Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
omgevingsvergunning
Edward Poppelaan 14 Etten-Leur
DATUM IMRO IDN
06-11-2023 NL.IMRO.0777.019OVEPOPPEL14-2001
PROJECT PROJECTLEIDER
Edward Poppelaan 14 ing. J.C.C.M. van Jole
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Het Jacobusbos Etten-Leur BV 20220672
AUTEUR
ing. H.A.Q. Maas
Inhoudsopgave
Ruimtelijke onderbouwing
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
1.1
Aanleiding en doel
6
1.2
Ligging projectgebied
7
1.3
Geldend bestemmingsplan
8
1.4
Leeswijzer
10
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
11
2.1
Huidige situatie
11
2.2
Toekomstige situatie
16
Beleidskader
24
3.1
Inleiding
24
3.2
Rijksbeleid
24
3.3
Provinciaal en regionaal beleid
27
3.4
Gemeentelijk beleid
30
Hoofdstuk 4
Milieu aspecten
36
4.1
Inleiding
36
4.2
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
36
4.3
Bedrijven en milieuzonering
37
4.4
Externe veiligheid
39
4.5
Kabels en leidingen
43
4.6
Archeologie en cultuurhistorie
43
4.7
Geluid
46
4.8
Bodem
48
4.9
Ecologie
50
4.10
Luchtkwaliteit
55
4.11
Water
58
4.12
Trillingen
65
4.13
Bomen en groen
68
4.14
Duurzaamheid
72
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
74
5.1
Financiële aspecten
74
Hoofdstuk 3
3/75
5.2
4/75
Maatschappelijke aspecten en procedure
74
Ruimtelijke onderbouwing
5/75
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
1.1.1 Algemeen Ontwikkelcombinatie 'Het Jacobusbos Etten-Leur BV' is voornemens een nieuw woonmilieu mogelijk te maken op de locatie aan Edward Poppelaan 14 te Etten-Leur. Uitgangspunt is om een woonmilieu toe te voegen met meerwaarde voor bewoners, maar ook voor de omgeving. Hierbij wordt ingezet op twaalf betaalbare appartementen voor starters en elf patiowoningen voor 55-plussers. In het kader hiervan heeft de initiatiefnemer in afstemming met de gemeente Etten-Leur een stedenbouwkundig plan ontwikkeld. Voor het projectgebied geldt het bestemmingsplan 'Spoorzone Noord', waarbij de gronden bestemd zijn als 'Maatschappelijk' en 'Groen'. Tevens zijn gedeeltelijk de dubbelbestemmingen 'Leiding – Gas' en 'Waarde – Archeologie 2' van toepassing en gelden enkele functie- en maatvoeringsaanduidingen. De beoogde ontwikkeling is in strijd met het geldend bestemmingsplan. De gemeente Etten-Leur heeft aangegeven medewerking voor de ontwikkeling te willen verlenen via een uitgebreide omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan (art. 2.1, lid 1 onder c Wabo en artikel 2.12 lid 1a onder 3 Wabo). Op 6 december 2022 heeft de gemeenteraad de startnotitie voor het project Edward Poppelaan 14 akkoord bevonden. Deze startnotitie is opgenomen als bijlage 1.
In deze startnotitie is het participatieproces voor de herontwikkeling van deze locatie met woningbouw geschetst en zijn ook de belangrijkste kaders aan de voorkant meegegeven. 1.1.2 Kaders voor herontwikkeling In navolging op de startnotitie is een raadsbrief over de kaders voor herontwikkeling opgesteld. De kaders zijn op hoofdlijnen gelijk gebleven aan hetgeen is genoemd in de startnotitie en op enkele onderdelen aangevuld. Met het oog op de planologische procedure is een verklaring van geen bedenkingen van de raad noodzakelijk. De volgende kaders zijn voorgesteld: Getalsmatig Maximaal 11 patiowoningen voor 55-plussers. Maximaal 12 appartementen voor starters met een maximale vrij op naam prijs van €270.000,-. Ruimtelijk De bouwhoogte bedraagt maximaal 7 meter. Parkeren vindt plaats binnen het projectgebied, waarbij wordt voldaan aan de parkeernormen op basis van de Notitie parkeernormen Etten-Leur. Uitgangspunt is het Jacobusbos rondom de planontwikkeling te behouden en te versterken. Het gedeelte van het projectgebied rondom de bestaande vijver blijft openbaar toegankelijk. Uitgangspunt is een goed leefklimaat in samenspraak met Prorail (aandacht voor afstand tot spoor, geluid, externe veiligheid en trillingen van het spoor).
6/75
Ontsluiting voor auto's, fietsers en voetgangers vindt plaats via de bestaande wegenstructuur van het gebied. Er wordt gasloos gebouwd en voldaan aan de eisen voor BENG. Gescheiden vuil en hemelwaterafvoer via gemeentelijk stelsel. Voldaan moet worden aan de uitgangspunten zoals genoemd in de Hemelwaterverordening Etten-Leur. De gemeenteraad is in de gelegenheid gesteld om aan te geven of behandeling van de kaders gewenst is. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De kaders worden daarmee geacht definitief te zijn. Ten behoeve van de omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan is voorliggende ruimtelijke onderbouwing opgesteld.
1.2
Ligging projectgebied
Het projectgebied ligt direct ten noorden van het NS-station van Etten-Leur, op loopafstand van het centrum. Het projectgebied wordt kadastraal aangeduid als ETN01-K-4490 en heeft een oppervlakte van 7.544 m2. De ligging en begrenzing is weergegeven in de figuren 1.1 en 1.2.
Figuur 1.1 Ligging projectgebied (Bron: Google Maps)
7/75
Figuur 1.2 Begrenzing projectgebied (Bron: Kadastrale kaart)
1.3
Geldend bestemmingsplan
Voor het projectgebied geldt het bestemmingsplan 'Spoorzone Noord' (vastgesteld op 1 oktober 2012 en onherroepelijk geworden op 7 december 2012), waarbij de gronden bestemd zijn als 'Maatschappelijk' en 'Groen'. Een uitsnede van de verbeelding is weergegeven in figuur 1.3. In het noorden van het projectgebied is een bouwvlak van toepassing en gelden tevens enkele functie- en maatvoeringsaanduidingen (figuur 1.4).
