CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels ontwerpbestemmingsplan.pdf

Raad besluit 24 januari 2022, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Vaststelling partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied50.722 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

38

3.5.10 Afwijken ten behoeve van vestiging hondenschool bij manege Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1 ten behoeve van de vestiging van een hondenschool bij een manege, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Afwijken is uitsluitend toegestaan in een zone van maximaal 50 m aansluitend aan de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - manege 1' en 'specifieke vorm van recreatie manege - 2'. b. De afwijking dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. 3.5.11 Afwijken ten behoeve van verharding buiten bouwvlak Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.1 onder a, 3.4.1 onder j en 3.4.10 ten behoeve van de aanleg van verharding buiten het bouwvlak in de vorm van (rij)paden ten behoeve van fruitteeltbedrijven of paden ten behoeve van extensief recreatief medegebruik, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Indien sprake is van de aanleg van (rij)paden ten behoeve van een fruitteeltbedrijf, dienen de paden noodzakelijk te zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling van het bedrijf. b. Deze afwijkingsbevoegdheid mag niet worden gebruikt voor het aanleggen van verhardingen in de vorm van teeltondersteunende voorzieningen, waaronder containervelden. c. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast.

3.6 Wijzigingsbevoegdheid 3.6.1 Wijzigen ten behoeve van vormverandering bouwvlak Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de vormverandering van het bouwvlak, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De vormverandering dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling van het agrarisch bedrijf dan wel de paardenhouderij. Om te bepalen of hieraan wordt voldaan, kan het bevoegd gezag een advies van een ter zake deskundige verlangen. Vooraf dient hieromtrent advies ingewonnen te worden bij een ter zake deskundige. b. De totale oppervlakte van het bouwvlak mag niet worden vergroot. c. Deze wijziging van een bouwvlak ter plaatse van de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ is uitsluitend toegestaan op een duurzame locatie. c. De wijziging dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. d. Vormverandering is niet toegestaan indien dit leidt tot een toename van de stikstofemissie vanuit de betreffende inrichting, tenzij sprake is van: 1. een bestaand gebruik zoals bedoeld in de Natuurbeschermingswet; 2. bestaande activiteiten die stikstofemissie veroorzaken en vergund zijn; 3. bestaande activiteiten waarvoor een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet is verleend; 4. een vereveningseffect, zoals bedoeld inartikel 1. e.

Vormverandering van het bouwvlak van een veehouderij, die tot doel heeft om de bouw van dierenverblijven mogelijk te maken, is uitsluitend toegestaan indien: 1. maatregelen worden getroffen en in stand worden gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij; er is sprake van een zorgvuldige veehouderij indien wordt voldaan aan de nadere regels zorgvuldige veehouderij, zoals die regels luiden op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het wijzigingsplan; 2. de ontwikkeling vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving inpasbaar is in de omgeving; 3. is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er - indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; 4. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij het initiatief.

39

f.

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' is vormverandering van het bouwvlak van een veehouderij, die tot doel heeft om de bouw van dierenverblijven mogelijk te maken, uitsluitend toegestaan indien de veehouderij voldoet aan de criteria voor grondgebondenheid, zoals die criteria luiden op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het wijzigingsplan. g. Indien de vormverandering leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van het landschap, dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Deze inspanning telt mee voor de invulling van het bepaalde onder h. h. Indien de vormverandering leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van het landschap, gaat de wijziging gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. Indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds. i.

De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone, ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstel watersystemen’, worden niet belemmerd of aangetast. 3.6.2 Wijzigen ten behoeve van vergroting bouwvlak van een grondgebonden teeltbedrijf of een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf, niet zijnde een intensieve veehouderij of glastuinbouwbedrijf, of van een paardenhouderij Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de vergroting van het bouwvlak van een grondgebonden teeltbedrijf of een en niet-grondgebonden agrarisch bedrijf, niet zijnde een grondgebonden veehouderij, intensieve veehouderij of glastuinbouwbedrijf, of en van een paardenhouderij, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Vergroting van het bouwvlak is toegestaan tot een maximum van 2 ha voor een grondgebonden teeltbedrijf agrarisch bedrijf niet zijnde een grondgebonden veehouderij en tot een maximum van 1,5 ha voor een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf, niet zijnde een intensieve veehouderij of glastuinbouwbedrijf. b.

Voor een paardenhouderij ter plaatse van de aanduiding ‘paardenhouderij’ geldt dat vergroting van het bouwvlak is toegestaan tot een maximum van 1,5 ha. c. De vergroting dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling van het agrarisch bedrijf dan wel de paardenhouderij. Om te bepalen of hieraan wordt voldaan, kan het bevoegd gezag een advies van een ter zake deskundige verlangen. Vooraf dient hieromtrent advies ingewonnen te worden bij een ter zake deskundige. d. De vergroting dient plaats te vinden aansluitend aan het bestaande bouwvlak. e. De wijziging dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. f. Vergroting van het bouwvlak van een paardenhouderij is niet toegestaan indien dit leidt tot een toename van de stikstofemissie vanuit de betreffende inrichting, tenzij sprake is van: 1. een bestaand gebruik zoals bedoeld in de Natuurbeschermingswet; 2. bestaande activiteiten die stikstofemissie veroorzaken en vergund zijn; 3. bestaande activiteiten waarvoor een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet is verleend; 4. een vereveningseffect, zoals bedoeld in artikel 1. g. Er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing.

Deze inspanning telt mee voor de invulling van het bepaalde onder h. h. De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. Indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds. i. De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone, ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstel watersystemen’, worden niet belemmerd of aangetast.

