Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024
Tekst van het document
Prioriteit zeer hoog gemiddeld
Een nadere omschrijving van de taken binnen de taakvelden Bouwen en Brandveiligheid is opgenomen in bijlage 3.
Pagina 24 van 45
6.2
Hoofddoelen en subdoelen
6.2.1 Hoofddoelen In de U&H-strategie hebben wij onze hoofd- en (meetbare) subdoelen beschreven. Hieronder worden eerst onze hoofddoelen verder toegelicht. Daarna volgt een opsomming van onze (meetbare) subdoelen. Op basis van de concrete activiteiten die we uitvoeren worden de hoofd- en (meetbare) subdoelen in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma verder geconcretiseerd en gemonitord.
I. De kwaliteit van de leefomgeving te beschermen en daar waar mogelijk te verbeteren. Het uitvoeren van de VTH-taken draagt bij aan een schone, veilige, gezonde en duurzame (fysieke) leefomgeving in de gemeente Etten-Leur. De huidige kwaliteit van de leefomgeving en openbare ruimte blijft geborgd en wordt (waar mogelijk) verbeterd. Inwoners, ondernemers en andere (maatschappelijke) partners krijgen binnen de wettelijke- en lokale kaders voldoende mogelijkheden activiteiten te ontplooien zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de leefomgeving. De openbare ruimte is op orde. Inwoners voelen zich er veilig en vertrouwd.
II. We borgen en verbeteren de eigen verantwoordelijkheid, het naleefgedrag en betrokkenheid (participatie) van onze inwoners en ondernemers. Een schone, veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving en openbare ruimte in de gemeente Etten-Leur is een verantwoordelijkheid van iedereen, van onze inwoners en ondernemers, van ander (maatschappelijke) partners en van onszelf. Iedereen heeft hierin een rol en (eigen) verantwoordelijkheid. Bij de uitvoering van onze VTH-taken stimuleren wij de (eigen) verantwoordelijkheid en het naleefgedrag door risicogericht te werken en door het vastleggen van onze handhavingsprioriteiten. Bij het realiseren van omgevingsinitiatieven worden, en in sommige gevallen moeten, belanghebbende actief (worden) betrokken.
III. We borgen en verbeteren de samenwerking met onze partners. Wij doen het niet alleen, maar samen met onze partners. En dat is voor ons vanzelfsprekend. Wij hebben een sterke verbinding met onze omgeving en partners. We hebben daarbij duidelijk wie welke rol speelt in onze processen en welke verwachting en verantwoordelijkheid daarbij hoort.
IV. We voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen voor de uitvoering van de VTH-taken. Wij geven invulling aan de kwaliteitseisen die opgenomen zijn in de Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht) Gemeente Etten-Leur. De kwaliteitseisen uit deze verordening zijn, voor de basistaken en de plustaken, de landelijke kwaliteitscriteria en voor de thuistaken de kwaliteitsvoorwaarden, zoals opgenomen in bijlage 1 van deze verordening. Door deze kwaliteitscriteria en kwaliteitsvoorwaarden na te streven komen we tot een betere uitvoering van de VTH-taken en een professionelere uitvoeringsorganisatie voor de uitvoering van de VTH-taken. Voor zover we niet aan de kwaliteitseisen voldoen, leggen we hierover verantwoording af aan de gemeenteraad.
Pagina 25 van 45
V. We willen het fenomeen ondermijnende criminaliteit zo effectief mogelijk aanpakken. Er wordt blijvend gewerkt aan de bewustwording voor bewoners, ondernemers, maar zeker ook ons eigen bestuur en organisatie. We zetten samen met partners zoals de Taskforce-RIEC, politie en andere partners in op het voorkomen van ondermijnende criminaliteit en (woon-) fraude. Bij constateren van ondermijnende criminaliteit wordt hierbij ook door de gezamenlijke partners opgetreden, en worden door deze partners de boetes opgelegd die binnen hun mogelijkheden liggen.
VI. Eigentijds bestuur en dienstverlening op maat in Etten-Leur We werken aan een betrouwbare en servicegerichte organisatie voor onze inwoners en partners. Een organisatie zonder onnodige drempels en procedures waarbij de menselijke maat het uitgangspunt is van onze dienstverlening. De gemeente inspireert, stimuleert en faciliteert en zoekt actief de dialoog en samenwerking op.
6.2.2 (Meetbare) subdoelen Bovenstaande hoofddoelen worden hieronder uitgesplitst naar (meetbare) subdoelen. SUBDOELEN HOOFDDOEL I - De aanlegkwaliteit van de leefomgeving voldoet aan CROW niveau A+/A - Het beheer en onderhoud van de leefomgeving voldoet aan CROW niveau B of C - We streven naar 100% gebruik van herbruikbare bekers en bakjes bij evenementen - De doelen uit het afvalbeleid zijn behaald
SUBDOELEN HOOFDDOEL II - In 80% leidt omgevingsoverleg tot een volledige en juiste aanvraag - Bij minimaal 80% van de gecontroleerde vergunningen wordt géén overtreding geconstateerd - Bij minimaal 80% van de uitgevoerde controles (o.b.v. meldingen en/of regels die rechtstreeks verbindend zijn bij of krachtens ‘de wet’) wordt géén overtreding geconstateerd - Minimaal 90% van alle aanvragen hebben we getoetst aan de juiste toetsingskaders en met de juiste diepgang. - Minimaal 90% van de beschikkingen blijft in stand na bezwaar en/of (hoger) beroep.
