Regels - voorgestelde wijzigingen nog door te voeren
Tekst van het document
3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Strijdig gebruik Naast het bepaalde in artikel 18 wordt onder strijdig gebruik in ieder geval verstaan: a. Uitbreiding en/of wijziging van een agrarisch bedrijf indien dit leidt tot een toename van de stikstofemissie vanuit de betreffende inrichting, tenzij sprake is van: 1. een bestaand gebruik zoals bedoeld in de Natuurbeschermingswet; 2. bestaande activiteiten die stikstofemissie veroorzaken en vergund zijn; 3. bestaande activiteiten waarvoor een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet is verleend; 4. een vereveningseffect, zoals bedoeld in artikel 1. b. Het in gebruik nemen van bebouwing als dierenverblijf, mest- en/ of voederopslag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch uitgesloten - dierenverblijven, mest- en voederopslag'.
20
ontwerpbestemmingsplan Schoenmakershoek-Noordoost
gemeente Etten-Leur
c. Het bedrijfsmatig houden van dieren anders dan melkvee en bijbehorend vrouwelijk jongvee. d. Het gebruik van bedrijfsgebouwen en bijgebouwen bij de bedrijfswoning als zelfstandige woning. e. Het gebruik van bedrijfsgebouwen en vrijstaande bijgebouwen bij de bedrijfswoning voor bewoning, al dan niet als afhankelijke woonruimte. f. Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van kamperen. g. Ondersteunende horeca bij informatieve en/of educatieve activiteiten. h. Het gebruik van gebouwen ten behoeve van de huisvesting van seizoenarbeiders. i. Het gebruik van gronden en bouwwerken buiten het bouwvlak ten behoeve van opslag. j. Het gebruik van gronden binnen het bouwvlak voor agrarische bedrijfsactiviteiten, anders dan agrarisch grondgebruik, indien binnen het bouwvlak sprake is van wonen als bedoeld in 3.4.3. k. Het aanleggen van verhardingen buiten het bouwvlak anders dan ten behoeve van: 1. veepaden; 2. toegangspaden tot gebouwen; 3. in- en uitritten. 3.4.2 Gebruiksregels voor de melkveehouderij Voor de melkveehouderij gelden de volgende regels: a. Het bedrijfsmatig houden van dieren anders dan melkvee en bijbehorend vrouwelijk jongvee is niet toegestaan. b. Binnen gebouwen mogen dieren - al dan niet in hokken - alleen op de grond gehouden worden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn. c.
Een gebruikswijziging van gebouwen die niet in gebruik zijn als dierenverblijf, gericht op het in gebruik nemen van deze gebouwen als dierenverblijf, is niet toegestaan. d. Een gebruikswijziging van gebouwen die niet in gebruik zijn als dierenverblijf voor het houden van geiten, gericht op het in gebruik nemen van deze gebouwen als dierenverblijf voor het houden van geiten, is niet toegestaan. e. Mestbewerking van ter plaatse geproduceerde mest is toegestaan als onderdeel van de bedrijfsvoering van de melkveehouderij. Mestbewerking van elders geproduceerde mest is niet toegestaan. 3.4.3 Gebruik ten behoeve van wonen Behalve ten behoeve van agrarisch gebruik, is gebruik van de bedrijfswoning, de overige bouwwerken en de bijbehorende gronden ten behoeve van wonen toegestaan, waarbij de volgende regels gelden: a. Het gebruik ten behoeve van wonen mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bouwvlak. b. Het gebruik ten behoeve van wonen mag uitsluitend plaatsvinden door de hoofdbewoner(s). c. Het gebruik ten behoeve van wonen mag uitsluitend plaatsvinden indien binnen het bouwvlak geen agrarische bedrijfsactiviteiten, anders dan agrarisch grondgebruik, plaatsvinden. d. Uitsluitend de bestaande bedrijfswoning mag gebruikt worden als woning, waarbij dit gebouw wordt aangemerkt als belangrijkste hoofdgebouw. e.
Behalve ten behoeve van agrarisch gebruik, mogen de overige bouwwerken uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van huishoudelijk gebruik verband houdend met wonen, waarbij de oppervlakte ten behoeve van dit gebruik niet meer mag bedragen dan 200 m2. 3.4.4 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – voorwaarde landschappelijke inpassing’ mogen uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van een grondgebonden teeltbedrijf en melkveehouderij, indien de landschappelijke inpassing is gerealiseerd, wordt beheerd en in stand wordt gehouden conform het beplantingsplan zoals opgenomen in bijlage 2 bij deze regels. 3.4.5 Voorwaardelijke verplichting sloop Het in gebruik nemen en houden van nieuwe bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - nieuwe bedrijfsgebouwen' is uitsluitend toegestaan indien de bedrijfsbebouwing, inclusief fundering en mestopslag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - te slopen bedrijfsgebouwen' binnen 4 maanden na de ingebruikname van de nieuwe bedrijfsgebouwen is gesloopt en alle restanten en sloopafval zijn verwijderd.
21
ontwerpbestemmingsplan Schoenmakershoek-Noordoost
gemeente Etten-Leur
3.4.6 Aan-huis-gebonden-beroep Het gebruik van een bedrijfswoning en/of een bijgebouw bij de bedrijfswoning ten behoeve van een aan-huis-gebonden-beroep is toegestaan, waarbij de volgende regels gelden: a. Het gebruik heeft een kleinschalig karakter en zal dat behouden en is naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming. b. Uitsluitend toegestaan zijn aan-huis-gebonden-beroepen die zijn opgenomen op de Lijst van aan-huis-gebonden-beroepen zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels. Indien in de lijst nadere voorwaarden zijn gesteld voor specifieke aan-huis-gebonden-beroepen, zijn deze aan-huis-gebonden-beroepen uitsluitend toegestaan indien wordt voldaan aan de nadere voorwaarden. c. De vloeroppervlakte die wordt gebruikt voor een aan-huis-gebonden-beroep bedraagt maximaal 50 m2. d. Het gebruik ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat diegene die de activiteit uitvoert tevens hoofdbewoner van de woning is en dat er ter plaatse geen personeel werkzaam is. e. Het betreft niet zodanige verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer, dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte. f. Er vindt geen uitoefening van detailhandel plaats, met uitzondering van ter plaatse vervaardigde producten. g.
