CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Overzicht wijzigingen gemeenschappelijke regelingen

De raad besluit 14 december 2023, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Wijziging gemeenschappelijke regelingen9.495 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage Overzicht wijzigingen gemeenschappelijke regelingen De verschillende wijzigingen van de gemeenschappelijke regelingen worden beoordeeld op basis van de onderstaande punten die vanuit de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen aan de Gemeenschappelijke Regelingen worden opgedragen om te regelen. Hierbij wordt de nota Verbonden Partijen zoals die is besproken in de gemeenteraad van 5 oktober 2023. ➢ Actieve informatieplicht ➢ Het instellen van een raadsleden adviescommissie ➢ Het verlengen van de termijn waarbinnen een zienswijze kan worden ingediend ➢ Het omschrijven van de wijze waarop burgerparticipatie wordt geregeld ➢ Het verruimen van de zienswijzeprocedure bij andere besluiten dan de begroting ➢ Het concretiseren van de financiële gevolgen van uittreding uit een gemeenschappelijke regeling ➢ De wijze waarop de gemeenschappelijke regeling wordt geëvalueerd

Regio West-Brabant Portefeuillehouder: M. Witte onderwerp Informatieplicht

Raadsledenadviescommissies

Verwerking in gemeenschappelijke regeling Artikel 19 is aangepast Gewijzigd lid 3: Het strategisch beraad informeert de raden actief over de agenda voor de vergaderingen van het algemeen bestuur en over de genomen besluiten Nieuw lid 4: het strategisch beraad informeert de raden in ieder geval twee maal per jaar schriftelijk over de voortgang van de realisatie van het meerjarenbeleidsplan. Daarnaast informeert het strategisch beraad de raden over onderwerpen van strategisch belang Gewijzigd lid 5: Minimaal twee maal per jaar organiseert het strategisch beraad een bijeenkomst voor raadsleden van alle deelnemende gemeenten, waarin de voortgang van de realisatie van het meerjarenbeleidsplan en onderwerpen van strategisch belang besproken worden Nieuw lid 6: Minimaal twee maal per jaar organiseert het strategisch beraad een verdiepende informatiebijeenkomst voor de raadsleden van alle gemeenten Artikel 9 is aangepast Lid 5 is verwijderd: In de tweede Bestuursrapportage van ieder jaar rapporteert het algemeen bestuur over de voortgang van de realisatie van het uitvoeringsprogramma Hierover is niets opgenomen.

opmerking

De RWB stelt dat het aan de gemeenteraden zelf is om te bepalen of instelling van een adviescommissie gewenst is. Het strategisch beraad hecht aan meer wederzijdse inhoudelijke betrokkenheid. Het strategisch be‐ raad stelt een combinatie voor van periodieke informele uitwisseling tussen de gemeenschappelijke regeling en raadsleden en de formele zienswijzeprocedures. Wat dit laatste betreft voorziet de ge‐

meenschappelijke regeling RWB al in een zienswijzeprocedure op inhoud: het meerjarenbeleids‐ plan/actieprogramma RWB. Als aanvulling hierop staat het strategisch beraad een informeel gesprek tussen bestuurders, directie van RWB en raadsleden voor, met een minimum van 2 keer per jaar. Hierin kunnen de voortgang van de uitvoering van het actieprogramma en actuele ontwikkelingen over en weer besproken worden. Het is overigens aan de gemeenteraden zelf om al dan niet over te gaan tot het instellen van een raadsledenadviescommissie voor de RWB Verlengen termijn zienswijze

Artikel 28 is aangepast Lid 4 is gewijzigd: Jaarlijks voor 1 april, zendt het strategisch beraad de ontwerpbegroting voor het volgend begrotingsjaar, vergezeld van een toelichting, aan de leden van het algemeen bestuur en de raden van de deelnemende gemeenten met het verzoek aan de raden om hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren te brengen Lid 8 is gewijzigd: De raden van de deelnemende gemeenten kunnen tot 12 weken na ontvangst van de ontwerp-begroting bij het strategisch beraad hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen

Nieuw lid 9: Het strategisch beraad stuurt de raden voor vaststelling van de begroting door het algemeen bestuur, een overzicht van ontvangen zienswijzen en een reactie daarop, toe Lid 3, Kaderbrief is ongewijzigd, luidende als volgt: Jaarlijks vóór 1 februari, zendt het strategisch beraad aan de raden van de deelnemende gemeenten een brief met daarin de algemene financiële en beleidsmatige kaders. In deze brief zijn de door de deelnemende gemeenten gegeven richtlijnen verwerkt. Daarnaast bevat de kaderbrief kort de belangrijkste opgaven voor het komende jaar. Voorstellen voor nieuw beleid, die niet door de deelnemende gemeenten zijn opgenomen in de richtlijnen, worden in deze kaderbrief gedaan en expliciet vermeld als nieuw beleid. Artikel 31 is aangepast Lid 1 is gewijzigd: Het strategisch beraad zendt jaarlijks voor 1 april de voorlopige jaarrekening en de bij deze jaarrekening behorende

Oorspronkelijk stond in dit lid de datum van 15 april. Deze is cf de nota Verbonden Partijen verplaatst naar 1 april Oorspronkelijk stond in dit lid de datum van 1 juli als uiterste datum voor het indienen van een zienswijze. Deze is cf gewijzigde wetgeving gewijzigd in een termijn van 12 weken Dit is conform de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regeling

Dit is bestaand beleid bij de RWB en conform de nota Verbonden Partijen

Dit is al bestaand beleid bij de RWB. In de nota Verbonden Partijen wordt 15 april is datum aangehouden

accountantsverklaring aan het algemeen bestuur en aan de college en raden van de deelnemende gemeenten Vormgeven burgerparticipatie

Paragraaf 3.4 is aangepast Artikel 17a is toegevoegd: deze regeling voorziet niet in het betrekken van inwoners van gemeenten bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid van het openbaar lichaam

Verruimen zienswijze

Artikel 29 is aangepast Nieuw lid 2: Voor noodzakelijke wijzigingen van de begroting als gevolg van onverwachte autonome ontwikkelingen, zijnde loon- en prijsontwikkelingen, die geen afwijking inhouden van het door het algemeen bestuur vastgestelde beleid, is artikel 28 niet van toepassing. Gewijzigd lid 3: Voor overige wijzigingen van de begroting, die door hun karakter niet leiden tot een wijziging van de bijdrage van de deelnemende gemeenten, alsmede geen afwijking inhouden van het door het algemeen bestuur vastgestelde beleid is artikel 28 niet van toepassing.

Uittreding

Artikel 24 is aangepast Nieuw lid 2: Een uittredende gemeente betaalt in de jaren na het moment van uittreding een afnemend percentage van de algemene bijdrage per inwoner die in de meerjarenbegroting van het openbaar lichaam is voorzien. De afbouw gebeurt als volgt: • In jaar 1 na uittreding: 100% • In jaar 2 na uittreding: 80% • In jaar 3 na uittreding: 60% • In jaar 4 na uittreding: 40% • In jaar 5 na uittreding: 20% Nieuw lid 3: Een uittredende gemeente is volledig gehouden aan de verplichtingen die het openbaar lichaam op basis van een expliciet besluit van (onder andere) deze gemeente is aangegaan. De uittredende gemeente betaalt de organisatiekosten die met deze verplichting gemoeid zijn tot het moment van afloop van de verplichting. Nieuw lid 4: Daar waar de uittredende gemeente producten afneemt van RWB waarvoor een dienstverleningsovereenkomst is afgesloten, zijn de daarin opgenomen bepalingen over beëindiging van de dienstverlening van toepassing. Nieuw lid 5: De uittredende gemeente kan geen aanspraak maken op gevormde bestemmingsreserves.

