Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten.pdf
Tekst van het document
Historisch Vooronderzoek Gemeente Etten-Leur
Pagina I van 97
Gemeente Etten-Leur
Projectinformatie: Opdrachtgever:
Gemeente Etten-Leur
Projectlocatie:
Etten-Leur
Documentnaam:
Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten
Documentcode:
210125_H0018_VO_01
Versie:
1
Datum:
25-1-2021 Naam:
Steller:
Dhr. L. (Luc) van Rooi
Geaccordeerd door:
Dhr. R. (Roy) Maas
Paraaf:
Distributielijst: Gemeente Etten-Leur Bodac B.V.
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze rapportage mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaand schriftelijke toestemming van de auteur. (Artikel 16 Auteurswet 1912). Het is de opdrachtgever toegestaan voor intern gebruik kopieën te maken zonder voorafgaande toestemming van de auteur.
Historisch Vooronderzoek
Pagina II van 97
Voorwoord In de huidige bodem waarop wij werken, wonen en recreëren zijn nog een aanzienlijke hoeveelheid Ontplofbare Oorlogsresten (OO) uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog aanwezig. Minder dan een ton kilo aan explosieven, welke niet tot ontploffing zijn gekomen of gebracht, liggen mogelijk nog in de grond. De aanwezigheid van dit achtergebleven oorlogstuig kan (grote) uitwerkingsgevolgen teweegbrengen, zoals luchtdruk en scherfwerking, welke een gevaar vormen voor mens, dier en omgeving bij de ontwikkeling van infrastructurele werken en bouwprojecten. Ons team van gespecialiseerde en gepassioneerde medewerkers kan voor u onderzoeken of een projectgebied verdacht is op OO en zo ja, welke munitieartikelen nog in de bodem aanwezig kunnen zijn. Een secure afweging in horizontale en verticale afbakening zal gemaakt worden om het uiteindelijke verdachte onderzoeksgebied te definiëren. De vervolgstappen binnen het opsporingsproces faciliteren wij eveneens voor u. Het detecteren, benaderen en veiligstellen van gevaarlijke explosieve munitie wordt uitgevoerd door onze gedisciplineerde werknemers. Het voornaamste doel: het beheersbaar maken van de risico’s die optreden, mocht een OO alsnog tot uitwerking komen. Wij nemen de meest geschikte maatregelen voor uw toekomstige werkzaamheden om deze risico’s in te perken.
Onze bekwaamheid om te innoveren binnen de ontwikkeling van het opsporingsproces brengt ons dagelijks op een hoger niveau, waardoor u als klant verzekerd bent van de economisch meest voordelige uitvoeringswijze. Dagelijks passen wij onze grensverleggende methodiek toe met een team van 30 specialisten die zowel de land- als de waterbodem onderzoeken. Ons werkgebied is voornamelijk Nederland, België en Duitsland, de Noord- en de Oostzee. Met de nieuwste en meest geavanceerde technologieën en veel kennis van geofysica onderzoeken we nauwkeurig en doelmatig uw plangebied om uiteindelijk een certificaat af te geven zodat u veilig de geplande werkzaamheden kunt uitvoeren. Uw veiligheid is onze zorg, natuurlijk…
BODAC
Pagina III van 97
Gemeente Etten-Leur
Inhoudsopgave 1 2 2.1 2.2 2.3 2.4
3
Samenvatting
5
Inleiding
6
Vooronderzoek in het Certificatieschema Doelstelling Onderzoeksmethode Kwalificatie van het onderzoeksteam
6 7 7 8
Projectscope 3.1
4
9
Onderzoeksgebied
9
Indicatieonderzoek
11
4.1 Eerder uitgevoerd onderzoek 4.2 Stafkaart Kadaster 4.3 Literatuur 4.4 Nationale Archieven 4.4.1 Gemeentelijk en provinciaal archief 4.4.2 Nationaal Archief (NA) te Den Haag 4.4.3 Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) 4.4.4 Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) 4.4.5 Semi-Statisch Informatiebeheer (SIB) Ministerie van Defensie te Rijswijk 4.4.6 Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) 4.5 Internationale archieven 4.5.1 Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg 4.5.2 The National Archives te Londen 4.5.3 Library and Archives of Canada te Ottowa 4.5.4 The National Archives and Records Administration te Washington D.C.. 4.6 Analyse luchtfoto’s 4.6.1 Methodiek 4.6.2 Selectie beeldmateriaal 4.7 Overzichtstabel met indicaties uit het literatuur- en archiefonderzoek en de luchtfoto analyse
5
Conclusie 5.1 5.2 5.3 5.4
6
11 14 16 17 17 17 18 18 18 18 27 27 27 28 28 30 30 30 32
69
Horizontale afbakening van het verdachte gebied Verticale afbakening van het verdachte gebied Conclusie indicatieonderzoek Advies
69 70 72 75
Leemten in kennis
76
Bijlage 1.
Inventarisatiekaart en Bodembelastingkaart
77
Bijlage 2.
Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven
78
Bijlage 3.
Protocol Toevalstreffer OO
79
Bijlage 4.
Toelichting verplichte en aanvullende bronnen
80
Bijlage 5.
Overzicht geraadpleegde archiefstukken
83
Bijlage 6.
Uitgangspunten horizontale afbakening
91
Bijlage 7.
Hoofdgroepen van Conventionele Explosieven
93
Historisch Vooronderzoek
Pagina IV van 97
1 Samenvatting In opdracht van de gemeente Etten-Leur heeft Bodac een vooronderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten (OO) uitgevoerd ter plaatse van de gemeente Etten-Leur met kenmerk ‘H0018’.1 Naar aanleiding van het opstellen van een gemeentedekkende risicokaart is een aanvraag gedaan voor deze bureaustudie. Is het projectgebied of zijn delen hiervan betrokken geweest bij oorlogshandelingen en is er daardoor een verhoogd risico op het aantreffen van Ontplofbare Oorlogsresten? Op basis van het geraadpleegde bronnenmateriaal zijn er meerdere feitelijke indicaties gevonden die duiden op de aanwezigheid van OO binnen de gemeentegrenzen van gemeente Etten-Leur. Verschillende locaties binnen de gemeente zijn onderhevig geweest aan oorlogshandelingen. Tijdens de meidagen van 1940 werd het centrum van Etten en delen van Leur zwaar gebombardeerd door Duitse vliegtuigen. In aanloop naar de bevrijding werden diverse strategische doelen door geallieerde jachtbommenwerpers beschoten of gebombardeerd met vliegtuigbommen en raketten. Tijdens de bevrijding vonden diverse beschietingen plaats. Deze waren voornamelijk rondom de rivier de mark gelocaliseerd, waarachter de Duitse bezetter een verdedigingslinie geformeerd had. Op verschillende locaties in de gemeente Etten-Leur is dus sprake van een vermoedelijk aantreffen van achtergebleven OO.
De locaties en de soorten OO zijn in kaart gebracht en gecategoriseerd. Voor de locaties waar OO kunnen worden aangetroffen wordt verwezen naar de Bodembelastingkaart, te vinden bij Bijlage 1. Inventarisatiekaarten en Bodembelastingkaart. Voor de soorten, subtypen en hoeveelheden van OO wordt verwezen naar Paragraaf 5.1 Conclusie indicatieonderzoek.
1
Opdrachtgunning akkoord conform getekende ingestuurde brief van 13-5-2020 door Gemeente Etten-Leur.
Pagina 5 van 97
Gemeente Etten-Leur
2 Inleiding In de Tweede Wereldoorlog alleen al is er naar schatting twaalf duizend ton aan explosieven door vliegtuigen afgeworpen. Ervaringscijfers geven aan dat ongeveer tien tot vijftien procent van deze afgeworpen explosieven om diverse redenen niet zijn gesprongen. Tevens zijn grote hoeveelheden munitie door grondgeschut en handvuurwapens verschoten, waarvan eveneens een deel niet of slechts gedeeltelijk is afgegaan. Vooral op locaties waar destijds zwaar gevochten is, komen nog veel van deze ‘blindgangers’ en ongesprongen explosieven in de bodem voor. Bodac BV maakt gebruik van academisch geschoolde medewerkers en moderne opsporingsmethoden om de Ontplofbare Oorlogsresten te vinden en te verwijderen. Zo zorgen wij ervoor dat een veilig te bewerken (bouw)terrein overgedragen kan worden aan onze opdrachtgever.
2.1
Vooronderzoek in het Certificatieschema
Naar aanleiding van de oorlogshandelingen, ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, bestaat er een mogelijkheid tot het spontaan aantreffen of toucheren van OO tijdens het uitvoeren van werkzaamheden in de (water)bodem. Hierdoor ontstaat een verhoogd veiligheidsrisico door het mogelijk ongewenst in (uit)werking komen van dit militair wapentuig. Dergelijke ongecontroleerde uitwerkingsgevolgen kunnen dodelijk letsel en zware schade aan materiaal en omgeving tot gevolg hebben. Daarnaast kunnen spontane vondsten van OO resulteren in stagnatie en meerwerkkosten van de uitvoeringswerkzaamheden. Om bovenstaande situaties te voorkomen dient een werkgever de risico’s van de werkzaamheden vooraf te inventariseren en te evalueren. Deze zogenoemde risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) is zeker voor bouw gerelateerde activiteiten (werkzaamheden in of op de (water)bodem). Tijdens het ontwerpen van het werk moeten de risico’s in beeld worden gebracht (V&G voorbereidingsfase), waaronder mogelijke OO in de bodem. Door de privatisering van het opsporen van OO, ontstond de behoefte aan normalisatie en regelgeving gericht op kwaliteit en veiligheid. Dit resulteerde uiteindelijk in de certificatieplicht in het Arbobesluit.
