P06992 Procedureadvies spoortunnel 1.0
Tekst van het document
Die moeten dan wel voldoen aan de inhoudelijke
alternatieven niet nog een keer hoeven te worden
niet als een separaat besluit te worden vormgege-
eisen. Dit staat in artikel 16.37 van de Omgevings-
afgewogen. Dat geldt ook voor alternatieven die
ven.
wet.
wat betreft milieugevolgen niet onderscheidend
Er kan met andere woorden worden voortgebor-
zijn ten opzichte van een in het MER beschreven
Een plan-mer-beoordelingsbesluit kan – met an-
duurd op het plan-MER dat bij de omgevingsvisie
alternatief.
dere woorden – onderdeel zijn van een ontwerp-
is vastgesteld.
wijziging van het omgevingsplan. Inhoudelijk verschilt een plan-mer-beoordeling niet
Voor de afbakening van de inhoud van een plan-
5.4
Conclusie en advies
van een project-mer-beoordeling. Voor een omgevingsplan waarin de aanleg van 5.3.3
Hergebruik plan-MER
een weg planologisch mogelijk wordt gemaakt
De afbakening van de inhoud van een plan-MER
geldt in beginsel een project-mer-(beoorde-
(reikwijdte en detailniveau) is een belangrijke stap
lings)plicht. Dit is anders als het omgevingsplan
bij het opstellen van een MER.
kaderstellend is. In dat geval geldt een planmer(beoordelings)plicht voor het omgevingsplan
Reikwijdte staat voor de onderwerpen die in het
en een project-mer(beoordelings)plicht voor de
MER staan:
binnenplanse omgevingsvergunning.
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
MER (reikwijdte en detailniveau) geldt dat die kan worden afgestemd op andere instrumenten onder de Omgevingswet, waaronder de omgevingsvisie. Bij het opstellen van een plan-MER mag het bevoegd gezag andere milieueffectrapporten gebruiken, die voldoen aan de inhoudelijke eisen die de wet aan een plan-MER stelt. Dit staat in artikel 16.37 van de Omgevingswet. Er kan met andere woorden worden voortgeborduurd op het planMER dat bij de omgevingsvisie is vastgesteld.
25
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
26
6 6.1
Uitvoeringsaspecten Inleiding
res zijn door de gemeente enkele vragen gesteld die verband houden met planning en uitvoering. Het gaat om de volgende vragen: In welke mate van detail moet het ontwerp van de tunnel en de weg al zijn uitgewerkt als met een omgevingsplan wordt gewerkt?
En daarnaast is het van belang om te weten wanneer met de studiefase met ProRail gestart kan worden.
Moet de omgevingsvergunning dan al onherroepelijk zijn?
6.2
Globaal omgevingsplan
worden verricht en er een grotere mate van onze-
Als het wenselijk is om nog geen detailleerde mo-
kerheid is over de voorwaarden waaronder het
gelijkheden vast te leggen voor de aanleg van de
project kan worden uitgevoerd.
spoortunnel en de weg, maar afwegingsruimte te
Naast de hoofdvragen over de te volgen procedu-
6.2.1
Detailniveau ontwerp en tijdstip studie
Een omgevingsplan kan naar wens globaal of ge-
bieden, past een globaal omgevingsplan bij die
6.2.2
keuze. In dat geval is het noodzakelijk dat een
Alternatief is om – net zoals in het huidige recht
binnenplanse vergunningplicht in het omgevings-
gebruikelijk is – te werken met een gedetailleerd
plan wordt vastgelegd met de beoordelingsregels
omgevingsplan.
