Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten.pdf
Tekst van het document
Gedumpte OO Uit het literatuur- en archiefonderzoek blijkt dat het onderzoeksgebied betrokken is geweest bij oorlogshandelingen met gedumpte OO. Meerdere indicaties duiden op de aanwezigheid van wapen- en geschutopstellingen op het grondgebied van de gemeente Etten-Leur. Uitgangspunt is dat op de locaties van deze stellingen munitie kan zijn achtergebleven of zijn gedumpt. De stelregel die Bodac B.V. aanhoudt is dat achtergebleven of achtergelaten munitie tot maximaal 1.50 m¹ minus maaiveld van de Tweede Wereldoorlog kunnen worden aangetroffen.
Verschoten OO Uit het literatuur- en archiefonderzoek en de luchtfotoanalyse blijkt dat het op verschoten geschutmunitie verdachte gebied tijdens de Tweede Wereldoorlog te maken heeft gehad met een NAP-hoogte die varieerde van + 0.30 m¹ tot + 0.70 m¹, met uitzondering van dijklichamen die een NAP-hoogte van tussen de + 1.50 m¹ tot 4.00 m¹. Dit blijkt uit raadpleging van topografische kaarten van het Kadaster te Zwolle. Met behulp van de maaiveldhoogte kan een verticale afbakening berekend worden. De maaiveldhoogte bedraagt tussen de + 0.30 m1 NAP en + 0.70 m1 NAP. Over het algemeen wordt verschoten geschutmunitie aangetroffen op een diepte van 2.50 m1 minus maaiveld.
Afgeworpen OO Uit het literatuur- en archiefonderzoek en de luchtfotoanalyse blijkt dat het onderzoeksgebied te maken heeft gehad met afgeworpen afwerpmunitie. Voor het bepalen van de verticale afbakening bij afwerpmunitie dient rekening gehouden te worden met verschillende factoren, zoals de hoogte tijdens het afwerpen van de munitie, de afwerpsnelheid, de diameter en het kaliber van de OO. Conform het CVR-OO zal er gebruik gemaakt worden van een rekenmethode om de maximale indringingsdiepte van de afwerpmunitie te bepalen. In 2015 is door Deltares een eerste aanzet gedaan voor het opstellen van een berekeningsmethode voor het indringen van afwerpmunitie. Er zijn tijdens het indicatieonderzoek niet de benodigde parameters gevonden om een op feiten gebaseerde rekenmethode toe te passen binnen het verdachte gebied. Om toch inzicht te krijgen in de mogelijke penetratiediepte zal gebruik worden gemaakt van de zogenoemde 10MPa-laag. Deze laag zal als maximale penetratiediepte aangehouden worden voor het onderzoeksgebied. De stelregel is dat afwerpmunitie niet verder kan indringen in de bodem dan tot een massieve bodemlaag met een doorsnede van 1.00 m1 en met een weerstand groter dan 10MPa. Aangezien de diepte van deze laag wisselt per grondsoorten zullen sonderingen noodzakelijk zijn om deze gegevens te verkrijgen. Bodac B.V.
heeft bij de DINO-loket de sonderinggegevens opgevraagd. Wanneer gevonden zullen de sonderinggegevens worden opgenomen in de concluderende tabel in Paragraaf 5.3 Conclusie indicatieonderzoek. Onderstaande tabel geeft de maximale indicatieve diepteligging van OO uitgaande van de hoogte van het maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.
Historisch Vooronderzoek
Pagina 70 van 97
Hoofdsoort Explosief:
(Sub)soort Explosief:
Infanteriemunitie
Klein kaliber munitie
Maximale indicatieve diepteligging OO in meters uitgaande van hoogte maaiveld t.t. van WOII139: Zand Klei 1m 1m
Hand- en geweergranaten
Geschutmunitie
Afwerpmunitie
Lucht-Gronddoelraketten
Munitie voor granaatwerpers en raketwerpers Brisantgranaat + kaliber
1,5m
2,5m
Mortiergranaat + kaliber Afwerpmunitie, vliegtuigbommen t/m 1.000 Lbs GP
6m
7,5m
Brandbommen 30 Lbs Raketten
1,0m – 1,25m 3m
5m
Tabel 9: Overzicht met de indringinsdiepen van explosiefhoofdsoorten in de verschillende grondsoorten (zand of klei).
139
Er dient een minimale onderzoeksdiepte van 1 meter aangehouden te worden, omdat rekening moet worden gehouden met de vermenging in de leeflaag door grondbewerkingen. De aangegeven indicatieve diepteligging van OO is aangegeven ten opzichte van het maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. De diepteligging van OO is daarnaast sterk afhankelijk van diverse factoren zoals bijvoorbeeld ophoging/verlaging, niveauverschillen, verhardingen, grondwaterstanden, bodemvochtigheid, vorst, begroeiing etc. Afwijkingen t.o.v. bovengenoemde tabel zijn eveneens mogelijk indien er zich ten tijde van de Tweede Wereldoorlog op de locatie bijvoorbeeld waterpartijen, schuttersputten, loopgraven, kraters, watergangen ed. hebben plaatsgevonden.
Pagina 71 van 97
Gemeente Etten-Leur
5.3
Conclusie indicatieonderzoek
Om de horizontale afbakening van het OO verdachte gebied inzichtelijk te maken hanteert Bodac een codering. Hierop zijn de ingetekende verdachte gebieden (de horizontale afbakeningen) te koppelen aan de aan te treffen OO en de verticale afbakening voor het desbetreffende ingetekende gebied. Onderstaande tabel weergeeft de codering die past bij de op de Bodembelastingkaart verdachte ingetekende gebieden. OBJECTID140
GISCode
Aan te treffen OO
Verschijningsvorm:
Aantallen
Horizontale afbakening
Verticale afbakening142
GIS0001
Onderdelen vliegtuig. Boordwapenmunitie. Afwerpmunitie wanneer aanwezig (kaliber niet bekend)
Onderdeel wrak
Tientallen (Boordwapenmunitie en afwerpmunitie)
Plek van de crash + 5 meter georeferentie.
GIS0002
Afwerpmunitie: 250 lbs (Geallieerd)
Afgeworpen
Één tot enkelen
Doel van de aanval was een trein (spoorlijn), oftewel een Line Target. Horizontaal verdachte gebied 96, inclusief 5 meter georeferentie, meter gemeten vanuit het hart van het doel.
Niet bekend. Richtlijn schrijft geen afbakening voor. Nader te bepalen met behulp van detectiewerkzaamheden indien borging. Sonderinggegevens niet bekend.
141
9 40 10
11
17
13 14
GIS0003
GIS0004
GIS0005
Raketmunitie: 60 lbs (Geallieerd)
Afwerpmunitie: 500 lbs (Geallieerd)
Geschutmunitie: (Duits)
vanaf
2
cm
Verschoten
Afgeworpen
Opgeslagen, Gedumpt, Begraven
Enkelen tot tientallen
Één tot enkelen
Doel van de aanval was de spoorlijn, oftewel een Line Target. Horizontaal verdachte gebied 96, inclusief 5 meter georeferentie, meter gemeten vanuit het hart van het doel. Doel van de aanval was de brug, oftewel een Pin Point Target. Horizontale verdachte gebied 186 meter, inclusief 5 meter georeferentie, gemeten vanuit het hart van het doel.
6.00 m¹ t.o.v. het maaiveld van de Tweede Wereldoorlog i.v.m. zandbodem. (indicatief) 10MPa-laag vanaf + 3.00 m¹ NAP. 3.00 m¹ t.o.v. het maaiveld van de Tweede Wereldoorlog i.v.m. zandbodem. 10MPa-laag vanaf + 6.00 m¹ NAP. 6.00 m¹ t.o.v. het maaiveld van de Tweede Wereldoorlog i.v.m. zandbodem.