De totstandkoming van de eerdergenoemde certificatieplicht leidde tot het opstellen van de Beoordelingsrichtlijn van het Procescertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (BRL-OCE). Het opsporen van OO gaat namelijk gepaard met enkele beperkingen. Zo is op voorhand vaak onduidelijk naar welke explosieven wordt gezocht en in welke hoeveelheden deze verwacht kunnen worden. Daarnaast is het effect van bodemgesteldheid op de aan de treffen explosieven lastig te voorspellen. De totstandkoming van de BRL-OCE probeerde de invloed van deze beperkingen te minimaliseren. Later is deze richtlijn vervangen door het Werkveld Specifiek Certificatie Schema voor het systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE). De aspecten vooronderzoek en risicoanalyse maakten onderdeel uit van deze laatstgenoemde wet- en regelgeving. Daarnaast werden hierin al een aantal eisen aan het vooronderzoek gesteld om daarmee de kwaliteit van de onderzoeken te waarborgen. Vanwege de wijzigingen in het Arbeidsomstandighedenbesluit op 28 november 2019 (waarin de term Conventionele Explosieven is vervangen door de term Ontplofbare Oorlogsresten) besloten de belanghebbende partijen om een vernieuwd certificatieschema aan het CCvD voor te leggen. Dit resulteerde in het ‘Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten’.
Deze vrijwillige certificering valt dus niet binnen een wettelijk kader en derhalve zal de inhoud en methode van een risicoanalyse enigszins kunnen variëren. Per 1 januari 2021 is het nieuwe, wettelijk verplichte Certificatieschema Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten (opsporing) in werking getreden. Daarbij is (gelijktijdig) het vrijwillige Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten ingegaan. Bodac zal het volgende Historisch Vooronderzoek OO uitvoeren conform de meest recente versie van dit certificatieschema. Wanneer echter wordt gezocht naar OO doen er zich binnen het opsporingsproces enkele hordes voor. Zo is het niet direct duidelijk naar welke OO wordt gezocht, welke hoeveelheden OO verwacht kunnen worden en wat de bodemgesteldheid voor invloed heeft op aan te treffen OO. Om deze hordes te tackelen is een aantal jaar geleden het vooronderzoek in het leven geroepen. In eerste instantie viel het vooronderzoek onder het Werkveld Specifiek Certificatieschema Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten (WSCS-OOO), zoals opgenomen in Bijlage XII van de Arbeidsomstandigheden. Sinds 1 januari 2021 is echter voor het vooronderzoek een vrijwillig certificaat te verkrijgen dat niet gebonden is aan vigerende wet- en regelgeving.
Voor dit certificaat is door het Centraal College van Deskundige Ontplofbare Oorlogsresten (CCvD-OO) een norm opgesteld om kwaliteit te kunnen waarborgen. Het CCvD-OO heeft uitgesproken het onverminderd van belang te vinden dat er een certificatienorm beschikbaar blijft met daarin de eisen voor het vooronderzoek en de risicoanalyse OO. Historisch Vooronderzoek
Pagina 6 van 97
Bij het intreden is het certificaat onder het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (CVR-OO) komen te vallen. Bodac zal aan de hand van de gestelde eisen uit voorgenoemd schema de huidige bureaustudie opstellen.
2.2
Doelstelling
Het vooronderzoek OO heeft als doel om te beoordelen of er in het onderzoeksgebied sprake is van een verhoogde kans op het aanwezig zijn van OO, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. De bureaustudie bestaat dan ook uit het inventariseren als beoordelen/analyseren van bronnenmateriaal. De gevonden geografisch herleidbare indicaties zullen beoordeeld worden op relevantie. Op basis hiervan zal gemotiveerd vastgesteld worden of er mogelijk sprake is van een OO verdacht gebied, zo ja dan zal de (sub)soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoedelijke OO beschreven worden.2 Vervolgens formuleert deze bureaustudie de horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied. Het eindresultaat zal een rapportage en een bijbehorende OO-Bodembelastingkaart zijn (Bijlage 1).3
2.3
Onderzoeksmethode
Leidraad voor het vaststellen van de onderzoeksmethode is het CVR-OO. Voor het realiseren van een conclusie is het bronnenmateriaal essentieel. De organisatie verzameld indicaties en contra-indicaties aan de hand van literatuur- en archiefonderzoek en een luchtfotoanalyse. De onderzoeksmethode met betrekking tot luchtfoto’s wordt in Paragraaf 4.6.1 Methodiek uitgelegd. Inzake het bronnenmateriaal zullen verscheidene uitgangspunten geëvalueerd worden. Een toelichting op verplichte en aanvullende bronnen, beschreven in het CVR-OO staan in Bijlage 4 van deze rapportage. Naar aanleiding van het CVR-OO zal beoordeeld worden of bepaalde oorlogshandelingen een relevante indicatie vormen voor de mogelijke aanwezigheid van OO, echter hier mag gemotiveerd vanaf geweken worden. De gevonden indicaties en contra-indicaties uit bovengenoemd bronnenmateriaal dienen een locatieverwijzing te hebben, aangezien deze essentieel is om te bepalen of de informatie relevant is voor de aanwezigheid van OO in het onderzoeksgebied. Bij gebruikmaking van indicaties of contraindicaties uit geschreven bronnen, dienen de verwijzingen ongewijzigd in de rapportage over te worden genomen. Deze locaties moeten vervolgens vertaald worden naar een plaatsbepaling in de huidige topografie. Indien er onduidelijkheid is over de locatie van indicaties of contra-indicaties zal dit eveneens gedocumenteerd worden.
Vervolgens zullen alle relevante indicaties beoordeeld worden op betrouwbaarheid. Gecontroleerd wordt of de informatie van de desbetreffende indicatie uit een primaire of secundaire bron komt, of de informatiebron op zichzelf betrouwbaar is met betrekking tot de beschreven feiten en of de gevonden informatie overeenkomt met dezelfde OO-gerelateerde indicaties uit andere bronnen. Op basis van indicaties en contra-indicaties zal een conclusie worden getrokken of er binnen een onderzoeksgebied wel of geen verhoogde kans is op de aanwezigheid van OO. Bij het vaststellen van de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT worden enkele uitgangspunten gehanteerd. Een verhoogde kans op OO wordt geconstateerd wanneer er specifieke meldingen zijn van de aanwezigheid van munitieartikelen of wanneer Bodac een beredeneerde inschatting maakt over de aanwezigheid van oorlogshandelingen. Aan voorgenoemde constateringen wordt de conclusie VERDACHT gekoppeld. Benoeming van hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit, verschijningsvorm, ontstekingsinrichtingen en aantal (afwerpmunitie) van de mogelijke OO is noodzakelijk. Daarnaast hanteert de bureaustudie een horizontale en verticale afbakening bij een op OO verdachte locatie. De horizontale afbakening wordt in het systeem ArcGIS Pro verwerkt, waarbij Bodac gebruik maakt van het Rijksdriehoeksstelsel (RD) als coördinatensysteem.
De rapportage dient bij het bepalen van de verticale afbakening rekening te houden met hoofdsoort, gewicht en kaliber. Daarnaast zal, voor het berekenen van de indringingsdiepte bij afgeworpen munitie, gebruik gemaakt worden van het Ontwerp Voorschrift Bepaling Indringingsdiepte Conventionele Explosieven.4 Indien er sprake is van grondroering of grondverzet in de periode 1945 tot heden, dan zal dit meegenomen worden in het contra-indicatieonderzoek. De uiteindelijke verdachte verticale afbakening zal uitgedrukt worden tot een diepte ten opzichte van NAP.
2
De gevonden indicaties zullen beoordeeld worden op de aannemelijkheid van de aanwezigheid van OO. Enkel door detectie kan de daadwerkelijke aanwezigheid van munitieartikelen vastgesteld worden. 3 WSCS-OOO, Artikel 6.5 Proceseisen vooronderzoek <https://wetten.overheid.nl/BWBR0008587/2020-01-17#BijlageXII> [geraadpleegd op 14 april 2020]. 4 Deltares, ‘Ontwerp Voorschrift Bepaling Indringingsdiepte Conventionele Explosieven’, 1210497-000, 2015.
Pagina 7 van 97
Gemeente Etten-Leur
2.4
Kwalificatie van het onderzoeksteam
Het vooronderzoek en alle ArcGIS Pro werkzaamheden zijn uitgevoerd door historicus dhr. L.N.W. (Luc) van Rooi MA.5 De luchtfotoanalyse is eveneens uitgevoerd door historicus dhr. L.N.W. (Luc) van Rooi MA en gecontroleerd door historica mevr. A.E.F. (Anne) Backelandt MA. In samenspraak met en onder verantwoording van dhr. R.H.M. (Roy) Maas, projectleider van Bodac B.V.
5
De heer L.N.W. van Rooi beschikt over de expertises Historisch onderzoek/Risicoanalyse/Luchtfoto-interpretatie.
Historisch Vooronderzoek
Pagina 8 van 97
3 Projectscope Ter plaatse van de gemeente Etten-Leur zijn voor de toekomst meerdere grondroerende werkzaamheden gepland. Om een inzicht te krijgen in de mogelijke risico’s heeft de gemeente Etten-Leur aan Bodac opdracht verleend tot het uitvoeren van een Historisch Vooronderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van OO in de gemeente Etten-Leur. Deze rapportage is door Bodac uitgevoerd conform het hernieuwde ‘Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten’. Zoals gecommuniceerd met de opdrachtgever, middels de door Bodac opgestelde offerte, zal deze bureaustudie het kenmerk ‘H0018’ betiteld als ‘Historisch Vooronderzoek gemeente Etten-Leur’ krijgen.6
3.1
Onderzoeksgebied
Teneinde een gefundeerde uitspraak te kunnen doen omtrent de mogelijke aanwezigheid van OO zijn door Bodac alle feitelijk indicaties uit literatuur en archiefmateriaal die te herleiden zijn tot de gemeente Etten-Leur nagetrokken. De volledige huidige contouren van de gemeente Etten-Leur worden zodoende in deze rapportage als onderzoeksgebied bestempeld. Middels kaartmateriaal is het onderzoeksgebied met op de navolgende pagina in kaart gebracht (201028_H0018_OG_01).
