CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

5.4 Soortenbijlage artikel 19

De raad besluit 13 maart 2025, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Duurzame Inrichting Openbare Ruimte14.665 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dit is (bij open watersystemen) alleen mogelijk in een heel vroeg stadium van populatievorming en met voorzorgsmaatregelen om verdere verspreiding te voorkomen. Bij niet-uitroeibare populaties: beheersen. Maatregelen Bij verspreidbladige waterpest is het erg belangrijk om een watersysteemaanpak te volgen: het gehele watersysteem dient als een geheel te worden aangepakt, bij voorkeur met één regievoerder. Als dat niet gebeurt, wordt de aanpak minder effectief en nemen bestrijdingskosten fors toe. Kleine beginnende vestigingen kunnen geëlimineerd worden door handmatige of mechanische verwijdering, droogpompen (kleine geïsoleerde wateren) of afdekking met jute. Om verspreiding van verspreidbladige waterpest te voorkomen is het belangrijk fragmentatie van de plantendelen te voorkomen tijdens de werkzaamheden. Niet elimineerbare vestigingen, met name in Drents-Gronings grensgebied, beheersen via o.a. maaien, zoals gedaan wordt bij de beheersing van smalle waterpest (Elodea nuttallii). Communicatie Tuineigenaren mogen Unielijstplanten houden onder voorwaarde dat deze zich niet vermeerderen en verspreiden. Communicatie richting particuliere (inclusief botanische) tuineigenaren is belangrijk. Het verplicht opleggen van maatregelen tegen verspreiding is aan de orde bij situaties waarbij het water in de tuin in open verbindingen staat met oppervlaktewater in de omgeving.

41

Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)

Tabel 1. Gemelde Verspreidbladige waterpest waarnemingen in de periode 2014 – juni 2017 (NB. Overzicht is nog niet compleet). Locatie

GPS

Provincie

Beschrijving

# gemelde

Jaar van

1

Eindhoven

51.456,

Noord-

5.529

Brabant

2

Stadskanaal - Centrum

52.991,

Groningen

locatie

planten

melding

Poel / sloot?

beperkt

2017

http://waarneming.nl/waarneming/view/139015199

150

2014-

http://waarneming.nl/waarneming/view/124178753

Kanaal / gracht

6.946 3

Bennekom

52.011,

2017 Gelderland

Vijver

>100

5.677 4

5

6

De Aa – Heeswijk-Dinther

Sint-Oedenrode

Eindhoven

Link

2015-

https://waarneming.nl/waarneming/view/120662438

2017

51.647,

Noord-

5.462

Brabant

Poel, 10 m van de Aa

beperkt

2015

https://waarneming.nl/waarneming/view/105027448

beperkt

2014-

https://waarneming.nl/waarneming/view/87388391

51.568,

Noord-

Rivierarm/stadswater

5.458

Brabant

in Sint Oedenrode

51.456,

Noord-

Ven / poel

beperkt

2017

https://waarneming.nl/waarneming/view/139015199

5.529

Brabant Poel?

beperkt

2014-

https://waarneming.nl/waarneming/view/86930481

Stadswater, op

>1.000

2016

https://waarneming.nl/waarneming/view/122078813

50

2015

https://www.verspreidingsatlas.nl/waarneming/1216167

7

Tilburg-Moerenburg

51.555,

Noord-

5.124

Brabant

8

Breda – Minervum

51.587,

Noord-

4.831

Brabant

meerdere plekken

9

Breda – Teteringen

Noord-

vijver

10

IJzendijke

2015

2015

Brabant 51.317,

Zeeland

Ven / poel?

> 1.000

2016

https://waarneming.nl/waarneming/view/123386441

Groningen

Plas / meer

diverse

2015

https://www.verspreidingsatlas.nl/waarneming/1223987

3.613 11

Veendam - Wildervank

Km-hok

42

Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)

Overzicht van de acties; verantwoordelijkheidsverdeling en ingeschatte kosten Actie

1. Surveillance

Wie trekt?

- Surveillance vormgeven, via

NVWA

Wie

Ingeschatte kosten

ondersteunt?

(€)

Geschat

Gemiddelde

aantal acties kosten per jaar per jaar

(€)

PGO’s

-

-

2.500–5.000

Waterschappen,

-

-

-

???

???

???

???

???

???

Signaleringsproject Exoten en NEM 2. Regievoeren

- Binnen provincie activiteiten afstemmen met

Provincies

alle partijen, bij voorkeur op

terreinbeheerders

watersysteemniveau 3. Beheersaanpak – waar mogelijk

- Geïsoleerde wateren die onder beheer van

NVWA Terreinbeheerders

Provincies

terreinbeheerders vallen

eliminatie, elders beheersen van schade 4. Communicatie tuineigenaren

- Wateren die onder beheer van waterschappen

Waterschappen

vallen - Informeren over eisen EU-verordening, met

NVWA

RVO

-

-

Uren

Provincie

NVWA, RVO

-

-

Uren

name gericht op voorkomen verspreiding - Maatregelen (laten) nemen of opleggen gericht op voorkomen verspreiding

43

Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)

Waterteunisbloem (Ludwigia grandiflora) Prioriteit NL: HOOG Ambitie Zoveel mogelijk voorkomen dat deze soort N2000- en KRW-doelen bedreigt, de afwatering belemmert en schade toebrengt aan inheemse soorten, ecosystemen en recreatie Acties Foto: Johan van Valkenburg

1. Opzetten surveillancesysteem

Bron: NVWA

2. Beheersaanpak 3. Onderzoek

Huidige verspreiding in Nederland en de EU

Nederland (FLORON, f)