40

3.6.3 Wijzigen ten behoeve van vergroting bouwvlak grondgebonden veehouderij Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de vergroting van het bouwvlak van een grondgebonden veehouderij ter plaatse van de aanduiding ‘grondgebonden veehouderij’, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Vergroting van het bouwvlak is toegestaan tot een maximum van 1,5 ha. b. De vergroting dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling van het agrarisch bedrijf. Om te bepalen of hieraan wordt voldaan, kan het bevoegd gezag een advies van een ter zake deskundige verlangen. Vooraf dient hieromtrent advies ingewonnen te worden bij een ter zake deskundige. c. De vergroting dient plaats te vinden aansluitend aan het bestaande bouwvlak. d. De wijziging dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. e. Vergroting van het bouwvlak is niet toegestaan indien dit leidt tot een toename van de stikstofemissie vanuit de betreffende inrichting, tenzij sprake is van: 1. een bestaand gebruik zoals bedoeld in de Natuurbeschermingswet; 2. bestaande activiteiten die stikstofemissie veroorzaken en vergund zijn; 3. bestaande activiteiten waarvoor een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet is verleend; 4. een vereveningseffect, zoals bedoeld in artikel 1. f.

Vergroting van het bouwvlak van een geitenhouderij is niet toegestaan. g. Vergroting van het bouwvlak is uitsluitend toegestaan indien: 1. maatregelen worden getroffen en in stand worden gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij; er is sprake van een zorgvuldige veehouderij indien wordt voldaan aan de nadere regels zorgvuldige veehouderij, zoals die regels luiden op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het wijzigingsplan; 2. de ontwikkeling vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving inpasbaar is in de omgeving; 3. is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er - indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; 4. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij het initiatief. h.

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' is vergroting van het bouwvlak van een veehouderij, die tot doel heeft om de bouw van dierenverblijven mogelijk te maken, uitsluitend toegestaan indien de veehouderij voldoet aan de criteria voor grondgebondenheid, zoals die criteria luiden op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het wijzigingsplan. i. Er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing, waarbij de landschappelijke inpassing ten minste 10% van de omvang van het bouwvlak omvat. Deze inspanning telt mee voor de invulling van het bepaalde onder j. j. De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. Indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds. k.

De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone, ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstel watersystemen’, worden niet belemmerd of aangetast. 3.6.4 Wijzigen ten behoeve van vergroting bouwvlak intensieve veehouderij Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de vergroting van het bouwvlak van een intensieve veehouderij ter plaatse van de aanduiding ‘intensieve veehouderij’, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Vergroting van het bouwvlak is toegestaan tot een maximum van 1,5 ha tot maximaal 1,5 ha is uitsluitend toegestaan op een duurzame locatie, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:

41

b. c. c.

d. e. f. g. h.

i. j.

k.

l.

1. aanwezig zijn aantoonbare ruimtelijk-economische belangen voor de lange termijn die noodzaken tot uitbreiding ter plaatse; 2. zuinig ruimtegebruik wordt toegepast door aan te sluiten bij bestaande bebouwing of, al dan niet door herschikking, optimaal gebruik te maken van de beschikbare ruimte; 3. de beoogde ontwikkeling is zowel vanuit milieuoogpunt, in het bijzonder wat betreft gezondheid voor mensen, als vanuit ruimtelijk oogpunt, in bijzonder wat betreft natuur, landschap en cultuurhistorie, aanvaardbaar; 4. voor wat betreft ammoniak, geur en fijnstof mag er geen sprake zijn van een toename van de emissie vanuit de betreffende inrichting. Binnen het bouwvlak van maximaal 1,5 ha is maximaal 8.000 m² aan bedrijfsgebouwen en overkappingen toegestaan ten behoeve van de intensieve veehouderij. Tot 1 juni 2014 is vergroting ten behoeve van een geiten- en/of schapenhouderij niet toegestaan. De vergroting dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling van het agrarisch bedrijf. Om te bepalen of hieraan wordt voldaan, kan het bevoegd gezag een advies van een ter zake deskundige verlangen. Vooraf dient hieromtrent advies ingewonnen te worden bij een ter zake deskundige. De vergroting dient plaats te vinden aansluitend aan het bestaande bouwvlak. De wijziging dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn.

Vergroting van het bouwvlak is niet toegestaan indien dit leidt tot een toename van de stikstofemissie vanuit de betreffende inrichting, tenzij sprake is van een vereveningseffect, zoals bedoeld in artikel 1. Vergroting van het bouwvlak van een geitenhouderij is niet toegestaan. Vergroting van het bouwvlak is uitsluitend toegestaan indien: 1. maatregelen worden getroffen en in stand worden gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij; er is sprake van een zorgvuldige veehouderij indien wordt voldaan aan de nadere regels zorgvuldige veehouderij, zoals die regels luiden op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het wijzigingsplan; 2. de ontwikkeling vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving inpasbaar is in de omgeving; 3. is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er - indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; 4. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij het initiatief.

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' is vergroting van het bouwvlak van een veehouderij, die tot doel heeft om de bouw van dierenverblijven mogelijk te maken, niet toegestaan. Er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing, waarbij de landschappelijke inpassing ten minste 10% van de omvang van het bouwvlak omvat. Deze inspanning telt mee voor de invulling van het bepaalde onder k. Ten minste 10% van het bouwvlak wordt aangewend voor een goede landschappelijke inpassing op basis van een door burgemeester en wethouders goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Deze inspanning telt mee voor de invulling van het bepaalde onder i. De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. Indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds.

