Bijlage 1 Uitvoeringsagenda Gemeente Geertruidenberg
Tekst van het document
Strategie klimaatadaptatie gemeente Geertruidenberg
In samenwerking met Aveco de Bondt, TwynstraGudde en waterschap Brabantse Delta | 10 maart 2022
Inhoudsopgave 1. Inleiding
4
1.1. Klimaatverandering
4
1.2. Doelstelling klimaatadaptatie proces
4
1.3. Het uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie
5
1.4. Leeswijzer
5
2. Methodologie/proces
6
3. Analyse (Weten)
9
3.1. Fase 1A Stresstesten
9
3.1.1.
Het wordt natter
10
3.1.2.
Het wordt warmer
11
3.1.3.
Het wordt droger
13
3.1.4. De zeespiegel stijgt
14
3.2. Fase 1B Stresstest afronden
16
3.2.1.
Risico’s in beeld brengen
16
3.2.2.
Wettelijke kaders
16
3.2.3.
Huidige beleid gemeente, waterschap en provincie
16
3.2.4. Huidige inspanningen gemeente
3.3. Fase 2A klimaatmonologen
18
19
3.3.1.
Het wordt natter
19
3.3.2.
Het wordt warmer
20
3.3.3.
Het wordt droger
21
3.3.4. De zeespiegel stijgt
3.4. Belangrijkste conclusies uit de analyses en interne risicodialogen
2
STR ATEGIE KL I M AATADAPTAT I E GE M E E NTE G E E RT RU I D E N B E RG
22
23
4. Visie en strategie
24
4.1. Overkoepelende visie
24
4.2. Het beeld
24
4.3. Manier van werken
24
4.4. Aanpak voor de opgaven
25
5. Beleid
26
5.1.1.
Thema 1: In Geertruidenberg heb en houd je droge voeten!
26
5.1.2.
Ambitie 2: Een koele woonomgeving in 2050
28
5.1.3.
Ambitie 3: Geertruidenberg bestand tegen extreme droogte
29
5.1.4. Ambitie 4: Gevolgen overstromingen worden beperkt
30
5.1.5.
30
Ambitie 5: gemeente Geertruidenberg; een klimaatadaptieve organisatie
6. Uitvoeringsagenda 2022-2025
32
Bijlage 1: Bollenschema’s: mogelijke risico’s en kansen klimaatverandering
36
gemeente Geertruidenberg (en Drimmelen) Bijlage 2: klimaatschadeschatter
41
Bijlage 3: Stresstest Geertruidenberg
41
S T R AT E G I E K L I M A ATA DA P TAT I E G E M E E N T E G E E RT RU I D E N B E RG
3
1
Inleiding
1.1. Klimaatverandering Het klimaat verandert. Dit betekent dat Nederland steeds vaker te maken krijgt met extreme weersomstandigheden: het wordt warmer, natter, droger en de zeespiegel stijgt (zie figuur 1). Ook in de gemeente Geertruidenberg is dit al te merken. Denk aan de extreem hete en droge zomers in 2018, 2019 en 2020. Tijdens deze warme zomers was in de gemeente Geertruidenberg de verdroging van het groen in de kernen zichtbaar, zochten inwoners naar verkoeling en had het vee op het platteland te kampen met de extreme warmte. In de toekomst krijgen we steeds vaker te maken met dergelijke extremen en dat heeft effect op het dagelijks leven. Om schade van extreem weer te beperken en een goed woon- en werkklimaat te behouden, is het essentieel om inzichtelijk te maken wat de risico’s van klimaatverandering zijn en om te bepalen welke risico’s we wel en niet acceptabel vinden. Als we nu niets doen, kan de schade over de jaren heen namelijk enorm oplopen.
1.2. Doelstelling klimaatadaptatie proces De gemeente Geertruidenberg wil op een verstandige en kostenefficiënte manier werken aan een klimaatadaptieve gemeente. Om dit te bereiken is gezamenlijk met de gemeente Drimmelen en waterschap Brabantse Delta een klimaatadaptatieproces opgestart. Het doel van dit proces is: “Te komen tot een uitvoeringsagenda klimaatadaptatie 2022-2025 op basis van een heldere strategie”. Het gevolgde proces en de resulterende strategie worden beschreven in het voorliggende document. Als laatste hoofdstuk is het uiteindelijke uitvoeringsprogramma opgenomen.
Klimaatadaptatie gaat over het voorbereid zijn op de te verwachten klimaatverandering. Daarnaast zet de gemeente Geertruidenberg natuurlijk ook in op het beperken van de klimaatverandering (klimaatmitigatie).
In dit document is te lezen wat onze visie op deze ‘klimaatadaptatie’ is en hoe we de benodigde integrale verandering willen bewerkstelliggen.
Op regionaal én lokaal niveau wordt er hard gewerkt aan de benodigde energietransitie.
Figuur 1 | Trends klimaatverandering
4
STR ATEGIE KL I M AATADAPTAT I E GE M E E NTE G E E RT RU I D E N B E RG
1.3. Het uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie Vrijwel alle gemeenten in Nederland zijn bezig met het klimaatadaptatieproces. Sommige gemeenten zijn stresstesten aan het afronden, vele zijn bezig met het opstellen van een strategie en uitvoeringsprogramma en verschillende gemeenten hebben het uitvoeringsprogramma al vastgesteld. Waar iedere gemeente tegenaan loopt in dit proces is dat er geen directe, eenvoudige, route naar een uitvoeringsprogramma bestaat. Het is altijd een iteratief proces waarbij elke stap weer nieuwe vragen oproept. Dit komt omdat: • Er geen landelijk beleid is; wat klimaatadaptief is, is een keuze per gemeente. Deze keus heeft echter financiële consequenties, die op hun beurt alleen in beeld te brengen zijn als vastgesteld is wat klimaatadaptief is (kip-ei); • De klimaatverandering inherent onzeker is en de benodigde inspanning dus gedurende de tijd verandert; • Vele maatregelen nog nooit, of beperkt, zijn toegepast in de gemeente. Er is beperkt zicht op kosten en effectiviteit. • De resultaten van de stresstestberekeningen nog vele onzekerheden kennen waardoor op locaties, waar mogelijk problemen zijn, vaak nog aanvullend onderzoek nodig is om tot efficiënte maatregelen te komen.
1.4. Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft de methodologie van het klimaatadaptatieproces van Geertruidenberg volgens de drie uitgangspunten van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie: weten, willen en werken. In Hoofdstuk 3 (“weten”) wordt ingegaan op de uitkomsten van de stresstesten over de gevolgen van klimaatverandering per klimaatthema. Daarnaast worden de huidige wettelijke kaders, het huidige beleid en de huidige activiteiten besproken. Ook worden de resultaten van klimaatmonologen om de meest relevante gevolgen van klimaatverandering te achterhalen, toegelicht. Hoofdstukken 4 en 5 behandelen het uitgangspunt “willen” en beschrijven respectievelijk een visie en vijf sets aan doelstellingen voor het verbeteren van de waterrobuust-en klimaatbestendigheid van Geertruidenberg. Hoofdstuk 6 bevat de uitvoeringsagenda 2022-2025.
Het is hierdoor niet mogelijk om direct tot een onderbouwd uitvoeringsprogramma te komen wat volledig invulling geeft aan alle klimaatambities tot 2050. Wat wél mogelijk is, is om te beginnen met maatregelen die altijd goed zijn (no-regret) of die directe acute problemen oplossen. Deze maatregelen worden in het uitvoeringsprogramma 2022-2025 opgenomen. Daarnaast zal dit eerste uitvoeringsprogramma bestaan uit: • Benodigd extra onderzoek en/of pilots; • Communicatieactiviteiten intern en extern, en gesprekken met partners in de openbare ruimte en andere stakeholders; • Activiteiten om de voortgang te monitoren.
S T R AT E G I E K L I M A ATA DA P TAT I E G E M E E N T E G E E RT RU I D E N B E RG
5
2
Methodologie/proces
Het klimaatadaptatieproces is in het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) opgebouwd uit zeven ambities (zie figuur 2) die de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen versnellen en intensiveren. De gemeenten Geertruidenberg en Drimmelen hebben in een gezamenlijk proces deze ambities gevolgd om te komen tot deze (klimaat)adaptatiestrategie en het uitvoeringsprogramma. Het DPRA gaat uit van een iteratief proces waarbij de volgende drie uitgangspunten centraal staan:
Stap 1 - WETEN: Analyseren van de gevolgen van klimaatverandering (tot 2050) voor diverse functies in een gebied. Stap 2 - WILLEN: Bepalen van een strategie en concrete doelen (tot 2050) voor het verbeteren van de waterrobuust -en klimaatbestendigheid. Stap 3- WERKEN: Uitwerking geven aan de strategie door dit vast te leggen in beleidsplannen, wetten en regels. Meer informatie is over het DPRA is te vinden op www.ruimtelijkeadaptatie.nl
Figuur 2 | De zeven ambities uit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie
6
STR ATEGIE KL I M AATADAPTAT I E GE M E E NTE G E E RT RU I D E N B E RG
Voor Geertruidenberg is het gevolgde proces geschematiseerd in figuur 3. In hoofdlijnen volgt dit het DPRA proces.
