CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan 230904 NL.IMRO.0779.RDBPMolenstraat58a-vs01

De raad besluit 23 november 2023, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Molenstraat 58a Raamsdonk23.402 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Geertruidenberg

Bestemmingsplan “Molenstraat 58a te Raamsdonk” Vastgesteld

Gorinchem, 9 november 2023 NL.IMRO.0779.RDBPMolenstraat58a-vs01

            Spijksedijk 8 4207 GN Gorinchem t 0183 - 821 497 w welmersburgstedenbouw.nl e info@welmersburg.nl

Gemeente Geertruidenberg

Bestemmingsplan “Molenstraat 58a te Raamsdonk” Vastgesteld

Toelichting

Gorinchem, 9 november 2023 NL.IMRO.0779.RDBPMolenstraat58a-vs01

4

Vastgesteld bestemmingsplan “Molenstraat 58, te Raamsdonk” - 9 november 2023

Inhoud 1

Inleiding 9 1.1 Aanleiding en doelstelling 9 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 9 1.3 Vigerend bestemmingsplan 9 1.4 Bij het plan behorende stukken 10 1.5 Leeswijzer 10 2 Analyse van de bestaande situatie 11 2.1 Historische ontwikkeling 11 2.2 Ruimtelijke en functionele structuur 11 3

Planontwikkeling 13 3.1 Huidige situatie 13 3.2 Het planvoornemen 13 3.3 Verkeer en parkeren 15

4

Beleidsaspecten 16 4.1 Rijksbeleid 16 4.1.1 Nationale omgevingsvisie 16 4.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 17 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 17 4.2 Provinciaal beleid 18 4.2.2 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving’ 18 4.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 19 4.3 Regionaal beleid 20 4.3.1 Ruimtelijke visie West-Brabant 2030 (2011) 20 4.4 Gemeentelijk beleid 20 4.4.1 Omgevingsvisie 2040 20 4.4.2 Woonvisie Geertruidenberg 2017 21 4.4.3 Duurzaamheid 22 4.4.4 Welstandsnota 23 4.5 Conclusie 23 5

Onderzoek en verantwoording 24 5.1 Cultuurhistorie en Archeologie 24 5.1.1 Cultuurhistorie 24 5.1.2 Archeologie 25 5.2 Bodem 26 5.3 Milieu 27 5.3.1 Flora en Fauna 27 5.3.2 Stikstofdepositie 29 5.3.3 Waterparagraaf 30 5.3.4 Wegverkeerslawaai 33 5.4.5 Bedrijven en milieuzonering 34 5.4.6 Gezondheid 37 5.4.7 Luchtkwaliteit 38 5.5 Externe veiligheid 40 5.6 Kabels en leidingen 41 5.7 M.e.r.-beoordeling 41

Vastgesteld bestemmingsplan “Molenstraat 58 te Raamsdonk” - 9 november 2023

5

6

Vastgesteld bestemmingsplan “Molenstraat 58, te Raamsdonk” - 9 november 2023

6

Juridische aspecten 42 6.1 Het juridisch plan 42 6.2 Beschrijving van de bestemmingen 42 6.2.1 Inleidende bepalingen 42 6.2.2 Bestemmingen 42 6.2.3 Algemene regels en slotbepalingen 42 7

Uitvoerbaarheid 44 7.1 Economische uitvoerbaarheid 44 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 44

Overzicht van losse bijlagen: Bijlagen bij de toelichting: 1. Verkennend bodemonderzoek, Tritium Advies bv, projectnr. 2205/112/MP-01, versie 0, 12 oktober 2022 2. Verkennend archeologisch onderzoek, Transect bv., documentnr. 22050035, definitief, 23 maart 2023 3. Selectiebesluit Monumentenhuis Brabant b.v., 5 januari 2023 4. Quickscan flora en fauna, Tritium Advies bv, projectnr. 2205/099/CW-02, versie 1, 31 maart 2023 5. Berekening stikstofdepositie, Tritium Advies B.V., documentkenmerk: 2205/099/CW-03, versie 0, 16 maart 2023 6. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, Tritium Advies bv, projectnr. 2205/099/CW-04, versie 0, 8 november 2022 7. Akoestisch onderzoek industrielawaai, Tritium Advies bv, projectnr. 2205/099/CW-06, versie 0, 18 november 2022 8. Verslag omgevingsdialoog, september - oktober 2022

Vastgesteld bestemmingsplan “Molenstraat 58 te Raamsdonk” - 9 november 2023

7

Figuur 1.1: Ligging plangebied, locatie rood omcirkeld

Figuur 1.2: Ligging plangebied, locatie wit omlijnd

8

Vastgesteld bestemmingsplan “Molenstraat 58, te Raamsdonk” - 9 november 2023

1

Inleiding

1.1 Aanleiding en doelstelling Het voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op een perceel dat aan Molenstraat 58a in Raamsdonk is gelegen, met kadastraal nummer 4273 sectie K. Raamsdonk is een van de kernen van de gemeente Geertruidenberg. De aanleiding voor het opstellen van het bestemmingsplan “Molenstraat 58a te Raamsdonk” is de voorgenomen ontwikkeling van de eigenaar om het perceel kadastraal te splitsen en op het afgesplitse deel een vrijstaande woning te realiseren aan de Molenstraat. Binnen het vigerend bestemmingsplan ‘Kern Raamsdonk’ geldt hier de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’ met de functieaanduiding 'Geluidsstudio' en is het niet mogelijk om een woning toe te voegen. Het doel van het voorliggende bestemmingsplan is het opstellen van een eenduidige en uniforme juridische regeling die de bouw van maximaal één burgerwoning mogelijk maakt. 1.2 Ligging en begrenzing plangebied De Molenstraat is gelegen aan de noordzijde van de kern Raamsdonk. De Molenstraat is een historische uitloper van Raamsdonk met voornamelijk lintbebouwing en maakt onderdeel uit van de gemeente Geertruidenberg in NoordBrabant. Ten noorden van de kern Raamsdonk loopt de A59 en ten westen van de kern ligt het knooppunt Hooipolder (A27 en A59). Ten zuiden van Raamsdonk loopt de Donge, een typische laaglandbeek. Ten westen van Raamsdonk ligt een uitwateringskanaal van de Donge.

