CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Plan van aanpak omgevingsplan

Besluitvormende raad 24 februari 2022, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Plan van aanpak omgevingsplan14.572 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Per deeluitwerking is een eigen plan van aanpak of uitgangspuntennotitie wenselijk. Deze uitgangspunten worden aan de raad voorgelegd. Hiermee voorkomen we dat de raad nu al keuzes moet gaan maken, terwijl er nog veel onzekerheden zijn. Maar ook kunnen keuzes per deeluitwerking anders zijn. Het voorleggen van een uitgangspuntennotitie per deel uitwerking is daarom wenselijke en noodzakelijk. 4.6.2 Kennisgeving Voor het wijzigen van het omgevingsplan moeten wij altijd een uniforme voorbereidingsprocedure volgen. De eerste stap die hier bij hoort is het via een kennisgeving bekend maken dat wij voornemens zijn om een omgevingsplan te gaan wijzigen. Een belangrijk onderdeel van zo’n kennisgeving is aangeven hoe we als gemeente de participatie vorm gaan geven. 4.6.3 Participatie Artikel 10.2 lid 1 van het Omgevingsbesluit omschrijft het volgende: ‘Bij de kennisgeving van het voornemen om een omgevingsplan vast te stellen wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding worden betrokken.’ De volgende aandachtspunten voor het inrichten van participatie bij een omgevingsplan zijn belangrijk:     

Betrek participanten bij de vraag of het toekennen van functies aan bepaalde locaties nodig is om ongewenste activiteiten te voorkomen. Betrek participanten bij de vraag of er regels nodig zijn voor bepaalde activiteiten en, zo ja, welk type regel het meest geschikt is. Betrek participanten bij de vraag of bij vergunningplichten voldoende beoordelingsregels zijn geformuleerd. Ga met participanten na of voldaan wordt aan evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Stem het proces voor een eventuele plan-milieueffectrapportage (mer) af met het participatieproces van een omgevingsplan. Gebruik informatie uit de mer om participanten inzicht te geven in effecten van regels. En omgekeerd: gebruik participatie als bron voor de mer.

22 - plan van aanpak omgevingsplan -

Het participatieplan moet dan ook een vast onderdeel zijn bij de vaststelling van de uitgangspuntennotities bij de deeluitwerkingen. Dit sluit ook aan bij de manier waarop wij als gemeente om willen gaan met burgerparticipatie. Vroegtijdig nadenken over de manier waarop er geparticipeerd gaat worden. Dus welke vormen, met wie en welke mate van invloed hebben de participanten. Dus een realistisch verwachtingspatroon schetsen aan het begin van het traject. De notitie burgerparticipatie die in voorbereiding is gaat hier veel uitgebreider op in. De methode ‘het relevante gesprek’ vormt hierbij onze leidraad: Stap 1 Waarom in gesprek: het doel Stap 2 Met wie ga je in gesprek: wie is je publiek Stap 3 Wie is de afzender? Stap 4 Waarover ga je in gesprek: het onderwerp Stap 5 Hoe ga je in gesprek: de gespreksvorm Stap 6 Organiseer Stap 7 Communiceer Stap 8 Geef feedback

De strategie

De uitvoering

Participeren moet dus niet altijd en hoeft niet altijd met iedereen. Gebruik participatie op een doelmatige en efficiënte manier. Het oud Hollandse spreekwoord’ Bezint eer gij begint’ is ook zeker nu nog steeds van toepassing. Keuze 8: Het participatieplan is een vast onderdeel van elke uitgangspuntennotitie die voorafgaand aan elke deeluitwerking aan de raad wordt voorgelegd 4.7 Overgangsrecht De Wro en de standaarden die daaruit voort vloeien stellen het opnemen van overgangsrecht in bestemmingsplannen verplicht. Hoe dit overgangsrecht er uit moet zien is vanuit de standaarden ook bepaald. Dit overgangsrecht geeft gebruikers en eigenaren van panden en percelen de juridische zekerheid dat legaal gebruik van een perceel en legale bebouwing mag blijven bestaan, ondanks dat het bestemmingsplan hier een nieuwe bestemming heeft opgelegd. Het verplicht opnemen van overgangsrecht in het omgevingsplan is onder de Ow komen te vervallen. Dit is dus iets waar elk bestuur zelf over na moet denken. Het is de bedoeling dat de opstellers van het omgevingsplan maatwerk gaan leveren en per geval gaan bekijken of overgangsrecht noodzakelijk is. Het huidige systeem van overgangsrecht past bij de huidige toelatingsplanologie. Dat wil zeggen dat bestaande rechten gerespecteerd moeten worden en dat gebodsbepalingen niet kunnen. Hier maakt de Omgevingswet een belangrijke ommezwaai.

Gebodsbepalingen zijn straks wel mogelijk. En het laten vervallen van standaard overgangsrecht sluit hier bij aan. Hiermee kan het omgevingsplan dwingend worden om de situatie op een bepaalde locatie te veranderen als de fysieke leefomgeving hier om vraagt. Hoe dit in praktijk gaat uit pakken en hoe Raad van State met het beschermen van bestaande belangen om gaat zal nog moeten blijken.

23 - plan van aanpak omgevingsplan -

5 Het tijdelijke omgevingsplan en de overgangsfase 5.1 De situatie bij inwerkingtreding De inwerkingtreding van de wet staat gepland op 1 juli 2022. De wereld ziet er op 1 juli niet anders uit dan op 30 juni. Maar een vertrouwde basis van omgevingsrecht met bestemmingsplannen, waar sinds 1965 aan is gewerkt, ligt vanaf die dag wel in de prullenbak. Dat klinkt gelijk heel dramatisch. Maar de wetgever heeft ook gezorgd voor een overgangssituatie. Bij de inwerkingtreding ‘krijgen’ we als gemeente een omgevingsplan van rechtswege, oftewel een tijdelijk omgevingsplan. Dit plan voldoet in weinig opzichte aan de vorm dat een omgevingsplan volgens de Ow moet hebben. We hebben vanuit de wetgever dan ook tot 1 januari 2030 gekregen om het tijdelijke omgevingsplan om te bouwen tot een echt omgevingsplan. 5.2 Het tijdelijke omgevingsplan Het tijdelijke omgevingsplan, of het omgevingsplan van rechtswege, bestaat uit een aantal onderdelen. Het is in feite een bundeling van geldende ruimtelijke regels en besluiten. 5.2.1 Vigerende bestemmingsplannen Het belangrijkste onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan zijn onze geldende bestemmingsplannen, inpassingplannen, wijzigingsplannen, uitwerkingsplannen (die hebben we niet in Geertruidenberg), beheersverordeningen (n.v.t. in Geertruidenberg) en voorbereidingsbesluiten.

