CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

kadernotitie windenergie Etten-Leur 4 juli 2005.pdf

Raad besluit 23 maart 2021, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling Regionale Energie Strategie (RES) 1.012.458 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dit betekent aandacht voor aanwezige natuur- en landschapswaarden en een zorgvuldig gekozen plaatsingsontwerp. Hiervoor is een integraal landschappelijk ontwerp nodig met aandacht voor de ingreep, de inpassing en de samenhang met de omgeving (met ook aandacht voor project Etten-Leur). Uit het advies kan worden afgeleid dat het bestaande windpark in Etten-Leur een belangrijk gegeven is waarmee met de inpassing van nieuwe initiatieven rekening gehouden moet worden. In het advies wordt tevens aangegeven dat een grootschalig windturbineproject het voordeel heeft dat de ambitie sneller waargemaakt kan worden, dat het ontwerp kan zorgen voor een visuele eenheid en dat aantasting maar in één gebied plaatsvindt. Een grootschalig project heeft echter wel een grote landschappelijke impact. Wanneer je ervoor kiest om in een bepaald gebied een grootschalig windturbineproject te realiseren, dient veel aandacht uit te gaan naar ontwerp en opstelling. Maar ook accepteer je de land19

schappelijke impact die dit met zich meebrengt, aldus het advies. Het ambtelijk advies heeft de Halderbergse initiatiefnemers ertoe aangezet om toe te werken naar een situatie waarbij in samenwerking met Etten-Leurse initiatiefnemers sprake is van de ontwikkeling van visueel één project (grootschalig park of op elkaar afstemmen van verschillende projecten), afgestemd op de huidige lijnopstelling. De Halderbergse initiatiefnemers zijn bereid het aantal windturbines terug te brengen tot één lijnopstelling van vijf turbines Het college van burgemeester en wethouders van Halderberge staat positief tegenover de realisatie van windturbines in de Hoevense Beemden. Het initiatief past niet in de beleidsnota windenergie van Halderberge welke in april 2003 is vastgesteld. De gemeenteraad van Halderberge heeft inmiddels besloten de Nota Windenergie Halderberge te actualiseren waarbij naast de locatie St. Antoinedijk ,de Hoevense Beemden aansluitend op het gerealiseerde windturbinepark in de gemeente Etten-Leur en de uitbreiding daarvan, zijn aangewezen als windenergielocaties.

De hierboven getoonde kaart bevat een indeling van de gebieden in Etten-Leur. Deze gebieden zullen hierna worden beschouwd op hun (on)mogelijkheden voor windenergie. 20

Het noordelijk kleigebied Het grootste deel van het noordelijk kleigebied bestaande uit de Krijtenburgse Polder, Hooge Zijpolder en Zwartenbergse Polder, is geel aangeduid op de provinciale windenergiekaart wat betekent dat in beginsel windenergie mogelijk is, zij het dat bijzondere zorg wordt gevraagd voor een (landschappelijk) verantwoorde plaatsing. Mede gelet op de eerdere onderzoeken en de mogelijkheden die hier in beginsel aanwezig worden geacht, zal aan de hand van de diverse deelgebieden op het noordelijk kleigebied wat dieper worden ingegaan. Krijtenburgse Polder Belangrijkste redenen om in 1998 de Krijtenburgse Polder uit te sluiten voor windenergie is het karakter van het gebied, gekenmerkt door openheid, rust, tamelijke ongereptheid en het ontbreken van doorgaande verbindingen. Nu plaatsing van windturbines op basis van de provinciale uitvoeringsnota in beginsel mogelijk is en bovendien bekend is dat er in Halderberge een concreet initiatief bestaat voor het plaatsen van windturbines waarbij de provincie de mogelijkheden nogmaals in de vorm van een ambtelijk advies -zij het met de nodige opmerkingen- heeft bevestigd, kan worden afgevraagd of het nog reëel is om de openheid en het karakter van het gebied als argumenten te blijven hanteren.

