09.5 Wava MidZuid begroting 2025
Tekst van het document
Hierdoor is er een breed draagvlak over de uitkomsten hiervan, wat resulteert in breed politiek draagvlak voor verbeteringen van deze financiering. Er zijn vanuit SZW hierin voorstellen gedaan tot verbetering, maar deze zijn nog niet bekrachtigd. Vorenstaande risico’s dragen in sterke mate een politiek karakter en kunnen niet goed worden gekwantificeerd.
-
De bijdrage per arbeidsjaar waarmee in de begroting is gerekend, is gebaseerd op de septembercirculaire 2023 en bedraagt voor het jaar 2025 € 35.209. Indien de situatie zich voordoet dat landelijk de uitstroom in 2023 en 2024 lager blijkt te zijn dan
Ontwerpbegroting 2025 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 11 april 2024
Pagina 28 van 45
waarmee rekening is gehouden zou het budget verder kunnen dalen. Voor 2025 kan dit risico maximaal € 379.000 bedragen. De kans hierop wordt ingeschat op 50%. -
Het risico bestaat dat de uitstroom van de Wsw-medewerkers bij WAVA ten opzichte van de in het budget berekende blijfkans achterblijft. Door de systematiek van T-1 betekent dit dat WAVA in die omstandigheid voor het verschil van de medewerkers de salarislasten voor één jaar moet voorfinancieren. Het risico voor 2025 wordt ingeschat op maximaal 9 arbeidsjaren (loonkosten € 327.000). De kans dat dit risico zich voordoet wordt ingeschat op 25%.
-
In de brief van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is aangegeven dat er voor 2024 incidenteel extra geld beschikbaar komt voor de infrastructuur van SWbedrijven en dat het voorstel is om dit via de Rijksbijdrage WSW uit te keren. Ook ligt er een voorstel voor een meerjarenbijdrage met instemming van het ministerie van Financiën. Alleen moet er nog een definitief akkoord vanuit de coalitie en de kamer op komen. Het niet akkoord gaan met deze meerjarige financiering geeft een risico van maximaal € 400.000; de kans hierop wordt ingeschat op 50%.
-
Met ingang van 2025 wordt het LIV (lage inkomens voordeel) beëindigd. In het daarmee samenhangende wetsvoorstel is een compensatie opgenomen voor SWbedrijven. In de begroting 2025 is rekening gehouden met een bedrag € 118.000. Aangezien deze compensatie nog niet wettelijk is vastgelegd bestaat het risico dat deze lager uitvalt. In verband met de lopende kabinetsformatie wordt dit risico ingeschat op 50%
Risico’s met betrekking tot de overhead en het exploitatieresultaat: -
Het niet geheel realiseren van de begrote netto-opbrengst. De omzet wordt deels gerealiseerd bij de deelnemende gemeenten en deels op de vrije markt. De mogelijkheden om de begrote omzet te realiseren zijn dan ook afhankelijk van de takenpakketten van onze deelnemende gemeenten en van de economische- en marktsituatie. De begrote omzetten zijn zo goed als mogelijk ingeschat, maar door veranderende omstandigheden bestaat het risico dat deze niet worden gehaald. De omvang van het risico is € 496.000 en de kans van optreden is normaliter minder dan 50%.
-
Voor het realiseren van omzet is het nodig om voldoende mensen te hebben die bij de diverse PMC’s kunnen worden ingezet. De terugloop van het aantal SW-medewerkers heeft hierop een negatief effect. In de begroting is ermee rekening gehouden dat deze terugloop voor een belangrijk deel kan worden gecompenseerd door medewerkers die via Beschut Werk of P-banen instromen, alsmede door de begeleidingsvergoeding die zij meebrengen. Als deze verwachtingen niet uitkomen kan het gaan voorkomen dat opdrachten niet kunnen worden geaccepteerd of teruggegeven moeten worden. Het financieel risico hiervan wordt ingeschat op € 440.000 en de kans daarop wordt geschat op 50%.