De basis die we dus al jaren kennen, en waar we al zorgvuldig over nagedacht hebben, is dus niet ineens kwijt. 5.2.2 De bruidsschat Bij de inwerkingtreding van de Ow trekt de rijksoverheid een aantal wetten en AMvB’s in. Dit doen ze in het gedachtengoed van de nieuwe wet. In de in te trekken besluiten worden dingen geregeld waar lagere overheden beter zelf over kunnen beslissen. Zo omvat de bruidsschat regels over bouwwerken en open erven en terrein. Maar ook milieubelastende activiteiten. Daarnaast zijn er enkele procedurele zaken die in de bruidsschat worden geregeld, zoals begrippen, indieningsvereisten bij omgevingsvergunningen, voorrangsbepalingen en overgangsrecht. Om te voorkomen dat door het intrekken deze zaken ineens nergens meer geregeld zijn, krijgen de lagere overheden deze regels via de bruidsschat. De bruidsschat maakt dan ook van rechtswege onderdeel uit van het tijdelijke omgevingsplan.

Het is aan de gemeenten zelf om te beslissen over de onderdelen uit de bruidsschat. Ze kunnen deze zelf aanpassen of laten vervallen. Dit mag al vanaf de dag van inwerkingtreding van de wet. Het artikelsgewijs doornemen van de bruidsschat en per artikel de afweging maken of het voor de gemeente Geertruidenberg relevant is om deze in stand te houden of niet is een tijdrovende klus. Dit 24 - plan van aanpak omgevingsplan -

is naar verwachting niet afgerond voor de inwerkingtreding. Dit is niet problematisch. We hoeven als gemeente hier niet direct over te beslissen. Als we niks doen, maken ze van rechtswege gewoon onderdeel uit van het tijdelijke omgevingsplan. Bij het opbouwen van het echte omgevingsplan kan nog steeds de afweging gemaakt worden. Keuze 9: We beslissen per deeluitwerking van het omgevingsplan wat we met de onderdelen uit de bruidsschat willen. 5.2.3 Gemeentelijke verordeningen De gemeentelijke verordeningen, of onderdelen daarvan, die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zullen in veel gevallen een plek moeten krijgen in het omgevingsplan. Dit zal niet vanaf inwerkingtreding van de wet het geval zijn. In artikel 2.1 lid 1 van het Omgevingsbesluit is vastgelegd dat regels die onderdelen van de fysiek leefomgeving wijzigen in het omgevingsplan opgenomen moeten worden. Zie hiervoor ook 3.4. Bij het tijdelijke omgevingsplan wordt hier nog niet aan voldaan. Dit houdt niet in dat de verordeningen bij de inwerkingtreding ineens hun rechtskracht verliezen en niet meer van toepassing zijn. Bij het stapsgewijs opbouwen van het omgevingsplan, worden ook stapsgewijs de verordeningen afgebouwd.

25 - plan van aanpak omgevingsplan -

6 Initiatieven 6.1 Past het in het omgevingsplan? Hoe flexibel of globaal een omgevingsplan ook wordt, de kans dat een initiatief niet direct past binnen het omgevingsplan blijft aanwezig. Simpelweg omdat niet alles voorzienbaar is. Het kan voorkomen dat in het omgevingsplan voor activiteiten een vergunningplicht is opgenomen. Dat noemen we dan een binnenplanse omgevingsplanactiviteit. Voorbeelden hier van kunnen zijn vergunningen voor de activiteiten ‘boom kappen’ of ‘inrichten van een terras’. Welke activiteiten vergunningsplichtig worden is aan de gemeente. We kunnen bijvoorbeeld ook kiezen voor een algemene regel of een meldingsplicht. Maar natuurlijk ook om activiteiten vrij te laten. Dit hoort bij de keuzes die we op basis van de ontwerpvragen zoals in paragraaf 4.4 moeten maken. 6.2 Buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Wanneer een activiteit niet voldoet aan het omgevingsplan en er geen mogelijkheid in het plan is opgenomen om de activiteit met een vergunning toe te staan, spreken we over een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is opgenomen dat een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit alleen wordt verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van locaties.

Een vergunning aanvraag weigeren om dat hij niet voldoet aan het Omgevingsplan is een te kort door de bocht redenering. De mogelijkheid moet bekeken worden of de aangevraagde activiteit in verband met een eventwichtige toedeling van functies aan locaties toch aanvaardbaar is te achten. 6.2.1 Procedure Waar de Wro en Wabo nu nog een duidelijk onderscheid maken tussen omgevingsvergunning met een reguliere procedure ( 8 weken) en een uitgebreide procedure (ca. 26 weken), gaat de Omgevingswet er vanuit dat voor alle omgevingsvergunning een reguliere procedure geldt. Dus ook voor omvangrijkere projecten, zoals de bouw van 10 woningen, geldt straks een behandeltermijn van 8 weken. De uitgebreide procedure is dan ook de uitzondering. Voor omgevingsvergunningen die betrekking hebben op de volgende activiteiten gelden nog wel een uitgebreide procedure:  bepaalde rijksmonumentenactiviteiten  een milieubelastende activiteit die bestaat uit een IPPC-installatie of een Seveso-inrichting –  een milieubelastende activiteit die bestaat uit een installatie voor het vergassen en vloeibaar maken van een brandstof of een winningsafvalvoorziening  bepaalde lozingsactiviteiten  een stortingsactiviteit op zee  een Natura 2000-activiteit  Activiteiten waar een milieueffectrapportage moet worden gemaakt Ook mag de aanvrager zelf verzoeken om een uitgebreide procedure.

