CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels ontwerpbestemmingsplan.pdf

Raad besluit 24 januari 2022, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Vaststelling partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied50.722 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

68

4.6.2 Wijzigen ten behoeve van vergroting bouwvlak van een grondgebonden teeltbedrijf of een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf, niet zijnde een intensieve veehouderij of glastuinbouwbedrijf, of van een paardenhouderij Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de vergroting van het bouwvlak van een grondgebonden teeltbedrijf of een en niet-grondgebonden agrarisch bedrijf, niet zijnde een grondgebonden veehouderij, intensieve veehouderij of glastuinbouwbedrijf, of en van een paardenhouderij, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Vergroting van het bouwvlak is toegestaan tot een maximum van 2 ha voor een grondgebonden teeltbedrijf agrarisch bedrijf niet zijnde een grondgebonden veehouderij en tot een maximum van 1,5 ha voor een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf, niet zijnde een intensieve veehouderij of glastuinbouwbedrijf. b. In afwijking van het bepaalde onder a is vergroting van het bouwvlak van een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf, niet zijnde een intensieve veehouderij of glastuinbouwbedrijf, ter plaatse van de aanduiding 'leefgebied kwetsbare soorten' en 'leefgebied struweelvogels' toegestaan tot een maximum van 1 ha. c. Voor een paardenhouderij ter plaatse van de aanduiding ‘paardenhouderij’ geldt dat vergroting van het bouwvlak is toegestaan tot een maximum van 1,5 ha. d.

De vergroting dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling van het agrarisch bedrijf dan wel de paardenhouderij. Om te bepalen of hieraan wordt voldaan, kan het bevoegd gezag een advies van een ter zake deskundige verlangen. Vooraf dient hieromtrent advies ingewonnen te worden bij een ter zake deskundige. e. De vergroting dient plaats te vinden aansluitend aan het bestaande bouwvlak. f. De wijziging dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. g. Vergroting van het bouwvlak van een paardenhouderij is niet toegestaan indien dit leidt tot een toename van de stikstofemissie vanuit de betreffende inrichting, tenzij sprake is van: 1. een bestaand gebruik zoals bedoeld in de Natuurbeschermingswet; 2. bestaande activiteiten die stikstofemissie veroorzaken en vergund zijn; 3. bestaande activiteiten waarvoor een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet is verleend; 4. een vereveningseffect, zoals bedoeld in artikel 1. h. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. i. Er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Deze inspanning telt mee voor de invulling van het bepaalde onder j. j.

De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. Indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds. k. De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone, ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstel watersystemen’, worden niet belemmerd of aangetast. l. Indien de wijziging plaatsvindt binnen de aanduiding ‘groenblauwe mantel’ mag geen aantasting plaatsvinden van, dan wel dient een positieve bijdrage geleverd te worden aan de bescherming en ontwikkeling van de onderkende ecologische, hydrologische en landschappelijke waarden en kenmerken.

4.6.3 Wijzigen ten behoeve van vergroting bouwvlak grondgebonden veehouderij Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de vergroting van het bouwvlak van een grondgebonden veehouderij ter plaatse van de aanduiding ‘grondgebonden veehouderij’, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Vergroting van het bouwvlak is toegestaan tot een maximum van 1,5 ha. b. De vergroting dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling van het agrarisch bedrijf. Om te bepalen of hieraan wordt voldaan, kan het bevoegd gezag een advies van een ter zake deskundige verlangen. Vooraf dient hieromtrent advies ingewonnen te worden bij een ter zake deskundige. c. De vergroting dient plaats te vinden aansluitend aan het bestaande bouwvlak. d. De wijziging dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. 69

e. Vergroting van het bouwvlak is niet toegestaan indien dit leidt tot een toename van de stikstofemissie vanuit de betreffende inrichting, tenzij sprake is van: 1. een bestaand gebruik zoals bedoeld in de Natuurbeschermingswet; 2. bestaande activiteiten die stikstofemissie veroorzaken en vergund zijn; 3. bestaande activiteiten waarvoor een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet is verleend; 4. een vereveningseffect, zoals bedoeld in artikel 1. f. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. g. Vergroting van het bouwvlak van een geitenhouderij is niet toegestaan. h. Vergroting van het bouwvlak is uitsluitend toegestaan indien: 1. maatregelen worden getroffen en in stand worden gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij; er is sprake van een zorgvuldige veehouderij indien wordt voldaan aan de nadere regels zorgvuldige veehouderij, zoals die regels luiden op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het wijzigingsplan; 2. de ontwikkeling vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving inpasbaar is in de omgeving; 3.

is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er - indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; 4. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij het initiatief. i. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' is vergroting van het bouwvlak van een veehouderij, die tot doel heeft om de bouw van dierenverblijven mogelijk te maken, uitsluitend toegestaan indien de veehouderij voldoet aan de criteria voor grondgebondenheid, zoals die criteria luiden op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het wijzigingsplan. j. Er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing, waarbij de landschappelijke inpassing ten minste 10% van de omvang van het bouwvlak omvat. Deze inspanning telt mee voor de invulling van het bepaalde onder k. k.

De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. Indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds. l. De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone, ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstel watersystemen’, worden niet belemmerd of aangetast. m. Indien de wijziging plaatsvindt binnen de aanduiding ‘groenblauwe mantel’ mag geen aantasting plaatsvinden van, dan wel dient een positieve bijdrage geleverd te worden aan de bescherming en ontwikkeling van de onderkende ecologische, hydrologische en landschappelijke waarden en kenmerken.