De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone, ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstel watersystemen’, worden niet belemmerd of aangetast.

42

3.6.5 Wijzigen ten behoeve van vergroting bouwvlak glastuinbouwbedrijf Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de vergroting van het bouwvlak van een glastuinbouwbedrijf ter plaatse van de aanduiding ‘glastuinbouw’, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Vergroting van het bouwvlak ten behoeve van kassen is niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)'. b. Vergroting van het bouwvlak is toegestaan tot een maximum van 3,5 ha, waarvan maximaal 3 ha kassen. c. In uitzondering op het bepaalde onder b in lid a geldt dat ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied glastuinbouw doorgroeigebied’, ‘zoekgebied glastuinbouw vestigingsgebied 1’ en ‘zoekgebied glastuinbouw vestigingsgebied 2’ vergroting van het bouwvlak is toegestaan tot een maximum van 9 ha, waarvan maximaal 8 ha kassen. d. De vergroting dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling van het agrarisch bedrijf. Om te bepalen of hieraan wordt voldaan, kan het bevoegd gezag een advies van een ter zake deskundige verlangen. Vooraf dient hieromtrent advies ingewonnen te worden bij een ter zake deskundige. e. De vergroting dient plaats te vinden aansluitend aan het bestaande bouwvlak. f. De wijziging dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. g.

Vergroting van het bouwvlak is niet toegestaan indien dit leidt tot een toename van de stikstofemissie vanuit de betreffende inrichting, tenzij sprake is van: 1. een bestaand gebruik zoals bedoeld in de Natuurbeschermingswet; 2. bestaande activiteiten die stikstofemissie veroorzaken en vergund zijn; 3. bestaande activiteiten waarvoor een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet is verleend; 4. een vereveningseffect, zoals bedoeld in artikel 1. h. Er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door burgemeester en wethouders goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Deze inspanning telt mee voor de invulling van het bepaalde onder i. Indien door de vergroting een bouwvlak ontstaat met de mogelijkheid voor meer dan 5 ha kassen een oppervlakte van meer dan 5 ha, dient bovendien anderszins te worden voldaan aan het gestelde onder i. i. De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan.

Indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds. j. De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone, ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstel watersystemen’, worden niet belemmerd of aangetast. 3.6.6 Wijzigen ten behoeve van vormverandering/vergroting bouwvlak voor het bewerken, afvoergereedmaken en verpakken van niet eigen dan wel elders geteelde agrarische producten Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de vormverandering van het bouwvlak dan wel ten behoeve van de vergroting van het bouwvlak, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De wijziging dient noodzakelijk te zijn voor en is uitsluitend toegestaan ten behoeve van het bewerken, afvoergereedmaken en verpakken van niet eigen dan wel elders geteelde agrarische producten. b. De wijziging is niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'grondgebonden veehouderij', 'intensieve veehouderij' of 'paardenhouderij'. c.

In geval van vormverandering van het bouwvlak mag de totale oppervlakte van het bouwvlak niet worden vergroot. d. In geval van vergroting van het bouwvlak, mag vergroting uitsluitend plaatsvinden aansluitend aan het bestaande bouwvlak, tot een maximum van: 1. 2 ha voor een grondgebonden teeltbedrijf; agrarisch bedrijf niet zijnde een grondgebonden veehouderij; 2. 1,5 ha voor een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf, niet zijnde een intensieve veehouderij of glastuinbouwbedrijf;

43

3. 3,5 ha, waarvan maximaal 3 ha kassen voor een glastuinbouwbedrijf, met uitzondering van glastuinbouwbedrijven ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied glastuinbouw doorgroeigebied’, ‘zoekgebied glastuinbouw vestigingsgebied 1’ en ‘zoekgebied glastuinbouw vestigingsgebied 2’ waar vergroting van het bouwvlak is toegestaan tot een maximum van 9 ha, waarvan maximaal 8 ha kassen. e. In uitzondering op het bepaalde in lid d onder 3 geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)' geen vergroting van het bouwvlak is toegestaan. f. De oppervlakte van de (gezamenlijke) ruimte(n) voor het bewerken, afvoergereedmaken en verpakken van de eigen agrarische producten geteeld op of in de directe omgeving van het bedrijf en niet eigen dan wel elders geteelde agrarische producten wordt afgestemd op de bedrijfsvoering. mag niet meer bedragen dan 750 m². g. De niet eigen dan wel elders geteelde agrarische producten moeten dezelfde teelt betreffen als de eigen agrarische producten geteeld op of in de directe omgeving van het bedrijf en mogen het aandeel daarvan niet overtreffen. h.

Voor het bewerken, afvoergereedmaken en verpakken van niet eigen dan wel elders geteelde agrarische producten dient gebruik te worden gemaakt van dezelfde machines als voor het bewerken, afvoergereedmaken en verpakken van de eigen agrarische producten geteeld op of in de directe omgeving van het bedrijf. i. De agrarische functie op het perceel dient als hoofdfunctie aanwezig en herkenbaar te blijven. j. De activiteit mag niet leiden tot een zelfstandige bedrijfsactiviteit. k. Om te bepalen of aan het vorenstaande wordt voldaan, kan het bevoegd gezag een advies van een ter zake deskundige verlangen. Vooraf dient omtrent het vorenstaande advies ingewonnen te worden bij een ter zake deskundige. l. Zodra de agrarische hoofdfunctie ter plaatse wordt gestaakt, dient ook het bewerken, afvoergereedmaken en verpakken van niet eigen dan wel elders geteelde agrarische producten te worden beëindigd. m. De wijziging mag geen onevenredige verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben en de infrastructuur van en naar het bedrijf moet geschikt zijn om de extra verkeersbewegingen te verwerken. n. De wijziging dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. o.

