CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Goede onderbouwing van de fysieke leefomgeving 'Markt 89'

Raad besluit 11 mei 2026, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: . Het afgeven van een bindend advies voor het plan Markt 8929.975 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Een gemeente kan in het Omgevingsplan afzien van aanwijzing van een brand- of explosievoorschriftengebied of een kleiner brandof explosievoorschriftengebied aanwijzen (art. 5.14 Besluit kwaliteit leefomgeving). Als het initiatief ligt in een voorschriftengebied, dan gelden voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (art. 4.90 tot en met 4.96). Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, en verzorgingstehuizen, geldt altijd een voorschriftengebied, en gelden dus aanvullende bouweisen bij nieuwbouw (art. 5.14 Besluit kwaliteit leefomgeving).

46

Goede onderbouwing van de fysieke leefomgeving, Markt 89 Etten-Leur, 30 januari 2026

Los van een eventueel voorschriftengebied kan een gemeente aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan vluchtroutes en de bereikbaarheid van het gebied door hulpdiensten. Dergelijke eisen worden dan opgenomen in de omgevingsvergunning. Naast bovengenoemde regels over veelvoorkomende situaties zijn voor een aantal specifieke situaties nog de volgende delen van het Besluit kwaliteit leefomgeving van belang: • • • •

Beperkingen in het belemmeringengebied (voormalige belemmeringenstrook in de huidige regelgeving) van buisleidingen: par. 5.1.2.3 Bkl; Veiligheid rond opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik: par 5.1.2.4 Bkl; Veiligheid rond het bewerken en opslaan van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en op militaire objecten (par. 5.1.2.5 Bkl); Veiligheid rond luchthavens (par. 5.1.2.6 Bkl)

Beoordeling Uit de risicokaart, eindrapporten over het basisnet en actuele informatie over relevante risicobronnen binnen de gemeente blijkt dat het plangebied niet ligt binnen: • • • •

het invloedsgebied van een Bevi-inrichting; de veiligheidsafstanden van andere stationaire risicobronnen; een toekomstig plasbrandaandachtsgebied en het invloedsgebied van een relevante buisleiding voor het transport van gevaarlijke stoffen.

Gifwolkaandachtsgebied Ten noorden van de herontwikkelingslocatie is op circa 250 meter een spoor gelegen. De planlocatie is volledig binnen het gifwolkaandachtsgebied gelegen. Dit aandachtsgebied is aanwezig omdat er activiteiten plaatsvinden op het spoor met gevaarlijke stoffen. Ten noorden van Etten-Leur is op circa 13,5 kilometer het bedrijf Afvalstoffen Terminal Moerdijk B.V. gelegen. Het plangebied is gelegen binnen het gifwolkaandachtsgebied van het industriebedrijf. Een gifwolkaandachtsgebied is de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval een gifwolk kan ontstaan. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de planlocatie niet gelegen is binnen de invloedsafstanden van relevante risicobronnen. Wel ligt de planlocatie in het gifwolkaandachtsgebied van het bedrijf Afvalstoffen Terminal Moerdijk B.V., gelegen op circa 13,5 kilometer afstand. Er wordt met de Bopa alleen van de planologische bouwmogelijkheden afgeweken. De planologische gebruiksmogelijkheden wijzigen niet. Daarmee vormt het aspect externe veiligheid geen risico voor de voorgenomen ontwikkeling. Wel adviseert de Brandweer Midden- en West-Brabant een mechanisch ventilatiesysteem met een voorziening waarmee het systeem handmatig uitgeschakeld kan worden.

Brandveiligheid Toetsingskader Het planvoornemen is door de Brandweer Midden- en West-Brabant getoetst, hierbij wordt gekeken of het planvoornemen voldoet aan het toetsingskader met betrekking tot de veiligheid in geval van brand of calamiteiten. Dit toetsingskader bestaat uit: • • • •

•

Atlas Leefomgeving; Artikelen 22.13 en 22.14 van de Bruidsschatregels Omgevingsplan; Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid uitgave 2019 van Brandweer Nederland; Interregionale Adviesleidraad Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid 2022, opgesteld door de veiligheidsregio’s Brabant-Noord, Brabant-Zuidoost, Gelderland-Midden, Midden- en West-Brabant, Zeeland en Zuid-Limburg, hierna te noemen Adviesleidraad; Het Dekkingsplan Gebiedsgerichte Opkomsttijden 2024-2027, vastgesteld door het Algemeen Bestuur van Veiligheidsregio Midden en West-Brabant op 4 juli 2024.