Daarnaast heeft het bevoegd gezag, het college in dit geval, de mogelijkheid de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren. Dit mag alleen als het gaat om als het gaat om een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving, en waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. Overigens moet de aanvrager voorafgaande aan het besluit in de gelegenheid zijn gesteld om hier zijn zienswijze over naar voren te brengen. 6.2.2 Vergunning van rechtswege vervalt Daar tegen over staat dat de vergunning van rechtswege (lex silencio) zoals we dat nu kennen, onder de Omgevingswet komt te vervallen. Na het verlopen van de beslistermijn krijgt een aanvrager niet automatisch een vergunning. Omdat de verwachting is dat de omgevingsvergunning nog vaker de manier gaat zijn om initiatieven in afwijking van het Omgevingsplan te realiseren, en er dus ook steeds omvangrijkere projecten beoordeeld moeten worden, is dit een manier om de gemeente te beschermen. 26 - plan van aanpak omgevingsplan -

6.2.3 Gevolgen voor de organisatie De kortere procedure maakt het voor initiatiefnemers aantrekkelijker om te kiezen voor een omgevingsvergunning om hun initiatief mogelijk te maken. Hier moeten we als gemeentelijke organisatie op voorbereid zijn. En op kunnen anticiperen. Wij moeten straks binnen 8 weken een vergunning aanvraag kunnen beoordelen. Maar voordat een initiatiefnemer zo ver is, vraagt een project al de nodige aandacht. Participatie moet hebben plaats gevonden, het vooroverleg is afgerond, advisering vanuit de commissie ruimtelijke kwaliteit is gevraagd, en de nodige onderzoeken zijn afgerond en beoordeeld. De ambtelijke begeleiding van dit voortraject is zeker zo belangrijk. Als dit voortraject onvolledig is, is het beoordelen van de vergunningaanvraag in de 8 weken bijna een onmogelijke opgave. Vanuit de werkgroep dienstverlening wordt hier meer aandacht aan besteed. 6.2.4 Adviesrecht Het afgeven van omgevingsvergunningen is een collegebevoegdheid. De raad heeft met het vaststellen van het omgevingsplan kaders geschept. Het is aan het college om de afwegingen te maken rondom concrete initiatieven. De verhouding raad – college zoals de Omgevingswet hem beoogd komt hier in heel duidelijk naar voren. Toch kunnen er situaties of initiatieven zijn waar de raad enige invloed wilt hebben op de beslissingen die het college kan nemen.

Onder de huidige Wet ruimtelijk ordening is hiervoor de ‘verklaring van geen bedenkingen’ geïntroduceerd. Deze moet het college voorafgaand vragen aan de raad, wanneer een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan met een uitgebreide procedure (art 2.12, eerste lid, onder a, onder 3 Wabo) wordt afgegeven. De gemeenteraad kan een lijst vast stellen van gevallen waarin zij zo’n verklaring niet noodzakelijk achten. Binnen de gemeente Geertruidenberg is geen lijst vastgesteld. Toch blijkt in de praktijk dat er maar zelfden een verklaring van geen bedenkingen aan de raad wordt gevraagd. Dit heeft er simpelweg mee te maken dat er weinig gekozen wordt voor een omgevingsvergunning met uitgebreide procedure om af te wijken van het bestemmingsplan. Enerzijds komt dit door de uitgebreide wettelijke mogelijkheden die zogenaamde ‘kruimelgevallen’ ons geven. Anderzijds door het beperkte voordeel dat initiatiefnemers zien ten opzichte van een bestemmingsplan procedure. De Omgevingswet draait de situatie in feite om. Artikel 16.15 lid b, onder 1 Ow geeft de gemeenteraad namelijk de mogelijkheid om een lijst met gevallen vast te stellen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarin zij optreden als adviseur. Dit advies is echter wel bindend. Het college kan deze dus niet naast zich neerleggen.

De lijst met gevallen moet voor inwerkingtreding van de wet door de raad zijn vastgesteld. In de raadscyclus van juni 2022 wordt de lijst voor besluitvorming aan de raad voorgelegd. Dit wordt gecombineerd met een aantal andere besluiten die voorafgaande aan de inwerkingtreding genomen moeten zijn. 6.3 Wijzigen van het omgevingsplan 6.3.1 Een gedeeltelijke wijziging Voor het wijzigen van een deel van het omgevingsplan geldt dezelfde procedure als voor het vaststellen van het plan zoals omschreven in 4.5. Ondanks dat de procedure veel langer is dan die van een omgevingsvergunning is het voor sommige initiatieven toch beter of noodzakelijk om het omgevingsplan op delen te wijzigen. Een omgevingsvergunning is alleen mogelijk bij concrete initiatieven. Wanneer er behoefte is om meer kaders te stellen waar binnen een initiatief verder uitgewerkt kan worden, is het gedeeltelijk wijzigen van het omgevingsplan de enige optie. Wanneer we een omgevingsplan hebben dat voldoet aan de wettelijke eisen vanuit de Ow, is het de bedoeling dat we alleen die regels of onderdelen wijzigen die gewijzigd moeten worden. Of dit nu is vanwege een initiatief dat we mogelijk willen maken, of vanwege het juridisch verankeren van nieuw 27 - plan van aanpak omgevingsplan -

beleid. Het omgevingsplan wijzigen wordt dan meer een ‘plug ’n play’ principe. Alles wat niet gewijzigd hoeft te worden, blijft ongewijzigd. 6.3.2 Delegatiebesluiten Naast dat de raad met het adviesrecht juist invloed kan uitoefenen op de bevoegdheid van het college, kan dit met een delegatiebesluit juist andersom. Vaststellen van een omgevingsplan is volgens de wet bevoegdheid van de gemeenteraad. Artikel 2.8 Ow geeft de raad de mogelijkheid om de bevoegdheid om delen van het omgevingsplan te wijzigen te delegeren aan het college. De volledige bevoegdheid tot het vaststellen van het omgevingsplan mag niet gedelegeerd worden. Maar de wet geeft (vooralsnog) geen kaders wat wordt bedoeld met ‘delen van het omgevingsplan’. In de nota van toelichting wordt als voorbeeld aangehaald een transformatiegebied. De raad bepaalt in de omgevingsvisie dat een bepaald gebied is aangewezen als transformatiegebied, en delegeert aan het college de mogelijkheid om het omgevingsplan te wijzigen om de transformatie mogelijk te maken. Het delegatiebesluit vormt een afzonderlijk besluit, dat geen deel uitmaakt van het omgevingsplan. Het delegatiebesluit geeft de reikwijdte van de bevoegdheid. Het bepaalt binnen welke grenzen en onder welke voorwaarden de bevoegdheid kan of moet worden uitgeoefend.