Behalve in geval van vormverandering van het bouwvlak die niet leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van het landschap, dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Deze inspanning telt mee voor de invulling van het bepaalde onder p. p. Behalve in geval van vormverandering van het bouwvlak die niet leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van het landschap, gaat de wijziging gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. Indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds. q. De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone, ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstel watersystemen’, worden niet belemmerd of aangetast.

3.6.7 Wijzigen ten behoeve van omschakeling naar of nieuwvestiging van een glastuinbouwbedrijf Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de omschakeling naar of nieuwvestiging van een glastuinbouwbedrijf, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De wijziging is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied glastuinbouw vestigingsgebied 1’. b. Aangetoond dient te zijn dat in geval van nieuwvestiging deze niet mogelijk is op een te beëindigen of reeds beëindigd agrarisch bedrijf en er geen sprake is van bestaande (voormalige/agrarische bedrijfs)bebouwing welke voor hergebruik in aanmerking komt. Bij omschakeling naar of nieuwvestiging van een glastuinbouwbedrijf wordt de oppervlakte van het bouwvlak afgestemd op de voorgenomen agrarische bedrijfsvoering en mag maximaal 9 ha bedragen waarvan maximaal 8 ha kassen.

44

c.

d. e. f.

g.

h.

i.

Er dient sprake te zijn van een volwaardig glastuinbouwbedrijf. Om te bepalen of hieraan wordt voldaan, kan het bevoegd gezag een advies van een ter zake deskundige verlangen. Vooraf dient hieromtrent advies ingewonnen te worden bij een ter zake deskundige. De afstand van het nieuwe bouwvlak ten behoeve van het glastuinbouwbedrijf tot woningen / bedrijfswoningen van derden mag niet minder bedragen dan 30 m. De wijziging dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. Omschakeling naar of nieuwvestiging van een glastuinbouwbedrijf is niet toegestaan indien dit leidt tot een toename van de stikstofemissie vanuit de betreffende inrichting, tenzij sprake is van: 1. een bestaand gebruik zoals bedoeld in de Natuurbeschermingswet; 2. bestaande activiteiten die stikstofemissie veroorzaken en vergund zijn; 3. bestaande activiteiten waarvoor een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet is verleend; 4. een vereveningseffect, zoals bedoeld in artikel 1. Er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door burgemeester en wethouders goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Deze inspanning telt mee voor de invulling van het bepaalde onder h.

Indien door de omschakeling of nieuwvestiging een bouwvlak ontstaat met de mogelijkheid voor meer dan 5 ha kassen een oppervlakte van meer dan 5 ha, dient bovendien anderszins te worden voldaan aan het gestelde onder h. De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. Indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds. De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone, ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstel watersystemen’, worden niet belemmerd of aangetast.

3.6.8 Wijzigen ten behoeve van omschakeling naar een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf, niet zijnde een intensieve veehouderij of glastuinbouwbedrijf Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de omschakeling naar een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf, niet zijnde een intensieve veehouderij of glastuinbouwbedrijf, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De oppervlakte van het bouwvlak wordt afgestemd op de voorgenomen agrarische bedrijfsvoering en mag maximaal 1,5 ha bedragen. b. Er dient sprake te zijn van een volwaardig agrarisch bedrijf. Om te bepalen of hieraan wordt voldaan, kan het bevoegd gezag een advies van een ter zake deskundige verlangen. Vooraf dient hieromtrent advies ingewonnen te worden bij een ter zake deskundige. c. De wijziging dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. d. Er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Deze inspanning telt mee voor de invulling van het bepaalde onder e. e.

De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. Indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds. f. De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone, ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstel watersystemen’, worden niet belemmerd of aangetast.

45

3.6.9 Wijzigen ten behoeve van omschakeling naar paardenhouderij Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de omschakeling naar een paardenhouderij, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De wijziging is niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'zoekgebied glastuinbouw doorgroeigebied', 'zoekgebied glastuinbouw vestigingsgebied 1' en 'zoekgebied glastuinbouw vestigingsgebied 2'. b. Er dient sprake te zijn van een volwaardige paardenhouderij. Om te bepalen of hieraan wordt voldaan, kan het bevoegd gezag een advies van een ter zake deskundige verlangen. Vooraf dient hieromtrent advies ingewonnen te worden bij een ter zake deskundige. c. Het bouwvlak dient te worden afgestemd op de voorgenomen bedrijfsvoering en mag maximaal 1,5 ha bedragen. d. De oppervlakte aan bedrijfsgebouwen en overkappingen binnen het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 5.000 m², met dien verstande dat binnen deze oppervlakte de oppervlakte van een rijhal niet meer mag bedragen dan 1.000 m² en ter plaatse van de aanduiding ‘zone langs doorgaande weg’ niet meer dan 1.200 m². e. De wijziging dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. f. Omschakeling naar een paardenhouderij is niet toegestaan indien dit leidt tot een toename van de stikstofemissie vanuit de betreffende inrichting, tenzij sprake is van: 1.

een bestaand gebruik zoals bedoeld in de Natuurbeschermingswet; 2. bestaande activiteiten die stikstofemissie veroorzaken en vergund zijn; 3. bestaande activiteiten waarvoor een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet is verleend; 4. een vereveningseffect, zoals bedoeld in artikel 1. g. Er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Deze inspanning telt mee voor de invulling van het bepaalde onder h. h. De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. Indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds. i.

