CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

De raad besluit 20 april 2023, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Bedrijventerrein de Pontonnier37.545 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

 Bij alle nieuwbouwplannen moet (vuil) afvalwater en (schoon) hemelwater gescheiden worden behandeld. Het schone en vuile water worden daarbij apart aangeleverd aan de riolering of, indien mogelijk, wordt het schone water aan de natuur teruggegeven. Dit is ook het geval als in openbaar gebied nog steeds een gemengd rioolstelsel aanwezig is. Bij de inrichting, het bouwen en het beheer dienen zo min mogelijk vervuilende stoffen aan het bodem- en oppervlaktewatersysteem te worden toegevoegd. Hierbij verdient het materiaalgebruik speciale aandacht: uitloogbare of uitspoelbare bouwmaterialen dienen te worden vermeden teneinde watervervuiling te voorkomen. Beleidskader waterschap Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, het watersysteembeheer, het beheer van dijken en het beheer van vaarwegen.

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

23

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

Het watersysteembeheer -waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerplan 2016 - 2021, wat tot stand is gekomen in samenspraak met de waterpartners. Zo zijn bijvoorbeeld relevante waterthema's gekoppeld aan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema's/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. De Keur is onder andere te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie.

Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de 'beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak, en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater'. Buitendijks gebied Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor het waterbeheer binnen het deel van het plangebied dat buitendijks is gelegen. Het gaat daarbij om de Bergsche Maas en het Oude Maasje. In dit kader ziet Rijkswaterstaat toe op een goede kwalitatieve en kwantitatieve toestand van het watersysteem en op een veilige en ongehinderde afvoer van water. De gronden die vallen onder het waterbergend dan wel stroomvoerend regime van de Bergsche Maas zijn voorzien van respectievelijk de dubbelbestemming 'Waterstaat - Bergend regime' en 'Waterstaat - Stroomvoerend regime'. Waterkering Het plangebied is onderdeel van het structuurvisiegebied ‘Hoofdwatersysteem’, waarbij het dijklichaam Keizersveer behoort tot de primaire waterkeringen. Een primaire waterkering betreft een gebied dat bestaat uit een primaire waterkering als bedoel in artikel 1.1 van de Waterwet en een daaromheen liggende beschermingszone.

Een bestemmingsplan dat is gelegen in een primaire waterkering en beschermingszone dient mede tot onbelemmerde werking, instandhouding en onderhoud van de primaire waterkering en beschermingszone te strekken. Daartoe is de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterkering’ opgenomen. Waterkwaliteit Ten behoeve van de waterkwaliteit zal bij de aanleg van aanvullende bebouwing binnen het plangebied gebruik gemaakt worden van milieuvriendelijke bouwmaterialen en worden uitloogbare materialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC niet gebruikt, waardoor de uitspoeling van vervuilende stoffen via de bodem naar het oppervlaktewater voorkomen wordt. Deze stoffen kunnen zich namelijk ophopen in het water (bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Doorvertaling bestemmingsplan Hierna wordt het huidige watersysteem beschreven aan de hand van verschillende deelgebieden. Oostelijk gedeelte (o.a. Asto) Regenwater Beide bedrijven voeren al het regenwater af naar het Oude Maasje. De wegverharding van Keizersveer heeft een regenwaterriool (met uitzondering van de wasplaats) en loost op het Oude Maasje. Vuilwater Voor de woonboot, kantoor, woonhuizen en bedrijfsterrein is een drukrioolsysteem aanwezig en voert het water af naar het gescheiden rioolstelsel van de Baileybrugweg.

24

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

Midden gedeelte (terrein voormalige Scheepswerf De Donge en Altena Yachting) Regenwater Beide bedrijven voeren al het regenwater af naar het Oude Maasje met uitzondering van de wasplaats. De wegverharding van Keizersveer heeft geen regenwaterriool. Vuilwater Voor deze bedrijven is een vuilwatergemaal aanwezig en voert het water af naar het gescheiden rioolstelsel van de Baileybrugweg. Westelijk gedeelte (o.a. Amer Shipping) Regenwater De bedrijven voeren het regenwater af op een bermsloot aan Keizersveer. De wegverharding van Keizersveer heeft geen regenwaterriool. Vuilwater Voor beide bedrijven is een drukrioolsysteem aanwezig en voert het water af naar het gescheiden rioolstelsel van de Baileybrugweg. Baileybrugweg Regenwater In het gebied van de Baileybrugweg is een verbeterd gescheiden rioolstelsel aanwezig. Het eerste vuilwater wordt afgevoerd naar de vuilwaterpompput, de regenwateroverstort loost op de zuidelijke waterloop langs de Baileybrugweg. Vuilwater In het gebied is een vuilwaterstelsel aanwezig, op dit stelsel loost door middel van persleidingen het boven genoemde stelsel. Het vuilwater wordt door middel van een gemaal en een persleiding afgevoerd naar bedrijventerrein Dombosch II aan de westelijke kant van de A27.

