CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-07-27 Bijlage 2 Was-wordt tabel APV'21.docx

Besluitvormende raad 7 oktober 2021, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: APV 202114.911 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage 1 Was-wordt-tabel wijziging Model Algemene plaatselijke verordening Gemeente Geertruidenberg. In de tabel wordt eerst aangegeven welk artikel(onderdeel) wijzigt met daarbij een verwijzing naar het bijbehorende wijzigingsbesluit. In de linkerkolom (‘WAS’) staat de bestaande tekst, waarbij de woorden en leestekens die wijzigen cursief en dikgedrukt zijn gezet. In de rechterkolom (‘WORDT’) staat de nieuwe tekst, waarbij de nieuwe woorden en leestekens vet zijn gedrukt. Onder elke wijziging staat een korte toelichting.

WAS

WORDT

Artikel 1:1 (begripsbepalingen) -

bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet; gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet; openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b;

-

-

-

bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Toelichting: 1. de begripsbepalingen zijn op alfabetische volgorde geplaatst; 2. de verwijzing naar de Woningwet en de Wet openbare manifestaties zijn gecorrigeerd. 3. redactionele verbetering conform VNG-model Artikel 1:3 Indiening aanvraag Gereserveerd

vervallen

Toelichting: 1. artikel is conform VNG-model vervallen. Als het artikel elders is opgenomen wordt er naar dat artikel verwezen. Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: a. b.

c.

indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a.

ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

b.

op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

c.

WAS d.

WORDT indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt of gedurende een

d.

daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e.

van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of

e.

de houder dit verzoekt.

indien de houder dit verzoekt.

Toelichting: 1. Redactionele verbetering conform VNG-model Artikel 1:7 Termijnen 2.

De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd indien het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.

2.

De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.

Toelichting: 1. Redactionele verbetering conform VNG-model Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1.

De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden geweigerd in het belang van: a. b. c. d.

de openbare orde; de openbare veiligheid; de volksgezondheid; de bescherming van het milieu.

1.

2.

De vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

Toelichting: 1. redactionele verbetering conform VNG-model Artikel 1:9 Positieve fictieve beschikking wel van toepassing Gereserveerd

vervallen

Toelichting: 1. artikel is conform VNG-model vervallen. Als het artikel elders is opgenomen wordt er naar dat artikel verwezen. Artikel 1:10 Positieve fictieve beschikking niet van toepassing

WAS

WORDT

Gereserveerd

vervallen

Toelichting: Artikel is conform VNG-model vervallen. Als het artikel elders is opgenomen wordt er naar dat artikel verwezen. Hoofdstuk 2 Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu Afdeling 1 Voorkomen of bestrijding van ongeregeldheden Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 2. Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of hij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 5. Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

2. Degene die op een openbare plaats : a.

aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of;

b.

aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of; zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing,

c.

is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 5. Dit artikel geldt niet voor betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 7. Het is verboden op of aan de weg of in een voor publiek toegankelijk gebouw in groepsverband, dan wel afzonderlijk onnodig op te dringen, anderen uit te jouwen of met aanstootgevende taal, gebaren, geluiden of gedragingen dan wel door anderszins uitdagend gedrag, vanuit het oogpunt van onder andere ras, godsdienst, levensovertuiging, seksuele geaardheid, politieke gezindheid, strafrechtelijk verleden, geslacht of gezondheid, anderen te intimideren, dan wel anderszins lastig te vallen of aanleiding te geven tot mogelijke ongeregeldheden

WAS

WORDT

Toelichting: 1. Afdelingen en titels worden gehanteerd conform VNG-model 2. redactionele verbetering conform VNG-model 3. De laatste jaren is het hinderen van hulpverleners, met name brandweer en ambulancepersoneel een toenemend probleem. Het is een pijnlijk om te constateren dat er soms politie nodig is om anderen beroepsmatig hun beroep uit te oefenen om andere te helpen. Dit artikel biedt een handvat om verwijderingsbevelen te geven en om diegenen die daaraan niet voldoen te vervolgen. Met de tijdelijke wet maatregelen covid-19 hebben de Boa’s nu de bevoegdheid om te kunnen handhaven op overlast gevende jongeren in bijvoorbeeld het winkelcentrum. Door lid 7 toe te voegen, hebben de Boa’s, ook na de pandemie, een handvat om te kunnen handhaven. Dit artikel is gebaseerd op het artikel 2.1 lid 7 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Breda. Afdeling 2 Betoging Artikel 2:2 Optochten [gereserveerd]

[ vervallen; opgenomen in artikel 2:25]

Toelichting: 1. Afdelingen en titels worden gehanteerd conform VNG-model 2. artikel is conform VNG-model vervallen. Als het artikel elders is opgenomen wordt er naar dat artikel verwezen. Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen e. voorzover van toepassing, de wijze van samenstelling;

e. voorzover van toepassing, de wijze van samenstelling; en

f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.

f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.

3. Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.

3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.

4. Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip voorafgaande werkdag.

4. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk vóór 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip voorafgaande werkdag.