Aan de Molenstraat bevinden zich enkele (agrarische) bedrijven met bedrijfswoningen en ook burgerwoningen. Zo ook aan de Molenstraat 58a. Hier gaat het om een bedrijfsperceel waarbij op een afstand van circa 35 meter vanaf de straat een geluidsstudio is gelegen. Het voornemen is om het perceel te splitsen en de bedrijfslocatie deels te transformeren naar wonen. Vóór de geluidsstudio, aan de Molenstraat, wordt op het afgesplitste deel (omvang circa 700 m2) een burgerwoning gerealiseerd. Ten noorden van de toekomstige woning is de geluidstudio gelegen. Ten oosten van de locatie liggen aan weerszijden burgerwoningen. Aan de zuidzijde wordt de locatie begrensd door de Molenstraat. 1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor de locatie gelden verschillende bestemmingsplannen van de gemeente Geertruidenberg: • Bestemmingsplan 'Kern Raamsdonk', vastgesteld op 19 december 2007; • Paraplubestemmingsplan Parkeren - deel 2, vastgesteld op 19 april 2018; • Parapluplan Archeologie, vastgesteld op 11 februari 2021; • Paraplubestemmingsplan wonen Geertruidenberg, vastgesteld 22 juli 2022. Bestemmingsplan 'Kern Raamsdonk' In het bestemmingsplan “Kern Raamsdonk” heeft het plangebied de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’ waarbinnen een functieaanduiding 'Geluidsstudio' geldt. Ter plaatse van de beoogde woning is geen bouwvlak opgenomen.

Binnen het vigerend bestemmingsplan mogen geen nieuwe woningen worden opgericht. Een herziening van het bestemminsgplan is noodzakelijk.

Figuur 1.4: Uitsnede plankaart vigerend bestemmingsplan ‘Kern Raamsdonk’, locatie in rood omlijnd Vastgesteld bestemmingsplan “Molenstraat 58 te Raamsdonk” - 9 november 2023

9

Paraplubestemmingsplan Parkeren - deel 2 Het paraplubestemmingsplan Parkeren - deel 2 geldt voor de wijken buiten het centrum en de historische kern van Geertruidenberg en voor de kern Raamsdonk. Het paraplubestemmingsplan parkeernormen voor bij nieuwe ontwikkelingen. Voor de locatie geldt de gebiedsaanduiding 'overige zone - parkeren'. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de beleidsregels "Parkeren doen we zo!". Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode wijzigen, gelden de gewijzigde regels. Parapluplan Archeologie De archeologische verwachtingswaardenkaart uit de Nota Archeologie 2017 is de basis voor dit parapluplan. In het parapluplan worden de archeologische waarden uit de Nota Archeologie voorzien van een dubbelbestemming ter bescherming van archeologische waarden. Het perceel is aangemerkt met de bestemming ‘Waarde - Archeologie 3’. Op deze gronden mogen ten behoeve van het behoud en de bescherming van (verwachte) archeologische waarden uitsluitend gebouwen/bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd die voor aanvullend of definitief archeologisch onderzoek in de vorm van opgravingen noodzakelijk zijn. Tevens mogen op deze gronden gebouwen/bouwwerken geen gebouwen zijnde worden opgericht voor de andere op die gronden voorkomende bestemming(en).

Bovenstaande geldt alleen mits het bepaalde in leden 6.3 en 6.4, uit de regels van het Parapluplan Archeologie vooraf in acht is genomen. Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarden-archeologie zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag grondwerkzaamheden dieper dan 40 cm onder het maaiveld uit te voeren. Paraplubestemmingsplan wonen Geertruidenberg De gemeente Geertruidenberg heeft geconstateerd dat de begrippen ‘wonen’, ‘woning’ en ‘huishouden’ in een aantal van deze bestemmingsplannen niet of niet duidelijk is gedefinieerd. Tevens heeft niet in alle ruimtelijke plannen een koppeling plaatsgevonden tussen deze begrippen. Het gevolg hiervan is dat niet duidelijk is hoe de woningen kunnen worden gebruikt en er daarmee geen eenduidige regels zijn om regie te voeren op de verhuur van woningen aan bijvoorbeeld internationale werknemers. Doel van het paraplubestemmingsplan is om een eenduidig begrippenkader te scheppen voor onder andere de begrippen ‘wonen’, ‘woning’ en ‘huishouden’.

1.4 Bij het plan behorende stukken Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: een verbeelding waarop onder meer de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven, regels waarin de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen en een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden onder andere de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Hierin staat ook beschreven wat het vigerende beleid inhoudt. Milieutechnische aspecten die in het kader van het bestemmingsplan zijn onderzocht zijn in separate bijlagen bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. 1.5 Leeswijzer De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit een zevental hoofdstukken en enkele bijlagen. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de historische en huidige ruimtelijke structuur en functionele structuur van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt de planontwikkeling toegelicht. Hoofdstuk 4 bevat een beschrijving van het relevante nationale, provinciale en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 5 worden de milieuhygiënische en planologische randvoorwaarden uiteengezet. De juridische opzet van het plan wordt toegelicht in hoofdstuk 6.

In hoofdstuk 7 komt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.

10

Vastgesteld bestemmingsplan “Molenstraat 58, te Raamsdonk” - 9 november 2023

2

Analyse van de bestaande situatie

2.1 Historische ontwikkeling Raamsdonk (als ‘Dunc’) wordt in 1253 voor het eerst genoemd als Ramesdunc. Een ‘dunc’ of ‘donk’ is een zanderige heuvel in een moerassig gebied. Het voorvoegsel ‘raams’ duidt mogelijk op de aanwezigheid van een bepaald soort plant. Het dorp wordt grotendeels verwoest tijdens de Sint-Elisabethsvloed van 19 november 1421 en daarna een paar honderd meter zuidelijker weer opgebouwd, met achterlating van de middeleeuwse Lambertuskerk ten noorden van Raamsdonk. Tegenwoordig is Raamsdonk een rustig dorp, met vele karakteristieke langstraatboerderijen, in een opstelling die de oorspronkelijke Middeleeuwse opstrekkende verkaveling weerspiegelt. Ook op de locatie aan de Molenstraat 58a heeft tot de jaren '50 een boerderij gestaan. Raamsdonk kent twee kleinschalige uitbreidingen. In het noordwesten is in de jaren ‘70 en ‘80 van de vorige eeuw ten westen van de Raadhuisstraat een voor Raamsdonk relatief grote buurt bijgebouwd. Ten zuiden van het plangebied is recent een nieuwe ontwikkeling met 42 nieuwbouw woningen gerealiseerd. Vanaf 1997 maakt Raamsdonk samen met de kernen Raamsdonksveer en Geertruidenberg deel uit van de gemeente Geertruidenberg.