De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone, ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstel watersystemen’, worden niet belemmerd of aangetast. 3.6.10 Wijzigen ten behoeve van permanente teeltondersteunende voorzieningen, niet zijnde teeltondersteunende kassen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen door de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - permanente teeltondersteunende voorzieningen’ te wijzigen en/of toe te voegen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Het is niet mogelijk de permanente teeltondersteunende voorzieningen, niet zijnde teeltondersteunende kassen, binnen het bestaande bouwvlak en/of de bestaande aanduiding te realiseren. b. De situering dient plaats te vinden aansluitend aan het bestaande bouwvlak en/of de bestaande aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - permanente teeltondersteunende voorzieningen'. Indien tussen het nieuwe aanduidingsvlak en het bouwvlak of het bestaande aanduidingsvlak een waterloop, een weg, niet zijnde een provinciale weg of rijksweg, en/of een houtsingel ligt, wordt dit ook als aansluitend beschouwd. c.

De oppervlakte van de aanduiding of aanduidingen mag per bouwvlak niet meer bedragen dan 8 ha. d. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4 m. e. De wijziging dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling van het agrarisch bedrijf. Om te bepalen of hieraan wordt voldaan, kan het bevoegd gezag een advies van een ter zake deskundige verlangen. Vooraf dient hieromtrent advies ingewonnen te worden bij een ter zake deskundige. f. Er dient te worden voorzien in een passende landschappelijke inpassing op basis van een door burgemeester en wethouders goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Deze inspanning telt mee voor de invulling van het bepaalde onder g. h.

46

g. De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. Indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds. h. De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone, ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstel watersystemen’, worden niet belemmerd of aangetast. 3.6.11 Wijzigen ten behoeve van voeder- en watervoorzieningen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen door de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - voeder- en watervoorzieningen’ te wijzigen en/of toe te voegen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Het is niet mogelijk de voeder- en watervoorzieningen binnen het bestaande bouwvlak en/of de bestaande aanduiding te realiseren. b.

Een wijziging ten behoeve van de toevoeging van voedervoorzieningen mag uitsluitend worden aangewend voor grondgebonden veehouderijen ter plaatse van de aanduiding 'grondgebonden veehouderij'. c. Een wijziging ten behoeve van de toevoeging van watervoorzieningen mag uitsluitend worden aangewend voor fruitteeltbedrijven, vollegrondstuinbouwbedrijven, boomteeltbedrijven en glastuinbouwbedrijven. d. De situering dient plaats te vinden aansluitend aan het bestaande bouwvlak en/of de bestaande aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - voeder- en watervoorzieningen'. e. De oppervlakte van de aanduiding of aanduidingen mag per bouwvlak niet meer bedragen dan 5.000 m². f. De bouwhoogte (bouw)hoogte mag niet meer bedragen dan 3 m. g. Er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Deze inspanning telt mee voor de invulling van het bepaalde onder h. h. De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan.

Indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds. i. De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone, ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstelwatersystemen’, worden niet belemmerd of aangetast. 3.6.12 Wijzigen naar 'Wonen' en 'Tuin' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming ‘Wonen’ of ‘Wonen’ en ‘Tuin’, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Het agrarisch bedrijf ter plaatse is beëindigd en agrarisch hergebruik is redelijkerwijs niet te verwachten. is redelijkerwijs niet mogelijk. b. Er mag geen sprake zijn van een verslechtering van het woon- en leefklimaat. c. De bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen agrarische en andere bedrijven mogen niet worden beperkt. d. Het bouwvlak wordt verwijderd en de nieuwe bestemming ‘Wonen’ of ‘Wonen’ en ‘Tuin’ bevat de voormalige agrarische bedrijfswoning met bijhorende tuin, erf en verhardingen. , waarbij het bestemmingsvlak voor ‘Wonen’ maximaal 1.500 m² mag bedragen. e.

Het bestemmingsvlak 'Wonen' wordt afgestemd op de nieuwe situatie, met dien verstande dat: 1. indien het bestemmingsvlak 'Wonen' groter is dan 1.500 m2, er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing;

47

2. indien het bestemmingsvlak 'Wonen' groter is dan 5.000 m2, er tevens dient te worden voorzien in een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. f. Overtollige (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen moeten worden gesloopt, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. De sloop van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is niet toegestaan. 2. De oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 200 m2. 3. Indien meer dan 200 m2 aan (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen aanwezig is, kan de sloop van deze bebouwing worden ingezet voor het vergroten van de oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen als genoemd onder 2 en/of voor het vergroten van de inhoud van het hoofdgebouw. 4. Indien de sloop wordt ingezet voor het vergroten van de oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: I. als op het perceel in de bestaande situatie minder dan 400 m2 aan bestaande, legaal opgerichte, (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen aanwezig is, geldt de bestaande oppervlakte van deze gebouwen en overkappingen als maximale oppervlakte die kan worden toegestaan; II.