Enkelen tot tientallen
140
Een OBJECTID is een uniek nummer wat ArcGIS Pro toekent aan een object dat wordt gecreëerd in een ArcGIS-Pro-bestand. In de bijbehorende Attributetable valt deze GIS-Code onder de ‘Rapport Kenmerk’-kolom. 142 Sonderinggegevens gebruikt in deze rapportage zijn geen wetmatigheid. Bij toekomstige werkzaamheden waarbij actuele sonderinggevens worden opgevraagd of recentere sonderinggegevens bekend kan de maximale indringinsdiepte van OO in een verdacht gebied veranderen. Wanneer verandering optreed in de conusweerstand-laag van de bodem moet de maximale indringingsdiepte aangepast worden. 141
Historisch Vooronderzoek
Pagina 72 van 97
15 16
GIS0006
Geschutmunitie: 2 cm tot 4 cm (Duits)
Opgeslagen, Gedumpt, Begraven
Enkelen tot tientallen
19
GIS0007
Geschutmunitie: 4 cm tot 15 cm (Duits) en 57 mm tot 155 mm (Geallieerd)
Verschoten
Tientallen tot honderden
22 28 38 58 59 60 61 24 25
GIS0008
Infanteriemunitie: Klein Kaliber Munitie, Handgranaten, Geweergranaten, Granaatwerpers en munitie voor granaatwerpers. (Duits)
Opgeslagen, Gedumpt, Begraven
Enkelen tot tientallen
GIS0009
V-Wapen: Onderdelen van (gedeeltelijk) gedetoneerd V-Wapen
Restant explosie
Enkele explosieve componenten
30
Pagina 73 van 97
30 meter, inclusief 5 meter georeferentie, rondom het hart van de geschutopstelling. 30 meter, inclusief 5 meter georeferentie, rondom rondom het hart van de geschutopstelling. Enerzijds is het op geschutmunitie verdachte gebied afgebakend gekeken naar de verst mogelijke geïnterpreteerde krater. De geografische lijn die in de kraterwerking van de geschutkraters te zien is loopt van noordwest naar zuidoost. Een lijn vanaf de vers mogelijke krater is in de breedte getrokken van de oostgrens naar de westgrens van de gemeente, omdat dit de maximale afstand is waarop geschutgranaten kunnen worden aangetroffen. In het zuidwesten van het op geschutmunitie verdachte gebied werd nogmaals een waarschijnlijk kraterpatroon vastgesteld. Dit gebied sluit aan op het hierboven op geschutmunitie verdachte afgebakende gebied. Voor dit kraterpatroon is de maximale afstand tussen twee waarschijnlijk kraters geprojecteerd op de buitenste kraters binnen het krater patroon. Deze afstand was 280 meter. 5 meter rondom het hart van de wapenopstelling i.v.m. georeferentie.
1.50 m¹ t.o.v. het maaiveld van de Tweede Wereldoorlog i.v.m. zandbodem. 1.50 m¹ t.o.v. het maaiveld van de Tweede Wereldoorlog i.v.m. zandbodem. 2.50 m¹ t.o.v. het maaiveld van de Tweede Wereldoorlog i.v.m. kleibodem.
1.00 m¹ t.o.v. het maaiveld van de Tweede Wereldoorlog i.v.m. zandbodem.
Niet bekend. Richtlijn schrijft geen afbakening voor.
Gemeente Etten-Leur
29
31
GIS0010
Geschutmunitie + Infanteriemunitie: Diversen (Duits)
Gedumpt
Onbekend
32
GIS0011
Afwerpmunitie: 50 kg tot 250 kg (Duits)
Afgeworpen
Enkelen
33 34 35 36 37 39 41
GIS0012
62 63 64 65
GIS0013
Afwerpmunitie: 50 kg tot 250 kg (Duits)
Afwerpmunitie: tot en met 1000 lbs (Geallieerd of Duits). Exact kaliber niet bekend.
Afgeworpen
Afgeworpen
Enkele tot tientallen
Enkele explosieve comonenten
55 meter, inclusief 5 meter georeferentie, rondom het inslagpunt vanwege de mogelijke aanwezigheid van explosieve componenten. Situationeel bepaald. In het Padvindersven werden meerdere oorlogsresten gevonden Doel van de aanval was mogelijk de steenfabriek/doorgaande weg. De afstand tussen de onderlinge meldingen van schade of bominslagen is gemiddeld 71 meter. Inclusief 5 meter georeferentie kiest Bodac derhalve voor het verdachte gebied horizontaal af te bakenen op 76 gemeten vanuit het hart van het doel (de doorgaande weg) Doel van de aanval waren kolonnen met Franse en Nederlandse troepen op de doorgaande weg Breda – Roosendaal. De afstand tussen de onderlinge meldingen van schade of bominslagen is gemiddeld 71 meter. Inclusief 5 meter georeferentie kiest Bodac derhalve voor het verdachte gebied horizontaal af te bakenen op 76 gemeten vanuit het hart van het doel (de doorgaande weg) 55 meter, inclusief 5 meter georeferentie, rondom het inslagpunt vanwege de mogelijke aanwezigheid van explosieve componenten.
Vaste oppervlakte (water)bodem van het Padvindersven. Sonderinggegevens niet bekend. 6.00 m¹ t.o.v. het maaiveld van de Tweede Wereldoorlog i.v.m. zandbodem.
Sonderinggegevens niet bekend 6.00 m¹ t.o.v. het maaiveld van de Tweede Wereldoorlog i.v.m. zandbodem.
Sonderinggegevns niet bekend 7.50 m¹ t.o.v. het maaiveld van de Tweede Wereldoorlog i.v.m. kleibodem.
Tabel 10: Codering van aan te treffen OO binnen het verdachte gebied. Deze codering is terug te vinden op de Bodembelastingkaart (Bijlage 1).
Historisch Vooronderzoek
Pagina 74 van 97
5.4
Advies
Delen van het grondgebied van de gemeente Etten-Leur kwalificeren wij op basis van het geanalyseerde feitenmateriaal als verdacht op de aanwezigheid van OO. Daar waar het verdachte gebied en toekomstige werkgebieden elkaar overlappen (het opsporingsgebied) adviseren wij de opdrachtgever om het opsporingsproces voort te zetten. Indien alleen grond wordt aangebracht, waarbij geen beroering of afgraving van de bodem plaatsvindt, kan worden overwogen om de bodem voorafgaand aan de (grond)werkzaamheden niet nader te onderzoeken op de aanwezigheid van OO. Bij aan- en afvoer van grond zal echter vaak gebruik worden gemaakt van zware machines. De druk en trilling die door deze machines op de bovengrond wordt uitgeoefend kan mogelijk leiden tot het in werking treden van OO die (net) onder het maaiveld liggen. Het is derhalve aan te bevelen de bodem voorafgaand aan deze werkzaamheden toch te laten onderzoeken op de aanwezigheid van OO. Daar waar enkel graafwerkzaamheden plaatsvinden binnen de contouren van reeds naoorlogs vergraven tracés, bijvoorbeeld in het geval van rioleringssleuven, kan redelijkerwijs worden aangenomen dat OO reeds zijn opgemerkt en weggenomen. Deze aanname is echter geen wetmatigheid.
Het is derhalve raadzaam voor aanvang van de voorgenomen werkzaamheden een protocol op te stellen met betrekking tot de handelwijze bij het incidenteel aantreffen van OO uit de Tweede Wereldoorlog. Ook voor gebieden welke als ‘onverdacht’ verklaard zijn kan gebruik worden gemaakt van dit protocol. Bodac heeft reeds een Protocol Toevalstreffer voor u opgezet (te vinden in Bijlage 3). Om de risico’s van de aanwezigheid van OO in relatie tot het toekomstige gebruik c.q. de toekomstige functie van het projectgebied in kaart te brengen kan opdrachtgever besluiten tot het laten uitvoeren van een risicoanalyse (RA). In de RA worden de risico’s beoordeeld die optreden bij het ongewenst tot uitwerking komen van OO ten gevolge van het project en wat de uitwerkingsfactoren daarvan kunnen zijn. Op basis van de risicobeoordeling kan de noodzaak tot het uitvoeren van detectiewerkzaamheden worden bepaald, hetgeen kan leiden tot een beperking van het te detecteren gebied. Bodac kan deze werkzaamheden voor u uitvoeren.