Ontwerpbegroting 2025 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 11 april 2024
Pagina 29 van 45
Als alle hier genoemde risico’s (exclusief de risico’s die betrekking hebben op de subsidiesystematiek) zich tegelijk zouden voordoen maal de kans, dan zou dat een bedrag omvatten van € 468.000. Hiertegenover staat een geraamde weerstandscapaciteit na resultaat bestemming 2023 van € 1.871.000, welke naar verwachting terugloopt naar € 1.445.000 begin 2024. Hierbij wordt nog opgemerkt dat de kans dat alle hiervoor genoemde risico’s zich tegelijk zullen voordoen zeer klein is. Door in 2024 een bedrag van € 283.000 als gevolg van een negatieve exploitatie ten laste van de reserves te brengen ontstaat geen bijzonder extra risico voor de continuïteit van de bedrijfsvoering van MidZuid. Hierna is een overzicht opgenomen van het verwachte verloop van de reserves. Overzicht verloop reserves Bedragen * € 1.000
Begrotingsjaar 2025 Saldo 1-1
Bij
Af
Meerjarenraming (saldi 31-12) Saldo 31-12
2026
2027
2028
Algemene reserve Resultaat lopend jaar
1.062 -
-
-
1.062 -
1.062
1.062 -
1.062 -
Totaal reserves
1.062
-
-
1.062
1.062
1.062
1.062
Het saldo per 1 januari 2025 is het reserve bedrag € 1.062.000. Dit bedrag ontstaat uit de algemene reserve per einde 2023 van € 1.771.000 (voor resultaatbestemming 2023) met daarop in mindering gebracht het verwachte negatieve resultaat over 2023 van € 426.000 verminderd met een bedrag van € 283.000 in 2024 op basis van het geprognosticeerde verlies 2024, waarna een saldo resteert dat binnen de bandbreedte van de maximale aan te houden algemene reserve van GR WAVA valt conform het reservebeleid. Voorzieningen Bij het beoordelen van de financiële positie is het ook van belang of de voorzieningen op peil zijn. De GR WAVA beschikt ultimo 2023 over een voorziening voor groot onderhoud. Deze is nader toegelicht, inclusief een overzicht van het verloop, in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. Op grond van de thans aanwezige kennis kan worden geconcludeerd dat de omvang van de voorzieningen toereikend is. Financiële positie en kengetallen Door middel van onderstaande kengetallen wordt inzicht gegeven in de financiële positie van GR WAVA. De netto schuldquote geeft de verhouding weer tussen schulden minus vorderingen en overige opbrengsten. Een netto schuldquote tussen 0% en 90% wordt als normaal beschouwd. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin men in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen.
Dit kengetal geeft het percentage eigen vermogen Ontwerpbegroting 2025 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 11 april 2024
Pagina 30 van 45
weer ten opzichte van het totale vermogen. De minimumnorm voor deze ratio wordt gesteld op 30%. Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Begroting 2025 Kengetallen
Netto schuldquote Netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Verloop van de kengetallen Jaarrek. Begroting: 2023 2024
2025
2026
2027
2028
14,3%
22,5%
21,4%
19,7%
17,6%
38,0%
14,3% 13,8% -2,5%
22,5% 10,7% -1,5%
21,4% 10,8% 0,0%
19,7% 10,6% 0,0%
17,6% 7,4% 0,0%
38,0% 7,6% 0,0%
De netto schuldquote fluctueert de komende jaren. Dit komt doordat in 2024 met uitloop naar 2025 groot onderhoud staat gepland inzake de huisvesting, wat gepaard gaat met een stijging van de schuldquote, doordat de daarvoor gereserveerde gelden in het verleden zijn aangewend voor aflossing op langlopende schulden. In 2028 neemt de netto schuldquote toe als gevolg van de geplande investeringen in energiebesparende maatregelen om tijdig tot een energielabel-A te komen. In de tussenliggende jaren loopt het iets terug door de verwachte stijging van de uitzettingen. De solvabiliteitsratio voldoet nog niet aan de hiervoor genoemde minimumnorm, hetgeen te maken heeft met in het verleden aangetrokken leningen. De daling van de solvabiliteit in 2024 komt voort uit het begrote verlies en eind 2027 door de extra lening voor de investeringen in 2028. Het is bij de GR WAVA niet de bedoeling om structureel (positieve) resultaten te boeken, maar om een sluitende exploitatie te hebben, hetgeen ook tot uitdrukking komt in het kengetal structurele exploitatieruimte.
3.3 Meerjarig risico In de meerjarencijfers is de gemeentelijke bijdrage hoger dan in de herziene begroting 2024. Daarna laat de gemeentelijke bijdrage weer wel een meer stabiele ontwikkeling zien. Op basis van de huidige ontwikkelingen is dat het meest reële beeld. De hogere bijdrage komt voort uit de hogere vaste lasten en iets lager ingeschatte netto omzet als gevolg van de hoge uitstroom in 2024 in combinatie met het gebruik van vroegpensioen- en seniorenregelingen door SWmedewerkers. Deze ontwikkeling zal stabiliseren, ondanks dat de uitstroom met pieken gaat. Dit loopt niet altijd exact gelijk met nieuwe instroom vanuit de Participatiewet. Er vinden uitvoerige gesprekken plaats met het bestuur en de deelnemende gemeenten om tot een passend financieel perspectief te komen. Ook onderzoeksbureau Berenschot is hierbij betrokken om als onafhankelijke externe partij hierop te kunnen reflecteren. Verder wordt er binnen MidZuid steeds gezocht naar mogelijkheden om verdere besparingen te kunnen realiseren. Hiervoor is in 2024 een extern onderzoek afgerond naar de ICT kosten wat heeft Ontwerpbegroting 2025 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 11 april 2024
Pagina 31 van 45
geleid tot een besparing van 10% voor MidZuid. MidZuid onderkent de noodzaak om heel efficiënt georganiseerd te blijven, waarbij strak wordt gestuurd op de inzet van formatieruimte. Een en ander wordt versterkt door het besef dat in 2026 de gemeenten geconfronteerd worden met een korting op hun begroting, onder meer door het afschaffen van de normeringssystematiek en het voornemen van de rijksoverheid om de opschalingskorting vanaf 2026 weer te gaan innen. Op dit moment kan MidZuid nog niet vooruitlopen op de uitkomsten van de lopende gesprekken, vandaar dat deze hogere gemeentelijke bijdragen in de begroting 2025 en de meerjarenraming zijn opgenomen. Dit mede vanuit de gedachte om op een later moment tegenvallende afwijkingen ten opzichte van deze oorspronkelijke begroting 2025 te voorkomen.