4.6.4 Wijzigen ten behoeve van vergroting bouwvlak intensieve veehouderij Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de vergroting van het bouwvlak van een intensieve veehouderij ter plaatse van de aanduiding ‘intensieve veehouderij’, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Vergroting van het bouwvlak is toegestaan tot een maximum van 1,5 ha tot maximaal 1,5 ha is uitsluitend toegestaan op een duurzame locatie, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. aanwezig zijn aantoonbare ruimtelijk-economische belangen voor de lange termijn die noodzaken tot uitbreiding ter plaatse; 2. zuinig ruimtegebruik wordt toegepast door aan te sluiten bij bestaande bebouwing of, al dan niet door herschikking, optimaal gebruik te maken van de beschikbare ruimte; 3. de beoogde ontwikkeling is zowel vanuit milieuoogpunt, in het bijzonder wat betreft gezondheid voor mensen, als vanuit ruimtelijk oogpunt, in bijzonder wat betreft natuur, landschap en cultuurhistorie, aanvaardbaar;

70

4. voor wat betreft ammoniak, geur en fijnstof mag er geen sprake zijn van een toename van de emissie vanuit de betreffende inrichting. b. Binnen het bouwvlak van maximaal 1,5 ha is maximaal 8.000 m² aan bedrijfsgebouwen en overkappingen toegestaan ten behoeve van de intensieve veehouderij. c. Tot 1 juni 2014 is vergroting ten behoeve van een geiten- en/of schapenhouderij niet toegestaan. c. De vergroting dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling van het agrarisch bedrijf. Om te bepalen of hieraan wordt voldaan, kan het bevoegd gezag een advies van een ter zake deskundige verlangen. Vooraf dient hieromtrent advies ingewonnen te worden bij een ter zake deskundige. d. De vergroting dient plaats te vinden aansluitend aan het bestaande bouwvlak. e. De wijziging dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. f. Vergroting van het bouwvlak is niet toegestaan indien dit leidt tot een toename van de stikstofemissie vanuit de betreffende inrichting, tenzij sprake is van: 1. een bestaand gebruik zoals bedoeld in de Natuurbeschermingswet; 2. bestaande activiteiten die stikstofemissie veroorzaken en vergund zijn; 3. bestaande activiteiten waarvoor een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet is verleend; 4. een vereveningseffect, zoals bedoeld in artikel 1. g. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast.

h. Vergroting van het bouwvlak van een geitenhouderij is niet toegestaan. i. Vergroting van het bouwvlak is uitsluitend toegestaan indien: 1. maatregelen worden getroffen en in stand worden gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij; er is sprake van een zorgvuldige veehouderij indien wordt voldaan aan de nadere regels zorgvuldige veehouderij, zoals die regels luiden op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het wijzigingsplan; 2. de ontwikkeling vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving inpasbaar is in de omgeving; 3. is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er - indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; 4. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij het initiatief. j. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' is vergroting van het bouwvlak van een veehouderij, die tot doel heeft om de bouw van dierenverblijven mogelijk te maken, niet toegestaan.

k. Er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing, waarbij de landschappelijke inpassing ten minste 10% van de omvang van het bouwvlak omvat. Deze inspanning telt mee voor de invulling van het bepaalde onder l. Ten minste 10% van het bouwvlak wordt aangewend voor een goede landschappelijke inpassing op basis van een door burgemeester en wethouders goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Deze inspanning telt mee voor de invulling van het bepaalde onder j. l. De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. Indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds. m.

De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone, ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstel watersystemen’, worden niet belemmerd of aangetast.

71

4.6.5 Wijzigen ten behoeve van vergroting bouwvlak glastuinbouwbedrijf Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de vergroting van het bouwvlak van een glastuinbouwbedrijf ter plaatse van de aanduiding ‘glastuinbouw’, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Vergroting van het bouwvlak ten behoeve van kassen is niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)'. b. Vergroting van het bouwvlak is toegestaan tot een maximum van 3,5 ha, waarvan maximaal 3 ha kassen. c. De vergroting dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling van het agrarisch bedrijf. Om te bepalen of hieraan wordt voldaan, kan het bevoegd gezag een advies van een ter zake deskundige verlangen. Vooraf dient hieromtrent advies ingewonnen te worden bij een ter zake deskundige. d. De vergroting dient plaats te vinden aansluitend aan het bestaande bouwvlak. e. De wijziging dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. f. Vergroting van het bouwvlak is niet toegestaan indien dit leidt tot een toename van de stikstofemissie vanuit de betreffende inrichting, tenzij sprake is van: 1. een bestaand gebruik zoals bedoeld in de Natuurbeschermingswet; 2. bestaande activiteiten die stikstofemissie veroorzaken en vergund zijn; 3.

bestaande activiteiten waarvoor een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet is verleend; 4. een vereveningseffect, zoals bedoeld in artikel 1. g. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. h. Er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door burgemeester en wethouders goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Deze inspanning telt mee voor de invulling van het bepaalde onder i. i. De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. Indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds. j. De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone, ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstel watersystemen’, worden niet belemmerd of aangetast.

