P06992 Procedureadvies spoortunnel 1.0
Tekst van het document
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg Onder de Omgevingswet Definitief
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
1
projectnaam Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg datum 11 december 2023 projectnummer P06992 opdrachtgever gemeente Etten-Leur BRO projectleider KBu projectteam <Initialen> bron kaft BRO review <Initialen>
Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
2
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
1.1 1.2
Casusbeschrijving Kern- en deelvragen
4 4
1.2.1 1.2.2
4 4
1.3
2
Leeswijzer
2.2
Inleiding: het tijdelijke omgevingsplan Toets aan het tijdelijk deel 2.2.1 2.2.2 2.2.3
2.3
5
Inleiding Bopa of wijzigen omgevingsplan
Conclusie en advies
5.1 5.2
15
4.1.1
15
Geluid
6.3
Managementsamenvatting
21
7.1 7.2
Tijdlijn Doorschuiven onderzoeksplicht?
Conclusie en advies
Inleiding Project-MER Beoordeling project-mer(beoordelings)plicht Keuze: omgevingsplan of omgevingsvergunning Eisen aan procedure Hergebruik project-MER
Plan-MER 5.3.1 5.3.2 5.3.3
6
Conclusie en advies
21
5.2.3 5.2.4
5.4
Relatie met MER Relatie met studiefase ProRail
4.4.1 4.4.2
5.2.2
11
Inhoud omgevingsplan
6.2.3 6.2.4
19 20 21
5.2.1
11
13
18 18 18 19
STOP-TPOD TAM-IMRO Planning
MER
11
Wijzigen omgevingsplan 15 4.1
5
5.3
Juridische mogelijkheden 11 Keuzevrijheid 11 Projectie op de casus 12
Externe veiligheid Luchtkwaliteit Natuur Overige onderwerpen
7
22 7.3
Conclusie toets aan tijdelijk deel 9
3.2.1 3.2.2 3.2.3
3.3
6 7
4.5
Bestemmingsplannen 7 Bruidsschat 8 Overige onderdelen tijdelijke omgevingsplan 9
Advies instrumentarium Omgevingswet 3.1 3.2
4
4.2 4.3 4.4
Ontwikkeling in strijd met tijdelijke omgevingsplan 6 2.1
3
Kernvraag Deelvragen
4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5
Beoordeling plan-mer(beoordelings)plicht Eisen aan procedure Hergebruik plan-MER
23
7.4
23 23
7.5
23 23 23 24
Uitvoeringsaspecten
27
6.1 6.2
27
Globaal omgevingsplan Gedetailleerd omgevingsplan
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
29
Adviesverzoek 29 Toets aan tijdelijk deel van het omgevingsplan 29 Bopa of wijzigen omgevingsplan 29 Inhoudelijke aandachtspunten 29 Technische aandachtspunten 30 MER 30 Detailniveau ontwerp en studie ProRail 31
24 25 25
25
6.2.1 6.2.2
27
28
24
Conclusie en advies
Inleiding Detailniveau ontwerp en tijdstip studie
7.6 7.7
27
27 27 27
3
1
Inleiding
1.1
Casusbeschrijving
de planologische mogelijkheden onder de Omgevingswet en planning.
De gemeente Etten-Leur (hierna: ‘de gemeente’) heeft gevraagd om een procedureadvies voor de
een eerste verkenning van de procedurele moge-
liteit is uitgevoerd op basis van een milieueffect-
lijkheden voor de tunnel en de oostelijke randweg
rapport (MER) bij de omgevingsvisie. Een ooste-
ontvangen. Deze notitie is opgesteld door de ge-
lijke randweg met een tunnel onder het spoor
heden voor een spoortunnel worden op dit moment onderzocht. Bij de opzet van de woonwerklocatie Attelaken is rekening gehouden met de aanleg van de tunnel in het verlengde van de Ambachtlaan. Zie afbeelding 1.
Kernvraag
Op 10 oktober 2023 hebben wij een notitie met
De verkenning naar extra woongebieden en mobi-
gebied Lage Vaartkant te ontsluiten. De mogelijk-
1.2.1
planologische procedure onder de Omgevingswet.
inclusief ontsluiting op de Bredaseweg.
wegovergang Lichttorenhoofd op te lossen en het
Kern- en deelvragen
De kernvraag is om te adviseren over de te volgen
realisatie van een oostelijke spooronderdoorgang
heeft de voorkeur om het verkeersknelpunt spoor-
1.2
meente. Afbeelding 1. Beoogde situering spoortunnel en oostelijke randweg
In deze notitie is verkend:
welke ruimtelijke procedure(s) mogelijk/ ge-
De huidige spoorwegovergang Lichttorenhoofd zal
wenst zijn onder de Omgevingswet om de
worden vervangen door een spoortunnel in het
spoortunnel met ontsluitingsweg te kunnen re-
verlengde van de Ambachtlaan, circa 450 meter ten oosten van de huidige overgang. Aan de zuidkant kronkelt de beoogde oostelijke randweg rich-
aliseren; en
hoe de globale planning van de mogelijke procedures eruit ziet.
ting snelweg A58 om aan te sluiten op de Bredaseweg ter hoogte van de McDonald’s.
Het verzoek aan BRO is om de notitie juridisch te toetsen en waar nodig aan te scherpen.
Het project oostelijke randweg met onderdoorgang zit nu in de verkennende fase. In deze fase wordt onderzoek gedaan naar de technische haal-
1.2.2
baarheid en financiële haalbaarheid. Onderdeel
Daarnaast dienen de volgende vragen nog (na-
van de verkennende fase is ook het nagaan van
der) te worden beantwoord:
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
Deelvragen
4
In hoeverre kan de uitgevoerde MER voor de Omgevingsvisie worden gebruikt als mer-be-
De inhoudelijke en technische aspecten van een
oordeling en input voor het omgevingsplan?
wijziging van het omgevingsplan komen in hoofd-
In welke mate van detail moet het ontwerp
stuk 4 aan bod.
van de tunnel en de weg al zijn uitgewerkt als
met een omgevingsplan wordt gewerkt?
Hoofdstuk 5 bevat een uiteenzetting over de pro-
Op welke manier moet de nieuwe geluidssys-
ject- en plan-mer-procedure in relatie tot de spoor-
tematiek (wegverkeerslawaai) worden meege-
tunnel en de oostelijke randweg.
nomen in de ruimtelijke procedure?
Moet het omliggende agrarische gebied dan
De uitvoeringsaspecten zoals detailniveau ont-
ook meteen worden meegenomen?
werp en tijdstip studie door ProRail komen in
Zijn er verder nog aspecten/onderdelen waar
hoofdstuk 6 aan bod.
rekening mee moet worden gehouden?
En daarnaast is het van belang om te weten
In hoofdstuk 7 is ten slotte een managementsa-
wanneer met de studiefase met ProRail ge-
menvatting opgenomen.
start kan worden.
Moet de omgevingsvergunning dan al onherroepelijk zijn?
1.3
Leeswijzer
Eerst wordt bekeken met welke onderdelen van het tijdelijk deel van het omgevingsplan de voorgenomen ontwikkeling in strijd is (hoofdstuk 2). In hoofdstuk 3 volgt het procedureadvies: kan de ontwikkeling met een Bopa worden vergund of is een wijziging van het omgevingsplan nodig? Ook bevat dit hoofdstuk advies over de te volgen route indien keuzevrijheid bestaat.
