CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

VER Ruimtelijke onderbouwing 20240326

Raad besluit 2 september 2024, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Voorstel tot omzetting van voormalig agrarisch bedrijf aan de Haansberg 39 in een reguliere woning met twee bed- en breakfastkamers en het commerciële gebruik van de monumentale schuur voor ceremonies, vergaderingen, exposities of workshops.9.782 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing Haansberg 39, Etten-Leur Gemeente Etten-Leur Ontwerp

‘s-Hertogenbosch Maart 2024

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ...................................................................................................................................... 1 1.

2.

3.

Inleiding ......................................................................................................................................... 3

1.1

Aanleiding .............................................................................................................................. 3

1.2

Ligging plangebied ................................................................................................................. 3

1.3

Geldend bestemmingsplan .................................................................................................... 4

1.4

Leeswijzer .............................................................................................................................. 4

Planvoornemen ............................................................................................................................ 5

2.1

Bestaande situatie ................................................................................................................. 5

2.2

Toekomstige situatie ............................................................................................................. 5

Beleidskader ................................................................................................................................. 8

3.1 3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ..................................................................................... 8

3.1.2

Ladder duurzame verstedelijking ...................................................................................... 8

3.2

Provinciaal beleid .................................................................................................................. 8

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant ........................................................................................ 8

3.2.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ................................................................ 9

3.2.3

Omgevingsverordening Noord-Brabant .......................................................................... 10

3.3

4.

Rijksbeleid ............................................................................................................................. 8

Gemeentelijke beleid .......................................................................................................... 10

3.3.1

Omgevingsvisie Etten-Leur.............................................................................................. 10

3.3.2

Bestemmingsplan ‘Buitengebied’ ................................................................................... 11

Omgevingskader ........................................................................................................................ 16

4.1

Milieueffectrapportage ....................................................................................................... 16

4.2

Geluid .................................................................................................................................. 17

4.3

Geur ..................................................................................................................................... 17

4.4

Ecologie ............................................................................................................................... 18

4.5

Water................................................................................................................................... 19

4.6

Luchtkwaliteit ...................................................................................................................... 21

4.7

Bodem ................................................................................................................................. 22

4.8

Bedrijven en milieuzonering ................................................................................................ 23

4.9

Archeologie ......................................................................................................................... 25

4.10

Cultuurhistorie..................................................................................................................... 25

4.11

Externe veiligheid ................................................................................................................ 26

4.12

Verkeer en parkeren............................................................................................................ 28

4.13

Kabels en leidingen .............................................................................................................. 29

Prophys B.V. | Ruimtelijke onderbouwing Haansberg 39, Etten-Leur

1

4.14 5.

Duurzaamheid ..................................................................................................................... 29

Uitvoerbaarheid ......................................................................................................................... 30

5.1

Economisch ......................................................................................................................... 30

5.2

Maatschappelijk .................................................................................................................. 31

5.3

Omgevingsdialoog ............................................................................................................... 31

Bijlagen ................................................................................................................................................32

Prophys B.V. | Ruimtelijke onderbouwing Haansberg 39, Etten-Leur

2

1. Inleiding 1.1

Aanleiding

Aan de Haansberg 39 in Etten-Leur bevindt zich een bedrijfswoning en een aantal voormalige agrarische bedrijfsgebouwen waaronder een grote schuur, kapschuur en een voormalige stal. Een deel van de aanwezige bebouwing is aangewezen als gemeentelijke monumenten en vormt samen een monumentaal ensemble. Omdat op dit perceel geen agrarisch bedrijfsactiviteiten meer worden ontplooid en er geen ambities zijn om op deze locatie een nieuw agrarisch bedrijf te beginnen bestaat het voornemen om de bedrijfswoning op dit perceel in gebruik te nemen als burgerwoning en de grote monumentale schuur in gebruik te nemen als trouw- en rouwlocatie met ruimte voor vergaderingen, exposities of workshops, al dan niet in combinatie met een hapje te eten. De kapschuur blijft in gebruik als opslag bij de woning. Dit plan voorziet in een nieuwe levensvatbare invulling van de monumentale bebouwing op dit perceel. Omdat deze ontwikkeling niet direct binnen het geldende bestemmingsplan past moet een ruimtelijke procedure worden doorlopen om het initiatief toch mogelijk te maken. Gemeente Etten-Leur heeft per brief d.d. 2 mei 2023 laten weten in principe onder voorwaarden in te stemmen met de beoogde ontwikkelingen.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied omvat de percelen kadastraal bekend gemeente Etten-Leur, sectie O, nummer 2521, 2522 en 2523 met een gezamenlijke oppervlakte van 13.005 m2. Op het centrale perceel (2522) bevindt zich de voormalige agrarische bebouwing. Het noordelijke (2521) en zuidelijke (2523) perceel bestaan uit onbebouwde agrarische grond. De locatie ligt in het buitengebied van gemeente Etten-Leur, direct ten noordwesten van de stad Etten-Leur. De omgeving van de locatie wordt gekenmerkt door agrarische bestemmingen met hier een daar een woon- of bedrijfsbestemming. Op enige afstand ten zuidoosten van het perceel bevindt zich woonwijk Sanderbanken. Navolgende afbeeldingen tonen de ligging van de locatie.

Ligging locatie

Prophys B.V. | Ruimtelijke onderbouwing Haansberg 39, Etten-Leur

3

1.3

Geldend bestemmingsplan

Op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (vastgesteld 30 september 2013) kent deze locatie de enkelbestemming ‘Agrarisch’ met bouwvlak alsook een drietal archeologische waardebepalingen en gebiedsaanduiding ‘kernrandzone’. Navolgende afbeelding toont een uitsnede van het bestemmingsplan.

Uitsnede bestemmingsplan

De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor grondgebonden teeltbedrijven, verbrede landbouw, agrarisch natuur- en/of landschapsbeheer, extensief recreatief medegebruik, aan-huisgebonden-beroepen, bed & breakfasts en het behoud, de versterking en/of ontwikkeling van de natuurwaarden en de landschapswaarden in het algemeen. Ook mag binnen deze bestemming worden gewoond in een bedrijfswoning ten behoeve van het agrarische bedrijf. Voorliggende ontwikkeling voorziet in het gebruik als burgerwoning van een voormalige agrarische bedrijfswoning en de realisatie van een nieuwe gebruiksfunctie binnen bestaande bebouwing welke niet direct is toegestaan binnen de agrarische bestemming. Deze ontwikkeling is daarmee in strijd met de geldende bestemming. Om deze ontwikkeling toch mogelijk te maken wordt middels een omgevingsvergunning (2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, Wabo) van het geldende bestemmingplan afgeweken. Voorliggend document vormt de ruimtelijke onderbouwing bij deze aanvraag.