als op het perceel 400 m2 of meer aan bestaande, legaal opgerichte (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen aanwezig is, bedraagt de maximale oppervlakte die kan worden toegestaan 400 m2; III. indien bij toepassing van het bepaalde onder II sprake zou zijn van een situatie waarbij in redelijkheid niet kan worden verlangd dat een bestaand gebouw gedeeltelijk wordt gesloopt, of de gedeeltelijke sloop van dat gebouw zou tot een onaanvaardbare ruimtelijke situatie leiden, bedraagt de maximale oppervlakte die kan worden toegestaan 500 m2; IV. de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen mag ofwel behouden blijven ofwel nieuw gebouwd worden. 5. Indien de sloop (tevens) wordt ingezet voor het vergroten van de inhoud van het hoofdgebouw gelden de volgende regels: I. voor iedere 100 m2 te slopen bebouwing mag de inhoud van het hoofdgebouw worden vergroot met 50 m3 tot een maximale inhoud van 850 m3; II. indien (een deel van de) te slopen bebouwing wordt ingezet voor vergroting van het hoofdgebouw, wordt de maximale oppervlakte voor bijgebouwen en overkappingen die kan worden toegestaan op grond van het bepaalde onder 4, teruggebracht met 5 m2 voor iedere 10 m3 waarmee het hoofdgebouw wordt vergroot. 6.

Indien de bestaande oppervlakte aan cultuurhistorisch waardevolle (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen meer bedraagt dan kan worden toegestaan op grond van het bepaalde onder 4, geldt deze bestaande oppervlakte als maximum. 7. Alle overtollige bebouwing moet worden gesloopt, zodat de totale hoeveelheid bebouwing wordt teruggebracht tot hetgeen op grond van het bepaalde onder 4, 5 en/of 6 is toegelaten. g. Indien meer dan 200 m2 aan bijgebouwen en overkappingen wordt toegestaan, dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. h. Indien meer dan 400 m2 aan bijgebouwen en overkappingen wordt toegestaan, dient tevens te worden voorzien in een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. h. De oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 100 m² waarbij overtollige (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen, een en ander met uitzondering van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, dienen te worden gesloopt, met dien verstande dat: 1.

van de totale oppervlakte aan legaal opgerichte bebouwing mag voor elke 100 m² te slopen bebouwing de inhoud van de woning worden vergroot met 50 m³ tot een maximale inhoud van 850 m³ en/of

48

i.

i.

2. 25% van de totale, dan wel na toepassing van het bepaalde onder 1 resterende, te slopen oppervlakte aan legaal opgerichte bebouwing mag worden toegevoegd aan de toegestane oppervlakte van 100 m² aan bijgebouwen en overkappingen; 3. de maximaal berekende oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen mag ofwel behouden blijven ofwel nieuw gebouwd worden; 4. het totaal aan bijgebouwen en overkappingen mag, inclusief de aanwezige oppervlakte aan cultuurhistorisch waardevolle (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen, niet meer bedragen dan 250 m²; 5. indien de bestaande oppervlakte aan cultuurhistorisch waardevolle (voormalige) bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen reeds meer bedraagt dan 250 m², geldt deze oppervlakte als maximum; 6. bij de toepassing van het bepaalde onder 1 en 2 dient de te slopen bebouwing te worden uitgelegd als sloop van de totale bebouwing, met uitzondering van de woning. Indien het te verwijderen bouwvlak kleiner is dan 1 ha, gaat de wijziging gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan.

De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone, ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstel watersystemen’, worden niet belemmerd of aangetast.

3.6.13 Wijzigen ten behoeve van het verwijderen van de aanduiding 'grondgebonden veehouderij', 'glastuinbouw', 'intensieve veehouderij', en/of 'paardenhouderij' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen in die zin dat de aangegeven aanduiding ‘grondgebonden veehouderij’, ‘glastuinbouw’, ‘intensieve veehouderij’ en/of ‘paardenhouderij’ wordt verwijderd, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De betreffende bedrijfsvoering is beëindigd en is omgeschakeld naar een grondgebonden teeltbedrijf. agrarische bedrijfsvoering, niet zijnde grondgebonden veehouderij. b. Kassen dienen te worden gesloopt, met uitzondering van maximaal 5.000 m² aan teeltondersteunende kassen indien deze noodzakelijk zijn in relatie tot het grondgebonden teeltbedrijf. de grondgebonden agrarische bedrijfsvoering. c. Het bouwvlak dient te worden afgestemd op de voorgenomen agrarische bedrijfsvoering, waarbij de resterende omvang maximaal 1,5 ha mag bedragen. 3.6.14 Wijzigen ten behoeve van niet-agrarische functies, niet zijnde wonen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de omschakeling naar niet-agrarische functies, niet zijnde wonen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Wijziging is uitsluitend toegestaan ter plaatse van het bouwvlak. b.

Het agrarisch bedrijf ter plaatse is beëindigd en agrarisch hergebruik is redelijkerwijs niet mogelijk. c. Het bouwvlak wordt verwijderd en de oppervlakte van het bestemmingsvlak bedraagt niet meer dan 5.000 m², waarbinnen een passend bouwvlak wordt opgenomen waarbinnen de voormalige bedrijfswoning met bijhorende verhardingen en de bebouwing ten behoeve van de niet-agrarische functie worden gesitueerd. d. De niet-agrarische functies die kunnen worden toegestaan en de gebieden waar deze wel of niet zijn toegestaan, zijn opgenomen in de tabel in bijlage 2. e. De oppervlakte aan niet-agrarische functies mag niet meer bedragen dan is aangegeven in de tabel in bijlage 2. f. Overtollige bebouwing, niet zijnde cultuurhistorisch waardevolle en/of monumentale bebouwing, wordt gesloopt. g. Buitenopslag en opslag in kassen ten behoeve van de niet-agrarische functie is niet toegestaan. h. Detailhandel, uitgezonderd ondergeschikte detailhandel bij ambachtelijke bedrijven in toeristisch recreatieve sfeer, en/of een zelfstandige kantoorvoorziening met baliefunctie is niet toegestaan. i. De niet-agrarische functie heeft geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg. j. De wijziging dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn.