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
5
2
Ontwikkeling in strijd met tijdelijke omgevingsplan
2.1
Inleiding: het tijdelijke omgevingsplan
Zodra de Omgevingswet in werking treedt, heeft iedere gemeente een omgevingsplan van rechtswege. Dit omgevingsplan is tijdelijk van aard: gemeenten hebben tot 1 januari 2032 de tijd om de tijdelijke regels op te nemen in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Deze periode wordt transitieperiode genoemd. In deze paragraaf zetten we op een rij uit welke onderdelen het omgevingsplan van rechtswege bestaat. Aan al deze onderdelen wordt een initiatiefplan getoetst. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit de volgende onderdelen (artikel 22.1, Omgevingswet):
Besluiten die zijn aangewezen in artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet (hierna: ‘Invoeringswet Ow’);
De kaarten bedoeld in artikel 3.5, lid 2, van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet, en de besluiten, bedoeld in artikel 3.5, lid 3, van die wet; en De bruidsschat (dit zijn omgevingsplanregels van rijkswege op grond van artikel 22.2, lid 1, Omgevingswet)
Invoeringswet Omgevingswet In artikel 4.6 van de Invoeringswet Ow zijn de volgende besluiten en verordeningen aangewezen: a. bestemmingsplan Wet ruimtelijke ordening (artikel 3.1, Wro) b. bestemmingsplan Crisis- en herstelwet (artikel 2.3 én artikel 2.4, Chw) c. wijzigingsplan (artikel 3.6, Wro) d. uitwerkingsplan (artikel 3.6, Wro) e. beheersverordening (artikel 3.38, Wro) f. inpassingsplan (artikelen 3.26 3, 3.28, Wro én artikel 2.3a, Chw) g. exploitatieplan (artikel 6.12, Wro) h. voorbereidingsbesluit (artikelen 4.103, lid 1, 4.104, lid 1, en 4.104a, lid 1, Invoeringswet Omgevingswet). In deze gevallen is een ontwerpbestemmingsplan of een ontwerp-inpassingsplan voor de inwerkingtreding Omgevingswet ter inzage gelegd. i. archeologieverordening (artikel 38, Monumentenwet 1988). j. geurverordening (artikel 6, Wet geurhinder en veehouderij) k. verordening afvoer regen- en grondwater (artikel 10.32a, Wet milieubeheer)
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
l.
hogere waarde besluiten (artikel 110a, Wet geluidhinder). In artikel IX aanvullingsbesluit geluid is geregeld dat dergelijke besluiten gelden als deel van het omgevingsplan als bedoeld in artikel 4.6, lid 1, Invoeringswet; en m. vastgestelde veiligheidscontouren (artikel 14, Besluit externe veiligheid inrichtingen). Artikel 8.2.7, lid 1, Invoeringsbesluit Omgevingswet regelt dat de onherroepelijke veiligheidscontour deel wordt van het tijdelijk deel van het omgevingsplan als bedoeld in artikel 4.6, lid 1, Invoeringswet. Aangewezen besluiten en kaarten aanvullingswet bodem In artikel 22.1, onder b, Omgevingswet is geregeld dat een bodemkwaliteitskaart (artikel 44, Besluit bodemkwaliteit) en een bodemfunctieklassenkaart (artikel 55, Besluit bodemkwaliteit) deel uitmaken van het tijdelijk deel omgevingsplan. De bruidsschat In artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet staan de regels die op basis van artikel 22.2, lid 2, Omgevingswet als omgevingsplanregels van rijkswege in het tijdelijk deel van het omgevingsplan komen. Deze omgevingsplanregels van rijkswege worden aangeduid als 'bruidsschat'.
6
2.2
Toets aan het tijdelijk deel
2.2.1
Bestemmingsplannen
a. wegen, woonstraten en erven; b. parkeervoorzieningen
Bestemmingsplan ‘Buitengebied’
en ook voor;
Aan de zuidkant van het spoor doorsnijdt de oos-
Bestemmingsplan ‘Attelaken’
c.
telijke randweg agrarisch gebied waarvoor be-
Aan de noordzijde van het tunneltraject geldt het
d. water en waterhuishoudkundige voorzie-
bestemmingsplan ‘Attelaken’. De tunnel valt bin-
groenvoorzieningen ningen;
stemmingsplan ‘Buitengebied’ geldt. De vigerende bestemmingen zijn overwegend ‘Agrarisch’ en
nen de bestemmingen ‘Bedrijventerrein’ en ‘Ver-
e. nutsvoorzieningen; en
‘Agrarisch met waarden’. De bestemming ‘Agra-
keer – Verblijf’. De tunnel gaat onder het spoor
f.
risch met waarden’ heeft betrekking op het beek-
bruggen.
door met de bestemming ‘Verkeer – Spoorverkeer’.
dal van de ‘Brandsche Vaart’. Uit de bouwregels volgt dat ook geluidwerende
De oostelijke randweg doorkruist bovendien de
voorzieningen gebouwd mogen worden tot maxi-
dubbelbestemming Waterstaat – Waterkering (aan
maal 3,00 meter hoogte.
de zuidoostzijde van het tracé) en lijkt het tracé ook door ‘zoekgebied behoud en herstel watersys-
Voor de gronden met bestemming ‘Verkeer –
temen en zoekgebied ecologische verbindings-
Spoorverkeer’ geldt dat onder meer paden, wegen
zone’ te gaan. Daarnaast geldt de dubbelbestem-
en straten zijn toegestaan en ook ongelijkvloerse
ming ‘Waarde – Archeologie 4’ voor een groot
kruisingen ten behoeve van wegen, straten en wa-
deel van de percelen waarde spoortunnel en oos-
ter, evenals nutsvoorzieningen.
telijke randweg zijn voorzien. Zie afbeelding 3 voor de verbeelding met het bestemmingsplan
De onderdelen van de weg en/ of de tunnel die
aan de zuidzijde van het spoor.
zijn voorzien op gronden met de bestemming ‘Bedrijventerrein’ geldt dat wegen, parkeervoorzieningen en overige verhardingen evenals nutsvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen eveneens zijn toegestaan. Afbeelding 2. Noordzijde: bestemmingsplan Attelaken (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) De voor ‘Verkeer - Verblijf’ aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor:
Tussenconclusie bestemmingsplan Attelaken Voor zover de weg en de spoortunnel binnen deze bestemmingen worden gerealiseerd is géén sprake van strijd met de ruimtelijke regels in het tijdelijk deel van het omgevingsplan.
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
7
Uit artikel 22.41 van de bruidsschat volgt echter Tussenconclusie bestemmingsplan Buitengebied
dat – het grootste gedeelte van - afdeling 22.3 niet
geconsolideerd
van toepassing is op onder meer doorgaand ver-
De spoortunnel en de randweg passen niet in de
keer op wegen, vaarwegen en spoorwegen en
ruimtelijke regels uit plandeel Buitengebied gecon-
ook niet op bruggen, viaducten, verkeerstunnels
solideerd.
en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en be-
2.2.2
Bruidsschat
weegbare waterkeringen.
De bruidsschat bevat onder meer milieuregels en
De enige regels uit afdeling 22.3 die wel van toe-
regels voor het aanleggen of wijzigen van een
passing zijn op de verder uitgezonderde activitei-
weg. Hierbij zetten we de relevante regels op een
ten zijn:
rij en gaan we na of te verwachten is dat het aan-
-
het lozen op of in de bodem of op de riole-
leggen van de spoortunnel en de oostelijke rand-
ring, voor zover het gaat om de gevolgen
weg mogelijk in strijd is met deze regels.
van het lozen voor de bodem, voor de voorzieningen voor de inzameling en het
Toepassingsbereik bruidsschat tunnel en
transport van afvalwater of voor het zui-
randweg Afdeling 22.3 van de bruidsschat bevat regels voor milieubelastende activiteiten. Een milieubeAfbeelding 3. Zuidzijde: geconsolideerd bestemmingsplan Buitengebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) De agrarische bestemming en ook de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ laat geen nieuwe wegen
veringtechnisch werk; en -
voor de activiteiten, bedoeld in paragraaf 22.3.7 (bodembeheer).
lastende activiteit is gedefinieerd in de Omgevingswet als ‘een activiteit die nadelige gevolgen
In afdeling 22.4 van de bruidsschat zijn bovendien
voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een
regels vastgelegd voor het aanleggen of wijzigen
lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam
van wegen of spoorwegen zonder geluidproduc-
of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch
tieplafonds. Deze afdeling is daarmee in beginsel
werk of een wateronttrekkingsactiviteit.’1
relevant voor het aanleggen van de spoortunnel
toe anders dan veepaden en toegangspaden tot
en de oostelijke randweg.
gebouwen en in- en uitritten.
1
Zie bijlage I bij de Omgevingswet.
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
8
Project in overeenstemming met bruidsschat?
Daarnaast bevat deze paragraaf ook regels voor
Lozen van hemelwater
activiteiten op een locatie met historische bodem-
Paragraaf 22.3.8.2 van de bruidsschat bevat re-
verontreiniging zonder onaanvaardbaar risico. De
gels voor het lozen van afvloeiend hemelwater dat
regels gaan over locaties waarvoor beschikkingen
niet afkomstig is van een bodembeschermende
op grond van de Wet bodembescherming zijn
voorziening.
vastgesteld en waaruit volgt dat bij het huidige
2.2.3
Overige onderdelen tijdelijke omgevingsplan
Voor tunnels en verdiepte weggedeeltes is artikel
de mogelijke verspreiding van de verontreiniging
22.144 van de bruidsschat van belang. Bij het lo-
geen sprake is van zodanige risico's voor mens,
zen vanuit een pompkelder van een tunnel of een
plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk
verdiept weggedeelte is, als dat redelijkerwijs mo-
is.