Buitenopslag ten dienste van het aan-huis-gebonden-beroep is niet toegestaan. 3.4.7 Bed & breakfast Het gebruik van de bedrijfswoning ten behoeve van bed & breakfast is toegestaan, waarbij de volgende regels gelden: a. De exploitatie van de bed & breakfast wordt uitgeoefend door de hoofdbewoner van de woning. b. De woonfunctie van de woning blijft behouden. c. Per woning is sprake van maximaal 2 bed & breakfast kamers en maximaal 4 slaapplaatsen. d. De vloeroppervlakte aan logeereenheden en zelfstandige sanitaire voorzieningen mag niet meer bedragen dan 50 m². e. Parkeren geschiedt op eigen terrein. 3.4.8 Verbrede landbouw De volgende vormen van verbrede landbouw zijn als ondergeschikt, niet-zelfstandig onderdeel van de bedrijfsvoering toegestaan binnen het bouwvlak van agrarische bedrijven: a. Bewerken, afvoergereedmaken en verpakken van eigen agrarische producten geteeld op of in de directe omgeving van het bedrijf. b. Kleinschalige ambachtelijke verwerking van eigen agrarische producten, waarvan de totale oppervlakte niet meer mag bedragen dan 100 m². c. Huisverkoop, waarvan de totale verkoopvloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan 50 m². d. Informatieve en/of educatieve activiteiten.
3.4.9 Tijdelijke en overige teeltondersteunende voorzieningen Het gebruik van de gronden voor tijdelijke en overige teeltondersteunende voorzieningen voor zover deze geen bouwwerken zijn, is toegestaan, waarbij de volgende regels gelden: a. De hoogte mag niet meer bedragen dan 4 m. b. De plaatsing van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen vindt maximaal 6 maanden per kalenderjaar plaats. 3.4.10 Aanleggen van verhardingen Het aanleggen van verhardingen, met uitzondering van het aanleggen van verhardingen voor veepaden, toegangspaden tot gebouwen en in- en uitritten, is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - voeder- en watervoorzieningen'. 3.4.11 Aanleggen van aarden wallen ten behoeve van voeder- en watervoorzieningen a. Het aanleggen van aarden wallen ten behoeve van voeder- en watervoorzieningen is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - voederen watervoorzieningen'.
22
ontwerpbestemmingsplan Schoenmakershoek-Noordoost
gemeente Etten-Leur
b. De hoogte van aarden wallen ten behoeve van voeder- en watervoorzieningen mag niet meer bedragen dan 3 m.
3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Afwijken ten behoeve van ingebruikname gebouwen als dierenverblijf Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.4.2 onder c ten behoeve van het in gebruik nemen van gebouwen als dierenverblijf voor de melkveehouderij, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De ingebruikname van gebouwen als dierenverblijf is niet toegestaan indien dit leidt tot een toename van de stikstofemissie vanuit de betreffende inrichting, tenzij sprake is van een vereveningseffect, zoals bedoeld in artikel 1. b. Het in gebruik nemen van bebouwing als dierenverblijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch uitgesloten - dierenverblijven, mest- en voederopslag' is niet toegestaan. c. De ingebruikname van gebouwen als dierenverblijf dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling van het agrarisch bedrijf. Om te bepalen of hieraan wordt voldaan, kan het bevoegd gezag een advies van een ter zake deskundige verlangen. d. De ingebruikname van gebouwen als dierenverblijf voor het houden van geiten is niet toegestaan. e. De ingebruikname van gebouwen als dierenverblijf is uitsluitend toegestaan indien: 1.
maatregelen worden getroffen en in stand worden gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij; er is sprake van een zorgvuldige veehouderij indien wordt voldaan aan de nadere regels zorgvuldige veehouderij, zoals die regels luiden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag; 2. de ontwikkeling vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving inpasbaar is in de omgeving; 3. is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er - indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; 4. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij het initiatief.
3.5.2 Afwijken ten behoeve van het bewerken, afvoergereedmaken en verpakken van niet eigen dan wel elders geteelde agrarische producten Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1 voor het als ondergeschikte functie bij een volwaardig agrarisch bedrijf bewerken, afvoergereedmaken en verpakken van niet eigen dan wel elders geteelde agrarische producten, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Het bewerken, afvoergereedmaken en verpakken van niet eigen dan wel elders geteelde agrarische producten dient plaats te vinden binnen de toegestane totale oppervlakte aan bedrijfsgebouwen niet zijnde kassen. Hierbij wordt de oppervlakte van de (gezamenlijke) ruimte(n) voor het bewerken, afvoergereedmaken en verpakken van de eigen agrarische producten geteeld op of in de directe omgeving van het bedrijf en niet eigen dan wel elders geteelde agrarische producten afgestemd op de bedrijfsvoering. b. De niet eigen dan wel elders geteelde agrarische producten moeten dezelfde teelt betreffen als de eigen agrarische producten geteeld op of in de directe omgeving van het bedrijf en mogen het aandeel daarvan niet overtreffen. c.
Voor het bewerken, afvoergereedmaken en verpakken van niet eigen dan wel elders geteelde agrarische producten dient gebruik te worden gemaakt van dezelfde machines als voor het bewerken, afvoergereedmaken en verpakken van de eigen agrarische producten geteeld op of in de directe omgeving van het bedrijf. d. De agrarische functie op het perceel dient als hoofdfunctie aanwezig en herkenbaar te blijven. e. De activiteit mag niet leiden tot een zelfstandige bedrijfsactiviteit.
23
ontwerpbestemmingsplan Schoenmakershoek-Noordoost
gemeente Etten-Leur
f.
