Beheerplan OVL 2016-2020 (v 2 0) Geertruidenberg.pdf
Tekst van het document
Beheerplan Openbare Verlichting Periode 2016 t/m 2020 Versie 2.0 11 augustus 2015
Inhoudsopgave 1.
INLEIDING .......................................................................................................... 4
1.1 1.2 1.3
Doelen .................................................................................................... 4 Definitie .................................................................................................. 4 Na het beheerplan .................................................................................... 4
2.
SAMENVATTING .................................................................................................. 5
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Wat moet ik? ........................................................................................... 5 Wat heb ik? ............................................................................................. 5 Wat wil ik?............................................................................................... 6 Wat kost het? .......................................................................................... 6 Keuze voor de komende beleidsperiode ....................................................... 7
3
WAT MOET IK? .................................................................................................... 9
3.1 3.2
Functie van openbare verlichting ................................................................ 9 Wettelijke kaders ..................................................................................... 9
3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5 3.2.6
3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 3.3.5 3.3.6
Aansprakelijkheid wegbeheerder ...................................................................... 9 Installatieverantwoordelijkheid en aansprakelijkheid......................................... 10 Elektriciteitswet ........................................................................................... 10 Omgevingsbescherming ................................................................................ 10 Europese regelgeving ................................................................................... 10 Aanbestedingswetgeving ............................................................................... 11
Niet-wettelijke adviezen en aanbevelingen ................................................ 11 NSVV richtlijnen ........................................................................................... 11 Politiekeurmerk Veilig Wonen ........................................................................ 11 Criteria Duurzaam inkopen ............................................................................ 12 Energieakkoord / Monitoring .......................................................................... 12 Kengetallen ................................................................................................. 12 BGT............................................................................................................ 13
4.
WAT HEB IK? ..................................................................................................... 14
4.1
Beleidsuitgangspunten Openbare Verlichting 2012-2015 ............................. 14
4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5 4.1.6 4.1.7 4.1.8
4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.7.1 4.7.2
Doel ........................................................................................................... 14 Eisen en richtlijnen ....................................................................................... 14 Wat verlicht de gemeente buiten de openbare wegen ....................................... 14 Verlichtingsmaterialen .................................................................................. 15 Financiën .................................................................................................... 15 Beheer........................................................................................................ 15 Aanbevelingen ............................................................................................. 16 Conclusie / belangrijkste uitgangspunten ........................................................ 17
Wegencategoriseringsplan ....................................................................... 17 Organisatie ............................................................................................ 17 Resultaat in kengetallen .......................................................................... 17 Het OVL-areaal ...................................................................................... 20 Evaluatie Beleidsuitgangspunten Openbare Verlichting ................................ 22 Vervangingsplannen Openbare Verlichting ................................................. 23 Investeringen lichtmasten ............................................................................. 23 Investeringen armaturen .............................................................................. 25
5.
WAT WIL IK? ..................................................................................................... 27
5.1 5.1.0 5.1.1
Beleidskeuzes voor de periode 2016-2020 ................................................. 27 Visie ..................................................................................................... 27 Aansprakelijkheid als wegbeheerder ......................................................... 27
5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.1.5 5.1.6 5.1.7 5.1.8 5.1.9 5.1.10 5.1.11 5.1.12
Verlichtingskwaliteit en verbeterplan .............................................................. 27 Energiebesparing ......................................................................................... 28 Donkertegebieden, strooilicht en lichtvervuiling ............................................... 29 Lichtkleur .................................................................................................... 29 Keuze lichtmasten, staal of aluminium ............................................................ 30 Keuze armaturen en lampen, conventioneel of led............................................ 31 Overige verlichting ....................................................................................... 32 Kengetallen ................................................................................................. 32 Duurzaam inkopen - Energielabel ................................................................... 33 Energie akkoord ........................................................................................... 33 Onderhoud, preventief en correctief ............................................................... 34
6.
WAT KOST HET? ................................................................................................ 36
6.1 6.2
Huidige kosten OVL ................................................................................ 36 Kosten voor de komende beleidsperiode .................................................... 37
6.2.1
6.3 6.4
Kwaliteitskeuze ............................................................................................ 37
Financiële consequenties ......................................................................... 37 Kwalitatieve aspecten ............................................................................. 38
2
7.
BIJLAGEN .......................................................................................................... 40
Bijlage 1 Verlichtingstabellen ............................................................................. 40 Bijlage 2 Info lichtkleur en kleurtemperatuur ....................................................... 41 Bijlage 3 Begrippenlijst...................................................................................... 42
3
INLEIDING
1.
INLEIDING In 2012 heeft de gemeente Geertruidenberg de Beleidsuitgangspunten Openbare Verlichting 2012-2015 vastgesteld. Voor de hierop volgende beleidsperiode is het wenselijk te kijken waar de gemeente nu staat en wat is gerealiseerd van de eerdere doelstellingen. Op basis van deze bevindingen kan het beheerplan voor de komende periode worden vastgelegd. In dit beheerplan is uitgegaan van reguliere vervanging, waarbij er geleidelijk een verduurzaming van het areaal wordt gerealiseerd. De gemeenteraad heeft op 27 november 2014 haar voorkeur uitgesproken voor deze wijze van vervangen.
1.1
Doelen Het doel van de OVL is gebaseerd op de visie dat in een ideale situatie de OVL optimaal bijdraagt aan de verkeersveiligheid en de sociale veiligheid. Het energieverbruik dient zo laag mogelijk te zijn, er wordt gestreefd naar duurzame oplossingen, lichthinder dient zoveel mogelijk te worden voorkomen en de OVL-installatie dient goed te functioneren. Kortom: “uit waar het kan en aan waar het moet”. Het doel van het vaststellen van beleid is om een kader te scheppen waarbinnen de openbare verlichting effectief, kostenefficiënt en milieubewust in stand wordt gehouden binnen de daarvoor geldende wettelijke bepalingen en richtlijnen. Dit beheerplan geeft antwoord op de vraag: Wat wil de gemeente Geertruidenberg op het gebied van openbare verlichting de komende jaren?
1.2
Definitie De definitie van OVL binnen dit beheerplan omvat alleen de bovengrondse verlichtingsmiddelen zoals masten, armaturen en lampen. De ondergrondse infrastructuur is buiten beschouwing gelaten omdat deze grotendeels in beheer en eigendom van derden is.
1.3
Na het beheerplan Het beheerplan geeft antwoord op de vraag wat de gemeente de komende jaren wil en welke middelen daarvoor vrij worden gemaakt. Het is te doen gebruikelijk dat eenmaal in de vier à vijf jaar een plan wordt geëvalueerd en opnieuw wordt vastgesteld. Op basis van het beheerplan worden jaarlijks vervangingsplannen gemaakt. Op straatniveau wordt een plan gemaakt welke masten en armatuiren worden vervangen. Dit plan wordt vervolgens uitgevoerd. Uiteindelijk mondt dit uit in projecten waar de verlichting daadwerkelijk wordt aangepast.
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
4
SAMENVATTING
2.
SAMENVATTING In dit Beheerplan Openbare Verlichting 2016 t/m 2020 is het vigerende plan tegen het licht gehouden, geëvalueerd en aan de hand van nieuwe ontwikkelingen en wensen zijn de uitgangspunten voor de komende periode geformuleerd.