Ook kan in het delegatiebesluit bepaald worden hoe het college uitvoering moet geven aan de gedelegeerde bevoegdheid. De mogelijkheid om delen van het omgevingsplan te delegeren, biedt ruimte voor toedeling van bevoegdheden op maat. Met delegatie kan de raad ervoor zorgen dat de uitvoering van het beleid bij het uitvoerende orgaan neergelegd wordt. Ook vanuit het oogpunt van efficiency en flexibiliteit kan delegatie wenselijk zijn Welke vormen van delegatie de raad wil toepassen moet nog uitgewerkt worden. Denkbare vormen zijn: 1. Delegatie van het vertalen van verleende omgevingsvergunningen in afwijking van het omgevingsplan 2. Delegatie van het vertalen van beleidsregels van raad en college in het omgevingsplan 3. Delegatie bij nieuwe ontwikkelingen 4. Delegatie van de uitwerking van (delen van) de omgevingsvisie in het omgevingsplan Niet alle delegatiebesluiten moeten direct bij inwerkingtreding van de wet genomen zijn. Voor sommige vormen van delegatie is het wel praktisch als die genomen zijn. Maar eerst zal hier nog inhoudelijk met de raad over gesproken worden. Een aantal besluiten kunnen gecombineerd worden met de besluitvorming in juni rondom bijvoorbeeld het adviesrecht. 6.3.3 Wijziging- en uitwerkingsbevoegdheden De Wro gaf de raad de mogelijkheid om in een bestemmingsplan een uitwerking- of wijzigingsbevoegdheid op te nemen.

Hiermee kreeg het college de mogelijkheid om, binnen de kaders die bij de bevoegdheid beschreven waren, een bestemmingsplan te wijzigen of verder uit te werken. Dit is een veel gebruikte methode bij initiatieven die nog niet concreet genoeg zijn bij opstellen van een bestemmingsplan. Of om beleidsvoornemens op later tijdstip makkelijker in het bestemmingsplan te kunnen verwerken, zodra deze geconcretiseerd worden. Met de inwerkingtreding van de Ow vervalt deze bevoegdheid. Ongeacht of deze nu in de bestemmingsplannen zitten die straks van rechtswege ons omgevingsplan gaan vormen. Delegatiebesluiten zoals beschreven in 6.3.2 zijn in feite de vervangers van deze mogelijkheid. Belangrijk is wel om te beseffen dat een wijzings- en uitwerkingsbevoegdheid in het bestemmingsplan zijn opgenomen en een delegatiebesluit niet. Dit is een losstaand raadsbesluit. Een oplossing die mogelijk is, is het nemen van een algemeen delegatiebesluit die alle uitwerkings- en wijzigingsbevoegdheden zoals bedoeld in de Wro uit onze vigerende bestemmingsplannen delegeert aan het college. Het college is dan bevoegd om het omgevingsplan, binnen de voorwaarden die in de oude bestemmingsplannen al stonden, te wijzigen. Hierbij moet wel rekening worden gehouden dat dit het wijzigen van een deel van het tijdelijk omgevingsplan betreft. Zie hiervoor ook 6.3.4.

28 - plan van aanpak omgevingsplan -

6.3.4 Wijzigen van het tijdelijke omgevingsplan Het wijzigen van het tijdelijke omgevingsplan is een complexe aangelegenheid. Wanneer het noodzakelijk of wenselijk is om voor een initiatief een deel van het tijdelijke omgevingsplan te wijzigen, dan geeft de wet daar nu alleen de mogelijkheid toe door voor een locatie alle geldende regels uit de ruimtelijke plannen in één keer te laten vervallen. De regels uit de verordeningen maken hier geen onderdeel van uit. Dat houdt in dat voor de locatie waar een nieuw deel van het omgevingsplan voor gemaakt moet worden, alle vervallen regels ook in één keer vervangen moeten worden door nieuwe regels. Die nieuwe regels moeten dan ook voldoen aan alle eisen die Omgevingswet hier aan stelt. We knippen dus in feite een gat in de huidige bestemmingsplankaart en vullen dit met nieuwe regels die aan alle voorwaarden moeten voldoen. 6.3.5 De initiatiefnemer sturen Omdat we nog geen kantklare regels hebben voor bepaalde activiteiten, kunnen we in de situatie terecht komen dat we gedwongen worden om regels te bedenken voor een activiteit omdat ze voorkomen in de ontwikkeling. Dit willen we voorkomen door initiatiefnemers zo veel mogelijk te sturen om hun initiatieven met een omgevingsvergunning mogelijk te laten maken.

Zeker in de eerste één a twee jaar dat de eerste delen van het omgevingsplan nog in opbouw zijn is dit vanuit de gemeentelijke organisatie heel wenselijk. Als er enkele delen van het omgevingsplan zijn bedacht, verwachten we ook een basis te hebben liggen waarmee gedeeltelijke wijzigingen van het tijdelijke omgevingsplan ingevuld kunnen worden. Toch is het niet altijd mogelijk om een initiatiefnemer deze richting op te sturen. Bij Initiatieven waarbij gelijktijdig een aanpassing van de lokale regelgeving nodig is ter voldoening aan instructieregels, beleid of om de uitvoerbaarheid te kunnen aantonen is een omgevingsvergunning niet mogelijk. Bijvoorbeeld afschalen van de gebruiksruimte van omliggende bedrijven om woonbebouwing mogelijk te kunnen maken. Ook is het voor een initiatiefnemer vaak aantrekkelijker om het omgevingsplan te wijzigen in plaats van doorlopen van een uitgebreide vergunningprocedure. Dit heeft met name te maken met de flexibiliteit die nog mogelijk is, en de beroepsprocedures die kunnen volgen. Bij omvangrijkere initiatieven wordt de kans op een uitgebreide procedure groter. En ligt een wijziging omgevingsplan meer voor de hand. We zullen als gemeente dan ook ons voor moeten bereiden op het kunnen wijzigen van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Met name voor een aantal voorzienbare ontwikkelingen.