Om te bepalen of wordt voldaan aan het voorgaande, kan het bevoegd gezag een advies van een ter zake deskundige verlangen. g. Zodra de agrarische hoofdfunctie ter plaatse wordt gestaakt, dient ook het bewerken, afvoergereedmaken en verpakken van niet eigen dan wel elders geteelde agrarische producten te worden beëindigd. h. De afwijking mag geen onevenredige verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben en de infrastructuur van en naar het bedrijf moet geschikt zijn om de extra verkeersbewegingen te verwerken. i. De afwijking dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. j. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. 3.5.3 Afwijken ten behoeve van nevenfuncties en/of verbrede landbouw Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1 en 3.4.8 voor het gebruik van gronden en/of bebouwing ten behoeve van nevenfuncties en/of verbrede landbouw bij een agrarisch bedrijf, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Nevenfuncties en/of vormen van verbrede landbouw bij agrarische bedrijven zijn enkel toegestaan binnen het bouwvlak, tenzij het vormen van verbrede landbouw betreft die buiten het bouwvlak kunnen worden uitgeoefend en daar passend zijn, zoals boerengolf. b.
Nevenfuncties dienen binnen de bestaande bebouwing te worden gesitueerd, tenzij in de tabel in bijlage 3 is aangegeven dat nieuwbouw is toegestaan. In dat geval mag nieuw worden gebouwd ten dienste van de nevenfunctie. c. De agrarische functie op het perceel dient als hoofdfunctie aanwezig en herkenbaar te blijven en de nevenfunctie/vorm van verbrede landbouw moet in relatie tot het agrarisch bedrijf staan als een ondergeschikt, niet-zelfstandig onderdeel van de bedrijfsactiviteiten. In geval van statische binnenopslag dient er sprake te zijn van een volwaardig agrarisch bedrijf. d. De nevenfuncties en/of vormen van verbrede landbouw die kunnen worden toegestaan en de gebieden waar deze wel of niet zijn toegestaan, zijn opgenomen in de tabel in bijlage 3. e. De oppervlakte aan nevenfuncties en/of verbrede landbouw mag niet meer bedragen dan is aangegeven in de tabel in bijlage 3. Bij cumulatie van meerdere vormen van nevenfuncties mag de totale omvang aan nevenfuncties niet meer bedragen dan 400 m², waarbij alleen ten behoeve van statische binnenopslag maximaal 600 m² statische binnenopslag aan de toegestane 400 m² mag worden toegevoegd. f. Buitenopslag ten behoeve van nevenfuncties en/of verbrede landbouw is niet toegestaan. g. De nevenfunctie en/of verbrede landbouw dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. h.
De nevenfunctie en/of verbrede landbouw mag geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben. i. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. 3.5.4 Afwijken ten behoeve van kleinschalig kamperen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.4.1 onder f ten behoeve van kleinschalig kamperen bij een agrarisch bedrijf, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De omvang mag maximaal 25 toeristische standplaatsen bedragen. b. In beginsel dienen de standplaatsen binnen het bouwvlak te worden gesitueerd, dan wel in een zone van maximaal 50 m aansluitend aan het bouwvlak. Indien de standplaatsen buiten het bouwvlak worden gesitueerd, dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. c. Sanitaire en/of slechtweervoorzieningen zijn toegestaan in bestaande bebouwing tot een maximum van 250 m², waarvan maximaal 100 m² ondersteunende horeca. d. Kleinschalig kamperen is enkel toegestaan in de periode 15 maart tot en met 31 oktober. e. De agrarische functie op het perceel dient als hoofdfunctie aanwezig en herkenbaar te blijven.
3.5.5 Afwijken ten behoeve van ondersteunende horeca bij informatieve en/of educatieve activiteiten Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.4.1 onder g voor het gebruik van gronden en/of bebouwing ten behoeve van ondersteunende horeca bij informatieve en/of educatieve activiteiten bij een agrarisch bedrijf, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m². b. De agrarische functie op het perceel dient als hoofdfunctie aanwezig en herkenbaar te blijven.
24
ontwerpbestemmingsplan Schoenmakershoek-Noordoost
gemeente Etten-Leur
3.5.6 Afwijken ten behoeve van mantelzorg Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.4.1 onder e en toestaan dat een vrijstaand bijgebouw gebruikt wordt als afhankelijke woonruimte, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De afwijking is noodzakelijk ten behoeve van huisvesting in het kader van mantelzorg. b. Er is sprake van een zorgbehoefte welke tijdelijk van aard is. c. De zorgbehoefte is aangetoond door een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige. d. De oppervlakte voor afhankelijke woonruimte mag niet meer bedragen dan 100 m2. e. Zodra de zorgbehoefte niet meer aanwezig is dient het gebruik te worden beëindigd. f. Het gebruik als afhankelijke woonruimte mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en/of bedrijfsontwikkeling van omliggende agrarische en andere bedrijven. g. De afwijking dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat. 3.5.7 Afwijken ten behoeve van bed & breakfast in een vrijstaand bijgebouw Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.4.7 en toestaan dat een vrijstaand bijgebouw bij de bedrijfswoning gebruikt wordt als bed & breakfast, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De exploitatie van de bed & breakfast wordt uitgeoefend door de hoofdbewoner van de woning.
b. De woonfunctie van de woning blijft behouden. c. Per woning is in totaal sprake van maximaal 2 bed & breakfast kamers en maximaal 4 slaapplaatsen, inclusief kamers/slaapplaatsen in het hoofdgebouw en aangebouwde bijgebouwen. d. De totale vloeroppervlakte aan logeereenheden en zelfstandige sanitaire voorzieningen in het hoofdgebouw, aangebouwde bijgebouwen en vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 50 m². e. Parkeren geschiedt op eigen terrein. f. Het gebruik als bed & breakfast mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en/of bedrijfsontwikkeling van omliggende agrarische en andere bedrijven. g. De afwijking dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat. 3.5.8 Afwijken ten behoeve van huisvesting seizoenarbeiders in bestaande woning Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.4.1 onder h ten behoeve van de huisvesting van seizoenarbeiders in een bestaande woning, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De huisvesting vindt plaats in een bestaande woning, waarbij de gebruiksoppervlakte niet minder bedraagt dan 12 m² per seizoenarbeider. b. Er mogen niet meer dan 6 seizoenarbeiders per woning gehuisvest worden. c. Er mag geen sprake zijn van zelfstandige wooneenheden. d.