SUBDOELEN HOOFDDDOEL III - Minimaal 90% van de initiatieven waar (samenwerkings)partners bij betrokken zijn, worden behandeld op de regionale omgevingstafel
Pagina 26 van 45
SUBDOELEN HOOFDDOELEN IV - Minimaal 90% van onze VTH (werk)processen is beschreven en actueel en, waar nodig, ingericht in (zaak)syste(e)m(en) - Na iedere afronding van het vergunningenproces ontvangt de aanvrager van de omgevingsvergunning een klanttevredenheidsonderzoek (KTO). De resultaten van het KTO worden omgezet in verbeteracties - Jaarlijks wordt aan onze samenwerkingspartners een KTO toegestuurd waarin gevraagd wordt naar ervaringen en tevredenheid over de samenwerking. De resultaten van het KTO worden omgezet in verbeteracties - Jaarlijks wordt gerapporteerd over de kwaliteitseisen zoals opgenomen in de “Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht) gemeente Etten-Leur aan de gemeenteraad
SUBDOELEN HOOFDDOEL V - We implementeren de Brabantse norm weerbare overheid binnen de VTH werkzaamheden en -werkprocessen - Alle horeca-exploitatievergunningen, vergunningen o.b.v. de alcoholwet en omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen (die onder de criteria vallen) worden getoetst aan het gemeentelijk Bibob-beleid
SUBDOELEN HOOFDDOEL VI - Minimaal 90% van de (omgevings)vergunningaanvragen handelen wij af binnen de vastgestelde wettelijke termijn - Minimaal 90% van de officiële VTH-documenten en webinformatie voldoet aan de schrijfwijzer - Bij het uitvoeren van de VTH-taken is het voor de inwoner of ondernemer altijd duidelijk wie hun contactpersoon is bij de gemeente. - Op minimaal 90% van de verzoeken tot handhaving wordt binnen de wettelijk vastgestelde beslistermijn een besluit genomen - Voor inwoners en ondernemers die zelf goed aan de slag kunnen, richten we VTHwerkprocessen zo in dat hun zelfwerkzaamheid beloond wordt met vloeiende dienstverleningsprocessen, korte tijdsbelasting en vlotte afhandeling.
Pagina 27 van 45
7.
Strategie en uitvoering
7.1 Strategieën In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de doelen en prioriteiten uit hoofdstuk 6 worden gerealiseerd. Hiertoe wordt een drietal strategieën ingezet. De drie uitvoeringsstrategieën zijn gebaseerd op landelijke strategieën en zijn aangevuld met regionale afspraken en gemeentelijke werkwijzen. De gemeente hanteert de volgende uitvoeringsstrategieën. - Vergunningenstrategie (§ 7.2). Hierin wordt de aanpak beschreven om voorschriften op te leggen aan activiteiten. - Toezichtstrategie (§ 7.3). Deze bevat de verschillende toezichtinstrumenten met een beschrijving van de wijze waarop deze worden ingezet. Ook de wijze waarop preventie wordt ingezet om naleefgedrag te bevorderen en overtredingen te voorkomen, de preventiestrategie, is als onderdeel van de toezichtstrategie beschreven. - Handhavingsstrategie (§ 7.4). Voor de aanpak bij constatering van overtredingen wordt de LHSO gevolgd. Ook de wijze waarop de gemeente omgaat met gedogen, de gedoogstrategie, wordt in dit hoofdstuk beschreven. De samenhang tussen de strategieën is schematisch weergegeven in onderstaande figuur.
Uitvoeringsstrategiën
Vergunningstrategie
Toezichtstrategie
Handhavingsstrategie
§ 7.2
§ 7.3
§ 7.4
Aanpak om voorwaarden te stellen aan activiteiten
Aanpak om inzicht te houden in naleefgedrag en gedragsmotieven
Aanpak bij constateringen van overtredingen en aanpak van niethandhaven bij overtredingssituaties
en aanpak om te voorkomen dat overtredingen ontstaan (preventie)
Kwaliteitsborging § 7.5 Monitoring en verantwoording § 7.6
7.2
Vergunningenstrategie
7.2.1 Risicogericht toetsen De bedoeling van de Omgevingswet is dat initiatiefnemers meer ruimte krijgen voor initiatieven maar ook zelf meer verantwoordelijkheid hebben voor deze initiatieven. Overheden, ondernemers én
Pagina 28 van 45
inwoners zijn verantwoordelijk voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. En dus niet alleen de overheid. Onze gemeente hanteert hierbij het principe “Ja, mits…”. De initiatiefnemer beschikt hierbij over één vast aanspreekpunt vanuit de gemeente na indiening. Het risicogericht werken volgt deze gedachtenlijn. Door risicogericht te werken zet Etten-Leur de beschikbare capaciteit in daar waar de risico’s het grootst zijn en waarvoor onze deskundigheid en kennis (het meest) nodig is. Door risicogericht te werken kunnen activiteiten met een verlaagd risico minder streng worden getoetst dan activiteiten met een verhoogd risico. Bij het risicogericht toetsen komt de prioritering van de activiteiten, zoals bepaald in de risicoanalyse, samen met het diepteniveau waarop een aanvraag om een vergunning getoetst wordt aan wet- en regelgeving. Dit leidt tot de volgende toetsintensiteit: Prioriteit Zeer hoog/ hoog Gemiddeld Laag/ Zeer laag
Toetsingsniveau Niveau 3 Niveau 2 Niveau 0 of 1
Nog niet voor alle type vergunningen zijn uitgebreide toetsingskaders beschreven. 7.2.2 Toetsingsniveaus Niveau 0 Het niet of zeer globaal beoordelen of aan een voorschrift wordt voldaan. Niveau 1 Uitgangspuntentoets en visueel toetsen: bevatten de stukken voldoende informatie over de uitgangspunten? Gecontroleerd wordt of de globale uitgangspunten op de stukken die zijn aangeleverd om het desbetreffende aspect te kunnen toetsen, in voldoende mate en in samenhang zijn weergegeven. Kloppen de uitgangspunten en lijken de uitkomsten aannemelijk? Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de stukken die zijn aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn, waarbij van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten aannemelijk. Niveau 2 Representatief toetsen: controle van de toonaangevende onderdelen. Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de aangeleverde stukken om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten aannemelijk zijn. De belangrijkste aangeleverde berekeningen worden gecontroleerd, dan wel nagerekend. Niveau 3 Volledig toetsen: alles in samenhang controleren.
Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de stukken, aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen, in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en worden de uitkomsten gecontroleerd en/of nagerekend.
