Bijlage 2 Bedrijfplan 2021 na DB 17-12-2020
Tekst van het document
3.4.3 Recapitulatie Hieronder is een korte samenvatting opgenomen van de extra lasten in de begroting van 2021 ten opzichte van 2020 zoals deze in paragraaf 3.4.1 tot en 3.4.2 is opgenomen.
Bedrijfsplan MidZuid 2021 na DB 17 december 2020
Pagina 26 van 58
Recapitulatie effecten ontwikkelingen 2021 Bedragen * € 1
Bestaande regelgeving (par. 3.4.1.) Overige ontwikkelingen (par. 3.4.3.) Corona-effecten
€ €
-74.000 388.000 p.m.
Totaal extra last 2021 ten opzichte van 2020
€
314.000
3.4.4 Maatregelen In 2020 zijn diverse maatregelen uit het bedrijfsplan uitgevoerd, om de lastenverzwaring die in 2020 viel te compenseren. Dat was een maatregelenpakket van ruim € 500.000. Toch zien we voor 2021 hierboven nieuwe uitdagingen en hebben we aanvullend op de maatregelen van dit jaar toch nog een aantal extra maatregelen gepland. Hierbij is wel duidelijk een verschuiving waarneembaar van verder bezuinigen naar verbeteren van de omzet. Indexatie salarissen reguliere medewerkers op 0-lijn; besparing € 118.000 Gezien de financiële uitdagingen waar onze gemeenten voor staan, gaan wij er vanuit dat in de cao gemeenten voor 2021 de 0-lijn kan worden gehanteerd, waar het gaat om de indexeringen van de salarissen. Aangezien onze arbeidsvoorwaarden daarop gebaseerd zijn, hebben wij deze lijn in onze begroting overgenomen. Dit levert een besparing op van € 118.000. Verbetering prijzen en passende indexeringen; voordeel € 150.000 In 2020 blijkt uit de analyse van detacheringen dat de gefactureerde tarieven niet altijd in lijn liggen met de daadwerkelijke onderliggende kosten. Vanuit de commerciële afdeling is een plan gemaakt om deze ongewenste situatie in een paar jaar recht te trekken. Daarnaast is in combinatie hiermee de jaarlijkse prijsindexatie herzien, zodat in de toekomst de prijzen beter meebewegen met de ontwikkelingen van de onderliggende personeelskosten.
Voor 2021 levert dit een verwacht voordeel op van € 150.000. Aanpassingen wagenpark; besparing € 20.000 De staat van het wagenpark is in detail beoordeeld, waaruit naar voren is gekomen dat een aantal vervoermiddelen nog in goede staat zijn en nog niet vervangen hoeven te worden. Door deze bedrijfswagens langer in te zetten wordt een besparing van € 20.000 gerealiseerd. Herbeoordeling kosten en opbrengsten Bij opstellen van het bedrijfsplan is ook kritisch gekeken naar de ontwikkeling van de kosten en zijn deze waar nodig bijgesteld. Waar op basis van de ontwikkeling tot en met het 3e Bedrijfsplan MidZuid 2021 na DB 17 december 2020
Pagina 27 van 58
kwartaal 2020 minder kosten waren voorzien dan vooraf begroot. Deze posten zijn in de begroting naar beneden bijgesteld of niet geïndexeerd. Daarnaast is kritisch gekeken naar de ontwikkelingen van opbrengsten in 2020 en zijn deze voor 2021 bijgesteld. Deze post is feitelijk een verzamelpost voor allerlei kleine aanpassingen, welke uiteindelijk tot een groot begrotingseffect leiden. Alle bovenstaande maatregelen zijn vertaald in het bedrijfsplan en de begroting en daarmee in de voorgestelde eerste begrotingswijziging. Hieronder zijn alle posten schematisch weergegeven. Recapitulatie maatregelen 2021 Bedragen * € 1 Indexering salarissen 0% Verbtering prijzen en passende indexeringen Aanpassingen wagenpark Herbeoordeling kosten en opbrengsten
€ € €
118.000 150.000 20.000 p.m.
€
288.000
Feitelijk is daarmee nogmaals een lastenverzwaring binnen MidZuid voorkomen. Ook voor de jaren na 2021 wordt de jaarlijkse gemeentelijke bijdrage versneld afgebouwd.
3.4.6 Ontwikkeling gemeentelijke bijdragen MidZuid versus besparingen Vorig jaar begon dit stuk met de zin: “Het jaar 2020 zal sinds de invoering van de Participatiewet het zwaarste jaar sinds tijden worden voor MidZuid”. En het is ook een lastig jaar geweest, maar niemand had voorzien dat de wereld in 2020 er zo anders uit zou zien. Toch is het in 2020 door de eenmalige meevallers uit de compensatie voor rentederivaten, de extra bonus beschut werken 2019 en de daarnaast ontvangen coronacompensatie financieel uiteindelijk best goed gegaan. Maar corona is nog niet voorbij en er zijn genoeg uitdagingen in 2021 en de daarop volgende jaren. Vanaf 2021 is altijd al een dalende lijn in de gemeentelijke bijdrage verwacht. In dit bedrijfsplan is het gelukt om de gemeentelijk bijdrage toch nog met zo’n 10% in de meerjarige lijn te verlagen ten opzichte van de meerjarige bijdrage in de begroting 2020. Voor 2021 is de bijdrage geforceerd verlaagd, wat leidt tot een eenmalige niet sluitende begroting. Voor de daarop volgende jaren is een hele strakke begroting opgezet en is ook al een voorschot genomen op het lopende transformatieproces binnen MidZuid.
Bedrijfsplan MidZuid 2021 na DB 17 december 2020
Pagina 28 van 58
4.
Jaarplan en begroting 2021 WSP
4.1.
Jaarplan 2021
Dienstverleningsovereenkomst Er is een dienstverleningsovereenkomst (DVO) vastgesteld waarin de overeengekomen diensten worden verricht met als opdrachtgevers: de gemeenten Altena, Drimmelen, Geertruidenberg en Oosterhout en de GR WAVA. Opdrachtnemer is MidZuid B.V. Het DVO is vooral een vastlegging van bestaande activiteiten. De nadruk van de afspraken ligt erop dat alle diensten vooral een gezamenlijke inspanning van de partijen vragen. De doelstellingen zijn een gedeelde verantwoordelijkheid. Hiermee maakt het DVO duidelijk dat het een gezamenlijke opdracht van de partijen betreft. In het DVO is tevens opgenomen dat het WSP ook een deel van de noodzakelijke nazorg op de plaatsingen in Dongemond verricht. Ontwikkelingen Algemene doelstelling: realisatie van duurzame uitstroom (minimaal 6 maanden geheel of deels uit de uitkering) voor diverse doelgroepen zoals P-wet, WW, Wajong, WIA, WIW en Nugger. De afgelopen jaren is gebleken dat de omstandigheden zijn veranderd en het aantal plaatsingen meer moeite kosten dan voorheen en tevens een langer tijdsbestek in beslag nemen, dan voorheen het geval was. In het afgelopen jaar heeft de corona problematiek hier niet positief aan bijgedragen en het is lastig om dit effect voor het komende jaar in te schatten. De bestanden bij gemeenten kennen over het algemeen een grotere groep moeilijk plaatsbare personen dan voorheen.
In eerdere gesprekken met gemeenten is gebleken dat beide partijen nog te veel acteren volgens “van bak naar baan” en dat er in het gebied hiertussen nog te weinig tijd wordt gestoken in het begeleiden van deze mensen. De tijdspanne voordat (gedeeltelijke) uitstroom naar betaald werk tot stand kan worden gebracht, wordt wel groter en zeker het onderdeel jobhunting vergt veel inspanning. Gemeenten hebben in de coronaperiode veel inspanning moeten leveren (o.a. ToZo), waardoor de focus op matching tijdelijk heeft stilgestaan. In de regio Dongemond hebben er in 2020 minder evenementen kunnen plaatsvinden (zoals de Banenbeurs), waardoor het daadwerkelijke matchen veelal kleinschalig en maatwerk is gebleven. Er is landelijk, maar ook zeker regionaal meer behoefte aan externe leer-werkplekken, waar het komend jaar ook volop ingezet dient te worden.