Weten: Fase 1, Kwetsbaarheden in beeld brengen, bestond uit twee fases: het opstellen van stresstesten en het combineren van de stresstestkaarten met lokale kennis van waterschap en gemeente en met andere beschikbare databronnen om de risico’s van de klimaatverandering nog beter in beeld te brengen. Daarnaast zijn de wettelijke kaders, alsmede het huidige beleid en de huidige activiteiten van gemeente Geertruidenberg in beeld gebracht. Vervolgens zijn in Fase 2A in klimaatmonologen, interne werksessies waarin stresstestkaarten met gemeente en waterschap werden geanalyseerd, uitgevoerd om te komen tot de grootste risico’s (prioritering) en de kwetsbaarste locaties. De stresstestkaarten geven daarbij belangrijke informatie, maar de lokale kennis is in principe prevalent omdat deze niet gekleurd wordt door de gebruikte uitgangspunten en data en direct draagvlak geeft voor voorgestelde oplossingen.
In de weten fase is ook bepaald welk vigerend beleid op dit moment beschikbaar is. Uit dit vigerende beleid en de gesprekken in de organisatie is een (concept) visie bepaald. Daarnaast is bepaald wat de grootste risico’s zijn. Door vigerend beleid te matchen met de grootste risico’s ontstaat er een beeld van mogelijk ontbrekend beleid. In samenwerking met een kernteam vanuit Drimmelen, Geertruidenberg en waterschap Brabantse Delta is concept beleid opgesteld waar op dit moment nog ‘gaten’ zitten. Daarbij is ook gebruik gemaakt van een tiental vastgestelde beleidstukken van andere gemeenten zodat er geen risico is op landelijk afwijkend beleid.
Willen: De volgende stap was het opstellen van het uitvoeringsprogramma (fase 2C). In dit programma staan alle activiteiten die van 2022-2025 worden uitgevoerd in het kader van de klimaatadaptatie. Het uitvoeringsprogramma is geland als hoofdstuk 6 in deze rapportage.
Werken: Deze locaties en belangrijkste thema’s zullen de basis vormen voor de externe risicodialogen. Fase 2B bestond uit het selecteren van deze locaties en risico’s.
Vanaf 2022 zal het uitvoeringsprogramma worden uitgevoerd.
Figuur 3 | Proces klimaatadaptatie Geertruidenberg
S T R AT E G I E K L I M A ATA DA P TAT I E G E M E E N T E G E E RT RU I D E N B E RG
7
8
STR ATEGIE KL I M AATADAPTAT I E GE M E E NTE G E E RT RU I D E N B E RG
3
Analyse (Weten)
3.1. Fase 1A Stresstesten In een stresstest wordt een systeem of een locatie aan een extreme omstandigheid blootgesteld. In het geval van klimaatadaptatie betreft het de volgende extreme omstandigheden: extreme neerslag, extreme droogte, extreme hitte en een dijkdoorbraak. De effecten van zo’n omstandigheid kunnen op een kaart worden weergegeven. Soms geeft dit direct informatie, maar vaker ontstaat er pas informatie als het effect wordt gecombineerd met andere informatie (zoals diepte water op straat met de aanwezigheid en hoogte van elektriciteitskasten). Voor Geertruidenberg zijn verschillende stresstestkaarten opgesteld. Voor een deel zijn dit kaarten die landelijk (www.klimaateffectatlas.nl) of provinciaal (www.klimaatadaptatiebrabant.nl/ klimaatopgaven) zijn verzorgd. Daarnaast zijn er regionaal kaarten opgesteld (klimaatatlas Werkeenheid 4). In deze regionale kaarten zijn geografische informatie en rekenresultaten met elkaar verbonden. Dit geeft extra inzicht in de kwetsbaarheid van het gebied voor wateroverlast, hitte-stress, droogte en overstromingen.
Verder is op de website klimaatschadeschatter.nl een globale berekening van mogelijke kosten tot 2050 van wateroverlast, hitte en droogte per gemeente te vinden. Het is mogelijk om vanaf de website een overzicht van de geraamde kosten te downloaden. De resultaten voor de gemeente Geertruidenberg zijn opgenomen in bijlage 2. Bij deze klimaatschatting moet de kanttekening geplaatst worden dat dit zeer globale schattingen zijn en grote onzekerheden bevatten. In bijlage 3 is de complete klimaatatlas werkeenheid 4 voor de gemeente Geertruidenberg opgenomen. In de komende paragrafen wordt iets dieper ingegaan op de resultaten van de stresstestberekeningen van de 4 klimaatthema’s. Daarbij worden waar relevant ook andere feiten en metingen genoemd. NB in dit hoofdstuk is er analoog aan het proces nog geen analyse of beoordeling van de rekenresultaten en het kaartmateriaal, dit volgt in hoofdstuk 4.
Het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie, waarvan
Hoewel voor het thema waterveiligheid Rijkswaterstaat en
deze strategie een doorvertaling is, baseert zich op de
de waterschappen aan de lat staan, heeft een gemeente wel
KNMl’14-klimaatscenario’s (zie figuur). Deze scenario’s
degelijk een belang en kan zij bepaalde acties nemen (zoals
van het KNMI geven aan welke klimaatverandering
samenwerken met de veiligheidsregio’s bij evacuatieplannen).
in Nederland plausibel is. Het KNMI heeft hiervoor de onderzoeksresultaten van het IPCC (lntergovernmental Panel on Climate Change) vertaald naar Nederland. In 2023 publiceert het KNMI nieuwe scenario’s op basis van geactualiseerde onderzoeksresultaten van het IPCC (2022). De KNMl’14-klimaatscenario’s laten een beeld zien van hogere temperaturen, een sneller stijgende zeespiegel, nattere winters, hevigere buien en kans op drogere zomers. Sommige gevolgen - zoals gevolgen van zeespiegelstijging zullen met name landelijk of regionaal voorkomen. Hiermee ligt dus niet alles in de invloedssfeer van een gemeente.
S T R AT E G I E K L I M A ATA DA P TAT I E G E M E E N T E G E E RT RU I D E N B E RG
9
3.1.1. Het wordt natter Wateroverlast ontstaat wanneer regenwater bij hevige neerslag onvoldoende afgevoerd kan worden of kan wegzakken in de bodem. Naast hevige neerslag omvat dit thema ook langdurige neerslag en extreme hagelen onweersbuien. Figuur 4 toont een afbeelding van een stresstest (extreme bui) voor het centrum van Geertruidenberg.
Figuur 6 | Berekend water op straat (stresstest 2018) bij een bui van 60 mm in 1 uur op de doorgaande wegen van Raamsdonksveer.
Figuur 4 | Berekend water op straat (stresstest 2018) bij een bui van 60 mm in 1 uur in Geertruidenberg.
De kenmerken van de (openbare) ruimte spelen bij het optreden van wateroverlast een grote rol. Bij een extreme bui van bijvoorbeeld 60 millimeter in een uur (een bui met een herhalingstijd van eens per honderd jaar in het huidige klimaat) stroomt het water namelijk naar de laagste plekken in de wijk. Dit kan leiden tot schade aan woningen, winkels en bedrijfspanden. Daarnaast kan ook de bereikbaarheid in het geding komen (zie figuur 5 en 6).
Het is gevaarlijk als een weg naar bijvoorbeeld een brandweerkazerne ontoegankelijk wordt. Ook kunnen er risico’s voor de gezondheid zijn als afvalwater op straat komt. Dit kan gebeuren bij het overlopen van gemengde riolen. Tot slot kunnen de grote hoeveelheden gemengd afvalwater en hemelwater die geloosd worden op oppervlaktewater tijdens een extreme bui voor waterkwaliteitsproblemen zorgen. De gemeente Geertruidenberg is sinds 2008 (toen er radarmetingen beschikbaar kwamen) een aantal keer getroffen door een stevige bui. Voorbeelden van buien die in het huidige klimaat eens per 10 jaar of zelfs nog iets minder voorkomen zijn de buien op 28 juli 2014 en op 10 april 2018. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de voormalige gemeente Werkendam is de gemeente Geertruidenberg in die periode echter ontkomen aan een echt extreme bui. Hierdoor is er weinig praktijkervaring beschikbaar over de kritieke locaties in de gemeente.