Figuur 2.1: Historische kaart omstreeks 1900

Figuur 2.2: Historische kaart omstreeks 1940

Figuur 2.3: Historische kaart omstreeks 1980

Figuur 2.4: Topografische kaart 2021

2.2 Ruimtelijke en functionele structuur Het perceel Molenstraat 58 ligt in de kern Raamsdonk, ingepakt door woningbouw. De gehele kern Raamsdonk wordt gekenmerkt door de historische lintstructuur met veel monumentale panden. De Molenstraat is een van de belangrijkste historische structuurdragers door de aanwezigheid van historische stedenbouw met een hoge waarde in de vorm van rijksmonumentale woonboerderijen. Verder komt er in de Molenstraat verspreid wat bedrijvigheid voor, ook ter hoogte van de planlocatie. Hier geldt een bestemming 'bedrijfsdoeleinden' met een functieaanduiding 'Geluidsstudio'. Vastgesteld bestemmingsplan “Molenstraat 58 te Raamsdonk” - 9 november 2023

11

Figuur 2.5: Zicht op Molenstraat met aan de linkerzijde nr 58a Figuur 2.6: De voorzone is nu ingezaaid met gras

Figuur 2.7: De Molenstraat gezien vanuit de oostzijde met aan Figuur 2.8: De Molenstraat gezien vanuit de oostzijde met de rechterzijde zicht op de voorzone van nr. 58a aan de rechterzijde zicht op de voorzone van nr. 58a

12

Vastgesteld bestemmingsplan “Molenstraat 58, te Raamsdonk” - 9 november 2023

htgever

3

Planontwikkeling

3.1 Huidige situatie In de huidige situatie bevindt zich aan Molenstraat 58a op het achterterrein een geluidsstudio (opnamestudio). Het voorterrein is in gebruik als tuin en ingezaaid met gras. Tot in de jaren '50 heeft op deze locatie aan de Molenstraat een boerderij gestaan. Ruimtelijk gezien is het dus heel logisch om hier een nieuwe woning toe te voegen, die mee doet in de rooilijn van de naastgelegen boerderijen en woningen. In het vigerend bestemmingsplan geldt op de locatie de bestemming 'bedrijfsdoeleinden' met een functieaanduiding 'geluidsstudio'. Binnen de geldende bestemming mogen bedrijven met milieucategorie 1 en 2 gerealiseerd worden. Er mogen geen (nieuwe) woningen gerealiseerd te worden. 3.2 Het planvoornemen Het perceel is gelegen aan de Molenstraat. Een toevoeging van één levensloopbestendige woning is hier goed mogelijk, rekening houdend met de omgeving. De bebouwing aan de Molenstraat bestaat grotendeels uit vrijstaande woningen en (woon)boerderijen. Het perceel heeft ruim voldoende breedte en voldoende diepte om een vrijstaande woning te realiseren. Om de woning op een passende manier te situeren is aansluiting gezocht bij de rooilijnen en maatvoering van de bestaande lintbebouwing. De situering van de woning is evenwijdig aan de zijdelingse kavelgrenzen en volgt de richting van het oorspronkelijke landschap.

Zo doet de woning aan de straatzijde mee in het afwisselende beeld van voorgevels aan de Molenstraat.

p1

p2

p3

Mo

len

str

nieuwbouw Molenstraat 58A,woning, raamsdonk Figuurwoning 3.1: Ontwerp nieuwe Marquart Architectenschaal Particulier

onderdeel

aa

t

1 : 200

werknummer

voorlopig ontwerp

file-naam datum

21-074

20230830 21-074 VO.dwg

Vastgesteld bestemmingsplan “Molenstraat 58 te Raamsdonk” - 9 november 2023

13

30-08-2023

De goothoogte en nokhoogte zijn vastgelegd op respectievelijk maximaal 4 en 8,5 meter. De diepte van het hoofdgebouw mag maximaal 14 meter bedragen. De afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt minimaal 3 meter. Hiermee wordt ook aansluiting gezocht bij de bepalingen in het vigerend bestemmingsplan.

VOORGEVEL

materiaal-/kleuren staat schoon metselwerk voeg plint - stucwerk kozijnen draaiende delen houten voordeur luiken gebakken dakpannen houten makelaar / windveer zinken goot / hwa zinken dakkapel aanbouw: rabatdelen betonnen plint zinken dakrand met kraal houten garagedeur

project

nieuwbouw woning Molenstraat 58A, raamsdonk

schaal

1 : 100

werknummer

opdrachtgever

Particulier

onderdeel

voorlopig ontwerp

file-naam

Pieter Breughelstraat 12

21-074

Postbus 163 4940 AD Raamsdonksveer Telefoon 0162 518098

20230830 21-074 VO.dwg

Fax 0162 523030 E-mail info@marquart.nl

30-08-2023

datum

ACHTERGEVEL

gevels

RECHTER ZIJGEVEL

Figuur 3.2: Ontwerp nieuwe woning, Marquart Architecten nieuwbouw woning Molenstraat 58A, raamsdonk

opdrachtgever

Particulier

schaal

1 : 100

werknummer

21-074

Pieter Breughelstraat 12

voorlopig ontwerp “Molenstraat 58 te Raamsdonk” Vastgesteld bestemmingsplan - 9 november 2023 20230830 21-074 VO.dwg onderdeel

zwart grijs naturel zwart

gevels

LINKER ZIJGEVEL

project

roodbruin - licht gen grijs donkergrijs gebroken wit / grijs gebroken wit / grijs donker grijs / antrac donker grijs antraciet gebroken wit naturel naturel

Postbus 163

datum

14

4940 AD Raamsdonksveer

Telefoon 0162 518098

file-naam

Fax 0162 523030

E-mail info@marquart.nl

30-08-2023

3.3

Parkeren en verkeer

Parkeren Op de locatie geldt naast het bestemmingsplan 'Kern Raamsdonk' het paraplubestemmingsplan 'Parkeren' vastgesteld op 19 april 2018 door de gemeenteraad Geertruidenberg. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige-zoneparkeren' gelden de parkeernormen zoals opgenomen in het parkeerbeleid 'Parkeren doen we zo!'. De gemeente Geertruidenberg heeft op 29 december 2015 haar parkeerbeleid 'Parkeren doen we zo!' vastgesteld. In het beleidsplan van de gemeente Geertruidenberg is vastgelegd dat voor de berekening van benodigde aantallen parkeerplaatsen en de verkeersgeneratie moet worden uitgegaan van het gemiddelde van de bandbreedte van de parkeer kencijfers zoals opgenomen in de CROW (ASVV, publicatie 381). Daarbij is voor deze locatie het uitgangspunt ‘matig stedelijk’ en ‘rest bebouwde kom’. De parkeernorm voor vrijstaande koopwoningen is, uitgaand van de hiervoor genoemde uitgangspunten, 2,2. De woning kan direct worden ontsloten via de Molenstraat via een nieuwe oprit, naast de bestaande oprit van de geluidsstudio. Er wordt op eigen terrein in de parkeerbehoefte voorzien. De oprit is breed en lang. In theorie zouden er 2 auto's naast elkaar en vervolgens 2 auto's erachter geparkeerd kunnen worden. Daarmee wordt in de behoefte van 2,2 parkeerplaatsen voldaan. Er zal dus geen toename plaatsvinden van de parkeerdruk in het openbaar gebied.