Huidige situatie EU

Potentiële situatie EU

Waterteunisbloem is in Nederland gekomen door de handel in vijverplanten. Situatie in 2017: waterteunisbloem komt verspreid over heel Nederland voor. Overwegingen Waterteunisbloem kan snel voor veel biomassa zorgen, waardoor dichte matten ontstaan. Hierdoor kunnen inheemse planten en aanwezige waterdieren verdwijnen. Het afsterven van grote massa’s waterteunisbloem kan in stilstaande wateren leiden tot zuurstofgebrek in het water en vissterfte. Dichte matten van waterteunisbloem belemmeren de doorstroming van water. Door de verminderde doorstroming wordt er ook meer sediment op de bodem afgezet, waardoor de kans op overstroming verder toeneemt. De plant veroorzaakt hinder voor de pleziervaart en beperkt recreatieve mogelijkheden (zwemmen, hengelsport) en heeft hierdoor een negatieve invloed op toerisme (Vanderhoeven, 2013). Eliminatie uit Nederland is niet meer mogelijk. Waarden die deze soort in Nederland bedreigt Inheemse soorten

x

Inheemse ecosystemen

x

Natura 2000 – doelen

x

Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen

x

Afwatering en aanvoer van water

x

Waterkeringen en erosiebestendige dijkbegroeiing Volksgezondheid Economie Recreatie

x

44

Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)

Ambitie voor Nederland Zoveel mogelijk voorkomen dat deze soort N2000- en KRW-doelen bedreigt, de afwatering belemmert en schade toebrengt aan inheemse soorten, ecosystemen en recreatie. Deze ambitie is te bereiken door een beleid van vroegtijdig opsporen en waar mogelijk lokaal elimineren, en elders schade te beheersen. Het realiseren van deze ambitie vergt een gezamenlijke inspanning van provincies, waterschappen en terreinbeheerders. Provincies hebben een regierol. Provincies bespreken bijvoorbeeld specifiek met terreinbeheerders waar eliminatie van waterteunisbloem in geïsoleerde wateren aan de orde is, in natuurgebieden of elders. Waterschappen zijn verantwoordelijk voor de bestrijding van waterteunisbloem in hun wateren. Deze waterschapsverantwoordelijkheid is er omdat waterteunisbloem o.a. de doorstroming en waterafvoer belemmert en overlast veroorzaakt. Vanuit oogpunt van efficiëntie is het wenselijk dat op provinciaal niveau afstemming van activiteiten plaatsvindt bij voorkeur op watersysteemniveau. Maatregelen Bij waterteunisbloem geldt de volgende globale aanpak als de meest effectieve: Kleine (bekende en nieuwe) populaties vroegtijdig opsporen en uitroeien. Dit is alleen mogelijk in een heel vroeg stadium van populatievorming en met voorzorgsmaatregelen om verdere verspreiding te voorkomen. Bij niet-uitroeibare populaties: beheersen.

Net zoals grote waternavel en parelvederkruid is waterteunisbloem een soort die wortelt op de oever op het grensvlak van water en land en zich uitspreidt over het water. Waterteunisbloem is echter wel lastiger te bestrijden dan die andere soorten omdat de planten dieper wortelen en stengels kunnen verhouten. De meest effectieve beheersvorm is in een vroeg stadium kleine populaties elimineren via machinale (afgraven) en handmatige verwijdering. Lukt dit niet, dan waterteunisbloem meenemen in het regulier onderhoud (vrijhouden van waterwegen, zie grote waternavel) en accepteren dat waterteunisbloem jaarlijks terugkeert. Communicatie Tuineigenaren mogen Unielijstplanten houden onder voorwaarde dat deze zich niet vermeerderen en verspreiden. Communicatie richting particuliere (inclusief botanische) tuineigenaren is belangrijk. Het verplicht opleggen van maatregelen tegen verspreiding is aan de orde bij situaties waarbij het water in de tuin in open verbindingen staat met oppervlaktewater in de omgeving. Onderzoek Biologische bestrijding met bijvoorbeeld de kever Lysathia ludoviciana biedt in de toekomst mogelijk perspectief. Onderzoek hiernaar is zinvol.

45

Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)

Overzicht van de acties; verantwoordelijkheidsverdeling en ingeschatte kosten Actie

1. Surveillance

Wie trekt?

- Surveillance vormgeven, via

NVWA

Wie

Ingeschatte kosten

ondersteunt?

(€)

Geschat

Gemiddelde

aantal acties kosten per jaar per jaar

(€)

PGO’s

-

-

2.500–5.000

Waterschappen,

-

-

-

???

???

???

???

???

???

Signaleringsproject Exoten en NEM 2. Regievoeren

- Binnen provincie activiteiten afstemmen met

Provincies

alle partijen, bij voorkeur op

terreinbeheerders

watersysteemniveau 3. Beheersaanpak – waar mogelijk

- Geïsoleerde wateren die onder beheer van

NVWA Terreinbeheerders

Provincies

terreinbeheerders vallen

vroegtijdige eliminatie, elders beheersen van

- Wateren die onder beheer van waterschappen

Waterschappen

vallen

schade 4. Communicatie tuineigenaren

- Informeren over eisen EU-verordening, met

NVWA

RVO

-

-

Uren

Provincie

NVWA, RVO

-

-

Uren

NVWA

Partners meerjarig

50.000 – 75.000

-

-

name gericht op voorkomen verspreiding - Maatregelen (laten) nemen of opleggen gericht op voorkomen verspreiding

5. Onderzoek

- Biologische bestrijding

bestrijdingsproject invasieve waterplanten

46

Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)

Parelvederkruid (Myriophyllum aquaticum) Prioriteit NL: HOOG Ambitie Zoveel mogelijk voorkomen dat deze soort N2000- en KRW-doelen bedreigt, de afwatering belemmert en schade toebrengt aan inheemse soorten, ecosystemen en recreatie Acties 1. Opzetten surveillancesysteem

Foto: Johan van Valkenburg

2. Beheersaanpak

Bron: NVWA

3. Onderzoek Huidige verspreiding in Nederland en de EU

Nederland (FLORON, g)