Werfkampenseweg, Aanwassenweg Regenwater De agrarische bedrijven voeren het regenwater af op de bermsloten aan weerszijden van de Werfkampenseweg en de Aanwassenweg. De wegverharding van de Werfkampenseweg en de Aanwassenweg hebben geen regenwaterriool. Vuilwater In het buitengebied is een drukrioolsysteem aanwezig en voert het water af naar het gescheiden rioolstelstel. Waterhuishouding Op het bestaande bedrijventerrein zijn de bedrijfspercelen vrijwel volledig verhard waardoor toekomstige ontwikkelingen, naar verwachting, niet leiden tot een verandering van de waterhuishoudkundige situatie. De verschillende watergangen in het plangebied hebben de bestemming ‘Water’ toegewezen gekregen. Het water van de Bergsche Maas en het Oude Maasje zijn voorzien van de bestemming 'Water - Vaarweg'. Bovendien zijn binnen alle bestemmingen water en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. Hierdoor biedt voorliggend bestemmingsplan maximale flexibiliteit met betrekking tot het realiseren van voorzieningen voor waterberging en infiltratie van hemelwater. Om tot onbelemmerde werking, instandhouding en onderhoud van de primaire waterkering en beschermingszone te strekken is de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterkering’ opgenomen.

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

25

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

5.3

Geur

Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningsplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader is als volgt:  voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld (in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv)) geldt een maximale geurbelasting) op een geurgevoelig object;  voor andere diercategorieën geldt een minimale afstand van de dierenverblijven ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden (conform Reconstructiewet) en niet-concentratiegebieden en tussen situaties binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. De wet beschrijft in artikel 3 de maximale norm voor geurbelasting van een veehouderij ten opzichte van een gevoelig object in vier situaties, zie navolgende tabel:

Binnen bebouwde kom

Buiten bebouwde kom

Concentratiegebied

Niet-concentratiegebied

diercategorieën Rgv

max. 3 ouE/m³

max. 2 ouE/m³

andere diercategorieën

min. 100 m t.o.v. geurgevoelig object

min. 100 m t.o.v. geurgevoelig object

diercategorieën Rgv

max. 14 ouE/m³

max. 8 ouE/m³

andere diercategorieën

min. 50 m t.o.v. geurgevoelig object

min. 50 m t.o.v. geurgevoelig object

Geurnormen Wgv De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid om afwijkende geurnormen vast te stellen voor (delen van) het grondgebied. Op deze wijze kan de gemeente een geurhinderbeleid vaststellen dat is afgestemd op de plaatselijke situatie. De gemeenteraad van Geertruidenberg heeft in december 2010 de ‘Verordening geur en veehouderij gemeente Geertruidenberg’ en de ‘Gebiedsvisie Wet geurhinder en veehouderij’ vastgesteld. Regeling geurhinder en veehouderij In de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is de wijze vastgelegd waarop:  de geurbelasting wordt bepaald;  de afstand tussen veehouderij en geurgevoelig object) wordt gemeten. Activiteitenbesluit Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit gebracht. In het Activiteitenbesluit zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen. Voor de veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelastingen geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee).

Geur bij niet-agrarische bedrijven Het voorkomen van (nieuwe) geurhinder is het algemene uitgangspunt in het rijksbeleid. Dit uitgangspunt is uitgewerkt in het landelijk informatiedocument ‘Handleiding Geur Industrie’ en beschrijft de methodiek voor de bepaling van het aanvaardbaar hinderniveau voor geur ten gevolge van bedrijfsmatige activiteiten. Vanwege het lokale aspect van geurhinder is de hoogte van het aanvaardbaar hinderniveau niet landelijk vastgelegd. Het bevoegd gezag moet daar een eigen afweging in maken.

26

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

Doorvertaling bestemmingsplan Het voorliggende bestemmingsplan heeft een conserverend karakter en maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Onderdeel van het plangebied is het agrarische bedrijf aan de Werfkampenseweg 28 met rundvee en jongvee. Uit gegevens van de gemeente Geertruidenberg volgt dat de volgende agrarische bedrijven in de nabijheid van het plangebied liggen:  Werfkampenseweg 26, varkenshouderij en akkerbouwbedrijf;  Werfkampenseweg 17, vleeskuikens;  Werfkampenseweg 18, varkenshouderij Omdat met het voorliggende bestemmingsplan de bestaande situatie wordt gecontinueerd, vormt het aspect 'geurhinder' geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

5.4

Geluid

Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd moet worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten. Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen. De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen.

Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). Hiervoor moet een “hogere waarde procedure” worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Een uitzondering waar toetsing aan de grenswaarden niet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde 'dove' gevel heeft. Een 'dove gevel' is een bouwkundige constructie:  waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een bepaalde geluidwering;  waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woonen leefklimaat in de woning. De karakteristieke geluidwering van de gevel moet voor nieuwbouw zodanig zijn dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit, zijnde het verschil tussen de geluidsbelasting op de gevel en het gewenste binnenniveau met een minimum van 20 dB.

5.4.1

Wegverkeerslawaai

Geluidhinder kan ontstaan door verschillende activiteiten. Hierbij kan gedacht worden aan weg- en railverkeer maar ook aan industriële activiteiten. De Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en het Bouwbesluit geven normen weer voor de hoogst acceptabele geluidbelasting en de minimale geluidwering bij geluidsgevoelige objecten (zoals woningen). Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen bestaande en nieuwe situaties.

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

27

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

Doorvertaling bestemmingsplan Het plangebied ligt binnen de invloedssfeer van verschillende verkeerswegen. In voorliggend bestemmingsplan worden echter geen nieuwe (bedrijfs)woningen of andere geluidsgevoelige functies toegelaten. Op grond van de Wet geluidhinder hoeft daarom geen akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai te worden verricht.