47

Op basis van de aspecten omgevingsveiligheid, breikbaarheid, bluswatervoorzieningen en de opkomsttijd van de brandweer wordt een advies uitgebracht door de Brandweer. Beoordeling Het planvoornemen voldoet niet aan de bereikbaarheidseisen van de brandweer. De toegang tot het hofje is beperkt van breedte en voldoet niet aan de minimale vrije doorgang van 3,5m breed. Het hofje is zo niet bereikbaar voor brandweervoertuigen, daarnaast is er geen keermogelijkheid voor een voertuig. Om dit op te lossen is het noodzakelijk om een droge blusleiding aan te leggen die vanaf de openbare ruimte naar het hofje leidt. Aan de norm voor bluswatervoorzieningen wordt wel voldaan. In de omgeving wordt voorzien in de behoefte van bluswater binnen de gestelde afstanden. De opkomsttijd van de brandweer voor de planlocatie voldoet ook aan de gestelde eis van maximaal 12 minuten voor nieuwe ontwikkelingen. Conclusie Het planvoornemen voldoet aan de bluswatervoorzieningen en de maximale opkomsttijd van de Brandweer. Aan de bereikbaarheidseisen kan echter niet voldaan worden zonder het treffen van maatregelen. De aanleg van een droge blusleiding van het openbaar gebied naar het hofje is hiervoor noodzakelijk. Gesteld kan worden dat, met de inachtneming van bovenstaande maatregel, voldaan wordt aan de veiligheidseisen van de Brandweer Midden- en West-Brabant.

48

Goede onderbouwing van de fysieke leefomgeving, Markt 89 Etten-Leur, 30 januari 2026

5

ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

5.1

FINANCIËLE VERANTWOORDING

5.1.1 Economische uitvoerbaarheid De bepaling over de uitvoerbaarheid uit het Besluit ruimtelijke ordening komt onder de Omgevingswet niet terug. De gemeente hoeft niet meer aannemelijk te maken dat een toegedeelde functie er ook zal komen. De gemeente geeft in haar omgevingsplan aan dat een functie op een zekere locatie ‘kan’ komen. Dat is minder verstrekkend. 5.1.2

Kostenverhaal De ontwikkeling betreft een activiteit waarvan kosten moeten worden verhaald, zoals bepaald in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. Om de verschuldigde kosten te verhalen, is de gemeente op basis van artikel 13.13 van de Omgevingswet een overeenkomst aangegaan met de initiatiefnemer. Daarin zijn alle kosten voor de grondexploitatie meegenomen inclusief eventuele financiële bijdragen en nadeelcompensatie. Het opnemen van kostenverhaalsregels is dus niet noodzakelijk 5.2

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Het opstellen van ruimtelijke besluiten dient zorgvuldig te gebeuren. De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie (artikel 10.2 Omgevingsbesluit). Daarmee kunnen overheden namelijk op tijd belangen, meningen en creativiteit op tafel krijgen. De wet zegt over participatie: het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden [...] bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit. Met belanghebbenden bedoelt de wet burgers, vertegenwoordigers van bedrijven, professionals van maatschappelijke organisaties en bestuurders van overheden. Naast de wettelijke procedures, is daarom door de woningcorporatie Stadlander nadrukkelijk aandacht besteedt aan de communicatie met de belanghebbenden. Participatie In het kader van participatie is er op 20 maart 2025 een informatieavond geörganiseerd voor omwonenden en andere belanghebbenden. Tijdens de informatieavond konden alle geïnteresseerden het voorlopig stedenbouwkundig plan bekijken en vragen stellen. Op deze avond is het voorlopig stedenbouwkundig plan en een eerste uitwerking van het bouwplan getoond. Een verslag van het participatietraject is als bijlage bij deze GoFlo gevoegd. De reacties tijdens de informatieavond waren overwegend positief. Er is positief gereageerd op het uitgangspunt van de collectieve groenruimte die in het besloten hofje gaat komen.

Enkele omwonenden gaven wel aan zich zorgen te maken over een aantal aspecten: • • • • •

Waarborging van de privacy van omliggende woningen Beperkte bouwhoogte Goede communicatie tijdens het bouwproces Aandacht voor aansluiting van garage van Atrechtstraat 4 Zorgen over geluid warmtepompen aan de perceelsgrens

Een aantal van deze zorgen is weggenomen door uitleg bij het stedenbouwkundig plan. Zo blijft de bouwhoogte beperkt en zal middels een kettingbeding bij de koop van de woningen de pivacy van omwonenden worden gewaarborgd. De overige punten zullen worden meegenomen in de bouwkundige uitwerking en de realisatie. Planologische procedure Onderhavige onderbouwing maakt onderdeel uit van de omgevingsvergunningaanvraag buitenplanse omgevingsplan activiteit (BOPA), activiteit 'afwijken van regels in het omgevingsplan'. Voor deze omgevingsvergunning geldt de reguliere procedure. De doorlopen stappen hierin zijn: behandeling van het initiatief aan de intaketafel, startnotitie vastgesteld door de raad, het initiatief is behandeld aan de