4.6.6 Wijzigen ten behoeve van vormverandering/vergroting bouwvlak voor het bewerken, afvoergereedmaken en verpakken van niet eigen dan wel elders geteelde agrarische producten Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de vormverandering van het bouwvlak dan wel ten behoeve van de vergroting van het bouwvlak, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De wijziging dient noodzakelijk te zijn voor en is uitsluitend toegestaan ten behoeve van het bewerken, afvoergereedmaken en verpakken van niet eigen dan wel elders geteelde agrarische producten. b. De wijziging is niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'grondgebonden veehouderij', 'intensieve veehouderij' of 'paardenhouderij'. c. In geval van vormverandering van het bouwvlak mag de totale oppervlakte van het bouwvlak niet worden vergroot. d. In geval van vergroting van het bouwvlak, mag vergroting uitsluitend plaatsvinden aansluitend aan het bestaande bouwvlak, tot een maximum van: 1. 2 ha voor een grondgebonden teeltbedrijf; agrarisch bedrijf niet zijnde een grondgebonden veehouderij; 2. 1,5 ha voor een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf, niet zijnde een intensieve veehouderij of glastuinbouwbedrijf; 3. 3,5 ha, waarvan maximaal 3 ha kassen voor een glastuinbouwbedrijf. e. In uitzondering op het bepaalde in lid d: 1.

onder 2 geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'leefgebied kwetsbare soorten' en 'leefgebied struweelvogels' vergroting van het bouwvlak is toegestaan tot een maximum van 1 ha. 2. onder 3 geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)' geen vergroting van het bouwvlak is toegestaan. 72

f.

De oppervlakte van de (gezamenlijke) ruimte(n) voor het bewerken, afvoergereedmaken en verpakken van de eigen agrarische producten geteeld op of in de directe omgeving van het bedrijf en niet eigen dan wel elders geteelde agrarische producten wordt afgestemd op de bedrijfsvoering. mag niet meer bedragen dan 750 m². g. De niet eigen dan wel elders geteelde agrarische producten moeten dezelfde teelt betreffen als de eigen agrarische producten geteeld op of in de directe omgeving van het bedrijf en mogen het aandeel daarvan niet overtreffen. h. Voor het bewerken, afvoergereedmaken en verpakken van niet eigen dan wel elders geteelde agrarische producten dient gebruik te worden gemaakt van dezelfde machines als voor het bewerken, afvoergereedmaken en verpakken van de eigen agrarische producten geteeld op of in de directe omgeving van het bedrijf. i. De agrarische functie op het perceel dient als hoofdfunctie aanwezig en herkenbaar te blijven. j. De activiteit mag niet leiden tot een zelfstandige bedrijfsactiviteit. k. Om te bepalen of aan het vorenstaande wordt voldaan, kan het bevoegd gezag een advies van een ter zake deskundige verlangen. Vooraf dient omtrent het vorenstaande advies ingewonnen te worden bij een ter zake deskundige. l.

Zodra de agrarische hoofdfunctie ter plaatse wordt gestaakt, dient ook het bewerken, afvoergereedmaken en verpakken van niet eigen dan wel elders geteelde agrarische producten te worden beëindigd. m. De wijziging mag geen onevenredige verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben en de infrastructuur van en naar het bedrijf moet geschikt zijn om de extra verkeersbewegingen te verwerken. n. De wijziging dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. o. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. p. Behalve in geval van vormverandering van het bouwvlak die niet leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van het landschap, dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Deze inspanning telt mee voor de invulling van het bepaalde onder q. q. Behalve in geval van vormverandering van het bouwvlak die niet leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van het landschap, gaat de wijziging gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan.

Indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds. r. De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone, ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstel watersystemen’, worden niet belemmerd of aangetast. 4.6.7 Wijzigen ten behoeve van omschakeling naar een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf, niet zijnde een intensieve veehouderij of glastuinbouwbedrijf Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de omschakeling naar een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf, niet zijnde een intensieve veehouderij of glastuinbouwbedrijf, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De wijziging is niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'groenblauwe mantel'. b. De oppervlakte van het bouwvlak wordt afgestemd op de voorgenomen agrarische bedrijfsvoering en mag maximaal 1,5 ha bedragen. c. Er dient sprake te zijn van een volwaardig agrarisch bedrijf. Om te bepalen of hieraan wordt voldaan, kan het bevoegd gezag een advies van een ter zake deskundige verlangen.

Vooraf dient hieromtrent advies ingewonnen te worden bij een ter zake deskundige. d. De wijziging dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. e. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. f. Er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Deze inspanning telt mee voor de invulling van het bepaalde onder g. g. De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve

73

recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. Indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds. h. De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone, ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstel watersystemen’, worden niet belemmerd of aangetast. 4.6.8 Wijzigen ten behoeve van omschakeling naar paardenhouderij Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de omschakeling naar een paardenhouderij, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Er dient sprake te zijn van een volwaardige paardenhouderij. Om te bepalen of hieraan wordt voldaan, kan het bevoegd gezag een advies van een ter zake deskundige verlangen. Vooraf dient hieromtrent advies ingewonnen te worden bij een ter zake deskundige. b. Het bouwvlak dient te worden afgestemd op de voorgenomen bedrijfsvoering en mag maximaal 1,5 ha bedragen. c.

De oppervlakte aan bedrijfsgebouwen en overkappingen binnen het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 5.000 m², met dien verstande dat binnen deze oppervlakte de oppervlakte van een rijhal niet meer mag bedragen dan 1.000 m² en ter plaatse van de aanduiding ‘zone langs doorgaande weg’ niet meer dan 1.200 m². d. De wijziging dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. e. Omschakeling naar een paardenhouderij is niet toegestaan indien dit leidt tot een toename van de stikstofemissie vanuit de betreffende inrichting, tenzij sprake is van: 1. een bestaand gebruik zoals bedoeld in de Natuurbeschermingswet; 2. bestaande activiteiten die stikstofemissie veroorzaken en vergund zijn; 3. bestaande activiteiten waarvoor een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet is verleend; 4. een vereveningseffect, zoals bedoeld in artikel 1. f. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. g. Er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Deze inspanning telt mee voor de invulling van het bepaalde onder h. h.