5.4.2

Industrielawaai

In de Wet geluidhinder is bepaald dat voor bedrijventerreinen waar geluidzoneringsplichtige inrichtingen zijn gevestigd of zijn toegestaan (‘industrieterreinen’ conform de terminologie van de Wet geluidhinder), een geluidzone moet worden vastgesteld. De geluidzone is het gebied tussen de grens van het industrieterrein en de zonegrens. Doorvertaling bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier Het noordelijke deel van bedrijventerrein De Pontonnier - voor zover voorzien van de bestemming 'Bedrijventerrein - Geluidgezoneerd' betreft een geluidgezoneerd industrieterrein zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. De provincie heeft de zonegrens (50 dB(A)-contour) van bedrijventerrein De Pontonnier vastgelegd en de zone wordt bewaakt door de gemeente Geertruidenberg. Bij de actualisatie van het bestemmingsplan De Pontonnier in 2013 is echter gebleken dat de geluidsproductie van de op dat moment aanwezige bedrijven op het gezoneerde bedrijventerrein hoger was, dan is toegestaan op basis van de vastgestelde geluidszone uit 2002. Er zijn op dit moment daarom geen mogelijkheden voor uitbreiding van de activiteiten op het bedrijventerrein, terwijl dit op beperkte schaal wel gewenst is. Op het gezoneerde deel van het bedrijventerrein zijn drie bedrijven aanwezig:  Altena Jachtbouw;  Stone Base BV (zoutopslag wegenzout);  ASTO BV (nieuwbouw en afbouw van binnenvaartschepen).

Asto bv is vanwege haar bedrijfsactiviteiten een geluidzoneringsplichtige inrichting (grote lawaaimaker). Altena Jachtbouw en Stone Base bv zijn geen geluidzoneringsplichtige inrichtingen. Deze bedrijven vallen onder het activiteitenbesluit. Voor het uitvoeren van de bedrijfsactiviteiten kan volstaan worden met een melding. De gemeente Geertruidenberg heeft inmiddels de geluidzone van het gezoneerde industrieterrein 'De Pontonnier' herzien en geactualiseerd in een nieuw zonebeheerplan (LBP-Sight, kenmerk: R057279aa.17D6XXI.go, d.d. 19 november 2019, zie bijlage 1 van de regels). Tevens is in dit zonebeheerplan een geluidverdeling opgenomen waarin de beschikbare geluidruimte gelijkwaardig verdeeld is over de bestaande bedrijven. Gelijkwaardig betekent hier: afhankelijk van positie tot geluidzone een gelijk emissie-aandeel bij de woningen en op de bepaalde 50 dB(A)-contour zonder restruimte. Met behulp van het geluidverdeelplan wordt voorkomen dat één bedrijf alle beschikbare geluidruimte in gebruik neemt. In het voorliggende bestemmingsplan is de gebruikte geluidruimte per bedrijf verankerd in de regels.

Deze geluidruimte is gekoppeld aan de aanduidingen 'specifieke vorm van bedrijventerrein - 1' (Altena Jachtbouw), 'specifieke vorm van bedrijventerrein - 2' (Stone Base BV) en 'specifieke vorm van bedrijventerrein - 3' (ASTO BV) en mag niet meer bedragen dan respectievelijk 51,8 dB(A)/m2, 70,0 dB(A)/m2 en 76,0 dB(A)/m2. De zonegrens (50 dB(A)- contour) van het gezoneerde industrieterrein is in dit bestemmingsplan vastgelegd met de gebiedsaanduiding 'Geluidzone - industrieterrein De Pontonnier'. Het zonebeheerplan is als bijlage aan de regels toegevoegd. De geluidszone is ten opzichte van het geldende bestemmingsplan beperkt vergroot. Op navolgende afbeelding is de actuele 50 dB(A)-contour weergegeven:

28

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

Afbeelding 5.1: begrenzing geluidgezoneerde bedrijventerrein De Pontonnier (paars gearceerd) en de nieuwe geluidzone (oranje lijn). Voor de woning aan Keizersveer 13 en het woonschip in het Oude Maasje dienen hogere waarden te worden aangevraagd. Het ontwerpbesluit hogere waarden zal gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage worden gelegd.

Bedrijventerrein Dombosch Het bedrijventerrein Dombosch - ten westen van het voorliggende plangebied - betreft een eveneens een geluidgezoneerd industrieterrein zoals bedoeld in de Wet geluidhinder (zie ook afbeelding 5.2). De zonegrens (50 dB(A)- contour) van het gezoneerde industrieterrein is in dit bestemmingsplan vastgelegd met de gebiedsaanduiding 'Geluidzone - industrieterrein Dombosch'.

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

29

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

Afbeelding 5.2: begrenzing geluidgezoneerde bedrijventerrein Dombosch en de bijbehorende geluidzone.

5.5

Luchtkwaliteit

In 2007 is de wijziging van de Wet milieubeheer in werking getreden. Deze wet vervangt het 'Besluit luchtkwaliteit 2005' en is één van de maatregelen die de overheid heeft getroffen om:  negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging aan te pakken.  mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling te creëren ondanks de overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De paragraaf luchtkwaliteit in de Wet milieubeheer voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als:  er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde.  een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt.  een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (meer dan 3 % ten opzichte van de grenswaarde).

Het gaat hier bijvoorbeeld om woningbouwlocaties met één ontsluitingsweg en niet meer dan 1.500 nieuwe woningen, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen.  een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking is getreden nadat de EU in april 2009 derogatie heeft verleend. Als aannemelijk kan worden gemaakt dat aan één of meerdere van de bovengenoemde criteria wordt voldaan, kan het project zonder toetsing aan de gestelde grenswaarden voor luchtkwaliteit worden uitgevoerd.