Pagina 29 van 45
7.2.3 Samenwerking bij de vergunningverlening Vergunningaanvragen worden beoordeeld vanuit de benodigde disciplines en afhankelijk van de aangevraagde activiteit vindt samenwerking plaats met diverse interne en externe adviseurs. Het overhevelen van het basistakenpakket naar de OMWB betekent voor de gemeente dat een deel van de VTH (milieu-)taken extern wordt uitgevoerd. De specialistische bouwplantoetsing (bouwfysica, bouwakoestiek, constructieve veiligheid) wordt getoetst door een extern bureau (SWECO). Binnen de De6 samenwerking wordt de mogelijkheid onderzocht om de constructeurstaak samen uit te voeren met eigen medewerkers. Voor de toetsing van de (brand)veiligheidsaspecten bij de vergunningverlening vraagt de gemeente advies bij de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Bouwplannen worden voorgelegd aan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit (welstand). Ook aanvragen voor monumenten worden door deze commissie getoetst (wettelijke adviesplicht). Waar de aanvraag in strijd is met de archeologische paragraaf uit het omgevingsplan adviseert de regioarcheoloog. 7.3 Toezichtstrategie Een toezichtstrategie geeft aan welke activiteiten worden ondernomen om vast te stellen of wet- en regelgeving wordt nageleefd en hoe deze zijn georganiseerd.
Om na te gaan of voorschriften ook gedurende langere tijd en in alle situaties worden nageleefd, is het noodzakelijk om programmatisch toezicht uit te voeren. Daarnaast is het nodig om capaciteit te reserveren voor onaangekondigde en steekproefsgewijze controles en surveillance. Bij het opstellen van het toezichtprogramma (als onderdeel van het uitvoeringsprogramma) worden, om het aantal te controleren locaties te bepalen, de volgende toezichtspercentages gebruikt: Prioriteit Zeer hoog Hoog Gemiddeld Laag Zeer laag
Toezichtspercentage 100% toezicht 75% toezicht 50% toezicht 25% toezicht 10% toezicht
Als vooraf het aantal te controleren locaties niet is te bepalen, wordt op basis van ervaringscijfers een aantal uren/controles per jaar opgenomen. Dit betreft voornamelijk toezichtstaken op illegale zaken, zoals illegale bouwactiviteiten en diverse vormen van het onjuist aanbieden van afval. 7.3.1 Risicogestuurd toezicht Risicogestuurd toezicht (RGT) wordt ingezet vanuit de visie “meer toezicht waar nodig, minder waar mogelijk”. Het doel is de aandacht van toezicht vooral te leggen op die locaties waar een verhoogd risico aanwezig is, zowel op aspecten als veiligheid als op niet-naleving van de wet- en regelgeving. De doelstelling is ook dat het RGT geen verzwaring van de toezichtslast in zijn totaliteit tot gevolg heeft. Op bedrijfsniveau kan RGT wel een vermindering of verzwaring van de toezichtslast geven, afhankelijk van het risicoprofiel van het betrokken bedrijf. 7.3.2 Planning toezicht We plannen in het algemeen programmatisch toezicht aan de hand van de toegekende prioriteiten uit de risicoanalyse met de daaraan gekoppelde toezichtspercentage.
Pagina 30 van 45
Ook plannen we op projectbasis of thema. Planning op projectbasis houdt bijvoorbeeld in dat vooraf bepaald wordt op welk taakveld het project betrekking heeft, welke handhavingspartners deelnemen, welk deelgebied wordt gecontroleerd, etc. Planning op thema houdt in dat er alleen gecontroleerd wordt op een bepaald onderdeel van de activiteit (bijv. lozen van afvalwater en opslag van lithium batterijen). Opleveringscontrole In de planning wordt rekening gehouden met het uitvoeren van opleveringscontroles. Na ontvangst van een melding van de vergunninghouder dat de betreffende activiteit gereed is, vindt (steekproefsgewijs) een opleveringscontrole plaats. Dit kan een fysieke of een administratieve controle zijn. Milieu Voor het bepalen van het jaarlijkse milieutoezicht (gebruiksfase) geldt een afwijkende procedure. Hiervoor hanteren we de volgende volgorde en uitgangspunten: 1. Allereerst houden we rekening met taken en werkzaamheden die voortvloeien uit het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK). Het GUK bevat een meerjarenprogramma met branchegerichte prioritering. Deze regionale kaders prevaleren boven de kaders uit deze U&H-strategie. De verplichtingen die voortvloeien uit het GUK nemen we op in het jaarlijks werkprogramma OMWB. Het GUK stelt iedere gemeentelijke deelnemer van de OMWB vast en is onder andere gebaseerd op een regionale omgevingsanalyse. 2.
Vervolgens programmeren we het milieutoezicht aan de hand van de toegekende prioriteiten uit de risicoanalyse met de daaraan gekoppelde toezichtspercentage. 3. We passen RGT toe. Bouwen 1. We programmeren het bouwtoezicht aan de hand van toegekende prioriteiten uit de risicoanalyse met de daaraan gekoppelde toezichtspercentage. 2. Voor de inzet van bouwtoezicht onder de Wkb, gevolgklasse 1, stellen we een handhavingskader op. 3. We passen RGT toe. Brandveiligheid Voor brandveiligheid hanteren wij de volgende uitgangspunten: 1. We nemen in het jaarlijks uitvoeringsprogramma de prioriteiten op die door het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant zijn vastgelegd in het basistakenpakket (BTP). 2. Vervolgens bepalen we het toezicht aan de hand van de prioriteiten uit de risicoanalyse en het daarbij behorende toezichtspercentage. 3. We passen RGT toe. APV/bijzondere wetten Voor het programmeren van toezicht hanteren we de volgende uitgangspunten: 1. De capaciteit voor het toezicht programmeren we aan de hand van de toegekende prioriteiten uit de risicoanalyse met de daaraan gekoppelde toezichtspercentage. 2. We werken met gebiedsboa’s en boa’s met een taakaccent, bijvoorbeeld horeca. 3. We stellen voor de inzet van de boa’s werkroosters op en plannen jaarlijks project- en themacontroles in (bijv.
toezicht op schenken alcoholhoudende dranken en afvalscheiding).