Figuur 1.3 Uitsnede geldend bestemmingsplan met aanduiding projectgebied (Bron: Ruimtelijkeplannen)
8/75
Figuur 1.4 Gedeelte projectgebied met bouwvlak en bijbehorende functie- en maatvoeringsaanduidingen (Bron: Ruimtelijkeplannen) In het zuidelijk gedeelte van het projectgebied geldt de dubbelbestemming 'Leiding – Gas', de figuur 'hartlijn leiding – gas' en de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone – spoor' (figuur 1.5). In het zuidoosten van het projectgebied geldt gedeeltelijk de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2' (figuur 1.6). De gronden met deze dubbelbestemmingen, figuur en gebiedsaanduiding zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor de instandhouding en bescherming van de (ondergrondse) infrastructuur en voorkomende waarden.
Figuur 1.5 Gedeelte projectgebied met de dubbelbestemming 'Leiding – Gas', de figuur 'hartlijn leiding – gas' en de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone – spoor' (Bron: Ruimtelijkeplannen)
9/75
Figuur 1.6 Gedeelte projectgebied met dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' (Bron: Ruimtelijkeplannen) Binnen de geldende bestemmingen is de realisatie van woningen niet toegestaan. Ten behoeve van de omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan is voorliggende ruimtelijke onderbouwing opgesteld en zijn de benodigde onderzoeken uitgevoerd.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige situatie in en rond het projectgebied en geeft inzicht in de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan de beleidskaders van het Rijk, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Etten-Leur. Hoofdstuk 4 omvat de toets aan de sectorale milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan op de uitvoerbaarheid van het initiatief en de procedure.
10/75
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
Het projectgebied (figuur 2.1) bevindt zich direct ten noorden van het NS-station van Etten-Leur en bestaat uit een woongebouw in een groene setting. Aan de oostzijde van het projectgebied bevindt zich een vijver met een klein bruggetje. Een aantal afbeeldingen van het projectgebied zijn weergegeven in de figuren 2.2 t/m 2.6.
Figuur 2.1 Situatietekening bestaande situatie (Bron: Atelier2Architecten)
11/75
Figuur 2.2 Woongebouw aan Edward Poppelaan 14
Figuur 2.3 Woongebouw gezien vanaf zuidzijde projectgebied
12/75
Figuur 2.4 Grasstrook die van noordwest naar zuidoost loopt
13/75
Figuur 2.5 Zicht op bosje in het oosten van het projectgebied
Figuur 2.6 Bestaande vijver met doorzicht richting NS-station Het NS-station van Etten-Leur ligt zoals beschreven ten zuiden van het projectgebied. Het bij het station
14/75
behorend parkeerterrein (figuur 2.7) is gesitueerd aan het Litouwenplein, direct ten oosten van het projectgebied. Het parkeerterrein is bereikbaar via Zonnestad en de Statenlaan/Concordialaan.
Figuur 2.7 Parkeerterrein aan het Litouwenplein, direct ten oosten van het projectgebied (Bron: Google Maps) Ten noordoosten van het projectgebied is begin 2023 de eerste fase van het herontwikkelingsproject 'Juvenaat' opgeleverd (figuur 2.8). De ontwikkeling bestaat uit 120 appartementen in diverse woningtypes en woonoppervlakten waarbij onder meer het voormalige internaatgebouw Edward Poppe is getransformeerd naar een woonfunctie.
Figuur 2.8 Herontwikkelingsproject 'Juvenaat' In de omgeving van het projectgebied (Don Boscolaan, Don Boscoplantsoen, Juvenaatlaan, Edward Poppelaan) komt verder overwegend een woon- en maatschappelijke functie voor. Aan het Don Boscoplantsoen, ten westen van het projectgebied, bevindt zich tevens een klein speelveldje met speeltoestellen en een wadi (figuur 2.9).
15/75
Figuur 2.9 Bestaande woningen aan het Don Boscoplantsoen (Bron: Google Maps) Ten noorden van het projectgebied bevindt zich basisschool D'n Overkant zoals weergegeven in figuur 2.10. Het speel- en parkeerterrein van deze school is geörienteerd op het zuiden.
Figuur 2.10 Basisschool D'n Overkant met bijbehorend parkeerterrein ten noorden van het projectgebied (Bron: Google Maps)
2.2
Toekomstige situatie
2.2.1 Programma en karakter Ontwikkelcombinatie 'Het Jacobusbos Etten-Leur BV' is voornemens een nieuw woonmilieu mogelijk te maken op de locatie aan Edward Poppelaan 14 te Etten-Leur. Met deze herontwikkeling zal de volledige herstructurering van het gebied rondom ‘Het Edward Poppe Internaat’ worden afgerond.
16/75
Als aanvulling op de gestapelde woningbouw van de locatie “Het Juvenaat” is gekozen voor een kleinschalig woningbouwprogramma. Uitgangspunt is om een woonmilieu toe te voegen met meerwaarde voor haar bewoners, maar ook voor de omgeving. Hierbij wordt ingezet op 12 betaalbare appartementen voor starters en 11 patiowoningen voor 55-plussers. De inrichtingstekening met daarbij enkele massa-impressies zijn weergegeven in de figuren 2.11 t/m 2.13.
Figuur 2.11 Inrichtingstekening beoogde ontwikkeling 'Het Jacobusbos' (Bron: Atelier2Architecten)
Figuur 2.12 Massa-impressie gezien vanaf het noorden (Bron: Atelier2Architecten)
17/75
Figuur 2.13 Massa-impressie gezien vanaf het oosten (Bron: Atelier2Architecten) Door de keuze voor een mix van doelgroepen, verwachte leeftijd bewoners patiowoningen 55+ en starterswoningen tussen 20 en 30 jaar, ontstaat er een dynamisch woonmilieu. Deze dynamiek tussen deze doelgroepen met als doel ‘omkijken naar elkaar’, zal worden gestimuleerd door delen van het terrein als gemeenschappelijk groen in te richten. Het gemeenschappelijk gebied zal in eigendom en beheer komen van een vereniging van eigenaren (VVE). De planlocatie is 7.544 m2 groot en heeft een groen karakter door de aanwezigheid van ‘Het Jacobusbos’. Het groene karakter van het gebied zal worden voortgezet in de herontwikkeling waarbij de nieuw te bouwen volumes worden ingepast in het landschap. Bij de ruimtelijke inpassing van het programma wordt enerzijds ingezet op de begeleiding van de bestaande stedelijke structuur en verkeerstromen langs ‘Het Juvenaat’. Anderzijds zijn de bouwblokken van de verschillende programma's dusdanig gepositioneerd dat er onderling een intiem karakter ontstaat. Verder zijn in de basis de posities van de bestaande opstallen aangehouden. Daarmee wordt ingezet op zoveel mogelijk behoud van de bestaande vegetatie, bomen en de vijver, kortom de kwaliteiten van ‘Het Jacobusbos’. Het parkeren wordt aan de westzijde van het projectgebied en bij de patiowoningen geconcentreerd.