Bedrijfsplan MidZuid 2021 na DB 17 december 2020
Pagina 29 van 58
In de arbeidsmarktregio is mede door MidZuid het initiatief genomen voor een nieuw netwerk genaamd “MetWerk”. Dit is een MVO-platform van, voor en door werkgevers gericht op de P van People. Hierin komen werkgevers bij elkaar om de inclusie te bespreken, onderwerpen te behandelen en ervaringen te delen. Vanuit MidZuid is de secretaris in het bestuur geleverd. Zo lukt het om verbinding te zoeken met de werkgevers om inclusie verdere invulling te geven. Doelstelling 2021 Voor 2021 is de intentie om de doelstellingen qua aantal duurzame plaatsingen desondanks gelijk te houden. Daarnaast zal een extra inspanning worden gevraagd om het project Perspectief op Werk succesvol af te ronden, zodat dit daarna structureel in de organisatie is ingebed. In dit regionale project nemen we werkgevers mee om passende kandidaten met een afstand tot de arbeidsmarkt te selecteren en deze op te leiden in vier branchestraten (Logistiek & Techniek, Groen, Detailhandel & Horeca en Zorg & schoonmaak), om uiteindelijk werk bij deze zelfde werkgevers te gaan vervullen. De doelstelling voor duurzame plaatsingen (224 plaatsingen) en Perspectief op Werk (18 plaatsingen) kan mede op hetzelfde niveau blijven omdat de samenwerking met gemeenten vorig jaar een verdieping heeft gehad. Dit heeft geresulteerd in actievere overlegstructuren tussen werkgeversadviseurs en klantmanagers.
Nagenoeg alle gemeenten werken mee aan een wekelijks matchingsoverleg en voor het doelgroepregister is er tweewekelijks een apart overleg. De werkgeversadviseurs zijn verdeeld en toegewezen aan een ‘eigen’ gemeente, om de continuïteit, een betere verbinding en de borging tot stand te laten komen. Daarnaast hebben ze diverse projecten/focusgebieden die voor heel de regio Dongemond gelden. Verder is het WSP actief bij het realiseren van plaatsingen door de organisatie van evenementen, zoals banenbeurzen. Indien het coronavirus ook in 2021 een belangrijke invloed heeft op dergelijke evenementen, zullen er ter vervanging online events worden georganiseerd tussen werkgevers en kandidaten. Ook worden er in 2021 kwartaalrapportages gemaakt die inzicht bieden in o.a. duurzame uitstroomresultaten, aantal proefplaatsingen, aantal plaatsingen met schadelastbeperking en aantal plaatsingen van kandidaten uit het doelgroepregister in het kader van de Wet Banenafspraak.
Bedrijfsplan MidZuid 2021 na DB 17 december 2020
Pagina 30 van 58
Aantal plaatsingen 2021 Doelstelling 2021
Doelstelling 2020
Altena
72
73
Drimmelen
29
30
Geertruidenberg
36
37
Oosterhout
105
102
Totaal
242
242
Werkgeversdienstverlening en regionale aanpak Vanuit de arbeidsmarktregio West-Brabant verzorgen de managers van de subregio’s een uitvoeringsplan, waarbij naast de regulier doelstellingen voor duurzame plaatsingen focus zal zijn op een drietal thema’s: Inclusie/banenafspraak, strategisch partnerschap en samen slimmer werkend leren. Vanuit de regio worden er subsidiemogelijkheden beschikbaar gesteld voor het project “West-Brabant werkt met Talent” om actief projecten te lanceren in samenwerking met Overheid, Onderwijs en Ondernemers om speciaal voor de laaggeletterden, 50+ers en de schoolverlaters van de praktijkschool de verbinding mogelijk te maken met de arbeidsmarkt. Sub regionale activiteiten en evenementen in 2021 -
Deelname en organiseren van het matchingsoverleg tussen werkgeversadviseurs en klantmanagers/consulenten van de gemeenten.
-
Vertegenwoordiging in de netwerken binnen de vier Dongemond gemeenten.
-
Verdere uitbouw van samenwerking met afdelingen Economische Zaken van de 4 gemeenten.
-
Bedrijfsbezoeken met wethouders.
-
Te plannen evenementen in 2021 (onder voorbehoud van coronamaatregelen): o
Kick-off van MetWerk
o
Ambassadeursnetwerk bijeenkomst (optioneel i.v.m. MetWerk)
o
Deskundigheidsdag organiseren met gemeenten en UWV
o
Nieuw event voor statushouders
o
Scholingsmarkt met baangarantie
o
Informatiemarkt “Naar de werkvloer” voor doelgroepregister
o
Banenbeurs XL
o
Organiseren van Match van West-Brabant (over hele regio)
-
Extra aandacht/activiteiten met betrekking tot statushouders voor alle gemeenten.
-
Monitoring in kwartaalrapportages van de resultaten zoals afgesproken in de DVO.
Bedrijfsplan MidZuid 2021 na DB 17 december 2020
Pagina 31 van 58
Regionale activiteiten -
Het organiseren van een bijeenkomst (2x per jaar) tussen klantmanagers van gemeenten en werkgeversadviseurs ter bevordering en borging van de samenwerking (thema’s en werkafspraken).
-
Perspectief op Werk.
-
Extra aandacht voor plaatsing van mensen uit het doelgroepregister.
-
Maandelijks overleg tussen de managers van de subregio’s waarin de voortgang wordt bewaakt en onderling de ervaringen worden gedeeld. Het uitvoeringsplan en te vormen dashboard is hierbij leidend.
4.2. Begroting 2021 WSP Bedragen * € 1 Begr. 2021
Begr. 2020
Personele kosten voor aansturing, accountmanagement, nazorg en administratieve ondersteuning
467.512
448.000
Inhuur jobcoaching bij MidZuid 224 personen * 60% * 3 uur p/p
33.166
32.200
Organisatie evenementen
15.000
15.300
PM
PM
Uitvoeringskosten: Gebruik kantoorruimten Kosten ICT en telefonie Auto- en reiskosten Diversen (kopieerkosten, kantoorbenodigdheden e.d.) Kosten overhead
16.500 37.000 33.500 10.000 38.000
16.100 33.600 26.900 10.000 37.000
Totaal begrote kosten
650.678
619.100
Opbrengsten uit externe financieringsbronnen
15.000
25.000
Gemeentelijke bijdrage
635.678
594.100
650.678
619.100
KOSTEN
Bijdrage in regionale kosten (participatie-event e.d.)
OPBRENGSTEN
Totaal begrote opbrengsten
Bedrijfsplan MidZuid 2021 na DB 17 december 2020
Pagina 32 van 58
4.3. Toelichting op begroting WSP en verdeling gemeentelijke bijdrage Algemene toelichting op de begroting van WSP De prijzen in de begroting 2021 zijn ten opzichte van de begroting 2020 als volgt geïndexeerd: -
De prijzen: worden geïndexeerd met 0,7% conform het CPI per augustus 2020 en voor loongerelateerde zaken wordt de loonvoet sector overheid conform de meicirculaire gemeentefonds (3%) gevolgd.
Toelichting op kosten Personele kosten De personele kosten hebben betrekking op reguliere medewerkers (totaal 4,85 fte; leiding 0,45 fte en adviseurs 4,4 fte) en enkele doelgroepmedewerkers voor administratieve ondersteuning. In juli 2020 is er een nieuwe adviseur toegetreden ter vervanging van de per 1-12-2019 vertrokken adviseur. Nazorg en jobcoaching bij plaatsing De doelstelling Pespectief op Werk voor 2020 betreft 224 + 18 duurzame plaatsingen van inwoners uit de deelnemende gemeenten. Dit betreft zowel mensen met een gemeentelijke uitkering op grond van de Participatiewet (60% van het totaal), als mensen met een WW- of Wajonguitkering en vanuit de WSW. De nazorg geldt voor alle geplaatsten; de kosten van jobcoaching alleen voor mensen met een gemeentelijke uitkering. Voor de jobcoaching worden consulenten van MidZuid ingehuurd. De nazorg wordt uitgevoerd door de werkgeversadviseurs, zodat de kosten daarvan onderdeel uitmaken van de personele kosten. Bijdrage in regionale kosten Deze post is ‘PM’ opgenomen, aangezien deze kosten nu nog kunnen worden gedekt uit (tijdelijke) middelen die in de regio West-Brabant beschikbaar zijn.
Er moet rekening mee worden gehouden dat indien in de (nabije) toekomst deze middelen uitgeput raken deze kosten ten laste van de regio Dongemond kunnen gaan komen, echter recente brieven vanuit het Rijk geven een indicatie dat er voor structurele financiering zorggedragen gaat worden. Toelichting op opbrengsten Opbrengsten uit externe financieringsbronnen In de begroting is, in lijn met de realisatie in 2020, rekening gehouden met de opbrengst van subsidies in het kader van regionale (arbeidsmarkt-)projecten, alhoewel deze lager zullen zijn doordat deze minder als kostendekking en meer als projectinbreng zullen worden gefaciliteerd.