Pagina 75 van 97
Gemeente Etten-Leur
6 Leemten in kennis Het is uiteraard altijd mogelijk dat bepaalde oorlogshandelingen niet zijn beschreven, gearchiveerd of in de tijd verloren zijn gegaan, waardoor deze in het heden niet als feitenmateriaal terug te vinden zijn. ✓ Niet alle gebeurtenissen konden tot een exacte locatie worden herleid. Dit geldt tevens voor adressen voortkomend uit het indicatieonderzoek waarop munitie wordt gemeld; ✓ Het zuidelijke deel van het grondgebied van de gemeente Etten-Leur kent geen luchtfotodekking die qua luchtfotodatering een goede weergave geeft van de voor- en naoorlogse oorlogssituatie; ✓ Het is niet bekend welk type geschut er in de geschutopstellingen stonden, welke na de luchtfotoanalyse werden geïdentificeerd; ✓ Er is geen informatie beschikbaar m.b.t. munitieruimingen gedurende de periode 1947-1971; ✓ De ligplaatsen van gemelde en geruimde OO konden niet allemaal achterhaald worden; ✓ Niet alle boven Nederland uitgevoerde bombardementen zijn nauwkeurig geregistreerd; ✓ Luchtfoto’s geven een momentopname weer van een situatie die op een eerder of later tijdstip geheel anders zou kunnen zijn.
Historisch Vooronderzoek
Pagina 76 van 97
Bijlage 1. Inventarisatiekaart en Bodembelastingkaart (Digitaal)
Pagina 77 van 97
Gemeente Etten-Leur
Bijlage 2. Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven
Historisch Vooronderzoek
Pagina 78 van 97
Bijlage 3. Protocol Toevalstreffer OO Een toevalsvondst houdt in dat er een OO wordt aangetroffen op een locatie en/of tijdstip dat niet in de risicobeoordeling is voorzien. Een toevalsvondst kan plaatsvinden in gebieden die als ''onverdacht'' zijn aangemerkt, maar ook binnen gebieden die als ''verdacht'' zijn aangemerkt maar waar op dat moment geen geplande grondroerende en/of opsporingswerkzaamheden plaatsvinden.
Stappenplan bij aantreffen ''vermoedelijk'' OO ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓
✓
Het mogelijke OO nooit beroeren, weggooien, schoonkloppen of schoonvegen; Voorkomen dat het mogelijke OO wordt beroerd of verplaatst; Zet de vindplaats/locatie af en markeer deze. Informeer de omgeving/derden; Ter plaatse evt. werkzaamheden staken en projectleiding informeren; Informeer de politie (evt. via projectleiding) via (0)900 8844; De politie stuurt waarschijnlijk een explosievenverkenner om de situatie en het mogelijke OO te beoordelen De politie geeft de melding door aan de EOD en zal de urgentie voor eventuele ruiming van het OO bepalen De ruimploeg van de EOD komt vervolgens om het OO onschadelijk te maken/te vernietigen; Indien dit noodzakelijk wordt geacht zal het gebied afgebakend worden als zijnde ''verdacht'' gebied. Indien het geen OO is kunnen de reguliere werkzaamheden hervat worden.
Als een OO onschadelijk moet worden gemaakt waarbij risico kan ontstaan voor de openbare orde en veiligheid, informeert de politie de burgemeester en de Ambtenaar openbare Orde en Veiligheid (AOV). Indien voor de ruiming van een OO een (woon)gebied moet worden ontruimd, dan zal de burgemeester in combinatie met de veiligheidsregio en de EOD de benodigde maatregelen treffen. Enkele voorbeelden van OO die veelvuldig in de Nederlandse bodem worden aangetroffen zijn hieronder weergegeven.
Klein kaliber munitie (KKM) (7,92x57 mm Duits)
Artilleriegranaat (10,5 cm Duits)
Geweergranaat(Gewehrsprenggranate 30 Duits) Anti-tankmijnen (Tellermine 42 Duits)
Pagina 79 van 97
Handgranaat Mills (no. 36 Brits)
Vliegtuigbom (500 lbs)
Gemeente Etten-Leur
Bijlage 4. Toelichting verplichte en aanvullende bronnen In het Certificatieschema staat beschreven welke bronnen geraadpleegd moeten worden voor de voltooiing van een correct vooronderzoek. De organisatie dient ten minste de in de onderstaande tabel weergegeven verplichte bronnen te raadplegen. Aanvullende bronnen worden in ieder geval geraadpleegd indien sprake is van de onder de toelichting op de aanvullende bronnen beschreven situatie. In de rapportage wordt gemotiveerd waarom een aanvullende bron wel of niet geraadpleegd is. Bronnen conform Certificatieschema Literatuur
Raadplegen Verplicht Aanvullend ✓
Geraadpleegd ✓
Gemeentelijke en provinciaal archief
✓
✓
Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD)
✓
✓
Nationaal Archief te Den Haag
✓
✓
Semistatische archiefdiensten Ministerie Defensie te Rijswijk
✓
✓
Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD)
✓
✓
Luchtfotocollectie Wageningen UR, Kadaster en Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland te Edinburgh
✓
✓
Krantenberichten
✓
✓
Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), collectie 575
✓
✓
The National Archives te Londen, gegevens aangaande luchtaanvallen door Royal Air Force
✓
✓
Bundesarchiv-Militararchiv te Freiburg
✓
✓
Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), collectie 409
✓
The National Archives te Londen, gegevens aangaande artilleriebeschietingen The National Archives and Record Administration (NARA II) te College Park (VS)
✓ ✓
Getuigen Kadaster (naoorlogs kaartmateriaal)
✓ ✓ ✓
✓ ✓
✓
Tabel 11: Raadpleegbare bronnen conform het Certificatieschema.
Toelichting verplichte bronnen Certificatieschema Literatuur Voor het onderzoeksgebied dienen relevante literatuurbronnen te worden geraadpleegd, zowel standaardwerken als eventuele specifieke regionale informatiebronnen. Daarbij gelden met betrekking tot het onderzoek naar gebeurtenissen in de periode mei 1940 als verplicht te raadplegen standaardwerken in ieder geval: ✓ Nierstrasz e.a. (Ministerie van Oorlog, Hoofdkwartier van de chef van de generale staf, krijgsgeschiedkundige afdeling), De strijd op Nederlands grondgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog (diverse delen, ’s-Gravenhage). ✓ Molenaar, F.J., De luchtverdediging in de meidagen 1940 (twee delen, ’s-Gravenhage, 1970).
Gemeentearchief en provinciaal archief Bij het raadplegen van het gemeentelijke archief dienen ten minste de stukken van de luchtbeschermingsdienst, de stukken over aangetroffen/geruimde OO en de oorlogsschaderapporten te worden geraadpleegd. Indien deze stukken niet aanwezig zijn, dient dit te worden vermeld in de rapportage. Bij het onderzoek in het provinciaal archief wordt in elk geval onderzoek verricht in de relevante archieven van het Militair Gezag. Verder worden in het provinciaal archief, indien beschikbaar, ook stukken van de luchtbeschermingsdienst, stukken over aangetroffen/geruimde OO en oorlogsschaderapporten geraadpleegd. Indien er indicaties zijn voor de aanwezigheid van OO dient in het gemeentelijke en provinciale archief voorts te worden gezocht naar gegevens over relevante naoorlogse ontwikkelingen (contra-indicaties). Indien deze gegevens niet aanwezig zijn, dient dit eveneens te worden vermeld in de rapportage.