Daarmee blijft het open en groene karakter van de rest van de locatie gewaarborgd. De nadere uitwerking van het aspect verkeer en parkeren volgt in paragraaf 2.2.3. De hoogte van de bouwblokken bedraagt maximaal 7 meter. De architectuur van de bouwblokken zal een moderne en vriendelijke uitstraling krijgen, voortbordurend op de architectuur van de nabije omgeving. Qua materialisering wordt zoveel mogelijk ingezet op het gebruik van materialen met een natuurlijke uitstraling (hout, gemêleerde stenen etc.), ter versterking van het groene karakter van het projectgebied. De figuren 2.14 t/m 2.17 tonen een aantal sfeerimpressies van de patio- en de starterswoningen.
18/75
Figuur 2.14 Sfeerimpressie patiowoningen gezien vanaf noordoostzijde projectgebied (Bron: Atelier2Architecten)
Figuur 2.15 Sfeerimpressie patiowoningen gezien vanaf noorzijde projectgebied (Bron: Atelier2Architecten)
19/75
Figuur 2.16 Sfeerimpressie Atelier2Architecten)
starterswoningen
gezien
vanaf
zuidwestzijde
projectgebied
(Bron:
Figuur 2.17 Sfeerimpressie Atelier2Architecten)
starterswoningen
gezien
vanaf
zuidoostzijde
projectgebied
(Bron:
2.2.2 Landschapsontwerp In figuur 2.18 zijn de ruimtelijk relevante kansen op gebied van landschapsinrichting weergegeven.
20/75
Figuur 2.18 Ruimtelijke kansen op het gebied van landschapsinrichting (Bron: IDVerde) Op basis van dezekansen, in combinatie met de aspecten uit de hoofdstukken 3 en 4 van deze ruimtelijke onderbouwing, is een voorlopig landschapsontwerpplan opgesteld, opgenomen als bijlage 2. Hierin worden ook de elementen die in het ontwerp terugkomen aangeduid en beschreven. Het voorlopig ontwerp is tevens opgenomen in figuur 2.19.
Figuur 2.19 Voorlopig ontwerp landschap (Bron: IDVerde)
21/75
2.2.3 Verkeer en parkeren Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen ontwikkeling. Wel dient in de ruimtelijke onderbouwing te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet mag leiden tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. 2.2.3.1 Ontsluiting Het projectgebied wordt ontsloten via de Zonnestad en de Juvenaatlaan. Het betreffen allemaal erftoegangswegen met een maximum snelheid van 30 km/u. Vanwege de schoolroute zijn beide wegen voorzien van een vrijliggend fietspad. Ten zuiden loopt de Zonnestad dood op het Litouwenplein, wat grenst aan het centraal station. Hier is bovendien parkeergelegenheid beschikbaar in de vorm van een P+R terrein. In noordelijke richting sluit de Zonnestad met een rotonde aan op de Concordialaan en Statenlaan. De westelijke tak van de Concordialaan en de Statenlaan maken onderdeel uit van het gebiedsontsluitingswegennet van Etten-Leur. De oostelijke tak van de Concordialaan is een erftoegangsweg met een maximum snelheid van 30 km/u. Al deze wegen zijn ook voorzien van een vrijliggend fietspad. Bovendien beschikken alle omliggende wegen over trottoirs voor voetgangers.
Ten noordwesten van het projectgebied kan langzaam verkeer tevens richting Hoevenseweg ontsluiten via Edward Poppelaan, Don Boscolaan en Don Boscoplein. 2.2.3.2 Verkeersgeneratie en -afwikkeling De verkeersgeneratie is berekend aan de hand van kencijfers van het CROW (publicatie 381). In de huidige situatie heeft het projectgebied een maatschappelijke functie met bijbehorende aanduiding 'wonen'. Voor dit woongebouw geldt een beperkte verkeersaantrekkende werking van 8,6 mvt/etmaal (categorie 'Koop, vrijstaand'). In de beoogde situatie komt deze verkeersgeneratie te vervallen, omdat het woongebouw verdwijnt. In de beoogde situatie wordt de verkeersgeneratie als het ware vervangen door het verkeer dat wordt veroorzaakt door de woningbouwontwikkeling. De verkeersgeneratie wordt berekend voor het beoogde programma van 12 woningen van het woningtype 'koop, etage goedkoop' en 11 woningen van het woningtype 'koop, tussen- of hoekwoning'. De verkeersgeneratie is weergegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1 Verkeersgeneratie toekomstige situatie Aantal Kencijfers CROW Weekdag Koop, etage goedkoop 12 5,3 63,6 Koop, tussen- of hoekwoning 11 7,5 82,5 Totaal 23 146,1
Werkdag 70,6 91,6 162,2
Voor het woonprogramma van in totaal 23 woningen betekent dit een verkeersgeneratie van 146,1 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. Omrekening naar een gemiddelde werkdag vindt plaats met de standaard factor 1,11 voor woonfuncties. Op een gemiddelde werkdag genereert de ontwikkeling 162,2 mvt/etmaal. Om de
22/75
verkeersafwikkeling te beoordelen is de afwikkeling in een spitsuur maatgevend, waarin doorgaans maximaal 10% van de etmaalintensiteit wordt afgewikkeld. In een gemiddeld spitsuur betekent dit een verkeersgeneratie van 16,22 mvt. Deze verkeersgeneratie is dusdanig beperkt dat het zal opgaan in de dagelijkse fluctuatie van het verkeer. Bovendien zou op deze verkeersgeneratie planologisch gezien de verkeersgeneratie van het bestaande woongebouw nog in mindering gebracht kunnen worden. 2.2.3.3 Parkeren In de basis moet worden voldaan aan de 'Parkeernormen Etten-Leur'. Dit is als zodanig ook opgenomen in de ruimtelijke kaders waarmee de gemeenteraad heeft ingestemd. Hierbij wordt uitgegaan van een ligging in 'Rest bebouwde kom'. Daarbij zou in de basis een parkeernorm van 1,5 voor de starterswoningen (categorie 'Koop, etage goedkoop) en 1,8 voor de patiowoningen (categorie 'Koop, tussen- of hoekwoning) gehanteerd moeten worden. In afstemming met de gemeente Etten-Leur kan, gezien de beoogde doelgroepen (starters en senioren) in combinatie met het openbaar vervoersknooppunt op zeer korte afstand, worden uitgegaan van een ietwat afwijkende (lagere) norm, namelijk 1,5 parkeerplaats voor de patiowoningen.