Bedrijfsplan MidZuid 2021 na DB 17 december 2020
Pagina 33 van 58
Gemeentelijke bijdrage De netto-kosten van WSP worden gedekt via een gemeentelijke bijdrage. Voor de verdeling van de gemeentelijke bijdrage over de deelnemende gemeenten is in de dienstverleningsovereenkomst een verdeelsleutel opgenomen die is gebaseerd: -
voor 2/3 op het aantal bijstandsgerechtigden (bijstand, IOAW, IOAZ)
-
voor 1/3 op het aantal inwoners.
De peildatum voor deze aantallen is 30 juni van het jaar voorafgaande aan het begrotingsjaar. De basisgegevens voor de verdeling 2021 zijn als volgt:
Gemeente
Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout
aantal inwoners
aantal uitkeringsdossiers
56.114 27.279 21.638 56.167 161.198
484 166 276 847 1.773
Volgens de hiervoor vermelde wegingsfactoren voor inwoners en uitkeringsdossiers wordt het aandeel van de gemeenten in de gemeentelijke bijdrage en taakstelling:
Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout
29,8% 11,9% 14,9% 43,5% 100,0%
Op basis van deze uitgangspunten wordt de gemeentelijke bijdrage voor WSP MidZuid in 2021: Bedragen * € 1
begroting 2021
begroting 2020
Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout
189.448 75.535 94.413 276.282 635.678
179.829 73.736 91.402 249.133 594.100
Bedrijfsplan MidZuid 2021 na DB 17 december 2020
Pagina 34 van 58
Plaatsingsdoelstellingen per gemeente De doelstelling voor het aantal plaatsingen wordt afgeleid van de verdeling van de gemeentelijke bijdragen. Volgens het jaarplan 2021 bedraagt het aantal plaatsingen in 2021 224 te vermeerderen met 18 plaatsingen uit hoofde van Perspectief op Werk. Op grond van de verdeelsleutel gemeentelijke bijdrage 2020 wordt de verdeling van deze plaatsingsdoelstellingen over de gemeenten als volgt: Doelstelling 2021 duurzame plaatsingen (incl. 18 Perspectief op werk)
Doelstelling 2020 duurzame plaatsingen (incl. 18 Perspectief op werk)
Altena
72
73
Drimmelen
29
30
Geertruidenberg
36
37
Oosterhout
105
102
TOTAAL
242
242
Gemeente
5.
Overige paragrafen
5.1.
Bedrijfsvoering
De toelichtingen in deze alinea zijn gebaseerd op de bedrijfsvoering van de GR WAVA en MidZuid B.V. gezamenlijk, aangezien de bedrijfsvoering in belangrijke mate plaatsvindt binnen MidZuid B.V. Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering Door het vaststellen van de notitie`Mensenwerk is de basis’ heeft het bedrijf de ruimte gekregen om, naast de uitvoering van de WSW en beschut werk, activiteiten te ontwikkelen, mits deze een relatie hebben met de uitvoering van de Participatiewet. Daarmee is duidelijk richting gegeven aan de toekomst van het bedrijf. Het jaar 2017 was het eerste jaar waarin volgens deze koers is gewerkt. Dit wordt in de komende jaren doorgezet. Dit komt in de begroting onder meer tot uitdrukking in de samenstelling en ontwikkeling van het personeelsbestand (waaronder P-banen) en in de verdere uitbouw van participatieactiviteiten. Eind 2019 heeft er een wisseling van algemeen directeur plaatsgevonden en is onder leiding van de nieuwe directeur de doorontwikkeling van MidZuid verder vorm gegeven in het transformatieproces MidZuid. Eind 2020 heeft dit inhoudelijk verder vorm gekregen in de drie programmalijnen: -
Dienstverlening
-
Ketensamenwerking
Bedrijfsplan MidZuid 2021 na DB 17 december 2020
Pagina 35 van 58
-
Bedrijfsvoering en organisatie
Bovenstaande programmalijnen worden verder uitgewerkt in 11 projectplannen, 12 werkgroepen en 4 klankbordgroepen, waarmee een brede borging zit zowel binnen de organisatie van MidZuid, als binnen de organisatie van onze deelnemende gemeenten. Daarnaast is er een externe procesbegeleider aangetrokken om het proces mee te organiseren en de samenhang tussen de diverse deelprojecten te borgen. Vanuit haar rol zal ze tevens diverse projectleiders ondersteunen. In december 2020 worden de projectplannen vastgesteld door het bestuur. In 2021 vindt de uitwerking en implementatie plaats. Ontwikkelingen in samenstelling personeel Hierna wordt ingegaan op de verwachte ontwikkelingen in de samenstelling van het personeel: de doelgroepmedewerkers en de reguliere medewerkers. Doelgroepmedewerkers Doordat geen instroom vanuit de WSW plaatsvindt zal het aantal SW-medewerkers de komende jaren dalen. In aantallen komen hiervoor medewerkers met een arbeidsbeperking terug vanuit de doelgroepen: nieuw beschut en P-banen. Echter vallen deze onder een andere wetgeving, waardoor deze binnen komen met een lagere financiële dekking. Per saldo zal het aantal doelgroepmedewerkers in de komende jaren naar verwachting licht gaan dalen. In paragraaf 3.3.3. is een overzicht gegeven van het verwachte verloop. Reguliere medewerkers In de afgelopen jaren is een forse bezuinigingsslag doorgevoerd.
Vooral door het invoeren van andere manieren van werken en het hanteren van een “vacaturestop, tenzij”. Bovendien is er intern een beweging op gang gebracht om binnen het reguliere personeel meer medewerkers te verplaatsen van een overheadfunctie naar een functie in de directe aansturing of begeleiding van medewerkers. In het bedrijfsplan 2021 blijft de formatie van reguliere werknemers gelijk aan het bedrijfsplan van 2020. Enkele uitgangspunten bij de te bereiken doelen In het voorgaande zijn al enkele cijfers genoemd met betrekking tot aantallen medewerkers e.d. Voor 2020 gelden de volgende te bereiken aantallen voor de doelgroepen: -
nieuw beschut, te realiseren aantal ultimo 2020 (o.b.v. budgetontwikkeling; gebaseerd op 31 uur per week): 84
-
aantal medewerkers via P-baan: 49
Voor wat betreft het bereiken van de hiervoor genoemde aantallen medewerkers voor nieuw beschut en P-wetters spelen overigens de deelnemende gemeenten een grote rol, aangezien deze mensen (deels) door hen worden voorgedragen.
Bedrijfsplan MidZuid 2021 na DB 17 december 2020
Pagina 36 van 58
Het aantal SW-medewerkers zal dalen, maar deze daling is voor het bedrijf niet beïnvloedbaar. Om die reden wordt het aantal hier niet als afzonderlijk doel genoemd. De verwachte aantallen op basis van de landelijke uitstroomcijfers zijn vermeld in paragraaf 2.4. Mensontwikkeling is een belangrijk uitgangspunt voor MidZuid. Doordat de instroom voor de WSW is beëindigd, zijn ook de mogelijkheden tot groeien op de werkladder voor deze doelgroep lastiger. Het uitgangspunt voor de komende jaren blijft om het aantal stijgers en dalers op de werkladder ten minste in evenwicht te houden en liefst per saldo een stijging te realiseren. Om dat te kunnen bereiken is voldoende instroom van mensen uit de nieuwe doelgroepen noodzakelijk. Er wordt naar gestreefd om medewerkers een werkplek zo dicht mogelijk bij de eigen woonomgeving te bieden. Bij dit uitgangspunt moet wel de kanttekening worden gemaakt dat werk gezocht moet worden dat past bij de talenten van de betrokken werknemer. Afdelingsplannen Naar aanleiding van de invoering van de P-wet en het implementatieplan ‘Mensenwerk is de basis’ maken de afdelingsmanagers per bedrijfsonderdeel voor 2021 een korte opzet, waarin ze aangeven hebben hoe in te spelen op de ontwikkelingen.
Zo wordt er bewust nagedacht over vragen als: Wat willen we bereiken? En wat gaan we daarvoor doen? Hieronder zijn op hoofdlijnen de te bereiken doelen en ontwikkelingen per afdeling weergegeven. Plaatsing en detachering Plaatsing en detachering wil in 2021 het aantal plaatsingen voor individuele detachering en begeleid werken handhaven. De grootste uitdaging blijft om geschikte personen te vinden. Ook in 2021 zal zoveel mogelijk samengewerkt worden met gemeenten om kandidaten in beeld te krijgen, een loonwaarde te bepalen en een Participatietraject aan te bieden. Er zal veel aandacht zijn voor training en opleiding van de kandidaten. Trainingen die gegeven worden zijn o.a. werknemersvaardigheden, sollicitatietraining, taaltrainingen, fietstrainingen et cetera. Daarnaast is er een duidelijke doelstelling om betere en meer passende vergoedingen te realiseren bij detacheringen. Facilitaire dienstverlening Dit bedrijfsonderdeel is verantwoordelijk voor onder andere schoonmaak en bedrijfscatering binnen de eigen vestiging en bij onze gemeenten. Daarnaast wordt vanuit deze afdeling facilitaire zaken, gebouwenbeheer en inkoop aangestuurd. In 2021 ligt de nadruk op de organisatie en de aansturing van deze afdeling.
