omgevingswet in werking treedt. Het Besluit ruimtelijke ordening en de Erfgoedwet schrijven niet voor in welke mate met archeologie rekening dient te worden gehouden. De gemeente heeft wat dit betreft beleidsvrijheid en kan het archeologische belang afwegen ten opzichte van andere belangen, de belangen van de burger en van de gemeente. Archeologie Het gemeentelijk archeologiebeleid is vastgelegd in de Nota Archeologie, die op 30 november 2017 door de gemeenteraad is vastgesteld.

In de archeologische verwachtingswaardenkaart - die onderdeel uitmaakt van de voornoemde beleidsnota - is een hoge verwachtingswaarde aan het voorliggende plangebied toegekend. Voormeld gemeentelijk archeologiebeleid en bijbehorende archeologische verwachtingswaardenkaart met hierin per verwachtingswaarde normen wanneer archeologisch onderzoek wordt vereist bij een bepaalde mate van bodemverstoring is recent juridisch-planologische geborgd in het op 11 februari 2021 vastgestelde paraplubestemmingsplan ‘Archeologie’. Het doel van dit bestemmingsplan is om het gemeentelijke archeologisch beleid te vertalen in een bestemmingsplan door de gebieden met archeologische verwachtingswaarden te koppelen aan een vergunningstelsel. Het vergunningstelsel is opgezet ter bescherming van de waarden en is niet bedoeld als een verbodsregeling. Het is toegestaan om bodemingrepen te verrichten en (ver)bouwingen uit te voeren, maar alleen als dat mede in het belang is van de betrokken waarden In het parapluplan worden de archeologische waarden voorzien van een dubbelbestemming. De voor het plangebied geldende dubbelbestemming “waarde – archeologie 4” geldt boven de (enkel)bestemming van de gronden en is in onderhavig bestemmingsplan opgenomen c.q. overgenomen.

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

37

afbeelding: verbeelding parapluplan archeologie

Onderzoek In het kader van de ontwikkeling is gekomen tot een archeologisch bureauonderzoek, dat hier als bijlage 8 is opgenomen. In de samenvatting zijn de resultaten hiervan weergegeven als volgt : Uit het bureauonderzoek is gebleken dat er in plangebied een lage verwachting is voor bewoningssporen uit de Nieuwe Tijd en Late Middeleeuwen. Voor het plangebied geldt op basis van de landschappelijke ligging een hoge archeologische verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege- Middeleeuwen. De verstoringsdiepte van de bodem door de huidige bebouwing is onbekend. Bij oppervlakkige verstoring kunnen diepe archeologische sporen nog herkenbaar in de ondergrond aanwezig zijn. Op grond van de hier verzamelde indicatieve waarden uit archeologische gegevens gecombineerd met historische gegevens en de verwachte mate huidige verstoring door huidige en vroegere bebouwing, dient er een verkennend booronderzoek plaats te vinden. Op basis van deze boringen kan onderzocht worden of binnen het te verstoren deel een dekzandniveau aanwezig is, waarop mogelijk prehistorische, Romeinse of vroegmiddeleeuwse bewoning heeft plaatsgevonden en of dit dekzandniveau verstoord is door huidige en vroegere bebouwing.

In aanvulling hierop is gekomen tot een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek, dat hier als bijlage 9 is opgenomen. In de samenvatting zijn de resultaten hiervan weergegeven als volgt : De bovenste 110 tot 220 cm is verstoord en/of opgebracht bij de bouw en sloop van het ziekenhuis en klooster die voorafgaand aan de huidige bebouwing in het plangebied aanwezig waren. Enkel in boring 8 is mogelijk een deel van een B-horizont bewaard gebleven, de overige boringen laten geen intacte bodemopbouw zien. Er zijn potentieel archeologisch interessante niveaus aangetroffen in het plangebied. Het gaat om de top van het dekzand waarop een (deels) intacte bodem aanwezig is (boring 8), en de top van het dekzand onder het plaggendek (boringen 2 en 6). ADC ArcheoProjecten adviseert het plangebied vrij te geven wat betreft archeologie voor de voorgenomen ontwikkeling, mits de verstoring beperkt blijft tot 160 cm –mv ter plaatse van boringen 2, 6 en 8. Een uitzondering op genoemde voorwaarde betreft zogenoemde puntverstoringen (heipalen). Dergelijke verstoringen worden op grond van de geringe omvang in het algemeen als acceptabel beschouwd. Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten

38

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

aan het licht komen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Deze melding dient behalve bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tevens plaats te vinden bij de gemeente Geertruidenberg.

