Bijlage 1. Inrichtingsplan natuurpark de Donge
Tekst van het document
de Zuidergat-geul uitgegraven wordt. 3.2.2
Bij oeverszone: Intergetijdenoever met riet- en slikkige rivieroevers
• riet, moerasvergeet-mij-nietje, Het is duidelijk dat met een beperkte getijslag van ongeveer watermunt 30 cm, zoals nu het geval is op de benedenloop van de Donge, enkele vegetatietypen op het fysiotoop intergetijdenzone verdwijnen of lisdodde 3.2.1 Permanent water met zoetwatergetijde (Figuur 3-3). Ze worden in elkaar gedrukt op een kleiner oppervlak intergetijdengebied en worden dan bodem isbomen doorspoeling nodig, door middeleen van bijvoorbeeld duikers naar de Donge, of afdekking met Figuur 3-10 Vloedbossen/zachthoutooibos waar omgevallen steeds nieuwe weg vinden om te veelal door riet weggeconcurreerd. Het gaat dan voornamelijk om pioniersvegetatie (tandzaad en de kwelstroom ijzerrijk zand. Ook in de uiterwaard is belangrijk. Het is onduidelijk wat het effect van Het benutten vanzoalsdewanneer rivierdynamiek van de Berg kwelwater op gele de waterkwaliteit en -kwantiteit van eenspeenkruid binnendijks oppervlaktewater geassocieerde vegetatie)groeien en biezenvegetatie die verdwijnen. Specifiek biezen concurreren lager opis het en zo habitat vormt voor andere vegetatie, zoals lis en gewoon (Bron: © Laura de Zuidergat-geul uitgegraven wordt. Bij wilgenvloedbossen en -struwelen horen: het terugbrengen van de kreekstructuren in dit intergetijdengebied omdat ze als pioniersoorten (heen, driekantige bies, mattenbies) langer onder Savonije) de Biesbosch.
Normaliter worden deze kreken 3.2.2water Intergetijdenoever met riet- en slikkige rivieroevers water kunnen dan riet, het zogeheten katwilg, duikereffect.amandelwilg, Als die positie om langer onder te • staan Wilgen: Schietwilg, Het isworden duidelijk dat met een beperkte getijslag van ongeveer 30 cm,en zoalsoevers, nu het gevaldie is op vervolgens de duiken wegvalt door een kleine getijslag kunnen biezen na aanleg van de oever opkomen maar slikken steeds verder benedenloop van de Donge, enkele vegetatietypen op het fysiotoop intergetijdenzone verdwijnen kraakwilg, berijpte wilg, bittere wilg, vroeg of laat weggeconcurreerd. (Figuur 3-3). Ze worden in elkaar gedrukt op een kleiner oppervlak intergetijdengebied en worden dan aanslibbing en erosie. Op wat hoger gelegen zones en buiten overstromingszone bij hoogwaters kunnen naast eenzelfde Duitse dot, grauwe en rossige wilg.
veelal door riet weggeconcurreerd. Het gaat dan voornamelijk om pioniersvegetatie (tandzaad en geassocieerde vegetatie) en biezenvegetatie die verdwijnen. Specifiek biezen concurreren lager op het
zachthoutooibos natte Donge ruigten ditintergetijdengebied zijnhoogmiddelhoge ruigten omdat ze als pioniersoortenkruidenrijke (heen, driekantige bies, mattenbies) langer onder met Op de beperkte intergetijdenoever ook van natuurpark kunnenontstaan, we dus van laag naar Daarbij vallen bomen uit water kunnen staan dan riet, het zogeheten duikereffect. Als die positie om langer onder water te aangrenzend ooibos om • Andere bomen: zwarte populier (als vegetatietypen verwachten als kaal slik met nopjeswier, een smalle overstromende rietzone met duiken wegvalt door een kleine getijslag kunnen biezen na aanleg van de oever opkomen maar wordenharig vegetatietypen met kenmerkende soorten als moerasspirea, echte valeriaan enzo ook in de kreek, creëren ze een divers habita vroegrietzone of laat weggeconcurreerd. geassocieerde planten als spindotterbloem en zomerklokje, en vervolgens een brede ruigere rivierinvloed komt). wilgenroosje. dynamische (die terrestrisch overgaat op zachthoutooibos en natte ruigten en zomen). Op de beperkte intergetijdenoever van natuurpark Donge kunnen we dus kreken, van laag naarwaar hoog slib en sediment minde
groeien wanneer het water helder genoeg is. schedefonteinkruid en het typische rivierfontein
vegetatietypen verwachten als kaal slik met nopjeswier, een smalle overstromende rietzone met geassocieerde planten als spindotterbloem en zomerklokje, en vervolgens een brede ruigere rietzone (die terrestrisch overgaat op zachthoutooibos en natte ruigten en zomen).
Figuur 3-6 vlnr: Aangelegde kreekstructuur in de B typische Biesbosch kreek met rietzones en
thoutooibos waar omgevallen bomen steeds een nieuwe weg vinden om te vormt voor andere vegetatie, zoals gele lis en gewoon speenkruid (Bron: © Laura
Figuur 3-8 vlnr: Slik met nopjeswier bij eiland van Brienenoord (bron: arkrewilding.nl), riet met spindotterbloem langs het reitdiep in het Lauwersmeer (© Hetty Oostergetel) en riet langs de getijdentraject van de Lek (Bron: dreamstime.com)
s en buiten overstromingszone bij hoogwaters kunnen naast eenzelfde e ruigten ontstaan, dit zijn middelhoge kruidenrijke ruigten met erkende soorten als moerasspirea, en ook harig water permanente intergetijde oeverechte valeriaan
Icoonsoorten die verwacht mogen worden in een goed ontwikkelde getijdenoever met deze vegetatietypen zijn vogels als lepelaar en kleine steltlopers als bontbekplevier, kleine plevier en groenpootruiter, maar ook slobeend en reigersoorten als blauwe reiger, grote zilverreiger en mogelijk zelfs bezoek van schuwere kleine zilverreiger en purperreiger vanuit de Biesbosch. Allerlei vissen en vislarven zullen bij hoogwater voedsel vinden in het intergetijde, zelfs een platvis zoals de bot.
Icoonsoorten die te verwachten zijn in een goe fuut, visdief, ijsvogel, middelste/grote zaagbek als echte visspecialist zou zomaar kunnen opdu Figuur 3-8 vlnr: Slik met nopjeswier bij eiland van Brienenoord (bron: arkrewilding.nl), riet met spindotterbloem Biesbosch heeft gevestigd. Stromingsminnende langs het reitdiep in het Lauwersmeer (© Hetty Oostergetel) en riet langs de getijdentraject van de Lek (Bron: dreamstime.com) zijneen te verwachten en mogelijk Figuur 3-11: Poelen en rietmoeras op het Lindonk, goed te zien is hoe rietmoeras, brede rietzone en zelfs fint vanuit verwachten. Vanuit de insecten zullen libellen en zachthoutooibos voorontwikkelde kunnen komen. (Bron: Gwenaël Hanon) Icoonsoorten die verwacht mogen worden samen in een goed getijdenoever met©deze de rivierrombout als uniek soort die bezig is m vegetatietypen zijn vogels als lepelaar en kleine steltlopers als bontbekplevier, kleine plevier en spectrum te verwachten, van tientallen soort geul reiger, blijft ingrote zilverreiger en mogelijk groenpootruiter, maar ook slobeend en reigersoorten als blauwe verbinding vermelding zijn de zoetwatermosselen zoals str zelfs bezoek van schuwere kleine zilverreiger en purperreiger vanuit de Biesbosch. Allerlei vissen en 0.25
1,50
1,00
0,30
1:10
1:3
0.55
0.55
dode in bomen vislarven zullen bij hoogwater voedsel vinden het intergetijde, zelfs een platvis zoals de bot.
eras op het Lindonk, goed te zien is hoe rietmoeras, een brede rietzone en men voor kunnen komen. (Bron: © Gwenaël Hanon)
vers . 1:20
0.40 WP
61
1:3
61
2,00 63
10,00
''stam'' van geul
53 63
den 54 nde hoogten NAP)
OEVERS VAN DE DONGE 15 Oever en taluds langs 14 overige kering de Buitendijks ligt ook een potentiële 13 intergetijdenzone, soms al ontstaan door het 12 wegrotten van de bestaande beschoeiing. Het is voor de omliggende oever van Lindonk 11 belangrijk dat deze beschermd wordt tegen korte 10 golven van recreatievaart. Dit kan door het omvormen van de oeververdediging 9 een vooroeververdediging naar met uitwisselopeningen. Achter de 8 oeververdediging kan de oever lokaal worden verlaagd voor de ontwikkeling van een lagune 7 met kansen voor riet.