Bedrijfsplan MidZuid 2021 na DB 17 december 2020
Pagina 37 van 58
Publieke dienstverlening Binnen deze afdeling verrichten medewerkers onder directe verantwoordelijkheid, toezicht en begeleiding, dienstverleningswerkzaamheden uit op locatie. Deze opdrachten bestaan uit het onderhouden van de openbare ruimte, postbezorging en het beheer van milieustations. De afdeling voert haar werkzaamheden uit in samenwerking met, en in opdracht van, de deelnemende gemeenten, (semi-)publieke opdrachtgevers en in steeds beperktere mate private opdrachtgevers. Hiermee zet de afdeling zich zo breed mogelijk in als gemeentelijk uitvoeringsbedrijf, opererend vanuit 4 vestigingen. Het doel is om vanuit een professionele opdrachtgever/opdrachtnemer-relatie dienstverlening aan te bieden waarvan kwaliteit en resultaatsverplichting gelijk zijn aan die van een regulier bedrijf. Het doel is om de opdrachtgever integraal te ontzorgen, mee te gaan in nieuwe bestekvormen zoals effect- of participatiebestekken waarin de kwaliteitsbeleving van de inwoner centraal staat. Een zo bestendig mogelijk werkpakket geeft continuïteit en blijkt voor zowel MidZuid als de gemeenten van toegevoegde waarde. Belangrijke kenmerken en voorwaarden met betrekking tot het werkpakket en de werkzaamheden: -
Draagt bij aan een positief financieel resultaat.
-
Draagt bij aan een zo regulier mogelijke (leer)werkomgeving
-
Draagt bij aan gemeentelijke doelstellingen zoals duurzaamheid (CO2 prestatieladder en circulaire woonomgeving), burgertevredenheid, burgerparticipatie en kostenbeheersing.
-
Draagt bij aan duurzame werkgelegenheid voor mensen met een verminderde loonwaarde
Productie Dit bedrijfsonderdeel doet industrieel werk, vooral bestaande uit ver- en ompakken en montagewerk, zowel op de eigen productielocatie als op locatie bij werkgevers (d.m.v. groepsdetachering). De afdeling is een betrouwbare leverancier voor partners en klanten. Op deze afdeling lukt het voor medewerkers om in een beschermde omgeving zich te ontwikkelen op de treden van de werkladder. zowel op de trede als op de ladder. Het is een vertrouwde omgeving voor medewerkers die aangewezen zijn op een beschermde omgeving. Tevens is het voor de medewerkers van MidZuid en medewerkers van buitenaf een springplank om verder op de werkladder te komen en een vangnet als het door omstandigheden tijdelijk niet lukt om op de door hen bereikte trede tijdelijk niet actief te kunnen zijn. Op de productie-omgeving is langdurend beschermd werken mogelijk, met behoud van loonwaarde en arbeidsontwikkeling. Hiervoor is een variatie in werkzaamheden noodzakelijk waarbij de moeilijkheidsgraad van het aangeboden werk in verhouding moet staan met het vermogen van de medewerkers. Een goede en intensieve begeleiding op deze afdeling is een noodzaak en hierin zal in 2021 door middel van o.a. opleidingen geïnvesteerd
Bedrijfsplan MidZuid 2021 na DB 17 december 2020
Pagina 38 van 58
worden. Dit bedrijfsonderdeel draagt bij aan inclusief werkgeverschap voor de werkgevers die gebruik maken van deze infrastructuur.
5.2. Weerstandscapaciteit en risicobeheersing Weerstandscapaciteit Onder weerstandscapaciteit worden de middelen en mogelijkheden bedoeld die de organisatie heeft om niet begrote kosten te dekken. De weerstandscapaciteit bestaat voornamelijk uit de algemene reserve. Eind 2019 bedraagt de algemene reserve € 1.363.000 vóór de resultaatbestemming over 2019. Naast de algemene reserve is in de begroting € 100.000 opgenomen voor onvoorziene uitgaven. De algemene reserve dient om onvoorziene risico’s die samenhangen met de uitvoering af te dekken. In december 2013 heeft het bestuur het volgende beleid vastgesteld: 1. WAVA brengt jaarlijks alle risico’s die verbonden zijn aan haar activiteiten en de bedrijfsvoering in beeld. 2. WAVA splitst deze risico’s enerzijds in vaste lasten en subsidieresultaat en anderzijds in overhead en exploitatieresultaat. 3. De berekening voor de weerstandscapaciteit voor WAVA wordt gebaseerd op 3 % van de absolute bedragen van de aan WAVA toe te rekenen opbrengsten en kosten in de onderdelen overhead en exploitatieresultaat. 4. Een minimumomvang van de weerstandscapaciteit vast te stellen omdat WAVA niet gewoon is gedurende het boekjaar begrotingswijzigingen door te voeren. 5. De minimumomvang van de weerstandscapaciteit vast te stellen op 1 maal het berekende jaarrisico, het maximum op tweemaal dit risico. 6.
De berekening van de weerstandscapaciteit is niet maatgevend voor een berekening van de bestemming bij het rekeningresultaat. Dat laatste vindt elk jaar apart plaats, waarbij wel het minimumniveau van de weerstandscapaciteit in acht wordt genomen. Hierbij wordt nog opgemerkt dat de algemene reserve beleidsmatig niet gerelateerd is en ook niet bedoeld is voor het opvangen van risico’s en fluctuaties in de subsidie-systematiek. Bij het vaststellen van de resultaatbestemming over 2014 is door het bestuur overwogen om hiervoor eventueel een aparte risico- en egalisatiereserve te vormen. Begin 2015 is echter besloten tot het alternatief dat de individuele gemeenten hiervoor een eigen risicoreserve aanhouden. Bij het vaststellen van de jaarrekening 2019 is op grond van de genoemde uitgangspunten de bandbreedte van de algemene reserve als volgt berekend: ondergrens € 638.000; bovengrens € 1.276.000. De stand van de algemene reserve ultimo 2019 bevindt zich dus op het maximum (op grond van de voorlopige cijfers 2020 zullen deze grenzen naar verwachting iets verhoogd worden; daarover moet nog een besluit worden genomen bij het vaststellen van de jaarrekening 2020). Ter afdekking van de hierna geïnventariseerde risico’s is een weerstandscapaciteit beschikbaar van € 1.276.000 (algemene reserve) + € 100.000 (onvoorzien) = € 1.376.000. Bedrijfsplan MidZuid 2021 na DB 17 december 2020
Pagina 39 van 58
Risico-inventarisatie (financieel) In deze risico-inventarisatie worden de risico’s onderscheiden in de risico’s die samenhangen met de vaste lasten en subsidieresultaat en anderzijds de risico’s met betrekking tot overhead en exploitatieresultaat. De gekwantificeerde risico’s kunnen vervolgens worden gerelateerd aan de omvang van de weerstandscapaciteit. Risico’s in samenhang met vaste lasten en subsidieresultaat: -
Het macrobudget voor de SW is gefixeerd op een vast bedrag, dat alleen voor loon- en prijsontwikkelingen wordt aangepast. Het macrobudget bestaat uit een prijscomponent (P) en een volumecomponent (Q). De gevolgde methodiek is dat het macrobudget gelijk blijft en dat mutaties in Q leiden tot aanpassingen in de P. Als landelijk het volume achterblijft dan zal de prijscomponent per fte stijgen en andersom. Dit brengt risico’s met zich mee die moeilijk zijn in te schatten. In de begroting is rekening gehouden met de laatst bekende cijfers (september-circulaire 2020). In opdracht van het ministerie heeft Berenschot de 2e thermometer WSW uitgevoerd (over de jaren 2015-2016)., waaruit blijkt dat als gevolg van rijksbezuinigingen ook in de komende jaren sprake is van een forse financiële problematiek rond de SWfinanciering. Dit kan volgens Berenschot niet worden opgevangen met verbeteringen in het operationele resultaat. Dit betekent dat aanvullende middelen nodig zijn. Volgens de staatssecretaris zijn deze middelen via het IBP (interbestuurlijk programma) beschikbaar, maar deze mening wordt niet gedeeld door Cedris en de VNG. Vorenstaande risico’s dragen in sterke mate een politiek karakter en kunnen niet goed worden gekwantificeerd.
