Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
67/75
alle doelmatige en kosteneffectieve maatregelen om de resterende trillingshinder te reduceren zijn getroffen. De trillingsonderzoeken zijn beoordeeld door de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB). De OMWB komt tot de conclusie dat naar verwachting sprake zal zijn van een goed of aanvaardbaar woon- en leefklimaat binnen de te bouwen patiowoningen en appartementen. 4.12.3 Conclusie Met in achtname van voornoemde voorwaarden en bijbehorende maatregelen vormt het aspect trillingshinder geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.13 Bomen en groen 4.13.1 Normstelling en beleid Zoals beschreven in paragraaf 3.4.6 heeft de door de gemeenteraad vastgestelde Groenbeleidsnota als doelstellingen het beschermen en versterken van het openbaar groen in bestaand stedelijk gebied, evenals het versterken van de samenhang van het groen met oog voor landschappelijke, ecologische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische patronen. Het thema wonen in het groen is dan ook zoveel als mogelijk in het plan verankerd. 4.13.2 Toetsing 4.13.2.1 Bomen- en groeninspectie Aan het Jacobusbos heeft zeer lange tijd geen enkele vorm van onderhoud plaatsgevonden waardoor het bos achterstallig in onderhoud is en veel bomen in een (zeer) slechte onderhoudsstaat verkeren. In het kader van de beoogde ontwikkeling is er daarom een bomen- en groeninspectie uitgevoerd. Bijbehorend onderzoeksrapport is opgenomen als bijlage 21. Uit deze bomen- en groeninspectie komt naar voren dat veel bomen in een achterstallige of verwaarloosde conditie verkeren waardoor de toekomstverwachting in sommige gevallen zelfs nihil is. Tevens zijn er een aantal bomen aangetroffen die ziek zijn of inmiddels zelfs dood. Initiatiefnemer heeft als doel van het Jacobusbos, rondom de planontwikkeling, een kwalitatief goed bos te maken.
Op basis van de uitgevoerde boominspectie is beoordeeld welke bomen dienen te worden verwijderd omdat andere bomen dan meer kans krijgen om verder (kwalitatief) uit te groeien. Geadviseerd wordt voorafgaand aan de gebiedsontwikkeling de volgende aspecten te verrichten: Boom- en groenonderhoud, met te nemen maatregelen; Bomen effect analyse; Betrekken boomspecialist in het algehele proces. 4.13.2.2 Bomen Effect Analyse Op basis van de uitgevoerde bomen- en groeninspectie is een Bomen Effect Analyse (hierna: BEA) uitgevoerd. Bijbehorend rapport is opgenomen als bijlage 22.
68/75
In het projectgebied gaan diverse werkzaamheden plaatsvinden die (mogelijk) invloed hebben op de bomen en het overig groen. Per onderdeel worden randvoorwaarden voor ontwerp en boombescherming gegeven. Er worden indien mogelijk alternatieven geboden voor het behoud van de bomen en een verbetering van de conditie en toekomstverwachting. Op basis van de voorgenomen planontwikkeling en de veranderende toekomstverwachting zijn de effecten op de bomen inzichtelijk gemaakt en wordt een conclusie gegeven of de bomen in de nieuwe situatie ingepast kunnen worden. Het eindoordeel is weergegeven in de figuur 4.12 en tabel 4.7. Figuur 4.12 geeft de volledige inventarisatie weer in combinatie met de voorgenomen planontwikkeling. In deze figuur zijn de bomen weergegeven die inpasbaar zijn in het nieuwe ontwerp (groen afgebeeld) en de bomen die moeten wijken ten gevolge van het ontwerp, omdat ze in een slechte tot zeer slechte conditie verkeren of omdat aan de gestelde randvoorwaarden om ze te kunnen behouden niet kan worden voldaan (rood afgebeeld).
