Beheerplan OVL 2016-2020 (v 2 0) Geertruidenberg.pdf
Tekst van het document
Investering
Aantal masten
t/m 2014
€
34.775,00
78
2015
€
96.950,00
167
2017
€
2.700,00
6
2019
€
1.800,00
6
2020
€
76.550,00
196
Deze masten zijn in 2014 visueel geïnspecteerd en getest. Op basis hiervan zijn enkele rotte masten reeds vervangen.
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
23
WAT HEB IK?
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
24
WAT HEB IK?
4.7.2 Investeringen armaturen In de grafiek op de volgende bladzijde, is duidelijk gemaakt hoeveel armaturen er in het desbetreffende jaar vervangen dienen te worden, met bijbehorende investering op basis van de afschrijvingstermijnen. Momenteel is er een achterstand van 11 jaar. Dit komt overeen met 569 stuks armaturen en een totale investering van € 201.930,00, op basis van theoretische levensduur. Vervangingsjaar
Investering
Aantal armaturen
2014
€
201.930,00
569
2015
€
7.780,00
201
2016
€
3.695,00
13
2017
€
43.710,00
111
2018
€
63.225,00
198
2019
€
66.950,00
176
2020
€
113.690,00
253
Hier geldt dat de armaturen komend jaar visueel geïnspecteerd worden. Op basis hiervan wordt bepaald of vervanging noodzakelijk is of naar een later jaar kan worden verschoven.
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
25
WAT HEB IK?
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
26
WAT WIL IK?
5.
WAT WIL IK? Het eerder beschreven doel van de OVL is gebaseerd op de visie dat in een ideale situatie de OVL optimaal bijdraagt aan de verkeersveiligheid en de sociale veiligheid. Hierbij dient het energieverbruik zo laag mogelijk te zijn en worden duurzame oplossingen nagestreefd. Om aan deze visie inhoud te geven zijn in dit hoofdstuk enkele beleidsthema’s en aandachtsgebieden opgenomen met de mogelijke knelpunten en keuzemogelijkheden.
5.1
Beleidskeuzes voor de periode 2016-2020
5.1.0 Visie De gemeente Geertruidenberg verlicht alleen waar en wanneer dat nodig is, oftewel ‘Uit waar het kan, en aan waar het moet’. Zij maakt daarbij een afweging op maat om te komen tot openbare verlichting die duurzaam en tegen acceptabele kosten bijdraagt aan: o de verkeersdoorstroming en de verkeersveiligheid; o het gevoel van sociale veiligheid; o kwaliteit/identiteit/sfeer van de deelgebieden/wijken/dorpen/buitengebied. 5.1.1 Aansprakelijkheid als wegbeheerder De gemeente streeft ernaar de aansprakelijkheid op het gebied OVL zoveel mogelijk te beperken. In de onderstaande tabel is weergegeven op welke wijze de gemeente haar aansprakelijkheid heeft beperkt. Aansprakelijkheid kan worden beperkt door:
De gemeente Geertruidenberg heeft dit als volgt geregeld:
Het periodiek en systematisch uitvoeren van inspecties en onderhoud.
Het onderhoud van de openbare verlichting wordt verzorgd door een onderhoudsaannemer. Controle en inspecties vinden plaats door een onafhankelijk bureau. De gemeente heeft voor de komende jaren een vervangingsplan opgesteld. Meldingen van burgers worden via de Gemeentewinkel of via de website aangenomen. Deze meldingen worden geregistreerd in een beheersysteem waarna de onderhoudsaannemer of netbeheerder de storing verder afhandelt. Tevens is de status van de storing te raadplegen. In het onderhoudsbestek zijn termijnen opgenomen waarbinnen storingen door de aannemer moeten worden opgelost. In de komende beleidsperiode wordt installatieverantwoordelijkheid binnen de gemeente op de juiste manier geïmplementeerd.
Een systeem van rationeel beheer (meerjaren vervangingsplan, beheerplan). Een goed werkend klachtensysteem
Snel handelen bij het verhelpen van schades en storingen. Borgen van installatieverantwoordelijkheid
5.1.2 Verlichtingskwaliteit en verbeterplan Hierbij kan een keuze worden gemaakt tussen wel of niet voldoen aan de NSVV richtlijnen. De bestaande openbare verlichting in Geertruidenberg dateert grotendeels van voor de invoering van bestaande richtlijnen en regelgeving en voldoet voor dat deel mogelijk niet aan de uitgangspunten van de ROVL 2011. In nieuwe wijken en herinrichtingsprojecten is vanaf 2012 het beleid gevoerd om wel aan de richtlijn ROVL 2011 te voldoen. In 2011 zijn de bestaande richtlijnen geactualiseerd en opnieuw beschreven in de Richtlijn Openbare Verlichting 2011 (ROVL-2011). Deze richtlijn biedt een advies over hoeveel licht geplaatst wordt op een bepaalde weg. In de herziene richtlijn is meer aandacht voor alternatieven voor verlichting en de duisternis. Met de nieuwe ROVL-2011, zijn er voor beheerders praktische handvatten beschikbaar gekomen om beleidskeuzes in relatie tot diverse kwaliteitsaspecten en energiebesparing te kunnen maken voor verlichting in de openbare ruimte. De ROVL 2011 bevat een bijlage met stroomdiagrammen waarmee kan worden bepaald of er in een bepaalde situatie wel of geen openbare verlichting gewenst is. Als extra op de richtlijnen van de NSVV (de ROVL 2011) kan het Politiekeurmerk Veilig Wonen worden voorgeschreven. Het PKVW heeft als basis de ROVL 2011.
Aanvullend verlangt het Politiekeurmerk dat alle openbare ruimte is verlicht met toepassing van wit licht, dus ook achterpaden. Tijdens de nachtelijke uren dient de verlichting te blijven branden.
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
27
WAT WIL IK?
Beleidskeuze De gemeente kiest ervoor om bij alle nieuwe openbare verlichting (reconstructies en vervangingen) de ROVL 2011 als uitgangspunt te nemen voor de openbare verlichting binnen de bebouwde kom. In veel situaties kan, om verschillende redenen, gekozen worden voor alternatieve verlichtingsvormen of zelfs niet verlichten. Als uit de afweging de keuze 'verlichten' gemaakt wordt, dan zal de gemeente de in de ROVL beschreven systematiek die voldoet aan de licht technische kwaliteitscriteria, als uitgangspunt nemen. De buitenruimte wordt qua verlichting niet op Politiekeurmerk niveau gebracht. Verlichten op Politiekeurmerk niveau betekent namelijk dat de gemeente lichtmasten moet bijplaatsen en meer vermogen (sterkere) lampen moet toepassen om de gelijkmatigheid te halen. Ook achterpaden moeten dan worden verlicht. Tevens voldoet gedimde verlichting per definitie niet aan het PKVW. 5.1.3 Energiebesparing Volgens het Energieakkoord zal de openbare verlichting in ons land ten opzichte van 2013 20% besparing op moeten leveren in 2020 en 50% in 2030. Gezien het feit dat er in onze openbare ruimte veel lichtpunten aanwezig zijn met een laag verbruik, zullen deze percentages niet gehaald worden, maar wordt er wel gestreefd naar een benadering hiervan. Openbare verlichting is binnen het eigen gebruik van de gemeente één van de grootverbruikers.