Gedetailleerd omgevingsplan
waaraan een aanvraag tezijndertijd wordt getoetst. Deze regels kunnen beoordelingsruimte
Ook dan hoeft er nog geen definitief ontwerp ge-
bevatten.
reed te zijn. In tegenstelling tot een globaal omgevingsplan moet wel de precieze ligging bekend
Indien voor een globaal omgevingsplan wordt ge-
zijn evenals de gevolgen voor de fysieke leefom-
kozen hoeft het ontwerp van de weg nog niet be-
geving. Alle onderzoeken moeten in dat geval
kend te zijn. Zelfs voor de ligging van de weg is
voorafgaand aan het vaststellen van het omge-
enige flexibiliteit voorstelbaar. In dat geval zal uit
vingsplan zijn uitgevoerd.
de onderzoeken bij de wijziging van het omgevingsplan in ieder geval moeten blijken dat het
Voordeel van deze optie is dat er géén binnen-
project niet evident onuitvoerbaar is. In de vergun-
planse omgevingsvergunning nodig is voor het
ningenfase zal dan nader onderzocht moeten wor-
project. Nadeel is dat er meer duidelijk moet zijn
den of het – inmiddels uitgewerkte – tracé daad-
over de wijze waarop het project wordt uitgevoerd.
werkelijk aan de regels voldoet. Alternatief is dat de onderzoeken – net als onder het huidige recht
6.2.3
– uitgaan van de maximale mogelijkheden.
Aandachtspunt bij de keuze over het detailniveau
detailleerd zijn. Dit geldt ook voor een wijziging
Relatie met MER
is ook de relatie met de noodzaak voor een plan-
van het omgevingsplan ten behoeve van een ont-
Voordeel van deze methodiek is dat een omge-
mer-(beoordeling). Zie daarvoor hoofdstuk 5, in
wikkeling. De keuze hierover heeft gevolgen voor
vingsplan al eerder kan worden voorbereid en in
het bijzonder paragraaf 5.4.
de uitwerking van de ontwikkeling voorafgaand
procedure gebracht.
aan de procedure voor het wijzigen van het omge-
Als wordt gekozen voor het doorschuiven van on-
6.2.4
vingsplan.
derzoeksplichten is een nadeel dat in de fase van
Uit de stukken volgt niet of een voorkeursbeslis-
vergunningverlening meer onderzoeken moeten
sing is genomen.
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
Relatie met studiefase ProRail
27
gevingsplan. Met een globaal omgevingsplan kunIn de planning- en studiefase is het gebruikelijk
nen meerdere opties worden mogelijk gemaakt.
dat de voorkeursoplossing wordt uitgewerkt tot
De definitieve keuze dient in dat geval te worden
één of meer ontwerpbesluiten met concreet uit-
onderworpen aan een vergunningplicht.
voerbare en financieel haalbare acties en maatre-
Naast de keuze voor een globaal of gedetailleerd
gelen. Deze fase kan ertoe leiden dat de voor-
omgevingsplan, heeft de gemeente ook keuze
keursbeslissing wordt gewijzigd of verder wordt
over het doorschuiven van onderzoeksverplichtin-
uitgewerkt. In de studiefase is het ook gebruikelijk
gen.
dat duidelijkheid ontstaat over de financiële middelen.
Het is van belang om de studiefase van ProRail goed af te stemmen op het omgevingsplan. Bij
Als de gemeente een globaal omgevingsplan
een globaler plan is het risico kleiner dat de pro-
vaststelt, zal de plannings- en studiefase daar niet
jectbeslissing uiteindelijk niet voldoet aan het om-
snel aan in de weg staan. Reden hiervoor is dat
gevingsplan dan bij een gedetailleerd omgevings-
een globaal omgevingsplan meer mogelijkheden
plan.
zal bieden dan enkel voor het detailniveau van het project waar een projectbeslissing op volgt. Als de gemeente kiest voor een gedetailleerd omgevingsplan is het van belang dat de studiefase wat vooruitloopt op het voorbereiden van de wijziging van het omgevingsplan. Anders bestaat het risico dat de onderzoeken niet zijn afgestemd op de projectbeslissing.
6.3
Conclusie en advies
De gemeente heeft keuzevrijheid in het bepalen van het detailniveau van de wijziging van het om-
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
28
7 7.1
Managementsamenvatting Adviesverzoek
Het project lijkt – voor zover dit in deze fase is in
een Bopa is verleend, is nadien een nieuwe Bopa-
te schatten – niet in strijd te zijn met de bruids-
procedure noodzakelijk.
schat en ook niet met de geurverordening, de verordening afvoer regen- en grondwater en vastge-
In dit geval is het daarnaast aannemelijk dat niet
stelde veiligheidscontouren.
de reguliere procedure, maar de uitgebreide procedure gevolgd zou worden. Het college van bur-
De gemeente heeft gevraagd om een procedureadvies voor de realisatie van een oostelijke spoor-
7.3
Bopa of wijzigen omgevingsplan
onderdoorgang inclusief ontsluiting op de Breda-
Het is zeer waarschijnlijk niet mogelijk is om met
seweg.
een Bopa-procedure medewerking te verlenen het aanleggen van de spoortunnel en de randweg.
