Bijlage 1. Inrichtingsplan natuurpark de Donge
Tekst van het document
Natuurpark de Donge Definitief Ontwerp
december 2025
Colofon Dit document is gemaakt in opdracht van en in nauwe samenwerking met de Gemeente Geertruidenberg, door Strootman Landschapsarchitecten.
Al het beeldmateriaal: © Strootman Landschapsarchitecten, tenzij anders aangegeven. Sommige beelden zijn afkomstig van internet, daarvan is het beeldrecht soms onduidelijk. Rechthebbenden kunnen contact opnemen met de gemeente Geertruidenberg.
Concept, december 2025.
2
Strootman
Gemeente
Landschapsarchitecten
Geertruidenberg
Funenpark 1D
Vrijheidstraat 2
1018 AK Amsterdam
4941 DX Raamsdonksveer
bureau@strootman.net
www.geertruidenberg.nl
T. (310) 204 19 41 69
T. 14 0162
Definitief ontwerp
Natuurpark de Donge Definitief Ontwerp
3
INHOUDSOPGAVE Voorwoord 01 Visie op 7de opgave 05 02 op het 01 Visie Inleiding 9 proces 12 02 Plan Huidige en analyse 19 03 vansituatie Aanpak 23 03 Concept, zonering en programma 37 BIJLAGEN 04 Definitief Ontwerp 43 Planning 05 Aanlegen entotaalprijs Beheer 93 26 Prisspecificaties en voorwaarden 28 06 Vervolg 99 Vervolgstappen 34 BIJLAGEN Projectteam 37 Referentieprojecten 42
6
VOORWOORD Beste lezer, Met trots presenteer ik u het inrichtingsplan voor Natuurpark De Donge. Dit plan is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met inwoners, natuur- en recreatie organisaties en vele andere betrokken partijen. Mijn hartelijke dank gaat uit naar iedereen die zich met enthousiasme en inzet heeft verbonden aan dit proces. Samen hebben we een plan ontwikkeld waarin biodiversiteit en recreatie op een zorgvuldige manier samenkomen, in harmonie met het landschap én met respect voor de belangen van omwonenden. In een gemeente waar de hoeveelheid natuur beperkt is, is de ontwikkeling van dit natuurpark geen luxe maar een noodzaak. Het park zal een essentiële bijdrage leveren aan meer ruimte voor natuur, recreatie en een gezonde leefomgeving. Het wordt een plek voor ontspanning en ontmoeting, waar kinderen al spelenderwijs kunnen leren over natuur en landschap. Dit bijzondere gebied, gelegen langs de Donge, vormt bovendien een waardevolle schakel tussen de Biesbosch en het plassengebied. In dit plan worden de historische contouren van het eiland opnieuw zichtbaar. Door het toepassen van reliëf creëren we kansen voor verschillende natuurtypen en versterken we de ecologische diversiteit. Het gebied wordt zo ingericht dat bezoekers optimaal kunnen genieten van de natuur, zonder deze te belasten.
Daarmee draagt het park bij aan natuurontwikkeling, educatie en een rijke natuurbeleving. Dit inrichtingsplan biedt een duidelijke en ambitieuze basis en kan inspirerend werken om gezamenlijk verder te bouwen aan de realisatie. Hoewel de financiële uitwerking nog volgt, nodigt het plan uit om de volgende stappen met vertrouwen en energie te zetten. Met vriendelijke groet, Biek Nijst Wethouder Leefbaarheid en Duurzaamheid
7
8
01 INLEIDING
10
INLEIDING Aanleiding natuur De druk op de ruimte in Nederland neemt toe. Er is behoefte aan extra mogelijkheden voor woningen, bedrijven, energievoorziening, etc. Dit dwingt ons goed na te denken over de vraag wat dit betekent voor de toekomst, de leefomgeving, het landschap en de natuur. Want als onze dorpen en steden groeien, moet ook het groene gebied en de natuur mee kunnen ontwikkelen. Dit speelt in grote mate voor Geertruidenberg en Raamsdonksveer, die in de loop der jaren steeds meer naar elkaar zijn toe gegroeid en waar grote behoefte is aan nieuwe woningen. Er staan nieuwe woonprojecten op stapel en dat maakt de druk op het landschap groot. In beide kernen is nu al weinig ruimte voor groen. De bestaande plekken zijn beperkt in omvang, intensief beheerd en bieden weinig recreatieve voorzieningen. Op de Biesbosch na, zijn er in de omgeving geen natuurgebieden, en hoewel dit gebied dichtbij ligt, is het zonder boot maar lastig bereikbaar. Wel is er in en nabij de gemeente veel zware infrastructuur en zijn er bedrijventerreinen, verbonden met de havens bij de Amer en het Amertak-kanaal. Geertruidenberg heeft een
hoogspanningsstation en ligt dicht bij de Amercentrale, die visueel sterk aanwezig is en tot in het dorpscentrum te zien. De rest van de omgeving bestaat uit agrarische gronden met akkers en graslanden, die weinig bijdragen aan de beleving of biodiversiteit. Eén van deze agrarische gebieden is de Allardpolder, centraal gelegen tussen beide dorpen en door de gemeente aangewezen als kansrijke ontwikkellocatie. Juist hier ligt de kans om een centraal gelegen natuurpark te realiseren dat bijdraagt aan het welzijn van mensen door stress te verminderen, ontspanning te stimuleren en sociale verbondenheid te versterken. Tegelijkertijd schept een natuurpark leefruimte voor planten, insecten en dieren en draagt het bij aan een betere balans tussen mens en landschap. De gemeente Geertruidenberg heeft zoals geformuleerd in de Omgevingsvisie 2021 - de ambitie te groeien naar een toekomstbestendige en groene gemeente. De ontwikkeling van Natuurpark De Donge draagt hier aan bij en ook aan beleidsdoelen op het gebied van klimaat, recreatie en gezondheid van de bewoners.
Plankaart 3-30-300 regel Gemeente Geertruidenberg: Deze kaart toont de 300-meterregel. De meeste wijken rond het plangebied liggen verder dan 300 meter van een park of groene ruimte (rood/oranje). Een nieuw natuurpark kan deze afstand verkleinen en zo een waardevol uitloopgebied bieden voor de omliggende woonwijken.
11
12
Voortraject Voordat dit proces van start ging, is er een voortraject uitgevoerd door de gemeente Geertruidenberg, gericht op mogelijke ontwikkeling van een nieuw park of natuurgebied in de Allardpolder. Het idee om de Allardpolder te ontwikkelen tot natuurpark is besproken met een klankbordgroep (stakeholders). De meeste stakeholders waren het eens over enkele belangrijke uitgangspunten, waaronder: • Het herstellen van de historische contour van het voormalige eiland. • Het aanleggen van fiets- en wandelvoorzieningen over de dijk langs de Gasthuisweide. • Aanlegsteigers voor kleine bootjes, kano’s en vissers (deelgebied Lindonk). • Het creëren van natuurlijke speelplekken, afgewisseld met zones waar de natuur vrij haar gang kan gaan. • Ruimte voor natuureducatie. • Het verbeteren van de verkeersveiligheid rond de Koedambrug. • Een park dat goed toegankelijk is voor iedereen, met paden geschikt voor mindervaliden en ouderen. Daarnaast is er een enquête gehouden onder
inwoners om te peilen wat hun wensen zijn voor een park. Dat zijn wandelen (77%), fietsen, hardlopen, spelen, varen/kanoën/ suppen, vogels spotten, natuureducatie, vissen en een horecagelegenheid. Wat betreft de gewenste invulling van het gebied gaat de voorkeur uit naar een natuurgebied zoals de Biesbosch of een park met recreatieve functies. Er is daarnaast interesse in een ecologische tuin, pluktuin of boomgaard, maar er is ook behoefte aan stiltegebieden, levensbossen en weidevogelgebieden. Andere veelgenoemde wensen zijn een sportgebied, hondenlosloopgebied en kleine aanlegsteigers. De gelegenheid om van wens, naar plan en uitvoering te gaan, deed zich voor met de subsidiemogelijkheden vanuit Powerport. Strootman Landschapsarchitecten werd geselecteerd voor het maken van een inrichtingsplan met een kostenraming voor de aanleg en het beheer van het Natuurpark. Strootman Landschapsarchitecten werkte hiervoor nauw samen met OAK consultants – ecologische experts - en SmitsRinsma, civieltechnisch bureau - verantwoordelijk voor kostenramingen en technische ondersteuning bij de uitwerking van het plan. De ideeën van de stakeholders en wensen van bewoners vormden het uitgangspunt voor het Programma van Eisen dat tijdens de fase van het Schetsontwerp (SO) is opgesteld.
Dit programma is in de daaropvolgende fasen, via participatiesessies met alle betrokken partijen, verder aangescherpt en uitgewerkt tot Voorlopig Ontwerp (VO) en Definitief Ontwerp (DO). Het resultaat daarvan ligt voor u.
De opgave
Welke activiteiten zou u willen ondernemen in het nog te leggen gebied? (230 beantwoord)
Resultaten van participatieproces met inwoners in voortraject.