Pagina 31 van 45
De toezichtspercentages die voortvloeien uit de risicoanalyse passen we als leidraad toe bij het bepalen van de jaarlijkse inzet op de uitvoering van de verschillen taken/thema’s. 7.3.3 Toezicht op algemene regels Door deregulering en lastenverlichting is een aantal vergunningen en meldingen vervangen door algemene regels. Dergelijke activiteiten moeten voldoen aan de algemene regels. Daarnaast kennen diverse wetten en verordeningen verbodsbepalingen waarop toezicht gehouden wordt. Het vergt van de overheid (extra) inspanning om de locaties die niet vergunnings-/meldingsplichtig zijn en wel aan algemene regels moeten voldoen in beeld te brengen en te houden om de toezichtstaak naar behoren uit te kunnen voeren. Om de niet bekende locaties op te sporen en te controleren op de algemene regels en toe te zien op algemene verbodsbepalingen wordt hiermee in de capaciteitsplanning rekening gehouden. 7.3.4 Klachten en meldingen Klachten en meldingen zijn instrumenten voor inwoners en ondernemers (en in sommige gevallen overheden) om de gemeente te attenderen op (mogelijke) overtreding van wetten en regelgeving. Om een kwalitatief goede dienstverlening te borgen is het van belang dat klachten en meldingen conform de daarvoor opgestelde protocollen in behandeling worden genomen. Klachten en meldingen zijn niet apart geprioriteerd.
Vanuit de dienstverleningsvisie hebben alle klachten een hoge prioriteit. Alle klachten, met uitzondering van anonieme klachten worden daarom zo spoedig mogelijk in behandeling genomen volgens de vastgestelde procedure. De beoogde capaciteit wordt ieder jaar vastgelegd in het uitvoeringsprogramma. Klachten en meldingen met betrekking tot de fysieke leefomgeving kunnen betrekking hebben op één of meerdere instanties. Wanneer de behandeling van de klacht niet (primair) bij de gemeente ligt, wordt deze doorgezet naar de betreffende instantie, zoals OMWB, Waterschap Brabantse Delta, VRMWB of politie. 7.3.5 Controle op illegale activiteiten Naast het plannen van capaciteit voor programmatisch toezicht, de algemene regels en ingekomen klachten en meldingen is het ook nodig om capaciteit te reserveren voor onaangekondigde en steekproefsgewijze controles, gebiedsgericht toezicht en surveillance voor het opsporen van illegale activiteiten (milieu, bouwen, Apv/bijzondere wetten en gebruiksvoorschriften bestemmingsplan/RO) en overtredingen. In de jaarplanning wordt op basis van ervaringscijfers hiervoor capaciteit opgenomen. Het is mogelijk om, eventueel met partners, op projectmatige wijze te controleren en hieraan bepaalde prioriteiten te verbinden. De projecten worden in het uitvoeringsprogramma opgenomen.
7.3.6 Integrale aanpak Een van de primaire taken van een gemeente is het scheppen en borgen van een veilige leefomgeving voor de inwoners. Hierin speelt het onderwerp ondermijnende criminaliteit een belangrijke rol. Een samenleving waar criminele groepen hun activiteiten zonder al te veel problemen kunnen uitvoeren en hierin misschien onbewust worden gefaciliteerd door de overheid, mondt uit in een vrijstaat en is onacceptabel. Onderzoeken laten zien dat de ondermijnende criminaliteit een florerende industrietak is. Daarom voert de gemeente toezicht uit en werkt de gemeente conform een BIBOB-beleid. Gemeentelijk toezicht kan worden uitgevoerd door de Boa’s en/of gemeentelijke toezichthouders. Ieder vanuit hun eigen rol en bevoegdheden kunnen met toezicht bijdragen aan de signalering en aanpak van ondermijning. Deze toezichtstaken worden door de gemeente in samenwerking uitgevoerd met andere handhavingspartners zoals politie,
Pagina 32 van 45
belastingdienst, UWV, Douane, OMWB, brandweer e.d. waarbij de gemeente met name een signalerende functie en initiërende rol heeft. 7.4 Handhavingsstrategie 7.4.1 Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht Bevoegde overheden en handhavingsinstanties in Nederland hebben gezamenlijk de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (hierna: LHSO) vastgesteld. Ook de gemeente Etten-Leur werkt conform de LHSO en stelt de LHSO vast. Met de LHSO grijpen overheden passend en uniform in bij bevindingen die gedaan zijn tijdens toezicht. Zo zorgt de LHSO voor een gelijk speelveld. Verder verbindt de LHSO het bestuurs- en strafrecht met elkaar. De LHSO is de opvolger van de LHS uit 2014. In de kern is de strategie nagenoeg onveranderd. Wat anders is, is dat de aansluiting op de Omgevingswet goed wordt gelegd, terminologie wordt geactualiseerd en de bestuurlijke boete wordt toegevoegd. Verder is de relatie tussen bestuursrecht en strafrecht (nog) beter beschreven en geborgd. Het LHSO is toegevoegd als bijlage 4. Verzoek tot handhaving Een verzoek tot handhaving is een instrument voor inwoners en ondernemers (en in sommige gevallen overheden) om de gemeente te attenderen op (mogelijke) overtreding van wet- en regelgeving.
Om een kwalitatief goede dienstverlening te borgen is het van belang verzoeken tot handhaving in overeenstemming met de daarvoor gemaakte werkafspraken in behandeling worden genomen. Een verzoek tot handhaving wordt altijd in behandeling genomen en afgewerkt binnen de daarvoor geldende termijn. Een toezichthouder zal de situatie op locatie beoordelen en wij zullen de verzoeker informeren over de verdere afhandeling van het verzoek tot handhaving. In het geval van een verzoek tot handhaving is de gemeente gebonden aan de in de Algemene wet bestuursrecht gestelde termijnen. Echter streven wij ernaar om de verzoeker, maar ook de mogelijke overtreder, zo snel mogelijk duidelijkheid te verschaffen. Dit impliceert niet dat dan ook altijd tot handhaving wordt overgegaan. In sommige gevallen is geen sprake van een overtreding of kan de overtreding alsnog worden gelegaliseerd door aanpassingen of het verlenen van een omgevingsvergunning. Waar mogelijk proberen wij ook naast de formele procedure via buurtbemiddeling en/of mediation een oplossing te bereiken. Afwijken van handhaving Uit jurisprudentie blijkt, dat een handhavingsbeleid dat erop gericht is om nooit op te treden tegen overtredingen met een lage prioriteit, niet toelaatbaar is. Dit betekent echter niet dat er geen prioriteiten mogen worden gesteld bij de handhaving.
