CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bijlage 12 Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten (1)

Raad debatteert 11 juni 2024, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan “Reconstructie N389”29.573 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Onderzoeksvragen locatieverwijzing: ◼ Zijn de locaties van schademeldingen bekend? Er zijn vanuit de archief- en literatuurbronnen geen schadevermeldingen bekend, daar het gebied ter hoogte van het onderzoeksgebied niet tot nauwelijks was bewoond ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. ◼ Zijn er luchtfoto’s beschikbaar waarop kraters en/of schade aan de infrastructuur zichtbaar zijn? AVG heeft diverse luchtfoto’s geanalyseerd waarop de kraters en de aangerichte schade n.a.v. de artilleriebeschietingen zichtbaar is. Onderzoeksvragen achtergebleven ontplofbare oorlogsresten: ◼ Is bekend welke eenheid of eenheden de beschietingen heeft/hebben uitgevoerd? De artilleriebeschietingen zijn uitgevoerd door zowel Duitse troepen als Amerikaanse troepen (104th Timberwolf Infantry Division). ◼ Is bekend welke typen geschut en kalibers zijn ingezet? Het is onbekend welke typen geschut en kalibers er door beide partijen zijn ingezet. ◼ Is bekend hoeveel granaten er zijn verschoten? De hoeveelheid verschoten granaten is onbekend. ◼ Konden hier in relatie tot de bodemgesteldheid blindgangers onopgemerkt achterblijven? Ja, het is mogelijk dat er blindgangers onopgemerkt zijn achtergebleven. ◼ Vonden de beschietingen destijds plaats in landelijk/stedelijk gebied? De artilleriebeschietingen hebben zowel in landelijk als stedelijk gebied plaatsgevonden.

De artilleriebeschietingen die plaats hebben gevonden in landelijk gebied zijn van invloed op het onderzoeksgebied.

143000040-VO-02

N389 Etten-Leur – Zevenbergen

74

◼ ◼

◼ ◼

Lag het onderzoeksgebied in een opmarsroute? Het gebied lag in de opmarsroute naar de Moerdijk. Is het bekend wat de aard van de beschieting was? Een confrontatie tussen de Duitse en Amerikaanse troepen voor de opmars naar Moerdijk, de geplande brugoversteek en de bevrijding van Zevenbergen waren aanleiding voor de artilleriebeschietingen. Is het bekend binnen welk tijdsbestek de beschietingen hebben plaatsgevonden? De artilleriebeschietingen hebben tussen 1 en 4 november 1944 plaatsgevonden. Lag het onderzoeksgebied aan een statisch front? Het onderzoeksgebied was niet gelegen aan een statisch front.

Onderzoeksvragen afbakening verwachtingsgebied: ◼ Zijn er schademeldingen te relateren aan deze beschietingen? Er zijn geen schademeldingen bekend. Wel is er schade aan één huis en de weg waargenomen op de luchtfoto’s. Deze is te relateren aan de artilleriebeschietingen. ◼ Zijn er munitievondsten te relateren aan deze beschietingen? Er is in het verleden een brisantgranaat geruimd. Deze is mogelijk te relateren aan de artilleriebeschietingen. Horizontale afbakening Op basis van het bronnenonderzoek, de luchtfotowaarnemingen en het gemeentebreed vooronderzoek van Bodac is besloten het onderzoeksgebied tussen de rotonde Oostrand – Hazeldonkse Zandweg en Black Mountain Farm aan de Zevenbergseweg verdacht te verklaren op geschutmunitie, daar de beschikbare luchtfoto’s een grote verzadiging van granaatkraters tonen ter plaatse van het onderzoeksgebied. Dit betreft een arbitraire afbakening. De onderbouwing voor de horizontale afbakening op geschutmunitie die is gemaakt op basis van het gemeentebreed vooronderzoek Etten-Leur van Bodac, is als volgt: Hoofdsoort explosief

Geschutmunitie

(Sub)soort explosief

4 cm tot 15 cm (Duits) en 57 mm tot 155 mm (Geallieerd)

Verschijningsvorm

Horizontale afbakening

Verschoten

Enerzijds is het op geschutmunitie verdachte gebied afgebakend gekeken naar de verst mogelijke geïnterpreteerde krater. De geografische lijn die in de kraterwerking van de geschutkraters te zien is loopt van noordwest naar zuidoost. Een lijn vanaf de vers mogelijke krater is in de breedte getrokken van de oostgrens naar de westgrens van de gemeente, omdat dit de maximale afstand is waarop geschutgranaten kunnen worden aangetroffen. In het zuidwesten van het op geschutmunitie verdachte gebied werd nogmaals een waarschijnlijk kraterpatroon vastgesteld. Dit gebied sluit aan op het hierboven op geschutmunitie verdachte afgebakende gebied. Voor dit kraterpatroon is de maximale afstand tussen twee waarschijnlijk kraters geprojecteerd op de buitenste kraters binnen het krater patroon. Deze afstand was 280 meter.