Aanvullende overwegingen hierbij zijn het groene karakter van het Jacobusbos niet verder aan te tasten en te verharden dan strikt noodzakelijk en het gebruik van openbaar vervoer te stimuleren. In de avonduren en in het weekend is er op korte afstand ook voldoende parkeergelegenheid nabij het station. Voor de starterswoningen wordt uitgegaan van de daarvoor geldende parkeernorm van 1,5 parkeerplaats per woning. De afgestemde parkeerbehoefte (inclusief aandeel bezoekersparkeren) voor de twaalf startersappartementen en elf patiowoningen is weergegeven in tabel 2.2. Tabel 2.2 Parkeerbehoefte toekomstige situatie Aantal Patiowoningen 11 Startersappartementen 12 Totaal 23
Norm (maximum) 1,5 1,5
Parkeerbehoefte 16,5 18 34,5
Het parkeren wordt, zoals weergegeven bij de figuren in paragraaf 2.2.1, aan de westzijde van het projectgebied en bij de patiowoningen geconcentreerd. In totaal worden binnen het projectgebied 35 parkeerplaatsen gerealiseerd, waarmee voldaan wordt aan de middels maatwerk bepaalde en afgestemde behoefte. Met deze beoogde parkeeruitwerking wordt het open, groene karakter en daarmee de verblijfskwaliteit binnen het projectgebied gewaarborgd.
23/75
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Inleiding
Door de verschillende overheden is beleid geformuleerd ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. Paragraaf 3.2 behandelt het rijksbeleid. Het provinciaal en regionaal beleid is opgenomen in paragraaf 3.3. Tot slot wordt in paragraaf 3.4 de beoogde ontwikkeling getoetst aan het gemeentelijk beleid.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Nationale omgevingsvisie (2020) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050? Als we alle wensen naast elkaar leggen, ontstaat het volgende beeld. We willen een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is.
Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten; dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin
24/75
meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voor dit project relevante nationale belangen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. Keuzes De belangrijkste keuzes zijn: Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit; Ruimte voor overgang naar een circulaire economie; Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden; Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen. Wonen is voor dit project het meest relevant. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Dit zal grote impact hebben op de ruimtelijke ordening. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets- en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad.
Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd. Toetsing Net zoals in grote delen van Nederland is er op dit moment in de regio en in de gemeente Etten-Leur sprake van een schaarste aan woningen, met als gevolg een overspannen woningmarkt. Er is behoefte aan nieuwe woningbouwlocaties, te beginnen in het bestaand bebouwd gebied. De locatie aan Edward Poppelaan 14 biedt hiervoor nadrukkelijk kansen en sluit daarom aan bij de doelen uit het rijksbeleid. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro is de juridische vertaling van het beleid dat geschetst is in de NOVI. Dit beleidsdocument bevat regels die doorwerken naar lagere overheden. Dit betekent dat de regels uit het Barro ook geïmplementeerd moeten worden in provinciale en gemeentelijke ruimtelijke plannen. Evenals de NOVI wordt het Barro gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau. Het Barro bevat regels voor bijvoorbeeld de mainportontwikkeling van Rotterdam, het kustfundament en defensie. Toetsing Op het projectgebied zijn geen voorwaarden van toepassing op basis van het Barro.
25/75
3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro) Zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt van de (rijks)overheid. Om dit principe beter te borgen is in 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6). Hieruit volgt dat alle ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, aandacht moeten besteden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. De grens van een stedelijke ontwikkeling ligt bij woningen op basis van jurisprudentie op circa 11-14 woningen. De ladder voor duurzame verstedelijking bestaat uit twee stappen: de eerste stap bestaat uit het aantonen van de behoefte voor de beoogde ontwikkeling. Voor de tweede stap wordt er in beginsel vanuit gegaan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dit nadrukkelijk gemotiveerd te worden in de ruimtelijke onderbouwing. Toetsing Uitgangspunt is het toevoegen van 12 startersappartementen en 11 patiowoningen voor 55-plussers. Door de keuze voor een mix van doelgroepen ontstaat er een dynamisch woonmilieu. Deze dynamiek tussen deze doelgroepen met als doel ‘omkijken naar elkaar’, zal worden gestimuleerd door delen van het terrein als gemeenschappelijk groen in te richten.
Voor de doelgroep 55-plussers geldt dat levensloopbestendige woningen worden gebouwd. De toevoeging van in totaal 23 woningen wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling die getoetst moet worden aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking. De beoogde functie is op dit moment niet toegestaan op basis van het geldende bestemmingsplan. Het projectgebied ligt binnen het 'bestaand stedelijk gebied' van Etten-Leur. Daarom wordt hierna de behoefte beschreven. Relevante woonregio Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling bepaalt tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De begrenzing van de regio is dus afhankelijk van wat als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. Voor wonen is dat de gemeente Etten-Leur, binnen de regio West Brabant. De regio West-Brabant is verder onderverdeeld in een drietal subregio's. De gemeente Etten-Leur valt onder de subregio Breda e.o.. De kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan de beoogde ontwikkeling blijkt uit diverse bronnen die hierna worden behandeld. Kwantitatieve behoefte Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant (2020) Voor het woningbouwprogramma van de gemeente Etten-Leur is de provinciale 'Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant (2020)' van de provincie Noord-Brabant richtinggevend.
Hierin wordt de kwantitatieve woningbehoefte geraamd op het toevoegen van 1.735 woningen in de periode tot en met 2030. De cijfers in figuur 3.1 zijn richtinggevend voor het maken van nieuwe regionale afspraken. Versnelling van de
26/75
woningbouw en (vervolgens) vasthouden van het bouwtempo is een belangrijke doelstelling van de Brabantse Agenda Wonen.
Figuur 3.1 Indicatie toename woningvoorraad gemeente Etten-Leur 2020-2040 (Bron: Provincie Noord-Brabant) Regionale afspraken De gemeente Etten-Leur heeft op 9 maart 2023 met gemeenten van de subregio's Breda en Hart van Brabant de landelijke Woondeal met minister De Jonge en de provincie ondertekend. Daarin ligt onder andere vast dat de minimale bouwopgave tot en met 2030 bestaat uit een netto toevoeging van 1.118 woningen. Het accent voor de nieuwbouw ligt bij plannen in het stedelijk gebied. Wat praktisch in ieder geval betekent dat alle plannen die al in 2022 onderdeel uitmaakten van het bouwprogramma zeker moeten worden gerealiseerd. Het plan Edward Poppelaan 14 maakt deel uit van dat programma. Kwalitatieve behoefte Regionaal woningmarktonderzoek 2022 Woningbehoeftenonderzoek van 2022 geeft in lijn met het actuele rijksbeleid en landelijke (prestatie)afspraken aan dat er een duidelijke opgave ligt voor diverse groepen doorstromers en (semi)starters. Dit vertaalt zich voor Etten-Leur nadrukkelijk in een urgentie voor het realiseren van huisvesting van ouderen en starters. Doelgroepenverordening gemeente Etten-Leur Op 11 juli 2022 heeft de gemeenteraad de eerste wijziging van de doelgroepenverordening vastgesteld. Er zijn door de gemeenteraad twee grenzen voor betaalbare koopwoningen in de gewijzigde doelgroepenverordening opgenomen.
