CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing 'Reclamemast, A58 Etten-Leur'.pdf

Raad besluit 9 mei 2022, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Voorstel afgeven verklaring van geen bedenkingen voor het plaatsen van een Reclamemast langs de A589.932 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing

Reclamemast, A58 Etten-Leur

Gemeente Etten-Leur

Datum: 18 maart 2022 Projectnummer: 200577 ID: NL.IMRO.0777.0168OVRECLMASTA58-2001

INHOUD RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Ligging besluitgebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

3 3 4 5

2

Het project

6

2.1 2.2 2.3

Huidige situatie Toekomstige situatie Verklaring van geen bedenkingen

6 6 8

3

Beleid en regelgeving

9

3.1 3.2 3.3 3.4

Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

9 9 11 13

4

Milieu- en omgevingsaspecten

15

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14

Milieueffectrapportage Bodem Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Lichthinder Externe veiligheid Water Natuur Archeologie Cultuurhistorie Verkeer en parkeren Kabels, leidingen Belemmeringen vliegveld Seppe

15 15 15 16 16 17 18 19 20 21 21 21 22 22

5

Economische haalbaarheid

23

6

Maatschappelijke haalbaarheid

24

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

Raadsbesluit verklaring van geen bedenkingen, 23 juni 2020 Reclamemast Etten-Leur Aanvulling onderbouwing, 16 november 2021 Verslag vooroverleg gemeente Etten-Leur en Rijkswaterstaat Beantwoording zienswijze reclamemast A58

1

Inleiding

1.1

Aanleiding De gemeente Etten-Leur heeft een aanbesteding gehouden voor het plaatsen van een reclamemast langs de A58 te Etten-Leur met 2 led schermen (beeldwissel van 1 x 10 seconden). Het college van burgemeester en wethouders is voornemens om hiervoor een omgevingsvergunning te verlenen. Daarbij maakt zij gebruik van artikel 2.1 eerste lid onder c, in samenhang met artikel 2.12 eerste lid onder a sub 3, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) om af te wijken van het bestemmingsplan. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan geldt als voorwaarde dat sprake moet zijn van een goede ruimtelijke ordening. Deze ruimtelijke onderbouwing levert die motivering.

1.2

Ligging besluitgebied Het besluitgebied ligt aan de A58 (traject Breda–Roosendaal) ter hoogte van bedrijventerrein de Vosdonk te Etten-Leur. Het gebied bevindt zich aan de noordzijde van de snelweg A58 ter hoogte van kilometerpaal 81.8. De locatie is vanaf de noordelijke rijbaan goed te zien, vanuit zuidelijke richting is de mast niet prominent zichtbaar. Op de navolgende afbeelding is de globale ligging van het besluitgebied weergegeven.

Globale ligging besluitgebied, rode marker (bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

3

1.3

Vigerend bestemmingsplan Het besluitgebied maakt deel uit van het bestemmingsplan “Herziening 1 Bedrijventerrein Vosdonk”, vastgesteld door de gemeenteraad op 2 februari 2015. De locatie van het besluitgebied is in het bestemmingsplan bestemd met de enkelbestemming ‘Verkeer’. Deze gronden zijn volgens de bestemmingsplanregels bestemd voor:  wegen, straten, paden en fietspaden;  parkeervoorzieningen;  geluidwerende voorzieningen. Daarnaast zijn bij de bestemming behorende groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; nutsvoorzieningen; bruggen; taluds en oevers; straatmeubilair en kunstobjecten toegestaan. Wel geldt hierbij dat de bouwhoogte van (licht)masten, niet meer dan 8 meter en voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 2 meter mag bedragen. De bouw van een reclamemast van 12 meter is hiermee niet toegestaan in de geldende bestemming. Naast de enkelbestemming ‘Verkeer’ heeft de planlocatie de volgende dubbelbestemmingen/gebiedsaanduidingen:  ‘Waarde - Archeologie 3’: De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, naast de daarvoor aangewezen andere bestemming(en), mede bestemd voor doeleinden ter bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden.

Indien strijd ontstaat tussen het belang van de bescherming van de archeologische waarden als benoemd in dit artikel en het bepaalde in de overige artikelen, prevaleert de bestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Indien er werkzaamheden in de bodem plaatsvinden die dieper gaan dan 0,4 m (bijvoorbeeld heiwerkzaamheden), dan moet er archeologisch onderzoek uitgevoerd worden. Het onderwerp archeologie wordt verder toegelicht in paragraaf 4.9.  ‘geluidzone - industrie’: Op de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘geluidzone - industrie’, betreffende de gronden gelegen binnen de 50 dB(A)-contour van het industrieterrein Vosdonk, is het bouwen van geluidsgevoelige gebouwen uitsluitend toegestaan indien is gebleken dat de geluidsbelasting vanwege het industrielawaai op de gevels van deze geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde. De reclamemast is geen geluidsgevoelige bestemming. Deze regeling is in dit geval niet relevant.  ‘luchtvaartverkeerzone - 1’: Ter plaatse van de aanduiding ‘luchtvaartverkeerzone - 1’ geldt dat ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings)vlak met zijkanten de bouwhoogte van een bouwwerk niet meer mag bedragen dan 54,14 m boven NAP. De mast komt niet boven de 54,14 m NAP uit en past daarmee binnen de regeling voor de aanduiding ‘luchtvaartverkeerzone - 1’.

Navolgende afbeelding toont de locatie van het besluitgebied binnen het geldende bestemmingsplan.

4

Uitsnede uit verbeelding van vigerend bestemmingsplan “Herziening 1 Bedrijventerrein Vosdonk ”, met daarop het besluitgebied rood gemarkeerd.

1.4

Leeswijzer Deze ruimtelijke onderbouwing bestaat uit vijf hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige en toekomstige situatie van het besluitgebied. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van het ruimtelijke beleidskader van de verschillende overheden waaraan het project moet voldoen. Hoofdstuk 4 bespreekt de haalbaarheid voor wat betreft de milieu- en omgevingsaspecten. Tot slot komt de economische uitvoerbaarheid aan bod in hoofdstuk 5.

5

2

Het project

2.1

Huidige situatie Ten westen van Etten-Leur, tussen het de Nijverheidsweg en de snelweg A58, staat een reclamemast op een ‘reststrook’. De Nijverheidsweg is één van de hoofdstraten op bedrijventerrein Vosdonk en vanaf de planlocatie gaat deze straat over in de Parallelweg. Deze overgang tussen Nijverheidsweg en Parallelweg vormt de grens tussen de gemeente Etten-Leur en de gemeente Halderberge. De planlocatie is omgeven door bebouwing. Ten noorden van de A58 kenmerkt deze bebouwing zich door bedrijven. In het noordwesten bevinden zich woningen, agrarische percelen en bedrijven. Ten zuiden van de A58 bevindt zich de bebouwde kom van Sint Willebord (gemeente Rucphen). De woningen en bedrijven die zich hier bevinden worden afgeschermd door een geluidswal van ongeveer 4 meter hoog. Ten noorden van de A58, waar de nieuwe reclamemast komt, ligt een groene strook met bermsloot en bomen. Op de navolgende afbeelding is de huidige situatie weergegeven.