2.1
Wat moet ik? De functie van openbare verlichting is het bevorderen van sociale veiligheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid. De wegfunctie bepaalt de kwaliteitscriteria en het verlichtingsniveau. De openbare verlichting moet voldoen aan de wettelijke kaders die daarvoor zijn gesteld. Met name relevant zijn de elektriciteitswet, de natuurbeschermingswet en Europese regelgeving aangaande te gebruiken producten. Als wegbeheerder kan een gemeente aansprakelijk worden gesteld voor gebreken. De gemeente kan haar aansprakelijkheid beperken door de OVL-installatie goed te beheren en te onderhouden en storingen snel te verhelpen. Tevens dient de gemeente ook de installatieverantwoordelijkheid op de juiste manier te borgen. Naast de wettelijke kaders zijn er ook richtlijnen die als uitgangspunten voor het OVL-beleid van de gemeente dienen. Met name de richtlijnen die de Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde (NSVV) uitvaardigt en de richtlijnen vanuit het Politiekeurmerk Veilig Wonen, geven uitgangspunten voor de inrichting van de OVL in de openbare ruimte. Via de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben gemeenten in 2013 het Energieakkoord ondertekend. Dit akkoord ambieert een reductie van het energieverbruik van openbare verlichting van 20% in 2020 en 50% in 2030.
2.2
Wat heb ik? De huidige beleidsuitgangspunten voor de openbare verlichting zijn opgesteld in januari 2012. Dit plan omvat naast de vaststelling van de algemene beleidsuitgangspunten ook een kwaliteitsbeoordeling en verbeteringsplan. Deze beleidsuitgangspunten zijn de afgelopen beleidsperiode leidraad geweest voor het beheer en instandhouding van de OVL in de gemeente Geertruidenberg. Om binnen de beschikbare middelen tot een betere prestatie te komen zijn onderstaande algemene uitgangspunten het belangrijkste bevonden: o Alle nieuwe openbare verlichting dient voortaan te voldoen aan de Richtlijnen Openbare verlichting 2011 (ROVL 2011); o In principe ‘geen verlichting tenzij’; o Sober en doelmatig verlichten; o Duurzaam inkopen; o Toepassing van wit licht (4000K/NW) in woongebieden; o In principe wordt dimbare (led)verlichting toegepast; o Besparen op energie door toepassing van energiezuinige armaturen en lampen; o Achterstallig onderhoud planmatig aanpakken; o Frequentie schilderwerk van eens per 7 jaar naar eens per 12 jaar; o Meer eenheid in materiaal. De gemeente heeft kengetallen op het gebied van OVL vastgelegd. Hierdoor kunnen de bereikte resultaten worden geëvalueerd. Als we terugkijken naar 2009 zien we dat het energieverbruik met 0,9% is afgenomen. Het aantal lampen is in dezelfde periode met 4,1% toegenomen.
Dat het energieverbruik niet evenredig is gestegen met de toename van het aantal lampen is te vinden in: (1) het vervangen van lampen met een hoog vermogen door lampen met een laag vermogen, (2) toepassing van dimmen en (3) toepassing van energiezuinige lampen bij uitbreiding van de installatie en in vervangingsplannen. De ingezette koers om (1) oude energie onzuinige lampen te vervangen voor moderne lampen; (2) het toepassen van dimmen en (3) het vervangen van conventionele lampen door led-verlichting, heeft zijn vruchten afgeworpen, maar heeft nog geen substantiële reductie van het energieverbruik opgeleverd. De stroom die wordt verbruikt wordt wel duurzaam opgewekt, doordat gebruik wordt gemaakt van Groene stroom.
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
5
SAMENVATTING
De vervangingswaarde van de OVL-installatie bedraagt bijna € 5,2 miljoen. Er staan circa 5.804 lichtmasten in Geertruidenberg. In de afgelopen periode van 3 jaar is de kwaliteit van het areaal en de beheersbaarheid ervan verbeterd. Er zijn vanaf 2012 echter beperkt verbeterings-/vervangingsplannen uitgevoerd. Alleen bij reconstructies en er heeft incidentele vervanging van masten en armaturen plaatsgevonden. Er zijn 78 lichtmasten die de afschrijftermijn van 50 jaar hebben overschreden. De gemiddelde leeftijd van de lichtmasten is 21 jaar en van armaturen 15 jaar. Circa 9,2% (bijna 569 stuks) van de armaturen is aan het einde van de technische levensduur (= 25 jaar) en voor de lichtmasten is dit 1,3 % (=50 jaar). Deze masten en armaturen zijn de komende beleidsperiode aan vervanging toe. Op 27 november 2014 zijn de vervangingsplannen door de raad behandeld. Deze plannen bevatten een doorkijk voor de langere termijn (tot 2045) en een nog nader uit te werken planning voor de periode 2015-2019. De nog uit te werken planning wordt nog afgestemd met andere disciplines zoals wegen, riolering, verkeer en groen. 2.3
Wat wil ik? De gemeente Geertruidenberg wil de komende vijf jaren het in 2012 ingezette beleid op een aantal punten aanpassen. De wegfunctie zoals opgenomen in de Nota Mobiliteit 2011 is uitgangspunt voor het gewenste verlichtingsniveau op een bepaald weggedeelte. Waar in het verleden vaak de keuze werd gemaakt om verlichting bij te plaatsen, is nu de teneur “niet verlichten, tenzij…” De gemeente Geertruidenberg wil haar openbare ruimte bewust verlichten en hanteert daarvoor de volgende beleidsuitgangspunten: A. B.
C.
D.
E.
F. G. H. I.
J. K. L.
2.4
‘Niet verlichten, tenzij’. De gemeente Geertruidenberg verlicht alleen waar en wanneer dat nodig is. “Uit waar het kan, aan waar het moet” De aansprakelijkheid van de gemeente wordt beperkt door een aantal gerichte maatregelen. In de komende planperiode zal installatieverantwoordelijkheid op de juiste manier worden geïmplementeerd. De OVL draagt optimaal bij aan een sociaal veilige, verkeersveilige en leefbare openbare ruimte. De ROVL 2011 is het uitgangspunt voor haar verlichting bij nieuwe verlichtingsplannen. Om te voldoen aan het Politiekeurmerk Veilig Wonen worden er eisen voorgeschreven aan de OVL. De OVL wordt - mede door het niet voldoen aan de ROVL bij verlichting aangelegd voor 2011 - niet op Politiekeurmerk niveau gebracht. De gemeente gaat het energieverbruik verlagen. De gemeente streeft naar een benadering van de gestelde energiereductiedoelstelling van 50% in 2030 volgens het Energieakkoord binnen de beperkte financiële middelen. In nieuwe plannen wordt dimbare (led)verlichting in witte lichtkleur (840 of 4000K) standaard voorgeschreven. De afschrijftermijn voor armaturen is 25 jaar. In het algemeen wil de gemeente in natuurgebieden (donkertegebied) geen verlichting plaatsen. De gemeente wil een standaardisering van haar areaal doorvoeren en kwalitatief duurzame masten en armaturen gebruiken.
Bij masten gaat de voorkeur uit naar thermisch verzinkte lichtmasten voorzien van een coating. De schildertermijn is eenmaal per 12 jaar. De lichtmasten worden afgeschreven in een termijn van 50 jaar, echter het daadwerkelijk vervangen vindt plaats na inspectie en/of stabiliteitsmeting of wordt projectmatig bekeken. De openbare verlichting wordt goed beheerd en op een duurzame en maatschappelijk verantwoorde wijze onderhouden. De gemeente wil zelf regie voeren op haar openbare verlichting, daarbij bijgestaan door marktpartijen met specifieke kennis. Tot slot streeft de gemeente naar zo laag mogelijke, maatschappelijk verantwoorde, exploitatielasten.
Wat kost het? Bij de kosten zijn de beleidsuitgangspunten zoals hierboven verwoord als uitgangspunt genomen. De kosten voor de OVL zijn grofweg te verdelen in de volgende groepen: 1. Onderhoudskosten en beheerkosten; 2. Energiekosten en netwerkkosten; 3. Vervanging en verbetering.
