5.4 Soortenbijlage artikel 19
Tekst van het document
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
versie: 06/09/2017
INHOUD
1. Unielijstsoorten onder Artikel 19 - eliminatieaanpak
4
Pallas’ eekhoorn (Callosciurus erythraeus)
5
Huiskraai (Corvus splendens)
8
Waterhyacint (Eichhornia crassipes)
11
Kleine waterteunisbloem (Ludwigia peploides)
13
Moeraslantaarn (Lysichiton americanus)
16
Muntjak (Muntiacus reevesi)
20
Beverrat (Myocastor coypus)
23
Rosse stekelstaart (Oxyura jamaicensis)
26
2. Unielijstsoorten onder Artikel 19 - beheersaanpak
29
Waterwaaier (Cabomba caroliniana)
30
Chinese wolhandkrab (Eriocheir sinensis)
35
Grote waternavel (Hydrocotyle ranunculoides)
37
Verspreidbladige waterpest (Lagarosiphon major)
40
Waterteunisbloem (Ludwigia grandiflora)
44
Parelvederkruid (Myriophyllum aquaticum)
47
Blauwband (Pseudorasbora parva)
50
Rivierkreeften (diverse)
53
Lettersierschildpad (Trachemys scripta)
58
Siberische grondeekhoorn (Tamias sibericus)
62
Literatuur
65
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Toelichting op de soortendocumenten In deze bijlage staat een uitwerking op hoofdlijnen van de mogelijke Nederlandse strategie / ambitie voor de Unielijstsoorten die onder Artikel 19 vallen. Dit is grotendeels gebaseerd op de inhoud van dit document, dat de NVWA in 2016 uitbracht: www.nvwa.nl/documenten/communicatie/diversen/archief/2016m/onderbouwing-strategie-unielijstsoorten
Per soort wordt enige algemene informatie gegeven, is een ambitie geformuleerd en zijn maatregelen op hoofdlijnen benoemd. Tot slot is voor ieder soort een tabel opgenomen met daarin de concrete acties die uitgevoerd zouden moeten worden met daarbij per actie: wie is de trekker, wie ondersteunt en wat zijn de (ingeschatte) kosten die ermee gemoeid zijn. Om wat meer grip te krijgen op de kosten is voor de soorten die heel beperkt in Nederland voorkomen ingeschat hoeveel (uitroeiings)acties er naar verwachting jaarlijks nodig zijn voor de betreffende soorten. Dit is gedaan met een tijdshorizon van 5 jaar, dat wil zeggen de verwachte situatie in de periode 2017 - 2022. Binnen dit document is onderscheid gemaakt tussen de Unielijstsoorten waarvoor een eliminatiedoelstelling geldt in geheel Nederland en soorten waarvoor dat niet het geval is. Voor de soorten die niet in geheel Nederland een eliminatiedoelstelling hebben kan de aanpak van regio tot regio verschillen, afhankelijk van de situatie. In dit document staat beschreven welk ambitieniveau nagestreefd wordt voor die soorten. Dit moet gelezen worden als een minimumniveau, waaraan in heel Nederland voldaan zou moeten worden.
3
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
1. Unielijstsoorten onder Artikel 19 - eliminatieaanpak
4
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Pallas’ eekhoorn (Callosciurus erythraeus) Prioriteit NL: HOOG Ambitie Bescherming van de inheemse rode eekhoorn en vermijden van economische schade Acties 1.
Opzetten surveillancesysteem
2.
Afronden wegvangactie Weert
3.
Rapid response bij vondsten van nieuwe populaties
Foto: Ard van Roij Bron: Nederlands Soortenregister
Huidige verspreiding in Nederland en de EU
Nederland
Huidige situatie EU
Potentiële situatie EU
De Pallas’ eekhoorn werd tot enkele jaren geleden als huisdier verhandeld. Door uitzetting en ontsnapping zijn de dieren in de natuur gekomen. Situatie in 2017: de Pallas’ eekhoorn heeft alleen in Weert eo een populatie gevormd, die inmiddels vrijwel volledig is weggevangen. Overwegingen De Pallas’ eekhoorn verdringt de rode eekhoorn. Bij Weert was dit nagenoeg zeker al aan de orde (Verbrugge et al, 2015). Verder ontstaat schade aan bomen en productiebossen omdat pallas' eekhoorns de schors strippen. Hierdoor neemt het risico op infecties van schimmel toe. Verder knagen Pallas’ eekhoorns o.a. kabels en pvc leidingen kapot (Dijkstra en Dekker, 2008). De Pallas’ eekhoorn heeft, voor zover bekend, op één locatie in Nederland een populatie gevormd. Dit is in Weert en de bossen rondom Weert. EZ en Provincie Limburg hebben in 2011 gezamenlijk een wegvangactie opgezet en gefinancierd. Inmiddels zijn 250 Pallas’ eekhoorns levend weggevangen en opgevangen in dierentuinen in Europa. Sinds 2013 wordt slechts incidenteel nog een enkele Pallas’ eekhoorn waargenomen in het gebied. De actie zit in de afrondende fase. In America is in 2017 onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van de Pallas’ eekhoorn in dat gebied vanwege de vangst van één vrouwtje. Er zijn geen aanwijzingen dat daar meer Pallas’ eekhoorns aanwezig zijn. Waarden die deze soort in Nederland bedreigt Inheemse soorten
x
Inheemse ecosystemen Natura 2000 – doelen
5
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen Afwatering en aanvoer van water Waterkeringen en erosiebestendige dijkbegroeiing Volksgezondheid Economie
x
Recreatie
Ambitie voor Nederland Bescherming van de inheemse rode eekhoorn en vermijden van economische schade. Deze ambitie is te bereiken door een landelijk beleid van vroegtijdige opsporing en verwijdering van exemplaren die kunnen uitgroeien tot een populatie. Maatregelen De aanpak in Nederland voor de pallas’ eekhoorn bestaat uit 1) afronding van de actie in Weert eo en 2) vroegtijdige opsporing en verwijderen van kleine populaties en nazorg in de jaren daarna. Het gebruik van levend vangkooien is de meest effectieve methode om Pallas’ eekhoorns weg te vangen. Afschot met het geweer kan effectief zijn als aanvulling op het wegvangen van Pallas’ eekhoorns. EU-verordening 1143/2014 biedt de mogelijkheid eliminatieacties uit te voeren met zowel letale als niet-letale methoden. Dit betekent dat dieren levend gevangen kunnen worden, waarna ze in gesloten condities gehouden mogen worden onder voorwaarden dat ze zich niet kunnen vermeerderen en ontsnappen. Bij wegvangacties van de Pallas’ eekhoorn kan van geval tot geval bekeken worden welke optie wenselijk en haalbaar is; a) sterilisatie en opvang of b) doden. Dieren kunnen gedood worden met het geweer door bevoegde personen of d.m.v. een injectie door een dierenarts. Dit is een aaibare soort en aandacht voor communicatie is belangrijk bij een wegvangactie.
6
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Overzicht van de acties; verantwoordelijkheidsverdeling en ingeschatte kosten Actie
1. Surveillance
Wie trekt?
- Surveillance vormgeven, via
NVWA
Signaleringsproject Exoten en/of Netwerk
Wie ondersteunt?
PGO’s,
Ingeschatte
Geschat
Gemiddelde
kosten
aantal acties
kosten per jaar
per geval (€)
per jaar
(€)
-
-
2.500 – 5.000
1/6
1.667 – 25.000
terreinbeheerders
Ecologische Monitoring NVWA
Zoogdiervereniging
5.000 a)
- Verwijderen incidentele eekhoorns
Provincie
pm
0 – 20.000 a)
3. Rapid response
- Afbakeningssurvey
Provincies
nieuwe populaties
- Snel verwijderen van nieuw ontdekte populatie
2. Afronden actie Weert eo
- Alert blijven op nieuwe waarnemingen. Communicatie richting lokale bevolking
Terreinbeheerders 10.000-150.000 b) , gemeenten, NVWA
a) b)
ingeschatte totaalkosten voor komende 3 jaar om tot volledige afronding van deze actie te komen (incidentele exemplaren verwijderen). Kosten per populatie, gebaseerd op ervaringen met de Pallas’ eekhoorn in Weert e.o. Bij voegtijdige signalering richting de ondergrens, bij vrij late signalering (Weert 250 Pallas’ eekhoorn in groot gebied) kosten naar €150.000.
7
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Huiskraai (Corvus splendens)
Ambitie Voorkomen van schade aan o.a. inheemse soorten en economie Acties 1.