3.4 Onderhoud kapitaalgoederen De activiteiten van de GR WAVA zijn erop gericht de kapitaalgoederen, bestaande uit materiële vaste activa, voorraden en vorderingen goed te beheren. Het daartoe noodzakelijke onderhoud zal worden uitgevoerd. Algemeen De GR WAVA heeft de gebouwen aan de Esdoornlaan en Wilhelminakanaal Noord te Oosterhout in eigendom. In 2017 is op basis van een integrale inspectie de onderhoudstoestand opnieuw in beeld gebracht en begin 2021 is de onderhoudsplanning geactualiseerd. Bij het opstellen van de begroting 2025 is de uitvoeringsplanning van het groot onderhoud geactualiseerd en zijn de opgenomen prijzen geïndexeerd. Het plan heeft ook als leidraad gediend voor het begrote bedrag aan uit te voeren onderhoud en als onderbouwing voor het verloop van de voorziening onderhoud. Overigens wordt gestreefd naar optimalisatie van de verhouding tussen kosten en de hinder door werkzaamheden. Dit vindt onder meer plaats door onderdelen te bundelen en zodoende kostentechnische en planning-technische voordelen te behalen. Hierdoor kunnen onderdelen tussen de verschillende jaren doorschuiven. Voorop staat de instandhouding van de activa op het overeengekomen niveau. Financiële consequenties Alle kosten van doorlopend onderhoud aan gebouwen en installaties e.d. worden in de resultatenrekening opgenomen.
In het kader van het groot onderhoud is een voorziening voor het groot onderhoud beschikbaar. Zoals vermeld is in 2017 een inventarisatie van de onderhoudstoestand uitgevoerd, met daaraan gekoppeld een actualisatie begin 2024 van de onderhoudsprognose. Op basis daarvan is de voorziening geactualiseerd; ook zijn de dotaties en onttrekkingen in de begrote cijfers hierop gebaseerd. Onderstaand is een overzicht opgenomen van het verwachte verloop van de voorziening onderhoud.
Ontwerpbegroting 2025 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 11 april 2024
Pagina 32 van 45
Overzicht verloop onderhoudsvoorziening Bedragen * € 1.000
Voorziening onderhoud
Begrotingsjaar 2024 Saldo 1-1
Bij
1.877
291
Meerjarenraming (saldi 31-12) 2025 2026
2027
2028
577
300
Af Saldo 31-12 1.924
244
168
343
3.5 Financiering De GR WAVA is in de afgelopen jaren sterk afhankelijk gebleken van externe financiering. Dit wordt veroorzaakt door het ontbreken van voldoende eigen vermogen. Van het verloop van de langlopende leningen in het begrotingsjaar 2025 kan het volgende overzicht worden gegeven: 1
2
3
4
5
6
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.600.000
begroot 3.000.000
begroot 1.000.000
Ingangsdatum Looptijd tot
12-jun-2020 31-dec-2025
29-dec-2021 29-dec-2026
29-dec-2022 29-dec-2027
28-dec-2023 29-dec-2027
30-dec-2024 29-dec-2029
30-dec-2024 29-dec-2029
Aflossing
op einddatum
op einddatum
op einddatum
op einddatum
op einddatum
op einddatum
0,17%
0,15%
3,31%
2,74%
3,50%
3,50%
Restant bedrag 31 dec. 2024
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.600.000
3.000.000
Aflossing in 2025 Nieuwe lening 2025
-1.000.000
Oorspronkelijk bedrag
Rentepercentage
Restantbedrag 31 dec. 2025
-
-
-
1.000.000
1.000.000
1.600.000
3.000.000
-
Totaal
7.600.000
1.000.000
-1.000.000 1.000.000
1.000.000
7.600.000
Oorspronkelijk was sprake van leningen van totaal € 11 miljoen, waarvan € 5 miljoen ter financiering voor de aankoop van het pand en € 6 miljoen voor verliesfinanciering. Deze laatste lening is in 2014 overgesloten voor een bedrag van € 5 miljoen. Door de aflossingen is de totale schuld eind 2022 teruggelopen tot € 5.600.000. De overige leningen betreffen herfinanciering van de aflossingen op de lening inzake verliesfinanciering, met een uitbreiding van € 600.000 voor de financiering van een investering in het wagenpark, begin 2019 (bestuursbesluit 22 november 2018). De verwachting is dat de aflossingen in de toekomst geherfinancierd zullen worden. Dit komt doordat de reserves op maximaal staan en de bedragen daarboven normaliter aan de deelnemende gemeenten worden terugbetaald. Vanwege het geplande onderhoud is de verwachting dat de schuldpositie in 2024 toe neemt. Het geld dat voor dit onderhoud nodig is, is in het verleden aangewend om de schulden verder af te lossen. In en 2024 staat in totaal voor € 2.000.000 aan onderhoud gepland. Daarnaast is ook een investering nodig om het kantoorpand aan label-C te laten voldoen. Eind 2027 zal een extra lening van € 4 miljoen worden afgesloten voor de dekking van de uitgaven in het pand gedurende 2028 om tijdig tot Ontwerpbegroting 2025 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 11 april 2024