Toelichting: 1. redactionele verbetering conform VNG-model

Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte stukken Toelichting: 1. Afdelingen en titels worden gehanteerd conform VNG-model

Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de weg

WAS

WORDT

Toelichting: 1. Afdelingen en titels worden gehanteerd conform VNG-model

Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. [gereserveerd]

[ Vervallen, opgenomen in artikel 2:25]

Toelichting: 1. artikel is conform VNG-model vervallen doordat het artikel elders is opgenomen. Verwijzing erbij plaatsen ter verduidelijking.

Artikel 2:8 Dienstverlening [gereserveerd]

[ Vervallen]

Toelichting: 1. artikel is conform VNG-model vervallen. Als het artikel elders is opgenomen wordt er naar dat artikel verwezen. Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie ervan

WAS

WORDT

1.

1.

Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als:

publieke functie daarvan, als dat gebruik:

a.

a.

het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;

b.

2.

3.

4.

5. 6.

7.

8.

Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de

het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 3,5 mtr. breed en 4,5 mtr. hoog wordt gelaten. Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen en uitstallingen en andere voorwerpen. Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:19. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet, of de geldende provinciale wegenverordening. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op dit artikel

2.

3.

4.

schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, het aantal openbare parkeerplaatsen beperkt, dan wel een belemmering kan vormen voor het beheer en onderhoud van de weg; b. hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 3,5 meter breed en 4,5. meter hoog wordt gelaten. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen en uitstallingen en andere voorwerpen. Voor zover ingevolge een bepaling in een provinciale of gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist om: a. in een daarbij aangewezen gedeelte van de provincie of de gemeente roerende zaken op te slaan of b. als eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak in een daarbij aangewezen gedeelte van de provincie of de gemeente toe te staan of te gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen, geldt een zodanige bepaling als een verbod om een project voor zover dat geheel of gedeeltelijk uit die activiteiten bestaat, uit te voeren zonder omgevingsvergunning.

5.

het college kan als bedoeld in het vorige lid een omgevingsvergunning verlenen als: a. de verkeersveiligheid, eventueel met opleggen van maatregelen wordt beschermd; b.

6.

de openbare parkeergelegenheid niet op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; c. het openbaar groen niet op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; d. de belangen van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak niet onevenredig worden aangetast. Het verbod is niet van toepassing op:

WAS

WORDT a. b. c.

Evenementen als bedoeld in artikel 2:24; standplaatsen als bedoeld in artikel.5:17; het plaatsen van bouwafvalcontainers voor maximaal één week op een openbare parkeerplaats;

d.

overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. situatie waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de geldende omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant.

e.

Toelichting: 1.

Met de komst van de Omgevingswet moeten de regels uit de APV die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving voor 2029 zijn opgenomen in Omgevingsplannen. Hierbij wordt een koppeling gemaakt met het Digitaal Stelsel Omgevingswet en de vragenboom. Om alvast vooruit te werken op de komst van de Omgevingsplannen is het noodzakelijk om de regels in de APV op een dusdanige wijze te formuleren dat daaruit straks een vragenboom opgesteld kan worden. Op dit moment is deze ontwikkeling nog niet opgenomen in de laatste VNG-model (gewijzigd model, oktober 2020). Doordat we voornemens zijn om de APV actueel te houden, zullen de komende jaren steeds meer wijzigingen in de APV opgenomen worden die betrekking hebben op de Omgevingswet. Aangezien de gemeente nu geen heldere toetsingskaders heeft geformuleerd in artikel 2:10 zorgt dat voor onduidelijke situaties en verwarringen. Aan de hand van de huidige praktijk, het afhandelen van aanvragen op dit artikel en de APV van de gemeente Altena en gemeente Dongen zijn de toetsingskaders geformuleerd.

2.

In lid 1 is het expliciet openbare parkeerplaatsen benoemd voor het tijdelijk gebruik ter verduidelijking aangezien parkeerplaatsen veelal worden gebruikt voor het plaatsen van tijdelijke bouwcontainers. Het huidige artikellid ontbreekt een toetsingskader. In de modelverordening van de VNG is deze eveneens niet opgenomen. Onduidelijk is op welke wijze een verzoek tot het plaatsen van voorwerpen op/aan de openbare weg wordt getoetst. Ook in de APV’s van de gemeenten Oosterhout en Drimmelen is geen toetsingskader opgenomen. Het voorgestelde toetsingskader sluit aan bij de huidige praktijk en de APV van de gemeenten Altena en Dongen. Door deze toetsingskaders toe te voegen aan de APV werken we alvast vooruitlopend op de Omgevingswet en de DSO. In lid 5 is een uitzondering toegevoegd, namelijk het zeer tijdelijk gebruik van een openbare parkeerplaats voor het plaatsen van bouw(afval)containers. Dit sluit aan bij de huidige praktijk.

3.

4.

Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.

1. Het is verboden zonder of in afwijking van een (omgevings)vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.

3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het uitvoeren van hun publieke taak .

3. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht..

WAS

WORDT

4. Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien

4. Het verbod geldt voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek

door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde verordening.

van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, geldende omgevingsverordening van de provincie NoordBrabant, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde AVOI (Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur) gemeente Geertruidenberg.

5. Voor de toepassing van het eerste lid worden onder weg mede verstaan alle niet-openbare ontsluitingswegen voor gebouwen.