30

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

In de Ministeriële regeling 'niet in betekenende mate bijdragen' zijn voor verschillende categorieën van projecten grenzen gesteld aan de projectomvang, waaronder een project met zekerheid NIBM bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) extra bescherming: substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 m van een provinciale weg of 300 m van een rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden, waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden. De zones worden afgemeten vanaf de rand van de weg. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien. Doorvertaling bestemmingsplan Het voorliggende bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Daardoor is toetsing aan de normen van de Wet luchtkwaliteit niet nodig. Derhalve levert het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen op voor dit bestemmingsplan. Goede ruimtelijke ordening (NSL-monitoringstool) In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 bepaald ter plaatse van het plangebied.

Met de NSL-monitoringstool zijn langs de belangrijkste wegen (A27 en Maasdijk) de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 bepaald. In onderstaande afbeelding zijn de jaargemiddelde concentraties weergegeven voor het peiljaar 2016. Uit deze afbeelding blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarden van 40 µg/m3 (voor NO2 en PM10) en 25 µg/m3 (voor PM2,5) niet worden overschreden. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten.

Afbeelding 5.3: uitsnede NSL-monitoringstool Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'luchtkwaliteit' geen belemmering vormt voor dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

31

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

5.6

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid rondom externe veiligheid is vastgelegd in circulaires, regelingen, AMvB's en wetten. In Nederland worden twee maten gehanteerd voor externe veiligheidsrisico's, namelijk het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Bij het plaatsgebonden risico (PR) gaat het om de kans per jaar dat een denkbeeldig persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen als deze persoon zich onafgebroken en onbeschermd in de nabijheid van een risicovolle inrichting of transportas bevindt. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven als een contour rondom de risicovolle inrichting of de transportas. Het groepsrisico (GR) is de cumulatieve kans dat een (werkelijk) aanwezige groep van 10, 100 of 1.000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet verantwoord worden voor het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen voordoen. Dit is de zogenaamde 1 %-letaliteitsgrens; de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1 % van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf (invloedsgebied).

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein, bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken, LPG-tankstations en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren. Deze bedrijven verrichten soms risicovolle activiteiten dichtbij woningen, kantoren, ziekenhuizen, scholen of winkels. Het besluit verplicht gemeenten en provincies wettelijk vanaf de inwerkingtreding van het besluit bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van ruimtelijke plannen met externe veiligheid rekening te houden. Het gaat daarbij niet alleen om het oprichten van of veranderen van inrichtingen of projecteren van nieuwe bestemmingen. Ook bij het vaststellen of herzien van een bestemmingsplan moet de externe veiligheid worden beoordeeld. Het besluit is op 27 oktober 2004 in werking getreden. Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Daarin wordt geregeld hoe een gemeente moet omgaan met risico’s langs relevante buisleidingen. De hogedruk gasleidingen van Gasunie zijn het meest relevant. De risico’s worden met name bepaald door de maximale druk en diameter van de leiding, maar ook door getroffen maatregelen. Op 1 april 2015 is de Wet basisnet in werking getreden.

De Wet basisnet voorziet in een wijziging van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs) ter verankering van een landelijk basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het basisnet is een samenstel van wegen, binnenwateren en hoofdspoorwegen waaraan een bepaalde risicoruimte voor het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt toegekend. Als deze risicoruimte, de zogenaamde risicoplafonds, door een groei van het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt overschreden of dreigt te worden overschreden, moet de minister maatregelen nemen. De risicoplafonds moeten daarnaast in acht worden genomen bij het toestaan van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van basisnetroutes. Op deze manier kan de veiligheid langs de transportroutes voor gevaarlijke stoffen in toenemende mate worden gegarandeerd. Gelijktijdig met de Wet Basisnet zijn ook andere regelingen in werking getreden zoals de wijziging van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen (Bvgs), de Regeling basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is een aandachtsgebied gedefinieerd waarbinnen het groepsrisico verantwoord moet worden (200 m). Buiten deze zone hoeft in het invloedsgebied alleen ingegaan te worden op de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid (beperkte verantwoording).

In haar ‘Beleidsvisie externe veiligheid’, vastgesteld in januari 2016, neemt de gemeente een standpunt in over de vraag welke risico’s zij acceptabel vindt en hoe zij die risico’s wil beheersen. Doorvertaling bestemmingsplan Uit een inventarisatie van de risicokaart (www.risicokaart.nl) blijkt dat de onderstaande risicobronnen voor het plangebied relevant kunnen zijn. Hierna wordt het risico bepaald en de consequenties hiervan voor het ruimtelijk besluit.

32

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

Inrichtingen c.q. bedrijven Aan de zuidzijde van het bestemmingsplangebied, gesitueerd aan de Werfkampenseweg 18, is een agrarisch bedrijf gevestigd waarbij een bovengrondse propaangastank aanwezig is. Het betreft een tank van 8,0 m³, die minder dan vijf maal per jaar wordt bevoorraad. Ook aan de Werfkampenseweg 25, direct ten westen van Werfkampenseweg 18, is een agrarisch bedrijf gevestigd waarbij een bovengrondse propaangastank aanwezig is. Het betreft een tank kleiner van 4,0 m³, die minder dan vijf maal per jaar wordt bevoorraad. De grootte van de propaangastanks is beperkt, zodat beide bedrijven niet onder de reikwijdte van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) vallen. Voor kleinere propaangastanks (tot een inhoud van 13,0 m³) zijn veiligheidsafstanden opgenomen in het Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit).Ingevolge het Activiteitenbesluit geldt een veiligheidsafstand van 10,0 m die moet worden aangehouden tussen (beperkt) kwetsbare objecten en tanks tot en met 5,0 m³ respectievelijk een veiligheidsafstand van 15,0 m voor tanks groter dan 5,0 m³ tot en met 13,0 m³. De bebouwing in het plangebied ligt op een grotere afstand van de tank dan 10,0 m respectievelijk 15,0 . De aanwezigheid van deze tanks levert derhalve geen belemmeringen op.