Voormelde onderzoeken zijn op verzoek van de gemeente beoordeeld en - met enkele bemerkingen - akkoord bevonden door Monumentenhuis Brabant BV. Monumentenhuis Brabant adviseert dat de (bouw)vergunning wordt verleend door de Gemeente Geertruidenberg onder voorwaarde, dat bij eventuele toevalsvondsten hiervan melding wordt gedaan conform art. 5.10 van de Erfgoedwet, die vanaf 1 juli 2016 van kracht is. Dit kan telefonisch bij het Meldpunt Provinciaal Depot Bodemvondsten Noord-Brabant (tel. 06-18303225).

3.8.2. Cultuurhistorie Op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie NoordBrabant zijn er geen cultuurhistorische waardevolle objecten of elementen aangetroffen in het plangebied en de directe omgeving.

afbeelding: ligging plangebied op CHW kaart

Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie staan de totstandkoming van dit bestemmingsplan niet in de weg c.q. zijn (voor wat betreft archeologie) in de regels afdoende geborgd.

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

39

4.9

Kabels en leidingen

Planologisch relevante leidingen dienen in het bestemmingsplan te worden bestemd. Tevens moeten relevante zones worden aangegeven, waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd : • gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; • aardgas; • defensiebrandstoffen; • warmte en afvalwater, ruwwater of halffabricaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch. Daarnaast moeten optisch vrije paden in het bestemmingsplan worden opgenomen. In of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen hoofdtransportleidingen of persleidingen van water, olie, gas, brandstof en/of hoogspanningsleidingen gelegen, die in het kader van het bestemmingsplan op de verbeelding met bijbehorende bebouwingsvrije zones dienen te worden opgenomen.

afbeelding : uitsnede netkaart hoogspanningslijnen (RIVM)

Op ruime afstand van het plangebied is een 380 kV-hoogspanningsverbinding (rode lijn) en twee 150 kV-verbindingen (blauwe lijn) gelegen. Voor de 380 kV geldt een indicatieve zone van 150 m en voor de 150 kV geldt een indicatieve zone van 80 m. Deze indicatieve zones kennen geen overlap met het voorliggende plangebied.

4.10

Bedrijven en milieuzonering

Regelgeving Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een onderbouwing uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom dient aandacht te worden besteed aan de rechten van de 40

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat inrichtingen en/of bedrijven wijzigen in de nabijheid van bestaande gevoelige functies. Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer of moeten middels een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen de inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aard en omvang van een bedrijf of inrichting, is deze mede afhankelijk van de omgevingskarakteristiek. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of een gemengd gebied. Een verregaande scheiding van functies kan leiden tot inefficiënt ruimtegebruik en een gebrek aan ruimtelijke kwaliteit. Een gemengd gebied met een mix van wonen en werken, winkels en horeca stimuleert een levendig straatbeeld, een hogere sociale veiligheid en extra draagvlak voor aanwezige voorzieningen.

Vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik verdient het, volgens de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering (2009) van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten)', de voorkeur om functiescheidingen niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. Voor het vaststellen van de genoemde minimale richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Daarbij wordt o.a. gekeken naar de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar en zo nodig naar het risico op bodem- of luchtverontreiniging. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in een categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien er sprake is van een kortere afstand dan de richtafstand, is aanvullend onderzoek noodzakelijk. Plangebied Het plangebied ligt in het centrum van de kern Raamsdonksveer met woningen alsmede centrumfuncties zoals winkels en maatschappelijke voorzieningen in de directe nabijheid. Er is dan ook sprake van een gemengd gebied, waardoor de richtafstanden één categorie kunnen worden verlaagd.