1.4

Leeswijzer

Deze ruimtelijke onderbouwing bestaat uit 5 hoofdstukken. Na het voorliggende eerste hoofdstuk bestaat hoofdstuk 2 uit de planbeschrijving waarbij in wordt gegaan op de huidige en toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt een inventarisatie gemaakt van relevant ruimtelijk beleid op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op de verschillende omgevingsaspecten die van invloed zijn op dit plan. Hoofdstuk 5 staat in het teken van de uitvoerbaarheid van het plan.

Prophys B.V. | Ruimtelijke onderbouwing Haansberg 39, Etten-Leur

4

2. Planvoornemen 2.1

Bestaande situatie

Op het centrale perceel (2522) bevindt zich een voormalige bedrijfswoning met tuin en bakhuisje, een ruime vrijstaande schuur met twee verdiepingen en een kapschuur. Deze bebouwing vormt samen een monumentaal ensemble. Verder achter op het perceel bevindt zich nog een aantal voormalige agrarische bedrijfsgebouwen waaronder een oude stal en opslagruimte. Deze zijn vanaf de Haansberg grotendeels aan het zicht onttrokken door perceelsbegroeiing en de bebouwing voor op het perceel. Het grootste deel van dit perceel is verhard ten behoeve van het voormalig agrarisch gebruik op deze locatie. De tuin bij de bedrijfswoning is groen ingericht. Ten noorden en zuiden van het centrale perceel bevindt zich onbebouwde agrarische grond. Onderstaande afbeelding geeft een weergave van de huidige situatie.

3 2

1

1-woning 2-kapschuur 3-monumentale schuur

Bestaande situatie

2.2

Toekomstige situatie

Voorliggend plan voorziet in de sloop van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing achter op het perceel welke geen onderdeel uitmaakt uit van het monumentaal ensemble. De twee schuren en de bedrijfswoning krijgen een nieuwe gebruiksfunctie. De omliggende percelen krijgen een nieuwe inrichting/gebruik ten behoeve van de nieuwe gebruiksfuncties. De ruime voormalige agrarische bedrijfswoning op deze locatie is recent verbouwd en wordt in gebruik genomen als burgerwoning. Op de verdieping van deze woning zullen in de toekomst maximaal twee kamers worden ingericht ten behoeve van gebruik als bed & breakfast. De monumentale schuur wordt gebruikt als locatie voor trouw- en rouwceremonies, vergaderingen, exposities of workshops, al dan niet in combinatie met een hapje te eten. Er vindt geen grootschalige horeca of daghoreca plaats. Het is eveneens geen feestlocatie voor bruiloften

Prophys B.V. | Ruimtelijke onderbouwing Haansberg 39, Etten-Leur

5

en partijen. In het geval van het gebruik als trouwlocatie vindt hier enkel de plechtigheid plaats. De schuur zal naar verwachting een á twee keer per week worden gebruikt voor één van de genoemde doeleinden waarbij maximaal 80 tot 100 personen worden ontvangen. Deze activiteiten vinden in hoofdzaak overdag plaats. Bij wijze van uitzondering kunnen op verzoek in de avonduren vergaderingen voor kleine groepen (circa 20-30 personen) worden georganiseerd. Ten behoeve van dit gebruik wordt het pand inpandig verbouwd en vinden beperkte exterieure aanpassingen aan het pand plaats. Ten behoeve van deze fysieke aanpassingen is in oktober 2021 een conceptaanvraag ingediend bij gemeente Etten-Leur. Hierop heeft de gemeente per brief d.d. 6 juli 2022 aangegeven in principe akkoord te gaan met de voorgestelde exterieure wijzigingen. Ten aanzien van de inpandige verbouwing zijn door de gemeente beperkte aanpassingen verzocht. Deze worden meegenomen in het verbouwplan. De bestaande kapschuur op deze locatie wordt ongewijzigd in gebruik genomen als autostalling en privéberging bij de woning. Zoals aangegeven zal de voormalige bedrijfsbebouwing achter op het perceel welke geen onderdeel uitmaakt van het monumentaal ensemble worden gesloopt.

Deze ruimte krijgt een nieuwe groene invulling als onderdeel van een aan te leggen landelijke tuin welke het grootste deel van het noordelijke en zuidelijke perceel omvat. Deze tuin kan worden gebruikt voor een wandeling en om even rustig te kunnen zitten, ook zal er ruimte zijn voor waterpartijen. Op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid om de parkeerbehoefte als gevolg van dit plan te ondervangen. Hiertoe wordt een nieuwe parkeerplaats beoogd ten noorden van de monumentale schuur. Ook wordt een nieuwe ontsluiting van het noordelijke perceel op de Haansberg gerealiseerd. Navolgende afbeeldingen tonen de toekomstige situatie alsook een weergave van de te slopen bebouwing.

Fictieve plankaart

Prophys B.V. | Ruimtelijke onderbouwing Haansberg 39, Etten-Leur

6

3

2 1-woning 2-kapschuur 3-monumentale schuur

1

Impressie beoogde situatie en te slopen bebouwing

Prophys B.V. | Ruimtelijke onderbouwing Haansberg 39, Etten-Leur

7

3. Beleidskader 3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om grote opgaven aan te pakken. Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De NOVI stelt toekomstbestendige ontwikkeling als prioriteit voor het landelijk gebied. Ontwikkelingen in het landelijke gebied mogen niet ten koste gaan van landschappelijke kwaliteiten. Door slopen van de bebouwing aan de achterzijde van het perceel en het inpassen van een groene tuin, wordt verharding verminderd en de ruimtelijke kwaliteit verbeterd. Ook wordt een nieuwe invulling gegeven aan leegstaand monumentaal vastgoed. Daarmee past de ontwikkeling in een toekomstbestendig landelijk gebied.

3.1.2 Ladder duurzame verstedelijking De Ladder duurzame verstedelijking is een instrument dat stuurt op efficiënt ruimtegebruik. Wanneer nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt moet het bevoegd gezag voldoen aan een motiveringsvereiste. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling hangt af van de aard en omvang van die ontwikkeling. Voor woningbouw geldt op basis van vaste jurisprudentie dat vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. Het in gebruik nemen van een bestaande bedrijfswoning als burgerwoning is daarom niet ladderplichtig. Met de trouw- en rouwlocatie wordt daarnaast een nieuwe invulling gegeven aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing op een voormalige agrarische bedrijfslocatie. Ook daarvoor geldt dat deze ontwikkeling niet ladderplichtig is.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 is, ter voorbereiding op de verwachte inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2021, de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. De Brabantse Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.