6
Akkoord van offerte met kenmerk 200205_C20050_OB_01 middels aangetekend schrijven op 15 mei 2020.
Pagina 9 van 97
Gemeente Etten-Leur
9 9500
10 0000
10 0500
10 1000
10 1500
10 2000
10 2500
10 3000
10 3500
10 4000
10 4500
10 5000
10 5500
10 6000
10 6500
10 7000
10 7500
10 8000
40 4500 40 4000 40 3500
40 3500
40 4000
40 4500
40 5000
9 9000
40 5000
9 8500
40 3000 40 2500 40 2000 40 1500 40 1000 40 0500 40 0000 39 9500 39 9000 39 8500 39 8000 39 7500 39 7000 39 6500 39 6000 39 5500 39 5000 39 4500 39 4000
39 4000
39 4500
39 5000
39 5500
39 6000
39 6500
39 7000
39 7500
39 8000
39 8500
39 9000
39 9500
40 0000
40 0500
40 1000
40 1500
40 2000
40 2500
40 3000
Esri Nederland, Community Maps Contributors
Verklaring Onderzoeksgebied
3-12-2020 201203_H0018_OG_01
Tekeningnaam
39 3500
Datum
1.
Status Actueel
2. 3.
39 3000
Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven
39 2500
0
9 8500
300
600
Meters 900
Formaat: A2
Opdrachtgever: Gemeente Etten-Leur
Schaal: 1:23.000
Project: H0018
Coördinatenstelsel: RD
Tekening: Onderzoeksgebied
Tek.: L. van Rooi
Tekeningnaam: 201203_H0018_OG_01
Acc.: R. Maas
Esri Nederland, Community Map Contributors
9 9000
9 9500
10 0000
10 0500
10 1000
10 1500
10 2000
10 2500
10 3000
10 3500
10 4000
10 4500
10 5000
10 5500
10 6000
10 6500
10 7000
10 7500
´ 39 3000
Nr.
39 2500
39 3500
Versiebeheer
10 8000
4 Indicatieonderzoek Het indicatieonderzoek zal, op basis van bronnen, vaststellen of het onderzoeksgebied mogelijk betrokken is geweest bij oorlogshandelingen. Alvorens bronnen geraadpleegd kunnen worden, zal een inventarisatie plaats van eerder uitgevoerde vooronderzoeken betreffende OO. De volgende Paragraaf 4.1 Eerder uitgevoerd onder-zoek weergeeft de onderzoeken die eerder zijn uitgevoerd op het grondgebied van de gemeente Etten-Leur en welke conclusies aan deze onderzoeken verbonden zitten.
4.1
Eerder uitgevoerd onderzoek
Conform het Certificatieschema dient bij aanvang van het onderzoek te worden nagegaan of er in het verleden onderzoek is uitgevoerd naar de aanwezigheid van OO, en zo ja, te worden gerapporteerd op welke wijze deze informatie is betrokken bij het onderzoek. Voor dit vooronderzoek is navraag gedaan bij de gemeente Etten-Leur, ProRail en Waterschap Brabantse Delta. Ook is gekeken in het archief van Bodac. In het archief van Bodac werden geen onderzoeken of opsporingsopdrachten aangetroffen. De volgende rapportages hebben betrekking op (delen van) het onderzoeksgebied en zijn afkomstig van derden:
Rapportage Derden: Steller:
AVG
AVG
AVG
AVG Bombs Away B.V.
Titel + Projectnummer + Datum:
Vooronderzoek CE, ‘A58 Etten-Leur’, projectnummer: 1962217 (20 december 2019). Procesverbaal van Oplevering, ‘Grauwe Polder 43 Etten-Leur’, kenmerk: 1956133-PvO-01 (26 juni 2019). Procesverbaal van Oplevering, ‘Leidingrracé Zevenbergen-Breda’, kenmerk: 1556120-PvO-01 (3 maart 2016). Kenmerk: 1362028 Vooronderzoek CE, ‘Locaties Boxtel, Haaren, Gilze-Rijen, Bosschenhoofd en EttenLeur’, projectnummer: 11P011 (20 november 2012).
Pagina 11 van 97
Conclusie:
Afbakening: Gedeeltelijk verdacht
Categorie:
Kalibers:
Verschijningsvorm:
Verklaring:
V-1
Verschoten, restanten uit (gedeeltelijke detonatie)
Conclusie wordt meegenonomen in dit onderzoek.
In het onderzochte gebied werden ‘geen (restanten-) conventionele explosieven aangetroffen’. Er werd gezocht tot een maximale diepte van 0,50 meter minus maaiveld.
Conclusie wordt meegenonomen in dit onderzoek.
In het onderzochte gebied werden ‘geen (restanten-) conventionele explosieven aangetroffen’. Er werd gezocht tot een minimale diepte van 1,00 meter minus maaiveld en een maximale diepte van 2,50 meter minus maaiveld.
Conclusie wordt meegenonomen in dit onderzoek.
Onderzoek niet ontvangen. Onverdacht
n.v.t. Onderzoek op basis van verouderde wet- en regeleving. Conclusie wordt niet meegenomen
-
V-Wapen
Gemeente Etten-Leur
Bombs Away B.V.
Bombs Away B.V.
Bombs Away B.V.
Onderzoek niet ontvangen.
n.v.t.
Onverdacht
Onderzoek op basis van verouderde wet- en regeleving. Conclusie wordt niet meegenomen in de rest van het onderzoek.
Aanvullend Vooronderzoek CE, 150 Kv station Etten, uitbreiding met één transformatorveld, projectnummer: 18P087 (11 juli 2018). Aanvullend Vooronderzoek
Onverdacht
-
Geschutmunitie Infanteriemunitie
-
Geschutgranaten KKM Handgranaten Geweergranaten
-
Verschoten Gedumpt
Onverdacht
CE, ‘Uitbreiding 150 kVstation Etten’, projectnummer: 19P051 (16 juli 2019)
Bombs Away B.V
Vooronderzoek CE, ‘VO Verbetering regionala keringen deelgebied Oost’, (datum: onbekend) Vooronderzoek CE, ‘VO Krijtenburgsche Polder EttenLeur’, (datum: onbekend) Vooronderzoek CE, ‘EVZ
Explosive Clearance Group B.V.
n.v.t.
Verdacht
Vooronderzoek CE, ‘VO De
Explosive Clearance Group B.V.
Onderzoek niet ontvangen.
Vooronderzoek CE, ‘Gasleidingtracé Sint Willebrord – Etten-Leur’, projectnummer: 12P032 (10 december 2012).
Bombs Away B.V
Bombs Away B.V
Onderzoek niet ontvangen.
in de rest van het onderzoek. Onderzoek op basis van verouderde wet- en regeleving. Conclusie wordt niet meegenomen in de rest van het onderzoek. Aanvullende bronnen werden niet geraadpleegd. Conclusie wordt niet meegenomen in de rest van het onderzoek. Aanvullende bronnen werden niet geraadpleegd. Conclusie wordt niet meegenomen in de rest van het onderzoek. n.v.t.
Mark Breda’, kenmerk: 14p060 (datum: onbekend)
Bijloop’, 327-012 2012).
projectnummer (december
Vooronderzoek CE, ‘PGO Brabant, rapportage 3’, projectnummer: 257-017-AVO-01 (30 november 2017).
Historisch Vooronderzoek
Verdacht
✓ • o
Afwerpmunitie Infanterie Raketten
✓ ✓
50kg tot 250kg (niet feitelijk vast te stellen)(Duits) 20lbs, 40lbs, 250lbs en 500lbs (niet feitelijk vast te stellen)(Geallieerd)
✓ • o
Afgeworpen Gedumpt Verschoten
Conclusie wordt meegenonomen in dit onderzoek.
Pagina 12 van 97
•
o T&A Survey
Vooronderzoek CE, ‘Waterloop Lokkervaart’, projectnummer 1014GPR4722 (26 november 2014).
Onverdacht
Steelhandgranaat, KKM, geweergranaat, pantserschreck, panzerfaust 60lbs Aanvullende bronnen werden niet geraadpleegd. Conclusie wordt niet meegenomen in de rest van het onderzoek.
Tabel 1: Eerder uitgevoerde onderzoeken aangaande OO in de gemeente Etten-Leur.
Pagina 13 van 97
Gemeente Etten-Leur
4.2
Stafkaart Kadaster
Ten behoeve van het bronnenonderzoek is kennis van de toenmalige topografie ten tijde van mogelijke oorlogshandelingen noodzakelijk. Met behulp van topografische kaarten van het Kadaster en ArcGIS Pro kan de oude situatie geprojecteerd worden op de huidige locatie. 7 Daarmee kunnen verdwenen toponiemen uit het huidige straatbeeld toch achterhaald worden en gebruikt worden in het bronnenonderzoek. Op het kaartmateriaal staan diverse toponiemen beschreven, zoals: ✓ Etten; ✓ Leur; ✓ Zwartenberg; ✓ Klappenberg; ✓ Bremberg (Hooge en Lage); ✓ Liesbos(ch); ✓ Grauwenpolder; ✓ Haansberg; ✓ Donk (Hooge en Lage); ✓ Krijtenburg; ✓ Zandspui; ✓ Wildert; ✓ Hil; ✓ Vaartkant. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog viel het onderzoeksgebied onder de gemeente Etten-Leur. Derhalve dienen de archieven van deze gemeente geraadpleegd te worden, alsmede het provinciale archief van NoordBrabant.