Bestaande situatie (2019) (bron: Google Maps)

2.2

Toekomstige situatie De gemeente is voornemens de ontwikkeling van een nieuwe reclamemast aan de A58 toe te staan. De huidige reclamemast zal vervangen worden door een nieuwe mast. Met de realisatie van de nieuwe reclamemast zal met een omgevingsvergunning beperkt afgeweken moeten worden van het bestemmingsplan waardoor de reclamemast alsnog vergund wordt. De mast wordt langs de noordelijke rijbaan geplaatst, waar sprake is van een afrit. Vanaf de overzijde van de weg is de mast niet prominent zichtbaar. Ter hoogte van de beoogde reclamemast is een aarden wal gepland van twee meter hoog. De mast

6

wordt achter de wal geplaatst. De maximumsnelheid op dit gedeelte van de weg overdag bedraagt 100 km per uur. De nieuwe reclamemast zal een hoogte van 11,95 meter krijgen met borden van 6 bij 8 meter. Daarmee wijkt de hoogte van de mast nauwelijks af van de bestaande mast. De mast wordt voorzien van twee digitale schermen. De bovenkant van de reclamemast zal, net als de huidige reclamemast, waarneembaar zijn voor de bewoners van de Irenestraat in Sint Willibrord. Om de hinder door de reclamemast te minimaliseren worden de schermen haaks op de snelweg gezet en worden er lichtafschermende lamellen aangebracht. Op deze manier kunnen hoeken richting verschillende locaties worden afgeschermd, zodat de bewoners het licht niet of alleen diffuus kunnen zien. De voorgestelde verticale lamellen zijn reeds getest op andere locaties. Onderstaande afbeeldingen geven een visualisatie van de toekomstige reclamemast en het aanzicht vanaf de Irenestraat weer.

Verbeelding geplande reclamemast

7

Aanzicht reclamemast vanaf de Irenestraat 33 (reclamemast rood weergegeven, standpunt foto lichtblauw)

2.3

Verklaring van geen bedenkingen Het verlenen van een omgevingsvergunning in afwijking van een bestemmingsplan is een bevoegdheid van het college. Voorwaarde om de omgevingsvergunning te kunnen verlenen is dat de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) voor het project afgeeft. In de raadsvergadering van 23 juni 2020 heeft de raad besloten deze vvgb af te geven (zie bijlage 1) onder de volgende voorwaarden: 1 De locatie van de nieuwe reclamemast mag niet afwijken van de bestaande reclamemast van REWIN. 2 De hoogte van de nieuwe mast bedraagt maximaal 20 meter en kan daarmee slechts marginaal afwijken van de hoogte van de bestaande mast. 3 De nieuwe reclamemast voldoet aan de door Rijkswaterstaat opgestelde richtlijnen (Beoordeling van Objecten langs Auto(snel)wegen. Aan bovenstaande voorwaarden wordt met het in paragraaf 2.2 beschreven voorstel voldaan. In paragraaf 3.2.2 wordt nader ingegaan op de door Rijkswaterstaat opgestelde richtlijnen.

8

3 3.1

Beleid en regelgeving Inleiding Als onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning dient te worden aangetoond dat de realisatie van de reclamemast niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Hierbij moet worden gedacht aan onder meer het ruimtelijk ordeningsbeleid van rijk, provincie en gemeente. Dit hoofdstuk geeft een antwoord op de vraag of het project niet in strijd is met het ruimtelijk beleid.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bepaalt welke kaderstellende uitspraken van het kabinet bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische hoofdstructuur), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij de Natuurnetwerk Nederland (NNN) en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van de NNN is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte.

Toetsing en conclusie Het project ligt binnen het radarverstoringsgebied waar een maximale hoogte van 90 meter geldt. De reclamemast wordt maximaal 12 meter hoog en blijft ruim binnen de hoogte van 90 meter. Voorgenomen project raakt geen van de nationale belangen en is niet in strijd met het SVIR.

3.2.2

Beoordeling van Objecten langs Auto(snel)wegen Volgens de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr) is Rijkswaterstaat verantwoordelijk voor het veilig en doelmatig gebruik van auto(snel)wegen. Afleiding kan een veilig gebruik in de weg staan. Tijdens de rijtaak wordt een weggebruiker geconfronteerd met visuele informatie, die deels wel en deels niet relevant is voor de rijtaak. In het laatste geval spreekt men van ‘visuele afleiding’. Als de rijtaak eentonig is kan enige afleiding de rijtaak afwisselender maken maar deskundigen zijn het erover eens dat

9

de verkeersveiligheid in het geding komt als een object moeilijk te negeren is en/of de aandacht te lang vasthoudt. Met de Handreiking ‘Beoordeling van Objecten langs Auto(snel)wegen’ kunnen Rijkswaterstaat (op basis van de Wbr) en andere vergunningverlenende overheden (met name op basis van de Wabo) voor objecten langs auto(snel)wegen een handreiking opgesteld om te beoordelen in hoeverre de verkeersveiligheid in het geding kan zijn. Deze handreiking kent diverse criteria voor het plaatsen van objecten langs autosnelwegen. Om te voorkomen dat objecten de aandacht lang vasthouden, gelden verschillende criteria. Allereerst gelden ‘slagboomcriteria’: criteria waar altijd aan voldoen moet worden. Bij afwijking hiervan neemt Rijkswaterstaat een afwijzend standpunt in. Het betreft de volgende criteria: 1 De afstand ten opzichte van de rijbaan dient minimaal 13 meter vanaf de kantstrookmarkering te bedragen; 2 De bewegende beelden op digitale billboards binnen turbulentiezone maar niet ter hoogte van blokmarkering: 1 per 10 sec buiten spits en 1 per 5 min tijdens spits; 3 De verblinding door objecten; Vervolgens gelden ook ‘afwegingscriteria’. Dit zijn criteria dit niet uitputtend en niet zwart-wit zijn, waarbij het gewicht varieert afhankelijk van de situatie.

Het gaat om de volgende criteria: 1 Een bord mag niet staan ter hoogte van een krappe horizontale boog of binnen turbulentieafstanden; 2 Het object mag qua vormgeving en/of keur niet lijken op verkeersrelevante informatie; 3 Objecten mogen de aandacht niet lang vasthouden. Toetsing De mast voldoet aan de meeste van de voorgaande slagboomcriteria: 1 De projectie van de mast op maaiveld voldoet ruim aan de eis van 13 meter. Door de schuine paal komt de paal op maaiveldhoogte nog verder van de weg af te staan. Hierdoor is geen WBRvergunning nodig. 2 De beelden en teksten op het billboard wisselen niet vaker dan 1 maal per 10 seconden en de beelden zullen niet aan elkaar gerelateerd zijn. Hiermee wordt buiten de spits de richtlijn van Rijkswaterstaat gevolgd. Voor de spitsperiode wordt van deze richtlijn (1 maal per 5 minuten) afgeweken. In bijlage 2 bij de ruimtelijke onderbouwing is een aanvullende onderbouwing opgenomen om te beargumenteren waarom in dit betreffende geval gekozen is om tijdens de spitsperiode toch af te wijken van het genoemde slagboomcriterium. 3 De LED-schermen op de mast staan op circa 90 graden van de weg gepositioneerd. Tevens worden er lichtafschermende lamellen aangebracht. Op deze manier kunnen hoeken richting verschillende locaties worden afgeschermd, zodat verblinding wordt tegengegaan.

De voorgestelde verticale lamellen zijn reeds getest op andere locaties. De mast voldoet aan de meeste van de voorgaande afwegingscriteria: 1 De mast ligt niet binnen een krappe horizontale boog, wel ligt die binnen de turbulentiezone (zie ook onder criterium 1 van de slagboomcriteria). In dit geval is

10

de gemeente samen met de initiatiefnemer tot de conclusie gekomen dat voor de betreffende locatie op een verkeersveilige manier afgeweken kan worden van de handreiking van Rijkswaterstaat op dit punt. 2 De mast is overduidelijk een reclamemast, het betreft een statisch object en past in de omgeving. 3 De reclamemast is statisch en er is derhalve geen sprake van een bewegend object. Gezien het voorgaande voldoet de reclamemast aan de beschreven criteria uit de handreiking ‘Beoordeling van Objecten langs Auto(snel)wegen’, of is er gemotiveerd afgeweken. De reclamemast brengt daardoor de verkeersveiligheid niet in gevaar. Conclusie Voorliggend project is niet in strijd met het rijksbeleid.