De grens van €270.000,- is voor 'Betaalbaar laag' (en €355.000,- voor 'Betaalbaar hoog'). De twaalf starterswoningen vallen dus in de categorie 'Betaalbaar laag'. 3.2.4 Conclusie De beoogde ontwikkeling is aan te merken als een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. De woningbouwplannen zijn afgestemd op de provinciale en regionale behoeften. Daarmee past het initiatief binnen de kaders van de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.3
Provinciaal en regionaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant In de Omgevingsvisie Noord-Brabant (vastgesteld op 14 december 2018) is het provinciaal beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant op hoofdlijnen uiteengezet voor de periode tot 2050. Naast een beeld van het Noord-Brabant van nu is een beeld geschetst van het welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend Noord-Brabant van 2050. Hieruit zijn vier hoofdopgaven te onderscheiden die nauw met elkaar samenhangen: Werken aan de Brabantse energietransitie; Werken aan een klimaatproof Brabant;
27/75
Werken aan de slimme netwerkstad; Werken aan een concurrerende, duurzame economie. Samen met andere partijen zoals gemeenten en bedrijven wil de provincie uitvoering geven aan projecten die passen binnen deze opgaven. Van belang is dat het in de toekomst ook goed wonen, werken en verblijven blijft. Werken aan een goede omgevingskwaliteit zowel in de bebouwde als in de onbebouwde omgeving is het uitgangspunt. Toetsing In de stedelijke structuur streeft de provincie naar concentratie van verstedelijking, zorgvuldig ruimtegebruik, meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit, betere verknoping van stedelijke ontwikkelingen aan de infrastructuur, inspelen op demografische ontwikkelingen en versterking van economische clusters. Herbestemmen en herstructureren wordt gezien als het nieuwe bouwen: als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan de steden en dorpen van Brabant steeds vaker voor (omvangrijke) herbestemmings- en transformatieopgaven in hun bebouwde gebied. Hier liggen namelijk de kansen om de forse woningbouwopgave van circa 120.000 woningen in de komende tien jaar te realiseren. De beoogde ontwikkeling voorziet in de herstructurering van gronden ten behoeve van woningbouw op een binnenstedelijke locatie. Daarmee wordt ingespeeld op het streven naar concentratie van verstedelijking en zorgvuldig ruimtegebruik.
De provincie vindt het belangrijk dat er in Noord-Brabant verschil blijft tussen de steden en de kernen in het landelijk gebied. De provincie wil dat er verschillende kwaliteiten worden ontwikkeld voor wonen en werken rond de steden en in het landelijk gebied. Middels onderhavige ontwikkeling wordt een nieuw woonmilieu gerealiseerd met diverse woningtypologieën. Een dergelijk gebied bezit kwaliteiten die voornamelijk te vinden zijn in het stedelijk gebied. Etten-Leur kan worden aangemerkt als stad waarbij het als buurgemeente van Breda een rol vervult als gebied waar bovenlokale verstedelijkingsbehoefte wordt opgevangen. Gelet daarop is het logisch dat Etten-Leur uitbreidt in de kwantitatieve woonvoorraad. Dit draagt bij aan het onderscheid tussen steden en kernen in het landelijk gebied. 3.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Vanwege de Omgevingswet moet de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is beleidsneutraal van karakter.
Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de Omgevingsvisie Nood-Brabant. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. In hoofdstuk 3 van de omgevingsverordening zijn zogenaamde instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen in hun bestemmingsplannen. Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). Tevens zijn een aantal algemene basisprincipes opgenomen.
28/75
Het volgende artikel is relevant voor de beoogde ontwikkeling. Artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen 'stedelijk gebied' en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Toetsing Het projectgebied ligt binnen het 'stedelijk concentratiegebied' zoals gehanteerd binnen de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (figuur 3.2).
Binnen deze gebieden kan worden voorzien in de ruimte voor wonen, werken en andere voorzieningen om zo de verstedelijking zo veel mogelijk te bundelen met als hoofdregel dat een nieuwe stedelijking ontwikkeling plaats moet vinden binnen het bestaand stedelijk gebied. Binnen het stedelijk gebied liggen verschillende mogelijkheden voor inbreiding, herstructurering en intensief, meervoudig ruimtegebruik. Voorliggend woningbouwplan speelt in op deze mogelijkheden en is hiermee passend binnen de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant.
29/75
Figuur 3.2 Uitsnede Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Bron: Provincie Noord-Brabant) 3.3.3 Omgevingsverordening Noord-Brabant Op 11 maart 2022 hebben Provinciale Staten de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De verordening treedt gelijktijdig met de Omgevingswet in werking. De aanpassingen die zijn doorgevoerd in de Omgevingsverordening ten opzichte van de Interim omgevingsverordening zijn niet van invloed op de plannen voor woningbouw op de locatie Edward Poppelaan 14. 3.3.4 Regionale afspraken De gemeente Etten-Leur heeft op 9 maart 2023 met gemeenten van de subregio's Breda en Hart van Brabant de landelijke Woondeal met minister De Jonge en de provincie ondertekend. Daarin ligt onder andere vast dat de minimale bouwopgave tot en met 2030 bestaat uit een netto toevoeging van 1.118 woningen. Het accent voor de nieuwbouw ligt bij plannen in het stedelijk gebied. Wat praktisch in ieder geval betekent dat alle plannen die al in 2022 onderdeel uitmaakten van het bouwprogramma zeker moeten worden gerealiseerd. Het plan Edward Poppelaan 14 maakt deel uit van dat programma. 3.3.5 Conclusie De gewenste ontwikkeling is passend binnen het provinciaal en regionaal beleid.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Omgevingsvisie Etten-Leur doet het gewoon! De gemeente Etten-Leur heeft een Omgevingsvisie voor het grondgebied opgesteld. Daarmee legt de gemeenteraad zijn lange termijnambities en -doelstellingen voor de fysieke leefomgeving vast. De gemeenteraad heeft op 11 juli 2022 de Omgevingsvisie Etten-Leur doet het gewoon! vastgesteld.
