CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2a - BP Theresiakwartier - Toelichting

Besluitvormende raad 24 februari 2022, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Theresiakwartier13.304 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BESTEMMINGSPLAN Theresiakwartier

Toelichting

versie 24 februari 2022

2

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2. Ligging en begrenzing van het plangebied 1.3 Crisis- en Herstelwet 1.4 Vigerend bestemmingsplan 1.5 Leeswijzer Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Omgeving plangebied 2.2 Plangebied 2.3 Toekomstige situatie / planvoornemen 2.4. Verkeer en parkeren Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 3.5. Conclusie Hoofdstuk 4 Sectorale aspecten 4.1 Inleiding 4.2 Mer beoordeling 4.3 Bodem 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Externe veiligheid 4.7 Waterparagraaf 4.7 Flora en Fauna 4.8 Archeologie / cultuurhistorie 4.9 Kabels en leidingen 4.10 Bedrijven en milieuzonering Hoofdstuk 5 Juridische regeling 5.1. Algemeen 5.2 Verbeelding 5.3 Planregels Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1. Inleiding 6.2. Economische uitvoerbaarheid 6.4 Inspraak 6.5 Ontwerpfase 6.6 Vaststellingsfase

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

5 5 5 6 7 7 8 8 9 10 10 14 14 14 17 21 24 25 25 25 26 27 29 29 31 34 36 40 40 42 42 42 42 44 44 44 44 45 45

3

Bijlagen Bijlage 1 : beeldkwaliteitsplan Bijlage 2 : vormvrije MER beoordeling Bijlage 3 : memo bodemonderzoek Bijlage 4 : akoestisch onderzoek wegverkeer Bijlage 5 : quickscan flora / fauna Bijlage 6 : nader onderzoek huismus en vleermuis Bijlage 7 : aerius berekening Bijlage 8 : archeologisch bureauonderzoek Bijlage 9 : archeologisch inventariserend veldonderzoek Bijlage 10 : weergave reacties vooroverleg Bijlage 11 : reactienota zienswijzen

4

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

Aanleiding tot dit bestemmingsplan is de transformatie van een woonzorglocatie aan de Brejaartstraat en St. Theresiastraat, tot een aantrekkelijk woonmilieu. Het project bestaat uit het amoveren van bestaande (Prisma) bebouwing en opvolgende nieuwbouw van 27 appartementen, 29 studio’s en 16 eengezinswoningen. Deze ontwikkeling zorgt voor een passende invulling van het plangebied en voor afronding van het voor de betreffende locatie bedoelde klein-stedelijke milieu. De ontwikkeling pas niet binnen het geldende bestemmingsplan “Raamsdonksveer Zuid“, waarbinnen de locatie de bestemming “maatschappelijke doeleinden” kent, met hierbij afgebakende bouwblokken, gebaseerd op de bestaande – te amoveren – bebouwing. Dit bestemmingsplan is aldus opgesteld en voorziet in een juridisch-planologische regeling om de herontwikkeling mogelijk te maken.

1.2.

Ligging en begrenzing van het plangebied

Het plangebied ligt in het zuidelijk deel van de gemeente Raamsdonkveer en wordt in grote lijnen begrensd door bestaande woonbebouwing in de Koningstraat (in het zuiden) de Grote Kerkstraat (in het westen) en de Brejaartstraat (in het oosten). De locatie is op onderstaande afbeelding weergegeven.

afbeelding : plangebied en directe omgeving

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

5

afbeelding : kadastrale weergave plangebied

afbeelding : verbeelding

1.3

Crisis- en Herstelwet

De Crisis- en herstelwet (Chw) is in het leven geroepen ten behoeve van versnelling van ruimtelijke projecten. Dit om de economische crisis en haar gevolgen te bestrijden. Per 25 april 2013 is deze wet permanent geworden (Staatsblad, jaargang 2013, nr. 144 en nr. 145). De Chw is met name gericht op grote infrastructurele projecten en projecten gericht op duurzaamheid, innovatie en energie alsmede woningbouwplannen, omvattende meer dan 11 woningen. Aldus is de Chw op dit bestemmingsplan van toepassing.

6

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

1.4

Vigerend bestemmingsplan

Het ter plaatse geldende bestemmingsplan is “Raamsdonksveer Zuid“, dat op 14-10-2008 onherroepelijk is geworden. Hieronder is opgenomen een gedeelte van de verbeelding van dit bestemmingsplan met daarin het plangebied voorzien van de bestemming “Maatschappelijke doeleinden”.

afbeelding : uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan

1.5

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen : - een verbeelding, waarop het plangebied en onder meer de bestemming in het plangebied zijn aangegeven; - regels, waarin de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de op de verbeelding vermelde bestemming zijn opgenomen. - Deze toelichting bestaande uit zes hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2 met de beschrijving van de bestaande situatie in het plangebied en een beschrijving van het project. Hoofdstuk 3 bevat het beleidskader voor de opstelling van het voorliggende bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in de relevante sectorale aspecten. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is beschreven in hoofdstuk 5. De uitvoerbaarheid komt in hoofdstuk 6 aan de orde met als onderdeel hiervan de gevolgde en te volgen procedure. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

7

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1

Omgeving plangebied

Op de onderstaande afbeelding is een deel van Raamsdonksveer te zien, met rood omcirkeld globaal het plangebied. De locatie is gelegen in primair een woonomgeving, bestaande uit grondgebonden woningen. Noordelijk van de locatie ligt het centrum van Raamsdonksveer met hierin meer gemengde gebruiksfuncties.

afbeelding : ligging plangebied in Raamsdonksveer

afbeelding : woonbebouwing Koningstraat / Brejaartstraat

8

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

2.2

Plangebied

Op de onderstaande afbeelding is het plangebied meer gedetailleerd weergegeven .

afbeelding : plangebied en directe omgeving

afbeelding : plangebied gearceerd weergegeven

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

9

2.3

Toekomstige situatie / planvoornemen

Beoogd is de bestaande bebouwing te amoveren en nieuwbouwwoningen te realiseren bestaande uit 27 appartementen, 29 studio’s en 16 eengezinswoningen. Het nieuwbouwplan van Prisma aan de Brejaartstraat maakt geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Op onderstaande afbeelding zijn weergegeven de in dit bestemmingsplan vervatte bouwplannen deel wonen (linkse vier bouwvolumes) alsmede de buiten de kaders van dit bestemmingsplan vallende bouwplannen deel Prisma (rechtse twee bouwvolumes).

afbeelding : bouwplannen plangebied en direct aansluitende omgeving

2.4.

