CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-07-27 Bijlage 2 Was-wordt tabel APV'21.docx

Besluitvormende raad 7 oktober 2021, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: APV 202114.911 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

b.

c.

3.

speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder c, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend; speelgelegenheden waarvoor de raad van bestuur van de kansspelautoriteit bevoegd is vergunning te verlenen; speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen , of de handeling als bedoeld in artikel l, onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.

De burgemeester weigert de vergunning:

WAS

WORDT a.

indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woonen leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid;

b.

c.

indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan. De burgemeester kan de vergunning weigeren in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Toelichting: Redactionele verbetering conform VNG-model Afdeling 8 11 Maatregelen tegen overlast, gevaar of schade en baldadigheid Toelichting: Afdelingen en titels worden gehanteerd conform VNG-model Artikel 2:48a Verboden gebruik lachgas

Het is verboden in het openbaar gebied lachgas te gebruiken als daardoor hinder ontstaat voor personen of de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

Het is verboden op een openbare plaats distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken.

WAS

WORDT

Toelichting: 1. 2.

tekstuele verbetering. Ondanks dat in de ledenbrief van 14 mei 2020 vanuit de VNG wordt beschreven hoe gemeenten om kunnen gaan met het oneigenlijk gebruik van lachgas en de bestaande juridische mogelijkheden om overlast aan te pakken. Het kabinet heeft aangekondigd dat lachgas wordt geplaatst op de lijst behorende bij de Opiumwet. Op dit moment is dat nog niet gerealiseerd. Toch heeft de gemeente mogelijkheden om op te treden tegen oneigenlijk gebruik van lachgas zonder lachgas apart te benoemen in de APV. In de APV staan namelijk diverse algemene bepalingen om overlast tegen te gaan, die ook gelden voor overlast dat wordt veroorzaakt door lachgas. Het gaat hierbij om de artikelen 2:47 (hinderlijk gedrag op openbare plaatsen), 2:49 (verboden gedrag in of bij gebouwen), 2:50 ( hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten), 2.74 ( drugshandel op straat) en 2.74a (openlijk drugsgebruik). Het opnemen van een specifieke bepaling voor lachgas heeft als nadeel dat alleen kan worden gehandhaafd als kan worden aangetoond dat er sprake is van verkoop of gebruik. Dit blijkt in praktijk lastig te zijn om concreet aan te kunnen tonen dat de hinder of overlast daadwerkelijk is veroorzaakt door lachgas. Het specifiek opnemen van een artikel voor lachgas heeft daarom geen toegevoegde waarde.

Ook het gebruik van lachgas in een onderneming is handhaafbaar conform de artikelen 2:25 (evenementenvergunning), 2:28 ( exploitatie openbare inrichting) en 5:18 (standplaatsvergunning).

Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1.

Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde.

2.

Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.

Toelichting: In artikel 2:50a wordt een verbod ingesteld voor openbare plaatsen en in voor publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. Strafbaarstelling van het verbod vindt plaats in artikel 6:1. Voor het geval van samenloop met de strafbaarstelling in het Wetboek van Strafrecht (met name relevant na het onherroepelijk worden van een rechterlijke uitspraak) is voorzien in een anti-samenloopbepaling (tweede lid).

Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur [gereserveerd]

[vervallen]

Toelichting: 1. dit artikel is niet meer opgenomen in het VNG-model Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren [gereserveerd]

[vervallen]

WAS

WORDT

Toelichting: Dit artikel is niet meer opgenomen in het VNG-model Artikel 2:56 Alarminstallaties [gereserveerd]

[vervallen]

Toelichting: 1.dit artikel is niet meer opgenomen in het VNG-model Artikel 2:57 Loslopende honden 1.

Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond aangelijnd is; De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet voor zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of een sociale hulphond laat begeleiden of als een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of een sociale hulphond

1.

a.

3.

Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a.