De huisvesting voldoet aan de normenset van de Stichting Normering Flexwonen of aan de normenset van het Agrarisch Keurmerk Flexwonen, zoals die normensets luiden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag, of heeft ten minste een daarmee vergelijkbare kwaliteit. 3.5.9 Afwijken ten behoeve van huisvesting seizoenarbeiders in bedrijfsgebouwen, woonunits of stacaravans Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.4.1 onder h ten behoeve van: a. De huisvesting van seizoenarbeiders in bedrijfsgebouwen, waarbij moet worden voldaan aan het bepaalde in 3.3.7. b. De huisvesting van seizoenarbeiders in woonunits of stacaravans, waarbij moet worden voldaan aan het bepaalde in 3.3.8. 3.5.10 Afwijken ten behoeve van verharding buiten bouwvlak Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.1 onder a, 3.4.1 onder k en 3.4.10 ten behoeve van de aanleg van verharding buiten het bouwvlak in de vorm van (rij)paden ten
25
ontwerpbestemmingsplan Schoenmakershoek-Noordoost
gemeente Etten-Leur
behoeve van de afvoer van kwetsbare producten van grondgebonden teeltbedrijven of paden ten behoeve van extensief recreatief medegebruik, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Afwijken voor de aanleg van (rij)paden ten behoeve van een grondgebonden teeltbedrijf is uitsluitend toegestaan indien de (rij)paden noodzakelijk zijn voor een zorgvuldige afvoer van kwetsbare producten, zoals zacht fruit of bloemen. b. Deze afwijkingsbevoegdheid mag niet worden gebruikt voor het aanleggen van verhardingen in de vorm van teeltondersteunende voorzieningen, waaronder containervelden. c. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast.
3.6 Wijzigingsbevoegdheid 3.6.1 Wijzigen ten behoeve van vormverandering bouwvlak Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de vormverandering van het bouwvlak, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De vormverandering dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling van het agrarisch bedrijf. Om te bepalen of hieraan wordt voldaan, kan het bevoegd gezag een advies van een ter zake deskundige verlangen. Vormverandering kan tevens worden toegestaan voor nevenfuncties en vormen van verbrede landbouw waarvoor in de tabel in bijlage 3 is aangegeven dat vormverandering en vergroting van het bouwvlak is toegestaan. b. De totale oppervlakte van het bouwvlak mag niet worden vergroot. c. De wijziging dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. d. Vormverandering is niet toegestaan indien dit leidt tot een toename van de stikstofemissie vanuit de betreffende inrichting, tenzij sprake is van: 1. een bestaand gebruik zoals bedoeld in de Natuurbeschermingswet; 2. bestaande activiteiten die stikstofemissie veroorzaken en vergund zijn; 3. bestaande activiteiten waarvoor een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet is verleend; 4. een vereveningseffect, zoals bedoeld in artikel 1. e.
Vormverandering van het bouwvlak van de melkveehouderij, die tot doel heeft om de bouw van dierenverblijven mogelijk te maken, is uitsluitend toegestaan indien: 1. maatregelen worden getroffen en in stand worden gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij; er is sprake van een zorgvuldige veehouderij indien wordt voldaan aan de nadere regels zorgvuldige veehouderij, zoals die regels luiden op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het wijzigingsplan; 2. de ontwikkeling vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving inpasbaar is in de omgeving; 3. is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er - indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; 4. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij het initiatief. f.
Indien de vormverandering leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van het landschap, dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Deze inspanning telt mee voor de invulling van het bepaalde onder g. g. Indien de vormverandering leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van het landschap, gaat de wijziging gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. Indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds.
26
ontwerpbestemmingsplan Schoenmakershoek-Noordoost
gemeente Etten-Leur
3.6.2 Wijzigen ten behoeve van vergroting bouwvlak van een grondgebonden teeltbedrijf Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de vergroting van het bouwvlak van een grondgebonden teeltbedrijf, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Vergroting van het bouwvlak is toegestaan tot een maximum van 2 ha voor een grondgebonden teeltbedrijf. b. De vergroting dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling van het agrarisch bedrijf. Om te bepalen of hieraan wordt voldaan, kan het bevoegd gezag een advies van een ter zake deskundige verlangen. Vergroting kan tevens worden toegestaan voor nevenfuncties en vormen van verbrede landbouw waarvoor in de tabel in bijlage 3 is aangegeven dat vormverandering en vergroting van het bouwvlak is toegestaan. c. De vergroting dient plaats te vinden aansluitend aan het bestaande bouwvlak. d. De wijziging dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. e. Er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Deze inspanning telt mee voor de invulling van het bepaalde onder f. f.
De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. Indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds. 3.6.3 Wijzigen ten behoeve van permanente teeltondersteunende voorzieningen, niet zijnde teeltondersteunende kassen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen door de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - permanente teeltondersteunende voorzieningen’ te wijzigen en/of toe te voegen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Het is niet mogelijk de permanente teeltondersteunende voorzieningen, niet zijnde teeltondersteunende kassen, binnen het bestaande bouwvlak en/of de bestaande aanduiding te realiseren. b. De situering dient plaats te vinden aansluitend aan het bouwvlak en/of de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - permanente teeltondersteunende voorzieningen'. Indien tussen het nieuwe aanduidingsvlak en het bouwvlak of het reeds aanwezige aanduidingsvlak een sloot, een onverharde weg en/of een houtsingel ligt, wordt dit ook als aansluitend beschouwd. c.
De oppervlakte van de aanduiding of aanduidingen mag per bouwvlak niet meer bedragen dan 8 ha. d. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4 m. e. De wijziging dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling van het agrarisch bedrijf. Om te bepalen of hieraan wordt voldaan, kan het bevoegd gezag een advies van een ter zake deskundige verlangen. f. Er dient te worden voorzien in een passende landschappelijke inpassing op basis van een door burgemeester en wethouders goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Deze inspanning telt mee voor de invulling van het bepaalde onder g. g. De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. Indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds.