49

omgevingstafel. Hierna volgt de indiening van de omgevingsvergunning voor een bindend advies van de raad. Na het indienen van de omgevingsvergunningaanvraag in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) is de beslistermijn voor de reguliere procedure maximaal 8 weken en heeft het bevoegd gezag de mogelijkheid om de beslistermijn te verlengen met 6 weken. Het bevoegd gezag neemt vervolgens een besluit tot verlenen, weigeren, wijzigen of intrekken van de omgevingsvergunning. Op het besluit kan gedurende 6 weken bezwaar worden gemaakt.

50

Goede onderbouwing van de fysieke leefomgeving, Markt 89 Etten-Leur, 30 januari 2026

6

EVENWICHTIGE TOEDELING VAN FUNCTIES

In de voorgaande hoofdstukken is onderzocht of voldaan wordt aan de eisen van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De vraag voor de gemeente of het initiatief voor het realiseren van 6 levensloopbestendige woningen op het achterterrein van Markt 89 leidt tot een situatie, waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen in de voorgaande hoofdstukken. Cultuurhistorie Binnen of in de directe omgeving van de locatie bevinden zich geen cultuurhistorische vlakken. Wel ligt er in de directe omgeving van de locatie een aantal monumentale panden in de vorm van gemeentelijke monumenten. Echter zullen deze panden niet aangetast worden door de transformatie van de bedrijfsloods naar woningen. Geconcludeerd kan worden dat met de herontwikkeling geen cultuurhistorische waarden in het geding komen. Gelet op het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het aspect cultuurhistorie geen beperkingen oplevert voor de beoogde herontwikkeling van de locaties. Archeologie Op basis van het planvoornemen is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat de locatie een hoge archeologische verwachting voor de periode Neolithicum-Nieuwe Tijd heeft.

Het archeologisch niveau wordt gevormd door de historisch ophogingslaag en in de top van het dekzand. Dit is op een diepte van 15cm -Mv in het noorden en 55cm -Mv in het zuiden. Op basis hiervan adviseert Transect Advies B.v. een vervolgonderzoek uit te voeren door middel van een proefsleuvenonderzoek na de sloop van de huidige bebouwing. De uitkomsten van dit onderzoek zullen te zijner tijd bij de omgevingsvergunningaanvraag activiteit 'bouwen' worden gevoegd. Duurzaamheid en gezondheid De planlocatie is gelegen aan de groen ingerichte Markt, in het centrum van de kern Etten-Leur op loopafstand dichtbij verschillende voorzieningen. Het plan voorziet in levensloopbestendige woningen voor senioren. De ambitie is om de nieuwe woningen energieneutraal te ontwikkelen. Woningen worden gasloos gebouwd volgens de huidige eisen. Het plan biedt naast het woningaanbod ook een collectieve groenplek waar mensen de gelegenheid hebben om elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Doordat de woningen gericht zijn naar de collectieve groenplek worden de bewoners gestimuleerd om contact te leggen met elkaar. Dit stimuleert de saamhorigheid onder de bewoners onderling, wat een positieve uitwerking heeftop het woongenot. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn daarnaast verschillende milieutechnische aspecten die invloed hebben op een gezonde leefomgeving onderzocht.

Het gaat hierbij om aspecten als bodemkwaliteit, geluidhinder van (spoor)wegen, stikstofdepositie en geur- en geluidhinder van eventuele bedrijven in de omgeving. Bij het verlenen van de omgevingsvergunning zullen de nieuwe woningen getoetst worden om te bezien of er een prettig binnenklimaat gerealiseerd wordt. Verkeersgeneratie Met de voorgenomen ontwikkeling neemt de verkeersgeneratie toe. De nieuwe woningen hebben volgens de CROW-norm een verkeersgeneratie van 4,9 motorvoertuigen per etmaal, wat neerkomt op een totale verkeersgeneratie van 30 mvt/etm. Als gevolg van de nieuwe woningen neemt het aantal verkeersbewegingen beperkt toe met circa 23 mvt/etm. Geconcludeerd kan worden dat een toename van deze grootte geen negatieve gevolgen zal hebben op de verkeersafwikkeling van het omliggende wegennet. Parkeren Met de herontwikkeling worden de woningen gesitueerd in een u-vorm. Door deze u-vorm komt er ruimte vrij op de locatie. De vrijgekomen gronden worden ingezet om te voorzien in groen en in parkeerplaatsen.