De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. Indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds. i. De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone, ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstel watersystemen’, worden niet belemmerd of aangetast. 4.6.9 Wijzigen ten behoeve van permanente teeltondersteunende voorzieningen, niet zijnde teeltondersteunende kassen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen door de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden - permanente teeltondersteunende voorzieningen’ te wijzigen en/of toe te voegen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

Permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'beekdal', ‘landschappelijk afwisselend gebied’, ‘landschappelijk open gebied’, 'leefgebied kwetsbare soorten’ en 'leefgebied struweelvogels’. b. Het is niet mogelijk de permanente teeltondersteunende voorzieningen, niet zijnde teeltondersteunende kassen, binnen het bestaande bouwvlak en/of de bestaande aanduiding te realiseren. c. De situering dient plaats te vinden aansluitend aan het bestaande bouwvlak en/of de bestaande aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - permanente teeltondersteunende voorzieningen'. Indien tussen het nieuwe aanduidingsvlak en het bouwvlak of het bestaande aanduidingsvlak een waterloop, een weg, niet zijnde een provinciale weg of rijksweg, en/of een houtsingel ligt, wordt dit ook als aansluitend beschouwd.

74

d. De oppervlakte van de aanduiding of aanduidingen mag per bouwvlak niet meer bedragen dan 4 ha. e. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4 m. f. De wijziging dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling van het agrarisch bedrijf. Om te bepalen of hieraan wordt voldaan, kan het bevoegd gezag een advies van een ter zake deskundige verlangen. Vooraf dient hieromtrent advies ingewonnen te worden bij een ter zake deskundige. g. Er dient te worden voorzien in een passende landschappelijke inpassing op basis van een door burgemeester en wethouders goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Deze inspanning telt mee voor de invulling van het bepaalde onder h. i. h. De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. Indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds. i.

De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone, ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstel watersystemen’, worden niet belemmerd of aangetast. 4.6.10 Wijzigen ten behoeve van voeder- en watervoorzieningen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen door de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden - voeder- en watervoorzieningen’ te wijzigen en/of toe te voegen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Het is niet mogelijk de voeder- en watervoorzieningen binnen het bestaande bouwvlak en/of de bestaande aanduiding te realiseren. b. Een wijziging ten behoeve van de toevoeging van voedervoorzieningen mag uitsluitend worden aangewend voor grondgebonden veehouderijen ter plaatse van de aanduiding 'grondgebonden veehouderij'. c. Een wijziging ten behoeve van de toevoeging van watervoorzieningen mag uitsluitend worden aangewend voor fruitteeltbedrijven, vollegrondstuinbouwbedrijven, boomteeltbedrijven en glastuinbouwbedrijven. d. De situering dient plaats te vinden aansluitend aan het bestaande bouwvlak en/of de bestaande aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - voeder- en watervoorzieningen'. e.

De oppervlakte van de aanduiding of aanduidingen mag per bouwvlak niet meer bedragen dan 5.000 m². f. De bouwhoogte (bouw)hoogte mag niet meer bedragen dan 3 m. g. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. h. Er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing.Deze inspanning telt mee voor de invulling van het bepaalde onder i. i. De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. Indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds. j. De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone, ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstel watersystemen’, worden niet belemmerd of aangetast.

4.6.11 Wijzigen naar 'Wonen' en 'Tuin' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming ‘Wonen’ of 'Wonen' en ‘Tuin’, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Het agrarisch bedrijf ter plaatse is beëindigd en agrarisch hergebruik is redelijkerwijs niet te verwachten. is redelijkerwijs niet mogelijk. b. Er mag geen sprake zijn van een verslechtering van het woon- en leefklimaat. c. De bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen agrarische en andere bedrijven mogen niet worden beperkt.

75

d. Het bouwvlak wordt verwijderd en de nieuwe bestemming ‘Wonen’ of ‘Wonen’ en ‘Tuin’ bevat de voormalige agrarische bedrijfswoning met bijhorende tuin, erf en verhardingen. , waarbij het bestemmingsvlak voor ‘Wonen’ maximaal 1.500 m² mag bedragen. e. Het bestemmingsvlak 'Wonen' wordt afgestemd op de nieuwe situatie, met dien verstande dat: 1. indien het bestemmingsvlak 'Wonen' groter is dan 1.500 m2, er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing; 2. indien het bestemmingsvlak 'Wonen' groter is dan 5.000 m2, er tevens dient te worden voorzien in een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. f. Overtollige (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen moeten worden gesloopt, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. De sloop van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is niet toegestaan. 2. De oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 200 m2. 3.

Indien meer dan 200 m2 aan (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen aanwezig is, kan de sloop van deze bebouwing worden ingezet voor het vergroten van de oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen als genoemd onder 2 en/of voor het vergroten van de inhoud van het hoofdgebouw. 4. Indien de sloop wordt ingezet voor het vergroten van de oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: I. als op het perceel in de bestaande situatie minder dan 400 m2 aan bestaande, legaal opgerichte, (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen aanwezig is, geldt de bestaande oppervlakte van deze gebouwen en overkappingen als maximale oppervlakte die kan worden toegestaan; II. als op het perceel 400 m2 of meer aan bestaande, legaal opgerichte (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen aanwezig is, bedraagt de maximale oppervlakte die kan worden toegestaan 400 m2; III. indien bij toepassing van het bepaalde onder II sprake zou zijn van een situatie waarbij in redelijkheid niet kan worden verlangd dat een bestaand gebouw gedeeltelijk wordt gesloopt, of de gedeeltelijke sloop van dat gebouw zou tot een onaanvaardbare ruimtelijke situatie leiden, bedraagt de maximale oppervlakte die kan worden toegestaan 500 m2; IV.