49

k. De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. l. De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone, ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstel watersystemen’, worden niet belemmerd of aangetast.

3.6.15 Wijzigen naar bestemming 'Groen - Houtsingel' Ten behoeve van de vormverandering en/of uitbreiding van een bouwvlak van een agrarisch bedrijf waarbij een bestaande houtsingel moet worden verplaatst, zijn burgemeester en wethouders bevoegd dit bestemmingsplan te wijzigen in die zin dat de bestemming ‘Agrarisch’ ter plaatse van de nieuwe locatie van de houtsingel wijzigt in de bestemming ‘Groen - Houtsingel’ onder gelijktijdige wijziging van de bestemming ‘Groen - Houtsingel’ ter plaatse van de bestaande locatie van de houtsingel in de bestemming ‘Agrarisch’, een en ander met bijbehorende aanduidingen, waarbij de verplaatsing van de houtsingel plaatsvindt conform een door burgemeester en wethouders goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de houtsingel en de omvang van de houtsingel minimaal gelijk moet blijven.

50

Artikel 4 Agrarisch met waarden 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Agrarisch met waarden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. grondgebonden teeltbedrijven, agrarische bedrijven, niet zijnde grondgebonden veehouderijen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding: 1. ‘glastuinbouw’ tevens een glastuinbouwbedrijf is toegestaan; 2. ‘grondgebonden veehouderij’ tevens een grondgebonden veehouderij, niet zijnde een geitenhouderij, is toegestaan; 3. ‘intensieve veehouderij’ tevens een intensieve veehouderij, niet zijnde een geitenhouderij, is toegestaan; 4. ‘paardenhouderij’ tevens een paardenhouderij is toegestaan; 5. ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden - geiten- en of schapenhouderij' tevens een geiten- en/of schapenhouderij is toegestaan; waarbij niet meer dan één agrarisch bedrijf aanwezig mag zijn per bouwvlak; b. nevenfuncties en vormen van verbrede landbouw in de vorm van: 1. bewerken, afvoergereedmaken en verpakken van eigen agrarische producten geteeld op of in de directe omgeving van het bedrijf; 2. kleinschalige ambachtelijke verwerking van eigen agrarische producten als ondergeschikt, niet-zelfstandig onderdeel van de bedrijfsactiviteiten; 3. huisverkoop; 4. informatieve en/of educatieve activiteiten; nevenfuncties en vormen van verbrede landbouw, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding: 1.

'specifieke vorm van agrarisch met waarden - agrarisch hulpgebouw', een agrarisch hulpgebouw is toegestaan; c. tevens een agrarisch hulpgebouw ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - agrarisch hulpgebouw'; d. wonen in een bedrijfswoning met bijbehorende tuin en erf ten behoeve van het agrarisch bedrijf, met dien verstande dat: uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’; 1. per bouwvlak maximaal één bedrijfswoning is toegestaan; 2. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan; e. tevens huisvesting van seizoenarbeiders in bedrijfsgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - huisvesting seizoenarbeiders'; f. agrarisch natuur- en/of landschapsbeheer; g. bewerken, afvoergereedmaken en verpakken van eigen agrarische producten geteeld op of in de directe omgeving van het bedrijf; h. kleinschalige ambachtelijke verwerking van eigen agrarische producten als ondergeschikt, niet-zelfstandig onderdeel van de bedrijfsactiviteiten; i. huisverkoop; j. informatieve en/of educatieve activiteiten; g. extensief recreatief medegebruik; h. aan-huis-gebonden-beroepen; i. bed & breakfast; j. behoud, versterking en/of ontwikkeling van de natuurwaarden en landschapswaarden in het algemeen en in het bijzonder voor: 1.

aardkundig waardevolle gebieden, ter plaatse van de aanduiding ‘aardkundig waardevol’; 2. beekdal ter plaatse van de aanduiding ’beekdal’; 3. cultuurhistorisch waardevolle gebieden ter plaatse van de aanduiding ‘cultuurhistorisch vlak’; 4. het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden ter plaatse van de aanduiding ‘groenblauwe mantel’; 5. landschappelijke afwisseling ter plaatse van de aanduiding ‘landschappelijk afwisselend gebied’; 6. landschappelijke openheid ter plaatse van de aanduiding ‘landschappelijk open gebied’; 7. kwetsbare soorten ter plaatse van de aanduiding ‘leefgebied kwetsbare soorten’; 8. struweelvogels ter plaatse van de aanduiding ‘leefgebied struweelvogels’; 9. een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstel watersystemen’; 51

10. een zoekgebied voor een ecologische verbindingszone ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’; waarbij voor l het bepaalde onder 1 tot en met l onder 10 het bepaalde in 36.7 van toepassing is; alsmede voor bijbehorende: k. veepaden; l. toegangspaden tot gebouwen en in- en uitritten; m. groenvoorzieningen en/of kleinschalige landschapselementen; n. duikers, dammen en overkluizingen; o. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 4.2 Bouwregels Op en in deze gronden mag uitsluitend ten dienste van en noodzakelijk voor de in 4.1 bedoelde bestemmingsomschrijving worden gebouwd, waarbij uitsluitend gebouwd mag worden ten behoeve van een volwaardig agrarisch bedrijf of ter plaatse van de aanduiding 'paardenhouderij' ten behoeve van een volwaardige paardenhouderij en voorts voldaan moet worden aan de volgende regels: 4.2.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a. Bouwwerken en verhardingen zijn uitsluitend binnen een bouwvlak toegestaan, met uitzondering van bouwwerken en verhardingen als bedoeld in 4.2.8, 4.2.9, 4.2.10 en 4.2.11. b. Per bouwvlak is bebouwing ten behoeve van niet meer dan één agrarisch bedrijf toegestaan. Indien tussen bouwvlakken de aanduiding ‘relatie’ is aangegeven worden deze bouwvlakken aangemerkt als één bouwvlak. c.