3.6.4 Wijzigen ten behoeve van voeder- en watervoorzieningen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen door de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - voeder- en watervoorzieningen’ te wijzigen en/of toe te voegen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Het is niet mogelijk de voeder- en watervoorzieningen binnen het bestaande bouwvlak en/of de bestaande aanduiding te realiseren.
27
ontwerpbestemmingsplan Schoenmakershoek-Noordoost
gemeente Etten-Leur
b. Een wijziging ten behoeve van de toevoeging van voedervoorzieningen mag uitsluitend worden aangewend voor de grondgebonden melkveehouderij ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - melkveehouderij'. c. Een wijziging ten behoeve van de toevoeging van watervoorzieningen mag uitsluitend worden aangewend voor fruitteeltbedrijven, vollegrondstuinbouwbedrijven en boomteeltbedrijven. d. De situering dient plaats te vinden aansluitend aan het bouwvlak en/of de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - voeder- en watervoorzieningen'. e. De oppervlakte van de aanduiding of aanduidingen mag per bouwvlak niet meer bedragen dan 5.000 m². f. De (bouw)hoogte mag niet meer bedragen dan 3 m. g. Er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Deze inspanning telt mee voor de invulling van het bepaalde onder h. h. De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan.
Indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds. 3.6.5 Wijzigen ten behoeve van het verwijderen van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch melkveehouderij' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen in die zin dat de aangegeven aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - melkveehouderij’ wordt verwijderd, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De betreffende bedrijfsvoering is beëindigd en is omgeschakeld naar een grondgebonden teeltbedrijf. b. Het bouwvlak dient te worden afgestemd op de voorgenomen agrarische bedrijfsvoering, waarbij de resterende omvang maximaal 1,5 ha mag bedragen. 3.6.6 Wijzigen naar 'Wonen' en 'Tuin' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming ‘Wonen’ of ‘Wonen’ en ‘Tuin’, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Het agrarisch bedrijf ter plaatse is beëindigd en agrarisch hergebruik is redelijkerwijs niet te verwachten. b. Er mag geen sprake zijn van een verslechtering van het woon- en leefklimaat. c. De bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen agrarische en andere bedrijven mogen niet worden beperkt. d.
Het bouwvlak wordt verwijderd en de nieuwe bestemming ‘Wonen’ of ‘Wonen’ en ‘Tuin’ bevat de voormalige agrarische bedrijfswoning met bijhorende tuin, erf en verhardingen. e. Het bestemmingsvlak 'Wonen' wordt afgestemd op de nieuwe situatie, met dien verstande dat: 1. indien het bestemmingsvlak 'Wonen' groter is dan 1.500 m2, er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing; 2. indien het bestemmingsvlak 'Wonen' groter is dan 5.000 m2, er tevens dient te worden voorzien in een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan; indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds. f. Overtollige (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen moeten worden gesloopt, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. De sloop van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is niet toegestaan. 2. De oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 200 m2. 3.
Indien meer dan 200 m2 aan (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen aanwezig is, kan de sloop van deze bebouwing worden ingezet voor het vergroten van de oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen als genoemd onder 2 en/of voor het vergroten van de inhoud van het hoofdgebouw. 4. Indien de sloop wordt ingezet voor het vergroten van de oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:
28
ontwerpbestemmingsplan Schoenmakershoek-Noordoost
gemeente Etten-Leur
als op het perceel in de bestaande situatie minder dan 400 m2 aan bestaande, legaal opgerichte, (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen aanwezig is, geldt de bestaande oppervlakte van deze gebouwen en overkappingen als maximale oppervlakte die kan worden toegestaan; II. als op het perceel 400 m2 of meer aan bestaande, legaal opgerichte (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen aanwezig is, bedraagt de maximale oppervlakte die kan worden toegestaan 400 m2; III. indien bij toepassing van het bepaalde onder II sprake zou zijn van een situatie waarbij in redelijkheid niet kan worden verlangd dat een bestaand gebouw gedeeltelijk wordt gesloopt, of de gedeeltelijke sloop van dat gebouw zou tot een onaanvaardbare ruimtelijke situatie leiden, bedraagt de maximale oppervlakte die kan worden toegestaan 500 m2; IV. de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen mag ofwel behouden blijven ofwel nieuw gebouwd worden. 5. Indien de sloop (tevens) wordt ingezet voor het vergroten van de inhoud van het hoofdgebouw gelden de volgende regels: I. voor iedere 100 m2 te slopen bebouwing mag de inhoud van het hoofdgebouw worden vergroot met 50 m3 tot een maximale inhoud van 850 m3; II.
indien (een deel van de) te slopen bebouwing wordt ingezet voor vergroting van het hoofdgebouw, wordt de maximale oppervlakte voor bijgebouwen en overkappingen die kan worden toegestaan op grond van het bepaalde onder 4, teruggebracht met 5 m2 voor iedere 10 m3 waarmee het hoofdgebouw wordt vergroot. 6. Indien de bestaande oppervlakte aan cultuurhistorisch waardevolle (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen meer bedraagt dan kan worden toegestaan op grond van het bepaalde onder 4, geldt deze bestaande oppervlakte als maximum. 7. Alle overtollige bebouwing moet worden gesloopt, zodat de totale hoeveelheid bebouwing wordt teruggebracht tot hetgeen op grond van het bepaalde onder 4, 5 en/of 6 is toegelaten. g. Indien meer dan 200 m2 aan bijgebouwen en overkappingen wordt toegestaan, dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. h.
Indien meer dan 400 m2 aan bijgebouwen en overkappingen wordt toegestaan, dient tevens te worden voorzien in een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan; indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds. i. In de bestemming ‘Wonen’ kan statische binnenopslag worden toegestaan, mits de opslag geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg heeft en met dien verstande dat detailhandel en opslag ten behoeve van een bedrijf niet zijn toegestaan. I.