Bron: Bodac, Historisch vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten gemeente Etten-Leur d.d. 25 januari 2021. Projectnummer 210125_H0018_VO_01, bijlage 5.3 p. 73.

143000040-VO-02

N389 Etten-Leur – Zevenbergen

75

Verticale afbakening De zwaarste categorie geschutmunitie die kan worden aangetroffen in de verdachte gebieden in de voormalige gemeente Zevenbergen is volgens de beschikbare gegevens geschutmunitie van 105 mm geschut die tot maximaal 2,5 meter minus het maaiveld uit de Tweede Wereldoorlog kan worden aangetroffen. De bovengrens van het verdachte gebied is het maaiveld uit de Tweede Wereldoorlog. De horizontale afbakening op geschutmunitie die is gemaakt op basis van het gemeentebreed vooronderzoek Etten-Leur van Bodac, is als volgt: Hoofdsoort explosief

(Sub)soort explosief

Verticale afbakening

Geschutmunitie

4 cm tot 15 cm (Duits) en 57 mm tot 155 mm (Geallieerd)

2,5 m -maaiveld W.O.II

Bron: Bodac, Historisch vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten gemeente Etten-Leur d.d. 25 januari 2021. Projectnummer 210125_H0018_VO_01, bijlage 5.3 p. 73.

4.5.3

Gebruik van vernielingsladingen

Vernielingsladingen werden gebruikt voor het vernielen van infrastructurele objecten zoals bruggen, havenkades, spoorrails of andere kunstwerken. Bij deze vernielingen werden doorgaans meerdere ladingen aangelegd en kwam het geregeld voor dat niet alle aangebrachte ladingen tot uitwerking kwamen. De ladingen die niet werden ontstoken werden door de explosie van de andere ladingen verspreid in de omgeving of ze belandden in het water. Afbakeningsmethode: Als uitgangspunt geldt dat weggeslingerde vernielingsladingen op het land tijdens of na de conflictperiode zijn aangetroffen en verwijderd. Als uit de antwoorden op de onderzoeksvragen blijkt dat de mogelijkheid bestaat dat de vernielingsladingen in het water zijn terecht zijn gekomen of ter plaatse zijn achtergebleven, wordt een verwachtingsgebied vernielingsladingen afgebakend. Onderzoeksvragen locatieverwijzing: ◼ Is de locatie van de vernieling bekend? Ja, uit de geraadpleegde bronnen is gebleken dat het de bruggen bij Zwartenberg betreft. De links gelegen brug is van relevantie voor het onderzoeksgebied. ◼ Is de aard van het te vernietigen object bekend? Ja, de brug is destijds vernietigd door de Duitsers daar de Amerikanen hier de Mark wilden passeren. Onderzoeksvragen achtergebleven ontplofbare oorlogsresten ◼ Is de lading (gedeeltelijk) in werking gesteld? De lading is, al dan niet gedeeltelijk, in werking gesteld.

◼ Is het bekend waar de vernielingslading waren geplaatst ten opzichte van het te vernietigen object? De vernietigingsladingen zijn aan de brug geplaatst, echter een exacte locatie is niet bekend.

143000040-VO-02

N389 Etten-Leur – Zevenbergen

76

◼

◼

Zijn ter plaatse opruimwerkzaamheden uitgevoerd? Naar wetens AVG zijn hier geen opruimwerkzaamheden voor vernietigingsladingen gebruikt. Is er bekend welk type vernielingslading is gebruikt? Het is niet bekend welke vernielingsladingen zijn gebruikt.