7
Stafkaart (Zevenbergen), Holland 1:25.000, G.S.G.S. 4427 (AMS 1), First Edition, Sheet 9 S.W.;Stafkaart (Terheijden), Holland 1:25.000, G.S.G.S. 4427 (AMS 1), First Edition, Sheet 9 S.E.;Stafkaart (Breda), Holland 1:25.000, G.S.G.S. 4427 (AMS 1), First Edition, Sheet 16 N.E.;Stafkaart (Roosendaal), Holland 1:25.000, G.S.G.S. 4427 (AMS 1), First Edition, Sheet 16 N.W.;Stafkaart (Nispen), Holland 1:25.000, G.S.G.S. 4427 (AMS 1), First Edition, Sheet 16 S.W.; Stafkaart (Zundert), Holland 1:25.000, G.S.G.S. 4427 (AMS 1), First Edition, Sheet 16 S.E..
Historisch Vooronderzoek
Pagina 14 van 97
E sriN e d e rla n d ,C o m m u n ityM a p s C o n trib u to rs
V e rk la rin g O n d e rz o e k s g e b ie d V e rs ie b e h e e r N r.
D a tu m
1 .
3 -1 2 -2 0 2 02 0 1 2 0 3 _ H 0 0 1 8 _ H IS _ 0 1
T e k e n in g n a a m
S ta tu s A c tu e e l
2 . 3 . M a te ninm ,d ia m e te rse na fm .b e s tra tin g s m a te ria le ninm m ,h o o g te m a te ninm t.o .v .N A P ,te n z ij a n d e rsa a n g e g e v e n
0
3 0 0
6 0 0
M e te rs 9 0 0
´
F o rm a a t:A 2
O p d ra c h tg e v e r:G e m e e n teE tte n -L e u r
S c h a a l:1 :2 3 .0 0 0
P ro je c t:H 0 0 1 8
C o ö rd in a te n s te ls e l:R D
T e k e n in g :H is to ris c h ek a a rt
T e k .:L .v a nR o o i
T e k e n in g n a a m :2 0 1 2 0 3 _ H 0 0 1 8 _ H IS _ 0 1
A c c .:R .M a a s
4.3
Literatuur
Voor het onderzoeksgebied zijn de onderstaande relevante literatuurbronnen geraadpleegd, zowel standaardwerken als eventuele specifieke regionale informatiebronnen. In deze literatuur kunnen indicaties gevonden worden welke herleidbaar zijn naar het onderzoeksgebied. In het chronologisch overzicht in Paragraaf 5.1 zal de relevantie en herleidbaarheid verder onderzocht worden. Auteur:
Titel:
Plaats en datum:
Amersfoort, H. en P. Kamphuis Bishop, S.D., J.A. Hey, G. Franken en M. Cillessen Boiten, T.E.W.
Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied
Den Haag, 2005
Losses of the US 8th and 9th Air Forces Volume 4 ETO Area - July 1944 - September 1944 The Nachtjagd War Diaries: an operational history of the German night fighter force in the West, volumes 1 and 2 Canadezen in actie. Nederland najaar ’44 – voorjaar ‘46 Inventarisatie uit diverse bronnen van in de meidagen van 1940 tijdens of door de strijd in Nederland neergeschoten, vernielde of door vuur beschadigde Duitse vliegtuigen, weergegeven per provincie of gebied Opmars naar Rotterdam, deel 2, van Maas tot Moerdijk Er heerschte een ernstige oorlogstoestand. Etten-Leur in de Tweede Wereldoorlog The JG26 War Diary. Volume 2: 1943-1945 Mighty Eighth War Diary
Cambrigde, 2013
Brabant bevrijd Bombardementen, raketbeschietingen, neergekomen Vwapens en militaire vliegtuigverliezen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945 Vliegvelden in oorlogstijd. Nederlandse vliegvelden tijdens bezetting en bevrijding 1940-1945 De bevrijding van West-Brabant, een streek en haar bewoners temidden van verwoesting en oorlogsgeweld september 1944 – mei 1945 Timberwolf Tracks. The history of the 104th Infantry Division, 1942-1945 Het spoorwegbedrijf in oorlogstijd, 1939-1945 Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog 1939-1945 De bevrijding van Nederland 1944-1945. Oorlog op de flank Luchtgevaar. Luchtaanvallen op Nederland 1940-1945 De luchtverdediging in de meidagen 1940, 2 delen De strijd op Nederlands grondgebied tijdens de Wereldoorlog II, diverse delen Bij de bevrijding begon de oorlog Bulletin Air War 1939-1945
Hulst, 1994 Z.p. 2011
Verliesregister 1939-1945. Alle militaire vliegtuigverliezen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. En nooit was het stil… Kroniek van een luchtoorlog
Den Haag, 2008
Bollen, H. (e.a.) Brongers, E.H.
Brongers, E.H. Broos, P. en M. Hendrix Caldwell, D. Crouchman, A. en V. Maslen Didden, J. en M. Swarts Eversteijn, T.
Grimm, P., E. van Loo en R. de Winter Hoedelmans, P. en A. de Wolf Hoegh L. en H. Doyle Huurman, C. Jong, L. de Klep, C. en B. Schoenmaker Korthals-Altes, A. Molenaar, F.J. Nierstrasz e.a. Schipper, P. de Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 (SGLO) Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 (SGLO) Zwanenburg, G.J.
Walton on Thames, 2008 z.p., z.j. Z.p., 2008
Baarn, 1982 Etten-Leur, 1994 Londen, 1998 Londen, 1981
Amsterdam, 2009 Roosendaal, 1994
Washington, 1946 Eindhoven, 2001 Den Haag, 1969-1991 ’s-Gravenhage, 1995 Amsterdam, 1984 Den Haag, 1970 Den Haag, 1956 Raamsdonkveer, 2005 Deventer, 2003-2016
Den Haag, 1990
Tabel 2: Literatuurlijst met relevante en standaardboeken.
Website: www.delpher.nl www.dotkadata.nl
Historisch Vooronderzoek
Pagina 16 van 97
Website: www.echodelta.net www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/ www.library.wur.nl www.nationalarchives.gov.uk www.ncap.org.uk www.oorlogsbronnen.nl www.royalartilleryunitsnetherlands1944-1945.com www.studiegroepluchtoorlog.nl/verliesregister www.timberwolves.nl www.topotijdreis.nl www.vergeltungswaffen.nl Tabel 3: Overzicht met geraadpleegde websites.
4.4
Nationale Archieven
Ten behoeve van het indicatieonderzoek zijn nationale en internationale archieven onderzocht. In de archieven is voornamelijk aandacht besteed aan documenten van de luchtbeschermingsdienst, de stukken over aangetroffen/geruimde OO en oorlogsschaderapporten. Waar aanwezig zijn deze relevante indicaties in het bronnenonderzoek meegenomen. Een overzicht van de geraadpleegde archiefstukken bevind zich in Bijlage 5. 4.4.1 Gemeentelijk en provinciaal archief In het West-Brabants Archief te Bergen op Zoom zijn archiefstukken geraadpleegd, te weten 0008 Archief van
de Gemeente Etten-Leur – gemeentepolitie, 1888-1945, 0085 Archief van de Gemeente Etten-Leur, 19361949, 0165 Archief van de Gemeente Etten-Leur, 1950-1979 en 0166 Archief van de Gemeente Etten-Leur, 1980-1989. In het Brabants Historisch Informatiecentrum te ‘s-Hertogenbosch zijn provinciale documenten geraadpleegd. Er zijn diverse dossiers geraadpleegd uit het archief 127 Militair Gezag in Brabant. Het Militair Gezag (MG) was het dagelijkse bestuur van de in 1944 en 1945 bevrijde delen van Nederland namens de Nederlandse regering in Londen tot aan de overdracht van deze gebieden aan voorgenoemde regering. Het MG moest het door zuiveringen, collaboratie en oorlogshandelingen ontstane vacuüm in het burgerlijke gezagsapparaat dus opvullen. Het orgaan hield zich bezig met het herstel van het land en handhaving van de veiligheid. Onderwerpen als luchtbeschermingsdienst, herstellen van oorlogsschade en explosievenopruiming vielen hier ook onder. Deze onderwerpen kunnen relevant zijn voor het indicatieonderzoek. 4.4.2 Nationaal Archief (NA) te Den Haag In het Nationaal Archief zijn documenten van het archief 2.04.53.15 Ministerie van Buitenlandse Zaken: Inspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen, 1937-1946 geraadpleegd. In 1936 trad de Wet tot Bescherming van de Bevolking tegen Luchtaanvallen in werking.