Bovendien kan het benoemen van de Krijtenburgse Polder als potentiële locatie in sterke mate bijdragen aan de wens om te komen tot visueel één project rekening houdend met het bestaande windmolenpark in Etten-Leur. Daarnaast is intussen sprake van gewijzigde inzichten. Zwartenbergse Polder De Zwartenbergse Polder is destijds uitgesloten voor toepassing van windenergie vanwege de ligging van een militaire laagvliegroute in het noordelijk deel van de polder, grenzend aan bedrijventerrein Zwartenberg. Het oostelijk deel van de polder was uitgesloten vanwege de landschappelijke waarde van de Haagse Dijk en vanwege het feit dat hier aangrenzende natuurkerngebieden van de Groene Hoofdstructuur aan de orde zijn. Het centrale deel van de Zwartenbergse Polder is buiten beschouwing gebleven om reden dat het provinciaal beleid van destijds aanstuurde op realisatie van windenergie aan de randen van open gebieden. Wanneer de Zwartenbergse Polder wordt bezien in samenhang met het bestaande windmolenpark en de potentiële locatie(s) in westelijke richting, dan kan worden geconcludeerd dat de oostelijke helft van de Zwartenbergse Polder wel in aanmerking komt voor plaatsing van nieuwe windturbines. Er kan immers sprake zijn van visueel één project. De samenhang kan worden gezocht in onderlinge afstanden van lijnopstellingen welke (nagenoeg) gelijk zijn.

Het oostelijke deel van de Zwartenbergse Polder dat blijkens de provinciale windenergiekaart in beginsel mogelijkheden biedt voor plaatsing van windturbines (geel gebied) wordt vanaf de achterzijde van de woningen langs de Zwartenbergseweg in oostelijke richting aangewezen als een zoekzone voor een lijnopstelling van windturbines. Op basis van nader onderzoek dienen de gevolgen voor de eventueel aanwezige natuurwaarden en de aangrenzende natuurgebieden van de Groene Hoofdstructuur in beeld te worden gebracht. Op basis van de resultaten van dit onderzoek zal een conclusie over een lijnopstelling in de betreffende zoekzone worden getrokken. Hooge Zijpolder In de Hooge Zijpolder is reeds een lijnopstelling aanwezig (Groene Dijk). In relatie tot het onderzoek dat destijds heeft plaatsgevonden wordt geconcludeerd dat verlenging van de huidige lijn in zuidelijke richting niet mogelijk moet worden geacht. De afstand tot het aangrenzende natuurgebied Kelsdonk/Zwermlaken zou daarmee dermate gering worden dat 21

aanwezige natuurwaarden naar verwachting zouden worden verstoord. Uit hetzelfde onderzoek is gebleken dat om reden van ornithologische belangen een lijnopstelling in oostwestelijke richting, parallel aan de Zeedijk/Mark niet wenselijk is. Een dergelijke opstelling zou zich bovendien in visueel opzicht niet verdragen met de gerealiseerde lijn. Een opstelling parallel aan en nabij de huidige lijnopstelling moet uit technisch oogpunt, maar meer nog uit visueel oogpunt onaanvaardbaar worden geacht. Het overgangsgebied Het overgangsgebied betreft het gebied gelegen tussen het noordelijk kleigebied en het centraal zandgebied. Tot het overgangsgebied behoren onder andere de natuurgebieden Kelsdonk/Zwermlaken en De Berk en een aantal direct daar aan grenzende gebieden. Het gehele overgangsgebied behoort tot de Groene Hoofdstructuur. Op de provinciale kaart “Mogelijkheden en belemmeringen voor windenergie” is het overgangsgebied met de kleur rood aangegeven. Rood betekent uitgesloten gebied, waar plaatsing van windturbines in beginsel niet wordt toegestaan.