Prophys B.V. | Ruimtelijke onderbouwing Haansberg 39, Etten-Leur

8

De Brabantse Omgevingsvisie vervangt in ieder geval 4 provinciale beleidsplannen. Dat zijn de beleidsplannen over milieu en water (PMWP), verkeer en vervoer (PVVP), ruimtelijke ordening (Structuurvisie RO) en natuur (BrUG). Dit gebeurt als gevolg van de Omgevingswet. Dat de bijbehorende thema’s en opgaven dus een plek krijgen in de Omgevingsvisie is duidelijk. Hierdoor wordt het mogelijk om integraal beleid te maken, waardoor maatschappelijke opgaven minder gehinderd worden door sectorale regels. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1.

De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant;

2.

Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken;

3.

Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen;

4.

Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken?;

5.

Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.

Voorliggende ontwikkeling voorziet in een nieuwe invulling van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing in het landelijk gebied. Overtollige bebouwing wordt gesloopt en er wordt een nieuwe groene tuin met watermassa ingericht. Dit leidt tot een verbetering van de omgevingskwaliteit, biedt mogelijkheden voor de opvang van extreme neerslag en draagt bij aan het tegengaan van hittestress. Hiermee past de beoogde ontwikkeling binnen de doelen van de omgevingsvisie Noord-Brabant.

3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit 6 verordeningen samen. Per 1 augustus 2023 is de geconsolideerde Interim omgevingsverordening van toepassing. Op basis van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevindt deze locatie zich binnen een gebied met de aanduiding ‘Verstedelijking afweegbaar’. Hierbinnen is nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling onder voorwaarde mogelijk. Verder bevindt de locatie zich binnen de aanduiding ‘gemengd landelijk gebied’. Hierbinnen geldt dat een voormalige bedrijfswoning in gebruik mag worden genomen als burgerwoning wanneer er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt en overtollige bebouwing wordt gesloopt. Verder geldt hier dat de vestiging van niet-agrarische functies onder voorwaarden mogelijk is. Zo moet de ontwikkeling binnen de ontwikkelrichting van het gebied passen, moet overtollige bebouwing worden gesloopt en mag er geen splitsing van het bouwperceel plaatsvinden.

Prophys B.V. | Ruimtelijke onderbouwing Haansberg 39, Etten-Leur

9

In dit geval is sprake van transformatie van monumentaal vastgoed aan de rand van het stedelijk gebied naar een functie die gezien de beoogde ruimte en groene invulling goed op deze locatie past. Met de invulling van bestaande, leegstaande monumentale bebouwing, wordt invulling gegeven aan het concept van duurzaam ruimtegebruik. Tot slot wordt overtollige voormalige bedrijfsbebouwing verwijderd en een aanzienlijke hoeveelheid nieuw groen gerealiseerd, hiermee wordt bijgedragen aan een kwalitatieve verbeterslag voor de omgeving. Voorliggende ontwikkeling sluit in conclusie aan bij de uitgangspunten van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

3.2.3 Omgevingsverordening Noord-Brabant Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1-1-’24 is ook de Omgevingsverordening Noord-Brabant (vastgesteld 5 december 2023) in werking getreden. Deze omgevingsverordening is, met het oog op de doelen van de wet en de Brabantse omgevingsvisie 'De Kwaliteit van Brabant', gericht op: •

een goede, veilige en gezonde leefomgeving;

•

het in stand houden of verbeteren van een goede omgevingskwaliteit;

•

een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving; en

•

het realiseren van maatschappelijke opgaven.

Op basis van de omgevingsverordening valt onderhavige locatie binnen de aanduiding ‘landelijk gebied’. De aanduidingen ‘verstedelijking afweegbaar’ en ‘gemengd landelijk gebied’ zoals opgenomen in de Interim omgevingsverordening zijn daarbij vervallen. Voor wat betreft voorliggend plan zijn de voorwaarden voor het in gebruik nemen van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning en de vestiging van niet-agrarische bedrijven niet gewijzigd. De argumentatie zoals opgenomen in paragraaf 3.2.2 blijft derhalve van toepassing.

3.3

Gemeentelijke beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Etten-Leur Het plangebied ligt in het buitengebied ten noordwesten van Etten-Leur, meer bijzonder in het stedelijk uitloopgebied ten noorden van de Hoge-Haansberg. In de gebiedsvisie buitengebied uit de Omgevingsvisie Etten-Leur is opgenomen dat het buitengebied een sterke verwevenheid van functies, waaronder wonen, recreatie en toerisme, kent. Hierbij is een goede balans tussen natuur en milieu, economie en de mens belangrijk. In het kader van vrijkomende voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en -woningen als gevolg van stoppende bedrijven in het buitengebied wordt gesteld dat omzetten naar een burgerwoning met een passende oppervlakte aan bijgebouwen alsook andere passende functies denkbaar zijn. Het toelaten van qua aard en omvang passende functies kan verloedering tegengaan en behoud van een bijzonder object of van omgevingskwaliteiten betekenen. Dat geldt in het bijzonder voor cultuurhistorisch

waardevolle

bebouwing.

Ruimere

herbenuttingsmogelijkheden

van

cultuurhistorisch waardevolle bebouwing kunnen de renovatie en instandhouding daarvan

Prophys B.V. | Ruimtelijke onderbouwing Haansberg 39, Etten-Leur

10

bevorderen. Met het toestaan van nieuwe, passende functies wordt ook leegstand voorkomen en daarmee de kans op vestiging van ondermijnende criminaliteit. Het buitengebied heeft ook een belangrijke functie voor extensieve vormen van recreatie zoals wandelen, fietsen, paardrijden en varen. Voor wandelen en fietsen is een netwerk van routes beschikbaar en verspreid treffen we ondersteunende voorzieningen aan. Het in stand houden en uitbreiden van de mogelijkheden is niet alleen van belang voor de vrijetijdsbesteding van de eigen inwoners en hun gezondheid, maar ook voor de bevordering van het toerisme en de recreatie in zijn algemeenheid. De gemeente geeft aan in het buitengebied ruimte te willen bieden aan nieuwe kleinschalige voorzieningen die de netwerken versterken en functies die aanvullend zijn. Bijvoorbeeld kleinschalige horeca en bed & breakfasts. Algemeen uitgangspunt blijft dat de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen agrarische bedrijven niet mogen worden beperkt en dat een reële herinvulling met een agrarische functie op de locatie niet meer voor de hand ligt. Ook moeten de kwaliteit van het landschap en de natuur worden versterkt. Voorliggend plan betreft een voormalige agrarische bedrijfslocatie waar gezien de schaal en monumentale staat van de bebouwing geen reële herinvulling met een agrarisch bedrijf voor de hand ligt.