Vervoer van gevaarlijke stoffen over de A27 Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de rijksweg A27. Deze weg is een hoofdtransportroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen met betrekking tot brandbare en toxische vloeistoffen en gassen. Het bedrijventerrein De Pontonnier is direct gesitueerd tegen de A27, waarvoor een plaatsgebonden risicocontour (ofwel veiligheidszone) van 0 m geldt. Wel heeft dit wegtraject een plasbrandaandachtsgebied (PAG) van 30 m. Concreet betekent dit dat er geen nieuwe kwetsbare objecten binnen het PAG mogen worden gerealiseerd, en alleen in uitzonderingsgevallen beperkt kwetsbare objecten mogen worden gerealiseerd. Tevens is het bedrijventerrein gedeeltelijk gelegen binnen de 200 meter zone langs deze transportroute en geheel binnen het invloedsgebied, waardoor in principe een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is. Onderhavig bestemmingsplan betreft echter een beheerplan. De bestaande bestemmingen, bebouwing en functies in het gebied worden dus gehandhaafd en overeenkomstig de huidige situatie geregeld in het bestemmingsplan. Door de niet toenemende personendichtheid kan worden gesteld dat de hoogte van het groepsrisico binnen de 200 m niet toe zal nemen. In dit geval kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico.

In het vervolg van deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Vervoer van gevaarlijke stoffen over de Keizersveer Er vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de gemeentelijke weg Keizersveer. De gemeente Geertruidenberg heeft samen met de OMWB een 'Rapportage vervoer van gevaarlijke stoffen over gemeentelijke wegen opgesteld' (d.d. juni 2017). Ook deze wegen vallen onder het Bevt. Onderhavig bestemmingsplan betreft een beheerplan. De bestaande bestemmingen, bebouwing en functies in het gebied worden dus gehandhaafd en overeenkomstig de huidige situatie geregeld in het bestemmingsplan. Door de niet toenemende personendichtheid kan worden gesteld dat de hoogte van het groepsrisico binnen de 200 m niet toe zal nemen. In dit geval kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Zodoende is in het kader van een goede ruimtelijke ordening een risicoinschatting gemaakt. Op basis van de vuistregels uit de Handreiking Risicoanalyse Transport (tabel 1-8) bedraagt de drempelwaarde voor het vervoer van brandbaar gas (GF3) 2.380 transporten, bij een dichtheid van 600 personen per hectare. Een dergelijke dichtheid wordt in het voorliggende plangebied met zekerheid niet gehaald. Ter vergelijking: stadsbebouwing met hoogbouw heeft een gemiddelde dichtheid van 120 personen per hectare.

Bovendien ligt het aantal transporten over de Keizersveer veel lager dan 2.380. Een risicoberekening (zowel plaatsgebonden als groepsrisico) is derhalve niet noodzakelijk en er hoeven geen beperkingen te worden gesteld aan het ruimtegebruik binnen het plangebied door het transport van gevaarlijke stoffen over de Keizersveer. In het vervolg van deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Vervoer van gevaarlijke stoffen over de Bergsche Maas Het bedrijventerrein De Pontonnier is direct gesitueerd aan de Bergsche Maas en het Oude Maasje. Over het deel van de Bergsche Maas bij Geertruidenberg bedraagt de totale verkeersintensiteit ter plaatse 21.832 schepen per jaar (beroepsvaart), waarbij ook brandbare gassen en vloeistoffen worden vervoerd.

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

33

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

In het Basisnet is dit deel van de Bergsche Maas in het definitief ontwerp aangemerkt als ‘scheepvaart zonder frequent vervoer (groen)’. Dit zijn de overige scheepvaartwegen binnen het basisnet. Hier vindt weinig of geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Voor deze vaarwegcategorie zijn er geen beperkingen aanwezig met betrekking tot het plaatsgebonden risico en is er geen verantwoording van het groepsrisico nodig vanwege de nauwelijks merkbare effecten. Eveneens is er geen plasbrandaandachtsgebied van toepassing. Bestrijdbaarheid In het convenant LPG-autogas is afgesproken hoe de sector de bevoorrading van LPGtankstations veiliger maakt. De sector heeft voor 1 januari 2010 maatregelen getroffen die de externe veiligheidsrisico's verminderen. Het aanbrengen van hittewerende coating op LPGtankauto's is één van de maatregelen die zijn genomen. Als de coating bij een ongeluk in tact blijft, geeft dit de brandweer meer tijd en meer mogelijkheden om een BLEVE te voorkomen. Bestrijding van een dreigende BLEVE vereist veel bluswater bedoeld voor het koelen van de LPG-tank, goede bereikbaarheid en geschikte opstelplaats voor voertuigen. Bij voldoende koeling zal een BLEVE worden voorkomen. Hiervoor wordt (vanwege de snelheid die is geboden) gebruik gemaakt van primaire bluswatervoorzieningen (in het voertuig aanwezige water en brandkranen op het openbaar waterleidingnet).

Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchting. Het maatgevende scenario voor de Amerweg is een BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion). Het zelfredzame vermogen van personen in de buurt van een risicovolle bron is een belangrijke voorwaarde om grote effecten bij een incident te voorkomen. Ontvluchting in het geval van een BLEVE is mogelijk, mits er geen bijzondere beperkingen zijn ten aanzien van zelfredzaamheid van aanwezigen. De nieuwbouw die in het plangebied ontwikkeld gaat worden is niet specifiek bedoeld voor personen met een beperkte zelfredzaamheid, zoals kinderen van 0 tot 4 jaar, ouderen, gehandicapten of gevangenen. De Amerweg bevindt zich ten wensten van het plangebied. Het plangebied kan via de Maurtisweg of Buitenvest in oostelijke richting worden ontvlucht.

Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij het genoemde incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om dit advies tijdig op te volgen. Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

34

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

5.7

Milieuzonering

Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom moet aandacht te worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat inrichtingen en/of bedrijven wijzigen in de nabijheid van bestaande gevoelige functies. Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer of moeten middels een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen de inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aard en omvang van een bedrijf of inrichting, is deze mede afhankelijk van de omgevingskarakteristiek. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of een gemengd gebied.

Voor het vaststellen van de genoemde minimum richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied.

Tabel 5.1: richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' Voorgaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien niet aan de richtafstanden wordt voldaan, is een nadere beschouwing danwel onderzoek nodig. Doorvertaling bestemmingsplan De VNG publicatie is uitsluitend van toepassing op nieuwe situaties. Voorliggende bestemmingsplan betreft in principe een actualisatie van de vigerende regeling, waarbij de bestaande rechten één-op-één gecontinueerd worden. Formeel is toetsing aan de VNG-richtlijnen voor bestaande situaties niet noodzakelijk. Ten opzichte van de vigerende regeling worden er geen zwaardere bedrijfscategorieën toegestaan. Het plan voorziet daarnaast niet in het terugbrengen van de nu (op basis van het vigerende bestemmingsplan) mogelijke bedrijfscategorieën. Op het bedrijventerrein Pontonnier zijn bedrijven in de milieucategorie 2, 3.1 en 3.2 toegestaan, voor zover deze voorkomen in de als bijlage bij de regels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten, ter plaatse van de bestemming ‘Bedrijventerrein’. Op het perceel Keizerveer 1B is de aanduiding ‘kantoor’ opgenomen.

Ter plaatse is tevens een zelfstandig kantoor toegestaan met een relatie met de scheepsvaart. Binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein - Geluidgezoneerd’ zijn bedrijven in de milieucategorie 3.1 tot en met 5.1 toegestaan, waaronder in ieder geval begrepen scheepsbouw- en –reparatiebedrijven, laad-, los- en overslagbedrijven ten behoeve van de binnenvaart en watergebonden bedrijven in op- en overslag van grond- en bouwstoffen, waaronder zoutopslag. Daarnaast is een wegwaterterminal toegestaan. De bestaande bedrijvigheid is dan ook positief bestemd.

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

35

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

In het onderhavig bestemmingsplan worden geen (nieuwe) bedrijfswoningen mogelijk gemaakt. De Verordening ruimte van de provincie Noord-Brabant laat immers geen nieuwe bedrijfswoningen op bedrijventerreinen toe omdat woningen en bedrijven over het algemeen minder goed samen gaan. Woningen kunnen belemmerend werken voor de bedrijven en andersom is er voor de bewoners van de woningen sprake van een minder goed woon- en leefklimaat. Dat speelt nog meer als woning en bedrijf worden gesplitst en andere eigenaren krijgen. Omdat het bedrijventerrein De Pontonnier zware bedrijvigheid huisvest en op relatief grote afstand van grootschalige woongebieden is gelegen, zijn bedrijfswoningen ook om deze reden niet wenselijk. Door middel van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan kan het bevoegd gezag binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' bedrijven met hogere categorie toestaan. Bedrijven die niet worden genoemd in de van toepassing zijnde Staat van Bedrijfsactiviteiten, maar die naar hun aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die genoemd zijn in de Staat van Bedrijfsactiviteiten onder de toegelaten categorieën, kunnen onder voorwaarden ook door middel van een afwijking worden toegestaan. Deze mogelijkheid is er niet voor bedrijven binnen de bestemming 'Bedrijventerrein - Geluidgezoneerd'.

5.8

Ecologie

5.8.1

Regelgeving

In 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen).

5.8.1.1 Soortenbescherming Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien dient voor de start van die werkzaamheden ontheffing te worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan dient duidelijk te zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen. Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten. Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen. 1. Het beschermingsregime Vogelrichtlijn (Vrl), dat van toepassing is op van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vrl.

Met betrekking tot deze vogelsoorten geldt dat het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen - verboden is vogels opzettelijk te storen, behalve als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en dwingende redenen van groot openbaar belang zijn geen reden om ontheffing te verlenen. Ontheffing is uitsluitend toegestaan op basis van de ontheffingsgronden die in de Vrl zijn genoemd. Overigens is het, indien geen ontheffing nodig is, volgens de huidige interpretatie van de wet wel verplicht rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Voor sommige vogelsoorten met vaste verblijfplaatsen geldt dat deze vaste verblijfplaatsen en het essentiële leefgebied jaarrond beschermd zijn. 2. Het beschermingsregime Habitatrichtlijn (Hrl), dat van toepassing is op soorten van bijlage IV bij de Hrl, bijlage I en II bij het Verdrag van Bern en bijlage I bij het Verdrag van Bonn. Met betrekking tot deze soorten is het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen verboden dieren opzettelijk te verstoren. Ontheffing wordt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling alleen verleend indien: a. er geen andere bevredigende oplossing is, en b. geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort, en