Het argument van de RWB om dit niet te regelen in de gemeenschappelijke regeling is omdat de bevoegdheden van de RWB zeer beperkt zijn en de activiteiten slechts een beperkte impact hebben op burgers en anderen. De RWB stelt dat op onderdelen het niet noodzakelijk is om besluiten voor een zienswijze voor te leggen aan de gemeenteraden. Dit geldt voor onverwachte autonome ontwikkelingen zoals loon- en prijsstijgingen. Dit leidt mogelijk tot verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Deze stijging wordt dan niet voor een zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraden. De gemeenteraden worden hierover wel geïnformeerd. Met deze aanpassing wordt aldus de RWB beoogd de administratieve last aan de kant van de raden en de gemeenschappelijke regeling te beperken. De nieuwe Wgr schrijft voor dat er in de gemeenschappelijke regeling bepalingen worden opgenomen over de rechten en plichten die bij uittreding van de regeling van toepassing zijn. De afspraken die rond de uittreding van de gemeente Tholen zijn gemaakt, zijn in dit artikel opgenomen. Deze gaan over een afbouwschema van de algemene bijdrage per inwoner, de positie van de betreffende gemeente ten aanzien van aangegane verplichtingen, facultatieve taken en ten aanzien van opgebouwde (bestem‐ mings)reserves en rekeningresultaat. Het afbouwschema is gebaseerd op jurisprudentie.

evaluatie

Nieuw lid 6: De uittredende gemeente kan geen aanspraak maken en ook niet aangesproken worden op een positief respectievelijk negatief rekeningresultaat, vanaf het boekjaar dat vooraf gaat aan het moment van uittreding. Gewijzigd lid 7: Het algemeen bestuur regelt na overleg met de betrokken gemeente, onder mededeling aan Gedeputeerde Staten, de financiële verplichtingen, alsmede de overige gevolgen van de uittreding. Daarbij brengt het algemeen bestuur in elk geval de financiële consequenties van de voorgaande bepalingen in beeld. Het algemeen bestuur kan in overeenstemming met de uittredende gemeente in voorkomende gevallen afwijken van bovenstaande leden 2 tot en met 6. Artikel 47 is aangepast Nieuw lid 1: Per 4 jaar wordt ten behoeve van de opstelling van een nieuw meerjarenbeleidsplan, de actualiteit van de doelen van de samenwerking geëvalueerd. Daarbij wordt gekeken of de doelen die in de voorgaande bestuursperiode zijn gesteld, gerealiseerd zijn tegen de daarvoor uitgetrokken middelen. Nieuw lid 2: Als het algemeen bestuur hiertoe besluit zal er een evaluatie plaatsvinden ten aanzien van de werkwijzen en het functioneren van de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant ten opzichte van de gemeenten.

Het algemeen bestuur besluit hier in ieder geval toe als een meerderheid van gemeenten, die gezamenlijk tenminste de helft van het aantal inwoners vertegenwoordigen, daar gezamenlijk en schriftelijk om verzoekt.

De RWB stelt voor om een inhoudelijke evaluatie per vier jaar in te stellen, cf bestaande praktijk Voor een evaluatie over het functioneren van de GR wordt geen termijn gehanteerd, maar laat termijn en frequentie over aan het algemeen bestuur. Een evaluatie vindt in ieder geval plaats als de meerderheid van de gemeenten, waarbij het aantal inwoners de helft van het totaal plus 1 bedraagt, hiertoe besluit.

Overige wijzigingen De gemeente Tholen is uit de Regio West-Brabant gestapt. Dit was nog niet formeel geregeld in de gemeenschappelijke regeling. Dit wordt nu geregeld bij de aanhef van de regeling bij de overwegingen. Advies: Voorgesteld wordt om een zienswijze in te dienen op de gewijzigde gemeenschappelijke regeling van de RWB. Dit heeft betrekking op het onderdeel verruimen zienswijze en wel artikel 29. In tegenstelling namelijk tot het beoogde effect; het verruimen van het democratisch gehalte van de gemeenschappelijke regeling, stelt de RWB voor het budgetrecht van de raad buiten spel te zetten bij autonome ontwikkelingen zoals loon- en prijsstellingen. Indien deze zich voordoen lopende het jaar, dan krijgt het Algemeen Bestuur van de RWB de bevoegdheid de bijdrage van de deelnemende gemeente te verhogen zonder dat de gemeenteraden daarover een zienswijze kunnen indienen. Zij worden hierover wel geïnformeerd.

Veiligheidsregio Portefeuillehouder: M. Witte onderwerp Informatieplicht

Verwerking in gemeenschappelijke regeling Artikel 23 is aangepast: Nieuw lid 2 luidende: De inlichtingen als bedoeld in het eerste lid zullen schriftelijk worden toegezonden of mondeling worden overgebracht tijdens bijeenkomsten die voor de raden worden georganiseerd.

Raadsledenadviescommissies

Hierover is niets opgenomen

Verlengen termijn zienswijze

Artikel 27 is aangepast, luidende als volgt: Het Dagelijks Bestuur zendt voor 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2. Het Dagelijks Bestuur zendt de ontwerpbegroting ten minste twaalf weken voordat zij aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden toe aan de raden van de deelnemende gemeenten 3. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. 4. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het Dagelijks Bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden. 5. De ontwerpbegroting vermeldt de door elke gemeente verschuldigde bijdragen voor het begrotingsjaar. 6. Voor zover de bijdragen opgenomen in de ontwerpbegroting worden berekend aan de hand van de inwoneraantallen van de gemeenten, wordt uitgegaan van het aantal inwoners volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek

opmerking De Veiligheidsregio staat op het standpunt dat over de informatieplicht al veel is genoemd in de regeling. Dit hoeft dan ook niet verder te worden uitgebreid. Er wordt in de nieuwe regeling niet inhoudelijk ingegaan op welke inlichtingen extra nodig zijn. De Veiligheidsregio is voorstander van nadere afspraken, maar wil dit niet geformaliseerd zien in de gewijzigde gemeenschappelijke regeling. De Veiligheidsregio belast met duidelijk omschreven uitvoerende taken op het gebied van de fysieke veiligheid. Een adviescommissie van raadsleden draagt aldus de Veiligheidsregio weinig extra's bij aan een verdere inhoudelijke betrokkenheid van de raadsleden. De raden hebben voldoende mogelijkheden om te sturen door inbreng bij de kadernota, het zienswijzerecht op de ontwerpbegroting en de wettelijke procedures voor vaststelling van het risicoprofiel en het beleidsplan. De bestaande zienswijzeprocedure voor de ontwerpbegroting wordt verruimd van 8 naar 12 weken en de uiterste datum van toezending van de begroting aan Gedeputeerde Staten verschuift van 1 augustus naar 15 september. Om het begrotingsproces nog voor de zomervakantie te kunnen afronden dient het toezenden van de ontwerpbegroting naar voren te worden gehaald. 1 april in plaats van 15 april. Dit is een uitdrukkelijke wens van de gemeenten in onze regio.