Opzetten surveillancesysteem
2.
Rapid response bij vondsten van nieuwe populaties Foto: Wijnand van Buuren Bron: Nederlands Soortenregister
Huidige verspreiding in Nederland en de EU
Nederland
Huidige situatie EU
Potentiële situatie EU
De huiskraai is waarschijnlijk naar Nederland meegelift met een schip uit Egypte. Situatie in 2017: er was één populatie huiskraaien, in Hoek van Holland. Deze populatie is inmiddels naar verwachting volledig verwijderd. Overwegingen In gebieden waar grote aantallen huiskraaien voorkomen, ontstaat predatie van vogels en andere kleine dieren, evenals verjaging van vogels. De huiskraai is een sterke concurrent van andere urbane vogels om voedsel en nestgelegenheid. De huiskraai is een echte cultuurvolger en komt niet voor in natuurgebieden. In andere landen zorgen exotische huiskraaien bij grote aantallen voor veel overlast, zoals geluidsoverlast, het stelen van voedsel van borden, verspreiden van afval, beschadiging van tv-antennes en elektriciteitsdraden. De toeristische sector ondervindt schade door grote aantallen huiskraaien, omdat ze voedsel van borden stelen en terrassen verontreinigen. Ook landbouwschade is mogelijk, door o.a. vraatschade aan bijvoorbeeld zacht fruit (Slaterus, 2009; Verbrugge et al, 2015). Het introductierisico van huiskraaien in Nederland is laag. In Hoek van Holland was, voor zover bekend, de enige huiskraai-populatie in Nederland (en de EU) aanwezig. De eliminatieactie zorgde voor de nodige weerstand. Enkele jaren geleden hebben rechtszaken, aangespannen door Faunabescherming, de start van de actie fors vertraagd.
Inmiddels is de populatie naar verwachting volledig verwijderd. Waarden die deze soort in Nederland bedreigt Inheemse soorten
x
Inheemse ecosystemen Natura 2000 – doelen Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen 8
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Afwatering en aanvoer van water Waterkeringen en erosiebestendige dijkbegroeiing Volksgezondheid Economie
x
Recreatie
x
Ambitie voor Nederland Voorkomen van schade aan o.a. inheemse soorten en economie. Deze ambitie is te bereiken door een landelijk beleid van vroegtijdige opsporing en verwijdering van exemplaren die kunnen uitgroeien tot een populatie. Maatregelen De ervaring in Hoek van Holland leert dat het levend wegvangen van huiskraaien zeer lastig is. Deze soort laat zich niet of nauwelijks vangen. Voor zover nu bekend, zijn afschot met het geweer en een schietnet praktisch gezien de enige (kosten)effectieve maatregelen. Voordat een schietnet gebruikt wordt, moet er eerst meerdere weken gevoerd worden om zo meerdere dieren tegelijk op de grond bij elkaar te krijgen. De huiskraaien zijn dermate slim dat het schietnet waarschijnlijk maar één keer gebruikt kan worden omdat de huiskraaien daarna niet meer op de grond zullen komen voor het voer. Bij een huiskraai-eliminatieactie moet rekening gehouden worden met een meerjarige actie, afhankelijk van het aantal kraaien. De maatschappelijke weerstand tegen bestrijding van huiskraaien is (lokaal) groot. Aandacht voor communicatie is belangrijk.
9
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Overzicht van de acties; verantwoordelijkheidsverdeling en ingeschatte kosten
Actie
1. Surveillance
Wie trekt?
- Surveillance vormgeven, via het
NVWA
Signaleringsproject Exoten en/of Netwerk
Wie ondersteunt?
PGO’s,
Ingeschatte
Geschat
Gemiddelde
kosten
aantal acties
kosten per jaar
per geval (€)
per jaar
(€)
-
-
2.500 – 5.000
10.000-35.000 a)
1/15
667 – 2.333
terreinbeheerders
Ecologische Monitoring. Speciale aandacht voor Hoek van Holland / Den Haag regio 2. Rapid response
- Afbakeningssurvey
nieuwe populaties
- Snel verwijderen van nieuw ontdekte populatie
Provincies
Terreinbeheerders , gemeenten, NVWA
a)
Ingeschatte kosten (incl. surveykosten) bij een populatieomvang van 5 tot 30 huiskraaien, gebaseerd op ervaringen met de populatie Hoek van Holland.
10
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Waterhyacint (Eichhornia crassipes) Ambitie Voorkomen dat deze soort N2000- en KRW-doelen bedreigt, de afwatering belemmert en schade toebrengt aan inheemse soorten, ecosystemen en recreatie. Acties In de komende Jaren: alert zijn op de ontwikkeling van
Foto: Johan van Valkenburg Bron: NVWA
winterharde waterhyacint Huidige verspreiding in Nederland en de EU
Huidige situatie EU
Potentiële situatie EU
Waterhyacint wordt in Nederland verhandeld als vijverplant. In Nederlandse wateren komt deze plant voor doordat vijvereigenaren ze daar uitzetten. Situatie in 2017: In de afgelopen jaren waren er in de zomermaanden regelmatig meldingen van waterhyacint in heel Nederland. Door het verbod op verkoop zal dat in de toekomst naar verwachting (veel) minder zijn. Overwegingen In warmere gebieden van Europa heeft waterhyacint grote effecten op inheemse soorten. De plant vormt snel dichte matten en daardoor worden inheemse planten verdrongen. Onder een gesloten plantendek ontstaat zuurstofgebrek en daardoor een slechte waterkwaliteit, wat op diverse dier- en plantensoorten een negatieve invloed heeft. De dichte matten van waterhyacint kunnen in warmere gebieden de doorstroming van watergangen belemmeren en waterinlaten verstoppen. Naast economische schade door verstopping leidt een dicht bladerdek van waterhyacint ook tot een veel grotere verdamping, waardoor er aanzienlijke waterverliezen ontstaan in waterreservoirs. In de zomermaanden zijn er regelmatig meldingen van waterhyacint in heel Nederland, met name in stedelijk water. Het Nederlandse klimaat is nu echter niet geschikt voor de waterhyacint, de plant sterft af in de winter en kan zich daarom hier niet permanent vestigen (Verbrugge et al, 2015).
In ons land bereikt de waterhyacint daarom niet de schadelijke dichtheden die in sommige tropische gebieden en het zuiden van de EU wel voorkomen. Wel zijn er signalen dat er winterharde waterhyacinten zijn die de Nederlandse winters wel overleven. Het is zaak hierop alert te blijven. Waarden die deze soort in Nederland bedreigt Als waterhyacint zich in de toekomst toch zou kunnen vestigen en invasief gedragen, dan bedreigt deze soort de onderstaande waarden in Nederland. Dit is voorlopig echter nog niet aan de orde.
11
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Inheemse soorten
x
Inheemse ecosystemen
x
Natura 2000 – doelen
x
Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen
x
Afwatering en aanvoer van water
x
Waterkeringen en erosiebestendige dijkbegroeiing Volksgezondheid Economie Recreatie
x
Ambitie voor Nederland Voorkomen dat deze soort N2000- en KRW-doelen bedreigt, de afwatering belemmert en schade toebrengt aan inheemse soorten, ecosystemen en recreatie. Voor de komende tijd betekent dit: alert blijven op de ontwikkeling van winterharde planten. In Nederland is voorlopig geen landelijk of provinciaal aangestuurde bestrijdingsactie nodig. Doordat (vrijwel alle) waterhyacinten in de winter afsterven en de plant vanaf de zomer 2017 niet meer verkrijgbaar is in de handel, is de verwachting dat de kans op mogelijke problemen in de toekomst fors afneemt. Toch is het belangrijk alert te blijven op de ontwikkeling van winterharde planten. Als winterhardheid optreedt, dan kan dit leiden tot populatievorming. Zodra dit dreigt te gebeuren is het bepalen van een landelijke uitroeiingsstrategie aan de orde.
12
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Kleine waterteunisbloem (Ludwigia peploides) Ambitie Voorkomen dat deze soort N2000- en KRW-doelen bedreigt, de afwatering belemmert en schade toebrengt aan inheemse soorten, ecosystemen en recreatie Acties 1.
Opzetten surveillancesysteem
2.
Intensiveren eliminatieactie Tiengemeten en Lelystad
3.
Rapid response bij vondsten van nieuwe vestigingen
4.