Met de beoogde herinvulling van de bebouwing op dit perceel wordt een binnen het buitengebied passende functie gerealiseerd welke tevens ondersteunend is aan de recreatieve en toeristische functie van dit gebied. Met de sloop van de bebouwing achter op het perceel, het creëren van een groene landelijke tuin alsook het behoud c.q. de opwaardering van de monumentale bebouwing op deze locatie wordt tevens een grote kwalitatieve verbeterslag gemaakt.

3.3.2 Bestemmingsplan ‘Buitengebied’ In het geldende bestemmingsplan is onder artikel 3.6.12 een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarmee een agrarisch perceel met bedrijfswoning onder voorwaarden omgezet kan worden naar de bestemming ‘Wonen’ of ‘Wonen’ en ‘Tuin’. Voorliggend initiatief maakt geen gebruik van deze wijzigingsbevoegdheid. De bestemming wordt immers niet gewijzigd en het plan ziet op hergebruik van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Om de ruimtelijke aanvaardbaarheid van deze ontwikkeling te onderbouwen wordt onderstaand desalniettemin aan de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid getoetst: a.

Het agrarisch bedrijf ter plaatse is beëindigd en agrarisch hergebruik is redelijkerwijs niet te verwachten. Ter plaatse is geen sprake van een actief agrarische bedrijf en hergebruik is gezien de staat en omvang van de bebouwing alsook de monumentale waarde redelijkerwijs niet mogelijk.

b.

Er mag geen sprake zijn van een verslechtering van het woon- en leefklimaat. Dit is niet het geval. Een en ander is nader onderbouwd in hoofdstuk 4.

Prophys B.V. | Ruimtelijke onderbouwing Haansberg 39, Etten-Leur

11

c.

De bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen agrarische en andere bedrijven mogen niet worden beperkt. Dit is niet het geval. Een en ander is nader onderbouwd in hoofdstuk 4.

d.

Het bouwvlak wordt verwijderd en de nieuwe bestemming ‘Wonen’ of ‘Wonen’ en ‘Tuin’ bevat de voormalige agrarische bedrijfswoning met bijhorende tuin, erf en verhardingen Niet van toepassing.

e.

Het bestemmingsplan ‘Wonen’ wordt afgestemd op de nieuwe situatie, met dien verstande dat: 1. Indien het bestemmingsvlak ‘Wonen’ groter is dan 1.500 m2, er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd goed gekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing; 2. Indien het bestemmingsvlak 'Wonen' groter is dan 5.000 m2, er tevens dient te worden voorzien in een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan; indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds. Ten behoeve van voorliggende ontwikkeling is een landschappelijke inpassing opgesteld. Deze is als separate bijlage bij deze onderbouwing gevoegd.

f.

Overtollige (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen moeten worden gesloopt, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. De sloop van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is niet toegestaan; 2. De oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 200 m2; 3. Indien meer dan 200 m2 aan (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen aanwezig is, kan de sloop van deze bebouwing worden ingezet voor het vergroten van de oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen als genoemd onder 2 en/of voor het vergroten van de inhoud van het hoofdgebouw; 4. Indien de sloop wordt ingezet voor het vergroten van de oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: i. als op het perceel in de bestaande situatie minder dan 400 m2 aan bestaande,

legaal

opgerichte,

(voormalige)

bedrijfsgebouwen,

bijgebouwen en overkappingen aanwezig is, geldt de bestaande oppervlakte van deze gebouwen en overkappingen als maximale oppervlakte die kan worden toegestaan; ii. als op het perceel 400 m2 of meer aan bestaande, legaal opgerichte (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen aanwezig is, bedraagt de maximale oppervlakte die kan worden toegestaan 400 m2;

Prophys B.V. | Ruimtelijke onderbouwing Haansberg 39, Etten-Leur

12

iii. indien bij toepassing van het bepaalde onder II sprake zou zijn van een situatie waarbij in redelijkheid niet kan worden verlangd dat een bestaand gebouw gedeeltelijk wordt gesloopt, of de gedeeltelijke sloop van dat gebouw zou tot een onaanvaardbare ruimtelijke situatie leiden, bedraagt de maximale oppervlakte die kan worden toegestaan 500 m2; iv. de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen mag ofwel behouden blijven ofwel nieuw gebouwd worden. 5. Indien de sloop (tevens) wordt ingezet voor het vergroten van de inhoud van het hoofdgebouw gelden de volgende regels: i. voor iedere 100 m2 te slopen bebouwing mag de inhoud van het hoofdgebouw worden vergroot met 50 m3 tot een maximale inhoud van 850 m3; ii. indien (een deel van de) te slopen bebouwing wordt ingezet voor vergroting van het hoofdgebouw, wordt de maximale oppervlakte voor bijgebouwen en overkappingen die kan worden toegestaan op grond van het bepaalde onder 4, teruggebracht met 5 m2 voor iedere 10 m3 waarmee het hoofdgebouw wordt vergroot. 6. Indien de bestaande oppervlakte aan cultuurhistorisch waardevolle (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen meer bedraagt dan kan worden toegestaan op grond van het bepaalde onder 4, geldt deze bestaande oppervlakte als maximum. 7.

Alle overtollige bebouwing moet worden gesloopt, zodat de totale hoeveelheid bebouwing wordt teruggebracht tot hetgeen op grond van het bepaalde onder 4, 5 en/of 6 is toegelaten. De kapschuur, voormalige agrarische bedrijfswoning en grote schuur zijn van monumentale waarde en vormen een monumentaal ensemble. Deze bebouwing blijft behouden. De overige voormalige bedrijfsbebouwing achter op het perceel wordt verwijderd. g.

Indien meer dan 200 m2 aan bijgebouwen en overkappingen wordt toegestaan, dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Ten behoeve van voorliggende ontwikkeling is een landschappelijke inpassing opgesteld. Deze is als separate bijlage bij deze onderbouwing gevoegd.

h.