Dit vraagt in aanloop naar de inwerkingtreding de nodige voorbereiding. Hoe sneller we inzicht hebben op de manier hoe het definitieve omgevingsplan willen inrichten. Hoe beter we voorbereid zijn. Keuze 10: Initiatieven in afwijking van het omgevingsplan worden bij voorkeur zoveel mogelijk met een omgevingsvergunning mogelijk gemaakt.

29 - plan van aanpak omgevingsplan -

7 Communicatie 7.1 Informeren van inwoners en ondernemers Nieuwe wetgeving en nieuwe regels voor inwoners en ondernemers roepen meestal veel vraagtekens op. Wat betekent de nieuwe wet voor mij? Dit is een logische vraag die een inwoner of een ondernemer uit onze gemeente zichzelf af zal vragen. 7.1.1 Inwoners Veel inwoners krijgen maar sporadisch te maken met wetgeving rondom ruimtelijke ordening. Dat is in de huidige situatie zo en zal onder de Omgevingswet niet anders zijn. Pas wanneer je bijvoorbeeld een huis gaat bouwen, een aanbouw wilt realiseren, een uitrit wilt aanvragen of zonnepanelen gaat plaatsen ga je je verdiepen in wetten en regels die hierbij komen kijken. Begrijpelijke en correcte informatie op de gemeentelijke website is dan ook heel belangrijk. Voor veel inwoners zal dit toch één van de eerste websites zijn waar ze deze informatie verwachten te vinden. 7.1.2 Ondernemers Ook voor de meeste ondernemers is het omgevingsrecht geen dagelijkse bezigheid. Ze zijn bezig met hun bedrijf te runnen. Pas wanneer een verandering in hun bedrijfsvoering hier aanleiding toegeeft zullen zij zich gaan verdiepen. Niet elke ondernemer heeft de luxe en mogelijkheden om zich op zo’n moment bij te laten staan door een adviseur of expert. Van een ondernemer mag je iets meer kennis en kunde verwachten.

Toch zullen zo zij zich in eerste instantie richten tot de gemeente voor hun eerste vragen. 7.1.3 Informatie op gemeentelijk website Algemene informatie op de gemeentelijke website over de Omgevingswet is dan ook belangrijk. In de periode tot aan de inwerkingtreding gaan we aan de slag met het samenstellen van een overzichtelijk pakket aan informatie op de website. De rijksoverheid heeft via de Toolkit Omgevingswet allerlei materieel ter beschikking gesteld om een basis te leggen voor deze informatie. De basisinformatie kunnen wij op deze manier verstrekken. Voor specifieke inhoudelijke informatie kunnen we doorverwijzen naar landelijke websites, zoals aandeslagmetdeomgevingswet.nl, www.rijksoverheid.nl/omgevingswet en Informatiepunt Leefomgeving (www.iplo.nl). 7.1.4 Training medewerkers Het opleidingsplan rondom de Omgevingswet wordt organisatie breed uitgerold. Dat is niet voor niks. Verschillende medewerkers binnen de organisatie krijgen op verschillende manier te maken met de nieuwe wet. Vragen van ondernemers en inwoners kunnen dan ook op verschillende plekken binnen komen. De eerste vragen komen binnen bij de Gemeentewinkel. Al dan niet via de receptie. Wanneer de vragen specifieker worden zal een van de vakspecialisten hier antwoord op moeten geven. De E-learning modules van Owet zijn ook zo ingericht.

Afhankelijk van de rol die een medewerker heeft kan hij met behulp de juiste modules zijn of haar kennis rondom de wet op niveau krijgen. Als kartrekkers(s) van het omgevingsplan zullen de vragen die hier gericht over gaan bij de RO medewerkers terecht komen. 7.1.5 Overige kanalen De gemeente beschikt over meer kanalen om te communiceren dan alleen haar website. De sociale media hebben een groter bereik. Maar worden hoofdzakelijk ingezet voor aankondigingen en bewustwording van de komst van de wet. Deze manier van communiceren is te vluchtig om ook daadwerkelijk inhoudelijke informatie te verstrekken. De Langstraat geeft meer ruimte om de inhoud in te gaan. Door middel van artikelen en interviews kunnen de lezers kennis rondom de wet tot zich nemen. De momenten van communiceren zijn erg afhankelijk van ijkmomenten rondom besluitvorming en inwerkingtreding. Belangrijke momenten zijn o.a. het vaststellen van dit plan van aanpak, besluitvorming rondom de notitie burgerparticipatie, besluitvorming over adviesrecht en delegatiebesluiten of besluitvorming vanuit de Eerste Kamer over de datum van inwerkingstreding. 30 - plan van aanpak omgevingsplan -

7.2 Interne communicatie 7.2.1 Informeren collega’s De projectleiders die onderdeel uit maken van de projectgroep Omgevingswet zijn binnen hun team/cluster een vooruitgeschoven post om collega’s zo direct mogelijk te informeren over de voortgang van het implementatieproces. Toch zullen zij niet alle informatie kunnen verstrekken. Per deelproject wordt dan ook nagedacht over de manier hoe collega’s geïnformeerd worden. Voor het omgevingsplan zal Via een belangrijke bron van informatieverstrekking worden. Maar met een informatiesessie waarin collega’s zo veel mogelijk worden bijgepraat wordt een duidelijk startschot gegeven van een omvang proces. Eventuele kan per deeluitwerking een informatiesessie worden gehouden. Dit zal per geval bekeken worden. 7.2.2 Informeren college Het informeren van het college over de algehele voortgang van de Omgevingswet gebeurt hoofdzakelijk via de twee portefeuillehouders die ook zitting hebben in de stuurgroep. Voor het project omgevingsplan is de wethouder RO de portefeuillehouder die het meest inhoudelijk bij het opstellen betrokken wordt. Maar vanwege de reikwijdte van het omgevingsplan en complexiteit is het regelmatige bijpraten van het gehele college noodzakelijk. Op welke momenten die nodig wordt geacht zal met de portefeuillehouder besproken worden.