13
De interessante, uitdagende en tegelijkertijd kansrijke opgave is om natuur te ontwikkelen met een recreatieve functie: een natuurpark voor de gemeente Geertruidenberg. De Allardpolder vormt een uitgelezen locatie voor een nieuw centraal park in dit stedelijk gebied, waar momenteel weinig natuur aanwezig is. Het gebied ligt aan de rivier de Donge, onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant (NNB), en kan zich ontwikkelen tot een natuurlijke stapsteen binnen dit netwerk. De ligging aan de rivier is een belangrijke inspiratie voor het ontwerp en uitgangspunt voor het bepalen van de natuurtypen, met name getijden- en riviernatuur.
Beeldmontage: een natuurpark voor iedereen!
14
Het doel is om een park te creëren dat de fysieke leefbaarheid versterkt en ruimte biedt voor recreatieve activiteiten, zonder de natuurlijke waarden te verstoren. Het gaat om het vinden van een juiste balans tussen natuur, recreatie en stedelijke leefbaarheid. Het park moet niet alleen vandaag waardevol zijn, maar zich ook duurzaam kunnen blijven ontwikkelen. Het ontwerp houdt dan ook rekening met klimaatverandering, luchtkwaliteit en CO2reductie. Ook ligt er een mooie kans om het park te laten bijdragen aan het bewustzijn van bezoekers over natuur en natuurbehoud.
Proces en participatie Het plan voor Natuurpark de Donge kwam tot stand in nauwe samenwerking met de adviseurs van de gemeente, het college van B en W, en waterschap (Kernteam), stakeholders (Klankbordgroep), inwoners (Denktank). Door het proces te doorlopen met een brede groep betrokkenen vanuit verschillende disciplines konden kansen voor meerdere opgaven aan het plan worden gekoppeld. Belangrijk pijlers in het proces vormden de drie Natuurparkdagen waarop alle groepen achtereenvolgens samenkwamen. Naast de ontwerpers waren dit de leden van het Kernteam, de Klankbordgroep en de Denktank, die bestond uit zo’n twintig leden, afkomstig uit de bevolking en organisaties op gebied van natuur en toerisme en recreatie van Geertruidenberg en Raamsdonksveer.
Daarnaast werd op zowel de tweede, als derde Natuurparkdag een inloopbijeenkomst voor alle inwoners georganiseerd. Tijdens deze drie dagen bespraken we met elkaar de voortgang en tussentijdse resultaten en was er ruimte voor feedback. Op de eerste Natuurparkdag stond de gebiedsvisie centraal en lichtten de ontwerpers de kaders, randvoorwaarden en eerste ideeën toe. Met de Denktank werden ideeën en suggesties verzameld en de mogelijkheden voor het park verkend, variërend van routes en afsluiting tot inrichting en gebruik. Tijdens de tweede Natuurparkdag zijn het schetsontwerp en thema’s besproken zoals toegankelijkheid, programma, aanleg en beheer. Zorgen van bewoners over de zonering van natuur en reuring, die met name op de tweede Natuurparkdag werden geuit, leidden tot fundamentele aanpassing van het ontwerp.
Presentaties en discussies tijden de denktanks en de bewonersavond, als deel van het participatie proces in dit traject.
15
OP WEG NAAR NATUURPARK DE DONGE
Het omvormen van de Allardpolder tot een natuurpark is een prachtige ambitie waar vele generaties, ook na ons, van zullen kunnen genieten. Die ambitie realiseren vergt volharding en vasthoudendheid omdat een groot aantal stappen, ook op lange termijn, gezet dienen te worden.
Uitdagingen: Financiering Aanvankelijk zou het project Natuurpark De Donge worden gerealiseerd met subsidie uit het Programma Powerport: 11,7 miljoen euro uit de eerste tranche van de gebiedsinvesteringen Net op Zee. Inmiddels zijn er andere inzichten en is financiering vanuit dit programma niet meer zeker. Er zullen andere financieringsbronnen moeten worden gezocht. Zeker is dat niemand wil dat het plan in de kast verdwijnt. Om de kansen voor realisatie zo optimaal mogelijk te maken laat het plan zien hoe het gefaseerd kan worden uitgevoerd en wat het plan betekent voor beheer en kosten. Het is een hulpmiddel om de benodigde financiële middelen te bepalen en te verkrijgen bij onder meer de provincie, gemeente en natuurorganisaties. Er liggen kansen om aan te sluiten bij programma’s zoals het Natuurnetwerk Brabant (NNB) of Ruimte voor de Rivier 2.0.
Plannen van het Waterschap: dijkversterking en WAD- project Het ontwerp voor natuurpark De Donge kan een groot effect hebben op de waterkeringen. Om die reden was het waterschap vroegtijdig en actief betrokken bij de planvorming voor
16
het natuurpark. De effecten op de primaire waterkeringen moeten nog worden onderzocht om de haalbaarheid (zowel qua waterveiligheid als financieel) goed in kaart te brengen. Uiteindelijk zijn de effecten op de keringen bepalend voor wat wel of niet haalbaar is voor het natuurpark (denk aan de slikken en schorren, natuur op/nabij de teen van de keringen, grind/schelpenpaden op de keringen, etc.). Op dit moment lopen er enkele onderzoeken waarvan de uitkomsten effect kunnen hebben op de inrichting van het natuurpark. Het eerste onderzoek heeft te maken met de versterking van de primaire dijk, die langs Gasthuisweide ligt. De procedure voor de leggerherziening wordt dit jaar 2025 opgestart. De impact van het plan voor Natuurpark de Donge zal in relatie hiermee later moeten worden berekend. Daarnaast loopt het WAD-project (Wilhelminakanaal, Amertak en Donge), gericht op waterveiligheid in een groter gebied. Ook thema’s als woningbouw, mobiliteit, energietransitie en natuurontwikkeling maken deel uit van dit programma. Het complexe ruimtelijke onderzoek (ontwerpend onderzoek). Wanneer dit onderzoek start, is nog niet bekend. Beide plannen zijn lopende of toekomstige onderzoeken die, afhankelijk van de maatregelen die genomen worden, invloed kunnen hebben op het ontwerp van het park. Onzeker is wat eventuele gevolgen zijn voor het ontwerp.
Er zijn nog geen onderzoeken gedaan die bewijzen dat het ontwerp voor het natuurpark de stabiliteit van de waterkeringen niet aantast of verzwakt. De effecten van het ontwerp op de primaire en overige waterkeringen moeten nog worden onderzocht (waterveiligheid maar
ook financieel). Uiteindelijk zijn de effecten op de keringen bepalend voor wat wel of niet haalbaar is voor het natuurpark. Dit hangt samen met de onzekerheden die gekoppeld zijn aan twee hierboven genoemde lopende projecten: het dijkversterkingstraject en het WAD-project. Om te bepalen welke effecten natuurpark De Donge op de keringen heeft moet o.a. nog het volgende worden onderzocht: • Impact van slikken en schorren op de dijk of de poelen nabij de kering. • Plaatsing en werking van een afsluitbare duiker. • Natuurontwikkeling op of nabij de teen van de keringen. • Toepassing van paden, trappen vlonders en vlonderbrugen langs en/of op de keringen. Het waterschap is voor de financiering afhankelijk van het Hoogwaterbeschermingsprogramma en dat financiert alleen een daadwerkelijke dijkversterking. Dit dient op een sobere en doelmatige manier te gebeuren (dijkverlegging of plaatsen van een damwand als dat niet strikt noodzakelijk is voor de waterveiligheid bijvoorbeeld zijn naar alle waarschijnlijkheid geen sobere en doelmatige dijkversterking). oor de overige inrichting zal dus via een ander traject financiering gezocht moeten worden.
Waterberging op Lindonk Lindonk is aangewezen als gebied voor waterretentie als compensatie voor de bouw van plan Sandoel in Raamsdonksveer in 2003/2004. Deze retentiemogelijkheden mogen niet worden belemmerd. In het ontwerp voor het natuurpark wordt de fysieke ruimte voor
water vergroot door het aanleggen van nieuwe kreken en een getijdezone. Via een afsluitbare duiker worden de nieuwe kreken en de getijdezone van water voorzien. De daadwerkelijke waterbergingscapaciteit hiervan moet nog worden berekend, zodat kan worden aangetoond dat er geen belemmering ontstaat voor de waterberging in dit gebied. Wij stellen voor om dit onderzoek gelijktijdig uit te voeren met de berekeningen van de impact van het plan op de dijken, zodat eventuele aanpassingen parallel kunnen worden doorgevoerd. De retentiecapaciteit kan worden gewaarborgd door het sluiten van de afsluitbare duiker. Een automatisch functionerende afsluitbare duiker is een innovatieve en juridisch toelaatbare maatregel, mits: • de werking en betrouwbaarheid technisch zijn onderbouwd (bijvoorbeeld met een faalkansanalyse); • de maatregel is opgenomen in het projectbesluit of in een vergunning op grond van de waterschapsverordening; • de maatregel geen negatieve effecten stroomopwaarts of stroomafwaarts veroorzaakt (hydraulische toets). Kortom: pas na het berekenen en vastleggen van de waterbergingscapaciteit, het analyseren en toetsen van het functioneren van de afsluitbare duiker, en een uiteindelijke toets op landschappelijke inpassing en natuurwaarden, kan definitieve besluitvorming plaatsvinden en moet het ontwerp wellicht nog worden aangepast.