6
5 4 2 1
beschoeiing
3 Natuurvriendelijke oevers
Kruidenrijke vegetatie op taluds
0 -1 -2 -3 -4 -5 -6 -7 -8 -9 -10 Natuurvriendelijke oevers met beschoeiingen -75 -70
-65
-60
-55
15 en taluds langs Oevers 14 de primaire kering De oevers 13 langs de Gaasthuisweide worden momenteel gedomineerd door riet. Door het 12 van beschoeiing en het verflauwen aanbrengen en verbreden van het talud ontstaat de kans 11 dat ook andere soorten zich vestigen die kenmerkend zijn voor een intergetijdenoever. 10 Zo ontstaat bovendien een natuurlijkere 9 tussen de kruidenvegetatie op de gradiënt taluds en de oevers.
8 7 6
5 4 2 1
beschoeiing
3
Kruidenrijke vegetatie op taluds
Natuurvriendelijke oevers
0 -1 -2 -3 -4 -5 -6 -7 -8 -9 -10 -75
Rijke natuurvriendlijke oevers langs de Donge maken
anden taande hoogten v. NAP)
-70
Verrijken taluds met bloemrijke kruidenmengsels
-65
-60
-5 55
+3.50
+3.00
+2.50
+2.00
+1.50
+2.00
+3.50
+1.50
mv nieuw
Binnendijkse zone met natte strooiselruigte, zachthoutooibos of natte graslanden De ontwikkeling van deze binnendijkse zone op de Gasthuisweide met natte rietruigten en zachthoutooibos is mogelijk door een koppeling met de Donge via een afsluitbare duiker. Een grote ingreep in deze zone is het terugbrengen van het voormalige
Zuidergat. De oevers met de flauwe taluds stimuleren het ontwikkelen van een breed rietmoerasgebied (op sommige plekken breder dan 8 m, goed voor de biodiversiteit) dat verder uitloopt tot een zachthoutooibos met diverse wilgensoorten. Verderop ontstaan natte graslanden met een kenmerkend vegetatietype als vossenstaarthooiland met kievitsbloem. Voor de inrichting van rietzones met zachthoutooibos moet rekening worden gehouden met de hoogte t.o.v. gemiddeld hoogwater. Rietmoeras met nat zachthoutooibos zal net onder gemiddeld hoogwater (GHW) ontstaan tot ongeveer 0,4 m boven GHW. Hiermee kan in de aanleg van taluds rekening worden gehouden. Voor het gebied zou dat buitendijks +0,6 m NAP tot +1,1 m NAP zijn, met riet in de lage gebieden en naarmate het grondniveau stijgt, steeds meer invloed van wilgen tot zachthoutooibos, waarbij als het gebied niet beheerd wordt, de wilgen het volledig kunnen overnemen.
1:10
12,15
56
oeverzone: rietzone met wilgen
pad
VEGETATIEZONES
pad
bos
zoom
pad
speelweide intensief gras
pad
talud bloemrijk gras
kiosk fase 2
halfverharding
lig- en speelweide intensief gras
mv bestaand
wp +0.40 natuurvriendelijke oevers
+0.89
+3.44 talud bloemrijk gras
+3.33 pad
+2.17 talud bloemrijk gras
riet zone
+1.50
wp +0.40 riet zone
water nieuw
+1.50
zoom
+2.00
+2.50
+3.00
Aanleg • Bemeste grond min. 20-30cm weghalen. • Sloot met de diepte van 1-2m graven. • Helofyten in oever aanplanten. • Natte ruigten met bloemrijke zadenmengsels inzaaien met samengesteld mix voor natuurvriendelijke oevers (nvo’s) b.v. van CruydtHoeck. • Bomen in clumps aanleggen.
lage uiterw
1.20
Soorten Bij Zachthoutooibos: • Schietwilg, katwilg, amandelwilg, kraakwilg, berijpte wilg, bittere wilg, duitse dot, grauwe en rossige wilg, zwarte populier
zachthoutooibos en natte ruigten en zomen).
Figuur 3-10 Vloedbossen/zachthoutooibos waar omgevallen bomen steeds een nieuwe weg vinden om te groeien en zo habitat vormt voor andere vegetatie, zoals gele lis en gewoon speenkruid (Bron: © Laura Bij Natte rietruigten (rietmoerasgebied): Savonije) • Riet, gele lis, lisdodde, watermunt en zwanenbloem
oeverzone: rietzone met wilgen
Op Bij watHelofyten: hoger gelegen zones en buiten overstromingszone bij hoogwaters kunnen naast eenzelfde oeverzone: rietzone met wilgen zachthoutooibos ook natte ruigten ontstaan, dit zijn middelhoge kruidenrijke ruigten met • kattenstaart en oninginnekruid, gewone Profiel C-C' - doorsnede geul / slik en schoren schaal 1:50 vegetatietypen met kenmerkende als moerasspirea, echte valeriaan en ook harig smeerwortel, haagwinde, rietgras, soorten moerasvergeetwilgenroosje. mij-nietje, bittere veldkers, moerasandoorn, penningkruid.
Figuur 3-12: Natte ruigte met moerasspirea (links, bron: Ecopedia.be) en zachthoutooibos (Bron: © G.Hanon) Figuur 3-10 Vloedbossen/zachthoutooibos waar omgevallen bomen steeds een nieuwe weg vinden om te groeien en zo habitat vormt voor andere vegetatie, zoals gele lis en gewoon speenkruid (Bron: © Laura
0.40 WP
0.40 WP
Icoonsoorten in de rietzone zijn vogels als kleine karekiet, bosrietzanger, rietgors, baardmannetje, Savonije) blauwe reiger en grote/kleine zilverreiger. In een goed ontwikkelde en bredere rietzone met ook stevig Op wat hoger gelegen zones en buiten overstromingszone bij hoogwaters kunnen naast eenzelfde meerjarig riet en waterrijke oevers nabij kunnen ook grote karekiet, porseleinhoen zachthoutooibos ook natte ruigten ontstaan,en dit bijzondere zijn middelhoge kruidenrijke ruigten met met tijdelijk kenmerkende soorten als moerasspirea, reigerachtigen als woudaap, purperreiger en zelfs vegetatietypen roerdomp zich thuis voelen. Een groterechte valeriaan en ook harig wilgenroosje. areaal rietmoeras is nodig voor geschikt leefgebied. In geïsoleerde poelen zijn kleine watersalamander en groene kikker te verwachten, ook ringslang is te verwachten. Zachthoutooibossen bieden een plek voor allerlei vogelsoorten, zoals nachtegaal, ijsvogel en blauwborst. Voor zachthoutbossen in de rivieruiterwaarden zijn otter en bever de grotere iconische soorten, maar ook visarend en wellicht zeearend zich vanuitgoed de Biesbosch laten zien.
De natte ruigten hebben vele bloeiende kruiden Figuur 3-11: Poelen en rietmoeras op het zullen Lindonk, te zien is hoe rietmoeras, een brede rietzone en en trekken veel zweefvliegen en dagvlinders aan, eventuele begroeide poelen trekken libellen aan zachthoutooibos samen voor komen. (Bron:en©grote Gwenaël Hanon) zoalskunnen bruine korenbout, smaragdlibel roodoogjuffer. In de onderlaag van natte ruigten en 1:3 zachthoutooibos zullen ook kleinere zoogdieren hun plek vinden zoals in de Biesbosch, spitsmuizen en woelmuizen, bruine rat en marterachtigen als hermelijn, wezel en bunzing. Verder zullen natte ruigten vogelsoorten aantrekken als watersnip, gele kwikstaart en tureluur. 1:3 3-11: Poelen en rietmoeras op het Lindonk, goed te zien is hoe rietmoeras, een brede rietzone en Voor de inrichting van rietzones met zachthoutooibosFiguur moet rekening gehouden worden met de hoogte zachthoutooibos samen voor kunnen komen. (Bron: © Gwenaël Hanon) t.o.v. gemiddeld hoogwater. Rietmoeras met nat zachthoutooibos zal net onder gemiddeld hoogwater (GHW) ontstaan tot ongeveer 0,4m boven GHW. Hiermee kan in de aanleg van taluds rekening gehouden worden, voor het studiegebied zou dat buitendijks +0,6m NAP tot +1,1m NAP zijn, met riet onderaan en hogerop steeds meer invloed van wilgen tot zachthoutooibos.
Om specifieker te zijn, volgens de peildynamiek is een overstromingsduur van 30 dagen per jaar tot 10 dagen per jaar te verwachten bij +0,94m NAP tot +1,16m NAP, tussen die twee maaiveldhoogtes verwachten we dan ook ontwikkeling van nat zachthoutooibos inclusief riet, natte ruigten ontstaan pas hogerop wanneer riet zijn concurrentiepositie verliest of bij bepaald beheer.