De zienwijze loopt dan tot uiterlijk 1 juli, waarna de begroting, zoals gebruikelijk in de eerste of tweede week van juli kan worden vastgesteld. De ontwerpbegroting wordt overeenkomstig de regionale afspraken steeds rond 1 april aangeboden aan de deelnemers, zodat een

openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de bijdrage verschuldigd is. 7. Het Algemeen Bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 8. Nadat deze is vastgesteld zendt het Algemeen Bestuur de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij Gedeputeerde Staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 9. Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten. 10. Het bepaalde in het tweede, vierde en achtste lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting met uitzondering van wijzigingen van de begroting waarbij geen wijziging wordt aangebracht in de bijdragen van de deelnemende gemeenten.

gezamenlijke behandeling in de raden van juni kan plaatsvinden. De datum van 30 april is niet conform de nota Verbonden Partijen

Artikel 28 Jaarrekening blijft gehandhaafd, luidende als volgt: 1. Het Algemeen Bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar, volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft. 2. Het Dagelijks Bestuur zendt de voorlopige jaarrekening voor 30 april van het jaar volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3. Het Dagelijks Bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft, aan Gedeputeerde Staten en de deelnemende gemeenten. 4. Het Algemeen Bestuur stelt jaarlijks een controleprotocol vast als basis voor de accountantscontrole op de jaarrekening

De Veiligheidsregio dient de ontwerpjaarrekening voor 30 april van het jaar volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft. De datum van 30 april is niet conform de nota Verbonden Partijen.

Vormgeven burgerparticipatie

Nieuw artikel 11 Participatie, luidende: Aan artikel 11, zevende lid van de Wet betreffende de mogelijkheid om ingezetenen van de gemeente en belanghebbende te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid wordt, onverminderd wettelijke bepalingen, geen toepassing gegeven.

Verruimen zienswijze

Nieuw artikel 10 zienswijzen toegevoegd, luidende als volgt:

Lid 10 is toegevoegd om te voorkomen dat voor tal van financiële wijzigingen die geen gevolg hebben voor de hoogte van de gemeentelijke bijdrage een zienswijze gevraagd moet worden aan de gemeenteraden.

Het indienen van de kaderbrief wordt niet vermeld in de gewijzigde gemeenschappelijke regeling. Dit dient alsnog opgenomen te worden in de regeling, waarbij de termijn voor indienen is gesteld op 1 februari, conform de nota Verbonden Partijen De Veiligheidsregio is een verplichte regeling en kent slechts uitvoerende taken op het gebied van brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Burgerparticipatie heeft dan ook niet of nauwelijks toegevoegde waarde De Veiligheidsregio is een verplichte regeling en kent slechts uitvoerende taken op het

Aan artikel 10, vijfde lid van de Wet betreffende de mogelijkheid om gemeenteraden voorafgaand aan het nemen van een besluit in de gelegenheid te stellen om een zienswijzen wordt, onverminderd wettelijk bepalingen, geen toepassing gegeven.

gebied van brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Voor de meest essentiële documenten bestaat reeds een wettelijke procedure. Voor begroting(swijzigingen) bestaat al een wettelijke zienswijzeprocedure. Ook ten aanzien van politiek gevoelige besluiten is niet duidelijk te maken wat politiek gevoelige besluiten zijn en wie dit bepaalt. Er is aldus de Veiligheidsregio dan ook geen aanleiding om gebruik te maken van de extra zienswijzemogelijkheid boven op de procedures die reeds gelden in het kader van de Wgr en Wvr (ontwerpbegroting, risicoprofiel, beleidsplan, dekkings- en spreidingsplan, oefenbeleidsplan, deelname aan stichtingen, liquidatie).

Uittreding

evaluatie

Artikel 31 is aangepast Nieuw lid 2: Bij uittreding van deelnemers wordt de bijdrage van de deelnemers automatisch “afgerekend” op basis van de afgesproken kostenverdeelsleutels. In geval van overname of afstoting van investeringen/activa worden maatwerkafspraken gemaakt over deze specifieke zaken. Nieuw artikel 35 Evaluatie toegevoegd, luidende: Indien meerdere gemeenten, die gezamenlijk tenminste de helft van het aantal inwoners vertegenwoordigen daar gezamenlijk en schriftelijk om verzoeken zal er een evaluatie plaatsvinden ten aanzien van de werkwijzen en het functioneren van de veiligheidsregio ten opzichte van de gemeenten.

Binnen de verschillende Veiligheidsregio’s zijn kostenverdeelsleutels afgesproken,. Nadere afspraken hierover hoeven dan ook niet in de gemeenschappelijke regeling te worden opgenomen. De wijziging is conform de gewijzigde wet, echter de veiligheidsregio noemt geen termijnen waarbinnen een evaluatie kan plaatsvinden en laat dit over aan de deelnemende gemeenten

Overige wijzigingen De gewijzigde regeling kent daarnaast een beperkt aantal kleine technische wijzigingen (procedure bij afscheid DB-lid, organisatiebesluit en organisatieplan) Advies: Voorgesteld wordt een zienswijze in te dienen tegen de gewijzigde gemeenschappelijke regeling waarbij verzocht wordt conform de nota Verbonden Partijen de datum van indienen van de ontwerp-begroting te stellen op 1 april en de datum voor het indienen van de ontwerp-jaarrekening te stellen op 15 april, hetzij in de desbetreffende artikelen te verwijzen naar de datums genoemd in de nota Verbonden Partijen. Daarnaast wordt verzocht een artikel op te nemen ten aanzien van het indienen van de Kaderbrief en daarbij de datum voor het indienen van de Kaderbrief aan de deelnemende gemeenten te stellen op 1 februari, hetzij te verwijzen naar de datum genoemd in de nota Verbonden Partijen.

RAV Portefeuillehouder: A. van Rooij onderwerp Informatieplicht

Verwerking in gemeenschappelijke regeling Artikel 15 is aangepast Toevoeging lid 7 Het dagelijks bestuur informeert de raden na de vergadering van het algemeen bestuur over de besluiten die hij daarin nam. Daarnaast informeert het dagelijks bestuur de raden over ontwikkelingen in het beleid of de organisatie die hij van belang acht.

Raadsledenadviescommissies

Hierover is niets opgenomen

Verlengen termijn zienswijze

Artikel 19 is aangepast Gewijzigd lid 3 Het dagelijks bestuur stuurt de ontwerpbegroting ter formulering van een zienswijze naar de raden uiterlijk op voor 5 april in het jaar vóór het begrotingsjaar

opmerking Uitgangspunt is dat de informatie in eerste instantie via het AB-lid verloopt: dit is al uitgebreid opgenomen in de huidige GR. Daarnaast verstrekt de RAV zeer laagdrempelig informatie aan gemeenten via de relatiebeheerder, info@ravbrabantmwn.nl en onze website. Om nog meer invulling te geven aan de actieve informatieplicht zal in de nieuwe GR de bepaling worden opgenomen dat de raden na het AB op de hoogte worden gebracht van de genomen besluiten. De RAV Brabant MWN is een uitvoerende organisatie, die een beperkt aantal basistaken, met een wettelijke grondslag, uitvoert in haar werkgebied. Deze taken worden geheel vanuit de landelijk toegewezen budgetten gefinancierd, zonder financiële bijdrage van de gemeenten. Uitvoering van deze taken vindt plaats binnen vastomlijnde wettelijke en landelijke kaders, in nauwe afstemming met de zorgverzekeraars. Wij stellen daarom ook voor om vanuit de RAV geen actie te ondernemen rondom het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie. Mochten alle raden van de gemeenten die deelnemen in de GR dit wel willen, dan zal hieraan uiteraard worden meegewerkt. De RAV werkt al met de wettelijke termijnen, zoals de 12 weken waarin de Raden de tijd krijgen om een zienswijze in te dienen op de ontwerpbegroting. De termijnen zijn gebaseerd op het feit dat het Algemeen Bestuur slechts 1x per jaar vergadert, rond 1 juli.