Maar principieel is de ontwikkeling van de natuur het primaire doel. Eventueel zijn andere typen natuur of soorten ook denkbaar.
17
02 01 HUIDIGE VISIE OPSITUATIE OPGAVE EN ANALYSE
2.1 LOCATIE EN EIGENDOMMEN
De opgave betreft de transformatie van circa 30 hectare agrarisch gebied (de Allardpolder) tot een natuur- en recreatiegebied, centraal gelegen tussen Geertruidenberg en Raamsdonksveer. Het plangebied ligt aan de rivier de Donge, ten zuiden van de Biesbosch en wordt doorsneden door de Centrale- of Monnikenweg, die een fysieke barrière vormt tussen twee deelgebieden: de Gasthuisweide in het westen en de Lindonk in het oosten. Langs de Donge, op de Gasthuisweide, ligt de primaire waterkering (dijk), die wordt beheerd door Waterschap Brabantse Delta. De Lindonk wordt omsloten door een zogenoemde ‘overige kering’. De grond is grotendeels particulier eigendom en wordt uitgegeven in erfpacht. Het terrein is een vlakke, open polder met een agrarische bestemming en gebruik. Op de Gasthuisweide ligt een groot akkerbouwperceel, terwijl de Lindonk voornamelijk bestaat uit nat hooiland, waar zich poelen vormen, omringd door bomen en struiken langs de randen van de kering. Het gebied ligt dicht bij de woonwijken van Raamsdonksveer en appartementencomplexen in Geertruidenberg. Aan de noordzijde van de Donge bevindt zich een industriegebied. Ten zuiden ligt een uitgestrekte poldervlakte. In de omgeving zijn al enkele ontwikkelingen gepland voor nieuwe woonwijken.
20
21
Industrieterrein Statendam
Allardpolder: Gasthuisweide Noordergat
Uitzicht vanaf de Centrale-/Monnikenweg richting Gasthuisweide.
Uitzicht richting Raamsdonksveer met de poelen en wilgen op Lindonk.
Uitzicht vanaf Lindonk naar de bastions in Geertruidenberg.
22
Dongeburgh, Geertruidenberg
Allardpolder: Lindonk
Raamsdonksveer
Noordergat
Uitzicht vanaf de Centrale-/Monnikenweg richting Lindonk.
Uitzicht vanaf de Centrale-/Monnikenweg richting het industrieterrein.
Uitzicht vanaf de dijk ten noorden van Gasthuisweide.
23
2.2 GESCHIEDENIS
De stad Geertruidenberg kent een rijke geschiedenis als vestingstad. Door haar strategische ligging aan de rivier de Donge maakte zij eeuwenlang deel uit van de Zuiderwaterlinie van het zuiden van Nederland. In Raamsdonksveer werd later Lunet aan de Donge gebouwd om de toegang tot de Donge en de vesting Geertruidenberg verder te versterken. De naam Raamsdonksveer verwijst naar de ligging aan de Donge. De nederzettingen in dit gebied ontwikkelden zich op en rond deze
1850
Drie afwateringspunten (SL) te zien in de Gasthuiswaard. De oude kade in Lindonk lijkt verdwenen te zijn.
hoger gelegen delen – de donken – die ook nu nog herkenbaar zijn in het landschap. Op oude kaarten, tekeningen en geomorfologische kaarten is goed te zien dat het gebied ooit een eiland in de Donge vormde. Dit eiland werd aan de noordzijde begrensd door het Noordergat en aan de zuidzijde door het Zuidergat. De Allardpolder, waar nu het plangebied ligt, maakte deel uit van dit voormalige eiland. Met de komst van de polders en gemalen veranderde het karakter van het landschap sterk.
1889
Noordergat naar het zuiden verlegd voor een spoorlijn, ten koste van Lindonk. Vanaf dit moment zijn ook twee bouwwerken te zien en heeft ook Lindonk een afwateringspunt.
24
De gronden werden geschikt gemaakt voor landbouw. In de loop der tijd verdwenen de open waterverbindingen die het eiland vormden. Het Noordergat werd in 1889 zuidwaarts verlegd, ten koste van een deel van de Lindonk, om plaats te maken voor een spoorlijn Halvezolenlijn, die inmiddels niet meer bestaat). In 1935 werd de elektriciteitscentrale gebouwd – de latere Amercentrale – die sindsdien een herkenningspunt in het landschap vormt. Over de westzijde van
1935
De ‘electrische-centrale’ is aangelegd en er loopt een hoogspanningslijn over de westelijke punt van Gasthuisweide. Buitendijks is aan de westzijde een riet- of biezengors ontstaan. Ook ontstaat in deze tijd verandering van het netwerk van sloten in Lindonk.
de Gasthuisweide loopt de bijbehorende hoogspanningslijn. In 1962 werd het Zuidergat gedempt, van het bovenstroomse deel tot aan de grens met de Lindonk, op de plek waar nu de hoofdweg loopt. De resterende sloten werden verbonden met de Karthuizerpolder, ten zuiden van het gebied. Daarmee verloor het landschap het karakter van een eiland en kreeg het de vorm die we vandaag de dag kennen: een open, agrarisch poldergebied tussen de historische kernen van Geertruidenberg en Raamsdonksveer.
2009
Het Zuidergat is vanaf het bovenstroomse deel tot aan de grens met Linkdonk gedempt in 1962. De sloten zijn nu verbonden met die in de Karthuizer Polder. In 2009 werd de Centraleweg aangelegd en de bijhorende Koedambrug waardoor er een scheiding ontstaat tussen Lindonk en Gasthuisweide.
25
2.3 RUIMTELIJKE KANSEN EN KNELPUNTEN Uitstraling en grondgebruik De Allardspolder is sinds lange tijd in gebruik voor akkerbouw en is grotendeels vlak. De nu nog vlakke polder kan een interessante plek worden voor rust en natuurbeleving, dicht bij het stedelijke gebied, waarbij de kwaliteiten zoals de openheid - behouden blijven. Dit biedt mogelijkheden om lange zichtlijnen te behouden en de rand open te houden richting de horizon. Om dit te realiseren zal de bovenste laag grond vanwege jarenlange bemesting waarschijnlijk moeten worden verwijderd. Ook zal de bemesting gevolgen hebben gehad voor de kwaliteit van het grondwater.
Met het aanpassen van de topografie op de Gasthuisweide – door hier de grond te verhogen -, kunnen goede condities ontstaan voor bosvorming.
Omgeving en uitzichten Een nieuwe inrichting van de Allardpolder tot natuurpark biedt ook volop kansen om aantrekkelijke zichtlijnen te creëren van het park naar Geertruidenberg en Raamsdonksveer. Nieuwe paden en het ontwerp van het landschap en inrichtingselementen versterken niet alleen deze zichtlijnen maar zijn ook een kans om industrie en bedrijven aan het zicht te onttrekken en de visueel harde dominante rand aan de westzijde van het gebied te
Koedambrug
industriegebied
ng sti ve e d
in n) ge n i on (w
n oe gr t he
brug
electriciteitsmasten
richting lang zicht en rn ke beide
de polder privéwoningen
ng la
n ne lij t ch zi electriciteitsmasten
Randen en zichtlijnen van het gebied.
26
havengebied
verzachten. Dat kan door een groene bufferzone te ontwikkelen die doorkijkjes behoudt en ecologische meerwaarde toevoegt aan het park. Alle zijden van het terrein bieden unieke kansen voor de parkrand, juist omdat elke rand van het eiland een ander karakter heeft: woningen, industrie en polderlandschap.
Toegankelijkheid Het gebied is op dit moment, vanaf het land en vanaf het water, niet goed toegankelijk. Mensen gebruiken de dijk als wandel- en fietspad (over gemaaid gras), maar de Centraleweg is te gevaarlijk om te gebruiken of over te steken. De Centraleweg vormt dus een fysieke barrière tussen de Gasthuisweide en Lindonk. Er zijn geen paden die door het landelijke gebied voeren. De bestaande fietspaden liggen slechts aan één kant van de Centraleweg en lopen niet door of langs het plangebied. De straten in de omliggende woonwijken lopen dood en reiken niet tot aan de waterkant. De toegang tot het
(gras) wandelpaden beperkt tot de dijk, geen paden door het landelijk gebied
water en het terrein is vanuit deze wijken niet mogelijk; bezoekers kunnen het gebied alleen bereiken via de Centraleweg. Door goede verbindingen te maken tussen de woongebieden en het natuurpark, ontstaat een prachtige gelegenheid voor veel mensen om te genieten van een groen gebied, dicht bij de stedelijke omgeving. De beide delen die nu door de Centraleweg gescheiden worden, kunnen worden verbonden en duidelijke en veilige entrees krijgen met toegankelijke routes voor iedereen – ook voor mindervaliden en ouderen. Eveneens ligt er een kans om bezoekers dichter bij het water te brengen, zodat water integraal deel vormt van het park. De aanleg van paden, bruggen, steigers en vlonders maakt water tot meer dan een achtergronddecor. Water vormt dan een actief onderdeel van de aankomst en beleving.
fietspad alleen door het gebied
beperkte toegang tot het water en het eiland
Bestaande situatie - routes langzaamverkeer.