Historisch Vooronderzoek
Pagina 80 van 97
Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) In het NIOD raadpleegt de organisatie ten minste de Collectie Departement van Justitie (toegangsnummer 216k), waarin zich processen-verbaal bevinden met betrekking tot bomafwerpen en andere luchtoorloggerelateerde gebeutenissen in een aantal Nederlandse gemeenten. Daarnaast dient de Collectie Generalkommissariat für das Sicherwesen – Hörere SS- und Polizeiführer Nord-West (toegangsnummer 077) ingezien te worden. Dit archief biedt namelijk een relatief compleet overzicht van bomafwerpen en andere luchtoorloggerelateerde gebeurtenissen op Nederlands grondgebied in de periode september 1940- april 1941.
Nationaal Archief te Den Haag De organisatie dient de collectie Inspectie Bescherming Bevolking Luchtaanvallen (toegangsnummer 2.04.53.15) te raadplegen waarin de berichten van gemeenten aan de Rijkinspectie Luchtbeschermingsdienst te Den Haag in de periode 1940-1943 zijn ontsloten.
Semi-Statisch Informatiebeheer (SIB) Ministerie Defensie te Rijswijk De organisatie raadpleegt de collectie van de Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) waarin de ruimingen in de periode 1945-1947 zijn ontsloten.
Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) De collectie Duitse verdedigingswerken in Nederland en rapporten van het Bureau Inlichtingen te Londen (1940-1945) met collectienummer 575 van het NIMH dient geraadpleegd te worden om te helpen vaststellen of er indicaties zijn dat er Duitse militaire werken in het onderzoeksgebied aanwezig waren tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Explosieven Opruimings Dienst Defensie (EODD) Bij het raadplegen van het archief van de EOD dient als eerste de database met meldingen van aangetroffen OO en de collectie mijnenveldkaarten te worden ingezien. Indien in de database met meldingen van aangetroffen OO indicaties voor de aanwezigheid van OO worden aangetroffen, dient de collectie MORA’s of UO’s te worden geraadpleegd. Indien in de collectie mijnenveldkaarten indicaties voor de aanwezigheid van OO worden aangetroffen, dient de collectie mijnenveld ruimrapporten te worden ingezien.
The National Archives te Londen De organisatie dient aan te tonen dat in The National Archives te Londen een relevante onderzoeksinspanning is geleverd aangaande het verzamelen van informatie over door de Royal Air Force uitgevoerde luchtaanvallen in het onderzoeksgebied of de directe omgeving. Hierbij dient de periode 10 mei 1940 tot 8 mei 1945 in ogenschouw te worden genomen en dient het onderzoek te worden verricht in relevante stukken van ten minsten de volgende vier onderdelen van de RAF: ✓ Bomber Command RAF ✓ Coastal Command RAF ✓ Fighter Command RAF/Air Defence Great Britain ✓ Second Tactical Air Force
Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg In het Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg wordt ten minste de collectie Lageberichte van de Luftwaffenführungsstab Ic geraadpleegd, die meldingen bevat over bomafworpen op Nederlands grondgebied in de periode 10 mei 1940 tot 10 november 1941.
Luchtfotocollecties Wageningen UR, Kadaster en RCAHMS (NCAP)
De organisatie dient beschikbare luchtfoto’s betreffende de data waarop oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden te inventariseren. Deze inventarisatie dient te geschieden in ten minste de volgende luchtfotocollecties: ✓ Collectie JARIC en ACIU berustend bij Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland/National Collection of Aerial Photography te Edinburgh; ✓ Wageningen UR te Wageningen; ✓ Kadaster te Zwolle. Uit de geïnventariseerde luchtopnamen worden de meest geschikte luchtfoto’s geselecteerd. Een uitgebreide uitleg over de selectie van luchtfoto’s zal in Paragraaf 4.6 beschreven staan.
Pagina 81 van 97
Gemeente Etten-Leur
Krantenberichten
Ten behoeve van het onderzoek naar contra-indicaties in de vorm van explosievenopruiming over de periode 1940-1972 wordt in ieder geval gezocht naar krantenberichten via de online zoekmachine Delpher, en via de verzameling krantenknipsels uit het archief van de Hulpverleningsdienst (Nationaal Archief met toegang 2.04.110).
Kadaster
Ten behoeve van het contra-indicatieonderzoek dient de organisatie in ieder geval naoorlogs kaartmateriaal uit het archief van het kadaster te raadplegen met als doel het inventariseren van naoorlogse ruimtelijke ontwikkelingen.
Toelichting aanvullende bronnen Certificatieschema Nederlands Instituut voor Militair Historie (NIMH)
De collectie Gevechtsverslagen en rapporten mei 1940 met collectienummer 409 van het NIMH dient ten minste te worden geraadpleegd indien uit het indicatieonderzoek van de verplichte bronnen blijkt dat er indicaties zijn dat grondgevechten en/of artilleriebeschietingen hebben plaatsgevonden ten tijde van mei 1940.
The National Archives te Londen
The National Archives geldt als een aanvullende bron met betrekking tot onderzoek naar Geallieerde artilleriebeschietingen in de periode vanaf september 1944. Wanneer uit overige bronnen indicaties zijn gebleken dat het onderzoeksgebied in deze periode is getroffen door Geallieerde artilleriebeschietingen, dienen de War Diaries van de relevante Geallieerde eenheden te worden geraadpleegd om detailinformatie aangaan deze beschietingen te verzamelen.
The National Archives and Record Administration (NARA II) te College Park (VS)
Er dient aanvullend bronnenonderzoek plaats te vinden in het NARA wanneer er duidelijke indicaties zijn dat het onderzoeksgebied is getroffen door luchtaanvallen met afwerpmunitie uitgevoerd door de United States Army Air Force. Het onderzoek bevat daarbij in elk geval raadpleging van de collectie Mission Reports (World War II Combat Operations Reports 1941-1946, Record Group 18, MLR Number NM6 7A).
Getuigenverklaringen
In overleg met de opdrachtgever wordt bepaald of getuigen worden gehoord indien mogelijk. Dit wordt gerapporteerd. Indien getuigen worden gehoord, dient een schriftelijke getuigenverklaring te worden opgesteld en getekend door de getuide en/of door een vertegenwoordiger van de opdrachtgever die bij het horen van de getuige aanwezig is. De getuigenverklaring wordt opgenomen als bijlage bij het rapport.
Historisch Vooronderzoek
Pagina 82 van 97
Bijlage 5. Overzicht geraadpleegde archiefstukken Nationale Archieven Gemeentelijk & Provinciaal archief West-Brabants Archief Het West-Brabants Archief (WBA) te Bergen op Zoom is door Bodac voor dit vooronderzoek fysiek bezocht op 20 oktober 2020. Bodac heeft eveneens gebruik gemaakt van haar persoonlijke database met eerder gemaakte foto’s om de documenten te controleren op relevante indicaties. 0085 Archief van de Gemeente Etten-Leur, 1936-1949 Inventarisnr.: Beschrijving: 18 Verslag betreffende de toestand van de gemeente in. februari 1945, 1944-1945 29 Stukken betreffende het vaststellen van straatnamen. 1942, 1946-1949 448 Processen-verbaal en rapporten opgemaakt door de politie. 1936-1937, 1945-1949 455 Stukken betreffende het functioneren van het berichten-/alarmeringssysteem en alarmeringsoproepen. 1942, 1944 456 Politionele maandrapporten, met bijlagen. 1942-1944 463 Stukken betreffende het bewaken van het gebouw van de Nederlandsche Unie, telefoongebouwen, voorraden van de Duitsche Weermacht, veldgewassen, verkeersobjecten, spoorwegen en de grens. 1940-1943 580 Staten van graven van tijdens de oorlog gesneuvelde militairen. 1940, 1946 581 Nederlandse militairen. 1940-1941 582 Duitse militairen. 1940-1942, 1947, 1949 583 Franse militairen. 1940-1942, 1949 584 Amerikaanse en Engelse militairen.