Prioriteitstelling is toegestaan om in het kader van efficiënte handhaving onderscheid te maken in de manier waarop uitvoering wordt gegeven aan de handhavingstaak. Prioritering kan van invloed zijn op de mate waarin toezicht wordt gehouden op de naleving van voorschriften. Echter, als een belanghebbende om handhaving verzoekt, mag hier niet uitsluitend verwezen worden naar prioriteitstelling. Van handhaving mag alleen onder bijzondere omstandigheden worden afgezien. De keuze van een bestuursorgaan om in verband met een beperkte handhavingscapaciteit een bepaalde overtreding een lage prioriteit toe te kennen, geldt niet als een bijzondere omstandigheid. Het orgaan zal dus na een verzoek om handhaving een afweging moeten maken in het individuele geval, waarbij rekening gehouden moet worden met de belangen van de verzoeker. Dit kan resulteren in het besluit om van handhaving af te zien, rekening houdend met het karakter van het overtreden voorschrift, het daarbij betrokken algemene belang en de belangen van de verzoeker. Leidt de afweging naar aanleiding van een verzoek van een belanghebbende tot het nemen van een sanctiebesluit, dan levert dit geen strijd op met het gelijkheidsbeginsel ten opzichte van gevallen waarin niet om handhaving is verzocht en geen
Pagina 33 van 45
sanctiebesluit is genomen, aangezien in die gevallen er geen omstandigheid aanwezig is waarbij in de bestuurlijke afweging rekening moet worden gehouden met een verzoek tot handhaving. Richtlijn handhaving bij overtreding door de eigen organisatie. Het kan voorkomen dat de eigen organisatie een handeling verricht die in strijd is met wet- en regelgeving. Als dit geconstateerd wordt moet hiertegen opgetreden worden. Om te zorgen dat er in voorkomende gevallen gelijkluidend zal worden opgetreden is deze richtlijn opgesteld. 1. Collegiaal overleg In eerste aanleg zal er bij het constateren van een overtreding een collegiaal overleg plaatsvinden. De toezichthouder die de overtreding heeft geconstateerd zal contact opnemen met zijn collega die betrokken is bij de gemaakte overtreding. Hij zal trachten het probleem op te lossen. Van het contact wordt een schriftelijke notitie gemaakt, die in het handhavingsdossier gevoegd wordt. 2. Overleg MT Indien het overleg niet leidt tot het opheffen van de overtreding na het collegiaal overleg zal de toezichthouder die de overtreding heeft geconstateerd de uitkomst van het gesprek terugkoppelen met de juridisch adviseur. De juridisch adviseur zal de overtreding en het hieraan gekoppeld collegiaal overleg bespreken met het afdelingshoofd. Het afdelingshoofd zal de overtreding bespreken in het managementteam (MT).
Ook hiervan wordt een schriftelijke notitie gemaakt, die aan het handhavingsdossier wordt toegevoegd. 3. Advies burgemeester en wethouders Als via de het MT geen overeenstemming bereikt wordt over de geconstateerde overtreding zal de juridisch adviseur een advies voorleggen aan het college van burgemeester en wethouders. De beslissing van het college is dan bindend. Het advies, inclusief het besluit van het college, wordt eveneens toegevoegd aan het handhavingsdossier. Richtlijn handhaving bij overtreding door andere overheden. Het kan voorkomen dat andere overheden handelingen verrichten die in strijd zijn met wet- en regelgeving. Indien dit wordt geconstateerd, wordt hiertegen opgetreden zoals bij alle overige zaken. Dit gebeurt dan volgens de handhavingsstrategie die is vastgelegd in de LHSO. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de bestuurlijk portefeuillehouder handhaving zo spoedig mogelijk in kennis wordt gesteld van een handhavingszaak. Gedoogstrategie Wet- en regelgeving zijn bedoeld om chaos te voorkomen en (beleids-)doelstellingen te bereiken. Het college en in voorkomende gevallen de burgemeester, hebben daarom een wettelijke plicht om handhavend op te treden tegen overtredingen van wet- of regelgeving. Dit handhavend optreden is ook het uitgangspunt. Er zijn echter situaties denkbaar waarbij handhaving tijdelijk niet wenselijk of zelfs onmogelijk is.
Men kan er dan voor kiezen om de overtreding te gedogen: “De bevoegdheid om op basis van een algemene belangenafweging tijdelijk en doelbewust op grond van een schriftelijk verzoek van de overtreder onder voorwaarden via een besluit geheel of gedeeltelijk af te zien van handhavend optreden tegen een overtreding”. Gedogen blijft altijd een uitzondering op de hoofdregel, te weten handhavend optreden. De spelregels die wij hieromtrent hanteren zijn vastgelegd in de ‘Beleidsregel gedogen gemeente Etten-Leur’.
Pagina 34 van 45
7.5 Kwaliteitsbevordering Er gelden kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. De criteria voor de kritische massa (deskundigheid en ervaring) zijn verplicht voor VTH-taken die vallen onder het basistakenpakket van de omgevingsdiensten. Hiervoor geldt dat het kwaliteitsniveau via een verordening moet vastliggen (artikel 18.23 van de Omgevingswet). Voor de overige VTH-taken geldt er een zorgplicht (artikel 18.20 van de Omgevingswet). De invulling hiervan is vrij. Op 19 september 2022 heeft de gemeenteraad de Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht) Gemeente Etten-Leur vastgesteld. Deze verordening is in De6 verband opgesteld. De verordening volgt deels de modelverordening van de VNG. Op één onderdeel wijkt de verordening echter af van de modelverordening. In De6 is ervoor gekozen om de vastgestelde kwaliteitscriteria niet van toepassing te verklaren op de uitvoering en handhaving van de thuistaken. De kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de thuistaken wordt op een andere wijze gewaarborgd en heeft in ieder geval betrekking op de dienstverlening, de uitvoeringskwaliteit van diensten en producten, financiën en waardering. Op de uitvoering en handhaving van de basistaken en plustaken zijn echter, zoals geregeld in de modelverordening, de kwaliteitscriteria wel van toepassing.