27
2.4 LESA EN DRAAIKNOPPEN
Landschapsecologische Systeemanalyse (LESAlight) geeft inzicht in het functioneren van de huidige natuur situtatie, de potentie voor natuur op locatie en de draaiknoppen waarmee de ontwikkeling kan worden gestuurd. Daarnaast laat de LESA de potentie voor een ecologische verbindingszone zien. Voor Natuurpark de Donge levert de LESA de volgende analyse, kansen en aandachtspunten op: • Het oorspronkelijke rivierenlandschap historisch gevormd door rivierinvloeden, getijden, sedimentatie – is verloren gegaan. Hier ligt een kans om het rivierlandschap herstellen. • In de analyse van het reliëf is het Zuidergat, een voormalige eilandstructuur, zichtbaar. Deze oude structuur kan worden hersteld waardoor de eilandstructuur weer zichtbaar wordt. • Oude, verhoogd liggende getijdenkreken zijn nog steeds goed leesbaar. De zichtbaarheid kan worden versterkt door ze op te hogen. Op Lindonk liggen ondiepe poelen en een verhoging aan de oostzijde. • Historisch was het gebied een eiland in de benedenloop van de Donge, een voormalige zoetwatergetijdekreek met een grote dynamiek. Door de aanleg van de Haringvlietdam is de getijwerking grotendeels verdwenen. De Donge functioneert nu als een gestuwd afwateringssysteem. De peildynamiek volgt de Bergsche Maas (hoger in de winter).
Er is in de Bergsche Maas nog een getijdensysteem met een peilverschil van 30 cm, maar die wordt nu door de dijken afgeschermd van de Donge. Het eiland heeft primaire (ca. +3,50 m) en overige (+2.50 m) dijken die aansluiten aan de Koedambrug (hoogtes lopen tot +6,5 m NAP). Een directe waterverbinding is nu niet mogelijk. Er ligt
28
• •
•
• •
•
een kans om het plangebied onder invloed te brengen van het getijdensysteem, maar dat heeft vergaande consequenties. Er kunnen lokaal natte zones worden gecreëerd door het kwelwater te gebruiken. De bodemopbouw weerspiegelt de structuur van het voormalige eiland. Het centrale deel bestaat uit kalkrijke, lichtere zavel (afzettingen van de oude getijdenwerking). De nattere randen hebben zwaardere klei- en zavelgronden met veeninvloed. De geulen bevatten dikke kleilagen op zand en veen, terwijl de kern een dunne kleilaag op dik zand heeft. Door langdurig agrarisch gebruik zal de toplaag veel stikstof en fosfaat bevatten. Hiernaar is nader onderzoek nodig. De waterkwaliteit van de Donge was slecht, maar is de afgelopen jaren verbeterd. Op dit moment is er weinig variatie in fauna. De ontwikkeling tot natuurpark is een kans om nieuwe habitats voor dieren te maken met nieuwe faunapassages. De positie van het eiland biedt een enorme kans om deel uit te maken van Natuurnetwerk Brabant (NNB). De Donge vormt een essentiële ecologische verbinding tussen de Langstraat en het Natura 2000-gebied de Biesbosch.
De LESA-light laat zien dat de focus voor ontwikkeling van natuur moet liggen op:
Buitendijks Ontwikkelkansen voor natuur vanuit de interactie en wisselwerking tussen de zoetwatergetijdenrivier met eb en vloed. Het buitendijkse deel (Lindonk) ligt direct aan de Donge en staat onder invloed van de rivier, met een getijverschil van circa 30 cm. De getijdendynamiek en hoogwaterpieken bepalen hier de natuurontwikkeling.
Het landschap is gevormd door Pleistoceen zand en grind, waaroverheen in het Holoceen veen en klei werden afgezet. Een hoger gelegen rivier- of stuifduin (donk) bood een droge plek voor bewoning. De SintElisabethsvloed (1421) maakte het gebied een dynamisch getijdengebied. Geologisch markeert het terrein de overgang tussen hogere zandgronden en lagere kleipolders.
Het reliëf is een complex resultaat van natuurlijke geulvorming en menselijke ingrepen. Hoogteverschillen hangen samen met ingeklonken polders en verhoogde kreekruggen (oude getijdekreken). Binnen het studiegebied is een voormalige eilandstructuur zichtbaar, met de lage Zuidergat-geul. Lindonk toont ondiepe poelen en een verhoging aan de oostzijde.
Het studiegebied kent een complex maar goed gereguleerd hydrologisch systeem met lokale verschillen in peilbeheer, kwel en grondwaterstand. De Donge speelt hierbij een belangrijke rol via kweldruk en getijinvloed, terwijl de polders Allaard en Gasthuizenwaard elk een eigen peilbeheer kennen dat afgestemd is op landbouw en waterafvoer.
29
bosveensystemen.
Figuur 2-47 Koedambrug met faunatunnel en doorvaartbreedte (links), Centraleweg die het studiegebied doorsnijdt (rechts).
2.8.2
Soorten en verspreiding
De bodemopbouw weerspiegelt de structuur van het voormalige eiland. Het centrale Soortgroepen die waargenomen zijn in het studiegebied en verzameld zijn in de database NDFF lichtere zavel deel bestaatvan uit kalkrijke, van verder de oude getijdenwerking). (Nationale Databank Flora en Fauna) zijn weergegeven in Figuur 2-48 en worden(afzettingen hieronder De nattere randen hebben zwaardere klei- en toegelicht per soortgroep. Opvallend is dat er zeer weinig waarnemingen zijn in ditzavelgronden gebied, de NDFF met veeninvloed. De geulen database bevat ook goedgekeurde waarnemingen van natuurliefhebbers maar deze weinigop zand en veen, bevattendoen dikke kleilagen terwijl de kern een dunne waarnemingen in het gebied. Vissen en amfibieën zijn in deze database niet aangetroffen, maar op kleilaag op dik zand heeft.
basis van de locatie kunnen wel aannames gemaakt worden over de te verwachten soorten.
Binnen het NNB of Natuurnetwerk Nederland kan een verder onderscheid gemaakt worden in verschillende natuurbeheertypen. Direct aangrenzend aan het studiegebied ligt enkel N16.03 ‘Droog bos met productie’, onderstaande figuur laat dit zien als ook de andere natuurbeheertypen. In het studiegebied zijn weinig natuurwaarnemingen geregistreerd in de NDFF-database. Er zijn nauwelijks gegevens van vissen en amfibieën, maar op basis van het landschap kunnen wel aannames worden gedaan over verwachte soorten.
Ook wijst de provincie Brabant gebieden aan met ‘Groenblauwe waarden’. Dit zijn gebieden om de robuustheid van het systeem te bevorderen, als verbinding tussen het NNB en het landelijk gebied. Het zijn gebieden met belangrijke nevenfuncties voor natuur en water. Ook groene gebieden in en nabij de stedelijke omgeving zijn soms opgenomen binnen Groenblauwe waarden. Deze gebieden bieden bij uitstek mogelijkheden voor recreatie, extensieve vormen van landbouw en multifunctioneel landgebruik of extensieve ontwikkeling van stedelijke ontwikkeling. Figuur 2-30: Bodemtypes in en rondom het studiegebied volgens de BRO bodemkaart (grijs: bebouwd gebied. Bron: BRO). Het studiegebied ligt strategisch binnen het Brabantse Natuurnetwerk, tussen belangrijke 2.5.2 Bodemprofielen natuurkernen als De Biesbosch en De Langstraat. waardevolle moerasGebruikmakend van geotechnische booronderzoeken in het gebied, die veelal gedaan zijn in Het hetbevat kader en bosvegetaties en heeft potentie als van dijkversterking, kunnen we een beter beeld krijgen van de bodemopbouw. Deecologische locaties schakel van deze in het regionale netwerk van wateren natuurverbindingen. booronderzoeken zijn beperkt maar laten een groot contrast zien van bodemopbouw in de geul en
Figuur 2-48 Verspreiding midden in het eiland. NDFF waarnemingen per soortgroep.
45
33
Figuur 2-44: Gebieden met ‘Groenblauwe waarden’ (in lichtblauw) en NNN/NNB met natuurbeheertypen. 30 Rondom de Donge, de monding van de Donge en het plassengebied zijn N16.03 ‘Droog bos met productie’ (lichtbruin), N16.04 ‘Vochtig bos met productie’ (donkerbruin), N05.04 ‘Dynamisch
Er zijn mogelijkheden voor rivier- en getijdennatuur met slik- en rietoevers, zachthoutooibossen, moeraszones en zoetwatergetijdengebieden. De belangrijkste draaiknoppen of sturende factoren zijn de peildynamiek, maaiveldhoogte en het beheer. Met gerichte maatregelen kan hier een waardevol gebied met rivier- en getijdennatuur ontstaan. Daarvoor is een toepassing van een afsluitbare dijk noodzakelijk.