De kernvraag is om te adviseren over de te volgen
Een Bopa kan namelijk de bestaande bouw- en
planologische procedure onder de Omgevingswet.
gebruiksmogelijkheden die gelden op grond van
Daarnaast is gevraagd om te adviseren over de
het tijdelijk deel van het omgevingsplan niet
mer-procedure, de inhoud van het omgevingsplan
schrappen. Bovendien is het aannemelijk dat al-
(in het bijzonder over geluid) en de mate van de-
gemeen verbindende voorschriften nodig zijn voor
tail van het ontwerp van de tunnel en de weg.
geluid, externe veiligheid en/ of luchtkwaliteit. Zonder deze algemeen verbindende voorschriften is
Deze managementsamenvatting bevat de belang-
de verwachting dat het niet mogelijk is om een
rijkste onderdelen van het advies inclusief conclu-
evenwichtige toedeling van functies aan locaties
sies en adviezen.
te bereiken. Of dit daadwerkelijk nodig is, dient nader te worden onderzocht voorafgaand aan de
7.2
Toets aan tijdelijk deel van het omgevingsplan
Het project voldoet niet aan de regels in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Er is in ieder geval sprake van strijd met de planregels in bestemmingsplan ‘Buitengebied geconsolideerde versie’.
te volgen planologische procedure. Ook als een Bopa-procedure wel mogelijk zou zijn, is het advies om het omgevingsplan te wijzi-
gemeester en wethouders kan voor projecten die aanzienlijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving kunnen hebben en waartegen belanghebbenden naar verwachting bedenkingen hebben de uitgebreide procedure van toepassing verklaren. Voor de gemeente is het reëel om te veronderstellen dat het college hieraan toepassing geeft. Het grootste voordeel van een Bopa – namelijk de snelheid waarmee een besluit kan worden genomen – wordt grotendeels teniet gedaan als de uitgebreide procedure gevolgd wordt. In combinatie met de eerder genoemde voordelen voor het wijzigen van het omgevingsplan, is het advies om voor het aanleggen van de spoortunnel en het oostelijke deel van de randweg de procedure tot het wijzigen van het omgevingsplan te volgen.
gen. In een omgevingsplan kan meer flexibiliteit worden geboden dan met een Bopa. Dat heeft
7.4
Inhoudelijke aandachtspunten
vooral voordelen voor het geval de exacte ligging
Het omgevingsplan moet erin voorzien dat sprake
en inrichting nog niet zeker zijn. Als de weg-
is van een evenwichtige toedeling van functies
breedte of –ligging anders zou zijn dan waarvoor
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
29
aan locaties als gevolg van de aanleg van de
Ook voor andere onderwerpen kan – afhankelijk
een project-MER-plicht. In het vervolg van deze
spoortunnel en de oostelijke randweg.
van de uitkomsten uit onderzoeksrapporten – de
paragraaf gaan we daar niet vanuit.
noodzaak bestaan om regels of normen op te stelEr dient onderzoek te worden gedaan naar de ge-
len ten behoeve van de nieuwe ontwikkeling.
volgen voor de fysieke leefomgeving vanwege het
Voor een omgevingsplan waarin de aanleg van een weg planologisch mogelijk wordt gemaakt
project. Voor een aantal (milieu)thema’s bevat het
Advies is om zo snel mogelijk aan de slag te gaan
geldt in beginsel een project-mer-(beoorde-
Bkl instructieregels die de gemeente in acht moet
met het uitvoeren van quickscans en onderzoeken
lings)plicht. Dit is anders als het omgevingsplan
nemen. Geluid is één van deze onderwerpen.
voor de relevante (milieu)onderwerpen. Daarbij is
kaderstellend is. In dat geval geldt een plan-
het van belang dat de betreffende onderzoeksrap-
mer(beoordelings)plicht voor het omgevingsplan
Het nieuwe deel van het omgevingsplan – waarin
porten voldoen aan de nieuwe eisen van de Om-
en een project-mer(beoordelings)plicht voor de
de wijziging ten behoeve van de aanleg van de
gevingswet.
binnenplanse omgevingsvergunning.