-
De bijdrage per aj waarmee in de begroting is gerekend, is gebaseerd op de septembercirculaire 2020 en bedraagt voor het jaar 2021 € 27.712. Indien de situatie zich voordoet dat landelijk de uitstroom in 2020 lager blijkt te zijn dan waarmee rekening is gehouden zou het budget verder kunnen dalen. Voor 2020 kan dit risico maximaal € 178.000 bedragen. De kans hierop wordt ingeschat op 50%.
-
Het risico bestaat dat de uitstroom van de WSW-medewerkers bij WAVA ten opzichte van de in het budget berekende blijfkans achterblijft. Door de systematiek van T-1 betekent dit dat WAVA in die omstandigheid voor het verschil van de medewerkers de salarislasten voor één jaar moet voorfinancieren. Het risico voor 2020 wordt ingeschat op maximaal 6 arbeidsjaren (loonkosten € 176.000). De kans dat dit risico zich voordoet wordt ingeschat op 25%.
-
In de cao SW was afgesproken dat de loonkostenstijging wordt gekoppeld aan de loonen prijsontwikkeling (LPO) van het budget, waardoor dit in principe niet tot een extra risico leidt. Er wordt vanuit gegaan dat in de nieuwe cao deze systematiek wordt
Bedrijfsplan MidZuid 2021 na DB 17 december 2020
Pagina 40 van 58
voortgezet. Het loon van een groep SW-medewerkers ligt echter op het niveau van het wettelijk minimumloon (WML), zodat die ontwikkeling in ieder geval wel gevolgd moet worden, ongeacht of er sprake is van de LPO ontwikkeling in het budget. Een WMLstijging van 1% die niet tot compensatie zou leiden heeft een effect € 70.000; de kans hierop wordt ingeschat op 50% (risico dus € 35.000) Overigens loopt de huidige cao voor het SW-personeel tot en met 31 december 2020. Aangezien de onderhandelingen over een nieuwe cao nog niet zijn afgerond is nog niet duidelijk wat de eventuele (financiële) consequenties hiervan zullen zijn. -
Met ingang van 2017 is de LIV (lage inkomens voordeel) ingevoerd. Het LIV is van toepassing op medewerkers die tussen de 100% en 125% van het wettelijk minimumloon (WML) verdienen. Voor deze groep kan, mits aan voorwaarden van het aantal gewerkte uren e.d. wordt voldaan, een vergoeding in het kader van het LIV worden ontvangen, die overigens pas een jaar later wordt uitbetaald. Inmiddels is er twee jaar ervaring opgedaan met het LIV. De omvang van het bedrag aan LIV kan vanuit de salarisadministratie redelijk worden benaderd. Een onzekerheid blijft echter het landelijke plafond in de middelen die voor LIV beschikbaar zijn. Daarnaast is de LIV door het pensioenakkoord voor 2020 verder beperkt. In de begroting is rekening gehouden met LIV-opbrengsten voor de doelgroepen WSW, beschut werk en P-wetters, totaal € 266.000. Deze opbrengsten zijn voorzichtig ingeschat, maar door de hiervoor geschetste onzekerheden bestaat het risico dat de begrote opbrengsten niet worden gehaald. Dit risico wordt ingeschat op 50 % (omvang risico dus € 133.000).
-
Op grond van de Wet Werk en Zekerheid moet aan werknemers (ook SWmedewerkers) die ziek uit dienst gaan een transitievergoeding worden betaald. Inmiddels heeft de Minister hiervoor een aanpassing doorgevoerd, waardoor vanaf 2020 de transitievergoeding aan werknemers die na 2 jaar ziekte uit dienst gaan wordt betaald door het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf). Deze regeling heeft terugwerkende kracht voor alle ontslagen vanaf 1 juli 2015.
Risico’s met betrekking tot de overhead en exploitatieresultaat: -
Het niet geheel realiseren van de begrote netto-opbrengst. De omzet wordt deels gerealiseerd bij de deelnemende gemeenten en deels op de vrije markt. De mogelijkheden om de begrote omzet te realiseren zijn dan ook afhankelijk van de takenpakketten van onze deelnemende gemeenten en van de economische- en marktsituatie. De begrote omzetten zijn zo goed als mogelijk ingeschat, maar door veranderende omstandigheden bestaat het risico dat deze niet wordt gehaald. Kans van optreden is normaliter minder dan 50% en omvang risico is € 104.000. Echter door Corona is dit risico hoger dan normaal en wordt in plaats van 2% nu 10% van de omzet als risico genomen met een kans van 50%, waardoor dit risico op € 520.000 wordt geschat.
Bedrijfsplan MidZuid 2021 na DB 17 december 2020
Pagina 41 van 58
-
Voor het realiseren van omzet is het nodig om voldoende mensen te hebben die bij de diverse PMC’s kunnen worden ingezet. De terugloop van het aantal SW-medewerkers heeft hierop een negatief effect. In de begroting is ermee rekening gehouden dat deze terugloop voor een belangrijk deel kan worden gecompenseerd door medewerkers die via nieuw beschut werken of P-banen instromen, alsmede ook de begeleidingsvergoeding die zij meebrengen. Als deze verwachtingen niet uitkomen kan het gaan voorkomen dat opdrachten niet kunnen worden geaccepteerd of teruggegeven moeten worden. Het financieel risico hiervan wordt ingeschat op € 420.000 en de kans daarop op 50% (omvang risico dus € 210.000).
-
De loonkosten van het reguliere personeel zijn gebaseerd op de Cao gemeente en de daarin gemaakte afspraken voor loonontwikkeling. De looptijd van de huidige cao is tot 1 januari 2021. Voor de lonen van 2021 is rekening gehouden met het effect dat de 3% loonstijging uit 2020 dan pas volledig voelbaar is. Gezien de financiële situatie bij de gemeenten is de indexatie van de lonen op 0% gesteld. Het risico bestaat dat de cao gemeente toch wordt aangepast aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product van 1,7%. De financiële risico hiervan wordt ingeschat op € 118.000 en de kans daarop op 25% (omvang risico dus € 29.500)
Als alle hier genoemde risico’s (exclusief de risico’s die betrekking hebben op de subsidiesystematiek) zich tegelijk zouden voordoen maal de kans, dan zou dat een bedrag omvatten van € 759.500. Hiertegenover staat een weerstandscapaciteit van € 1.376.000. Hierbij wordt nog opgemerkt dat de kans dat alle hiervoor genoemde risico’s zich tegelijk zullen voordoen zeer klein is. Hierna is een overzicht opgenomen van het verwachte verloop van de reserves. Waarbij er vanuit wordt gegaan dat het overschot van de Coronacompensatie wordt toegevoegd aan de reserves om van daaruit de corona effecten in 2021 op te kunnen vangen. Overzicht verloop reserves Bedragen * € 1.000
Begrotingsjaar 2021
Meerjarenraming (saldi 31-12)
Saldo 1-1
Bij
Af
Saldo 31-12
2022
2023
2024
2025
Algemene reserve Resultaat voorgaand boekjaar Resultaat lopend boekjaarjaar
1.276 600
600 -
600388-
1.876 388-
1.488 -
1.488 -
1.488 -
1.488 -
Totaal reserves
1.876
600
988-
1.488
1.488
1.488
1.488
1.488
Voorzieningen Bij het beoordelen van de financiële positie is het ook van belang of de voorzieningen op peil zijn. WAVA beschikt ultimo 2020 naast de voorziening voorzienbare verplichtingen (€ 20.000; betreft verplichtingen voortkomend uit de archiefwet) over een voorziening voor groot Bedrijfsplan MidZuid 2021 na DB 17 december 2020
Pagina 42 van 58
onderhoud. Deze is nader toegelicht, inclusief een overzicht van het verloop, in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. Op grond van de al aanwezige kennis kan worden geconcludeerd dat de omvang van de voorzieningen toereikend is. Financiële positie en kengetallen Door middel van onderstaande kengetallen wordt inzicht gegeven in de financiële positie van GR WAVA. De netto schuldquote geeft de verhouding weer tussen schulden minus vorderingen en overige opbrengsten. Een netto schuldquote tussen 0% en 90% wordt als normaal beschouwd. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin men in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Dit kengetal geeft het percentage eigen vermogen weer ten opzichte van het totale vermogen. De minimumnorm voor deze ratio wordt gesteld op 30%. Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Begroting 2020 e.v.