Verkeer De Molenstraat betreft een erftoegangsweg met een 30 km/h regime. Een erftoegangsweg is een weg bedoeld voor het toegankelijk maken van erven (dat zijn alle particuliere en openbare percelen, inclusief woonerf en winkelerf) en verblijfsgebieden. Alle manoeuvres die nodig zijn voor het bereiken van de erven, het in- en uitstappen en het laden en lossen van goederen, horen bij het toegankelijk maken. De Molenstraat heeft een gemiddelde rijbaanbreedte van 5,50 meter met aan weerszijden een trottoir van gemiddeld 1,5 meter breed. De Molenstraat voldoet daarmee aan breedte van een erftoegangsweg volgens de CROW. Auto’s kunnen elkaar goed passeren. De weg is van oudsher een boerenlint en geeft toegang tot onder meerdere woningen, woonboerderij en (agrarische)bedrijven. Op de weg mag geparkeerd worden en laden en lossen is incidenteel toegestaan. De capaciteit van een erftoegangsweg is gesteld op maximaal 2.500 mvt per etmaal. De verkeersbewegingen zijn berekend op basis van de kengetallen van de CROW. Op basis van de eerder genoemde uitgangspunten (‘matig stedelijk’ en ‘rest bebouwde kom’) geeft het CROW aan dat rekening gehouden moet worden met een verkeersgeneratie van 7,8 tot 8,6 motorvoertuigritten per woning (werkdag) per etmaal. Deze extra verkeersbewegingen uit dit kleinschalige plan kunnen ruim binnen de capaciteit van de wegen in de omgeving opgevangen worden.

Vastgesteld bestemmingsplan “Molenstraat 58 te Raamsdonk” - 9 november 2023

15

4

Beleidsaspecten

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het ruimtelijk beleid. Het betreft onder andere rijksbeleid, dat dient door te werken in dit bestemmingsplan. Achtereenvolgens wordt een beschrijving van de belangrijkste beleidsdocumenten op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau voor zover relevant voor het plangebied gegeven. Als relevante ruimtelijke bovenlokale plannen moeten worden bezien: • Nationale Omgevingsvisie (11 september 2020) • Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (1 december 2020) • Omgevingsvisie Noord-Brabant (14 december 2018) • Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (15 april 2022) 4.1

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in januari 2023 in werking treedt. De NOVI is vastgesteld op 11 september 2020. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan ingespeeld worden op de grote uitdagingen die er zijn. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op onze leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.

Met de NOVI wordt een proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden om te bouwen aan een mooier en sterker Nederland. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonden steden en regio’s 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied.

Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Een uitgangspunt uit de NOVI is het bouwen van sterke, aantrekkelijke en gezonde steden en het verder ontwikkelen van het Stedelijk Netwerk Nederland. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Ontwikkelingen vinden plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden houden hun groene karakter. Het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad wordt verbeterd. Vastgesteld bestemmingsplan “Molenstraat 58 te Raamsdonk” - 9 november 2023

16

Doorwerking in het bestemmingsplan De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het bouwen van maximaal één levensloopbestendige woning op een terrein dat deel uitmaakt van een bestaand bebouwingslint. De ontwikkeling wordt voorzien in bestaand stedelijk gebied, landelijke kern. De ontwikkeling past hiermee in algemene zin in zorgvuldig ruimtegebruik en binnen de prioriteit “sterke en gezonde steden en regio’s” van de NOVI. 4.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ geïntroduceerd. Deze ladder is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten, waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 verankerd in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Per 1 juli 2017 is de nieuwe ladder in werking getreden, waar in de tekst van artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro wordt terug gebracht naar de essentie: ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.’ De Laddertoets dient te worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toetsend aan deze ladder dient allereerst te worden bepaald of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Ingevolge artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, wordt in het Bro en de daarop berustende bepalingen onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het begrip ‘woningbouwlocatie’, is niet nader gedefinieerd in het Bro. Onder verwijzing naar de uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) van 28 juni 2017 de hoofdlijnen van haar jurisprudentie uiteengezet. De Afdeling werkt gestructureerd een aantal thema’s uit en doet dat aan de hand van jurisprudentie.

Zo benadrukt de Afdeling dat een voorziene ontwikkeling voldoende substantieel moet zijn om aangemerkt te kunnen worden als een stedelijke ontwikkeling. Als het plan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie kunnen worden aangemerkt, is die ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling aan te merken. Het plan voor de Molenstraat betreft een ontwikkeling van één vrijstaande woning. Doorwerking in het bestemmingsplan Met onderhavig bestemmingsplan wordt één woning mogelijk gemaakt in het bestaand stedelijk gebied, landelijke kern. Gelet op bovenstaande voorziet het onderhavige plan niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in de genoemde bepaling. Hierdoor is artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing. Gesteld kan worden dat de ‘ladder duurzame verstedelijking’ niet van toepassing is op het onderhavige plan. 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd.

Indien provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens provinciale verordening respectievelijk bij of krachtens Algemene Maatregel van Bestuur regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. Inhoudelijk gaat het om nationale belangen die samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies, zoals natuur in het Natuurnetwerk Brabant (NNB, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur, EHS), of met het vrijwaren van functies. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), beter bekend als de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met onderdelen aangevuld per 1 oktober 2012. Het besluit is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Doorwerking in het bestemmingsplan Het Barro spreekt zich niet nadrukkelijk uit over de ruimtelijke invulling van de locatie. De ontwikkeling wordt voorzien aan een bestaand bebouwingslint. Het perceel wordt gesplitst en de bedrijfslocatie wordt deels getransformeerd naar wonen. In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.

17

Vastgesteld bestemmingsplan “Molenstraat 58, te Raamsdonk” - 9 november 2023

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving’ De Omgevingswet bundelt de regels voor de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend hierop heeft de provincie NoordBrabant alvast een provinciale Omgevingsvisie opgesteld. De Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ is vastgesteld op 14 december 2018. De visie spreekt over een ‘diepe’ manier van kijken, een ‘ronde’ manier van kijken en een ‘brede’ manier van kijken, om zodoende aan de voorkant alle belangen te betrekken om uiteindelijk meer snelheid en kwaliteit te leveren. Dit houdt in dat men kijkt naar wat het initiatief voor ‘people’ in de gemeenschap betekent, wat het voor de ‘planet’ ofwel leefomgeving betekent en wat het oplevert in economisch opzicht of wel ‘profit’. Bij afwegingen die moeten worden gemaakt over het behoud van levenskwaliteit in het hier en nu, in sociaal, economisch en ecologisch opzicht, moet rekening worden gehouden dat dit niet ten koste mag gaan van de levenskwaliteit elders en later. De visie geeft ook expliciet aan dat de verantwoordelijkheid voor het fysieke domein veel meer verschuift naar de gemeenten. De provincie stuurt alleen nog op hoofdlijnen, stimuleert beweging en maakt (wenselijke) ontwikkelingen mogelijk.