Indien meer dan 400 m2 aan bijgebouwen en overkappingen wordt toegestaan, dient tevens te worden voorzien in een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan; indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds. Voorliggend plan voorziet middels een nieuwe invulling in behoud van monumentale voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit

Prophys B.V. | Ruimtelijke onderbouwing Haansberg 39, Etten-Leur

13

door een groen invulling van het perceel. Ook wordt middels de bed & breakfast kamers een bijdrage geleverd aan de recreatieve waarde van het buitengebied. De omzetting van de voormalige schuur naar een horeca-functie is mede ten behoeve van het behoud van het cultuurhistorisch waardevolle complex, maar voorziet tevens in extra functie op het perceel die gericht is op een aanvullend verdienmodel. Voor het deel van het plangebied

gericht

op

de

horeca-functie

moet

dus

wel

voorzien

worden

in

kwaliteitsverbetering (op basis van categorie 3 van het regionaal afsprakenkader), waarbij een deel van de waardevermeerdering geïnvesteerd moet worden in het landschap. Het gehele complex, zowel de woning als het horecadeel, wordt voorzien van landschappelijke inpassing. Deze inpassing behoort tot de verplichting om gezien de resterende hoeveelheid bebouwing het cultuurhistorisch waardevolle complex goed in te passen in de omgeving. De kosten voor aanleg en onderhoud hiervan worden dus niet in de berekening opgenomen. De berekening van de benodigde investering in het kader van kwaliteitsverbetering van het landschap is opgenomen als separate bijlage bij de onderbouwing en verwerkt in de anterieure overeenkomst. i.

In de bestemming ‘Wonen’ kan statische binnenopslag worden toegestaan, mits de opslag geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg heeft en met dien verstande dat detailhandel en opslag ten behoeve van een bedrijf niet zijn toegestaan. Niet van toepassing.

j.

De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone, ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstel watersystemen’, worden niet belemmerd of aangetast. Deze aanduidingen zijn niet van toepassing op onderhavig perceel.

Als onderdeel van voorliggend plan zullen op de verdieping van de woning in de toekomst maximaal twee kamers worden ingericht als bed & breakfast. Dit is onder voorwaarden rechtstreeks toegestaan binnen de huidige bestemming. Deze voorwaarden worden onderstaand besproken: a. De exploitatie van de bed & breakfast wordt uitgeoefend door de hoofdbewoner van de woning. Hier wordt aan voldaan. b. De woonfunctie van de woning blijft behouden. Hier wordt aan voldaan.

Prophys B.V. | Ruimtelijke onderbouwing Haansberg 39, Etten-Leur

14

c.

Per woning is sprake van maximaal 2 bed & breakfast kamers en maximaal 4 slaapplaatsen. Hier wordt aan voldaan.

d. De vloeroppervlakte aan logeereenheden en zelfstandige sanitaire voorzieningen mag niet meer bedragen dan 50 m². Hier wordt aan voldaan. e. Parkeren geschiedt op eigen terrein. Op eigen terrein is voldoende parkeergelegenheid om hierin te voorzien. Een en ander is nader toegelicht in paragraaf 4.12.

Prophys B.V. | Ruimtelijke onderbouwing Haansberg 39, Etten-Leur

15

4. Omgevingskader 4.1

Milieueffectrapportage

Inleiding Met de procedure van de m.e.r. wordt beoogd het milieubelang volwaardig mee te laten wegen bij vaststelling van plannen en besluiten. Een belangrijk product van de m.e.r.-procedure is het milieueffectrapport (MER). In de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage zijn twee lijsten opgenomen: een C-lijst met m.e.r.-plichtige activiteiten en een D-lijst met m.e.r.-beoordeling plichtige activiteiten. Voor beide lijsten zijn tevens drempelwaarden opgenomen. In 2011 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging hierin is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, een toetsing aan de drempelwaarde in de D-lijst uit de bijlage van dit besluit niet toereikend is. Ook wanneer de voorgenomen ontwikkeling een omvang heeft die onder deze grenswaarden valt dient op grond van de selectiecriteria uit bijlage III van de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Deze toets wordt aangeduid met de term vormvrije m.e.r.-beoordeling en kijkt naar de volgende drie hoofdcriteria: •

Kenmerken van het project;

•

Plaats van het project;

•

Kenmerken van de potentiële effecten.

Als op basis hiervan belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten is de ontwikkeling niet m.e.r.-plichtig. In het Besluit m.e.r. is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (onderdeel D11.2) m.e.r.-beoordeling plichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de volgende gevallen (indicatieve drempelwaarden): •

Een oppervlakte van 100 hectare of meer;

•

Een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of;

•

Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Planspecifiek Naar het oordeel van de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2020:100) hoeft de ontwikkeling van twaalf woningen niet te worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Het in gebruik nemen van een bestaande bedrijfswoning als burgerwoning is op basis hiervan niet aan te merken als stedelijk ontwikkelingsproject. Het in gebruik nemen van een voormalige agrarische bedrijfslocatie als locatie voor trouw- en rouwceremonies, vergadering, exposities en workshops kan eveneens niet worden aangemerkt als

Prophys B.V. | Ruimtelijke onderbouwing Haansberg 39, Etten-Leur

16

stedelijk ontwikkelingsproject. Het betreft immers een andere invulling van een bestaande bedrijfslocatie. Deze ontwikkeling is daarmee niet m.e.r. (beoordelings)plichtig.

4.2

Geluid

Inleiding Bij het vaststellen van een ruimtelijk plan moet volgens de Wet geluidhinder (Wgh) worden aangetoond dat gevoelige functies zoals woningen een aanvaardbare geluidsbelasting als gevolg van (spoor)wegverkeer en gezoneerde industrie kennen.

Planspecifiek Voorliggend plan betreft het in gebruik nemen van een bestaand bedrijfswoning als burgerwoning. Omdat de bestaande bedrijfswoning reeds een geluidgevoelig object is, wordt als gevolg van dit plan geen nieuw gevoelig object gerealiseerd en is op basis van de Wgh geen akoestisch onderzoek nodig. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is onderstaande een uitsnede van de Atlas leefomgeving opgenomen. Deze toont de indicatieve geluidbelasting ter plaatse als gevolg van weg-, spoor- en vliegverkeer alsook industrie en windturbines. Hieruit volgt voor Haansberg 39 een goed tot zeer goed akoestisch woon- en leefklimaat. Geluid vormt in conclusie geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

Uitsnede Atlas leefomgeving

4.3

Geur

Inleiding Op basis van de Wet geurhinder en veehouderij moet worden beoordeeld of de bouw van nieuwe woningen of andere geurgevoelige objecten een belemmering vormt voor omliggende agrarische bedrijven. Tevens moet worden beoordeeld of het leefklimaat in het plangebied voldoende is. In de Wet geurhinder en veehouderij zijn in artikel 3 grenswaarden opgenomen voor de geurbelasting van een veehouderij waarvoor bij ministeriële regel een geuremissiefactor is

Prophys B.V. | Ruimtelijke onderbouwing Haansberg 39, Etten-Leur

17

vastgesteld ter plaatse van een geurgevoelig object. Deze grenswaarden worden weergegeven in odour units per kubieke meter (ouE/m3). Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen een ligging binnen of buiten een concentratiegebied en een ligging binnen of buiten de bebouwde kom. Verder worden eisen gesteld aan de afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object in de Wet geurhinder en veehouderij. Zo moet de afstand tussen een veehouderij met een diercategorie waarvoor bij ministeriële regeling geen geuremissiefactor is vastgesteld en een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom minimaal 50 meter bedragen. Tot slot moet de afstand tussen de buitenzijde van een dierenverblijf tot de buitenzijde van een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom 25 meter bedragen.