30/75
In de Omgevingsvisie zijn vijf ambities geformuleerd. Deze ambities worden gebruikt als rode draad voor het bepalen van de koers van het beleid. Het gaat om de volgende ambities. Iedereen kan meedoen; Behoud en versterking (basis)kwaliteit leefomgeving; Zorg voor leefbaarheid en gezondheid; Bevorderen van een goede (ook digitale) bereikbaarheid; Duurzame economische ontwikkeling met haalbare en betaalbare doelen en oog voor innovatie. Buiten deze vijf ambities zijn er gebiedsvisies geformuleerd voor verschillende gebieden binnen de gemeente. De situering van het projectgebied binnen bestaand stedelijk gebied binnen een woonwijk (op loopafstand van het centrum) geeft aanleiding voor het toedelen van het gebied 'woongebieden' (figuur 3.3).
Figuur 3.3 Uitsnede kaart Omgevingsvisie Etten-Leur met aanduiding projectgebied (Bron: Gemeente Etten-Leur) Voor het gebied 'woongebieden' zijn acht speerpunten geformuleerd: Beschermen en behouden groen stedelijk karakter; Behoud, versterken en verduurzamen van de bestaande woningvoorraad; Verbreden woningaanbod in bestaande wijken; Wijk- en buurtwinkelcentra zijn plek voor ontmoeting; Onderwijs, spel, sport en andere maatschappelijke voorzieningen; Zorgvriendelijke wijken; Gezonde wijken met een goede omgevingskwaliteit; Uitbreiding van en ruimte voor nieuwe woongebieden. De omgevingsvisievisie formuleert tevens een aantal ambities, doelstellingen en uitgangspunten met betrekking tot milieu en duurzame ontwikkeling, geïntegreerd vanuit de voormalige Milieuvisie 2010 - 2020. Eén daarvan is de integratie van milieubeleid met ruimtelijk beleid. Het is voor iedere ruimtelijke ontwikkeling dus
31/75
van belang rekening te houden met bodem, water, flora en fauna, milieuzonering, geluidshinder, luchtkwaliteit, externe veiligheid en duurzaamheid. Toetsing De beoogde planontwikkeling behelst de toevoeging van in totaal 23 woningen in een inbreidingslocatie binnen bestaand stedelijk gebied en binnen de aanduiding woongebied. Hierbij wordt ingezet op twaalf betaalbare appartementen voor starters én elf patiowoningen voor 55-plussers. De beoogde woningen worden gerealiseerd conform de nieuwste duurzaamheidstandaarden te vinden in de BENG normen en worden zonder gasaansluiting gebouwd (zie ook paragraaf 4.14). Uitgangspunt voor de herinrichting van het projectgebied is een kwalitatief goed plan met een balans tussen verstening (bebouwing en verharding) en groen. Binnen het plangebied wordt voldaan aan de parkeernormen. Een toets aan de in de omgevingsvisie opgenomen milieuaspecten vindt plaats in hoofdstuk 4 van voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Op basis hiervan kan gesteld worden dat de beoogde ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie Etten-Leur. 3.4.2 Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middeldure huur gemeente Etten-Leur, inclusief eerste wijziging Onderdeel van de nieuwbouw voor de komende jaren is een programma sociale huur, middeldure huur en sociale koop.
Het programma wordt via bestemmingsplannen en exploitatieplannen of anterieure overeenkomsten vastgelegd. Op 12 november 2018 heeft de gemeenteraad de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middeldure huur gemeente Etten-Leur vastgesteld. Via de doelgroepenverordening is het mogelijk om in bestemmingsplannen voorwaarden rondom de realisatie van sociale woningbouw en middeldure huur te kunnen vastleggen. Zo is in artikel 4 van de verordening vastgelegd hoe de huurprijsgrenzen moeten worden bepaald en bevat artikel 5 instandhoudingstermijnen voor sociale huurwoningen, middeldure huurwoningen en sociale koopwoningen. Als onderdeel van (de toelichting op) de doelgroepenverordening is een beleidsnotitie toegevoegd. In deze notitie staan diverse relevante feiten, cijfers en beleidsmatige conclusies en aanbevelingen. Op 11 juli 2022 heeft de gemeenteraad de eerste wijziging van de doelgroepenverordening vastgesteld. Er zijn door de gemeenteraad twee grenzen voor betaalbare koopwoningen in de gewijzigde doelgroepenverordening opgenomen. De grens van € 270.000,- is voor 'Betaalbaar laag' (en € 355.000,- voor 'Betaalbaar hoog'). De twaalf starterswoningen vallen dus in de categorie 'Betaalbaar laag' en worden aangemerkt als sociale koopwoning.
Toetsing Voor deze ontwikkeling is bepaald dat er maximaal twaalf betaalbare koopwoningen met een maximale vraagprijs van € 270.000,- worden gerealiseerd. Voor sociale koopwoningen geldt een instandhoudingstermijn van 10 jaar na de eerste ingebruikname. Het aantal en de bijbehorende instandhoudingstermijn worden gekoppeld aan de vergunning voor deze ontwikkeling en zijn geregeld in de anterieure overeenkomst. Concluderend kan worden gesteld dat de beoogde ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de
32/75
doelgroepenverordening. 3.4.3 Beleidsvisie externe veiligheid Op 15 december 2008 heeft de gemeenteraad de beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. Deze visie bevat voor verschillende gebiedstypen de ambities en keuzes met betrekking tot het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Bij de opstelling van ruimtelijke plannen wordt rekening gehouden met deze ambities en uitgangspunten. Toetsing Het projectgebied valt conform de beleidsvisiekaart externe veiligheid binnen de transportas (figuur 3.4). Uitgangspunt binnen dit gebiedstype is dat bij een ontwikkeling geen overschrijding van de grenswaarde van het plaatsgebonden risico mag plaatsvinden. Een overschrijding van de richtwaarde is binnen de transportas acceptabel. Een toename van het groepsrisico is bij een ontwikkeling in beginsel acceptabel mits er een verantwoording van het groepsrisico met extra aandacht voor bereikbaarheid, bestrijdbaarheid, beheersbaarheid, zelfredzaamheid en resteffect plaatsvindt. Nieuwe kwetsbare objecten bestemd voor groepen minder zelfredzame mensen zijn niet toegestaan, tenzij de nut en noodzaak van de ontwikkeling sterker wegen dan de overige aspecten.
Figuur 3.4 Uitsnede gebiedsindelingen Beleidsvisie externe veiligheid (Bron: DHV) Het aspect externe veiligheid is nader verantwoord in paragraaf 4.4.