De in de omgeving van het plangebied aanwezige maatschappelijke voorzieningen en detailhandel kennen milieucategorie 2 met een grootste richtafstand van 30 meter. Door de ligging in gemengd gebied kan deze afstand worden verlaagd naar 10 meter. Binnen een straal van 10 meter is geen sprake van bedrijvigheid die een invloed kan hebben op het woon- en leefklimaat in het plangebied. In het plangebied is geen sprake van bedrijvigheid. Aldus zal het plan niet zorgen voor een verslechtering van het woon- en leefklimaat binnen en in de omgeving van het plangebied. Anderzijds brengt het planvoornemen geen verslechtering teweeg voor niet-woonfuncties en is in het plangebied sprake van een goed woon-en leefklimaat. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

41

Hoofdstuk 5 Juridische regeling 5.1.

Algemeen

Het bestemmingsplan is te typeren als een gedetailleerd plan. De methodiek van het bestemmingsplan is gebaseerd op de SVBP2012. Waar dat noodzakelijk is, wordt afgeweken van de standaard en kan specifiek toegesneden worden op de feitelijke situatie in het onderhavige plangebied. Er is, volgens de Wro, gekozen voor een analoge en digitale verbeelding van het plan. Aan de bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld die direct inzichtelijk maken welke ontwikkelingen zijn toegestaan. Verbeelding en regels bieden een directe bouwtitel voor bebouwing en gebruik.

5.2

Verbeelding

In de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover hier in de regels naar wordt verwezen. Ten behoeve van de leesbaarheid is het plan op een topografische ondergrond getekend. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn op de verbeelding opgenomen in het renvooi. Opgemerkt wordt dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar verschillen omdat de manier van raadplegen verschillend is. De digitale verbeelding is juridisch bindend.

5.3

Planregels

De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels, in bestemmingsregels, in algemene regels en in overgangs- en slotregels. De Inleidende regels bestaan uit begrippen en de wijze van meten, teneinde te voorkomen dat discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In Artikel 1 Begrippen geeft een omschrijving van in de regels gehanteerde begrippen. Als in de regels gebruikte begrippen niet in dit artikel voorkomen, dan geldt de uitleg/interpretatie conform het normale taalgebruik. In "Artikel 2 Wijze van meten" worden de te gebruiken meetmethodes vastgelegd. Het bestemmingsplan kent enkel de bestemming “wonen”, zoals vervat in artikel 3, op basis waarvan de gronden bestemd zijn voor grondgebonden en gestapelde woningen al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep. Hierbij behorend zijn wegen, straten, paden en overige verhardingen, groenvoorzieningen, (dak)tuinen, dakterrassen en erven, bovenen ondergrondse parkeervoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen alsmede bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De bouwregels en de omschrijving van strijdig gebruik completeren het betreffende artikel 3. In artikel 4 is opgenomen de waarde archeologie 4, waarmee wordt geborgd het behoud en de bescherming van (verwachte) archeologische waarden.

Onder de algemene regels zijn opgenomen de anti-dubbeltelregel, de algemene gebruiksregels, de algemene afwijkingsregels, de algemene wijzigingsregels en de overige regels. In de overgangs- en slotregels zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen.

42

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

De “anti-dubbeltelregel” is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. De “algemene gebruiksregels” bevatten de vormen van gebruik, die in ieder geval strijdig zijn met de regels van het bestemmingsplan. In de “algemene afwijkingsregels” wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een omgevingsvergunning afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. In de ”algemene wijzigingsregels” is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. In de “overige regels” is bepaald dat bij het bouwen of het wijzigen van het bestaande gebruik voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid, waarbij getoetst wordt aan de beleidsregels "Parkeren doen we zo!".

Op basis van het “overgangsrecht” mogen bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. De “Slotregel” geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

43

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1.