Planspecifiek In onderhavig plan is geen sprake van de oprichting van een nieuw geurgevoelig object. De bestaande bedrijfswoning wordt immers al aangemerkt als een geurgevoelig object ten opzichte van omliggende agrarische bedrijven. Geurhinder vormt daarmee in conclusie geen belemmering voor deze ontwikkeling.

4.4

Ecologie

Inleiding Op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) mag een ontwikkeling geen negatief effect hebben op de instandhouding van soorten. Door het slopen of bouwen van een woning, kappen van bomen of het dempen van sloten kan het leefgebied van beschermde soorten worden aangetast. Bovendien kan een ruimtelijke ontwikkeling een negatief effect hebben op beschermde natuurgebieden (Natura 2000 en Natuur Netwerk Nederland), bijvoorbeeld wanneer in, of te dichtbij, dergelijke natuurgebied wordt gebouwd. Ook op grotere afstand kan er sprake zijn van een negatief effect, dit is dan het gevolg van stikstofdepositie als gevolg van de ontwikkeling.

Planspecifiek Beschermde gebieden en stikstof Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied bevindt zich op meer dan 12 kilometer afstand en het dichtstbijzijnde onderdeel van Natuurnetwerk Brabant bevindt zich op circa 740 meter afstand. Van een direct negatief effect op beschermde gebieden is daarom geen sprake. Om een negatief effect op Natura 2000-gebieden helemaal uit te kunnen sluiten is een AERIUS-berekening uitgevoerd om te bepalen of deze ontwikkeling tot een significante toename in stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden leidt. Deze berekening en begeleidende memo d.d. 4 augustus 2023 met kenmerk 2023-0474 zijn als separate bijlage bij deze onderbouwing gevoegd. Hieruit volgt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar zijn. Van een toename in stikstofdepositie is daarom geen sprake.

Prophys B.V. | Ruimtelijke onderbouwing Haansberg 39, Etten-Leur

18

Beschermde soorten Om in beeld te brengen of beschermde soorten worden aangetast als gevolg van voorgenomen ontwikkeling is een ecologische quickscan uitgevoerd door Brabant Eco. De rapportage van dit onderzoek d.d. 12 juli 2023 met kenmerk 2023-BE-0652 is als separate bijlage bij deze onderbouwing gevoegd. Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat er geen beschermde flora en fauna in het plangebied voorkomen. De te slopen loodsen bestaan volledig uit wanden en dak van damwand of sandwichpanelen en zijn hierdoor ongeschikt voor verblijfschuil- en nestplaatsen van beschermde diersoorten. De te renoveren monumentale schuur wordt inpandig verbouwd waardoor mogelijk aanwezige beschermde soorten niet worden verstoord. De overige bebouwing is al gerenoveerd en blijft behouden. Met de sloop van de twee loodsen zijn geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Wet natuurbescherming. Ecologische waarden vormen in conclusie geen belemmering voor dit plan.

4.5

Water

Inleiding Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet worden ingegaan op de gevolgen van het plan voor de taken en belangen van het waterschap. In dit geval is dat waterschap Brabantse Delta. De integratie van water in ruimtelijke plannen vindt plaats via de zogenaamde watertoets. Concreet betekent de watertoets, dat een plan een zogenaamde waterparagraaf dient te bevatten, die keuzes ten aanzien van de waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschrijft.

Planspecifiek Beleid waterschap De projectlocatie is gelegen binnen het stroomgebied van waterschap Brabantse Delta. De visie van waterschap Brabantse Delta is vervat in het Waterbeheerprogramma waterschap Brabantse Delta 2022-2027: Klimaatbestendig en veerkrachtig waterlandschap. Het programma brengt op strategisch niveau samenhang tussen de verschillende kerntaken en draagt zo bij aan integraal waterbeheer en duurzame ontwikkeling in de regio. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema’s/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de legger. De Keur waterschap Brabantse Delta 2015 bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben in de Noord-Brabantse Waterschapsbond (NBWB) besloten om de Keuren te uniformeren en tegelijkertijd te dereguleren. Hierbij is aangehaakt bij het landelijke uniformeringsproces van de Unie van Waterschappen.

Er is conform het nieuwe landelijke model een sterk gedereguleerde Keur opgesteld, met bijbehorende algemene regels en beleidsregels. Deze zijn voor de drie waterschappen gelijkluidend. De nieuwe

Prophys B.V. | Ruimtelijke onderbouwing Haansberg 39, Etten-Leur

19

uniforme Keuren zijn gezamenlijk in werking getreden op 1 maart 2015. In de nieuwe Keur is opgenomen dat het in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Dit verbod is van toepassing tenzij: a. het afkoppelen van verhard oppervlak maximaal 10.000 m2 is, of; b. de toename van verhard oppervlak maximaal 2.000 m2 is, of; c.

de toename van verhard oppervlak bestaat uit een groen dak.

d. de toename van verhard oppervlak tussen 2.000 m2 en 10.000 m2 is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel: Benodigde retentiecapaciteit (in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) x gevoeligheidsfactor x 0,06 Daarbij dient de voorziening te voldoen aan de volgende voorschriften: a. de bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen; b. de afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; c.

daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om uitspoeling naar de sloot te voorkomen.

Uit de leggerkaart van het waterschap volgt dat zich aan de achterzijde van het perceel een categorie A-waterloop met een aantal duikers en een stuw bevindt. Deze watergang kent een afwijkende beschermingszone. Deze watergang valt buiten het perceel en wordt niet aangetast als gevolg van onderhavige ontwikkeling. Aan de noord-, oost- en zuidzijde van het perceel bevindt zich tevens een aangelande categorie B waterloop. De watergangen worden niet aangetast als gevolg van voorliggend plan. Wel wordt in de noordoostelijke hoek van het perceel een nieuwe duiker aangelegd ten behoeve van de ontsluiting van de monumentale schuur. In het kader van de aanleg van deze duiker wordt contact gezocht met het waterschap. Verhard oppervlak In de huidige situatie is het perceel grotendeels verhard. Als gevolg van voorliggende ontwikkeling neemt het verhard oppervlak op deze locatie beperkt toe. Een deel van de aanwezige bebouwing wordt gesloopt en er wordt een parkeergelegenheid gerealiseerd. Mitigerende maatregelen zijn op grond van de Keur pas nodig indien sprake is van een toename van het verhard oppervlak van meer dan 2.000 m2. Deze grens wordt met dit plan niet overschreden. Er is daarom geen sprake van een compensatieopgave. Desalniettemin voorziet onderhavig plan in de aanleg van een groene tuin met waterpartij waardoor toch waterbergende capaciteit wordt gerealiseerd op het perceel.