5. Voor de toepassing van het eerste lid worden onder weg mede verstaan alle niet-openbare ontsluitingswegen voor publieke gebouwen. 6. Op de aanvraag om een vergunning, bedoeld in het eerste lid, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Toelichting: 5. 6.

Afdelingen en titels worden gehanteerd conform VNG-model Redactionele verbetering conform VNG-model

7.

Correcte verwijzing naar de regelgeving. Sinds 25 oktober 2019 is de Geldende omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant vastgesteld dat de volgende verordeningen vervang: de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen In lid 5 is expliciet het woord “publieke” toegevoegd. Dit artikel zal met name toegepast worden voor het openbreken van wegen (anders dan in uitvoering van overheden bij publieke taken). In het enkele geval dat dit een niet-openbare ontsluiting vormt regelt het Bouwbesluit 2012 dat gebouwen ontsloten dienen te blijven. In het geval van gebouwen voor particulier gebruik is het aan de uitvoerder van de werkzaamheden en de gebruiker van deze gebouwen om daarover afspraken te maken. Indien sprake is van publieke gebouwen die door niet-openbare wegen worden ontsloten (bijvoorbeeld een fietspad bij een school) raakt dit wel rechtstreeks aan de gemeentelijke basistaken.

8.

Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg

WAS

WORDT

1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een uitweg te maken naar de weg of verandering te

1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. een uitweg te maken naar de weg; b. van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg;

brengen in een bestaande uitweg naar de weg, zoals bedoeld in artikel 2.2 lid 1 sub e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht: a. indien degene die voornemens is een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg daarvan niet van tevoren melding heeft gedaan aan het college, onder indiening van een situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie; b. indien het college het maken of veranderen van de uitweg heeft verboden. 2. Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg: a. indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht; c. indien het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; d. indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en/of de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. 34. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de Wegenverordening NoordBrabant 2006.

c. een verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg, zoals bedoeld in artikel 2.2 lid 1 sub e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht 2. De vergunning kan worden geweigerd in het belang van: a. de bruikbaarheid en het veilige en doelmatig gebruik van de weg; c. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente; e. strijd met het geldend bestemmingplan. 4. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de Geldende omgevingsverordening van de provincie NoordBrabant.

WAS

WORDT

Toelichting: 1.

In de praktijk ontstaat er verwarring over het gebruik van de weg voor in- en uitrijden. Er is daarom bewust gekozen om duidelijke gevallen te benoemen waarin de zogenoemde omgevingsvergunning voor het aanleggen van een “uitweg” noodzakelijk is. Hierbij gaat het ook om het gebruik van de weg voor het in- en uitrijden vanaf de uitweg.

2.

door het helder verwoorden van de toetsingskaders werken we alvast vooruit op de Omgevingswet en de DSO. Er is sprake van een vergunning, waardoor de term “weigeringsgronden” beter gekozen is dan de term “verbieden”. Concreet: a. Ad weigeringsgronden a: dit vervangt de huidige zinsnede indien verkeer in gevaar wordt gebracht, waarbij aanvullend ook het doelmatig gebruik van de weg een rol kan spelen; b. Weigeringsgrond b: geen wijzigingen c. Ad weigeringsgrond c: een vergunning kan ook worden geweigerd indien het uiterlijk aanzien van de omgeving wordt aangetast. Indien hiervan, op advies van de medewerker verkeer mogelijk sprake is, kan bij de beoordeling daarvan kan de commissie ruimtelijke kwaliteit een oordeel worden gevraagd; d. Ad weigeringsgrond d: de bescherming van groenvoorzieningen van de gemeente is in het voorstel breder geformuleerd dan de huidige tekst ‘indien openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast’. In de huidige praktijk ontstaat discussie wanneer sprake is van ‘onaanvaardbare aantasting’. Als voorbeeld noemen wij hier het verzoek tot verbreding van een bestaande inrit door een gemeentelijke grasstrook. Met het oog op de beleidsdoelstellingen rondom klimaatadaptatie is het wenselijk een oprit vaak niet breder te maken, indien deze reeds functioneert.

De huidige regeling biedt echter onvoldoende houvast daarvan, omdat bijvoorbeeld geen sprake is van openbaar groen. e.

3. 4.

Ad weigeringsgrond e: het voorstel is strijd met het geldende bestemmingsplan als weigeringsgrond toe te voegen. In de huidige praktijk blijkt dat een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘aanleggen van een uitweg’ vaak niet geweigerd kan worden, omdat geen sprake is van één van de weigeringsgronden. Wel is regelmatig sprake van strijd met het bestemmingsplan, omdat de gewenste parkeerplaats waarvoor de inrit/uitweg wordt aangelegd binnen de bestemming ‘Tuin’ of ‘Groen’ ligt. Dat betekent dat tevens een vergunning noodzakelijk is voor het ‘afwijken van het bestemmingsplan’. Omdat enkel het gebruik van grond daarvoor dient te worden gewijzigd en geen sprake is van wijzigen van het gebruik in een bouwwerk, geeft de wetgever slechts beperkte mogelijkheden hiervoor. Initiatiefnemers dienen daarvoor een uitgebreide procedure te doorlopen. Het is voor initiatiefnemers duidelijker indien beide activiteiten kunnen worden geweigerd op deze grond. Dat betekent wel dat bij het opstellen van bestemmingsplannen hiermee rekening dient te worden gehouden indien parkeren op eigen terrein wel wenselijk of zelfs noodzakelijk is.