7.5
Voorafgaand aan het opstellen van het omge-
spoortunnel en de oostelijke randweg hun beslag krijgt – moet in ieder geval voldoen aan de instructieregels die in het Bkl en de provinciale verordening staan. Dit is slechts anders indien overgangs-
Technische aandachtspunten
Naar de huidige stand van de techniek is het niet mogelijk om een STOP/ TPOD – omgevingsplan
rechtelijke regels dit bepalen.
voor te bereiden. Nadat de onderzoeksfase is af-
Voor geluid gaat een nieuwe systematiek gelden,
de techniek op dat moment is.
waarbij rondom gemeenteweg geluidaandachtsgebieden ontstaan. Voor geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied gelden specifieke immissienormen. Het bevoegd gezag heeft binnen de bandbreedte van de instructieregels beleidsruimte voor het bepalen van het exacte geluidniveau ter plaatse van geluidgevoelige gebouwen. Regels en normering moeten worden veran-
gerond, dient te worden bezien wat de stand van
Indien nog niet alle STOP/ TPOD functionaliteiten naar behoren/ naar wens werken is het aan te raden om een TAM-IMRO omgevingsplan op te stellen en in procedure te brengen. Op dit moment moeten we ervan uitgaan dat een ontwerp-TAMomgevingsplan tot 1 januari 2025 als ontwerp-omgevingsplan in procedure gebracht kan worden.
kerd in het te wijzigen omgevingsplan. De omvang van het omgevingsplan is ten minste het projectgebied en de geluidaandachtsgebieden die als gevolg van het project ontstaan.
vingsplan moet een keuze gemaakt worden over het al dan niet rechtstreeks toelaten van de spoortunnel en de oostelijke randweg in het omgevingsplan. De MER die eerder is opgesteld voor de omgevingsvisie kan worden hergebruikt en dient te worden aangevuld. In relatie tot een project-MER geldt dat als er alternatieven in een eerder stadium zijn afgewogen en de keuze voor een bepaald alternatief in dat stadium al is gemaakt, de alternatieven niet nog een keer hoeven te worden afgewogen. Dat geldt ook voor alternatieven die wat betreft milieugevolgen niet onderscheidend
7.6
MER
Als de aan te leggen weg een autoweg met maxi-
zijn ten opzichte van een in het MER beschreven alternatief.
mumsnelheid van 100 km/ u is, geldt zonder meer
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
30
Voor de afbakening van de inhoud van een plan-
jectbeslissing uiteindelijk niet voldoet aan het om-
MER (reikwijdte en detailniveau) geldt dat die kan
gevingsplan dan bij een gedetailleerd omgevings-
worden afgestemd op andere instrumenten onder
plan.
de Omgevingswet, waaronder de omgevingsvisie. Bij het opstellen van een plan-MER mag het bevoegd gezag andere milieueffectrapporten gebruiken, die voldoen aan de inhoudelijke eisen die de wet aan een plan-MER stelt. Dit staat in artikel 16.37 van de Omgevingswet. Er kan met andere woorden worden voortgeborduurd op het planMER dat bij de omgevingsvisie is vastgesteld.
7.7
Detailniveau ontwerp en studie ProRail
De gemeente heeft keuzevrijheid in het bepalen van het detailniveau van de wijziging van het omgevingsplan. Met een globaal omgevingsplan kunnen meerdere opties worden mogelijk gemaakt. De definitieve keuze dient in dat geval te worden onderworpen aan een vergunningplicht. Naast de keuze voor een globaal of gedetailleerd omgevingsplan, heeft de gemeente ook keuze over het doorschuiven van onderzoeksverplichtingen. Het is van belang om de studiefase van ProRail goed af te stemmen op het omgevingsplan. Bij een globaler plan is het risico kleiner dat de pro-
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
31
Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
32