Dit laatste is, zoals gezegd, wettelijk bepaald voor de basistaken die krachtens de wet in opdracht van burgemeester en wethouders door omgevingsdiensten worden verricht. Het doel van de wettelijke kwaliteitseisen is het creëren van een robuust en professioneel werkende uitvoeringsstructuur voor vergunningverlening, toezicht en handhaving die: • kwaliteitsverbetering, afstemming en gegevensuitwisseling, afstemming straf- en bestuursrecht, en een landelijk speelveld/level playing field nastreeft; • bijdraagt aan de realisatie van beleidsdoelen in de fysieke leefomgeving; • leidt tot vermindering van regel- en toezichtdruk; • onafhankelijkheid, professionaliteit en vakmanschap, betrouwbaarheid, eenvoud en gezamenlijkheid borgt. De Omgevingswet geeft ons meer ruimte en mogelijkheden om inhoudelijk integrale afwegingen te maken. Het doel van de wet is vooral om ontwikkelingen mogelijk te maken die zorgen voor een verbetering van de omgevingskwaliteit. Ook bij deze nieuwe manier van werken moeten we voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen. 7.6 Monitoring en verantwoording In hoofdstuk 6 is vastgelegd welke doelen we willen bereiken. In hoofdstuk 7 zijn de strategieën beschreven die binnen het VTH-domein worden ingezet om een bijdrage te leveren aan de realisatie van deze doelen. Door monitoring van de voortgang wordt zicht gehouden op de mate van doelrealisatie (effectiviteit).
Monitoring van bovenstaande indicatoren vindt jaarlijks plaats in het op te stellen jaarverslag. Het jaarverslag wordt door het college vastgesteld en ter kennisname aan de gemeenteraad voorgelegd. Indien uit de monitoring van de indicatoren blijkt dat de doelstelling niet gerealiseerd wordt, wordt hierover een verklaring opgenomen in het jaarverslag. Indien nodig worden verbetermaatregelen voorgesteld die ertoe dienen te leiden dat in het vervolg de doelstelling wel gerealiseerd wordt. 7.7 Mediation en buurtbemiddeling Bij conflictsituaties kan de gemeente mediation of buurtbemiddeling inzetten/aanbieden. Waarbij beide instrumenten worden ingezet met inhuur van externen of vrijwilligers. Mediation en buurtbemiddeling zijn complementair aan een vergunningen-, toezichts- of handhavingstraject.
Pagina 35 van 45
Mediation is een proces waarin twee of meer partijen die met elkaar een conflict hebben, onder leiding van een externe, onafhankelijke derde, zelf door onderhandelen zoeken naar een oplossing in het wederzijds belang. Hierbij wordt een onafhankelijke mediator ingeschakeld. Mediation wordt veelal toegepast bij geëscaleerde conflicten, bij complexe en/of politiek-bestuurlijk gevoelige zaken, wanneer het om meerdere partijen gaat en wanneer de vertrouwelijkheid van het proces belangrijk is. Buurtbemiddeling helpt mensen om conflicten op te lossen. Het doel van buurtbemiddeling is om de communicatie tussen mensen op gang te brengen en hen te ondersteunen in het maken van afspraken om overlast in de toekomst te voorkomen. Betrokkenen moeten wel bereid zijn om samen tot een oplossing te komen. Bij de aanpak van buurtbemiddeling blijven politie en justitie buiten beeld.
Pagina 36 van 45
8.
Organisatie en middelen
8.1 Het wettelijk kader Voor het uitvoeren van strategieën en het bereiken van doelen, zijn personele capaciteit en financiële middelen nodig. Zoals eerder in dit plan is aangegeven stelt het Omgevingsbesluit, in artikel 13.10, dat het college van burgemeester en wethouders ervoor zorgdraagt, dat: a. de voor het bereiken van de doelen en voor het verrichten van de werkzaamheden de benodigde en beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk worden gemaakt en in de begroting worden gewaarborgd; en b. voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn. In dit hoofdstuk gaan we hier nader op in. 8.2 Personele capaciteit 8.3 Personele capaciteit Vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn ondergebracht onder de afdeling Leefomgeving binnen het team Bouwen, Duurzaamheid en Milieu en binnen het team Gebouwen, Handhaving en Facilitair. Voor alle vergunningverlening, toezicht, handhaving is op 1 januari 2024 de volgende capaciteit (formatie) beschikbaar (let op: dit is niet de feitelijke bezetting). Hierbij dient wel de kanttekening te worden geplaatst dat binnen deze fte’s ook overige taken, zoals projecten, worden uitgevoerd.
Formatie (per 1-1-2024) Functie Omgevingswet Administratieve ondersteuning Adviseur omgevingsvergunningen Medewerker omgevingsvergunningen Constructeur Toezichthouder Juridisch adviseur Juridisch medewerker Applicatiebeheerder Regisseur OMWB
Fte
1,67 2,00 0,89 1,00 3,00 2,00 0,86 0,5 0,83
Apv en Bijzondere Wetten Juridisch medewerker vergunningverlening Senior vergunningverlener Juridisch adviseur Juridisch adviseur handhaving Toezicht en Handhaving (BOA’s)
0,78 0,89 0,94 1,89 8,00
Pagina 37 van 45
8.3 Input voor de begroting Op dit moment is het zo in de (meerjaren)begroting geregeld dat jaarlijks een inschatting wordt gemaakt van de capaciteit en middelen die nodig zijn voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. De baten en lasten worden in de jaarlijkse P&C momenten geactualiseerd. 8.4
Uitbesteden
Veel gemeentelijke taken worden uitgevoerd door de voornoemde groepen. Echter, specifieke uitvoeringstaken worden door de zogenaamde verbonden partijen (gemeenschappelijke regelingen) uitgevoerd. Die taken worden dus “uitbesteed”. De reden hiervan kan zijn dat dat verplicht gebeurt, maar het kan ook een eigen keuze betreffen. Deze uitbesteding c.q. deelname aan een gemeenschappelijke regeling kost natuurlijk geld. De hieraan verbonden uitgaven zijn opgenomen in de begroting. Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant De omgevingsdienst werkt zichtbaar samen met de gemeente Etten-leur aan een schone, duurzame en veilige leefomgeving. Dit door het uitvoeren van de VTH-taken (uitvoering en handhaving) op het gebied van Milieu. Deze taken worden elk jaar vastgelegd in een werkprogramma. Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant Vele gemeentelijke taken op het gebied van brandveiligheid, rampenbestrijding en crisisbeheersing zijn uitbesteed aan de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Voor wat betreft brandveiligheid gaat het dan om advisering bij vergunningverlening en handhaving en het uitvoeren van toezicht en controles. De inzet van de brandweer is geregeld in het basistakenpakket. De inzet van de brandweer is verdisconteerd in de (totale) bijdrage van de gemeente aan de Veiligheidsregio Midden- en WestBrabant (VRMWB).