0, 2,
57 63
VEGETATIEZONES
onmogelijke kwalitatieve spontane ontwikkeling van h typische (boom)soorten. Aanplant van hardhoutooibos w de Geitenwaard in 2021 uitgevoerd, met spontane ontw katwilg en amandelwilg. Hogerop is een intensievere spectrum van soorten moet worden aangeplant. Voo nietsdoen, hakhoutbeheer (vooral in bosranden) of exte bossen. Het zijn de meest zeldzame enooksoortenrijke bostypen van ons impact op de groeiwijze van de bomen, waarbijland hakho Aanleg Op hogere gedeelten van het eiland, net op de voor meerstammige bomen.en Extensieve is en rivieruiterwaarden zijn verdwenen door agrarisch landgebruik in de begrazing ontwikkelin gronden. Begrazing is meestal gunstig voor denstructuurv gebieden vaak ongewenst is door de weghalen opstuwende werking van rivierwater bewo • bemeste grond min. 20-30cm grens van invloed van overstromingsdynamiek en zomen. Intensievere begrazing houdt het bos uiterwaarden verwachten. Het echter doornstruwelen bossen aanplanten met (meidoorn grote waarde en diversiteit. • bomen alszijn compacte clumps van het oppervlaktewater, kunnen de bossen en sleedoorn) overleven als o bemeste grond weghallen min. bossen en op open plekken in het bos ontstaan nitrofiele ruigten en zomen, het betreft genoemd zijn bij vegetatiesoorten van verruiging) in de o (gebruik maken van Trees4all). Clumps goed zich ontwikkelen.
Binnendijks is er aan de 20-30cm ruigten en zomen benodigd cyclisch maaibeheer of exten vochtigere nutriëntrijke bodems, in de overgang tussen open ruimte (veelal grasland beschermen tegen grazers. Als nodig plaats kant van Gasthuisweide droog hardhoutooibos en kwaliteit te behouden en te grote verruiging tegen te
+0.73
+0.96
+1.10
permanente water
intergetijdeoever
rietzone
natte zomen
taluds met kruidenrijke mengsel
1:3
intergetijdeoever
+1.19 +0.12
enkele doornstruwelen horen hier thuis. tijdelijke afrastering. te verwachten. Dat is een vrij open en Binnendijks alternatief en inrichting • zijn bollen en kruiden inzaaien. laagblijvend bos met veel lage begroeiing en Hardhoutooibossen ontwikkelde structuurrijke en hoge bossen van zomereik, es, Vochtig harthoutooibos veel voorjaarsbloeiers. Rondom deze bossen linde en zwarte populier. Vaak vormt hetEssen-iepenbos mozaïeken(GVG in overgang met >20-40 cm-mv) komtzachthouto voor op zave komen droge zomen en ruigten. Deze zone wilgensoorten en zwarte els. Variatie in structuurvormende ruigten metDetypische tegen sterke grondwaterschommelingen. standaard rivieren zeekleigebieden. Vanwege de kalrijke Europese vogelkers, wilde liguster, haagbeuk, Gelderse roos, Boswilg, rode koza is aantrekkelijk voor dieren. Bloemrijke Aanbeveling soorten: grondwaterstand door de wisselende rivierafvoer, zou klimop, hop (essen-iepen): en zowel eenals tweestijlige meidoorn (doornstruw hooilanden omkaderen deze bossenkardinaalsmuts, en zomen. • Bomen witte binnendijks in het studiegebied, maar is niet mogelijk zon dichtbegroeid bos komen deze soorten ook in de zomen van hardhoutbossen voor waar herstel van de hydrologie in hem paardenkastanje, gewone es, zomereik,van de lichte zavelgrond gevarieerd bos met boomen struweelsoorten die typis is.
De nitrofiele zomengewone en ondergroei bestaande uit bloemrijke soorten op nutriëntrijke vlier, (zomer)linde, esdoorn, gladde zullen binnendijks kunnen groeien zonder overstroming gevormd door typische soorten als look-zonder-look, bosanemoon, vingerhelmbl zal de ondergroei verruigen, waardoor sommige soor iep, vogelkers. sneeuwklokje, besanjelier, muskuskruit, maarts viooltje en bosgeelster om maar enkele voorkomen is beheer nodig om deze concurrentie te rem • Struweel: sneeuwbes, eenstijlige meidoorn, karakteristieke soorten zoals de Grote ijsvogelvlinderg( zeer verruigde nitrofiele ondergroei en zomen zullen soorten als grote brandnetel, zoals Groot touwtjesmos en Spatelmos. aalbes. de overhandmossen, brede stekelvaren en kleefkruid krijgen. 1:3
Droog harthoutooibos
Figuur 3-13: Hardhoutooibossen met typische boomsoorten en goed ontwikkelde ondergroei (Br Figuur 3-14: Abelen-iepenbos (Bron: Wikipedia) Eikelboom en rechts: © Twan Teunissen)
58
+3.00
+2.50
+2.00 pad
zoom
+1.50
speelweide intensief gras
droom voor de Nederlandse natuur is de terugkeer van de zwarte ooievaar, deze heeft arealen nodig. Ook de eerdergenoemde visarend en zeearend zullen hun broedplek mo bossen vinden. Gewone pad, groene kikker, bruine kikker en ook dezelfde kleinere zoogd in zachthoutooibossen zijn te verwachten. Ook meervleermuis en watervleermuis vind dit soort bossen nabij oppervlaktewater. Grotere zoogdieren als vos en ree kunnen in de ruigten voorkomen wanneer ze het gebied kunnen bereiken. Meerdere soorten dag- en vinden hun habitat en waardplanten in deze gevarieerde bossen.
+2.00
+1.50 pad
talud bloemrijk gras
kiosk fase 2
+3.50
waar veel lage begroeiing tussen te vinden is en voorjaar de Rijn, Waal, IJssel en Vecht wordt een vrij soortenrijke v Icoonsoorten die voorkomen in goed ontwikkelde hardhoutooibossen zijn boomklever, Slangenlook, Kardinaalsmuts, Hop, Bosrank, Bosgras, Sp glanskop, blauwborst, grauwe vliegenvanger, staartmees, bosuil groen soorten. De jongerewielewaal, bossen hebben meer en soortenarm
halfverharding
speelweide intensief gras
+2.52
+1.46
Hardhoutooibos met ruigte tot hooilanden
Hardhoutooibossen moeten nog wel in verbinding staan met de hoogwaters van overstromingsdynamiek van 10 dagen tot 1 dag per jaar is dan gewenst. Gezien de dyn waterpeilen op de Donge is dit bij een maaiveldhoogte van +1,16m tot +1,45m NAP. Ha komt voor waar veel zand door de rivier is afgezet. Soorten en structuurrijkdom zijn bep kwaliteit van hardhoutooibossen. Onder de juiste omstandigheden zou spontane on beste zijn door tijd en ruimte te geven aan natuurlijke processen, aanplant is dan ong aanplant altijd onnatuurlijk zal ogen en de perfecte standplaats vinden voor elke soort m type bos. Echter wordt aanplant langs de grote rivieren wel geprobeerd vanwege
+0.55
+0.19 uitkijktoren
rietzone met wilgen
+1.50
+2.00
+2.50
mv nieuw
+3.00
+3.50
permanente water
1:3
intergetijdeoever
1:3
intergetijdeoever
zachthoutooibos, natte ruigten en zomen
-0.75
+0.20
+0.22
+0.69
+0.82
riet zone
zoom
pad
mv bestaand
pad
•
rietzone met wilgen
•
Ondergroei in bos: kruiden: slangenlook, kardinaalsmuts, hop, bosrank, bosgras, speenkruid en zevenblad en bolgewassen: wilde hyacint, sneeuwklokje, wilde narcis, holwortel en vingerhelmbloem voor. Zoom: look-zonder-look, bosanemoon, vingerhelmbloem, gewoon sneeuwklokje, besanjelier, muskuskruit, maarts viooltje en bosgeelster. Vossenstaarthooilanden: grote pimpernel, scherpe boterbloem, kruipende boterbloem, veldzuring, rode klaver, witte klaver, gewone, hoornbloem, smalle weegbree, rood zwenkgras, ruw beemdgras, veldbeemdgras en gewoon reukgras.
bos
•
59
60
AANDACHT VOOR DE ONTWIKKELING VAN VEGETATIEZONES
Op voormalige landbouwgronden is de bodem verrijkt door intensieve bemesting in het verleden. Dit kan de ontwikkeling van soortenrijke vegetatie belemmeren, met name in graslanden, ruigtes en oeverzones, minder in bossen (meer bij ondergroei en bij bomen zelf is het geen knelpunt). De voedselrijke toplaag zal, met uitzondering van het bos, daarom moeten worden verwijderd. De gevolgen van jarenlange bemesting kan ook consequenties hebben voor de waterkwaliteit in nieuwe waterpartijen. Wanneer natte plekken ontstaan op fosfaatrijke grond, kan er in het begin veel voeding in het water terechtkomen. Dit kan leiden tot snelle groei van waterplanten zoals kroos of algen. Aangezien het een rivierengebied is en de polder eeuwenlang agrarisch gebruikt is, is de aanwezigheid van storende bodemlagen niet ondenkbaar. Daarbij zal aandacht moeten worden besteed bij het aanplanten van bomen.