Communicatie richting tuineigenaren
Foto: Johan van Valkenburg Bron: NVWA
Huidige verspreiding in Nederland en de EU
Nederland (FLORON a)
Huidige situatie EU
Potentiële situatie EU
(EASIN, 2017)
Kleine waterteunisbloem is in Nederland gekomen door de handel in vijverplanten. Situatie in 2017: er zijn op dit moment twee locaties bekend waar kleine waterteunisbloem voorkomt: Tiengemeten en Lelystad. Overwegingen Kleine waterteunisbloem kan snel voor veel biomassa zorgen, waardoor dichte matten ontstaan. Hierdoor kunnen inheemse planten en aanwezige waterdieren verdwijnen. Het afsterven van grote massa’s kleine waterteunisbloem kan in stilstaande wateren leiden tot zuurstofgebrek in het water en vissterfte. Dichte matten van waterteunisbloem belemmeren de doorstroming van water. Door de verminderde doorstroming wordt er ook meer sediment op de bodem afgezet, waardoor de kans op overstroming verder toeneemt. De plant veroorzaakt hinder voor de pleziervaart en beperkt recreatieve mogelijkheden (zwemmen, hengelsport) en heeft hierdoor een negatieve invloed op toerisme (Beringen en Van Valkenburg, 2014; Robert et al, 2013; Verbrugge et al, 2015). De (potentiële) omvang van de schade is bij kleine waterteunisbloem groter dan bij waterteunisbloem, omdat de kleine waterteunisbloem zich ook vestigt in natuurgebieden. Hierdoor bedreigt deze exoot het behalen van (Natura2000) natuurdoelen, met name in slikken en vogelfourageergebieden.
Sinds 2002 is kleine waterteunisbloem op enkele locaties aangetroffen: een natuurvriendelijke oever in Utrecht, een stadswater in Lelystad, de Biesbosch (natuurontwikkeling), Zeeuws-Vlaanderen (natuurontwikkeling) en Tiengemeten (natuurontwikkeling). Op de meeste locaties is deze exoot vroegtijdig ontdekt en is een geslaagde eliminatieactie uitgevoerd. Eliminatie op Tiengemeten is, ondanks grote inspanningen sinds 2012 nog niet gerealiseerd, maar het aantal planten neemt wel af. Om eliminatie van kleine waterteunisbloem te bereiken is intensivering van de huidige aanpak nodig. In Lelystad is nog geen goede eliminatieactie opgezet, wel is de situatie ‘onder controle’ gehouden. 13
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Waarden die deze soort in Nederland bedreigt Inheemse soorten Inheemse ecosystemen
x x
Natura 2000 – doelen
x
Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen
x
Afwatering en aanvoer van water
x
Waterkeringen en erosiebestendige dijkbegroeiing Volksgezondheid Economie Recreatie
x
Ambitie voor Nederland Voorkomen dat deze soort N2000- en KRW-doelen bedreigt, de afwatering belemmert en schade toebrengt aan inheemse soorten, ecosystemen en recreatie. Deze ambitie is te bereiken door een landelijk beleid van vroegtijdige opsporing en eliminatie van (kleine) populaties. Dit betekent: 1) intensivering van de mechanische en handmatige verwijdering van de kleine waterteunisbloem bij Tiengemeten, 2) opstarten eliminatieactie in Lelystad, 3) rapid response (eliminatie) van nieuwe vestigingen op elke locatie in Nederland. Maatregelen Bij vroegtijdige ontdekking is eliminatie van kleine waterteunisbloem mogelijk. Hiertoe moeten de planten met wortel en al worden afgraven en vervolgens begraven of afgevoerd. Na mechanische verwijdering is meerdere jaren nazorg nodig door handmatige verwijdering van opkomende planten. Het is belangrijk om verspreiding van plantenfragmenten te voorkomen. Tuineigenaren mogen Unielijstplanten houden onder voorwaarde dat deze zich niet vermeerderen en verspreiden. Communicatie richting particuliere (inclusief botanische) tuineigenaren is belangrijk voor deze soort. Als kleine waterteunisbloem zich vanuit particuliere en botanische tuinen kan verspreiden naar de omgeving, dan moeten er (zo nodig verplicht opgelegde) maatregelen genomen worden die dat voorkomen.
In het uiterste geval betekent dit verwijdering van alle aanwezige kleine waterteunisbloemen. Het nemen van maatregelen gericht tegen verspreiding is met name noodzakelijk bij situaties waarbij het water in de tuin in open verbindingen staat met oppervlaktewater in de omgeving.
14
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Overzicht van de acties; verantwoordelijkheidsverdeling en ingeschatte kosten
Actie
Wie trekt?
Wie ondersteunt? Ingeschatte kosten per geval (€)
1. Surveillance
- Surveillance vormgeven, bijvoorbeeld via
NVWA
Signaleringsproject Exoten en/of Netwerk
PGO’s,
Geschat
Gemiddelde
aantal acties kosten per jaar per jaar
(€)
-
-
2.500 – 5.000
terreinbeheerders
Ecologische Monitoring. 2. Intensiveren actie
Natuurmonumenten a)
Provincie
150.000 b)
-
- Lelystad: eliminatieactie opstarten
Provincie
Gemeente
20.000 c)
-
- Snel verwijderen van nieuw ontdekte populatie
Provincies
Terreinbeheerders
- Tiengemeten: eliminatieactie intensief
Tiengemeten en Lelystad 3. Rapid response
voortzetten
nieuwe populaties
10.000 – 100.000 d)
1/3
3.333 – 33.333
gemeenten, NVWA
4. Communicatie
- Informeren over eisen EU-verordening, met
tuineigenaren
NVWA
RVO
-
-
Uren
Provincie
NVWA, RVO
-
-
Uren
name gericht op voorkomen verspreiding - Maatregelen (laten) nemen of opleggen gericht op voorkomen verspreiding
a)
Dit is de huidige situatie.
b)
Actie loopt, €150.000 is ingeschat benodigd resterend bedrag voor de komende jaren (periode 4-5 jaar).
c)
€20.000 is het ingeschatte totaalbedrag voor de eliminatie van deze relatief kleine populatie (periode 4-5 jaar).
d)
Hierbij is de aanname dat populaties, met de intensievere aandacht voor deze Unielijstsoort, eerder worden ontdekt en aangepakt dan in Tiengemeten.
15
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Moeraslantaarn (Lysichiton americanus) Prioriteit NL: HOOG Ambitie Voorkomen dat deze soort schade toebrengt aan inheemse plantensoorten en mogelijk N2000- en KRW-doelen bedreigt Acties 1. Opzetten surveillancesysteem 2. Elimineren bestaande populaties 3. Rapid response bij nieuwe vestigingen Foto: Johan van Valkenburg
4. Communicatie richting tuineigenaren
Bron: NVWA
Huidige verspreiding in Nederland en de EU
Nederland (FLORON, b)
Huidige situatie EU
Potentiële situatie EU
Moeraslantaarn is in Nederland gekomen door de handel in vijverplanten. Situatie in 2017: er zijn in Nederland een tiental locaties met meerdere moeraslantaarns verspreid over het hele land in de groene ruimte (zie tabel 1). Daarnaast staan moeraslantaarns in diverse parken en botanische tuinen. Overwegingen Jonge moeraslantaarnplanten breiden zich langzaam maar gestaag uit en vormt hierdoor na verloop van tijd een dichte vegetatie die andere planten wegconcurreert. Moeraslantaarn kan door de vorming van dichte populaties met name in moerasbossen en broekbossen inheemse soorten bedreigen (Verbrugge et al, 2015). In Nederland zijn enkele verwilderde populaties ontdekt in natuurgebieden. Moeraslantaarn groeit in moerasbossen die bedreigde planten bevatten. Waarden die deze soort in Nederland bedreigt Inheemse soorten
x
Inheemse ecosystemen Natura 2000 – doelen
mogelijk
Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen
mogelijk
Afwatering en aanvoer van water Waterkeringen en erosiebestendige dijkbegroeiing Volksgezondheid Economie Recreatie
16
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Ambitie voor Nederland Voorkomen dat deze soort schade toebrengt aan inheemse plantensoorten en mogelijk N2000- en KRW-doelen bedreigt. Deze ambitie is te bereiken door een landelijk beleid van vroegtijdige opsporing en eliminatie van (kleine) populaties. Dit betekent: 1) continueren van lopende eliminatieacties, 2) opstarten eliminatieacties op locaties waar dat nu nog niet gebeurt, te beginnen met de hoog-risicolocaties (Tabel 1), 3) vroegtijdige signalering en eliminatie van toekomstige nieuwe vestigingen op elke locatie in Nederland. Maatregelen Moeraslantaarn is een vrij trage groeier die goed te verwijderen is door afsteken en afgraven. Als op de betreffende locatie moeraslantaarns zaad hebben kunnen zetten, dan moet er rekening mee worden gehouden dat gedurende een periode van 8 jaar ieder jaar opnieuw planten voorafgaand aan de zaadzetting moeten worden verwijderd. Op enkele plekken in natuurgebieden staat de soort samen met rode lijstsoorten. Afgraven is effectief, maar niet selectief waardoor ook rode lijst soorten afgegraven worden. Een effectieve en selectieve maar niet toegestane optie is aanstrijken van individuele moeraslantaarns met glyfosaat. Voor toepassing zou tijdelijke ontheffing verkregen moeten worden. Tuineigenaren mogen Unielijstplanten houden onder voorwaarde dat deze zich niet vermeerderen en verspreiden.