Er is één basisopgave (werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit) met als één van de vier hoofdopgaven voor 2050: “Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal”. Ook wil de provincie in 2050 energieneutraal zijn, en klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. De provincie wil tevens dat het stedelijk netwerk van Brabant in 2050 functioneert als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen als onderdeel van de Noord-West Europese metropool. Tot slot is één van de vier hoofdopgaven dat Brabant in 2050 top kennis- en innovatieregio in Europa is. Visie op duurzame energie De provincie koppelt haar beleid aan het rijksbeleid en nationale doelen. Nederland heeft voor 2030 een tussendoel gesteld van 49% CO2-reductie. In Noord-Brabant is deze ambitie voor 2030 overgenomen als nieuwe, minimaal te realiseren ambitie van 50%. Dit uitgangspunt is vertaald naar een eigen ambitie voor duurzame energieopwekking, besparing en beperking van CO2-uitstoot. Het doel voor 2060 is om 100% duurzame energie te gebruiken, grotendeels afkomstig uit Noord-Brabant.

De doelstelling is een grote uitdaging die vraagt om een actief en gericht tweesporenbeleid van de provincie: • Verminderen van energieverbruik in de gebouwde omgeving, industrie en mobiliteit en; • Verduurzaming van energie, door grootschalig gebruik van energie via wind, zon, water en duurzame warmte. Een duurzame energieproductie biedt kansen voor de economische motor, sociale samenhang en het maatschappelijk rendement. Nieuwe digitale toepassingen helpen om energieopwekking en -gebruik zo efficiënt mogelijk te doen. De provincie sluit aan op de vijf nationale transitiepaden: elektriciteit, industrie, gebouwde omgeving, mobiliteit, landbouw en landgebruik. Gebouwde omgeving De provincie zet zich in voor een energieneutrale gebouwde omgeving. De provincie zet zich in voor de transitie van onze woningvoorraad en andere gebouwen naar energie-neutraal, te beginnen met energiebesparing. Doorwerking in het bestemmingsplan Met onderhavige ontwikkeling wordt een nieuwe woning toegevoegd binnen bestaand stedelijk gebied. De nieuw te bouwen woning zal voldoen aan de minimale eisen ten aanzien van duurzaamheid, zoals gasloos bouwen, wat een verplichting is in het kader van het Bouwbesluit. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van een warmtepomp, zonnecollectoren en pv-panelen. Gestreefd wordt naar energie-neutraal bouwen, minimaal Beng.

Onderhavige ontwikkeling is aan verschillende omgevingsaspecten getoetst. De conclusie is dat de planontwikkeling aanvaardbaar is vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening met respect voor de stedenbouwkundige en landschappelijke structuur.

Vastgesteld bestemmingsplan “Molenstraat 58 te Raamsdonk” - 9 november 2023

18

4.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Naast een omgevingsvisie moet de provincie vanuit de Omgevingswet ook één omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. In de omgevingsvisie staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken. Soms vraagt dat om een nadere uitwerking van beleid en maatregelen in een (beleids)programma, soms zijn er regels nodig om de ambities te realiseren. Denk bijvoorbeeld aan het beschermen van belangrijke waarden als het drinkwater of de natuurgebieden. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, zo vervangt de Brabantse omgevingsverordening diverse provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De provincie Noord-Brabant heeft als eerste stap op 5 november 2019 een Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels zijn samengevoegd. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd.

Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de Interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet zal de definitieve omgevingsverordening samen met de Omgevingswet naar verwachting half 2023 in werking treden. Noord-Brabant heeft de ambitie tot de top van Europese kennis- en innovatie regio’s te blijven behoren. Een aantrekkelijk leef-, woon- en vestigingsklimaat is hiervoor een essentiële voorwaarde. Dit zorgt ervoor dat bedrijven de weg naar Brabant weten te vinden, werknemers hier prettig wonen en innovaties sneller plaatsvinden. Daarom wordt gestreefd naar duurzame verstedelijking. Gebaseerd op de Brabantse omgevingsvisie wordt aandacht gevraagd voor de opgaven vanuit een veilige, gezonde leefomgeving, energietransitie, klimaatadaptatie en een concurrerende, duurzame economie. In de Interim Omgevingsverordening is de kern Raamsdonk aangegeven als 'Landelijke kern'. Het provinciale beleid is al jaren gericht op het bundelen van een duurzame verstedelijking. Uitgangspunt daarbij is dat eerst de mogelijkheden in 'Stedelijk gebied' worden benut of de mogelijkheden in leegkomend of leegstaand erfgoed elders in de gemeente.

Als daarbinnen vanuit kwalitatieve- of kwantitatieve overwegingen geen ruimte beschikbaar is of de transformatie van cultuurhistorisch waardevol/ geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort, kan een afweging worden gemaakt voor nieuw ruimtebeslag in het gebied dat is aangewezen als ‘Verstedelijking afweegbaar’. In en rondom de kernen in het landelijk gebied staat het voorkomen van verdere aantasting van het buitengebied centraal. Dit betekent dat het accent op inbreiden, herstructureren en intensief en meervoudig ruimtegebruik ligt.

Figuur 4.1: Uitsnede Interim Omgevingsverordening. Locatie rood omlijnd. De locatie ligt in het bestaand stedelijk gebied.

19

Vastgesteld bestemmingsplan “Molenstraat 58, te Raamsdonk” - 9 november 2023

Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: 1. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; 2. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; 3. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; 4. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; 5. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; 6. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie Doorwerking in het bestemmingsplan Het plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied, de 'landelijke kern'. Er is een basisregeling geformuleerd voor een duurzame stedelijke ontwikkeling. Uitgangspunt daarbij is dat eerst de mogelijkheden in stedelijk gebied worden benut. De provincie wil de groei en de spreiding van het stedelijk ruimtebeslag afremmen. Voor de 'kernen in het landelijk gebied' waarin het plangebied is gelegen, betekent dat het voorkomen van verdere aantasting van het buitengebied centraal staat. Dit houdt in dat het accent op inbreiden en herstructuren ligt. Bij de nieuwe invulling is nadrukkelijk gezocht naar een zorgvuldige indeling in verband met het karakter van het dorp en de stedenbouwkundige structuur van het dorpslint.

Een lege plek aan het lint, waar vroeger een boerderij stond, wordt weer ingevuld. Naast bovenstaande is in het bestemmingsplan rekening gehouden met de gevolgen van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling voor de in het plan begrepen gronden en de naaste omgeving, waaronder de bodemkwaliteit, de waterhuishouding, de ecologische waarden en andere relevante milieuaspecten. De verantwoording hiervan bevindt zich in hoofdstuk 5 van voorliggend bestemmingsplan. De ontwikkeling is derhalve passend binnen de regels van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Ruimtelijke visie West-Brabant 2030 (2011) De Ruimtelijke Visie West-Brabant 2030 beschrijft, met een doorkijk naar 2040, de koers van de regio in een ruimtelijk casco. Uitgangspunt van het gemeenschappelijk optrekken binnen deze koers is, dat autonomie van de deelnemende samenwerkingspartners gerespecteerd wordt. Alleen als opgaven daarom vragen, wordt al dan niet in wisselende allianties samengewerkt om de gestelde doelen te bereiken. De volgende doelen zijn daarbij van belang: • Centraal wat moet, decentraal wat kan. • West-Brabant als zelfbewuste regio in een veranderend krachtenveld. • Versterken van de regionale identiteit met gebiedsgerichte ontwikkelingsstrategieën. • Ruimtelijke ontwikkeling volgt vanuit een visie op duurzaamheid. • Water, natuur en landschapsambities zijn de basis voor een goed gefundeerde toekomst. • Nieuwe verbindingen en het oplossen van knelpunten voor personen- en goederenvervoer. • De economische structuur van West-Brabant wordt versterkt door regionale specialisaties. • Een aantrekkelijke woonregio door het profiel als tuin van de delta. • Spreiding van voorzieningen, betere bereikbaarheid en de leefbaarheid op peil. • Toeristisch recreatieve identiteit en meerwaarde van routes en nieuwe ontwikkelingen. Doorwerking in het bestemmingsplan De doelen uit de ruimtelijke visie West-Brabant zijn globaal van karakter.