Onderzoeksvragen afbakening verwachtingsgebied ◼ Is er informatie beschikbaar over schade in de omgeving? Er is geen aanvullende informatie beschikbaar over schade in de omgeving. ◼ Zijn er aanwijzingen dat er ontplofbare oorlogsresten zijn aangetroffen op of in de nabijheid van de locatie van het vernietigen object? Nee, er zijn hier geen concrete aanwijzingen voor. Horizontale afbakening De vaste waterbodem binnen 25 meter van de brug is verdacht op de aanwezigheid van (geïmproviseerde) vernielingsladingen. Verticale afbakening Vernielingsladingen of delen daarvan kunnen op de waterbodem (het leggerprofiel uit de Tweede Wereldoorlog) worden aangetroffen.

4.6

Bodembelastingkaart

De verdachte gebieden die in dit hoofdstuk zijn besproken zijn ingetekend op de bodembelastingkaart op de hierop volgende pagina. De nummers op de bodembelastingkaart corresponderen met de nummering in de gebeurtenissentabel in hoofdstuk 3.

143000040-VO-02

N389 Etten-Leur – Zevenbergen

77

406000

BODEMBELASTINGKAART

BBK2

405000

405500

BBK2

Esri Nederland, Community Map Contributors

1:2500

404500

BBK1

BBK3 BBK 4

404000

BBK3

BBK 5

1:2500

401000

401500

402000

402500

403000

403500

BBK 4

Esri Nederland, Community Map Contributors

400500

Esri Nederland, Community Map Contributors © OpenStreetMap (and) contributors, CCBY-SA 100700

101200

LEGENDA

Onderzoeksgebied Verdacht gebied geschutmunitie Verdacht gebied afwerpmunitie

101700

102200

102700

103200

103700

104200

104700

105200

PROJECTNUMMER: TEKENINGNUMMER: FORMAAT: GETEKEND DOOR: DATUM: OPDRACHTGEVER: VOOR AKKOORD:

Alleen oorlogshandelingen in of nabij het onderzoeksgebied zijn afgebakend. Nummers naast de symbolen op de kaart verwijzen naar de gebeurtenissen tabel in het vooronderzoek.

143000040 BBK-D1 A2 Berdien de Wilde 23-06-2022 Antea Group Menno Abee

Verdacht gebied vernielingsmiddelen

Verdacht gebied BBK Etten-Leur Geschutmunitie Afwerpmunitie

0

250

500

1.000 Meter

±

Vestiging Kaatsheuvel: Vestiging Heijen: Veerweg 10 De Grens 7 5171 PW Kaatsheuvel 6598 DK Heijen 0416-700220 0485-802010

Email: eo@avg.eu Web: www.avg.eu

5

CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN

5.1

Conclusie

AVG heeft in opdracht van Antea Group een vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten uitgevoerd voor het onderzoeksgebied N389 Etten-Leur - Zevenbergen. Op basis van de beoordeelde feiten van het vooronderzoek is geconcludeerd dat er indicaties zijn voor de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. De volgende gevechtshandelingen/ontplofbare oorlogsresten gerelateerde handelingen hebben in en nabij het onderzoeksgebied plaatsgevonden: ◼ ◼ ◼

Bombardementen door jachtbommenwerpers Artilleriebeschietingen Het gebruik van vernielingsladingen

De volgende ontplofbare oorlogsresten kunnen mogelijk in het onderzoeksgebied worden aangetroffen: ◼ ◼ ◼

Afwerpmunitie Geschutmunitie afkomstig van artilleriebeschietingen Vernielingsladingen (geïmproviseerd)

Wij adviseren Antea Group om dit vooronderzoek ter kennisgeving te delen met de gemeente Moerdijk. Het onderzoeksgebied is gedeeltelijk verdacht op ontplofbare oorlogsresten. Het verdachte gebied is horizontaal afgebakend op de bodembelastingkaart (zie pagina 73). De horizontale en verticale afbakening van de verdachte gebieden wordt besproken in hoofdstuk 4.5.

5.2

Advies vervolgtraject

De door AVG voor Antea Group geadviseerde vervolgstappen worden in de hierop volgende paragrafen besproken.

5.2.1

Verkleinen verdachte gebieden

Verdiepingsslag Voor de op ontplofbare oorlogsresten verdachte gebieden wordt geadviseerd om een nadere verdiepingsslag te maken en te kijken of deze met behulp van informatie over naoorlogse werkzaamheden kunnen worden verkleind. Dit heeft voornamelijk betrekking op de aanpassingen en vernieuwing die in het verleden zijn uitgevoerd aan de Hazeldonkse Zandweg.