Communicatie richting particuliere (inclusief botanische) tuineigenaren is belangrijk voor deze soort. Als er signalen zijn dat moeraslantaarns zich vanuit particuliere en botanische tuinen (kunnen) verspreiden naar de omgeving, dan moeten er (zo nodig verplicht opgelegde) maatregelen genomen worden die dat voorkomen. In het uiterste geval betekent dit verwijdering van de aanwezige moeraslantaarns. Het nemen van maatregelen gericht tegen verspreiding is met name noodzakelijk bij situaties waarbij het water in de tuin in open verbindingen staat met oppervlaktewater in de omgeving.
17
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Waarnemingen in Nederland Tabel 1. Gemelde moeraslantaarn in de periode 2014 – 22 juni 2017, waarvan de locatie niet duidelijk een particuliere / botanische tuin is zonder reële verspreidingskans. = hoog risico locatie
= laag risico locatie
Locatie
GPS a)
Provincie
1
Aduard - Albardapolder
53.260,
Groningen
2
Nooitgedacht – Aa en
52.972,
Hunze
6.665
Loozen –kruising Westein-
52.583,
digerdijk en Kanaalweg-
6.658
Beschrijving
# gemelde
Jaar van
planten
melding
1
2014-
locatie
6.456
3
Sloot, nabij Van Starkenborghkanaal
Drenthe
Link
https://waarneming.nl/waarneming/view/116979644
2016
In de oever van een
8
2014
https://waarneming.nl/waarneming/view/84085892
ven Overijssel
Sloot, nabij kanaal
2
2015
https://waarneming.nl/waarneming/view/100930552
Gelderland
Bosrijk gebied met
3
2015-
https://waarneming.nl/waarneming/view/100969833
Oost 4
Brummen – Het Zaaibroek
52.080,
5
Velp – Larenstein
51.991,
6
Aagtdorp - Bergen
52.694,
6.131
kleine waterlopen Gelderland
Bosrijk gebied met
N-Holland
N-Holland
5.959
2017 2
2016
https://waarneming.nl/waarneming/view/116659742
Langs sloot
1
2016
https://waarneming.nl/waarneming/view/121794089
Park met veel water,
1
2015
https://waarneming.nl/waarneming/view/101202159
2014-
https://waarneming.nl/waarneming/view/117732313
kleine waterlopen
4.705 7
Amsterdam - Gaasperpark
52.311,
ook in omgeving
4.995 8
Lisse – Groote Looster
52.276,
Z-Holland
4.538 9
Alphen a.d. Rijn – Park
52.124,
Rijnstroom
4.665
10
Den Haag - Zuiderpark
52.054,
10
Rotterdam - Ommoord
51.966,
12
Krimpen a.d. IJssel
51.928,
Bosrijk gebied met
1
kleine waterlopen
2016
Z-Holland
Park met veel water
meerdere
2014
https://waarneming.nl/waarneming/view/83803618
Z-Holland
Park met veel water,
6
2017
https://waarneming.nl/waarneming/view/136472625#
Z-Holland
Langs stadswater
1
2014
https://waarneming.nl/waarneming/view/83010779
Z-Holland
In stadsgracht met
9
2015
https://waarneming.nl/waarneming/view/100816641
4.286
ook in omgeving
4.536
4.618
water in omgeving
18
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
13
Berkenwoude - Oudeland
51.931,
Z-Holland
4.682
Op locatie met open
1
2015
https://waarneming.nl/waarneming/view/101515438
verbinding naar sloten in omgeving
14
Vogelwaarde - Hulst
51.326,
Zeeland
Stadsvijver
1
2015
https://waarneming.nl/waarneming/view/113038246
Zeeland
Vijver / poel in
1
2015
https://waarneming.nl/waarneming/view/113037954
3.966 15 a)
Zaamslag - Aan en
51.318,
Genderdijkepolder
3.937
buitengebied
10 m nauwkeurig
Overzicht van de acties; verantwoordelijkheidsverdeling en ingeschatte kosten Actie
1. Surveillance
Wie trekt?
- Surveillance vormgeven, via het
NVWA
Signaleringsproject Exoten en/of Netwerk
Wie
Ingeschatte kosten
ondersteunt?
per geval (€)
PGO’s,
Geschat
Gemiddelde
aantal acties kosten per jaar per jaar
(€)
-
-
2.500 – 5.000
25.000 – 50.000 a)
-
terreinbeheerders
Ecologische Monitoring. 2. Uitroeien
- Continueren en opstarten van acties gericht op
Provincies
Terreinbeheerders
bestaande
uitroeien van de bekende populaties,
, waterschappen,
populaties
uitgezonderd planten in particuliere en
gemeenten,
3. Rapid response
- Snel verwijderen van nieuw ontdekte planten
-
NVWA
botanische tuinen (zie Actie 4) Provincies
nieuwe populaties
Terreinbeheerders
1.000 – 10.000
4
4.000 – 40.000
gemeenten, NVWA
4. Communicatie tuineigenaren
- Informeren over eisen EU-verordening, met
NVWA
RVO
-
-
Uren
Provincie
NVWA, RVO
-
-
Uren
name gericht op voorkomen verspreiding - Zo nodig maatregelen (laten) nemen of opleggen gericht op voorkomen verspreiding
a)
Dit zijn de ingeschatte totaalkosten voor uitroeiing van alle bekende locaties (tabel 1)
19
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Muntjak (Muntiacus reevesi)
Ambitie Voorkomen dat deze soort N2000-doelen bedreigt en schade toebrengt aan inheemse soorten en ecosystemen Acties 1. Opzetten surveillancesysteem 2. Gerichte survey in Noord-Brabant 3. Mogelijk t.z.t. uitvoeren van lokale eliminatie-acties Bron: EU-factsheet Huidige verspreiding in Nederland en de EU
Nederland
Huidige situatie EU
Potentiële situatie EU
Sinds 2005 is in Nederland het houden van een muntjak verboden voor particulieren. De meest waarschijnlijke introductieroute is secundaire verspreiding vanuit België. Situatie in 2017: Op enkele plekken in het land komen mogelijk wat losse exemplaren muntjaks voor. Alleen in Noord-Brabant heeft zich mogelijk een populatie gevestigd. Overwegingen Muntjak veroorzaakt schade aan de verjonging van natuurlijke bossen. Grote schade aan bodemflora en fauna is ook mogelijk in hun leefgebied. Ze eten namelijk bodemflora, en bij te veel muntjaks zal dat de bodemlaag doen uitdunnen, waardoor het habitat van grondbroeders, kleine zoogdieren en ongewervelden zo sterk wordt aangetast dat zij kunnen verdwijnen. Verder concurreert muntjak met het ree om voedsel, waardoor reeën lokaal in aantal afnemen (Hollander, 2013). De locatie waar in Nederland het risico van populatieontwikkeling het grootst is, is in de provincie Noord-Brabant (in en om Landgoed de Utrecht). Elders is er sprake van hooguit enkele losse individuen: op de Veluwe, in Oost-Zeeuws-Vlaanderen, bij Hilvarenbeek en mogelijk Ossendrecht, omgeving Eindhoven en de Maashorst, waarbij de situatie in de 3 laatste gebieden niet goed bekend is. Elders in Nederland leven anno 2016 geen muntjaks (meer) (Hollander, 2016). Het gaat waarschijnlijk maximaal om enkele tientallen exemplaren in heel Nederland, maar helemaal zeker is dat niet.
Muntjaks zijn lastig op te sporen en eenvoudig te verwarren met reeën. Nieuwe introducties in Nederland zijn niet waarschijnlijk, omdat hier al jarenlang een handels- en bezitsverbod geldt voor deze soort. Dat is in Vlaanderen niet het geval. Daar kunnen muntjaks zich nog vanuit privéterreinen vestigen in de natuur. Vanuit de in de provincie Antwerpen aanwezige populatie, waar actief beheer plaatsvindt, kan uitbreiding plaatsvinden richting de Nederlandse grens. Uitwisseling van muntjaks tussen Nederland en België is tot dusver nog niet vastgesteld.