3.

binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zonder dat die hond aangelijnd is; De verboden genoemd in het eerste lid onder a tot en met d gelden niet voor zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of een sociale hulphond laat begeleiden of als een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of een sociale hulphond

Toelichting: Redactionele verbetering. Volgens het huidige onderdeel b geldt een verbod voor honden op de weg indien ze niet aangelijnd. Dus op andere openbare plaatsen dan de weg mag een hond niet aangelijnd lopen, behalve op een krachtens onderdeel a genoemde plaats/aangewezen plaats. De wijziging breidt het verbod voor nietaangelijnde honden uit tot andere plaatsen binnen de bebouwde kom dan de weg, zoals parken en plantsoenen of andere voor publiek openstaande plaatsen. Dat past ook beter bij de uitzondering in het tweede lid, waar wordt gesproken over ‘aangewezen plaatsen’. Artikel 2:59 Gevaarlijke honden b.

Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op het terrein van een ander: a.

anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt;

1.

Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.

2.

De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden, met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die:

3.

WAS

WORDT b.

c.

d.

anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf nadat het college aan

c.

de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijn en muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt.

d.

Onverminderd het bepaalde artikel 2:57, eerste lid onder d c, geldt voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien moet zijn van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar identificatiekenmerk in het oor of de buikwand. In het eerste lid wordt verstaan onder: a. muilkorf: een muilkorf vervaardigd van stevige kunststof, of van stevig leer of van beide stoffen, die door middel van een stevige leren riem rond de hals zodanig is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is en die zodanig is ingericht dat de drager geen mens of dier kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn; b.

vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen; door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en

e.

4.

zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn. Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder d, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.

kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet langer is dan 1,50 meter.

Toelichting: Artikel opgesteld conform VNG-model. Artikel 2:61 Wilde dieren [gereserveerd]

[vervallen]

Toelichting: Dit artikel is niet meer opgenomen in het VNG-model Artikel 2:64 Bijen 7.

Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wegenverordening Noord-Brabant 2006..

4.

Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de geldende omgevingsverordening van de provincie NoordBrabant.

WAS

WORDT

Toelichting: Correcte verwijzing naar de regelgeving. Sinds 25 oktober 2019 is de geldende omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant vastgesteld dat de volgende verordeningen vervang: de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen Afdeling 9 12 Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen (Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op horecabedrijven) onder artikel 2:32).

[vervallen, opgenomen in artikel 2:32]

Toelichting: a. b.

Afdelingen en titels worden gehanteerd conform VNG-model Redactionele verbetering conform VNG-model

Afdeling 10 13 Vuurwerk Artikel 2:71 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit ) van toepassing is

In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit

Toelichting: Redactionele verbetering conform VNG-model Artikel 2:73a Carbidschieten 2.

De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod in de periode van 31 december 10.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daaropvolgende jaar.

Toelichting: Op 17 december 2020 is de wijziging APV 2019 Gemeente Geertruidenberg vastgesteld voor de artikelen 2:73a en 2:73b. Het besluit had betrekking op de noodzaak om de gezondheidszorg in Nederland te ontlasten in het kader van de bestrijding van COVID-19, de verwachting dat het schieten met carbid een aanzuigende werking heeft waardoor samenkomsten ontstaan die we in het kader van de bestrijding van COVID-19 willen voorkomen en het landelijk verbod op het afsteken van vuurwerk waardoor mensen carbid gaan schieten en daarvoor de kennis en kunde niet hebben waardoor de kans op ongelukken en extra druk op de gezondheidszorg zou ontstaan. In de motie van 17 december 2020 verzoekt Lijst Langermans en Lijst Smit om het verbod op carbidschieten terug te draaien per 2 januari 2021. In het raadsvoorstel van 17 december 2020 is expliciet benoemd dat de aanpassing van de APV van tijdelijke aard is. In 2021 wordt de APV herzien en dan wordt ook het artikel over carbidschieten aangepast. Door in de APV op te nemen dat de burgemeester ontheffing verleent van het verbod op carbidschieten kan de burgemeester telkens een afweging maken of het wel/niet mag. Dit geldt ook als er bijvoorbeeld landelijk allerlei maatregelen gelden zoals afgelopen jaarwisseling en voorkomt dat we jaarlijks de APV moeten aanpassen op onverwachte situaties.

WAS

WORDT

Artikel 2:73b Vervoeren of bij zich hebben van carbid of soortgelijke stoffen 3.