Het is belangrijk om goed inzicht te hebben in grondwaterstanden en het toekomstige peilbeheer en de bodemopbouw. Deze informatie is nu nog niet volledig beschikbaar, maar vormt wel een belangrijke basis voor inrichting en beheer. Ook de mate van drooglegging of juist inundatie door invloed van de rivier zal nog duidelijker moeten worden. Ook moet nog worden besloten of een dijkdoorsteek (met sluitbare duiker bijvoorbeeld) haalbaar is. Deze keuzes zijn van directe invloed op de verspreiding van vegetatietypen. Het is daarom belangrijk om in het beheerplan ruimte te laten voor verandering. Mag en kan een natuurtype op termijn overgaan in een ander type? Door flexibiliteit in te bouwen, voorkom je dat het beheer in strijd komt met natuurlijke processen. Zo werk je met de natuur mee, in plaats van ertegenin.
61
3.3 Ecologische verbindingen
3.3 Ecologische verbindingen4.2 DIEREN 3.3.1
Kerngebieden, stapstenen en verbindingszones
3.3.1 Kerngebieden, stapstenenDonge en verbindingszones Het studiegebied Natuurpark grenzend aan het NNN, kan als belangrijke stapsteen fun
vanuit de Biesbosch voor diegrenzend daar voorkomende habitattypen, zoals beken en riv Het studiegebied Natuurpark Donge aan het NNN, kan als belangrijke stapsteen functioner waterplanten, slikkige rivieroevers, ruigtenoevervolgende en zomen, glanshavervossenstaarthooi vanuit de Biesbosch die tussen daar voorkomende habitattypen, beken en rivieren m soorten. Eenzoals smalleen Natuurpark De Donge ligtvoor strategisch vochtige alluviale bossen (met zachthoutooibossen/essen-iepenbossen). Flora de kade (aan parkzijde) en fauna die bestaande natuurgebieden en kan hier eenruigten enloopstrook waterplanten, slikkige rivieroevers, zomen, langs glanshaveren de vossenstaarthooilanden een veilige doorgang creëren zonder belangrijke verbindende schakel zijn. zijn in deze ecotopen hebben zo meer kans moet om zich te verspreiden, vanwege de kortere afs vochtige alluviale bossen (metvoor zachthoutooibossen/essen-iepenbossen). Flora en fauna die typere de scheepvaart te hinderen. Met variatie in natuurzones in beschutting, zijn in deze ecotopen hebben zo meer kans om zich te verspreiden, vanwege de kortere afstanden ontstaan tussen deze unieke natuur. • Nieuwe infrastructuur (Koedambrug): Bij de openheid en vochtigheid, ontstaan waardevolle ontstaan tussen deze unieke natuur. aanleg van bezoekersinfrastructuur (zoals leefgebieden voor diverse soorten zoals vogels,
In Geertruidenberg wareneneerder de Slikpolder, waar eengehouden verlegde toekomstb een loopbrug) kan direct rekening zoogdieren, amfibieën, insecten vissen. plannen voor
InEen Geertruidenberg waren eerder plannen voor de Slikpolder, waar verlegde worden met fauna dooreen aanpassingen goed netwerk van leefgebieden dijk eenverbonden nieuw overstromingsnatuurgebied zou kunnen vormen. Er wordtintoekomstbestend niet meer actief dijk een nieuw overstromingsnatuurgebied zou kunnen vormen. Er wordt niet meer actief gesprok materiaal en inrichting. maakt het voor deze soorten mogelijk om veilig over deze plannen. Op een benedenstroomse groenstrook aan de Donge in Geertruidenberg • groenstrook Faunarasters:aan Lagede rasters langs het wegdek op zoek gaan naarOp voedsel, voortplanting over dezeteplannen. een benedenstroomse Donge in Geertruidenberg woonwijk Achter de Hoeven gepland. Als alternatieve ecologische stapsteen voor dezewordt twee voorkomen dat dieren de rijbaan oversteken en schuilgelegenheid. Dieren hebben ook woonwijk Achter de Hoeven gepland. Als alternatieve ecologische stapsteen voor deze twee gebiede biedt Natuurpark een goede optie. Natuurcompensatie kannaar mogelijk en leiden de dieren gericht veiligerehier gerealisee een belangrijke functieDonge in het ecosysteem. biedt Natuurpark Donge een goede optie. Natuurcompensatie kan mogelijk hier gerealiseerd word door middel vogels van aanplanting bomen. routes. Zo verspreiden en vleermuizenvan zaden, door middel van aanplanting van bomen. waardoor nieuwe vegetatie een kans krijgt.
3.3.2
Faunaverbindingen
Een gevarieerde fauna draagt dus bij aan een 3.3.2 Faunaverbindingen
Voor de huidige primaire waterkeringen zijn maatregelen genomen om schade door sterker en veerkrachtiger natuurgebied, iets Zoogdieren reptielen en amfibieën Zoogdieren reptielen amfibieën graven van de bever te voorkomen. Als de wat ook de natuurbeleving van bezoekers ten Het studiegebied heeft in zijn huidige staat een scherpe grens tussen depolders twee polders Gast bever binnendijks gaat voorkomen door goede komt. Het studiegebied heeft in zijn huidige staat een scherpe grens tussen de twee Gasthuiswe Linkdonk, voor landlopende fauna zoogdieren, reptielen en amfibieën enkel ve dezoals natuurontwikkeling, zullen enen Linkdonk, diedie voor landlopende fauna zoals zoogdieren, reptielen enaanvullende amfibieën enkel verbonden maatregelen nodig zijn om de waterveiligheid Voor grondgebonden dieren is een veilige meteen eenietniet begeleidende faunatunnel, die verbeterd zou kunnen door beg met begeleidende faunatunnel, die verbeterd zou kunnen wordenworden door begeleiden te waarborgen.
Wat betreft faunapassages kan doorgang cruciaal: elementen te voegen die ervoor zorgen dat deze gevonden kan worden elementen toetoe te voegen die ervoor zorgen dat deze tunneltunnel beter beter gevonden kan worden (Figuur (Fig 3-1 samen met het waterschap worden overlegd • Faunatunnel Centraleweg: De effectiviteit Daarnaast isGebruik het wenselijk om een radius vanm 2,5 te maaien vanomvegetatie, zodat de tun Daarnaast is het wenselijk eenvergroot radius van over 2,5 vrijmtevrij maaien van vegetatie, zodat de tunnelinga mogelijke opties. Verder zal, de rust is beperkt. moet om worden toegankelijk blijft. De te zone daaromheen moet meermeer geven aan soorten, wat bereikt toegankelijk blijft. De zone dekking aan soorten, wat bk vanmoet dieren tedekking waarborgen, eengeven beperkt deel van door de ingang vrij houden endaaromheen het eiland niet zijn voor mensen. natuurlijke geleidingselementen (dood hout, worden door dood hout/stobben te plaatsen aan de van het raster dooren50-75% worden door dood hout/stobben te plaatsen aanhoekpunten detoegankelijk hoekpunten van het en raster door 5v lage struiken) te voegen. dede vegetatie te laten staan tot 20 van de in de aanloopzone (Smulders, 2021). vegetatie tetoe laten staan totmeter 20 meter vantunnelingang de tunnelingang in de aanloopzone (Smulders, • Brug/Oever: Een barrière voor
Figuur voor tansformatie faunatunnel door toevoeging vanDe rood begeleidende Voorstel3-18 voor deInspiratie transformatie van de faunatunnel door toevoeging van begeleidende elementen en beheerzones. gearceerde zone elementen en e markeert de tunnelingang, de blauw gearceerde zone vormt de aanloopzone. beheerzones vanvoor de faunatunnel waarbijdoor de rood gearceerde de tunnelingangzo Figuur 3-18 Inspiratie tansformatie(rechts), faunatunnel toevoeging van zone begeleidende elemen betreft, en de blauw gearceerde zone de aanloopzone is. beheerzones van de faunatunnel (rechts), waarbij de rood gearceerde zone de tunnel
betreft, en de blauw gearceerde zone de aanloopzone is. De oevers van het studiegebied wordt onderbroken door de brug en vormt waarschijnlijk een gro 62 obstakel voorvan veelhet soorten. De brug kan opgeplust worden door om het te vergroten of migra De oevers studiegebied wordt onderbroken deleefgebied brug en vormt waarschijnlijk te faciliteren. Omdat de huidige scheepvaartintensiteit laag is en uit vooral kleine pleziervaartboot
gebied deels toegankelijk buiten de broedseizon
gebied niet toegankelijk voor mensen
De nieuwe natuur die hier ontstaat, biedt leefgebieden voor verschillende soorten en zorgt zo voor een grotere biodiversiteit in de omgeving.