Verkeer en parkeren

De aspecten verkeer en parkeren zijn belangrijke aandachtspunten bij de afweging om herontwikkeling toe te staan. De woningen dienen goed bereikbaar te zijn en mogen niet leiden tot een onevenredige hoge druk op de lokale verkeersstructuur. Bovendien dient voorzien te worden in voldoende parkeergelegenheid. Verkeersontsluiting Het plangebied wordt via de bestaande aansluiting van de St. Theresiastraat ontsloten op de Grote Kerkstraat. Het plan biedt voor autoverkeer geen doorgaande route naar de Brejaartstraat. De eenrichting situatie van de St Theresiastraat wordt aangepast naar inen uitrit via de Grote Kerkstraat. Voor langzaam verkeer is het mogelijk via het parkeerterrein van Prisma het plangebied te betreden en zodoende via de (semi)publieke parkachtige omgeving het centrum te bereiken. De ontsluiting van het plangebied is voor zowel het gemotoriseerd verkeer als langzaam verkeer goed. Verkeersgeneratie Huidige situatie:

10

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

Theresiastraat vormt een doorgaande éénrichtingsverbinding tussen de Brejaartstraat en de Grote Kerkstraat (centrum). Omdat het terrein volledig door Prisma wordt gebruikt betreft het voornamelijk bestemmingsverkeer. Voor de woongebouwen betreft het hoofdzakelijk personeel en (incidenteel) bezoekers. In het westen ligt het huidige activiteitencentrum waar dagbesteding en behandeling wordt geboden. Deze functie heeft meer verkeersaantrekkende bewegingen door het brengen en halen van bezoekers van de dagbesteding.. Nieuwe situatie In de nieuwe situatie zal het merendeel van het verkeer, zowel personeel als bezoekers aan de woongebouwen, met de bestemming Prisma gericht zijn op een aanrijdroute via de Brejaartstraat en de aldaar gelegen parkeervoorziening op eigen terrein en zij het beperkt in de openbare ruimte langs de straat. Het dagelijkse brengen en halen van cliënten van Prisma met taxibusjes zal blijven. Deze komen aan via de Brejaartstraat en verlaten het gebied, via de Theresiastraat, naar de Grote Kerkstraat. De nieuw te realiseren woningen genereren op basis van de CROW kengetallen dagelijks tussen de 466 tot 530 ritten op een werkdag. In de spits betekend dit gemiddeld 1 auto per minuut van of naar het plangebied (excl. wat vanwege de zorg daar al rijdt). Het aandeel vanuit de huidige zorgfunctie in het plangebied dient daarop te worden gecorrigeerd.

Een (groot) deel van deze verkeersbewegingen worden, met het oog op de nieuwe positie van Prisma, gecompenseerd omdat personeel en bezoekers van Prisma via de Brejaartstraat zal aankomen en vertrekken. De toename zal aldus ca. 250 tot 350 verkeersbewegingen omvattten, hetgeen - gezien de inrichting van de Grote Kerkstraat en de functie van deze weg binnen het de kern Raamsdonkveer - niet tot problemen zal leiden.

afbeelding : tabel bepaling verkeersgeneratie

Parkeren

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

11

Om te toetsen of bij nieuwe ontwikkelingen voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd, hanteert de gemeente Geertruidenberg de parkeernormen zoals deze in het parkeerbeleidsplan 'Parkeren doen we zo!' uit 2018 zijn opgenomen. De parkeernormen zijn afgeleid uit de landelijke richtlijn van het CROW: ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’, publicatie 317 uit oktober 2012. Parkeren binnen het plangebied zal gedeeltelijk op eigen terrein worden opgelost. Voor 27 appartementen geldt dat parkeren deels op eigen terrein plaatsvindt. De overige parkeerbehoefte wordt in de openbare ruimte ondergebracht. Binnen het plangebied worden studio’s gerealiseerd. Binnen het huidige parkeerbeleidsplan is voor studio’s geen norm gedefinieerd. Gezien de functie voor 1-2 persoon huishoudens, waarbij de nadruk op 1-persoons huishoudens ligt, is een parkeernorm van 1,3 aangehouden, waarbij 0,3 voor bezoekersparkeren. Deze norm betreft het gemiddelde van de norm voor een studentenkamer (0,8) zoals in de CROW omschreven en de norm die de gemeente hanteert voor een midden/goedkoop huur etagewoning in de Rest bebouwde kom waar het plangebied toe behoort.

Uitgaande van bovenstaande norm voor studio’s en de normen uit het parkeerbeleidsplan ‘parkeren doen we zo!’ en Rest bebouwde kom, is met een planinvulling met 16 rijwoningen, 29 studio’s en 27 appartementen de totale normatieve parkeerbehoefte 134 parkeerplaatsen. egw app-koop studio

16 2,3 36,8 27 2,2 59,4 29 1,3 37,7 --------------------------72 134

18x stalling

Prisma realiseert op eigen terrein 33 parkeerplaatsen en in openbaar gebied 1 parkeerplaats ten behoeve van personeel en bezoek. Dit aantal is gebaseerd op het maximaal aantal benodigd op piekmomenten, waarbij geen rekening is gehouden met de overige openbare plaatsen aan de Brejaartstraat. Een groot deel van de parkeerplaatsen zal in de avonduren, wanneer de parkeerbehoefte bij de woningen het hoogste is, niet worden gebruikt. Bij het dagbehandelingsgebouw van Prisma worden 12 parkeerplaatsen voor dubbelgebruik gerealiseerd. Ter borging van het gebruik en de toegankelijkheid hiervan zijn schriftelijke afspraken gemaakt met Prisma. Derhalve worden deze 12 parkeerplaatsen tevens aangemerkt als beschikbare ruimte voor (bezoekers)parkeren voor het wonen deel. Uitgaande van een normatieve behoefte van 134 plaatsen, 12 plaatsen op Prisma terrein en 18 plaatsen onder het appartementengebouw, dienen 104 plaatsen in het openbaar gebied te worden gerealiseerd. In de stedenbouwkundige opzet zijn 100 plaatsen in het openbaar gebied van het plangebied voorzien.

