CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels ontwerpbestemmingsplan.pdf

Raad besluit 24 januari 2022, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Vaststelling partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied50.722 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

Het betreft een bedrijf dat is opgenomen in categorie 1 of 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in bijlage 13 bij deze regels, dan wel een bedrijf dat naar aard en invloed op de omgeving gelijk is te stellen met deze bedrijven. b. Er is geen sprake van zodanige verkeersaantrekkende activiteiten dat die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer, dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte. 5.5.2 Afwijken tuincentrum Ter plaatse van de aanduiding ‘tuincentrum’ kan het bevoegd gezag bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.4.3 voor het opslaan en te koop aanbieden van vuurwerkartikelen voor niet meer dan 5% van het verkoopvloeroppervlak. 5.5.3 Afwijken ten behoeve van mantelzorg Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.4.1 onder e en toestaan dat een vrijstaand bijgebouw gebruikt wordt als afhankelijke woonruimte, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De afwijking is noodzakelijk ten behoeve van huisvesting in het kader van mantelzorg. b. Er is sprake van een zorgbehoefte welke tijdelijk van aard is. c. De zorgbehoefte is aangetoond door een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige adviesinstantie. d. De oppervlakte voor afhankelijke woonruimte mag niet meer bedragen dan 100 m2 80 m². e.

Zodra de zorgbehoefte niet meer aanwezig is dient het gebruik te worden beëindigd. f. Het gebruik als afhankelijke woonruimte mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en/of bedrijfsontwikkeling van omliggende agrarische en andere bedrijven. g. De afwijking dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat. 5.5.4 Afwijken ten behoeve van bed & breakfast in een vrijstaand bijgebouw Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.4.5 en toestaan dat een vrijstaand bijgebouw bij de bedrijfswoning gebruikt wordt als bed & breakfast, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De exploitatie van de bed & breakfast wordt uitgeoefend door de hoofdbewoner van de woning. b. De woonfunctie van de woning blijft behouden.

84

c.

Per woning is in totaal sprake van maximaal 2 bed & breakfast kamers en maximaal 4 slaapplaatsen, inclusief kamers/slaapplaatsen in het hoofdgebouw en aangebouwde bijgebouwen. d. De totale vloeroppervlakte aan logeereenheden en zelfstandige sanitaire voorzieningen in het hoofdgebouw, aangebouwde bijgebouwen en vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 50 m². e. Parkeren geschiedt op eigen terrein. f. Het gebruik als bed & breakfast mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en/of bedrijfsontwikkeling van omliggende agrarische en andere bedrijven. g. De afwijking dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.4.1 onder f ten behoeve van bed & breakfast, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Voorzieningen voor bed & breakfast zijn uitsluitend toegestaan binnen de bestaande woning. b. De exploitatie van de bed & breakfast wordt uitgeoefend door de hoofdbewoner van de woning. c. Per woning is sprake van niet meer dan 2 bed & breakfast kamers en maximaal 4 slaapplaatsen. d. De woonfunctie van de woning blijft behouden. e. De vloeroppervlakte aan logeereenheden en zelfstandige sanitaire voorzieningen mag niet meer bedragen dan 50 m². f.

De bed & breakfast-voorziening is vanuit milieuhygiënisch oogpunt inpasbaar in de omgeving. g. Parkeren geschiedt op eigen terrein. 5.6 Wijzigingsbevoegdheid 5.6.1 Wijzigen ten behoeve van vormverandering bouwvlak Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de vormverandering van het bouwvlak, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Wijziging is noodzakelijk in het kader van de bedrijfsvoering. b. De totale oppervlakte van het bouwvlak mag niet worden vergroot. c. Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen en de wijziging dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. d. Indien de vormverandering leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van het landschap, dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Deze inspanning telt mee voor de invulling van het bepaalde onder e. e. Indien de vormverandering leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van het landschap, gaat de wijziging gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan.

Indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds. 5.6.2 Wijzigen naar 'Wonen' en 'Tuin' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming ‘Wonen’ of ‘Wonen’ en ‘Tuin’, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De wijziging is niet toegestaan indien binnen het bestemmingsvlak de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' is opgenomen en er binnen het bestemmingsvlak nog geen legaal opgerichte bedrijfswoning (bedrijfs)woning aanwezig is. b. Het bestemmingsvlak en het bouwvlak worden verwijderd en de nieuwe bestemming 'Wonen' of 'Wonen' en 'Tuin' bevat de voormalige bedrijfswoning met bijhorende tuin, erf en verhardingen, waarbij het bestemmingsvlak voor ‘Wonen’ maximaal 1.500 m² mag bedragen. Gelijktijdig met deze wijziging vindt wijziging van de bestemming van de overige gronden plaats naar de aangrenzende bestemming ‘Agrarisch’ en/of ‘Agrarisch met waarden'. b. Er mag geen sprake zijn van een verslechtering van het woon- en leefklimaat. c. De bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen agrarische en andere bedrijven mogen niet worden beperkt.