Figuur 4.12 Bomeninventarisatie (Bron: Atelier2Architecten) Tabel 4.7 Eindoordeel effecten
Niet duurzaam te behouden bomen, op basis van kwaliteit
69/75
Aan de hand van de bovengrondse beoordeling van de bomen is bepaald wat de conditie en de levensverwachting van de bomen is. Voor 9 bomen is de toekomstverwachting minder dan 10 jaar. Geadviseerd wordt om deze bomen gezien de beperkte toekomstverwachting niet in te passen in de nieuwe situatie. De bomen hebben een slechte tot matige conditie, waardoor deze bij geringe (wortel)schade onvoldoende zullen herstellen. Als bomen op basis van de bovengrondse kwaliteit niet kunnen worden ingepast, zijn deze bomen bij de inpasbaarheid gekenmerkt als: Nee, op basis van kwaliteit. Niet duurzaam te behouden bomen, op basis van het ontwerp en kwaliteit Op basis van het ontwerp kunnen 38 bomen met beperkte kwaliteit niet behouden blijven. Dit betreft 30 bomen waarvan de kwaliteit is aangemerkt als achterstallig en of verwaarloosd. Het is niet mogelijk het ontwerp aan te passen om deze te behouden. Daarnaast zijn er 8 bomen die in de BEA zijn aangeduid als mogelijk te behouden onder voorwaarden. Aan de gestelde voorwaarden kan echter onvoldoende worden voldaan in relatie tot de planontwikkeling. Daarbij tevens opgemerkt dat ook de kwaliteit van deze bomen achterstallig is.
Duurzaam te behouden bomen, onder randvoorwaarden Op basis van het ontwerp is er extra aandacht nodig tijdens de uitvoering ter plaatse van 13 bomen omdat er onomkeerbare schade optreedt door de uit te voeren werkzaamheden rond deze bomen, bijvoorbeeld door beschadiging van stabiliteitswortels of het verlies van wortelvolume. Deze bomen zijn van voldoende kwaliteit om te worden ingepast in het nieuwe ontwerp. Door gedane aanpassingen in het ontwerp kunnen deze bomen behouden blijven, onder de randvoorwaarden opgenomen in paragraaf 4.3 van de BEA. Deze bomen zijn bij de inpasbaarheid gekenmerkt als: Ja, onder randvoorwaarden. Duurzaam te behouden 50 bomen hebben een toekomstverwachting van meer dan 10 jaar en kunnen zonder aanpassing van het ontwerp behouden blijven, mits de randvoorwaarden in paragraaf 4.4 van de BEA worden opgevolgd. Deze bomen zijn bij de inpasbaarheid gekenmerkt als: Ja. Bij de uitvoering van werkzaamheden wordt rekening gehouden met randvoorwaarden ter voorkoming van schade aan de boom of het wortelgestel. 4.13.2.3 Beoogde situatie Figuur 4.13 geeft de beoogde eindsituatie waarbij in totaal 47 bomen worden gerooid en 8 nieuwe bomen zullen worden aangeplant.
70/75
Figuur 4.13 Beoogde eindsituatie bomen (Bron: Atelier2Architecten) Een groot gedeelte van de te rooien bomen bevindt zich in het westelijk gedeelte van het plangebied. Omdat in dit gedeelte van de nieuwe ontwikkeling de parkeerstructuur voor toekomstige bewoners is ondergebracht zal hier verdunning plaatsvinden ten opzichte van de huidige situatie. De nieuw aan te planten bomen zullen van het type Moeras eik zijn waarmee op termijn een mooi doorlopende nieuwe groenstructuur aan de Westzijde ontstaat. Hiermee wordt de groenstructuur hersteld en daarmee een kwalitatief hoogwaardige invulling gegeven aan het duurzaam behoud van het Jacobusbos. 4.13.3 Conclusie Het Jacobusbos verkeert als gevolg van een lange periode van zeer beperkt tot slecht onderhoud in een zeer matige tot vervallen conditie. Hierbij is de onderhoudstoestand van veel bomen sterk achterstallig tot verwaarloosd. Met de ontwikkeling van het project wordt het bos kwalitatief weer op niveau gebracht. Er zal onderhoud snoei plaatsvinden aan te behouden bomen en bomen die in een slechte conditie verkeren worden verwijderd om ruimte te geven aan exemplaren met een hoge levens- verwachting. Er worden nieuwe hoogwaardige bomen aangebracht op plaatsen waar hiervoor binnen de ontwikkeling ruimte is.