Gezien het feit dat de gemeente Geertruidenberg de hoogste landelijke parkeernorm hanteert, er geen gelijktijdigheidsregels worden gehanteerd voor bewoners en bezoekers van de woningen en binnen 100 meter van de woningen diverse openbare parkeerplaatsen zijn gelegen, is het aannemelijk dat het tekort aan 4 parkeerplaatsen niet zal leiden tot problemen. Ter waarborging is in de regels van dit bestemmingsplan een specifieke regeling voor parkeren opgenomen. Bij aanvraag omgevingsvergunning bouw moet een parkeerbalans worden overlegd. Indien blijkt dat niet kan worden voldaan aan de gestelde normen, bestaat de mogelijkheid om af te wijken, indien voldaan wordt aan gestelde voorwaarden.

12

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

Conclusie De ontsluiting van het plangebied is voor zowel het gemotoriseerd verkeer als langzaam verkeer goed. De verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling is relatief klein, en zal niet leiden tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Tenslotte is in de regels een regeling ten aanzien van parkeren opgenomen. Op deze wijze is de realisatie van voldoende parkeergelegenheid gewaarborgd. Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

13

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke beleidskaders op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Verantwoord wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past in het (toekomstig) ruimtelijk beleid. Er wordt geen complete samenvatting gegeven van alle beleidsaspecten. Uitsluitend de relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven en verantwoord.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1. Nationale Omgevingsvisie 2020 (Novi) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. De NOVI benoemt de volgende nationale belangen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21.

Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. Beperken van klimaatverandering. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit). Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat.

Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. Ontwikkelen van een duurzame visserij.

De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten :

14

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

1. 2. 3. 4.

ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel bevorderen; zorgen voor sterke en gezonde steden en regio's; stimuleren van een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Omgevingsinclusieve benadering Centraal in de te maken afwegingen tussen belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). Hierbij wordt aangesloten bij de integrale opvatting uit de Omgevingswet van het begrip fysieke leefomgeving en wordt de noodzakelijke integraliteit van afwegingen benadrukt. Het belangrijkste spanningsveld in die afwegingen is dat tussen beschermen en ontwikkelen. Het doel van de toekomstige Omgevingswet (deze wet treedt naar verluid in werking per 1 juli 2022) is namelijk het bereiken van een balans tussen: '(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in de omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving. Hiermee moet dus rekening worden gehouden bij het maken van beleidskeuzes. Een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving houdt in dat ontwikkeling van de leefomgeving samen gaat met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit.

Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Afwegingsprincipes Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. 2. 3.

combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; kenmerken & identiteit van een gebied staan centraal; afwentelen wordt voorkomen.

Plangebied Een opgave in de NOVI is om aansluitend op de woonbehoefte (met name in en bij de stedelijke regio's) woningen toe te voegen aan de woningvoorraad. Dit bestemmingsplan maakt het mogelijk om in het plangebied diverse woningen te realiseren. De NOVI krijgt doorwerking op lagere beleidsniveaus. De relevante beleidsstukken op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau zijn in de navolgende paragrafen getoetst. Tot slot zijn op rijksniveau geen belangen benoemd die rechtstreeks van invloed zijn op het plangebied

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

15

3.2.2. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) (2012) Het kabinet heeft vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Plangebied Het Barro vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. 3.2.3. Ladder voor duurzame verstedelijking Het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: de ladder) is een motiveringsvereiste voor ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Het doel van de ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De ladder is opgenomen in artikel 3.1.6. lid 2 Bro en luidt: ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan voorzien’.

Dit plan voorziet in het realiseren van 72 woningen. Voor een woningbouwlocatie volgt uit de jurisprudentie en uit artikel 1.1.1. Bro, dat vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Gelet op het aantal woningen, en het feit dat een behoorlijke hoeveelheid nieuwe bebouwing (nieuw ruimtebeslag) mogelijk wordt gemaakt, is in beginsel sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Uit de Regionale Agenda Wonen blijkt dat er in de gemeente Geertruidenberg behoefte is aan 600 nieuwe woningen in de periode tot 2024. Het overzicht van het woningbouwprogramma (stand: voorjaar 2016) laat zien dat de harde plancapaciteit slechts 200 woningen bedraagt. De harde plancapaciteit blijft dan ook achter bij de actuele behoefte aan nieuwe woningen, waardoor er nog ruimte is voor circa 400 woningen. De locaties die hiervoor in beeld zijn, zijn opgenomen in de 'Woonvisie 2017'. Het woningbouwprogramma voor Geertruidenberg - dat eveneens is opgenomen in de woonvisie - voorziet in 530 nieuwbouwwoningen in de periode 2017-2021, waarvan 160 woningen binnen de kern Geertruidenberg. Dit komt overeen met de provinciale groeiprognose voor dezelfde periode. De realisatie van 72 woningen in het voorliggende plangebied is passend binnen de bovengenoemde woningbouwprogrammering. Daarmee is de kwantitatieve behoefte voldoende aangetoond.