20
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Waarden die deze soort in Nederland bedreigt Inheemse soorten
x
Inheemse ecosystemen
x
Natura 2000 – doelen
x
Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen Afwatering en aanvoer van water Waterkeringen en erosiebestendige dijkbegroeiing Volksgezondheid Economie Recreatie Ambitie voor Nederland Voorkomen dat deze soort N2000-doelen bedreigt en schade toebrengt aan inheemse soorten en ecosystemen. Deze ambitie is te bereiken door populatievorming te voorkomen. Hiertoe is het belangrijk de muntjaksituatie in Nederland scherper in beeld te krijgen en mogelijk lokaal eliminatieacties op te starten. Voor de komende tijd is het meest relevant om in beeld te krijgen of in Noord-Brabant een zichzelf vermeerderende populatie ontstaat. Als populatieontwikkeling aan de orde is, dan een eliminatieactie voorbereiden. Mochten elders in Nederland vergelijkbare signalen zijn, dan daar dezelfde aanpak volgen. Maatregelen Mogelijke maatregelen zijn gericht afschot en gebruik maken van vangnetten of –kooien. Voor een effectieve aanpak is het belangrijk dat alle provincies gebruik van het geweer proactief mogelijk maken voor afschot van muntjaks. Zie Casaer et al (2015) voor een gedetailleerde beschrijving van managementopties.
21
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Overzicht van de acties; verantwoordelijkheidsverdeling en ingeschatte kosten Actie
1. Surveillance
Wie trekt?
- Surveillance vormgeven, bijvoorbeeld via
NVWA
Signaleringsproject Exoten en/of Netwerk
Wie
Ingeschatte kosten
ondersteunt?
per geval (€)
Geschat
Gemiddelde
aantal acties kosten per jaar per jaar
(€)
-
-
2.500 – 5.000
15.000 - 25.000
-
-
PGO’s, terreinbeheerders
Ecologische Monitoring. - In beeld krijgen of in Noord-Brabant een
Provincies/NVWA
zichzelf vermeerderende populatie aanwezig is
Terreinbeheerders jagers, Zoogdiervereniging
2. Rapid response
- Eliminatie bij populatievorming
Provincies
nieuwe populaties
Terreinbeheerders
10.000 – 50.000
1/4
2.500 – 12.500
gemeenten, NVWA - Afschot met geweer juridisch mogelijk maken
Provincies
-
-
-
22
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Beverrat (Myocastor coypus)
Ambitie Met name voorkomen dat beverratten graafschade toebrengen aan dijken, kades en oevers Acties Foto: Maries Elemans
1. Surveillancesysteem
Bron: Nederlands Soortenregister
2. Elimineren
Huidige verspreiding in Nederland en de EU
Nederland
Huidige situatie EU
Potentiële situatie EU
In Nederland waren er tot 1985 bedrijven die beverratten kweekten voor de pels. Ontsnappingen uit dergelijke kwekerijen vormden een belangrijke bron van beverratten in het wild in Nederland. Op dit moment komen er vooral vanuit Duitsland beverratten Nederland binnen. Situatie in 2017: Nederland heeft geen eigen populatie beverratten meer, wel frequente instroom vanuit Duitsland. Overwegingen De beverrat vormt in onze poldergebieden en langs rivieren een bedreiging voor de dijken, die verzwakt kunnen worden als de beverrat holen in de dijk graaft. In Nederland worden beverratten, net zoals muskusratten, daarom actief bestreden door de waterschappen. Verder veroorzaakt deze exoot door overbegrazing lokale uitsterving van waterplanten en de destructie van rietkragen en paaiplaatsen voor vis (Verbrugge et al, 2015). Doordat beverratten zich voeden met wortels en jonge scheuten van moerasplanten kan dit leiden tot erosie in kust- en rivierhabitats (CABI). Ook zijn beverratten een reservoir van verschillende ziektes en veroorzaken schade aan de landbouw. Ze foerageren onder andere op suikerbieten en maïs (Verbrugge et al, 2015). Beverratten kwamen tot 2005 in nagenoeg geheel Nederland voor, maar door gerichte bestrijding is er geen binnenlandse populatie meer aanwezig.
De meeste dieren worden gevangen nabij de DuitsNederlandse grens als gevolg van (toenemende?) instroom uit Duitsland. Sporadisch wordt een zwervend dier elders in het land aangetroffen. In 2013 waren er 487 vangsten, in 2014 steeg dit aantal naar 1.044, in 2015 is het aantal vangsten verder toegenomen (Dolf Moerkens, UvW, persoonlijke mededeling). In de Biesbosch kwam de soort voor maar lijkt eliminatie succesvol na jaren van bestrijding.
23
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Waarden die deze soort in Nederland bedreigt Inheemse soorten
x
Inheemse ecosystemen
x
Natura 2000 – doelen
x
Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen
x
Afwatering en aanvoer van water Waterkeringen en erosiebestendige dijkbegroeiing
x
Volksgezondheid
x
Economie Recreatie Ambitie voor Nederland Voorkomen dat beverratten graafschade toebrengen aan dijken, kades en oevers is de belangrijkste ambitie. Deze ambitie is te realiseren door vroegtijdige signalering en eliminatie van beverratten. Maatregelen Beverratten worden in Nederland al actief bestreden door muskusrattenbestrijders onder verantwoordelijkheid van de waterschappen. Doel hierbij is eliminatie. De bestrijding van beverratten gebeurt alleen met levend vangende kooien om bijvangst van met name bevers en otters te voorkomen. De gevangen dieren worden over het algemeen met een luchtdrukwapen gedood.
24
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Overzicht van de acties; verantwoordelijkheidsverdeling en ingeschatte kosten Actie
1. Surveillance
Wie trekt?
- Surveillance vormgeven, bijvoorbeeld via
NVWA
Signaleringsproject Exoten 2. Eliminatie a)
- Eliminatie (continu proces)
Wie
Ingeschatte kosten
ondersteunt?
per geval (€)
PGO’s,
-
Geschat
Gemiddelde
aantal acties kosten per jaar per jaar
(€)
-
2.500–5.000 a)
terreinbeheerders Waterschappen
1.000.000
Dit is surveillance die naast de activiteiten van de waterschappen wordt georganiseerd.
25
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Rosse stekelstaart (Oxyura jamaicensis) Ambitie Het voldoen aan de internationale afspraken om de wereldwijd bedreigde witkopeend te beschermen Acties 1.
Opzetten surveillancesysteem
2.
Effectiever maken van de huidige aanpak
3.
Rapid response na waarnemingen
Foto: Hans van der Meulen. Bron: Nederlands soortenregister
Huidige verspreiding in Nederland en de EU
Nederland
Huidige situatie EU
Potentiële situatie EU
(Deuzeman et al, 2014)
De rosse stekelstaart wordt gehouden door particulieren. Het is waarschijnlijk dat aanwezige rosse stekelstaarten in de Nederlandse wateren zijn ontsnapt of uitgezet. Ook is het mogelijk dat een deel van de eenden uit Engeland, waar een grote populatie is, naar ons land is gekomen. Situatie in 2017: In Nederland zijn tientallen rosse stekelstaarten aanwezig in wateren, o.a. op de Loenderveense plas, het Markiezaat, randmeren en de Starrevaart. Overwegingen De rosse stekelstaart is genetisch verwant aan de wereldwijd bedreigde witkopeend. Deze komt in Spanje voor. De rosse stekelstaart kan kruisen met de witkopeend waardoor bij aanwezigheid van beide soorten in hetzelfde gebied, de witkopeend zal verdwijnen (Cranswick en Hall, 2010). Hierdoor is de rosse stekelstaart de grootste bedreiging van het voortbestaan van de witkopeend. Binnen de Bern Conventie is, al voordat de Unielijst er was, afgesproken de rosse stekelstaart actief te bestrijden om te voorkomen dat dezen eenden zich verder verspreiden naar Spanje en de witkopeend doen verdwijnen. Waarden die deze soort in Nederland bedreigt Geen Ambitie voor Nederland Het voldoen aan de internationale afspraken om de wereldwijd bedreigde witkopeend te beschermen. Deze ambitie is te realiseren door vroegtijdige signalering en eliminatie.