Pagina 33 van 45
een energielabel-A te komen. Bij de BNG is een kredietfaciliteit beschikbaar van € 1 miljoen (met een intradaglimiet van € 1,5 miljoen). Het betalingsverkeer is volledig geautomatiseerd en verloopt middels een systeem van elektronisch bankieren. In lijn met de bepalingen van de wet FIDO is een treasurystatuut beschikbaar dat is geactualiseerd begin 2019. De GR WAVA voldoet aan alle verplichtingen inzake het Schatkistbankieren. Dagelijks wordt het saldo beoordeeld en indien nodig afgestort ten gunste van de centrale overheid. Gelet op de gemaakte afspraken met de deelnemende gemeenten, waarbij de begrote gemeentelijke bijdrage op kwartaalbasis vooraf wordt vergoed, wordt verwacht dat voorlopig geen beroep hoeft te worden gedaan op de kredietfaciliteit bij de BNG. In dit kader moet nog wel worden opgemerkt dat in de begroting rekening is gehouden met opbrengsten in het kader van het LIV en de bonus Beschut werken. Deze opbrengsten moeten worden voorgefinancierd, aangezien de betaling ervan pas plaatsvindt in het jaar volgend op het begrotingsjaar. Geprognosticeerde balans en EMU-saldo In bijlage 4 is de geprognosticeerde balans opgenomen, alsmede de ontwikkeling van het EMU-saldo. Daarnaar wordt verwezen.
3.6 Verbonden partijen Overzicht verbonden partijen De deelnemende gemeenten in de GR WAVA zijn: Altena, Drimmelen, Geertruidenberg en Oosterhout. Daarnaast zijn binnen de gemeenschappelijke regeling de volgende rechtspersonen aanwezig: -
MidZuid B.V., ten behoeve van het aangaan van samenwerkingsverbanden met derden, gericht op de verbetering van de mogelijkheden voor de uitvoering van de doelstelling van de GR WAVA. MidZuid B.V. is voor 100% eigendom van WAVA. Het resultaat van MidZuid B.V. wordt volledig verrekend met de GR WAVA.
-
MidZuid A.I.D. B.V.; is een 100% deelneming van MidZuid B.V. MidZuid A.I.D. B.V. is de entiteit waarin onder meer de werknemers vanuit andere contracten dan de WSW, ambtenaren en het regulier personeel worden verloond. De activiteiten van MidZuid A.I.D. B.V. worden volledig verrekend met MidZuid B.V.
Ontwerpbegroting 2025 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 11 april 2024
Pagina 34 van 45
4.
Begroting 2025 WSP Dongemond
4.1.
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de begroting 2025 van WSP Dongemond. De cijfers zijn gebaseerd op de begroting 2024, waarbij de cijfers zijn geïndexeerd. In het najaar met de herziene begroting 2025 van MidZuid wordt het volledige jaarplan van WSP Dongemond opgenomen.
4.2. Begroting 2025 WSP Dongemond Bedragen * € 1
Begroting 2025
Begroting 2024
KOSTEN Personele kosten voor aansturing, accountmanagement, nazorg en administratieve ondersteuning
808000
763.360
Inhuur jobcoaching bij MidZuid 260 personen * 60% * 3 uur p/p
48000
40.356
Organisatie evenementen
16500
16.000
P.M.
P.M.
19500 51500 52000 19500 44500
19.116 49.914 50.976 19.116 43.542
1059500
1.002.380
Opbrengsten uit externe financieringsbronnen Opbrengsten uren projecten en inzet extern Opbrengst subsidies huisvesting TINT
194.000 50.000
187.018 40.000
Gemeentelijke bijdrage
815.500
775.362
1.059.500
1.002.380
Bijdrage in regionale kosten (participatie-event e.d.) Uitvoeringskosten: Gebruik kantoorruimten Kosten ICT en telefonie Auto- en reiskosten Diversen (kopieerkosten, kantoorbenodigdheden e.d. Kosten overhead Totaal begrote kosten
OPBRENGSTEN
Totaal begrote opbrengsten
Ontwerpbegroting 2025 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 11 april 2024
Pagina 35 van 45
4.3. Toelichting op begroting WSP en verdeling gemeentelijke bijdrage Algemene toelichting op de begroting van WSP In de begroting 2025 zijn bedragen ten opzichte van de begroting 2024 als volgt geïndexeerd: -
De bedragen worden geïndexeerd met 2,8% conform de index ‘prijs bruto binnenlands product’ (pbbp) 2025 uit de septembercirculaire 2023. Voor de indexering van de loonkosten wordt in de begroting 2025 rekening gehouden met een indexering van 5,8% op basis van de loonvoet sector overheid 2025 uit de septembercirculaire van 2023.