redactionele verbetering conform VNG-model 4. correcte verwijzing naar de regelgeving. Sinds 25 oktober 2019 is de Geldende omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant vastgesteld dat de volgende verordeningen vervang: de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen

Afdeling 6 Veiligheid op de weg Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid [gereserveerd]

[ vervallen]

WAS

WORDT

Toelichting: 1. Afdelingen en titels worden gehanteerd conform VNG-model 2. artikel is conform VNG-model vervallen. Als het artikel elders is opgenomen wordt er naar dat artikel verwezen.

Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp [gereserveerd]

Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.

Toelichting: 1.

Indien door bomen of planten het uitzicht zodanig wordt belemmerd dat de verkeersveiligheid in het gedrang komt, kan het college op basis van zijn bevoegdheid om bestuursdwang toe te passen ex artikel 125 van de Gemeentewet, een last opleggen om de bomen of beplanting te verwijderen of te snoeien. Volgens deze bepaling is het verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar oplevert. ‘Wegverkeer’ kan daarbij breed worden gelezen. Het is bijvoorbeeld ook mogelijk dat een gevaarlijke situatie ontstaat doordat overstekende voetgangers het zicht wordt belemmerd. Uit de praktijk blijkt dat beplanting van particulieren veelal een gevaar vormen of belemmering zijn voor het wegverkeer. De Boa’s hebben aangegeven dat zijde afgelopen periode veelvuldig meldingen hebben gekregen van bewoners dat de verkeerssituatie onveilig is door het niet bijhouden van particuliere hagen. Het niet snoeien van hagen en beplanting kan zorgen voor gevaarlijke situaties voor het wegverkeer. Voornamelijk bij kruispunten en onoverzichtelijke bochten. Ook vanuit de verkeersadviseur wordt geadviseerd om dit artikel weer in de APV op te nemen, zodat daarop gehandhaafd kan worden en de verkeerssituaties veiliger worden.

2.

De toegevoegde tekst is conform VNG-model

Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen [gereserveerd]

1. Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duin- en recreatiegebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan: a.

te roken gedurende een door het college aangewezen periode; b. voor zover het de openlucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3˚, van het Wetboek van Strafrecht.

WAS

WORDT

Toelichting: 1.

2.

Met de deregulering in 2018 is dit artikel eruit gehaald. Door de extreme weersomstandigheden de afgelopen jaren en daarmee ook de kans op bosbranden is het wenselijk om, voornamelijk bij recreatiegebieden, een rookverbod in te stellen voor een aangewezen periode. Daarbij kan tegelijkertijd ingespeeld worden op het verzorgen van een rookvrije generatie. Op 24 juli 2020 verscheen vanuit de VNG een publicatie waarin aangegeven is hoe gemeenten in de APV een verbod op roken in of rond openbare gebieden kan regelen. Hierbij is duidelijkheid gegeven over de bevoegdheden voor het aanwijzen van rookvrije plekken. De gemeente speelt een belangrijke rol in het rookvrij maken van terreinen en plekken waar kinderen aanwezig zijn. Vooral in de zomerperioden in natuurgebieden, parken en bij het water. Op verzoek van de Boa’s en de brandweer is het wenselijk om dit artikel weer toe te voegen aan de APV. De toegevoegde tekst is conform VNG-model

Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp Gereserveerd

vervallen

Toelichting: Artikel is conform VNG-model vervallen. Als het artikel elders is opgenomen wordt er naar dat artikel verwezen. Artikel 2:20 Vallende voorwerpen Gereserveerd

Vervallen

Toelichting: artikel is conform VNG-model vervallen. Als het artikel elders is opgenomen wordt er naar dat artikel verwezen. Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 2. Het bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht. Toelichting: Redactionele verbetering conform VNG-model Afdeling 3 Evenementen Artikel 2:24 Begripsbepaling

2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.

WAS

WORDT

1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke

1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van

verrichting van vermaak, met uitzondering van: b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet; 2. Onder evenement wordt mede verstaan: c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de weg; f. een straatfeest of een buurtbarbeque op één dag (klein evenement) g. snuffelmarkten en rommelmarkten

vermaak, met uitzondering van: b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef onder g, van de Gemeentewet; g. niet-betaalde sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: c. een optocht, niet zijnde een betoging op de weg als bedoeld in artikel 2:3; f. een straatfeest of een buurbarbeque op één dag; g. snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22

Toelichting: 1. 2.

de verwijzing naar artikel 160 Gemeentewet is gecorrigeerd de verwijzing naar artikel 5:22 van deze verordening is gecorrigeerd.

3.

Toevoeging niet-betaalde sportwedstrijden. Bij betaalde sportwedstijden ligt het niveau van de topsporters hoger en is de kans op grote groepen toeschouwers (van buitenaf) groot. Hiervoor is het noodzakelijk om een vergunning af te geven om de openbare orde en veiligheid te kunnen waarborgen en voorschriften te kunnen verbinden aan de wedstrijd. Een voorbeeld is de wedstrijd RFC – NAC in 2019 waarbij grote groepen toeschouwers (van buitenaf) op het evenement afkomen.