26
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Maatregelen De NVWA heeft in Nederland afspraken gemaakt met provincies en FBE’s over de bestrijding van de rosse stekelstaart. De snelheid en slagvaardigheid van de huidige bestrijdingsopzet laat echter te wensen over. Om een effectieve bestrijding te krijgen is een anders aangestuurde en uitgevoerde bestrijding nodig. Afschot met geweer is de meest effectieve bestrijdingsmethode. In Vlaanderen levert het schieten op lange afstand met kogelgeweer en speciale munitie goede resultaten op. In Nederland is gebleken dat afschot met hagelgeweer in combinatie met de inzet van geluid en lokkers effectief kan zijn. In Engeland worden geluidsdempers gebruikt om de effectiviteit te vergroten. Aanvullend op afschot zijn levend vangen en behandeling van de eieren met olie mogelijke maatregelen. Communicatie met stakeholders en bevolking is belangrijk om draagvlak voor maatregelen te vergroten en de acties goed te laten verlopen.
27
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Overzicht van de acties; verantwoordelijkheidsverdeling en ingeschatte kosten Actie
1. Surveillance
Wie trekt?
- Surveillance vormgeven, bijvoorbeeld via
Wie
Ingeschatte kosten
ondersteunt?
(€)
Geschat
Gemiddelde
aantal acties kosten per jaar per jaar
(€)
NVWA
PGO’s
-
-
2.500–5.000
NVWA
PGO’s
-
-
10.000
Provincies
NVWA, EZ,
-
-
-
50.000-100.000 a)
-
-
Signaleringsproject Exoten - Gerichte surveillance (uitvoering wintertelling)
2. Effectievere opzet huidige organisatie
- Effectievere bestrijdingsopzet afspreken en organiseren
terrein- en waterbeheerders
3. Rapid response
- Uitvoering geven aan afgesproken effectievere
Provincies
NVWA
bestrijdingsorganisatie door eliminatie van in het wild voorkomende exemplaren a)
Ingeschatte kosten die gemaakt moeten worden om de huidige aanwezige rosse stekelstaarten te elimineren, mits er een effectieve bestrijdingsorganisatie wordt opgetuigd.
28
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
2. Unielijstsoorten onder Artikel 19 - beheersaanpak
29
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Waterwaaier (Cabomba caroliniana)
Ambitie Zoveel mogelijk voorkomen dat deze soort N2000- en KRWdoelen bedreigt, de afwatering belemmert en schade toebrengt aan inheemse soorten, ecosystemen en recreatie Acties 1. Opzetten surveillancesysteem 2. Vroegtijdige opsporing en uitroeien (nieuwe populaties)
Foto: Johan van Valkenburg
3. Beheersaanpak van huidige populaties
Bron: NVWA
4. Onderzoek
Huidige verspreiding in Nederland en de EU
Nederland (FLORON, c)
Huidige situatie EU
Potentiële situatie EU
Waterwaaier is in Nederland gekomen via de handel in aquariumplanten. Situatie in 2017: waterwaaier komt voor op een aantal locaties, verspreid over heel Nederland. Overwegingen Cabomba caroliniana verdringt onder bepaalde omstandigheden ondergedoken waterplanten en heeft effect op ecosystemen door lichtinterceptie en doordat uit de bodem opgenomen nutriënten bij afbraak in de waterkolom terechtkomen. Afsterven van de planten kan leiden tot zuurstoftekort en daardoor een hogere beschikbaarheid van fosfaat. Op plekken waar deze soort veel voorkomt (zoals in Nederland al het geval is in o.a. het Vechtplassengebied) ondervinden pleziervaart, zwemrecreatie en hengelsport hinder. Cabomba belemmert de doorstroming en waterafvoer in watergangen (Matthews et al, 2013). Op diverse plekken in Nederland is eliminatie van waterwaaier niet meer mogelijk. Waarden die deze soort in Nederland bedreigt Inheemse soorten
x
Inheemse ecosystemen
x
Natura 2000 – doelen
x
Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen
x
Afwatering en aanvoer van water
x
Waterkeringen en erosiebestendige dijkbegroeiing Volksgezondheid
30
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Economie Recreatie
x
Ambitie voor Nederland Zoveel mogelijk voorkomen dat deze soort N2000- en KRW-doelen bedreigt, de afwatering belemmert en schade toebrengt aan inheemse soorten, ecosystemen en recreatie. Deze ambitie is te bereiken door een beleid van vroegtijdig opsporen en waar mogelijk lokaal uitroeien, en elders schade te beheersen. Het realiseren van deze ambitie vergt een gezamenlijke inspanning van provincies, waterschappen en terreinbeheerders. Provincies hebben een regierol. Provincies bespreken bijvoorbeeld specifiek met terreinbeheerders waar eliminatie van Cabomba in geïsoleerde wateren aan de orde is, in natuurgebieden of elders. Waterschappen zijn verantwoordelijk voor de bestrijding van Cabomba in hun wateren. Deze waterschapsverantwoordelijkheid is er omdat Cabomba o.a. de doorstroming en waterafvoer belemmert en overlast veroorzaakt. Vanuit oogpunt van efficiëntie is het wenselijk dat op provinciaal niveau afstemming van activiteiten plaatsvindt bij voorkeur op watersysteemniveau. Maatregelen Bij Cabomba geldt de volgende globale aanpak als de meest effectieve: Kleine (bekende en nieuwe) populaties vroegtijdig opsporen en uitroeien. Dit is alleen mogelijk in een heel vroeg stadium van populatievorming en met voorzorgsmaatregelen om verdere verspreiding te voorkomen. Bij niet-uitroeibare populaties: beheersen.
Bij Cabomba is het erg belangrijk om een watersysteemaanpak te volgen: het gehele watersysteem dient als een geheel te worden aangepakt, bij voorkeur met één regievoerder. Als dat niet gebeurt, wordt de aanpak minder effectief en nemen bestrijdingskosten fors toe. Waar mogelijk is het belangrijk deze invasieve exoot uit het gehele watersysteem te elimineren, inclusief handmatige nazorg. Slechts lokaal is met forse inspanning eliminatie te bereiken. Elders is beheersing aan de orde, gericht op het beperken van populatieomvang en schade. Uitroeien Uitroeien van Cabomba is mogelijk in kleinere (geïsoleerde) waterlichamen, door deze vanaf de kant af te dekken, te schonen, uit te baggeren of droog te leggen. Beheersen Afhankelijk van de dimensies van de watergang, waterbodem en type watersysteem zijn er verschillende beheerstrategieën mogelijk, o.a. hydro-venturi, maaikorf of maaiboot. Van belang is het verspreiden van fragmenten zoveel mogelijk te voorkomen en in de weken na de werkzaamheden herhaaldelijk te controleren op achtergebleven planten en deze bij ontdekking meteen handmatig te verwijderen. Ondiepe oevers kunnen twee groeiseizoenen afgedekt worden. Communicatie Tuineigenaren mogen Unielijstplanten houden onder voorwaarde dat deze zich niet vermeerderen en verspreiden. Communicatie richting particuliere (inclusief botanische) tuineigenaren is belangrijk.
Het verplicht opleggen van maatregelen tegen verspreiding is aan de orde bij situaties waarbij het water in de tuin in open verbindingen staat met oppervlaktewater in de omgeving.
31
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Onderzoek Op te pakken onderzoeksvragen i.r.t. Cabomba: 1) Hoe zijn habitats weerbaarder te maken tegen dominatie van Cabomba? 2) Is biologische bestrijding van Cabomba effectief? De snuitkever Hydrotimetes natans is een mogelijke kandidaat voor biologische bestrijding.
32
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Tabel 1. Gemelde Cabomba-waarnemingen in de periode 2014 – juni 2017 (NB. Overzicht is nog niet compleet).
1
2
Locatie
GPS a)
Provincie
Sumar - Tytsjerksteradiel
53.169,
Friesland
(onzekere waarneming)
6.001
De Wilp – Marum
53.117,
(Wilpstervaart tussen De Wilp
6.257
Beschrijving
# gemelde
Jaar van
Link
locatie
planten
melding
Sloot?
enkele
2016
https://waarneming.nl/waarneming/view/121558698
Friesland
Wilpstervaart
100-500
2015
https://waarneming.nl/waarneming/view/109746108
Groningen
zijtak van kanaal
enkele
2014
https://waarneming.nl/waarneming/view/89269571
Groningen
Stadswater?
enkele
2015
https://waarneming.nl/waarneming/view/104909471
Drenthe
Stadsvijver
>1.000
2014-
https://waarneming.nl/waarneming/view/123953336
Drenthe
Stadsvijver
>1.000
2014-
en Jonkersvaart) 3
Stadskanaal - H.J.