85

d. Het bestemmingsvlak en het bouwvlak worden verwijderd en de nieuwe bestemming 'Wonen' of 'Wonen' en 'Tuin' bevat de voormalige bedrijfswoning met bijhorende tuin, erf en verhardingen. e. Het bestemmingsvlak 'Wonen' wordt afgestemd op de nieuwe situatie, met dien verstande dat: 1. indien het bestemmingsvlak 'Wonen' groter is dan 1.500 m2, er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing; 2. indien het bestemmingsvlak 'Wonen' groter is dan 5.000 m2, er tevens dient te worden voorzien in een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. f. Overtollige (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen moeten worden gesloopt, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. De sloop van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is niet toegestaan. 2. De oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 200 m2. 3.

Indien meer dan 200 m2 aan (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen aanwezig is, kan de sloop van deze bebouwing worden ingezet voor het vergroten van de oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen als genoemd onder 2 en/of voor het vergroten van de inhoud van het hoofdgebouw. 4. Indien de sloop wordt ingezet voor het vergroten van de oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: I. als op het perceel in de bestaande situatie minder dan 400 m2 aan bestaande, legaal opgerichte, (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen aanwezig is, geldt de bestaande oppervlakte van deze gebouwen en overkappingen als maximale oppervlakte die kan worden toegestaan; II. als op het perceel 400 m2 of meer aan bestaande, legaal opgerichte (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen aanwezig is, bedraagt de maximale oppervlakte die kan worden toegestaan 400 m2; III. indien bij toepassing van het bepaalde onder II sprake zou zijn van een situatie waarbij in redelijkheid niet kan worden verlangd dat een bestaand gebouw gedeeltelijk wordt gesloopt, of de gedeeltelijke sloop van dat gebouw zou tot een onaanvaardbare ruimtelijke situatie leiden, bedraagt de maximale oppervlakte die kan worden toegestaan 500 m2; IV.

de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen mag ofwel behouden blijven ofwel nieuw gebouwd worden. 5. Indien de sloop (tevens) wordt ingezet voor het vergroten van de inhoud van het hoofdgebouw gelden de volgende regels: I. voor iedere 100 m2 te slopen bebouwing mag de inhoud van het hoofdgebouw worden vergroot met 50 m3 tot een maximale inhoud van 850 m3; II. indien (een deel van de) te slopen bebouwing wordt ingezet voor vergroting van het hoofdgebouw, wordt de maximale oppervlakte voor bijgebouwen en overkappingen die kan worden toegestaan op grond van het bepaalde onder 4, teruggebracht met 5 m2 voor iedere 10 m3 waarmee het hoofdgebouw wordt vergroot. 6. Indien de bestaande oppervlakte aan cultuurhistorisch waardevolle (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen meer bedraagt dan kan worden toegestaan op grond van het bepaalde onder 4, geldt deze bestaande oppervlakte als maximum. 7. Alle overtollige bebouwing moet worden gesloopt, zodat de totale hoeveelheid bebouwing wordt teruggebracht tot hetgeen op grond van het bepaalde onder 4, 5 en/of 6 is toegelaten. g.

Indien meer dan 200 m2 aan bijgebouwen en overkappingen wordt toegestaan, dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. h. Indien meer dan 400 m2 aan bijgebouwen en overkappingen wordt toegestaan, dient tevens te worden voorzien in een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. i. De oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 100 m² waarbij overtollige (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen, een en ander met uitzondering van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, dienen te worden gesloopt, met dien verstande dat:

86

j.

i.