Huidige situatie EU

Potentiële situatie EU

Parelvederkruid is in Nederland gekomen door de handel in vijver- en aquariumplanten en komt sinds 1990 voor in de natuur. Situatie in 2017: Parelvederkruid komt wijdverspreid over heel Nederland voor. Overwegingen Parelvederkruid kan onder gunstige omstandigheden – de grootste problemen doen zich voor in gebieden met warmer klimaat dan nu in Nederland – snel voor veel biomassa zorgen, wat leidt tot dichte op het wateroppervlak drijvende matten. Hierdoor kunnen lokaal inheemse planten en dieren verdwijnen en onderwaterplanten afsterven en wordt de doorstroming van het water belemmerd. Het afsterven van grote massa’s parelvederkruid kan in stilstaand water leiden tot zuurstofgebrek in het water, wat o.a. kan leiden tot vissterfte. De plant veroorzaakt hinder voor de pleziervaart en beperkt recreatieve mogelijkheden (zwemmen, hengelsport) en heeft hierdoor een negatieve invloed op toerisme (Lafontaine, 2013; Verbrugge et al, 2015). Parelvederkruid komt wijdverspreid over heel Nederland voor. Op landelijke schaal is beheer de enige optie. Waarden die deze soort in Nederland bedreigt Inheemse soorten

x

Inheemse ecosystemen

x

Natura 2000 – doelen

x

Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen

x

Afwatering en aanvoer van water

x

Waterkeringen en erosiebestendige dijkbegroeiing

47

Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)

Volksgezondheid Economie Recreatie

x

Ambitie voor Nederland Zoveel mogelijk voorkomen dat deze soort N2000- en KRW-doelen bedreigt, de afwatering belemmert en schade toebrengt aan inheemse soorten, ecosystemen en recreatie. Deze ambitie is te bereiken door een beleid van vroegtijdig opsporen en waar mogelijk lokaal elimineren, en elders schade te beheersen. Het realiseren van deze ambitie vergt een gezamenlijke inspanning van provincies, waterschappen en terreinbeheerders. Provincies hebben een regierol. Provincies bespreken bijvoorbeeld specifiek met terreinbeheerders waar eliminatie van parelvederkruid in geïsoleerde wateren aan de orde is, in natuurgebieden of elders. Waterschappen zijn verantwoordelijk voor de bestrijding van parelvederkruid in hun wateren. Deze waterschapsverantwoordelijkheid is er omdat parelvederkruid o.a. de doorstroming en waterafvoer belemmert en overlast veroorzaakt. Vanuit oogpunt van efficiëntie is het wenselijk dat op provinciaal niveau afstemming van activiteiten plaatsvindt bij voorkeur op watersysteemniveau. Maatregelen Bij parelvederkruid geldt de volgende globale aanpak als de meest effectieve: Kleine (bekende en nieuwe) populaties vroegtijdig opsporen en uitroeien. Dit is alleen mogelijk in een heel vroeg stadium van populatievorming en met voorzorgsmaatregelen om verdere verspreiding te voorkomen. Bij niet-uitroeibare populaties: beheersen.

Bij parelvederkruid is het, net zoals bij grote waternavel en andere waterplanten, erg belangrijk om een watersysteemaanpak te volgen: het gehele watersysteem dient als een geheel te worden aangepakt, bij voorkeur met één regievoerder. Gebeurt dit niet, dan wordt de aanpak minder effectief en nemen bestrijdingskosten fors toe. Waar mogelijk de soort uit het gehele watersysteem elimineren, inclusief handmatige nazorg. Slechts lokaal, in overzichtelijke watersystemen is dit met forse inspanning eliminatie te bereiken. Elders is beheersing aan de orde, gericht op het beperken van populatieomvang en schade. In het beginstadium van populatievorming en in het vroege voorjaar is handmatige verwijdering effectief. In een later stadium resteert alleen machinale verwijdering. Als strenge vorst verwacht wordt kan het effectief zijn het waterpeil te verlagen, zodat parelvederkruid in de oever afsterft. Communicatie Tuineigenaren mogen Unielijstplanten houden onder voorwaarde dat deze zich niet vermeerderen en verspreiden. Communicatie richting particuliere (inclusief botanische) tuineigenaren is belangrijk. Het verplicht opleggen van maatregelen tegen verspreiding is aan de orde bij situaties waarbij het water in de tuin in open verbindingen staat met oppervlaktewater in de omgeving.

Onderzoek Bij beperken van schade door parelvederkruid is het belangrijk te voorkomen dat de soort dominant wordt. Hoe dit te doen is een open onderzoeksvraag, omdat er geen directe relatie lijkt te zijn met waterkwaliteit.

48

Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)

Overzicht van de acties; verantwoordelijkheidsverdeling en ingeschatte kosten Actie

1. Surveillance

Wie trekt?

- Surveillance vormgeven, via

NVWA

Wie

Ingeschatte kosten

ondersteunt?

(€)

Geschat

Gemiddelde

aantal acties kosten per jaar per jaar

(€)

PGO’s

-

-

2.500–5.000

Waterschappen,

-

-

-

???

???

???

???

???

???

Signaleringsproject Exoten en NEM 2. Regievoeren

- Binnen provincie activiteiten afstemmen met

Provincies

alle partijen, bij voorkeur op

terreinbeheerders

watersysteemniveau 3. Beheersaanpak – waar mogelijk

- Geïsoleerde wateren die onder beheer van

NVWA Terreinbeheerders

Provincies

terreinbeheerders vallen

vroegtijdige eliminatie, elders beheersen van

- Wateren die onder beheer van waterschappen

Waterschappen

vallen

schade 4. Communicatie tuineigenaren

- Informeren over eisen EU-verordening, met

NVWA

RVO

-

-

Uren

Provincie

NVWA, RVO

-

-

Uren

NVWA

Partners meerjarig

50.000

-

-

name gericht op voorkomen verspreiding - Maatregelen (laten) nemen of opleggen gericht op voorkomen verspreiding

5. Onderzoek

- Hoe dominantie van deze soort voorkomen? a)

bestrijdingsproject invasieve waterplanten a)

Deze onderzoeksvraag is waarschijnlijk relevant voor meerdere invasieve waterplanten die in dit document staan.