1943-1944, 1946-1947 612 Stukken betreffende het vaststellen van de door de oorlogsvoering aangebrachte schade aan woningen en gebouwen en de wederopbouw daarvan. 1940-1947, 1949 616 Stukken betreffende het instellen van de commissie woningherstel, alsmede rapporten over het herstellen van woningen. 1946 742 Stukken betreffende het opruimen en onschadelijk maken van explosieve voorwerpen. 1939-1942, 1945-1948 745 Brandrapporten. 1942, 1946-1949 746 Stukken betreffende het organiseren van de hulpverlening bij rampen als gevolg van bominslag. 1942-1943 752 Jaarverslagen van de brandweer over. 1948-1949 808 Stukken betreffende het aanbrengen van wegversperringen. 1939-1942 810 Notitie van de Hoofdingenieur-Directeur van Rijkswaterstaat in Noord-Brabant betreffende brugvernielingen, met vermelding van vernieling van een brug aan de Hilsebaan. 1941 822 Stukken betreffende het vaststellen van de handelwijze bij noodlandingen en neerstorten van vliegtuigen, alsmede bij uitwerping van voorwerpen. 1937, 1940-1946 2.2.10 Arbeids- --- Stukken betreffende het verrichten van werkzaamheden voor het Duitse en de Geallieerde legers. aangelegenhe1944-1949 den 999 Stukken betreffende het afwikkelen van bezettingsschade. 1941-1942, 1944-1948 1111 Stukken betreffende de inkwartiering van Nederlandse en Franse soldaten.
1936-1941 1116 Rapport betreffende de gevolgen van de bombardementen van de oorlogsdagen van mei 1940, met bijlagen. 1940-1941 1117 Stukken betreffende het inventariseren van bijzondere voorvallen, onjuiste gedragingen van de Duitsche Weermacht en troepenbewegingen. 1940-1941 1118 Stukken betreffende de "R(egelmatige)-verrichtingen" voor het Duitse leger. 1940-1941, 1947 1119 Stukken betreffende de vorderingen door het Nederlandse en Franse leger gedurende de oorlogsdagen van. mei 1940, 1940-1942 1138 Proces-verbaal en rapport betreffende beschietingen, met bijlagen. 1944-1945
Pagina 83 van 97
Gemeente Etten-Leur
1139 1140 1141 1144 1146 1151
Stukken betreffende het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van het Duitse leger. 19441945 Stukken betreffende het vaststellen van het tijdstip van de bevrijding. 1944-1945 Stukken betreffende het handelen in en beschermen van militaire goederen. 1944-1945 Stukken betreffende de vorderingen van de Geallieerde legers. 1944-1949. Onroerende goederen. 1944-1949 Stukken betreffende het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de Geallieerde legers. 1944-1949 Stukken betreffende het inventariseren en opruimen van verdedigingswerken en munitieopslagplaatsen. 1945-1947
Tabel 12: Geraadpleegde archiefstukken uit het Archief van de Gemeente Etten-Leur, 1936-1949 0165 Archief van de Gemeente Etten-Leur, 1950-1979 Inventarisnr.: Beschrijving: 1799 Ontploffingen, ontbrandingen c.a. 1950-1979 2158 Processen-verbaal en rapporten van de politie. 1950-1955 2173 Tweede wereldoorlog, 1950-1958 2176 Gesneuvelde militairen tijdens de Tweede Wereldoorlog, 1950-1958 2185 Processen-verbaal en rapporten van de politie. 1950-1955 Tabel 13: Geraadpleegde archiefstukken uit het Archief van de Gemeente Etten-Leur, 1950-1979 0166 Archief van de Gemeente Etten-Leur, 1980-1989 Inventarisnr.: Beschrijving: 1340 Ontploffingen, ontbrandingen c.a. 1980-1989 Tabel 14: Geraadpleegde archiefstukken uit het Archief van de Gemeente Etten-Leur, 1980-1989 0008 Archief van de Gemeente Etten-Leur – gemeentepolitie, 1888-1945 Inventarisnr.: Beschrijving: 50 Rapporten, 1938-1940 161 – 163 Oorlogsschade. Postduiven, vermiste rijwielen, opneming oorlogsschade 164 - 165 Processen verbaal oorlogsschade, 1940-1945 166 Luchtbeschermingsdienst, 1940-1944 Tabel 15: Geraadpleegde archiefstukken uit het Archief van de Gemeente Etten-Leur – gemeentepolitie, 1888-1945
Brabants Historisch Informatiecentrum Het Brabants Historisch Informatiecentrum (BHIC) is door Bodac voor dit vooronderzoek niet fysiek bezocht. Bodac heeft gebruik gemaakt van haar persoonlijke database met eerder gemaakte foto’s om de documenten te controleren op relevante indicaties. Voor het indicatieonderzoek heeft een controle plaatsgevonden op de site van het BHIC naar mogelijk significante documenten. 127 Militair Gezag in Brabant Inventarisnr.: Beschrijving: 33 Kaarten mijnen in Roosendaal en Nispen, 1944 34 Kaarten oorlogsschade aan woningen, boerderijen, kerken en andere gebouwen, 1945 43 Kaarten verkeerswegen en vernielde bruggen, 1932-1944 46 Kaarten waterwegen en vernielde sluizen en bruggen in arrondissement ’s-Hertogenbosch, 19321944 47 Kaarten waterwegen en vernielde sluizen en bruggen in westelijk Brabant, 1932-1944 104 Tijdstip bevrijding gemeenten in Noord-Brabant, 1945 176 Militaire aangelegenheden, 1944-1945 215 Instructies, verordeningen, verslagen en rapporten brandweer en luchtbescherming, 1944-1945 271 Wederopbouw infrastructurele werken, voornamelijk bruggen, 1944-1945 272 Wederopbouw, 1944-1945
Historisch Vooronderzoek
Pagina 84 van 97
279 280 315 393 403 448 459 460 508 551 553 572 590
Rapporten militaire commissaris Noord-Limburg, 1944-1945 Schade enquête commissie, 1944-1945 Weekrapporten DMC, 1944-1945 Rapporten Luchtbeschermingsdienst Breda over neergekomen vijandelijke projectielen, 1944 - 1945 Proces-verbaal ontploffing bij munitiedepot onder Roosendaal, 1945 Weekrapporten DMC en secties commissariaat, 1945 Politionele aangelegenheden, 1944-1945 Brandweer en luchtbescherming Rapporten en processen-verbaal, 1944-1945 Processen-verbaal, 1944-1945 Brandweer, luchtbescherming en mijn- en munitieopruiming, 1944-1945 Tijdstip bevrijding gemeenten, 1945 Brandweer en luchtbescherming, 1944-1945
Tabel 16: Geraadpleegde archiefstukken uit het archief van het Militair Gezag te Brabant.