143000040-VO-02

N389 Etten-Leur – Zevenbergen

79

Mogelijke bronnen die aanvullende informatie verschaffen betreffende naoorlogse veranderingen betreft o.a.: ◼ Kaartmateriaal/bestekstekeningen waarmee feitelijk kan worden aangetoond dat (delen van) verdachte gebieden naoorlogs zijn geroerd. Op basis van deze gegevens kan mogelijk de horizontale en/of de verticale afbakening van de verdachte gebieden worden gereduceerd. ◼ Gegevens betreffende naoorlogse ophogingen in de op ontplofbare oorlogsresten verdachte gebieden. Een verdiepingsslag wordt geschreven in de vorm van een vooronderzoek na-conflictperiode, een (projectgebonden) risicoanalyse of een pragmatische opsporingsanalyse. In een vooronderzoek na-conflictperiode worden enkel de bodemingrepen na de conflictperiode besproken en beoordeeld. Onze voorkeur gaat derhalve uit naar een risicoanalyse of een pragmatische opsporingsanalyse, waarbij ook gekeken wordt naar de toekomstige werkzaamheden in relatie tot de aan te treffen ontplofbare oorlogsresten. Pragmatische Opsporingsanalyse Bij een pragmatische opsporingsanalyse wordt de focus gelegd op de naoorlogse veranderingen binnen uw werkgebied, de verdachte gebieden en mogelijk te verwachte explosieven komende uit het vooronderzoek en uw toekomstig uit te voeren werkzaamheden. Deze 3 “lagen” worden over elkaar heen geprojecteerd om zodoende te bepalen binnen welke gebieden een nader explosievenonderzoek noodzakelijk is.

De risico’s en uitwerking van explosieven worden in een pragmatische opsporingsanalyse niet besproken, omdat deze in de meeste gevallen detonatie en dodelijk letsel zullen zijn. Risicoanalyse Bij het opstellen van een risicoanalyse wordt net als bij een pragmatische opsporingsanalyse gekeken naar de toekomstige werkwijze in combinatie met de verdachte gebieden en mogelijk te verwachte explosieven komende uit het vooronderzoek en uw toekomstig uit te voeren werkzaamheden. Naast voorgenoemde zaken worden in een risicoanalyse ook de risico’s en uitwerkingen van de mogelijk aanwezige explosieven meegenomen.

5.2.2

Opsporing ontplofbare oorlogsresten

Voor de gebieden waarbij geen naoorlogse veranderingen hebben plaatsgevonden, of gebieden waarbij is gebleken uit de pragmatische opsporingsanalyse of risicoanalyse dat er zich nog verdachte lagen bevinden in de bodem, raad AVG over te gaan op detectie. Opsporingsfase Het onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten maakt onderdeel uit van de opsporingsfase die in hoofdstuk 4 van het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse is beschreven. De opsporingsfase omvat het geheel van organisatie en uitvoering, achtereenvolgens: werkvoorbereiding, detecteren, interpreteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven en identificeren van de vermoede ontplofbare oorlogsresten, tijdelijk veiligstellen van de situatie tot aan overdracht aan de EODD en proces-verbaal van oplevering aan de opdrachtgever en Bevoegd Gezag.

143000040-VO-02

N389 Etten-Leur – Zevenbergen

80

Detectieonderzoek Om een gedegen detectieonderzoek te kunnen uitvoeren dient het opsporingsgebied goed beloopbaar en vrij van obstakels te zijn. Dat wil zeggen dat bovengrondse obstakels, zoals hekwerk, begroeiing en gewas voor aanvang van de detectie moeten zijn verwijderd. Na het verwijderen van de bovengrondse obstakels kan de locatie worden gedetecteerd. Indien een analoge detectie wordt uitgevoerd, worden alle verdachte objecten die worden gedetecteerd direct benaderd. Aangetroffen munitie wordt in kaart gebracht door de locatie door middel van RTK-GPS in te meten. Bij deze vastlegging dient tevens de vermoedelijke diepte te worden vastgelegd. Bij het uitvoeren van een computerondersteunde detectie wordt de data vastgelegd in een datalogger. De data wordt na de detectie uitgelezen in een speciaal hiervoor ontworpen softwareprogramma. Benaderen van objecten De hoeveelheid te benaderen objecten kan pas worden bepaald na het uitvoeren van de detectie. De uit de detectie aangemerkte verdachte objecten worden uitgezet in het opsporingsgebied met behulp van GPS. Deze punten worden vervolgens handmatig en indien nodig machinaal benaderd. Aangetroffen objecten worden vervolgens geïdentificeerd en indien nodig veiliggesteld.