Verloop van de kengetallen
Kengetallen
Netto schuldquote Netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Jaarrek. Begroting: 2019 2020
2021
2022
2023
2024
33,0%
27,3%
29,5%
32,8%
31,5%
31,4%
33,0% 17,6% -3,6%
27,3% 23,2% 0,0%
29,5% 20,3% -2,4%
32,8% 19,5% 0,0%
31,5% 19,2% 0,0%
31,4% 19,4% 0,0%
De netto schuldquote blijft in de vermelde jaren ongeveer op hetzelfde niveau. De daling in 2020 en 2021 heeft te maken met het aanhouden van een hogere reserve in verband met de Coronacompensatie die tijdelijk in het vermogen beschikbaar blijft. De solvabiliteitsratio voldoet nog niet aan de hiervoor genoemde minimumnorm, hetgeen te maken heeft met in het verleden aangetrokken leningen. Het is bij WAVA niet de bedoeling om structureel (positieve) resultaten te boeken, maar om een sluitende exploitatie te hebben, hetgeen ook tot uitdrukking komt in het kengetal structurele exploitatieruimte.
5.3.
Onderhoud kapitaalgoederen
De activiteiten van WAVA zijn erop gericht de kapitaalgoederen, bestaande uit materiële vaste activa, voorraden en vorderingen goed te beheren. Het daartoe noodzakelijke onderhoud zal worden uitgevoerd. Algemeen WAVA heeft de gebouwen aan de Esdoornlaan/Wilhelminakanaal Noord te Oosterhout in eigendom. Eind 2019 is op basis van een integrale inspectie de onderhoudstoestand opnieuw in beeld gebracht en is de onderhoudsplanning geactualiseerd. Bij het opstellen van het Bedrijfsplan MidZuid 2021 na DB 17 december 2020
Pagina 43 van 58
bedrijfsplan 2020 is de uitvoeringsplanning van het groot onderhoud geactualiseerd en zijn de opgenomen prijzen geïndexeerd. Het plan heeft ook als leidraad gediend voor het begrote bedrag aan uit te voeren onderhoud en als onderbouwing voor het verloop van de voorziening onderhoud. Overigens wordt gestreefd naar optimalisatie van de verhouding tussen kosten en de hinder door werkzaamheden. Dit vindt onder meer plaats door onderdelen te bundelen en zodoende kostentechnische- en planning-technische voordelen te behalen. Hierdoor kunnen onderdelen tussen de verschillende jaren doorschuiven. Voorop staat de instandhouding van de activa op het overeengekomen niveau. Financiële consequenties Alle kosten van doorlopend onderhoud aan gebouwen en installaties e.d. worden in de resultatenrekening opgenomen. In het kader van het groot onderhoud is een voorziening voor het groot onderhoud beschikbaar. Zoals vermeld is in eind 2019 een inventarisatie van de onderhoudstoestand uitgevoerd, met daaraan gekoppeld een actualisatie van de onderhoudsprognose. Op basis daarvan is de voorziening geactualiseerd; ook zijn de dotaties en onttrekkingen in de begrote cijfers hierop gebaseerd. Onderstaand is een overzicht opgenomen van het verwachte verloop van de voorziening onderhoud. Overzicht verloop onderhoudsvoorziening Bedragen * € 1.000
Begrotingsjaar 2021 Saldo 1-1
Bij
991
166
Voorziening onderhoud
Meerjarenraming (saldi 31-12) 2022 2023 2024 2025
Af Saldo 31-12 294
863
367
494
382
265
5.4. Financiering WAVA is in de afgelopen jaren sterk afhankelijk gebleken van externe financiering. Dit wordt veroorzaakt door het ontbreken van voldoende eigen vermogen. Van het verloop van de langlopende leningen in het begrotingsjaar 2021 kan het volgende overzicht worden gegeven: 1
2
3
4
5
6
7
5.000.000
5.000.000
1.000.000
1.600.000
1.000.000
1.000.000
begroot 1.000.000
2-apr-2010 29-apr-2020
29-dec-2014 29-dec-2021
29-dec-2017 29-dec-2022
28-dec-2018 28-dec-2023
27-dec-2019 27-dec-2024
12-jun-2020 31-dec-2025
29-dec-2021 29-dec-2026
Aflossing
jaarlijks
jaarlijks m.i.v dec. 2017
op einddatum
op einddatum
op einddatum
op einddatum
op einddatum
Rentepercentage
0,30%
0,84%
0,335%
0,47%
0,12%
0,17%
1,00%
1.000.000
1.600.000
1.000.000
1.000.000
Oorspronkelijk bedrag Ingangsdatum Looptijd tot
Restant bedrag 31 dec. 2020
-
1.000.000
Aflossing in 2021 Nieuwe lening 2021
-
-1.000.000
Restantbedrag 31 dec. 2021
-
-
Bedrijfsplan MidZuid 2021 na DB 17 december 2020
-
1.000.000
-
1.600.000
-
1.000.000
5.600.000
-
1.000.000
Totaal
1.000.000
-1.000.000 1.000.000
1.000.000
5.600.000
Pagina 44 van 58
Lening 1 was oorspronkelijk aangetrokken voor de aankoop van het pand; in de loop van 2020 vindt daarop de laatste aflossing plaats. Lening 2 heeft betrekking op verliesfinanciering (oorspronkelijk € 6 miljoen; in 2014 overgesloten voor € 5 miljoen). De leningen 3 en volgende hebben betrekking op herfinanciering van de aflossingen op lening 2, waarbij in 2018 € 0,6 miljoen extra is aangetrokken in verband met financiering van vervanging van een deel van het wagenpark. In 2020 is eerder geherfinancierd om tevens tijdelijk extra liquiditeitsruimte in de coronacrisis te hebben. Bij de BNG is een kredietfaciliteit beschikbaar van € 1 miljoen (met een intradaglimiet van € 1,5 miljoen). Het betalingsverkeer is volledig geautomatiseerd en verloopt middels een systeem van elektronisch bankieren. In lijn met de bepalingen van de wet FIDO is een treasurystatuut beschikbaar dat is geactualiseerd begin 2019. WAVA voldoet aan alle verplichtingen inzake het Schatkistbankieren. Dagelijks wordt het saldo beoordeeld en indien nodig afgestort ten gunste van de centrale overheid. Gelet op de gemaakte afspraken met de deelnemende gemeenten, waarbij de begrote gemeentelijke bijdrage op kwartaalbasis vooraf wordt vergoed, wordt verwacht dat voorlopig geen beroep hoeft te worden gedaan op de kredietfaciliteit bij de BNG.
In dit kader moet nog wel worden opgemerkt dat in de begroting rekening is gehouden met opbrengsten in het kader van de LIV en bonus beschut werken. Deze opbrengsten moeten worden voorgefinancierd, aangezien de betaling ervan pas plaatsvindt in het jaar volgend op het begrotingsjaar.
5.5.
Verbonden partijen
Overzicht verbonden partijen De deelnemende gemeenten in de gemeenschappelijke regeling WAVA zijn: Altena, Drimmelen, Geertruidenberg en Oosterhout. Daarnaast zijn binnen de gemeenschappelijke regeling de volgende rechtspersonen aanwezig: -
MidZuid B.V., ten behoeve van het aangaan van samenwerkingsverbanden met derden, gericht op de verbetering van de mogelijkheden voor de uitvoering van de doelstelling van WAVA. MidZuid B.V. is voor 100% eigendom van WAVA. Het resultaat van MidZuid B.V. wordt volledig verrekend met WAVA.
-
MidZuid A.I.D. B.V.; dit is een 100% deelneming van MidZuid B.V. MidZuid A.I.D. B.V. is de entiteit waarin onder meer de werknemers vanuit andere contracten dan de WSW, ambtenaren en het regulier personeel worden verloond. De activiteiten van MidZuid A.I.D. B.V. worden volledig verrekend met MidZuid B.V.
Bedrijfsplan MidZuid 2021 na DB 17 december 2020
Pagina 45 van 58
6.
Bijlagen
6.1.
Bijlage 1: Inzicht in gemeentelijke bijdrage
Algemeen In deze bijlage is de berekening van de gemeentelijke bijdrage aan WAVA opgenomen. De gemeentelijke bijdrage aan WAVA bestaat uit een bijdrage in de vaste lasten en een bijdrage in het subsidieresultaat c.q. om te komen tot een sluitende begroting. Gemeentelijke bijdrage 2021 De bijdrage in de vaste lasten wordt over de gemeenten verdeeld op basis van een eerder vastgesteld omslagpercentage. Dit leidt tot de volgende verdeling:
Verdeling vaste lasten: Bedragen * € 1
Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout
Omslagfactor
Begroting 2021
Bedrijfsplan 2021
26,83% 12,17% 15,61% 45,39%
-
19.856 9.008 11.550 33.586
100,00%
-
74.000
Voor de gemeentelijke bijdrage in het subsidieresultaat/begrotingssaldo is het aantal plaatsingen bepalend. Daarvoor is als basis genomen het definitieve aantal plaatsingen in 2019 van sw-medewerkers vanuit de deelnemende gemeenten bij WAVA. Het hierna opgenomen bedrag per gemeente betreft een voorschotbedrag; bij de jaarrekening vindt een verrekening plaats op basis van het werkelijk aantal plaatsingen.