33/75
3.4.4 Verbreed Gemeentelijk rioleringsplan 2019-2023 Op 4 februari 2019 heeft de gemeenteraad het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023 vastgesteld. In dit nieuwe plan zijn het rioolbeleid en de maatregelen voor de komende planperiode vastgelegd en is tevens de financiële dekking geregeld voor nog te verrichten investeringen. Met dit rioleringsplan voldoet de gemeente aan haar wettelijke verplichting en geeft de gemeente invulling aan haar zorgplichten voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater, inzameling en verwerking van hemelwater en de zorgplicht voor grondwater. De gemeente heeft in de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in het rioolstelsel en dit is grotendeels technisch op orde. De komende jaren zal weer een deel van de riolering worden vervangen. Er wordt op een aantal locaties hemelwater afgekoppeld van het vuilwater en er vindt renovatie plaats van gemalen. Tot slot is er een beperkt budget gereserveerd voor klimaatadaptatie. Toetsing In paragraaf 4.11 wordt nader ingegaan op de waterhuishoudkundige aspecten van de beoogde ontwikkeling. 3.4.5 Hemelwaterverordening Etten-Leur De gemeenteraad van Etten-Leur heeft op 6 december 2022 de 'Hemelwaterverordening Etten-Leur' vastgesteld. Deze nieuwe verordening gaat in op het gemeentelijke beleid met betrekking tot de opvang en verwerking van hemelwater en vormt een aanvulling op het VGRP.
De Hemelwaterverordening is op 21 maart 2023 in werking getreden. Toetsing In paragraaf 4.11 wordt nader ingegaan op de waterhuishoudkundige aspecten van de beoogde ontwikkeling. 3.4.6 Groenbeleidsnota Op 3 december 2013 heeft de gemeenteraad de Groenbeleidsnota 2013-2018 vastgesteld. De Groenbeleidsnota heeft als doelstellingen het beschermen en versterken van het openbaar groen in bestaand stedelijk gebied evenals het versterken van de samenhang van het groen met oog voor landschappelijke, ecologische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische patronen. De nota dient als integraal beleidskader voor de stedelijke groenstructuur van de gemeente Etten-Leur, inclusief de randen tussen stedelijk gebied en buitengebied. De nota is in samenhang met andere beleidsterreinen een van de toetsingskaders voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Toetsing Zoals reeds in paragraaf 2.2 aangegeven, blijft de huidige groenstructuur binnen het projectgebied zoveel mogelijk behouden. Doel is de bestaande bomen daarbij te behouden. Uitgangspunt voor de herinrichting van het projectgebied is een kwalitatief goed plan met een balans tussen verstening (bebouwing en verharding) en groen, waarbij zoveel mogelijk gebouwd wordt op de plek waar geen bomen zijn gesitueerd. Het gebied is en blijft een groene uitstraling hebben en is op grond van de APV beschermd.
In paragraaf 4.13 van deze ruimtelijke onderbouwing wordt nader in gegaan op het aspect bomen en groen.
34/75
3.4.7 Welstandsnota Op 24 mei 2010 heeft de gemeenteraad de Welstandsnota 2010 vastgesteld. Eén van de doelen van de welstandsnota is het leveren van een bijdrage aan het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteiten van een omgeving. Deze kwaliteiten worden met name bepaald door de stedenbouwkundige opzet, de inrichting van het openbaar gebied en de architectonische vormgeving van de gebouwen en bouwwerken. De stedenbouwkundige opzet, waaronder de verkaveling en de toegestane bouwmassa’s worden begrepen, wordt vastgelegd in een bestemmingsplan. Bij de inrichting en materiaalkeuze van het openbaar gebied wordt rekening gehouden met de omgeving zodat er een harmonisch geheel ontstaat. Het architectonisch kwaliteitsniveau van de bebouwing, zowel op zichzelf als in relatie tot de omgeving, wordt geregeld in een welstandsnota. Toetsing Bij de verdere planuitwerking wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan de criteria van de welstandsnota. 3.4.8 Erfgoedverordening Etten-Leur 2018 In de 'Erfgoedverordening Etten-Leur 2018' (vastgesteld op 19 februari 2018) is onder andere vastgelegd op grond van en op welke wijze een gemeentelijk monument aangewezen kan worden en hoe de instandhoudingsplicht en bescherming geborgd is. Ook is hier een vergunningstelsel in opgenomen voor bescherming van monumenten.
Toetsing De bebouwing binnen het projectgebied is niet aangewezen als gemeentelijk- of rijksmonument. De beoogde ontwikkeling past binnen de kaders en randvoorwaarden van het gemeentelijk beleid. Voor een uitgebreide toets aan de aspecten archeologie en cultuurhistorie zie paragraaf 4.6. 3.4.9 Conclusie De beoogde ontwikkeling aan Edward Poppelaan 14 is in lijn met het gemeentelijk beleid.
35/75
Hoofdstuk 4 4.1
Milieu aspecten
Inleiding
Op grond van de Wet ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie dient de uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan te worden aangetoond en dient in het plan te worden onderbouwd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk zijn de sectorale aspecten beschreven die voor dit plan relevant zijn. De resultaten en conclusies van eventuele onderzoeken zijn per aspect opgenomen in de betreffende paragraaf.
4.2
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
4.2.1 Normstelling en beleid In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van de omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. Sinds 7 juli 2017 is een aanpassing van het Besluit m.e.r. in werking getreden met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Zo moet voor de ontwerpfase een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen milieueffectrapportage nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen.
4.2.2 Toetsing en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject mer-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit het mogelijk maken van maximaal 23 woningen in het projectgebied. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder deze drempelwaarden. Opgemerkt dient te worden dat voor activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, toch dient te worden nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Gelet op de kenmerken van het plan zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r., de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve
36/75
milieugevolgen optreden. Dit blijkt ook uit de onderzoeken van de verschillende milieuaspecten zoals deze in de volgende paragrafen zijn opgenomen. Voor deze ruimtelijke onderbouwing is dan ook geen mer-procedure of mer-beoordelingsprocedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenoemde 'aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling', welke als bijlage 3 is opgenomen bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Het college van burgemeester en wethouders heeft op basis hiervan op 17 oktober 2023 besloten: dat er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, zoals bedoeld in Bijlage III van de EU-richtlijn, en; dat geen milieueffectrapport hoeft te worden gemaakt. Dit besluit is opgenomen als bijlage 4.