143000040-VO-02

N389 Etten-Leur – Zevenbergen

81

6

BIJLAGEN

6.1

Bronnenlijst

6.1.1 ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼

Explosieven Opruimings Dienst Defensie te Soesterberg / Semi-Statisch Informatiebeheer te Rijswijk Bedrijfsarchief AVG Bundesarchiv-Militärarchiv Freiburg Gemeentearchief Zevenbergen / West Brabants Archief Bergen op Zoom Imperial War Museums te Londen Kadaster te Zwolle Koninklijke Bibliotheek te ’s-Gravenhage Laurier Military History Archive (LMH), Waterloo (Canada) Library and Archives Canada te Ottawa Luftbilddatenbank te Estenfeld Nationaal Archief te ‘s-Gravenhage National Archives and Records Administration te Washington DC Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie te Amsterdam Nederlands Instituut voor Militaire Historie te ’s-Gravenhage Provinciaal Archief / Brabants Historisch Informatie Centrum ‘s-Hertogenbosch Universiteit Wageningen, afdeling Speciale Collecties The National Archives te Londen

6.1.2 ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼

Archieven en overige instanties

Literatuur

Amersfoort, H., en P. Kamphuis (red.), Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied (’s-Gravenhage 2005) Blankenstein, E. van, Bruggen in Nederland 1940-1945. Vernieling en herstel (Zutphen 2009) Brongers, E.H., De gebroken vleugel van de Duitse adelaar: inventarisatie van de Duitse verliezen in de luchtoorlog van mei 1940 boven Nederland (Soesterberg 2010) Brongers, E.H., De oorlog in mei ‘40 (Baarn 1969) Didden, J., en M. Swarts, Autumn Gale / Herbststurm (Drunen 2013) Didden, J., en M. Swarts, Brabant bevrijd (Hulst 1993) Didden, J., en M. Swarts, Einddoel Maas: de strijd in Zuidelijk Nederland tussen september en december 1944 (Weesp 1984) Foreman, J., The Fighter Command War Diaries: July 1944 to May 1945 (2004) Gouw, C. de, 'Oorlog en Bevrijding Zevenbergen 1942-1945' in: Oud Nieuws: periodiek van de Heemkundekring Zevenbergen (34:1) nr. 103, 2015 p.p. 3 t/m 24 Gouw, C. de, 'Zevenbergen bevrijd en toen?' in: Oud Nieuws: periodiek van de Heemkundekring Zevenbergen (34:1) nr. 103, 2015 p.p. 25 t/m 58 Grimm, P., Verloren luchtruim. De geallieerde luchtoperaties boven Nederland in mei 1940 (Lichtenvoorde 2021) Groot, J. de, Zevenbergen 50 jaar bevrijd: Erfgoed van de levenden (Zevenbergen 1994)

143000040-VO-02

N389 Etten-Leur – Zevenbergen

82

◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼

◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼

Hoegh L.A., en H.J. Doyle, Timberwolf Tracks: The History of The 104th Infantry Division 1942-1945 (Washington 1946) Jansen, A.A., Sporen aan de hemel: kroniek van een luchtoorlog. Deel 1 t/m 3 (Baarn 1979-1981) Klep, C. en B. Schoenmaker (red.), De bevrijding van Nederland 1944 – 1945. Oorlog op de flank (Den Haag 1995) Koopman, H., Vergeltungswaffen in Nederland. De inzet van V.1, V.2 & V.4 vanaf Nederlands grondgebied (Utrecht 2018) Krielen I., en E. Roek, 'De schade van 1940 en 1944 en een oud kaartje' in: Oud Nieuws: periodiek van de Heemkundekring Zevenbergen, 39:2 (2019) Krielen I., en E. Roek, 'Den oorlog 1940-1945' in: Oud Nieuws: periodiek van de Heemkundekring Zevenbergen, 39:2 (2019) Krielen I., en E. Roek, 'Verslag van een ooggetuige' in: Oud Nieuws: periodiek van de Heemkundekring Zevenbergen, 39:2 (2019) Lerecouvreux, M., L'Armée Giraud en Hollande (1939-1940) (Parijs 1951) Meijers, A., Achtung Minen – Danger Mines. Het ruimen van landmijnen in Nederland 1940-1947 (Soesterberg 2013) Melissen, L., Toen granaten floten…: Zevenbergen in de greep van het oorlogsmonster tijdens de Meidagen 1940 en de eerste Novemberweek 1944 (Zevenbergen 1945) Middlebrook, M., en C. Everitt, The Bomber Command War Diaries. An Operational Reference Book, 1939-1945 (Suffolk 1985) Molenaar, F. J., De luchtverdediging in de meidagen van 1940.