0 meter van de ingang moet 50-75% van de vegetatie laten staan worden mulders, 2021).
n smalle looprichel als een otterpassage bij een smalle (links) Voorstel voor smalle faunapassage onderbrugdoorgang de Koedambrug, met en beheerzones langs de looprichel. De rood el (rechts)gearceerde met de rood als van looprichel ingang en de blauw zonegearceerde markeert dezone ingang de looprichel, de blauw gearceerde zone de aanloopzone. Dit kan anloopzone. worden ontworpen als één geheel in combinatie met de vlonder onder de Koedambrug.
oor een loopbrug als onderdeel van het wandelpad is het wenselijk om beschutting van de faunatunnel. Ook kunnen natuurlijke elementen loopbrug en vegetatiezones behouden blijven dicht in de hierboven weg kunnen uiteindelijk faunarasters ervoor zorgen dat dieren niet ken en geleid worden naar veiligere faunapassages, zoals hierboven
n insecten waliteit en de diversiteit van leefgebieden voor soorten als vissen, en kunnen deze soorten makkelijker verbinding zoeken met andere zoogdieren, amfibieën en reptielen. Een goede afwisseling van en droge zones is belangrijk bij het functioneren van verschillende et ontwerp dient ook voldoende rekening gehouden te worden met het Voorstel faunaroosters op de primaire dijk. ors.
63
4.3 ROUTES EN ENTREES
Het park zal van alle kanten bereikbaar zijn en een verbindende schakel vormen met de omgeving. Bezoekers kunnen gemakkelijk naar binnen en een rondwandeling maken met verschillende mogelijkheden voor beleving. Een netwerk van paden in Natuurpark De Donge verbindt de omliggende wijken, de centrale ontmoetingsplek en het park met elkaar. Tegelijkertijd krijgt de natuur ruimte om zich te ontwikkelen, zowel in de beginfase als in de latere fase, wanneer de natuur zich al heeft ontwikkeld. Om de natuur te beschermen, wordt in het park geen nieuwe verlichting aangebracht.
heeft nu een fietspad en voetpad aan de oostzijde. Er is voldoende ruimte om aan de westzijde van de Centraleweg een voetpad toe te voegen, zodat vanaf beide kanten een toegang tot het park ontstaat. Een deel dat nu alleen als grasstrook fungeert, wordt ingericht als veilige en toegankelijke entree. Een nieuw verkeerslicht bij de oversteek zorgt ervoor dat mensen veilig kunnen oversteken naar de dijk aan de zijde van de Gasthuisweide. Op deze manier kunnen bezoekers zelf kiezen via welke ingang zij het park betreden. Dit is vooral belangrijk voor mensen met een beperking, die behoefte hebben aan een duidelijke, veilige en vooral directe route.
Hiervoor zijn er de volgende twee principes:
a. Koedambrug als toegang aan beide zijden De Centraleweg en de Koedambrug vormen de verbinding tussen Geertruidenberg en Raamsdonksveer en doorkruisen het park. Zij zijn hoofdtoegang en hoofdroute. De brug
b. Een volledige rondwandeling Het padennetwerk maakt verschillende aantrekkelijke wandelingen mogelijk: zowel kleine als grote rondjes. Om het eiland goed bereikbaar te maken en een rondwandeling mogelijk te maken, is het beperken van de barrièrewerking van de Centraleweg cruciaal.
a. Koedambrug biedt toegang b. Eiland als schakel in wandelroutes en beide kernen c. Rondje lopen Plekken langs de route
64
Gebruik bestaande infrastructuur
a
Koedambrug biedt toegang aan beide kanten
Bestaand voet- en fietspad Nieuw voet- en fietspad
geen auto's!
Rondje lopen met plekken langs de route
eiland is toegankelijk!
in m
Het eiland als schakel tussen wandelroutes en dorpskernen: Het nieuwe eiland ligt precies tussen de twee dorpen in. Vooral de zijde bij de Linkdonk grenst dicht aan de woonwijken bij het water. Daarom is het logisch om hier een entree te maken die direct aansluit op de omliggende bebouwing. Ook de fiets- en wandelbrug Willem Letschertbrug ligt dichtbij. Vanaf daar kan via de vestingwal en langs het water een directe verbinding worden gemaakt naar het eiland.
s
Kansrijke potentiële optie
Willem Letschertbrug
15
b
10
Koedambrug
mi
ns
65
Om een verbinding te maken (zowel ecologisch als recreatief) tussen Lindonk en Gasthuisweide, zijn drie opties in beeld gebracht om nader te verkennen: Optie 1: Verkeerslichten — Een gelijkvloerse oversteekplaats met verkeerslichten: een eenvoudige oplossing om oversteken veilig te maken. Goedkoop, maar niet realistisch omdat het een belangrijke doorgaande route is voor gemotoriseerd (vracht)verkeer. Optie 2: Fiets- en wandelbrug over de Centraleweg/dijk: een comfortabele verbinding waarbij bezoekers niet in aanraking komen met autoverkeer. Geschikt voor rolstoelgebruikers en kinderwagens. Veilig maar prijzig en het te overbruggen hoogteverschil is groot waardoor lange hellingbanen nodig zijn om de brug toegankelijk te maken voor fietsers en rolstoelers. De uiteindelijke hoogte van de brug is bovendien afhankelijk van de toekomstige dijkversterkingsopgave.
Optie 3: Vlonder onder de Koedambrug — Vlonder onder de Koedambrug — hierbij maken we gebruik van de bestaande brug. Via een vlonder langs de oever van de Donge kunnen bezoekers onder de brug door naar beide zijden van de weg. Het contact met het water vergroot de natuurbeleving. Deze oplossing is relatief eenvoudig en betaalbaar en kan toegankelijk en veilig worden ingericht voor rolstoelgebruikers. Optie 3 wordt gekozen als voorkeursoplossing en tevens als uitgangspunt voor de raming, omdat deze het beste aansluit bij de doelstellingen van het project. Deze optie biedt de hoogste mate van veiligheid voor alle gebruikers, waaronder wandelaars, fietsers en rolstoelgebruikers. Daarnaast is het de meest financieel haalbare oplossing, gezien de geboden kansen voor beleving van het park en de verbinding met het water. Op deze manier wordt een optimale balans bereikt tussen veiligheid, beleving en haalbaarheid.
fietsroute toegang naar plaats Themakaart: fietspaden.
voetgangers + mindervaliden off-track Themakaart: wandelpaden.
66
N
bemeste grond weghallen min. 20-30cm
dode b divers min. 1:20
1:10
0,30
0.55
De huidige verlichting/ lantaarnpalen op de Centraleweg behouden
1,50
Optie 1: Oversteek realiseren bij de Centraleweg
1.00
1.50
Profiel D-D' - doorsnede geul / slik en schoren schaal 1:50
1:10
Profiel D-D' - zoom vlonder schaal 1:200
0,00
rietzone 6.60
4%
4% 3.80
4,60
3.80
5.80
0.50
1.10
7,85 50,00
13,05
8.10
Profiel D-D' - zoom uitgraven Zuidergaat schaal 1:200
7,00
3.80 0.50
1.10
7,85 49,00
Profiel C-C' - Centraleweg met brug schaal 1:500
Optie 2: Brug boven de Centraleweg; met betonnen constructie (4.60m doorrijbare hoogte)
Pad nieuw, ha kleur: beige fundering
Pad nieuw, halfverharding, kleur: beige fundering
2%
2%
2%
0,50
recreatievaart recreatievaartBM BMcategorie categorie
Profiel B-B' - Gasthuisweide schaal 1:500
4,50 4,50
recreatievaart recreatievaartBM BMcategorie categorie
9,04 9,04
0.00
fauna passage fauna passage
twee tweerichtingen richtingen
bescherming van de vlonder - n.t.b. bescherming van de vlonder - n.t.b.
bunkerboat bunkerboat
4,50 4,50
1,30 1,30
4,20 4,20
3.50
Reservering Reserveringruimte ruimtevoor voorbaggerschip baggerschiptype: type:KRAANSCHIP KRAANSCHIPGOUWZEE GOUWZEE gemiddelde gemiddeldewaterniveau waterniveau+0.40 +0.40
diepte diepteonbekend onbekend
15,00 15,00
1,00 1,00
3,00 3,00
0,50
2,20
Principe profiel brede paden schaal 1:50
dekhoogte: dekhoogte:6.50 6.50
0.40
pad
1,20
gemaaid gras
0,50
Principe profiel smalle paden schaal 1:50
kruidenrijk gras
gemaaid gras
Koedambrug Koedambrug Profiel A-A' - Lindok schaal 1:500
gemaaid gras
0.00
pad
1.00
0.50
kruidenrijk gras
2.50
0.00
5,58 5,58
2%
2.70
1,00 1,00
20,00 20,00 Principe Principevlonder vlonderonder onderKoedambrug Koedambrug
Optie 3: Vlonderschaal onder de Koedambrug 1:100 schaal 1:100
Strootman Strootman Landschapsarchitecten Landschapsarchitecten
67
0,
Materialisatie Alle paden in het Natuurpark zijn bestemd voor wandelaars; er komen geen aparte fietspaden. Fietsers zijn alleen welkom op de dijk en zijn daar te gast. Net als in de bestaande situatie worden er geen hekken geplaatst om het gebied af te sluiten. De hoofdpaden worden 3 meter breed; daarnaast komen smallere paden van 1,5 meter breed. De paden worden uitgevoerd in een halfverharding van Padvast, een duurzaam materiaal dat goed past bij de natuurlijke omgeving. Padvast heeft een natuurlijke uitstraling, sluit mooi aan op de omliggende natuur en is comfortabel voor rolstoelgebruikers. Bovendien is het sterk genoeg wanneer er voertuigen overheen moeten bij calamiteiten of beheer. In de natte, laaggelegen delen komen vlonders. Daarnaast komen er op sommige plekken onverharde struinpaden die af en toe worden gemaaid en bedoeld zijn voor wandelaars. Waar de ondergrond drassig is, worden boomstammen of smalle vlonders toegepast, wat bijdraagt aan het avontuurlijke karakter van het zogeheten ‘Laarzenpad’.