Figuur 5 | Voorbeeld water op straat. De waterbulten die te zien zijn, is water uit de riolering dat de straat op stroomt. Hier zijn de putdeksels weg wat een risico geeft voor verkeer en de bereikbaarheid verminderd.
10
STR ATEGIE KL I M AATADAPTAT I E GE M E E NTE G E E RT RU I D E N B E RG
3.1.2. Het wordt warmer Net zoals in de rest van Nederland wordt het in de gemeente Geertruidenberg warmer en zullen er vaker hittegolven optreden. Met name in de dorpskernen kan het zomers flink warm worden. Dorpskernen zijn over het algemeen versteend en bevatten weinig groen, hierdoor wordt meer warmte vastgehouden en koelt het ’s nachts maar in beperkte mate af. Ondanks dat de kernen van Geertruidenberg minder last hebben van extreme hitte-eilanden dan een grote stad, zie je ook in kleinere kernen een duidelijk effect van de verharding. Dit heeft als gevolg dat bewoners te maken kunnen krijgen met hittestress; vooral ouderen en andere kwetsbare groepen (zoals jonge kinderen en chronisch
zieken) zijn hier de dupe van. Gemiddeld gaat het de komende jaren nog warmer worden, waardoor het onderwerp hitte een uitdaging blijft. Daarnaast kunnen hogere temperaturen de luchtkwaliteit verminderen, wat gevolgen heeft voor de volksgezondheid. Hittestress is een fenomeen wat lastig te bepalen is, omdat verschillende factoren zoals de windrichting en -sterkte flink kunnen variëren. In Nederland is een algemeen geaccepteerde manier van berekenen afgesproken. De resultaten hiervan zijn weergegeven in figuur 7. Daarnaast kan de werkelijke temperatuur worden gemeten op basis van satellietmetingen (zie figuur 8).
Figuur 7 | Berekende gevoelstemperatuur in huidige situatie (boven) en situatie 2050 met WH-scenario (onder) in de gemeente Geertruidenberg (www.klimaateffectatlas.nl)
S T R AT E G I E K L I M A ATA DA P TAT I E G E M E E N T E G E E RT RU I D E N B E RG
11
Wat is gevoelstemperatuur? De gevoelstemperatuur is iets anders dan de luchttemperatuur. De luchttemperatuur geeft aan hoe warm het buiten is. De gevoelstemperatuur geeft aan hoe warm een persoon het heeft in een bepaalde weersituatie. Als de gemeten luchttemperatuur bijvoorbeeld 30 °C is, kan het in de volle zon en uit de wind voelen als 40 °C. Daarnaast hebben ouderen en mensen met overgewicht vaak eerder last van een hogere gevoelstemperatuur, doordat ze hun warmte minder kwijt kunnen aan de omgeving.
Figuur 8 | gemeten temperatuur in de gemeente Geertruidenberg op een warme dag in 2018 (klimaatatlas werkeenheid 4)
Zowel uit figuur 7 als figuur 8 blijkt dat er qua temperatuur geen extreme hotspots zijn in Geertruidenberg en Raamdonksveer, behalve wellicht Dombosch. Raamsdonk kent nog minder invloed van de verharding op de temperatuur. De klimaateffectatlas geeft nog wel een analyse van het mogelijke hitteilandeffect (zie figuur 9). Dit geeft een indicatie dat vooral in Raamsdonksveer op enkele plekken bij maatregelen in de openbare ruimte aan meer groen gedacht kan worden.
Gevoels-
Ervaring
temperatuur (°C)
Fysiologisch stressniveau
18-23
Comfortabel
Geen stress
23-29
Beetje warm
Lichte hittestress
29-35
Warm
Matige hittestress
35-41
Heet
Grote hittestress
> 41
Zeer heet
Extreme hittestress
Gevoelstemperatuur volgens www.klimaateffectatlas.nl
Figuur 9 | Hitteseilandeffect gemeente Geertruidenberg
Gezien de redelijk beperkte omvang van de hitte-eilanden worden mogelijke hittestress problemen dan ook meer veroorzaakt door het (noodzakelijkwijs) aanwezig zijn van mensen in de buitenlucht (denk aan parkeerplaatsen voor supermarkten) dan door lokaal zeer extreme temperaturen. Dit zijn vaak ook zichtbare locaties waar maatregelen (vergroenen) ook een communicatieve functie heeft. In het kader van de omgevingsvisie heeft de gemeente Geertruidenberg een bewonersenquête uitgezet. Eén van de relevante resultaten is dat 70-plussers, een groep die vaak als risicogroep wordt gezien voor hittestress, hitte (nog) niet als probleem ziet.
12
STR ATEGIE KL I M AATADAPTAT I E GE M E E NTE G E E RT RU I D E N B E RG
3.1.3. Het wordt droger In paragraaf 3.1.1. is gesteld dat het natter werd. Echter, omdat alle weersextremen toenemen wordt daarnaast ook de kans op langdurige droge perioden groter. Dit hebben we in 2018, 2019 en 2020 al ervaren. Bij langere periodes met weinig neerslag ontstaat er droogte. Er is dan een tekort aan water en dit leidt tot schade aan groen. Denk hierbij aan groen in dorpskernen, parken en natuurgebieden. Ook kan langdurige droogte leiden tot lage grondwaterstanden en bodemdaling (zie figuur 10). Dit kan leiden tot schade aan infrastructuur en verzakking van huizen.
Dit laatste speelt vooral aan de westkant van de gemeente, maar ook aan de oostkant, waar een relatief betere (zand)grond ligt, zal er bij extreme droogte schade optreden door zettingen. Daarnaast ondervinden de landbouw (oogstschade) en scheepvaart (doorvaart bij lage rivierstanden) ook gevolgen van droogte (zie figuur 11 voor risico droogteschade). Door de gunstige ligging van Geertruidenberg blijft de aanvoer van oppervlaktewater in droge jaren goeddeels gewaarborgd en zijn de risico’s relatief beperkt.
Figuur 10 | Risico op “verschilzettingen” met als gevolg schade aan funderingen en huizen (bron: www.klimaateffectatlas.nl). De risico’s worden voor een groot deel van de gemeente als laag of zeer laag ingeschat. Voor het centrum van Geertruidenberg is wel een hoog risico bepaald. Het is onduidelijk uit het onderliggende kaartmateriaal wat de reden hiervoor is. Een mogelijke oorzaak is de ondiepe klei-/veenlaag die aan de zuidkant van het centrum ligt (bron: WATEROVERLAST STATIONSWEG/WILHELMINAPLEIN TE GEERTRUIDENBERG, Fugro 2013).
Figuur 11 | Risico droogtestress na klimaatverandering in 2050.
S T R AT E G I E K L I M A ATA DA P TAT I E G E M E E N T E G E E RT RU I D E N B E RG
13
3.1.4. De zeespiegel stijgt Door het veranderende klimaat stijgt de zeespiegel. In Nederland heeft dit bijvoorbeeld gevolgen voor de afvoer van de Rijn en de Maas; de afvoer kan grilliger worden. Onze waterkeringen zijn sterk, maar ze bieden ons geen absolute veiligheid1. Er blijft een kans bestaan op overstromingen. Er kunnen extremere situaties ontstaan dan de situaties waarop de waterkeringen volgens de normen zijn ontworpen. Je kunt het overstromingsrisico via 3 veiligheidslagen verkleinen (meerlaagse veiligheid):
Laag 1: Je kunt de kans op een overstroming verkleinen door dijken, duinen en waterkeringen te versterken. Laag 2: Je kunt de gevolgen van een overstroming beperken met slimme maatregelen in de ruimtelijke inrichting. Laag 3: Je kunt het aantal slachtoffers als gevolg van een overstroming beperken door crisisbeheersing. Figuur 12 toont de kansenkaart gevolgbeperking van de website www.klimaateffectatlas.nl
Figuur 12 | Kansenkaart gevolgbeperking overstromingen
Deze tekst is overgenomen uit www.klimaateffectatlas.nl
1
14
STR ATEGIE KL I M AATADAPTAT I E GE M E E NTE G E E RT RU I D E N B E RG
Figuur 13 | primaire keringen Geertruidenberg/Raamsdonksveer. De buitendijkse gebieden liggen tussen de grotere oppervlaktewateren en de primaire keringen.