Inhoudelijke themasessies lijken hier vooralsnog de meest voor de hand liggende manieren voor. Zeker in aanloop naar besluitvorming. In het traject om te komen tot dit plan van aanpak is het college ook middels een themasessie geïnformeerd over de voortgang en de inhoud op hoofdlijnen. 7.2.3 Informeren gemeenteraad In aanloop naar de besluitvorming over het vaststellen van dit plan van aanpak is een informerende themasessie met de raad belegd. Het plan van aanpak zelf is een belangrijke informatiebron voor raadsleden. Door kennis te nemen van de inhoud krijgen ze een goede kijk op het product omgevingsplan en wat hier bij komt kijken. Ook voor nieuwe raadsleden blijft het plan van aanpak dan een handig naslagwerk om zichzelf te informeren. Bij het daadwerkelijk opstellen van deeluitwerkingen zijn themasessies met de raad nodig om meer tot inhoudelijke discussie te komen. Of de raad hier voltallig aan deel wilt nemen of dat dit door middel van een raadswerkgroep gebeurd is aan de raad zelf. En zal voor een deel ook afhangen van de samenstelling van de raad. Het E-learning programma van Owet biedt ook modules aan die handig en leerzaam zijn voor raadsleden. Maar ook de serieus gaming, waarbij in een rollenspel praktijk situaties worden nagebootst, kunnen raadsleden veel inzicht geven in nieuwe werkwijzen en regelgeving.

31 - plan van aanpak omgevingsplan -

8 Digitaal stelsel Omgevingswet (DSO) 8.1 Ambities De invoering van de Ow is niet alleen een juridische omzetting en een mentaliteitsverandering. De rijksoverheid heeft hier ook een hoge digitaliseringsambitie aan gehangen. Met het Digitale Stelsel Omgevingswet, oftewel het DSO, wil men de dienstverlening naar een niveau tillen dat past bij de verbeterdoelen van de wet. Nu kennen we nog drie digitale loketten waar burgers, bedrijven en initiatiefnemers terecht kunnen. Op www.ruimtelijkeplannen.nl kan iedereen onze huidige bestemmingsplannen inzien. Het aanvragen van een omgevingsvergunning en de vergunningcheck gebeurt via het Omgevingsloket(OLO). Terwijl milieumeldingen en vergunningen op basis van het Activiteitenbesluit plaats vindt via het Activiteitenbesluit Internet Module (AIM). Een digitaal loket waar burgers en bedrijven kunnen zien welke regels er gelden voor een locatie. Dat is het doel wat wordt nagestreefd met het DSO. Het Omgevingsloket gaat hiervoor de centrale plek worden. Hier kan men straks een vergunningcheck uitvoeren, regels op de kaart zien en aanvragen indienen. 8.2 Juridische regels Het omgevingsplan is het leidende juridische ‘document’. Hier in leggen wij als gemeente onze regels vast die gelden voor de fysieke leefomgeving. Door de regels aan een werkingsgebied te koppelen, zijn ze herleidbaar op de kaart.

Ook de werkingsgebieden maken straks onderdeel uit van het omgevingsplan en horen dus bij het juridische deel. 8.3 Toepasbare regels Vanuit het oogpunt van dienstverlening gaan we gebruik maken van toepasbare regels. Dit zijn vertalingen van de juridische regels naar behapbare vragenbomen. Deze vragenbomen gaat de gebruiker van het omgevingsloket tegengekomen bij zijn vergunningcheck of vergunningaanvraag. Bij het opstellen van de juridische regels is het dan ook belangrijk om dit in het achterhoofd te houden. Niet van elke juridische regel moet een toepasbare regel gemaakt worden. Hoe meer toepasbare regels we hebben, hoe klantvriendelijker het omgevingsloket gaat worden. Dit is een service in opbouw. Bij de inwerkingtreding zal het aantal toepasbare regels nog beperkt zijn. Voor de top 5 of top 10 meest aangevraagde vergunningen is het wenselijk om de toepasbare regels zo snel mogelijk ingericht te hebben. Of dit haalbaar is hangt voor een deel ook af van de huidige regels in onze bestemmingsplannen en verordeningen. Bezien moet worden of deze te vertalen zijn naar toepasbare regels. 8.4 Software Voor het opstellen en kunnen wijzigen van het omgevingsplan is nieuwe software nodig. De aanbesteding van deze software is vanuit de werkgroep ICT afgerond. Voor de plansoftware is gekozen voor Rx.Base van Visma Roxit.

In dit software pakket kunnen regels gemaakt worden, eenvoudige geometrieën getekend worden of worden geïmporteerd. Deze zijn nodig voor de werkingsgebieden. Het maken van toepasbare regels gebeurt via een ander software pakket. Ook deze aanbesteding is afgerond. De keuze is hier gevallen op de STTR-builder van Geodan/Flolegal. Voor beide pakket geldt dat medewerkers van de gemeente hier trainingen in hebben gekregen om de software te kunnen gebruiken. Wel is het nog nodig om werk- en procesafspraken te maken over hoe en wie de komende jaren ook daadwerkelijk wijzingen kan en mag doorvoeren met de software. Voor veel functies is het opstellen van regels en het maken van toepasbare regels geen dagelijkse bezigheid Om de situatie werkbaar en controleerbaar te houden bekijken deze werkzaamheden niet beter bij één of twee centrale personen binnen de cluster ondergebracht moeten worden. Ook moet nog uitgezocht worden in hoeverre de ondersteuning vanuit de adviesbureaus hier een rol in kan betekenen. Omdat zowel het DSO als de software nog in ontwikkeling is, is nog niet te zeggen hoe makkelijk of niet makkelijk uitwisselingen tussen bureaus en de gemeente gaat zijn in de toekomst. 32 - plan van aanpak omgevingsplan -

9 Organisatie 9.1 Projectteam Het projectteam dat aan de slag gaat met het opstellen van het omgevingsplan heeft input nodig vanuit de gehele organisatie. Toch zal deze input niet altijd evenveel en even belangrijk zijn. En kan per medewerker en deelgebied verschillen. Daarom is het van belang dat het projectteam goed georganiseerd en gefaciliteerd is. Zodat de juiste mensen op het juiste moment kunnen aanhaken.