Met het plan wordt in algemene zin aangesloten op de gestelde doelen uit de Ruimtelijke Visie West-Brabant 2030. 4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Omgevingsvisie Geertruidenberg Door de gemeente Geertruidenberg is op 3 juni 2021 de Omgevingsvisie Geertruidenberg vastgesteld. De omgevingsvisie komt voort uit de omgevingswet. In de omgevingsvisie zijn de kenmerken en waarden van de gemeente Geertruidenberg van nu beschreven én de ambities voor de toekomst aangegeven(strategische langetermijnvisie). In deze visie wordt gekeken naar de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De visie geeft aan waar kansen en ontwikkelingen mogelijk zijn en waar bewoners, bedrijven of organisaties initiatieven kunnen nemen. Vastgesteld bestemmingsplan “Molenstraat 58 te Raamsdonk” - 9 november 2023

20

Figuur 4.2: Omgevingsvisie Geertruidenberg, locatie rood omcirkeld

Raamsdonk wordt in de omgevingsvisie beschreven als een rustiek boerendorp. Het dorp ligt midden in onze fraaie landelijke omgeving. Hier is het buitengevoel bepalend voor de identiteit. Een groot deel van dit dorp bestaat uit lintbebouwing met karakteristieke Langstraatboerderijen. Een aantal van deze boerderijen is nog daadwerkelijk in gebruik als boerderij. Vergrijzing en sluipverkeer zetten het voorzieningenniveau en het woon- en leefklimaat in dit dorp onder druk. Ten aanzien van nieuwbouw is aangegeven dat bij nieuwbouw van woningen de voorkeur uitgaat naar inbreiding, dit betekent dat eerst binnen de kernen gebouwd zal worden en dat er niet uitgebreid wordt naar het buitengebied. Doorwerking in het bestemmingsplan Het voorliggende initiatief betreft het mogelijk maken van de bouw van één levensloopbestendige woning in de kern Raamsdonk. De locatie betreft in de huidige situatie een bedrijfsperceel. Dit perceel wordt gesplitst en op het voorste deel wordt een nieuwe woning aan het lint gerealiseerd. Hiermee wordt goed aangesloten bij de ambitie uit de omgevingsvisie om nieuwbouw te concentreren binnen de kern. 4.4.2 Woonvisie Geertruidenberg 2017 Voor wat betreft het gemeentelijk woningbouwbeleid is de Woonvisie Geertruidenberg 2017 het belangrijkste beleidsdocument. De Woonvisie Geertruidenberg 2017 (vastgesteld d.d.

24 mei 2017) geeft een doorkijk naar de ontwikkelingen en de visie daarop voor de komende jaren. Het algemene doel van de woonvisie is het realiseren van een goed woonklimaat dat direct bijdraagt aan het vestigingsklimaat, de vitale gemeenschappen en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat te behouden en te versterken. Evenals in de structuurvisie benoemd is de gemeente hierin de regisseur en heeft een faciliterende en informerende rol. Er wordt ingespeeld op de verdere bewustwording van de inwoners met betrekking tot hun eigen verantwoordelijkheid aangaande hun woontoekomst. Het stimuleren van initiatieven uit de gemeenschappen, aanspreken op en actief inzetten van kennis en talenten door de inwoners is het uitgangspunt van deze woonvisie. In de gemeentelijke Woonvisie wordt de actuele informatie over de woningmarkt vertaald naar speerpunten voor het gemeentelijk beleid. De volgende speerpunten zijn geformuleerd: 21

Vastgesteld bestemmingsplan “Molenstraat 58, te Raamsdonk” - 9 november 2023

• • • • • • •

Beschikbaarheid: zorgen voor voldoende woningen voor de verschillende doelgroepen. Betaalbaarheid: De relatie tussen inkomen en woonlasten moet in balans zijn. Duurzaamheid: De woningen verduurzamen is de één van de grootste uitdagingen. Woonkwaliteit: De woonwensen en kwaliteit van wonen verbeteren met betrekking tot het aanpassen van de bestaande woningvoorraad en realisatie van nieuwbouw. Transformatie: Transformatie van binnenstedelijk en buitengebied Leefbaarheid: Naast de woning is ook de locatie en de omgeving belangrijk voor een aangenaam leefklimaat. Langer thuis wonen: Toekomstbestendig maken van woningen van senioren.

Doorwerking in het bestemmingsplan Het voorliggende initiatief betreft het mogelijk maken van de bouw van een levensloopbestendige woning in de kern Raamsdonk. De locatie betreft in de huidige situatie een bedrijfsperceel. Dit perceel wordt gesplitst en op het afgesplitste deel wordt een nieuwe woning gerealiseerd. De nieuw te bouwen woning zal voldoen aan de minimale eisen ten aanzien van duurzaamheid, zoals gasloos bouwen, wat een verplichting is in het kader van het Bouwbesluit. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt een warmtepomp, zonnecollectoren en pv-panelen. Hiermee wordt goed aangesloten bij de ambitie uit de woonvisie om nieuwbouw te concentreren binnen de kern. 4.4.3

Duurzaamheid

Duurzaamheidsprogramma Geertruidenberg, 2018 De gemeente heeft in 2018 het ‘duurzaamheidsprogramma Geertruidenberg’ opgesteld. De ambitie is een duurzaam Geertruidenberg in 2050. Om dat te halen is het belangrijk om aan klimaatadaptatie te doen. Klimaatadaptatie is nodig om schade door een versnelde klimaatverandering te voorkomen, dan wel controleerbaar te houden. Deze ingrepen in onze leefomgeving kunnen tegelijkertijd kansen bieden om een impuls te geven aan ruimtelijke opgaven in de openbare ruimte maar ook aan de energietransitie. Het is belangrijk om wateroverlast en overstroming te voorkomen en in te kunnen spelen op droogte en hitte. Transitievisie Warmte Geertruidenberg, 2021 In Nederland gaan we stoppen met het gebruik van aardgas. Ook in Geertruidenberg zullen alle huizen en andere gebouwen tussen nu en 2050 overstappen op een andere techniek voor verwarming, warm water en koken. Dat wordt stap voor stap gedaan. In de Transitievisie Warmte zijn hiervoor de plannen omschreven. Duurzaam maken Amer-warmtenet In Geertruidenberg ligt al een warmtenet: het Amernet. Hiervoor wordt biomassa gebruikt: het verbranden van hout. Het hout is afkomstig uit productiebossen en kan dus ook worden ingezet om tafels van te maken (dit wordt wel hoogwaardig hout genoemd). Dit verbranden is niet duurzaam.