Nationaal Archief te Den Haag Het Nationaal Archief (NA) te Den Haag is door Bodac voor dit vooronderzoek niet fysiek bezocht. Bodac heeft gebruik gemaakt van haar persoonlijke database met eerder gemaakte foto’s om de documenten te controleren op relevante indicaties. Voor het indicatieonderzoek heeft een controle plaatsgevonden op de site van het NA naar mogelijk significante documenten. 2.04.53.15 Inspectie Bescherming Bevolking Luchtaanvallen Inventarisnr.: Beschrijving: 19-47 Ingekomen en minuten van uitgegane brieven en aan diverse overheidsinstellingen, 1940-1941 37 Commissaris der Koningin in de provincie Noord-Brabant, nrs. 17.32.1 – 17.32.11 69-79
Meldingen en process-verbaal ontvangen van gemeenten over Geallieerde luchtactiviteiten, 19401941 78 Noord-Brabant
Tabel 17: Geraadpleegde archiefstukken uit Inspectie Bescherming Bevolking Luchtaanvallen. 2.04.110 Archief Korps Hulpverleningsdienst van het Ministerie Binnenlandse Zaken, 1945-1974 Inventarisnr.: Beschrijving: 20 Registers met krantenknipsels inzake explosieven, zonder datum 21 Registers met krantenknipsels inzake explosieven, 1945-1947 22 Registers met krantenknipsels inzake explosieven, 1957-1959 27 Registers met krantenknipsels inzake ongevallen met oorlogstuig, 1965-1970 28 Verzameling krantenknipsels inzake de Hulpverleningsdienst, 1947-1970 47 Bewaken van munitiedumps, 1947 Tabel 18: Algemene archiefstukken betreffende de vondst van explosieven van het Korps Hulpverleningsdienst..
2.13.25 Archief van het Militair Gezag, (1939) 1943-1946 (1956) Inventarisnr.: Beschrijving: 1542 Rapporten en verslagen [4.04.00, 4.19.00], 1944-1945 1563 Rapporten betreffende bom- en granaatinslagen en de organisatie van Luchtbeschermingsdiensten in gemeenten in Zeeland, Noord-Brabant en Limburg 1567 Stukken betreffende opsporing en ruiming van mijnen en andere explosieven [4.75.00], 1944-1945 1568 Rapporten van de Censuurdienst van de Sectie PTT inzake brieven waarin melding gemaakt wordt van bombardementen, afschriften [4.06.00], 1944-1945 2808 Rapporten over militaire werken, vernielingen en inundaties in het nog niet bevrijde deel van Nederland, 1944-1945 2809 Stukken betreffende de organisatie van de mijnopruimingsdienst en het opsporen en ruimen van mijnen die de uitvoering van bepaalde openbare werken verhinderen, 1945
Pagina 85 van 97
Gemeente Etten-Leur
2822
Kaarten en tekeningen van havens, vaarwegen en vernielde bruggen, 1945
Tabel 16: Berichtgeving van het nationaal Militair Gezag. 2.13.71 Archieven van het Ministerie van Defensie te Londen 1940-1941 – Ministerie van Oorlog te Londen [1941-1945]; Departement van Oorlog: Bureau Londen [1945-1947], (1933) 1940-1947 (1974) Inventarisnr.: Beschrijving: 368 Stukken betreffende luchtbombardementen in Nederland, 1941, 1944-1945 576 Stukken betreffende luchtaanvallen op en inundaties van Nederland, 1940-1943 1787 Stukken betreffende bombardementen en beschietingen, voornamelijk van en op Nederland, 19411945 2065 Provincie Noord-Brabant, 1942-1945 Tabel 19: Berichtgeving van het Ministerie van Oorlog. 2.13.210 Archief van de Commissie van Proefneming met hierin opgenomen afgedwaalde archiefbescheiden van onderdelen van de Artillerie-Inrichtingen en Artillerie onderdelen, (1814) 1867-1942 Inventarisnr.: Beschrijving: 23 Staten houdende opgaven van plaatsen waar mogelijk onontplofte projectielen zijn gevonden, die wel of niet geruimd zijn, 1940 25 - 26 Ingekomen en minuten van uitgaande stukken inzake aanvragen tot het ruimen van onontplofte (water)mijnen en personeelsaangelegenheden, 1940-1941, 2 omslagen 25 1940 26 27
1941
Lijsten met opgave van voorhanden springstoffen toebehorende aan de afdeling tot het onschadelijk maken van niet gesprongen munitie, vliegtuigbommen, aanwezig in het Kruithuis te Delft, 1941-1942
Tabel 20: Berichtgeving van de Commissie van Proefneming..
Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) Het Nederlands Instituut voor Militaire Historie te Den Haag is door Bodac voor dit vooronderzoek niet fysiek bezocht. Bodac heeft gebruik gemaakt van haar persoonlijke database met eerder gemaakte foto’s om de documenten te controleren op relevante indicaties. Voor het indicatieonderzoek heeft een controle plaatsgevonden op de site www.archieven.nl naar mogelijk significante documenten. Er zijn geen aanvullende relevante archiefstukken op de site gevonden voor het onderzoeksgebied.
Nederlands Instituut voor Oorlogs- Holocaust- en Genocidenstudies (NIOD) Het Nederlands Instituut voor Oorlogs- Holocaust- en Genocidenstudies te Amsterdam is door Bodac voor dit vooronderzoek niet fysiek bezocht. Bodac heeft gebruik gemaakt van haar persoonlijke database met eerder gemaakte foto’s om de documenten te controleren op relevante indicaties. 077 Generalkommissariat für das Sicherheitswesen (Höhere SS-und Polizeiführer Nord-West) Inventarisnr.: Beschrijving: 1328 Dagberichten van de Befehlshaber der Ordnungspolizei Den Haag betreffende vijandelijke luchtaanvallen, 1940-1941, 1 band 1332 Stukken betreffende vijandelijke luchtaanvallen, landingen van vijandelijke vliegeniers, het vinden van versperringsballons, het werpen van springstoffen en het gebruik van sabotagematerialen, 19401943, 1 band 1759 Berichtgevingen betreffende neergekomen vliegtuigen, 1943, 1 omslag Tabel 21: Berichtgeving richting de Generalkommissariat. 216k Departement van Justitie Inventarisnr.: Beschrijving: 150 Circulaires inzake de beschadiging van Duitse verkeersborden, het dansverbod en de melding van bominslagen en andere oorlogshandelingen, 25 september - 24 december 1940, 1 omslag
Historisch Vooronderzoek
Pagina 86 van 97
180
181-185
186
Hoofdinspectie LBD: Rapporten van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politiekorpsen en de Marechaussee inzake het geven van het sein luchtalarm, het neerstorten van vliegtuigen en vliegtuigonderdelen en de vondst van niet-ontplofte explosieven, 23 juni 1943 - 28 april 1944, 1 omslag Hoofdinspectie LBD: Processen-verbaal van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politie en Marechaussee met betrekking tot vijandelijke vliegtuigen, bomaanvallen en ontploffingen in verschillende gemeenten, 5 omslagen 181 Aalsmeer-Apeldoorn 182
Arcen-Arnhem
183
Baarn-Burgh
184
Capelle a/d IJssel-Dwingeloo
185
Echt-Zwolle
Hoofdinspectie LBD: Meldingen van verschillende gemeenten betreffende ongevallen, beschietingen, bombardementen en het afwerpen van (lege) benzinetanks door vliegtuigen., 1 omslag
Tabel 22: Archiefstukken van de hoofdinspectie luchtbeschermingsdienst
Semi-statische archiefdiensten Ministerie van Defensie Het Semi-statische archiefdiensten Ministerie van Defensie te Den Haag is door Bodac voor dit vooronderzoek niet fysiek bezocht. Bodac heeft gebruik gemaakt van haar persoonlijke database met eerder gemaakte foto’s om de documenten te controleren op relevante indicaties. Collectie van de Mijn- en Munitieopruimingsdienst MMOD, 1945-1947 Doosnr.: Beschrijving: Doos 43 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 43 A t/m B Doos 44 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 44 B t/m E Doos 45 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 45 E t/m G Doos 46 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 46 G t/m H Doos 47 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 47 H t/m K Doos 48 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 48 K t/m L Doos 49 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 49 M t/m N Doos 50 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 50 N t/m O Doos 51 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 51 P t/m S Doos 52 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 52 S t/m U Doos 53 Ruimingsrapporten
correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 53 V t/m W Doos 54 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 54 W Doos 55 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 55 W t/m Z Tabel 23: Ruimingsgegevens per gemeente.