Verdeling subsidieresultaat / begrotingssaldo Aantal plaatsingen 2019
Begroting 2021
Bedrijfsplan 2021
Altena Drimmelen Geertruidenberg
151 69 90
519.906 238.428 304.658
432.587 197.672 257.833
Oosterhout
230 540
808.007 1.871.000
658.907 1.547.000
Bedragen * € 1
Bedrijfsplan MidZuid 2021 na DB 17 december 2020
Pagina 46 van 58
Vorenstaande cijfers zijn getotaliseerd weergegeven in de volgende tabel:
Totale bijdrage per gemeente Bedragen * € 1
Begroting 2021
Bedrijfsplan 2021
Altena Drimmelen Geertruidenberg
519.906 238.428 304.658
452.443 206.680 269.384
808.007 1.871.000
692.493 1.621.000
Oosterhout
Meerjarencijfers Op basis van de in het bedrijfsplan opgenomen meerjarencijfers ontwikkelt de gemeentelijke bijdrage zich volgens onderstaande cijfers: Totale gemeentelijke bijdrage, meerjarig
Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout
Bedrijfsplan 2021
2022
452.443 206.680 269.384 692.493 1.621.000
448.387 204.859 267.109 684.645 1.605.000
Bedrijfsplan MidZuid 2021 na DB 17 december 2020
Begroting 2023 416.320 190.213 248.027 635.440 1.490.000
2024
2025
361.067 164.974 215.132 550.827 1.292.000
337.400 154.167 201.061 514.372 1.207.000
Pagina 47 van 58
6.2. Bijlage 2: Specificatie per PMC Beschermd werk
Bedrijfsplan 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
892 -93 799
892 -93 799
892 -93 799
892 -93 799
892 -93 799
-680 -207 -66 -715 -1.668
-680 -207 -96 -714 -1.697
-680 -207 -96 -713 -1.697
-680 -207 -96 -726 -1.709
-680 -207 -96 -726 -1.709
-869
-898
-897
-910
-910
Bedrijfsplan 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
725 -52 673
805 -52 753
805 -52 753
805 -52 753
805 -52 753
-472 -48 -2 -527 -1.050
-472 -48 -2 -526 -1.049
-472 -48 -2 -526 -1.049
-472 -48 -2 -535 -1.058
-472 -48 -2 -535 -1.058
-377
-296
-296
-305
-305
Bedrijfsplan 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Omzet Kosten van de omzet Netto omzet
5.152 -1.808 3.344
5.152 -1.808 3.344
5.152 -1.808 3.344
5.152 -1.808 3.344
5.152 -1.808 3.344
Loonkosten direct (excl. doelgroepen) Doorbelast gebruik gebouw Beheerskosten Doorbelasting overhead Totaal kosten PMC
-2.142 -10 -233 -998 -3.383
-2.140 -10 -241 -997 -3.388
-2.164 -10 -227 -996 -3.397
-2.164 -10 -236 -1.013 -3.423
-2.236 -10 -225 -1.013 -3.484
-39
-44
-53
-79
-140
Omzet Kosten van de omzet Netto omzet Loonkosten direct (excl. doelgroepen) Doorbelast gebruik gebouw Beheerskosten Doorbelasting overhead Totaal kosten PMC Operationeel resultaat
Groepdetachering
Omzet Kosten van de omzet Netto omzet Loonkosten direct (excl. doelgroepen) Doorbelast gebruik gebouw Beheerskosten Doorbelasting overhead Totaal kosten PMC Operationeel resultaat
Publieke dienstverlening
Operationeel resultaat
Bedrijfsplan MidZuid 2021 na DB 17 december 2020
Pagina 48 van 58
Facilitaire dienstverlening Bedrijfsplan 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Omzet Kosten van de omzet Netto omzet
1.058 -217 841
1.058 -217 841
1.058 -217 841
1.058 -217 841
1.058 -217 841
Loonkosten direct (excl. doelgroepen) Doorbelast gebruik gebouw Beheerskosten Doorbelasting overhead Totaal kosten PMC
-704 -34 -35 -93 -866
-704 -34 -32 -93 -864
-704 -34 -32 -93 -864
-704 -34 -32 -94 -865
-704 -34 -32 -94 -865
Operationeel resultaat
-25
-22
-22
-24
-24
Bedrijfsplan 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Omzet Kosten van de omzet Netto omzet
2.190 -213 1.978
2.271 -205 2.067
2.156 -198 1.958
2.197 -194 2.002
2.218 -161 2.057
Loonkosten direct (excl. doelgroepen) Doorbelast gebruik gebouw Beheerskosten Doorbelasting overhead Totaal kosten PMC
-227 -29 -10 -496 -762
-227 -29 -11 -496 -762
-227 -29 -10 -495 -761
-227 -29 -11 -504 -771
-227 -29 -10 -504 -770
Operationeel resultaat
1.215
1.304
1.197
1.232
1.287
Bedrijfsplan 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Omzet Kosten van de omzet Netto omzet
552 -23 529
552 -23 529
552 -23 529
552 -23 529
552 -23 529
Loonkosten direct (excl. doelgroepen) Doorbelast gebruik gebouw Beheerskosten Doorbelasting overhead Totaal kosten PMC
-387 -15 -128 -530
-387 -15 -128 -530
-387 -15 -128 -530
-387 -15 -130 -532
-387 -15 -130 -532
-1
-1
-1
-3
-3
Individuele plaatsing en detachering
Participatie
Operationeel resultaat
Bedrijfsplan MidZuid 2021 na DB 17 december 2020
Pagina 49 van 58
6.3. Bijlage 3: (Financiële) uitgangspunten Hierna wordt op hoofdlijnen een overzicht gegeven van de bij het opstellen van het bedrijfsplan gehanteerde (financiële) uitgangspunten: -
Het bedrijfsplan is opgemaakt op basis van de meest recente gegevens en inzichten.
-
De kosten en opbrengsten worden zo zuiver mogelijk toegerekend aan de diverse posten in het bedrijfsplan.
-
De laatste begrotingscijfers van het macrobudget voor de subsidie van het rijk voor de uitvoering van de WSW worden als uitgangspunt genomen voor het te verwachten subsidiebedrag. Dit betekent dat de cijfers van de septembercirculaire 2020 zijn aangehouden voor wat betreft de rijkssubsidie SW voor 2021 en volgende jaren. De macrocijfers kunnen aangepast worden aan eventuele ontwikkelingen betreffende de hoogte van het wettelijk minimumloon (WML) en de lonen in de gesubsidieerde sector. Dit wordt meestal pas bekend in de loop van het begrotingsjaar. Hiermee is, conform bestendige gedragslijn, geen rekening gehouden. Binnen het macrobudget is sprake van een prijscomponent (P) en een volumecomponent (Q). Afwijkingen in het volume kunnen effect hebben op de prijs. Dit kan financiële risico’s met zich meebrengen.
-
Voor de SW is rekening gehouden met een teruglopend personeelsbestand. Deze terugloop is gebaseerd op de ‘blijfkans’ volgens het rijksbudget met betrekking tot de deelnemende gemeenten en de daaruit voortvloeiende volumecomponent (Q). Het aldus bepaalde aantal is bepalend geweest voor zowel de begrote rijkssubsidie als voor de berekening van de formatie/salariskosten SW-medewerkers.
-
Voor nieuw beschut is uitgegaan van opbrengsten in de vorm van loonkostensubsidie en een begeleidingsvergoeding (€ 7.700 per medewerker). Voor wat betreft de loonkostensubsidie is uitgegaan van de gemiddelde loonwaarde van de medewerkers nieuw beschut die bij het opstellen van dit bedrijfsplan in dienst waren. Het subsidieresultaat (verschil tussen loonkosten en loonkostensubsidie) is afzonderlijk zichtbaar gemaakt in het bedrijfsplan. Het aantal medewerkers nieuw beschut is gebaseerd op de in december 2019 door het ministerie per gemeente gepubliceerde taakstelling ultimo 2020 teruggerekend naar gemiddelden over het jaar. Voor de jaren 2021 en volgende is het aantal gebaseerd op de in juli 2019 gepubliceerde aangepaste taakstelling van de banenafspraak.