Dat leidde tot de oprichting van de Inspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen, die tot taak had de gemeentelijke activiteiten op dit terrein te begeleiden en te controleren. In 1942 verving de Duitse bezetter de Wet tot Bescherming van de Bevolking tegen Luchtaanvallen door de Luchtbeschermingsverordening. Dit bracht de luchtbescherming sterker onder controle van de bezetter. Tot de onderwerpen die aan de orde komen behoren rapportages over luchtactiviteiten en informatie over de organisatie van de luchtbeschermingsdienst. Naast bovengenoemd archief zijn documenten van de Korps Hulpverleningsdienst onderzocht, te weten
2.04.110 Korps Hulpverleningsdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, 19451974. Op 21 juli 1947 werd de Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) enkel belast met ruimingen van militaire objecten, voorheen functioneerde dit orgaan ook in de civiele sector. Het Korps Hulpverleningsdienst was vanaf bovenstaande datum als aanspreekpunt en verantwoordelijke organisatie aangewezen voor het ruimen van explosieven in de civiele sector. Vanaf 1 januari 1948 werd zij eveneens verantwoordelijk voor militaire objecten.8 Rond 1971 werden taken, zoals het ruimen van geïmproviseerde explosieven, overgedragen aan de Explosieve Opruimingsdienst (EOD). Met het raadplegen van dit archief tracht Bodac inzicht te krijgen in mogelijke ruimingen tussen 1946 en 1971. Detailinformatie uit de periode waarin het Korps Hulpverleningsdienst actief was is vermoedelijk wel gedocumenteerd, maar vervolgens vernietigd of niet zodanig gearchiveerd dat deze informatie tegenwoordig nog vindbaar is. In het archief zijn derhalve alleen krantenberichten over de werkzaamheden van het Korps geraadpleegd. Tevens is het archief 2.13.25 Archief van het 8
J. van Woensel, Vrij van Explosieven. De geschiedenis van het EOCKL en zijn voorgangers, 1944-2004 (Meppel 2004), 90.
Pagina 17 van 97
Gemeente Etten-Leur
Militair Gezag, (1939) 1943-1946 (1956) ingezien. Relevante indicaties over de luchtbeschermingsdienst van de vijftien secties van Nederland kunnen aanwezig zijn in deze documentatie. Ook is 2.13.71 Archieven van het Ministerie van Defensie te Londen 1940-1941 – Ministerie van Oorlog te Londen [1941-1945]; Departement van Oorlog: Bureau Londen [1945-1947], (1933) 1940-1947 (1974) gecontroleerd op relevante indicaties. Op 14 mei 1940 werd de zetel van de Nederlandse regering formeel in Londen gevestigd, waaronder het opbouwen van het ministerie van Defensie (later Oorlog). Het hield zich bezig met luchtvaart, militaire operaties en inlichtingen uit Nederland. Tot slot is het archief 2.13.210 Archief van de Commissie van Proefneming met hierin opgenomen afgedwaalde
archiefbescheiden van onderdelen van de Artillerie- Inrichtingen en Artillerie onderdelen, (1814) 1867-1942 geraadpleegd. De voornaamste taken van de Commissie van Proefneming waren het plannen, uitvoeren en verslag uitbrengen van de resultaten van fabricage, ontwikkelingsproeven van munitie en wapens. Daarnaast ontwikkelden en verbeterde de Commissie de beproevingmethoden en -procedures van wapens en munitie. In 1939 werd de Commissie in verband met het opheffen van de Normaal Schietschool uitgebreid en zij werd opgeheven met ingang van 15 juli 1940. 4.4.3 Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) In het Nederlands Instituut voor Militaire Historie te Den Haag is allereerst het zogenoemde bunkerarchief geraadpleegd, te weten 575 Bureau Inlichtingen/Duitse verdedigingswerken. Dit archief vermeld Duitse verdedigingswerken op nationaal niveau. Ten tijde van de bezetting, rond de meidagen in 1940, is het onderzoeksgebied betrokken geweest bij oorlogshandelingen. Derhalve is het archief 409 Gevechtsverslagen en rapporten mei 1940 onderzocht. De collectie Gevechtsverslagen bestaat uit verslagen en rapporten zoals die werden ingeleverd door officieren, onderofficieren en manschappen bij de Krijgsgeschiedkundige Sectie van het Hoofdkwartier van de Generale Staf. Dit gebeurde reeds vanaf de zomer vanaf 1940 en liep door tot enkele jaren na de bezetting.
4.4.4 Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) In het Nederlands Instituut voor Oorlog-, Holocaust- en Genocidenstudies te Amsterdam zijn meerdere archieven onderzocht, zoals 077 Generalkommissariat für das Sicherheitswesen (Höhere SS- und Polizeiführer NordWest). Toen Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart zich in mei 1940 in Nederland vestigde liet hij zich bijstaan door vier Generalkommissare met bijbehoren apparaat voor belangrijke onderdelen van het bestuur. De Generalkommissar für das Sicherheitswesen was leider van de SS-organisatie in Nederland. Het archief betreft dus documentatie van deze organisatie. Vervolgens is het archief 216k Departement van Justitie geraadpleegd. Behalve documenten, afkomstig van de afdeling Luchtbescherming zelf, bevinden zich hieronder namelijk ook rapporten, correspondentie van de afdelingen Politie, Marechaussee e.d. 4.4.5 Semi-Statisch Informatiebeheer (SIB) Ministerie van Defensie te Rijswijk In de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog was de Mijn- en Munitie Opruimings Dienst (MMOD) verantwoordelijk voor het opruimen van mijnen en achtergelaten munitie in Nederland. Het archief van het MMOD bevindt zich bij het Semi-Statisch Informatiebeheer van het Ministerie van Defensie in Rijswijk. Het archief bestaat uit meldingen, kaarten, plattegronden en ruimingsrapporten van Nederlandse gemeenten.
In sommige gevallen is deze informatie omtrent munitieruimingen in de naoorlogse jaren eveneens aanwezig in de betreffende gemeentearchieven. Voor het huidige indicatieonderzoek is gezocht op vermeldingen van de gemeente Etten-Leur.
4.4.6
Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD)
Ten behoeve van het indicatie- en contra-indicatieonderzoek is het archief van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) te Soesterberg bestudeerd. In 1971 heeft de EODD de taak voor het ruimen van aangetroffen OO van de Hulpverleningsdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken overgenomen. Pas vanaf deze periode zijn alle meldingen van aangetroffen en geruimde OO bijgehouden. Tot 1990 werden deze ruimingen ‘Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening (MORA’s) genoemd. Tegenwoordig worden de ruimingen omschreven als ‘Werkopdrachten’ (WO’s) of ‘Uitvoeringsopdrachten’ (UO’s). Een nadeel van deze bron is de onvolledigheid van meldingen of ruimingen tussen 1940-1944 en 1947/1948-1971 bij de EOD of het SIB. Over de periode 2010-2021 zijn de meldingen digitaal raadpleegbaar bij de EOD. Voor deze bureaustudie is gezocht op vermeldingen van de gemeente en plaats Etten-Leur. Bodac heeft een overzicht van de EOD ontvangen van de UO’s/MORA’s binnen en rondom het onderzoeksgebied. Deze meldingen ondersteunen het indicatieonderzoek door een nauwkeuriger beeld te creëren welke
Historisch Vooronderzoek
Pagina 18 van 97
oorlogshandelingen (beschietingen, grondgevechten, bombardementen) in of in de buurt van het te onderzoeken gebied hebben plaats gevonden. Zowel in de database als op de ruimrapporten zelf zijn de locatieomschrijvingen meestal vrij summier beschreven. Dit betekent dat de betreffende locaties meestal slechts indicatief kunnen worden herleid tot een huidige locatie. Om het verschil in nauwkeurigheid enigszins aan te geven maakt Bodac onderscheid tussen munitieruimingen op adresniveau en op straatnaamniveau. Op de kaart 201203_H0018_UO_01 onderaan deze paragraaf zijn de meldingen op adresniveau in rood aangeduid. De meldingen op straatniveau hebben de gele kleur toegewezen. Hierbij dient nog opgemerkt te worden dat ook een munitieruiming op adresniveau als indicatief dient te worden beschouwd, omdat de exacte locatie meestal niet is te achterhalen uit de stukken. Om de gevonden plaatsaanduidingen te lokaliseren is gebruik gemaakt van Google Maps en ArcGIS Pro. In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de aangetroffen/geruimde OO in het onderzoeksgebied in de periode 1971-heden die zijn aangetroffen in het archief van de EOD. UO nr.: 19720391
Datum: 8-3-1972
Object: 5x Mortiergranaten