Gelet op de aanwezige en potentiële natuuren landschapswaarden en historische groenstructuren van het overgangsgebied is er geen enkele aanleiding om van de eerste indicatie van de provinciale kaart af te wijken, integendeel ook een nadere lokale afweging leidt tot het oordeel dat plaatsing van windturbines in het overgangsgebied niet toegestaan moet worden. Behoud, versterking en herstel van natuur- en landschapswaarden zijn daar zelfs hoofddoelstellingen van beleid. Het centraal zandgebied Het centraal zandgebied betreft de zandgronden ten noorden, ten oosten en ten zuiden van het stedelijk gebied (inclusief het bedrijventerrein) van Etten-Leur. Grofweg is dit het gebied vanaf de hoogspanningslijn ten noorden van Etten-Leur tot aan de Muizenstraat / Klappenberg / Zandspui ten zuiden van Etten-Leur. Op zich behoren ook de woonkern en het bedrijventerrein Vosdonk tot het centraal zandgebied. Het behoeft geen betoog waarom hier niet nader wordt ingegaan op de woonkern. Het bedrijventerrein Vosdonk wordt hierna afzonderlijk beschouwd.

Gelet op de kleinschalige gebiedsstructuur van het centraal zandgebied, de vrij dichte bebouwingsstructuur waaronder vele burgerwoningen en diverse andere functies, de aanwezigheid van beekdalen en te ontwikkelen ecologische verbindingszones, de aanwezigheid van enkele historisch-stedenbouwkundige structuren, de grote diversiteit aan historisch-landschappelijke lijnen, de aanwezigheid van een tweetal historischlandschappelijke vlakken en tot slot de in het kader van de StructuurvisiePlus voorgestane ontwikkelingen, moeten windturbines in (het landelijk gedeelte van) het centraal zandgebied niet dan wel slecht inpasbaar worden geacht. Dat kan hooguit anders komen te liggen bij een eventuele toekomstige transformatie van een gebied tot bedrijventerrein, doch ook dan vergt dat nog een expliciete afweging. Het zuidelijk zandgebied Het zuidelijk zandgebied betreft de zandgronden ten zuiden van de Muizenstraat / Klappenberg / Zandspui tot aan de zuidelijke gemeentegrens. Ook het natuurgebied Pannenhoef (stiltegebied), de gemeentebossen aan het Schuitvaartjaagpad en de Kogelvanger en diverse kleine bosjes en landschapselementen behoren tot het zuidelijk zandgebied. Het gehele zuidelijke zandgebied heeft planologisch als doelstelling behoud, versterking en herstel van de landschappelijke waarden.

Een groot deel van het zuidelijk zandgebied is ingevolge het Streekplan aangeduid als Regionale Natuur- en Landschapseenheid en delen daarvan tevens als Groene Hoofdstructuur. Windturbines verdragen zich in beginsel niet met de doelstellingen daarvan. Buiten de Regionale Natuur- en Landschapseenheid heeft het zuidelijk zandgebied naast algemene landschapswaarden een relatief dichte bebouwingsstructuur. De gebiedsstructuur van het zuidelijk zandgebied is heel afwisselend en kleinschalig. Op de provinciale kaart “Mogelijkheden en belemmeringen voor windenergie” is een groot deel van het zuidelijk zandgebied met de kleur rood aangege22

ven. Plaatsing van windturbines wordt daar derhalve in beginsel niet toegestaan. Er is voor dat gebied geen aanleiding om van de provinciale kaart af te wijken en gelet op het vorenstaande moeten windturbines ook in de rest van het zuidelijk zandgebied niet dan wel slecht inpasbaar worden geacht. Een nadere lokale afweging leidt dan ook tot het oordeel om in het zuidelijk zandgebied geen windturbines toe te staan. Bedrijventerrein Vosdonk Het beleid van zowel rijk als provincie richt zich primair op locaties langs infrastructuur en op bedrijventerrein. Locatie A58/Vosdonk is een combinatie van bedrijventerrein en infrastructuur en is daarom een A-locatie. Het bedrijventerrein Vosdonk als geheel kent overigens wel enkele belemmeringen. Een deel van het bedrijventerrein heeft een geluidszonering hetgeen beperkingen aan windturbines oplegt. Er is echter landelijke regelgeving in procedure waarbij windturbines op gezoneerde bedrijventerreinen buiten beschouwing blijven. Ook geluidsnormen met betrekking tot woningen (o.a. op Rucphens grondgebied) dienen te worden gerespecteerd. Moderne turbines zijn stiller geworden. De verwachting is dat de geluidsnormen kunnen worden gehaald. Niet elk type turbine is hier toepasbaar.