-
Voor 2020 is uitgegaan van gemiddeld 49 medewerkers die werkzaam zijn via een participatiebaan. Voor de jaren erna is dit aantal jaarlijks met 5 verhoogd. Voor wat betreft de loonkostensubsidie is uitgegaan van de gemiddelde loonwaarde van de medewerkers P-banen die bij het opstellen van dit bedrijfsplan in dienst waren. Voor deze doelgroep is rekening gehouden met een begeleidingsvergoeding van € 4.000 per persoon. Het verschil tussen de loonkosten en loonkostensubsidie van deze medewerkers is afzonderlijk zichtbaar gemaakt in het bedrijfsplan.
Bedrijfsplan MidZuid 2021 na DB 17 december 2020
Pagina 50 van 58
-
De loonkosten van de SW-medewerkers zijn gebaseerd op de cao sw. Op grond van deze cao volgt de loonontwikkeling de prijsontwikkeling van het rijksbudget (LPO) resp. het wettelijk minimumloon. De cao-sw heeft had een looptijd tot eind 2020. In de cijfers is uitgegaan van het doorzetten van de systematiek uit de huidige cao voor wat betreft het berekenen van de algemene loonstijgingen. Verder is rekening gehouden met het vervallen van het verhoogde bedrag lage inkomensvoordeel (LIV).
-
De loonkosten van het reguliere personeel zijn gebaseerd op de cao gemeenten en de daarin gemaakte afspraken voor loonontwikkeling. De looptijd van de huidige Cao gemeenten is tot eind 2020. Gezien de financiële ontwikkelingen bij gemeenten is er uitgegaan voor 2021 van een loonstijging van 0%. Voor de lonen van 2021 is rekening gehouden met het effect dat de 3% loonstijging uit 2020 dan volledig effectief is voor het gehele jaar.
-
De loonkosten van de overige medewerkers (nieuw beschut, participatiebanen) zijn gebaseerd op het wettelijk minimumloon. Ook hierbij is rekening gehouden met LIV en de wijzigingen in die regelgeving, waarbij voor de nieuwe doelgroepen rekening is gehouden met een pensioenregeling op basis van de SW-regeling.
-
Voor de ontwikkeling van de prijzen is voor 2021 rekening gehouden met de prijsontwikkeling BBP volgens de septembercirculaire 2020 van 1,7%, tenzij sprake is van specifieke indexcijfers voor een begrotingspost (bijvoorbeeld voor de omzet, zie hierna). Voor de jaren erna is het prijspeil 2021 aangehouden; dit geldt zowel voor de kosten als opbrengsten.
-
De omzet wordt voornamelijk gerealiseerd binnen MidZuid B.V. en maakt daarmee onderdeel uit van het operationeel resultaat in het bedrijfsplan.
-
Voor de diverse te factureren opbrengsten (omzet, verhuur) is in het najaar de indexatie voor 2021 vastgesteld, welke ontwikkeling is gevolgd in de begrotingscijfers. De indexering varieert, al naar gelang de werksoort en/of de geldende afspraken. Voor de jaren na 2021 is, zoals hiervoor vermeld, het prijspeil 2021 aangehouden.
-
Onder de vaste lasten wordt verstaan de kosten van het gebouw en de rentekosten van een lening uit het verleden waar geen activa tegenover staan. De vaste lasten worden volgens een vastgesteld percentage verdeeld over de deelnemende gemeenten (zie hiertoe bijlage 1).
-
De term overhead is bij de laatste wijziging van het BBV nader gedefinieerd. De onder overhead WAVA in het bedrijfsplan opgenomen kosten betreffen de ambtelijke medewerkers die werkzaam zijn in functies die binnen de nieuwe definitie van overhead vallen. In de geconsolideerde cijfers is ook een post overhead opgenomen. Aangezien MidZuid B.V. niet hoeft te voldoen aan de verslaggevings-eisen van het BBV, wordt het begrip overhead in de geconsolideerde cijfers ruimer geïnterpreteerd. Deze overhead bestaat uit de algemene bedrijfskosten en de kosten van indirect personeel. Deze posten worden begroot op basis van een realistische inschatting van de
Bedrijfsplan MidZuid 2021 na DB 17 december 2020
Pagina 51 van 58
ontwikkelingen op gebied van volume, loon en prijs. De kosten van overhead worden geheel verrekend met de PMC’s. -
Het saldo van kosten en opbrengsten van de participatieactiviteiten wordt geheel verrekend met de gemeenten, naar rato van de omzet die voor de diverse gemeenten is gerealiseerd. Voor zover sprake is van een saldo is dat in het bedrijfsplan daarom als te verrekenen met de participanten opgenomen. Bij het opstellen van de jaarrekening wordt per gemeente /opdrachtgever een individuele rekening opgemaakt, waarbij een positief saldo wordt uitgekeerd en onverhoopt negatief saldo wordt verrekend.
-
Voor het bepalen van de hoogte van de post onvoorzien is uitgegaan van 2% van de loonkosten van het reguliere personeel van WAVA en MidZuid B.V. (afgerond naar beneden). De verwachting is namelijk dat de grootste kans op onvoorziene uitgaven in de personele sfeer ligt (vervanging bij langdurige ziekte e.d.)
-
Oorspronkelijk was de afspraak dat de gemeentelijke bijdrage beperkt blijft tot het subsidieresultaat en de vaste lasten. Doelstelling is dat de bedrijfsvoering over alle werksoorten samen neutraal verloopt. In de vergadering van het bestuur van 24 november 2016 is de afspraak gemaakt dat de begroting (en meerjarenbegroting) sluitend moet zijn. Dit heeft effect op de hoogte van de gemeentelijke bijdragen: de vaste lasten zijn geheel opgenomen in de gemeentelijke bijdrage; in de gemeentelijke bijdrage in het subsidieresultaat/begrotingssaldo worden, naast het subsidieresultaat sw ook de saldi van de doelgroepen nieuw beschut en participatiebanen, het operationeel resultaat en de post onvoorzien betrokken.
-
Vennootschapsbelasting. In het bedrijfsplan is geen rekening gehouden met eventuele lasten in het kader van de vennootschapsbelasting. Begin 2016 heeft de belastingdienst bericht dat, gelet op de activiteiten van WAVA en de wijze waarop eventuele resultaten worden verrekend, er geen sprake is van winstoogmerk en dat daarom ook geen sprake is van vennootschapsbelastingplicht.
-
Het bedrijfsplan 2021 is in feite de eerste begrotingswijziging en hoeft daarmee niet, zoals voor de begroting geldt, op alle punten te voldoen aan het BBV. Om die reden is een aantal kengetallen, een geprognosticeerde balans en de begroting naar taakvelden niet opgenomen in dit bedrijfsplan.
Bedrijfsplan MidZuid 2021 na DB 17 december 2020
Pagina 52 van 58
6.4. Bijlage 4: Uitkomsten nader onderzoek bezuinigingen en gevolgen voor MidZuid 6.4.1.
Aanleiding
Naar aanleiding van het ingediende bedrijfsplan 2020 hebben de raden middels hun zienswijzen een aantal zaken aan MidZuid meegegeven, waarbij de waardering wordt uitgesproken dat het bestuur van WAVA zich heeft ingespannen om intern ten aanzien van de bedrijfsvoering tot een aanzienlijke kostenbesparing te komen van een half miljoen euro structureel, waardoor WAVA voor 2020 geen extra gemeentelijke bijdrage vraagt, maar dat de raden tevens constateren dat het niveau van de gemeentelijke bijdrage 2021 en volgende jaren in de gewijzigde begroting naar boven is bijgesteld. Met daarbij het voorstel dat er een afstemming plaats zal vinden tussen de financiële experts van de gemeenten en de financiële deskundigen van MidZuid.
6.4.2. Zero based budgettering In juni 2020 heeft een gezamenlijke sessie plaatsgevonden met de financiële experts van de gemeenten, aangevuld met beleidsmedewerkers uit het sociaal domein. Vanuit MidZuid was de concerncontroller en het hoofd F&O aanwezig. Uit deze sessie bleek maar al te goed hoe groot de noodzaak bij sommige gemeenten was om tot een lagere bijdrage te komen. Buiten de diverse aandachtspunten die in die bespreking naar voren kwamen is ook het model van zero based budgettering besproken en hebben wij het format daarvan ook ontvangen. De formats zijn door de concerncontroller samen met de individuele MT leden verder uitgewerkt. Buiten het inzichtelijk maken van de werkzaamheden welke worden uitgevoerd geeft het ook een enorme bewustwording binnen het MT van de noodzaak om verder aan de slag te gaan met mogelijkheden tot bezuinigingen of tot verbetering van opbrengsten.