Met energiebesparing geeft de gemeente het goede voorbeeld en kan tevens een grote slag slaan bij de reductie van het energieverbruik. Het beleid is erop gericht om de energievraag zoveel als mogelijk te reduceren binnen de beperkte financiële middelen. Voor de openbare verlichting kan energiebesparing worden bereikt op verschillende manieren: • Uitschakelen of verwijderen van verlichting; • Toepassing van lampen met een lager lampvermogen met behoud van lichtsterkte; • Dimmen van het vermogen tijdens de nachtelijke uren. • Eerder inschakelen van de nachtverlichting • Het toepassen van avondschakeling. In de nieuwe richtlijnen van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde, de ROVL 2011 is ruimte voor alternatieven in de toepassing van verlichting. Zo kan in een bepaalde wegsituatie in plaats van verlichting ook worden gekozen voor reflecterende markering of schrikhekken. Weghalen van openbare verlichting zorgt voor energiebesparing maar vergt ook een investering. Toepassing van nieuwe technieken leidt ook tot energiebesparing. Bijvoorbeeld door lampen op een lager niveau te laten branden ofwel te dimmen. In de afgelopen periode heeft de gemeente hier al op ingezet. Dit dimmen zorgt bij een dimniveau van 50% voor ongeveer 40% energiebesparing, uitgaande van gasontladingslampen. Voor led-verlichting kan de besparing door dimmen oplopen naar 50%.
Dimmen kan zowel statisch als dynamisch gebeuren. Statisch dimmen betreft het op een vast tijdstip terugschakelen van de verlichting in brandniveau, bijvoorbeeld om 22:30 uur. Met telemanagementsystemen kan het dimmen ook op afstand aangestuurd worden. Dit heeft als voordeel dat ingespeeld kan worden op calamiteiten, weersomstandigheden en verkeersintensiteiten. De verlichting wordt dan dynamisch aangestuurd. Het idee om de nachtverlichting eerder in te laten gaan van 24:00 naar bijvoorbeeld 22:30 uur is niet realistisch. De investeringskosten voor deze maatregel overschrijden in ruime mate de te verwachten energiebesparing. Ook het gegeven dat nieuwe lampen al op dimschakeling zijn ingesteld draagt niet bij tot een mogelijkheid om meer energie te besparen. Continuering van de ingezette beleidslijn om ofwel energiezuinige conventionele lampen te gebruiken in dimuitvoering dan wel led armaturen te plaatsen, leidt tot de meest optimale energiereductie.
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
28
WAT WIL IK?
Beleidskeuze Uit bovenstaande analyse blijkt dat de meeste energiebesparing wordt bereikt bij toepassing van led-verlichting in de gehele installatie. Dit vereist wel een hoge investering. Wel kan de gemeente in ieder geval de aan vervanging toe zijnde verlichting vervangen door led. De gemeente wil met haar energiebeleid aansluiten bij het Energieakkoord en zet zich in voor de maximaal haalbare energiebesparing. Een en ander is sterk afhankelijk van de beschikbare financiële middelen. 5.1.4 Donkertegebieden, strooilicht en lichtvervuiling De afgelopen jaren is er vanuit de Overheid en Milieugroeperingen steeds meer aandacht voor het onnodig plaatsen van OVL en het voorkomen van lichtvervuiling. In de nieuwe richtlijnen de ROVL 2011, is het uitgangspunt ‘het standaard verlichten van een situatie’ zelfs verlaten. De algemene trend is dat er steeds meer 'licht op maat' wordt gevraagd. Strooilicht Toepassing van nieuwe verlichtingstechnieken zorgt ook voor minder strooilicht. Waar voorheen strooilicht zorgde voor “verlichting tot de voordeur” is dit met de huidige technieken niet automatisch meer het geval. In veel situaties leidt dit tot donkere voortuinen en gevoelens van onveiligheid en ongemakken, doordat bijvoorbeeld het sleutelgat van de voordeur niet meer gemakkelijk te vinden is. Vraag hierbij is wat tot de taak van de gemeente kan worden gerekend.
In principe is dit conform de richtlijnen het gebied van erfgrens tot erfgrens. Ook in het kader van burgerparticipatie behoort verlichting van eigen percelen tot de eigen verantwoordelijkheid van de bewoner. Het Politie Keurmerk Veilig Wonen echter stuurt aan op (energiezuinige) verlichting bij de voordeur om te kunnen zien wie daar staat en omwonenden mogelijkheden te geven sociale controle uit te oefenen. Trend is dat bij het ontbreken van strooilicht bewoners zelf verlichting aanbrengen, wat niet leidt tot energiebesparing. Lichtvervuiling De gemeente Geertruidenberg is zich ervan bewust dat verlichting storend kan zijn voor mens en dier. Verlichting bepaalt ’s avonds en ’s nachts het van nature open en donkere landschap. Geertruidenberg zet zich in om lichthinder en lichtvervuiling door openbare verlichting te verminderen zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Beleidskeuze De gemeente Geertruidenberg verlicht alleen waar en wanneer dat nodig is. Afhankelijk van de noodzaak op die plek en op dat moment. Voor ieder wegvak wordt een afweging op maat gemaakt, rekening houdende met: verkeerveiligheid, sociale veiligheid, energiebesparing en de gewenste kwaliteit van de leefomgeving. De gemeente streeft ernaar strooilicht zoveel mogelijk te beperken. In het lichtontwerp zal hiermee rekening worden gehouden.
Door in te zetten op lagere lampsterkte en dimmen zal de lichthinder afnemen. 5.1.5 Lichtkleur Er is de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar de invloed van lichtkleur op mens en dier. Dat de kleur van kunstlicht invloed heeft op mens en dier is al langer bekend. De slechte herkenbaarheid van kleuren bij SOX verlichting (geel) is daar een voorbeeld van. Deze lamp is vanwege haar energie-efficiëntie, in het verleden veelal toegepast op wegen en bedrijventerreinen waar de herkenbaarheid van kleur niet de hoogste prioriteit had. Op dit moment lopen er enkele onderzoeken naar de invloed van licht en dan met name de kleur op mens en natuur. De opkomst van led-verlichting in haar verscheidende kleuren is hier mede aanleiding voor. Proeven tonen aan dat de invloed van kunstlicht op fauna sterk verminderd kan worden door licht van een aangepast spectrum. Vooralsnog wordt aangenomen dat ‘groen’ licht flora en fauna vriendelijk is. In het buitengebied van de gemeente Geertruidenberg wordt beperkt verlicht. Ook is er geen aanleiding om hier bestaande verlichting te vervangen door groen licht vanwege de afwezigheid van natuurgebieden, daar waar nu verlichting aanwezig is.