Toelichting op kosten Personele kosten De personele kosten hebben betrekking op reguliere medewerkers (totaal 7,75 fte; leiding 0,4 fte, werkgeversadviseurs 5,95 fte en matchers 1,4 fte) en enkele doelgroep medewerkers voor administratieve ondersteuning. Daarnaast is er nog 1 werkgeversadviseur die volledig wordt ingezet voor de arbeidsregio West-Brabant (regio W-B) op de TINT en diens kosten worden vergoed door de regio W-B. Nazorg en jobcoaching bij plaatsing De doelstelling voor 2025 is nog niet bekend, vandaar dat hier voorlopig nog wordt uitgegaan van de doelstelling van 260 duurzame plaatsingen van inwoners uit de deelnemende gemeenten. Dit betreft zowel mensen met een gemeentelijke uitkering op grond van de Participatiewet (60% van het totaal), als mensen met een WW- of Wajonguitkering en vanuit de Wsw. De nazorg geldt voor alle geplaatsten; de kosten van jobcoaching alleen voor mensen met een gemeentelijke uitkering. Voor de jobcoaching worden consulenten van MidZuid ingehuurd. De nazorg wordt uitgevoerd door de matchers, zodat de kosten daarvan onderdeel uitmaken van de personele kosten. Bijdrage in regionale kosten Deze post is ‘PM’ opgenomen, aangezien deze kosten nu nog kunnen worden gedekt uit (tijdelijke) middelen die in de regio West-Brabant beschikbaar zijn.
Er moet rekening mee worden gehouden dat indien in de (nabije) toekomst deze middelen uitgeput raken deze kosten ten laste van de regio Dongemond kunnen gaan komen, echter is hier op dit moment nog geen sprake van. Toelichting op opbrengsten In de begroting is, in lijn met de realisatie in 2023, rekening gehouden met de opbrengst uit externe financieringsbronnen onder meer als kostendekking voor georganiseerde evenementen. De opbrengsten uit projecturen en rechtstreekse inzet bestaan uit gesubsidieerde uren voor innovatie en de rechtstreekste inzet van medewerkers van het WSP Ontwerpbegroting 2025 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 11 april 2024
Pagina 36 van 45
voor de arbeidsmarktregio. De opbrengstsubsidies zijn de overige subsidies die worden ontvangen onder meer voor de dekking van huisvesting voor projecten. Gemeentelijke bijdrage De kosten van het WSP worden gedekt via een aparte gemeentelijke bijdrage. Vanwege de tijdsbesteding aan diverse regionale projecten zijn er regionaal meer opbrengsten behaald die voor kostendekking zorgen, waardoor de totale gemeentelijke bijdrage in de pas blijft lopen qua indexering met MidZuid. Voor de verdeling van de gemeentelijke bijdrage over de deelnemende gemeenten is in de dienstverleningsovereenkomst een verdeelsleutel opgenomen die is gebaseerd: -
voor 2/3 op het aantal bijstandsgerechtigden (bijstand, IOAW, IOAZ)
-
voor 1/3 op het aantal inwoners.
De peildatum voor deze aantallen is 30 juni van het jaar voorafgaande aan het begrotingsjaar. De basisgegevens voor de verdeling 2024, welke voorlopig ook voor 2025 zijn aangehouden zijn als volgt:
Gemeente
Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout
aantal inwoners
aantal uitkeringsdossiers
57.776 28.096 22.087 57.600 165.559
535 184 299 861 1.879
Volgens de hiervoor vermelde wegingsfactoren voor inwoners en uitkeringsdossiers wordt het aandeel van de gemeenten in de gemeentelijke bijdrage en taakstelling:
Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout
30,6% 12,2% 15,1% 42,1% 100,0%
Ontwerpbegroting 2025 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 11 april 2024
Pagina 37 van 45
Op basis van deze uitgangspunten wordt de gemeentelijke bijdrage voor WSP in 2025: Bedragen * € 1
begroting 2025
begroting 2024
Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout
249.659 99.369 122.777 343.694 815.500
237.371 94.478 116.734 326.778 775.362
Overige dekking kosten 2025 Inmiddels wordt de rechtstreekse uren inzet van het WSP Dongemond voor de Arbeidsmarktregio West-Brabant vanuit deze regiogelden gefinancierd. Door de afgesloten SWO tussen MidZuid en Altena is er ook voldoende dekking beschikbaar voor de matcher binnen het WSP, die specifiek voor Altena wordt ingezet en met de binnen gehaalde subsidie voor de techhub van de arbeidsregio West-Brabant zijn ook de kosten van de daarmee samenhangende uren gedekt. Hierbij wordt ervan uit gegaan dat dit ook voor 2025 op deze wijze wordt gecontinueerd.