De afstand van gebouwen en overkappingen tot de perceelsgrenzen met derden mag niet minder bedragen dan 5 m. d. De afstand van kassen tot de perceelsgrenzen met derden mag niet minder bedragen dan 2 m. e. Uitbreiding en/of wijziging van de bebouwing is niet toegestaan indien dit leidt tot een toename van de stikstofemissie vanuit de betreffende inrichting, tenzij sprake is van: 1. een bestaand gebruik zoals bedoeld in de Natuurbeschermingswet; 2. bestaande activiteiten die stikstofemissie veroorzaken en vergund zijn; 3. bestaande activiteiten waarvoor een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet is verleend; 4. een vereveningseffect, zoals bedoeld in artikel 1. f. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' geldt voor een veehouderij die niet voldoet aan de criteria voor grondgebondenheid, dat een toename van de bestaande oppervlakte van bouwwerken niet is toegestaan, met uitzondering van een toename van de oppervlakte van de bedrijfswoning en bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning. g. Tot 1 juni 2014 mag de oppervlakte aan bebouwing ten behoeve van een geiten- en/of schapenhouderij ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - geiten- en of schapenhouderij' niet meer bedragen dan bestaand.

4.2.2 Bedrijfsgebouwen en overkappingen, niet zijnde kassen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en overkappingen, niet zijnde kassen, gelden de volgende regels: a. De oppervlakte van bedrijfsgebouwen en overkappingen, niet zijnde kassen, mag per bouwvlak niet meer bedragen dan 5.000 m², met dien verstande dat: 1. de oppervlakte van dierenverblijven binnen deze oppervlakte van 5.000 m2 niet meer mag bedragen dan de gezamenlijke oppervlakte van de bestaande dierenverblijven; 2. de oppervlakte van dierenverblijven voor het houden van geiten binnen deze oppervlakte van 5.000 m2 niet meer mag bedragen dan de gezamenlijke oppervlakte van de bestaande dierenverblijven voor het houden van geiten; 3. ter plaatse van de aanduiding ‘paardenhouderij’ binnen deze oppervlakte van 5.000 m² de oppervlakte van een rijhal niet meer mag bedragen dan: I. 1.000 m²; II. 1.200 m² ter plaatse van de aanduiding ‘zone langs doorgaande weg’.

52

a. De oppervlakte per bouwvlak mag niet meer bedragen dan 5.000 m², met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘paardenhouderij’ binnen deze oppervlakte van 5.000 m² de oppervlakte van een rijhal niet meer mag bedragen dan: 1. 1.000 m²; 2. 1.200 m² ter plaatse van de aanduiding ‘zone langs doorgaande weg’. b. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 5 m. c. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m. d. De dakhelling van bedrijfsgebouwen mag niet minder bedragen dan 12° en niet meer dan 50°. 4.2.3 Kassen Voor het bouwen van kassen, niet zijnde teeltondersteunende kassen, gelden de volgende regels: a. Kassen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding ‘glastuinbouw’. b. De oppervlakte aan kassen mag niet meer bedragen dan 3 ha, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding ‘maximum oppervlakte (m2)’ waar de oppervlakte aan kassen niet meer mag bedragen dan is aangegeven ter plaatse van deze aanduiding. c. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 8 m. d. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 m. e. De afstand tot woningen/bedrijfswoningen van derden mag niet minder bedragen dan 30 m. 4.2.4 Teeltondersteunende kassen Voor het bouwen van teeltondersteunende kassen gelden de volgende regels: a.

Teeltondersteunende kassen zijn niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'beekdal', 'groenblauwe mantel’, ‘landschappelijk afwisselend gebied’, ‘landschappelijk open gebied’, 'leefgebied kwetsbare soorten’, 'leefgebied struweelvogels’. b. De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 5.000 m². c. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 6,5 m. d. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 7,5 m. e. De afstand tot woningen/bedrijfswoningen van derden mag niet minder bedragen dan 30 m. 4.2.5 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van agrarische bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. Het aantal bedrijfswoningen per bouwvlak mag niet meer bedragen dan één, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’ geen bedrijfswoning is toegestaan. b. Vervangende nieuwbouw, met uitzondering van herbouw, van bedrijfswoningen is niet toegestaan. c. De inhoud van het hoofdgebouw de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m3. De ondergrondse bebouwing en de bijgebouwen worden wordt niet meegerekend voor het bepalen van de inhoud. d. De goothoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 6 m. e. De bouwhoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 10 m. f. De dakhelling van het hoofdgebouw mag niet minder bedragen dan 12° en niet meer dan 50°.

4.2.6 Bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen Voor het bouwen van bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. De gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 200 m2. 100 m². b. Bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend worden gebouwd op een afstand van ten minste 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw, met dien verstande dat, indien deze afstand in de bestaande situatie minder dan 1 meter bedraagt, de bestaande afstand als minimale afstand geldt. c. De goothoogte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 3,25 m. d. De bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 5,5 m. e. De dakhelling van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 50° 45°.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=9cced9d8-98aa-411a-b029-cf337c220071