49

Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)

Blauwband (Pseudorasbora parva) Prioriteit NL: HOOG Ambitie De schade door blauwband aan inheemse soorten beperken Acties 1. Opzetten surveillancesysteem 2. Eliminatie in geïsoleerde wateren

Foto: Frank Spikmans

3. Verkennen opties voor verlagen introductierisico via

Bron: Nederlands Soortenregister

karpertransporten

Huidige verspreiding in Nederland en de EU

Nederland

Huidige situatie EU

Potentiële situatie EU

Blauwband lift soms onbedoeld mee met karpertransporten die worden gedaan ten behoeve van visuitzettingen voor de hengelsport, wat kan resulteren in populaties op nieuwe locaties. Daarnaast komt blauwband Nederland op natuurlijke wijze binnen via de grote rivieren. Situatie in 2017: de blauwband is op enkele plekken in Nederland gevestigd, met name langs de grote rivieren. Overwegingen Blauwband kan de parasiet Sphaerothecum destruens bij zich dragen. Deze ziekteverwekker verhoogt de sterftekans en verlaagt het voortplantingssucces bij een aantal inheemse soorten. En daarmee beïnvloedt hij de biodiversiteit. Verder veroorzaakt de blauwband negatieve effecten op andere vissoorten door predatie op eieren en larven en voedselconcurrentie (Spikmans et al, 2010 en Spikmans et al, 2013). In Nederland zijn enkele kernpopulaties blauwband aanwezig, met name langs de grote rivieren. Eliminatie of effectief beheer in en langs grote rivieren is niet mogelijk en toenemende verspreiding onvermijdelijk. De enige optie is beheer door bestrijding in geïsoleerde wateren, bijvoorbeeld via drooglegging. Blauwband lift soms mee met karpertransporten die worden gedaan ten behoeve van visuitzettingen voor de hengelsport. De soort kan hierdoor via viskwekerijen op nieuwe locaties een populatie te vestigen (zoals bij de populatie in het Zeeuwse Goes het geval was).

Waarden die deze soort in Nederland bedreigt Inheemse soorten

x

Inheemse ecosystemen Natura 2000 – doelen

mogelijk

Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen

mogelijk 50

Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)

Afwatering en aanvoer van water Waterkeringen en erosiebestendige dijkbegroeiing Volksgezondheid Economie Recreatie Ambitie voor Nederland De schade door blauwband aan inheemse soorten beperken. Deze ambitie is uitsluitend realiseerbaar door maatregelen in geïsoleerde wateren. Het realiseren van deze ambitie vergt afstemming tussen provincies en terreinbeheerders van geïsoleerde wateren waar blauwband is waargenomen. Bij de aanpak zou moet de prioriteit liggen bij wateren met een hoge natuurwaarde of wateren met een risico op verspreiding van blauwband naar omringende wateren (overstroming). Maatregelen Introductie van blauwband is mogelijk via karpertransporten. Het kan van belang zijn een effectieve aanpak van deze pathway te verkennen (bijvoorbeeld via screening van kwekerijen en transporten). Bestrijding in geïsoleerde wateren is mogelijk via droogleggen en steriliseren van waterlichaam met ongebluste kalk (duur) of gebruik van het chemische middel rotenon (goedkoop). Beide methoden zijn effectief maar niet soortspecifiek (De Hoop et al, 2016). In Nederland is het gebruik van rotenon wettelijk niet toegestaan, waardoor een ontheffing of vrijstelling van de Wet gewasmiddelenbescherming en biociden nodig is. Er zijn geen effectieve maatregelen in open wateren bekend (De Hoop et al, 2016).

51

Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)

Overzicht van de acties; verantwoordelijkheidsverdeling en ingeschatte kosten Actie

1. Surveillance

Wie trekt?

- Surveillance vormgeven, via

Wie

Ingeschatte kosten

ondersteunt?

(€)

Geschat

Gemiddelde

aantal acties kosten per jaar per jaar

(€)

-

-

2.500–5.000

NVWA

PGO’s

Provincies

Terreinbeheerders

Terreinbeheerders

Provincies

??

??

100.000

NVWA

Focusgroep 5

-

-

uren

Signaleringsproject Exoten 2. Regievoering

- Afspraken maken met terreinbeheerders over maatregelen na waarneming

3. Beheersaanpak

- Eliminatie in geïsoleerde wateren met een hoge natuurwaarde / kans op verspreiding

4. Onderzoek

- Zicht krijgen op introductierisico via karpertransporten en zo nodig verlagen van

(Pathways),

het risico

sportvisserij

52

Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)

Rivierkreeften (diverse) Ambitie Zo mogelijk lokale schade aan biodiversiteit en oevers beperken Acties -

(Commerciële) bevissing als beheersmaatregel

O. limosus Foto: Bram Koese Bron: Nederlands soortenregister

De volgende vijf soorten rivierkreeften staan op de Unielijst en komen (daarom) in dit document aan de orde: Gevlekte Amerikaanse rivierkreeft (Orconectus limosus), Geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft (O. virilis), Californische rivierkreeft (Pacifastacus leniusculus), Rode Amerikaanse rivierkreeft (Procambarus clarkia) en Marmerkreeft (Procambarus fallax f. virginalis). Huidige verspreiding in Nederland en de EU Gevlekte Amerikaanse rivierkreeft (Orconectus limosus)

Nederland

Huidige situatie EU

Potentiële situatie EU

(Couperus, 2015) Geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft (O. virilis)

Nederland

Huidige situatie EU

Potentiële situatie EU

(Couperus, 2015)

53

Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)

Californische rivierkreeft (Pacifastacus leniusculus)

Nederland

Huidige situatie EU

Potentiële situatie EU

(Couperus, 2015) Rode Amerikaanse rivierkreeft (Procambarus clarkia)

Nederland

Huidige situatie EU

Potentiële situatie EU

(Couperus, 2015) Marmerkreeft (Procambarus sp.)

Huidige situatie EU

Potentiële situatie EU

Voorheen werden sommige soorten zoals de gevlekte Amerikaanse rivierkreeft en Californische rivierkreeft elders in Europa uitgezet voor consumptie, waarna ze zich hebben verspreid naar Nederland. Op dit moment zijn er twee introductieroutes: de huisdierhandel voor aquaria waarbij dieren ontsnappen bij of worden losgelaten door particulieren, en de consumptieverkoop van levende kreeften aan particulieren waarna het overschot wordt losgelaten of exemplaren ontsnappen. Situatie in 2017: De gevlekte Amerikaanse komt wijdverspreid voor in Nederland. Het zwaartepunt van de verspreiding van de rode Amerikaanse rivierkreeft ligt in de randstad en rond enkele grote steden daarbuiten maar de soort breidt zich snel uit. Van de Californische rivierkreeft (Tilburg en Twente) is de verspreiding de afgelopen 10 jaar min of meer stabiel gebleven. Van de marmerkreeft zijn enkele (incidentele) vondsten bekend, maar er lijkt nog geen sprake van een gevestigde populatie (Couperus, 2015). 54

Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)

Overwegingen Via uitheemse rivierkreeften is de kreeftenpest in Europa terechtgekomen. De uitheemse kreeften zijn hier zelf niet gevoelig voor, maar de inheemse Europese rivierkreeft wel. Hierdoor is de inheemse soort in Nederland vrijwel volledig verdwenen. Uitheemse rivierkreeftsoorten eten onderwaterplanten en maken ze kapot. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor inheemse soorten die afhankelijk zijn van deze planten, zoals diverse soorten vissen, amfibieën en waterslakken. Deze negatieve effecten treden waarschijnlijk vooral lokaal op. Ook eten zij larven van vissen en amfibieën, waardoor lokale populaties, ook van kwetsbare soorten sterk afnemen of zelfs kunnen verdwijnen. Bij de amfibieën zijn er al veel soorten die bedreigd zijn in hun voortbestaan. De rivierkreeften vormen voor deze soorten een extra bedreiging. Door de graaf- en graasactiviteiten van de kreeften raakt water troebel en komen er meer voedingsstoffen in het water. Dit is ongewenst in wateren die juist helder moeten zijn. Graafgedrag veroorzaakt ook baggeraanwas. In praktijk toenames van 0,2-18% van het totale baggervolume waargenomen (Koese & Vos 2013). In sommige gevallen kunnen de kreeften natuurherstel frustreren; zo kunnen vraat en destructie van waterplanten een belemmering zijn voor veenvorming.

De graafactiviteiten van rivierkreeften vormen ook een potentiële schadepost voor boeren, waterschappen en particulieren als oevers en beschoeiingen worden aangetast. De “moerassoorten” van het genus Procambarus (in Nederland naast de rode ook de gestreepte Amerikaanse rivierkreeft) lijken in Nederland meer schade te veroorzaken dan de andere (diepwater)soorten. In buitenwijken van Gouda veroorzaken de moerassoorten bijvoorbeeld graafschade in particuliere tuinen langs oevers. De herstelkosten bedragen hier € 90,- tot € 200,per meter oever (Koese & Vos 2013). Als de rivierkreeften zich verder verspreiden kan deze schade op grotere schaal optreden. In open wateren is eliminatie van rivierkreeften onmogelijk. Hierdoor is eliminatie in heel Nederland uitgesloten, ook voor soorten die nog slechts lokaal voorkomen. Waarden die deze soort in Nederland bedreigt Inheemse soorten

x

Inheemse ecosystemen

x

Natura 2000 – doelen

mogelijk

Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen

mogelijk

Afwatering en aanvoer van water Waterkeringen en erosiebestendige dijkbegroeiing

x

Volksgezondheid Economie Recreatie Ambitie voor Nederland Voor zover mogelijk lokale schade aan biodiversiteit en oevers beperken. De insteek is deze ambitie te realiseren door de populatiegroei te beperken. Maatregelen Sinds 2016 is de ‘Vrijstellingsregeling bevissing Chinese wolhandkrab en uitheemse rivierkreeften’ van kracht (Staatscourant, 2016). Voor de niet uitroeibare rivierkreeften biedt EU-verordening

55

Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)

1143/2014 de mogelijkheid om bevissing in te zetten als bestrijdingsmaatregelen, mits deze activiteiten plaatsvinden in het kader van een nationaal beheersprogramma. De vrijstellingsregeling geeft hieraan invulling door voor bevissing in binnenwateren en kustwateren vrijstelling te geven van het verbod op het houden, vervoeren, in de handel brengen en gebruiken of uitwisselen van deze soorten. In samenhang met de bevissing wordt de vrijstelling ook verleend voor de daaropvolgende opslag, de daaropvolgende handel, het daaropvolgende transport, het daaropvolgende houden, gebruiken of vernietigen van de opgeviste dieren, en alle onmiddellijk daarmee samenhangende handelingen. De bepalingen van de visserijregelgeving blijven onverkort van kracht, zoals aangewezen middelen voor bevissing en administratieplicht. Op dit moment zijn er geen effectieve en proportionele maatregelen bekend om de omvang van de populaties uitheemse rivierkreeften te doen afnemen of verspreiding tegen te gaan. Tegen deze achtergrond is (commerciële) bevissing een mogelijke maatregel die kan worden ingezet om lokale overlast enigszins te beperken. Door preventieve maatregelen zoals voorlichting kan geprobeerd worden uitzettingen door of ontsnappingen bij particulieren zoveel mogelijk te voorkomen.

Onderzoek Nader onderzoek is wenselijk naar de mogelijkheden van andere (kosten)effectieve beheermaatregelen in geïsoleerde wateren of poldersystemen. In deze wateren zijn lokaal wellicht maatregelen(combinaties) mogelijk om onder de schadedrempels te komen en te blijven. Zo lijkt de combinatie van wegvangen en (vis)predatie veelbelovend (Mueller & Frütiger, 2001; Hein et al., 2006). Het is momenteel nog onbekend hoe effectief en goed toepasbaar dergelijke beheeropties precies zijn.

56

Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)

Overzicht van de acties; verantwoordelijkheidsverdeling en ingeschatte kosten Actie

1. Surveillance

Wie trekt?

- Surveillance vormgeven, bijvoorbeeld via

NVWA

Signaleringsproject Exoten en Netwerk

Wie ondersteunt?