29
ontwerpbestemmingsplan Schoenmakershoek-Noordoost
gemeente Etten-Leur
Artikel 4 Agrarisch met waarden 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Agrarisch met waarden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. grondgebonden teeltbedrijven; b. agrarisch natuur- en/of landschapsbeheer; c. extensief recreatief medegebruik; d. behoud, versterking en/of ontwikkeling van de natuurwaarden en landschapswaarden in het algemeen en in het bijzonder voor het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone - groenblauwe mantel’ waarbij het bepaalde in 19 van toepassing is; alsmede voor bijbehorende: e. veepaden; f. toegangspaden tot gebouwen en in- en uitritten; g. groenvoorzieningen en/of kleinschalige landschapselementen; h. duikers, dammen en overkluizingen; i. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
4.2 Bouwregels Op en in deze gronden mag uitsluitend ten dienste van en noodzakelijk voor de in 4.1 bedoelde bestemmingsomschrijving worden gebouwd, waarbij uitsluitend het bepaalde in 4.2.1 en 4.2.2 gebouwd mag worden ten behoeve van een volwaardig agrarisch bedrijf en voorts voldaan moet worden aan de volgende regels: 4.2.1 Teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak Voor het bouwen van teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van tijdelijke en overige teeltondersteunende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 4 m. 4.2.2 Overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, buiten het bouwvlak Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, buiten het bouwvlak geldt de volgende regel: a. Er mogen uitsluitend erf- en terreinafscheidingen met een open constructie worden gebouwd, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,5 m.
4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Afwijken bouwregels bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, buiten het bouwvlak Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.2 onder a : a. Voor het bouwen van erf- en terreinafscheidingen met een open constructie met een bouwhoogte van maximaal 2 m, mits dit stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar is en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast.
4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Strijdig gebruik Naast het bepaalde in artikel 18 wordt onder strijdig gebruik in ieder geval verstaan: a. Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van kamperen. b. Ondersteunende horeca bij informatieve en/of educatieve activiteiten.
30
ontwerpbestemmingsplan Schoenmakershoek-Noordoost
gemeente Etten-Leur
c. Het gebruik van gronden en bouwwerken buiten het bouwvlak ten behoeve van opslag. d. Het aanleggen van verhardingen buiten het bouwvlak anders dan ten behoeve van: 1. veepaden; 2. toegangspaden tot gebouwen; 3. in- en uitritten. 4.4.2 Tijdelijke en overige teeltondersteunende voorzieningen Het gebruik van de gronden voor tijdelijke en overige teeltondersteunende voorzieningen voor zover deze geen bouwwerken zijn, is toegestaan, waarbij de volgende regels gelden: a. de hoogte mag niet meer bedragen dan 4 m; b. de plaatsing van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen vindt maximaal 6 maanden per kalenderjaar plaats. 4.4.3 Aanleggen van verhardingen Het aanleggen van verhardingen, met uitzondering van het aanleggen van verhardingen voor veepaden, toegangspaden tot gebouwen en in- en uitritten, is niet toegestaan.
4.5 Afwijken van de gebruiksregels 4.5.1 Afwijken ten behoeve van verharding buiten bouwvlak Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4.1 onder d en 4.4.3 ten behoeve van de aanleg van verharding buiten het bouwvlak in de vorm van (rij)paden ten behoeve van de afvoer van kwetsbare producten van grondgebonden teeltbedrijven of paden ten behoeve van extensief recreatief medegebruik, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Afwijken voor de aanleg van (rij)paden ten behoeve van een grondgebonden teeltbedrijf is uitsluitend toegestaan indien de (rij)paden noodzakelijk zijn voor een zorgvuldige afvoer van kwetsbare producten, zoals zacht fruit of bloemen. b. Deze afwijkingsbevoegdheid mag niet worden gebruikt voor het aanleggen van verhardingen in de vorm van teeltondersteunende voorzieningen, waaronder containervelden. c. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast.
31
ontwerpbestemmingsplan Schoenmakershoek-Noordoost
gemeente Etten-Leur
Artikel 5 Groen 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. plantsoen, bermen en overige openbare groenvoorzieningen; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. fiets- en voetpaden en overige openbare verhardingen; alsmede voor bijbehorende: d. geluidwerende voorzieningen; e. nutsvoorzieningen; f. speelvoorzieningen; g. straatmeubilair; h. kunstobjecten; i. andere voorzieningen ten dienste van de bestemming.
5.2 Bouwregels Binnen deze bestemming mogen bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: 5.2.1 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. er mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen voor het openbaar nut (nutsvoorzieningen) worden gebouwd; b. de oppervlakte per nutsgebouw of overkapping bedraagt maximaal 30,00 m²; c. de bouwhoogte bedraagt maximaal 4,00 m. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van kunstobjecten bedraagt maximaal 15,00 m; b. de bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen bedraagt maximaal 3,00 m; c. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 1,00 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, bedraagt maximaal 6,00 m.
5.3 Nadere eisen a. Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorgaande regels bij het verlenen van een omgevingsvergunning nadere eisen te stellen ten aanzien van de plaatsing en vormgeving van de bouwwerken. b. De regel in sub a mag slechts worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden onevenredig worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan of met het oog op de bereikbaarheid van bouwwerken in verband met calamiteiten alsmede de verkeersveiligheid.
5.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder: a. lid 5.2.1, voor de bouwhoogte van gebouwen en overkappingen tot een hoogte van maximaal 5,00 m; b. lid 5.2.2, voor de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen tot een hoogte van maximaal 2,00 m.
32
ontwerpbestemmingsplan Schoenmakershoek-Noordoost
gemeente Etten-Leur
Artikel 6 Groen - Houtsingel 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Groen - Houtsingel’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. houtwallen, houtopstanden en bosschages; b. behoud, versterking en/of ontwikkeling van de in lid a genoemde natuur- en landschapswaarden; alsmede voor bijbehorende: c. duikers, dammen en overkluizingen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
6.2 Bouwregels Op en in deze gronden mag niet worden gebouwd.
6.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.2 voor het bouwen van erf- en terreinafscheidingen met een open constructie, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarde: a. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 1,5 m.