Deel 1 en deel 2 (’sGravenhage 1970) Nierstrasz, V.E., De verdediging van Noord-Limburg en Noord-Brabant, mei 1940 ('sGravenhage 1953) Veenstra, S.L., In de schaduw van de glorie: overzicht van vliegtuigbergingen in Nederland: 1960-1977 (Zutphen 1992) Woensel, J. van, Vrij van Explosieven. De geschiedenis van het EOCKL en zijn voorgangers 1944-2004 (Amsterdam 2004) Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil….Kroniek van een Luchtoorlog. Deel 1 & 2 (’s-Gravenhage 1990/1992)

6.1.3 ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼

Websites

https://www.archieven.nl/nl/ https://www.avg.eu https://www.beeldbankwo2.nl/nl/ https://www.delpher.nl/ https://www.echodelta.net/mbs/eng-translator.php https://www.explosievenopsporing.nl https://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/ https://www.iwm.org.uk/collections https://www.nimh-beeldbank.defensie.nl/beeldbank https://www.oorloginblik.nl https://www.tracesofwar.nl/ https://www.vergeltungswaffen.nl https://www.verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl

143000040-VO-02

N389 Etten-Leur – Zevenbergen

83

6.1.4 ◼

Overig

T. Eversteijn, Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 - 5 mei 1945 (2003)

143000040-VO-02

N389 Etten-Leur – Zevenbergen

84

6.2

Certificaat vooronderzoek en risicoanalyse

143000040-VO-02

N389 Etten-Leur – Zevenbergen

85

6.3

Motivatie luchtfotobestelling

In bepaalde gevallen zijn er geen luchtfoto’s besteld. Dit wordt als volgt gemotiveerd: ◼ ◼

◼ ◼ ◼

◼ ◼

◼ ◼

◼ ◼

◼

Indien er geen kwalitatief goede luchtfoto’s beschikbaar zijn van (kort) voor/na een gebeurtenis Bij schermutselingen en kleinschalige grondgevechten, waarbij er enkel schotenwisselingen met klein kaliber munitie hebben plaatsgevonden en/of waarbij het gebruik van (grotere kalibers) geschutmunitie achterwege is gebleven Bij beschietingen met vliegtuigboordwapenmunitie. Inslagen van vliegtuigboordwapenmunitie zijn niet waarneembaar op luchtfoto’s Bij uit schriftelijke bronnen globaal bekende of niet/onvoldoende herleidbare bombardementen Indien reeds bekend is dat een gebied door meerdere (zware) bombardementen is getroffen, dan worden er luchtfoto’s van de begin- en eindsituatie na het laatste bombardement besteld Bij bombardementen met kleine (cluster-)bommen, zoals de SD1, de SD2 en staafbrandbommen. Inslagen van kleine bommen zijn niet waarneembaar op luchtfoto’s Bij schadevermeldingen op basis waarvan de aard van de schade niet kan worden herleid of waarbij niet bekend is door welk type ontplofbare oorlogsresten deze werd veroorzaakt, alsmede het ontbreken van de gegevens over de locaties waar de munitie is neergekomen. Indien de aard van de schade wel herleidbaar is, dan dient deze bron te worden geverifieerd middels een andere bron.