1. van de totale oppervlakte aan legaal opgerichte bebouwing mag voor elke 100 m² te slopen bebouwing de inhoud van de woning worden vergroot met 50 m³ tot een maximale inhoud van 850 m³ en/of 2. 25% van de totale, dan wel na toepassing van het bepaalde onder 1 resterende, te slopen oppervlakte aan legaal opgerichte bebouwing mag worden toegevoegd aan de toegestane oppervlakte van 100 m² aan bijgebouwen en overkappingen; 3. de maximaal berekende oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen mag ofwel behouden blijven ofwel nieuw gebouwd worden; 4. het totaal aan bijgebouwen en overkappingen mag, inclusief de aanwezige oppervlakte aan cultuurhistorisch waardevolle (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen, niet meer bedragen dan 250 m²; 5. indien de bestaande oppervlakte aan cultuurhistorisch waardevolle (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen reeds meer bedraagt dan 250 m², geldt deze oppervlakte als maximum; 6. bij de toepassing van het bepaalde onder 1 en 2 dient de te slopen bebouwing te worden uitgelegd als sloop van de totale bebouwing, met uitzondering van de woning.

Indien het te verwijderen bestemmingsvlak kleiner is dan 1 ha, gaat de wijiziging gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone, ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstel watersystemen’, worden niet belemmerd of aangetast.

87

Artikel 6 Bedrijf - Nuts 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Bedrijf - Nuts’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. voorzieningen voor het openbaar nut, zoals de energie-, warmte- en telecommunicatievoorziening; alsmede voor bijbehorende: b. paden, parkeervoorzieningen en overige verhardingen; c. groenvoorzieningen; d. duikers, dammen en overkluizingen; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 6.2 Bouwregels Op en in deze gronden mag uitsluitend ten dienste van en noodzakelijk voor de in lid 6.1 bedoelde bestemmingsomschrijving worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden: 6.2.1 Bedrijfsgebouwen en overkappingen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 4 m. b. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 m. 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. Er mogen uitsluitend erf- en terreinafscheidingen met een open constructie worden gebouwd, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2 m. b. De terreinafscheidingen dienen een open karakter te hebben.

88

Artikel 7 Bedrijf - Windturbine 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Bedrijf - Windturbine’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een windturbine met bijbehorende voorzieningen; alsmede voor bijbehorende: b. paden en toegangswegen, parkeervoorzieningen en overige verhardingen; c. groenvoorzieningen; d. duikers, dammen en overkluizingen; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 7.2 Bouwregels Op en in deze gronden mag uitsluitend ten dienste van en noodzakelijk voor de in lid 7.1 bedoelde bestemmingsomschrijving worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden: 7.2.1 Algemeen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. Het bestemmingsvlak mag volledig worden bebouwd. b. De oppervlakte van trafo's of inkoopstations mag per bestemmingsvlak niet meer bedragen dan 50 m². c. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m. d. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 m. 7.2.2 Windturbines Voor het bouwen van windturbines gelden de volgende regels: a. Per bestemmingsvlak mag niet meer dan één windturbine worden gebouwd. b. De bouwhoogte ashoogte van een windturbine (as) mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)'. c. De bouwhoogte tiphoogte van een windturbine (tip) mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'tiphoogte (m)'.

7.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. Er mogen uitsluitend erf- en terreinafscheidingen met een open constructie worden gebouwd, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2 m. b. De terreinafscheidingen dienen een open karakter te hebben. 7.3 Afwijken van de bouwregels 7.3.1 Afwijken bouwregels bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.2.3 onder a voor het bouwen van erf- en terreinafscheidingen met een open constructie met een bouwhoogte van maximaal 3 m. waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 m.

89

Artikel 8 Bos 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Bos’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. duurzame instandhouding van bosgebieden; b. behoud, versterking en/of ontwikkeling van de aan de bosgebieden eigen zijnde natuurwaarden en landschapswaarden in het algemeen en in het bijzonder voor: 1. aardkundig waardevolle gebieden, ter plaatse van de aanduiding ‘aardkundig waardevol’; 2. beekdal ter plaatse van de aanduiding ’beekdal’; 3. cultuurhistorisch waardevolle gebieden ter plaatse van de aanduiding ‘cultuurhistorisch vlak’; 4. het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden ter plaatse van de aanduiding ‘groenblauwe mantel’; 5. landschappelijke afwisseling ter plaatse van de aanduiding ‘landschappelijk afwisselend gebied’; 6. landschappelijke openheid ter plaatse van de aanduiding ‘landschappelijk open gebied’; 7. kwetsbare soorten ter plaatse van de aanduiding ‘leefgebied kwetsbare soorten’; 8. struweelvogels ter plaatse van de aanduiding ‘leefgebied struweelvogels’; 9. een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstel watersystemen’; 10.