Dit heeft tot op heden geen problemen opgeleverd. Om tegemoet te komen aan het streven naar uniformiteit met de andere GR’en wordt de uiterste datum voor indienen voor zienswijze van 15 april naar 5 april verplaatst. Dit is niet conform de nota Verbonden Partijen

Artikel 20 De jaarstukken blijft gehandhaafd, luidende als volgt: 1. Het dagelijks bestuur legt verantwoording af aan het algemeen bestuur van de inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam in elk dienstjaar, onder overlegging van de jaarstukken met daarbij behorende bescheiden. Hij voegt daarbij een verslag van bevindingen van de accountant overeenkomstig artikel 213 van de Gemeentewet. 2. Het algemeen bestuur stelt de jaarstukken vast conform het bepaalde in artikel 34 van de wet. Het dagelijks bestuur deelt dit mee aan de raden en aan gedeputeerde staten. 3. Het dagelijks bestuur stuurt de jaarstukken naar de raden voor 15 april van het jaar na het jaar waarop de jaarstukken betrekking hebben. 4. Behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden ontlast de vaststelling van de jaarstukken de leden van het dagelijks bestuur van het daarin verantwoorde financieel beheer.

Vormgeven burgerparticipatie

Verruimen zienswijze

Uittreding evaluatie

Artikel 15 is aangepast, Toevoeging lid 9 Participatie van cliënten en burgers is geregeld in een cliëntenraad, conform de Wet Medezeggenschap cliëntenraden in de zorg (Wmcz). Toevoeging lid 10 Deze regeling voorziet niet in het, op andere wijze dan bovenstaand vermeld, betrekken van ingezetenen van gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid van de RAV Artikel 19 is aangepast Toevoeging lid 4 Het algemeen bestuur kan besluiten om ook bij andere onderwerpen de raden de gelegenheid te geven om hun zienswijze te geven. De regeling wordt hiervoor niet aangepast Nieuw artikel toegevoegd, namelijk artikel 22 Evaluatie Het algemeen bestuur evalueert het functioneren van de regeling en betrekt de raden bij die evaluatie.

Het toezenden van de ontwerp-jaarrekening geschiedt voor 15 april. Dat is conform de nota Verbonden Partijen

Het indienen van de kaderbrief wordt niet vermeld in de gewijzigde gemeenschappelijke regeling. Dit dient alsnog opgenomen te worden in de regeling, waarbij de termijn voor indienen is gesteld op 1 februari, conform de nota Verbonden Partijen De RAV beschikt sinds 2021 over een cliëntenraad, conform de Wet medezeggenschap cliëntenraden in de zorg (Wmcz). Dit is toegevoegd aan de ontwerpregeling. Participatie van burgers en belanghebbenden is niet op een andere manier geregeld dan via de gemeenteraden en de cliëntenraad. Verruiming van de zienswijze is mogelijk als het algemeen bestuur daartoe besluit. De uittredingsvoorwaarden zijn al afdoende opgenomen in de huidige GR. Artikel 23 blijft ongewijzigd. Voorgesteld wordt om in de ontwerpregeling op te nemen dat regelmatig een evaluatie van de GR plaatsvindt. Qua planning zal hierbij rekening gehouden worden met het tijdstip waarop nieuwe colleges gevormd zijn.

Overige wijzigingen Er wordt in artikel 8 een wijziging doorgevoerd. Het betreft hier het afgeven van een volmacht indien een lid van het AB door een ander lid wordt vervangen. Advies: Voorgesteld wordt een zienswijze in te dienen tegen de gewijzigde gemeenschappelijke regeling en wel als volgt:

Conform het gestelde in de nota Verbonden Partijen de datum van indienen van de ontwerp-begroting te stellen op 1 april, hetzij te verwijzen naar de datum genoemd in de nota Verbonden Partijen. Daarnaast wordt verzocht een artikel op te nemen ten aanzien van het indienen van de Kaderbrief en daarbij de datum voor het indienen van de Kaderbrief aan de deelnemende gemeenten te stellen op 1 februari, hetzij te verwijzen naar de datum genoemd in de nota Verbonden Partijen.

GGD Portefeuillehouder: A. van Rooij onderwerp Informatieplicht

Verwerking in gemeenschappelijke regeling Artikel 10 verantwoording en inlichtingen is aangepast Lid 3 is gewijzigd: Ieder lid van het algemeen bestuur heeft een actieve en passieve informatieplicht. Het algemeen bestuur is verplicht de colleges en/of de raden desgevraagd en in ieder geval binnen zes weken te informeren en inlichtingen te geven over alle zaken over deze regeling. Zij informeert de raad na de vergadering van het algemeen bestuur over de besluiten. De GGD zal hierin de leden van het algemeen bestuur faciliteren. Hierover wordt niets vermeld Artikel 16 is aangepast Lid 3 blijft gehandhaafd: Jaarlijks vóór 1 februari zendt het dagelijks bestuur aan de raden van de deelnemende gemeenten een brief met daarin de algemene financiële en beleidsmatige kaders. In deze brief zijn de door de deelnemende gemeenten gegeven richtlijnen verwerkt. Afwijken van deze richtlijnen kan alleen als het algemeen bestuur hiertoe besluit. Daarnaast bevat de kaderbrief de belangrijkste opgaven voor het komende jaar. Voorstellen voor nieuw beleid, die niet door de deelnemende gemeenten zijn opgenomen in de richtlijnen, worden in deze kaderbrief gedaan en expliciet vermeld als nieuw beleid.

Lid 4 is gewijzigd Jaarlijks uiterlijk 5 april zendt het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting voor het volgende begrotingsjaar, vergezeld van een toelichting, aan de leden van het algemeen bestuur en de raden van de deelnemende gemeenten met het verzoek aan de raden om hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren te brengen. Artikel 17 is ongewijzigd, luidende als volgt: Het dagelijks bestuur stelt de jaarrekening op over het voorgaande jaar. Hij stuurt deze naar de gemeenten en naar de accountant, met het verzoek zo spoedig mogelijk het accountantsrapport uit te brengen.

opmerking De actieve informatieplicht van de leden van het algemeen bestuur worden nu vermeld , waarbij aangegeven wordt dat de raden worden geïnformeerd over de besluiten van het Algemeen Bestuur.

Vormgeven burgerparticipatie

Nieuw artikel toegevoegd, nl. artikel 12 Inwonerparticipatie 1. Inspraakmogelijkheden voor inwoners wordt via de raden van de gemeenten ingevuld. 2. Inwoners kunnen daarnaast participeren in klantenpanels. 3. De GGD West-Brabant werkt zoveel mogelijk outreachend en samen mét de inwoners. 4. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar toegankelijk.

Ook hier geldt dat burgerparticipatie over beleid van de GGD plaatsvindt binnen de deelnemende gemeenten zelf.

Verruimen zienswijze

Artikel 16 is aangepast Nieuw lid7

In dit lid wordt aangegeven dat er door de raad geen zienswijze kan worden ingediend indien

Raadsledenadviescommissies Verlengen termijn zienswijze

De datum van 1 februari voor het indienen van de Kaderbrief is conform de nota Verbonden Partijen

De gestelde datum van 5 april is niet conform de nota Verbonden Partijen. daarin wordt 1 april als datum gesteld Een datum voor het indienen van de jaarrekening bij de deelnemende gemeenten wordt niet genoemd. Dat is niet conform de nota Verbonden Partijen

Uittreding

evaluatie

Het algemeen bestuur kan een wijziging van de begroting die niet leidt tot een verhoging van gemeentelijke bijdrage vaststellen zonder dat de raden daarover hun zienswijze geven. Indien een wijziging van de begroting vanuit Rijksmiddelen aan de gemeenten wordt gecompenseerd, wordt deze niet voor zienswijze aan de raden voorgelegd, tenzij het dagelijks bestuur van de GGD WB anders besluit. Artikel 20 is aangepast, wijziging van lid 2: De uittredende gemeente is gedurende de drie jaren na afloop van het begrotingsjaar waarin de uittreding plaatsvindt een bijdrage verschuldigd van respectievelijk 100%, 66% en 33%. Hierop zijn ook de indexatie en begrotingswijzigingen van toepassing. Wijziging van lid 3 Aan de uittreding kan het algemeen bestuur nadere voorwaarden verbinden. Nieuw artikel toegevoegd, namelijk artikel 19 Het algemeen bestuur kan het functioneren van de regeling desgewenst op ieder moment, bij voorkeur in het derde jaar van de AB-bestuursperiode, evalueren en betrekt de raden bij die evaluatie.

financiële gevolgen geen bijdrage hebben voor de gemeentelijke bijdrage of indien financiële gevolgen worden gecompenseerd vanuit rijksmiddelen (tenzij bij dit laatste het DB anders besluit). Een kleine concretisering van de uittredingssom, meegenomen worden ook de indexering en de financiële gevolgen van begrotingswijzigingen.