Pagina 38 van 45
Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2 Bijlage 3: Bijlage 4:
Lijst met gebruikte afkortingen Prioriteitenlijst (in De6-verband opgesteld) Nadere omschrijving van de taken binnen de taakvelden Bouwen en Brandveiligheid Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO)
Pagina 39 van 45
Bijlage 1:
Lijst met gebruikte afkortingen
AMvB Apv boa DSO GUK IBT IPO LHSO OMWB SSiB VNG VTH VRMWB Wabo Wet Bibob Wkb
Algemene Maatregel van Bestuur Algemene plaatselijke verordening buitengewoon opsporingsambtenaar Digitaal Stelsel Omgevingswet Gemeenschappelijke uitvoeringskader Interbestuurlijk Toezicht Interprovinciaal Overleg Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant Samen Sterk in Brabant Vereniging Nederlandse Gemeenten vergunning, toezicht en handhaving Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Pagina 40 van 45
Bijlage 2:
Prioriteitenlijst (in De6-verband opgesteld)
Taakveld
Taak
Prioriteit
APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten Bouwen Bouwen Bouwen Bouwen Bouwen Bouwen Bouwen Bouwen Bouwen Bouwen Bouwen Bouwen Bouwen Bouwen Bouwen Bouwen Brandveiligheid Brandveiligheid Brandveiligheid
Overlast - drugs (inclusief toepassing art. 13b Opiumwet) Afval - illegale stort chemisch Afval - illegale stort overig Overlast - vuurwerk Drank- en Horeca - exploitatie Evenement - C (groot) Overlast - wonen Afval - zwerfvuil Overlast - openbare plaats en water Stoken Betoging, demonstratie, openbare manifestatie Drank en Horeca - leeftijd Overlast - jeugd Zwervers en daklozen Afval - containers Afval - inzameling Collecteren, venten, standplaatsen, prostitutie, reclame-uitingen en aanplakken Drank- en Horeca - sluitingstijd Drank- en Horeca - terras Evenement - A (melding / klein) Evenement - A (melding) Evenement - B (middel) Explosie Gebruik openbaar water Gebruik openbare plaats Overlast - geluid Kappen Markten Overlast - dieren Samen sterk in het buitengebied Seksbedrijf Speelgelegenheden, speelautomatenhallen, kansspelen Uitwegen Verkeer, parkeren en stallen Vuurwerk - verkoopvergunning Illegale bouwactiviteiten Bedrijven categorie 3 Bedrijven categorie 4 Monumenten Publiek categorie 2 Publiek categorie 3 Wonen categorie 3 Bedrijven vergunningvrij Publiek vergunningvrij Wonen categorie 1 (eenvoudige kleine verbouwingen en bouwwerken) Wonen categorie 2 (complexe verbouwingen en bouwwerken) Bedrijven categorie 1 (eenvoudige kleine verbouwingen en bouwwerken) Bedrijven categorie 2 (complexe verbouwingen en bouwwerken) Overige (zoals bruggen, viaducten en tunnels) Publiek
categorie 1 (eenvoudige kleine verbouwingen en bouwwerken) Wonen vergunningvrij Risicovolle bedrijven Gebouwgroep 1 Gebouwgroep 2
1. zeer hoog 2. hoog 2. hoog 2. hoog 3. gemiddeld 3. gemiddeld 3. gemiddeld 3. gemiddeld 3. gemiddeld 3. gemiddeld 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 1. zeer hoog 2. hoog 2. hoog 2. hoog 2. hoog 2. hoog 2. hoog 3. gemiddeld 3. gemiddeld 3. gemiddeld 3. gemiddeld 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 1. zeer hoog 2. hoog 2. hoog
Pagina 41 van 45
Taakveld
Taak
Brandveiligheid Brandveiligheid Brandveiligheid Brandveiligheid Brandveiligheid Brandveiligheid Gebruik (bestemmingsplan) Gebruik (bestemmingsplan) Gebruik (bestemmingsplan) Gebruik (bestemmingsplan) Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Milieu Slopen Slopen Slopen Slopen Slopen
Gebouwgroep 3 Gebouwgroep 4 Gebouwgroep C Brandveiligheid evenementen & overige plaatsen Gebouwgroep A Gebouwgroep B Gebruik bouwwerken Huisvesting arbeidsmigranten Aanleggen Gebruik grond Illegale milieuactiviteiten Afval(water)beheer Autodemontagebedrijven Benzinestation met LPG Bijzondere woongebouwen Chemische industrie; grootschalige opslag gevaarlijke stoffen, Bevi Garages en autoherstelbedrijven Horeca Chemische industrie; kleinschalige opslag gevaarlijke stoffen Natte en chemische wasserijen Veehouderij Besluit bodemkwaliteit Transport en distributiebedrijven Akkerbouw en open grond teelt Benzinestation zonder lpg Beurzen en evenementencomplexen Bouwmaterialenproducenten Bouwnijverheid en installatietechniek Crematoria Dienstverlening landbouw Diversen Energie- en waterbedrijven Gesloten bodemenergiesystemen Glastuinbouw Hotels, pensions en B&B's Hout- en meubelindustrie Jachthavens Kantoorgebouw Metalektro bedrijven Overige industrie Praktijkruimte Scheepswerven Scholen Sportvelden en sportgebouwen Voorzieningen en installaties Winkels Ziekenhuis, Verzorgingstehuis, Psychiatrische inrichting Zwembaden Illegale sloopactiviteiten Sloopmelding met asbest Sloopmelding (particulier kleiner dan 35 m2) Sloopmelding zonder asbest Sloopvergunning