PGO’s,

Ingeschatte

Geschat

Gemiddelde

kosten

aantal acties

kosten per jaar

per geval (€)

per jaar

(€)

-

-

2.500 – 5.000

n.v.t.

n.v.t.

terreinbeheerders

Ecologische Monitoring 2. Aanpak

- Commerciële bevissing

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

3. Onderzoek

- Onderzoek naar beheersmaatregelen /

NVWA

pm

50.000 – 75.000

weerbaarder maken ecosysteem

57

Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)

Lettersierschildpad (Trachemys scripta) Ambitie Waar nodig, voorkomen dat deze schildpadden inheemse soorten bedreigen Acties 1. Surveillance

Geelwangschildpad

2. Monitoren of voortplanting optreedt

Foto: James H. Harding

3. Zo nodig beheersaanpak vaststellen

Bron: Nederlands soortenregister

Op de unielijst staat de lettersierschildpad Trachemys scripta. De bijbehorende ondersoorten zijn: Roodwangschildpad (Trachemys scripta elegans), Geelbuikschildpad (T. scripta scripta) en Geelwangschildpad (T. scripta troostii). Huidige verspreiding in Nederland (waarneming.nl, 2016) en de EU Roodwangschildpad

Geelbuikschildpad

Geelwangschildpad

Nederland

Nederland

Nederland

Huidige situatie EU

Potentiële situatie EU

Deze drie ondersoorten van Trachemys scripta werden verhandeld en gehouden als huisdier. De schildpadden zijn in de Nederlandse natuur terechtgekomen doordat deze ontsnappen of worden losgelaten. Situatie in 2017: de drie schildpadondersoorten worden verspreid in Nederland waargenomen, vooral in en rond stedelijk gebied. Van de drie ondersoorten komt de geelwangschildpad het minst voor. In Nederland zijn nog geen gevestigde populaties aanwezig. Overwegingen De schildpadden kunnen ziekten en parasieten (zoals nematoden) introduceren en verspreiden die een risico vormen voor inheemse soorten. In het zuiden van Europa kan de lettersierschildpad

58

Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)

concurreren om voedsel, zonplekken en nestplekken met de daar voorkomende bedreigde inheemse Europese moerasschildpad (Emys orbicularis). Volwassen lettersierschildpadden kunnen flink bijten. De kans op dergelijke negatieve effecten in Nederland is nu klein, maar neemt in de toekomst toe. In Nederland zijn nu namelijk nog geen gevestigde populaties aanwezig. Reden hiervoor is dat de schildpadden zich nu niet kunnen voortplanten in ons land omdat de zomer niet lang warm genoeg is. Er is een kans dat dit, door de klimaatverandering, over enkele tientallen jaren wel mogelijk is in ons land (Bugter et al, 2011). Het grootste risico lopen dan gebieden met een hoge ecologische waarde waarin bedreigde soorten leven als de boomkikker, de kamsalamander en de knoflookpad. Schildpadden kunnen oud worden en nu aanwezige schildpadden kunnen zich mogelijk over enkele decennia gaan voortplanten. Verwijdering van de huidige exemplaren kan in dat geval dus toekomstige problemen helpen verminderen. Eliminatie van de nu aanwezige vele schildpadden is mogelijk omdat voortplanting nu nog niet plaatsvindt. Dit kan bijvoorbeeld via drijvende zonneplaatsvallen, die ook in Spanje en Portugal met succes zijn gebruikt (De Hoop et al, 2016). Dergelijke maatregelen zijn duur en het maatschappelijk draagvlak zal ontbreken.

De directe ecologische noodzaak ontbreekt nu voor eliminatie of beheersmaatregelen, maar wegvangen van schildpadden kan toekomstige problemen helpen voorkomen of verminderen. Waarden die deze soort in Nederland bedreigt Als de schildpadden zich in Nederland zouden voortplanten en invasief gedrag vertonen, dan vormen ze een bedreiging voor de onderstaande waarden. Inheemse soorten

x

Inheemse ecosystemen Natura 2000 – doelen

mogelijk

Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen Afwatering en aanvoer van water Waterkeringen en erosiebestendige dijkbegroeiing Volksgezondheid

x

Economie Recreatie

Ambitie voor Nederland Vinger aan de pols houden. Voorkomen dat deze schildpadden inheemse soorten bedreigen. In Nederland planten de Trachemys schildpadden zich nog niet voort. Ecologisch gezien is er op dit moment geen noodzaak voor bestrijding. Wel is het relevant in de gaten te houden of voortplanting optreedt. Zodra voortplanting mogelijk blijkt, is het zaak een beheersingsstrategie te bepalen. Maatregelen In de literatuur zijn geen succesvolle eliminatiemaatregelen beschreven. Maar eliminatie is waarschijnlijk lokaal en wellicht nog landelijk te bereiken met een combinatie van de volgende maatregelen (De Hoop et al, 2016): -

Droogleggen van kleine geïsoleerde watersystemen, bij voorkeur in combinatie met een omheining en vallen en/of het wegvangen van individuen met schepnetten;

-

Gebruik van vallen, zoals de drijvende zonneplaatsval met een onderwaternet, gedurende een langere periode (maanden);

-

Gebruik van het jachtgeweer om enkele individuen die zich moeilijk laten vangen van een grotere afstand te verwijderen;

59

Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)

-

Gebruik van fuik met aas (wat wel een grote kans op ongewenste bijvangst geeft).

Dezelfde maatregelen zouden ook ingezet moeten worden bij een beheersscenario, gericht op het verminderen van schade door het terugbrengen van aantallen schildpadden.

60

Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)

Overzicht van de acties; verantwoordelijkheidsverdeling en ingeschatte kosten Actie

1. Surveillance

Wie trekt?

- Beperkte surveillance vormgeven, bijvoorbeeld

NVWA

via Signaleringsproject Exoten en/of Netwerk

Wie ondersteunt?

PGO’s,

Ingeschatte

Geschat

Gemiddelde

kosten

aantal acties

kosten per jaar

per geval (€)

per jaar

(€)

-

-

500 – 2.500

terreinbeheerders

Ecologische Monitoring 2. Monitoren voortplanting 3. Aanpak

- Monitoren of voortplanting optreedt (literatuur,

NVWA

Experts, e.a.

-

-

-

Provincies

p.m.

p.m. *

p.m.

p.m.**

experts, etc) - Strategie bepalen zodra er signalen van voortplanting zijn

*

In de Nederlandse risicobeoordeling van exotische schildpadden zijn de kosten van het elimineren van één populatie met vijf vallen gedurende twee weken in een relatief

klein watergebied geschat op ongeveer €5.000,- (Bugter et al., 2011). **

Volledig eliminatie in Nederland is een erg dure optie, omdat dit op veel locaties en gedurende lange tijd moet worden uitgevoerd. De kosten bedragen hoe dan ook meer

dan €1 miljoen (Verbrugge et al, 2015). Ook een landelijke beheersstrategie zou erg duur zijn.