De door de gemeenteraad vastgestelde doelstellingen uit de Groenbeleidsnota waaronder het beschermen en versterken van het openbaar groen in bestaand stedelijk gebied evenals het versterken van de samenhang van het groen wordt in combinatie met de planontwikkeling ingevuld. Met inachtname van gestelde randvoorwaarden biedt het aspect groen en bomen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
71/75
4.14 Duurzaamheid 4.14.1 Normstelling en beleid Duurzaamheid gaat over de balans tussen mens, milieu en financiën en kan op verschillende niveaus worden bezien. Op het niveau van gebiedsontwikkeling gaat het naast technische maatregelen bij gebouwen om het functioneren van het gehele gebied. De kracht zit in het zoeken naar goede combinaties voor een specifieke locatie waardoor een prettige leefomgeving kan worden ontwikkeld. Bepaalde randvoorwaarden en/of de ruimtelijke omgeving van een plan kunnen kansen voor duurzaamheid opleveren. Duurzaam bouwen gaat dus verder dan alleen energie. Het gaat ook over duurzaam materiaalgebruik, comfort, binnenmilieu, bouwen voor de toekomst en slim bouwen. Duurzaam bouwen wordt vaak afgekort als 'dubo' en beoogt naast vermindering van de uitstoot van CO2 ook zaken als: bij te dragen aan het welzijn van gebruikers (kwaliteitsbevordering); uitputting van grondstoffen te verminderen; vervuiling van bodem, water en lucht tegen te gaan. Energieneutraal (BENG) Vanaf 1 januari 2020 moeten alle nieuwe gebouwen in Nederland bijna energieneutrale gebouwen (BENG) zijn. Dit vloeit voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese richtlijn EPBD.
De vastgestelde niveaus voor woningen gelden als volgt: Een maximaal energiebehoefte van 25 kWh/m2/jr gebruiksoppervlak; Een maximaal primair fossiel energiegebruik, eveneens in 25 kWh/m2/jr gebruiksoppervlak; Een minimaal aandeel hernieuwbare energie van 50%. Het voorgaande houdt concreet een EPC tussen 0 en 0,2 in. Aardgasvrij (Wet VET) In de Wet voortgang energietransitie (VET) is bepaald dat per 1 juli 2018 nieuw te bouwen bouwwerken niet meer aangesloten worden op het gasnet. In uitzonderlijke gevallen kan de gemeente, bij zwaarwegende redenen van algemeen belang, een ontheffing verlenen. De omgevingsvergunning voor nieuwe bouwwerken wordt afgekeurd als in de bouwaanvraag geen rekening is gehouden met aardgasvrij bouwen. Milieuprestatie Gebouwen (MPG) Voor nieuwbouwwoningen en nieuwe kantoorgebouwen die groter zijn dan 100 m² is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning een Milieuprestatie Gebouwen (MPG) verplicht. De MPG geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. Per 1 januari 2018 geldt voor de MPG een maximum schaduwprijs van 1,00 euro per m2 BVO per jaar. Voor een MPG berekening kan het instrument GPR Gebouw gebruikt worden. GPR Gebouw is opgebouwd uit vijf verschillende thema’s: energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Scores variëren van 0 t/m 10.
Het is gebruikelijk om uit te gaan van een gemiddelde GPR Gebouw score van 8. GPR Gebouw is een bruikbaar instrument om tot een duurzaam ontwerp te komen voor onder andere woningbouw.
72/75
4.14.2 Toetsing en conclusie Ten aanzien van duurzaamheid worden voor de beoogde woningen de volgende maatregelen toegepast: Aansluiten bij EPC ontwerpuitgangspunten vanuit het gemeentelijk beleid (en de strengere BENG normen); Aanleg van zonnepanelen; Compensatie waterbergingsopgave op eigen terrein; Geen aansluiting op gasnet; Toepassing van luchtwarmtepompen; Extra isolatie ten behoeve van de benodigde geluidwering van 26 dB om aan het vereiste binnenniveau van het Bouwbesluit te kunnen voldoen. Een standaard gevel heeft een geluidwering van 20 dB. Met de voorgaande maatregelen wordt invulling gegeven aan de geldende eisen ten aanzien van de EPC, de Wet VET en GPR Gebouw.