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
29
WAT WIL IK?
Onderzoek wijst uit dat wit licht de toekomst heeft. Wit licht biedt duidelijk allerlei voordelen ten opzichte van geel licht. Om te beginnen wordt de ruimte als helder en natuurlijk ervaren. Verschillende praktijkonderzoeken hebben aangetoond dat men in overgrote meerderheid wit licht prettiger vindt. Het natuurlijk en helder ervaren van de ruimte geeft ook een algemeen gevoel van meer veiligheid. Het eerder herkennen van gezichten en andere details kan misdadigers afschrikken en resulteert ook in duidelijkere opnamebeelden (bijvoorbeeld bij gebruik van bewakingscamera‘s). Kleuren zijn bij het witte licht levensechter en dat maakt dat alles ook scherper te zien is. Wit licht is ook duurzamer en gebruikt minder energie. De gemeente Geertruidenberg heeft in het verleden net als andere gemeenten in woongebieden SOX verlichting (geel licht) toegepast. Buiten de bebouwde kom en op bedrijventerreinen is vanwege het rendement ook SOX verlichting toegepast. Sinds de jaren 90 is een begin gemaakt om SOX verlichting in woongebieden te vervangen door PLL (wit licht). In 2013 is begonnen met het vervangen van SOX verlichting op de bedrijventerreinen door led-verlichting. Het grootste deel van de nog aanwezige SOX verlichting is nu nog aanwezig op bedrijventerreinen en te vinden op gebiedsontsluitingswegen binnen en buiten de bebouwde kom.
Beleidskeuze Vanwege verkeersveiligheid en gezichtsherkenning kiest de gemeente in principe voor de volgende lichtkleur: wit (4000K). Het tijdstip van ombouw wordt bepaald tot het moment dat de armaturen zijn afgeschreven of eerder als dit projectmatig kan gebeuren. 5.1.6 Keuze lichtmasten, staal of aluminium Een terugkerende discussie is de keuze voor stalen of aluminium lichtmasten. Beide fabrikanten voeren argumenten waarom hun product duurzaam is. Uit een aantal levens cyclus analyses (LCA) komt de stalen mast er drie tot vier keer beter uit wat betreft CO2 belasting. Het blijkt in de praktijk dat Rijks- en Provinciale overheden bij verkeerswegen kiezen voor aluminium lichtmasten. Argument hiervoor is dat bij aanrijdingen met hoge snelheid de letsels over het algemeen minder ernstig zullen zijn dan bij toepassing van stalen masten. Ook het aspect onderhoud (geen schilderwerk en dus geen verkeersmaatregelen) speelt daarbij een rol. Bij gemeenten spelen deze argumenten minder omdat de snelheden van het verkeer over het algemeen lager zijn en er geringere verkeersstromen zijn. Hierdoor zijn er minder verkeersmaatregelen nodig bij onderhoud. In gemeenten waar van oudsher stalen masten zijn toegepast wordt deze keuze meestal voortgezet terwijl dit andersom ook het geval is.
Onderstaand een globale berekening (uitgangspunt levensduur 50 jaar) van de diverse kostenposten en een afweging van voor- en nadelen. De aluminium masten zijn in onderstaande berekening als onbehandeld opgenomen. Mast 4m conisch Prijs mast Prijs schoonmaken mast (10jr) Prijs schilderen lichtmast (12jr) Prijs schilderen lichtmast (15jr) Kosten periode 50 jaar
Staal €
245,00
€
175,00
€
420,00
Voor-/nadelen Botsvriendelijk Vandalismebestendig Productiemethode milieubelastend Recyclebaarheid Levensduur Conservering nodig
Staal TP + + + ++ ja
Aluminium € 235,00 € 80,00
€
315,00
Aluminium + -++ + Nee
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
30
WAT WIL IK?
Wat betreft de kosten is de aluminium lichtmast het voordeligst. Echter kleven er aan aluminium dus ook een aantal nadelen. Met name de levensduur is korter. Zeker in gebieden waar we honden uitlaten. Hier haalt de aluminium mast de 40 jaar niet. Een stalen mast gaat vaak zelfs langer dan 50 jaar mee. Ook op plaatsen die vandalisme gevoelig zijn is het beter om juist niet de lichtgewicht aluminium mast te plaatsen in verband met omduwen, uit de grond trekken of draaien. De zwaardere stalen mast is hier beter tegen berstand. Het afwisselend plaatsen van aluminium en stalen masten is geen optie uit oogpunt van beheer en de verrommeling die dan ontstaat in de openbare ruimte. Is er een decoratieve mast nodig, dan komt de aluminium mast weer goed van pas. Aluminium is namelijk met minder energie te vormen. Beleidskeuze Er is een voorkeur voor de stalen standaard masten. Alle nieuwe te plaatsen masten worden tevens voorzien van een duplexsysteem (thermisch verzinken en poedercoating) en hiervoor zal een afschrijftermijn worden aangehouden van 50 jaar. De lichtmasten worden afgeschreven in een termijn van 50 jaar, echter het daadwerkelijk vervangen vindt plaats na inspectie en/of stabiliteitstesten of wordt projectmatig bekeken. De levensduur blijkt regelmatig langer te zijn dan de standaard afschrijvingstermijn.
5.1.7 Keuze armaturen en lampen, conventioneel of led Led-verlichting maakt de laatste jaren een enorme ontwikkeling door. Led´s zijn klein en kunnen overal geplaatst worden. Het energieverbruik is laag in vergelijking tot conventionele lichtbronnen. De te leveren lichtkleuren lijken eindeloos in velerlei toepassingen. Ledarmaturen zijn in Nederland tot 2008 voornamelijk toegepast als markering. In september 2010 heeft het Agentschap NL in opdracht van de Taskforce Verlichting een publicatie uitgebracht over de stand van zaken betreffende toepassing van led-verlichting. De conclusie is dat technisch gesproken, zowel als het gaat om licht- en elektrotechnische aspecten als belevingsaspecten, er geen belemmeringen zijn om led-systemen toe te passen binnen de openbare verlichting. De kosten voor het gebruik van led-verlichting zijn laag. Wel is er (nog) sprake van hogere investeringskosten dan bij toepassing van conventionele systemen. De terugverdientijd van deze investeringskosten neemt echter snel af. De aanschafprijs in 2015 van led-armaturen ligt nog maar marginaal boven de prijs van conventionele armaturen. Op het moment dat een armatuur is afgeschreven en vervangen moet worden is er eigenlijk geen reden om dit niet door led-armatuur te vervangen.