een zoekgebied voor een ecologische verbindingszone ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’; waarbij voor b het bepaalde onder 1 tot en met b onder 10 het bepaalde in 36.7 van toepassing is; c. bosbouw; d. behoud en herstel van watersystemen; e. een materiaalberging uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bos materiaalberging'; alsmede voor bijbehorende: f. extensief recreatief medegebruik; g. onverharde paden ten behoeve van extensief recreatief medegebruik; h. duikers, dammen en overkluizingen; i. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 8.2 Bouwregels Op en in deze gronden mag uitsluitend ten dienste van de in lid 8.1 bedoelde bestemmingsomschrijving worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden: 8.2.1 Gebouwen en overkappingen Op en in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd, met uitzondering van een materiaalberging ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bos - materiaalberging', waarbij de volgende regels gelden: a. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 2,5 m. b. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4 m. 8.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde Op en in deze gronden mogen geen bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, worden gebouwd.

8.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2.2 voor het bouwen van erf- en terreinafscheidingen met een open constructie, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 1,5 m. b. De terreinafscheidingen dienen een open karakter te hebben.

90

8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. Het verwijderen van houtgewas en het vellen of rooien van houtopstanden alsmede het verwijderen van kleine natuurelementen zoals poelen, moerasjes en verwilderde terreintjes. b. Het verlagen, vergraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem waarbij het gaat om ingrepen die grond verzetten met hoogteverschillen van meer dan 0,40 m. c. Het aanbrengen, verbreden of verharden van paden ten behoeve van extensief recreatief medegebruik. 8.4.2 Uitzonderingen Het in 8.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden welke: a. Het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn. b. Reeds in uitvoering zijn krachtens een verleende omgevingsvergunning, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan.

8.4.3 Toelaatbaarheid De in 8.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan worden verleend voor werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden die de natuur- en landschapswaarden niet in onevenredige mate aantasten, dan wel de mogelijkheden voor behoud, versterking en/of herstel van die waarden niet in onevenredige mate verkleinen. Alvorens te beslissen wint het bevoegd gezag advies in bij een deskundige op het gebied van natuur- en landschapswaarden.

91

Artikel 9 Groen 9.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bermen, plantsoenen en andere groenvoorzieningen; b. waterkeringen, kades en dijken; c. een voorziening ten behoeve van waterberging ter plaatse van de aanduiding ‘waterberging’; alsmede voor bijbehorende: d. onverharde paden; e. extensief recreatief medegebruik; f. straatmeubilair; g. kunstobjecten, gedenktekens en religieuze objecten; h. nutsvoorzieningen; i. duikers, dammen en overkluizingen; j. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 9.2 Bouwregels Op en in deze gronden mag uitsluitend ten dienste van de in 9.1 bedoelde bestemmingsomschrijving worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden: 9.2.1 Gebouwen en overkappingen Op en in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. 9.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m. b. De erf- en terreinafscheidingen dienen een open constructie karakter te hebben. c.

Overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mogen uitsluitend betreffen eenvoudige, kleinschalige voorzieningen in de vorm van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, ten behoeve van het beheer en/of extensief recreatief medegebruik, waarbij de volgende regels gelden: 1. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 5 m²; 2. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 2 m.

92

Artikel 10 Groen - Houtsingel 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Groen - Houtsingel’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. houtwallen, houtopstanden en bosschages; b. behoud, versterking en/of ontwikkeling van de in lid a genoemde natuur- en landschapswaarden; alsmede voor bijbehorende: c. duikers, dammen en overkluizingen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 10.2 Bouwregels Op en in deze gronden mag niet worden gebouwd. 10.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.2 voor het bouwen van erf- en terreinafscheidingen met een open constructie, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 1,5 m. b. De terreinafscheidingen dienen een open karakter te hebben. 10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.4.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. Het verwijderen van houtgewas en het vellen of rooien van houtopstanden alsmede het verwijderen van kleine natuurelementen zoals poelen, moerasjes en verwilderde terreintjes. b.

Het verlagen, vergraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem waarbij het gaat om ingrepen die grond verzetten met hoogteverschillen van meer dan 0,40 m. c. Het aanbrengen of verbreden van onverharde paden. 10.4.2 Uitzonderingen Het in 10.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden welke: a. Het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn. b. Reeds in uitvoering zijn krachtens een verleende omgevingsvergunning, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan. 10.4.3 Toelaatbaarheid De in 10.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan worden verleend voor werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden die de natuur- en landschapswaarden niet in onevenredige mate aantasten, dan wel de mogelijkheden voor behoud, versterking en/of herstel van die waarden niet in onevenredige mate verkleinen. Alvorens te beslissen wint het bevoegd gezag advies in bij een deskundige op het gebied van natuur- en landschapswaarden.