4.3
Bedrijven en milieuzonering
4.3.1 Normstelling en beleid In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de ruimtelijke onderbouwing de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. 4.3.2 Toetsing In de beoogde situatie worden twaalf betaalbare appartementen voor starters en elf patiowoningen voor 55-plussers gerealiseerd. Hiermee wordt een milieugevoelige functie opgericht en moet worden getoetst aan de richtafstanden zoals vermeld in de VNG-brochure.
De directe omgeving van het projectgebied kenmerkt zich door diverse maatschappelijke en gemengde functies. Tevens grenst het projectgebied aan het spoor en het NS-station van Etten-Leur, waardoor de omgeving getypeerd kan worden als een 'gemengd gebied'. Ten noorden van het projectgebied bevindt zich basisschool D'n Overkant. Volgens de VNG-brochure valt dit onder milieucategorie 2 met een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. De kortste afstand van het projectgebied tot aan de school bedraagt circa 70 meter. De afstand tot de gevels van de nieuwe woningen is nog groter. Hiermee wordt aan de richtafstand voldaan. Ten zuiden van het projectgebied bevindt zich het NS-station van Etten-Leur. Een station valt volgens de VNG-brochure in milieucategorie 3.2 met een richtafstand van 50 meter in een gemengd gebied. Het
37/75
maatgevende aspect betreft geluid. Er wordt niet voldaan aan deze richtafstand aangezien de afstand tussen het station en de beoogde woningen kleiner is. In het kader van wegverkeer en het geluid van doorgaande treinen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Hier wordt nader op in gegaan in paragraaf 4.7 van voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Voor een station als dat van Etten-Leur is het geluid van doorgaande treinen maatgevend. Het aspect geluid ten aanzien van het station is hieraan ondergeschikt. Nadere aandacht op dit vlak is daarom niet noodzakelijk. Aan de Spoorlaan 129 bevindt zich een BP tankstation zonder LPG. Dit tankstation valt in milieucategorie 2 met een richtafstand van 10 meter in een gemend gebied. Er wordt voldaan aan deze richtafstand. Ten westen grenst het projectgebied conform het bestemmingsplan 'Spoorzone Noord' aan een maatschappelijke bestemming met daarbij de functieaanduiding 'wonen'.
Deze gronden zijn bestemd voor: educatieve voorzieningen en onderwijsvoorzieningen; peuterspeelzalen, kinder- en naschoolse opvang; sociaal-medische en (para)medische voorzieningen; sociaal-culturele voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbaar bestuur en openbare dienstverlening; religieuze en levensbeschouwelijke voorzieningen; zakelijke dienstverlening; ter plaatse van de aanduiding 'wonen' tevens voor woningen; nutsvoorzieningen; De bovengenoemde activiteiten vallen maximaal in milieucategorie 2 met een richtafstand van 10 meter. De afstand van de beoogde dichtstbijzijnde woninggevel tot de perceelgrens van dit terrein bedraagt circa 11 meter. Er wordt voldaan aan de richtafstand van 10 meter. De gronden ten westen van het projectgebied (figuur 4.1) hebben ook de bestemming maatschappelijk. Op deze gronden zijn functies tot en met milieucategorie 2 toegestaan. De afstand van de dichtstbijzijnde woninggevel tot de perceelgrens van dit terrein bedraagt circa 13 meter. Ook aan deze afstand wordt voldaan.
38/75
Figuur 4.1 Gronden ten westen van de beoogde ontwikkeling (Bron: Ruimtelijkeplannen) 4.3.3
Conclusie
Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.4
Externe veiligheid
4.4.1 Normstelling en beleid Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: Bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; Vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde wordt overschreden. Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Op basis van het Bevi geldt voor het PR een grenswaarde voor
39/75
kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij verlening van de omgevingsvergunning moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft. Het Bevi bevat geen norm voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied van de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het Bevt vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het Bevt en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar.
Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes waarbinnen beperkingen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gelden. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Voor het groepsrisico geldt op grond van het Bevt slechts een oriënterende waarde en alleen in bepaalde gevallen is het doen van een verantwoording van een toename van het GR verplicht. Besluit externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Op grond van het Bevb dient zowel bij consoliderende bestemmingsplannen als bij ontwikkelingen inzicht te worden gegeven in de afstand tot het PR en de hoogte van het GR als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen.
Beleidsvisie externe veiligheid Zoals beschreven in paragraaf 3.4.3 valt het projectgebied conform de beleidsvisiekaart externe veiligheid binnen de transportas. Uitgangspunt binnen dit gebiedstype is dat bij een ontwikkeling geen overschrijding van de grenswaarde van het plaatsgebonden risico mag plaatsvinden. Een overschrijding van de richtwaarde is binnen de transportas acceptabel. Een toename van het groepsrisico is bij een ontwikkeling in beginsel acceptabel mits er een verantwoording van het groepsrisico met extra aandacht voor bereikbaarheid, bestrijdbaarheid, beheersbaarheid, zelfredzaamheid en resteffect plaatsvindt.
40/75
4.4.2 Toetsing 4.4.2.1 Risicokaart Uit de informatie op de risicokaart (www.atlasleefomgeving.nl) blijkt dat de spoorlijn Roosendaal – Breda zich ten zuiden van het projectgebied bevindt waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt van onder andere de stofcategorie D4. Het invloedsgebied van dit spoor bedraagt 4 kilometer. Het projectgebied grenst aan deze spoorlijn, zie figuur 4.2. Omdat de afstand kleiner is dan 200 meter, is een berekening van het groepsrisico (QRA) uitgevoerd. Deze berekening is opgenomen in bijlage 5. Verder vindt er in de omgeving van het projectgebied geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de weg of door buisleidingen. Ook bevindt het projectgebied zich niet in het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen.
Figuur 4.2 Projectgebied ten opzichte van de spoorlijn Roosendaal - Breda (Bron: AVIV) 4.4.2.2 Resultaten QRA Uit het onderzoek kwam naar voren dat het groepsrisico in de huidige situatie 0,22 bedraagt t.o.v. de oriëntatiewaarde. De oriëntatiewaarde is standaard 1. In de toekomstige situatie zal het groepsrisico 0,23 zijn. Dit betekent dat het groepsrisico met minder dan 10% toeneemt ten opzichte van de huidige situatie en dat het groepsrisico zowel in de huidige als toekomstige situatie kleiner is dan de oriëntatiewaarde. Er geldt voor dit spoor geen plasbrandaandachtsgebied (PAG). Om deze redenen kan er daarom worden volstaan met een beknopte verantwoording waarin wordt ingegaan op de bestrijdbaarheid, bereikbaarheid en zelfredzaamheid. In het zuidelijk gedeelte van het projectgebied geldt zoals beschreven in paragraaf 1.3 een dubbelbestemming