De energie- en onderhoudskosten zijn aanzienlijk lager en ook op het gebied van lichtbeeld en ervaring van gebruikers is led nu minimaal concurrerend met conventionele armaturen. De gemeente heeft de afgelopen beleidsperiode in enkele projecten ervaring opgedaan met led-verlichting. Deze ervaring is positief geweest. Op dit moment bestaat circa 6% van de OVL-installatie uit led-verlichting. Beleidskeuze Geertruidenberg zal waar mogelijk standaard led-verlichting toepassen, gezien de huidige aanvangsinvestering, de besparing op energie(kosten) en onderhoud over de gehele levensduur en de gewenste sfeer en richting van het licht. Bij toepassing van led-verlichting is het wenselijk in de bestekken eisen en voorwaarden aan te geven waaraan deze tenminste dient te voldoen. De volgende criteria dienen als uitgangspunt bij toepassing van led-verlichting: • Led-modules dienen uitwisselbaar te zijn. • Lichtkleur 4000 Kelvin (neutraal wit). • Gegarandeerde levensduur led’s hoger dan 50.000 uur (streven 100.000 uur). • Lichtoutput bij einde levensduur minimaal 70%. • Powerfactor bij 100% groter dan 0,90 en bij dim 30% groter dan 0,85. Dit is een eis van de energieleverancier waarmee wordt voorkomen dat er een lager stroomverbruik wordt gemeten dan werkelijk wordt verbruikt.
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
31
WAT WIL IK?
Voor armaturen wordt een afschrijftermijn van 25 jaar gehanteerd. 5.1.8 Overige verlichting Aanlichten gebouwen De gemeente Geertruidenberg beoordeelt per markeringspunt welke verlichting passend is. De verlichting wordt zoveel mogelijk uitgeschakeld conform de schakeltijden genoemd in paragraaf 4.5. Reclameverlichting en Abri’s Op dit moment zijn er 20 stuks verlichte reclameborden aanwezig in de gemeente Geertruidenberg welke zijn aangesloten op het OVL-net met een schakelregime zodat deze reclames in de nachtelijke uren niet verlicht worden. Tevens staan er 25 stuks Abri’s welke tevens zijn aangesloten op het OVL-net. Deze Abri’s branden in tegenstelling tot de reclameborden wel tijdens de nachtelijke uren. Sportvelden Landelijk is bepaald, in het kader van de Wet Milieubeheer middels het AMvB Besluit Horeca, Sport en Recreatie Milieubeheer, dat om 23.00 uur alle sportveldverlichting uit wordt geschakeld. Geertruidenberg sluit zich aan bij dit beleid en streeft ernaar dat bij sportvelden tussen 23.00 uur en 07:00 uur de verlichting wordt uitgeschakeld. Integraal ontwerp Bij de aanpassing of aanleg van een weg, zijn normaalgesproken eerst de ruimtelijke ordenaars en de verkeerskundigen aan zet. Pas als laatste stap wordt de openbare verlichting ingepland. Vaak kan er dan alleen nog maar voor de gebruikelijke verlichting worden gekozen.
Je mist hiermee vaak kansen om tot andere oplossingen te komen. De verkeers- maar ook sociale veiligheid kan ook met bepaalde infrastructurele maatregelen worden verhoogd. Soms is er dan minder of geen openbare verlichting nodig. Om die reden zet Geertruidenberg in op integraal wegontwerp waarbij het werkveld verlichting al vanaf de start aan tafel zit. 5.1.9 Kengetallen Kengetallen beginnen algemeen in te burgeren in de OVL. Steeds meer gemeenten maken er gebruik van. In 2003 heeft de NSVV de aanbeveling Kengetallen Openbare Verlichting uitgebracht. Doel van de aanbeveling was het praktische gebruik van kengetallen in de sector openbare verlichting te bevorderen. In 2011 is de uitgave geheel herzien en is in samenwerking met Agentschap NL naast de reguliere versie ook een nieuwe Lite versie uitgebracht. Met de publicatie 'Kengetallen in de Openbare Verlichting' hebben gemeenten een tool waarmee op eenduidige wijze kengetallen voor het werkveld OVL kunnen worden opgesteld. Deze kengetallen stellen gemeenten in staat om de effecten van hun beleidsmaatregelen te monitoren en waar nodig bij te stellen. Tevens kunnen de kengetallen worden ingezet voor benchmarking met andere gemeenten. In dit beheerplan is ter ondersteuning van de evaluatie van de afgelopen beleidsperiode gebruik gemaakt van de pro-versie van kengetallen. De resultaten hiervan zijn onder paragraaf 4.4 opgenomen.
Beleidskeuze Geertruidenberg is zich bewust van het belang van kengetallen. De komende beleidsperiode zal worden ingezet op het aanvullen van enkele ontbrekende kengetallen. Verder wordt om meer inzicht te krijgen in de gevolgen van het gevoerde beleid jaarlijks kengetallen gegenereerd en ingevoerd in de door Agentschap NL beschikbaar gestelde tool. Ook worden de areaalgegevens via reguliere mutaties vastgelegd.
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
32
WAT WIL IK?
5.1.10 Duurzaam inkopen - Energielabel Eén van de belangrijke onderdelen van de Duurzaam Inkopen criteria voor openbare verlichting is de invoering van het energielabel. Een energielabel is een maatstaf voor de afnemer van het product om te zien hoe zuinig, milieuvriendelijk en/of energiebesparend het aangekochte product is. De ‘Handleiding Energielabeling Openbare Verlichting’ in 2010 uitgegeven door NSVV en Agentschap NL is bedoeld om een energielabel voor een nieuwe openbare verlichtingsinstallatie vast te kunnen stellen. Deze handleiding ondersteunt het project Duurzaam Inkopen van het Ministerie van VROM. De minimumeis volgens de Criteria voor duurzaam inkopen is energielabel D. Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar welke labels onder de term ambitieus geschaard kunnen worden. De volgende conclusies zijn daaruit te trekken: • De labels A en B kunnen alleen met lagedruk natrium armaturen worden ingevuld en dan alleen bij brede profielen en hoge verlichtingsklassen; • Labels C en D zijn toepasbaar op alle profielen. Bij label D is er meer keuze in toepasbare lamptypen en fabrikanten. Label C is door de beperkte materiaalkeuze beperkt invulbaar; • Bij brede profielen en hogere verlichtingsklassen kan eenvoudiger een beter label behaald worden. Beleidskeuze Volgens de Handleiding Energielabeling OVL (2010) is label C zeer ambitieus. Een algemeen toepasbaar label is label D.
Zolang de keuze uit lamptypen, armaturen en fabrikanten waarmee label C bereikt kan worden erg beperkt is, is label D ambitieus genoeg en veilig. Geertruidenberg kiest ervoor om voor nieuwe verlichtingsplannen label D voor te schrijven. Per project kan met behulp van de rekentool zoals uitgegeven door Agentschap NL het label worden berekend. De gemeente is bezig met een duurzaamheidsplan, waarin niet alleen wordt ingezet op energiebesparing, maar duurzaamheid in een bredere context. De 3 p’s; people, profit en planet staan hierbij centraal. Bij inkoop zal niet alleen worden gelet op energiebesparing (planet) maar ook op people en profit. Integratie van sociaal, milieu en kosten is hierbij van belang. Asset management, social return, aanzet cradle to cradle zullen hier onderdeel van uitmaken, waardoor een hoge mate van kostenbewustzijn wordt gerealiseerd. Dat zal niet alleen op korte termijn tot resultaten leiden (energiebesparing), maar ook op lange termijn positieve effecten hebben op de people en profit. 5.1.11 Energie akkoord In 2013 heeft Nederland een belangrijke stap gezet op weg naar een schone toekomst. Ruim veertig organisaties, waaronder de overheid, werkgevers, vakbeweging, natuur- en milieuorganisaties, maatschappelijke organisaties en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben zich verbonden aan het Energieakkoord voor duurzame groei.