In plaats van bruikbaar hout moeten er daarom met nieuwe warmtebronnen worden gewerkt, zoals warmte uit de aarde (geothermie) of uit de rivier de Donge (aquathermie). Pas als het Amernet dit soort duurzame bronnen gebruikt, zullen extra woningen op het warmtenet worden aangesloten. Er wordt al wel onderzocht of het haalbaar en betaalbaar is om aan te sluiten op het warmtenet. Stap voor stap aardgasvrij 1. Vanaf nu: isoleren De gemeente helpt huiseigenaren bij het isoleren. Er is een energieloket voor informatie, en energiecoaches kunnen u helpen. Ook zijn er acties om met een groep mensen tegelijkertijd zonnepanelen of isolatie in te kopen. Dan is het goedkoper. Ook kan bij de gemeente geld geleend worden tegen een gunstig tarief. 2. 2021-2022: onderzoek in een paar wijken In een paar wijken starten we met een onderzoek of de wijk van het aardgas af kan. Of dat ook echt gaat gebeuren, hangt af van de uitkomst van het onderzoek. De wijk waar de onderhavige locatie in is gelegen is één van de wijken die onderzocht zal worden. 3. 2030-2035: eerste wijken van het aardgas af 4. Tot 2050: alle wijken en gebouwen één voor één van het aardgas af.

Vastgesteld bestemmingsplan “Molenstraat 58 te Raamsdonk” - 9 november 2023

22

Doorwerking in het bestemmingsplan Het is de ambitie om de woning duurzaam te ontwikkelen. De woning wordt gebouwd zonder gasaansluiting en er wordt gebruik gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Door het energieverbruik zoveel mogelijk te reduceren wordt een hoge energievraag voorkomen. Voor hetgeen wat nog opgewekt dient te worden zal gestreefd worden om dit duurzaam te doen door middel van een warmtepomp en zonnepanelen. 4.4.4 Welstandsnota Op 28 juni 2012 heeft de gemeenteraad de welstandnota 2012 vastgesteld. Met de welstandsnota wordt de historische bebouwing en beschermde dorpsgezichten beschermd. Nieuwe bouwplannen worden getoetst door de Commissie Ruimtelijke kwaliteit (CRK). Het soort toets is afhankelijk tot welk gebied het plangebied behoort. De toetsingsniveau’s zijn: regulier, uitgebreid en welstandsvrij. Omdat het perceel van onderhavige ruimtelijke onderbouwing behoort tot ‘historische bebouwingslinten H2’ geldt voor dit gebied een uitgebreide welstandstoets. Doorwerking in het bestemmingsplan Een benodigde voorwaarde voor de voorgenomen ontwikkeling is een positief advies van de Commissie Ruimtelijke kwaliteit. Het bouwplan is als vooroverleg besproken met de CRK. De architect heeft bij de CRK een toelichting gegeven over de locatie en de uitwerking van de architectuur, bouwmassa en materialisatie van het plan.

De commissie heeft met belangstelling kennis genomen van de toelichting en is positief over het feit dat er op de locatie een woning komt. Het perceel is een open gat in de omgeving en voorziet een verbetering voor de locatie en straatbeeld. De commissie in zijn algemeenheid positief over het initiatief om het perceel te bebouwen. Het definitieve bouwplan dient nogmaals voorgelegd te worden aan de CRK. 4.5 Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de relevante beleidskaders van zowel het Rijk, als de provincie Noord-Brabant, Regio West-Brabant en de gemeente Geertruidenberg.

23

Vastgesteld bestemmingsplan “Molenstraat 58, te Raamsdonk” - 9 november 2023

5

Onderzoek en verantwoording

Ten behoeve van de ontwikkeling van het plan Molenstraat 58a in Raamsdonk is onderzoek verricht naar diverse ruimtelijk relevante aspecten. Onderhavig bestemmingsplan heeft betrekking op een gebied van ca. 700 m2. De onderzoeken zijn verwoord in een aantal deelrapporten die als losse bijlagen bij dit bestemmingsplan zijn gevoegd. In dit hoofdstuk worden de betreffende rapporten beknopt samengevat. 5.1

Cultuurhistorie en Archeologie

5.1.1

Cultuurhistorie

Landelijke wet en -regelgeving Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken en om de aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren te halen. Men is hiermee verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet.

Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Deze wordt samen met de Omgevingswet ingevoerd, waardoor een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk is. Beleid provincie Noord-Brabant In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangeven.

Figuur 5.1: Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart 2010 Noord-Brabant, locatie rood omcirkeld. Er zijn geen waardevolle cultuurhistorische complexen of gebieden in het geding. Vastgesteld bestemmingsplan “Molenstraat 58 te Raamsdonk” - 9 november 2023

24

Beleid gemeente Geertruidenberg Teneinde de cultuurhistorische belangen in voldoende mate mee te kunnen wegen bij planvorming, heeft de gemeente Geertruidenberg een Erfgoednota 2016. In de nota is een erfgoedkaart opgenomen waar de cultuurhistorische waarden bijeengebracht en weergegeven zijn. Conclusie Binnen het plangebied zijn géén cultuurhistorisch waardevolle structuren of elementen aanwezig. Het bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk die de cultuurhistorische waarden kunnen aantasten. Het planvoornemen vormt geen belemmering voor het in stand houden van deze ambitie. 5.1.2

Archeologie

Landelijk beleid In het landelijk beleid betreffende archeologie is het bewaren van archeologische waarden in situ (in de bodem) het uitgangspunt. Nederland heeft namelijk in 1992 het Verdrag van Valletta/Malta getekend waarin behoud van archeologische waarden in situ voorop staat. Met de Wijzigingswet (Wamz 2007) op o.a. de Monumentenwet 1988 is dit in Nederland van kracht geworden. Dit is niet veranderd met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet (1-7-2016). Sindsdien is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Beleid gemeente Geertruidenberg Op de locatie geldt naast het bestemmingsplan 'Kern Raamsdonk' ook het parapluplan 'Archeologie' van de gemeente Geertruidenberg. Het parapluplan is vastgesteld op 11 februari 2021. Op de locatie is de bestemming 'WaardeArcheologie-3' geldig. Deze gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen mede bestemd voor het behoud en de bescherming van (verwachte) archeologische waarden.

In de regels van de bestemming 'Waarde-Archeologie-3' is opgenomen dat bij grondwerkzaamheden dieper dan 40 cm onder het maaiveld en meer dan 100 m2 eerst archeologisch onderzoek uitgevoerd dient te worden.