36

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

c.

sprake is van één van de volgende (bij ruimtelijke ontwikkeling relevante) belangen:  de bescherming van wilde flora en fauna of natuurlijke habitats, of  de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. 3. Het beschermingsregime Andere Soorten, dat van toepassing is op soorten van de bijlage behorende bij artikel 3.10 van de Wnb. Ontheffing is alleen mogelijk indien: a. er geen andere bevredigende oplossing is, en b. indien geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort. Er is echter geen ontheffing nodig indien gewerkt wordt volgens een geldige gedragscode die van toepassing is op de betreffende soort(en). Vaak is daarnaast ecologische begeleiding en een ecologisch werkprotocol nodig bij de uitvoering van werkzaamheden. De provincies kunnen voor het beschermingsregime Andere Soorten een algemene vrijstelling verlenen voor onder meer ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. In de gemeente Geertruidenberg is de provincie Noord-Brabant het bevoegd gezag voor de Wnb. Indien nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van soorten niet (kunnen) worden ontzien, is ontheffing noodzakelijk.

Ontheffing is niet benodigd indien de functionaliteit van de nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen gegarandeerd wordt (het beschadigen en vernielen wordt voorkomen door maatregelen of er zijn voldoende alternatieven). Ten slotte is altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving (artikel 1.11 van de Wnb). Concreet betekent dit dat bij ruimtelijke ontwikkeling gezorgd moet worden dat dieren niet gedood worden en dat planten verplant worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren.

5.8.1.2 Gebiedsbescherming Natura 2000 De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door 'externe werking') op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Middels een 'habitattoets' dient te worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden veroorzaakt. De uitkomsten van de habitattoets dienen te worden beoordeeld door het bevoegd gezag. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (de voormalige Ecologische Hoofdstructuur / EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de rijksoverheid).

De provincies hebben in een verordening regelgeving vastgelegd ten aanzien van het NNN.

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

37

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

5.8.2

Doorvertaling bestemmingsplan

5.8.2.1 Soortenbescherming Met voorliggend bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt ten opzichte van de vigerende bestemmingsplanregeling. Nader onderzoek met betrekking tot het aspect flora en fauna is dan ook niet noodzakelijk. Wel geldt de boven genoemde zorgplicht voor alle in het wild levende planten- en diersoorten. 5.8.2.2 Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een gebied dat onder de Wet natuurbescherming (Wnb) valt. Ten westen van het plangebied ligt wel het Natura2000-gebied 'Biesbosch'. Hoewel de afstand van het voorliggende plangebied tot het Natura2000-gebied betrekkelijk klein is (circa 1 kilometer), heeft het voorliggende plan een conserverend karakter. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Gelet hierop zijn negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor de soorten en habitats, waarvoor het Natura2000-gebied als zodanig is aangewezen, op voorhand uit te sluiten. Er is geen sprake van externe werking, zie ook 4.2.2. Het voorliggende plangebied is daarentegen wel gedeeltelijk gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De Bergsche Maas en het Oude Maasje behoren beide tot het NNN. Voorliggend bestemmingsplan is conserverend van aard en is derhalve niet van invloed op de aanwezige ecologische waarden.

Ter bescherming van de aanwezige ecologische waarden is een gebiedsaanduiding ‘Overige zone - natuurnetwerk’ opgenomen voor de Bergsche Maas en het Oude Maasje, zie ook 4.2.2. Het noordelijk deel van het bedrijventerrein De Pontonnier is in de Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant 2010 - partiële herziening 2014 (SVRO) opgenomen in de groenblauwe mantel en behoort tot het perspectief kerngebied groenblauw. Het kerngebied groenblauw bestaat uit de voormalige ecologische hoofdstructuur (thans NNN) inclusief de (robuuste) ecologische verbindingszones en waterstructuren, zoals opgenomen in de Verordening ruimte Noord-Brabant (geconsolideerde versie per 1 januari 2018). Een bestemmingsplan dat is gelegen in het Natuurnetwerk Nederland dient te strekken tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. Tevens stelt het bestemmingsplan regels ter bescherming van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden en houdt daarbij rekening met de overige aanwezige waarden en kenmerken, waaronder de cultuurhistorische waarden en kenmerken (Verordening ruimte, artikel 5.1 lid 1). Zoals hiervoor reeds aangegeven zijn de gronden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland voorzien van de gebiedsaanduiding 'Overige zone - natuurnetwerk'.

Daarmee zijn de aanwezige waarden voldoende beschermd. Het aspect flora en fauna vormt derhalve geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

38

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

5.9

Cultureel erfgoed

5.9.1

Archeologie

5.9.1.1 Regelgeving Erfgoedwet In artikel 3.1.6 lid 5 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt bepaald dat in de toelichting ten minste een beschrijving wordt opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. In 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Met deze wetswijziging is de Monumentenwet 1988 opgesplitst: een gedeelte (dat ziet op de fysieke leefomgeving) zal in 2021 opgaan in de Omgevingswet, het overige gedeelte is opgenomen in de Erfgoedwet. Hierbij wordt als vuistregel gehanteerd: omgang met het erfgoed in de Omgevingswet, duiding van het erfgoed in de Erfgoedwet. De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed - beschermde stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen - en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving, komen in de Omgevingswet terecht en zijn dus niet in de Erfgoedwet geregeld. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen. De bepalingen uit de Monumentenwet 1988 die naar de Omgevingswet over zullen gaan, blijven van kracht tot de Omgevingswet in werking treedt. Het Besluit ruimtelijke ordening en de Erfgoedwet schrijven niet voor in welke mate met archeologie rekening dient te worden gehouden.