Kern van het akkoord zijn breed gedragen afspraken over energiebesparing, schone technologie en klimaatbeleid. Naast de doelstelling om het aandeel hernieuwbare energieopwekking van 4% nu, naar 14% in 2020 te brengen wordt gestreefd naar een landelijke energiebesparing van gemiddeld 1,5% per jaar. Het akkoord stelt dat het energieverbruik van OVL in 2020 met 20% en in 2030 met 50% wordt teruggebracht ten opzichte van 2013. Bovendien dient 40% te zijn voorzien van slimme e-management en energiezuinige verlichting. Deze besparing is een landelijke doelstelling en dient tezamen behaald te worden en niet iedere gemeente op zich. Het jaarlijks energieverbruik van zowel de openbare verlichting als de verkeersregelinstallaties kan jaarlijks ter monitoring worden aangeleverd. Beleidskeuze Geertruidenberg deelt jaarlijks het energieverbruik van zowel de openbare verlichting als de verkeersregelinstallaties met Rijkswaterstaat, coördinator voor monitoring en stimulering. Het Energieakkoord is een robuust en toekomstbestendig energie- en klimaatbeleid voor de periode tot 2030. Dit akkoord geeft invulling aan de bereidheid van velen om zich in te zetten voor de verduurzaming van onze samenleving en economie.
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
33
WAT WIL IK?
De gemeente gaat het energieverbruik verlagen en streeft naar een benadering van de gestelde energiereductiedoelstelling van 50% in 2030 volgens het Energieakkoord. Gezien het feit dat er in de openbare ruimte al veel lichtpunten aanwezig zijn met een laag verbruik, zullen deze percentages niet gehaald worden, maar wordt er wel gestreefd naar een benadering hiervan. Het beleid is erop gericht om de energievraag zoveel als mogelijk te reduceren binnen de beperkte financiële middelen. 5.1.12 Onderhoud, preventief en correctief Om de OVL-installatie in een goede staat te houden, moet deze worden onderhouden. Daartoe moet niet alleen een plan tot vervanging van oude materialen bestaan, maar moeten gebrekkige componenten worden vervangen en storingen worden opgelost. De gemeente heeft daartoe een onderhoudscontract met een gecertificeerde aannemer afgesloten. Preventief onderhoud Hier wordt onder verstaan: • Het groepsgewijs vervangen van lampen, ook wel groepsremplace genaamd. De armaturen worden gelijktijdig gereinigd en er vindt een inspectie plaats. De mastdeur wordt geopend en ingevet. Het preventief vervangen van lampen, heeft als voordelen dat storingen ten gevolge van kapotte lampen teruglopen en dat de lichtopbrengst wordt verhoogd. Groepsremplace draagt bij aan de continuïteit van de kwaliteit van de verlichting.
Het is gebruikelijk om groepsremplace uit te voeren op het moment dat de garantietermijn van de lamp is verlopen. • Het reinigen van armaturen. 1 maal per 6 jaar worden de armaturen gereinigd. Dit betreft led-armaturen, omdat hiervan de lampen niet geremplaceerd worden. • Het schilderen van lichtmasten. 1 maal per 12 jaar worden de masten geschilderd. Correctief onderhoud Hier wordt onder verstaan: • Het vervangen van defecte onderdelen van lichtmasten en armaturen; • Het herstellen van storingen in het OVL-net; • Het vervangen van materialen als gevolg van aanrijdingen en vernielingen. Beheer Om tot planvorming te komen heeft de gemeente de beschikking over een beheersysteem waarin de areaalgegevens zijn vastgelegd. Alle beheergegevens zijn geadministreerd in dit systeem. De gegevens zijn actueel, waardoor het preventief en correctief onderhoud maar ook de grootschalige vervanging op basis van actuele informatiebronnen plaatsvindt. Storingsanalyse Storingen worden door inwoners gemeld. In de onderstaande tabel zijn de verschillende storingstypen weergegeven. Over 2014 betrof dit 608 storingen. Op een installatie van 6174 armaturen is dit een storingspercentage van 10%. Gemiddeld is het storingspercentage in Noord-Brabantse gemeenten circa 7%. De redenen dat dit percentage hoger is in Geertruidenberg zijn: 1.
De relatieve ouderdom van de installatie (met name armaturen) in vergelijking met andere gemeenten. Hoe ouder de installatie hoe hoger het aantal storingen; 2. Het relatieve hoge aandeel SOX lampen in de gemeente. Deze zijn meer storingsgevoelig. Storingen Aanrijdingen Dubbele melding/loos alarm Netwerkstoringen Ouderdom Storing Vandalisme Vernieling Totaal Storingspercentage
2012 42 67 74 51 324 48 18 624 11%
2013 50 116 58 22 429 42 27 744 13%
2014 40 76 22 36 374 15 45 608 10%
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
34
WAT WIL IK?
Beleidskeuze De gemeente Geertruidenberg kiest voor planmatig onderhoud. Storingen worden door inwoners gemeld. Bij een hoge prioriteit moet de onderhoudsaannemer of de netbeheerder deze binnen een bepaalde (korte) periode verhelpen. Storingen met een lagere prioriteit worden periodiek opgedragen aan de onderhoudsaannemer en hersteld. Lampen worden groepsgewijs vervangen op basis van de garantietermijn van de lampen in plaats van het incidenteel vervangen van lampen wanneer deze defect zijn.
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
35
WAT KOST HET?
6.
WAT KOST HET? Een goed inzicht in de kosten van de OVL-installatie is voor het vaststellen en uitvoeren van beleid van groot belang. In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de kosten voor het in stand houden van de kwaliteit van de OVL evenals de kosten die gemaakt moeten worden om de kwaliteit van de installatie op het gewenste niveau te krijgen. Alle genoemde bedragen zijn exclusief B.T.W.