de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen mag ofwel behouden blijven ofwel nieuw gebouwd worden. 5. Indien de sloop (tevens) wordt ingezet voor het vergroten van de inhoud van het hoofdgebouw gelden de volgende regels: I. voor iedere 100 m2 te slopen bebouwing mag de inhoud van het hoofdgebouw worden vergroot met 50 m3 tot een maximale inhoud van 850 m3; II. indien (een deel van de) te slopen bebouwing wordt ingezet voor vergroting van het hoofdgebouw, wordt de maximale oppervlakte voor bijgebouwen en overkappingen die kan worden toegestaan op grond van het bepaalde onder 4, teruggebracht met 5 m2 voor iedere 10 m3 waarmee het hoofdgebouw wordt vergroot. 6. Indien de bestaande oppervlakte aan cultuurhistorisch waardevolle (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen meer bedraagt dan kan worden toegestaan op grond van het bepaalde onder 4, geldt deze bestaande oppervlakte als maximum. 7. Alle overtollige bebouwing moet worden gesloopt, zodat de totale hoeveelheid bebouwing wordt teruggebracht tot hetgeen op grond van het bepaalde onder 4, 5 en/of 6 is toegelaten. g.

Indien meer dan 200 m2 aan bijgebouwen en overkappingen wordt toegestaan, dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. h. Indien meer dan 400 m2 aan bijgebouwen en overkappingen wordt toegestaan, dient tevens te worden voorzien in een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan.

76

i.

j.

i.

De oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 100 m² waarbij overtollige (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen, een en ander met uitzondering van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, dienen te worden gesloopt, met dien verstande dat: 1. van de totale oppervlakte aan legaal opgerichte bebouwing mag voor elke 100 m² te slopen bebouwing de inhoud van de woning worden vergroot met 50 m³ tot een maximale inhoud van 850 m³ en/of 2. 25% van de totale, dan wel na toepassing van het bepaalde onder 1 resterende, te slopen oppervlakte aan legaal opgerichte bebouwing mag worden toegevoegd aan de toegestane oppervlakte van 100 m² aan bijgebouwen en overkappingen; 3. de maximaal berekende oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen mag ofwel behouden blijven ofwel nieuw gebouwd worden; 4. het totaal aan bijgebouwen en overkappingen mag, inclusief de aanwezige oppervlakte aan cultuurhistorisch waardevolle (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen, niet meer bedragen dan 250 m²; 5. indien de bestaande oppervlakte aan cultuurhistorisch waardevolle (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen reeds meer bedraagt dan 250 m², geldt deze oppervlakte als maximum; 6.

bij de toepassing van het bepaalde onder 1 en 2 dient de te slopen bebouwing te worden uitgelegd als sloop van de totale bebouwing, met uitzondering van de woning. Indien het te verwijderen bouwvlak kleiner is dan 1 ha, gaat de wijziging gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone, ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstel watersystemen’, worden niet belemmerd of aangetast.

4.6.12 Wijzigen ten behoeve van het verwijderen van de aanduiding 'grondgebonden veehouderij', 'glastuinbouw', 'intensieve veehouderij', en/of 'paardenhouderij' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen in die zin dat de aangegeven aanduiding ‘grondgebonden veehouderij’, ‘glastuinbouw’, ‘intensieve veehouderij’ en/of ‘paardenhouderij’ wordt verwijderd, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De betreffende bedrijfsvoering is beëindigd en is omgeschakeld naar een grondgebonden teeltbedrijf. agrarische bedrijfsvoering, niet zijnde grondgebonden veehouderij. b. Kassen dienen te worden gesloopt. c. Het bouwvlak dient te worden afgestemd op de voorgenomen agrarische bedrijfsvoering, waarbij de resterende omvang maximaal 1,5 ha mag bedragen. 4.6.13 Wijzigen ten behoeve van niet-agrarische functies, niet zijnde wonen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de omschakeling naar niet-agrarische functies, niet zijnde wonen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Wijziging is uitsluitend toegestaan ter plaatse van het bouwvlak. b. Het agrarisch bedrijf ter plaatse is beëindigd en agrarisch hergebruik is redelijkerwijs niet mogelijk. c.

Het bouwvlak wordt verwijderd en de oppervlakte van het bestemmingsvlak bedraagt niet meer dan 5.000 m², waarbinnen een passend bouwvlak wordt opgenomen waarbinnen de voormalige bedrijfswoning met bijhorende verhardingen en de bebouwing ten behoeve van de niet-agrarische functie worden gesitueerd. d. De niet-agrarische functies die kunnen worden toegestaan en de gebieden waar deze wel of niet zijn toegestaan, zijn opgenomen in de tabel in bijlage 2. e. De oppervlakte aan niet-agrarische functies mag niet meer bedragen dan is aangegeven in de tabel in bijlage 2. f. Overtollige bebouwing, niet zijnde cultuurhistorisch waardevolle en/of monumentale bebouwing, wordt gesloopt. g. Buitenopslag en opslag in kassen ten behoeve van de niet-agrarische functie is niet toegestaan.

77

h. Detailhandel, uitgezonderd ondergeschikte detailhandel bij ambachtelijke bedrijven in toeristisch recreatieve sfeer, en/of een zelfstandige kantoorvoorziening met baliefunctie is niet toegestaan. i. De niet-agrarische functie heeft geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg. j. De wijziging dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. k. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. l. De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. m. De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone, ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstel watersystemen’, worden niet belemmerd of aangetast. n. Indien de wijziging plaatsvindt binnen de aanduiding ‘groenblauwe mantel’ mag geen aantasting plaatsvinden van, dan wel dient een positieve bijdrage geleverd te worden aan de bescherming en ontwikkeling van de onderkende ecologische, hydrologische en landschappelijke waarden en kenmerken.