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
6
SAMENVATTING
Onderhouds- en beheerkosten De huidige beschikbare financiële middelen zijn toereikend voor het oplossen van storingen en het herstellen van aanrijdingen. Voor het onderhoud en beheer is in 2015 € 118.141 geraamd. Hierin zijn ook schilderkosten en kosten voor groepsremplace opgenomen. Energie- en netwerkkosten In 2015 is voor energie € 128.599 geraamd. Circa 70% van dit bedrag betreft variabele energiekosten, de rest zijn vaste netwerkkosten. Vervanging en verbetering Voor het vervangen van de installatie bij einde levensduur is in 2015 € 69.000 gebudgetteerd. Om op basis van de technische levensuur van de armaturen (25 jaar) en masten (50 jaar) de installatie op orde te houden zal echter jaarlijks circa € 100.000 nodig zijn. 2.5
Keuze voor de komende beleidsperiode De gemeente Geertruidenberg heeft voor het uitvoeren van de noodzakelijke vervangingen de keuze gemaakt om in de komende beleidsperiode voor reguliere vervanging te kiezen. Naast het reguliere budget voor vervanging (€ 69.000) is dan ca. € 81.000 aanvullend budget nodig. Dit is gebaseerd op theoretische restlevensduur. Uit onderzoek van de masten blijkt dat er komende periode 2016-2020 jaarlijks ca. € 5.000 nodig is aan vervanging masten en ca. € 95.000 voor armaturen. Hiermee ontstaat er een jaarlijks tekort van ca. € 31.000. Volgens de huidige systematiek worden de aanschaf/vervangingskosten van lichtmasten en armaturen rechtstreeks ten laste van de exploitatie gebracht (jaarlijks beschikbaar budget) en dus in één keer afgeschreven. Als we opteren om de vervangingskosten te activeren en uit te smeren over een periode van 25 jaar dan zullen de jaarlasten, zeker in de eerste jaren, aanzienlijk lager uitvallen. Naast vervanging van masten en armaturen worden ook de lampen vervangen. Oude lampen worden vervangen door lampen die aanzienlijk minder energie gebruiken en minder onderhoud vergen. Vervanging levert dus ook een besparing op voor wat betreft de energiekosten en onderhoudskosten; een besparing die oploopt naarmate het aantal vervangingen toe neemt.
Met de besparing die gehaald wordt op het energieverbruik zouden weer nieuwe vervangingen gefinancierd kunnen worden. Voorwaarde is dan wel dat de besparingen binnen het product Openbare Verlichting blijven. Indien mogelijk wordt er gebruik gemaakt van subsidies en het leasen van licht. Via de jaarlijkse monitoring wordt bekeken in hoeverre de doelstelling met het huidige budget gehaald wordt. Uiteindelijk doel is de vervangingsachterstand op masten en armaturen weg te werken, verbeteren van de beleving in de buitenruimte, verlagen van beheer- en onderhoudskosten en een reductie in het energieverbruik.
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
7
SAMENVATTING
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
8
WAT MOET IK?
3
WAT MOET IK? Dit hoofdstuk beschrijft de wettelijke en juridische kaders voor de openbare verlichting. Het geeft antwoord op de vraag ‘wat moet ik’?
3.1
Functie van openbare verlichting De functie van OVL is het bevorderen van sociale veiligheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid. De functies bepalen de kwaliteitscriteria en de verlichtingsniveaus. De sociale veiligheid hangt samen met de mate waarin weggebruikers de omgeving overzichtelijk vinden. Dit betekent dat personen op een bepaalde afstand te herkennen zijn en dat objecten goed waarneembaar zijn. Als er verlichting is geplaatst, dan betekent dit niet automatisch dat dit gebied ook veilig is, hier zijn meer factoren bepalend. Denk aan sociale controle en het niveau van onderhoud. De gemeente kan er ook bewust voor kiezen om niet te verlichten om zo te ontmoedigen dat men zich begeeft op een bepaalde plek. Het is dan wel belangrijk dat er een alternatieve route voor handen is. De lichttechnische eisen zijn standaard gebaseerd op een persoon van circa 40 jaar. Bij een hogere leeftijd neemt het benodigde lichtniveau sterk toe. Uit onderzoek blijkt dat met wit licht eerder gezichten worden herkend. Het eerder herkennen van gezichten vergroot het gevoel van sociale veiligheid. Tevens is aangetoond dat mensen zich veiliger voelen bij wit licht. Verlichting kan ook de verkeersveiligheid bevorderen. Verkeersdeelnemers kunnen elkaar beter zien en de weg is vaak ook overzichtelijker.
Leefbaarheid en sfeer van de openbare ruimte is bepalend voor hoe men zich voelt in de openbare ruimte. OVL vervult daarbij een belangrijke rol. Niet alleen het type armaturen en masten, het lichtniveau maar ook het niveau van onderhoud dragen bij aan de sfeer die het gebied uitstraalt. Een slecht verzorgde installatie zal het gevoel van onveiligheid en toenemen van vandalisme versterken. In de onderstaande tabel staan de mate van veiligheid per wegtype weergegeven.
3.2
Openbare ruimte
Sociale veiligheid
Verkeersveiligheid
Leefbaarheid
Hoofdontsluitingswegen
+
+++
+
Wijkontsluitingswegen
++
++
++
Erftoegangswegen/verblijfsgebied/ Winkelgebied
+++
++
+++
Wettelijke kaders De openbare verlichting moet voldoen aan de wettelijke kaders die daarvoor gesteld zijn. Er kan onderscheid worden gemaakt naar wettelijke regelgeving die de kaders vormen waarbinnen de gemeente Geertruidenberg haar beleidskeuzes maakt en richtlijnen die voorwaarde-scheppend zijn voor de keuzes die de gemeente maakt.
3.2.1 Aansprakelijkheid wegbeheerder De gemeente Geertruidenberg is eigenaar van het publieke domein. De gemeente kan als eigenaar verantwoordelijk worden gesteld voor geleden schade als de openbare ruimte, inclusief de openbare verlichting, niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen (art. 6:162 BW en art. 6:174 BW). Hoewel het wettelijk niet is vastgelegd dat een weg of openbare ruimte verlicht moet worden, kan het ontbreken van verlichting of onjuiste verlichting wel worden aangemerkt als het plegen van een onrechtmatige daad, waaruit schadeplichtigheid kan ontstaan. Aansprakelijkheid kan worden beperkt door: o Het periodiek en systematisch uitvoeren van inspecties en onderhoud. o Een systeem van rationeel beheer (vervangingsplan, beheerplan). o Een goed werkend klachtensysteem. o Snel handelen bij het verhelpen van schades en storingen.
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
9
WAT MOET IK?
3.2.2 Installatieverantwoordelijkheid en aansprakelijkheid De gemeente is verantwoordelijk voor de veiligheid van haar burgers en ambtenaren. Voor wat betreft het veilig werken met elektrische installaties is in de Arbowet vastgelegd hoe de veiligheid gewaarborgd moet worden. Onder deze installaties vallen onder meer de openbare verlichting, verkeerregelinstallaties maar ook bijvoorbeeld installaties in tunnels, sluizen, gemalen en rioleringsinstallaties. Op vrijwel alle installaties in de openbare ruimte zijn de laagspanningsnormen NEN 1010 en NEN 3140 van kracht. In de Arbowetgeving is voor elektrotechnische installaties voorgeschreven dat de eigenaar van deze installaties de verantwoordelijkheden die voortvloeien uit aanleg, beheer en onderhoud van deze installaties, moet vastleggen in schriftelijke procedures. Indien er binnen de gemeente geen installatieverantwoordelijke expliciet is aangewezen en vastgelegd, dan valt die taak automatisch toe aan de hoogste functionaris. Hij of zij is persoonlijk aansprakelijk indien de installatie resulteert in een onveilige situatie op straat of als werkzaamheden onveilig worden uitgevoerd. Voor fouten bij werkzaamheden en voor gebruik in het algemeen is dan de gemeentesecretaris verantwoordelijk (het bovengrondse deel van de installatie). Het is belangrijk om een zogenaamde installatieverantwoordelijke aan te wijzen.