6.1
Huidige kosten OVL De kosten voor OVL omvatten een aantal posten die globaal als volgt kunnen worden samengevat: • Kosten voor planvorming, beheer en onderhoud; • Kosten voor energieverbruik; • Kosten voor vervanging bij einde levensduur. Planvorming, beheer, onderhoud Ten behoeve van het in stand houden van de OVL installatie moet deze onderhouden worden. Uitgangspunt is dat de gemeente een onderhoudscontract afsluit voor de gehele gemeenten met een gespecialiseerde onderhoudsaannemer. Energie- en netwerkkosten De energiekosten zijn gebaseerd op het historische verbruik. De energie voor de openbare verlichting wordt gezamenlijk met onder andere de energie voor rioolgemalen en gemeentelijke gebouwen voor een periode ingekocht. Vervanging/verbetering Voor instandhouding van de installatie (vervanging van lichtmasten en armaturen bij einde levensduur) dient jaarlijks een bedrag te worden gereserveerd. Voor de periode 2014 en 2015 heeft de gemeente een vervangingsbudget van € 69.000 gereserveerd. De in onderstaande tabel genoemde bedragen voor beheer, onderhoud en vervanging van de OVL zijn overgenomen uit de begroting van de gemeente. Kostensoort Beheer- en onderhoudskosten
Begroting 2015
Toelichting
€ 118.141
Schoonmaken Schouwen Remplace Storingen Schilderwerk Beheer en advies Energie- en netwerkkosten Energiekosten Netwerkkosten
€ 0 Er worden geen middelen vrijgemaakt om periodiek masten te reinigen € 0 Er wordt door de gemeente periodiek geschouwd. € 30.000 Vindt plaats obv garantietermijn lampen € 47.141 Gebaseerd op de gemiddelde historische realisatie Gebaseerd op een schildertermijn van 1 maal € 24.000 schilderen in de 12 jaar € 17.000 Kosten van beheerder en incidenteel advieswerk € 128.599 De kosten zijn gebaseerd op het dag- en nachttarief € 88.650 en het historische verbruik De kosten zijn gebaseerd op de periodieke aansluit€ 39.949 en transporttarieven openbare verlichting van Enexis
Vervanging/verbetering € 69.000 Vervanging masten € 10.000 De gemeente schrijft masten af in 50 jaar Vervanging armaturen € 59.000 De gemeente schrijft armaturen af in 25 jaar € 315.740 TOTAAL De interne gemeentelijke kosten zijn niet meegenomen in deze begroting.
Vervangingsachterstand De OVL-installatie heeft een onderhoudsachterstand. Er zijn diverse masten waarbij de technische levensduur is bereikt en er zijn ook relatief veel verouderde armaturen aanwezig. Dit is deels veroorzaakt door een in het verleden niet actuele database met als gevolg het ontbreken van inzicht in de ouderdom van het aanwezige verlichtingsareaal en het
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
36
WAT KOST HET?
ontbreken van voldoende budget. Ook het in het verleden ontbreken van vastgesteld beleid op het gebied van OVL en de bijbehorende financiële middelen kunnen als oorzaak voor de onderhoudsachterstand worden aangemerkt. Rekening houdend met theoretische afschrijftermijnen van 50 jaar voor masten en 25 jaar voor armaturen heeft 1,3% van de masten (78 stuks) de technische levensduur bereikt. Van de armaturen hebben er 569 (9,2%) hun technische levensduur bereikt. Dit komt overeen met een investering van € 34.775 voor de masten en € 201.930 voor de armaturen.Voor instandhouding van de installatie (vervanging van lichtmasten en armaturen bij einde levensduur) dient jaarlijks een bedrag te worden gereserveerd in het meerjaren investeringsplan. Rekening houdend met een afschrijvingstermijn van 50 jaar voor de lichtmasten en 25 jaar voor de armaturen is dit bedrag als volgt becijferd. Voor de periode 2014 en 2015 heeft de gemeente een vervangingsbudget van € 69.000 gereserveerd. 6.2
Kosten voor de komende beleidsperiode
6.2.1 Kwaliteitskeuze In het vorige hoofdstuk zijn de wensen en beleidskeuzes die de gemeente Geertruidenberg wil hanteren, verwoord. Deze uitgangspunten hebben ook een financiële consequentie. Er is met de volgende aannames gerekend: • De verlichting in nieuwe plannen (nieuwbouw en herinrichtingsprojecten) voldoet wat verlichtingsniveau en gelijkmatigheid betreft aan de ROVL 2011 normen; • In principe ‘geen verlichting tenzij’; • Sober en doelmatig verlichten; • Conventionele armaturen worden vervangen voor een energiezuinige dimbare (led) armaturen; • Duurzaam inkopen; • Streven naar energiebesparing door toepassing van energiezuinige armaturen en lampen; • De afschrijftermijn voor masten is gesteld op 50 jaar en voor armaturen is dit 25 jaar; • Er wordt uitgegaan van reguliere vervanging; • Er vindt jaarlijks groepsremplace plaats; • Masten worden geschilderd om de 12 jaar. 6.3
Financiële consequenties Kostenbesparing is momenteel een belangrijk onderwerp. Opdracht bij het opstellen van de beleidsuitgangspunten is om te bezien of binnen de beschikbare budgetten voor de OVL zowel op het gebied van lichttechniek als organisatorisch een kwaliteitsverbetering is te bewerkstelligen. Voorwaarde hierbij is minimaal de instandhouding van het huidige OVL areaal, waarbij tevens bij vervanging naar verbetering en energiebesparing wordt gestreefd. Uitgangspunt is om het beheer en onderhoud binnen de beschikbare budgetten uit te voeren. Er wordt een besparing gerealiseerd op: • Groepsremplacekosten: door het toepassen van Long Life lampen met een langere levensduur en het toepassen van led. Deze laatste moeten eventueel nog wel periodiek worden gereinigd; • Storings- en onderhoudskosten: (1) een nieuwere installatie heeft minder storingen en (2) de verwachting is dat het aantal storingen op led-armaturen lager ligt; • Energiekosten: Het energieverbruik van dimbare led-armaturen ligt tot wel 50% lager dan het verbruik van conventionele armaturen. Keerzijde van deze besparing is dat de kosten voor de baten uit gaan en dat er geïnvesteerd moet worden in vervanging van de armaturen om deze besparing te realiseren.
Voor het uitvoeren van de noodzakelijke vervangingen is door de gemeenteraad op 27 november 2014 de voorkeur uitgesproken voor de variant B ‘Reguliere vervanging’, waarbij na 30 jaar nagenoeg de gehele gemeente is omgebouwd naar energiezuinige (led)verlichting. Hiervoor is een aanvullende investering benodigd van ca. € 81.000,- per
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
37
WAT KOST HET?
jaar over een periode van 30 jaar om de installatie goed te laten functioneren, de beleving in de buitenruimte te verbeteren en tevens een reductie in het energieverbruik te realiseren. Vooruitkijkend naar 2025 zullen er dan 3354 verouderde armaturen vervangen zijn door energiebesparende armaturen en zal er een energiereductie van 25,6% gerealiseerd zijn.