Doordat zowel het rijks- als provinciale beleid aanstuurt op windenergie langs grootschalige infrastructuur heeft Rijkswaterstaat met het oog op verkeersveiligheid regels uitgevaardigd voor het plaatsen van windturbines langs snelwegen. Dit betekent dat turbines een minimale afstand tot de rijksweg moeten hebben en in beginsel niet boven de verharding mogen draaien. Voor de locatie A58/Vosdonk zal één turbine boven de afrit draaien. Hiervoor zal met een risicoanalyse moeten worden aangetoond dat de verkeersveiligheid niet in het geding komt. Omdat op een afrit de snelheid van de auto’s afneemt is er sprake van een afnemend risico. De verwachting is dan ook dat aan de eisen van Rijkswaterstaat kan worden voldaan. Het westelijk deel van Vosdonk kent hoogtebeperkingen voor bouwwerken vanwege de veiligheidsaspecten voor vliegverkeer van vliegveld Seppe. Dit betreft globaal het gebied ten westen van de weg Vosdonk. Bij de voorbereiding van de eerste voorstellen voor de locatie A58/Vosdonk werd nog voor elk individueel initiatief door de Nederlandse Luchtvaart Autoriteit (NLA) een schriftelijk advies uitgebracht. Momenteel gelden er algemene regels met betrekking tot hoogtebeperkingen rondom vliegvelden. Vanaf 5000 m, gemeten vanaf de start- en landingsbaan gelden geen hoogtebeperkingen. Vanaf 2600 m tot 5000 m geldt een hoogtebeperking van 100 m.

De locatie A58/Vosdonk bevindt zich in dit vlak. In het schriftelijk advies van de NLA waren mogelijkheden voor windturbines ten noorden van de voormalige rijksweg uitgesloten. Met de komst van de nieuwe regels zijn ook in het gebied ten noorden van de oude rijksweg windmolens toegestaan, zij het met genoemde hoogtebeperking van 100 m.

4.2 Nadere beschouwing van de positief beoordeelde locaties uit de inventarisatie 4.2.1 Inleiding Binnen de ruimte van het beleid van het rijk en de provincie Noord-Brabant maakt de gemeente Etten-Leur een eigen afweging bij de beoordeling van windenergieprojecten. In deze beleidsnota is het kader van deze gemeentelijke beoordeling van initiatieven geschetst. Als initiatieven voor windenergieprojecten niet in strijd zijn met de beschreven kaders en eisen en kunnen voldoen aan de gestelde voorwaarden, zijn ze geschikt om in behandeling te nemen. 23

4.2.2 Gemeentelijke beoordeling De gemeentelijke beoordeling is met name gebaseerd op landschappelijke, stedenbouwkundige, cultuurhistorische en ecologische inpassingsmogelijkheden van windturbines. Hierbij is vooral gekeken naar het type landschap en aanwezige waarden in het gebied. Buitengebied Zou de inventarisatie zijn gedaan louter op basis van de windenergiekaart uit de provinciale uitvoeringsnota “Brabant voor de wind”, dan zouden grote delen van Etten-Leur welke de gele en groene kleur hebben voor windenergie in aanmerking komen. Uit planologisch en landschappelijk oogpunt is het echter ongewenst om alle locaties op het gemeentelijke grondgebied "te vullen" met windturbines. Om die reden is bij de inventarisatie van de mogelijkheden in het buitengebied ook ingegaan op planologische en landschappelijke aspecten. Voor de beoordeling op hoofdlijnen wordt verwezen naar paragraaf 4.1. Op basis van de inventarisatie en beoordeling op hoofdlijnen komt alleen het noordelijk kleigebied in aanmerking voor plaatsing van windturbines. De landschappelijke situering kan vanuit het gegeven dat sprake moet zijn van visueel één samenhangend project voor het gehele gebied het beste als volgt worden vormgegeven. Bij de bestaande windturbines aan de Groene Dijk is onder andere op basis van onderzoek naar de gevolgen voor de avifauna gekomen tot een noord-zuid opstelling.