Met overige delen van het tijdelijk omgevingsplan worden de volgende besluiten bedoeld: - de archeologieverordening (artikel 38, Monumentenwet 1988); - geurverordening (artikel 6, Wet geurhinder en veehouderij); - verordening afvoer regen- en grondwater (artikel 10.32a, Wet milieubeheer); - hogere waardenbesluiten; en - vastgestelde veiligheidscontouren.
vervuilde hemelwater in een vuilwaterriool te lo-
Voor zover bekend is op de locatie waar de spoor-
Wij hebben geen inzicht in de hogere waardenbe-
zen.
tunnel en de randweg zijn voorzien géén sprake
sluiten die – eventueel – zijn genomen in de nabij-
van een dergelijke beschikking. Er is geen sprake
heid van het projectgebied. Uit akoestisch onder-
van strijd met dit onderdeel van de bruidsschat.
zoek zal moeten blijken of het project leidt tot ge-
dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of
gelijk is, een voorziening aanwezig om het meest
De nieuwe ontwikkeling is op voorhand niet in strijd met de regels over het lozen van hemelwa-
volgen voor deze besluiten.
ter. Dit aspect dient te worden betrokken in de
Geluid bij aanleggen of wijzigen van een weg
ontwerp- en uitvoeringsfase.
Afdeling 22.4 van de bruidsschat gaat over aanleg
Strijd met de andere overige onderdelen van het
of reconstructie van een weg of spoorweg die wel-
tijdelijk deel van het omgevingsplan is niet aanne-
Bodembeheer
iswaar niet in strijd is met dit omgevingsplan, maar
melijk.
Paragraaf 22.3.7 van de bruidsschat bevat regels
waarover geen afweging heeft plaatsgevonden bij
over bodembeheer, waaronder over het kleinscha-
de
lig graven boven de interventiewaarde bodemkwa-
totstandkoming van het desbetreffende plan.
2.3
verzet van minder dan 25 m3 verstaan (artikel
In dit geval is de aanleg van de spoortunnel en de
Het project voldoet niet aan de regels in het tijde-
22.127 lid 1 van de bruidsschat). In relatie tot het
randweg niet in overeenstemming met het gel-
lijk deel van het omgevignsplan. Er is in ieder ge-
aanleggen van de spoortunnel zijn deze regels
dende bestemmingsplan. Om die reden is de re-
val sprake van strijd met:
naar verwachting niet relevant, omdat het in dat
geling in de bruidsschat niet van toepassing op dit
project niet gaat om kleinschalig graven.
project en leidt deze regeling niet tot strijdigheden.
Conclusie toets aan tijdelijk deel
liteit. Onder ‘kleinschalig graven’ wordt een grond-
-
Bestemmingsplan ‘Buitengebied geconsolideerde versie’
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
9
En mogelijk is ook sprake van strijd met: -
De hogere waardenbesluiten
Het project lijkt – voor zover dit in deze fase is in te schatten – niet in strijd te zijn met de bruidsschat en ook niet met de hemelwaterverordening en vastgestelde veiligheidscontouren.
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
10
3
3.1
Advies instrumentarium Omgevingswet
In de volgende paragraaf zetten we uiteen of een
Zie voor meer informatie het Stappenplan Bopa
Bopa mogelijk is voor dit project en adviseren we
en wijzigen omgevingsplan (https://vng.nl/praktijk-
over de te volgen route.
voorbeelden/stappenplan-bopa-en-wijzigen-omge-
3.2
Bopa of wijzigen omgevingsplan
Inleiding
3.2.1
Juridische mogelijkheden
Uit het vorige hoofdstuk blijkt dat de aanleg van een spoortunnel en de randweg niet past in de regels van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. In dit hoofdstuk maken we inzichtelijk welke planologische procedure mogelijk is voor het verlenen van planologische toestemming aan het project. Kort gezegd zijn er twee planologische hoofdrou-
In welke gevallen kan geen gebruik worden gemaakt van de Bopa?
voldoende concreet initiatiefplan;
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Om conflicterende bouw- en gebruiksmogelijkheden ter plaatse van naastgelegen percelen te wijzigen.
Als het gaat om het afwijken van regels die niet zijn gericht op het bereiken van
(hierna: ‘Bopa’).
een evenwichtige toedeling van functies
Een Bopa is een beschikking (vergunning) waarmee wordt afgeweken van het omgevingsplan. De onderliggende functie (nu: bestemming) verdwijnt niet door het verlenen van een Bopa. Het wijzigen van het omgevingsplan wijzigt voor zover nodig wel de onderliggende planologische functie.
Om bestaande gebruiks- en bouwmogelijkheden te schrappen;
tes te bewandelen: die van het wijzigen van het omgevingsplan of van een omgevingsvergunning
Als sprake is van een globaal, oftewel on-
aan locaties.
Ingeval geen evenwichtige toedeling van functies aan locaties kan worden bereikt. Dit kan aan de orde zijn als het nodig is om algemeen verbindende voorschriften te stellen waarin grondgebruik en bouwen wordt geregeld ten aanzien van derden. Een voorschrift kan alleen gericht zijn tot vergunninghouder.
vingsplan). 3.2.2
Keuzevrijheid
Als een Bopa-procedure gevolgd kan worden, blijft de mogelijkheid voor het wijzigen van het omgevingsplan bestaan. De keuze hangt af van de aard en omvang van het project, de planning en de risico-inschatting. De voor- en nadelen voor ontwikkelende partijen en gemeenten zijn:
Grootste voordeel van de Bopa is dat de proceduretijd meestal korter is (hoofdregel is een beslistermijn van 8 weken) en bovendien eenvoudiger omdat er minder ingewikkelde technische eisen gelden ten opzichte van een wijziging omgevingsplan. Voor gevallen waarin de uitgebreide procedure gevolgd wordt, is het verschil in proceduretijd aanzienlijk kleiner. De uitgebreide procedure moet in elk geval gevolgd worden als een project-MER verplicht is en als een Bopa-aanvraag in samenhang met milieubelastende activiteiten waarvoor de uitgebreide procedure verplicht is gedaan.
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
11
Nadeel van de Bopa die met de reguliere
omgevingsplan te delegeren aan het col-
noodzaak om bestaande planologische mogelijk-
procedure is voorbereid, is de langere
lege. Dit voorkomt dat voor deze wijzigin-
heden te schrappen. Zijn de gronden niet volledig
rechtsbeschermingsprocedure: na het wij-
gen een gang naar de raad nodig is.
in eigendom voorafgaand aan het starten van de
Om het punt over conflicterende bouw- en
planologische procedure, dan is de noodzaak om
roep bij de Afdeling bestuursrechtspraak
gebruiksmogelijkheden op te lossen kan
bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden te
van de Raad van State (hierna: ‘de Afde-
in bepaalde gevallen gewerkt worden met
schrappen hoogstwaarschijnlijk wel aanwezig. In
ling’) open. Na het verlenen van een Bopa
een los besluit waarin maatwerkvoor-
dat laatste geval is een Bopa-procedure niet toe-
staat eerst bezwaar, dan beroep en ver-
schriften worden opgelegd aan ‘derden’.
reikend. Zoals aangegeven is een Bopa een be-
volgens hoger beroep bij de Afdeling
Nadeel is dat er in dat geval twee losse
schikking waarmee enkel wordt afgeweken van de
open.
procedures gelden: voor de Bopa en voor
planologische mogelijkheden, maar die de onder-
Het wijzigen omgevingsplan is bij be-
de maatwerkvoorschriften.
liggende planologische mogelijkheden intact laat.
Projectie op de casus
Volledigheidshalve projecteren we ook de andere
zigen van het omgevingsplan staat be-
paalde gebiedsontwikkelingen efficiënter.
Dit is het geval als er meerdere Bopa’s
3.2.3
nodig zijn in een nieuw plangebied (dit is
Is het mogelijk om voor de spoortunnel en het
vereisten op de casus. Of sprake is van conflicte-
dus afhankelijk van de omvang en aard
aanleggen van de randweg een Bopa te verle-
rende bouw- en gebruiksmogelijkheden op perce-
van de ontwikkeling en de omgeving);
nen?
len in de nabijheid van de spoortunnel en de weg
Nadeel is dat Bopa’s de digitale plankaart
zou nader onderzocht moeten worden. Daarbij is
niet wijzigen. Bovendien is in het DSO al-
Aan het vereiste dat het moet gaan om een con-
in ieder geval van belang of aanvullende bouw- of
leen het besluitvlak zichtbaar, en niet het
creet en voldoende afgebakend (bouw)plan wordt
gebruikseisen moeten gelden in relatie tot:
besluit zelf (dat wordt in ieder geval in de
voldaan.