19732419
11-10-1973
1x Brisantgranaat van 10,5 cm met schokbuis
19740254
13-2-1974
1x Handgranaat Mills 36
19740432 19741493
20-2-1974 27-5-1974
1x Mortiergranaat 1x Granaat
19780389 19780977
27-2-1978 17-4-1978
1x Granaat 30 cm (lengte), 8 cm (diameter) 1x Mortiergranaat van 26 cm lang
19810137 19811693 19811977
2-2-1981 9-6-1981 26-6-1981
1x Antitankgranaat 57 mm 1x Pantsermassief 57 mm (verschroot) 1x Artilleriegranaat HE van 7,5 cm
19841635 19841915
10-5-1984 30-5-1984
1x 40 mm AP, 1x 2 inch mortiergranaat, 1 kg KKM 1x Artilleriegranaat exercitie 40 mm
19841998 19842213 19851522 19862960
16-6-1984 14-8-1984 20-5-1985 4-9-1986
19863245
29-9-1986
1x 37 mm APHE 3x 37 mm AP Granaat 1 kg .30 KKM 1x 155 mm Artilleriegranaat Duits (vermoedelijk kruitgranaat) 1 kg kkm
19864269 19873036
31-12-1986 2-11-1987
1x Brandbom 30 lbs 1x 40 mm HE
19882460 19883582
17-8-1988 12-12-1988
1x Artilleriegranaat HE 3.7 inch 1x Huls (leeg)
19892710
4-9-1989
10 kg KKM, 2x Brisantgranaat 20 mm HE, 2x Rookpotten
19920145 19932566
17-1-1992 25-11-1993
1x 25 Ponder Chemisch (Leeg) 1x 60 lbs SAP
Pagina 19 van 97
Locatie: Hr. Balemans-Vossenbersevaart 2 Achter in de tuin van het politiebureau Guido Gezellelaan 128, voor perceel 28 Heul 53 Hr. Kinkel-Wilgenlaan 93 Windgat 91 In het Padvindersven Bolledonkseweg Sprangweg 41 In de scheiding Wildert van de Hoefweg Zundertseweg 39 Zevenbergseweg 14, in schuur Hogevaartkant 19 Hoge Vaartkant 19 Rijsbergseweg 41 Vuilnisbelt EttenLeur Bisschopsmolenstraat 123 Veerseweg, polder Hogevaardkamp, (Hoge Vaartkant?) Hoge Bremweg 21 Hanekinderenstraat 17 Opgedroogde Padvindersven, Zundertseweg Zwartebergseweg Brabantlaan, bij Oude Melkfabriek, in de buurt van een spoorlijn
Gemeente Etten-Leur
19950445
18-3-1995
1x Artilleriegranaat van 75 mm HE
19950977 19951947 19952208
8-5-1995 11-9-1995 11-10-1995
19971444
30-6-1997
1x Scherfhandgranaat ICI (NL) 1x 9 cm brisantgranaat 1x Brisantgranaat 75 mm, 5x Ernstvuurwerk, 10 kg Vuurwerk 1x Handgranaat Mills 36
19980469
19-3-1998
1x Brisantgranaat van 3.7 inch
19982109
26-10-1998
1x Handgranaat Mills 36
19990361
23-3-1999
1x Handgranaat Mills 36
19991579
2-9-1999
1x Geweergranaat van 3 cm HE
20000215
11-2-2000
1x 6 ponder APHE compleet schot
20002021 20011736
18-10-2000 23-10-2001
1x Brisantpantsegranaat van 57 mm met ontsteker M72 1x 50 kg SC + ontsteker ELAZ C50
20021847
22-11-2002
2x 25 mm exercitie
20041294 20041357 20060258 20061065
4-9-2004 16-9-2004 3-3-2006 30-6-2006
20061812
16-11-2006
14x Geweergranaat 3 cm Duits 1x 3.7 inch leeg met afgebroken ontsteker 1x Granaatkartets verschoten 1x Brisantpantsergranaat van 76 mm met M66 (verschoten) 1x Vliegtuigbom Duits SC 250 met N15 ontsteker
20070294 20070729
5-3-2007 2-5-2007
1x 40 mm compleet schot 1x 5,5 inch Artilleriegranaat (leeg)
20110735 20150414 20150597
3-5-2011 4-3-2015 30-3-2015
Pantsergranaat; 6 pdr (UK) (verschoten) Handgeweergranaat; 30 Brisantgranaat; 7,62 cm zonder ontsteker (verschoten)
20160361
26-2-2016
20161252 20161671
1-8-2016 Datum niet bekend Datum niet bekend 21-6-2018
Brisantgranaat; 90 mm met restant ontsteker (verschoten) Scherfhandgranaat; Mk II A1 incompleet Brisantgranaat; 15 cm JGR 38 met restant schokbuis AZ 23 Na (D) (verschoten) Brisantgranaat; 2 cm met schokbuis (D) (verschoten), Restant Huls 2cm (deels gevuld) KKM, stabiel 1x Brisantgranaat 37 mm met retstant bodembuis (US)(niet verschoten), 2x Huls 8 cm (Duits)(vol), 1x Pantsergranaat 3,7 cm met restant lichtspoor (verschoten), 3x Brisantgranaat 20 mm M56A2 met restant schokbuis (US)(niet verschoten), 1x Schokbuis No 119 (UK)(leeg), 1x restant granaat 40 mm (verschoten)(leeg), 6x Brisantgranaat 3 cm met restant schokbuis (D)(verschoten), 1x Brisantgranaat 40 mm met restant tijdschokbuis (niet verschoten), 1x Brisantgranaat 40 mm met restant schokbuis
20170829 20181265 20191176
Historisch Vooronderzoek
T.O. perceel 6 aan de Bollenstraat Baai 45, in de tuin Vosdonk Op de Wilderd, Akkerland Marathon t.o.v. nr 17, in de berm Aletta-jacobslaan, bouwput Giedogezellelaan 128 Brandseweg t.o. pand 73, bouwterrein Lage Bremweg 14, achtertuin woning Geerkade, Leusehaven Bollendonkseweg Slikstraat, bouwterrein Concordialaan thv nr 197 Lage berg 14 Zundertseweg 54 Haansberg 1 Nieuweweg, Akker Roosendaalsweg, winkelcentrum in aanbouw Kattestraat 44 Vossendaal 2, Milieustraat Koppens AVR Zundertseweg 39 Lage Bremweg 14 Zwarte bergseweg 42a Kroonstraat 19 Haagsedijk Oudedijk 11 Gors 50 Stationsplein 37 Grouwe Polder 43
Pagina 20 van 97
20201294
18-5-2020
(niet verschoten), 1x Brisantgranaat 25 mm met restant schokbuis (FR)(niet verschoten), 7x Pantsergranaat 25 mm met restant lichtspoor (FR)(niet verschoten), 4x Pantserbrandgranaat 2 cm (D)(niet verschoten), 5x Pantsergranaat 3 cm met restant lichtspoor (D)(verschoten), 50 KKM diversen, 115x Brisantgranaat 2 cm (D)(niet verschoten), 1x Pistool, 12x Oefenbrisantgranaat 20 mm (verschoten), 2x Pantsergranaat 37 mm met lichtspoor (US)(Niet verschoten), 2x Mecahnische tijdschokbuis M500 A1 met restant booster (US)(verschoten) 1x Rookgranaat 2 inch (verschoten)
Zwaluw thv nr 20
Tabel 4: UO’s/MORA’s in (de omgeving van) het onderzoeksgebied.
Pagina 21 van 97
Gemeente Etten-Leur
Mijnen Naast het overzicht van de UO’s heeft Bodac eveneens het mijnenveldregister onderzocht. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog maakte beide strijdende partijen gebruik van mijnenvelden. Het soort (antitankmijn of antipersoneelsmijn) en aantal mijnen was afhankelijk van de functie van het mijnenveld. Mijnen werden onder andere gelegd voor verdediging en vertraging van de opmars van troepen. In de jaren direct na 1945 zijde Duitse en Geallieerde mijnenvelden geruimd, waarbij niet altijd alle gelegde mijnen konden worden teruggevonden. Sindsdien zijn op of nabij de locaties van voormalige mijnenvelden nog sporadisch mijnen aangetroffen. In sommige gevallen werden zelfs grote aantallen mijnen aangetroffen, doordat de ‘’geruimde’’ mijnen destijds niet waren afgevoerd of vernietigd, maar ter plaatse begraven of gedumpt. De EOD beschikt over een collectie mijnenlegrapporten en mijnenruimrapporten uit de periode 1944-1947. Bodac heeft navraag gedaan of er voor het onderzoeksgebied mijnenvelden zijn gedocumenteerd. Op de navolgende pagina zijn alle mijnenvelden in de Gemeente Etten-Leur in een tabel verwerkt. Veldnaam:
Locatie:
Datum leggen:
Leg detachement:
Aantal/type gelegd:
Datum ruiming:
16 G
NE/1
D.852347
Onbekend
1e Canadese Leger
Onbekend
16 G
NE/2
D.851346
Onbekend
1e Canadese Leger
16 G
NE/3
D.855344
Onbekend
1e Canadese Leger
Historisch Vooronderzoek
Aantal/type geruimd: Geen
Relevantie:
13-10-1945
Ruimingsdetachement: I-BTB
5 T-mijnen
4-6-1946
I-BTB
Geen
Op 4 juni 1946 werd het mijnenveld afgezocht. Geen mijnen werden aangetroffen. Het ruimingsdetachement was ervan overtuigd dat het veld vrij was van mijnen.
Onbekend
13-10-1945
I-BTB
Geen
Op 13 oktober 1945 werd het mijnenveld afgezocht. Geen mijnen werden aan-
Op 13 oktober 1945 werd het mijnenveld afgezocht. Geen mijnen werden aangetroffen. Het ruimingsdetachement was ervan overtuigd dat het veld vrij was van mijnen.
Pagina 22 van 97
getroffen. Het ruimingsdetachement was ervan overtuigd dat het veld vrij was van mijnen.
16 G
NE/4
16 NW/14
D.873307
Onbekend
1e Canadese Leger
Onbekend
13-10-1945
I-BTB
Geen
Op 13 oktober 1945 werd het mijnenveld afgezocht. Geen mijnen werden aangetroffen. Het ruimingsdetachement was ervan overtuigd dat het veld vrij was van mijnen.
D.850345
Onbekend
Onbekend
Onbekend
9-10-1945
4. Fallsch. Pi. Batl. 20
Geen
Gesteld wordt dat het veld reeds geruimd is. Op 9 oktober 1945 werd binnen het vermoedelijke mijnenveld niks gevonden.
Pagina 23 van 97
Gemeente Etten-Leur
16 NW/15
Kaartvierkant
820335
Onbekend
Onbekend
Onbekend
6-10-1945
4. Fallsch. Pi. Batl. 20
Geen
Gesteld wordt dat het veld reeds geruimd is. Op 6 oktober 1945 werd binnen het vermoedelijke mijnenveld niks gevonden.
9 SE/16
Kaartvierkant
854408
Onbekend
6th Army Group
Onbekend
25-10-1945
4. Fallsch. Pi. Batl. 20
Geen
Op 25 oktober 1945 werd het mijnenveld afgezocht. Geen mijnen werden aangetroffen. Het ruimingsdetachement was ervan overtuigd dat het veld vrij was van mijnen.