Binnendijks Ontwikkelkansen voor natuur als verstild rivierenlandschap met aandacht voor bodem, grondwater, bemesting, reliëf en beheer. Het binnendijkse deel (Gasthuisweide) ligt buiten de directe invloed van de rivier en wordt gestuurd door het grondwaterpeil, de bodemopbouw en het agrarisch gebruik. De bodem bestaat uit klei en zavel, met lokaal hoge voedselrijkdom. Door jarenlang agrarisch gebruik is de toplaag sterk vermest. Hier liggen kansen voor bloemrijk hooiland, natte ruigten, doornstruwelen en kleinschalige moerasvegetaties, mits de voedselrijke toplaag wordt verarmd en het beheer hierop wordt afgestemd. Door het graven, ophogen of verlagen van delen van het terrein kan dit vlakke landschap worden omgevormd tot een afwisselend reliëfrijk gebied met verschillende natuurzones.
Ontwikkelkansen voor het natuurpark als onderdeel van het aanwezige groenblauwe netwerk (NNN/NNB) Hier liggen kansen om het gebied een ecologische stapsteen te maken binnen het Natuurnetwerk Brabant: een verbindingszone tussen de Donge en de Biesbosch, waar natuur en recreatie elkaar versterken. Zo kan Natuurpark De Donge uitgroeien tot een uniek overgangslandschap van rivier naar polder, waar natuurlijke dynamiek, biodiversiteit en beleving samenkomen. Het gebied heeft potentie voor riet- en oevergebonden soorten zoals rietzanger, karekiet en ringslang, en er zijn Rode Lijstsoorten van vogels vastgesteld (bijvoorbeeld koekoek en tureluur). En er zijn bevers en vleermuizen. De ligging aan water, moeraszones en de verbinding met de Donge maken het terrein geschikt voor herstel van zoetwatergetijdennatuur en versterking van ecologische verbindingen in het regionale netwerk.
Ϯ
'ƌŽŶĚǁĂƚĞƌ͕ ŬǁĞů ΘďŽĚĞŵ BUITENDIJKS
BINNENDIJKS
31
2.5 RANDVOORWAARDEN EN TOEKOMSTIGE ONTWIKKELING Waterschap Brabantse Delta De primaire waterkering voldoet op dit moment niet aan de normen en zal in de toekomst versterkt moeten worden. Het waterschap voert tot 2027 een dijkversterkingsonderzoek uit. De resultaten hiervan kunnen invloed hebben op de dijk bij Gasthuisweide en op de keuzes voor de ontwikkeling langs de Donge. Daarnaast wordt gewerkt aan een ruimtelijk perspectief voor het gebied (WAD: Wilhelminakanaal–Amertak–Donge).
32
Dit perspectief kan dienen als een van de richtingen die in het toekomstige dijkversterkingsproject verder wordt onderzocht. Zolang de uitkomsten van het onderzoek en het ruimtelijk perspectief nog niet bekend zijn, worden geen definitieve besluiten genomen over ingrepen langs de Donge. Goede afstemming met het Waterschap Brabantse Delta blijft daarom essentieel. Hier ligt een kans om toekomstige dijkversterking en de
ontwikkeling van het Natuurpark in samenhang te brengen. Het dijkonderzoek dient daarbij niet alleen uit te gaan van de huidige situatie, maar ook rekening te houden met een mogelijke toekomstige verandering van de functie van de polder. Uitgangspunten voor inrichting van de primaire waterkering: • Geen bomen op de dijk. Alleen bestaande bomen kunnen onder voorwaarden behouden blijven. • Grondophoging binnen deze zones is vergunningsplichtig en alleen toegestaan als wordt aangetoond dat dit geen invloed heeft op de stabiliteit van de kering. • Nieuwe voorzieningen, zoals paden, mogen geen schade veroorzaken aan de grasmat en moeten aansluiten op bestaande op- en afritten. • De wandelpaden die op de dijken komen, en in de onderhoudsberm, moeten vrij blijven voor inspectie en beheer. • Bruggen, trappen en vlonders zijn vergunningsplichting. Ze moeten erosiebestendig zijn. Deze elementen kunnen pas na 2027 worden beoordeeld, in samenhang met het dijkversterkingstraject.
Uitgangspunten voor werkzaamheden op de overige waterkering: • Het doorgraven van de overige kering kan risico’s opleveren voor de waterveiligheid (piping en stabiliteit). Hiervoor is een stabiliteitsanalyse nodig en zijn en mogelijk compenserende maatregelen vereist. • Ook het verbreden of verbinden van watergangen moet vooraf worden doorgerekend. Een afsluitbare duiker heeft
de voorkeur; de afmeting wordt bepaald door de benodigde waterafvoer. Langs de Donge worden beverwerende voorzieningen geplaatst om schade aan de kering te voorkomen. Wanneer de overige kering bij Lindonk wordt opengebroken of een duiker wordt aangelegd, zijn aanvullende maatregelen nodig.
Waterberging Het Lindonk-deel is aangewezen als ‘ruimte voor water’ (profiel van vrije ruimte). Hier kan aan de binnenzijde een flauwe oever (1:5) worden aangelegd om de biodiversiteit te versterken. De hoogte van de voorliggende kering en de bergingscapaciteit moeten behouden blijven, mede vanwege verplichtingen uit eerdere dijkversterkingsplannen en de MER Hoogwatervrijmaking Dongemond. Het gebied van Lindonk als retentiegebied kan – ook al is de oppervlakte niet groot - bijdragen aan het project Ruimte voor de Rivier 2.0. Een alternatieve denkrichting is dat het gebied, vooral in zomerse en droge perioden - wanneer het waterniveau in de Bergsche Maas daalt als retentiegebied met schoon, zoet water van betekenis kan zijn voor de gemeente.
Hoogspanningslijnen In de toekomst wordt de bestaande bovengrondse 150 kV-verbinding die door Geertruidenberg en Raamsdonksveer loopt, ondergronds gebracht (verkabeld). Waar deze nieuwe kabel precies komt te liggen, is nog niet bekend, maar dit kan invloed hebben op het plangebied. TenneT voert dit project uit in samenwerking met de gemeente Geertruidenberg en betrekt hierbij
33
de omgeving voor het bepalen van een voorkeurstracé. Zodra dat is vastgesteld, moet het bestemmingsplan worden aangepast en de benodigde vergunningen worden aangevraagd. Hiervoor zijn onderzoeken nodig naar de effecten op natuur, water, bodem en archeologie, en moet afstemming met grondeigenaren plaatsvinden over de aanleg op hun percelen. Pas na afronding van deze procedures kan gestart worden met de aanleg van de ondergrondse hoogspanningskabel. Daarnaast loopt er op langere termijn een onderzoek naar een nieuwe ondergrondse 380 kV-verbinding. Een van de tien onderzochte tracés ligt in dit gebied, maar dit behoort tot de meest complexe en kostbare opties (zie LESA). Op basis van de onderzoeksresultaten en het regioadvies wordt naar verwachting eind 2026 of begin 2027 een voorkeurstracé gekozen. Voor het plaatsen van bomen gelden afstandsen hoogterestricties bij hoogspanningsmasten en -kabels: onder de huidige 380 kV-lijnen geldt een minimale afstand van 7 meter en een maximale hoogte van 2 meter, en onder de 150 kV-lijnen geldt een minimale afstand van 2 meter en eveneens een maximale hoogte van 2 meter.
Projecten in de omgeving In de omgeving spelen verschillende projecten die op korte termijn gerealiseerd kunnen worden en invloed hebben op het plangebied: 1. Achter de Hoeven: Op deze locatie komen minimaal 150 woningen. Het is een van de laatste grootschalige binnenstedelijke locaties binnen de gemeente. Aan dit project is vrijwillige natuurcompensatie verbonden: een kans voor de ontwikkeling van Natuurpark De Donge. De raad heeft aangegeven dat er geen wettelijke verplichting bestaat, maar dat zij wel waarde hechten aan het realiseren van compensatie. 2. Het Veerse Dok: De herontwikkeling van Jachthaven Dok 12 voorziet in nieuwe woningen. Deze ontwikkeling grenst aan de zuidzijde van het Natuurpark. Hier liggen kansen voor een gezamenlijk ontwerp met het Natuurpark met een park-entree vanaf deze kant. 3. Landonk: Op de aangrenzende velden worden nieuwe woonwijken ontwikkeld die direct aan het Natuurpark grenzen. Dit biedt kansen voor aantrekkelijke verbindingen tussen de woongebieden en de natuur- en recreatievoorzieningen van het park. De verwachte groei in woningen en verkeer benadrukt de noodzaak van een nieuw park.
34
Achter de Hoeve
ie t a ns e mp o rc u tu a n
integraal ontwerp met parkrand Het Veerse Dok
Landonk
35
03 01 VARIANTEN,VISIE ZONERING OP OPGAVE EN PROGRAMMA
3.1 DRIE VARIANTEN
Een belangrijk onderdeel van de verkenning aan het begin van het proces was de relatie tussen het eiland en het omliggende water. Vanuit cultuurhistorisch en recreatief perspectief is het aantrekkelijk om van de Allardpolder opnieuw een eiland te maken. Daarvoor zijn verschillende varianten onderzocht. Deze varianten zijn samen met de gemeente en het waterschap beoordeeld op hun technische haalbaarheid, effecten en kosten. De minst ingrijpende variant (1) behoudt de bestaande waterkeringen en voorziet in het graven van een brede waterpartij op de plek van het voormalige Zuidergat om de suggestie van een eiland te realiseren. Een verdergaande variant (2) zou de primaire waterkering onderbreken om een open verbinding met de Donge (Noordergat) te creëren. Dat zou echter betekenen dat er nieuwe waterkeringen nodig zijn aan de zuidzijde van het Zuidergat en mogelijk ook langs de Gasthuisweide om de Karthuizerpolder te beschermen. Dit maakt de ingreep complex en kostbaar, ook al zou de nieuwe zuidelijke waterkering aan minder technische eisen hoeven te voldoen.