Het verbod is niet van toepassing als de burgemeester ontheffing heeft verleend op het verbod conform artikel 2:73a tweede lid.

Toelichting: Wijziging op basis van ontheffingsmogelijkheid conform artikel 2:73a. Afdeling 12 15 Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in: -

De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in:

artikel 2:11 het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg)

-

artikel 2:11 ((Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg)

Toelichting: De titel van de verwijzing naar het APV-artikel is gecorrigeerd. 2:81 sluiting voor publiek toegankelijke lokalen en/of erven 1.

De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten, als daar:

1.

De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten, als daar: d. Discriminatie heeft plaatsgevonden op grond van ras, geslacht, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook; of

Toelichting: Conform handreiking APV en ondermijning en APV Amsterdam. De burgemeester heeft de bevoegdheid om in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden, de gehele of gedeeltelijke sluiting te bevelen. In de aanpak naar ondermijning kan deze sluitingsbevoegdheid betekenisvol zijn. Deze sub. Is ook toegevoegd in artikel Samenscholing en ongeregeldheden waarbij het specifiek gaat om samenscholing bij een openbare plaats, waarbij het hier betreft om publieke gebouwen of bij een gebouw behorend erf. Op grond van dit artikel kan de burgemeester het publiek toegankelijke gelegenheid sluiten als daar wordt gehandeld in strijd of andere feiten plaatsvinden die tot het oordeel leiden dat het open blijven van de gelegenheid ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde. Het betreft hier niet om een straf op te leggen, maar is gericht op het herstel van de openbare orde die in gevaar wordt gebracht door feiten en omstandigheden die in de inrichting plaatsvinden. De burgemeester trekt het sluitingsbevel in als de voortzetting van de sluiting niet langer nodig is. De burgemeester beoordeelt of dat het geval is.

Van belang hierbij is onder meer de bereidheid en de bekwaamheid van de exploitant om aantoonbaar en daadwerkelijk maatregelen te nemen om herhaling van het gebeurde te voorkomen, bij voorbeeld door herinrichting van het bedrijf, verscherping van het toelatingsbeleid of het aannemen van (ander) personeel.

WAS

WORDT

Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Afdeling 1 Geluidhinder en verlichting Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting Artikel 4:1 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer; f. geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wetgeluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting; g. geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende inrichting;

In deze afdeling wordt verstaan onder: a. Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer f. geluidsgevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; g. geluidsgevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer;

Toelichting: 1. 2.

De begripsbepalingen zijn op alfabetische volgorde geplaatst; Correcte verwijzing naar de regelgeving. Sinds 1 januari 2013 is de Activiteitenbesluit milieubeheer de officiële benaming voor het Nederlands besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer.

Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 1.

De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 3.

8.

In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer van de volgende delen: Geertruidenberg, Raamsdonk en Raamsdonksveer. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening- uiterlijk om 01.30 uur te worden beëindigd.

1.

De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet voor de volgende collectieve festiviteiten: a. De zeven dagen waarop carnaval wordt gevierd; b. Koningsnacht; c. De twee dagen waarop de kermis plaatsvindt; d. De twee dagen waarop de Veerse dag plaatsvindt; e. De twee dagen waarop de Dollemansdagen plaatsvindt; en f. Oudejaarsavond- en nacht 3. Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. 8. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening- uiterlijk om 01.30 uur te worden beëindigd.

WAS

WORDT

Toelichting: 1. 2.

De verwijzingen naar het Activiteitenbesluit zijn gecorrigeerd. Op grond van artikel 4:2 van de Algemene Plaatselijke verordening Geertruidenberg 2019 (APV) is het mogelijk om ontheffing van de geluidsnormen van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Barim) te verlenen. Burgemeester en wethouders wijzen daarvoor dagen aan waarop de geluidsnormen overschreden mogen worden. Op deze collectieve dagen mag dan geen sprake zijn van onduldbare hinder. Op dit moment worden de collectieve dagen jaarlijks aangewezen en vastgesteld. Het opnemen van de collectieve festiviteiten in de APV zorgt voor administratieve lastenvermindering en duidelijkheid naar ondernemers en burgers. Bij het beoordelen welke collectieve dagen vastgesteld worden in de APV is gekeken welke collectieve festiviteiten de afgelopen vijf jaar terugkerend zijn.

Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten 1. Het is een inrichting toegestaan maximaal 8 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.

1.

Het is een inrichting toegestaan maximaal 8 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.

8. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening uiterlijk om 01.30 uur beëindigd.

8.

Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening uiterlijk om 01.30 uur beëindigd.

Toelichting: De verwijzingen naar het Activiteitenbesluit zijn gecorrigeerd. Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten [gereserveerd]

[vervallen]

Toelichting: 1. De burgemeester heeft deze (autonome) bevoegdheid op grond van artikel 174 van de Gemeentewet, waarbij is bepaald dat de burgemeester is belast met de uitvoering van verordeningen voor zover deze betrekking hebben op het toezicht op de voor publiek openstaande gebouwen en andere openbare vermakelijkheden. Die bevoegdheid van de burgemeester hoeft in de verordening niet te worden herhaald. Artikel 4:6 Overige geluidhinder 3.

Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening NoordBrabant

3.

Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de. Geldende omgevingsverordening van de provincie NoordBrabant

WAS

WORDT

Toelichting: Correcte verwijzing naar de regelgeving. Sinds 25 oktober 2019 is de Geldende omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant vastgesteld dat de volgende verordeningen vervang: de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. Artikel 4:6c (Geluid)hinder door motorvoertuigen en bromfietsen e.d. 1. 2. 3.

Het is verboden zonder noodzaak met een motorvoertuig of een bromfiets hinder te veroorzaken . Het is verboden zonder noodzaak de motor van een motorvoertuig in werking te hebben. De verboden gelden niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of de Wegenverkeerswet.

Het is verboden buiten een inrichting zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder ontstaat.

Toelichting: Redactionele verbetering conform VNG-model Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen Gereserveerd

vervallen

Toelichting: Dit artikel is niet meer opgenomen in het VNG-model Artikel 4:16 Eisen aan niet-vergunningsplichtige handelsreclame

Gereserveerd

vervallen

Toelichting: Dit artikel is niet meer opgenomen in het VNG-model Afdeling 5 Kamperen buiten kampeerterreinen Artikel 4:17 Begripsbepaling gereserveerd

Toelichting:

In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

WAS

WORDT

Met de deregulering van de APV in 2018 is deze afdeling geschrapt. Met het oog op gezondheid en brandveiligheid en de niet-vergunningsplichtige activiteiten op scholen en sportverenigingen is het wenselijk om heldere regels en voorwaarden mee te geven aan de organisatoren voor het veilig verloop. In praktijk blijkt dat er steeds meer vraag is om bij activiteiten (al dan niet vergunningsplichtig) te willen overnachten. Met de afschaffing van de Wet op de Openluchtrecreatie (WOR) op 1 januari 2008 is geadviseerd om deze afdeling op te nemen in de APV ter voorkoming van ongewenste situatie. 2. De toegevoegde tekst is conform VNG-model

Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen

gereserveerd

1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd. 2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; of b. een stadsgezicht. 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing

Toelichting: Zie toelichting onder artikel 4:17 Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen

gereserveerd

c. d.

Toelichting: Zie toelichting onder artikel 4:17

Artikel 4:18, eerste lid, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen genoemd in artikel 4:18, vierde lid.

WAS

WORDT

Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente Afdeling 1 Parkeerexcessen en stopverbod 1.

Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend: a. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; b. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon. Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.

1.

b.

4.

4.

Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; of b.

2.

4. 5.

het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend: a. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; of b. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon. Het college kan ontheffing van het verbod verlenen. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing op dit artikel.

Toelichting: 1. 2.

Afdelingen en titels worden gehanteerd conform VNG-model Redactionele verbeteringen conform VNG-model

Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a.

3.

Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wegenverordening Noord-Brabant 2006 of de provinciale landschapsverordening.

Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Geldende omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant of de provinciale landschapsverordening.

Toelichting: Correcte verwijzing naar de regelgeving. Sinds 25 oktober 2019 is de Geldende omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant vastgesteld dat de volgende verordeningen vervang: de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen

WAS

WORDT 3.

paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing op dit artikel.