3.3

Provinciaal beleid Omgevingsvisie Noord-Brabant (2018) In de Omgevingsvisie Noord-Brabant (vastgesteld op 14 december 2018) is het provinciaal beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie NoordBrabant op hoofdlijnen uiteengezet voor de periode tot 2050. Naast een beeld van het Noord-Brabant van nu is een beeld geschetst van het welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend Noord-Brabant van 2050. Hieruit zijn vier hoofdopgaven onderscheiden die nauw met elkaar samenhangen:  Werken aan de Brabantse energietransitie  Werken aan een klimaatproof Brabant  Werken aan de slimme netwerkstad  Werken aan een concurrerende, duurzame economie Samen met andere partijen zoals gemeenten en bedrijven wil de provincie uitvoering geven aan projecten die passen binnen deze opgaven. Van belang is dat het in de toekomst ook goed wonen, werken en verblijven blijft. Werken aan een goede omgevingskwaliteit zowel in de bebouwde als in de onbebouwde omgeving is het uitgangspunt. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant(5 december 2020)) is een uitvoeringsinstrument voor de provincie om haar doelen te realiseren. In de verordening vertaalt de provincie de kaderstellende elementen uit het provinciaal beleid in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen.

De onderwerpen die in de Interim omgevingsverordening staan, komen uit de provinciale structuurvisie. Daarin staat welke belangen de provincie wil behartigen en hoe ze dat wil doen. De verordening is daarbij een van de manieren om die provinciale belangen veilig te stellen. De provincie wil de ruimtelijke kwaliteit van Brabant bevorderen. Dat betekent dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen een bijdrage dienen te leveren aan de kernkwaliteiten van Brabant en dat gemeenten bij ruimtelijke afwegingen het principe van zorgvuldig ruimtegebruik moeten toepassen. Hiermee wordt beoogd de groei en de spreiding van het stedelijk ruimtebeslag op het buitengebied af te remmen. Het provinciale be-

11

leid is al jaren gericht op het bundelen van de verstedelijking. Dit betekent dat de realisering van woningbouw, bedrijventerreinen, overige stedelijke voorzieningen en bijbehorende infrastructuur moet plaatsvinden in de stedelijke concentratiegebieden (bestaand stedelijk gebied van de grotere kernen). Nieuw ruimtebeslag buiten deze gebieden kan slechts als inbreiding of herstructurering in bestaand stedelijk gebied niet tot de mogelijkheden behoren. In de Interim omgevingsverordening wordt aandacht gevraagd voor de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking zoals deze is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Daarnaast zijn in relatie tot het principe 'meer aandacht voor de onderste lagen' ook water en archeologie van belang. In hoofdstuk 4 wordt aan deze aspecten aandacht besteed. Toetsing en conclusie De reclamemast ligt op de grens van het ‘stedelijk concentratiegebied’ en het ‘gemengd landelijke gebied’ maar valt net binnen het ‘gemengd landelijk gebied’.

Landelijk gebied Gemengd landelijk gebied Concentratiegebied Landelijke kern Locatie mast

Uitsnede Interim Omgevingsverordening Noord Brabant geconsolideerd.

Binnen het gemengd landelijke gebied is alleen een ruimtelijke ontwikkeling toegestaan indien deze gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Gezien de ligging van de locatie aan de snelweg tussen een bedrijventerrein en een woonkern is de landschappelijke kwaliteit van de locatie zeer beperkt. Op de locatie was al een reclamemast aanwezig, deze wordt vervangen. De huidige mast bevat drie zijden. De nieuwe mast heeft maar twee zijden waardoor het zicht op de achterliggende zone beter wordt. Daarnaast heeft de huidige mast verlichting vanaf de onderzijde die recht omhoog schijnt ook ver boven de mast uit. De nieuwe mast zal bestaan uit ledverlichting met lamellen (zie ook paragraaf 4.6), waardoor de uitstraling van het licht op de omgeving beperkter is. De nieuwe mast is met meer zorg vormgegeven dan de bestaande mast.

12

Al met al zal met het vervangen van de reclamemast een verbetering van de landschappelijke kwaliteit ontstaan. De ontwikkeling heeft daarom geen negatieve invloed op het provinciale beleid.

3.4

Gemeentelijk beleid Structuurvisie Plus De Structuurvisie Plus: Etten-Leur in Bloei 2020 (23 mei 2005) geldt als leidend document voor de ruimtelijke ontwikkeling van Etten-Leur. De structuurvisie gaat uit van de regionale functie van Etten-Leur op het gebied van wonen, werken en voorzieningen. Met betrekking tot de bestaande bedrijventerreinen geldt als speerpunten het behoud van de kwaliteit en het optimaal benutten van de ruimte. Raadsprogramma ‘Samen maken we Etten-Leur’ In het raadsprogramma 2018-2022 wordt vastgesteld wat de gemeenteraad wil bereiken. Het betreft een programma op hoofdlijnen dat richting geeft en ruimte biedt om in samenwerking met Ondernemers, Onderwijs, maatschappelijke Organisaties, Onze inwoners en andere Overheden (verder te noemen de vijf O’s) concrete plannen te maken die bijdragen aan de te bereiken maatschappelijke effecten. In het raadsprogramma wordt specifiek genoemd dat er in Etten-Leur ruimte is voor maximaal twee reclamemasten. Het voorliggend plan voorziet in de realisatie van één daarvan. Welstandsnota Op 25 mei 2010 heeft de gemeenteraad de welstandsnota voor de gemeente EttenLeur vastgesteld. Deze nota bevat criteria die burgemeester en wethouders toepassen bij de beoordeling of bouwplannen voldoen aan redelijke eisen van welstand.

Indien binnen het plangebied nieuwbouw plaatsvindt, kunnen de welstandscriteria die van toepassing zijn voor het gebied waarbinnen het initiatief zich bevindt onverkort worden toegepast. In de welstandsnota wordt ook reclame besproken. Bij de formulering van de criteria voor reclame is aansluiting gezocht bij de gebiedsindeling die ook wordt gehanteerd bij de gebiedsgerichte criteria. In dit hoofdstuk van de welstandsnota zijn geen beleidseisen voor reclamemasten en dergelijke opgenomen. Groenbeleidsnota De Groenbeleidsnota heeft als doelstelling het beschermen en zo mogelijk versterken van het openbaar groen in het bestaand stedelijk gebied, alsmede het versterken van de samenhang van het groen met oog voor landschappelijke, ecologische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische patronen. Dit gebeurt doordat in de nota uitgangspunten voor nieuw beleid zijn gedefinieerd. De nota dient als integraal beleidskader voor de stedelijke groenstructuur van de gemeente Etten-Leur, inclusief de randen tussen het stedelijk gebied en het buitengebied. De nota vormt, in samenhang met andere beleidsterreinen, één van de toetsingskaders voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, evenals voor de ontwikkeling van

13

beleid met betrekking tot groen. Ter uitvoering van de Groenbeleidsnota is een lijst met beschermde bomen vastgesteld. Op deze lijst staan de groenhoofdelementen. Onderhavig plan bevind zich niet in de nabijheid van beschermde bomen of groenhoofdelementen. Toetsing en conclusie Onderhavig project betreft de realisatie van een reclamemast met digitale schermen. Het gaat hierin om een kleine ontwikkeling op een locatie waar reeds een reclamemast staat. Hierdoor zal er geen groen verloren gaan of grote effect zijn op de welstand. De ontwikkeling past daarmee binnen het gemeentelijke beleid.