Historisch Vooronderzoek
Pagina 24 van 97
9 SE/17
Kaartvierkant
9 SW/18
Kaartvierkanten
8441,
8442,
855404
Onbekend
6th Army Group
Onbekend
25-10-1945
4. Fallsch. Pi. Batl. 20
Geen
Op 25 oktober 1945 werd het mijnenveld afgezocht. Geen mijnen werden aangetroffen. Het ruimingsdetachement was ervan overtuigd dat het veld vrij was van mijnen.
8443
Onbekend
6th Army Group
Onbekend
25-10-1945
4. Fallsch. Pi. Batl. 20
Geen
Mijnenveld is waarschijnlijk vroeger geruimd.
Tabel 5: Geanalyseerde mijnenvelden (ruim- en legrapporten) binnen het grondgebied van gemeente Etten-Leur.
Pagina 25 van 97
Gemeente Etten-Leur
9 9500
10 0000
10 0500
10 1000
10 1500
10 2000
10 2500
10 3000
10 3500
10 4000
10 4500
10 5000
10 5500
10 6000
10 6500
10 7000
10 7500
10 8000
40 4500
40 4500
40 5000
9 9000
40 5000
9 8500
20161252
40 4000
40 4000
19864269
40 3500
40 3500
20150597 19920145 20002021 19810137
40 3000
40 3000
Esri Nederland, Community Maps Contributors
40 1500 40 1000
40 1000
40 1500
40 2000
19780389
40 2000
19862960
40 2500
40 2500
19841915
20061065
40 0500
40 0500
19883582
40 0000
40 0000
19990361 20000215
39 9500
39 9500
19741493
19980469
19932566
20060258
39 9000
39 9000
20021847 19950977 1999157920150414 20201294 20041294
19732419 20181265
39 8500
20070729 39 8000
20061812
39 8000
39 8500
20070294
19971444
19863245
19882460 39 7500
39 7500
19930396 19842213 19982109 1974025419950445 19873036
39 7000
39 7000
20160361 19951947 19851522 39 6500
39 6500
1984163520110735
19720391 39 6000
39 6000
20191176
39 5500 39 5000
39 5000
39 5500
20041357
39 4500
39 4500
Verklaring Onderzoeksgebied Ruiming met locatie op adresniveau
39 4000
39 4000
Ruiming met locatie op straatniveau VZA Mijnenvelden
Nr.
Datum
1.
3-12-2020 201203_H0018_UO_01
Tekeningnaam
Status Actueel
2. 3.
39 3000
Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven
39 2500
0
9 8500
300
600
Meters 900
Formaat: A2
Opdrachtgever: Gemeente Etten-Leur
Schaal: 1:23.000
Project: H0018
Coördinatenstelsel: RD
Tekening: Ruimingen en Mijnenvelden
Tek.: L. van Rooi
Tekeningnaam: 201203_H0018_UO_01
Acc.: R. Maas
Esri Nederland, Community Map Contributors
9 9000
9 9500
10 0000
10 0500
10 1000
10 1500
10 2000
10 2500
10 3000
10 3500
10 4000
10 4500
10 5000
10 5500
10 6000
10 6500
10 7000
10 7500
´ 39 3000
19892710 19780977 19811977
39 3500
Versiebeheer
39 2500
39 3500
19952208
10 8000
4.5
Internationale archieven
Bodac beschikt over gegevens uit internationale archieven welke, conform Certificatieschema, voor dit indicatieonderzoek zijn geraadpleegd. Het betreft documenten uit het Bundesarchiv-Militärarchiv (BAMA) te Freiburg im Breisgau, The Library and Archives Canada (LAC) te Ottowa, The National Archives (TNA) te Londen en The National Archives and Records Administration (NARA) te College Park (Washington). 4.5.1 Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg Ten behoeve van het indicatieonderzoek heeft Bodac onderzoek gedaan in het Militärarchiv, welke ondergebracht is in het Bundesarchiv te Freiburg am Breisgau. Dit archief beschikt over documenten van het Duitse rijk ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Archiefstukken van organisaties als de Waffen-SS, Krijgsmarine en Wehrmacht zijn beperkt overgebleven. Door verschillende oorlogshandelingen zijn de documenten ernstig beschadigd.9 Derhalve blijven maar enkele archieven over welke een aanvulling bieden voor het indicatieonderzoek. Een voorbeeld is de collectie van Lageberichte, te weten RL 2-II Generalstab der Luftwaffe/Luftwaffenführungsstab. Deze dagelijkse rapporten gaven een korte beschrijving van oorlogshandelingen (voornamelijk bomafworpen) door heel Nederland voor de periode 10 mei 1940 tot 10 november 1941.
4.5.2 The National Archives te Londen In The National Archives te Londen zijn verschillende collecties geraadpleegd voor deze bureaustudie. Allereerst beschikt Bodac over de zogenoemde ’Daily Logs’ van de 2nd Tactical Airforce (ook wel 2nd TAF genoemd). Zij was vanaf september 1944 tot en met mei 1945 actief boven het luchtruim van Nederland. Naast de gegevens van de 2nd TAF zijn andere AIR-collectie geraadpleegd. Voorbeeld hiervan is het RAF Bomber Command, Coastel Command en Fighter Command. Uit deze laatste collecties zijn geen relevante indicaties aangetroffen. Daarnaast zijn er Operation Record Books (ORB’s) onderzocht van relevante Groups, Wings en Squadrons. Naast luchttroepen beschikt TNA eveneens over zogenoemde ’War Diaries’ van Britse, Canadese en Schotse eenheden ten tijde van de bevrijding van Nederland. Uit de archiefstukken van de AIR- en WOcollecties kunnen gegevens gevonden worden omtrent aanvalsdoelen, gevechtshandelingen en de gehanteerde of gebruikte OO. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog maakten de Geallieerden gebruik van een specifiek coördinatensysteem genaamd Nord de Guerre. Met dit systeem werd Nederland onderverdeeld in kaartvierkanten van 1000 bij 1000 meter met elk een specifieke codering en nummering van vier cijfers. Wanneer er gebruik werd gemaakt van zes cijfers dan besloeg dit een gebied van 100 bij 100 meter.
Geallieerde stafkaarten, waarin dit coördinatensysteem staat aangegeven, zijn geraadpleegd om de desbetreffende relevante kaartvierkanten voor het indicatieonderzoek te achterhalen. Voor het indicatieonderzoek zijn de navolgende Geallieerde stafkaarten gebruikt: ✓ Stafkaart Zevenbergen, Holland 1:25.000, G.S.G.S. 4427 (AMS M831), First Edition, sheet 9 S.W.; ✓ Stafkaart Terheijden, Holland 1:25.000, G.S.G.S. 4427 (AMS M831), First Edition, sheet 9 S.E.; ✓ Stafkaart Breda, Holland 1:25.000, G.S.G.S. 4427 (AMS M831), First Edition, sheet 16 N.E.; ✓ Stafkaart Roosendaal, Holland 1:25.000, G.S.G.S. 4427 (AMS M831), First Edition, sheet 16 N.W.; ✓ Stafkaart Zundert, Holland 1:25.000, G.S.G.S. 4427 (AMS M831), First Edition, sheet 16 S.E.; ✓ Stafkaart Nispen, Holland 1:25.000, G.S.G.S. 4427 (AMS M831), First Edition, sheet 16 S.W..
De volgende kaartvierkanten dekken het onderzoeksgebied af en zijn dus gebruikt tijdens het doornemen van de bronnen uit The National Archives: ✓ QD8233; QD8234; QD8235; QD8236; QD8237; QD8332; QD8333; QD8334; QD8335; QD8336; QD8337; QD8338; QD8339; QD8340; QD8341; QD8431; QD8432; QD8433; QD8434; QD8435; QD8436; QD8437; QD8438; QD8439; QD8440; QD8441; QD8528; QD8529; QD8530; QD8531; QD8532; QD8533; QD8534; QD8535; QD8536; QD8537; QD8538; QD8539; QD8540; QD8541; QD8628; QD8629; QD8630; QD8631; QD8632; QD8633; QD8634; QD8635; QD8636; QD8637; QD8638; QD8639; QD8640; QD8641; QD8730; QD8731; QD8732; QD8733; QD8734; QD8735; 9
Bundesarchiv, ‘Militärische Unterlagen’, <https://www.bundesarchiv.de/DE/Content/Artikel/Benutzen/Hinweise-zur-Benutzung/benutzen-hinweise-militaerische-unterlagen.html> [geraadpleegd op 6 mei 2020]. Het archief geeft een uitleg over de beschadigingen: ’Die Überlieferungen aus der Zeit bis 1945 haben durch Kriegseinwirkungen erhebliche Verluste erlitten. Die Unterlagen der zentralen Dienststellen der Wehrmacht und der Heeresführung, der Dienststellen und der Truppen des Heeres unterhalb der Divisionsebene sowie der Luftwaffe und der Waffen-SS sind weitgehend verlorengegangen. Dagegen haben die Masse der Kriegstagebücher der Kommandobehörden des Heeres und der Divisionsstäbe bis 1943 sowie das Archivgut der Marine den Krieg überdauert. Ebenso blieb das Archivgut der wehrtechnischen Einrichtungen und Dienststellen der Wehrmacht nahezu vollständig erhalten. Der größte Teil der Akten der Preußischen Armee wurde 1945 mit dem Brand des Heeresarchivs Potsdam vernichtet.’