Voor de gemeente Geertruidenberg ook het thema buitendijks wonen (zie kader). Een deel van Geertruidenberg is immers buitendijks aangelegd (zie figuur 13).
Wat zegt de landelijk regelgeving over buitendijks wonen? • Er zijn geen wettelijke normen voor de bescherming van buitendijkse gebieden. • Buitendijks zijn bewoners en gebruikers
Dat een gebouw buitendijks staat betekent niet dat er extra risico is op schade door overstroming, normaliter worden buitendijkse gebouwen verhoogd aangelegd (bijvoorbeeld op dezelfde hoogte als de dijk. Als de dijken echter moeten worden opgehoogd in verband met de klimaatverandering kunnen buitendijkse gebouwen veelal niet mee worden opgehoogd. In de loop der tijd zullen de risico’s voor buitendijkse gebouwen dus toenemen.
zelf verantwoordelijk voor het treffen van gevolgbeperkende maatregelen en zij dragen zelf het risico van waterschade. • De beoordeling van de veiligheid, de noodzaak van aanvullende maatregelen en de communicatie over waterveiligheid ligt bij regionale en lokale overheden. • In geval van een crisissituatie kan opschaling plaatsvinden met het Rijk in een meer bepalende rol.
S T R AT E G I E K L I M A ATA DA P TAT I E G E M E E N T E G E E RT RU I D E N B E RG
15
3.2. Fase 1B Stresstest afronden 3.2.1. Risico’s in beeld brengen
Landelijk zijn door Nationale Adaptatie Strategie (NAS) alle mogelijke gevolgen van de vier klimaatthema’s in beeld gebracht. Dit is een zeer uitgebreide lijst, welke grafisch verpakt is in bewerkbare “bollendiagrammen”. In een brede werksessie met gemeenten Drimmelen en Geertruidenberg en waterschap Brabantse delta is bepaald welke risico’s en kansen voor de gemeenten relevant zouden kunnen zijn. Het resultaat is te vinden in bijlage 1 en geeft een beeld van de breedte van de mogelijke gevolgen per klimaatthema.
3.2.2. Wettelijke kaders In het nationaal Deltaprogramma staat hoe de overheid Nederland beschermt tegen overstromingen, zorgt voor voldoende zoetwater en werkt aan een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. Het Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen, Rijkswaterstaat en verschillende maatschappelijke organisaties werken vanuit het Deltaprogramma samen aan deze opgaven, onder leiding van de deltacommissaris. Het programma is opgebouwd rond drie thema’s (met dikgedrukt het voor deze rapportage relevante thema): • Deltaprogramma Waterveiligheid: Hierin staan alle onderzoeken, maatregelen en voorzieningen om Nederland te beschermen tegen overstromingen. • Deltaprogramma Zoetwater: Hierin staat hoe we zorgen voor genoeg zoetwater, nu en in de toekomst. Zoetwater is onmisbaar: niet alleen voor de drinkwater- en elektriciteitsvoorziening, maar ook voor de natuur en voor de stabiliteit van dijken. • Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie (2017): Hierin staat hoe we ons land willen inrichten om de gevolgen van de toenemende hitte, droogte, hevige neerslag en overstromingen te kunnen opvangen. Alle drie de programma’s bevatten een Deltabeslissing en een Deltaplan: In de Deltabeslissingen staan nationale kaders die voor heel Nederland gelden. De Deltabeslissingen worden elke zes jaar herijkt. Dat betekent dat ze opnieuw worden beoordeeld en aangepast.
In de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie staat het nationale beleid voor de inrichting van waterrobuuste en klimaatbestendige gebieden. Daarbij is bijzondere aandacht voor vitale en kwetsbare functies, omdat bij een overstroming of door extreem weer belangrijke voorzieningen kunnen uitvallen.
16
In de Deltaplannen staan concrete maatregelen voor de uitvoering van het beleid en de planning van deze maatregelen. In het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie staan concrete acties en doelen die ervoor gaan zorgen dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Dit plan versnelt en intensiveert de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen. Het plan is opgesteld in 2018 en opgebouwd uit zeven ambities: kwetsbaarheid in beeld brengen, risicodialoog voeren en strategie opstellen, uitvoeringsagenda opstellen, meekoppelkansen benutten, stimuleren en faciliteren, reguleren en borgen, en handelen bij calamiteiten. Deze ambities zijn reeds in hoofdstuk 2 geïntroduceerd bij de methodologie. In 2018 hebben het Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie getekend. Hiermee willen ze een impuls geven aan de uitvoering van maatregelen uit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Vanaf 2021 is hiervoor maximaal € 300 miljoen beschikbaar vanuit het Rijk, plus € 300 miljoen vanuit decentrale overheden. Hiervan reserveert het Rijk € 200 miljoen voor de Impulsregeling Klimaatadaptatie. Via die regeling kunnen gemeenten, provincies en waterschappen van het Rijk een bijdrage krijgen voor klimaatadaptatiemaatregelen.
3.2.3. Huidige beleid gemeente, waterschap en provincie Klimaatadaptatie is een relatief nieuw “beleidsveld”. Om goede doelen te stellen en om in projecten handen en voeten te geven aan klimaatadaptatie is vaak nieuw beleid nodig. Echter; de thema’s die vallen binnen klimaatadaptatie kennen we al lang. In Nederland profiteren én vechten we al tegen water sinds mensen zich hier vestigden. Op veel aspecten bestaat er dus al beleid. Nieuw beleid zal hierop moeten aansluiten. Daarnaast werken de partners van de gemeente in de ruimtelijke ordening ook aan klimaatadaptatiebeleid. Samenhangend beleid tussen gemeente, waterschap en provincie kan elkaar versterken. Beleid gemeente Geertruidenberg De gemeente Geertruidenberg heeft geen losstaand opgesteld qua klimaatadaptatie. Wel is er aandacht voor klimaatadaptatie in beleidsdocumenten, waaronder het duurzaamheidsprogramma en worden er bewust stappen gezet richting een klimaatadaptiever Geertruidenberg. Denk hierbij aan de subsidies voor groene daken en afkoppelen.
STR ATEGIE KL I M AATADAPTAT I E GE M E E NTE G E E RT RU I D E N B E RG
In het programma duurzaamheid is de volgende visie opgenomen voor klimaatadaptatie: “Geertruidenberg is in 2050 klimaatadaptief en heeft geen last meer van wateroverlast door waterberging en vergroening van de gemeente.” In het verbrede gemeentelijke rioleringsplan over klimaatadaptatie is het volgende opgenomen: ”Klimaatadaptief handelen overstijgt alleen maatregelen aan het rioleringssysteem, maar vereist dat er ook gekeken wordt naar het toekomstbestendig inrichten van de openbare ruimte (zogenaamde bovengrondse maatregelen). De afwegingen rondom het treffen van dergelijke maatregelen worden in samenspraak met andere disciplines gemaakt (bijvoorbeeld ruimtelijke ordening, wegen en groen). Daarbij wordt zoveel mogelijk meegelift met andere reeds geplande werkzaamheden in de openbare ruimte. Een concreet uitgangspunt hierin is het streven naar het verminderen van (bestaande) verharding bij reconstructies of herinrichting van gebieden. In samenspraak met andere disciplines wordt getracht in het ontwerp meer groen in te brengen dan voorheen.” Kernwoorden hierin zijn: • Samenspraak: klimaatadaptatie gaat over meerdere beleidsvelden heen en vraagt afstemming. • Meegelift: omdat klimaatadaptatie maatregelen in de openbare ruimte maatregelen vraagt, is het verstandig om met andere projecten / doelstellingen mee te liften.