14

4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten Milieueffectrapportage Algemeen Voor plannen en activiteiten, die mogelijk belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, kan het noodzakelijk zijn dat een milieueffectrapport wordt opgesteld. In hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage is dit geregeld. Er is een m.e.r.-plicht voor plannen (planMER) en een m.e.r.-plicht voor besluiten. Een plan is plan-m.e.r.-plichtig als het plan kaders stelt voor m.e.r.-plichtige activiteiten. Conclusie Het project voorziet in de bouw van een reclamemast. Gelet op de geringe omvang van het project, ruim onder de drempelwaarde, en de ligging van het project worden geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu verwacht. Het milieubelang wordt in deze ruimtelijke onderbouwing in navolgende paragrafen in voldoende mate afgewogen. Gelet op het kleinschalige karakter is uit te sluiten dat er significante gevolgen als gevolg van dit project op Natura 2000-gebieden plaatsvinden. Een passende beoordeling op basis van de Wet natuurbescherming is niet nodig waardoor het project om die reden geen m.e.r-plicht heeft. Ook een nadere beoordeling in een m.e.rbeoordeling of plan-m.e.r. is niet noodzakelijk.

4.2

Bodem De bodemkwaliteit is in het kader van een ruimtelijk plan van belang indien er sprake is van functieveranderingen of een ander gebruik. De bodem moet geschikt zijn voor de nieuwe functie. Toetsing en conclusie Een reclamemast is geen gevoelige functie in het kader van bodemkwaliteit. Bovendien heeft een reclamemast geen invloed op de bodemgesteldheid en wordt de mast gerealiseerd op de plek van de bestaande mast. Een verkennend bodemonderzoek is daarom niet noodzakelijk. In het kader van de huurovereenkomst is verkennend bodemonderzoek uitgevoerd om de nulsituatie te bepalen. Er zijn hierbij geen verontreinigingen aangetroffen. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

4.3

Geluid De mate waarin het geluid, veroorzaakt door het wegverkeer, door spoorwegverkeer, en/of door inrichtingen (industrielawaai) het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder. De wet stelt dat in principe de geluidbelasting op de gevel van woningen niet hoger mag zijn dan de voorkeursgrenswaarde, dan wel een nader bepaalde waarde (hogere grenswaarde).

15

Indien een ruimtelijk plan nieuwe geluidsgevoelige functies toestaat, stelt de Wet geluidhinder de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidbelasting ten gevolge van wegen, spoorlijnen en gezoneerde bedrijventerreinen op een bepaalde afstand van de nieuwe geluidsgevoelige functies. Toetsing en conclusie Een reclamemast is niet geluidgevoelig. Met dit project worden geen nieuwe geluidsgevoelige functies mogelijk gemaakt. De reclamemast veroorzaakt ook geen geluid welke een belemmering kan vormen voor het omliggende woonmilieu. Het aspect geluid vormt daarom geen belemmering voor het mogelijk maken van de reclamemast.

4.4

Luchtkwaliteit Eisen met betrekking tot luchtkwaliteit zijn verankerd in de Wet milieubeheer hoofdstuk 5, titel 5.2 en vormen een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM 10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het project op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is een aanzienlijk deel van de dag betreft.

Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval bij een woning, school of sportterrein. Toetsing en conclusie De ontwikkeling van de reclamemast is geen milieuhindergevoelige functie en leidt niet tot een toename van het aantal verkeersbewegingen. Als gevolg daarvan is het uitvoeren van luchtonderzoek niet noodzakelijk. Het aspect lucht vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit project.

4.5

Bedrijven en milieuzonering Indien door middel van een plan nieuwe, gevoelige functies mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat een goed leefmilieu mogelijk kan worden gemaakt. Hierbij moet rekening worden gehouden met omliggende functies met een milieuzone. Anderzijds mogen omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast door de realisatie van een nieuwe gevoelige functie.

16

Toetsing en conclusie In onderhavige situatie is geen sprake van het mogelijk maken van nieuwe, gevoelige functies in de zin van het aspect bedrijven en milieuzonering. Het project hoeft dan ook geen rekening te houden met omliggende functies met een milieuzone. Ook worden omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden aangetast als gevolg van het project. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig project.

4.6

Lichthinder De Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde (NSVV) heeft richtlijnen opgesteld voor lichthinder.

Richtlijnen lichthinder (bron NSVV 2020)

Voor reclameborden zijn, afhankelijk van het gebied en de oppervlakte, richtlijnen bepaald zoals opgenomen in de bovenstaande tabel. Toetsing en conclusie De mast voldoet ruim aan de Richtlijn lichthinder van het NSVV van 2020. Het aantal candela (cd/m²) bedraagt op de ledschermen tussen de 25 en 40 cd/m². De mast staat volgens het provinciale beleid formeel in het landelijke gebied, maar ligt feitelijke tussen een stedelijk gebied en een industriegebied. Er wordt ruim voldaan aan normen voor de omgevingszone E2 (landelijk gebied), E3 (stedelijk gebied) en E4 (industriegebied). De ledschermen worden voor ingebruikname op lichtintensiteit gemeten. Daarnaast worden nog verticale lamellen aangebracht. Deze voorgestelde verticale lamellen zijn met succes getest op andere locaties. De hoek van deze lamellen kan ingesteld worden waardoor verschillende locaties succesvol afgeschermd worden. Zelfs zonder lamellen wordt ruim voldaan aan de richtlijnen voor verlichting van het Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde.

17

4.7

Externe veiligheid Het aspect externe veiligheid betreft het risico op een ongeval waarbij een gevaarlijke stof aanwezig is. Deze gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen. Dit zijn de stationaire bronnen (chemische fabriek, lpg-vulpunt) en de mobiele bronnen (route gevaarlijke stoffen). Er wordt onderscheid gemaakt tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Er wordt bij externe veiligheid onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan 1 op 1 miljoen (of-6 wel 10 ). Dit is de kans dat een denkbeeldig persoon, die zich een jaar lang permanent op de betreffende plek bevindt (de plek waarvoor het risico is uitgerekend), dodelijk verongelukt door een ongeval. Deze kans mag niet groter zijn dan eens in de miljoen jaar. Elke ruimtelijke ontwikkeling wordt getoetst aan het plaatsgebonden risi-6 co van 10 als grenswaarde. Het groepsrisico geeft de kans aan dat in één keer een groep mensen die zich in de omgeving van een risicosituatie bevindt, dodelijk door een ongeval wordt getroffen. Groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij groepsrisico is het dan ook niet een contour die bepalend is, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt.

Welke kans nog acceptabel geacht wordt, is afhankelijk van de omvang van de ramp. Toetsing en conclusie In het kader van deze ruimtelijke onderbouwing is de provinciale risicokaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat over de A58, ten zuiden van het besluitgebied, gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Verder zijn ten noorden van het besluitgebied enkele inrichtingen waar gevaarlijke stoffen zijn gevestigd. Ten slotte lopen ten noorden van het besluitgebied een aantal buisleidingen en een treinspoor waarover gevaarlijke stoffen vervoerd worden. Op de onderstaande afbeelding wordt de ligging van de risicobronnen ten opzichte van het plangebied weergegeven.