61

Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)

Siberische grondeekhoorn (Tamias sibericus)

Ambitie Verspreiding naar buurlanden voorkomen Acties 1. Opzetten surveillancesysteem 2. Monitoren schade en verspreiding 3. P.m. Bron: EU-factsheet

Huidige verspreiding in Nederland en de EU

Nederland

Huidige situatie EU

Potentiële situatie EU

De Siberische grondeekhoorn wordt gehouden als huisdier. Door uitzetting en ontsnapping komen de dieren in de natuur terecht. Situatie in 2017: de Siberische grondeekhoorn is in Nederland gevestigd in een gebied bij Tilburg. Daarnaast wordt er af en toe elders een individu waargenomen in de natuur. Overwegingen Siberische grondeekhoorn veroorzaakt mogelijk een achteruitgang in populaties grondbroedende vogels, maar concreet bewijs hiervoor ontbreekt (Verbrugge et al, 2015). Negatieve invloed op de inheemse rode eekhoorn zou wellicht mogelijk zijn in jaren van laag voedselaanbod (Dijkstra en Dekker, 2008). Bij Tilburg en Weert zijn voortplantende populaties aanwezig. Daarnaast zijn er waarnemingen van de soort op meerdere locaties in Noord-Brabant, Limburg, Gelderland, Overijssel, Utrecht, Noord-Holland, Zuid-Holland, Zeeland en Drenthe. Het is niet uitgesloten dat daar ook sprake is van lokale voortplanting. Waarden die deze soort in Nederland bedreigt Inheemse soorten

mogelijk

Inheemse ecosystemen Natura 2000 – doelen Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen Afwatering en aanvoer van water Waterkeringen en erosiebestendige dijkbegroeiing Volksgezondheid Economie

62

Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)

Recreatie Ambitie voor Nederland Op dit moment heeft bestrijding voor Nederland geen prioriteit. Mogelijk verandert dit in de toekomst als blijkt dat er wel schade optreedt en/of verspreiding naar de buurlanden aan de orde is en dat maatregelen noodzakelijk maakt. Daarom is monitoring van de verspreiding en het optreden van schade relevant. Op een later moment ingrijpen betekent hoogstwaarschijnlijk wel dat ook de kosten zullen toenemen. Maatregelen De aanwezige populaties in Nederland zijn nog wel te verwijderen, zoals ook voor de Pallas’ eekhoorn is gedaan. Zorgvuldige communicatie is noodzakelijk om maatschappelijke weerstand te beperken. Vanwege het ontbreken van een duidelijk risicoverhaal zal dit buitengewoon lastig zijn.

63

Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)

Overzicht van de acties; verantwoordelijkheidsverdeling en ingeschatte kosten Actie

1. Surveillance

Wie trekt?

- Surveillance vormgeven, bijvoorbeeld via

NVWA

Signaleringsproject Exoten en Netwerk

Wie ondersteunt?

PGO’s,

Ingeschatte

Geschat

Gemiddelde

kosten

aantal acties

kosten per jaar

per geval (€)

per jaar

(€)

-

-

3.000 – 6.000

pm

pm

pm

terreinbeheerders

Ecologische Monitoring - Monitoren verspreiding en schade 2. Aanpak

- Bestrijding overwegen blijkt dat schade optreedt en/of verspreiding naar de buurlanden aan de orde is en maatregelen noodzakelijk

EZ

Provincies, terreinbeheerders, NVWA

zijn.

64

Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)

Literatuur Beringen, R. & J.L.C.H. van Valkenburg. Kleine waterteunisbloem. Kijk op Exoten 10, november 2014, pag. 4-6. Bugter, R.J.F., Ottburg, F.G.W.A., Roessink, I., Jansman, H.A.H. , van der Grift E.A. and Griffioen, A.J., 2011. Invasion of the turtles? Exotic turtles in the Netherlands: a risk assessment. Alterra report 2186. www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieveexoten/documenten/risicobeoordeling/uitheemse-dieren/archief/2016m/eindrapport-alterra-uitheemseschildpadden

Cabi. Datasheet beverrat. www.cabi.org/isc/datasheet/73537 Casaer, J., Boone, N., Devisscher, S., Vercammen J., Adriaens T., 2015. Best practice voor beheer van Chinese muntjak Muntiacus reevesi in Vlaanderen. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2015 (INBO.R.2015.7092003). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. https://purews.inbo.be/ws/files/11497829/Casaer_etal_2015_BestPracticeVoorBeheerChinese MuntjakMuntiacusReevesiInVlaanderen.pdf Couperus, A.S. 2015. Kennisdocument rivierkreeften. IMARES rapport c190/15. 24 pp.

Cranswick, P.A. & C. Hall, 2010. Eradication of the Ruddy Duck Oxyura jamaicensis in the Western Palaearctic: a review of progress and a revised Action Plan 2010–2015. WWT report to the Bern Convention. De Hoop, L, van Kleef, H.H., Leuven, R.S.E.W., Van der Loop, J., en De Hullu, E. 2016. Maatregelen voor het elimineren, beheersen en voorkomen van verspreiding van invasieve exoten van EUbelang in Nederland. Verslagen Milieukunde nr. 520. Radboud Universiteit (Instituut voor Water en Wetland Research) en Stichting Bargerveen, Nijmegen, p. 159. www.ru.nl/publish/pages/784718/2016_-_de_hoop_et_al_-_report.pdf