Projectleider Omgevingsplan

Adviesbureau Planoloog/ Planjurist RO

Juridische ondersteuning

Communicatie medewerker

Handhavingsjurist

De projectleider vormt samen met de planoloog/planjurist de kern van het projectteam. Het opstellen van het omgevingsplan vormt een onderdeel van hun dagelijkse werkzaamheden. Zij zullen ook degene zijn die direct contact hebben met het stedenbouwkundige adviesbureau dat het daadwerkelijke schrijf- en tekenwerk voor zijn rekening zal nemen. Bij de eerste deeluitwerkingen zal een algemeen juridisch medewerker de nodige ondersteuning leveren, met name op het gebied van verordeningen. Vanuit communicatie is een medewerker betrokken die algemene communicatie over de voortgang van het omgevingsplan kan uitwerken. Maar diegene is ook betrokken bij de voorbereiding en uitrol van het participatieproces Een handhavingsjurist is een belangrijke schakel in het opstellen van het plan. De Omgevingswet legt op meer onderdelen de verantwoordelijkheid bij de ‘markt’. Dus bij initiatiefnemers, burgers of bedrijven. Dat vraagt aan de overheid dan ook om nog beter hun handhavende taak uit te voeren. De handhaafbaarheid van de regels in het omgevingsplan zijn dan ook cruciaal voor de uitvoering. Door vanaf het begin een handhavingsjurist mee te laten denken, proberen we de handhaafbaarheid van het Omgevingsplan te borgen. In ieder geval worden de vakspecialisten die betrokken zijn bij de volgende thema’s door de projectgroep betrokken.

Bekeken moet worden hoe dit zo efficiënt mogelijk kan gebeuren. Verkeer Milieu Groen Duurzaamheid Riool Water/klimaatadaptatie Sport Onderwijs Wegbeheer/openbare ruimte Toerisme Economie Erfgoed Wonen Cultuur Jeugd Gezondheid Evenementen (maatschappelijke) voorzieningen

33 - plan van aanpak omgevingsplan -

9.2 Capaciteit Een omgevingsplan is een integraal product. Om dit voor elkaar te krijgen is een projectorganisatie nodig die op een brede ondersteuning uit de gehele ambtelijke organisatie kan rekenen. Voor de bewustwording van dit gezamenlijke belang en het committeren van medewerkers is een belangrijke taak bij het DT en MT weggelegd. Het opstellen van een omgevingsplan (of delen er van) is zeer omvangrijke klus die de komende jaren de nodige capaciteit van onze organisatie gaat vragen. Gelet op de omvang en complexiteit van de deelgebieden is de volgende globale urenraming opgesteld: Jaar 2022 2023 2024 2025 2026 Deelgebied Dombosch Gasthuiswaard R’veer & Agrarische Centrum / Rivierkade & G’berg, gebieden en R’veer & Raamsdonk Amergebied Natuurgebieden Centrum G’berg Projectleider 300 uur 300 uur 150 uur 200 uur 200 uur Planjurist 400 uur 400 uur 300 uur 300 uur 300 uur Juridische 800 uur 250 uur 150 uur 100 uur 100 uur ondersteuning Mdw. 100 uur 100 uur 100 uur 100 uur 100 uur communictie Handhavingsjurist 60 uur 60 uur 40 uur 60 uur 40 uur Totaal 1660 uur 1110 uur 740 uur 760 uur 740 uur projectgroep Voor de projectleider wordt een inschatting gemaakt op een urenbesteding van ca. 1,0 dag per week De planjurist zal nog directer met het opstellen van de regels bezig zijn en dus ook veel uitvoerende werkzaamheden op zich moeten nemen.

Vandaar een inschatting op 1 1ot 1,5 dagen per week. De algemene juridisch medewerker heeft veel bulkwerk in het doornemen van onze huidige voorraad verordeningen. Deze moeten gescreend worden op regels die betrekking hebben op de leefomgeving. Dus welke regels moeten, welke mogen en welke mogen niet in het Omgevingsplan. In samenspraak met de betreffende vakspecialist zal bekeken worden welke regels ook daadwerkelijk een plek moeten krijgen. Het bulkwerk kan voor een groot deel uitgevoerd worden voordat daadwerkelijk aan de onderdelen van het omgevingsplan wordt gewerkt. Vandaar dat in 2022 de verwachte urenbesteding op ca. 2 tot 2,5 dagen per week wordt ingeschat. Waarbij het merendeel van de uren gemaakt kan worden voordat de Omgevingswet daadwerkelijk in werking treedt, dus in de eerste helft van 2022. Bij de uitwerking zal de input van de algemeen juridisch medewerker voornamelijk bestaan uit advisering over de manier hoe de regels opgenomen moeten worden. Na het verwerken van de bulk zal dan verwachte besteding dan ook een stuk lager liggen. Wanneer de organisatie beter bekend is met het instrument omgevingsplan zal ook de ondersteuning van Juridische Zaken minder worden. De urenbesteding voor de medewerker vanuit communicatie is gebaseerd op aanwezigheid van één dagdeel bij de projectgroep in een driewekelijkse cyclus. En 20 uur voorbereiding op het participatietraject.