Samenvatting financieel Reguliere vervanging
6.4
Totale onderhouds- en beheerkosten (2016 tot en met 2025) Totale vervangingsinvestering (2016 tot en met 2025) Totale kosten (2016 tot en met 2025)
€ 2.397.750 € 1.286.000 € 3.683.750
Aantal energiebesparende armaturen in 2025
3.354
Energiereductie 2025 (%) Energiereductie 2020 (%)
25,6% 14,6%
Kwalitatieve aspecten Naast de financiële impact die de ‘Reguliere vervanging’ heeft is in de onderstaande overzicht aangeven welke impact de variant zal hebben op de kwalitatieve aspecten van de openbare verlichting. Kwalitatieve impact: Samenvatting kwalitatief Beleving buitenruimte
Reguliere vervanging verbetering
Beheer- en onderhoudskosten
afname
Storingspercentage (circa)
6%-10%
Energiekosten
afname
Energieakkoord
niet haalbaar
Vervanging bij einde levensduur
ja
Verbetering
ja
Voldoet aan ROVL richtlijn
ja
Vervangingsachterstand Aansprakelijkheidsrisico
afname afname
De gemeente Geertruidenberg heeft voor het uitvoeren van de noodzakelijke vervangingen de voorkeur uitgesproken om in de komende beleidsperiode voor reguliere vervanging te gaan. Naast het reguliere budget voor vervanging (€ 69.000) is dan ca. € 81.000 aanvullend budget nodig. Dit is gebaseerd op theoretische restlevensduur. Uit technisch onderzoek van de masten en armaturen blijkt dat er komende periode 20162020 jaarlijks ca. € 5.000 nodig is aan vervanging masten en ca. € 95.000 voor armaturen. Hiermee ontstaat er een jaarlijks tekort van ca. € 31.000 in plaats van € 81.000. Volgens de huidige systematiek worden de aanschaf/vervangingskosten van lichtmasten en armaturen rechtstreeks ten laste van de exploitatie gebracht (jaarlijks beschikbaar budget) en dus in één keer afgeschreven. Als we opteren om de vervangingskosten te activeren en uit te smeren over een periode van 25 jaar dan zullen de jaarlasten, zeker in de eerste jaren, aanzienlijk lager uitvallen. Naast vervanging van masten en armaturen worden ook de lampen vervangen. Oude lampen worden vervangen door lampen die aanzienlijk minder energie gebruiken en minder onderhoud vergen. Vervanging levert dus ook een besparing op voor wat betreft de
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
38
WAT KOST HET?
energiekosten en onderhoudskosten; een besparing die oploopt naarmate het aantal vervangingen toe neemt. Met de besparing die gehaald wordt op het energieverbruik zouden weer nieuwe vervangingen gefinancierd kunnen worden. Voorwaarde is dan wel dat de besparingen binnen het product Openbare Verlichting blijven. In de periode 2016-2020 moeten er jaarlijks ca. 10 masten en ca. 280 armaturen worden vervangen. Dit komt neer op een jaarlijks bedrag van ca. € 5.000 voor masten en ca. € 95.000 voor armaturen. In de genoemde aantallen en bedragen is ook het wegwerken van achterstallig onderhoud meegenomen. Voor de langere termijn gelden de volgende aantallen en bedragen. In de periode 2021-2066 dienen er jaarlijks ca. 120 masten vervangen te worden, ca. € 60.000 (theoretische basis). In de periode 2021-2041 dienen er jaarlijks ca. 240 armaturen vervangen te worden, ca. € 81.600 (theoretische basis). Indien mogelijk wordt er, om kosten te drukken, gebruik gemaakt van subsidies en het leasen van licht. Via de jaarlijkse monitoring van Rijkswaterstaat wordt bekeken in hoeverre de doelstelling met het huidige budget gehaald wordt. Ook kunnen we zo zien waar onze gemeente staat ten opzicht van andere gemeenten.
Uiteindelijk doel is de vervangingsachterstand op masten en armaturen weg te werken, verbeteren van de beleving in de buitenruimte, verlagen van beheer- en onderhoudskosten en een reductie in het energieverbruik.
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
39
BIJLAGEN
7.
BIJLAGEN
Bijlage 1 Verlichtingstabellen Tabel 1: Toe te passen materialen per wegcategorie Functie
l.p.h. lichtmast
type armatuur
type lamp
Gebiedsontsluitingsweg (GOW 80 km/u) Erftoegangsweg I (ETW I 60 km/u) Erftoegangsweg II (ETW II 60 km/u)
8 – 10 mtr
6 mtr
Philips Iridium3 BGP381 Philips Arc BGP619 Philips Iridium3 BGP381 Philips Libra BGP635 Philips Libra BGP630
led led led led led
Donkertegebieden Binnen de kom
6 mtr
Nader te bepalen
led
Gebiedsontsluitingsweg I (GOW I 50 km/u) Gebiedsontsluitingsweg II (GOW II 50 km/u) Erftoegangsweg (ETW 30 km/u)
8 mtr
led led led led led led led led led led led led led led led led PLL led
Buiten de kom
8 – 10 mtr
Industrie- en Bedrijventerrein
8 – 10 mtr
Winkelgebied
4 - 7 mtr
Semi-openbare ruimten*
4 mtr
Philips Arc BGP618 Philips Iridium3 BGP381 Philips Arc BGP618 Philips Iridium3 BGP381 Philips Kegel BDS711 Schréder Alura Philips Libra BGP630 Philips Iridium3 BGP381 Iguzinni WOW BH33 Iguzinni WOW BH36 Iguzinni WOW BH38 Karels Vondel Schréder Alura Schréder Valentino Philips Harmony 1 Philips Harmony S Philips Padvinder 2400
(Brom)fietspad
5 mtr
Innolumis mini Nicole
8 mtr 4 mtr 6 mtr
* Toepassing van PLL in verband met het beperkte aantal, het lage wattage (18W) en momenteel nog geen geschikte vervanger.