Internationale Archieven Bundesarchiv-Militärarchiv (BAMA) te Freiburg Het Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg is door Bodac voor dit vooronderzoek niet fysiek bezocht. Bodac heeft gebruik gemaakt van haar persoonlijke database met eerder gemaakte foto’s om de documenten te controleren op relevante indicaties. Voor het indicatieonderzoek heeft een controle plaatsgevonden op de site van het Bundesarchiv naar mogelijk significante documenten. Er zijn geen aanvullende relevante archiefstukken op de site gevonden voor het onderzoeksgebied. RL 2-II Generalstab der Luftwaffe/Luftwaffenführungsstab Inventarisnr.: Beschrijving: 205 Nr. 248 – nr. 258, 10 mei 1940 – 21 mei 1940 206 Nr. 259 – nr. 264, 22 mei 1940 – 26 mei 1940 207 Nr. 265 – nr. 270, 26 mei 1940 – 2 juni 1940 208 Nr. 271 – nr. 276, 3 juni 1940 – 8 juni 1940
Pagina 87 van 97
Gemeente Etten-Leur
209 210 211 212 213 214 215 216 217 218 219 220 221 222 223 224 225 226 227 228 229 230 231 232 233 234 235 236 237 238 239 240 241 242 243 244 245 246 247 248 249 250 251 252 253 254 255 256 257 258 259 260 261 262 263
Nr. 277 – nr. 282, 9 juni 1940 – 14 juni 1940 Nr. 283 – nr. 290, 15 juni 1940 – 22 juni 1940 Nr. 292 – nr. 298, 23 juni 1940 – 30 juni 1940 Nr. 305 – nr. 317, 6 juni 1940 – 19 juli 1940 Nr. 319 – nr. 330, 20 juli 1940 – 1 augustus 1940 Nr. 375 – nr. 382, 15 september 1940 – 22 september 1940 Nr. 383 – nr. 391, 23 september 1940 – 1 oktober 1940 Nr. 393 – nr. 403, 3 oktober 1940 – 13 oktober 1940 Nr. 404 – nr. 414, 14 oktober 1940 – 24 oktober 1940 Nr. 415 – nr. 425, 25 oktober 1940 – 4 november 1940 Nr. 426 – nr. 434, 5 november 1940 – 13 november 1940 Nr. 435 – nr. 440, 14 november 1940 – 19 november 1940 Nr. 441 – nr. 447, 20 november 1940 – 26 november 1940 Nr. 448 – nr. 454, 27 november 1940 – 3 december 1940 Nr. 455 – nr. 463, 4 december 1940 – 12 december 1940 Nr. 464 – nr. 471, 13 december 1940 – 21 december 1940 Nr. 472 – nr. 479, 22 december 1940 – 31 december 1940 Nr. 480 – nr. 488, 1 januari 1941 – 9 januari 1941 Nr. 489 – nr. 497, 10 januari 1941 – 18 januari 1941 Nr. 498 – nr. 510, 19 januari 1941 – 31 januari 1941 Nr. 511 – nr. 519, 1 februari 1941 – 9 februari 1941 Nr. 520 – nr. 528, 10 februari 1941 – 18 februari 1941 Nr. 529 – nr. 538, 19 februari 1941 – 28 februari 1941 Nr. 539 – nr. 546, 1 maart 1941 – 8 maart 1941 Nr. 547 – nr. 554, 9 maart 1941 – 16 maart 1941 Nr. 555 – nr. 559, 17 maart 1941 – 21 maart 1941 Nr. 560 – nr.
562, 22 maart 1941 – 24 maart 1941 Nr. 563 – nr. 569, 25 maart 1941 – 31 maart 1941 Nr. 570 – nr. 575, 1 april 1941 – 6 april 1941 Nr. 577 – nr. 583, 8 april 1941 – 14 april 1941 Nr. 584 – nr. 591, 15 april 1941 – 22 april 1941 Nr. 592 – nr. 599, 23 april 1941 – 30 april 1941 Nr. 600 – nr. 605, 1 mei 1941 – 6 mei 1941 Nr. 606 – nr. 613, 7 mei 1941 – 14 mei 1941 Nr. 614 – nr. 625, 15 mei 1941 – 26 mei 1941 Nr. 626 – nr. 637, 27 mei 1941 – 7 juni 1941 Nr. 638 – nr. 645, 8 juni 1941 – 15 juni 1941 Nr. 646 – nr. 655, 16 juni 1941 – 25 juni 1941 Nr. 656 – nr. 660, 26 juni 1941 – 30 juni 1941 Nr. 661 – nr. 666, 1 juli 1941 – 6 juli 1941 Nr. 667 – nr. 672, 7 juli 1941 – 12 juli 1941 Nr. 673 – nr. 678, 13 juli 1941 – 18 juli 1941 Nr. 679 – nr. 684, 19 juli 1941 – 24 juli 1941 Nr. 685 – nr. 691, 25 juli 1941 – 31 juli 1941 Nr. 692 – nr. 700, 1 augustus 1941 – 9 augustus 1941 Nr. 701 – nr. 707, 10 augustus 1941 – 16 augustus 1941 Nr. 708 – nr. 713, 17 augustus 1941 – 22 augustus 1941 Nr. 714 – nr. 719, 23 augustus 1941 – 28 augustus 1941 Nr. 720 – nr. 725, 29 augustus 1941 – 3 september 1941 Nr. 726 – nr. 730, 4 september 1941 – 8 september 1941 Nr. 731 – nr. 736, 9 september 1941 – 14 september 1941 Nr. 737 – nr. 742, 15 september 1941 – 20 september 1941 Nr. 743 – nr. 748, 21 september 1941 – 26 september 1941 Nr. 749 – nr. 754, 27 september 1941 – 2 oktober 1941 Nr. 755 – nr.
760, 3 oktober 1941 – 9 oktober 1941
Historisch Vooronderzoek
Pagina 88 van 97
264 265 266 267 268 269
Nr. 761 – nr. 765, 10 oktober 1941 – 14 oktober 1941 Nr. 766 – nr. 769, 15 oktober 1941 – 18 oktober 1941 Nr. 770 – nr. 774, 19 oktober 1941 – 23 oktober 1941 Nr. 775 – nr. 778, 24 oktober 1941 – 28 oktober 1941 Nr. 779 – nr. 785, 28 oktober 1941 – 3 november 1941 Nr. 786 – nr. 791, 4 november 1941 – 9 november 1941
Tabel 24: Geraadpleegde Lageberichte uit het Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg. RM-7 Seekriegsleitung der Kriegsmarine Inventarisnr.: Beschrijving: 344 1-14 augustus 1940 345 15-23 augustus 1940 346 24-31 augustus 1940 347 1-8 september 1940 348 9-21 september 1940 349 22-30 september 1940 350 1-10 oktober 1940 351 11-20 oktober 1940 352 21-31 oktober 1940 353 1-10 november 1940 Tabel 25: Geraadpleegde Lageberichte uit de Kriegsmarine
The National Archives te Londen The National Archives te Londen is door Bodac voor dit vooronderzoek niet fysiek bezocht. Bodac heeft gebruik gemaakt van haar persoonlijke database met eerder gemaakte foto’s om de documenten te controleren op relevante indicaties. Voor het indicatieonderzoek heeft een controle plaatsgevonden op de site van The National Archives naar mogelijk significante documenten. AIR 37 Air Ministry: Allied Expeditionary Air Force, later Supreme Headquarters Allied Expeditionary Force (Air), and 2nd Tactical Air Force: Registered Files and Reports Inventarisnr.: Beschrijving: 714 2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: July-August 1944 715 2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: Sept.-Oct.1944 716 2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: Nov.-Dec. 1944 717 2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: Jan.-Feb. 1945 718 2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: March-May 1945 Tabel 26: Dagelijkse berichtgeving van de Second Tactical Air Force. AIR 27 Air Ministry and successors: Operations Record Books, Squadrons Inventarisnr.: Beschrijving: 1170-37 Squadron Number: 198. Summary of Events: Y., Sept. 1944 1170-38 Squadron Number: 198. Records of Events: Y., Sept. 1944 1372-37 Squadron Number: 222. Summary of Events: Y., Sept. 1944 1372-38 Squadron Number: 222. Records of Events: Y., Sept. 1944 1879-13 Squadron Number: 439. Summary of Events: Y., Sept. 1944 1879-14 Squadron Number: 439.