En 20 uur voor de uitvoering van het traject. Ook de handhavingsjurist wordt ingeschat op aanwezigheid voor één dagdeel in de projectgroep in een driewekelijkse cyclus. Wanneer een aantal deelgebieden zijn uitgewerkt zal deze inzet minder worden. Buiten de capaciteit van de projectgroep zijn de vakspecialisten betrokken bij één of meer thematische onderdelen van het omgevingsplan. Per thematisch onderdeel wordt de uren inzet geschat op 20 uur. 9.3 Budget Het opstellen van het omgevingsplan is een omvangrijke klus, die wij als kleine gemeente niet volledig zelf kunnen. Hierin zullen wij ondersteund moeten worden door externe adviesbureaus. Dat is niet anders dan we tot nu toe gedaan hebben bij onze bestemmingsplannen. De capaciteit in de organisatie ontbreekt om zelf te gaan schrijven en tekenen. 34 - plan van aanpak omgevingsplan -

Voor het inhuren van een adviesbureaus is in de begroting 2022 een meerjaren budget opgenomen. Restant Bedrag Bedrag Bedrag Bedrag Bedrag Totaal budget BP’s 2022 2023 2024 2025 2026 budget € 45.000 € 88.000 € 44.000 € 44.000 € 44.000 € 0 € 265.000 De exacte spreiding van het budget zal nog aangepast kunnen worden, naar gelang de voortgang van de deeluitwerkingen vordert. Ambtelijke capaciteit drukt niet direct op het budget van het omgevingsplan. Hier moet in andere posten binnen de gemeentelijke begroting voldoende rekening mee worden gehouden. 9.4 Ketenpartners en regio Vanwege de integraliteit die wordt verwacht in het omgevingsplan is afstemming met onze ketenpartners in het proces van belang. De volgende ketenpartners zijn in meer of mindere mate betrokken bij het opstellen van ons omgevingsplan:  Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB)  Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB)  Gemeentelijke gezondheidsdienst West-Brabant (GGD)  Provincie Noord-Brabant  Waterschap Brabantse Delta Net als dat we vanuit de interne organisatie de juiste mensen laten aansluiten per thema uitwerking, zal dit ook met de ketenpartners gebeuren. De inbreng van een ketenpartner kan per deeluitwerking verschillend zijn. De regio is niet direct betrokken bij het inhoudelijk opstellen van het omgevingsplan.

Maar kennis en informatie uitwisseling met de regio blijft een belangrijk gegeven. Hiermee kunnen we elkaar versterken. En voorkomen we dat elke gemeente zelf het wiel aan het uitvinden is. Onze buurgemeenten kunnen bij sommige deeluitwerkingen wel belanghebbend zijn. Die zullen dan ook op gepaste wijze bij het proces betrokken worden. 9.5 Opleiding en oefenen Als onderdeel van het algemene opleidingsplan rondom de Omgevingswet is ook het opleiden van de organisatie voor het omgevingsplan opgenomen. Gekozen is voor een E-learning platform Owet. Hier kunnen medewerkers, raadsleden en collegeleden op hun eigen tempo diverse modules volgen. Welke modules ze volgen is afhankelijk van hun rol. Naast de E-learning met modules biedt Owet de mogelijkheid om via ‘serious gaming’ virtuele rollenspellen te houden. Met deze rollespellen worden situaties nagebootst die voor komen onder de Omgevingswet. Raads- en collegeleden kunnen ook onderdeel zijn van zo’n rollenspel. Hiermee wordt ook voor bestuurders steeds duidelijker hoe de verhoudingen en werkwijzen tussen raad en college gaan werken. Voor vakspecialistische kennis kan het nodig zijn om verdiepende trainingen of cursussen te volgen. Dit zal per functie de komende tijd moeten blijken.

Voor het opstellen van het omgevingsplan is het belangrijk dat de vakspecialisten in de organisatie voldoende kennis hebben van de nieuwe wet- en regelgeving, zodat zij ook de juiste bijdrage kunnen leveren. Met alleen het volgen van cursussen en trainingen gaan we het als organisatie niet redden. Het opstellen en werken met omgevingsplan zal voor een grootdeel ook praktijk ervaring zijn. Deze ervaring hebben we simpelweg niet, en kunnen we alleen opdoen door te oefenen en er mee te gaan werken. De eerste delen van het omgevingsplan zijn voor iedereen proeftuinen. Zowel de ambtenaren, als het college, als de raadsleden, maar ook burgers, bedrijven en initiatiefnemers moeten leren werken met het plan. Vallen en opstaan, en leren van fouten hoort dan ook bij dit proces. Dit moet ook door bestuurders en burgers geaccepteerd worden. Of we die ruimte gaan krijgen moet in de praktijk blijken. 35 - plan van aanpak omgevingsplan -

10 Stappenplan Hoe ziet een proces om te komen tot een deeluitwerking van het omgevingsplan er uit? 1. Inventarisatie o Beleid  wat zegt het beleid over de locatie of het thema waar een deeluitwerking voor gaan maken? - Omgevingsvisie - Programma’s - (Beleidsnota’s) - (Toelichtingen van bestemmingsplannen) o Regels  Welke regels gelden er nu voor dit gebied of thema? - Huidige regels in bestemmingsplannen - Regels uit verordeningen die betrekking hebben op de fysiek leefomgeving o Instructieregels  Welke instructieregels van hogere overheden hebben invloed op dit deel van het omgevingsplan? - Instructieregels vanuit het Rijk: Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) - Instructieregels vanuit de provincie: Omgevingsverordening 2. Analyse o Welke regels sluiten nog aan bij het beleid en welke moeten vervangen worden? o Voor welk beleid zijn er nog geen regels? o Willen we voor dit beleid regels voor hebben? o In welke ‘vorm’ moet een instructieregel in het plan komen? I.

Besluitvorming: Vaststellen Nota van Uitgangspunten, inclusief participatieplan, door gemeenteraad

3. Opstellen regels o Participatie  in gesprek met belanghebbende om te kijken of zij regels nodig achten en welke regels o Bestuurlijke keuzes  Waar wil je als bestuur/politiek van zijn? o In gesprek met ketenpartners  Zijn de regels uitvoerbaar en controleerbaar? o (concept) regels opstellen en werkingsgebied bepalen II.

Besluitvorming: Besluit om ontwerp omgevingsplan ter inzage te leggen door het college

4. Vaststelling o Opstellen concept beantwoording zienswijzen o Indien nodig wijzigingen in omgevingsplan voorstellen op basis van zienswijzen III.

Besluitvorming: Besluit tot beantwoording zienswijzen en vaststelling omgevingsplan door gemeenteraad

36 - plan van aanpak omgevingsplan -

Postbus 10.001 4940 GA Raamsdonksveer Vrijheidstraat 2 4941 DX Raamsdonksveer Telefoon: 14 0162 E-mail: info@geertruidenberg.nl www.geertruidenberg.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=9eb75876-b0d9-4c25-ac33-149fafa7e858