Artikel 2:25 Evenement

WAS 2. 3.

4.

WORDT Geen vergunning is vereist voor een klein evenement. Het bestuursorgaan kan in nadere regels bepalen wanneer er sprake is van een klein evenement. De burgemeester kan binnen 14 dagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

2.

Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (hierna: Besluit BGBOP), aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit BGBOP.

3.

4.

Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen; b. het evenement tussen 10.00 en 23.00 uur plaatsvindt; c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 10.00 of na 23.00 uur; d. het evenement geen belemmering en gevaar vormt voor het verkeer en de hulpdiensten, waarbij rekening gehouden moet worden dat gebouwen op maximaal 40 meter bereikbaar moeten zijn voor hulpdiensten; e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een maximale oppervlakte van 16m2 per object; f. er een organisator is; g. de organisator ten minste 14 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. De burgemeester kan binnen 14 dagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt

WAS

WORDT

Toelichting 1. 2.

3.

redactionele verbetering conform VNG-model. Op grond van artikel 2.1 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (hierna: Besluit BGBOP) is het onder bepaalde omstandigheden verboden om zonder of in afwijking van een gebruiksmelding bij het bevoegd gezag een plaats of gedeelte daarvan in gebruik te nemen of te gebruiken, tenzij daarvoor een evenementenvergunning vereist is in het kader waarvan de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit BGBOP, overlegd moeten worden. Door het artikel te benoemen moeten organisatoren bij de aanvraag van een evenementenvergunning de gegevens overleggen die noodzakelijk zijn voor een gebruiksmelding op grond van artikel 2.1, derde lid van het Besluit BGBOP. Er hoeft dan geen afzonderlijke gebruiksmelding meer gedaan te worden, deze wordt geïntegreerd in de evenementenvergunning. verwijzing naar het besluit brandveiligheidseisen en basishulpverlening overige plaatsen conform VNG-model. In het derde lid is het toetsingskader weergegeven voor het organiseren van een klein evenement. Hierdoor worden er heldere kaders geschept en wordt er vooruitlopend op de evenementennota en de omgevingswet met de DSO gewerkt. De eisen van een klein evenement zijn conform landelijke richtlijnen opgesteld. Daarnaast draagt dit bij aan de lastenvermindering voor de burgers en het stimuleren van lokale, kleinschalige activiteiten.

Artikel 2:26 Ordeverstoring 2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechtelijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod van lid 2 geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.. Toelichting: Het Openbaar Ministerie heeft bij de rechter civiele verboden gevraagd en gekregen tegen enkele motorclubs. Een groot aantal leden is gedurende een reeks van jaren betrokken bij tal van verboden en grotendeels ook ernstig verwijtbare criminele gedragingen. Deze veelvuldige en voortdurende inbreuken op de openbare orde ontwrichten de samenleving of kunnen deze ontwrichten. Ze vormen een wezenlijke aantasting van de veiligheid van de samenleving en de vrijheid van burgers om naar eigen inzicht deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer. Door de frequentie van de (criminele) gedragingen van een groot aantal leden van deze organisaties, en als gevolg van de intimidatie die van het optreden door leden van een duidelijk herkenbare groep als deze uitgaat, is sprake van uitstraling van deze gedragingen naar een wijdere kring van niet-betrokken burgers.

Het is vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid niet acceptabel dat in de publieke ruimte nog uiterlijk vertoon plaatsvindt dat verband houdt met dergelijke verboden en ontbonden organisaties, gelet op de intimidatie die daarvan uitgaat of uit kan gaan. Deelneming aan de voortzetting van dergelijke organisaties, waaronder uiterlijk vertoon kan worden begrepen, is strafbaar gesteld in artikel 140, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Deze strafbaarstelling geldt echter pas op het moment dat de uitspraak van de rechter onherroepelijk (definitief) is geworden. Zolang de mogelijkheden van hoger beroep en cassatie nog openstaan en niet zijn afgewikkeld, kan tegen dergelijk uiterlijk vertoon dus niet op grond van het Wetboek van Strafrecht handhavend worden opgetreden. Dit ondanks het feit dat een civielrechtelijk verbod al wel in werking kan zijn getreden middels uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de uitspraak.

WAS

WORDT

Om toch te kunnen optreden tegen de aanwezigheid van dit uiterlijk vertoon in de publieke ruimte, vanwege de impact die dat heeft op de openbare orde, wordt een verbodsbepaling opgenomen in de APV. Deze bepaling houdt in dat het verboden is om bij evenementen zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of ontbonden is vanwege strijd met de openbare orde. Het kan bijvoorbeeld gaan om de naam, logo’s, spreuken, kleding en andere aanduiding op motoren. Strafbaarstelling van het verbod vindt plaats in artikel 6:1. Afdeling 4 Toezicht op openbare inrichtingen Artikel 2:27 Begripsbepalingen c.

Exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;

d.

leidinggevende: 1°.de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de inrichting wordt uitgeoefend; 2°.de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan een onderneming, waarin het bedrijf wordt uitgeoefend in een of meer inrichtingen; 3°.de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de exploitatie van een inrichting;

Toelichting: 1. Definities conform Drank- en Horecawet Alcoholwet Artikel 2:28 At/m F Exploitatievergunning openbare inrichting 1.

Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

2.

De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed

3.

4.

In aanvulling op het bepaalde in het tweede lid kan de burgemeester categorieën inrichtingen aanwijzen die worden vrijgesteld van de vergunningplicht.

Artikel 2:28A 1.

2.

De vergunning als bedoeld in artikel 2:28, wordt aangevraagd door de exploitant met gebruikmaking van en door de burgemeester vastgesteld formulier. In de aanvraag voor de vergunning en in de vergunning als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid, wordt in ieder geval vermeld of bij overgelegd:

WAS 4.

WORDT De burgemeester kan de vergunning weigeren in het geval en onder de

a.

voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

de persoonsgegevens en een kopie van een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en de leidinggevende(n);

b. c.

d.

e. f.

g.

h.

i.

3.

indien van toepassing de verblijfstitel van de exploitant of leidinggevende(n); een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of leidinggevende(n) gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten; voor welke inrichting en bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt aangevraagd; het adres en telefoonnummer van de inrichting; het nummer van inschrijving van de inrichting in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin de inrichting wordt gevestigd. een gedetailleerde plattegrond met maatvoering van het bedrijf, waarop alle ruimtes zijn aangegeven. bedrijfs- of ondernemingsplan met informatie over het soort activiteiten, de exploitatievorm, doelgroep, de wijze van het tegengaan van overlast bij diverse situaties/scenario’s en een financieel plan.

De burgemeester kan indien hij dat nodig acht voor het beoordelen van de aanvraag verlangen dat aanvullende gegevens worden overlegd.

Artikel 2:28B Weigeringsgronden 1.

2.

De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, als: a.

b.

c.

de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; Redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming is; De exploitant en leidinggevende(n): i. niet 21 jaar of ouder zijn;

WAS

WORDT ii.

niet onder curatele staan, dan wel uit de ouderlijke macht of voogdij ontzet zijn;

iii.

3.

Niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is. iv. binnen 5 jaar voor de aanvraag een inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde, dan wel aantasting van het woon- en leefklimaat, dan wel op grond van artikel 13b van de Opiumwet, gesloten is geweest. d. het nodig wordt geacht in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten De burgemeester kan de vergunning weigeren in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Artikel 2:28C Wijzigingen in inrichting

1. 2.

1.

Indien een inrichting een zodanige verandering ondergaat dat zij niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning gegeven omschrijving, is de vergunninghouder verplicht bedoelde wijziging binnen één maand bij de burgemeester te melden.

2.

De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning als de inrichting aan alle vereisten voldoet.

Artikel 2:28D Aanwezigheid leidinggevende in inrichting Het is verboden een inrichting voor het publiek geopend te houden indien in de inrichting geen leidinggevende aanwezig is die op de vergunning staat vermeld. Artikel 2:28E Intrekkingsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 wordt de vergunning, als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid, door de burgemeester ingetrokken indien: a.

de exploitant of leidinggevende handelt in strijd met de voorschriften die verbonden zijn met de aan de in artikel 2:28, eerste lid, genoemde vergunning;

WAS

WORDT b.

de exploitant of leidinggevende niet voldoet aan de in artikel 2:28B, tweede lid onder c genoemde eisen;

c.

d.

e.

f.

g.

er sprake is van een wijziging in de exploitatie en dit niet is gemeld als bedoeld in artikel 2:28C aannemelijk is dat de exploitant of leidinggevende van de inrichting betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten, bij activiteiten in of vanuit de inrichting die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een bedreiging vormen voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting; zich in of vanuit zijn inrichting anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van de inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde en/of een bedreiging vormt voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting; er sprake is van de omstandigheid en een geval, als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur. de exploitant of leidinggevende van de inrichting toestaat of gedoogt dat in zijn inrichting strafbare feiten worden gepleegd.

Artikel 2:28F Vervallen vergunning Een ingevolge artikel 2:28, eerste lid, verstrekte vergunning vervalt als de exploitatie van de inrichting door de exploitant voor een periode langer dan één jaar is of wordt gestaakt, behalve als dit is ten gevolge van langdurige ziekte van de exploitant.

WAS

WORDT

Toelichting: 1. 2.

lid 2,3 en 4 van de huidige APV worden ondergebracht in de artikelen 2:28A t/m F. de lijst met uitzonderingen is niet limitief. Soms is maatwerk noodzakelijk.

3.