4.6.14 Wijzigen naar de bestemming 'Groen - Houtsingel' Ten behoeve van de vormverandering en/of uitbreiding van een bouwvlak van een agrarisch bedrijf waarbij een bestaande houtsingel moet worden verplaatst, zijn burgemeester en wethouders bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen in die zin dat de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ ter plaatse van de nieuwe locatie van de houtsingel wijzigt in de bestemming ‘Groen - Houtsingel’ onder gelijktijdige wijziging van de bestemming ‘Groen - Houtsingel’ ter plaatse van de bestaande locatie van de houtsingel in de bestemming ‘Agrarisch met waarden’, een en ander met bijbehorende aanduidingen, waarbij de verplaatsing van de houtsingel plaatsvindt conform een door burgemeester en wethouders goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de houtsingel en de omvang van de houtsingel minimaal gelijk moet blijven.

78

Artikel 5 Bedrijf 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven, uitsluitend zoals hierna genoemd: 1. een gemaal ter plaatse van de aanduiding ‘gemaal’; 2. een groothandelsbedrijf ter plaatse van de aanduiding ‘groothandel’; 3. een hoveniersbedrijf ter plaatse van de aanduiding ‘hovenier’; 4. een opslagbedrijf ter plaatse van de aanduiding ‘opslag’; 5. een aannemersbedrijf, zowel bouwkundig als civiel, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - aannemersbedrijf’; 6. een garagebedrijf inclusief autohandel ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf garagebedrijf’; 7. een hondenkennel inclusief hondenpension ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - hondenkennel’; 8. een hoveniersbedrijf met zorgfunctie ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf hovenier met zorgfunctie’ 9. een industrieel, bouwkundig en civiel aannemersbedrijf, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - industrieel aannemersbedrijf'; 10. een kassen- en serrebouwbedrijf ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - kassenen serrebouwbedrijf’; 11. een loon- en grondwerkbedrijf’ ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - loon- en grondwerkbedrijf’; 12.

een rietdekkersbedrijf ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - rietdekkersbedrijf’; 13. een rioolgemaal ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - rioolgemaal’; 14. een stratenmakersbedrijf ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf stratenmakersbedrijf’; 15. een timmer- en meubelmakersbedrijf ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf timmer- en meubelmakersbedrijf’; 16. een tuincentrum ter plaatse van de aanduiding ‘tuincentrum’; 17. een verkooppunt van motorbrandstoffen, inclusief lpg, ter plaatse van de aanduiding ‘verkooppunt motorbrandstoffen met lpg’; 18. een transportbedrijf, zonder op- en overslag, ter plaatse van de aanduiding 'transportbedrijf'; b. wonen in een bedrijfswoning ten behoeve van het bedrijf, met dien verstande dat: uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’; 1. per bouwvlak maximaal één bedrijfswoning is toegestaan; 2. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan; c. aan-huis-gebonden-beroepen; d. bed & breakfast; alsmede voor bijbehorende: e. paden, parkeervoorzieningen en overige verhardingen; f. erf, tuin en andere groenvoorzieningen; g. duikers, dammen en overkluizingen; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

5.2 Bouwregels Op en in deze gronden mag uitsluitend ten dienste van en noodzakelijk voor de in 5.1 bedoelde bestemmingsomschrijving worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden: 5.2.1 Algemeen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. Gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. b. Per bestemmingsvlak is bebouwing ten behoeve van niet meer dan één bedrijf toegestaan.

79

c.

Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, met dien verstande dat de afstand van gebouwen en overkappingen tot de perceelsgrenzen met derden niet minder mag bedragen dan 5 m.

5.2.2 Bedrijfsgebouwen en overkappingen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - bedrijfsbebouwing uitgesloten' is geen bedrijfsbebouwing toegestaan. b. Ter plaatse van de aanduiding 'opslag' mag de goothoogte niet meer bedragen dan 5 m. c. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m. d. De dakhelling van bedrijfsgebouwen mag niet minder bedragen dan 12° en niet meer dan 50°. 5.2.3 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. Het aantal bedrijfswoningen per bouwvlak mag niet meer bedragen dan één, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’ geen bedrijfswoning is toegestaan. b. Vervangende nieuwbouw, met uitzondering van herbouw, van bedrijfswoningen is niet toegestaan. c. De inhoud van het hoofdgebouw de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m3. De ondergrondse bebouwing en de bijgebouwen worden wordt niet meegerekend voor het bepalen van de inhoud. d. De goothoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 6 m. e. De bouwhoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 10 m. f. De dakhelling van het hoofdgebouw mag niet minder bedragen dan 12° en niet meer dan 50°.

5.2.4 Bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen Voor het bouwen van bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. De gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 200 m2. 100 m². b. Bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend worden gebouwd op een afstand van ten minste 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw, met dien verstande dat, indien deze afstand in de bestaande situatie minder dan 1 meter bedraagt, de bestaande afstand als minimale afstand geldt. c. De goothoogte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 3,25 m. d. De bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 5,5 m. e. De dakhelling van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 50° 45°. 5.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd. b. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór (het verlengde van) de voorgevel van de bedrijfswoning niet meer mag bedragen dan 1 m. c. De bouwhoogte van hekwerken ten behoeve van paardenbakken mag niet meer bedragen dan 1,5 m.

d. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m. 5.3 Afwijken van de bouwregels 5.3.1 Afwijken algemene bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde: a. In 5.2.1 onder a voor de bouw van tijdelijke menstoegankelijke kweektunnels buiten het bouwvlak ter plaatse van de aanduidingen 'hovenier', 'specifieke vorm van bedrijf - hovenier met zorgfunctie' en 'tuincentrum' tot een hoogte van maximaal 3 m.