Figuur 5.2: Uitsnede archeologische verwachtingskaart Geertruidenberg, locatie wit omcirkeld

Daarnaast geldt in de gemeente Geertruidenberg de Nota Archeologie. De Nota is in november 2017 vastgesteld en opgenomen in het parapluplan 'Archeologie'. Volgens de archeologische waardekaart ligt het plangebied in een gebied waar een hoge archeologische verwachting van toepassing is. De locatie betreft ook een gebied waar al in 1832 sprake was van bebouwing. In het Parapluplan Archeologie (11-02-2021) zijn deze waarden doorvertaald naar onder andere de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 3’. Volgens het gemeentelijk beleid is een archeologisch onderzoek daarom vereist om de beoogde woning mogelijk te maken.

25

Vastgesteld bestemmingsplan “Molenstraat 58, te Raamsdonk” - 9 november 2023

Onderzoek Transect heeft een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Molenstraat (tussen 58 en 60) in Raamsdonk (Verkennend archeologisch onderzoek, Trasect bv., documentnr. 22050035, versie 1, 15 november 2022). De aanleiding voor het onderzoek vormt de ruimtelijke procedure ten behoeve van de realisatie van een nieuwe woning (130 m2) in het gebied. Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek. De vraagstelling van deze onderzoeken richt zich op het vaststellen en toetsen van de archeologische verwachting en de bepaling in hoeverre de voorgenomen ingrepen in het kader van de planvorming effect hebben op eventuele archeologische resten in het gebied. Op basis van het bureauonderzoek bevindt het plangebied zich op een dekzandwelving. Op grond van de ouderdom van de verwachte afzettingen in het plangebied kunnen theoretisch gezien vindplaatsen uit de periode van het LaatPaleolithicum B tot en met de Nieuwe Tijd aanwezig zijn. Dergelijke landschappelijke situaties zijn vanaf het LaatPaleolithicum B geschikt voor bewoning. Er geldt zodoende een hoge archeologische verwachting voor de top van het dekzand. Het plangebied is op basis van de paleogeografische kaarten van Vos et al (2018) mogelijk overdekt geweest met veen tussen 1500 v. Chr en 1500 n. Chr..

De bewoning in de buurt van Raamsdonk zal zich vermoedelijk hebben gevestigd op de toppen van de dekzandruggen die niet waren bedekt met veen, of op de oeverwallen van de Maas. Op basis van de geologische gegevens en gegevens uit archeologische onderzoeken in de omgeving, kan geconcludeerd worden dat er geen veen is aangetroffen in het historische bouwlint van Raamsdonk en de directe omgeving. Zodoende geldt er eveneens een hoge verwachting voor deze periode. Voor wat betreft archeologische resten vanaf 1400 is de verwachting zeer hoog. De ligging van het plangebied aan het historisch lint, nabij een historische molen (40 m ten westen), en de bebouwing die aanwezig is op historische kaarten vanaf 1629 zijn redenen om aan te nemen dat het plangebied al geruime tijd bebouwd is geweest. Waarschijnlijk bevinden er zich nog funderingsresten van de bebouwing en erf-gerelateerde resten. Hoewel de stellingmolen, die zich waarschijnlijk in het plangebied heeft bevonden vanaf 1904, is opgeblazen door Duitse troepen tijdens de Tweede Wereldoorlog worden er toch geen specifieke resten verwacht die hiervoor indicatief zijn. Deze zijn waarschijnlijk vrij snel geruimd (raamsdonkshistorie.nl). Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat er onder de bouwvoor een ophogingslaag ligt op het dekzand.

In de top van het dekzand, dat zich op 20 – 90 cm -Mv (1,30 – 1,60 m NAP) bevindt, zijn in het westen van het plangebied sporen van bodemvorming aangetroffen. Zowel de top van het dekzand (20 – 90 cm -Mv; 1,30 – 1,60 m NAP), als de top van de ophogingslaag (10 – 55 cm -Mv; 1,60 – 1,95 m NAP) zijn archeologisch relevante niveaus. Conclusie Op grond van bovenstaande resultaten is de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek bevestigd. De hoge verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum - Late Middeleeuwen en de zeer hoge verwachting voor bebouwingsresten uit de Nieuwe Tijd kan behouden blijven. Redenen hiervoor zijn de intacte bodemopbouw, de aangetroffen archeologische indicatoren, de aanwezigheid van een ophogingslaag, een mogelijk spoor en waarschijnlijk historische funderingsresten in het plangebied. Omdat er een hoge archeologische verwachting is vastgesteld vanaf 10 - 55 cm -Mv, zullen archeologische resten verstoord kunnen worden. Door het onderzoeksbureau wordt geadviseerd om in het plangebied een karterend en waarderend vervolgonderzoek uit te voeren, in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Voor een dergelijk gravend onderzoek is een Programma van Eisen benodigd, dat dient te worden beoordeeld en goedgekeurd door de bevoegde overheid.

Met het door het onderzoeksbureau gegeven selectieadvies, vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven te doen uitvoeren binnen het omschreven plangebied, kan door het Monumentenhuis Brabant worden ingestemd. 5.2 Bodem Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet- als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening- worden onderzocht of de voorgenomen bestemming niet wordt belemmerd door bodemverontreiniging. In het belang van de bescherming van het milieu zijn, om de bodem te beschermen, regels gesteld in de Wet bodembescherming (Wbb). Deze wet is van toepassing op bestemmingsplannen die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken. De bodem dient geschikt dient te zijn voor de beoogde functie.

Vastgesteld bestemmingsplan “Molenstraat 58 te Raamsdonk” - 9 november 2023

26

Onderzoek Tritium Advies heeft een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn vervat in het rapport ‘Verkennend bodemonderzoek Molenstraat 58a, Tritium Advies, projectnr: 2205/112/MP01, versie 0, 12 oktober 2022’. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) om te bepalen of op de locatie sprake is van een bodemverontreiniging die een belemmering zou kunnen veroorzaken met betrekking tot de voorgenomen ontwikkeling op de onderzoekslocatie. Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende deellocaties onderscheiden: • deellocatie A : gehele locatie (verdacht, NEN- parameters); • deellocatie B : gedempte watergang (verdacht, NEN- parameters). Zintuiglijk zijn tijdens het verkennend bodemonderzoek heterogeen verdeeld over de locatie in de grond sporen tot zwakke bijmengingen aangetroffen met baksteen. Verder is plaatselijk een matige bijmenging met puin aangetroffen in de laag van 0,50 tot 1,00 meter. Tijdens het verkennend asbestonderzoek werd dezelfde matig puinhoudende laag in de bovengrond waargenomen. Tevens zijn sporen tot matige bijmengingen met puin in de bovengrond aangetroffen. Deellocatie A: gehele locatie Uit de analyseresultaten blijkt dat plaatselijk in de ondergrond een lichte verontreiniging is aangetoond met lood.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=cd600574-e2fe-458c-bca3-a3fa525a1218