18

Beoogde locatie reclamemast globaal lichtblauw omkaderd (bron: risicokaart.nl, bewerking SAB: Legenda: geel=weg; groen=spoorbaan; rode stippellijn=gasleiding, rood omlijnd=inrichting met gevaarlijke stoffen )

Reclamemasten worden niet aangemerkt als (beperkt) kwetsbare objecten volgens het Besluit externe veiligheid. Toetsing aan het Bevi in het kader van het vervoer van gevaarlijke stoffen of de aardgasleiding is daarom niet van toepassing. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig project.

4.8

Water Onderhavig plan voorziet in de ontwikkeling van een reclamemast. Het is een kleine ontwikkeling op een locatie waar reeds een reclamemast aanwezig is. Het verharde oppervlak in het gebied zal vrijwel niet toenemen. De invloed van het plan op het water in het gebied en de omgeving zal dus klein zijn. Er zal rekening worden gehouden met het gevaar van uitlogen bij het gebruik van verzinkt staal, door grote delen van de constructie additioneel te coaten en de constructie van de borden af te dichten tegen regen. Daarnaast is het plangebied niet gelegen in een gebied dat volgens de keurkaart van het waterschap Brabantse Delta valt binnen een beschermingszone. Toetsing en conclusie In onderhavige situatie is geen sprake van ontwikkeling die invloed hebben op het water in het gebied. Het aspect water vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig project.

19

4.9

Natuur Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de aanwezige natuurwaarden in en om het besluitgebied. Vanaf 1 januari 2017 geldt hiervoor de Wet natuurbescherming. Deze wet beschermt bepaalde plant- en diersoorten, natuurgebieden en bossen. Voordat ontwikkelingen mogen plaatsvinden, moet worden aangetoond dat in het kader van de huidige natuurwet- en regelgeving van een negatief effect geen sprake is, dan wel dat daarvoor respectievelijk een vergunning of ontheffing kan worden verkregen. Gebiedsbescherming Negatieve effecten op Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten, doordat het besluitgebied op grote afstand van deze gebieden ligt. Ook ligt het besluitgebied niet in binnen het NNN of ander provinciaal beschermde natuur en kunnen negatieve effecten op de natuurwaarden en kernkwaliteiten van dergelijke gebieden worden uitgesloten. Een voortoets Wet natuurbescherming of een Nee-tenzij toets is niet noodzakelijk. De bescherming van deze gebieden staat de uitvoering van de ontwikkeling niet in de weg. Soortenbescherming Uit een online observatie van het gebied is duidelijk geworden dat essentiële elementen, zoals groeiplaatsen van beschermde planten of verblijf- of nestplaatsen van beschermde dieren, zeer waarschijnlijk niet aanwezig zijn.

Door de afwezigheid van geschikte locaties en/of habitatkenmerken achten wij de kans klein dat er beschermde soorten in het gebied zijn. Nader onderzoek naar de aan- of afwezigheid van deze soorten is daarom niet noodzakelijk. Wel dient te allen tijde de zorgplicht in acht te worden genomen en moet rekening worden gehouden met de broedperiode van vogels. Bij in acht name van deze verboden zijn overtredingen van de Wet natuurbescherming bij werkzaamheden in het besluitgebied uitgesloten. Zorgplicht Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor alle natuur en in het wild levende dieren, planten en hun directe leefomgeving, overeenkomstig artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Dit houdt in elk geval in dat iedereen die weet dat hij schade aan natuur gaat veroorzaken door een bepaalde handeling, hij deze handeling daarom niet uitvoert, of maatregelen neemt om schade aan de natuur door de handeling zoveel mogelijk te voorkomen. Probeer bijvoorbeeld bij de ruimtelijke ingreep zoveel mogelijk bomen, struiken en overig groen te behouden. Werken buiten de winterperiode voorkomt dat dieren die in winterrust zijn verstoord of gedood worden. Toetsing en conclusie Met het plaatsen van de reclamemast is geen sprake van aantasting van de doelstellingen van Natura 2000 of de aantasting van de waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN).

Daarnaast is er geen sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming. Wel is de zorgplicht altijd van toepassing en dienen de werkzaamheden buiten de broedperiode plaats te vinden.

20

4.10

Archeologie In de Wet op de archeologische monumentenzorg (2007) zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta (1992) binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen, waarbij in beginsel geldt: “de veroorzaker betaalt”. Het belangrijkste doel van de wet is het behoud van het bodemarchief “in situ” (ter plekke), omdat de bodem de beste garantie biedt voor een goede conservering van de archeologische waarden. Het is verplicht om in het proces van ruimtelijke ordening tijdig rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Op die manier komt er ruimte voor overweging van archeologievriendelijke alternatieven. Toetsing en conclusie In het geldende bestemmingsplan heeft het gebied de bestemming ‘Waarde- Archeologie 3’. Deze gronden zijn, naast de daarvoor aangewezen andere bestemming(en), mede bestemd voor doeleinden ter bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden. In gronden met deze bestemming zijn grondwerkzaamheden dieper dan 0,4 m zoals het uitvoeren van heiwerkzaamheden en/of het indrijven van scherpe voorwerken in de bodem. Daarnaast geldt dat er geen gebouwen of verharding aangelegd mag worden dieper dan 0,4 m en met een oppervlakte van 2.500 m².

De mast wordt gerealiseerd op de locatie van de huidige mast. De fundering zal hierbij vervangen worden. Met de aanleg van de eerdere fundering en de aanleg van de A 58 is de grond al dusdanig geroerd dat het niet aannemelijk is dat er nog archeologische resten aanwezig zijn. Daarnaast beslaan de bodemwerkheden minder dan 2.500 m² (ongeveer 50 m²). Archeologisch onderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

4.11

Cultuurhistorie Op grond van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij de beoordeling van een ruimtelijk project. Toetsing en conclusie Op basis van de afwezigheid van provinciale – of rijksmonumenten en de schaal van het project is geen cultuurhistorisch onderzoek en/of een nadere cultuurhistorische onderbouwing nodig.

4.12

Verkeer en parkeren Bij het realiseren van een nieuwe functie dient gekeken te worden naar verkeersaspecten als bereikbaarheid, verkeersveiligheid en parkeren. In het kader van een goede leefbaarheid geldt dat hinder in de omgeving zo veel mogelijk moet worden voorkomen.

21

Toetsing en conclusie Met de bouw van de reclamemast is er geen sprake van een toename van de behoefte aan parkeerplaatsen en ook is er geen sprake van toename van verkeer. Ten aanzien van de verkeersveiligheid is in paragraaf 3.2.1, aan de hand van de eisen uit de Beoordeling van Objecten langs Auto(snel)wegen, aangetoond dat de reclamemast geen belemmering vormt. Het aspect verkeer en parkeren is daarom niet van belang voor deze ontwikkeling.

4.13

Kabels, leidingen Er zijn binnen het plangebied geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig die mogelijk een beperking kunnen vormen bij de herontwikkeling van het plangebied. Uiteraard is een melding bij het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (een zogenaamde KLIC-melding) noodzakelijk in geval van bodemingrepen. Het aspect kabels en leidingen vormt hiermee geen belemmering voor de beoogde bouw van de reclamemast.

4.14

Belemmeringen vliegveld Seppe Het besluitgebied van voorliggende ruimtelijke onderbouwing ligt in de nabijheid van vliegveld Seppe. Hierdoor gelden op (delen van) bedrijventerrein Vosdonk belemmeringen voor wat betreft de toegelaten hoogte van bouwwerken en de toelaatbaarheid van geluidsgevoelige gebouwen. De obstakelvlakken bestaan uit een invliegfunnel in de directe nabijheid van de starten landingsbaan, die overgaat in een horizontaal vlak op een hoogte van 45 meter boven het maaiveldniveau. Onderhavig plan is gelegen buiten de invliegfunnel waardoor er een hoogte van 45 meter mogelijk is. De reclamemast van 12 meter vormt dus geen belemmering.