Dit vermindert benodigde investeringen en overlast voor de omwonenden. • Groen: het verminderen van de hoeveelheid verharding en het vervangen van deze verharding door groen helpt bij hittestress en bij de uitdagingen rondom extreme neerslag. Bij het verder uitwerken van klimaatadaptatiebeleid zal er worden aangesloten bij bestaand beleid om uiteindelijk de effectiviteit bij het werken aan klimaatadaptieve oplossingen te bevorderen. Beleid waterschap Brabantse Delta Het beleid van waterschap Brabantse Delta rondom klimaatadaptatie geldt ook voor het gebied van de gemeente Geertruidenberg. Daarmee raakt het het gemeentelijke beleid. Klimaatadaptatie is daarnaast belangrijk voor het waterschap. Het nieuwe waterbeheerprogramma (WBP) heeft niet voor niets de
titel “klimaatbestendig en veerkrachtig waterlandschap”. Enkele belangrijke passages uit het WBP: De visie: “Waterschap Brabantse Delta speelt een belangrijke rol bij de aanpassing aan klimaatverandering in de regio Midden- en West-Brabant. Het thema klimaatadaptatie is verbindend voor al onze kerntaken en biedt kansen om de samenwerking met de omgeving te versterken. Onze omgeving geeft een hoge prioriteit aan klimaatadaptatie en kijkt nadrukkelijk naar het waterschap voor expertise. Samen met onze partners bepalen we hoe we deze rol het beste kunnen oppakken.” Het resultaat: “Gewenst resultaat planperiode - wat willen we in 2027 hebben bereikt 1) We hebben in 2023 een operationeel programma om burgers en ondernemers op maat van informatie te voorzien over de klimaatgevolgen in hun omgeving en de mogelijkheden die zij hebben om daar zelf iets aan te kunnen doen. 2) We hebben in 2023 een pakket aan stimulerende maatregelen dat burgers en ondernemers in staat stelt in hun eigen omgeving aan klimaatadaptatie te werken. 3) We hebben in 2027 samen met gemeenten een aantal knelpunten in het bebouwd gebied aangepakt, waarbij ook een bijdrage is geleverd aan het beperken van hittestress. 4) We hebben in 2024 de waterschapsverordening bijgewerkt, zodat deze klimaatadaptatie ondersteunt waar dat kan.
5) We hebben in 2025 voor ons hele gebied gebiedsklimaatprofielen in gebruik.” De verwachte (financiële) consequentie: “Wil het waterschap een prominente rol spelen om Midden- en West-Brabant klimaatrobuust te maken, dan zal het waterschap ook bereid moeten zijn om, samen met gemeenten en andere partners, te investeren in stimulerende maatregelen om burgers en ondernemers in hun eigen domein aan de slag te laten gaan. Waar dat bijdraagt aan een klimaatrobuuste inrichting moet het waterschap bereid zijn, ook bovenop het reguliere deel van het programma, deel te nemen aan projecten van bijvoorbeeld een gemeente. Provinciale visie en beleid Ook provincie Noord-Brabant heeft een visie op klimaatadaptatie. Een samenvatting van de uitgangspunten:
S T R AT E G I E K L I M A ATA DA P TAT I E G E M E E N T E G E E RT RU I D E N B E RG
17
• Klimaatadaptatie is als vanzelfsprekend een vast onderdeel van onze provinciale opgaven en geborgd in de provinciale programma’s. • We gaan uit van een klimaatbestendig en robuust watersysteem. Daarbij hanteren we de vijf principes: niet meer gebruiken dan is aangevuld, in hogere gebieden water infiltreren, lagere gebieden zijn natter, het systeem kan omgaan met extremen, de waterkwaliteit is op orde. • We maken, op basis van een klimaatbestendig en robuust watersysteem, de overgang naar een nieuwe systematiek voor wateroverlast extreme buien. • We kiezen ervoor om voorrang te geven aan de robuustheid van het watersysteem en niet aan individuele belangen. • We werken via een gebiedsgerichte en samenhangende aanpak. • Via de gebiedsgerichte aanpak zetten we onze middelen in samenhang en waar mogelijk gebundeld in. Om de gevolgen van klimaatverandering op te kunnen vangen, gaat de provincie vanaf 1 september klimaatadaptatieprojecten financieren die door de gemeentelijke werkregio’s voor klimaatadaptatie kunnen worden ingediend. Voor deze financiële ondersteuning trekt de provincie een bedrag van drie miljoen euro uit. Deze ondersteuning komt bovenop de landelijke stimuleringsmaatregelen en gaat via de samenwerkingsregio’s.
3.2.4. Huidige inspanningen gemeente Gemeente Geertruidenberg zit natuurlijk niet stil totdat alle analyses en discussies rondom klimaatadaptatie zijn afgerond. Een selectie van huidige en reeds uitgevoerde activiteiten: • Subsidie mogelijkheid vergroenen dak • Subsidie mogelijkheid afkoppelen regenwater • Robuuste aanleg riolering, afkoppelen hemelwater en vergroenen waar mogelijk bij projecten (als voorbeeld: Regentenstraat en Vorstersstraat in Raamsdonk) • Bijvriendelijk maaien • Deelname week van ons water met o.a. de watermarkt (in 2020 en 2021 niet doorgegaan i.v.m. Corona) • Groene troefkaart klimaatadaptatie (2017) • Uitvoeren stresstesten klimaatadaptatie (2019)
18
STR ATEGIE KL I M AATADAPTAT I E GE M E E NTE G E E RT RU I D E N B E RG
3.3. Fase 2A klimaatmonologen In werksessies is met ambtenaren van verschillende disciplines uit de gemeentelijke organisatie en het waterschap is aan de slag gegaan met de Bollenschema’s (bijlage 1) en de stresstestkaarten (bijlage 3) om de meest relevante gevolgen van klimaatverandering voor Geertruidenberg en Drimmelen te achterhalen. Dit worden interne risicodialogen of klimaatmonologen genoemd. In de komende paragrafen staan de resultaten van deze sessies beschreven per thema.
van het gemengde rioolstelsel op een verstandige manier waardoor zowel wateroverlast als de blauwalg in de Vest kan worden bestreden. Ondanks alle inspanningen aan de rioolstelsels, zijn risico’s van extreme neerslag echter niet te voorkomen. De belangrijkste ‘water op straat’ locatie en overige risico’s die uit de klimaatmonologen naar voren zijn gekomen zijn opgenomen in tabel 1.
NB Aangezien er alleen globale stresstesten beschikbaar zijn, zijn deze als basis gebruikt voor de discussies, maar gaven de kennis en ervaring van de aanwezigen de uiteindelijke doorslag welke locaties / problemen het meest urgent zijn.
3.3.1. Het wordt natter Gemeente Geertruidenberg beschikt over een robuust rioolstelsel en de gemeente is de rioolstelsels nog robuuster aan het maken om toekomstige zwaardere neerslag beter te kunnen verwerken (bijvoorbeeld in het Ravelijn). In sommige gevallen kunnen daarbij ook meteen andere problemen worden aangepakt. Denk bijvoorbeeld aan het afkoppelen van verhard oppervlak
Figuur 14 | Meest urgente mogelijke risicolocaties wateroverlast (bron: locatiekennis op basis van discussie over stresstestkaart)
Neerslag Gevolgen Grotere risico’s bij bekende ‘water op straat’ locaties (zie figuur 9) Grotere risico’s bij bekende ‘water op straat’ locaties (zie figuur 9)
In de bocht van de Schoutenlaan (Geertruidenberg) Mogelijk: Boterpolderlaan Raamsdonksveer (nader onderzoek ivm nieuwe situatie) Uit berekeningen blijkt dat er diverse problemen kunnen ontstaan bij bemalingsgebied Middelschans hier is extra onderzoek naar nodig Kelders zijn niet altijd waterdicht Oogstschade in de landbouw door wateroverlast Bij het ontbreken van dorpels (bijvoorbeeld bij winkels) treedt sneller wateroverlast op
Overige verwachte relevante knelpunten
Verminderde bereikbaarheid door water op straat o.a. Stadsweg (voor werkzaamheden) Geen bestaande normstelling over wat acceptabel is m.b.t. wateroverlast bij zeer extreme neerslag. Hierdoor is er geen bewuste keuze gemaakt tussen individuele en collectieve risico’s. Dit kan mogelijk juridische consequenties hebben na een extreme gebeurtenis. (Landbouw)gebied ten zuiden en oosten van Raamsdonk zijn vanuit een bodemkundig oogpunt kwetsbaar voor zuurstofstress (>40% jaarlijkse opbrengstderving bij gras. Bron: klimaateffectatlas.nl)
Algemene risico’s
Geen bestaande afspraken met hulpdiensten over benodigde bereikbaarheid of het afzetten van wegen specifiek voor hulpdiensten (voorkomen stranden van auto’s in diepe plassen) bij extreme neerslag
Tabel 1 | De gevolgen van neerslag in de gemeente Geertruidenberg
S T R AT E G I E K L I M A ATA DA P TAT I E G E M E E N T E G E E RT RU I D E N B E RG
19
3.3.2. Het wordt warmer Hoewel de beleving van hittestress in de gemeente Geertruidenberg (bron: schriftelijke enquête ‘Langer Thuis’ onder alle 55+ ouderen binnen de gemeente) op dit moment misschien niet oproept tot een hoge urgentie zal door de klimaatverandering dit probleem wel toenemen. De mogelijke gevolgen van warmte in de gemeente Geertruidenberg zijn weergegeven in tabel 2.