93

10.5 Wijzigingsbevoegdheid 10.5.1 Wijzigen ten behoeve van verplaatsen houtsingel Ten behoeve van de vormverandering en/of uitbreiding van een bouwvlak van een agrarisch bedrijf waarbij een bestaande houtsingel moet worden verplaatst, zijn burgemeester en wethouders bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen in die zin dat de bestemming ‘Groen - Houtsingel’ ter plaatse van de bestaande locatie van de houtsingel wijzigt in de bestemming 'Agrarisch' en/of ‘Agrarisch met waarden’ onder gelijktijdige wijziging van de bestemming 'Agrarisch' en/of ‘Agrarisch met waarden’ ter plaatse van de nieuwe locatie van de houtsingel in de bestemming ‘Groen - Houtsingel’, een en ander met bijbehorende aanduidingen, waarbij de verplaatsing van de houtsingel plaatsvindt conform een door burgemeester en wethouders goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de houtsingel en de omvang van de houtsingel minimaal gelijk moet blijven.

94

Artikel 11 Horeca 11.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Horeca’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. horecabedrijven; b. tevens kamerverhuur ter plaatse van de aanduiding 'kamerverhuur'; c. wonen in een bedrijfswoning ten behoeve van het bedrijf, met dien verstande dat per bouwvlak maximaal één bedrijfswoning is toegestaan; d. terras, tuin, erf en terrein; e. extensief recreatief medegebruik; f. aan-huis-gebonden-beroepen; g. bed & breakfast; alsmede voor bijbehorende: h. paden, parkeervoorzieningen en overige verhardingen; i. groenvoorzieningen; j. duikers, dammen en overkluizingen; k. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 11.2 Bouwregels Op en in deze gronden mag uitsluitend ten dienste van en noodzakelijk voor de in 11.1 bedoelde bestemmingsomschrijving worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden: 11.2.1 Algemeen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. Gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. b. Per bestemmingsvlak is bebouwing ten behoeve van niet meer dan één bedrijf toegestaan. c. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, met dien verstande dat de afstand van gebouwen en overkappingen tot de perceelsgrenzen met derden niet minder mag bedragen dan 5 m. 11.2.2 Bedrijfsgebouwen en overkappingen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a.

De goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m. b. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m. c. De dakhelling van bedrijfsgebouwen mag niet minder bedragen dan 12° en niet meer dan 50°. 11.2.3 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. Het aantal bedrijfswoningen per bouwvlak mag niet meer bedragen dan één. b. Vervangende nieuwbouw, met uitzondering van herbouw, van bedrijfswoningen is niet toegestaan. c. De inhoud van het hoofdgebouw de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m3. De ondergrondse bebouwing en de bijgebouwen worden wordt niet meegerekend voor het bepalen van de inhoud. d. De goothoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 6 m. e. De bouwhoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 10 m. f. De dakhelling van het hoofdgebouw mag niet minder bedragen dan 12° en niet meer dan 50°. 11.2.4 Bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen Voor het bouwen van bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. De gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 200 m2. 100 m².

95

b. Bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend worden gebouwd op een afstand van ten minste 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw, met dien verstande dat, indien deze afstand in de bestaande situatie minder dan 1 meter bedraagt, de bestaande afstand als minimale afstand geldt. c. De goothoogte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 3,25 m. d. De bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 5,5 m. e. De dakhelling van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 50° 45°. 11.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd. b. De bouwhoogte van erf-, terras- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór (het verlengde van) de voorgevel van de gebouwen niet meer mag bedragen dan 1 m. c. De bouwhoogte van hekwerken ten behoeve van paardenbakken mag niet meer bedragen dan 1,5 m. d. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.

11.3 Afwijken van de bouwregels 11.3.1 Afwijken algemene bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.2.1 onder c: a. Voor het bouwen op een afstand minder dan 5 m van dan wel op de perceelsgrenzen met derden, mits de gebouwen en overkappingen worden opgericht op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning dan wel, indien geen bedrijfswoning aanwezig of toegestaan is, op een afstand van ten minste 3 m achter de voorste grens van het bouwvlak, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. het bouwen dient stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar te zijn; 2. de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad. b. Voor het bouwen op een afstand minder dan 5 m van dan wel op de perceelsgrenzen met derden in geval van herbouw, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. het bouwen dient stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar te zijn; 2. de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad. 11.3.2 Afwijken vervangende nieuwbouw bedrijfswoning Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.2.3 onder b voor vervangende nieuwbouw van een bedrijfswoning, al dan niet op dezelfde locatie, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Vervangende nieuwbouw dient plaats te vinden binnen het bouwvlak.