16

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

Naast de kwantitatieve behoefte, dient ook de kwalitatieve behoefte aangetoond te worden. Het voorliggende bestemmingsplan vormt de basis voor een gevarieerd woonaanbod, zodat optimaal ingespeeld kan worden op de kwalitatieve woningbehoefte; zowel nu als in de toekomst. De programmering van de nieuwbouwwoningen in het plangebied voorziet in de behoefte voor jongeren, (jonge) gezinnen (starters) en senioren, zoals door de gemeente is aangetoond middels het marktonderzoek dat is aangehaald in de Woonvisie. Deze woonproducten voor de betreffende marktsegmenten vallen in een betaalbare prijsklasse. Het plangebied is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied van de gemeente Geertruidenberg. Op basis van vaste jurisprudentie hoeft de gemeente - indien een behoefte bestaat waarin kan worden voorzien binnen bestaand stedelijk gebied – niet te beoordelen of ook elders binnen bestaand stedelijk gebied in de gemeente of de regio in deze behoefte zou kunnen worden voorzien.

3.3

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze in 2021 wordt ingevoerd. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat lange termijndoel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.

Structuurvisie Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 in werking getreden (hierna: Structuurvisie). Deze Structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De Structuurvisie bestaat uit twee delen (A en B) en een uitwerking. Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in vier ruimtelijke structuren geordend. Op de structurenkaart die bij de structuurvisie hoort is het stedelijk gebied van Geertruidenberg als stedelijk concentratiegebied aangeduid. De stedelijke structuur wordt in deel B beschreven :

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

17

3. de stedelijke structuur De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant. De provincie kiest hier voor twee perspectieven. Ten eerste stedelijke concentratiegebieden waar de groei van de verstedelijking wordt opgevangen. De provincie wil de verstedelijking op goed ontsloten plekken concentreren en de groene ruimte tussen steden openhouden. Ten tweede dienen kernen in het landelijk gebied zoveel mogelijk te worden ontzien van verdere verstedelijking. Alleen de eigen verstedelijkingsbehoefte wordt daar opgevangen.

Provinciale belangen zijn: • De verbreding van de A27 is aangeduid als studie; • Er is een aantal zoekgebieden voor verstedelijking aangegeven: aan de westzijde van Geertruidenberg, de zuidwestzijde van Raamsdonksveer en op diverse kleinere locaties rond Raamsdonk, waaronder de locatie Wim Boonsstraat; • De Donge, de Biesbosch en de Overdiepsche polder en uiterwaard zijn aangeduid als waterbergingsgebied. • Het westelijk lint van Raamsdonk ligt in cultuurhistorisch waardevol landschap. Het stedelijk gebied en de zoekgebieden zijn vastgelegd in de verordening ruimte.

afbeelding : uitsnede uit kaart visiekaart Structuurvisie 2010

Het stedelijk concentratiegebied met de bijhorende zoekgebieden voor verstedelijking vangt de groei van de bovenlokale verstedelijkingsbehoefte op. Naar huidige inzichten met het perspectief tot 2025 en een doorkijk naar 2040 - is in het stedelijk concentratiegebied (inclusief de zoekgebieden voor verstedelijking) voldoende ruimte om in de verstedelijkingsbehoefte (wonen, werken en voorzieningen) te voorzien. Hier is ruimte voor een grote verscheidenheid aan woon- en werkmilieus, of een menging daarvan, in uiteenlopende dichtheden. Onderhavig plan maakt de realisatie van diverse woningen mogelijk. Deze planontwikkeling past in de doelstellingen van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening. Door deze ontwikkeling wordt een kwaliteitsimpuls gegeven aan het binnenstedelijke woon-, werk-, en leefmilieu. Interim omgevingsverordening De Interim omgevingsverordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019 en vervangt de provinciale milieuverordening, verordenring natuurbescherming, verordening ontgrondingen, verordening ruimte, verordening water en verordening wegen. Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld 18

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen. In de Interim omgevingsverordening staan regels voor:  Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo’n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen.  Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Dit zijn de regels die tot voor kort waren opgenomen in de Verordening ruimte Noord-Brabant. De toedeling van functies Het plangebied is aangeduid als 'Stedelijk gebied'. Het provinciale beleid is er al decennia lang op gericht om stedelijke ontwikkeling in stedelijke concentratiegebieden te bundelen. Het doel daarvan is om voldoende draagvlak voor de steden als economische en culturele motor te creëren en om het dichtslibben van het landelijk gebied tegen te gaan. Op provinciale schaal betekent dit dat het merendeel van de woningbouw, de bedrijventerreinen, voorzieningen en bijbehorende infrastructuur moet plaatsvinden in of aansluitend op de stedelijke concentratiegebieden.

Binnen het bestaand stedelijke gebied is de gemeente in het algemeen vrij om te voorzien in stedelijke ontwikkeling. Op basis van artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling dient een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen binnen het Stedelijk gebied te liggen. Het bestemmingsplan dient daarbij te zijn voorzien van een onderbouwing dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken alsmede dat het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Zoals in deze toelichting op diverse onderdelen beschreven past dit bestemmingsplan binnen deze regels van de Interim omgevingsverordening. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 72 woningen mogelijk. In de regionale woningbouwafspraken wordt de provinciale woningbehoefteprognose als uitgangspunt voor de vraagontwikkeling gehanteerd.

Uitsnede tabel ‘indicatie omvang woningvoorraad 2020-2040

Op basis van de provinciale woningbehoefteprognose zal de woningvraag van 2020 van 9640 in 2040 toenemen tot 10290, aldus met circa 650 woningen. Aldus wordt met dit plan met ruimschoots in een (kwantitatieve) woningbehoefte voorzien. Wat de kwalitatieve woningbehoefte betreft is er sprake van een divers woningaanbod waarin dit plan voorziet, e.e.a. zoals hiervoor in het kader van de “laddertoets” beschreven. Het aspect duurzaamheid wordt hierna beschreven in deze toelichting.