80

b. In 5.2.1 onder c voor het bouwen op een afstand minder dan 5 m van dan wel op de perceelsgrenzen met derden, mits de gebouwen en overkappingen worden opgericht op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning dan wel, indien geen bedrijfswoning aanwezig of toegestaan is, op een afstand van ten minste 3 m achter de voorste grens van het bouwvlak, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. het bouwen dient stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar te zijn; 2. de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad. c. In 5.2.1 onder c voor het bouwen op een afstand minder dan 5 m van dan wel op de perceelsgrenzen met derden in geval van herbouw, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. het bouwen dient stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar te zijn; 2. de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad. 5.3.2 Afwijken bouwregels bedrijfsgebouwen en overkappingen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde: a. In 5.2.2 onder c voor het bouwen van gebouwen en overkappingen tot een bouwhoogte van maximaal 15 m ter plaatse van de aanduiding 'groothandel'. b.

In 5.2.2 onder d ten behoeve van de afdekking van gebouwen met een geringere dakhelling en/of een platte afdekking van gebouwen, indien zulks voor een doelmatige bedrijfsuitoefening noodzakelijk en/of gewenst is. 5.3.3 Afwijken vervangende nieuwbouw bedrijfswoning Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.3 onder b voor vervangende nieuwbouw van een bedrijfswoning, al dan niet op dezelfde locatie, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Vervangende nieuwbouw dient plaats te vinden binnen het bouwvlak. b. De afstand van het hoofdgebouw de bedrijfswoning tot de as van de openbare weg dient minimaal 15 m te bedragen. Deze afstand mag minder bedragen, mits: 1. de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt geschaad; 2. er geen sprake is van een verslechtering van het woon- en leefklimaat. c. De bouw van de bedrijfswoning mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en/of bedrijfsontwikkeling van omliggende agrarische en andere bedrijven. d. De afwijking dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat. e. De afwijking dient stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar te zijn.

5.3.4 Afwijken ten behoeve van een tijdelijke woonunit voor mantelzorg Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.4 onder a voor de plaatsing van een tijdelijke woonunit, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De woonunit is noodzakelijk ten behoeve van huisvesting in het kader van mantelzorg. b. Er is sprake van een zorgbehoefte welke tijdelijk van aard is. c. De zorgbehoefte is aangetoond door een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige adviesinstantie. d. De oppervlakte van de woonunit mag niet meer bedragen dan 100 m2 80 m². e. De bouwhoogte van de woonunit mag niet meer bedragen dan 3,25 m. f. De woonunit dient minimaal 1 m 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw de woning te worden geplaatst. g. De woonunit mag ook vrij van de woning geplaatst worden. g. Zodra de zorgbehoefte niet meer aanwezig is dient de woonunit te worden verwijderd. h. De plaatsing van de woonunit mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en/of bedrijfsontwikkeling van omliggende agrarische en andere bedrijven. i. De afwijking dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat.

81

5.3.5 Afwijken situering bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.4 onder b voor het bouwen van een bijgebouw of overkapping op een afstand van minder dan 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw, of voor het bouwen van een bijgebouw of overkapping vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Het bouwen dient stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar te zijn. b. De belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad. 5.3.6 Afwijken bouwregels bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde: a. In 5.2.5 onder b voor het bouwen van erf- en terreinafscheidingen met een bouwhoogte van maximaal 2 m vóór (het verlengde van) de voorgevel van de bedrijfswoning, mits dit stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar is en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast. b. In 5.2.5 onder d voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, met een hogere bouwhoogte tot maximaal 5 m, mits dit stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar is. 5.4 Specifieke gebruiksregels 5.4.1 Strijdig gebruik Naast het bepaalde in artikel 35 wordt onder strijdig gebruik in ieder geval verstaan: a.

Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, uitgezonderd detailhandel die rechtstreeks voortvloeit uit de aard van de bedrijven ter plaatse van de aanduiding ‘verkooppunt motorbrandstoffen met lpg’, ‘tuincentrum’ en ‘specifieke vorm van bedrijf - garagebedrijf’. b. Het gebruik van onbebouwde gronden ten behoeve van buitenopslag ter plaatse van de aanduiding 'opslag' en ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - rietdekkersbedrijf'. c. Het gebruik van bebouwing ten behoeve van opslag van hinderlijke of (brand)gevaarlijke stoffen ter plaatse van de aanduiding 'opslag'. d. Het gebruik van bedrijfs- bedrijfsgebouwen en bijgebouwen bij de bedrijfswoning als zelfstandige woning. e. Het gebruik van bedrijfs- bedrijfsgebouwen en vrijstaande bijgebouwen bij de bedrijfswoning als afhankelijke woonruimte. f. Het gebruik van gebouwen ten behoeve van bed & breakfast. f. Het gebruik van onbebouwde gronden ten behoeve van opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan, tenzij behorend bij dan wel onderdeel van de betreffende toegestane bedrijfsvoering. g. Het gebruik van onbebouwde gronden ten behoeve van opslag van gebruiksklare of onklare voer- of vaartuigen of onderdelen hiervan, tenzij behorend bij dan wel onderdeel van de betreffende toegestane bedrijfsvoering. h.