b. De afstand van het hoofdgebouw de bedrijfswoning tot de as van de openbare weg dient minimaal 15 m te bedragen. Deze afstand mag minder bedragen, mits: 1. de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt geschaad; 2. er geen sprake is van een verslechtering van het woon- en leefklimaat. c. De bouw van de bedrijfswoning mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en/of bedrijfsontwikkeling van omliggende agrarische en andere bedrijven. d. De afwijking dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat. e. De afwijking dient stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar te zijn. 11.3.3 Afwijken ten behoeve van een tijdelijke woonunit voor mantelzorg Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.2.4 onder a voor de plaatsing van een tijdelijke woonunit, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De woonunit is noodzakelijk ten behoeve van huisvesting in het kader van mantelzorg. b. Er is sprake van een zorgbehoefte welke tijdelijk van aard is.

96

c. d. e. f.

De zorgbehoefte is aangetoond door een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige adviesinstantie. De oppervlakte van de woonunit mag niet meer bedragen dan 100 m2 80 m². De bouwhoogte van de woonunit mag niet meer bedragen dan 3,25 m. De woonunit dient minimaal 1 m 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw de woning te worden geplaatst. g. De woonunit mag ook vrij van de woning geplaatst worden. g. Zodra de zorgbehoefte niet meer aanwezig is dient de woonunit te worden verwijderd. h. De plaatsing van de woonunit mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en/of bedrijfsontwikkeling van omliggende agrarische en andere bedrijven. i. De afwijking dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat. 11.3.4 Afwijken situering bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.2.4 onder b voor het bouwen van een bijgebouw of overkapping op een afstand van minder dan 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw, of voor het bouwen van een bijgebouw of overkapping vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Het bouwen dient stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar te zijn. b.

De belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad. 11.3.5 Afwijken bouwregels bouwwerken geen gebouwen en overkappingen zijnde Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde: a. In 11.2.5 onder b voor het bouwen van erf-, terras- en terreinafscheidingen met een bouwhoogte van maximaal 2 m vóór (het verlengde van) de voorgevel van de gebouwen, mits dit stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar is en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast. b. In 11.2.5 onder d voor het bouwen van kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen zoals speeltuinen en midgetgolfbanen waarbij de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 6 m. 11.4 Specifieke gebruiksregels 11.4.1 Strijdig gebruik Naast het bepaalde in artikel 35 wordt onder strijdig gebruik in ieder geval verstaan: a. Het gebruik van bedrijfs- bedrijfsgebouwen en bijgebouwen bij de bedrijfswoning als zelfstandige woning. b. Het gebruik van bedrijfs- bedrijfsgebouwen en vrijstaande bijgebouwen bij de bedrijfswoning als afhankelijke woonruimte. 11.4.2 Kamerverhuur Ter plaatse van de aanduiding 'kamerverhuur' is verhuur van maximaal 6 kamers toegestaan. 11.4.3 Aan-huis-gebonden-beroep Het gebruik van een bedrijfswoning en/of een bijgebouw bij de bedrijfswoning ten behoeve van een aan-huis-gebonden-beroep is toegestaan, waarbij de volgende regels gelden: a.

Het gebruik heeft een kleinschalig karakter en zal dat behouden en is naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming. b. Uitsluitend toegestaan zijn aan-huis-gebonden-beroepen die zijn opgenomen op de Lijst met aan-huis-gebonden-beroepen zoals opgenomen in bijlage 12 bij deze regels. Indien in de lijst nadere voorwaarden zijn gesteld voor specifieke aan-huis-gebonden-beroepen, zijn deze aan-huis-gebonden-beroepen uitsluitend toegestaan indien wordt voldaan aan de nadere voorwaarden. c. De vloeroppervlakte die wordt gebruikt voor een aan-huis-gebonden-beroep bedraagt maximaal 50 m2. De daarvoor te benutten ruimte in de bedrijfswoning beslaat maximaal 33% van het gebruiksoppervlak van de bedrijfswoning, of maximaal 50 m² van de bijgebouwen. d. Het gebruik ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat diegene die de activiteit in de woning of in een bijgebouw uitvoert tevens hoofdbewoner van de woning is en dat er ter plaatse geen personeel werkzaam is.