51

Er is ruimte voor tenminste één parkeerplaats per nieuw te realiseren woning en één parkeerplaats voor de bestaande woning. De nieuwe parkeerplaatsen worden ontsloten via toegang vanaf de Markt, zoals in de huidige situatie. In totaal wordt er met het planvoornemen voorzien in 8 parkeerplaatsen. Daarmee wordt voldaan aan de parkeerbehoefte. Bodem Tijdens het bodemonderzoek is een aantal lichte verontreinigingen vastgesteld. In het grondwater zijn barium en tetrachlooretheen boven de streefwaarde gemeten. De verhoogde waarde tetrachlooretheen kan worden herleid naar een locale verontreiniging van het grondwater ten zuiden van de locatie. Voor de licht verhoogde waarde aan barium wordt verondersteld dat dit het gevolg is van een verhoogde achtergrondwaarde. De bovengrond is hoofdzakelijk licht verontreinigd met zware metalen PAK en/of PCB. Daarnaast is bij een boring een sterke loodverontreiniging gevonden boven de interventiewaarde van ca. 12,5 m3 grond. Omdat er minder dan 25 m3 grond is verontreinigd boven de interventiewaarde, is geen sprake van een ernstige verontreiniging en dus ook niet van potentieel onaanvaardbare risico's. Wel wordt door Certicon geadviseerd de met lood verontreinigde grond te saneren wanneer deze wordt geroerd vanwege de bouwactiviteit.

Natuur Uit de rekenresultaten blijkt dat er geen sprake is van stikstofdepositie waarbij significant negatieve effecten in Natura 2000-gebieden kunnen plaatsvinden ten gevolge van de activiteiten in zowel gebruiksfase als de aanlegfase van onderhavige planvoornemen. Een vergunning ten aanzien van het aspect stikstofdepositie is derhalve niet aan de orde. De berekening toont aan dat het aspect stikstofdepositie geen beperkingen oplevert. Uit het onderzoek naar vleermuizen, huismus en gierzwaluw is gebleken dat er voor de onderzochte soorten binnen de planlocatie geen vaste verblijfplaatsen, essentieel leef- of fourageergebied of vliegroutes zijn. Vervolgstappen anders dan de zorplicht zijn niet benodigd. Er is binnen dit planvoornemen geen te vellen houtopstand groter dan 1.000m2 in oppervlakte of rijbeplanting die meer dan 20 bomen bevat. Hierdoor bestaan er geen verplichtingen vanuit het Besluit activiteiten leefomgeving. De activiteit vellen en beheren van houtopstanden vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Water Waterbergingsopgave als gevolg van beleid waterschap Brabantse Delta In de nieuwe situatie zal het bebouwd en verhard oppervlak toenemen met ca. 70 m². Omdat er een toename aan verhard oppervlak van minder dan 500 m2 is is er geen sprake van een minimale bergingseis of een waterbergingsopgave.

Waterbergingsopgave als gevolg van beleid gemeente Etten-Leur Gelet op het beleid van de gemeente Etten-Leur geldt er een strengere waterbergingseis dan dat van het waterschap Brabantse Delta. Bij nieuwe bebouwing geldt een bergingseis van 60 mm per m2 bebouwing/verharding en daarmee komt de waterbergingsopgave op ca. 50 m3 (878 m2 x 0,06 m). Deze waterbergingsopgave dient op eigen terrein van de ontwikkeling aangelegd en in stand gehouden te worden. Er is voldoende ruimte in de groene ruimte om deze bergingsopgave te realiseren. In de anterieure overeenkomst die de initiatiefnemer met de gemeente is aangegaan is de realisatie waterbergingsopgave gewaarborgd. In de wijk is een gemengd rioolstelsel aanwezig. Het VWA (vuilwater) mag worden afgevoerd naar het gemengd stelsel. Bij voorkeur wordt het HWA (hemelwater) op eigen terrein opgevangen, vastgehouden om vervolgens te infiltreren in de bodem, er mag maximaal 2 liter per m2 aan bebouwing en verharding worden geloosd op