Deuzeman, S. en Slaterus, R. , 2014. Actueel voorkomen van Rosse Stekelstaarten in Nederland. Sovon-rapport 2014/36. Dijkstra, V. & J. Dekker, 2008. Risico-analyse uitheemse eekhoorns. Rapport 2008. Zoogdiervereniging. EASIN species mapper. http://alien.jrc.ec.europa.eu/SpeciesMapper. Bezocht in juli 2017. FLORON, a. Verspreidingsatlas Vaatplanten. www.verspreidingsatlas.nl/%5C5499 FLORON, b. Verspreidingsatlas vaatplanten. www.verspreidingsatlas.nl/%5C5528 FLORON, c. Verspreidingsatlas vaatplanten. http://www.verspreidingsatlas.nl/%5C5533 FLORON, d. Verspreidingsatlas vaatplanten. http://www.verspreidingsatlas.nl/%5C2490 FLORON, e. Verspreidingsatlas vaatplanten. http://www.verspreidingsatlas.nl/%5C5581 FLORON, f. Verspreidingsatlas vaatplanten. http://www.verspreidingsatlas.nl/%5C5335 FLORON, g. Verspreidingsatlas vaatplanten. http://www.verspreidingsatlas.nl/%5C2497 Hein, C. L., Roth, B., M., Ives, A. R. en Van der Zanden, M. J., 2006. Fish predation and trapping for rusty crayfish (Orconectes rusticus) control: a wholelake experiment. Canadian Journal of Fisheries and Aquatic Sciences 63: 383-393. Hollander, H., 2013. Risicoanalyse muntjak. Rapport 2013.09. Zoogdiervereniging. www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieve-exoten/documenten/risicobeoordeling/uitheemsedieren/archief/2016m/risico-analyse-muntjak-muntiacus-reevesi

65

Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)

Hollander, H., 2016. Verspreidingsonderzoek muntjak Muntiacus reevesi in Nederland – januari t/m maart 2016. Zoogdiervereniging. www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieveexoten/documenten/risicobeoordeling/uitheemse-dieren/archief/2016m/muntjak-2016-pdf

Hussner, A., Denys, L & van Valkenburg, J., 2012. NOBANIS – Invasive Alien Species Fact Sheet – Hydrocotyle ranunculoides – From: Online Database of the European Network on Invasive Alien Species – NOBANIS. Date of access: June 2016. www.nobanis.org/files/factsheets/Hydrocotyle_ranunculoides.pdf

Koese, B. & J. Vos, 2013. Graafactiviteiten van de de rode Amerikaanse rivierkreeft (Procam¬barus clarkii). Overzicht van de omvang in het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Delfland en het Hoogheemraadschap van Rijnland. Stichting EIS-Nederland, Leiden. Lafontaine, R.-M., R.C. Beudels-Jamar, T. Delsinne, & H. Robert, 2013. Risk analysis of the Parrotfeather Myriophyllum aquaticum (Vell.) Verdc. Risk analysis report of non-native organisms in Belgium from the Royal Belgian Institute of Natural Sciences for the Federal Public Service Health, Food chain safety and Environment. 40 p. http://www.biodiversity.be/2639/download

Matthews, J., R. Beringen, F.P.L. Collas, K.R. Koopman, B. Odé, R. Pot, L.B. Sparrius, J.L.C.H. van Valkenburg, L.N.H. Verbrugge & R.S.E.W. Leuven, 2012. Risk analysis of non-native Curly Waterweed (Lagarosiphon major) in the Netherlands. Reports Environmental Science 418 . Radboud University, Nijmegen. 43 p. Matthews, J., R. Beringen, L.P.M. Lamers, B. Odé, R. Pot, G. van der Velde, J.L.C.H. van Valkenburg, L.N.H. Verbrugge & R.S.E.W. Leuven, 2013. Risk analysis of the non-native Fanwort (Cabomba caroliniana) in the Netherlands. Reports Environmental Science 442. Radboud University, Nijmegen. 46 p. Mueller, K. W. en Frütiger, A., 2001. Effects of intensive trapping and fish predation on an (unwanted) population of Procambarus clarkii. Annual meeting of the North American Bethological Society. LaCrosse, WI. Robert, H., R.-M. Lafontaine, R.C. Beudels-Jamar & T. Delsinne, 2013. Risk analysis of the Water Primrose Ludwigia peploides (Kunth) P.H. Raven. - Risk analysis report of non-native organisms in Belgium from the Royal Belgian Institute of Natural Sciences for the Federal Public Service Health, Food chain safety and Environment. 35 p. Website: http://www.biodiversity.be/2638/download

Rudnick, D., K. M. Halat and V. H. Resh (2000). Distribution, Ecology and Potential Impacts of the Chinese Mitten Crab (Eriocheir sinensis) in San Francisco Bay, University of California, UCALWRC-W-881: p. 80 Soes, D.M., van Horssen, P.W., Bouma, S., Collombon, M.T., 2007. Chinese wolhandkrab. Een literatuurstudie naar ecologie en effecten. Rapport nr. 07-234. 66 pp. http://edepot.wur.nl/117478

Slaterus, R., B. Aarts & L. van den Bremer, 2009. De Huiskraai in Nederland: risicoanalyse en beheer. SOVON-onderzoeksrapport 2009/08. SOVON Vogelonderzoek Nederland, BeekUbbergen. Spikmans, F., N. van Kessel, M. Dorenbosch, J. Kranenbarg, J. Bosveld & R. Leuven, 2010. Plaag Risico Analyses van tien exotische vissoorten in Nederland. Spikmans, F., T. van Tongeren, T.A. van Alen, G. van der Velde & H.J.M. Op den Camp, 2013. High prevalence of the parasite Sphaerothecum destruens in the invasive topmouth gudgeon Pseudorasbora parva in the Netherlands, a potential threat to native freshwater fish. Aquatic Invasions 8: 355–360.

66

Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)

Staatscourant, 2016. Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 5 oktober 2016, nr. WJZ/16091743, houdende vrijstelling van artikel 2, eerste en tweede lid, van het Besluit uitvoering Europese exotenverordening (Vrijstellingsregeling bevissing Chinese wolhandkrab en uitheemse rivierkreeften). Nr. 53909. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-201653909.html

Vanderhoeven, S., 2013. Risk analysis of Ludwigia grandiflora, Risk analysis report of non-native organisms in Belgium. Cellule interdépartementale sur les Espèces invasives (CiEi), DGO3, SPW / Editions, 36 pp. http://share.bebif.be/data/ias/Risk%20analyses/Ludwigia%20grandiflora2.pdf Veldhuizen, T. and S. Stanish (2002). A Draft National Management Plan For the Genus Eriochheir, p. 117 Verbrugge, L.N.H. et al, 2015. Expertpanelbeoordeling van (potentiële) risico’s en managementopties van invasieve exoten in Nederland: Inhoudelijke input voor het Nederlandse standpunt over de plaatsing van soorten op EU-verordening 1143/2014. Verslagen Milieukunde nr. 486

67

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=f1903b3c-e173-4e75-bf64-38dbf301b495