97

e. Het betreft niet zodanige verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer, dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte. f. Er vindt geen uitoefening van detailhandel plaats, met uitzondering van ter plaatse vervaardigde producten. g. Buitenopslag ten dienste van het aan-huis-gebonden-beroep is niet toegestaan. 11.4.4 Bed & breakfast Het gebruik van de bedrijfswoning ten behoeve van bed & breakfast is toegestaan, waarbij de volgende regels gelden: a. De exploitatie van de bed & breakfast wordt uitgeoefend door de hoofdbewoner van de woning. b. De woonfunctie van de woning blijft behouden. c. Per woning is sprake van maximaal 2 bed & breakfast kamers en maximaal 4 slaapplaatsen. d. De vloeroppervlakte aan logeereenheden en zelfstandige sanitaire voorzieningen mag niet meer bedragen dan 50 m². e. Parkeren geschiedt op eigen terrein. 11.5 Afwijken van de gebruiksregels 11.5.1 Afwijken ten behoeve van mantelzorg Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.4.1 onder b en toestaan dat een vrijstaand bijgebouw gebruikt wordt als afhankelijke woonruimte, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De afwijking is noodzakelijk ten behoeve van huisvesting in het kader van mantelzorg. b.

Er is sprake van een zorgbehoefte welke tijdelijk van aard is. c. De zorgbehoefte is aangetoond door een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige adviesinstantie. d. De oppervlakte voor afhankelijke woonruimte mag niet meer bedragen dan 100 m2 80 m². e. Zodra de zorgbehoefte niet meer aanwezig is dient het gebruik te worden beëindigd. f. Het gebruik als afhankelijke woonruimte mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en/of bedrijfsontwikkeling van omliggende agrarische en andere bedrijven. g. De afwijking dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat. 11.5.2 Afwijken ten behoeve van bed & breakfast in een vrijstaand bijgebouw Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.4.4 en toestaan dat een vrijstaand bijgebouw bij de bedrijfswoning gebruikt wordt als bed & breakfast, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De exploitatie van de bed & breakfast wordt uitgeoefend door de hoofdbewoner van de woning. b. De woonfunctie van de woning blijft behouden. c. Per woning is in totaal sprake van maximaal 2 bed & breakfast kamers en maximaal 4 slaapplaatsen, inclusief kamers/slaapplaatsen in het hoofdgebouw en aangebouwde bijgebouwen. d.

De totale vloeroppervlakte aan logeereenheden en zelfstandige sanitaire voorzieningen in het hoofdgebouw, aangebouwde bijgebouwen en vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 50 m². e. Parkeren geschiedt op eigen terrein. f. Het gebruik als bed & breakfast mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en/of bedrijfsontwikkeling van omliggende agrarische en andere bedrijven. g. De afwijking dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat. 11.6 Wijzigingsbevoegdheid 11.6.1 Wijzigen ten behoeve van vormverandering bouwvlak Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de vormverandering van het bouwvlak, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Wijziging is noodzakelijk in het kader van de bedrijfsvoering. 98

b. De totale oppervlakte van het bouwvlak mag niet worden vergroot. c. Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen en de wijziging dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. d. Indien de vormverandering leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van het landschap, dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Deze inspanning telt mee voor de invulling van het bepaalde onder e. e. Indien de vormverandering leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van het landschap, gaat de wijziging gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. Indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds. 11.6.2 Wijzigen naar 'Wonen' en 'Tuin' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming ‘Wonen’ of 'Wonen' en ‘Tuin’, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

Het bestemmingsvlak en het bouwvlak worden verwijderd en de nieuwe bestemming 'Wonen' of 'Wonen' en 'Tuin' bevat de voormalige bedrijfswoning met bijhorende tuin, erf en verhardingen, waarbij het bestemmingsvlak voor ‘Wonen’ maximaal 1.500 m² mag bedragen. Gelijktijdig met deze wijziging vindt wijziging van de bestemming van de overige gronden plaats naar de aangrenzende bestemming ‘Agrarisch’ en/of ‘Agrarisch met waarden'. a. Er mag geen sprake zijn van een verslechtering van het woon- en leefklimaat. b. De bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen agrarische en andere bedrijven mogen niet worden beperkt. c. Het bestemmingsvlak en het bouwvlak worden verwijderd en de nieuwe bestemming 'Wonen' of 'Wonen' en 'Tuin' bevat de voormalige bedrijfswoning met bijhorende tuin, erf en verhardingen. d. Het bestemmingsvlak 'Wonen' wordt afgestemd op de nieuwe situatie, met dien verstande dat: 1. indien het bestemmingsvlak 'Wonen' groter is dan 1.500 m2, er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing; 2.