Hitte Gevolgen Heereplein (Raamsdonksveer) Prins Hendrikstraat (Raamsdonksveer) Parkeerplaats touwbaan (Raamsdonksveer) Specifieke hot-spots o.b.v. stresstesten
Markt (Geertruidenberg). NB de bomen op de Markt hebben wel een duidelijk positief effect. De brug tussen Geertruidenberg en Drimmelen (Kanaalweg West) kan uitzetten door hitte en gaat daardoor niet altijd open. Dit levert problemen op voor de bereikbaarheid Groter risico op blauwalg in de Vest (Geertruidenberg). Waterkwaliteitrisico’s in algemeenheid nemen ook toe. Door een hoger energiegebruik tijdens hitte (gebruik van airco’s) ontstaat er meer druk op het elektriciteits-systeem (niet locatie-specifiek) Er is nog geen Hitteplan opgesteld
Algemene risico’s
Meer druk op het openbaar groen door toerisme op hete dagen in bijvoorbeeld de Biesbosch Achteruitgang/verdroging van gemeentelijk groen Gras/groen wordt extreem warm. In combinatie met droogte vergroot dit de kans op natuurbranden (in de modellen wordt met name een extra kans op bermbranden langs de A59 berekend)
Tabel 2 | De gevolgen van hitte in de gemeente Geertruidenberg
20
STR ATEGIE KL I M AATADAPTAT I E GE M E E NTE G E E RT RU I D E N B E RG
3.3.3. Het wordt droger In de gemeente Geertruidenberg zijn de gevolgen van droogte terug te zien in het groen, drinkwatervoorzieningen en vooral bij het verzakken van infrastructuur en huizen. Droogte heeft voor de gemeente Geertruidenberg de volgende gevolgen:
Droogte Gevolgen Specifieke hot-spots o.b.v. stresstesten
Mogelijke risico’s zettingen zuidkant centrum Geertruidenberg Bodemdaling landbouwgebied ten zuiden en oosten van Raamsdonk Ook in gebieden met een goede (zand) grond geeft droogte op den duur risico’s op scheurvorming in gebouwen. Droogte heeft grote gevolgen voor NUTS voorzieningen zoals leidingen (niet locatie-specifiek)
Algemene risico’s
De drinkwatervoorzieningen staan onder druk, want deze bevinden zich in de hoge droge zandgronden (niet locatie-specifiek) Droogte heeft zichtbaar effect op de kwaliteit van het groen (niet locatie-specifiek) Veengebieden worden kwetsbaar bij droogte (niet locatie-specifiek) Oogstschade en natuurschade door droogte (zie figuur 15)
Tabel 3 | De gevolgen van droogte in de gemeente Geertruidenberg
Figuur 15 | detail droogtegevoeligheid grondwaterafhankelijke natuur
Zoals te zien valt op de website van de klimaatschadeschatter.nl kunnen de gevolgen van droogte zeer significante financiële gevolgen hebben. De gemeente Geertruidenberg heeft daarbij wel het “geluk” van een goede ligging met betrekking tot de aanvoer van oppervlaktewater in combinatie met een ondergrond die grotendeels uit zand bestaat, wat de gevolgen van droogte zal beperken ten opzichte van andere gemeenten.
S T R AT E G I E K L I M A ATA DA P TAT I E G E M E E N T E G E E RT RU I D E N B E RG
21
3.3.4. De zeespiegel stijgt De verantwoordelijkheid voor waterveiligheid an sich ligt uiteindelijk zowel bij de gemeente als bij Rijkswaterstaat en de waterschappen. De verantwoordelijkheid van sterke keringen in Laag 1 ligt bij Rijkswaterstaat en het waterschap Brabantse Delta, maar voor buitendijkse ontwikkelingen in Laag 2, dragen de gemeente en provincie verantwoordelijkheid. Ook kan een gemeente bijvoorbeeld kijken waar men water kan vasthouden, om overlast in lagere delen te voorkomen. Een belangrijke vraag bij het aanleggen van woonwijken of (belangrijke) voorzieningen is of er rekening wordt gehouden met het overstromingsrisico van deze locatie. Zo zou het bouwen op kwetsbare locaties aan banden kunnen worden gelegd of aan randvoorwaarden kunnen worden verbonden.
Daarbij is de kans dat Geertruidenberg vanuit de kleinere oppervlaktewateren (de Donge) beperkte overstromingen krijgt te verwerken minder klein dan een overstroming vanuit de Amer. Daarnaast heeft de gemeente te maken met de voorwaarden en eisen die waterschappen en Rijkswaterstaat opleggen en is de gemeente verantwoordelijk voor het onderhoud van de openbare ruimte van de buitendijkse gebieden. In onderstaande tabel 4 staat het bestaande buitendijks gebied van de gemeente Geertruidenberg waar tijdens de klimaatmonoloog aandacht voor werd gevraagd. Buitendijkse gebieden zijn in het kader van de klimaatverandering altijd aandachtspunten, omdat hier geen dijken worden verhoogd om de waterveiligheid te garanderen en de overheid wel een taak heeft ter beoordeling van de veiligheid van deze gebieden.
Overstroming Constatering In Geertruidenberg liggen buitendijkse woningen (woningen ten zuiden van de Stationsweg)
22
STR ATEGIE KL I M AATADAPTAT I E GE M E E NTE G E E RT RU I D E N B E RG
3.4. Belangrijkste conclusies uit de analyses en interne risicodialogen De belangrijkste conclusies uit het proces tot dit punt kunnen als volgt worden samengevat: • De gemeente Geertruidenberg kent, mede door de gunstige ligging aan veel water, beperkte hittehotspots. Hittestress wordt op dit moment nog als een beperkt risico ervaren, maatregelen kennen een lagere prioriteit op dit moment. • Er zijn nauwelijks problemen bekend qua wateroverlast. Dit is mogelijk wel het gevolg van het feit dat er de afgelopen 10 jaar geen zeer extreme buien in de gemeente zijn gevallen. Ook het robuuste rioolstelsel helpt hierbij mee. Bij extreme neerslag kunnen er wel risico’s ontstaan qua bereikbaarheid (water op straat op doorgaande wegen), en als het echt hard regent zal er ook schade aan gebouwen optreden • Het landbouwgebied ten zuiden en oosten van Raamsdonk is gevoelig voor bodemdaling en zuurstofstress. • Blauwalg in de Vest is een urgent probleem wat verergerd kan worden door de klimaatverandering. Ook kunnen klimaatadaptatiemaatregelen en maatregelen tegen de blauwalg gecombineerd worden of kunnen ze elkaar versterken. • Gemeente Geertruidenberg is door de gunstige ligging relatief ongevoelig voor droogte. De zuidkant van het centrum van de kern Geertruidenberg loopt mogelijk wel risico’s. Dit risico is reeds langer bekend.
Kortom: gemeente Geertruidenberg kent door het beperkte stedelijke karakter en de gunstige ligging minder (urgente) klimaatuitdagingen dan bijvoorbeeld een stad in de Randstad. Dit neemt niet weg dat een extreme omstandigheid zeker (grote) schade kan en zal veroorzaken bij optreden. Zeker bij zeer extreme neerslag zal er directe overlast en schade optreden. Zoals te zien valt in bijlage 2 (klimaatschadeschatter) zijn de verwachte kosten voor wateroverlast het meest gevoelig voor wijzigingen in het klimaat. Maatregen zullen zich dus in eerste instantie vooral richten op de wateroverlast. Afhankelijk van de (bestuurlijke) urgentie kan de relatieve robuustheid wel meer ruimte bieden om te wachten met maatregelen totdat er toch een renovatie van de buitenruimte is gepland. Hierdoor kunnen de meerkosten van de klimaatadaptatie worden beperkt.
S T R AT E G I E K L I M A ATA DA P TAT I E G E M E E N T E G E E RT RU I D E N B E RG
23
4
Visie en strategie
4.1. Overkoepelende visie
4.3. Manier van werken
In dit document wordt uitgegaan van de volgende visie:
Het werken aan klimaatadaptatie door de gemeente Geertruidenberg kenmerkt zich in vier kernwaarden: (1) We werken integraal (2) We werken vanuit een open samenwerking (3) We koppelen maximaal mee (4) We geven het goede voorbeeld
“In 2050 is de gemeente Geertruidenberg klimaatbestendig en waterrobuust ingericht.”
Deze visie sluit aan bij de landelijke uitgangspunten qua klimaatadaptatie.