De gemeente heeft wat dit betreft beleidsvrijheid en kan het archeologische belang afwegen ten opzichte van andere belangen, de belangen van de burger en van de gemeente. Gemeentelijk archeologiebeleid In november 2017 heeft de gemeenteraad van Geertruidenberg archeologiebeleid vastgesteld (Nota Archeologie). Het doel van dit archeologiebeleid is het verbeteren van de omvang met archeologische resten als informatiebron van het lokale verleden en het benutten ervan bij de verdere ontwikkeling van de gemeente. Het ondergrondse culturele erfgoed en de maatschappelijke waarden ervan verdienen namelijk een verder uitgewerkt en integraal archeologiebeleid. Essentieel onderdeel van het beleid is een geactualiseerd standpunt over de normen die bepalen of de gemeente wel of niet archeologisch onderzoek eist bij bodemverstoringen van een bepaalde omvang, bijv. vanwege een bouwplan. Dit vergt een zorgvuldige belangenafweging. In dit archeologiebeleid zijn onder andere verschillende vrijstellingsgrenzen en onderzoeksmethoden bepaald voor ontwikkelingen in de gemeente ter plaatse van een bepaalde archeologische verwachting. Deze verwachtingswaarden zijn verdeeld onder 8 categorieën.

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

39

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

Afbeelding 5.4: uitsnede archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart

5.9.1.2 Doorvertaling bestemmingsplan Op basis van de archeologische verwachtings- en beleidskaart van de gemeente Geertruidenberg komen binnen het plangebied zones met een lage en middelhoge verwachtingswaarde voorkomen. Een groot deel van het plangebied is met circa 1,0 m opgehoogd terrein. Ook deze zone is aangeduid. De onderzoeksmethode (indicatief, want vergt maatwerk) voor de verschillende aanduidingen is als volgt:  Middelhoge verwachtingswaarde ('Waarde - Archeologie 5'): starten met een bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase om de bodemopbouw in beeld te hebben en de archeologische verwachting te staven. De vrijstellingsgrens betreft 1000 m2 en 50 cm –Mv.  Lage verwachtingswaarde ('Waarde - Archeologie 6'): Starten met bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase om bodemopbouw in beeld te hebben en de archeologische verwachting te staven. Het plangebied is één geheel en opknippen daarbinnen is niet toegestaan. Onderzoek vroeg in planfase bij MER-plichtige projecten, projecten vallend onder de Wro, de Wet Milieubeheer of de Tracewet en bij ontgrondingen met een planoppervlak van 5 hectare of meer; en waarbij ook sprake is van een bodemverstoring dieper dan 50 cm - Mv. Meldingsplicht van kracht op basis van artikel 5.10 Erfgoedwet e.v. bij het aantreffen van archeologische vondsten en waarnemingen.

40

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

Opgehoogd terrein ('Overige zone - opgehoogd terrein A'): Maatwerk in overleg met gemeente. Diepte van de veronderstelde verstoring of dikte van de opgebrachte bodemlaag aantonen in relatie tot de veronderstelde diepteligging van de hoogst liggende archeologisch relevante bodemlaag (schriftelijk indien ontvankelijk of boringen). (Zie ook par. 1.5 van bijlage 1 bij Nota Archeologie.) Wat blijft gelden, is de wettelijke meldingsplicht. Indien er archeologische waarden worden gevonden bij graafwerkzaamheden dient hiervan melding gemaakt te worden bij de minister. Ook dient dit gemeld te worden bij de gemeente. Dan kan alsnog besloten worden dat het werk stilgelegd moet worden om de archeologische waarden te documenteren.

5.9.2

Cultuurhistorie

Op 1 januari 2012 is de wet Modernisering monumentenzorg (Momo) in werking getreden. Een belangrijke doelstelling van de Modernisering van de Monumentenzorg is het versterken van de koppeling tussen erfgoed en ruimte. In het kader van de Momo dient in de toelichting van elk bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing beschreven te worden op welke wijze met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Doorvertaling bestemmingsplan Met behulp van de Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Noord-Brabant zijn de cultuurhistorische waarden van het plangebied in beeld gebracht. In deze kaart is het dijklichaam Keizersveer aangemerkt als een ‘lijn van hoge waarde’. De Aanwassenweg is opgenomen als 'lijn van redelijk hoge waarde'. Tot slot is het pand aan het Keizersveer 7 opgenomen als bouwkunst, type nijverheid. Het voorliggende bestemmingsplan heeft een conserverend karakter en maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die de voorgenoemde cultuurhistorische waarden aantast. Daarmee vormt het aspect cultuurhistorie geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

5.10

Leidingen

Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd:  gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen;  aardgas met een diameter groter of gelijk aan 18”;  defensiebrandstoffen;  warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18”. Doorvertaling bestemmingsplan Binnen de plangrenzen van het voorliggend bestemmingsplan is, naast de standaard kabels en leidingen die geen planologische bescherming behoeven, een rioolpersleiding gelegen. Deze leiding met de bijbehorende beschermingszone is in dit bestemmingsplan voorzien van de dubbelbestemming 'Leiding - Riool'.

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

41

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

5.11

Vormvrije MER-beoordeling

Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden:  belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk;  belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=a8d3ba7f-1abc-4053-89cb-605973c3c470