Wil sprake zijn van samenhang en visueel één project, dan dienen nieuwe initiatieven voor windenergie in het noordelijk buitengebied te voldoen aan de volgende kaders: ƒ ƒ ƒ

Nieuwe turbines dienen onderdeel te zijn van een lijnopstelling in noord-zuid richting. Lijnopstellingen bestaan bij voorkeur uit 5, doch minimaal uit 3 windturbines. De onderlinge afstand tussen de afzonderlijke lijnopstellingen dient zo goed als gelijk te zijn, met dien verstande dat gebogen lijnen zoals bij de bestaande windturbines in het belang van een rustig beeld moeten worden vermeden.

Daarnaast zijn de algemene randvoorwaarden zoals genoemd in paragraaf 3.6 van toepassing. Invulling van voorgaande kaders leidt voor het (noordelijk) buitengebied tot een tweetal geselecteerde locaties, waarvan één in de vorm van een zoekzone. Op de kaart op pagina 24 zijn deze geselecteerde locaties aangegeven. Bedrijventerrein Vosdonk Voor wat betreft bedrijventerrein Vosdonk wordt het volgende gemeld. Nu de hoogtebeperking voor bedrijventerrein Vosdonk, met name het gedeelte Vossendaal, is versoepeld komt voor wat betreft dat aspect een groot deel in aanmerking voor plaatsing van windturbines. Het provinciale beleid gaat zelfs zo ver dat op bedrijventerreinen ook solitaire windturbines zijn toegestaan. Op het bedrijventerrein zelf zal dit waarschijnlijk als minder storend worden ervaren. Op een afstand van het bedrijventerrein, waar amper nog een relatie met het bedrijventerrein waarneembaar is, zullen solitaire windturbines een rommelig beeld opleveren. Dit geldt overigens ook voor andere gebieden. Voorgaande leidt tot de volgende algemene conclusie. Solitaire windturbines worden in geheel Etten-Leur niet toegestaan. 24

Bovendien is nabij bedrijventerrein Vosdonk sprake van een tweetal historisch ruimtelijk relevante gegevens: ƒ de zichtlijn op de kerktoren (raadzaal) van Etten-Leur. ƒ de watertoren. De historische zichtlijn vanaf de A58 op de kerk is dermate mooi, ook na de omlegging van de A58, dat het ongewenst is om deze ruimtelijk te laten concurreren met windturbines. Voor de markante watertoren geldt in principe hetzelfde. Om deze reden zijn op basis van de vuistregel van visuele beïnvloeding (10 x tiphoogte) in het gebied ten noorden van de voormalige rijksweg en tot een afstand van 1000 m ten zuiden van de voormalige rijksweg geen windturbines toegestaan. De locatie A58/Vosdonk, op de schouwstrook achter het talud van de rijksweg, heeft de grootste lengte voor het plaatsen van windturbines. Parallelle lijnopstellingen zouden bij voorkeur uit hetzelfde aantal turbines moeten bestaan. Dit is gezien de benodigde afstand tussen de lijnen en rekening houdend met benodigde afstanden tot woonbebouwing verre van mogelijk. De locatie A58/Vosdonk wordt dan ook als enige locatie geselecteerd.

25

Op de volgende kaart zijn alle geselecteerde locaties aangegeven.

26

De nadere gemeentelijke beschouwing van de locaties levert het volgende resultaat met de bijbehorende capaciteiten (in MW) op: Tabel 1 geselecteerde locaties Nr. Aanduiding 1. 2. 3.

Krijtenburgse Polder Zwartenbergse Polder A58/Vosdonk TOTAAL

Capaciteit (in MW) 15 15 5,2 35,2

Conclusie is, dat op het grondgebied van de gemeente Etten-Leur in principe plaats zou zijn voor een capaciteit van nog 35 MW. Deze capaciteit neemt nog verder toe bij een hoger vermogen per turbine (als gevolg van voortschrijdende techniek). De geselecteerde locaties zijn gelegen in 2 gebieden, het noordelijk kleigebied en bedrijventerrein Vosdonk. Om de exacte haalbaarheid van de positief beoordeelde locaties te achterhalen, dienen nadere haalbaarheidsstudies te worden uitgevoerd. Op basis van het aanbod van geschikte windturbines, de stand der techniek, financiële en bedrijfseconomische eisen wordt naar een optimale invulling van de locaties gezocht, uiteraard binnen de kaders en randvoorwaarden zoals beschreven in deze notitie. Een dergelijke studie dient door of namens de ontwikkelende partij van een project te worden uitgevoerd waarbij een adviesbureau kan worden ingeschakeld. Aan windenergieprojecten op andere dan de geselecteerde locaties wordt niet meegewerkt. Er zijn geen zoeklocaties aangewezen voor solitaire turbines. De gemeente zal aan verzoeken voor dergelijke solitairen -zoals al eerder in deze beleidsnotitie gesteld- geen medewerking verlenen.