-
eerste periode na inwerkingtreding van de
Geluid ter plaatse van geluidgevoelige gebouwen (woningen zijn in ieder geval ge-
Omgevingswet ontsloten via het gemeen-
Het tweede punt betreft de vraag of bestaande
teblad);
mogelijkheden voor het agrarisch gebruik en het
Ander nadeel is dat de Omgevingswet er-
bouwen ten behoeve van agrarisch gebruik moe-
toe verplicht de Bopa’s op een later mo-
ten worden geschrapt ten behoeve van het pro-
ment alsnog te integreren in het omge-
ject.
luidgevoelige gebouwen); -
Externe veiligheid in relatie tot (zeer) kwetsbare gebouwen en locaties;
-
Externe veiligheid als een weg (en tunnel) behoort tot het basisnet als bedoeld in ar-
vingsplan, wat deels leidt tot dubbel werk.
tikel 11 van de Wet vervoer gevaarlijke
De gemeenteraad heeft een delegatiebe-
Het is niet bekend of de gronden voorafgaand aan
sluit genomen waarin onder meer is be-
de planologische procedure volledig in eigendom
sloten om het integreren van Bopa’s in het
zijn van de gemeente. In dat geval is er geen
stoffen; -
Indien op bedrijventerrein Attelaken een Seveso-inrichting aanwezig is, of is toegelaten dient bij de uitbreiding of aanleg van
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
12
een autoweg* te worden nagegaan wat de
3.3
Conclusie en advies
gevolgen zijn voor de veiligheid van weg-
In dit geval is het daarnaast aannemelijk dat niet de reguliere procedure, maar de uitgebreide pro-
Uit de afwegingen in paragraaf 3.2.3 volgt dat het
cedure gevolgd zou worden. Het college van bur-
zeer waarschijnlijk niet mogelijk is om met een
gemeester en wethouders kan voor projecten die
De tunnelbuis van de spoortunnel wordt circa 50
Bopa-procedure medewerking te verlenen het
aanzienlijke gevolgen voor de fysieke leefomge-
meter lang en er is géén sprake van een autoweg
aanleggen van de spoortunnel en de randweg.
ving kunnen hebben en waartegen belanghebben-
gebruikers en passagiers;
in de zin van de Omgevingswet. Daarom zijn er de
den naar verwachting bedenkingen hebben de uit-
instructieregels voor luchtkwaliteit van wegtunnels
Een Bopa kan namelijk de bestaande bouw- en
gebreide procedure van toepassing verklaren.
en auto(snel)wegen niet van toepassing op deze
gebruiksmogelijkheden die gelden op grond van
Voor de gemeente is het reëel om te veronderstel-
casus. Voor zover het nodig is om andere alge-
het tijdelijk deel van het omgevingsplan niet
len dat het college hieraan toepassing geeft.
meen verbindende voorschriften vast te stellen
schrappen. Bovendien is het aannemelijk dat al-
Of er daarnaast – vanuit de mer-regels – ook een
voor luchtkwaliteit, kunnen deze gevolgen hebben
gemeen verbindende voorschriften nodig zijn voor
verplichting geldt voor het volgen van de uitge-
voor bouw- of gebruiksregels van omliggende per-
geluid, externe veiligheid en/ of luchtkwaliteit. Zon-
breide procedure komt in hoofdstuk 5 aan bod.
celen.
der deze algemeen verbindende voorschriften is de verwachting dat het niet mogelijk is om een
Het grootste voordeel van een Bopa – namelijk de
Afhankelijk van de uitkomsten ten aanzien van de
evenwichtige toedeling van functies aan locaties
snelheid waarmee een besluit kan worden geno-
genoemde milieuonderwerpen zijn mogelijk ge-
te bereiken. Of dit daadwerkelijk nodig is, dient
men – wordt teniet gedaan als de uitgebreide pro-
biedsaanwijzingen en planregels nodig om een
nader te worden onderzocht voorafgaand aan de
cedure gevolgd wordt.
evenwichtige toedeling van functies aan locaties
te volgen planologische procedure.
te borgen. In dat geval gaat het om het bepalen
In combinatie met de eerder genoemde voordelen
van algemeen verbindende voorschriften die ook
Ook als een Bopa-procedure wel mogelijk zou
voor het wijzigen van het omgevingsplan, is het
gericht zijn tot gebruikers van percelen buiten het
zijn, is het advies om het omgevingsplan te wijzi-
advies om voor het aanleggen van de spoortunnel
projectgebied.
gen. In een omgevingsplan kan meer flexibiliteit
en het oostelijke deel van de randweg de proce-
worden geboden dan met een Bopa. Dat heeft
dure tot het wijzigen van het omgevingsplan te
In dat geval is een Bopa-procedure niet toerei-
vooral voordelen voor het geval de exacte ligging
volgen.
kend en is het noodzakelijk om het omgevingsplan
en inrichting nog niet zeker zijn. Als de weg-
te wijzigen en de noodzakelijke algemeen verbin-
breedte of –ligging anders zou zijn dan waarvoor
In het volgende hoofdstuk geven we aan welke
dende voorschriften te verankeren.
een Bopa is verleend, is nadien een nieuwe Bopa-
technische routes te bewandelen zijn voor het wij-
procedure noodzakelijk.
zigen van het omgevingsplan.
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
13
P.M. Volledigheidshalve merken we op dat aan een Bopa ook milieuvoorschriften kunnen worden verbonden, bijvoorbeeld over geluid. Het verschil tussen het verbinden van voorschriften aan een vergunning en het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften in een omgevingsplan is dat voorschriften zich enkel kunnen richten tot vergunninghouder. Om derden te kunnen binden (in de zin van het verplichten tot het nemen van maatregelen of het verbieden om bepaalde activiteiten te verrichten) zijn algemeen verbindende voorschriften nodig.2
2
Deze passage is toegevoegd om de passage over milieunormen in de Verkenning ruimtelijke procedures spoortunnel V2 te nuanceren.
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
14
4 4.1
Wijzigen omgevingsplan Inhoud omgevingsplan
Het omgevingsplan moet voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Welke regels voor activiteiten daarvoor nodig zijn, verschilt per project en locatie. Hieronder worden de onderwerpen behandeld die in relatie tot dit project in ieder geval relevant zijn. 4.1.1
Geluid
Inleiding geluid onder de Omgevingswet De geluidssystematiek verandert behoorlijk met de komst van de Omge-vingswet. Het centrale begrip in de nieuwe geluidssystematiek is geluidgevoelig gebouw. Dit begrip is wettelijk gedefinieerd in artikel 3.21 van het Bkl en kan niet worden uitgebreid door de gemeente (uitputtend geregeld). Voor wegverkeerslawaai verdwijnen de vaste zonebreedtes. Deze worden vervangen door ‘geluidaandachtsgebieden’ rondom wegen. Ook voor industrielawaai wordt de geluidszone vervangen door een geluidaandachtsgebied. De omvang van een geluidaandachtsgebied wordt bepaald aan de
hand van zuiver technische berekeningen. Voor
Nieuwe ontwikkelingen – zoals ook de aanleg van
het bepalen van de omvang is daarom geen be-
de spoortunnel en de oostelijke randweg - zijn
sluit nodig; geluidaandachtsgebieden ontstaan
slechts aanvaardbaar als ze voldoen aan de in-
vanzelf als gevolg van het toelaten van bepaalde
structieregels voor geluid. Het begrip ‘aanvaard-
geluidbronnen. Geluidaandachtsgebieden worden
baar’ moet volgens de nieuwe instructieregels
om die reden niet in een omgevingsplan vastge-
worden beschouwd als een integratie van het mili-
legd, maar in een landelijk geluidregister. Dit ge-
euspoor en het ruimtelijke ordeningsspoor.
luidregister is – als het goed is per inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet – te raadple-
Wat is aanvaardbaar? Zolang de geluidbelasting
gen in het DSO.
de standaardwaarden in het Bkl niet overschrijdt, wordt in ieder geval aan de instructieregels vol-
Voor geluid door rijkswegen, provinciale wegen,
daan. Of de gemeente de ontwikkeling ook aan-
(hoofd)spoorwegen en industrieterreinen worden
vaardbaar vindt, vraagt om een afweging die ver-
geluidproductieplafonds (hierna: ‘gpp’s’) vastge-
gelijkbaar is met ‘een goede ruimtelijke ordening’.
steld. Deze gpp’s zijn bijzondere en verplichte om-
Op grond van gemeentelijk beleid kan de ge-
gevingswaarden.
meente ook strengere waarden hanteren dan de standaardwaarden.