22

5

Economische haalbaarheid De gemeente zal middels een huurovereenkomst het benodigde perceel aan de initiatiefnemer ter beschikking stellen. In de overeenkomst zullen afspraken worden opgenomen over de uitvoering, taken en kosten van en voor de betrokken partijen. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid voldoende verzekerd. Van het vaststellen van een exploitatieplan kan voor deze ruimtelijke onderbouwing op grond van artikel 6.12 lid 2 Wro in relatie tot artikel 6.2.1a Bro worden afgezien.

23

6

Maatschappelijke haalbaarheid De concept ruimtelijke onderbouwing is in het kader van het vooroverleg naar diverse overlegpartners gestuurd. Alleen van de provincie Noord- Brabant en Rijkswaterstaat is een reactie ontvangen. Naar aanleiding van deze reacties is de ruimtelijke onderbouwing aangevuld (bijlage 2). Met name het aspect lichthinder en de toetsing aan het provinciale beleid zijn uitgebreid. Vervolgens hebben het ‘ontwerp ruimtelijke onderbouwing’ en ‘ontwerp verklaring van geen bedenkingen’ gedurende zes weken ter inzage gelegen, van 23 december 2021 tot en met 2 februari 2022. Er is één zienswijze ingediend door Rijkswaterstaat Zuid-Nederland. Daarnaast heeft de gemeente Halderberge in haar reactie laten weten geen aanleiding te hebben tot het indienen van een zienswijze. Deze zienswijze is samengevat en beantwoord in de Nota Beantwoording zienswijze ontwerp omgevingsvergunning en ontwerp verklaring van geen bedenkingen ‘reclamemast A58’ die als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing is opgenomen. In een gezamenlijk overleg tussen de gemeente Etten-Leur en Rijkswaterstaat (verslag in bijlage 3) bleek dat RWS de aanvraag getoetst heeft aan haar handreiking “Kader Objecten langs auto(snel)wegen 2019” en een afwijzend standpunt inneemt. Het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur is het bevoegd gezag.

Rijkswaterstaat heeft is dit geval slechts een adviserende rol. De gemeente Etten-Leur is niet van mening dat de nieuwe mast zal leiden tot een verkeersverzwarende omstandigheid, maar dat het een gemoderniseerde vervanging betreft van een reclamemast die al jarenlang onderdeel uitmaakt van het straatbeeld. De aanwezigheid van de huidige mast heeft ter plaatse niet geleid tot een afwijkend aantal ongevallen. Tevens heeft Ocean een gelijksoortige reclamemast op een drukkere locatie langs de A27 nabij Breda staan, die niet heeft geleid tot een verkeersonveilige situatie of een toename van het aantal verkeersongevallen.

24

BIJLAGE 1

BIJLAGE 2

RECLAMEMAST ETTEN-LEUR

locatie Etten-Leur Ocean Outdoor

Aanvulling onderbouwing

pagina 1 van 3

Figuur 1

Voor de twee beoogde led schermen op de locatie van de voormalige Rewin mast overwegen B&W van Etten-Leur om van het bestemmingsplan af te wijken via de (zware) uitgebreide voorbereidingsprocedure. Daarvoor is een verklaring van geen bedenkingen benodigd van de gemeenteraad. Deze VVGB is op 23 juni 2020 afgegeven. In het kader van het vooroverleg is Rijkswaterstaat voorafgaand aan de start van de vergunningprocedure geïnformeerd. Als reactie heeft Rijkswaterstaat de aanvraag getoetst op haar handreiking: “Kader Objecten langs auto(snel)wegen van 2019”. In een gezamenlijk overleg tussen gemeente Etten-Leur, Rijkswaterstaat en Ocean bleek dat Rijkswaterstaat zich strak aan haar landelijke richtlijnen wilde houden. Zij zag geen reden om te bekijken of er op onderhavige locatie wellicht andere omstandigheden van toepassing zouden kunnen zijn die zouden

locatie

Figuur 2

Datum: 16 november 2021

Etten-Leur Ocean Outdoor

Figuur 3 en 4. Reclamemast Breda. Deze (in 2019 gedigitaliseerde) reclamemast is gesitueerd aan de A27 ten oosten van Breda. De mast staat in beide rijrichtingen ter hoogte van de blokmarkering van een gecombineerde in- en uitvoegstrook. De LEDschermen wisselen hier elke 6 seconden van beeld.

pagina 2 van 3

kunnen leiden tot een advies op maat. Omdat B&W echter het bevoegd gezag zijn in deze procedure (het college van B&W is het bestuursorgaan dat de omgevingsvergunning wel of niet verleent) zijn B&W in beginsel niet gehouden aan het advies van RWS. Dit volgt uit artikel 3:50 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarnaast is geen toestemming van Rijkswaterstaat vereist op grond van het beoordelingskader. In dit geval heeft Rijkswaterstaat slechts een adviserende rol. Rijkswaterstaat neemt in dit geval een “afwijzend standpunt” in. Niets meer en niets minder. B&W neemt dus zelf beslissing op de aanvraag omgevingsvergunning. De gemeente Etten Leur en Ocean zijn niet van mening dat de voorziene reclamemast

met twee LEDschermen zal leiden tot een verkeersverzwarende omstandigheid. Deze mast is een gemoderniseerde vervanging van de oude REWIN mast en past in deze tijd. Op deze plek heeft er al jaren een reclamemast gestaan en dat is dus een bekend onderdeel in het straatbeeld. De aanwezigheid van deze mast heeft ter plaatse niet geleid tot een afwijkend aantal ongevallen. Sinds 2011 exploiteert OCEAN inmiddels al 55 reclamemasten met LEDschermen in Nederland. De meesten zelfs met een afmeting van 100m2 of meer. Ocean heeft in al deze jaren van digitalisering dan ook nog nooit signalen ontvangen van Rijkswaterstaat, politie, gemeente of wie dan ook dat een LEDscherm zou hebben geleid tot een verkeersonveilige situatie laat staan een ongeval. De Handreiking van RWS en dan met name het bepaalde in de tabel op pagina 10 (een slagboomcriterium) is tamelijk omstreden. Dit komt omdat er geen sluitend wetenschappelijk bewijs voorhanden is waaruit volgt dat LEDschermen zoals die in de reclamemasten van Ocean Outdoor hangen, een verkeersonveilige situatie creëren. Dit is ook de reden waarom op pagina 16 van de die zelfde handreiking staat: “De meerderheid van de reclameborden lijkt veilig omdat bestuurders er slechts kort naar kijken”. En even verder op pagina 16: “Het is door onderzoekstechnische redenen moeilijk gebleken om het effect van afleiding door objecten

Etten-Leur Ocean Outdoor pagina 3 van 3

langs de weg met ongevalfrequenties vast te stellen. Op de A27 nabij Breda staat een reclamemast (van Ocean Outdoor) in een turbulentiezone en ter hoogte van blokmarkering waarbij de gecombineerde in- en uitvoegstrook nota bene twee keer zo druk is als de op- en afritten nabij de beoogde mast te Etten-Leur. Ook deze reclamemast aan de A27 met daarop de twee LEDschermen (met een beeldwisselfrequentie van 6 seconden) heeft echter niet geleid tot een verkeersonveilige situatie of toename van het aantal ongevallen ter plaatse. Gelet op het voorgaande is er geen enkele reden om aan te nemen dat de komst van een reclamemast met twee led schermen de situatie ter plaatse verkeersonveiliger zal maken. Dit zo zijnde, kunnen B&W van Etten-Leur welgemeend van mening zijn dat de led schermen 1 x per 10 seconden mogen wisselen en zelfs 1 x per 6 seconden mogen wisselen. In goed overleg tussen de gemeente Etten-Leur en OCEAN is voor een wisselfrequentie van 1 x per 10 seconden gekozen. Figuur 7. Reclamemast Breda. Deze locatie met twee LEDschermen is gesitueerd in twee rijrichtingen ter hoogte van een gecombineerde in- en uitvoegstrook.