Het gebruik van gronden en bouwwerken als Bevi-inrichting, uitgezonderd het gebruik als verkooppunt voor motorbrandstoffen, inclusief lpg, ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg'. i. Het gebruik van gronden en gebouwen als geluidzoneringsplichtige inrichting. j. Het gebruik van gronden en bebouwing ter plaatse van de aanduiding ‘transportbedrijf’ ten behoeve van: 1. de stalling van vrachtwagens, behalve ter plaatse van de aanduiding ‘parkeerterrein’ alwaar stalling van maximaal 2 vrachtwagens (trekkers/trucks al dan niet met oplegger/trailer) mag plaatsvinden; 2. het in werking hebben van koelinstallaties/koelmotoren in, op of bij vrachtwagens, bedoeld voor de koeling van goederen, inclusief eventuele voorkoeling van de laadruimte; 3. op- en overslag van goederen; 4. buitenopslag van pallets; 5. het schoonspuiten en/of wassen van vrachtwagens; 6. reparatie van vrachtwagens, met uitzondering van op dat moment noodzakelijke, zeer ondergeschikte, kleinschalige reparatiehandelingen.

82

5.4.2 Hovenier met zorgfunctie Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - hovenier met zorgfunctie' mag de zorgfunctie niet meer bedragen dan 50 m². 5.4.3 Tuincentrum Ter plaatse van de aanduiding ‘tuincentrum’ mogen de volgende categorieën artikelen te koop worden aangeboden met inachtneming van de genoemde percentages per categorie: a. Voor niet minder dan 70% van het verkoopvloeroppervlakte: boomkwekerijproducten, buitenplanten, bloembollen, binnenplanten en bloemen, potten en vazen, alsmede artikelen voor de inrichting, het onderhoud en de verfraaiing van particuliere tuinen en daarbij noodzakelijke hulpmiddelen dan wel daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen; b. Voor niet meer dan 15% van het verkoopvloeroppervlak: tuinmeubelen en barbecues; c. Voor niet meer dan 5% van het verkoopvloeroppervlak: diervoer en kleine huisdieren geschikt voor verblijf buitenshuis; d. Voor niet meer dan 5% van het verkoopvloeroppervlak: de detailhandel ondersteunende horeca; e. Voor niet meer dan 20% van het verkoopvloeroppervlak: branchevreemde artikelen, te weten: 1. artikelen voor decoratie binnenshuis; 2. seizoensgebonden artikelen; 3. kleine huisdieren die in het algemeen binnenshuis verblijven en dierbenodigdheden; 4. kookartikelen, zoals keukengerei, kookboeken, luxe eetproducten (zoals olie, azijn, tapas) en serviezen; 5.

algemene schoonmaakproducten voor in het huis; 6. kleding anders dan voor werken in de tuin; 7. en daarmee gelijk te stellen artikelen. f. Bij het bepalen van de in lid a tot en met e genoemde percentages aan verkoopvloeroppervlak wordt de helft van de oppervlakte van het gangpad dat grenst aan een verkoopvak waar een categorie artikelen wordt aangeboden, meegerekend bij de oppervlakte van dat betreffende verkoopvak. De oppervlakte van eventuele verdiepingen en/of verhogingen en eventueel ondergronds vloeroppervlak wordt, elk afzonderlijk voor het totaal, meegerekend. 5.4.4 Aan-huis-gebonden-beroep Het gebruik van een bedrijfswoning en/of een bijgebouw bij de bedrijfswoning ten behoeve van een aan-huis-gebonden-beroep is toegestaan, waarbij de volgende regels gelden: a. Het gebruik heeft een kleinschalig karakter en zal dat behouden en is naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming. b. Uitsluitend toegestaan zijn aan-huis-gebonden-beroepen die zijn opgenomen op de Lijst met aan-huis-gebonden-beroepen zoals opgenomen in bijlage 12 bij deze regels. Indien in de lijst nadere voorwaarden zijn gesteld voor specifieke aan-huis-gebonden-beroepen, zijn deze aan-huis-gebonden-beroepen uitsluitend toegestaan indien wordt voldaan aan de nadere voorwaarden. c. De vloeroppervlakte die wordt gebruikt voor een aan-huis-gebonden-beroep bedraagt maximaal 50 m2.

De daarvoor te benutten ruimte in de bedrijfswoning beslaat maximaal 33% van het gebruiksoppervlak van de bedrijfswoning, of maximaal 50 m² van de bijgebouwen. d. Het gebruik ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat diegene die de activiteit in de woning of in een bijgebouw uitvoert tevens hoofdbewoner van de woning is en dat er ter plaatse geen personeel werkzaam is. e. Het betreft niet zodanige verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer, dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte. f. Er vindt geen uitoefening van detailhandel plaats, met uitzondering van ter plaatse vervaardigde producten. g. Buitenopslag ten dienste van het aan-huis-gebonden-beroep is niet toegestaan.

83

5.4.5 Bed & breakfast Het gebruik van de bedrijfswoning ten behoeve van bed & breakfast is toegestaan, waarbij de volgende regels gelden: a. De exploitatie van de bed & breakfast wordt uitgeoefend door de hoofdbewoner van de woning. b. De woonfunctie van de woning blijft behouden. c. Per woning is sprake van maximaal 2 bed & breakfast kamers en maximaal 4 slaapplaatsen. d. De vloeroppervlakte aan logeereenheden en zelfstandige sanitaire voorzieningen mag niet meer bedragen dan 50 m². e. Parkeren geschiedt op eigen terrein. 5.4.6 Landschappelijke inpassing De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - voorwaarde landschappelijke inpassing 8.1’ mogen uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van een loon- en grondwerkbedrijf, indien de landschappelijke inpassing is gerealiseerd, wordt beheerd en in stand wordt gehouden conform het beplantingsplan zoals opgenomen in bijlage 8.1 bij deze regels. 5.5 Afwijken van de gebruiksregels 5.5.1 Afwijken ten behoeve van ander bedrijf Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.1 onder a en een ander bedrijf toestaan dan is toegestaan ter plaatse van de betreffende aanduiding, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=9cced9d8-98aa-411a-b029-cf337c220071