Voor een gemeentelijke weg zoals de oostelijke randweg geldt de verplichting tot het vaststellen
Of en zo ja in welke gevallen gemeenten hogere
van gpp’s niet.
geluidwaarden kunnen stellen, volgt uit de instructieregel. In bepaalde gevallen kan worden afgewe-
Een verplichting tot het nemen van maatregelen
ken tot aan grenswaarden of zelfs tot boven de
op basis van de Wet geluidhinder bij de aanleg of
grenswaarden.
wijziging van een gemeentelijke of provinciale weg blijft bestaan na inwerkingtreding van de Omge-
Werkwijze wijzigen van een (spoor)weg
vingswet. Het gaat hier bijvoorbeeld om maatrege-
Voor het wijzigen van een (spoor)weg dienen de
len die de binnenwaarde van een woning borgen.
volgende stappen te worden gezet.
Dit staat in artikel 3.4 van de Aanvullingswet geluid.
Stap 1: gaat het om een (spoor)weg die feitelijk wordt gewijzigd, maar waarvoor geen wijziging
Aanvaardbaar geluidniveau
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
van het omgevingsplan nodig is?
15
Stap 2: is sprake van een wijziging zoals bedoeld Voor de gevallen waarin het tijdelijke omgevings-
in het Bkl?
plan voorziet in een ‘brede’ functietoedeling met
Het gecumuleerde geluid moet aanvaardbaar zijn ter plaatse van geluidgevoelige gebouwen in een
uitbreidingsruimte voor een weg, bevat de bruids-
Alleen voor zover sprake is van een wijziging van
geluidaandachtsgebied. De gemeente heeft be-
schat een vangnet (zie artikel 22.272 van de
een lokale (spoor)weg die én valt binnen het toe-
leidsruimte bij het invullen van de aanvaardbaar-
bruidsschat).
passingsbereik (zie artikel 5.78i van het Bkl) én
heid. Dit vereist een goede motivering. Het ge-
voor zover sprake is van een wijziging als bedoeld
meentelijke gebiedsgerichte geluidbeleid kan
De bruidsschat bevat voor het wijzigen van een
in artikel 5.78j of wijziging van het gebruik conform
hierin een rol blijven spelen (zie volgende para-
(spoor)weg binnen de mogelijkheden van het tij-
5.78k van het Bkl, zijn de instructieregels voor
graaf voor de precieze gevolgen voor het onthef-
delijke omgevingsplan een binnenplanse omge-
deze activiteit van toepassing.
fingenbeleid).
van de bruidsschat). Let daarbij goed op het toe-
Projectie op de casus
Een geluidaandachtsgebied is gedefinieerd in arti-
passingsbereik (zie het tweede lid van artikel
De aanleg van de oostelijke randweg valt onder
kel 3.20 van het Bkl. Uit die definitie volgt dat het
22.272).
het toepassingsbereik van artikel 5.78i van het
gaat om het gebied waarin het geluidniveau hoger
Bkl. Bovendien is de activiteit genoemd in artikel
kan zijn dan de wettelijke standaardwaarde. In de
5.78j van het Bkl.
Omgevingsregeling is geregeld hoe de omvang
vingsvergunningplicht (artikel 22.272, eerste lid,
Als sprake is van een wegwijziging waarin de bruidsschat voorziet, dient het college van burge-
van een geluidaandachtsgebied wordt bepaald
meester en wethouders (hierna: ‘het college’) te
Dat betekent dat de instructieregels in paragraaf
(zie paragraaf 3.1.2 van de Omgevingsregeling).
beoordelen of de binnenplanse opa verleend dient
5.1.4.2a.3 van het Bkl van toepassing zijn op het
De omgevingsregeling bevat tijdelijk overgangs-
te worden op grond van de beoordelingsregel in
project.
recht voor het bepalen van de omvang van geluid-
artikel 22.275 van de bruidsschat. Als voor een wegwijziging een wijziging van het
aandachtsgebieden voor gemeentewegen. De Stap 3: aanvaardbaar geluidniveau bij geluidge-
overgangsrechtelijke rekenmethode is vergelijk-
voelige gebouwen
baar met de vaste afstanden die nu in de Wet ge-
omgevingsplan vereist is, zie verder stap 2.
luidhinder zijn vastgelegd (zie artikel 17.5 van de Bij het toelaten of wijzigen van (spoor)wegen in
Omgevingsregeling). Dit overgangsrecht geldt tot-
Projectie op de casus
een omgevingsplan moet in elk geval rekening ge-
dat de gegevens voor basisgeluidemissie zijn ver-
In dit geval is sprake van strijd met het tijdelijke
houden worden met het gecumuleerde geluid door
zameld of uiterlijk moeten zijn verzameld.
omgevingsplan (zie paragraaf 2.2). Dus stap 1 is
deze (spoor)wegen op geluidgevoelige gebouwen.
niet relevant.
Dit behelst in elk geval een onderzoeks- en moti-
Projectie op de casus
veringsplicht waarin de gevolgen voor geluidge-
Er is een akoestisch onderzoek nodig waarin het
voelige gebouwen zijn onderzocht.
gecumuleerde geluid van spoorweg en andere
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
16
wegen op geluidgevoelige gebouwen in het ge-
Als aan de genoemde waarden wordt voldaan,
Bij gecumuleerd geluid worden de geluidbronsoor-
luidaandachtsgebied is onderzocht. Het omge-
wordt de ontwikkeling in beginsel aanvaardbaar
ten opgeteld en wordt er wel rekening gehouden
vingsplan moet regels bevatten die erin voorzien
geacht. Dit is slechts anders voor zover de ge-
met een correctiefactor voor de mate van hinder-
dat het geluidniveau ter plaatse van deze geluid-
meente strengere waarden hanteert.
lijkheid van het geluid.
Dat betekent dat het projectgebied waarvoor het
Stap 3b: afwijken tot de grenswaarde
Stap 3b is vergelijkbaar met het nemen van een
omgevingsplan moet worden gewijzigd in elk ge-
Als niet aan de genoemde waarden wordt vol-
hogere waardenbesluit op grond van de Wet ge-
val de omvang heeft van het geluidaandachtsge-
daan, bieden de instructieregels ook voor het aan-
luidhinder in het huidige recht. Onder de Omge-
bied aan weerszijden van de aan te leggen rand-
leggen of wijzigen van een (spoor)weg enkele mo-
vingswet wordt deze procedure en de uitkomst in
weg.
gelijkheden om af te wijken van de standaard-
de vorm van normeringen onderdeel van het om-
waarden tot aan de grenswaarden (zie artikel
gevingsplan.
gevoelige gebouwen aanvaardbaar is.
Het omgevingsplan moet de geluidnormen bevat-
5.78n van het Bkl). Dit vergt een onderbouwing
ten die in overeenstemming zijn met het Bkl.
waarin in elk geval aandacht is gegeven aan de
Stap 3c: overschrijden van de grenswaarden
Welke normen en maatregelen in dit geval toerei-
aspecten die in dit artikel zijn genoemd. Bij het ge-
In geval zwaarwegende economische of maat-
kend zijn, moet volgen uit het akoestisch onder-
ven van toepassing aan het afwijken tot de grens-
schappelijke belangen het overschrijden van
zoek. In stap 3a t/m 3c zetten we kort uiteen wat
waarde dient zowel het gecumuleerde als het ge-
grenswaarden rechtvaardigen, kan toepassing
in elk geval terug moet komen in het akoestisch
zamenlijke geluid op de gevel van een geluidge-
worden gegeven aan artikel 5.78o van het Bkl.
rapport in relatie tot de normering die in het omge-
voelig gebouw te worden beoordeeld.
vingsplan wordt vastgelegd.
Ook bij het overschrijden van de grenswaarde De gezamenlijke geluidsbelasting is het geluid
dient zowel het gecumuleerde als het gezamen-
Stap 3a: borgen standaardwaarde
door alle geluidbronsoorten (activiteiten, wegver-
lijke geluid op de gevel van een geluidgevoelig ge-
De basisregel is ook bij het aanleggen van een
keer, spoorverkeer, gezoneerde industrieterrei-
bouw te worden beoordeeld.
weg dat in beginsel aan de standaardwaarden
nen, windturbines, buitenschietbanen, militaire ter-
moet worden voldaan (zie artikel 5.78m, eerste lid,
reinen en windparken) opgeteld.
van het Bkl).
Stap 3c is een uitzondering die niet eenvoudig kan worden toegepast. Het vraagt om een zware moti-
Er wordt hierbij geen onderscheid gemaakt naar
vering en is niet eenvoudig voorstelbaar in relatie
Bij een wijziging van een weg moet ofwel aan de
de mate van hinderlijkheid van het geluid: alle ge-
tot het aanleggen van de spoortunnel en oostelijke
standaardwaarde ofwel – als het geluidsniveau al
luidbronsoorten worden naar bijdrage meegeno-
randweg.
hoger is in de bestaande situatie – aan die
men in het gezamenlijk geluid.
waarde, worden voldaan (artikel 5.78m, tweede
Conclusie geluid
lid, van het Bkl).