Een horecabedrijf dat alcoholhoudende dranken verstrekt moet naast een exploitatievergunning ook een vergunning krijgen op grond van de Drank- en Horecawet. Alcoholwet. In deze wet staan regels vastgesteld over de indieningsvereisten, leidinggevenden/exploitant, doorgeven van wijzigingen en de intrekkingsgronden. Deze regels gelden op niet voor horecabedrijven waarbij geen alcoholhoudende dranken worden verstrekt. Dit kan gaan om een lunchroom, maar ook om een Sishalounge. Door heldere kaders en regels op te stellen in de APV heeft de gemeente meer bevoegdheden tot het handhaven en het voorkomen van ondermijning in niet alcoholhoudende horecagelegenheden. Omliggende gemeenten zoals de gemeente Tilburg, Breda en Oosthout hebben de regels voor exploitatievergunningen al aangescherpt in de APV. Ook het Regionaal Informatie en Expertisecentrum (hierna: RIEC) adviseert om de persoonlijke intrekkingsgronden en weigeringsgronden conform de Drank- en Horecawet Alcoholwet toe te passen op horecabedrijven waarbij geen alcoholhoudende dranken worden verstrekt. Op deze wijze heeft de gemeente meer bevoegdheden tot het handhaven en het voorkomen van ondermijning. De toegevoegde weigeringsgrond is aan de gemeentelijke praktijk ontleend. Uit jurisprudentie van de Afdeling volgt dat ‘slecht levensgedrag’ een voldoende duidelijke weigeringsgrond is.

Wel is het noodzakelijk dat de burgemeester beleidsregels vaststelt, waaruit voldoende duidelijk blijkt hoe hij deze weigeringsgrond invult. In de toelichting op dit artikel vermelden wij de jurisprudentie. 2:28B Lid d heeft te maken met antecedenten en ondermijning / wet Bibob Artikel 2:28D aanwezigheid leidinggevende in inrichting betreffen de beheerders van een horecabedrijf die ervoor moeten zorgen dat de regels worden nageleefd. Er moet altijd iemand in de lokaliteit aanwezig zijn die verantwoordelijk is voor de activiteiten die op dat moment ondernomen worden in de horecazaak.

4.

5. 6.

Artikel 2:29 Sluitingstijd 7.

Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vijfde lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.

7.

Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, tweede lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.

Toelichting: a.

de verwijzing naar het artikel in de APV is gecorrigeerd. Artikel 2:31 Verboden gedragingen

Het is verboden in een openbare inrichting:

Het is verboden in een openbare inrichting:

b.

zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens, artikel 2:30 eerste lid;

zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens, het eerste lid;

Toelichting: Redactionele verbetering conform VNG-model. Artikel 2:32 Handel in horecabedrijven

WAS

WORDT

[gereserveerd]

De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.

Toelichting: Met de deregulering is dit artikel uit de APV gehaald. Gezien de landelijke trend rondom ondermijning, maar ook de gevolgen van de pandemie voor horecabedrijven is het wenselijk om dit artikel weer in de APV op te nemen. Het betreft een middel in strijd tegen de ondermijning en het helen van goederen. Dit verbod richt zich tegen de exploitant van de inrichting waardoor de gemeente een middel heeft om bij overtreding van het verbod de inrichting (tijdelijk) te sluiten. Het richt zich niet tot de handelaar die zich schuldig maakt aan heling (strafbaar gesteld in artikel 437 Sr.) Artikel 2:34 Ordeverstoring Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.

[vervallen]

Toelichting: Artikel is conform VNG-model vervallen. Afdeling 5 Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet Artikel 2:34 regulering paracommerciële rechtspersonen

WAS

WORDT 2:34 Begripsbepaling In deze afdeling wordt verstaan onder: alcoholhoudende drank, horecabedrijf, horecalokaliteit, inrichting, paracommerciële rechtspersoon, sterke drank, slijtersbedrijf en zwak-alcoholhoudende drank, dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet .Alcoholwet. 2:34A Regulering paracommerciële rechtspersonen 1. paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van sportieve aard verstrekken in geen geval alcoholhoudende drank voor leden en niet leden op: 1. maandag tot en met vrijdag voor 16.00 uur en na 0.00 uur; 2. zaterdag voor 13.00 uur en na 20.00 uur; 3. zondag voor 12.00 uur en na 20.00 uur. 2. Overige paracommerciële rechtspersonen kunnen alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf 12.00 uur tot uiterlijk 0.00 uur ten tijde van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon; 3. Een paracommercieel rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, als dit zou leiden tot oneerlijke mededinging. 2:34B Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven 1. Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank te verstrekken in een inrichting: a.

waarin of in een onderdeel waarvan uitsluitend of in de hoofdzaak geringe etenswaren, zoals belegde broodjes, patates frites en snacks, worden verkocht; b. waarin onderwijs wordt gegeven; c. die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij jeugdorganisaties of– instellingen; d. die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij sportorganisaties of– instellingen; e. die of waarvan een onderdeel in gebruik is als wachtruimte voor passagiers van een openbaar vervoerbedrijf;

WAS

WORDT 2.

De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid aan een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet Alcoholwet voorschriften verbinden en de vergunning beperken tot het verstrekken van zwakalcoholhoudende drank.

2:34C Verbod “Happy hours” Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd. 2:34D Ontheffing 1. De burgemeester kan voor bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard op aanvraag ontheffing verlenen van het in artikel 2:34A gestelde verboden; 2. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend en aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.