Prophys B.V. | Ruimtelijke onderbouwing Haansberg 39, Etten-Leur

20

Riool De panden zijn aangesloten op het reeds aanwezige riool. Het (afval)water van de woning, trouwen rouwlocatie en bed & breakfast dat afgevoerd moet worden bevat geen chemische stoffen die schadelijk zijn voor het water in het openbaar riool. Ook geeft het af te voeren water geen stankoverlast en bevat het water geen snel bezinkende- en/of grove afvalstoffen. Van een verontreiniging van het rioolwater door toedoen van het afvalwater is dan ook geen sprake. Hemelwater Ook voor het hemelwater kan worden gesteld dat de afvoer op een dusdanige manier plaats vindt dat er geen sprake is van verontreiniging. De groenvoorzieningen binnen de projectlocatie kunnen worden

gebruikt

als

een

natuurlijke

infiltratievoorziening

voor

hemelwater.

De

parkeervoorzieningen worden voorzien van een aaneengesloten (half-)verharding. Ten aanzien van het materiaalgebruik van de bebouwing worden geen uitlogende bouwmaterialen zoals lood, koper, zink en zacht PVC toegepast. Dit om verontreiniging van het hemelwater te voorkomen. De ontwikkeling heeft hierdoor geen mogelijke schadelijke gevolgen voor de (grond)waterkwaliteit. Het aspect water vormt geen belemmering voor deze ontwikkeling.

4.6

Luchtkwaliteit

Inleiding Hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer beschermt mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. Luchtkwaliteitseisen spelen echter geen rol wanneer een ontwikkeling ‘Niet In Betekenende Mate’ (NIBM) bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Hiervan is sprake wanneer als gevolg van het project de toename aan concentraties in de buitenlucht van zowel zwevende deeltjes (PM10) als stikstofdioxide (NO2) onder 3% blijft. In de regeling NIBM zijn enkele categorieën en bijbehorende grenswaarden opgenomen waarvoor geldt dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging. Wonen is een van deze categorieën. Wanneer de ontwikkeling onder de grenswaarde valt van 1.500 woningen in het geval van één ontsluitingsweg en 3.000 woningen in het geval van meer dan een ontsluitingsweg, kan de ontwikkeling zonder toetsing aan de luchtkwaliteit doorgang vinden. Voor

Planspecifiek Omdat onderhavig plan voorziet in één enkele woning, wordt geconcludeerd dat deze niet in betekende mate bijdraagt aan luchtvervuiling. Bovendien bevindt zich op deze locatie reeds een bedrijfswoning. Voor de trouw- en rouwlocatie alsook de bed & breakfast geldt dat geen grenswaarden zijn opgenomen in de Regeling NIBM. Hiervoor moet middels de NIBM-tool worden bezien of deze niet in betekenende mate bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Uit de NIBM-tool volgt voor 2023 dat pas vanaf 2278 lichtverkeersbewegingen per etmaal sprake is van een ontwikkeling die in betekenende mate bijdraagt aan luchtvervuiling. De verkeersbewegingen als gevolg van de bed & breakfast blijven hier ruim onder.

Prophys B.V. | Ruimtelijke onderbouwing Haansberg 39, Etten-Leur

21

Vanuit een goede ruimtelijke ordening moet aangetoond worden dat ter plaatse van de te realiseren woning sprake is van een aanvaardbare luchtkwaliteit. Navolgende uitsnede van de Atlas Leefomgeving geven aan wat de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 voor het plangebied zijn. Hieruit komt naar voren dat de respectievelijke grenswaarden van 40, 40 en 20 microgram/m3 in het plangebied niet worden overschreden. Het plangebied ligt ook niet in de nabijheid van autosnelwegen of wegen met een zeer hoge intensiteit. Daarom mag worden aangenomen dat de fijnstofconcentratie van de omgeving voldoende laag is om in een gezond leefklimaat te voorzien.

Uitsnede Atlas leefomgeving ‘lucht’

Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan luchtvervuiling en de luchtkwaliteit ter plaatse is voldoende. Luchtkwaliteit vormt daarom geen belemmering voor deze ontwikkeling.

4.7

Bodem

Inleiding Ter plaatse van een woningbouwlocatie dient de bodem van een voldoende kwaliteit te zijn voor het realiseren van de beoogde functie. Uitgangspunt hierbij is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Ook mag de bodemkwaliteit in het kader van het stand-stil beginsel niet verslechteren als gevolg van grondverzet zoals graafwerkzaamheden.

Planspecifiek Voorliggende ontwikkeling voorziet – los van de bestaande bedrijfswoning – in een gevoeliger gebruik dan reeds toegestaan. Daarom moet bezien worden of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie. Hiertoe is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Bodeminzicht. De rapportage van dit onderzoek d.d. 2 augustus 2023 met kenmerk B3276 is als separate bijlage bij deze onderbouwing gevoegd. Uit dit onderzoek volgt dat ter plaatse van de onderzoekslocatie geen verontreinigingen zijn aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. De eventueel bij werkzaamheden vrijkomende grond is op of buiten het

Prophys B.V. | Ruimtelijke onderbouwing Haansberg 39, Etten-Leur

22

onderzoeksterrein herbruikbaar. Indien vrijkomende grond van de locatie afgevoerd moet worden, dient men rekening te houden met de regels van het vigerende Besluit Bodemkwaliteit. Het aspect bodem vormt in conclusie geen belemmering.

4.8

Bedrijven en milieuzonering

Inleiding Een goede ruimtelijke ordening schrijft voor dat hinder en gevaar wordt voorkomen. Hiertoe dient voldoende afstand te worden gehouden tussen milieubelastende activiteiten zoals bedrijven enerzijds en gevoelige functies zoals wonen anderzijds. In dit geval betekent dit dat ter plaatse van de te realiseren woningen sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat, maar ook dat de bedrijven in de omgeving door de realisatie van deze woning niet worden beperkt in hun bedrijfsvoering. Het uitgangspunt hierbij is de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ waarin voor verschillende soorten bedrijven een milieucategorie en bijhorende richtafstand voor de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar is opgenomen. Deze richtafstand wordt gemeten tussen het gevoelige object en de grens van de betreffende bedrijfsbestemming. Omdat in de directe omgeving sprake is van menging van bedrijvigheid met woonfuncties wordt uitgegaan van gebiedstype ‘gemengd gebied’. Dit betekent dat de richtafstanden met één afstandstap mogen worden verlaagd.