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
17
Voor geluid dient in het omgevingsplan in elk ge-
Uit onderzoek en uit de motivering bij het te wijzi-
artikel 5.50 van het Bkl – gelden alleen voor zover
val het geluidaandachtsgebied rondom de spoor-
gen omgevingsplan dient in ieder geval te blijken
deze plaatsvinden in een aandachtsgebied. Etten-
tunnel en de oostelijke randweg te worden betrok-
of sprake is van externe veiligheidsrisico’s en zo
Leur is in artikel 5.51, tweede lid, onder d, van het
ken in de wijziging van het omgevingsplan. In het
ja, dient in de regels te worden vastgelegd hoe de
Bkl aangewezen als aandachtsgebied voor zowel
omgevingsplan dienen geluidregels (met norme-
veiligheid wordt gewaarborgd.
stikstofdioxide als fijnstof.
plaatse van geluidgevoelige gebouwen in het ge-
Daarbij dient in ieder geval te worden voldaan aan
Net als in het huidige recht zijn bepaalde locaties
luidaandachtsgebied sprake is van een aanvaard-
paragraaf 5.1.2 van het Bkl.
uitgezonderd van de regels voor luchtkwaliteit (zo-
ringen) te worden vastgelegd om te borgen dat ter
baar geluidniveau.
als een rijbaan en middenberm van wegen, tenzij 4.1.3
Luchtkwaliteit
voetgangers hier normaliter toegang toe hebben).
Om de juiste regels en normen te kunnen opne-
Onderdeel van een evenwichtige toedeling van
De regels gelden niet voor activiteiten die in een
men is een akoestisch onderzoek nodig dat vol-
functies aan locaties is ook het afwegen van de
niet betekenende mate bijdragen aan een verho-
doet aan de eisen van het Bkl en de Omgevings-
effecten van het project op de kwaliteit van de bui-
ging van uitstoot in de buitenlucht (zie artikel 5.53
regeling. De regels en normen moeten voldoen
tenlucht.
van het Bkl) en er zijn standaardgevallen aange-
aan het Bkl, waarbij in elk geval duidelijk moet blij-
wezen die als activiteiten niet in betekenende
ken of de standaardwaarden toegepast zijn of dat
Het Bkl bevat instructieregels over onder meer de
mate zijn aangewezen (zie artikel 5.54 van het
van de standaardwaarden wordt afgeweken.
aanleg van een wegtunnelbuis met een tunnel-
Bkl).
buislengte van ten minste 100 meter3 en ook voor 4.1.2
Externe veiligheid
de aanleg van een autoweg. De tunnelbuislengte
Afhankelijk van de uitkomsten van onderzoek naar
Externe veiligheid is één van de onderwerpen
van de voorziene spoortunnel is circa 50 m en is
luchtkwaliteit zal geconcludeerd moeten worden of
waarvoor een afweging dient te worden gemaakt.
er hier géén sprake van een autoweg in de zin
regels voor luchtkwaliteit nodig zijn voor een even-
van de Omgevingswet. De instructieregels in arti-
wichtige toedeling van functies aan locaties voor
Dit onderwerp is – in relatie tot het project – in het
kel 5.50 van het Bkl gelden daarom niet op het
dit project.
bijzonder relevant als de randweg onderdeel zou
project van de spoortunnel en aanleg van de
worden van het basisnet. In dat geval gelden er
nieuwe weg.
externe veiligheid.
4.1.4
Natuur
Stikstof
verplichtingen tot het opnemen van regels voor De instructieregels van artikel 5.51 van het Bkl – over andere activiteiten dan die genoemd zijn in
3
Zie bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving voor begripsbepalingen.
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
18
Bij een wijziging van het omgevingsplan voor het
de verplichting om een omgevingsvergunning voor
Voor zover het Bkl instructieregels bevat voor
bieden van ontwikkelmogelijkheden zijn er in rela-
een Natura 2000-activiteit aan te vragen.
deze onderwerpen (bijvoorbeeld voor trillingen en
tie tot het onderwerp stikstof twee opties:
archeologie) dient het omgevingsplan aan deze Flora en fauna
in de planregels borgen dat geen toename van stikstofdepositie plaatsvindt; bij het opstellen van een passende beoordeling uit gaan van de maximale mogelijkheden die het plan biedt om zeker te stellen dat zich geen aantasting van de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied kan plaatsvinden.
regels te voldoen.
De bescherming van soorten vindt plaats door een omgevingsvergunningplicht voor flora- en fauna
Voor de overige onderwerpen geldt dat deze een
activiteiten (kan ook gekoppeld worden aan een
onderdeel zijn in de totale belangen afweging over
omgevingsvergunningplicht voor slopen) op te ne-
een evenwichtige toedeling van functies aan loca-
men in het omgevingsplan.
ties. Deze aspecten zullen in elk geval moeten worden onderzocht en betrokken.
Voor het vaststellen van een omgevingsplan is Net als onder het huidige recht is een quickscan
van belang of de raad het plan heeft kunnen vast-
gebiedsbescherming (voortoets) de eerste stap.
stellen indien en voor zover hij op voorhand in re-
Als niet uit te sluiten is dat een ontwikkeling voor
delijkheid heeft moeten inzien dat het soortenbe-
een toename van stikstofdepositie op stikstofge-
schermingsregime aan de uitvoerbaarheid van het
voelige gebieden kan veroorzaken, is een pas-
plan niet in de weg staat.
nische eis – die de Omgevingswet stelt aan het
4.1.5
aan de standaarden van de STandaard Officiële
sende beoordeling nodig. Overige onderwerpen
4.2
STOP-TPOD
De hoofdregel – en daarmee de uiteindelijke techomgevingsplan, is dat het omgevingsplan voldoet
De passende beoordeling blijft net als onder het
Andere onderwerpen die relevant zullen zijn voor
Publicaties in combinatie met de ToepassingsPro-
huidige recht gekoppeld aan een mer.-procedure.
het wijzigen van het omgevingsplan, en die in ie-
fielen OmgevingsDocumenten (hierna: ‘STOP-
Bij een stikstoftoename als gevolg van een ont-
der geval onderzocht moeten worden zijn:
TPOD’).
wikkeling blijft het mogelijk om een omgevingsver-
-
Effecten op de verkeersafwikkeling
gunning voor natuur één op één in te passen in
-
Waterhuishouding
Iedere wijziging van het omgevingsplan dient dus
het omgevingsplan. In dat geval moet dus eerst
-
Bodemkwaliteit
aan STOP/ TPOD te voldoen. In de volgende pa-
een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-
-
Trillingen
ragraaf (4.3 TAM-IMRO) komt aan de orde dat
activiteit zijn verleend voordat het omgevingsplan
-
Flora en fauna
deze technische eis niet per 1 januari 2024 geldt.
voor de gevraagde ontwikkeling is vast te stellen.
-
Lichthinder
Als de ontwikkeling aan te merken is als een pro-
-
Kabels en leidingen
Voor een STOP/TPOD-omgevingsplan is de vol-
ject in de zin van de Habitatrichtlijn, geldt op grond
-
Explosieven
gende bepaling van belang: in het overgangsrecht
van artikel 5.1, eerste lid, van de Omgevingswet
-
Archeologie.
(artikel 22.6, eerste lid, van de Omgevingswet)
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
staat dat voor een locatie regels uit ruimtelijke
19
plannen die onderdeel zijn van het tijdelijke omge-
Omdat de STOP-TPOD technisch ingewikkeld is
vingsplan niet gedeeltelijk kunnen vervallen. Dit
en op dit moment nog niet volledig functioneert,
heet de ‘pons’.
bestaat de mogelijkheid om tot een jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet te werken met
Artikel 22.6 van de Omgevingswet is ingegeven
een tijdelijke afwijkende technische standaard: de
vanuit de technische mogelijkheden van het DSO.
Tijdelijke alternatieve maatregel (TAM-IMRO).