4.2. Het beeld In de klimaatadaptieve gemeente Geertruidenberg is het aangenaam vertoeven. Het straatbeeld is groen en bij extreme hitte zijn er voldoende plekken in de buitenruimte waar inwoners verkoeling kunnen zoeken onder bomen en/of bij water. Bij extreme neerslag wordt het water door riolering en over straat afgevoerd zodat schade in woningen en bedrijven zoveel mogelijk wordt voorkomen en de bereikbaarheid van alle gebouwen zo min mogelijk wordt beperkt. Hulpdiensten moeten ook bij extreme neerslag iedereen kunnen bereiken en vitale voorzieningen moeten droge voeten houden.
We werken integraal In de geest van de omgevingswet kijken we integraal naar de omgeving en zoeken we integraal naar oplossingen. Alleen door een integrale blik kan er een goede afweging worden gemaakt tussen de vele belangen in de schaarse (openbare) ruimte. Klimaatadaptatie is opgenomen in de omgevingsvisie. We werken vanuit een open samenwerking Een klimaatadaptief Geertruidenberg kan niet door alleen de gemeente gerealiseerd worden. Overheden, bedrijven, inwoners en belangenpartijen spelen allemaal hun eigen, belangrijke, rol. De gemeente werkt met alle stakeholders samen om te komen tot een optimaal resultaat. Dit gebeurt met een open agenda en altijd vanuit de intentie om samen de doelstellingen te bereiken. We koppelen maximaal mee De klimaatverandering heeft zich niet morgen voltrokken. De belangrijkste risico’s qua extreme neerslag zijn reeds geagendeerd in het Water- en Rioleringsplan. Dat betekent dat er tijd is om zo efficiënt en doelmatig mogelijk te werken aan klimaatrobuustheid. Dit kan door maximaal “mee te koppelen”. In andere woorden; als de openbare ruimte toch wordt aangepakt kan klimaatadaptatie tegen lagere kosten worden meegenomen. We zoeken altijd naar maatregelen die meervoudig bijdragen aan leefbaarheid en de kwaliteit van de leefomgeving. We geven het goede voorbeeld Als overheid moeten we het goede voorbeeld geven.
Dit betekent dat we onze eigen gronden en gebouwen klimaatadaptief inrichten en dat onze medewerkers op de hoogte zijn van het thema klimaatadaptatie en alles wat dat met zich meebrengt.
24
STR ATEGIE KL I M AATADAPTAT I E GE M E E NTE G E E RT RU I D E N B E RG
4.4. Aanpak voor de opgaven De opgaven zelf voeren we uit op basis van: (1) Neerslag vasthouden, zo min mogelijk afvoeren (2) Groen waar mogelijk (3) Vitale objecten klimaatrobuust (4) Samen met inwoners en bedrijven Neerslag vasthouden, zo min mogelijk afvoeren Ook in Nederland wordt schoon, zoet, water steeds schaarser. Ondanks de gunstige ligging van de gemeente Geertruidenberg waardoor de aanvoer van zoetwater ook bij extreme droogte bijna altijd in stand blijft, blijft het zaak om neerslag zo lang mogelijk vast te houden en te infiltreren in het gebied waar het ook valt. Dit zorgt voor een gezondere waterbalans en voorkomt wateroverlast benedenstrooms.
Groenblauwe netwerken versterken De groenblauwe gemeente Geertruidenberg kan natuurlijk niet zonder sterke groenblauwe netwerken. We verbeteren zowel regionaal als lokaal de biodiversiteit en maken flora en fauna beter bestand tegen de klimaatverandering. In de kernen zijn de groenblauwe structuren essentieel in de strijd tegen hittestress. Het vergroten van de hoeveelheid groen vergroot daarnaast de leefbaarheid. Vitale objecten klimaatrobuust Vitale objecten hebben hun eigen, unieke, rol in de klimaatadaptatie. Samen met onze partners onderzoeken we wat nodig is om de vitale objecten te beschermen tegen overstromingen en wateroverlast. Samen met inwoners en bedrijven Een klimaatadaptief Geertruidenberg bereiken we ten slotte niet alleen. Een groot deel van de ruimte in onze gemeente is eigendom van particulieren. Ook zij zullen maatregelen moeten en willen nemen in het kader van de klimaatadaptatie. Te denken valt aan het ontstenen van tuinen en het vasthouden of infiltreren van regenwater. Hiervoor is informeren en communiceren essentieel.
Figuur 16: regenwater infiltreren én parkeren
S T R AT E G I E K L I M A ATA DA P TAT I E G E M E E N T E G E E RT RU I D E N B E RG
25
5
Beleid
De gemeente Geertruidenberg conformeert zich met de visie aan de ambitie van het DPRA om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Dit betekent dat de gevolgen van extreem weer dan dusdanig geminimaliseerd zijn en dat de maatschappelijke schade en ongemak acceptabel is conform het opgestelde beleid. Om dit te bereiken zijn er vijf sets aan doelstellingen opgesteld op basis van de vier klimaatthema’s en de benodigde verandering in de eigen organisatie. Het betreft doelstellingen die in ieder geval in de komende jaren prioriteit hebben. Zoals beschreven in de methodologie zijn deze normen afgeleid aan de hand van de geconstateerde risico’s en een tiental landelijke voorbeelden van bij andere gemeenten reeds vastgestelde klimaatbeleidstukken.
5.1.1. Thema 1: In Geertruidenberg heb en houd je droge voeten! Geertruidenberg is nu én in de toekomst bestand tegen extreme neerslag. Bij een bui die gemiddeld eens per 100 jaar voorkomt (de referentiebui) worden schade en gezondheidsrisico’s zoveel mogelijk beperkt. Dit doen we door het water zoveel mogelijk vast te houden binnen het gebied door te infiltreren of in groenzones te bergen. Doel 1.1: Provinciale en hoofdontsluitingswegen blijven toegankelijk voor ambulance en brandweer Tijdens extreme neerslag is het van groot belang dat hulpdiensten tijdig overal kunnen komen. Daarnaast is het zeer gewenst dat het maatschappelijke leven niet te zeer ontwricht raakt. Door ervoor te zorgen dat de belangrijkste verkeersroutes toegankelijk blijven wordt de kans dat bijvoorbeeld een ambulance niet op tijd bij een hartstilstand kan komen verkleind. NB: De gemeente heeft een belang bij doel 1.1 vanwege de algemene zorg voor de inwoners. De invloed van de gemeente op mogelijke maatregelen is bij een deel van de wegen (provinciale- en Rijkswegen) echter
26
beperkt. Doel 1.1 is een voorbeeld van een doel waar de gemeente een risicodialoog kan initiëren, maar waar de gemeente mogelijk geen leidende rol zal hebben. Doel 1.2: Schade en uitval voorkomen van vitale objecten Vitale objecten zijn bijvoorbeeld hoofd- en middenstations van elektriciteit, hoofdstations telecom, brandweerkazerne en de gemeentelijke archieven. Maar ook zorgcentra, VVT-instellingen (verpleging, verzorging, thuiszorg) kunnen als vitaal object worden gekenmerkt. Het is zeer ongewenst dat vitale objecten bij de referentiebui schade oplopen of dat ze uitvallen (denk aan elektriciteit). Voor sommige objecten kan in overleg met de eigenaren zelfs een zwaardere veiligheidsnorm nodig zijn. Doel 1.3: Schade aan bestaande woningen en bedrijven wordt beperkt en bij nieuwbouw voorkomen In bestaand gebied is de hemelwaterafvoer niet zo ingericht dat er bij de referentiebui geen water woningen en bedrijven in zal lopen. Het elimineren van dat risico kan op locaties te kostbaar worden. Waar dit doelmatig kan verkleinen we het risico op schade in samenwerking met burgers en bedrijven. Dit is lokaal maatwerk. Voor nieuwbouw stellen we de eis dat bij de referentiebui geen water panden mag inlopen.
Doel 1.4: Bewustzijn bij inwoners over de gezondheidsrisico’s van water op straat uit gemengde riolering Het is ondertussen een bekend beeld; kinderen die in zwempak door diepe plassen op straat waden of die op een luchtbed ronddobberen. Dit is echter niet zonder risico’s (zie figuur 10). Aangezien extreme neerslag, en dus water op straat, in de toekomst vaker zal voorkomen is het gewenst meer bewustzijn te creëren over de risico’s van water op straat. Door inwoners bewust te maken van deze risico’s kunnen infecties immers voorkomen worden. Daarnaast wordt er ingezet op meer onderzoek naar de risico’s in samenwerking met de GGD.