Records of Events: Y., Sept. 1944 1880-13 Squadron Number: 440. Summary of Events: Y., Sept. 1944 1880-14 Squadron Number: 440. Records of Events: Y., Sept. 1944 Tabel 27: Dagelijkse berichtgeving van de afzonderlijke Squadrons van de Second Tactical Air Force.
Pagina 89 van 97
Gemeente Etten-Leur
WO 171 War Office: Allied Expeditionary Force, North West-Europe (British Element): War Diaries, Second World War Inventarisnr.: 171-859 171-982 171-1002 171-1035 171-1065
Beschrijving: 1 Northamptonshire Yeomanry 90 Field Regiment 186 Field Regiment 51 Heavy Regiment 79 Medium Regiment
Datum: November 1944 November 1944 November 1944 November 1944 November 1944
Tabel 28: Dagelijkse berichtgeving van de War Office van de Allied Expeditionary Force.
The National Archives and Records Administration te Washington D.C. The National Archives and Records Administration te Washington D.C. is door Bodac voor dit vooronderzoek niet fysiek bezocht. Bodac heeft gebruik gemaakt van haar persoonlijke database met eerder gemaakte foto’s om de documenten te controleren op relevante indicaties. Record Group 407, Records of the Adjutant General’s Office, 1917 -, WW II Operations Reports, 19411948. Inventarisnr.: Beschrijving: Box 11951 3104-2.1 23 OCT 1944 to 3104-2.3 5 NOV 1944: 104th Infantry Division Tabel 29: Operations Reports van de 104th Infantry Division die zijn geraadpleegd. Record Group 18, Records of the of Army Air Forces Inventarisnr.: Beschrijving: Box 3294 56th Fighter Group. Misison Report September 9, 1944. Tabel 30: Records van de 8th en 9th US Air Forces.
Historisch Vooronderzoek
Pagina 90 van 97
Bijlage 6. Uitgangspunten horizontale afbakening
Pagina 91 van 97
Gemeente Etten-Leur
Historisch Vooronderzoek
Pagina 92 van 97
Bijlage 7. Hoofdgroepen van Conventionele Explosieven In totaal worden er zestien hoofdgroepen OO onderscheiden. Hieronder zijn de meest voorkomende soorten benoemd welke regelmatig voorkomen tijdens een historisch vooronderzoek.
Klein kaliber munitie (KKM) Klein Kaliber munitie is een verzamelnaam voor alle munitie van handvuurwapens zoals revolvers, pistolen, geweren, hulzen en slaghoedjes. Het kaliber moet kleiner zijn dan twintig millimeter.
Klein Kaliber Munitie (KKM), kaliber .303
Een Luger P08 met een kaliber van 9 millimeter
Geschutmunitie Munitie voor zogenoemde vuurmonden, ook wel schietbuis, met een kaliber van twintig millimeter of groter. Geschutmunitie is een verzamelnaam voor brisantgranaten, mortiergranaten, terugstootloze vuurmonden en kanonnen of houwitsers.
Duitse brisantgranaat van 10,5 cm
Geallieerde mortiergranaat van 3 inch
Pagina 93 van 97
Gemeente Etten-Leur
Handgranaten Een lichaam al of niet voorzien van springstof en voorzien van een ontsteker bedoeld om met de hand te werpen. Een handgranaat bestaat bijvoorbeeld uit een lichaam, meestal vuistgrootte, vaak voorzien van een beugel en veiligheidspin, dat al of niet is gevuld met een spring-, chemische-, pyrotechnische- of kruitlading. Een handgranaat is voorzien van een ontsteker met het doel te detoneren, brand te stichten of een rookgordijn te leggen. De uitkomst is afhankelijk van de soort handgranaat en haar vulling.
Britse Mills No. 36 handgranaat
Amerikaanse MKII handgranaat
Duitse Stielhandgranate 24
Geweergranaten Dit zijn granaten welke bedoeld zijn om met behulp van een geweer te verschieten. Vaak zijn deze geweergranaten betrekkelijk klein en voorzien van een staartstuk. De opbouw en gevechtslading van zo een geweergranaat is in het algemeen te vergelijken met de opbouw van die van handgranaten, echter is het bereik groter.
Duitse geweergranaten
Het verschieten van een geweergranaat
Historisch Vooronderzoek
Pagina 94 van 97
Munitie voor granaatwerpers Dit soort Conventioneel Explosief wordt middels een speciaal wapensysteem verschoten, gelanceerd of weggeslingerd. In tegenstelling tot geweergranaten, heeft dit soort munitie het bovengenoemde wapensysteem nodig om verschoten of gelanceerd te worden. Daarnaast is de desbetreffende munitie groter dan voorgaande hoofdsoorten.
Britse PIAT
Duitse Panzerfaust
Raketten (munitie voor raketwerpers) Deze munitieartikelen worden na afvuring tijdens de vlucht voortgestuwd door een raketmotor. Raketten zijn te herkennen aan een gelijknamige motor met daarin een venturi (uitstroomopening). Na de lancering was dit soort munitie niet langer bestuurbaar.
Amerikaanse bazooka
Duitse Panzerschreck
Afwerpmunitie Dit soort munitieartikelen zijn bedoelt om van een vliegtuig te worden losgelaten, uitgestoten of geworpen. Afwerpmunitie komen voor in allerlei vormen maten. De meeste bommen hebben een cilindrisch of sigaarvormig lichaam, waarbij brisantbommen een springstoflading bevatten en fosforbommen juist een chemische of pyrotechnische lading bevatten. Daarnaast kon de afgeworpen munitie op verschillende momenten tot uitwerking komen, namelijk in de lucht, bij inslag (direct of na vooringestelde tijd) of na het indringen van de (water)bodem. Met behulp van een verscheidenheid aan ontstekingsmechanismen kon een beoogde uitwerking verkregen worden. De meest voorkomende zijn de direct werkende of de (lange) vertraging ontstekers.
Pagina 95 van 97
Gemeente Etten-Leur
Opslag 500lbs bommen
In de grond aangetroffen 500lbs bom in Cadzand
Onderwatermunitie Conventionele Explosieven bedoeld om onder water te gebruiken. Hieronder vallen onder andere drijvende mijnen, grondmijnen, toerpedo’s, dieptebommen en invloedsmijnen.
Een Duitse U-Boot Abwehrmine
Mijnen(velden) Een mijn is een hoeveelheid springstof, al dan niet in een omhulsel, voorzien van een ontsteker, in of op een terrein of gebied aangebracht om te hinderen, schade toe te brengen of buiten gevecht te stellen en dat door het te treffen doel wordt geactiveerd. Er zijn vaak twee soort landmijnen te onderscheiden, een antipersoneel (AP) mijn en een antitank (AT) mijn. AP mijnen konden zo groot zijn als een schoenpoetsdoosje, terwijl AT mijnen zo groot konden zijn als een wiel. Mijnen uit de Tweede Wereldoorlog waren vaak voorzien van een drukontsteker.
Duitse anti-tank mijnen: Tellermine 42
Historisch Vooronderzoek
Duitse anti-tank mijn: Riegelmine 43
Pagina 96 van 97
Pagina 97 van 97
Gemeente Etten-Leur