6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. Het verwijderen van houtgewas en het vellen of rooien van houtopstanden alsmede het verwijderen van kleine natuurelementen zoals poelen, moerasjes en verwilderde terreintjes. b. Het verlagen, vergraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem waarbij het gaat om ingrepen die grond verzetten met hoogteverschillen van meer dan 0,40 m. c. Het aanbrengen of verbreden van onverharde paden. 6.4.2 Uitzonderingen Het in 6.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden welke: a. Het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn. b. Reeds in uitvoering zijn krachtens een verleende omgevingsvergunning, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan.
6.4.3 Toelaatbaarheid De in 6.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan worden verleend voor werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden die de natuur- en landschapswaarden niet in onevenredige mate aantasten, dan wel de mogelijkheden voor behoud, versterking en/of herstel van die waarden niet in onevenredige mate verkleinen. Alvorens te beslissen wint het bevoegd gezag advies in bij een deskundige op het gebied van natuur- en landschapswaarden.
33
ontwerpbestemmingsplan Schoenmakershoek-Noordoost
gemeente Etten-Leur
Artikel 7 Tuin 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen woningen; alsmede voor bijbehorende: b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. andere voorzieningen ten dienste van de bestemming.
7.2 Bouwregels Binnen deze bestemming mogen bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: 7.2.1 Algemeen Op en in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. 7.2.2 Aan- en uitbouwen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen gelden de volgende regels: a. bij iedere woning mogen aan- en uitbouwen worden opgericht in de vorm van erkers, tochtportalen of entreepartijen; b. de gezamenlijke oppervlakte bedraagt maximaal 6 m²; c. de bouwhoogte is maximaal 0,30 m boven de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning. 7.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m; b. de bouwhoogte van overig tuinmeubilair, pergola's, etc. mag niet meer bedragen dan 4 m.
7.3 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 7.1 van dit artikel, wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de gronden gelegen vóór de gevellijn van het hoofdgebouw (een aan- of uitbouw, bijgebouw of overkapping niet meegrekend) ten behoeve van het parkeren van motorvoertuigen. De gronden gelegen naast het hoofdgebouw worden niet meegerekend.
34
ontwerpbestemmingsplan Schoenmakershoek-Noordoost
gemeente Etten-Leur
Artikel 8 Verkeer 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten, paden en fietspaden; b. openbare parkeervoorzieningen; c. geluidwerende voorzieningen; alsmede voor bijbehorende: d. bruggen en viaducten; e. taluds en oevers; f. straatmeubilair; g. kunstobjecten, gedenktekens en religieuze objecten; h. nutsvoorzieningen; i. bermen, plantsoenen en andere groenvoorzieningen; j. duikers, dammen en overkluizingen; k. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; l. andere voorzieningen ten dienste van de bestemming.
8.2 Bouwregels Op en in deze gronden mag uitsluitend ten dienste van en noodzakelijk voor deze bestemming worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden: 8.2.1 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. er mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen voor het openbaar nut (nutsvoorzieningen) worden gebouwd; b. de oppervlakte per nutsgebouw of overkapping bedraagt maximaal 30 m²; c. de bouwhoogte bedraagt maximaal 4 m. 8.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van kunstobjecten bedraagt maximaal 15 m; b. de bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen bedraagt maximaal 3 m; c. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 1 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, bedraagt maximaal 6,00 m.
8.3 Nadere eisen a. Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorgaande regels bij het verlenen van een omgevingsvergunning nadere eisen te stellen ten aanzien van de plaatsing en vormgeving van gebouwen en andere bouwwerken. b. De regel in sub a. mag slechts worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden onevenredig worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan of met het oog op de bereikbaarheid van gebouwen, andere bouwwerken en gronden in verband met calamiteiten alsmede de verkeersveiligheid.
35
ontwerpbestemmingsplan Schoenmakershoek-Noordoost
gemeente Etten-Leur
Artikel 9 Verkeer - Verblijf 9.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Verkeer - Verblijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, woonstraten; b. fiets- en voetpaden; c. openbare parkeervoorzieningen; d. evenementen; e. openbare groenvoorzieningen; alsmede voor bijbehorende: f. speelvoorzieningen; g. bruggen en viaducten; h. taluds en oevers; i. straatmeubilair; j. kunstobjecten; k. nutsvoorzieningen; l. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. m. andere voorzieningen ten dienste van de bestemming.
9.2 Bouwregels Binnen deze bestemming mogen bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: 9.2.1 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. er mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen voor het openbaar nut (nutsvoorzieningen) worden gebouwd; b. de oppervlakte per nutsgebouw of overkapping bedraagt maximaal 30 m²; c. de bouwhoogte bedraagt maximaal 4 m. 9.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van kunstobjecten bedraagt maximaal 15 m; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 1 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, bedraagt maximaal 6 m.
9.3 Nadere eisen a. Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorgaande regels bij het verlenen van een omgevingsvergunning nadere eisen te stellen ten aanzien van de plaatsing en vormgeving van gebouwen en andere bouwwerken. b. De regel in sub a mag slechts worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden onevenredig worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan of met het oog op de bereikbaarheid van gebouwen, andere bouwwerken en gronden in verband met calamiteiten alsmede de verkeersveiligheid.
9.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder:
a. lid 9.2.1, voor de bouwhoogte van gebouwen en overkappingen tot een hoogte van maximaal 5 m; b. lid 9.2.2, voor de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen tot een hoogte van maximaal 2 m.
36
ontwerpbestemmingsplan Schoenmakershoek-Noordoost
gemeente Etten-Leur
Artikel 10 Water 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor ’Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterpartijen; b. (primaire) waterlopen zoals sloten, watergangen en singels; c. behoud, herstel en ontwikkeling van aanwezige natuurwaarden; d. behoud, herstel en ontwikkeling van aanwezige cultuurhistorische waarden; e. schouwstroken; f. taluds en oevers; g. bruggen; alsmede voor bijbehorende h. groenvoorzieningen; i. nutsvoorzieningen en kunstobjecten; j. duikers, dammen en overkluizingen; k. overige waterhuishoudkundige voorzieningen.