Er kunnen nadere voorwaarden aan de uittreding worden gesteld Het betreft hier een evaluatie van het functioneren van de regeling, met daaraan een tijdstip verbonden.

Overige wijzigingen De GGD voert enkele wijzigingen door (basistaken, voorzitter DB is burgemeester van één van de deelnemende gemeenten etc). Advies: Voorgesteld wordt een zienswijze in te dienen tegen de gewijzigde gemeenschappelijke regeling en wel als volgt: Conform het gestelde in de nota Verbonden Partijen de datum van indienen van de ontwerp-begroting te stellen op 1 april en de datum voor het indienen van de ontwerpjaarrekening te stellen op 15 april, hetzij in de desbetreffende artikelen te verwijzen naar de datums genoemd in de nota Verbonden Partijen.

Nazorg Gesloten Stortplaatsen Portefeuillehouder: T. Mertens onderwerp Informatieplicht

Raadsledenadviescommissies Verlengen termijn zienswijze

Verwerking in gemeenschappelijke regeling Artikel 9 is aangepast Nieuw lid 6: Als er sprake is van een calamiteit waardoor het milieu of de omgeving bedreigd worden of als zich een situatie voordoet die leidt tot een extra bijdrage van de deelnemende gemeenten, deelt het algemeen bestuur dit onverwijld schriftelijk mee aan de raden van de deelnemende gemeenten. Hierover is niets opgenomen Artikel 14 is aangepast naar Kaderbrief en Begroting en wel als volgt: 1. Jaarlijks zendt het dagelijks bestuur aan de raden van de deelnemende gemeenten een brief met daarin de algemene financiële en beleidsmatige kaders. In deze brief zijn de door de deelnemende gemeenten gegeven richtlijnen verwerkt. Daarnaast bevat de kaderbrief kort de belangrijkste opgaven voor het komende jaar. Voorstellen voor nieuw beleid, die niet door de deelnemende gemeenten zijn opgenomen in de richtlijnen, worden in deze kaderbrief gedaan en expliciet vermeld als nieuw beleid. 2. Jaarlijks zendt het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting voor het volgende begrotingsjaar, vergezeld van een toelichting, aan de leden van het algemeen bestuur en de raden van de deelnemende gemeenten met het verzoek aan de raden om hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren te brengen. 3.

Op wijzigingen van de begroting is het voorgaande lid voor zover mogelijk van overeenkomstige toepassing, tenzij deze wijzigingen geen invloed hebben op de hoogte van de gemeentelijke bijdragen. 4. Als er een Nota Verbonden Partijen van toepassing is, worden voor het toezenden van de kaderbrief en de ontwerpbegroting de termijnen aangehouden zoals die in deze nota zijn opgenomen. Artikel 15 is aangepast naar Jaarrekening en verslag en wel als volgt: 1. Het dagelijks bestuur zendt de voorlopige jaarrekening aan het algemeen bestuur en aan de colleges en raden van de deelnemende gemeenten. Bij deze voorlopige jaarrekening worden eveneens de volgende bescheiden overgelegd: het jaarverslag, de berekening van de door de gemeenten te betalen bijdragen en de accountantsverklaring. 2. Het resultaat van de jaarrekening vloeit terug naar de deelnemende gemeenten. Hiervan kan worden afgeweken met een voorstel tot resultaatsbestemming dat aan het algemeen bestuur wordt voorgelegd. 3. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast. Het besluit tot vaststelling van de jaarrekening strekt – voor zover het daarin opgenomen ontvangsten en uitgaven betreft – het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in bewijsstukken en andere onregelmatigheden.

opmerking Vanwege de nieuwe actieve informatieplicht wordt een zesde lid aan dit artikel toegevoegd. In dit lid is opgenomen in welke gevallen het algemeen bestuur de raden van de deelnemende gemeenten actief informeert. De bepalingen over het meerjarenbeleidsplan worden verwijderd omdat er in de praktijk geen meerjarenbeleidsplan wordt gemaakt. Er is immers sprake van beleidsarme uitvoering. Verder worden de data tbv aanleveren P&C producten en het indienen van een zienswijze verwijderd. Deze data zijn immers opgenomen in de Nota Verbonden Partijen. In het vierde lid (van zowel artikel 14 als 15) wordt naar de van toepassing zijnde Nota Verbonden Partijen verwezen.

Vormgeven burgerparticipatie

4. Als er een Nota Verbonden Partijen van toepassing is, wordt voor het toezenden van de voorlopige jaarrekening de termijn aangehouden zoals die in deze nota is opgenomen. Nieuw artikel toegevoegd, namelijk artikel 8 Participatie: Bij besluitvorming op grond van deze regeling wordt er geen gebruik gemaakt van (burger)participatie.

Verruimen zienswijze

Nieuw artikel 16, luidende als volgt: Naast de wettelijk verplichte mogelijkheden tot het indienen van een zienswijze, wordt aan de raden eveneens de mogelijkheid geboden om over de voorlopige jaarrekening een zienswijze in te dienen.

Uittreding

Artikel 18 is aangepast: Nieuw lid 3 over kosten van uittreding: Na uittreding is de uittredende gemeente verplicht tot de volgende betalingen: a. een eenmalige afkoopsom, te storten in het Provinciaal Nazorgfonds. Op verzoek van het openbaar lichaam wordt door de provincie Noord Brabant bepaald hoeveel er in totaal door de gemeenschappelijke regeling in het Provinciaal Nazorgfonds zou moeten worden gestort. Het algemeen bestuur maakt vervolgens een verdeling op basis van het inwoneraantal en stelt het door de uittredende gemeente te storten bedrag vast. De situatie voor de overige deelnemende gemeenten blijft ongewijzigd. b. een door het algemeen bestuur te bepalen eenmalige afkoopsom voor de nazorg van de Afvalstoffenberging Bavel-Dorst. Op verzoek van het openbaar lichaam wordt door de beheerder het doelvermogen bepaald. Het algemeen bestuur maakt vervolgens een verdeling op basis van het inwoneraantal en stelt het door de uittredende gemeente te betalen bedrag vast nieuw lid 4 over overschotten: Eventuele overschotten van de benodigde doelvermogens op het moment van uittreding worden niet verrekend met de uittredende gemeente. In dat geval wordt geen afkoopsom in rekening gebracht. Nieuw artikel toegevoegd, namelijk artikel 23 luidende als volgt: Er vindt geen periodieke evaluatie plaats van deze regeling.