De technische mogelijkheden laten het niet toe dat de plankaart in het tijdelijke deel van het om-
Een TAM-IMRO omgevingsplan moet inhoudelijk
gevingsplan wordt gewijzigd. De pons is daarom –
aan dezelfde vereisten voldoen als een STOP-
in combinatie met de nieuwe standaarden (STOP-
TPOD omgevingsplan. Het verschil is puur tech-
TPOD) – de technische hoofdregel voor het wijzi-
nisch van aard.
gen van het omgevingsplan. Deze standaard is technisch eenvoudiger. TAMIndien de gemeente de wijziging van het omge-
IMRO houdt kort gezegd in dat de bestaande
vingsplan via STOP/ TPOD laat plaatsvinden,
techniek voor planvorming tijdelijk kan worden ge-
dient rekening gehouden te worden met de pons.
bruikt na inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Alle bestaande ruimtelijke regels in het plangebied
De gemeente kan met TAM-IMRO na inwerking-
dienen in het te wijzigen omgevingsplan te worden
treding van de Omgevingswet een omgevingsplan
opgenomen.
vaststellen volgens de bestaande uitwisselingsstandaard IMRO en de bestaande voorziening
Omdat de plansoftware en het DSO nog niet opti-
www.ruimtelijkeplannen.nl. Voor TAM-IMRO om-
maal functioneren, is er voor de eerste periode na
gevingsplannen is geen nieuwe software nodig is.
inwerkingtreding van de Omgevingswet een uit-
Het gaat om het verlengen van het gebruik van de
zondering mogelijk op de technische hoofdregel
bestaande systemen en koppelingen.
van STOP/ TPOD. Daarover gaat de volgende paragraaf.
Een TAM-IMRO wijziging van het omgevingsplan leidt niet (althans niet automatisch) tot een nieuwe geconsolideerde versie van het omgevingsplan. Dit is een nadeel voor degene die het omgevingsplan raadpleegt. Het voordeel van TAM-IMRO is dat de regierol van de gemeente minder verschilt ten opzichte van de huidige praktijk. De technische problematiek van wijzigingen die parallel lopen bestaat niet bij TAM-IMRO wijzigingen van het omgevingsplan. Een parallelle wijziging betekent: meerdere (voorbereidings)procedures voor het wijzigen van het omgevingsplan die op verschillende momenten leiden tot besluitvorming en die tijdens het proces gevolgen kunnen hebben voor de voorbereiding
4.3
TAM-IMRO
van andere wijzigingen van het omgevingsplan. Deze problematiek speelt in technisch opzicht niet bij TAM-IMRO omgevingsplannen. Inhoudelijk zijn
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
20
TAM-IMRO omgevingsplanwijzigingen onderdeel
de nieuwe regels langer is dan onder de Wro. Zo
-
De invloed van parallelle wijzigingen en
van het nieuwe deel en dienen deze ieder op zich
is te verwachten dat ook onderzoeksbureau’s nog
besluitvorming op de planning (bij STOP/
en gezamenlijk inhoudelijk te passen in het totaal
niet direct gewend zijn aan de nieuwe regels en
TPOD-omgevingsplannen)
omgevingsplan.
eisen die aan onderzoeksrapporten worden gesteld.
Alle wijzigingen van het omgevingsplan dienen uiteindelijk te voldoen aan de eisen van de STOPTPOD. Dit geldt ook voor nieuwe delen van het omgevingsplan waarvoor in het eerste jaar TAMIMRO is toegepast. Voor die plandelen is nadien dus een extra technische omzetting nodig. Deze omzetting moet – volgens de huidige berichtgeving - uiterlijk voor 2032 zijn gedaan.
4.4
Planning
4.4.1
Tijdlijn
De Verkenning ruimtelijke procedures spoortunnel V2 bevat een tijdlijn voor de voorbereidings-, besluitvormings- en rechtsbeschermingsfase. Zie afbeelding 4 voor de verbeelding van het overzicht zoals opgenomen in de verkenning. De tijdlijn is indicatief. De daadwerkelijke duur van een
Afbeelding 4. Procedure wijzigen omgevingsplan.
Daarnaast kan het zijn dat aan het proces ook een
Bron: Verkenning ruimtelijke procedures spoortun-
tussentijdse gang naar de raad moet worden toe-
nel V2, p. 9.
gevoegd.
Mijlpalen die niet zijn opgenomen in deze afbeel-
In de tijdlijn is aangegeven dat de voorbereiding
ding zijn:
van een voorontwerp omgevingsplan afhankelijk
-
De kennisgeving dat een wijziging van het
van de complexiteit tussen de 4 maanden en 1,5
omgevingsplan wordt voorbereid. In deze
jaar in beslag kan nemen. Die tijdspanne is vrij
kennisgeving wordt aangegeven op welke
ruim. Voor de aanleg van de spoortunnel en de
wijze participatie zal plaatsvinden;
oostelijke randweg is een voorbereidingstijd van
De eventuele procedure en samenloop
ten minste 9 maanden aannemelijk.
voorbereidings- en besluitvormingsfase hangt van meerdere factoren af. Locatie, impact op de fysieke leefomgeving, complexiteit en politieke gevoeligheid kunnen in de praktijk leiden tot een afwijkende tijdsplanning. Te
-
met een plan-MER- of project-MER-(beoordelings)besluit; en
verwachten is dat de voorbereidingstijd vanwege
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
4.4.2
Doorschuiven onderzoeksplicht?
Onder de Omgevingswet is het mogelijk om een aantal onderzoeksverplichtingen die onder de Wro
21
vóór vaststelling van het bestemmingsplan moe-
project. Voor een aantal (milieu)thema’s bevat het
Advies is om zo snel mogelijk aan de slag te gaan
ten zijn uitgevoerd, door te schuiven naar de fase
Bkl instructieregels die de gemeente in acht moet
met het uitvoeren van quickscans en onderzoeken
van vergunningverlening. Zo kunnen onderzoeks-
nemen. Geluid is één van deze onderwerpen.
voor de relevante (milieu)onderwerpen. Daarbij is
inspanningen beter worden afgestemd op de aard, omvang en de locatie van de gebiedsontwikkeling.
het van belang dat de betreffende onderzoeksrapHet nieuwe deel van het omgevingsplan – waarin
porten voldoen aan de nieuwe eisen van de Om-
de wijziging ten behoeve van de aanleg van de
gevingswet.
Bij iedere wijziging van het omgevingsplan moet in
spoortunnel en de oostelijke randweg hun beslag
elk geval vaststaan dat er geen evidente belem-
krijgt – moet in ieder geval voldoen aan de instruc-
Naar de huidige stand van de techniek is het niet
meringen zijn die aan uitvoering in de weg staan
tieregels die in het Bkl en de provinciale verorde-
mogelijk om een STOP/ TPOD – omgevingsplan
(zie par. 3.2.4.3 van de nota van toelichtingen bij
ning staan. Dit is slechts anders indien overgangs-
voor te bereiden. Nadat de onderzoeksfase is af-
het Omgevingsbesluit). Vastgesteld moet kunnen
rechtelijke regels dit bepalen.
gerond, dient te worden bezien wat de stand van
worden dat zich geen omstandigheden voordoen
de techniek op dat moment is. Indien nog niet alle
op grond waarvan het op voorhand aannemelijk is
Voor geluid gaat een nieuwe systematiek gelden,
STOP/ TPOD functionaliteiten naar behoren/ naar
dat de ontwikkeling die in het omgevingsplan is
waarbij rondom gemeentewegen geluidaan-
wens werken is het aan te raden om een TAM-
voorzien niet kan worden gerealiseerd.
dachtsgebieden ontstaan. Voor geluidgevoelige
IMRO omgevingsplan op te stellen en in proce-
gebouwen in een geluidaandachtsgebied gelden
dure te brengen. Op dit moment moeten we ervan
Voor gebiedsontwikkelingen die op korte termijn
specifieke immissienormen. Het bevoegd gezag
uitgaan dat een ontwerp-TAM-omgevingsplan tot
uitgevoerd gaan worden heeft het doorschuiven
heeft binnen de bandbreedte van de instructiere-
1 januari 2025 als ontwerp-omgevingsplan in pro-
van onderzoeksplichten naar de uitvoeringsfase
gels beleidsruimte voor het bepalen van het
cedure gebracht kan worden.
géén meerwaarde.
exacte geluidniveau ter plaatse van geluidgevoe-
4.5
Conclusie en advies
Het omgevingsplan moet erin voorzien dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties als gevolg van de aanleg van de spoortunnel en de oostelijke randweg. Er dient onderzoek te worden gedaan naar de gevolgen voor de fysieke leefomgeving vanwege het
lige gebouwen. Regels en normering moeten wor-
Voorafgaand aan de terinzagelegging moet in ie-
den verankerd in het te wijzigen omgevingsplan.
der geval duidelijkheid bestaan over de MER (zie
De omvang van het omgevingsplan is ten minste
volgend hoofdstuk) en een kennisgeving participa-
het projectgebied en de geluidaandachtsgebieden
tie zijn gedaan.
die als gevolg van het project ontstaan. Ook voor andere onderwerpen kan – afhankelijk van de uitkomsten uit onderzoeksrapporten – de noodzaak bestaan om regels of normen op te stellen ten behoeve van de nieuwe ontwikkeling.