10.2 Bouwregels Op en in deze gronden mag uitsluitend ten dienste van en noodzakelijk voor deze bestemming worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden: 10.2.1 Gebouwen en overkappingen Op en in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. 10.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, geldt de volgende regel: a. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2 m.
10.3 Afwijken van de bouwregels 10.3.1 Afwijken bouwwerken geen gebouwen en overkappingen zijnde Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.2.2 onder a: a. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, tot een bouwhoogte van maximaal 4 m.
10.4 Wijzigingsbevoegdheid 10.4.1 Wijzigen naar 'Agrarisch' en / of 'Agrarisch met waarden' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming ‘Agrarisch’ en/of ‘Agrarisch met waarden’ met bijbehorende aanduidingen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. b. De wijziging leidt niet tot negatieve gevolgen voor de waterhuishouding. c. Het betrokken waterschapsbestuur is hieromtrent gehoord.
37
ontwerpbestemmingsplan Schoenmakershoek-Noordoost
gemeente Etten-Leur
Artikel 11 Wonen 11.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen met aan- en uitbouwen en bijgebouwen; alsmede voor bijbehorende: b. tuinen, en bijbehorende verhardingen; c. aan-huis-gebonden beroep; d. parkeren; e. andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. 11.2 Bouwregels Op en in deze gronden mag uitsluitend ten dienste van de in 11.1 bedoelde bestemmingsomschrijving worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden: 11.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - vrijstaande woning' is een vrijstaande woning toegestaan. b. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd; c. Het aantal woningen per bouwvlak bedraagt maximaal 1; d. De afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 5 m; e. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m; f. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m; g. De woningen dienen te worden afgedekt met een kap waarvan de dakhelling minimaal 12° en maximaal 50° bedraagt. 11.2.2 Bijgebouwen en overkappingen Voor het bouwen van bijgebouwen en overkappingen, gelden de volgende regels: a.
bijgebouwen en overkappingen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak dan wel op de gronden met de aanduiding 'erf' toegestaan, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten bijgebouwen' zijn geen bijgebouwen en overkappingen toegestaan; b. de maximale gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen bedraagt 50 m², met dien verstande dat maximaal 50% van de gronden met de aanduiding 'erf' mag worden bebouwd; c. in afwijking van het bepaalde onder b. mogen de ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp bestemmingsplan aanwezige bijgebouwen en overkappingen (voormalige agrarische bedrijfsgebouwen), waarvan de maximaal toelaatbare oppervlakte wordt overschreden, worden gehandhaafd en herbouwd op dezelfde locatie; d. in afwijking van het bepaalde onder b. mag bij elke woning een plantenkas met een maximale grondoppervlak van 40 m² worden gebouwd met dien verstande dat dat maximaal 50 % van de gronden met de aanduiding 'erf' mag worden bebouwd; e. de maximale goothoogte van bijgebouwen en overkappingen bedraagt 3 m; f. de maximale goothoogte van vrijstaande bijgebouwen bedraagt 3,25 m; g. de maximale dakhelling bedraagt 45°; h. de minimale afstand tot de zijdelings perceelgrens voor aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt bij vrijstaande woningen 3 m aan beide zijden.
11.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw niet meer mag bedragen dan 1 m.
38
ontwerpbestemmingsplan Schoenmakershoek-Noordoost
gemeente Etten-Leur
b. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2 m. 11.3 Afwijken van de bouwregels 11.3.1 Afwijken bijgebouwen en overkappingen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.2.2 voor: a. het bouwen van bijgebouwen en overkappingen tot een gezamenlijk oppervlak van maximaal 100 m² bij een bouwperceel van ten minste 1.000 m² en met dien verstande dat maximaal 50% van de gronden met de aanduiding 'erf' mag worden bebouwd; b. het bouwen van een plantenkas met oppervlak van maximaal 120 m² bij een bouwperceel van ten minste 5.000 m² en met dien verstande dat maximaal 50 % van de gronden met de aanduiding 'erf' mag worden bebouwd. 11.4 Specifieke gebruiksregels 11.4.1 Strijdig gebruik Naast het bepaalde in artikel 18 wordt onder strijdig gebruik in ieder geval verstaan: a. het gebruik van bijgebouwen en overkappingen als zelfstandige woning; b. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning, al dan niet als afhankelijke woonruimte. 11.4.2 Aan-huis-gebonden-beroep Het gebruik van het hoofdgebouw en/of een bijgebouw ten behoeve van een aan-huis-gebonden-beroep is toegestaan, waarbij de volgende regels gelden: a. Het gebruik heeft een kleinschalig karakter en zal dat behouden en is naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming. b.
Uitsluitend toegestaan zijn aan-huis-gebonden-beroepen die zijn opgenomen op de Lijst van aan-huis-gebonden-beroepen zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels. Indien in de lijst nadere voorwaarden zijn gesteld voor specifieke aan-huis-gebonden-beroepen, zijn deze aan-huis-gebonden-beroepen uitsluitend toegestaan indien wordt voldaan aan de nadere voorwaarden. c. De vloeroppervlakte die wordt gebruikt voor een aan-huis-gebonden-beroep bedraagt maximaal 50 m². d. Het gebruik ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat diegene die de activiteit uitvoert tevens hoofdbewoner van de woning is en dat er ter plaatse geen personeel werkzaam is. e. Het betreft niet zodanige verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer, dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte. f. Er vindt geen uitoefening van detailhandel plaats, met uitzondering van ter plaatse vervaardigde producten. g. Buitenopslag ten dienste van het aan-huis-gebonden-beroep is niet toegestaan. 11.5 Afwijken van de gebruiksregels 11.5.1 Afwijken ten behoeve van mantelzorg Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.4.1 onder b en toestaan dat een vrijstaand bijgebouw gebruikt wordt als afhankelijke woonruimte, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a.