BIJLAGE 3

In het vooroverleg tussen de gemeente Etten-Leur en Rijkswaterstaat heeft Rijkswaterstaat bedenkingen tegen de plannen geuit. Hieronder zijn de bedenkingen weergegeven en is er een reactie op gegeven. Onderwerp 1. Aarden wal

2. Afstand tot oprit

3. Hoogte mast

4. Obstakelvrije zone

5. Lichthinder

6. Mast gemeente Rucphen

Toelichting Ter hoogte van de beoogde reclamemast is ook een aarden wal gepland (hoogte 2 meter). Beide lijken elkaar in de weg te zitten. De afstand tussen het einde van de blokmarkering van een oprit en de mast dient 550 meter te zijn (‘turbulentiezone’).

In de ruimtelijke onderbouwing wordt herhaaldelijk een masthoogte van 15 meter genoemd. De obstakelvrije zone langs een snelweg bedraagt minimaal 13 meter. De vraag is of de schuine paal automobilisten niet het idee geeft dat de mast dichter op de weg staat. In de ruimtelijke onderbouwing staat dat lichthinder richting Irenestraat wordt voorkomen door gebruik van afschermende lamellen. De gemeente Rucphen heeft gelijktijdig een aanvraag ingediend voor de plaatsing van een reclamemast aan de overzijde van de weg ter hoogte van de Irenestraat. Hoe verhouden beide masten zich tot elkaar, ook in relatie tot lichthinder.

Reactie Uit overleg met RHDHV blijkt dat de mast (op gemeentegrond) achter de wal wordt geplaatst en boven de wal uitkomt.

De mast wordt langs de noordelijke rijbaan geplaatst waar sprake is van een afrit. De maximumsnelheid bedraagt overdag 100km/u waardoor sprake is van een turbulentieafstand van 550m. Dit betreft een richtafstand. Vanaf de overkant is de mast vanaf de snelweg niet prominent zichtbaar gezien de locatie en de aarden wal. De hoogte van de mast bedraagt 11,95 meter vanaf de grond. De hoogte is in de ruimtelijke onderbouwing aangepast. Zowel de paal als de projectie van de mast voldoen aan de eis van 13 meter. In het bestemmingsplan is geen sprake van een aanvullende vrijwaringszone. Juridisch levert de mast geen belemmering op. Door de schuine paal komt de paal op maaiveldhoogte juist verder van de weg af te staan. De voorgestelde verticale lamellen zijn getest op andere locaties. Op deze manier kunnen hoeken richting verschillende locaties succesvol worden afgeschermd. Nog steeds wordt ruim voldaan aan de richtlijnen voor verlichting van het Nationaal Instituut Verlichtingshinder (zie toegevoegde paragraaf 4.6 in bijgevoegde ruimtelijke onderbouwing). Uit contact met de gemeente Rucphen blijkt dat de gemeente Rucphen bezig is met de actualisatie van het komplan St. Willebrord uit 2012. In zowel het komplan uit 2012 als in het voorontwerp van het actualisatieplan is de mast niet opgenomen. In 2011 zou wel een reclamemast zijn opgenomen in bestemmingsplan Bebouwde Kom St.

Willebrord, Irenestraat 35 bedrijfsverzamelgebouw ‘Het Zoute Bedje’. Grondeigenaar heeft een inspraakreactie op het voorontwerp van het komplan ingediend om de reclamemast opnieuw op te nemen. Ambtelijk is er twijfel over het meenemen van de mast. Er zijn nog geen stukken (ruimtelijke onderbouwing beschikbaar). Binnenkort (datum nog niet bekend) neemt het college een standpunt in. Omdat de formele procedure voor een eventuele mast in de gemeente Rucphen nog moet worden gestart, geven zij aan zich aan te passen aan de mast zoals voorgesteld door de gemeente Etten-Leur.

Punt 2 blijft na reacties als meest serieuze over. Rijkswaterstaat heeft dit vervolgens nog toegelicht en uitgelegd dat er voor beide zijden dat de mast in de turbulentieafstand staat (blijkt 750m. ontwerpsnelheid A58) en stelt aan de gemeente voor om aanvullende voorwaarden aan de aanvrager (Ocean) in de vergunning te stellen. Ad2) De turbulentieafstand die hier gehanteerd moet worden is 750 meter, passend bij de ontwerpsnelheid op dit traject van 120/130 km/u. Dat nu overdag een snelheidslimiet geldt van 100 km/u doet hier niet aan af. Maar zelfs als de turbulentieafstand die hoort bij 100 km/u gehanteerd zou worden (550 meter) valt de mast hier ruim binnen. De mast is geprojecteerd op een locatie waar zich structureel filevorming voordoet (met name de zuidelijke hoofdrijbaan van de A58 richting Knooppunt Princeville). Dit traject is daardoor extra gevoelig voor ongevallen. Om die reden is hier een filewaarschuwingssysteem geplaatst, dat in 2022 zal worden uitgebreid. Er staat nu een lokaal filewaarschuwingssysteem op HRL (de zuidelijke hoofdrijbaan). Dit bestaat uit drie portalen met een matrixbord boven de rijbaan, elk met circa 2 km tussenafstand. Dit systeem wordt verdicht en uitgebreid (portalen ongeveer elke kilometer en over langer traject) door 4 portalen met matrixbord bij te plaatsen. De locatie betreft het traject tussen km 81,9 en 75,3 op HRL van de A58.

Nabij de geplande reclamemast staat nu al een portaal met matrixbord (km 81,9 HRL). In het Kader Objecten langs auto(snel)wegen van 2019 is bijgaande tabel opgenomen.

Als de reclamemast binnen de turbulentiezone wordt gerealiseerd en er is sprake van rijtaakverzwarende omstandigheden dan heeft dit gevolgen voor het aantal beeldwisselingen dat kan worden toegestaan. In de gevraagde situatie zal dit erop neer komen dat buiten de spitsperioden er eens per 10 seconden en binnen de spitsperioden eens per 5 minuten van beeld gewisseld mag worden. Afsluitend wil ik de gemeente Etten-Leur verzoeken om het volgende in de (ontwerp)omgevingsvergunning mee te nemen:  Onderhavig advies gaat over de nu voorliggende mast langs de rijksweg (bij een tweede mast kan anders worden geoordeeld).  Volledigheidshalve wil ik de gemeente expliciet verzoeken om de eisen met betrekking tot de verkeersveiligheidseisen als randvoorden te laat opnemen in de omgevingsvergunning. o Geen bewegende beelden (waaronder knipperen, special effect, filmpjes en beeldwisselingen, zoals genoemd bij volgende bolletje) o Max. beeldwisseling o Max. lichtintensiteit o Hoek van het object o En dat de te tonen beelden voldoen aan afleidingscriterium 2 en 3 (bijv. niet lijkend op verkeersrelevantie informatie, niet aanstootgevend etc.).