Prioriteit 2. hoog 2. hoog 2. hoog 3. gemiddeld 4. laag 4. laag 2. hoog 2. hoog 3. gemiddeld 4. laag 1. zeer hoog 2. hoog 2. hoog 2. hoog 2. hoog 2. hoog 2. hoog 2. hoog 2. hoog 2. hoog 2. hoog 3. gemiddeld 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 2. hoog 2. hoog 3. gemiddeld 4. laag 4. laag
Pagina 42 van 45
Bijlage 3
Nadere omschrijving van de taken binnen de taakvelden Bouwen en Brandveiligheid
Brandveiligheid (Brandveiligheid) Risicovolle bedrijven
• •
opslag gevaarlijke stoffen fabriek/opslag/magazijn/werkplaats > 2.500 m² en/of > 50 personen < 150 personen
(Brandveiligheid) Evenementen & overige plaatsen
• • • • • •
kermis > 50 personen kampeerterrein > 50 personen markt > 50 personen openluchtrecreatie > 50 personen sportpark > 50 personen evenementen/tenten
(Brandveiligheid) Gebouwgroep 1
• • • • • • • • • • • •
theater, schouwburg, bioscoop, museum, bibliotheek overdekt winkelcentrum (meerdere winkelgebouwen) > 50 personen school VO (leerlingen > 12 jaar) > 50 personen overige gebouwen bijeenkomst (gebedshuis, buurthuis etc.) > 50 personen fabriek/opslag/magazijn/werkplaats > 150 personen gebouwen met gezondheidszorgfunctie, geen bedgebied > 50 personen kantoren > 150 personen winkelgebouw > 50 personen politiebureau zonder cellen > 150 personen gezondheidsdiensten > 50 personen (tandarts, huisarts, polikliniek) zwembad > 50 personen sportruimte/sportzaal/ sporthal/sportcentrum > 50 personen
(Brandveiligheid) Gebouwgroep 2
• •
hotel/motel/pension > 10 personen asiel-/opvangcentrum voor tijdelijk verblijf van mensen > 10 pers.
(Brandveiligheid) Gebouwgroep 3
• • • • • •
ziekenhuis, verpleegtehuizen, bejaardenoorden etc. kinderdagverblijf en peuterspeelzaal dagopvang voor verminderd zelfredzame personen gebouwen met gezondheidszorgfunctie met bedgebied > 10 personen basisschool (leerlingen < 12 jaar) > 10 personen politiebureau met cellen
(Brandveiligheid) Gebouwgroep 4
• •
zorgwoningen kamergewijze verhuur
(Brandveiligheid) Gebouwgroep A
• • • • • •
gezondheidsdiensten < 50 personen (tandarts, huisarts, polikliniek) kampeerterrein < 50 personen winkelgebouw < 50 personen agrarische bebouwing (stallen, kassen etc.) transformatorhuis < 2.500m² asiel-/opvangcentrum voor tijdelijk verblijf van mensen < 10 personen
(Brandveiligheid) Gebouwgroep B
• • • • • • •
parkeergarage (besloten) < 2.500m² politiebureau zonder cellen < 150 personen fabriek/opslag/magazijn/werkplaats < 2.500m2 en/of < 50 personen kantoren < 150 personen hotel/motel/pension < 10 personen gebouwen met gezondheidszorgfunctie, geen bedgebied < 50 personen overige gebouwen bijeenkomst (gebedshuis, buurthuis etc.) < 50 personen
(Brandveiligheid) Gebouwgroep C
• • • • •
parkeergarage (besloten) > 2.500m² transformatorhuis > 2.500m² cafés, discotheek en restaurant < 50 personen gebouwen met gezondheidszorgfunctie met bedgebied < 10 personen woonfunctie gecombineerd gebruik (bijv. wonen boven winkel)
Pagina 43 van 45
• •
palletbedrijven woonfunctie in woongebouw (flats, aanleunwoningen, portiekwoningen)
Bouwen (nieuwbouw of verbouw van gebouwen en bouwwerken (geen gebouw zijnde)): (Bouwen) Wonen categorie 1
• • •
dakopbouw / dakkapel aan- of bijgebouw < 90 m² kleine bouwwerken zoals schuttingen e.d.
(Bouwen) Wonen categorie 2
• • •
constructieve wijzigingen eengezinswoningen nieuwbouw tot 10 stuks aan- of bijgebouwen > 90 m²
(Bouwen) Wonen categorie 3
• • • •
appartementen woongebouwen (i.c.m. met diverse functies) eengezinswoningen projecten van 11 stuks of meer woonzorg gebouwen
(Bouwen) Publiek categorie 1
• •
aan- of bijgebouw < 90 m² kleine bouwwerken zoals een schutting, container, berging, fietsenhok, portakabin en tijdelijke gebouwen
(Bouwen) Publiek categorie 2
• • •
aan- of bijgebouwen > 90 m² horeca scholen
(Bouwen) Publiek categorie 3
•
bijeenkomstfunctie > 1.000 m²
(Bouwen) Bedrijven categorie 1
• • • • • • • •
loodsen tot 1.000 m² containers tijdelijke gebouwen aan- of bijgebouwen < 1.000 m² portakabin < 500 m² bouwwerken, geen gebouw zijnde, tot 100 m² (silo’s, waterbassins, installaties) winkels < 500 m² agrarische neven- en bijgebouwen
(Bouwen) Bedrijven categorie 2
• • •
aan- of bijgebouwen 1.000 m² tot 5.000 m² winkels van 500 m² tot 1.000 m² kantoorgebouwen
(Bouwen) Bedrijven categorie 3
• • • •
aan- of bijgebouw > 5.000 m² winkels > 1.000 m² bedrijfsverzamelgebouwen bedrijfsgebouwen agrarische sector
(Bouwen) Bedrijven categorie 4
• • • • •
bouwwerken/gebouwen voor zware industrie extreem grote bouwwerken/gebouwen (> 15.000 m²) BRZO-bedrijven IPPC-bedrijven megastallen
(Bouwen) Overig
• • •
bruggen viaducten tunnels
Pagina 44 van 45
Bijlage 4:
Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO)
https://iplo.nl/publish/pages/183639/landelijke-handhavingsstrategie-omgevingsrecht-lhso-definitief.pdf
Pagina 45 van 45