4.2.3 Ambitieniveau en gemeentelijke beleid Met inachtneming van de uitgangspunten van het provinciale beleid en de mede hierop gebaseerde afweging is in deze notitie het eigen gemeentelijke beleid voor de gemeente Etten-Leur geformuleerd. Het uiteindelijke resultaat van dit beleid kan leiden tot de installatie van in totaal nog 35 MW in 2010. Het is evenwel niet realistisch om dit getal als absoluut minimum te hanteren. In feite gaat het hier om het kwantitatief resultaat op basis van een scenario dat uitgaat van ongehinderde realisatie. De ervaring leert echter, dat de ontwikkeling van locaties ten behoeve van windenergie in de praktijk op allerlei problemen kan stuiten, die de realisatie belemmeren of zelfs totaal frustreren. Gedacht moet worden aan bezwaren, uitkomsten van onderzoeken, nieuwe (technische) inzichten, veranderende subsidieregels, gewijzigde wetgeving, etc. Om die reden wordt ingezet op een realistisch geacht streefgetal van 15 MW, dat tevens beschouwd kan worden als het ambitieniveau van de gemeente Etten-Leur, waarmee de 5% duurzame energiedoelstelling kan worden ingevuld. 4.2.4 Keuze project, partner en initiatiefnemer Deze beleidsnota geeft de (inter-)nationale wet- en regelgeving weer ten aanzien van windenergie aangevuld met randvoorwaarden en uitgangspunten van de gemeente EttenLeur.

Initiatiefnemers kunnen op basis van deze notitie zelf beoordelen of hun initiatief kansrijk is. Met name gaat het er dan om of het initiatief op de juiste locatie ligt en of het 27

kan voldoen aan de wettelijke eisen en de door de gemeenten gestelde randvoorwaarden. Alleen als een initiatief voldoet aan alle wettelijke eisen en overige gestelde voorwaarden, komt het voor behandeling in aanmerking. Per locatie zal aan de hand van een op te stellen Startdocument een afweging gemaakt worden voor de haalbaarheid van het initiatief. De initiatiefnemer zal een haalbaarheidstudie moeten (laten) uitvoeren. Haalbaarheid heeft betrekking op onderzoek naar gevolgen voor flora en fauna (in het bijzonder vogels), op financiële, planologische en milieutechnische aspecten en op de mogelijkheid van grondverwerving voor de bouw van windturbines. De gemeente toetst vervolgens aan de in paragraaf 3.6 gestelde randvoorwaarden en de in 4.2.2 genoemde kaders. Als daaraan is voldaan, zal de planologische procedure voor de betreffende locatie worden gestart. Voor het noordelijk buitengebied is gelet op het totale vermogen van de geselecteerde locaties nu reeds bekend dat de MER-beoordelingsplicht van toepassing is. Initiatiefnemers in het noordelijk kleigebied wordt aangeraden in gezamenlijkheid de benodigde onderzoeken integraal te laten uitvoeren (inclusief het initiatief in Halderberge).

4.2.5 Samengevat Het algemene beleid van de gemeente Etten-Leur voor de implementatie van windenergie is gebaseerd op onderstaande uitgangspunten: ƒ Het beleid is gericht op realisatie van het gemeentelijke ambitieniveau van minimaal 15 MW in 2010. ƒ Verzoeken voor het oprichten van windturbines moeten voldoen aan alle in deze nota gestelde wettelijke eisen en verder de gestelde randvoorwaarden in paragraaf 3.6 en de kaders in paragraaf 4.2.2. ƒ Er wordt alleen medewerking in het vooruitzicht gesteld aan ontwikkelingen op de locaties die een positieve beoordeling hebben gekregen. ƒ Indien medewerking in beginsel mogelijk is, dan zal een zelfstandige projectprocedure, met een goede ruimtelijke onderbouwing of eventueel een bestemmingsplan een vast bestanddeel uitmaken van een procedure tot oprichting van een windmolenpark.