Hiermee wordt de verantwoording voor een veilige elektronische bedrijfsvoering bij deze (rechts)persoon neergelegd. De aanwijzing dient door de bestuurder te worden gedaan en dient ook te worden geaccepteerd door de installatieverantwoordelijke. De installatieverantwoordelijke kan een persoon zijn uit de eigen organisatie of worden ingeleend. Ook een rechtspersoon (een bedrijf) kan worden aangewezen als installatieverantwoordelijke. Organisatie Gemeenten dienen installatieverantwoordelijkheid op de juiste wijze te organiseren. Zij kunnen dit doen door: o Een inventarisatie uit te voeren; o Werkprocedures en veiligheidsmaatregelen vast te leggen; o Instructies te verzorgen en te controleren op naleving; o Een onderhoudssysteem op te zetten; o Inspecties uit te voeren en rapportages te verzorgen. 3.2.3 Elektriciteitswet Netbeheerders onderhouden het netwerk van stroomkabels, ze transporteren elektriciteit en ze lossen storingen op. Hoe de netbeheerders dat moeten doen staat in zogeheten codes. Codes zijn uitwerkingen van de Elektriciteitswet en bevatten allerlei regels over hoe de netbeheerders zich moeten gedragen. Er staat ook in welke verantwoordelijkheid klanten van netbeheerders hebben. De procedure voor de totstandkoming van wijzigingen van de codes staat in de artikelen 31-39 van de Elektriciteitswet 1998. Sinds juli 2004 is de Interventiewet van kracht.
Deze wet wil bijdragen aan verscherpt toezicht op de netbeheerders en bescherming van de consument. Een concrete wijziging van de elektriciteitswet als gevolg van de Interventiewet richt zich onder andere op de openbare verlichting. Het geeft de wegbeheerder de mogelijkheid om zelf een gecertificeerd bedrijf in te huren om aansluitingen te realiseren of delen van het beheer uit te voeren. 3.2.4 Omgevingsbescherming De flora- en fauna wet beschermt de leefgebieden van diverse dieren- een plantensoorten. Indien de verlichting verstoort kan er besloten worden verlichting aan te passen of te verwijderen. De Natuurbeschermingswet 2005 regelt de bescherming van de Nederlandse beschermde natuurmonumenten. 3.2.5 Europese regelgeving Waar materialen aan moeten voldoen is beschreven in de Europese Regelgeving. Bepaalde producten mogen in Europa alleen op de markt worden gebracht als zij voorzien zijn van een CE-markering. Op het gebied van OVL dienen alle materialen te zijn voorzien van het CE-merkteken. Het is verstandig dat gemeenten alleen
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
10
WAT MOET IK?
producten voorzien van een CE-markering toepast. Vanuit Europa is er ook een afvalstoffenlijst opgesteld. Gasontladingslampen staan op deze lijst en behoren tot chemisch afval, dat via erkende verwerkingsbedrijven verwerkt moet worden. 3.2.6 Aanbestedingswetgeving Gemeenten zijn vanuit Europese regelgeving verplicht diensten, werken en leveringen die betrokken worden van derden aan te besteden. Onderhoud aan de OVL wordt gezien als dienst. Deze moeten vanaf een drempelwaarde vanaf € 207.000 Europees worden aanbesteed. Het is gebruikelijk dat gemeenten het onderhoud aan OVL periodiek aanbesteden. De vervanging van openbare verlichting wordt in termen van het aanbestedingsrecht ook gezien als een dienst. Indien wordt ingeschat dat de werkzaamheden de drempelwaarde zullen overschrijden, dient dit werk Europees aanbesteed te worden. 3.3
Niet-wettelijke adviezen en aanbevelingen Naast de wettelijke kaders zijn er nog adviezen, richtlijnen en aanbevelingen die het merendeel van de gemeenten als uitgangspunt voor hun OVL-beleid hanteren.
3.3.1 NSVV richtlijnen De Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde (NSVV) heeft samen met het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI) in 2002 de Nederlandse Praktijkrichtlijnen voor Openbare Verlichting (NPR 13201-1) opgesteld. Deze richtlijn - gebaseerd op Europese normen - is in veel gemeenten, ook in de gemeente Geertruidenberg als leidraad voor de OVL gehanteerd. In 2011 heeft de NSVV op verzoek van de Taskforce Verlichting ondersteund door Agentschap NL de bestaande NPR 13201-1 herschreven en een nieuwe aanbeveling de Richtlijn voor Openbare Verlichting 2011 (ROVL 2011) uitgegeven. Belangrijk verschil met de vorige richtlijn is dat het standaard verlichten van een situatie als uitgangspunt is verlaten. Dit onderdeel is nieuw ten opzichte van de NPR 13201-1. In veel situaties kan, om verschillende redenen, gekozen worden voor alternatieve verlichtingsvormen of zelfs niet verlichten. Als uit de afweging de keuze 'verlichten' gemaakt wordt, dan wordt vervolgens aanbevolen de in deze richtlijn beschreven systematiek te hanteren om te komen tot een verlichtingsinstallatie, die voldoet aan de gevonden lichttechnische kwaliteitscriteria. 3.3.2 Politiekeurmerk Veilig Wonen Dit keurmerk is een initiatief ter voorkoming van criminaliteit in de woonomgeving.
De kans dat een gelegenheidsinbreker zijn slag slaat in een wijk die voldoet aan de eisen van het PKVW is statistisch twee keer zo klein dan in een wijk zonder dit keurmerk. Dit keurmerk is gebaseerd op de NSVV richtlijnen en omvat een drietal deelcertificaten. Alle deelcertificaten tezamen vormen het PKVW. Het deelcertificaat Veilige Woonomgeving omvat de openbare verlichting in verblijfsgebieden. Hierbij eist het politiekeurmerk dat alle openbare ruimte verlicht is, bijvoorbeeld ook achterpaden. Wat het verlichtingsniveau betreft stelt het keurmerk dat het woongebied helder, niet verblindend en gelijkmatig verlicht moet zijn. De verlichting moet bovendien tijdens de donkere uren van een etmaal continu branden.
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
11
WAT MOET IK?
3.3.3 Criteria Duurzaam inkopen In februari 2010 is in opdracht van VROM door Agentschap NL (SenterNovem) de nota Criteria voor duurzaam inkopen voor inkopen van OVL gepubliceerd. Deze criteria worden periodiek bijgesteld en kenbaar gemaakt aan de gemeenten via PIANOo1 Expertisecentrum voor aanbesteden (www.pianoo.nl). De nota biedt de mogelijkheid een energiebesparingsdoelstelling en een ontwerp- en inkooprichtlijn te definiëren. De ambitie van de rijksoverheid is om vanaf 2010 bij al haar inkopen duurzaamheid als criterium mee te nemen, voor gemeenten is dit 75%. Alle partijen streven naar 100% in 2015. Om de doelstelling te bereiken zijn duurzaamheidscriteria ontwikkeld. Voor de productgroep openbare verlichting betreft het hier in hoofdzaak: o Een minimum eis voor de energieprestatie van de OVL installatie aan label D van de Handleiding Energielabeling Openbare Verlichting; o Bij nieuwbouw van een OVL installatie, of bij complete vervanging van lampen en armaturen van een openbare verlichtingsinstallatie, dient de installatie technisch geschikt te zijn om gedimd te worden; o Voorschriften aan het gestelde vermogen voor lichtmastreclame; o Grenswaarden aan het vluchtige aandeel organische stoffen bij conserveringswerken. Genoemde duurzaamheidscriteria worden als criteria meegenomen bij aanbesteding van werken voor de openbare verlichting.