52

Goede onderbouwing van de fysieke leefomgeving, Markt 89 Etten-Leur, 30 januari 2026

het openbaar riool. Dat betekent dat voor de regenwaterafvoer van de nieuwbouw milieuvriendelijke stoffen gebruikt moeten worden en dat uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC niet mogen worden gebruikt. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Geluid Voor de spoorweg Breda - Roosendaal en de gemeentewegen geldt dat het geluid op de gevels van de nieuwe woningen de standaardwaarde van respectievelijk 55 dB en 53 dB nergens overschrijdt. Derhalve kan worden geconcludeerd dat het geluid op de nieuwe woningen ten gevolge van deze geluidbronsoort aanvaardbaar is. Mits bij toepassing van standaard geluidwerende materialen en maatregelen kan worden voldaan aan de minimaal vereiste van 20 dB, is reeds een aanvaardbaar geluidbinnenniveau gewaarborgd. Derhalve wordt een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels niet noodzakelijk geacht. Activiteiten en milieuzonering In de directe omgeving van de nieuw te realiseren woningen zijn planologisch verschillende activiteiten anders dan wonen mogelijk. Er kan geconcludeerd worden dat wordt voldaan aan de richtafstanden voor de mogelijke activiteiten, zoals genoemd in de handleiding ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG.

Gelet op bovenstaande kan er geconcludeerd worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en een evenwichtige toedeling van functies. Geur De afstand tot veehouderijen is voldoende groot dat er wordt voldaan aan de adviesafstand van 100m binnen de bebouwde kom. Volgens de kaart ‘Achtergrondbelasting geur 2024’ van de provincie Noord-Brabant is er op de locatie sprake van een zeer goede luchtkwaliteit als het gaat om achtergrondbelasting van geur. Luchtkwaliteit Uit de kaarten van de Atlas van de leefomgeving blijkt dat de huidige luchtkwaliteit goed is. Met de voorgenomen ontwikkeling worden 6 woningen toegevoegd. Een inschatting van het aantal verkeersbewegingen, op basis van de CROW kencijfers, leidt voor het initiatief tot een toename van ca. 30 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Het plan is dermate beperkt van omvang dat het niet in betekenende mate bijdraagt aan verandering/ verslechtering van de luchtkwaliteit. Ten aanzien van luchtkwaliteit zijn er derhalve geen bezwaren voor de beoogde ontwikkeling. Omgevingsveiligheid Ten noorden van de herontwikkelingslocatie is op circa 250 meter een spoor gelegen. De planlocatie is volledig binnen het gifwolkaandachtsgebied gelegen. Dit aandachtsgebied is aanwezig omdat er activiteiten plaatsvinden op het spoor met gevaarlijke stoffen.

Ten noorden van Etten-Leur is op circa 13,5 kilometer het bedrijf Afvalstoffen Terminal Moerdijk B.V. gelegen. Het plangebied is gelegen binnen het gifwolkaandachtsgebied van het industriebedrijf. Een gifwolkaandachtsgebied is de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval een gifwolk kan ontstaan. Gelet op de ligging van het plangebied binnen de aandachtsgebied is derhalve is de Standaard Verantwoording Groepsrisico 2023 als bijlage bij deze onderbouwing opgenomen. Conclusie Gelet op het bovenstaande kan gesteld worden dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies met de voorgenomen ontwikkeling van 6 levensloopbestendige woningen op het achterterrein van de Markt 89 in Etten-Leur.

53

BIJLAGE 1: INVENTARISEREND ONDERZOEK ARCHEOLOGIE

Transect-rapport 5812 Etten-Leur, Markt 89 Gemeente Etten-Leur (NB) Archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase

Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein

Auteur

G. Laclé

Versie

Versie 1.1

Projectcode

25010030

Datum

03-07-2025

Opdrachtgever

Ed van Sundert b.v.

Uitvoerder

Transect b.v.

T: 030-7620705 E: informatie@transect.nl

Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein Bureauonderzoek

G. Laclé T. Nales (Senior KNA Prospector)

Veldonderzoek

D. van den Hazel M. Abbing T. Nales (Senior KNA Prospector)

Inhoudelijke controle

T. Nales (Senior KNA Prospector)

Onderzoeksmelding

5742928100

Bevoegde overheid

Gemeente Etten-Leur

Adviseur bevoegde overheid

Regio-archeologen West-Brabant (RWB)

Status

Beoordeeld door P. Kimenai (08-05-2025)

Beheer documentatie

Transect, Nieuwegein

Voorblad

Foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (08-04-2025).