Inleiding

Naast het toetsen van een bestemmingsplan aan diverse omgevingsaspecten, dient het bestemmingsplan ook getoetst te worden aan de uitvoerbaarheid van het plan. Hierbij wordt gekeken naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

6.2.

Economische uitvoerbaarheid

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan, waarin ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, dient de gemeenteraad eveneens een exploitatieplan vast te stellen. Dit heeft te maken met de wettelijke verplichting om de kosten; die de gemeente moet maken om deze ontwikkeling mogelijk te maken, te verhalen op de eigenaar/ontwikkelaar. Van deze verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan kan worden afgezien indien het kostenverhaal op een andere manier is geregeld. Dit kan bijvoorbeeld door middel van gemeentelijke gronduitgifte of door het afsluiten van een overeenkomst. In dit plangebied is geen sprake van gemeentelijke gronduitgifte. Er wordt een anterieure overeenkomst opgesteld.

6.3.

Vooroverleg

Ter voldoening aan het gestelde in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening zijn de volgende vooroverlegpartners in de gelegenheid gesteld om hun reactie te geven op het concept bestemmingsplan: -

Waterschap Brabantse Delta Enexis Gasunie TenneT Rijksdienst voor Cultureel erfgoed Rijkswaterstaat Ministerie van Defensie Ministerie Economische Zaken en Klimaat Provincie Noord-Brabant

Zowel Rijkswaterstaat en TenneT hebben aangegeven dat zij geen belangen hebben in of rond het plangebied. De Provincie Noord-Brabant hebben geen inhoudelijke opmerkingen op de regels en toelichting van het bestemmingsplan. Brabantse Delta vraagt wel aandacht voor de maatschappelijke opgave van klimaatverandering. In de uitwerking van de plannen wordt in samenspraak met een landschapsarchitect gekeken naar klimaat adaptieve maatregelen en biodiversiteit. De ingekomen vooroverleg reacties zijn gebundeld en opgenomen in bijlage 10 van deze toelichting. Het wettelijke vooroverleg is hiermee afdoende en afgerond.

6.4

Inspraak

Voorafgaand aan de bestemmingsplanprocedure zijn door de initiatiefnemer(s) meerdere informatiemomenten / -avonden georganiseerd, waarbij de plannen aan omwonenden en andere belanghebbenden zijn gepresenteerd. 44

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

6.5

Ontwerpfase

Na afronding van het vooroverleg is de formele bestemmingsplanprocedure gestart. De aanpassingen die volgden uit de overlegreacties zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Ook zijn er ambtshalve aanpassingen doorgevoerd. Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken (21 oktober 2021 tot en met 1 december 2021) ter inzage gelegen. Binnen deze termijn wordt een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. Ook moeten de stukken met de kennisgeving aan de eerder genoemde diensten en instanties worden toegezonden (artikel 3:13 Awb), of er moet worden aangegeven waar de (digitale) stukken te vinden zijn (elektronische kennisgeving). Gedurende de termijn zijn er één zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn ondertekend door minstens één indiener. Dit maakt de zienswijzen ontvankelijk. Deze zijn samengevat en beantwoord in de 'Reactienota zienswijzen', die als bijlage 11 bij de toelichting is opgenomen.

6.6

Vaststellingsfase

Vervolgens is het bestemmingsplan voor vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot planrealisatie kan worden overgegaan.

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

45

Bijlagen Bijlage 1 : beeldkwaliteitsplan Bijlage 2 : vormvrije MER beoordeling Bijlage 3 : memo bodemonderzoek Bijlage 4 : akoestisch onderzoek wegverkeer Bijlage 5 : quickscan flora / fauna Bijlage 6 : nader onderzoek huismus en vleermuis Bijlage 7 : aerius berekening Bijlage 8 : archeologisch bureauonderzoek Bijlage 9 : archeologisch inventariserend veldonderzoek Bijlage 10 : weergave reacties vooroverleg Bijlage 11 : reactienota zienswijzen Deze bijlagen zijn te raadplegen op de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl

46

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=bb9b946b-a84e-4225-9673-6d69b2a0921b