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

19

De basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Uit artikel 3.5 komt naar voren dat aan een drietal aspecten getoetst moet worden om een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving te waarborgen. Dit betreft de aspecten zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6), de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7) en meerwaardecreatie (artikel 3.8). Zorgvuldig ruimtegebruik Onderhavig planvoornemen betreft een wijziging van de maatschappelijke bestemming naar een woonbestemming binnen het stedelijke concentratiegebied. Binnen het planvoornemen wordt een zorgvuldig ruimtegebruik verkregen door - met toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking zoals in paragraaf 3.2.3. beschreven - te komen tot een gedifferentieerd woonprogramma waarbij de bebouwde oppervlakte gelijk blijft en in het plan rekening is gehouden met versterking van de groenstructuur in de wijk. Toepassing van de lagenbenadering De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond; zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b.

de netwerklaag; zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag; zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Onderhavig planvoornemen zorgt niet voor een wijziging in de eerste twee lagen. Desalniettemin treedt er wel een verandering op in de derde laag. Doordat er een ontwikkeling plaatsvindt, waarbij woningen worden gerealiseerd, zorgt dit gedeeltelijk voor de verandering van de functie. Deze functie draagt bij aan het woonklimaat van Raamsdonksveer. Meerwaardecreatie Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Onderhavig planvoornemen zorgt voor sociaaleconomische meerwaardecreatie. Allereerst wordt gekomen tot “inbreiding” met nieuwe woningen in een woonomgeving.

Daarnaast leidt de ingebruikname van de woningen tot uitgaven binnen de directe omgeving, wat de economische positie van Raamsdonksveer ten goede komt. De versterking van de groenstructuur draagt bij aan een aantrekkelijke looproute tussen her centrum en het Koningspark en tevens aan klimaatadaptie voor de gebouwde omgeving ter voorkoming van hittestress.

20

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

3.4

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Geertruidenberg In de op 3 juni 2021 door de gemeenteraad vastgestelde omgevingsvisie is beschreven waar de gemeente Geertruidenberg voor staat en waar we naar toe willen in de toekomst. De combinatie van ‘thema’s’, ‘waarden’ en ‘ambities’ bepaalt de mogelijkheden voor nieuwe initiatieven in de verschillende gebieden binnen de gemeente. In de Omgevingsvisie worden keuzes gemaakt en prioriteiten gesteld voor de opgave waar de gemeente voor staat. De ambities zijn gericht op: • • • •

Een toekomstbestendige en groene gemeente. Een ondernemende gemeente. Een gezonde en veilige gemeente. Een levendige gemeente.

Deze ambities zijn het resultaat van het uitgebreide participatietraject, het interne proces en de keuzes gemaakt door de gemeenteraad van Geertruidenberg. Met deze set ambities bouwen we, op het fundament van de Structuurvisie 2030 (uit 2013) en het koersdocument G2025 (uit 2018), verder aan de fysieke leefomgeving van Geertruidenberg. Van toepassing op onderhavige ontwikkeling is met name het thema Wonen. De gemeente gaat hiervoor een programma opstellen. Het programma zal in beeld brengen hoe de lokale vraag en aanbod beter op elkaar aangesloten kunnen worden. Onderdeel van het programma is het woningbouwproject dat in onderhavig bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt. Het voorliggend initiatief pas daarmee volledig binnen de ambities van de ontwerp Omgevingsvisie Geertruidenberg. Conclusie Het onderhavig bestemmingsplan past binnen de ambities van het omgevingsbeleid van de gemeente Geertuidenberg voor de kern Raamdsdonksveer. Woonvisie Geertruidenberg 2017 Voor het gemeentelijk woningbouwbeleid is de Woonvisie Geertruidenberg 2017 het belangrijkste beleidsdocument, met hierin een doorkijk naar de ontwikkelingen en de visie daarop voor de komende jaren. Het algemene doel van de woonvisie is het realiseren van een goed woonklimaat dat bijdraagt aan het vestigingsklimaat, de vitale gemeenschappen en het behouden en verstrekten van een aantrekkelijk woon- en leefklimaat.

Evenals in de structuurvisie benoemd is de gemeente hierin de regisseur en heeft een faciliterende en informerende rol. Er wordt ingespeeld op de verdere bewustwording van de inwoners met betrekking tot hun eigen verantwoordelijkheid aangaande hun woontoekomst. Het stimuleren van initiatieven uit de gemeenschappen, aanspreken op en actief inzetten van kennis en talenten door de inwoners is uitgangspunt. In de Woonvisie wordt de actuele informatie over de woningmarkt vertaald naar speerpunten voor het gemeentelijk beleid. De volgende speerpunten zijn geformuleerd: • Beschikbaarheid: zorgen voor voldoende woningen voor verschillende doelgroepen, • Betaalbaarheid: De relatie tussen inkomen en woonlasten moet in balans zijn, • Duurzaamheid: De woningen verduurzamen is de één van de grootste uitdagingen, Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

21

• Woonkwaliteit: De woonwensen en kwaliteit van wonen verbeteren met betrekking tot het aanpassen van de bestaand woningvoorraad en realisatie van nieuwbouw, • Transformatie: Transformatie van binnenstedelijk en buitengebied, • Leefbaarheid: Naast de woning is ook de locatie en de omgeving belangrijk voor een aangenaam leefklimaat, • Langer thuis wonen: Toekomstbestendig maken van woningen van senioren. Nieuwbouw De gemeente Geertruidenberg heeft als doelstelling om in de periode 2017-2021 in totaal 530 woningen te realiseren in alle drie de kernen, te weten Geertruidenberg, Raamsdonksveer en Raamsdonk. Voor de kern Raamsdonksveer zijn dit 290 woningen verdeeld onder goedkope huur, dure huur, bereikbare koop, middeldure koop, dure koop, CPO koop en herbestemming/transformaties. Hierbij neemt het duurzaamheidsaspect een steeds voornamere rol in. Vanaf 2020 moet alle nieuwbouw energieneutraal zijn. De volgende woonkwaliteiten worden reguliere toetsingscriteria voor nieuwbouw: • • • •

Levensloopbestendig (met aandacht voor slimme domotica) Politiekeurmerk veilig wonen Flexibel Duurzaamheid: minimaal energieneutraal