Autorisatie Naam Drs. T. Nales (Senior KNA Prospector)

Datum

Paraaf

03-07-2025

ISSN: 2211-7067

© Transect, Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Samenvatting In opdracht van Ed van Sundert b.v. heeft Transect b.v. in april 2025 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Markt 89 in Etten-Leur (gemeente Etten-Leur). Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend veldonderzoek (IVO). De vraagstelling van deze onderzoeken richt zich op het vaststellen en toetsen van de archeologische verwachting en de bepaling in hoeverre de voorgenomen ingrepen in het kader van de planvorming effect hebben op eventuele archeologische resten in het gebied. • Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied waarschijnlijk op een terrasafzettingswelving ligt, bedekt met dekzand. Op basis van de ouderdom van de verwachte afzettingen in het plangebied kunnen theoretisch gezien vanaf een diepte van 260 cm -Mv archeologische resten uit de periode Midden-Paleolithicum in de top van de terrasafzettingen aanwezig zijn. Daarboven kunnen resten uit de periode Laat-Paleolithicum-Mesolithicum worden verwacht in de top van het dekzand. Vanwege de ligging van het plangebied op een hoger gelegen gebied, worden geen sporen van bewoning verwacht. Landschappelijk gezien diende het plangebied vermoedelijk als een goed uitkijkpunt. Hierdoor kunnen echter wel sprake zijn voor de aanwezigheid van vuursteenconcentraties.

Hierdoor geldt een middelhoge archeologische verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum-Mesolithicum. Vanaf het Neolithicum begon men op de hoger gelegen delen in het landschap te vestigen. Hoewel in de omgeving van het plangebied geen bekende vindplaatsen bekend zijn voor de periode Neolithicum-Vroege Middeleeuwen, kan de aanwezigheid hiervan vanwege de gunstige ligging niet worden uitgesloten. Daarom geldt een hoge archeologische verwachting voor de periode Neolithicum-Vroege Middeleeuwen. Voor de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd geldt een hoge archeologische verwachting vanwege de ligging van het plangebied langs het historische bewoningslint van de vroegere dorp Etten. Volgens historische kaarten vanaf begin 19e eeuw is de aanwezigheid van bewoning te zien in het oosten van het plangebied langs de bewoningsas. Hierdoor geldt een hoge trefkans voor zowel bewonings- als erf gerelateerde resten. • Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat de ondergrond in het plangebied uit dekzand bestaat. Het dekzand wordt afgedekt door een historisch ophogingslaag met daarboven een verstoorde ophogingslaag en/of recente bouwvoor. De top van deze historisch ophogingslaag is tussen een diepte van 15-55 cm -Mv (8,0 tot 7,5 m +NAP) aangetroffen. Daaronder ligt de top van het dekzand op een diepte tussen 50-85 cm -Mv (7,5 tot 7,3 m +NAP).

In de top van het dekzand is een deels geroerde BC-horizont aangetroffen. In boring 3 is waarschijnlijk een archeologisch relevant niveau aangetroffen vanaf een diepte van 80 cm -Mv, hetgeen waarschijnlijk een grondspoor betreft. Op basis van de bovenstaande bevindingen kan de middelhoge archeologische verwachting op resten uit de periode Laat-Paleolithicum-Mesolithicum naar laag worden bijgesteld. De verwachte relevante niveau kenmerkt zich als een dunne vondstlaag, die in het plangebied niet is aangetroffen. Hierdoor is het te vermoeden dat deze vondstlaag vergraven is. Voor wat betreft de periode Neolithicum-Nieuwe Tijd, is de hoge archeologische verwachting bevestigd voor het gehele plangebied. Deze archeologische resten worden zowel in de top van het dekzand als in de daarboven gelegen historische ophogingslaag verwacht. Advies In het plangebied bestaat het voornemen om de huidige bedrijfspand te slopen, waarna nieuwe woningen worden gerealiseerd. Op basis van het archeologisch vooronderzoek geldt een hoge archeologische verwachting voor de periode Neolithicum-Nieuwe Tijd. Het archeologisch niveau wordt gevormd door de historisch ophogingslaag en in de top van het dekzand. In het noorden is dit vanaf een diepte van 15 cm -Mv (8,0 m +NAP) en in het zuiden vanaf een diepte van 55 cm -Mv (7,3 m +NAP)

aangetroffen. Hierdoor adviseren wij een vervolgonderzoek uit te voeren (karterende en waarderende fase). Dit onderzoek kan het best plaatsvinden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Bij de uitvoering van dit onderzoek worden de eventueel aanwezige archeologische resten gekarteerd/gewaardeerd. Voor het uitvoeren van een gravend onderzoek is een Programma van Eisen (PvE) nodig, dat door de bevoegde overheid is goedgekeurd. Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (de gemeente Etten-Leur) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.

Inhoud 1. Aanleiding

1

2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek

2

3. Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied

3

4. Planvorming en consequenties toekomstig gebruik

5

5. Beleidskader

6

6. Landschap, geomorfologie en bodem

7

7. Beschrijving bekende archeologische kenmerken

9

8. Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen

15

9. Gespecificeerde archeologische verwachting

22

10.