Ontwerpbegroting 2025 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 11 april 2024
Pagina 38 van 45
Bijlage 1: Voorlopige bijdrage per gemeente voor MidZuid De gemeentelijke bijdrage bestaat uit een bijdrage in de vaste lasten en een bijdrage in het subsidieresultaat c.q. om te komen tot een sluitende begroting. De bijdrage in de vaste lasten wordt over de gemeenten verdeeld op basis van een eerder vastgesteld omslagpercentage. De mutaties in de vaste lasten component bestaat uit de hogere kosten van onderhoud, de hogere rentekosten en de lagere huurinkomstenkomt. Hierdoor zijn de vaste lasten hoger. Verdeling vaste lasten:
Bedragen * € 1
Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout
Omslagfactor
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
26,83% 12,17% 15,61% 45,39%
164.483 74.619 95.681 278.217
171.996 78.027 100.051 290.925
179.777 81.558 104.578 304.087
277.448 125.866 161.393 469.293
100,00%
613.000
641.000
670.000
1.034.000
Voor de gemeentelijke bijdrage in het subsidieresultaat/begrotingssaldo is het aantal plaatsingen bepalend. Daarvoor is het aantal definitieve plaatsingen in 2022 als uitgangspunt genomen. Op grond van deze verdeling bedraagt de bijdrage per gemeente in het subsidieresultaat/begrotingssaldo: Verdeling subsidieresultaat / begrotingssaldo
Omslagfactor
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Altena Drimmelen Geertruidenberg
121 51 76
729.005 307.266 457.887
718.352 302.777 451.196
705.515 297.366 443.133
703.330 296.445 441.761
Oosterhout
195 443
1.174.842 2.669.000
1.157.675 2.630.000
1.136.986 2.583.000
1.133.465 2.575.000
Bedragen * € 1
Hierbij wordt nog opgemerkt dat bovengenoemde bedragen voorschotbedragen zijn. Bij de jaarrekening vindt een onderlinge verrekening plaats op basis van het werkelijk aantal plaatsingen in dat jaar.
Ontwerpbegroting 2025 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 11 april 2024
Pagina 39 van 45
De totale bijdrage per gemeente is opgenomen in onderstaande tabel:
Totale bijdrage per gemeente
Bedragen * € 1
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Altena Drimmelen Geertruidenberg
893.487 381.885 553.568
890.348 380.804 551.248
885.292 378.923 547.711
980.777 422.311 603.154
1.453.059 3.282.000
1.448.600 3.271.000
1.441.073 3.253.000
1.602.758 3.609.000
Oosterhout
Dit betekent ten opzichte van de herziene begroting 2024 de volgende wijzigingen: Bedragen * € 1.000
2025
2026
2027
Herziene begroting 2024: Totaal gemeentelijke bijdrage
3.137
3.127
3.111
Begroting 2025: Totaal gemeentelijke bijdrage
3.282
3.271
3.253
145
144
142
Verschil begroting-herziene begroting (- = herziene begroting is lager)
Ontwerpbegroting 2025 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 11 april 2024
2028
3.609
Pagina 40 van 45
Bijlage 2: (Financiële) uitgangspunten Hierna wordt een overzicht gegeven van de bij het opstellen van de begroting gehanteerde (financiële) uitgangspunten voor de diverse begrotingsposten: -
De begroting is opgemaakt op basis van de meest recente gegevens en inzichten. De basis voor deze begroting wordt gevormd door de meerjarencijfers uit de herziene begroting 2024, rekening houdende met verwachte indexeringen op basis van de septembercirculaire en met tussentijdse ontwikkelingen die aanpassing van deze cijfers noodzakelijk maken.
-
De kosten en opbrengsten worden zo zuiver mogelijk toegerekend aan de diverse posten in de begroting.
-
De laatste bekende begrotingscijfers van het macrobudget voor de subsidie van het Rijk m.b.t. de uitvoering van de Wsw worden als uitgangspunt genomen voor het te verwachten subsidiebedrag. Dit betekent dat de cijfers van de septembercirculaire 2023 zijn aangehouden voor wat betreft de rijkssubsidie Wsw voor 2025 en volgende jaren. De macrocijfers kunnen aangepast worden aan eventuele ontwikkelingen betreffende de hoogte van het wettelijk minimumloon (WML) en de lonen in de gesubsidieerde sector. Dit wordt pas bekend in de loop van het begrotingsjaar. Hiermee is, conform bestendige gedragslijn, geen rekening gehouden. Binnen het macrobudget is sprake van een prijscomponent (P) en een volumecomponent (Q). Afwijkingen in het volume kunnen effect hebben op de prijs. Dit kan financiële risico’s met zich meebrengen.
-
Voor de Wsw is rekening gehouden met een teruglopend personeelsbestand. Deze terugloop is enerzijds gebaseerd op de ‘blijfkans’ volgens het rijksbudget met betrekking tot de deelnemende gemeenten en de daaruit voortvloeiende volumecomponent (Q). Anderzijds is deze gebaseerd op de verwachte daadwerkelijke uitstroom bij GR WAVA. Het aldus bepaalde aantal is bepalend geweest voor zowel de begrote rijkssubsidie als ook voor de berekening van de formatie/salariskosten Wswmedewerkers.
-
Voor Beschut Werk is uitgegaan van opbrengsten in de vorm van loonkostensubsidie en een begeleidingsvergoeding (€ 11.077 per medewerker). Het saldo op Beschut Werk is afzonderlijk zichtbaar gemaakt in de staat van baten en lasten. Het aantal medewerkers Beschut Werk voor 2025 is gebaseerd op de eind 2022 door het ministerie gepubliceerde aantallen (taakstelling ultimo jaar). Voor 2024 en volgende is het aantal hierop gebaseerd, aangepast aan de budgetontwikkeling met een doorlopende stijging van af 2026. Deze aantallen zijn teruggerekend naar gemiddelden over het jaar.