Pagina 27 van 97
Gemeente Etten-Leur
QD8736; QD8737; QD8738; QD8739; QD8740; QD8741; QD8831; QD8832; QD8833; QD8834; QD8835; QD8836; QD8837; QD8838; QD8839; QD8931; QD8932; QD8933; QD8934; QD8935. 4.5.3 Library and Archives of Canada te Ottowa Ten behoeve van het indicatieonderzoek heeft Bodac onderzoek gedaan in het archief van de Library and Archives of Canada. Dit archief beschikt over documenten van Canadese strijdkrachten die Nederland hebben bevrijdt op verschillende plekken werden gelegerd. Stukken uit dit archief zijn volledig gedigitaliseerd. Een voorbeeld is de collectie van RG24-C-3, waarin zich War Diaries, Ship Logs and Operation Record Books bevinden. Deze dagelijkse rapporten van gevechtshandelingen geven een korte beschrijving van oorlogshandelingen door heel Nederland voor de bevrijdingsperiode. 4.5.4 The National Archives and Records Administration te Washington D.C.. In the National Archives and Records Administration – niet te verwarren met het Britse ‘the National Archives’ – zijn bronnen van meerdere Amerikaanse troepen te vinden die gevechtsoperaties in Nederland uitvoerden. De G-2 Journals van grondtroepen bevatten een gedetailleerde beschrijving van dagelijkse operaties en de Raid Sheets bevatten luchtaanvallen op doelen op Nederlands grondgebied door de Amerikaanse luchtmacht. Deze laatste bevatten gedetailleerde informatie met betrekking tot doelen, bommenlast en vluchtgegevens.
Ook de Amerikanen hanteerden hetzelfde coördinatenstelsel als de Britten (Nord de Guerre). De eerder genoemde coördinaten worden ook naast archiefstukken uit dit archief gelegd om correlaties met de hedendaagse topografie te kunnen maken.
Historisch Vooronderzoek
Pagina 28 van 97
9 5 0 0 9
0 0 0 0 1 0
0 5 0 0 1 0
1 0 0 0 1 0
1 5 0 0 1 0
2 0 0 0 1 0
2 5 0 0 1 0
3 0 0 0 1 0
3 5 0 0 1 0
4 0 0 0 1 0
4 5 0 0 1 0
5 0 0 0 1 0
5 5 0 0 1 0
6 0 0 0 1 0
6 5 0 0 1 0
7 0 0 0 1 0
5 5 0 0 4 0
5 5 0 0 4 0
9 0 0 0 9
7 5 0 0 1 0
4 5 0 0 4 0
4 5 0 0 4 0
Q D 8 3 4 1
Q D 8 7 4 1
Q D 8 6 4 1
Q D 8 4 4 1
5 0 0 0 4 0
5 0 0 0 4 0
Q D 8 5 4 1
Q D 8 7 4 0
Q D 8 4 4 0
4 0 0 0 4 0
4 0 0 0 4 0
Q D 8 3 4 0 Q D 8 6 4 0
3 5 0 0 4 0
3 5 0 0 4 0
Q D 8 5 4 0
Q D 8 7 3 9
Q D 8 6 3 9
Q D 8 4 3 9
2 5 0 0 4 0
2 5 0 0 4 0
Q D 8 3 3 9
E sriN e d e rla n d ,C o m m u n ityM a p s C o n trib u to rs 3 0 0 0 4 0
3 0 0 0 4 0
Q D 8 5 3 9
Q D 8 4 3 8
Q D 8 8 3 8
1 5 0 0 4 0
1 5 0 0 4 0
Q D 8 3 3 8
Q D 8 7 3 8
Q D 8 6 3 8
2 0 0 0 4 0
2 0 0 0 4 0
Q D 8 5 3 8
Q D 8 4 3 7
Q D 8 3 3 7
Q D 8 6 3 6
Q D 8 7 3 6
Q D 8 6 3 5
Q D 8 7 3 5
Q D 8 8 3 7
0 5 0 0 4 0
Q D 8 7 3 7
0 5 0 0 4 0
Q D 8 2 3 7
Q D 8 6 3 7
1 0 0 0 4 0
1 0 0 0 4 0
Q D 8 5 3 7
Q D 8 4 3 6
Q D 8 3 3 6
9 5 0 0 3 9
9 5 0 0 3 9
Q D 8 2 3 6
Q D 8 8 3 6
0 0 0 0 4 0
0 0 0 0 4 0
Q D 8 5 3 6
8 5 0 0 3 9
9 0 0 0 3 9
Q D 8 4 3 5
Q D 8 3 3 5
Q D 8 2 3 5
Q D 8 9 3 5
Q D 8 8 3 5
8 5 0 0 3 9
9 0 0 0 3 9
Q D 8 5 3 5
Q D 8 9 3 4
Q D 8 2 3 4
Q D 8 4 3 4
7 5 0 0 3 9
7 5 0 0 3 9
Q D 8 3 3 4
Q D 8 8 3 4
Q D 8 7 3 4
Q D 8 6 3 4
8 0 0 0 3 9
8 0 0 0 3 9
Q D 8 5 3 4
Q D 8 9 3 3
Q D 8 4 3 3
Q D 8 3 3 3
Q D 8 7 3 3
Q D 8 8 3 3
Q D 8 6 3 2
Q D 8 7 3 2
Q D 8 8 3 2
6 5 0 0 3 9
6 5 0 0 3 9
Q D 8 2 3 3
Q D 8 6 3 3
7 0 0 0 3 9
7 0 0 0 3 9
Q D 8 5 3 3
Q D 8 4 3 2
5 5 0 0 3 9
Q D 8 9 3 2
5 5 0 0 3 9
Q D 8 3 3 2
6 0 0 0 3 9
6 0 0 0 3 9
Q D 8 5 3 2
Q D 8 7 3 1
Q D 8 6 3 1
4 5 0 0 3 9
4 5 0 0 3 9
Q D 8 4 3 1
Q D 8 9 3 1
Q D 8 8 3 1
5 0 0 0 3 9
5 0 0 0 3 9
Q D 8 5 3 1
Q D 8 6 3 0
Q D 8 7 3 0
O n d e rzo e k sg e b ie d
4 0 0 0 3 9
4 0 0 0 3 9
V e rk la rin g N o rdd eG u e rreco ö rd in a te n Q D 8 5 3 0
3 -1 2 -2 0 2 02 0 1 2 0 3 _ H 0 0 1 8 _ N G _ 0 1
T e k e n in g n a a m
3 5 0 0 3 9
D a tu m
1 .
S ta tu s A c tu e e l
2 . 3 . M a te ninm ,d ia m e te rse na fm .b e s tra tin g s m a te ria le ninm m ,h o o g te m a te ninm t.o .v .N A P ,te n z ij a n d e rsa a n g e g e v e n
3 0 0 0 3 9
Q D 8 6 2 9
0
2 5 0 0 3 9
Q D 8 5 2 9
3 0 0
6 0 0
M e te rs 9 0 0
F o rm a a t:A 2
O p d ra c h tg e v e r:G e m e e n teE tte n -L e u r
S c h a a l:1 :2 3 .0 0 0
P ro je c t:H 0 0 1 8
C o ö rd in a te n s te ls e l:R D
T e k e n in g :N o rdd eG u e rre
T e k .:L .v a nR o o i
T e k e n in g n a a m :2 0 1 2 0 3 _ H 0 0 1 8 _ N G _ 0 1
A c c .:R .M a a s
E sriN e d e rla n d ,C o m m u n ityM a pC o n trib u to rs
Q D 8 6 2 8
Q D 8 5 2 8 9 0 0 0 9
9 5 0 0 9
0 0 0 0 1 0
0 5 0 0 1 0
1 0 0 0 1 0
1 5 0 0 1 0
2 0 0 0 1 0
2 5 0 0 1 0
3 0 0 0 1 0
3 5 0 0 1 0
4 0 0 0 1 0
4 5 0 0 1 0
5 0 0 0 1 0
5 5 0 0 1 0
´
6 0 0 0 1 0
6 5 0 0 1 0
7 0 0 0 1 0
7 5 0 0 1 0
3 0 0 0 3 9
N r.
2 5 0 0 3 9
3 5 0 0 3 9
V e rs ie b e h e e r
4.6
Analyse luchtfoto’s
Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog maakten de Geallieerden troepen gebruik van uitgebreide luchtfotoanalyses om troepenbeweging te ontdekken, resultaten van bombardementen waar te nemen en nieuwe ’tragets’ e.d. te vinden. Het doel van een luchtfoto interpretatie in het vooronderzoek dient als visuele (aanvullende) bron. Met behulp van luchtopnamen is vaak vast te stellen of het onderzoeksgebied betrokken is geweest bij oorlogshandelingen. Sporen van kraters, beschadigde woningen, troepenverplaatsing of stellingen (militaire vergraving) kunnen aanwijzingen zijn voor een mogelijk verdacht gebied. 4.6.1 Methodiek Conform het Certificatieschema worden de meest geschikte luchtfoto’s geselecteerd voor de interpretatie van het onderzoeksgebied. Tijdens de selectie neemt Bodac rekening met: ✓ Beschikbaarheid van luchtfoto’s van het te onderzoeken gebied; ✓ Dekking; ✓ Opnamedatum in relatie tot oorlogshandelingen; ✓ Kwaliteit fotobeeld; ✓ Schaal. Luchtfoto’s zullen, naar aanleiding van de data van oorlogshandelingen, met data van vóór, ten tijde en ná de gevonden indicaties geraadpleegd worden. Ten behoeve van de luchtfoto interpretatie zal Bodac letten op de verschillende type luchtfoto’s, de meest bruikbare foto’s zijn de zogenoemde ’verticals’. 10 Met behulp van beeldparen kunnen verstoringen in de foto’s geanalyseerd en gedefinieerd worden.