Resultaten veldonderzoek

25

11.

Beantwoording onderzoeksvragen

27

12.

Conclusie en Advies

28

13.

Geraadpleegde bronnen

30

Bijlage 1: Archeologische periode-indeling voor Nederland

33

Bijlage 2: Plantekening

34

Bijlage 3: Archeologische beleidskaart van de gemeente Etten-Leur

35

Bijlage 4: Archeologische verwachtingskaart

36

Bijlage 5: Geomorfologie

42

Bijlage 6: Hoogtekaart

43

Bijlage 7: Bodemkaart

45

Bijlage 8: Archeologische informatie

46

Bijlage 9: Bouwtekeningen

47

Bijlage 10: Verstoringskaart

48

Bijlage 11: Boorpuntenkaart

49

Bijlage 12: Foto’s van boringen

50

Bijlage 13: Boorbeschrijvingen

53

1. Aanleiding In opdracht van Ed van Sundert b.v. heeft Transect b.v.1 in april 2025 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Markt 89 in Etten-Leur (gemeente Etten-Leur). De aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag van een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) om nieuwe woningen te realiseren in het gebied. In het plangebied is het ‘Omgevingsplan Gemeente Etten-Leur (2024)’ van toepassing. Hier geldt voor het plangebied een Archeologische verwachtingswaarde 1. Vanwege deze aanduiding is een archeologisch onderzoek verplicht bij bodemingrepen die groter zijn dan 100 m 2 en die dieper reiken dan 40 cm -Mv. Dit betekent dat gezien de omvang van de voorgenomen bodemingrepen (binnen een plangebied van circa 1150 m2 met bodemingrepen dieper dan 40 cm -Mv) een archeologisch vooronderzoek nodig is.

1 Transect b.v. voldoet aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm ‘BRL SIKB 4000’, versie 4.1, en is gecertificeerd door

middel van een procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: ‘KNA Protocol 4001 Programma van Eisen’, ‘KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven’ en ‘Protocol 4004 Opgraven’, en staat geregistreerd bij de RCE en de SIKB.

1

2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Hiervoor is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) is opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit historische kaarten. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbare geologische en geomorfologische kaarten geraadpleegd. Ook is er navraag gedaan bij de Heemkundekring Jan Uten Houte voor aanvullende informatie (via algemene e-mailadres; d.d. 02-04-2025).

Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied. Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O). De toegepaste methodiek in het veld wordt beschreven bij de beschrijving van de veldresultaten (Hoofdstuk 10). Het onderzoek probeert hiermee aan de hand van feitelijke informatie antwoord te geven op de volgende vragen: • Wat is de geologische/bodemkundige opbouw in het plangebied? •

Wat is de mate van intactheid van de bodem en wat zegt dat over de kans op aanwezigheid van vindplaatsen?

•

Zijn er aanwijzingen voor een archeologische laag in het plangebied?

•

In welke mate komen de verwachtingen uit het bureauonderzoek overeen met de resultaten van het veldonderzoek?

•

Hoe luidden de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, in welke vorm?

Het resultaat van het archeologisch vooronderzoek is dit rapport met een conclusie omtrent het risico dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van de voorgenomen plannen. Op basis van dit rapport neemt de bevoegde overheid een beslissing in het kader van de vergunningverlening of planprocedure. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de – verwachte – aan- of afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.2 (KNA 4.2). Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4003 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 4.2 (KNA 4.2). Beide onderzoeken zijn uitgevoerd conform de Regio Richtlijnen Archeologie (2024) van de Regioarcheologen West-Brabant (RWB).

2

3. Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied Gemeente

Etten-Leur

Plaats

Etten-Leur

Toponiem

Markt 89

Kaartblad

50D

Centrumcoördinaat

102.730 / 398.377

Bij het archeologisch bureauonderzoek is onderscheid gemaakt in het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waarin de geplande bodemingrepen zullen plaatsvinden. Het onderzoeksgebied omvat het plangebied en een deel van het direct omringende gebied en wordt bij het onderzoek betrokken om tot een beter inzicht te komen in de archeologische, (cultuur)historische en bodemkundige situatie in het plangebied. Het onderzoeksgebied beslaat in dit geval een straal van circa 500 meter rond het plangebied. Het plangebied ligt aan de Markt 89 in Etten-Leur (gemeente Etten-Leur). De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Kadastraal gezien omvat het plangebied de percelen ETN01 Sectie L nummers 5461, 5476 en 12836. De overige begrenzingen worden gevormd door de omvang van de toekomstige kavel waarbinnen de bebouwing zal worden gerealiseerd. Het plangebied is circa 1150 m2 groot.