STR ATEGIE KL I M AATADAPTAT I E GE M E E NTE G E E RT RU I D E N B E RG
Figuur 17| gezondheidsrisico’s water op straat (bron: Nationaal Kennis- en Innovatieprogramma Water en Klimaat)
Doel 1.5: inzetten op het verminderen van perceelverharding Door verharding (tegels, stenen) kan regenwater minder in de grond infiltreren en zal het water sneller naar de riolering afstromen. Bij hevige neerslag vergroot dit het risico op overlast en schade. Gemeente Geertruidenberg werkt actief aan het vergroten van het bewustzijn bij de bewoners rondom dit thema. Daarbij geeft de gemeente voor de eigen percelen en het openbaar gebied het goede voorbeeld. Bij elke wijziging in de openbare ruimte zal de mogelijkheid tot vergroenen worden onderzocht. Vergroenen heeft een positieve invloed op de hittestress en biodiversiteit en heeft vanuit klimaatadaptatie gezien de voorkeur bij het verminderen van de perceelverharding. Figuur 18 laat zien dat er nog veel te winnen valt als het gaat om het vergroenen van tuinoppervlak in de gemeente. Onderzocht wordt of vergroenen van tuinen kan worden gestimuleerd met een belastingprikkel.
Figuur 18 | groenpercentage per m2 tuin (bron: analyse CAS en Deloitte. https://www2.deloitte.com/nl/nl/pages/deloitte-analytics/articles/ state-of-state-data-analyse-brengt-groenpercentage-tuinen-in-kaart. html). Gemiddeld heeft Geertruidenberg een groenpercentage van 27%. Ter vergelijking: Breda heeft een percentage groen van 34%.
S T R AT E G I E K L I M A ATA DA P TAT I E G E M E E N T E G E E RT RU I D E N B E RG
27
5.1.2. Ambitie 2: Een koele woonomgeving in 2050 Geertruidenberg is een plek waar het ook in de zomer goed leven is. Een groene kern is een koele kern. Binnen de bebouwde kom liggen koele, groene, oasen. Belangrijke looproutes naar voorzieningen zijn goed beschaduwd, waar mogelijk door groen/bomen. Doelstelling 2.1: In de gemeente zijn stevige groenstructuren ter bevordering van biodiversiteit en koelte Het vergroenen van de buitenruimte helpt tegen hittestress, met name door bomen. Daarnaast kan groen helpen de leefbaarheid te vergroten en heeft groen een positief effect op de gezondheid van mensen. Vergroenen wordt in Geertruidenberg altijd meegenomen bij projecten in de openbare ruimte. Bij projecten op hitte hotspots wordt prioriteit gegeven aan mogelijkheden tot vergroening. In de omgevingsvisie is het volgende hierover opgenomen: “We realiseren meer groen, zowel in huidige als nieuwe woonwijken. Hierdoor zorgen we dat onze inwoners meer ruimte hebben om te bewegen en te ontmoeten. Het groen draagt ook bij aan klimaatadaptatie en de omgevingskwaliteit. In bestaande wijken verwelkomen we initiatieven die bijdragen aan meer en kwalitatief beter groen. Kwalitatief goed groen gaat bijvoorbeeld over de juiste plantenkeuze op de juiste plek, geschikt voor en passend bij de omgeving en met goede verbindingen tussen het groen zodat er een groen netwerk ontstaat.
Daarmee willen we ook bijdragen aan (meer) biodiversiteit in onze gemeente. Daarnaast versterken we de verbinding tussen de kernen en het groene buitengebied en het ecologische lint. We hebben de ambitie om de Allardpolder te ontwikkelen als natuurgebied (zie marker). We onderzoeken de komende jaren waar mogelijkheden liggen om grote stappen te zetten in de vergroening van onze gemeente en combineren oplossingen met waterberging.”
Doel 2.2: Aandacht voor invasieve soorten (in het groenbeleid) Onder andere door de warmere winters kunnen invasieve soorten overleven en voor overlast zorgen. Door te variëren in beplanting, te voorkomen dat er ondiepe plassen langere tijd blijven staan en voor doorstroming te zorgen van stilstaand water kunnen invasieve soorten bestreden worden aan de bron. Doelstelling 2.3: Bewuste inwoners die weten hoe ze zichzelf en hun (huis)dieren moeten beschermen tegen hitte Veel risico’s van hittestress kunnen worden verminderd door bewustwording. Met name voor kwetsbare groepen zoals 75+’ers is het belangrijk dat zij weten hoe zij moeten handelen bij hittestress. Ook huisdieren en vee kunnen veel last hebben van de hitte en zullen beschermd moeten worden. Gezien het belang wordt er ingezet op herhaald informeren. Doelstelling 2.4: In de gemeente zijn voldoende koelteplekken, de loopafstand tot een koelteplek bedraagt maximaal 500 meter Een koelteplek is een plaats waar het aangenaam vertoeven is tijdens tropische dagen (in bijv. een park of nabij een fontein). Mensen gaan hierdoor weer naar buiten om elkaar te ontmoeten. Kinderen spelen in de koelte. Deze koelteplekken liggen in gemeente Geertruidenberg maximaal 500 meter uit elkaar. In deze koelteplekken zijn schaduwzones gecreëerd waar mensen kunnen recreëren.
Koelteplekken kunnen ook worden gecreëerd met behulp van water (oa fontijnen) in combinatie met groen. Tijdens extreme hitte is schaduw ook daar echter zeer gewenst. In de planperiode (2024) zal onderzocht worden hoeveel koelteplekken er gewenst zijn en wat de mogelijkheden zijn binnen de bestaande en geplande structuren van de kernen.
Vanuit klimaatadaptatie wordt hierbij aangesloten waarbij op hitte hotspots mogelijk aanvullende vergroening wordt doorgevoerd.
28
STR ATEGIE KL I M AATADAPTAT I E GE M E E NTE G E E RT RU I D E N B E RG
5.1.3. Ambitie 3: Geertruidenberg bestand tegen extreme droogte Geertruidenberg is voorbereid op droogte. Het gemeentelijk groen kan tegen een stootje en er is een goede communicatie met inwoners en overige stakeholders over de risico’s. Doel 3.1: Inzetten op klimaatrobuust openbaar groen Sommige bomen en planten kunnen beter tegen droogte of hitte dan andere. Bij vervanging van groen, of aanleg van nieuw groen, houden we rekening met de klimaatverandering (zie figuur 19). Doel 3.2: Informeren over risico’s zettingen waar gevraagd De droogte van 2018-2020 heeft op vele plekken in Nederland geleid tot het zetten van woningen en wegen. Dit gebeurt vooral in gebieden met een ondergrond waar veen of klei in aanwezig is, zoals ook in delen van de gemeente Geertruidenberg. Over verzakkingsschade bij gebouwen op staal op zandgronden is minder bekend, maar bij Rijksmonumenten is dit wel al geregistreerd. Hoewel er geen klachten bekend zijn voor de gemeente Geertruidenberg is het goed mogelijk dat de droogte voor extra scheurvorming in woningen heeft gezorgd of daar een rol in heeft gespeeld. In principe staat de woningeigenaar aan de lat om deze schade te voorkomen, maar de gemeente Geertruidenberg kan informatie verschaffen waar er om wordt gevraagd.
Doel 3.3: Risico’s droogte voor Geertruidenberg centrum-zuid en Raamsdonksveer zijn bekend Uit de stresstesten blijkt dat er mogelijk een risico is voor verschilzettingen in Geertruidenberg centrum. De gemeente Geertruidenberg verbetert het zicht op de lokale grondwaterstanden van Centrum-Zuid. Daarnaast laten metingen significante grondwaterstandsvarianties zien in Raamsdonksveer. Gemeente Geertruidenberg gaat dit nader onderzoeken (oorzaak en risico’s). Doel 3.4: Makkelijk toegankelijke verharde oppervlakken koppelen we af en infiltreren we waar mogelijk in de bodem We streven naar een zo natuurlijk mogelijk watersysteem. Dit betekent dat we hemelwater graag op de plek waar het land willen infiltreren. Dit helpt zowel bij het beperken van hemelwateroverlast als bij het tegengaan van verdroging. We zetten actief in op het afkoppelen van makkelijk toegankelijke verharde oppervlakten en doen dit op zo’n manier dat het hemelwater in de bodem kan infiltreren. Waar mogelijk combineren wij dit met het vergroenen van de buitenruimte. Afkoppelen is echter geen doel op zich. Voordat de keuze voor afkoppelen wordt genomen worden alle belangen afgewogen. Mogelijke nadelen (afkoppelen kan bijvoorbeeld verhoging van de grondwaterstand veroorzaken met natte kelders als gevolg) worden altijd in de besluitvorming meegenomen. Ook wordt er rekening gehouden met de cultuurwaarde van het gebied.