73/75
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Financiële aspecten
Naast de planologische haalbaarheid van de ontwikkeling zoals getoetst in voorgaande paragrafen, moet ook de financiële uitvoerbaarheid van de ontwikkeling aangetoond worden. In de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet opgenomen. Hierin is geregeld dat gemeenten de mogelijkheid krijgen om o.a. kosten van de planontwikkeling (procedure artikel 2.12 eerste lid onder a onder 3 Wabo) en mogelijke planschade te verhalen op grondeigenaren. In het kader hiervan wordt tussen initiatiefnemer en gemeente een anterieure overeenkomst gesloten. Gelet op het voorgaande kan gesteld worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.
5.2
Maatschappelijke aspecten en procedure
Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient inzicht te worden gegeven in de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. Het gaat daarbij zowel om de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de planvoorbereiding zijn betrokken. 5.2.1
Participatietraject
In het kader van de beoogde herontwikkeling, bekend onder de noemer 'Jacobusbos', heeft bij basisschool D'N OVERKANT op donderdagavond 12 januari 2023 een participatieavond plaatsgevonden. De genodigden, te weten direct omwonenden, belangstellenden, ondernemers en afgevaardigden vanuit de gemeenteraad en verenigingen, hebben hiervoor eind december 2022 per brief een uitnodiging ontvangen. De informatieavond is bezocht door circa 30 huishoudens/aanmelders (circa 45 personen). Over het algemeen stelden aanwezigen dat het straatbeeld zeer zeker op kan knappen ten opzichte van de bestaande situatie en een kwalitatieve impuls aan het gebied kan geven. Ook de beoogde doelgroepen, en het daarmee samenhangende dynamisch woonmilieu, is positief ontvangen. Tijdens de gesprekken zijn verschillende opmerkingen gemaakt die als aandachtspunten gezien kunnen worden. Het verslag van de participatieavond is opgenomen als bijlage 23. In het verslag wordt het plan nogmaals kort toegelicht en zijn de vragen en aanbevelingen opgenomen zoals deze op de avond zijn opgehaald. Op basis van de vragen en aanbevelingen is het plan aangepast en/of aangescherpt of wordt informatie meegenomen naar de verdere planuitwerking. Relevante informatie over het project wordt inzichtelijk gemaakt op de projectwebsite https://www.woneninhetjacobusbos.nl/.
5.2.2 Vooroverleg In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is de ruimtelijke onderbouwing toegestuurd naar de vaste overlegpartners. Dit zijn voor dit plan de Veiligheidsregio, provincie Noord-Brabant, Waterschap Brabantse Delta en ProRail.
74/75
Zoals beschreven in paragraaf 4.4 heeft de brandweer Midden- en West Brabant in januari 2023 aangegeven in te stemmen met de onderbouwing omtrent het aspect externe veiligheid. Het bijbehorend advies is als bijlage 6 aan deze ruimtelijke onderbouwing toegevoegd. Hierin wordt geadviseerd diverse (bouwkundige) maatregelen toe te passen. Het waterschap Brabantse Delta en Prorail hebben in maart 2023 een positief ambtelijk advies gegeven. Tevens hebben zij enkele aandachtspunten richting uitwerking van het plan geduid. Hierop is in de planvorming rekening mee gehouden. Daarnaast is het plan via het invullen van het e-formulier aangemeld bij de provincie Noord-Brabant. De provincie heeft aangegeven dat het ingevulde formulier geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen. 5.2.3 Procedure Gemeente Etten-Leur heeft aangegeven medewerking te willen verlenen in de vorm van een uitgebreide omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan (artikel 2.1, lid 1 onder c Wabo en artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo). Over de ontwerp verklaring van geen bedenkingen en ontwerp omgevingsvergunning kunnen zienswijzen worden ingediend.
75/75