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
22
5 5.1
MER
het Omgevingsbesluit in samenhang met bijlage V
spoortunnel en de weg is vastgelegd, geldt geen
wordt bepaald of een project-mer-(beoorde-
project-mer-(beoordelings)plicht voor het omge-
lings)plicht geldt.
vingsplan. Voorafgaand aan het opstellen van het
Inleiding
omgevingsplan moet hierin een keuze worden geUit deze bijlage V onderdeel J1 (zie hieronder af-
Er is een plan-MER uitgevoerd bij de omgevings-
beelding 5) volgt dat voor de aanleg, wijziging of
visie. De verkenning naar extra woongebieden en
uitbreiding van wegen een mer-beoordelingsplicht
mobiliteit is uitgevoerd op basis van een milieuef-
geldt. Als sprake is van de aanleg van een auto-
fectrapport (MER) bij de omgevingsvisie. Een oos-
weg geldt een project-mer-plicht. In paragraaf 3.2
telijke randweg met een tunnel onder het spoor
van deze notitie is uiteengezet dat onder een au-
heeft de voorkeur om het gebied Lage Vaartkant
toweg in de zin van de Omgevingswet wordt ver-
te ontsluiten.
staan een autoweg met een maximumsnelheid
maakt.
van 100 km/ u. Mocht daar sprake van zijn dan De gemeente wil weten in hoeverre de uitge-
geldt zonder meer een project-mer-plicht voor de
voerde plan-MER voor de Omgevingsvisie kan
aanleg van de weg (inclusief de spoortunnel). Afbeelding 5. Uitsnede bijlage V bij het Omge-
worden gebruikt als mer-beoordeling en input voor 5.2.2
het omgevingsplan. Om die vraag te beantwoorden is het eerst van belang om na te gaan of er een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt voor het wijzigen van het omgevingsplan.
5.2 5.2.1
Project-MER
Keuze: omgevingsplan of omgevingsvergunning
vingsbesluit.
De project-mer-(beoordelings)plicht geldt in begin-
5.2.3
sel voor het omgevingsplan. Als in het omgevings-
Ingeval geen sprake is van een project-mer-plicht,
plan een omgevingsvergunningplicht geldt voor
maar alleen van een project-mer-beoordelings-
een binnenplanse omgevingsplanactiviteit, is niet
plicht dient een separaat mer-beoordelingsbesluit
het omgevingsplan maar de binnenplanse omge-
te worden voorbereid. Een project-mer-beoorde-
vingsvergunning project-mer-(beoordelings)plich-
ling als onderdeel van een ontwerpbesluit (in dit
tig. Dit volgt uit artikel 11.8, derde lid, van het Om-
geval een ontwerp-wijziging van het omgevings-
gevingsbesluit.
plan) volstaat dus niet. Dit volgt uit artikel 11.1 van
Beoordeling project-mer(beoordelings)plicht
Dus: in geval het omgevingsplan de aanleg van
Onder de Omgevingswet blijft voor een project-
de spoortunnel en de weg niet volledig recht-
mer-(beoordelings)plicht een gesloten systeem
streeks toelaat, maar er een verbod behoudens
gelden. In artikel 11.6 tot en met artikel 11.8 van
omgevingsvergunning voor het aanleggen van de
Eisen aan procedure
het Omgevingsbesluit.
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
23
5.2.4
Hergebruik project-MER
betreft milieugevolgen niet onderscheidend zijn
-
Als een plan of programma kaderstellend
Een alternatievenonderzoek is géén onderdeel
ten opzichte van een in
is voor project-mer-(beoordelings)plichtige
van een project-mer-beoordelingsbesluit. Dit on-
het MER beschreven alternatief.
projecten en besluiten (zie artikel 16.34 en
derdeel komt enkel terug in een eventueel MERrapport.
artikel 16.36, eerste lid, van de OmgeHet alternatievenonderzoek heeft geen betrekking
vingswet).
op de locatie, waaronder het tracé, als dat al in Indien een project-MER moet worden gemaakt,
het plan-MER is aangewezen. De locatie moet
Een omgevingsplan dat voorziet in een project-
gelden inhoudelijke eisen. Uit artikel 16.48 van de
dan wel echt aangewezen zijn en niet slechts
mer-(beoordelings)plichtig project is een kader-
Omgevingswet volgt dat degene die een MER zou
overwogen zijn. Het heeft dan geen toegevoegde
stellend plan waarvoor in beginsel een plan-MER
moeten maken, gebruik kan maken van een ander
waarde om op projectniveau die afweging nog een
moet worden gemaakt als het een binnenplanse
milieueffectrapport als er voor een ander project al
keer te maken. Voor andere onderwerpen, zoals
vergunningplicht bevat (zie ook hiervoor in para-
een project-MER is gemaakt en het onderhavige
de inrichting, zal wel moeten worden gekeken
graaf 5.2.2).
project daarin onderzocht is. Het oorspronkelijke
naar de redelijke alternatieven. Het vierde lid van
MER dient wel tot stand te zijn gekomen met toe-
artikel 16.52 Omgevingswet bepaalt bovendien
Er zijn echter enkele uitzonderingen waardoor in
passing van paragraaf 16.4.2 en het project dient
dat als de initiatiefnemer van het MER vrijwillig al-
veel gevallen géén plan-MER vereist is, maar een
daarin te zijn beschreven. Hieruit volgt onder an-
ternatieven heeft onderzocht, die alternatieven
plan-mer-beoordeling volstaat. Voor het project
dere dat het MER voldoende actueel moet zijn.4
alsnog in het MER moeten worden beschreven.
spoortunnel en oostelijke randweg is de volgende uitzondering relevant:
Uit artikel 16.52 van de Omgevingswet volgt dat eisen worden gesteld aan de inhoud van een pro-
5.3
Plan-MER
5.3.1
Beoordeling plan-mer(beoordelings)plicht
ject-MER. Een alternatievenonderzoek vormt een belangrijk onderdeel van de MER. Als er alternatieven in een eerder stadium zijn afgewogen en de keuze voor een bepaald alternatief in dat stadium al is gemaakt, hoeven de alternatieven daarvoor niet nog een keer te worden afgewogen. Dat geldt ook voor alternatieven die wat
4
Er kunnen twee redenen zijn om een plan-merprocedure te moeten doorlopen: -
Als een passende beoordeling voor natuur moet worden opgesteld (zie artikel 16.53c, tweede lid, van de Omgevingswet); en
Voor kleine gebieden op lokaal niveau geldt in plaats van een plan-mer-plicht een plan-mer-beoordelingsplicht (artikel 16.36, derde lid, van de Omgevingswet) Hiervan is sprake als de gemeente bevoegd gezag is én de omvang van het gebied in verhouding tot het totale grondgebied van de gemeente klein is. Als een projectgebied kleiner is dan 1% van het
Zie kamerstukken II, 2013/14, 33 962, nr. 3, p. 563.
Procedureadvies spoortunnel en oostelijke randweg
24
totale gemeentelijke grondgebied wordt aan deze
-
eis voldaan. Er dient wel te worden gekeken naar de context van het plan en in hoeverre de wijzi-
-
ging aanzienlijke milieueffecten tot gevolg heeft.
welke alternatieven moeten in dit geval onderzocht worden?
Voorafgaand aan het opstellen van het omge-
welke milieuaspecten zijn relevant in dit
vingsplan moet een keuze gemaakt worden over
onderzoek?
het al dan niet rechtstreeks toelaten van de spoor-
Bij detailniveau draait het om hoe uitgebreid en
tunnel en de oostelijke randweg in het omgevings-
Deze uitzondering geldt niet voor activiteiten die
hoe gedetailleerd en hoe (met welke methoden)
plan.
direct project-mer-plichtig zijn! Dus indien het pro-
het bevoegd gezag de verschillende milieuaspec-
ject voorziet in de aanleg van een autoweg in de
ten in het MER onderzoekt. Dit verschilt van geval
De MER die eerder is opgesteld voor de omge-
zin van de Omgevingswet geldt zonder meer een
tot geval. Het is ook afhankelijk van het abstractie-
vingsvisie kan worden hergebruikt en dient te wor-
plan-mer-plicht voor het omgevingsplan.
niveau van het plan.
den aangevuld. In relatie tot een project-MER geldt dat als er alternatieven in een eerder sta-
5.3.2
Eisen aan procedure
Bij het opstellen van het MER mag het bevoegd
dium zijn afgewogen en de keuze voor een be-
Anders dan voor een project-mer-beoordelingsbe-
gezag andere milieueffectrapporten gebruiken.
paald alternatief in dat stadium al is gemaakt, de
sluit geldt, hoeft een plan-mer-beoordelingsbesluit