Historische kaart met projectie van het eiland.
38
In de meest vergaande variant (3) zou de hele Allardpolder, inclusief Gasthuisweide, buitendijks komen te liggen, waardoor het gebied zou functioneren als een overstroomgebied – zoals ooit voorgesteld in het Masterplan Donge-oevers (2000). Uit de variantenstudie bleek echter dat deze oplossing op korte termijn niet realistisch is vanwege de grote ruimtelijke, technische en financiële consequenties voor de dijken en infrastructuur. Uiteindelijk is gekozen voor de eerste, minst ingrijpende variant, waarbij de beleving van een eiland ontstaat, zonder de bestaande waterveiligheid aan te tasten. Door het graven van een waterpartij op de locatie van het voormalige Zuidergat en de aanleg van een afsluitbare duiker in de primaire kering, wordt de Allardpolder opnieuw grotendeels omsloten door water. Door nieuwe routes die de Gasthuisweide en Lindonk beter met elkaar verbinden werkt de Centraleweg minder als barrière. Zo beleven bezoekers het gebied weer als één samenhangend geheel en als een eiland in de rivier.
Huidige situatie
afsluitbare duiker
water alleen visueel verbonden
nieuwe waterlichaam
Ingrepen: Kosten: Knelpunten: Kansen:
dijk met de rijweg blijft; water alleen visueel verbonden; nieuwe sloot heeft een ontsluitng nodig met duiker. € waterkwaliteit van sloot. interessante ecologie met recreatie.
Ingrepen: Kosten: Knelpunten: Kansen:
aanleg van nieuw dijken; water verbonden; 2x nieuwe bruggen. €€€ plan afhankelijk van het Waterschap. terug naar orspronkelijke vorm.
Ingrepen: Kosten: Knelpunten: Kansen:
dijkverwijdering, weg verplaatsen; water verbonden; 3 nieuwe bruggen. €€€ plan afhankelijk van het Waterschap pas na 2027. interessante ecologie met recreatie; terug naar orspronkelijke vorm.
Variant 1: Eiland binnendijks
nieuwe brug
nieuwe dijk nieuwe brug
nieuwe dijk
Variant 2: Eiland binnendijks
nieuwe brug
nieuwe brug nieuwe brug
Variant 3: Eiland buitendijks
39
3.2 ZONERING EN PROGRAMMA
Het park is ontworpen als een natuuroase voor de inwoners van de gemeente Geertruidenberg: een plek om elkaar te ontmoeten en om van de natuur te genieten. Voor dieren, insecten en planten ontstaat een belangrijk leefgebied: een stapsteen tussen andere natuurgebieden als broedplaats, overwinteringsplek en voederplaats. Het park speelt dus een belangrijke rol in het herstellen en versterken van de biodiversiteit, door een grotere variatie aan soorten aan te trekken en hiervoor een geschikte omgeving te bieden. Om een plek te creëren die waardevol voor de natuur is èn geschikt voor recreatie, is een goede zonering essentieel. Daarnaast, zo werd ook tijdens de participatiesessies benadrukt, moet er aandacht zijn voor veiligheid. Het inrichtingsplan voorziet in een centrale ontmoetingsplek nabij de Centraleweg, die goed zicht biedt op de omgeving en bijdraagt aan sociale veiligheid. Door passieve sociale controle wordt de kans op ongewenst of asociaal gedrag beperkt. De aanwezigheid van mensen en goed zicht kunnen potentiële overtreders afschrikken, omdat de kans groter is dat zij worden gezien en aangesproken.
Hoe meer natuurlijk toezicht, hoe veiliger mensen zich voelen, wat hen stimuleert om de openbare ruimte vaker te gebruiken. Zo ontstaat een positieve wisselwerking. Door de recreatie te concentreren rond de centrale plek blijft de rest van het gebied grotendeels gereserveerd voor natuurontwikkeling. Natuur heeft rust nodig; daarom komen er drukkere zones en rustiger zones. Via wandelpaden en uitkijkpunten kunnen bezoekers de natuur van gepaste afstand beleven. Kleine elementen zoals vlonders en vogelkijkschermen maken op selectieve plekken de nabijheid tot de natuur mogelijk. De recreatievormen die hier het best bij passen zijn natuurgericht, zoals vogels kijken, wandelen, spelen in de natuur en recreatie aan het water. Daarnaast biedt het terrein kansen voor natuureducatie voor zowel kinderen als volwassenen, bijvoorbeeld via routes of excursies. Door het aantal recreatieve voorzieningen en ingrepen beperkt te houden, blijven de beheerkosten laag en is er meer geld voor de ontwikkeling van natuur.
Raamsdonksveer
Geertruidenberg Collage: Het park als natuurlijk eiland in de Donge tussen de twee kernen.
40
Goed toezicht Sociale veiligheid
Plekken voor mensen en reuring.
Ruimte voor natuur en rust.
natuur vs recreatie
90-95%
5-10%
inrichting
€
10%
90%
beheer
€
90%
10%
Verdeling van zonering voor natuur en recreatie.
41
04 01 DEFINITIEF VISIE OP OPGAVE ONTWERP
ONTWERP Natuurpark de Donge wordt een prachtige en unieke plek waar mensen van de natuur kunnen genieten, kunnen spelen, wandelen en verblijven. Geertruidenberg en Raamsdonkveer liggen om de hoek en voelen toch best ver weg. Je ervaart het Natuurpark als een eiland in de Donge. Het nieuwe landschap heeft een natuurlijke basis waarbij slim wordt ingespeeld op de kansen van het gebied. We creëren diverse uitgangssituaties waarop de natuur zal reageren. Zo ontstaat een heel gevarieerd natuurlijk landschap dat relatief weinig onderhoud nodig heeft. Aan dat landschap worden recreatieve voorzieningen toegevoegd, waardoor mensen het gebied goed kunnen gebruiken en beleven. Het gebied wordt ingericht met 90% natuur en 10% recreatie, waarbij de natuur aansluit op het omliggende landschap. Het park wordt vooral toegankelijk gemaakt voor voetgangers en fietsers, waarmee gezond en duurzaam verkeer wordt gestimuleerd. Parkeren binnen het projectgebied wordt niet toegestaan, met uitzondering van enkele plekken voor mindervaliden buiten de projectgrens. De paden in het park worden zodanig aangelegd dat ze toegankelijk zijn voor mindervaliden. In het programma is ruimte voor een kiosk (geen horeca), een speeltuin voor alle leeftijden met een natuurlijke uitstraling en plekken voor sporten en vrij spelen.
Honden zijn welkom, maar altijd aangelijnd en alleen op de hoofdpaden, om de natuur te beschermen. Daarnaast worden voorzieningen gerealiseerd die bijdragen aan natuurbeleving en educatie, zoals plekken om dieren te observeren en wandelroutes die bezoekers door zorgvuldig afgeschermde gebieden leiden. Hierna lichten we eerst het natuurlijke landschap toe en daarna de recreatieve inrichting en gaan daarna in op de mogelijkheden voor recreatief gebruik.
44
LEGENDA NATUUR & WATER
ROUTING
ELEMENTEN
slik & schoren intergetijdenoever met dode hout
bestaande rijweg, fietspad en nieuwe wandelpad
positie nieuwe kiosk met picknic tafels en fietsnietjes
natte graslanden / ruigte en hooilanden
hoofdpaden (ook toegelijke voor de fietsers)
informatieborden
riet met nieuwe poelen
paden - vlonder
hekwerk
bossen/struweel
struinpaden
vlonders / vlonderbrug
nieuwe waterlichaam (voormalige Zuidergat)
route toegankelijk voor hondern
uitkijktoren
bestaand water De Donge bestaande dijken met kruidenrijke vegetatie
vogelsuitkijkplek speeltuin met houten palen en elementen, glijbanen, waterpomp met zwerfkeien
45
4.1 RELIËF EN NATUURZONES Op basis van de LESA zijn er natuurtypen gekoppeld aan zones die in het gebied aanwezig zijn of kunnen ontstaan, afhankelijk van de inundatiekarakteristieken en de invloed van grondwater(dynamiek). Zo zijn zes zones gedefinieerd: permanent water met een zoetwatergetijdekreek; intergetijdenoever met riet- en slikkige rivieroevers;
uiterwaarde (laag) met riet, zachthoutooibos en natte ruigten; uiterwaarde (hoog) met hardhoutooibos en nitrofiele ruigten en zomen en dijken, en hoge uiterwaarden. Aan elke zone zijn hoogtes gekoppeld en soorten die zich in de zones kunnen vestigen. Dit vormt de leidraad voor het ontwikkelen van nieuwe natuur op het eiland.