53.000,
Kniggestraat e.o.
6.931
4
Musselkanaal - centrum
52.929,
5
Hoogeveen - Krakeel
52.721,
6
Hoogeveen - Venesluis
52.714,
7.012
6.507
2017
6.469 7
Oranjekanaal
52.878,
2016 Drenthe
Kanaal
>1.000
6.614 8
9
Schaarsbergen - Groot
52.014,
Warnsborn
5.852
Ede
52.036,
https://waarneming.nl/waarneming/view/122759175
2014-
https://waarneming.nl/waarneming/view/87888345
2017 Gelderland
Ven? (onduidelijk)
enkele
201-6
https://waarneming.nl/waarneming/view/123268252
Gelderland
Stadsvijver
enkele
2014
https://waarneming.nl/waarneming/view/85729096
Gelderland
Gracht
100
2014-
https://waarneming.nl/waarneming/view/105349165
5.665 10
Tiel - Centrum
51.887, 5.430
11
12
Breda - Hoogeinde e.o.
2015
51.590,
Noord-
Sloot
Stroomgebied Molenleij
4.828
Brabant
Sliedrechtse Biesbosch -
51.811,
Zuid-
Sloot bij de
2014-
https://waarneming.nl/waarneming/view/124036192
2016
Polder Stededijk
4.794
Holland
Beneden Merwede
13
Loosdrechtse plassengebied
Groot
Utrecht
Meren, kanalen,
14
Lutjebroek
52.703,
Noord-
Sloot in waterrijk
5.210
Holland
gebied
gebied
>1.000
100
2016
https://waarneming.nl/waarneming/view/124459456
>1.000
2014-
https://waarneming.nl/waarneming/view/121782136
e.d.
2017 diverse
2014
http://waarneming.nl/waarneming/view/70045327
33
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Overzicht van de acties; verantwoordelijkheidsverdeling en ingeschatte kosten Actie
1. Surveillance
Wie trekt?
- Surveillance vormgeven, via
NVWA
Wie
Ingeschatte kosten
ondersteunt?
(€)
Geschat
Gemiddelde
aantal acties kosten per jaar per jaar
(€)
PGO’s
-
-
2.500–5.000
Waterschappen,
-
-
-
???
???
???
???
???
???
Signaleringsproject Exoten en NEM 2. Regievoeren
- Binnen provincie activiteiten afstemmen met
Provincies
alle partijen, bij voorkeur op
terreinbeheerders
watersysteemniveau 3. Beheersaanpak – waar mogelijk
- Geïsoleerde wateren die onder beheer van
NVWA Terreinbeheerders
Provincies
terreinbeheerders vallen
vroegtijdige eliminatie, elders beheersen van
- Wateren die onder beheer van waterschappen
Waterschappen
vallen
schade 4. Communicatie tuineigenaren
- Informeren over eisen EU-verordening, met
NVWA
RVO
-
-
Uren
Provincie
NVWA, RVO
-
-
Uren
NVWA
Partners meerjarig
100.000-150.000
-
-
name gericht op voorkomen verspreiding - Maatregelen (laten) nemen of opleggen gericht op voorkomen verspreiding
5. Onderzoek
- Biologische bestrijding - Weerbaarder maken habitats
bestrijdingsproject invasieve waterplanten
34
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Chinese wolhandkrab (Eriocheir sinensis)
Ambitie Zo mogelijk lokale schade aan biodiversiteit en oevers beperken Acties -
(Commerciële) bevissing buiten de gesloten Foto: Jelger Herder
dioxinegebieden
Bron: Nederlands Soortenregister
Huidige verspreiding in Nederland en de EU
Nederland
Huidige situatie EU
Potentiële situatie EU
(waarneming.nl)
Hoewel in andere gebieden waar de Chinese wolhandkrab is terechtgekomen graafschade aan oevers en mogelijke competitie met andere bodemvoedseletende soorten wordt vermeld (Rudnick et al., 2000; Veldhuizen and Stanish, 2002), lijkt de impact op de biodiversiteit en overige schade door de Chinese wolhandkrab in Nederland beperkt (Soes et al., 2007). Situatie in 2017: De Chinese wolhandkrab komt in Nederland wijdverspreid voor, maar slechts lokaal in hoge aantallen. Overwegingen Impact op de biodiversiteit en overige schade door de Chinese wolhandkrab komt in Nederland beperkt voor op lokale schaal. Het gaat hierbij vooral om negatieve effecten op vegetaties van ondergedoken waterplanten. De Chinese wolhandkrab komt in Nederland wijdverspreid voor, maar slechts lokaal in hoge aantallen. Waarden die deze soort in Nederland bedreigt Inheemse soorten
x
Inheemse ecosystemen Natura 2000 – doelen Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen Afwatering en aanvoer van water Waterkeringen en erosiebestendige dijkbegroeiing
x
Volksgezondheid Economie Recreatie
35
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Ambitie voor Nederland Zo mogelijk lokale schade aan biodiversiteit en oevers beperken. Maatregelen Sinds 2016 is de ‘Vrijstellingsregeling bevissing Chinese wolhandkrab en uitheemse rivierkreeften’ van kracht (Staatscourant, 2016). Voor de wijdverspreide, niet uitroeibare Chinese wolhandkrab biedt EU-verordening 1143/2014 de mogelijkheid om bevissing in te zetten als bestrijdingsmaatregelen, mits deze activiteiten plaatsvinden in het kader van een nationaal beheersprogramma. De vrijstellingsregeling geeft hieraan invulling door voor bevissing in binnenwateren en kustwateren vrijstelling te geven van het verbod op het houden, vervoeren, in de handel brengen en gebruiken of uitwisselen van deze soorten. In samenhang met de bevissing wordt de vrijstelling ook verleend voor de daaropvolgende opslag, de daaropvolgende handel, het daaropvolgende transport, het daaropvolgende houden, gebruiken of vernietigen van de opgeviste dieren, en alle onmiddellijk daarmee samenhangende handelingen. De bepalingen van de visserijregelgeving blijven onverkort van kracht, zoals bijvoorbeeld het niet mogen bevissen van de Chinese wolhandkrab in wateren die in verband met de verontreiniging van dioxines en PCB’s voor de visserij op wolhandkrab permanent zijn gesloten (zie onderstaande figuur), aangewezen middelen voor bevissing en administratieplicht.
Er zijn geen effectieve eliminatiemaatregelen bekend voor de Chinese wolhandkrab in Nederland (De Hoop et al, 2016). Omdat de dieren een groot deel van het jaar in open watersystemen leven is eliminatie onmogelijk. In de literatuur zijn ook geen praktisch toepasbare beheersmaatregelen bekend met een goede effectiviteit (De Hoop et al, 2016). In theorie valt te denken aan: a) massaal wegvangen en b) aangepast peilbeheer in peilvakken.