Met het planvoornemen worden verschillende type woningen mogelijk gemaakt, waaronder 29 studio’s voor kleine huishoudens, 16 eengezinswoningen en 27 appartementen. Het aantal woningen van 72 dat met voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, past in het totaal van 290 geplande woningen voor de kern Raamsdonksveer. Welstandsnota 2012 Het welstandsbeleid van de gemeente Geertruidenberg is vastgelegd in de welstandsnota 2012. De welstandsnota bestaat uit twee delen: een algemeen deel en een deel met beoordelingscriteria. In het algemeen deel is beschreven hoe het welstandstoezicht in de gemeente Geertruidenberg momenteel is georganiseerd en wordt uitgevoerd. Daarnaast is er in dit deel aandacht voor de achtergronden van het welstandsbeleid en de relatie met andere beleidsterreinen. Het tweede deel van de welstandsnota beschrijft de beoordelingscriteria die door de welstandscommissie/monumentencommissie worden gebruikt bij de beoordeling. Voor de gebiedsontwikkeling en de ontwikkeling van het zorgcluster van Prisma aan de Brejaartstraat is een beeldkwaliteitsplan opgesteld, dat als bijlage 1 bij deze toelichting is opgenomen. Enkele belangrijke stedenbouwkundige kaders Beeldkwaliteitplan zijn hieronder aangegeven. • • • • •

voor

het

plangebied

uit

het

Woonfuncties aan laten sluiten op Koningstraat en Grote Kerkstraat Hogere en grotere bouwvolumes situeren rondom ensemble kerk Bouwhoogtes aan Koningstraat/Grote Kerkstraat afstemmen op bestaande situatie Hoogteverschillen in maaiveld beleefbaar en zichtbaar maken in de openbare ruimte Creëren van een groene doorwaadbare route met verblijfskwaliteit

22

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

• Creëer een aantrekkelijke autovrije route voor langzaam verkeer naar de Grote Kerkstraat • Voorkom een doorgaande route voor autoverkeer De nieuwbouwplannen worden gefaseerd gepresenteerd aan de CRK. Duurzaamheidsvisie en -programma In mei 2018 heeft de gemeenteraad het duurzaamheidsprogramma vastgesteld. Daarin zijn doelen gesteld om te komen tot een duurzame gemeente. Om tot de doelen te komen zijn vele maatregelen en acties nodig. Bij nieuwbouw is het relatief makkelijk/snel maatregelen in te voeren, zoals : • • • • • •

aardgasvrije nieuwbouw zongericht verkavelen; zonnepanelen; grasdaken; materiaalgebruik (in 2030 50% minder primaire grondstoffen, 2050 economie circulair); elektrische laadpaal (auto en fiets).

Planbeschrijving en duurzaamheid De gemeente Geertruidenberg heeft in de woonvisie ambities vastgelegd ten aanzien van de duurzaamheid in de gebouwde omgeving. De ontwikkeling van het Theresiakwartier zal dan ook aan de eis van minimaal energieneutraal voldoen. Dat betekent dat de gebouwen minder energie gebruiken dan de wettelijke BENG-norm voorschrijft. Bij het materiaalgebruik wordt bewust rekening gehouden met materialen die minder milieubelastend zijn. In het ontwerp en tijdens de realisatie is er aandacht voor detailleringen zodat een goede balans ontstaat in energiegebruik en comfort. Klimaatadaptatie is een belangrijk onderwerp bij ruimtelijke ontwikkelingen. bij het ontwerp van de gebouwen en de openbare ruimte wordt rekening worden gehouden met de onderwerpen hittestress en wateroverlast. Bij de inrichting van het gebied wordt rekening gehouden met klimaatadaptatie door het gebied groener in te richten dan het huidige instellingsterrein van Prisma aan de Theresiastraat. De ruimtelijke beeldkwaliteit staat centraal om de leefbaarheid en het groen te verbeteren door het plangebied een groene schakel te laten zijn tussen Koningspark en het park achter het gemeentehuis.

Daarnaast is het de nadrukkelijke wens om 50% van het plangebied een groene / onverharde invulling te geven waarbij wordt gestreefd het benodigd verhardingsoppervlak zoveel als mogelijk klimaat adaptief in te vullen. Gevels en daken kunnen daar ook bij worden gebuikt. Groendaken dragen dan ook bij aan deze ambitie en zullen ter plaatse van platte daken worden toegepast. Behalve de groene uitstraling draagt een groen dak ook bij aan het beperken van hittestress en door de opname en berging van regenwater wordt regenwater niet of vertraagd afgevoerd. Daarnaast worden, waar mogelijk, parkeerplaatsen semi-verhard / dan wel semi-groen aangelegd om waterinfiltratie mogelijk te maken. Bij de inrichting van het openbaar groen wordt rekening gehouden met biodiversiteit door toepassing van een brede diversiteit aan bloeiende planten en nieuwe aanplant van

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

23

bomen. Deze zorgen voor beperking van hittestress en plekken die ontmoeting tussen bewoners en bezoekers bevorderen.

3.5.

Conclusie

Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van diverse woningen in binnenstedelijk gebied en past binnen de uitgangspunten van NOVI en conflicteert niet met nationale belangen. De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan artikel 3.1.6. lid 2 Bro. Het bestemmingsplan is eveneens in overeenstemming met c.q. niet in strijd met het beleid van Provincie en de gemeente.

24

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

Hoofdstuk 4 Sectorale aspecten 4.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de verschillende sectorale aspecten in relatie tot de woningbouwontwikkeling die van toepassing zijn op het plangebied. Op relevante onderdelen is onderzoek gedaan, waarvan de rapportage als bijlage bij deze toelichting is opgenomen. Indien aanvullend onderzoek nodig is, staat dat daarbij vermeld.

4.2

Mer beoordeling

Wettelijke regeling Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r.. De Wm gaat vooral in op de procedure en de inhoudsvereisten. In het Besluit m.e.r. is geregeld in welke gevallen een m.e.r. moet worden opgesteld. Bij het Besluit m.e.r. is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een m.e.r.-plicht (onderdeel C) en een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. De onderdelen C en D zijn onderverdeeld in 4 kolommen: Kolom 1: de activiteit zelf Kolom 2: drempelwaarden activiteit Kolom 3: de kaderstellende plannen (zoals een bestemmingsplan) Kolom 4: de besluiten In dit kader is 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. van belang. Het gaat daarbij (voorzover het betreft woningbouw) om de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject waarin de activiteit betrekking heeft op een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat. De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief.