ZŝĞƚŵŽĞƌĂƐŝŶĚĞKŽŝũƐĞ ŐƌĂĂĨ Ξ:ĞƌŽĞŶ,ĞůŵĞƌ͕Z<
hŝƚĞƌǁĂĂƌĚĞ ;ůĂĂŐͿŵĞƚƌŝĞƚ͕ njĂĐŚƚŚŽƵƚŽŽŝďŽƐ ĞŶ ŶĂƚƚĞ ƌƵŝŐƚĞŶ DĞĞƌũĂƌŝŐ ƌŝĞƚ ŵĞƚĞǀƚ ƉŽĞůĞŶ ^ĐŚŝĞƚǁŝůŐ͕ŬƌĂĂŬǁŝůŐ͕njǁĂƌƚĞ ĞůƐ ĞŶ ĞƐ͕ ŵĞƚŐĞůĞ ůŝƐ͕ůŝƐĚŽĚĚĞ͕njǁĂŶĞŶďůŽĞŵ ZƵŝŐƚĞŶ ŵĞƚŵŽĞƌĂƐƐƉŝƌĞĂ͕ĞĐŚƚĞ ǀĂůĞƌŝĂĂŶ ĞŶ ŚĂƌŝŐ ǁŝůŐĞŶƌŽŽƐũĞ KŶĚĞƌƐĐŚĞŝĚ njŽŶĞƐϭϬͲϯϬĞŶ хϯϬ ĚĂŐĞŶͬũĂĂƌ ŽǀĞƌƐƚƌŽŵŝŶŐƐĚƵƵƌ <ůĞŝŶĞŬĂƌĞŬŝĞƚ͕ďĂĂƌĚŵĂŶŶĞƚũĞ͕
hŝƚĞƌǁĂĂƌĚĞ ;ŚŽŽŐͿŵĞƚ ƉŽƌƐĞůĞŝŶŚŽĞŶ͕ǁŽƵĚĂĂƉ͕ƌŽĞƌĚŽŵƉ͕ ŚĂƌĚŚŽƵƚŽŽŝďŽƐ ĞŶ ŶŝƚƌŽĨŝĞůĞƌŝŶŐƐůĂŶŐ͕ŶĂĐŚƚĞŐĂĂů͕ŽƚƚĞƌ͕ďĞǀĞƌ͕ ŚĞƌŵĞůŝũŶĂĐŚƚŝŐĞŶ͕ŝŶƐĞĐƚĞŶ ƌƵŝŐƚĞŶ ĞŶ njŽŵĞŶ tĞŝŶŝŐ ďĞŚĞĞƌ͕ĞǀĞŶƚƵĞĞů ƉŽĞůĞŶ
EĞƚŝŶǀůŽĞĚ ǀĂŶŚŽŽŐǁĂƚĞƌƐ ;ϭͲϭϬĚŐͬũƌͿ ŽŵĞƌĞŝŬ͕ĞƐ͕ŝĞƉĞŶ͕ůŝŶĚĞ͕njǁĂƌƚĞ ƉŽƉƵůŝĞƌ͕ ƌƵŝŐƚĞŶ ŵĞƚŝŶďŽƐ ĞŶ ůĂŶŐƐ ;ŵĂŶƚĞůͿƌƵŝŐƚĞŶ ǀĂŶ ŚĂĂŐďĞƵŬ͕ĞƵƌŽƉĞƐĞ ǀŽŐĞůŬĞƌƐ͕ŬĂƌĚŝŶĂĂůƐŵƵƚƐ͕ ǁŝůĚĞ ůŝŐƵƐƚĞƌ͕ŚŽƉĞŶ ŬůŝŵŽƉ͕ĚŽŽƌŶƐƚƌƵǁĞůĞŶ ĞŶ ďƌĂĂŵƐƚƌƵǁĞůĞŶ͕ĞƚĐ EƵƚƌŝĞŶƚŵŝŶŶĞŶĚĞ njŽŵĞŶ ŽĨŽŶĚĞƌŐƌŽĞŝ ŵĞƚůŽŽŬͲ njŽŶĚĞƌͲůŽŽŬ͕ďŽƐĂŶĞŵŽŽŶ͕ƐŶĞĞƵǁŬůŽŬũĞ͕ ďĞƐĂŶũĞůŝĞƌ͕ďƌĂŶĚŶĞƚĞů͕ŬůĞĞĨŬƌƵŝĚ͕ĞƚĐ Van hoog naar laag: natuurzones en soorten. ŽŽŵŬůĞǀĞƌ͕ďůĂƵǁďŽƌƐƚ͕ǁŝĞůĞǁĂĂů͕ŐƌŽĞŶĞ ƐƉĞĐŚƚ͕njĞĞĂƌĞŶĚ͕ǀŽƐ͕ƌĞĞ͕ŵƵŝnjĞŶ͕ ŚĞƌŵĞůŝũŶĂĐŚƚŝŐĞŶ
46
<ůĞŝŝŐĞ ďŽĚĞŵůĞŝĚƚ ƚŽƚĞƐƐĞŶͲŝĞƉĞŶ ďŽƐ ĂŶĚŝŐĞ ďŽĚĞŵůĞŝĚƚ ƚŽƚĂďĞůĞŶͲŝĞƉĞŶ ďŽƐ ǀĞŶƚƵĞĞů ŚĂŬŚŽƵƚďŽƐďĞŚĞĞƌ ŽĨĞdžƚĞŶƐŝĞǀĞ
RELIËF EN NATUURZONES
Door reliëfgradiënten te maken - op sommige plekken grond afgraven en op sommige verhogen – ontstaan verschillende natuurzones, essentieel voor de natuurontwikkeling. Het terrein is nu vlak, maar hoogteverschillen beïnvloeden het (grond)waterpeil. Dat bepaalt vervolgens de bodemgesteldheid, de vegetatie die kan groeien en daarmee de verdere ecologische ontwikkeling. Hoewel het gebied relatief vlak is, bestaat er ook nu al een klein verschil in maaiveldhoogte. Delen van Lindonk en het voormalige Zuidergat liggen lager. Op Lindonk ontstaat de mogelijkheid om het gebied natter te maken en een kreek te introduceren die onder invloed staat van de Donge, omdat het buiten de primaire kering ligt. Door het graven komt er permanent zoetwater met getijdeninvloed binnen (+0,1 tot +0,4 m NAP, dat bij lage zomerstanden kan droogvallen). Langs deze kreek ontstaan intergetijdenoevers met slikkige oevers en riet. Ook op het voormalige Zuidergat wordt het water teruggebracht, passend bij de bestaande bodem- en waterpeilen. Hier wordt een nieuwe waterpartij uitgegraven in de vorm van de oude waterloop. Via een duiker komt er verbinding met de Donge, zodat het water
Huidige situatie
48
niet stilstaat maar zowel door grondwater als rivierwater gevoed wordt. In deze zones ontstaat een mozaïek van water, riet, lage uiterwaarden met zachthoutooibos en natte ruigten – vergelijkbaar met het typische Biesbosch-wilgenbos. De vrijgekomen grond wordt circulair hergebruikt om een hogere rug aan te leggen op de Gasthuisweide. Zo ontstaat een duidelijke gradiënt van natuurzones: van laag en zeer nat tot hoog en droog. Op de hogere delen, zoals de dijk, komen bloemrijke hooilanden en doornstruwelen. Op de hoger gelegen uiterwaarden ontwikkelt zich droog hardhoutooibos (met soorten als abeel en iep) met bosranden en zoomvegetaties. Lager in de uiterwaarden komt vochtig hardhoutooibos (met es en eik) en ruigten, terwijl de laagste delen gedomineerd zullen worden door riet, zachthoutooibos en natte ruigten. Op de hoge rug ontstaat bos dat niet onder invloed staat van rivierdynamiek; dit wordt hierdoor geen typisch riviergebonden hardhoutooibos maar eerder een droger bos, waar soorten als beuk de overhand zullen krijgen. Afhankelijk van de bodemopbouw (zand of klei) en het beheer kan hier verder op worden gestuurd.