-
Voor 2024 is uitgegaan van 83 medewerkers die werkzaam zijn via een participatiebaan. Voor de jaren erna is dit aantal jaarlijks met 5 verhoogd. Verder is voor deze doelgroep rekening gehouden met een begeleidingsvergoeding van
Ontwerpbegroting 2025 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 11 april 2024
Pagina 41 van 45
gemiddeld € 5.119 per persoon. Het saldo op de doelgroep participatiebanen is afzonderlijk zichtbaar gemaakt in de staat van baten en lasten -
De loonkosten van de SW-medewerkers zijn gebaseerd op de cao SW. Op grond van deze cao volgt de loonontwikkeling de prijsontwikkeling van het rijksbudget (LPO) resp. het wettelijk minimumloon. De nieuwe cao-SW loopt van 2021 – 2025, waarin de systematiek uit de vorige cao voor wat betreft het berekenen van de algemene loonstijgingen is voortgezet.
-
De loonkosten van het reguliere personeel zijn gebaseerd op de cao-gemeenten en de daarin gemaakte afspraken voor loonontwikkeling. In de herziene begroting 2025 is uitgegaan van een loonstijging van 3% in 2025.
-
De loonkosten van de overige medewerkers (nieuw beschut, participatiebanen) zijn gebaseerd op de cao “Aan de slag” en zijn voor 2023 geïndexeerd met 3%.
-
De prijzen 2025 zijn gebaseerd op 2024 welke geïndexeerd zijn naar 2025. Voor de indexering van de loonkosten is in de begroting 2025 rekening gehouden met een indexering van 5,8% op basis van de loonvoet sector overheid 2025 uit de septembercirculaire van 2023. Voor de ontwikkeling van de prijzen is voor 2025 rekening worden gehouden met de prijsontwikkeling PBBP volgens de septembercirculaire 2023, zijnde 2,8%. Ook voor de meerjarenbegroting is dit prijspeil aangehouden. Dit geldt zowel voor de kosten als opbrengsten.
-
De omzet wordt voornamelijk gerealiseerd binnen MidZuid B.V. en maakt daarmee onderdeel uit van het operationeel resultaat in de begroting. Voor 2025 is de omzet geïndexeerd met 4,6% en waar nodig geactualiseerd op de capaciteit ontwikkeling.
-
Onder de vaste lasten wordt verstaan de kosten van het gebouw en de rentekosten van een lening uit het verleden. De vaste lasten worden volgens een vastgesteld percentage verdeeld over de deelnemende gemeenten (zie hiertoe bijlage 1).
-
De term overhead is bij de laatste wijziging van het BBV nader gedefinieerd. De onder overhead bij de GR WAVA in de begroting opgenomen kosten betreffen de ambtelijke medewerkers die werkzaam zijn in functies die binnen de nieuwe definitie van overhead vallen. In de geconsolideerde cijfers is ook een post overhead opgenomen. Aangezien MidZuid B.V. niet hoeft te voldoen aan de verslaggevingseisen van het BBV, wordt het begrip overhead in de geconsolideerde cijfers ruimer geïnterpreteerd. Deze overhead bestaat uit de algemene bedrijfskosten en de kosten van indirect personeel. Deze posten worden begroot op basis van een realistische inschatting van de ontwikkelingen op het gebied van volume, loon en prijs. De kosten van overhead worden geheel verrekend met de PMC’s.
-
Bij de PMC’s publieke dienstverlening en facilitaire dienstverlening wordt een belangrijk deel van de werkzaamheden uitgevoerd in opdracht van de deelnemende gemeenten. Dat gebeurt juridisch onder het regime van quasi-inbesteding. Dat is mogelijk omdat deze omzet, en ook de omzet behaald bij bedrijven, valt onder de intentie van de opdracht van de gemeenten aan MidZuid B.V.. Daarmee wordt juridisch
Ontwerpbegroting 2025 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 11 april 2024
Pagina 42 van 45
voldaan aan de eisen van quasi-inbesteding en past dit binnen de Europese regelgeving. Dit is getoetst door een specialist in Europees aanbestedingsrecht van AKD. -
Voor het bepalen van de hoogte van de post onvoorzien is uitgegaan van 2% van de loonkosten van het reguliere personeel van de GR WAVA en MidZuid B.V. (afgerond naar beneden). De verwachting is namelijk dat de grootste kans op onvoorziene uitgaven in de personele sfeer ligt (vervanging bij langdurige ziekte e.d.).
-
De gemeentelijke bijdrage blijft beperkt tot het subsidieresultaat en de vaste lasten. Doelstelling is dat de bedrijfsvoering over alle werksoorten samen neutraal verloopt. In de vergadering van het Dagelijks Bestuur van 24 november 2016 is de afspraak gemaakt dat de begroting (en meerjarenbegroting) sluitend moeten zijn. Dit heeft effect op de hoogte van de gemeentelijke bijdragen: de vaste lasten zijn geheel opgenomen in de gemeentelijke bijdrage; in de gemeentelijke bijdrage in het subsidieresultaat/begrotingssaldo worden nu, naast het subsidieresultaat, ook de overige exploitatieposten betrokken.