28

Literatuur Uitvoeringsnota Windenergie Noord-Brabant 2003-2006 Ministerie van LNV, 2001 Structuurschema Groene Ruimte 2; samen werken aan groen Nederland. Ontwerp planologische kernbeslissing Ministerie van LNV, 2002 Flora- en faunawet Ministerie van V&W, 2002 Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over rijkswaterstaatswerken. Ministerie van VROM, 2001 Algemene Maatregel van Bestuur: Voorzieningen en Installaties Milieubeheer Ministerie van EZ, VROM, LNV, V&W en Defensie, het IPO en de VNG, 2001 Bestuursovereenkomst Landelijke Ontwikkeling Windenergie Provincie Noord-Brabant, 2002 Streekplan Provincie Noord-Brabant 2002; Brabant in Balans. Provincie Noord-Brabant, 2005 Gebiedsplan Brabantse Delta. DE scan gemeente Etten-Leur (uitgevoerd door CEA) gemeente Etten-Leur, 1998 Bestemmingsplan Buitengebied. gemeente Etten-Leur, 2005 StructuurvisiePlus. gemeente Etten-Leur, 2004 Klimaatbeleidsplan. Ecofys, 1998 Etten-Leur en windenergie (quick scan) Nieuwland Advies 1998 Notitie windmolens in het buitengebied van Etten-Leur,

29

Lijst van afkortingen en begrippen AHS AMvB BANS BLOW BRZO CO2 EHS GHS IPO kW LVB-zones MER MEP Min. LNV MW NAP PPC QRA RNLE RO VNG VO Wbr Wm. WRO Ww

Agrarische hoofdstructuur Algemene Maatregel van Bestuur Bestuursakkoord Nieuwe Stijl Bestuursovereenkomst Landelijke Ontwikkeling Windenergie Besluit Risico Zware Ongevallen Koolstofdioxide Ecologische hoofdstructuur Groene hoofdstructuur Interprovinciaal Overleg Kilowatt Luchtverkeersbeveiligingzones Milieueffectrapport subsidieregeling Milieukwaliteit ElektriciteitsProductie Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (voorheen Visserij) Megawatt Nieuw Amsterdams Peil Provinciale Planologische Commissie Kwantitatieve risicoanalyse Regionale natuur- en landschapseenheden Ruimtelijke ordening Vereniging Nederlandse Gemeenten Laagvliegroute Wet beheer rijkswaterstaatswerken Wet milieubeheer Wet op de Ruimtelijke Ordening Woningwet

30

Bijlagen

31

Provincie Noord-Brabant

Memo Onderwerp

Aan

Windturbineproject Hoevensche Beemden, Halderberge

Klaas Postma Kopie aan

Dit advies is opgesteld door de directies Ecologie en Ruimtelijke Ordening en Handhaving en betreft een globale ambtelijke beoordeling. Voor een integraal directie-advies Ruimtelijke Ordening en Handhaving (ROH) waarin een weloverwogen beoordeling is opgenomen, kan worden verwezen naar het vooroverleg ex artikel 10 Bro. Deze beoordeling kan op geen enkele wijze het vooroverleg ex artikel 10 Bro vervangen.