RUG
GETIJDEN ERVAREN
WATER GRAVEN Principe grondwerkzaamheden
Huidige situatie - hoogtes
Ontwerp - hoogtes
Huidige situatie - natuurzones
Ontwerp - natuurzones
49
+1.00
50
Profiel B-B' - Gasthuisweide schaal 1:500
B-B' - Gasthuisweide 1:500
Profiel B-B' - Gasthuisweide Profiel B-B' - Gasthuisweide schaal 1:500 schaal 1:500
+3.00
+2.50
zoom
+3.00
mv bestaand
mv nieuw
rietzone met wilgen
+0.73
+0.73
+0.73
1:3
+0.82
intergetijdeoever
rietzone met wilgen
1:3
+3.00
+2.50
intergetijdeoever
permanente water
+0.96
+1.10
+1.19 +0.12
+1.46
+2.52
+1.51
+1.24
+0.73
bemeste grond weghallen min. 20-30cm
bos
zoom
+3.00 +2.00
permanente water
intergetijdeoever
intergetijdeoever
1:3
pad +2.00
+2.50
+1.50
intergetijdeoever
1:3
pad
+2.50
speelweide +1.50 intensief +2.00gras
intergetijdeoever
permanente water
permanente water
+0.96
rietzone
1:3
bos
speelweide pad intensief gras zoom
+2.00
+2.00
1:3
pad
+2.00 +1.50
intergetijdeoever
rietzone
intergetijdeoever
+1.10
+0.96
natte zomen
+1.19 +0.12 +0.96
+2.52 +1.10
taluds met +1.46 kruidenrijke mengsel +1.10 rietzone
natte zomen
rietzone
taluds met kruidenrijke mengsel
pad
+1.51
+1.19 +0.12 +1.24
mengsel
natte zomen natte pad zomen
mengsel
1:3
speelweide intensief gras
+1.50
+1.50
+3.50
+2.52
+1.51
+1.24
+0.56
bemeste grond weghallen min. 20-30cm
zoom
pad+1.50
+2.00
+2.00 talud +3.50 bloemrijk gras
kiosk fase 2 +1.50
+1.51
+1.24
1:3
speelweide intensief gras
talud bloemrijk gras
pad kiosk fase 2
+1.00
+3.50
+1.50 halfverharding
lig- en speelweide +3.50 intensief gras
talud bloemrijk gras
lig- en talud speelweide bloemrijk gras intensief gras pad halfverharding
pad
+1.00
strand zand
Profiel A-A' - Lindok schaal 1:500
taluds met +1.46 pad kruidenrijke natuurvriendelijke natuurvriendelijke +2.52 mengsel oever +0.56 +0.56 oever taluds met +1.46 +1.19 kruidenrijke taluds met +0.12 taluds met mengsel kruidenrijke kruidenrijke
pad Donge
strand kiosk fase 2 zand
l A-A' - Lindok l 1:500 taluds met natuurvriendelijke kruidenrijke +0.56 oever mengsel taluds met kruidenrijke mengsel
natuurvriendelijke oever
Donge
kiosk fase 2 halfverharding
Profiel A-A' - Lindok schaal 1:500
wp +0.40 wp +0.40 lig- en water nieuw water nieuw speelweide intensief gras lig- en plangrens plangrens speelweidehalfverharding intensief gras
+1.00
plangrens
plangrens
Donge
strand zand
wp +0.40
ge
strand zand
water nieuw
DOORSNEDES
bemeste grond weghallen min. 20-30cm
bemeste grond weghallen min. 20-30cm
Profiel A-A' - Lindok schaal 1:500
mv nieuw
mv bestaand
talud talud bloemrijk bloemrijkgras gras
51
natuurvriendelijke oevers
plangrens
wp wp+0.40 +0.40
plangrens plangrens
+3.44 +3.44
+3.33 +3.33
+0.89 +0.89
+3.44
+3.33
natuurvriendelijke +0.89 natuurvriendelijke oevers oevers
talud bloemrijk gras
pad
+2.17
1:3
kruidenrijke mengsel taluds taludsmet met kruidenrijke kruidenrijke pad mengsel mengsel taluds met kruidenrijke mengsel
+1.21
+1.56
+2.50 +2.50
+1.07 +1.07
+0.55 +0.55
+1.56 +2.50 +1.56 +1.21 +1.21
rietzone met wilgen natte zomen natte zomen +1.07 taluds taludsmet met kruidenrijke kruidenrijke mengsel natte zomen mengsel taluds metpad pad
rietzone rietzonemet met+0.55 wilgen wilgen
intergetijdeoever
+0.40 +0.40
bemeste grond weghallen min. 20-30cm
talud bloemrijk pad gras pad
+0.40
-0.60 1:3 1:3
intergetijdeoever intergetijdeoever
permanente water
bemestegrond grond bemeste weghallenmin. min. weghallen 20-30cm 20-30cm
+2.17 +2.17
+0.40
+0.25 +0.25
+0.40 +0.40
+0.55 +0.55
+0.19 +0.19
+0.25 permanente permanente -0.60 water -0.60 water
intergetijdeoever
1:3
talud talud bloemrijk gras+1.50 bloemrijk gras
+1.50 +1.50
+0.55
intergetijdeoever intergetijdeoever
rietzone met wilgen
1:3 1:3
riet zone
wp wp+0.40 +0.40
+0.19
rietzone rietzonemet met wilgen wilgen
intergetijdeoever
-0.75 -0.75
+0.20 +0.20
+0.22 +0.22
+0.69 +0.69
zachthoutooibos, natte ruigten en zomen
riet rietzone zone
+1.50
wp +0.40
water waternieuw nieuw
water nieuw
riet zone
riet rietzone zone
+2.00 +2.00
+2.00 +1.50 +1.50
+2.50
uitkijktoren
intergetijdeoever intergetijdeoever
permanente -0.75 water uitkijktoren uitkijktoren 1:3
+2.50 +2.50
+3.00 +3.00
+0.20
intergetijdeoever permanente permanente water water
intergetijdeoever intergetijdeoever +0.22
1:3
+3.00
+3.50
+3.50 +3.50
1:3 1:3
zoom
zoom zoom
pad pad
+0.69
+0.82
1:3 1:3
pad
pad
pad pad
zachthoutooibos, zachthoutooibos, natteruigten ruigtenen en natte zomen zomen zachthoutooibos, zachthoutooibos, natteruigten ruigtenen en natte zomen zomen
zachthoutooibos, natte ruigten en zomen
Donge Donge
D
fundering
pad
gemaaid gras
0,50
1,50
0,50
kruidenrijk
gemaaid gras
0,80
kruidenrijk gras
kruidenrijk gras
struinpad
VEGETATIEZONES kruidenrijk gras
+1.56
+1.21
2%
2%
taluds met kruidenrijke mengsel
+2.50 taluds met kruidenrijke mengsel pad
natte zomen
+1.07 rietzone met wilgen
+0.55
zomen
wp +0.40
plangrens
natuurvriendelijke oevers
+0.89
talud bloemrijk gras
pad
Deze zone kan de rivierdynamiek van de Bergsche Maas benutten door kreekstructuren terug te brengen in het Donge zoetwatergetijdenlandschap, zoals ook in de Biesbosch. Een afsluitbare duiker in de waterkering, laat dan het water toe. De getijdewerking geeft een impuls aan het ontwikkelen van nieuwe vegetatietypes. Als er genoeg licht is en het water in de kreek helder genoeg, kunnen waterplanten zich ontwikkelen. Het toevoegen van dood hout in onderwater of gevallen bomen uit aangrenzend ooibos creëren een divers leefgebied voor macrofauna en vis zoals riviergrondel.
+3.44
+3.33
zomerklokje, en vervolgens een brede ruigere rietzone. De rietzone gaat over in natte ruigten en zomen van zachthoutooibos (diverse soorten wilgen).
Aanleg • Bemeste grond min. 20-30cm weghalen. • Kreekstructuren als 10-25m brede kreken, ca. 1-1.30m diep graven en maak flauwe taluds. Deze diepte is noodzakelijk voor de ontwikkeling van waterplanten. • Planten van water- en oevervegetatie. • Bomen in groepjes aanplanten.
zachthoutooibos en natte ruigten en zomen).
lage uiterwaarde
0.70
1.20
intergetijde oever
0.55
+2.17 talud bloemrijk gras
+1.50
Principe profiel smalle paden Principe profiel smalle paden Permanent water met en slikkige 1:50 schaal 1:50 De intergetijdenoever met riet-schaal rivieroevers is een zone van ongeveer 50 cm zoetwatergetijdekreek + diepte met invloed van de getijdeslag van Intergetijdenoever met riet- en ca. 30 cm. In deze zone kan kaal slik komen met nopjeswier, een smalle overstromende slikkige rivieroevers rietzone met planten als spindotterbloem en
bemeste grond weghallen min. 20-30cm
div min.
oeverzone: rietzone met wilgen oeverzone: rietzone met wilgen
52
Profiel C-C' - doorsnede geul / slik en schoren schaal 1:50
slik& schoren
2%
2%
gemaaid gras
3,00
0,50
vlonder
pad
0,50
kruidenrijk gras
gemaaid gras
1:3
kruidenrijk gras
gras
kleur: beige fundering
1,50
Principe profiel brede paden Soorten schaal 1:50
Voor enkele van de vegetatietypen die typisch zi vernatting en herstel van natuurlijkse seizoensdy toch binnendijks de juiste standplaatsconditie ontstaan en daarmee andere inrichtingsmaatre aangeduid bij de ecotopen en vegetatietypen.
Principe profiel vlonder schaal 1:50
Bij waterplanten: • grote fonteinkruiden zoals schedefonteinkruid en rivierfonteinkruid.
3.2 Ecotopen en vegetatietypen
Bij intergetijdenoever: bodem is doorspoeling nodig, door middel van bijvoorbeeld duikers naar de Donge, of afdekking met • Ook nopjeswier, spindotterbloem en Het is onduidelijk wat het effect van ijzerrijk zand. de kwelstroom in de uiterwaard is belangrijk. kwelwater is op zomerklokje, de waterkwaliteit enbiezen, -kwantiteitriet van een binnendijks oppervlaktewater zoals wanneer
In onderstaande hoofdstukken worden natuurty zijn of kunnen ontstaan, afhankelijk van grondwater(dynamiek). Zo worden permanent dijken en hoge uiterwaarden. Onder elk kopje alternatief is voor elk natuurtype, die voor kan Met behulp van de Landelijke Vegetatie Da beschreven (Schaminee et al., 2006).