3.3.4 Energieakkoord / Monitoring In 2013 heeft Nederland een belangrijke stap gezet op weg naar een schone toekomst. Ruim veertig organisaties, waaronder de overheid, werkgevers, vakbeweging, natuur- en milieuorganisaties, maatschappelijke organisaties en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben zich verbonden aan het Energieakkoord voor duurzame groei. Kern van het akkoord zijn breed gedragen afspraken over energiebesparing, schone technologie en klimaatbeleid. Naast de doelstelling om het aandeel hernieuwbare energieopwekking van 4% nu, naar 14% in 2020 te brengen wordt gestreefd naar een landelijke energiebesparing van gemiddeld 1,5% per jaar. Het akkoord stelt dat het energieverbruik van OVL in 2020 met 20% en in 2030 met 50% wordt teruggebracht ten opzichte van 2013. Bovendien dient 40% te zijn voorzien van slimme e-management en energiezuinige verlichting. Deze besparing is een landelijke doelstelling en dient tezamen behaald te worden en niet iedere gemeente op zich. Het jaarlijks energieverbruik van zowel de openbare verlichting als de verkeersregelinstallaties kan jaarlijks ter monitoring worden aangeleverd. 3.3.5 Kengetallen Kengetallen beginnen algemeen in te burgeren in de OVL. Steeds meer gemeenten maken er gebruik van. In dit beheerplan is met hulp van de nu beschikbare kengetallen gekeken naar de bereikte resultaten van de afgelopen beleidsperiode.
In 2003 heeft de NSvV de aanbeveling Kengetallen Openbare Verlichting uitgebracht. Doel van de aanbeveling was het praktische gebruik van kengetallen in de sector openbare verlichting te bevorderen. In 2011 is de uitgave geheel herzien en is in samenwerking met Agentschap NL naast de reguliere versie ook een nieuwe Light versie uitgebracht. Met de publicatie 'Kengetallen in de Openbare Verlichting' hebben gemeenten een tool waarmee op eenduidige wijze kengetallen voor het werkveld OVL kunnen worden opgesteld. Deze kengetallen stellen gemeenten in staat om de effecten van hun beleidsmaatregelen te monitoren en waar nodig bij te stellen.
1
PIANOo, Expertisecentrum Aanbesteden heeft als taak het inkopen en aanbesteden bij alle overheden te professionaliseren. Met oog voor rechtmatigheid én doelmatigheid. Professionele inkoop draagt bij aan het beleid van de organisatie en biedt value for tax payers' money.
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
12
WAT MOET IK?
3.3.6 BGT De Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) bevat de gedetailleerde grootschalige basiskaart van Nederland. De GBKN (Grootschalige Basiskaart Nederland) is de voorloper van de BGT. Aangezien verschillende organisaties allerlei verschillende kaarten gebruikten was er vaak verwarring over wat de werkelijkheid precies is en wie er gelijk heeft. De BGT maakt hier een einde aan. Op een eenduidige manier geeft het de ligging weer van alle fysieke objecten zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en (landbouw)terreinen. Gemeenten gebruiken de BGT als ondergrond voor hun bestemmingsplan. Het is op dit moment niet verplicht om de locatie van openbare verlichting in de BGT op te nemen. Indien deze informatie voorhanden is kan deze wel in de BGT worden opgenomen. Om meer (beheer) objecten te kunnen registreren dan de BGT voorschrijft, wordt het IMGeo gebruikt. Dit is een uitbreiding van de BGT. In het IMGeo kunnen lantaarnpalen als puntsymbool worden geregistreerd.
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
13
WAT HEB IK?
4.
WAT HEB IK? Dit hoofdstuk beschrijft de huidige situatie en de kwaliteit en kwantiteit van de aanwezige openbare verlichting. Op basis van wat er is bereikt kan het huidige beleid worden bijgestuurd.
4.1
Beleidsuitgangspunten Openbare Verlichting 2012-2015 De huidige beleidsuitgangspunten voor de openbare verlichting zijn opgesteld in januari 2012. Dit plan omvat naast de vaststelling van de algemene beleidsuitgangspunten ook een kwaliteitsbeoordeling en verbeteringsplan. Deze beleidsuitgangspunten zijn de afgelopen beleidsperiode leidraad geweest voor het beheer en instandhouding van de OVL in de gemeente Geertruidenberg.
4.1.1 Doel Het doel van de OVL is een bijdrage te leveren aan de verkeersveiligheid, sociale veiligheid en leefbaarheid. 4.1.2 Eisen en richtlijnen De eisen en richtlijnen zoals de gemeente Geertruidenberg deze hanteert zijn omschreven in de Beleidsuitgangspunten Openbare Verlichting 2012-2015, hebben de volgende kenmerken: a) Wegen buiten de bebouwde kom (m.u.v. kruispunten) worden niet verlicht; Zelfstandige recreatieve fiets- en voetpaden die geen belangrijke functie hebben als woon-werkverkeer worden niet verlicht; Het principe-uitgangspunt is ‘geen verlichting tenzij’. De visie van de gemeente is gericht op het alleen verlichten daar waar noodzakelijk is; b) De keuze om een openbare ruimte wel of niet te verlichten wordt bepaald aan de hand van de functie van de te verlichten ruimte waarbij conflicterende belangen dienen te worden afgewogen; De ROVL 2011 wordt als ontwerprichtlijn voor de openbare verlichting gehanteerd; Toetsing aan de ROVL 2011 en eventuele verbetering van de huidige openbare verlichting zal pas bij de eerstvolgende mast en/of armatuurvervanging plaats vinden; Om lichtvervuiling verder te beperken en energiebesparingen te realiseren wordt de openbare verlichting tijdens de nachtelijke uren standaard gedimd; In natuurgebieden zullen de “Richtlijnen Openbare Verlichting Natuurgebieden” van de NSVV een leidende rol hebben; c) De richtlijnen voor het
Politie Keurmerk Veilig Wonen (PKVW 2015) worden niet gehaald. De eisen van het PKVW zijn op bepaalde vlakken strenger dan die van het ROVL. Zo voldoet de gemeente wel aan de eis op gebied van lichtsterkte, maar niet wat betreft de gelijkmatigheid. Ook wordt er door de gemeente licht gedimd in de nachtelijke uren. Dit is landelijk gebruikelijk en geaccepteerd, maar komt niet overeen met het PKVW.; d) Alle verlichting zal in beginsel sober en doelmatig uitgevoerd worden. Uitzonderingen hierop zijn enkel gebieden zoals de centra, het beschermd stadsgezicht Geertruidenberg, omgeving Lambertuskerk en omgeving Kerkplein te Raamsdonk; Bij het opstellen van zowel verlichting- als onderhoudsplannen wordt in belangrijke mate rekening gehouden met energiebesparing en duurzaam inkopen; Het tegengaan van lichtvervuiling door gericht verlichten, gelijkmatig en zonder verblinding. 4.1.3 Wat verlicht de gemeente buiten de openbare wegen Buiten de openbare wegen verlicht de gemeente Geertruidenberg onderstaande situaties en objecten: e) Voet- en fietspaden in parken worden niet verlicht indien er een gelijkwaardige logische alternatieve verbinding is; f) De gemeente verzorgt zelf geen sierverlichting. Zij heeft een ondersteunende rol, waarbij zij onder voorwaarden voorzieningen toelaat voor de montage van sierverlichting; g) De gemeente verzorgt zelf geen reclameverlichting.