Figuur. Gesloten gebieden voor vissen op onder andere Chinese wolhandkrab (situatie december 2014)
36
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Grote waternavel (Hydrocotyle ranunculoides) Ambitie Zoveel mogelijk voorkomen dat deze soort N2000- en KRW-doelen bedreigt, de afwatering belemmert en schade toebrengt aan inheemse soorten, ecosystemen en recreatie Acties 1. Opzetten surveillancesysteem 2. Beheersaanpak
Foto: Johan van Valkenburg
3. Onderzoek
Bron: NVWA
Huidige verspreiding in Nederland en de EU
Nederland (FLORON, d)
Huidige situatie EU
Potentiële situatie EU
Grote waternavel is in Nederland gekomen door de handel in vijverplanten. Handel en bezit zijn in Nederland al meerdere jaren verboden. Situatie in 2017: grote waternavel komt wijdverspreid voor in heel Nederland. Overwegingen Grote waternavel groeit zeer snel en is in staat hele waterlichamen met een dichte mat van stengels te overgroeien, waardoor aanwezige inheemse waterplanten worden verdrongen. De afname van licht- en zuurstofgebrek in het water is ook schadelijk voor de inheemse waterfauna. Verder kunnen de dichte matten van grote waternavel de doorstroming van watergangen belemmeren. De plantenmassa kan losraken en zich ophopen bij gemalen, stuwen en andere waterwerken. Ook wordt de kans op een overstroming vergroot. De recreatieve mogelijkheden, zoals zwemmen, pleziervaart en hengelsport, nemen af (Hussner et al, 2012). Grote waternavel komt wijdverspreid voor in Nederland en wordt al actief bestreden door waterbeheerders. Waarden die deze soort in Nederland bedreigt Inheemse soorten
x
Inheemse ecosystemen
x
Natura 2000 – doelen
x
Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen
x
Afwatering en aanvoer van water
x
Waterkeringen en erosiebestendige dijkbegroeiing Volksgezondheid Economie Recreatie
x 37
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Ambitie voor Nederland Zoveel mogelijk voorkomen dat deze soort N2000- en KRW-doelen bedreigt, de afwatering belemmert en schade toebrengt aan inheemse soorten, ecosystemen en recreatie. Deze ambitie is te bereiken door een beleid van vroegtijdig opsporen en waar mogelijk lokaal elimineren, en elders schade te beheersen. Het realiseren van deze ambitie vergt een gezamenlijke inspanning van provincies, waterschappen en terreinbeheerders. Provincies hebben een regierol. Provincies bespreken bijvoorbeeld specifiek met terreinbeheerders waar eliminatie van grote waternavel in geïsoleerde wateren aan de orde is, in natuurgebieden of elders. Waterschappen zijn verantwoordelijk voor de bestrijding van grote waternavel in hun wateren. Deze waterschapsverantwoordelijkheid is er omdat grote waternavel o.a. de doorstroming en waterafvoer belemmert en overlast veroorzaakt. Vanuit oogpunt van efficiëntie is het wenselijk dat op provinciaal niveau afstemming van activiteiten plaatsvindt bij voorkeur op watersysteemniveau. Maatregelen Bij grote waternavel geldt de volgende globale aanpak als de meest effectieve: Kleine (bekende en nieuwe) populaties vroegtijdig opsporen en uitroeien. Dit is (bij open watersystemen) alleen mogelijk in een heel vroeg stadium van populatievorming en met voorzorgsmaatregelen om verdere verspreiding te voorkomen. Bij niet-uitroeibare populaties: beheersen.
Bij grote waternavel is het erg belangrijk om een watersysteemaanpak te volgen: het gehele watersysteem dient als een geheel te worden aangepakt, bij voorkeur met één regievoerder. Als dat niet gebeurt, wordt de aanpak minder effectief en nemen bestrijdingskosten fors toe. Waar mogelijk de soort uit het gehele watersysteem elimineren, inclusief handmatige nazorg. Slechts lokaal is met forse inspanning eliminatie te bereiken. Elders is beheersing aan de orde, gericht op het beperken van populatieomvang en schade. In het beginstadium van populatievorming en in het vroege voorjaar is handmatige verwijdering effectief. In een later stadium van populatievorming resteert alleen machinale verwijdering. Als strenge vorst verwacht wordt kan het effectief zijn het waterpeil te verlagen, zodat grote waternavelplanten in de oever afsterven. Communicatie Tuineigenaren mogen Unielijstplanten houden onder voorwaarde dat deze zich niet vermeerderen en verspreiden. Communicatie richting particuliere (inclusief botanische) tuineigenaren is belangrijk. Het verplicht opleggen van maatregelen tegen verspreiding is aan de orde bij situaties waarbij het water in de tuin in open verbindingen staat met oppervlaktewater in de omgeving.
Onderzoek Biologische bestrijding van grote waternavel is een kansrijke (kostenefficiënte) bestrijdingsoptie die verder onderzocht kan worden (Verbrugge et al, 2015), o.a. met de kever Listronotus elongatus.
38
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Overzicht van de acties; verantwoordelijkheidsverdeling en ingeschatte kosten Actie
1. Surveillance
Wie trekt?
- Surveillance vormgeven, via
NVWA
Wie
Ingeschatte kosten
ondersteunt?
(€)
Geschat
Gemiddelde
aantal acties kosten per jaar per jaar
(€)
PGO’s
-
-
2.500–5.000
Waterschappen,
-
-
-
???
???
???
???
???
???
Signaleringsproject Exoten en NEM 2. Regievoeren
- Binnen provincie activiteiten afstemmen met
Provincies
alle partijen, bij voorkeur op
terreinbeheerders
watersysteemniveau 3. Beheersaanpak – waar mogelijk
- Geïsoleerde wateren die onder beheer van
NVWA Terreinbeheerders
Provincies
terreinbeheerders vallen
vroegtijdige eliminatie, elders beheersen van
- Wateren die onder beheer van waterschappen
Waterschappen
vallen
schade 4. Communicatie tuineigenaren
- Informeren over eisen EU-verordening, met
NVWA
RVO
-
-
Uren
Provincie
NVWA, RVO
-
-
Uren
NVWA
Partners meerjarig
50.000 – 75.000
-
-
name gericht op voorkomen verspreiding - Maatregelen (laten) nemen of opleggen gericht op voorkomen verspreiding
5. Onderzoek
- Biologische bestrijding
bestrijdingsproject invasieve waterplanten
39
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Verspreidbladige waterpest (Lagarosiphon major) Prioriteit NL: HOOG Ambitie Zoveel mogelijk voorkomen dat deze soort N2000- en KRW-doelen (in de toekomst) bedreigt, de afwatering belemmert en schade toebrengt aan inheemse soorten, ecosystemen en recreatie Acties 1. Opzetten surveillancesysteem 2. Vroegtijdige opsporing en uitroeien (nieuwe populaties) 3. Beheersaanpak van huidige populaties
Foto: Ben Kieft Bron: Q-bank
Huidige verspreiding in Nederland en de EU
Nederland (FLORON, e)
Huidige situatie EU
Potentiële situatie EU
Verspreidbladige waterpest is in Nederland gekomen door de handel in aquarium- en vijverplanten. Situatie in 2017: verspreidbladige waterpest komt op veel plekken in Nederland voor, met name in stedelijke gebieden. Overwegingen In landen met wat mildere winters dan Nederland, zoals Ierland, veroorzaakt verspreidbladige waterpest grote negatieve effecten op inheemse planten, vissen en andere dieren. Verspreidbladige waterpest verhoogt de pH-waarde in kleine afgesloten wateren, waardoor andere waterplanten verdwijnen. Bij overvloedige groei raken watergangen en waterinlaten verstopt. De plant veroorzaakt dan hinder voor de scheepvaart en beperkt recreatieve mogelijkheden (zwemmen, hengelsport) en heeft hierdoor een negatieve invloed op toerisme. Verspreidbladige waterpest overleeft de Nederlandse winters, maar de reductie in biomassa is fors. Hierdoor is op dit moment de schade zoals die in Ierlands wordt waargenomen nog niet aan de orde in Nederland. Dit zou op termijn echter kunnen veranderen bij verdergaande klimaatverandering (Matthews et al, 2012). Mede hierdoor is het wel van belang deze soort effectief aan te pakken. In het Drents-Groningse grensgebied is de mogelijkheid van eliminatie niet meer waarschijnlijk zonder draconische maatregelen. Elders is dat meestal nog wel mogelijk.
Waarden die deze soort in Nederland bedreigt Inheemse soorten
x
Inheemse ecosystemen
x
40
Soortenbijlage bij masterplan aanpak van gevestigde invasieve exoten (art. 19 soorten)
Natura 2000 – doelen
Mogelijk
Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen
Mogelijk
Afwatering en aanvoer van water
x
Waterkeringen en erosiebestendige dijkbegroeiing Volksgezondheid Economie Recreatie
x
Ambitie voor Nederland Zoveel mogelijk voorkomen dat deze soort N2000- en KRW-doelen (in de toekomst) bedreigt, de afwatering belemmert en schade toebrengt aan inheemse soorten, ecosystemen en recreatie. Deze ambitie is te bereiken door een beleid van vroegtijdig opsporen en waar mogelijk lokaal elimineren, en elders schade te beheersen. Het realiseren van deze ambitie vergt een gezamenlijke inspanning van provincies, waterschappen en terreinbeheerders. Provincies hebben een regierol. Provincies bespreken bijvoorbeeld specifiek met terreinbeheerders waar eliminatie van verspreidbladige waterpest in geïsoleerde wateren aan de orde is, in natuurgebieden of elders. Waterschappen zijn verantwoordelijk voor de bestrijding van verspreidbladige waterpest in hun wateren. Deze waterschapsverantwoordelijkheid is er omdat verspreidbladige waterpest o.a. de doorstroming en waterafvoer belemmert en overlast veroorzaakt. Vanuit oogpunt van efficiëntie is het wenselijk dat op provinciaal niveau afstemming van activiteiten plaatsvindt bij voorkeur op watersysteemniveau. Maatregelen Bij verspreidbladige waterpest geldt de volgende globale aanpak als de meest effectieve: Kleine (bekende en nieuwe) populaties vroegtijdig opsporen en uitroeien.