indien het bestemmingsvlak 'Wonen' groter is dan 5.000 m2, er tevens dient te worden voorzien in een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. e. Overtollige (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen moeten worden gesloopt, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. De sloop van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is niet toegestaan. 2. De oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 200 m2. 3. Indien meer dan 200 m2 aan (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen aanwezig is, kan de sloop van deze bebouwing worden ingezet voor het vergroten van de oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen als genoemd onder 2 en/of voor het vergroten van de inhoud van het hoofdgebouw. 4. Indien de sloop wordt ingezet voor het vergroten van de oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: I. als op het perceel in de bestaande situatie minder dan 400 m2 aan bestaande, legaal opgerichte, (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen aanwezig is, geldt de bestaande oppervlakte van deze gebouwen en overkappingen als maximale oppervlakte die kan worden toegestaan; II.

als op het perceel 400 m2 of meer aan bestaande, legaal opgerichte (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen aanwezig is, bedraagt de maximale oppervlakte die kan worden toegestaan 400 m2; III. indien bij toepassing van het bepaalde onder II sprake zou zijn van een situatie waarbij in redelijkheid niet kan worden verlangd dat een bestaand gebouw gedeeltelijk wordt gesloopt, of de gedeeltelijke sloop van dat gebouw zou tot een onaanvaardbare ruimtelijke situatie leiden, bedraagt de maximale oppervlakte die kan worden toegestaan 500 m2;

99

IV. de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen mag ofwel behouden blijven ofwel nieuw gebouwd worden. 5. Indien de sloop (tevens) wordt ingezet voor het vergroten van de inhoud van het hoofdgebouw gelden de volgende regels: I. voor iedere 100 m2 te slopen bebouwing mag de inhoud van het hoofdgebouw worden vergroot met 50 m3 tot een maximale inhoud van 850 m3; II. indien (een deel van de) te slopen bebouwing wordt ingezet voor vergroting van het hoofdgebouw, wordt de maximale oppervlakte voor bijgebouwen en overkappingen die kan worden toegestaan op grond van het bepaalde onder 4, teruggebracht met 5 m2 voor iedere 10 m3 waarmee het hoofdgebouw wordt vergroot. 6. Indien de bestaande oppervlakte aan cultuurhistorisch waardevolle (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen meer bedraagt dan kan worden toegestaan op grond van het bepaalde onder 4, geldt deze bestaande oppervlakte als maximum. 7. Alle overtollige bebouwing moet worden gesloopt, zodat de totale hoeveelheid bebouwing wordt teruggebracht tot hetgeen op grond van het bepaalde onder 4, 5 en/of 6 is toegelaten. g.

Indien meer dan 200 m2 aan bijgebouwen en overkappingen wordt toegestaan, dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. h. Indien meer dan 400 m2 aan bijgebouwen en overkappingen wordt toegestaan, dient tevens te worden voorzien in een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. i. De oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 100 m² waarbij overtollige (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen, een en ander met uitzondering van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, dienen te worden gesloopt, met dien verstande dat: 1. van de totale oppervlakte aan legaal opgerichte bebouwing mag voor elke 100 m² te slopen bebouwing de inhoud van de woning worden vergroot met 50 m³ tot een maximale inhoud van 850 m³ en/of 2. 25% van de totale, dan wel na toepassing van het bepaalde onder 1 resterende, te slopen oppervlakte aan legaal opgerichte bebouwing mag worden toegevoegd aan de toegestane oppervlakte van 100 m² aan bijgebouwen en overkappingen; 3.

de maximaal berekende oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen mag ofwel behouden blijven ofwel nieuw gebouwd worden; 4. het totaal aan bijgebouwen en overkappingen mag, inclusief de aanwezige oppervlakte aan cultuurhistorisch waardevolle (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen, niet meer bedragen dan 250 m²; 5. indien de bestaande oppervlakte aan cultuurhistorisch waardevolle (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen reeds meer bedraagt dan 250 m², geldt deze oppervlakte als maximum; 6. bij de toepassing van het bepaalde onder 1 en 2 dient de te slopen bebouwing te worden uitgelegd als sloop van de totale bebouwing, met uitzondering van de woning. j. Indien het te verwijderen bestemmingsvlak kleiner is dan 1 ha, gaat de wijziging gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. i. De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone, ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstel watersystemen’, worden niet belemmerd of aangetast.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=9cced9d8-98aa-411a-b029-cf337c220071