Indien een activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden als sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Uit de jurisprudentie volgt dat of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van Besluit m.e.r afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard, omvang en locatie van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Hieronder wordt ingegaan op deze aspecten.

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

25

Beoordeling plan Het planvoornemen betreft de realisatie van 72 wooneenheden is ruimtelijk goed inpasbaar. De voorziene woningen komen overeen met de directe omgeving van het plangebied. De ontwikkeling leidt niet tot toename van bebouwd oppervlak ten opzichte van voorheen bestaande maatschappelijke gebruik en - bebouwing. Het plan is gelegen nabij het centrum van Raamsdonksveer. Met het karakter van de dorpse schaal en maat in de omgeving wordt rekening gehouden door relatieve laagbouw aan de Koningstraat en in hoogte oplopend aansluitend bij massa’s in de Grote Kerkstraat (gebruikmakend van hoogteverschil). Gestapelde bouw is reeds in het centrum en nabij het plangebied aanwezig Bestaande gasgestookte gebouwen met lage isolatiegraad worden vervangen door gasloze, goed geïsoleerde woningen, die bijdragen aan het behalen van de klimaatdoelen. Het planvoornemen zal wat betreft verkeer aansluiten op de aanwezige infrastructuur. De infrastructuur heeft voldoende capaciteit en hoeft hierdoor niet worden opgeschaald. De parkeerbehoefte die deze ontwikkeling met zich mee brengt wordt op eigen terrein, dan wel de toekomstige openbare ruimte, opgelost. De uitgevoerde milieuonderzoeken onderdeel van dit bestemmingsplan tonen aan, dat het realiseren van deze woningen op de locatie voldoet aan de wettelijke eisen vanuit milieuoogpunt.

De verrichte onderzoeken onderstrepen de conclusie dat geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten. Conclusie Op basis van het vorenstaande kan worden gediscussieerd of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling desalniettemin opgesteld (om deze discussie te voorkomen) en hier opgenomen als bijlage 2.

4.3

Bodem

Wettelijke regeling Op basis van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening zijn gemeenten verplicht om in de toelichting een paragraaf over de bodemkwaliteit op te nemen. In deze paragraaf dient gemotiveerd te worden of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening dient voor elke individuele bouwlocatie aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar 26

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen).

Onderzoek In dat kader is door Tritium Advies BV bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied, waarbij vier deellocaties zijn onderscheiden. De rapportage van dit onderzoek is opgenomen als bijlage 3 bij deze toelichting. Bij drie van de vier locaties werd vastgesteld dat geen sprake was van enigerlei relevante verontreiniging. Ter plaatse van de voormalige ondergrondse tank (4.000 liter) is gekomen tot nader bodemonderzoek. Aangetroffen is een sterk verontreinigd bodemvolume van maximaal circa 18 m3 . De verontreiniging is afkomstig van de voormalige ondergrondse tank en is waarschijnlijk ontstaan voor 1987. Gezien de mate en omvang van de verontreiniging in de grond kan worden afgeleid dat er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en formeel geen saneringsplicht geldt. Bij de voorgenomen herontwikkeling van de locatie dient wel rekening te worden gehouden met de sterke verontreiniging met minerale olie. Geadviseerd wordt de sterk verontreinigde grond ten tijde van de herontwikkeling separaat te verwijderen en af te voeren naar een erkende verwerker. Geadviseerd wordt om een BUS-melding of een plan van aanpak op te stellen om de aangetoonde verontreiniging te saneren In de grond is op de gehele locatie zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetoond. Derhalve mag worden geconcludeerd dat de grond niet verontreinigd is met asbest.

Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht

Conclusie De conclusie luidt dat het aspect bodem aldus geen belemmeringen oplevert voor de ontwikkelingen binnen het plangebied c.q. de vaststelling hiertoe van het bestemmingsplan.

4.4

Geluid

Normstelling en geluidsbronnen De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Wet luchtvaart. Het betreft normen voor industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden, waarvan met ontheffing tot een bepaalde maximum hoogte kan worden afgeweken. De normstelling heeft tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Om dit doel te bereiken worden zones gedefinieerd, waarbinnen plannen met geluidgevoelige bestemmingen moeten worden getoetst aan de

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

27

normen. Volgens de Wet geluidhinder gelden er voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Bij de voorkeursgrens-waarde mag worden verondersteld dat het percentage gehinderden beperkt is. Wanneer een maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dan is er sprake van een locatie die in beginsel niet geschikt is voor de vestiging van een geluidgevoelige bestemming. Bij plannen met geluidbelastingen in de bandbreedte tussen voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde moet er een nadere afweging worden gemaakt in hoeverre bron en/of overdrachtmaatregelen kunnen worden getroffen om de geluidbelastingen te beperken.

Railverkeerslawaai, luchtvaartlawaai en industrielawaai Het plangebied ligt niet in de zone van een spoorlijn. Evenmin ligt het plangebied binnen de 35 Ke zone van een vliegveld. Het plangebied ligt niet in de zone van een (gezoneerd) industrieterrein. Railverkeer, luchtvaart en/of industrielawaai vormen dus geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan. Wegverkeerslawaai Bij vaststelling van een bestemmingsplan dient voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek te worden verricht (art.76 lid 1 Wgh). Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de wegen Brejaartstraat, Parklaan, Rembrandtlaan, Sint Jozeflaan, Beatrixlaan, Wilhelminalaan en het gedeelte van de Grote Kerkstraat met een snelheidsregime van 50 km/uur. De 30 km/uur weg Sint Theresiastraat zal in de toekomst geen doorgaand karakter meer hebben, derhalve wordt deze weg als akoestisch niet relevant beschouwd. In opdracht van ontwikkelaar is gekomen tot akoestisch onderzoek wegverkeer zoals weergegeven in de rapportage van Tritium Advies BV “Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Theresiakwartier te Raamsdonksveer” bij deze toelichting opgenomen als bijlage 4.