Wel kan het algemeen bestuur besluiten tot een evaluatie van de juridische bepalingen van deze regeling.

evaluatie

Omdat er sprake is van uitvoering van beleidsarme taken, is ervoor gekozen om geen gebruik te maken van (burger)participatie. Omdat de gemeenschappelijke regeling geen beleid maakt, wordt voorgesteld om geen andere zienswijzemogelijkheid op te nemen dan de mogelijkheid voor het indienen van een zienswijze over de voorlopige jaarrekening. In de regeling moeten onder meer voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en gevolgen van de uittreding worden opgenomen (lid 3) . Omdat er sprake is van een eeuwigdurende nazorg, worden er afkoopsommen en kosten voor het beheer in rekening gebracht bij de uittredende gemeente. Het vierde lid is opgenomen om te voorkomen dat aan de uittredende gemeente gelden uit het Provinciaal Nazorgfonds dan wel het doelvermogen Bavel-Dorst moeten worden uitbetaald. Vanwege de eeuwig-durende nazorg kunnen deze middelen in de toekomst immers weer hard nodig blijken.

Omdat er sprake is van een eeuwigdurende nazorgplicht en er omdat er geen beleid wordt gemaakt, wordt voorgesteld om geen periodieke evaluaties plaats te laten vinden.

Overige wijzigingen De nieuwe gemeenschappelijke regeling kent een aantal technische wijzigingen, onder andere op het gebied van archief, het niet meer aanwijzen van plaatsvervangers, het afleggen van verantwoording etc. Advies: Voorgesteld wordt om geen zienswijze in te dienen tegen de gewijzigde gemeenschappelijke regeling van de Nazorg Gesloten Stortplaatsen.

WAVA/MidZuid Portefeuillehouders: M. Hofkens en H. de Jongh onderwerp Verwerking in gemeenschappelijke regeling Informatieplicht Nieuw artikel toegevoegd, nl. artikel 15 externe inlichtingen- en verantwoordingsplicht: 1. Het Algemeen bestuur, dagelijks bestuur, voorzitter geven aan de colleges en raden van de deelnemende gemeenten gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen, waaronder periodieke beleidsrapportages, die voor een juiste beoordeling van het door het Algemeen bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig zijn. 2. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen twee maanden in een vergadering van dat college of schriftelijk verstrekt. 3. Inlichtingen worden schriftelijk verstrekt. Het Algemeen bestuur stelt nadere regels over de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde inlichtingen worden verstrekt. 4. Een lid van het Algemeen bestuur geeft aan het college dat hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door het college, of één of meer leden daarvan, worden gevraagd. 5. Een lid van het Algemeen bestuur is aan het college dat hem heeft aangewezen, verantwoording verschuldigd voor het door hem in het Algemeen bestuur gevoerde beleid. Raadsledenadviescommissies Hierover is niets opgenomen

Verlengen termijn zienswijze

Artikel 28 begroting is gewijzigd en luidt als volgt: 1. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de raden van de Gemeenten. 2. De raden van de Gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. 3. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 4. De begroting wordt vastgesteld en binnen veertien dagen na de vaststelling door het algemeen bestuur, door het dagelijks bestuur, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten gezonden. 5. Na vaststelling van de begroting zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de Gemeenten die ter zake bij Gedeputeerde Staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.

opmerking De wijzigingen zijn cf de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen

Wanneer alle deelnemende raden dat willen, moet de Gemeenschappelijke Regeling een raadsledenadviescommissie instellen. WAVA/MidZuid is van mening at het instellen van zo’n adviescommissie niet aan de orde lijkt te zijn. Er wordt geen datum genoemd voor het indienen van de ontwerp-begroting en er wordt ook niet verwezen naar de nota Verbonden Partijen. Dit is niet conform de desbetreffende nota.

6. Het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. Het dagelijks bestuur is bevoegd tot afwijking van de begroting voor zover het af- en overschrijvingen betreft. Het maximum bedrag hiervoor wordt door het algemeen bestuur bij afzonderlijke verordening vastgesteld. 7. Het dagelijks bestuur zendt deze besluiten ter kennisneming aan het algemeen bestuur en de raden van de Gemeenten. Het bepaalde in lid 5 is op deze besluiten niet van toepassing. 8. Indien Gemeenten ook andere taken dan de Wsw-taak aan WAVA opdragen, kan het algemeen bestuur besluiten om het financiële resultaat van die taken apart weer te geven in de begroting. Artikel 29 financiële en beleidsmatige kaders en jaarrekening is toegevoegd, luidende als volgt: Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende Gemeenten.

De genoemde datum komt niet overeen met het gestelde in de nota Verbanden Partijen, namelijk 1 februari ten aanzien van het indienen van de Kaderbrief en 15 april voor het indienen van de ontwerp-jaarrekening.

Vormgeven burgerparticipatie

Nieuw artikel toegevoegd, namelijk artikel 17 Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de gemeenten betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid.

Verruimen zienswijze

Nieuw artikel toegevoegd, namelijk artikel 16 Besluiten van het Algemeen Bestuur worden niet aan zienswijzen van de raden van de gemeenten onderworpen, tenzij de Wgr of deze regeling dat expliciet voorschrijft dan wel wanneer het Algemeen Bestuur beslist dat de raden een zienswijze voorafgaande aan het nemen van een besluit naar voren mogen brengen. Dit wordt verwoord in de nieuwe artikelen 36, 37, 38, 39 en 40.

Omdat de WAVA/MidZuid taken uitvoert die gericht zijn op de uitvoering van door de gemeenten vastgesteld beleid is ervoor gekozen om participatie via de deelnemende gemeenten te laten verlopen Gezien de huidige samenwerking met de gemeenten (raden) en de wijze waarop zij al meegenomen worden in belangrijke besluiten is ervoor gekozen om geen specifieke besluiten te noemen die aan zienswijze van de raden kunnen worden onderworpen. Dit is een uitgebreide uiteenzetting over de kosten van uittreding en het tijdstip waarop uitgetreden kan worden Er is voor gekozen om geen vaste evaluatiemomenten plaats te laten vinden. Evaluatie vindt op een meer natuurlijke wijze continu plaats wanneer er gesproken wordt over de ontwikkelingen bij MidZuid, zoals dat nu ook rondom het huisvestingsvraagstuk gebeurt. Wanneer er toch specifiek behoefte ontstaat aan evaluatie kan een verzoek daartoe ten alle tijden worden ingediend.

Uittreding evaluatie

Overige wijzigingen

Nieuw artikel, artikel 43 1. De Regeling wordt niet periodiek geëvalueerd. 2. Een verzoek tot evaluatie kan ten alle tijden worden ingediend en een evaluatie zal op aanvraag plaats kunnen vinden.

De gemeenschappelijke regeling is op een aantal onderdelen nog in beperkte mate aangepast (waaronder een artikel over de archieffunctie, de CAO WsW, quorum en geheimhouding). Advies: Voorgesteld wordt een zienswijze in te dienen tegen de gewijzigde gemeenschappelijke regeling waarbij verzocht wordt conform de nota Verbonden Partijen de datum van indienen van de ontwerp-begroting te stellen op 1 april, de datum voor indienen van de Kaderbrief te stellen op 1 februari en de datum voor het indienen van de ontwerpjaarrekening te stellen op 15 april, hetzij in de desbetreffende artikelen te verwijzen naar de datums genoemd in de nota Verbonden Partijen.

Regionaal Bureau Leren Portefeuillehouder: A. van Rooij De gemeenschappelijke regeling maakt een inhoudelijke doorontwikkeling plaats. Alleen de wettelijk noodzakelijk wijzigingen zijn daarom doorgevoerd. onderwerp Informatieplicht

Raadsledenadviescommissies Verlengen termijn zienswijze Vormgeven burgerparticipatie

Verwerking in gemeenschappelijke regeling Artikel 7 is aangepast Nieuw lid 2 toegevoegd: Als zich een situatie voordoet die leidt tot een extra bijdrage van de deelnemende gemeenten, deelt het gemeenschappelijk orgaan deze situatie onverwijld schriftelijk mee aan de raden van de deelnemende gemeenten. Hierover wordt niets vermeld Artikel 10 is gewijzigd. De deadlines voor indienen P&C producten aan de gemeenteraden incl de termijnen waarbinnen zienswijzen kunnen worden ingediend zijn verwijderen Nieuw artikel wordt vermeld, nl. artikel 25, burgerparticipatie en zienswijze op besluiten, luidende als volgt Lid 1: Bij besluitvorming op grond van deze regeling wordt geen gebruik gemaakt van (burger)participatie.