Zij verhuurt uitsluitend masten aan derden. Deze verlichting wordt niet verder uitgebreid i.v.m. de nadelige effecten voor het milieu zoals lichthinder en energieverbruik. De energiekosten (110 W per bord) kunnen
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
14
WAT HEB IK?
beperkt worden door de bestaande lampen te vervangen door led. Het betreft 37 reclameborden; h) De gemeente verlicht geen achterpaden met een openbaar karakter die in eigendom zijn van derden, zoals woningbouwvereniging of een vereniging van eigenaren. De verantwoording hiervoor ligt bij de eigenaar; i) De gemeente verlicht haar gebouwen en kunstobjecten indien wenselijk. Objecten worden niet verlicht na 23:00 uur op werkdagen en 24:00 uur in de weekenden. Bij vervanging zal er gekozen worden voor duurzame oplossingen met beperking van lichthinder en lichtvervuiling; j) Het aanlichten van bomen is uit oogpunt van verstoring van flora en fauna niet wenselijk. Bij storing of vervanging van bestaande verlichting van bomen kiezen voor beëindigen van het aanlichten. Uitzondering hierop zijn de grondspots Elfhuizen en Markt; k) Overige verlichting die op het OVL net is aangesloten binnen de gemeente: abri’s, klokken, verkeersregelinstallaties, plattegrondkasten en ANWB-borden. 4.1.4 Verlichtingsmaterialen l)
Ten aanzien van verlichtingsmiddelen hanteert de gemeente de volgende uitgangspunten: Bij aanleg en instandhouding van de openbare verlichting worden er op dat moment meest doelmatige, onderhoudsarme, duurzame en kostenefficiënte verlichtingsmiddelen toegepast; De opstellingswijze van de lichtmasten is een samenspel tussen de lichtpuntafstand, lichtpunthoogte, armatuur, lampkeuze, de ROVL richtlijn, het PKVW en de inrichting van de openbare ruimte. Met name bomen zijn bepalend voor de locatie van de masten. Voor afstanden tussen lichtmasten en bomen zijn uitvoeringsvoorschriften aanwezig; Bij de aanleg of reconstructies van openbare verlichting wordt in het ontwerpstadium de beheerder openbare verlichting van het cluster Buitenruimte betrokken, zodat het verlichtingsplan wordt getoetst aan de gestelde eisen; Met het oog op doelmatig beheer, onderhoud en kostenefficiëntie wordt een grote verscheidenheid in differentiatie van verlichtingsmiddelen voorkomen. Er wordt gekozen voor een beperkt assortiment stalen masten in drie kleuren (groen RAL 6009, zwart RAL 9005 (centra en Dongeburgh bastions) en grijs RAL 7024 (industrie Dombosch) en ongeverfd. Ook is er een beperkt assortiment armaturen.
Armaturen moeten onderhoudsvriendelijk zijn en vandalismebestendig; Bij die categorieën openbare ruimte waarbij uitstraling een belangrijke rol speelt, kan bij besluit van het college van burgemeester en wethouders worden afgeweken van de standaard verlichtingsmiddelen en gekozen worden voor andere decoratieve armaturen. Uitgangspunt blijft dan wel dat de verlichtingsmiddelen minimaal voldoen aan de eisen voor beheer, onderhoud en lichttechniek.
o
o
o
o
o
4.1.5 Financiën m) De eisen en richtlijnen zoals de gemeente Geertruidenberg deze hanteert zijn omschreven in de Beleidsuitgangspunten Openbare Verlichting 2012-2015, hebben de volgende kenmerken: De kosten van de eerste aanleg van openbare verlichting in bijvoorbeeld nieuwbouwwijken of industriegebieden, komen ten laste van grondexploitatie; Bij reconstructie of herinrichting van straten of wijken komt het krediet en/of de kosten van wijziging van de openbare verlichting ten laste van desbetreffend projectkrediet of wordt gevoed uit het onderhoud van de OVL; Het huidige beschikbare budget is uitgangspunt voor het beheer en onderhoud van de openbare verlichting. De kosten voor verbeteringen van de OVL installatie worden geput uit het beschikbare budget; Bij niet toereikend budget gaat veiligheid boven duurzaamheid en functioneel boven decoratief.
o o
o
o
4.1.6 Beheer n) Het dagelijks administratief beheer is uitbesteed aan derden, los van het uitvoeren van herstel storingen en aanrijdingen. Hiermee is ook de beschikbaarheid over een actuele
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
15
WAT HEB IK?
database geregeld en de continuïteit van het beheer gewaarborgd. Aansturing vindt plaats vanuit de cluster Buitenruimte. o) Na opwaardering van de huidige database kunnen op een eenvoudige manier kengetallen worden gegenereerd. De kengetallen geven na toetsing aan de landelijke kengetallen een beeld van de OVL installatie in de gemeente. De uitkomsten van de rapportages kunnen worden gebruikt voor sturen van het beleid en de uitvoeringsplannen. p) Uit de database worden onderhoud- en vervangingsplannen gegenereerd. q) Correctief onderhoud, herstel bij aanrijdingen, groepsremplace en schilderwerk wordt op basis van meerjaren contracten verzorgd door derden. 4.1.7 Aanbevelingen Bij het opstellen van de Beleidsuitgangspunten Openbare Verlichting 2012-2015 zijn vergeleken met het daarvoor gevolgde beleid een aantal knelpunten naar voren gekomen, waarvoor een oplossing c.q. aanbeveling en onderstaande aandachtspunten zijn geformuleerd. • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
• • •
Alle openbare verlichting dient te voldoen aan de Richtlijnen Openbare verlichting 2011 (ROVL 2011); Per situatie of gebied bezien of openbare verlichting wel noodzakelijk is. De functie van de weg, welke is vastgelegd en aangegeven in de Nota Mobiliteit 2011 is in principe bepalend voor de keuze van het gewenste verlichtingsniveau; Er worden gebieden aangewezen welke om ecologische redenen niet worden verlicht; Toepassing van wit licht in woongebieden; In principe wordt dimbare led-verlichting toegepast bij nieuwe aanleg en vervanging van armaturen; Kies voor eenvoudige energie-efficiënte verlichtingsarmaturen met een hoog lichtrendement en zo min mogelijk lichthinder; Armaturen standaard voorzien van elektronisch voorschakelapparaat en een dimunit; De lichtbron is in principe wit en energiezuinig, bijvoorkeur Long Life lampen met een langere levensduur of het toepassen van led-verlichting; Beperk de keuze in lichtmasten tot standaardmasten zowel in hoogte als in vorm; Actualiseren van de database; Oude hogedruk kwiklampen (HPLN) worden uitgefaseerd, er is een energiezuiniger en dimbaar alternatief zoals bijvoorbeeld led-verlichting; Geel licht vervangen door wit licht, met name in woongebieden; Huidige afgeschreven armaturen vervangen door energiezuinige armaturen; Masten waarvan de theoretische levensduur is verstreken onderzoeken op kwaliteit (stabiliteitsmetingen) en zo
nodig vervangen; Het op vastgestelde tijd of periode vervangen van lampen (remplace) is een belangrijke pijler voor instandhouding van het lichtniveau en beperkt de onderhoudskosten doordat er minder storingen als gevolg van uitval optreden; Het planmatig schilderen van masten verlengt de levensdeur. Met de kwaliteit van de nu beschikbare conserveringsmiddelen kan de huidige schildertermijn van zeven jaar worden verlegd naar 12 jaar; Om het lichtniveau te handhaven dient er aandacht te zijn voor het snoeien van openbaar groen op plaatsen waarbij het lichtniveau door aanwezigheid van groen wordt beperkt; Aandacht voor plaatselijke lichthinder en lichtvervuiling door verouderde OVL-installatie; Ter voorkoming van aansprakelijkheidsstelling van de gemeente dient de installatie te voldoen aan de voorschriften met betrekking tot veiligheidstechnische eisen, onder meer weergegeven in de NEN 1010 en NEN 3140. Ook dient de grens van het minimaal verantwoorde onderhoudsniveau (uitwisseling van lampen, schoonmaken van armatuur, repareren vernielingen) in negatieve zin niet te worden overschreden; Uitvoeringsplannen zullen in de programmabegrotingen worden geformuleerd.