In een gezamenlijk overleg tussen gemeente Etten-Leur, Rijkswaterstaat en Ocean bleek dat Rijkswaterstaat zich strak aan de landelijke richtlijnen wilde houden en niet wilde ingaan of er op onderhavige locatie wellicht andere omstandigheden van toepassing zouden kunnen zijn die zouden kunnen leiden tot een advies op maat. De wethouder heeft na verslag hiervan aangegeven dan maar een eigen koers te willen varen en de frequentie wel te verlagen naar 1x per 10 sec. maar niet mee te willen gaan in een verlaging tijdens de spits van 1x per 5min. Ocean heeft toegezegd een “verkeers-addendum” te maken die evt. als onderbouwing aan de aanvraag kan worden toegevoegd

BIJLAGE 4

Beantwoording zienswijze ontwerp omgevingsvergunning en ontwerp verklaring van geen bedenkingen ‘reclamemast A58’

INLEIDING De ontwerp omgevingsvergunning en ontwerp verklaring van geen bedenkingen (vvgb) voor reclamemast A58 hebben van 23 december 2021 gedurende 6 weken, tot en met 2 februari 2022, te inzage gelegen in het informatiecentrum in het stadskantoor. Daarnaast waren de genoemde stukken digitaal raadpleegbaar op www.etten-leur.nl. Gedurende de periode van ter inzage ligging kon iedereen mondeling of schriftelijk bij het college van burgemeester en wethouders (ontwerpbesluit omgevingsvergunning) en bij de gemeenteraad (ontwerpbesluit verklaring van geen bedenkingen) een zienswijze indienen. De bekendmaking heeft plaatsgevonden op 22 december 2021 in het weekblad Etten-Leurse Bode, het gemeenteblad, de gemeentelijke internetpagina en publicatiebord. De provincie Noord-Brabant, het waterschap Brabantse Delta en Rijkswaterstaat Zuid-Nederland zijn digitaal over de ter inzage ligging geïnformeerd. De gemeente Halderberge en de gemeente Rucphen zijn per brief geïnformeerd. Er is één zienswijzen ingediend (zienswijze 1). Daarnaast heeft de gemeente Halderberge laten weten geen aanleiding te zien om een zienswijze in te dienen (reactie 2). Zienswijze ingediend door

datum

ontvangen

gericht op

1. Rijkswaterstaat Zuid-

26/1/2022

26/1/2022 (email)

ontwerp omgevingsvergunning & ontwerp verklaring van geen bedenkingen

Overlegreactie 2. Gemeente Halderberge 26/1/2022

27/1/2022 (post)

ontwerp omgevingsvergunning & ontwerp verklaring van geen bedenkingen

Nederland

De zienswijze is tijdig ingekomen en wordt in de afweging van de besluitvorming over de ontwerp omgevingsvergunning en de ontwerp verklaring van geen bedenkingen betrokken. In dit document wordt de zienswijze samengevat weergegeven en beantwoord. Indien de zienswijze aanleiding geeft om de omgevingsvergunning (of een bijlage hiervan zoals de ruimtelijke onderbouwing), het voornemen of de verklaring van geen bedenkingen te wijzigen ten opzichte van de ontwerp omgevingsvergunning, het ter inzage gelegde voornemen of de ontwerp verklaring van geen bedenkingen, is dit in de conclusie aangegeven.

INHOUD ZIENSWIJZE EN BEANTWOORDING Zienswijze 1. Rijkswaterstaat Zuid-Nederland (26 januari 2022) Op 26 januari 2022 heeft Rijkswaterstaat Zuid-Nederland per email een zienswijze ingediend. De zienswijze is binnen de gestelde termijn ingediend en de zienswijze is gemotiveerd. Rijkswaterstaat is als verantwoordelijke voor het veilig en doelmatig gebruik van de naastgelegen snelweg A58 tevens belanghebbende. Er wordt daarom voldaan aan de vereisten om een zienswijze in behandeling te nemen.

Inhoud 1. Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor het veilig en doelmatig gebruik van auto(snel)wegen. Afleiding van de weggebruiker kan een veilig gebruik in de weg staan. De verkeersveiligheid komt in het geding als een object moeilijk te negeren is en/of de aandacht te lang vasthoudt. In dit kader verwijst Rijkswaterstaat naar de handreiking ‘Beoordeling van objecten langs autowegen en autosnelwegen’. Op basis van deze handreiking kunnen Rijkswaterstaat en andere vergunningverlenende overheden voor objecten langs auto(snel)wegen beoordelen in hoeverre de verkeersveiligheid in het geding is. Rijkswaterstaat is aan deze handreiking gehouden wanneer zij moeten beslissen op aanvragen om een vergunning op grond van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken. De handreiking kent de volgende criteria: a. Slagboomcriteria – waar altijd aan voldaan moet worden – bij afwijking hiervan neemt Rijkswaterstaat een afwijzend standpunt in: 1. afstand ten opzichte van de rijbaan minimaal 13 meter vanaf de kantstrookmarkering; 2. bewegende beelden op digitale billboards binnen turbulentiezone maar niet ter hoogte van blokmarkering: 1 per 10 sec buiten spits en 1 per 5 min tijdens spits; 3. verblinding door objecten; b. Afwegingscriteria – niet uitputtend en niet zwart-wit en het gewicht kan afhankelijk van de situatie variëren: 1.

een bord mag niet staan ter hoogte van een krappe horizontale boog of binnen turbulentieafstanden; 2. het object mag qua vormgeving en/of keur niet lijken op verkeersrelevante informatie; 3. objecten mogen de aandacht niet lang vasthouden. De zienswijze heeft betrekking op de volgende punten: a. In de ruimtelijke onderbouwing staan de criteria naast elkaar genoemd en is niet opgenomen dat aan de slagboomcriteria een zwaarder gewicht moet worden toegekend dan aan de afwegingscriteria. b. Op pagina 8 van de ruimtelijke onderbouwing staat dat de reclamemast geen belemmering vormt voor de verkeersveiligheid en dat de mast niet in strijd is met enig rijksbeleid. Dat is ten aanzien van de beeldwisselingen niet correct.

c. Omdat de reclamemast binnen de turbulentiezone wordt gerealiseerd is sprake van een rijtaakverzwarende omstandigheid wat gevolgen heeft voor het aantal beeldwisselingen dat kan worden toegestaan. Beeldwisselingen vallen onder de slagboomcriteria waar altijd aan voldaan moet worden. Verzocht wordt de beeldwisselingen in de te verlenen omgevingsvergunning te stellen op eens per 10 sec buiten spits en eens per 5 min tijdens spits. d. Dat een andere reclamemast langs de A27 te Breda ook binnen de turbulentiezone staat doet niet ter zake. Rijkswaterstaat is bij deze reclamemast niet om advies gevraagd. Ook doet niet ter zake of er ongevallen bekend zijn die een relatie hebben met de reclamemast. Het gaat om het risico dat gecreëerd wordt door de mast. e. In de ontwerp-omgevingsvergunning en de ruimtelijke onderbouwing valt niet op te maken welke omgevingszone voor de maximale toegestane oppervlakteluminantie wordt toegepast. Rijkswaterstaat is van mening dat de mast tot omgevingszone E2 behoort. De positie van de mogelijk gehinderde (de weggebruiker op de rijksweg) is hierbij maatgevend. De oppervlakteluminantie zou hierop moeten worden afgestemd. 2. Van de grondwal en het geluidscherm die vanuit het Meerjarenprogramma Geluidsanering op deze locatie worden aangelegd, is slechts de grondwal in de ruimtelijke onderbouwing benoemd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=6bc48945-55d1-4a32-b58b-bef5a8a209f3