Verruimen zienswijze

Nieuw artikel wordt vermeld, nl. artikel 25, burgerparticipatie en zienswijze op besluiten, luidende als volgt Lid 2: Bij besluitvorming op grond van deze regeling is het indienen van een zienswijze alleen mogelijk in de wettelijke verplichte gevallen.

Uittreding

Artikel 21 Uitreding is nog niet gewijzigd

opmerking In dit artikel, lid 2, wordt, cf de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen, geregeld in welke gevallen actief informatie aan de gemeenteraden wordt verstrekt Verwezen wordt naar de in Verbonden partijen gestelde data

de

nota

Vanwege de doorontwikkeling van het Regionaal Bureau Leren is ervoor gekozen om inhoudelijke wijzigingen van deze gemeenschappelijke regeling zoveel mogelijk te beperken. Echter op grond van de wet moet de regeling wel bepalingen bevatten over participatie en zienswijzen op andere besluiten dan de begroting(swijziging). Gekozen is om vooralsnog geen gebruik te maken van deze mogelijkheden, maar om beide punten mee te nemen in de doorontwikkeling van het Regionaal Bureau Leren. Vanwege de doorontwikkeling van het Regionaal Bureau Leren is ervoor gekozen om inhoudelijke wijzigingen van deze gemeenschappelijke regeling zoveel mogelijk te beperken. Echter op grond van de wet moet de regeling wel bepalingen bevatten over participatie en zienswijzen op andere besluiten dan de begroting(swijziging). Gekozen is om vooralsnog geen gebruik te maken van deze mogelijkheden, maar om beide punten mee te nemen in de doorontwikkeling van het Regionaal Bureau Leren. Volgens de wettelijke uitgangspunten moet dit artikel concreter de voorwaarden beschrijven waaronder kan worden uitgetreden. Vanwege de huidige situatie rondom de

Doorontwikkeling GR is ervoor gekozen dit artikel nu inhoudelijk niet aan te passen. Hiermee voldoet de GR niet geheel aan de nieuwe wet GR. evaluatie

Hierover wordt niets gemeld

Overige wijzigingen Een aantal kleine wijzigingen is doorgevoerd, waaronder naamswijziging van RMC naar Doorstroompunt en van Regionaal Bureau Leerplicht naar Regionaal Bureau Leren) Advies: Gelet op het proces van doorontwikkeling van de Gemeenschappelijke Regeling wordt voorgesteld op dit moment niet over te gaan tot het indienen van een zienswijze op de gewijzigde gemeenschappelijke regeling.

Omgevingsdienst Portefeuillehouder: M. Witte onderwerp Informatieplicht

Verwerking in gemeenschappelijke regeling Artikel 6.3 actieve externe inlichtingenplicht is toegevoegd: 1. De inlichtingen, bedoeld in artikel 17, tweede lid van de wet, worden schriftelijk of op een andere passende wijze verstrekt. 2. De inlichtingen worden niet verstrekt indien dit strijdig is met het openbaar belang.

Raadsledenadviescommissies

Hierover is niets opgenomen

Verlengen termijn zienswijze

Hierover is niets opgenomen

Vormgeven burgerparticipatie

Artikel 1.3 is toegevoegd: Ingezetenen van de deelnemers en belanghebbenden worden niet bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken.

Verruimen zienswijze

Hierover is niets opgenomen.

opmerking De OMWB stelt dat informatie over begroting en rekening al wordt verstrekt en dat de OMWB op verzoek van de gemeenteraden al een toelichting geeft op bepaalde voorstellen. Vandaar dat in de gewijzigde gemeenschappelijke regeling geen nadere definitie is opgenomen over de soort van informatie die extra wordt verschaft. De OMWB wil graag in gesprek met de raadsleden en de provinciale statenleden over de nadere invulling van die actieve informatieplicht De OMWB stelt dat dit niet in de gewijzigde regeling is opgenomen. Het instellen van zo’n commissie is de bevoegdheid van de raden zelf. De OMWB stelt dat de nieuwe termijnen voor toesturen P&C produkten naar de deelnemers en de periode waarbinnen een zienswijze kan worden ingediend, zijn opgenomen in de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. Opname in de gemeenschappelijke regeling van de OMWB is daarom niet nodig. Dit is niet conform de uitgangspunten van de nota Verbonden Partijen De reden voor de keuze om geen burgerparticipatie bij de OMWB te organiseren is dat de OMWB (als uitvoeringsorganisatie) een beleidsarme gemeenschappelijke regeling is. De OMWB voert met name het beleid uit dat door het bevoegd gezag (gemeente/provincie) wordt vastgesteld. Het is daarom voor de hand liggend om de inspraak bij het orgaan te laten waar het beleid gemaakt wordt.

Deze keuze voldoet ook het meest aan de wens om de inspraak te laten verlopen via het orgaan met de meeste democratische legitimiteit. Het verruimen van de zienswijze ten aanzien van onderwerpen met een aanzienlijk

Uittreding

evaluatie

Nieuw artikel toegevoegd, namelijk artikel 9.2 uittreding 1. Een deelnemer kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuur van een daartoe strekkend besluit van haar bestuursorgaan. 2. De opzegging geschiedt met in achtneming van een opzegtermijn van tenminste twee jaar. 3. De uittreding vindt plaats op 1 januari na het verstrijken van de opzegtermijn. 4. De uittredende deelnemer en het algemeen bestuur houden de kosten die verband houden met de uittreding zo laag mogelijk. 5. De uittredende deelnemer betaalt in jaar een van uittreding 66% en in jaar twee 33% van de bijdrage aan de begroting die de deelnemer voldeed in het jaar voorafgaand aan de uittreding. 6. Tot aan de datum van de uittreding behoudt de uittredende deelnemer alle rechten en verplichtingen die verbonden zijn aan de gemeenschappelijke regeling. 7. De deelnemers kunnen afwijken van het eerste tot en met het vijfde lid, voor zover toepassing, gelet op het belang dat dit artikel beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 8. Het algemeen bestuur brengt indien sprake is van een afwijking als bedoeld in het zevende lid, een voorstel met daarin de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van de uittreding in procedure bij de deelnemers. Nieuw artikel toegevoegd, namelijk artikel 11.1 Evaluatie 1.

Op verzoek van het algemeen bestuur wordt een verslag opgesteld: a. over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk; b. over het functioneren van de Omgevingsdienst en de dienstverlening aan de deelnemers. 2. Het algemeen bestuur overlegt het verslag van de evaluatie en de daaruit getrokken conclusies, bedoeld in het eerste lid, aan de deelnemers.

financieel belang, een politiek gevoelige keuze en besluiten over beleidsmatige keuzes is niet aan de orde, omdat: 1. In de huidige gemeenschappelijke regeling is reeds opgenomen dat, onder voorwaarden, een besluit tot het wijzigen van de begroting wordt voorgelegd voor zienswijze. 2. Het is onduidelijk wat er wordt verstaan onder aanzienlijk financieel belang of politiek karakter en daarom is daar niets over opgenomen, omdat daar eerst duidelijkheid over moet komen 3. De OMWB is een beleidsarme gemeenschappelijke regeling. De OMWB voert het beleid uit van het bevoegd gezag In essentie komt het er op neer dat de uittreder de kosten van de uittreding dient te betalen. Uittreding uit een omgevingsdienst is technisch gezien wel mogelijk, maar zeer lastig te verwezenlijken en daarom niet, dan wel zeer sporadisch zal voorkomen.