Bij noodlandingen van militaire vliegtuigen, omdat deze toestellen inmiddels zijn verwijderd Bij vliegtuigcrashes waarvan de locaties niet direct herleidbaar zijn naar het onderzoeksgebied, omdat er alleen een plaats- of een straatnaam wordt genoemd. Indien de locatie herleidbaar is, dan wordt alleen een luchtfoto’s van vlak na de gebeurtenis gebruikt, indien op latere foto’s geen waarneming kan worden gedaan Bij opgeblazen bruggen en kunstwerken waarvan de locaties reeds uit (geschreven) bronnen bekend zijn Gevechtshandelingen waarvan de (geschreven) bronnen, niet zijnde de luchtfoto’s, afdoende duidelijkheid verschaffen over de door een gevechtshandeling getroffen locatie, waardoor er een afbakening kan worden toegepast Indien er een aan ontplofbare oorlogsresten gerelateerde waarneming door middel van de luchtfotoanalyse wordt gedaan, zonder dat er een koppeling met een geschreven bron kan worden gemaakt, dan worden geen extra luchtfoto’s ingekocht om de dag of periode van de gevechtshandeling vast te kunnen stellen

Wanneer er sprake is van de aanleg van militaire objecten, zoals stellingen, wapenopstellingen, loopgraven, verdedigingswerken, munitie-opslaglocaties, militaire kampementen en tankgrachten, dan wordt dit niet beschouwd als gevechtshandelingen, maar verdedigende maatregelen. In dit geval is het wenselijk om over luchtfotomateriaal van de eindsituatie te beschikken, dat wil zeggen: het moment waarop verdedigende maatregelen zijn getroffen.

143000040-VO-02

N389 Etten-Leur – Zevenbergen

86

Bij grondgevechten in een gebied dat gedurende een langere periode aan het front heeft gelegen, zoals bijvoorbeeld het Maasfront en het Betuwefront, wordt op de volgende wijze de luchtfotoselectie toegepast: de frontperiode wordt in zijn geheel bezien, waarbij de begin- en einddatum van de frontperiode leidend zijn bij het bestellen van luchtfoto’s. Het uitgangspunt is dat de totale weerslag van de strijd het beste zichtbaar is op luchtfoto’s van na de gevechten.

143000040-VO-02

N389 Etten-Leur – Zevenbergen

87

6.4 Afkortingenlijst Afkorting

Betekenis

2nd TAF

Second Tactical Air Force

ABTA

All Bombs in Target Area

ARTA

All Rockets in Target Area

A/C

Aircraft

D/H

Direct Hit

FO

Flight Officer

Jabo

Jachtbommenwerper

Kkm

Klein kaliber munitie

Lbs.

Ponden

MET

Military Enemy Transport

N/M

Near Miss

NRO

No Results Observed

NYR

Not Yet Returned

OO

Ontplofbare Oorlogsresten

PAG / Pag.

Pantser Afweer Geschut

Rly.

Railway

R/P

Rockets

TA

Target Area

143000040-VO-02

N389 Etten-Leur – Zevenbergen

88

6.5 Wijze benadering archiefbronnen De wijze waarop archiefbronnen zijn benaderd, is hieronder beschreven: ◼

◼

◼

◼

◼

◼

Heeft er een fysiek bezoek plaatsgevonden; en zo ja, wanneer en door wie? Ja, voor alle archieven heeft er een fysiek bezoek plaatsgevonden, tenzij het archief reeds gedigitaliseerd was. Dit geldt voor het online krantenarchief Delpher, alsmede de toegangen 409 en 575 van het NIMH. Is een database met eerder verworven informatie uit een archief geraadpleegd? Indien alle relevante stukken uit een archief reeds in bezit zijn, is er een (GIS) database van de uitwerkingen geraadpleegd. Is enkel de website van de archiefbewaarplaats geraadpleegd? Nee, in geen van de gevallen is enkel de website van de archiefbewaarplaats geraadpleegd. Heeft de organisatie de bron zelf benaderd, of is dit uitbesteed aan derden - en zo ja, aan wie? De organisatie heeft de bron zelf benaderd. Zijn van de archiefbewaarplaats enkel telefonische inlichtingen verkregen? Nee, er heeft fysiek bezoek van de archiefbewaarplaatsen plaatsgevonden, tenzij de archieven reeds gedigitaliseerd zijn en de stukken via het internet kunnen worden ingezien. Is de bron op een andere wijze benaderd? Nee, dit is niet van toepassing.

143000040-VO-02

N389 Etten-Leur – Zevenbergen

89

De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct melding te maken bij security@anteagroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT T. +31 6 22 56 42 44 E. frank.leijs@anteagroup.nl

www.anteagroup.nl

Copyright © 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=f3589145-02cf-43fe-a909-f412ef41cf6a