-
In de begroting is geen rekening gehouden met eventuele lasten in het kader van de vennootschapsbelasting. Begin 2016 heeft de belastingdienst bericht dat er, gelet op de activiteiten van de GR WAVA en de wijze waarop eventuele resultaten worden verrekend, geen sprake is van een winstoogmerk en dat daarom ook geen sprake is van vennootschapsbelastingplicht. Overigens is eind 2018 de Vpb-regelgeving voor sociale werkbedrijven aangepast, waardoor de mogelijkheden voor toepassing van de Vpb-vrijstelling voor SW-bedrijven duidelijker zijn geworden. Voor MidZuid B.V. wordt met terugwerkende kracht naar 2018 daar ook gebruik van gemaakt.
Ontwerpbegroting 2025 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 11 april 2024
Pagina 43 van 45
Bijlage 3: Begroting naar taakvelden Bedragen * € 1.000
Bedrijfsplan Begroting Meerjarenraming 2024 2025 2026 2027
0.1 Bestuur Baten Lasten
22-
35-
35-
2028
35-
35-
0.4 Overhead Baten Lasten
-
-
-
-
-
0.5 Treasury Baten Lasten
146-
197-
231-
264-
406-
0.8 Overige baten en lasten Baten Lasten
100-
100-
100-
100-
100-
-
-
-
-
-
19.107 19.122-
19.538 19.206-
19.453 19.088-
19.340 18.941-
19.777 19.237-
-
-
-
-
-
19.107 19.390283-
19.538 19.5390-
19.453 19.4530-
19.340 19.3400-
19.777 19.7770
0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb) Baten Lasten 0.10 Mutatie reserves Baten Lasten 011. Resultaat van de rekening van baten en lasten Baten Lasten 6.4. Begeleide participatie Baten Lasten 6.5. Arbeidsparticipatie Baten Lasten Totalen taakvelden Baten Lasten Saldo
Ontwerpbegroting 2025 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 11 april 2024
Pagina 44 van 45
Bijlage 4: Geprognosticeerde balans en EMU-saldo Hieronder is een overzicht van het verwachte verloop van de balanscijfers opgenomen, alsmede de berekening van het EMU-saldo. Daarbij is gebruik gemaakt van de door de commissie BBV beschikbaar gestelde (berekenings)modellen. Geprognosticeerde balans: Begrotingsjaar T Bedragen * € 1.000
2025
Activa (im) Materiële vaste activa Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekkingen Financiële vaste activa: Leningen Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar Totaal Vaste Activa
T-2
T-1
T
T+1
T+2
T+3
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
5.801 0 0 0 5.801
5.594 0
5.403 0
5.216 0
5.034 0
8.858 0
5.594
5.403
5.216
5.034
8.858
+
Voorraden: Onderhanden werk & Overige gronden hulpstoffen Voorraden: Gereed product en handelsgoederen & vooruitbetalingen Uitzettingen <1 jaar Liquide middelen Overlopende activa Totaal Vlottende Activa
3.512 247 64 3.823
3.839 247 60 4.146
3.954 247 60 4.261
4.316 247 60 4.623
4.732 4.247 60 9.039
4.631 247 60 + 4.938
Totaal Activa
9.624
9.740
9.664
9.839
14.073
13.796
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
1.329 1.877 5.600 8.806
1.046 244 7.600 8.890
1.046 168 7.600 8.814
1.046 343 7.600 8.989
1.046 577 11.600 13.223
1.046 300 11.600 + 12.946
415 403 818
450 400 850
450 400 850
450 400 850
450 400 850
450 400 + 850
9.624
9.740
9.664
9.839
14.073
Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schuld Totaal Vaste Passiva Vlottende schuld Overlopende passiva Totaal Vlottende Passiva Totaal Passiva
0 0
13.796
EMU-saldo: Bedragen * € 1.000
T-1
EMU-SALDO EMU-SALDO referentiewaarde Verschil EMU-saldo & referentiewaarde Financiële vaste activa
Mutaties (1 januari tot 31 december)
Kapitaalverstrekkingen en leningen Uitzettingen Activa Vlottende activa Uitzettingen Liquide middelen Overlopende activa Vaste schuld Vaste Passiva Passiva Vlottende passiva Vlottende schuld Overlopende passiva Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa
Ontwerpbegroting 2025 en meerjarenbegroting na dagelijks bestuur 11 april 2024
T
T+1
T+2
T+3
2024 -1.709
2025 115
2026 362
2027 416
2028 -4.101
-1.709
115
362
416
-4.101
0 0 327 0 -4 2.000 35 -3 0
0 0 115 0 0 0 0 0 0
0 0 362 0 0 0 0 0 0
0 0 416 4.000 0 4.000 0 0 0
0 0 -101 -4.000 0 0 0 0 0
Pagina 45 van 45