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
40
BIJLAGEN
Bijlage 2 Info lichtkleur en kleurtemperatuur De kleur die een lichtbron uitstraalt wordt ook wel kleurtemperatuur genoemd, en wordt uitgedrukt in graden Kelvin (0 graden Celsius is 273 graden Kelvin). Dit mag vreemd klinken (een kleur uitdrukken als temperatuur), het is ook logisch: fel, helder wit licht wordt ervaren als koel, terwijl warm of geel licht ervaren wordt als ‘warm’. Of we licht prettig vinden of niet, wordt niet alleen bepaald door de taak die we uitvoeren maar ook waar we (mee) opgevoed zijn: mensen in Afrika vinden koel licht prettiger, terwijl mensen in Noord Europa meer van warm wit licht houden. Temperatuur (graden Kelvin)
Omschrijving
1200
kaarslicht
2000
zonsopkomst en zonsondergang
3200
halogeenlamp
3500
één uur na zonsopkomst
5000
fototoestel flitser
5600
standaard daglicht
6000
middagzon
6500
wit
Bij de keuze van een lichtbron moeten we rekening houden met de kleur: dit heeft niet alleen te maken met de functie of taak, maar ook met onze (gewenste) emotionele toestand. Als je uit bed komt is fel wit licht niet fijn, maar als je een precisie taak te doen hebt juist weer wel. Gevoelsindicatie Kleurtemperatuur (graden Kelvin) Extra warmwit
< 2700 K
Warmwit
2900 - 3000 K
Neutraal wit
4000 K
Koelwit
> 5000 K
Lampen met dezelfde lichtkleur kunnen echter zeer verschillende kleurweergaveeigenschappen hebben. Dit komt doordat de spectrale samenstelling (welke frequenties licht, oftewel welke kleuren zitten er in het licht) die een lichtbron uitzendt verschilt. De kleurweergave van een lichtbron (worden alle kleuren wel of niet weergegeven) wordt uitgedrukt in Ra op basis van de kleurweergave-index. Een lichtbron met Ra=100 geeft alle kleuren optimaal weer. Hoe lager de Ra-waarde, hoe slechter de kleuren worden weergegeven. De kleurweergave index geeft echter niet aan welke kleuren niet goed worden weergegeven. Soort lamp
Kleurtemperatuur (graden Kelvin)
Kleurweergave index (Ra of Cr)
Gloeilamp (standaard, mat glas)
2600 K
95 - 100
Halogeen
3200 K
95 - 100
Spaarlamp
2800 - 4000 K
80
TL kleur 33
4100 K
80 - 90
Led-lamp (traditionele led's)
3100 K
70 - 90
Power led's (Cree of Nichia)
> 6000 K
80
Opmerking(en): • dit zijn gemiddelde waarden, er bestaan van elk soort lamp modellen die een afwijkende waarde hebben. • Led-lampen kruipen wat betreft kleurtemperatuur steeds meer naar de gloeilamp toe; bij TL-lampen en spaarlampen is dit bereikt door het poeder aan de binnenkant aan te passen, bij led-lampen wordt dit bereikt door een folie om de led-lamp aan te brengen. Kleurtemperatuur (getal) en fysieke kleurwaarneming door mensen hebben niet veel met elkaar te maken. Beleving van licht is persoonlijk en de getallen geven wel iets aan, maar nog steeds zult u moeten bepalen welk licht u onder welke omstandigheden het meest prettig vindt. (bron: www.batterijlicht.nl)
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
41
BIJLAGEN
Bijlage 3 Begrippenlijst Begrippenlijst CROW Dynamische verlichting Economisch Beheer
Kengetal
Led Lichthinder Lichtvervuiling Lichtstroomproductie
Lampsysteemrendement
NSVV OVL RA waarde
Richtlijnen ROVL 2011
PIANOo
Programma van Eisen Rationeel beheer
IGOV Lampsoorten: CDMT CDOTT CPO HPLN SOX
SON (T) PLL
Led
Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Afhankelijk van actuele en/of lokale omstandigheden, zoals weer, verkeer en tijdstip, wordt de intensiteit van de verlichting aangepast. Economisch beheer ondersteunt de meerjarige kostenoptimalisatie van rationeel beheer. Economisch beheer betrekt ook het energieverbruik in de kostenoptimalisatie. Verder wordt er in de aanpak van beheer ruimte geboden voor innovatie en wordt met een bredere blik naar maatschappelijke kosten gekeken dan in alleen rationeel beheer. De omschrijving van ‘ingedikte’ informatie, die zich leent om de gevolgen van het gemeentelijk beleid op het gebied van openbare verlichting inzichtelijk te maken voor management en bestuur. De belangrijkste vormen van toepassing zijn monitoring en Benchmarking. Light Emitting Diode (led). Moderne elektronische lichtbron met laag energieverbruik en lange levensduur. De last die mens, dier en natuur ondervinden van het licht van de openbare verlichting. Licht dat op plaatsen schijnt waar het niet de bedoeling is. Is de hoeveel licht uitgedrukt in Lumen, die op jaarbasis wordt geproduceerd in een gemeente. Wordt gehanteerd als product van de openbare verlichting in relatie tot de kosten.
Verhouding tussen de totale hoeveelheid licht die het openbare verlichtingssysteem kan produceren en de totale energieopname van het systeem (Lumen/Watt). Geeft de mate van energie-efficiëntie van het OVLsysteem weer. Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde Afkorting voor Openbare Verlichting Kleurweergave van een lichtbron uitgedrukt in een index (Ra). Dit is een gestandaardiseerde schaal met 100 als hoogste waarde. Kleuren worden het beste weergegeven bij een lichtbron met de hoogste kleurweergave index. Ra tussen 90 en 100. Zeer goede kleurweergave-eigenschappen. Ra tussen 80 en 90. Goede kleurweergave-eigenschappen. Ra minder dan 80. Matige tot slechte kleurweergave-eigenschappen. Deze richtlijn is bedoeld voor beheerders (eigenaren), zoals Rijkswaterstaat, provincies, gemeenten, waterschappen en overige beheerders van openbare terreinen en wegen, dan wel personen en organisaties die deze beheerders ondersteunen. Het maken van een keuze tot verlichten, dan wel niet verlichten, dan wel te besluiten tot een alternatieve maatregel is een beleidsafweging. Deze richtlijn geeft handreikingen voor het maken van een dergelijke beleidskeuze. Dit onderdeel is nieuw ten opzichte van de voorganger van deze richtlijn, de NPR13201-1, die standaard uitgaat van het verlichten van een situatie. De ROVL-2011 is ter vervanging van de NPR13201-1.
PIANOo, Expertisecentrum Aanbesteden heeft als taak het inkopen en aanbesteden bij alle overheden te professionaliseren. Met oog voor rechtmatigheid én doelmatigheid. Professionele inkoop draagt bij aan het beleid van de organisatie en biedt value for tax payers' money. Document met daarin beschreven de standaard toe te passen materialen zoals masten, armaturen en lichtbronnen in diverse situaties. Rationeel beheer legt er de nadruk op dat over een meerjarige periode (10 jaar) de kapitalisatie van investeringen, restwaarden en onderhoudskosten zo laag mogelijk is onder gelijkblijvende randvoorwaarden en doelen. Rationeel vereist een planmatige aanpak van onderhoud en vervanging, dit betekent dat er een grote nadruk ligt op preventief onderhoud. De budgetbewaking is meerjarig van karakter. Inter Gemeentelijk overleg Openbare Verlichting
Hogedruk Metaalhalogeenlamp. Lamp met een witte lichtkleur, een hoge lichtopbrengst en goede kleurherkenning. Wordt toegepast in winkel- en stadscentra. Hogedruk kwikdamplamp Lagedruk Natriumlamp. Heeft een zeer hoge lichtopbrengst, is geel van lichtkleur met een slechte kleurherkenning. Kan overal worden toegepast waar de leefbaarheid geen hoge prioriteit heeft. Hogedruk Natriumlamp. Lichtkleur witgeel, heeft een hoge lichtopbrengst en een redelijke kleurherkenning. Wordt toegepast in winkel- en stadscentra. Lagedruk Kwikdamplamp. Lamp met een wit/warmwitte lichtkleur, een hoge lichtopbrengst, lange levensduur en een goede kleurherkenning. Wordt toegepast in verblijfsgebieden. Lamp leverbaar in verschillende lichtkleuren. Over het algemeen een goede kleurherkenning. Heeft een lange levensduur en op dit moment nog een hoge aanschafprijs. Wordt toegepast in het buitengebied en verblijfsgebieden.
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
42