Datum

2 juli 2004 Van

Pascal Beaujean en Marjo-

Windturbineproject Het voorstel betreft de plaatsing van 12 windturbines. De gemeente vindt het realiseren van visueel gezien één project (grootschalig park of aansluiten van verschillende projecten) een belangrijk criterium. Aansluiting bij landschappelijke kenmerken wordt van minder belang geacht. Tevens wordt overwogen om de uitgangspunten van de reeds vastgestelde gemeentelijke beleidsnota te heroverwegen en locatie Hoevensche Beemden opnieuw aan de raad voor te leggen. Provinciaal beleid Streekplanwaarden: AHS-landschap (waterpotentiegebied), zoekgebied regionale waterberging, openheid. In de nabijheid zijn gelegen natuurgebied Hoevensche Beemden, GHSlandbouw (struweelvogelgebied) en gebied met hoge historisch landschappelijke waarden. Nota windenergie: geel gebied. Beoordeling Onderhavig gebied is aangeduid als geel gebied, waar extra zorgvuldig met plaatsing dient te worden omgegaan. De waarden van het gebied liggen niet alleen op de locatie waar de windturbines gesitueerd zijn (waterpotentiegebied, openheid), maar ook in de nabijheid zowel ten oosten als ten westen (natuurgebied, hoge historisch landschappelijke waarden). Op grondgebied van Etten-Leur staan 5 windturbines.

Verschil tussen deze locatie en locatie Etten-Leur: ƒ een grotere onderlinge afstand; ƒ een groot ruimtelijk beslag en grotere visuele impact; ƒ rasterpatroon sluit min of meer aan bij polderlandschap. Beide projecten liggen in elkaars visuele beïnvloedingsgebied van 10x de toprotorhoogte (1,5 km + 1,0 km). Gestreefd moet worden naar visueel/ruimtelijk gezien één project. Van een echte ruimtelijke relatie met locatie Etten-Leur is nauwelijks sprake. Wat beteft onderhavige locatie zal plaatsing van 12 turbines een vele malen grotere impact hebben dan de huidige 5 windturbines nu hebben op het gebied. Het provinciale beleid maakt op onderhavige locatie in beginsel windturbines mogelijk, mits deze windturbines extra zorgvuldig worden ingepast. Een extra

lein Fick Telefoon

(073) 6812529

zorgvuldige inpassing betekent aandacht voor de relatie tussen bestaande waarden en de wijze waarop (en de omvang waarin) windturbines worden geplaatst. De aanvrager zal inzichtelijk moeten maken op welke wijze hier aandacht aan is besteed. Ten aanzien van voorliggend project wijzen wij hierbij op het volgende. Gelet op de visuele impact die gepaard gaat met de plaatsing van 12 windturbines en de karakteristiek van het landschap ter plaatse zal een project van beperktere omvang beter ingepast kunnen worden dan het voorliggende grootschalige project. Voorts dient aandacht te worden besteed aan de afstand tot de aanwezige natuurgebieden. In voorliggende opstelling grenzen enkele windturbines namelijk direct aan natuurgebieden. Voordeel van een grootschalig windturbineproject is dat de ambitie sneller waargemaakt kan worden, het ontwerp kan zorgen voor een visuele eenheid en aantasting maar in één gebied plaatsvindt. Een grootschalig project heeft echter wel een grote landschappelijke impact. Wanneer je ervoor kiest om in een bepaald gebied een grootschalig windturbineproject te realiseren, dient veel aandacht uit te gaan naar ontwerp en opstelling. Maar ook accepteer je de landschappelijke impact die dit met zich meebrengt.

Wat betreft voorgesteld ontwerp lijkt het erop dat er gekozen is voor een weinig creatief ontwerp waarbij zo veel mogelijk windturbines kunnen worden geplaatst. Dienaangaande betwijfelen wij of het ontwerp zorg draagt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Conclusie Op onderhavige locatie zijn in beginsel windturbines mogelijk, mits deze windturbines extra zorgvuldig worden ingepast. Dit betekent aandacht voor aanwezige natuur- en landschapswaarden en een zorgvuldig gekozen plaatsingsontwerp. Door middel van een integraal landschappelijk ontwerp met aandacht voor de ingreep, de inpassing en de samenhang met de omgeving (met ook aandacht voor project Etten-Leur) vragen wij de aanvrager dit inzichtelijk te maken. Met een creatief ontwerp kan gezocht worden naar een optimale balans tussen het aantal windturbines en de impact die windturbines hebben op de omgeving. Als overweging geven wij mee dat vanuit planologisch/ruimtelijke optiek een klein(er) windturbineproject op deze locatie beter inpasbaar zal zijn.

2/2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=1b107109-c648-4220-9f26-a716aa97d274