Als conclusie wordt aangegeven : Voor de wegen Brejaartstraat / Parklaan, Beatrixlaan, Sint Jozeflaan, Grote Kerkstraat, Rembrandtlaan en Wilhelminalaan geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen overschrijdt. Derhalve is geen sprake van een procedure hogere waarde. Aangezien in onderhavige situatie geen sprake is van een procedure hogere waarde, wordt voor de woningen een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels niet noodzakelijk geacht. Bij toepassing van standaard geluidwerende materialen en maatregelen is een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd.

Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de voorgestane invulling van het plangebied c.q. totstandkoming van het onderhavige bestemmingsplan.

28

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

4.5

Luchtkwaliteit

In hoofdstuk 5 (artikel 5.16), van de Wet milieubeheer is de regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteit vastgelegd. Een bestemmingsplan mag ingevolge deze regelgeving vastgesteld worden indien er sprake is van één van de volgende gevallen: • er is geen sprake is van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden. • de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft ten minste gelijk. • het plan draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht. • de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip 'niet in betekende mate' is vastgelegd in het 'Besluit niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)'. Voor ontwikkelingen die 'niet in betekenende mate' bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeft niet te worden getoetst aan de grenswaarden. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als 'niet in betekenende mate' worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven.

Er is blijkens deze regeling geen onderzoek nodig voor 'woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat'. Voorliggend bestemmingsplan betreft een herontwikkeling en voegt 72 nieuwe woningen toe. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat - ook als het aspect transformatie niet wordt meegewogen - het plan 'niet in betekenende mate' bijdraagt. De luchtkwaliteitseisen leveren derhalve geen belemmeringen op voor dit bestemmingsplan.

4.6

Externe veiligheid

4.6.1. Regelgeving Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten is verbonden voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het veiligheidsbeleid in Nederland is gebaseerd op een tweetal begrippen, het plaatsgebonden Risico (PR) en het groepsrisico (GR. Voor het PR geldt een “harde” grenswaarde van 10-6/jaar (PR10-6) die op kaart kan worden aangeduid met een contour. Binnen deze contour mogen geen kwetsbare objecten zoals woningen of scholen liggen. Er is in dit geval geen sprake van beleidsruimte voor het gemeentebestuur. Voor beperkt kwetsbare bestemmingen, zoals Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

29

verspreid liggende woningen of kleine kantoren, geldt het PR niet als grenswaarde, maar als richtwaarde. Dit betekent dat op grond van zwaarwegende motieven van de norm mag worden afgeweken. Het GR kan niet “op de kaart” worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve. Het gemeentebestuur heeft beleidsruimte bij het toepassen van de hoogte van het groepsrisico bij ruimtelijke ontwikkelingen. Echter voor het groepsrisico geldt wel een verantwoordingsplicht. Het bevoegd gezag (vrijwel altijd gemeentebestuur) dient binnen het invloedsgebied een afweging te maken tussen het belang van de ruimtelijke ontwikkeling ten opzichte van het risico dat een groep mensen komt te overlijden als gevolg van een ramp of incident met gevaarlijke stoffen. Ook eventueel te nemen maatregelen en restrisico's dienen in de verantwoording opgenomen te worden.

4.6.2. Beoordeling plangebied, risicobronnen Risicobronnen kunnen worden onderscheiden in risicovolle inrichtingen, vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. Om voldoende ruimte te scheppen tussen een risicobron en personen of objecten die risico lopen (kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Het beoordelingskader voor risicovolle inrichtingen wordt gevormd door het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), waarin de Basisnetten voor weg, spoor en water zijn vastgelegd. Voor buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Op basis van de Risicokaart (www.risicokaart.nl) is beoordeeld of er zich in de nabijheid van het plangebied risicobronnen bevinden in de vorm van risicovolle inrichtingen, transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (wegen, spoorwegen, vaarwegen of buisleidingen) en of het plangebied gelegen is binnen een zone waarbinnen het risico op een luchtvaartongeval verhoogd is.

afbeelding: risicokaart locatie en omgeving (www.risicokaart.nl)

30

Bestemmingsplan Theresiakwartier Gemeente Geertruidenberg

Uit bovenstaande kaartweergave blijkt : • er is geen inrichting in of nabij het plangebied die invloed heeft op het plan; • nabij of binnen het plangebied liggen geen buisleidingen die invloed hebben op het plan; • nabij het plangebied zijn geen gemeentelijke wegen die invloed hebben op het plan; • nabij het plangebied zijn geen snelwegen of spoorwegen gelegen die invloed hebben op het plan; Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

4.7

Waterparagraaf

Regelgeving Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Brabantse Delta. Voor het plangebied is het volgende waterhuishoudkundige beleid van toepassing: • Rijksbeleid: Waterwet, Nationaal Waterplan 2009 - 2015, Vierde Nota Waterhuishouding, Waterbeleid in de 21e eeuw en Nationaal Bestuursakkoord Water; • Provinciaal beleid: Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021; • Waterschapsbeleid: Waterbeheersplan 2016 – 2021 en de Keur voor waterkeringen en wateren; Provinciaal beleid Op 18 december 2015 is het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016 - 2021 (PMWP) vastgesteld. Het PMWP staat voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. Het PMWP is een kaderstellende nota die op hoofdlijnen weergeeft de beleidsdoelen en de voorgestelde aanpak. Dit gebeurt onder de verantwoordelijkheid van PS. Onder verantwoordelijkheid van GS worden in de Dynamische Uitvoeringsagenda PMWP (DUA) de aanpak en de daaruit volgende uit te voeren acties door de provincie gespecificeerd. Het PMWP staat niet op zichzelf, doch integreert de milieu- en de wateropgave. Het zet de nieuwe koers uit voor de provinciale inzet met betrekking tot water, bodem, lucht en de overige milieuaspecten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=bb9b946b-a84e-4225-9673-6d69b2a0921b