wandelaar
fietser
vlonder
off-track
Legenda halfverharding vlonder
N
68
off-track
Pad nieuw, halfverharding, kleur:beige fundering
Pad nieuw, halfverharding, kleur:beige fundering
0.50
1.50
Detail pad 1.50m
Detail pad 3.00m 0.50 0.50
gras
gemaaid gras
pad
0.50
3.00
3.00
kruidenrijk gras
2%
kruidenrijk gras gemaaid
2%
pad
3.00
2%
kruidenrijk gemaaid gras gras
kruidenrijk gras
0.50
gemaaid gras gemaaid kruidenrijk gras gras
kruidenrijk gras
0.50
pad
Detail pad 1.50m
0.50
gemaaid gras
1.50
2%
2%
kruidenrijk gras
0.50
2%
gemaaid gras
gemaaid gras
2%
pad
0.50
gemaaid gras
gemaaid gras
1.50
kruidenrijk gras
pad
2%
gemaaid pad gras
kruidenrijk gras
2%
Pad nieuw, halfverharding, kleur:beige fundering
2%
2%
%
Pad nieuw, halfverharding, kleur:beige fundering
Pad nieuw, halfverharding, kleur:beige fundering
kruidenrijk gras
Pad nieuw, halfverharding, kleur:beige fundering
0.50
0.50
Detail pad 3.00m
Detail pad 3.00m
voetpaden 1.50m / fiets- en voetpaden 3.00m Pad nieuw, halfverharding, kleur:beige fundering
1:3
+0.40
+0.83m
0.50
vlonder 1.50
Detail vlonder 1.50m
1.50
olifanten-pad kruidenrijk gras
kruidenrijk gras
1.50
kruidenrijk gras
kruidenrijk gras
vlonder
vlonder
vlonder
1:3
olifanten-pad
tail pad 3.00m
kruidenrijk gras
3.00
+0.83m
kruidenrijk gras olifanten-pad
+0.83m
0.50
kruidenrijk gras
pad
+0.40
gemaaid gras
2%
gemaaid gras
kruidenrijk gras
2%
0.80
Detail olifanten-pad 0.8m
0.80
0.80
Detail olifanten-pad 0.8m
Detail olifanten-pad 0.8m
Detail vlonder 1.50m
Natuurpark Donge VO
opdrachtgever
Gemeente Gee
formaat
A0
schaal
1:20
tekeningnummer
L150-VO-DTL-0
ondergrond
ondergrond1 ondergrond2
struinpaden in droge en natte omgeving
kruidenrijk gras
olifanten-pad
kruidenrijk gras
Fun 101 ww bur T+ 41
Natuurpark Donge VO
0.80
in bos Detail olifanten-pad 0.8m
opdrachtgever
Gemeente Geertruidenberg
formaat
A0
datum
09-09-25
schaal
in weilanden 1:20
gewijzigd
datum ####
tekeningnummer
L150-VO-DTL-01
getekend
naam
ondergrond
ondergrond1 ondergrond2
in rietzones
off-track Funenpark 1-D 1018 AK Amsterdam www.strootman.net bureau@strootman.net T +31 (0)20 - 419 41 69
69
4.5 RECREATIE Genieten van natuur Het park is ook een plek voor natuurliefhebbers om in alle rust te genieten van flora en fauna. Wandelroutes en observatiepunten maken het mogelijk om vogels, kleine zoogdieren en bijzondere planten van dichtbij te bekijken, terwijl vlonders aan het water en beschutte plekken uitnodigen om even stil te staan. Informatieborden geven extra uitleg over de soorten en het landschap, waardoor een bezoek zowel leerzaam als ontspannen is. Door de afwisseling van open weides, water en bos biedt het park het hele jaar door nieuwe ontdekkingen en een directe beleving van de natuur.
Leren over flora, fauna en landschap Het park biedt mogelijkheden voor educatie als een levende leeromgeving waar kinderen al spelenderwijs kennismaken met flora, fauna en de dynamiek van het landschap. Door middel van interactieve routes, informatiepunten en georganiseerde excursies kunnen scholen het gebied gebruiken als verlengstuk van het klaslokaal. Kinderen leren er over water, bodem, dieren en planten door te ontdekken, voelen en onderzoeken. Buitenlokalen of eenvoudige verzamelplekken bieden ruimte voor opdrachten of uitleg, terwijl speelaanleidingen met natuurlijke materialen de verbeelding prikkelen. Zo ontstaat een plek waar natuurbeleving en educatie vanzelf samenkomen. Dit biedt een ervaring die niet alleen kennis vergroot, maar ook bijdraagt aan respect en verbondenheid met de natuur.
70
Spelen en wandelen Langs de wandelroutes in Natuurpark De Donge kunnen bezoekers op een speelse manier het park ontdekken. Kinderen kunnen er vrij ravotten, klimmen, springen en verkennen met speelaanleidingen van natuurlijke materialen zoals boomstammen, vlonders, en zand- of waterzones. Voor wandelaars bieden de paden een afwisselend landschap van open weides, water en bosjes, waar rustig gewandeld kan worden en onderweg steeds nieuwe uitzichten te ontdekken zijn. Zo combineren spelen, ravotten en wandelen zich op een natuurlijke manier, waarbij zowel kinderen als volwassenen volop kunnen genieten van de omgeving. Honden mogen het gebied in, mits aangelijnd en alleen op de hoofdroutes.
Het water beleven In het herstelde Zuidergat kunnen bezoekers actief recreëren met kajaks of supboards. Het rustige water en de natuurlijke oevers maken het mogelijk om op een veilige manier het water op te gaan en de omgeving vanaf een ander perspectief te beleven. Vanaf het water zijn vogels, vissen en andere waterdieren goed te observeren, waardoor varen ook een educatieve ervaring wordt. Vlonders en aanlegsteigers bieden gemakkelijke instapplaatsen, terwijl beschutte plekken langs de oevers uitnodigen om even te pauzeren of te picknicken. Zo wordt waterrecreatie een ontspannen en speelse manier om de natuur van dichtbij te ervaren. Over de dijk kunnen mensen ook rechtstreeks in de Donge stappen en daar een leuk rondje maken.
71
72
73
Centrale plek Om recreatief gebruik mogelijk te maken zonder dat dit zorgt voor onrust voor natuur of omwonenden, bundelen we de voorzieningen in het hart van het park langs de Centraleweg. Deze centrale plek krijgt een avontuurlijk pad door de natte zones en het bos, dat leidt naar een speelweide – een open plek tussen de bomen – en verder naar een speeltuin aan het water met ruimte voor een toekomstige kiosk. Door de activiteiten te concentreren op één plek blijft de rest van het park rustig en natuurlijk. Op deze locatie komen recreatieve voorzieningen die passen bij een natuurgebied, maar die tegelijk uitnodigen tot ontmoeting, samenzijn en ontspannen in de buitenlucht.
Langs de routes komen speelaanleidingen, zoals boomstammen, stapstenen en lage klimof balanceerelementen. Zo wordt wandelen een ontdekkingstocht voor zowel kinderen als volwassenen. Spelen gebeurt niet alleen op de speelplek, maar overal. Er kunnen interactieve tochten worden georganiseerd die verder gaan dan de hoofdroute en die bezoekers dichter bij verschillende natuurzones brengen. De route eindigt bij een speelplek aan het water, waar kinderen kunnen kliederen, spetteren en experimenteren met water met gootjes of stapstenen. Zo ontstaat een plek waar natuur, spel en educatie vanzelf samenkomen.
1
2
3
7 4 6
5
N
74
er water
C
1
Spelen in modder A: Spelen in de modder
CF A
2
3
Hutten bouwen C: Stapstenen D: Klimme A: Spelen in takken deVlonder modder B: Losse om huttenB: Losse takken om hutten over water C: Stapstenen omgev te bouwen te bouwen
4
5
klimmen en kruipen onder dode bomen
D: Klimmen en kruipen over omgevallen bomen
A
6
rollen en rennen van de E: Rollen en rennen heuvel
van de heuvel
boomklimmen
F: Klimmen in bomen
Laarzenpad en modderpad
7
Rollen en rennen van de dijk
Verstoppertje spelen
Hutten bouwen
Klimmen en kruipen onder dode bomen
Boomklimmen
75
Functie en uitstraling centrale plek De uitstraling van deze centrale plek zorgt ervoor dat iedereen zich welkom voelt, zowel jong als oud, met een kindvriendelijk karakter. De ambitie is om een ongedwongen sfeer te creëren, zodat het aantrekkelijk wordt voor omwonenden om een bezoek te brengen aan het natuurpark. Naast de kiosk komen een speelplek, volleybalveld, een grasveld en zandoever aan het water. Belangrijk is dat deze elementen op een terughoudende en passende manier worden ingepast. Deze ruime opzet levert ook 'vrije ruimte' voor sportgroepen: bootcamps of yoga-lessen.