Planspecifiek Voorliggend plan voorziet niet in de realisatie van een nieuw milieugevoelige functie. De bestaande bedrijfswoning wordt immers reeds als zodanig aangemerkt. Er is wel sprake van de realisatie van een nieuwe milieubelastende functie; het gebruik van de monumentale schuur voor trouw- en rouwceremonies, vergaderingen, exposities en workshops. Deze functies worden onder milieucategorie 2 geschaard. Hiervoor geldt in gemengd gebied een richtafstand van 10 meter met geluid als maatgevend aspect. De dichtstbijzijnde woning is de voormalige agrarische bedrijfswoning welke door initiatiefnemers in gebruik zal worden genomen als burgerwoning. De afstand tussen de monumentale schuur en deze woning bedraagt ruim 15 meter. De afstand tot de plaats waar mensen de schuur verlaten c.q. de buitenruimte bij deze schuur bedraagt eveneens meer dan 15 meter. Het parkeerterrein bevindt zich vanuit de woning bezien achter de monumentale schuur op een afstand van circa 35 meter. De nieuwe ontsluiting ligt op nog groter afstand aan de noordzijde van het perceel. Aan de richtafstand van 10 meter die hiervoor geldt voor een parkeerterrein ruim voldaan. Geconcludeerd mag worden dat ter plaatse van de woning geen hinder te verwachten valt als gevolg van het beoogde gebruik van de monumentale schuur.

De schuur zal voldoen aan eventuele aanvullende akoestische eisen die worden gesteld aan het beoogde gebruik. Voorafgaand aan de ingebruikname wordt de AIM-module of checklist Bal ingevuld en indien nodig een melding gemaakt.

Prophys B.V. | Ruimtelijke onderbouwing Haansberg 39, Etten-Leur

23

In het kader van de parkeervoorziening wordt ook het perceel direct ten noorden van het plangebied beschouwd (Haansberg 41 en 41b). De afstand tussen het parkeerterrein en de woning op nummer 41 bedraagt ruim 35 meter waarmee aan de richtafstand van 10 meter voor het parkeerterrein wordt voldaan. Op nummer 41b worden arbeidsmigranten gehuisvest. Ook de afstand tussen deze huisvesting en het parkeerterrein bedraagt in verband met de tussenliggende sloot en groene inpassing ruim 10 meter waarmee ook hier geen belemmering bestaat. Een en ander is weergegeven in onderstaande afbeelding. Andere omliggende woningen van derden bevinden zich op ruime afstand waardoor ter plaatse van deze woningen eveneens geen hinder zal worden ervaren als gevolg van deze ontwikkeling. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het plan.

13 meter

35 meter

17 meter

Afstanden horeca tot omliggende woonfuncties

Prophys B.V. | Ruimtelijke onderbouwing Haansberg 39, Etten-Leur

24

4.9

Archeologie

Inleiding Op 16 januari 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Nederlandse parlement heeft dit verdrag in 1998 goedgekeurd. In verband met de implementatie van het Verdrag van Malta zijn de Monumentenwet 1988 en enkele andere wetten gewijzigd. Als gevolg daarvan is de al bestaande verplichting expliciet gemaakt om in het kader van een goede ruimtelijke ordening rekening te houden met het belang van het behouden van archeologische waarden. Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Dit is niet veranderd met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet (op 1 juli 2016) waarmee het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed in één integrale wet is geregeld. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden worden gehandhaafd.

Planspecifiek Op basis van het geldende bestemmingsplan ter plaatse kennen de percelen aan de Haansberg 39 de dubbelbestemmingen ‘waarde - archeologie 1’ en ‘waarde – archeologie 4’. Ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ geldt dat archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m2 en welke gepaard gaan met bodemingrepen dieper dan 40 centimeter. Ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ geldt dat archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij bouwwerken met een oppervlakte groter dan 50.000 m2 en welke gepaard gaan met bodemingrepen dieper dan 40 centimeter. Dit plan overschrijdt deze grenzen niet waardoor archeologisch onderzoek achterwege kan blijven. Archeologie vormt geen belemmering voor deze ontwikkeling.

4.10 Cultuurhistorie Inleiding Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om in een ruimtelijk besluit te verantwoorden op welke manier rekening is gehouden met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden. Naast archeologie gaat het daarbij om gebouwd erfgoed en cultuurlandschappen.

Planspecifiek Onderstaande afbeelding toont een uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart van provincie Noord-Brabant.

Prophys B.V. | Ruimtelijke onderbouwing Haansberg 39, Etten-Leur

25

Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Noord-Brabant. Locatie blauw omcirkeld.

Hieruit volgt dat (een deel van) de bebouwing op dit perceel van cultuurhistorische waarde is. Zoals reeds aangegeven vormt een deel van de bebouwing op dit perceel een monumentaal ensemble. Voorliggend plan voorziet in een nieuwe, levensvatbare invulling van deze bebouwing waarmee het voortbestaan ervan wordt geborgd. Ook volgt uit bovenstaande dat de Haansberg vanuit historische geografie een lijn van redelijk hoge cultuurhistorische waarde is. Met voorliggend plan wordt deze lijn niet aangetast. Als gevolg van de renovatiewerkzaamheden op het perceel wordt het aanzicht vanaf de Haansberg zelfs verbeterd. In het kader van de cultuurhistorische waarde van deze voormalige boerderij is het plan ter advisering voorgelegd aan de Boerderijstichting. Hierop is een positief uitgebracht. Cultuurhistorische vormt in conclusie geen belemmering voor dit plan.

4.11 Externe veiligheid Inleiding Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s voor mens en milieu als gevolg van gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook risico’s verbonden aan luchthavens worden meegenomen in dit risico. Bij de realisatie van een nieuw kwetsbaar dient externe veiligheid in acht te worden genomen; in het bijzonder het plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risico betreft de kans per jaar dat 1 persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof en wordt weergegeven aan de hand van risicocontouren rondom inrichtingen of transportroutes. Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers en is daarmee een maatstaf voor de verwachte omvang van een ramp. Voor het groepsrisico geldt geen risicocontour maar wel een verantwoordingsplicht op basis van het invloedsgebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=37f85b3e-1397-464e-82f4-ed0289086e82