Eventuele nieuwe strategische keuzes worden in raadsvoorstellen uitgewerkt; Het verdient de aanbeveling om de bewaking van de energierekening betreffende de openbare verlichting en andere daaraan gerelateerde verbruikers te laten controleren door de OVL-beheerder; De gemeente zal zich verder inspannen om de visie met betrekking tot de openbare verlichting onder de aandacht te brengen van de inwoners. Dit gebeurd onder andere door informatie over het vastgestelde OVL beleid op de gemeentelijke website en in plaatselijke nieuwsbladen te zetten.
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
16
WAT HEB IK?
•
Interne communicatie draagt bij aan het effectief plannen van projecten om te komen tot integrale uitvoering en daardoor een goede kostenefficiëntie bij de voorbereiding en uitvoering van de projecten.
4.1.8 Conclusie / belangrijkste uitgangspunten Om binnen de beschikbare middelen tot een betere prestatie te komen zijn onderstaande algemene uitgangspunten het belangrijkste. •
Alle nieuwe openbare verlichting dient voortaan te voldoen aan de Richtlijnen Openbare verlichting 2011 (ROVL 2011); In principe ‘geen verlichting tenzij’; Sober en doelmatig verlichten; Duurzaam inkopen; Toepassing van wit licht (4000K/NW) in woongebieden; In principe wordt dimbare (led)verlichting toegepast; Besparen op energie door toepassing van energiezuinige armaturen en lampen; Achterstallig onderhoud planmatig aanpakken; Frequentie schilderwerk eens per 12 jaar; Meer eenheid in materiaal.
• • • • • • • • • 4.2
Wegencategoriseringsplan De gemeente beschikt over een Nota Mobiliteit 2011. De functie van de weg staat aan de basis van de vormgeving van de weginrichting en is het uitgangspunt voor het gewenste verlichtingsniveau op een bepaald weggedeelte of gebied. Wegcategorisering In het wegencategorisering worden globaal de volgende gebieden genoemd: • Gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom (GOW 80 km/u); • Gebiedsontsluitingsweg I, binnen de bebouwde kom 50 km (GOW 50 km/u); • Gebiedsontsluitingsweg II, binnen de bebouwde kom 50 km (GOW 50 km/u); • Erftoegangsweg I, buiten de bebouwde kom (ETW I 60 km/u); • Erftoegangsweg II, buiten de bebouwde kom (ETW II 60 km/u); • Erftoegangsweg binnen de bebouwde kom 30 km (ETW 30 km/u); • (Brom)fietspad.
4.3
Organisatie Het cluster Buitenruimte heeft een coördinerende rol voor de organisatie van de OVL. Dit geldt zowel op het gebied van beheer en onderhoud als voor de aanleg van nieuwe installaties. De aanleg, het onderhoud en het beheer is neergelegd bij derden op basis van hiertoe gesloten contracten. • • • • • • •
•
4.4
Op dit moment is er voldoende expertise in huis op het gebied van openbare verlichting; Het administratief beheer is uitbesteed; De medewerker openbare verlichting richt zich op de aansturing van het onderhoud en beheer van de OVL op hoofdlijnen, de regierol; Met uitbesteding van het administratief beheer is de benodigde expertise op het gebied van openbare verlichting in huis gehaald; De rol van de toezichthouder is schouwen en toezicht houden op naleving contracten; Er is een geavanceerd beheerssysteem; Voor burgers is het mogelijk via de gemeentelijke website storingen aan de openbare verlichting te melden. Voordeel hierbij is dat de melder de afhandeling van de storing kan volgen. Op die manier voelen burgers zich meer betrokken terwijl de mensen van de gemeentewinkel altijd beschikken over de actuele situatie; Dit alles wordt gerealiseerd binnen de beschikbare budgetten en leidt naast een kostenbesparing tevens tot een kwaliteitsverbetering van het OVL-proces.
Resultaat in kengetallen Dit deel beschrijft de huidige situatie en de kwaliteit en kwantiteit van de aanwezige openbare verlichting.
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
17
WAT HEB IK?
Geertruidenberg heeft de afgelopen jaren enkele herverlichtingsplannen uitgevoerd. Ook in diverse reconstructieplannen is het verlichtingsniveau op het gewenste niveau gebracht. Dit is gedaan aan de hand van de beleidsuitgangspunten zoals deze zijn verwoord. Er zijn lampsoorten vervangen door lampen met een hoger rendement en armaturen toegepast met een dimfunctie. Ook zijn er led-armaturen toegepast. De resultaten van deze inspanningen zijn ingebracht in de module kengetallen uitgegeven door Agentschap NL en vervolgens zichtbaar gemaakt in enkele grafieken. De nu beschikbare kengetallen voor 2009, 2012, 2013 en 2014 zijn: Energieverbruik in kWh Lampsysteemrendement Lichtstroomproductie Mlh Geïnstalleerd vermogen Kw Aantal lampen
2009 1.158.109 80,14 92.964 284 6.146
2012 1.178.948 83,82 99.052 292 6.436
2013 1.081.019 86,21 93.507 270 6.407
2014 1.146.967 85,01 97.069 287 6.709
Verschil t.o.v. 2009 - 0,9% + 5,9% + 4,6% - 1,1% + 4,1%
Energieverbruik Het energiegebruik is sinds 2009 afgenomen met 0,9%. Dat het energieverbruik niet evenredig is gestegen met de toename van het aantal lampen is te vinden in: (1) het vervangen van lampen met een hoog vermogen door lampen met een laag vermogen, (2) toepassing van dimmen en (3) toepassing van energiezuinige lampen bij uitbreiding van de installatie en in vervangingsplannen. De ingezette koers om (1) oude energie onzuinige lampen te vervangen voor moderne lampen; (2) het toepassen van dimmen en (3) recentelijk het vervangen van conventionele lampen door led-verlichting, heeft zijn vruchten afgeworpen, maar heeft nog geen substantiële reductie van het energieverbruik opgeleverd. Het energieverbruik is zichtbaar gemaakt in de volgende grafiek.