Functie en uitstraling kiosk De kiosk vervult meerdere functies. Het wordt een gastvrije plek met toezicht en basisvoorzieningen, zoals een toilet en een EHBO-kit, zodat ouders hun kinderen met een gerust gevoel kunnen laten spelen. Binnen is ruimte voor een kleine keuken, waar koffie, thee en ijsjes verkocht kunnen worden. Daarnaast beschikt de kiosk over een ruimte die kan worden gebruikt voor educatieve doeleinden. De kiosk krijgt een open en uitnodigend karakter, met binnen- en buitenruimtes voor workshops, natuurexcursies en schoolbezoeken. Rondom de kiosk wordt een buitenplek ingericht met picknicktafels en fietsnietjes.
De kiosk vormt het startpunt van ontdekkingstochten door het park en biedt beschutting bij slecht weer. Met programma’s over flora, fauna en landschap vergroot het de bewustwording en versterkt het de band tussen kinderen en de natuur. De mogelijkheid om een ijsje of kopje koffie te kopen maakt de kiosk tot een natuurlijke schakel tussen recreatie en natuurbeleving. Het is een prettige plek om even te pauzeren, iets te drinken en van de zon te genieten na een wandeling. De kiosk is nadrukkelijk niet bedoeld voor feesten of partijen, maar straalt rust uit en blijft aantrekkelijk voor wandelaars en fietsers. De landschappelijke inpassing en inrichting van de directe omgeving van gebouw en terras moeten voldoen aan de volgende eisen: •
• •
• •
Het gebouw wordt gesitueerd in de beschikbare ruimte ten noorden van het nieuwe Zuidergat. De lange zijde wordt georiënteerd op de speelplek. Rondom het gebouw blijft de ruimte open, zonder afgebakend eigen terrein of afzonderlijke inrichting buiten het terras. Het gebouw zal zichtbaar zijn vanaf de weg en een uitnodigende uitstraling hebben. De toegang wordt gerealiseerd via een pad van halfverharding, in overleg tussen het recreatieschap en de ondernemer.
.
toezicht
kioskje kopje koffie & ijsje
EHBO WC
workshops & natuurlessen
Referentiebeelden van mogelijke activiteiten bij de centrale plek.
76
an tv h c zi
ad tp he
toezicht van de Monnikenweg
toezicht naar het water en speeltuin
N Zoom-in plankaart - pleisterplaats en relatie met omgeving.
Referentiebeelden van sfeer rondom de centrale plek.
77
Spelen De speeltuin is ontworpen voor verschillende leeftijden en heeft een ruime, natuurlijke opzet. Het ontwerp maakt gebruik van de hoogteverschillen in het landschap en legt een directe relatie met het water. Elementen zoals waterpompen, bruggen om over het water te klimmen en glijbanen in de taluds zorgen voor uitdaging en stimuleren creatief spel. Daarnaast is er ruimte voor informeel spel, zoals verstoppertje spelen tussen boomstammen of het graven van kuilen en dammen. De speeltuin heeft een natuurlijke uitstraling: houten palen met keien en zand als ondergrond. Het talud dat de speeltuin omkadert maakt een duidelijke grens maar ook is het onderdeel van de speel: met palen en glijbanen.
+3
klimbomen
00
. 2 +
A
3
1:
3 1:
78
0
kiosk fase 2
ts
fie
jes
t nie
picknicktafels
watertaf
+4.
1:3
3.00
glijbaan 1:2
50
+1.
1:
3
50
3
1:
picknicktafels klimobjecten
speeltuin
fel
bruggen
0 0 1.
+
79
Glijbanen die zijn geïntegreerd in een talud
Keien om te balanceren en klimmen
Waterpomp
Klimobjecten met netten
80
Een centrale plek voor iedereen
Zand als valondergrond. Biedt ook vrijheid voor vrijspelen: graven van kuilen of bouwen van kastelen
Bruggetjes boven de waterbeek
81
4.6 MEUBILAIR EN ELEMENTEN
Om de beleving van het eiland te versterken worden aan de natuurzones enkele elementen toegevoegd. Deze toevoegingen benadrukken het karakter van het gebied en maken de ervaring van de plek bijzonder. Om de relatie met de natuur op een eigentijdse en betekenisvolle manier te bewerkstelligen, sluiten de nieuwe elementen zoveel mogelijk aan op de vormen van het landschap. Ze volgen de ophogingen en verlagingen van het terrein en accentueren zo de nieuwe topografie van het eiland. Het meubilair in het park wordt speciaal voor deze locatie ontworpen. De vormgeving is geïnspireerd op de contouren en lange lijnen van het landschap. Zo ontstaan heldere, rustige vormen van houtachtige materialen die door natuurlijke veroudering steeds beter opgaan in
de omgeving. De samenhangende reeks objecten vormt een herkenbare familie van meubilair. De objecten creëren plekken waar bezoekers kunnen verblijven, ontdekken en de natuur ervaren. Vlonders en zitelementen brengen mensen dicht bij het water, terwijl een scherm een beschutte plaats biedt voor vogelliefhebbers. Aan de zijde van Lindonk verrijst een uitkijktoren met twee functies: een hoog uitkijkpunt om het park van bovenaf te beleven en een herkenningspunt dat zichtbaar is vanuit beide dorpen. De toren krijgt een trap met doorkijkopeningen onderweg, en biedt eenmaal boven, uitzicht over het park. Daarbij wordt rekening gehouden met de privacy van omwonenden: de toren wordt uitsluitend gericht op de open ruimten van het park, niet op de woningen.
Bestaande topografie van het terrein.
Voorgestelde topografie van het terrein.
Elementen ingepast in de voorgestelde topografie van het terrein.
82
1.20
Informatieborden
Vogeluitkijkplek
Donge Natuurpark 1.20
L150-V O-DT L-04
1.20
1.20
Donge Natuurpark
Donge NatuurparkDonge Natuurpark L150-V O-DT L-04
L150-V O-DT L-04Donge Natuurpark L150-V O-DT L-04
L150-V O-DT L-04
Uitkijktoren
83
84
85
vlonder Lindonk plan en doorsnede - fase 1
D +3.00
+3.30
+1.50
+1.00
Vlonder nieuw, hout
plangrens Trap nieuw, hout, constructie: hout
+3.30
Pad nieuw, halfverharding, kleur: beige fundering
Door het ondiepe water rondom de vlonder wordt voorkomen dat gemotoriseerde vaartuigen hier aanmeren. Zo blijft de vlonder rustig en veilig.
+0.40
+1.00
Donge
4,40 talud 1:3
2,50
natuurvriendelijke oever 1:20
+1.50
3,50
trappen boven talud dijk
pad: grond aanbrengen tot vlonder
kruidenrijk gras
gemaaid gras
1,50
86
Fundering: palen: hout/staal poeren: beton
2%
vlonder
2%
Natuurpark de Donge Detail - Uitkijkplek - Definitief Ontwerp
0.55
0.40
Lange lijnen bij details.
Donge Natuurpark L150-VO-PRF-03
Opdrachtgever: Formaat: Schaal:
0.40
0.50
1.00
4.00
Gemeente Geertruidenberg A3 1:100
zwemsteiger / aanlegsteigers Zwaaikom - plan en doorsnede langetermijn
Datum: Gewijzigd:
10-09-25 10-09-25
Verticale details.
0.55
0.40
0.25
0.96
3.50
55
87 0
2.50
Verticale elementen.
3.00
3.50
0.25
2.50
3.00
uitkijkvlonder Gasthuisweide plan en doorsnede- fase 2
88
89
05 01 AANLEG VISIE OP ENOPGAVE BEHEER
5.1 NATUUR INRICHTINGSSTRATEGIE
Bij de natuurinrichting van het eiland zijn er drie strategieën mogelijk: 1. Niets doen en wachten tot de natuur zichzelf ontwikkelt. Dit duurt erg lang. 2. Volledig aanplanten en inzaaien om een snel eindresultaat te bereiken. Dit is een dure oplossing en leidt niet vanzelfsprekend tot de hoogste biodiversiteit. 3. Een natuurontwikkelingsstrategie: we helpen natuur sneller stappen te zetten en zich ontwikkelen. Hierbij creëren we kraamkamers waar inheemse planten worden aangeplant en zaden worden ingezaaid. Vanuit deze plekken krijgt de natuur een goede start met aanwezige zaden, waar de natuur, binnen specifieke grenzen, de kans krijgt om zich te ontwikkelen. Omdat er in de directe omgeving van het Natuurpark weinig natuur is en het gebied al jarenlang agrarisch gebruikt, zullen er weinig zaden voorkomen. Deze strategie helpt om de gewenste soorten in het gebied te krijgen.