Er is door de OMWB geen termijn vermeld waarbinnen zo’n evaluatie moet plaatsvinden. Dit wordt overgelaten aan het Algemeen Bestuur

Overige wijzigingen In de nieuwe regeling is nog een aantal wijzigingen opgenomen van technische aard, onder andere over: • Algemene leveringsvoorwaarden of dienstverleningsovereenkomsten (artikel 2.4) • Vervanging AB lid (artikel 3.1) • Einde lidmaatschap DB (artikel 4.2) • Plaatsvervangend secretaris (artikel 5.3) • Vervallen artikel over het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht • Aanpassen paragraaf 8 inzake het Archief • Aanpassen artikel 9.1 in Toetreding • Wijziging aanpak van geschillen en bezwaarschriften (artikel 10.1) • Afhandeling interne klachten (artikel 10.2) Advies: Voorgesteld wordt een zienswijze in te dienen tegen de gewijzigde gemeenschappelijke regeling waarbij wordt verzocht conform de uitgangspunten van de nota Verbonden Partijen de datum van indienen van de ontwerp-begroting te stellen op 1 april, de datum van het indienen van de kaderbrief op 1 februari en het indienen van de ontwerpjaarrekening op 15 april, hetzij in de desbetreffende artikelen te verwijzen naar de datums genoemd in de nota Verbonden Partijen.

Centrum voor Jeugd en Gezin Portefeuillehouder: A. van Rooij onderwerp Informatieplicht Raadsledenadviescommissies Verlengen termijn zienswijze

Verwerking in gemeenschappelijke regeling Dit is geborgd in art 13 van de huidige regeling. Hierover is niets opgenomen

Vormgeven burgerparticipatie

Artikel 17, lid 1 is gewijzigd Het bestuur zendt vóór 1 februari van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten. Wijziging artikel 17lid 2 in: Het bestuur zendt de ontwerpbegroting, opgesteld conform het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, uiterlijk op 30 april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient en ten minste twaalf weken voordat deze wordt vastgesteld aan de raden van de deelnemende gemeenten. Wijziging artikel 17 lid 5 in Het bestuur stelt de begroting vast vóór 1 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient en betrekt daarbij de zienswijzen zoals bedoeld in lid 4 van dit Artikel. Het bestuur stelt de raden gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze en de daaraan verbonden conclusies. Het bestuur zendt de begroting na vaststelling zo spoedig mogelijk aan de raden van de deelnemende gemeenten. Wijziging art 17lid 6 in: Het bestuur zendt de begroting vóór 15 september aan gedeputeerde staten. Artikel 18 jaarrekening, lid 1 Het bestuur zendt vóór 15 april van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. Hierover is niets opgenomen.

Verruimen zienswijze Uittreding evaluatie

Dit is voldoende geborgd in art 22, 23,24,en 25 van de huidige regeling Hierover is in de huidige regeling reeds een bepaling opgenomen (artikel 23) Art. 30 van de huidige regeling voorziet hierin.

opmerking Het instellen van zo’n commissie is de bevoegdheid van de raden zelf. De datum van 1 februari voor het indienen van de Kaderbrief is conform de nota Verbonden Partijen De gestelde datum van 30 april is niet conform de nota Verbonden Partijen. daarin wordt 1 april als datum gesteld

Het toezenden van de ontwerp-jaarrekening geschiedt voor 15 april. Dat is conform de nota Verbonden Partijen De reden voor de keuze om geen burgerparticipatie bij hert CJG te organiseren is dat het CJG een uitvoeringsorganisatie is van de Jeugdwet in opdracht van de gemeenten. Het CJG is een beleidsarme gemeenschappelijke regeling is. Het CJG voert met name het beleid uit dat door de rijksoverheid en gemeenten wordt vastgesteld. Het is daarom voor de hand liggend om de inspraak bij het orgaan te laten waar het beleid gemaakt wordt

Overige wijzigingen Nvt Advies: Voorgesteld wordt een zienswijze in te dienen tegen de gewijzigde gemeenschappelijke regeling waarbij wordt verzocht conform de uitgangspunten van de nota Verbonden Partijen de datum van indienen van de ontwerp-begroting te stellen op 1 april, hetzij in het desbetreffende artikel te verwijzen naar de datum genoemd in de nota Verbonden Partijen.

Beschermd Wonen Portefeuillehouder: A. van Rooij Omdat de gemeenschappelijke regeling Beschermd Wonen en beperkte gemeenschappelijke regeling is, waarbij de centrumgemeente door de deelnemende gemeenten gemandateerd is werkzaamheden uit te voeren en de financiering van de regeling een andere grondslag kent dan de P&C cyclus van het merendeel van de gemeenschappelijke regelingen, is de gemeenschappelijke regeling slechts op een zeer beperkt aantal onderdelen gewijzigd. Dit betreft hoofdzakelijk de bekendmaking van het wijzigen en opheffen van de regeling via het gemeenteblad in plaats van in de Staatcourant en het organiseren van de archivering. Advies: Voorgesteld wordt om geen zienswijze in te dienen tegen de gewijzigde gemeenschappelijke regeling Beschermd wonen.

Geweld in afhankelijkheidsrelaties Portefeuillehouder: A. van Rooij onderwerp Informatieplicht

Verwerking in gemeenschappelijke regeling Toevoeging van lid 3 en 4 bij art 15 3.Jaarlijks vóór 1 februari zendt de voorzitter van het Plenair overleg, Gemeenten met inachtneming van artikel 7, tweede lid, onder b, aan de colleges van de deelnemende gemeenten een brief met daarin de algemene financiële en inhoudelijke kaders. 4. Jaarlijks uiterlijk 1 april zendt de voorzitter van het Plenair overleg, Gemeenten met inachtneming van artikel 7, tweede lid, onder b, aan de colleges van de deelnemende gemeenten een brief met de gemeentelijke bijdrage voor het volgende begrotingsjaar, vergezeld van een toelichting.

Raadsledenadviescommissies

Hierover is niets opgenomen.

Verlengen termijn zienswijze

nvt

Vormgeven burgerparticipatie

Verruimen zienswijze

nvt

opmerking Volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten is deze GR geen verbonden partij en is er geen verplichting om jaarlijks een kaderbrief uit te brengen of de colleges voor een bepaalde datum te informeren over de gemeentelijke bijdrage aan deze GR. Er wordt in dit nieuwe ontwerp GR GIA, wel aangesloten bij de P&C-cyclus. Daarbij worden de data worden aangehouden, die in de nota Verbonden Partijen zijn vermeld. Het instellen van zo’n commissie is de bevoegdheid van de raden zelf. Volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten is deze GR geen verbonden partij en is er geen verplichting om jaarlijks een kaderbrief uit te brengen of de colleges voor een bepaalde datum te informeren over de gemeentelijke bijdrage aan deze GR. Aangezien deze GR geen verbonden partij is, is er geen plicht om een zienswijze toe te passen. Het regionaal beleid GIA wordt ter vastlegging voorgelegd aan de raden van de gemeenten. Het GIA voert dit beleid uit. Het is daarom voor de hand liggend om de inspraak bij het orgaan te laten waar het beleid gemaakt wordt Volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten is deze GR geen verbonden partij en is er geen verplichting om jaarlijks een kaderbrief uit te brengen of de colleges voor een bepaalde datum te informeren over de gemeentelijke bijdrage aan deze GR.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=47766065-792f-4a9a-8bf8-a97f66b2767b