In nagenoeg alle projecten van de afgelopen jaren zijn armaturen geplaatst waarbij de lampen tijdens de nachtelijke uren worden gedimd. De totale energiebesparing door het dimmen van lampen bedraagt nu 15.113 kWh, dit is 1,3% van het totale energieverbruik. Lichtstroomproductie en lampsysteemrendement Het lampsysteemrendement is de verhouding tussen de totale hoeveelheid licht die de openbare verlichting produceert en de totale energieopname van het systeem (Lumen/Watt). Dit kengetal geeft de mate van energie-efficiëntie van het OVL-systeem aan. Vanaf 2009 is het lampsysteemrendement met 5,9% toegenomen. De maat voor de productie van de OVL in een gemeente wordt aangegeven als de lichtstroomproductie. Deze lichtstroomproductie wordt uitgedrukt in “mega lumen per uur (MLh)” en levert het totaal aantal lumenuur op dat daadwerkelijk theoretisch door de OVL in een jaar wordt geproduceerd. Dit kengetal kan in samenhang met de exploitatiekosten
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
18
WAT HEB IK?
worden gebruikt om de OVL te sturen en tevens worden ingezet voor benchmarking. De stijging van de lichtstroomproductie over de afgelopen beleidsperiode wordt veroorzaakt door de uitbreiding van het aantal lichtmasten. Verdeling lampsoorten De afgelopen beleidsperiode is ingezet om oude energie onzuinige lampen te vervangen door moderne lampen zoals PLL en led. De verschuiving binnen de toegepaste soorten is zichtbaar in onderstaande grafieken. Hierin is te zien dat de uitbreiding heeft plaatsgevonden door een toename van het aandeel led-lampen ten koste van de SOX-lampen. Het afgelopen jaar is met name led geplaatst, waardoor in 2014 ongeveer 6% van het areaal uit led-armaturen bestaat.
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
19
WAT HEB IK?
4.5
Het OVL-areaal De vervangingswaarde van de gehele OVL-installatie bedraagt bijna 5,2 miljoen Euro. De omvang aan verlichtingsmiddelen is als volgt samengesteld: Aantal lichtmasten 5.804 stuks Aantal armaturen 6.174 stuks Aantal lampen 6.709 stuks Genoemde aantallen zijn inclusief abri’s, ANWB-masten en plattegrondkasten e.d. (circa 150 stuks verlichtingsobjecten). Leeftijdsopbouw OVL-bestand In onderstaande tabel is het aantal masten en armaturen met hun plaatsingsjaar weergegeven.
Aantal lampen Het aantal lampen wat bijdraagt aan de openbare verlichting is sinds 2009 met 4,1% toegenomen van 6.146 stuks in 2009 tot 6.398 stuks nu. Dit is veroorzaakt door het bijplaatsen van masten in verbeteringsplannen en uitbreidingen.
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
20
WAT HEB IK?
Schakel- en dimtijden De gemeente Geertruidenberg kent voor kernen een tweetal schakeltijden. De verlichting wordt hierbij astronomisch in- en uitgeschakeld. Kern Geertruidenberg: De avondverlichting schakelt uit om 22.30 uur. ’s Morgens schakelt de verlichting om 06:30 uur weer in. De branduren per jaar per lampsoort zijn voor een avondbrander 2.000 uur. Kern Raamsdonk / Raamsdonksveer: De avondverlichting schakelt uit om 24.00 uur. ’s Morgens schakelt de verlichting om 06:00 uur weer in. De branduren per jaar per lampsoort zijn voor een avondbrander 1.400 uur. Het verschil in schakeltijden is ontstaan uit het verleden van voor de herindeling. Ombouwen van alle zogenaamde TF ontvangers, die de schakeltijd bepalen, is kostbaar ten opzichte van het rendement van minder energiekosten. Zeker omdat we in de toekomst steeds meer overgaan op dimmen en de avond-/nachtschakeling steeds minder wordt toegepast. De branduren per jaar per lampsoort zijn voor een nachtbrander 4.200 uur. Een gedimde lamp heeft hetzelfde branduren als een nachtbrander maar wordt circa 1.200 uur gedimd. Op dit moment is 2,5% van de lampen op avond geschakeld, 93,7% op nacht en 3,8% is uitgevoerd als dimschakeling. Verder zijn momenteel 23 armaturen geschakeld middels dynamische verlichting en beheerbaar via een telemanagementsysteem.
Algemene dimtijden voor woongebieden, industrieterreinen, parkeerplaatsen en ontsluitingswegen
Dagelijks Inschakeltijdstip tot 22:30u 22:30u – 23:30u 23:30u – 05:30u 05:30u – 06:00u 06:00u – uitschakeltijdstip
100% 70% 50% 70% 100%
Dimtijden voor uitgaansgebieden
Zondagavond t/m vrijdagmorgen Inschakeltijdstip tot 22:00u 50% 22:00u – 23:30u 70% 23:30u – 02:15u 100% 02:15u – 02:30u 70% 02:30u – 05:30u 50% 05:30u – uitschakeltijdstip 70% Vrijdagavond t/m zondagmorgen Inschakeltijdstip tot 22:00u 50% 22:00u – 23:30u 70% 23:30u – 03:15u 100% 03:15u – 03:30u 70% 03:30u – 05:30u 50% 05:30u – uitschakeltijdstip 70%
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
21
WAT HEB IK?
4.6
Evaluatie Beleidsuitgangspunten Openbare Verlichting In mei 2014 zijn de beleidsuitgangspunten zoals opgesteld in 2012 geëvalueerd.
Nobra Technisch Adviesbureau B.V. Beheerplan Openbare Verlichting gemeente Geertruidenberg (v.2.0) augustus 2015
22
WAT HEB IK?
Hierbij zijn ook nieuwe kansen en ontwikkelingen naar voren gekomen, wat zorgt voor een betere kwaliteit tegen lagere kosten. Onderstaand een opsomming van de nieuwe kansen en ontwikkelingen uitgesplitst per doelgroep: Inwoner
Beheerder
Aannemer
Gemeente
Nieuwe Media Participatiesamenleving
Tele-management
Goed Bestek
Energiezuinig
Installatieverantwoordellijkheid
Installatieverantwoordellijkheid
Minder CO2 Lagere kosten beheer en onderhoud Betere materialen Reduceren lichthinder
4.7
Vervangingsplannen Openbare Verlichting Het opstellen van vervangingsplannen maakt onderdeel uit van de beheerovereenkomst tussen de gemeente en de beheerder. Aan de hand van de vervangingsplannen kan het jaarlijks noodzakelijke budget worden bepaald en gereserveerd. Hiermee wordt invulling gegeven aan de vraag om het benodigde investeringsbedrag voor de openbare verlichting aan te geven. Op 11 juli 2014 is onderstaand vervangingsplan opgesteld waarbij een doorkijk op de langere termijn (tot 2045) en een nog nader uit te werken planning voor de periode 20152019 is opgesteld. De nog uit te werken planning wordt nog afgestemd met andere disciplines zoals wegen, riolering, verkeer en groen. Het daadwerkelijk vervangen wordt projectmatig bekeken. Er wordt afgestemd met andere disciplines. Daarnaast worden masten en armaturen geïnspecteerd en getest. Dit voorkomt dat goede masten en armaturen voortijdig worden vervangen. De standaard afschrijvingstermijn kan hiermee langer worden, maar ook wel eens korter. Masten op een locatie waar veel honden worden uitgelaten, hebben bijvoorbeeld in de regel een kortere levensduur. Armaturen in een straat worden zoveel mogelijk gelijktijdig vervangen, dit om verschil in de lichtbeleving te voorkomen. Bij het vervangen van masten is dit niet noodzakelijk.
4.7.1 Investeringen lichtmasten In de grafiek op de volgende bladzijde, is duidelijk gemaakt hoeveel lichtmasten er in het desbetreffende jaar vervangen dienen te worden, met bijbehorende investering op basis van de theoretische afschrijving. Voor de periode 2015 t/m 2020 is onderstaande vervanging gepland, op basis van de theoretische levensduur. Momenteel is er een achterstand voor de vervanging van 78 stuks lichtmasten wat overeenkomt met een investering van € 34.775,00 op basis van theoretische levensduur. Vervangingsjaar