SAMEN DOEN: plantdagen met bewoners
92
Strategie 3 heeft de voorkeur. Hierbij worden per vegetatietype kraamkamers ontwikkeld met sleutelsoorten die een belangrijke rol spelen in de beoogde vegetatietypen. Daarvoor wordt uitsluitend inheems zaai- en plantgoed gebruikt. Insecten en schimmels zijn gewend aan deze inheemse soorten en kunnen daar het beste gebruik van maken. Dit leidt tot een hogere biodiversiteit. In het bos kunnen zogeheten clumps worden aangeplant: compacte groepjes van bomen van één of meerdere soorten die elkaar beschermen. Vanuit deze clumps kunnen de soorten zich met hun zaden langzaam over het Natuurpark verspreiden. De clumps moeten groot genoeg zijn, omdat een boom tijdens zijn ontwikkeling steeds meer ruimte inneemt. Voor oevervegetatie - grasland, ruigte en struweel – hanteren we een soortgelijk principe door kraamkamers in te zaaien van waaruit de soorten zich over het natuurpark
kunnen verspreiden. In tussenliggende gebied kan ervoor gekozen worden om niets te doen. Hier krijgt de natuur de ruimte om zichzelf te ontwikkelen. Specifieke locaties en dimensionering worden in een latere fase met de aannemer verder uitgewerkt, evenals een beplantings- en zaaiplan en een passend startbeheer en ontwikkelingsbeheer. Door de tijd heen groeien planten naar volwassenheid en kunnen zij zich door de productie van zaad, pollen en wortelen verder verspreiden. Hier helpen factoren zoals dieren en wind. Gaaien en eekhoorns verspreiden noten. Vogels kunnen de bessen van bomen en struiken, zoals vlier, verder brengen. En zaden verspreiden zich door de wind. Wilgen bijvoorbeeld, zouden zich zo makkelijk kunnen vestigen op natte delen van het eiland. Om het natuurlijke proces te versnellen en het eindbeeld sneller te realiseren stellen we ‘aanplantdagen’ voor. Tijdens deze dagen kunnen met extra hulp van bewoners en leerlingen van scholen, bomen worden geplant. Bij zo’n actie zou een organisatie als Trees4all wellicht een cofinanciering van (inheemse) bomen mogelijk kunnen maken.
Trees 4all
KRAAMKAMERS: inzaaien
Om voldoende handjes te krijgen voor zowel de aanleg als het beheer kunnen organisaties zoals Bureau Kruisbestuiving, Natuurfederatie Geertruidenberg en INV worden ingeschakeld; zij kunnen partijen en belangen met elkaar verbinden om samen te werken aan een groenere stad.
Tekening: Bureua Kruisbestuiving
KRAAMKAMERS: sleutelsoorten introduceren door aanplanten
93
5.2 BEHEER Beheervisie Natuur ontwikkelt zich geleidelijk via successie naar een stabiel eindstadium dat past bij de omstandigheden van bodem, water en klimaat. Water wordt moeras, moeras wordt kruidenrijke ruigte en uiteindelijk ontstaat er struweel en bos. Om te voorkomen dat het gehele Natuurpark bos wordt, is dus actief beheer nodig om de natuurontwikkeling te sturen of tijdelijk terug te zetten. Als dit niet of onvoldoende plaatsvindt door natuurlijke processen zoals overstroming, windwerking of natuurlijke begrazing is het wenselijk om actief bij te sturen bijvoorbeeld door middel van machinaal ingrijpen of door inzet van grazers. De locatie van een gebied in het landschap en de manier waarop het is ingericht, vormt de basis voor het soort natuur dat zich kan ontwikkelen. Factoren als bodemgesteldheid, waterpeil, voedselrijkdom en wel of geen invloed van rivierwater bepalen het verloop van de successie en de vegetatietypen die zich kunnen vestigen. Beheer en inrichting zijn daarmee onlosmakelijk met elkaar verbonden. Na de inrichting gaat het echte werk pas beginnen en krijgt het park de uiteindelijke vorm en gebruiksfunctie. Voor het inrichtingsplan Natuurpark de Donge zijn er nog veel vragen: wie wordt verantwoordelijk voor het beheer? Wordt het eiland onderdeel van NNB?
Aanplanten oevers.
94
In bijlage A is de beheervisie voor het Natuurpark opgenomen. Die bevat beheerprincipes en beheertypes met streefbeelden, en geeft inzicht in het beheer van voorzieningen zoals wegen en paden, afvalbakken, fietsnietjes, bebording en andere bebouwde recreatieve voorzieningen. Omdat beheer essentieel is en op termijn een belangrijke kostenpost vormt, hebben we een begroting van de beheerkosten gemaakt.
Vegetatiezones en beheer Actief beheer is noodzakelijk om de gewenste natuurontwikkeling te sturen, verruiging en verbossing te beperken en een gevarieerd landschap in stand te houden. Daarnaast is het nodig om (delen van) het terrein netjes, aantrekkelijk, begaanbaar en toegankelijk te houden. Maaien, dunnen, vuilruimen en eventueel begrazing zijn hierbij essentiële instrumenten. Hiernaast hebben we een overzicht opgenomen van het benodigde instandhoudingsbeheer voor Het Natuurpark de Dongen. Deze omschrijft de benodigde beheermatregelen per vegetatiezone en ook het effect als er geen beheer plaatsvindt.
geleegde afvalbakken zijn nodig om het juiste gedrag van mensen te sturen. Het netjes houden van het gebied zorgt ervoor dat bezoekers gemotiveerd worden ook hun vuil in de daarvoor bestemde bakken te deponeren of mee te nemen.
Overzichtstabel instandhoudingsbeheer Natuurtype / Vegetatiezone Open water / oeverzone
Moeras / rietland Wilgenbos / struweel Bloemrijk grasland Droge ruigte
Bosranden (zoom/mantel)
Bos Clumps eik/beuk
Kleinschalige habitats (zand, hout, broedwanden, insectenhotels, vleermuiskasten, etc.)
periodiek maaien/grazen
Benodigd beheer
Zonder beheer
Baggeren (eens per 10 jaar), gefaseerd maaien waterplanten en oevers. Oeverplanten uitrasteren (5 jaar) Maaien in intervallen van 3–6 jaar, opslag verwijderen, begrazing Lichte dunning waar nodig
Verlanding, eutrofiëring, afname biodiversiteit in water en oever, vraatschade.
2x per jaar maaien (gefaseerd), afvoeren maaisel, Kleurkeur toepassen, begrazing Periodiek maaien (1x per 3 jaar), opslag van wilg/els verwijderen, Kleurkeur toepassen Bijhouden gelaagdheid, dunnen (1x per 5 jaar), dood hout laten liggen of inzetten voor faunapassages. Dunnen, doodhoutbeheer, structuurontwikkeling, veiligheidssnoei. Aanplanten, beschermen met raster (5 jaar), onderhoud tegen opslag. Behouden, aanvullen, afgestemd onderhoud, beheer door vrijwilligers
gericht dunnen bos en zoom-mantel,
Verdichting door opslag, verlies aan moerasflora, successie naar bos Monotone wilgensoort dominantie; beperkte structuur en variatie Vergrassing, verruiging en uiteindelijk verbossing; afname soortenrijkdom Overgang naar jong bos; verlies van open structuur en soortenrijke ruigteflora Verbossing, verlies van ecologische overgangen, afname biodiversiteit Eentonige opstand, beperkte lichtinval, geen ondergroei, minder biodiversiteit Geen vestiging door concurrentie; geen ontwikkeling eikenbeukenbos, vraatschade Verlies van microhabitats voor insecten, vogels en kleine zoogdieren. Nesten moeten geleegd worden. Houten
maaien, dunnen, dood hout-beheer
veiligheidssnoei
natuurlijk begrazingsbeheer mogelijk
maaien, lichte dunning waar nodig
maaien tegen dichtgroeien baggeren
95
06 01 VISIE VERVOLG OP OPGAVE
6.1 VERVOLG Proces en financiering
Fasering
Op basis van dit inrichtingsplan, inclusief een kostenraming, wordt het verkennen van verschillende financieringsmogelijkheden een belangrijke volgende stap. Dit brengt zowel subsidiemogelijkheden als alternatieve financieringsstromen in beeld. De percelen binnen het plangebied zijn nog niet in eigendom van de gemeente. Daarom zullen de grondeigenaren nauw betrokken worden bij de verdere voortgang van het plan. Zodra er een financieringsplan is opgesteld, zal dit ter besluitvorming aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Bij een positief besluit is de logische vervolgstap het uitwerken van een aankoopstrategie en een projectaanpak, waarin de processtappen punt voor punt worden uitgewerkt en in een tijdsplanning inzichtelijk worden gemaakt.