Toelichting: Redactionele verbetering conform VNG-model Afdeling 3 Venten Artikel 5:14 Begripsbepaling 2.

Onder venten wordt niet verstaan: b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22;

2.

Onder venten wordt niet verstaan: b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22;

2.

Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;

Toelichting: De verwijzing naar de Gemeentewet is gecorrigeerd. Afdeling 4 Standplaatsen Artikel 5:17 Begripsbepaling 2.

Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;

Toelichting: De verwijzing naar de Gemeentewet is gecorrigeerd Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden

2. 3.

Het college kan de vergunning weigeren wegens strijd met een geldend bestemmingsplan. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd: a. Indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand;

2.

Het college kan de vergunning weigeren wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.

3.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als: a. de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand;

WAS

b.

WORDT

Indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.

b.

een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang.

4.

Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

1.

Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, of de Geldende omgevingsverordening van de provincie NoordBrabant

Toelichting: Redactionele verbetering conform VNG-model

Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen

1.

Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, of de Wegenverordening Noord-Brabant 2006.

Toelichting: Correcte verwijzing naar de regelgeving. Sinds 25 oktober 2019 is de Geldende omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant vastgesteld dat de volgende verordeningen vervang: de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht

[gereserveerd] Toelichting: Dit artikel is niet meer opgenomen in het VNG-model Artikel 5:32 Crossterreinen

[vervallen]

WAS 1.

WORDT Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een

1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen,

bromfiets te crossen, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben

buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainingsof proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben

Toelichting: Redactionele verbetering conform VNG-model. Deze redactionele verbetering is toegevoegd omdat er in gemeenten terreinen zijn waar incidenteel een paar uurtjes gecrost wordt met brommers. Het crossen is puur recreatief, dus niet ter voorbereiding op wedstrijden. Om hiertegen te kunnen optreden bij klachten over (geluids)overlast is het crossen buiten wedstrijdverband aan het eerste lid toegevoegd. Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

[gereserveerd]

1.

Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

2.

Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de Geldende omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant

3. 4.

5.

Toelichting:

WAS

WORDT

Voor het reguleren van de openbare orde- en veiligheidsaspecten bij bijvoorbeeld een popverbranding tijdens Carnaval is het noodzakelijk om een ontheffing te verlenen op grond van de APV. Artikel 10.63, eerste lid, van de Wm beperkt zich alleen tot de bescherming van het milieuhygiënische belang en biedt geen mogelijkheid om de ontheffing te weigeren, indien de openbare orde en veiligheid in het geding is. Bovendien kunnen de voorschriften verbonden aan een dergelijke ontheffing alleen dienen ter bescherming van het belang van het milieu. Artikel 5:34 vult daarom voor wat betreft deze aspecten de Wm aan. Artikel 5:34, tweede lid, biedt de mogelijkheid om – naast de ontheffing op grond van de Wm – een ontheffing te verlenen, waarin de aspecten van openbare orde en veiligheid worden geregeld. Er ligt dus een ander motief ten grondslag aan de APV dan aan de Wm. Tevens wordt het college de mogelijkheid geboden om aan deze ontheffing voorschriften te verbinden die het belang van de openbare orde en veiligheid beogen te beschermen. Denk hierbij aan dat het stoken geen gevaar, schade of hinder mag opleveren voor de omgeving of de afstand tot bepaalde bouwwerken. In het tweede lid is een aantal uitzonderingen opgenomen op het verbod in het eerste lid. Hierbij zijn de volgende punten van belang.

In de eerste plaats valt verlichting door middel van kaarsen, fakkels, sfeervuren – waarbij geen afvalstoffen worden verbrand -, zoals terrashaarden en vuurkorven of vuur voor koken, bakken en braden, niet onder het nieuwe regime van de Wm. Er is immers geen sprake van het verbranden van afvalstoffen buiten inrichtingen. Vervolgens mag er geen sprake zijn van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving. Vooral binnen de bebouwde kom kunnen klachten ontstaan over overlast of hinder door met name terrashaarden en vuurkorven. De aanhef van het tweede lid biedt dus een handvat om handhavend op te treden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=d2884e36-9773-4cb0-9a0b-1e38c9e459fd