Toelichting De artikelen zijn overgenomen in de Verordening Paracommercie gemeente Geertruidenberg, vastgesteld op 17 februari 2014. Door de regels op te nemen in de APV wordt er niet meer onnodig verwezen naar verordeningen die tot verwarring en onduidelijkheden leidt. Daarnaast wordt daarmee het model VNG gevolgd. Toelichting op de wijziging van de artikelen 2:24, 2:28, 2:34a, 2:34c, en het opschrift van Hoofdstuk 2, Afdeling 5: De Drank- en Horecawet is gewijzigd. De gewijzigde wet is per 1 juli 2021 in werking getreden. De wet wordt voortaan aangeduid als Alcoholwet door wijziging van de citeertitel in artikel 49 van de wet . Artikel 2:37 Nachtregister 1.De houder van een inrichting is verplicht een register, als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te houden dat is ingericht volgens het door de burgemeester vastgestelde model.

1.De houder van een inrichting is verplicht een register, als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te houden.

Toelichting: In artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht staat welke gegevens bijgehouden moeten worden daar is geen apart vastgesteld model voor nodig. Deze hebben wij als gemeente ook niet eerder vastgesteld.

WAS

WORDT

Afdeling 10 Toezicht op bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen Artikel 2:38h Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat

Afdeling 10 Toezicht op bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen Artikel 2:38h Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat. 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. Exploitant: natuurlijke persoon of personen of de bestuurder(s) van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; b. Beheerder: de exploitant alsmede andere natuurlijke personen die de algemene of onmiddellijke leiding hebben over de bedrijfsmatige activiteiten; c. Bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor publiek toegankelijk gebouw, of een daarbij behorend perceel, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is. 2. De burgemeester kan gebouwen en bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is. Een gebouw wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een aanwijzing van een gebouw kan zich tot een of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend aangewezen als de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat. 3. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen: a.

In een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw voor door de burgemeester genoemde bedrijfsmatige activiteiten, of b. Indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft. 4. De burgemeester kan een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a. In het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; b. Indien de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; c. Indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met de aanvraag in overeenstemming zal zijn; d. Indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; e. Indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan of een geldende Leefmilieuverordening; f. Indien een of meer beheerders van het bedrijf binnen 3 jaar vóór de indiening van de vergunningaanvraag een bedrijf heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, dat wegens het aantasten van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken.

WAS

WORDT 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid intrekken of wijzigen indien: a. Door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast, of; b. Door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed, of; c. De voorwaarden uit de vergunning niet worden nageleefd, of; d. De exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is, of; e. De exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf danwel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed, of; f. Er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden, of; g. Er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde, of; h. De bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd, of; i. Redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is. 6.

De burgemeester kan de sluiting van het bedrijf bevelen indien een bedrijf in strijd met het verbod uit het derde lid van deze bepaling wordt geëxploiteerd. 7. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het zesde lid van deze bepaling gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven. 8. De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven. 9. Indien er een verandering van omstandigheden optreedt, waardoor er een wijziging van de vergunning dient te komen, moet de exploitant onverwijld een wijzigingsaanvraag indienen. Indien deze aanvraag niet binnen een maand is ingediend na de verandering van omstandigheden, kan de burgemeester de verleende vergunning intrekken. Een vergunning vervalt, wanneer de verlening van een vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden. 10. Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat een op de vergunning vermelde beheerder in het bedrijf aanwezig is. 11.

In afwijking van het derde lid geldt dit verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is.

WAS

WORDT

Toelichting: Vanaf 1 september 2017 is in de gemeente Tilburg een vergunningplicht in werking getreden voor de autoverhuurbranche. Aanleiding om deze vergunningplicht in te voeren was dat uit integrale controles bij autoverhuurbedrijven in 2016 en 2017 bleek dat er op grote schaal de georganiseerde criminaliteit bewust werd gefaciliteerd. Verder bleek uit onderzoek van het bureau TRACK (Toezicht, Rechtspersonen, Analyse, Controle, Kennisgeving) de kans op betrokkenheid van autoverhuurbedrijven bij de facilitering van de onderwereld binnen de provincies Zeeland en Brabant 8 tot 10 maal groter is dan bij vergelijkbare branches in Nederland. Regionaal wordt geadviseerd om de vergunningplicht voor de autoverhuurbranche uit te rollen. Het achterliggende idee van het aanwijzen van een branche is dat de aanvraag voor een exploitatievergunning een handvat biedt om een BIBOB-toets uit te kunnen voeren en in het uiterste geval overgegaan kan worden tot sluiting. Mede met het oog op deregulering zou het beter zijn om alert te zijn op signalen ten aanzien deze branche. Bij signalen en vermoeden van criminele praktijken zou de reguliere aanpak moeten worden toegepast, te weten inbrengen van een handhavingscasus, na goedkeuring, informatiedeling en komen tot een integrale aanpak.

In het kader van de aanpak van ondermijning en ondanks het streven naar deregulering is het wenselijk tijdig maatregelen te kunnen nemen. Het advies is om te kiezen voor de optie om het artikel op te nemen in de APV maar alleen te gebruiken indien de omstandigheden/signalen/trend daarom vragen.

Artikel 2:39 Speelgelegenheden 2.

Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren ofte doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op:

2.

In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet.

a.

3.

Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen.

4.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan. c. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=d2884e36-9773-4cb0-9a0b-1e38c9e459fd