3

Figuur 1: Ligging van het plangebied (met rode lijnen aangegeven, bron: www.pdok.nl).

4

4. Planvorming en consequenties toekomstig gebruik Kader

Aanvraag BOPA

Oppervlakte plangebied

1150 m2

Planvorming

Nieuwbouw woningen

Omvang verstoringen

450 m2 woning 106 m2 bovengronds parkeerterrein 490 m2 sloop

Bodemverstorende werkzaamheden

Graafwerkzaamheden

Diepte verstoring

Onbekend (>40 cm)

Het voornemen bestaat om in het plangebied nieuwe woningen (450 m2) te realiseren. Daarnaast wordt in het oosten van het plangebied twee bovengrondse parkeerterreinen aangelegd (samen 106 m2). In het uiterste oosten van het plangebied is een woning (60 m2) aanwezig. Deze blijft staan. Om de nieuwe woningen te kunnen realiseren, wordt de bestaande bedrijfsloods (490 m2) gesloopt. Een inrichtingstekening van de toekomstige situatie is weergegeven in bijlage 2. De ligging van de bestaande bedrijfsloods ten opzichte van de toekomstige nieuwbouw is te zien in figuur 2. De graafwerkzaamheden voor de nieuwbouw zijn ten tijde van dit onderzoek nog onbekend. De huidige bedrijfsloods moet eerst gesloopt worden om een sondering te laten uitvoeren. Hierna wordt de funderingsdiepte van de toekomstige nieuwbouw bepaald (aangeleverd door de opdrachtgever; Buro Burg, 02-04-2025). Er zijn geen effecten op het grondwaterpeil voorzien.

Figuur 2: Locatie van de bestaande bebouwing ten opzichte van de toekomstige nieuwbouw in het plangebied aan de Markt 89.

5

5. Beleidskader Onderzoekskader

Aanvraag BOPA

Beleidskader

‘Omgevingsplan – Gemeente Etten-Leur (2024)’

Onderzoeksgrens

Groter dan 100 m2 en dieper dan 40 cm –Mv

In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Sinds juli 2016 is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door Erfgoedwet, die de Monumentenwet 1988 vervangt. Het deel van het erfgoedbeheer dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving is sinds 1 januari 2024 opgenomen in de Omgevingswet. Hierin is bepaald dat gemeentes rekening moeten houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed bij het vaststellen van het omgevingsplan. Hieronder vallen dus ook bekende en/of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Dit is vastgesteld in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) artikel 5.130, lid 1.

In het belang van de archeologische monumentenzorg kan een gemeente vanuit het Omgevingsplan lokale regels stellen door monumenten (concreet) in de bodem te beschermen of ze juist vakkundig op te laten graven (lid 3, 4 en 5). Ook kunnen ze vanuit het Omgevingsplan eisen stellen aan het onderzoek, waaronder het onderzoeksthema en de onderzoeksvorm. Gemeentes hebben tot eind 2031 om tot een Omgevingsplan op te stellen. In het ‘Omgevingsplan – Gemeente Etten-Leur (2024)’ staat, dat voor het plangebied een Archeologische verwachtingswaarde 1 geldt (bron: omgevingswet.overheid.nl). Deze regels zijn gebaseerd op de gemeentelijke beleidskaart, waarin het plangebied in een zone bevindt met een bekende vindplaats (gemeente Etten-Leur; bijlage 3). Hiervoor geldt in het omgevingsplan dat bij bouwwerken of bodemingrepen die meer dan 100 m 2 beslaan en dieper dan 40 cm -Mv reiken een archeologisch onderzoek noodzakelijk is als onderbouwing van de planvorming. Met de voorgenomen ingrepen binnen een plangebied van circa 1150 m2 wordt deze vrijstellingsgrens overschreden, waardoor archeologisch onderzoek in het plangebied noodzakelijk is in het kader van de aanvraag van een BOPA.

In het kader van de BOPA dient de aanvrager een rapport aan de gemeente te overleggen, waarin de archeologische waarde van het plangebied naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Afhankelijk van de uitkomsten van het archeologisch (voor-)onderzoek dat hiervoor nodig is, kunnen aan de ontwikkeling regels worden verbonden ter behoud van belangrijke archeologische waarden. Deze kunnen bestaan uit technische aanpassingen of een veiligstellende opgraving. Het archeologisch vooronderzoek kan hiertoe worden uitgebreid met een al dan niet gecombineerd karterend en waarderend onderzoek, zodat op basis van de KNAwaarderingssystematiek een waardestelling kan worden opgemaakt.

6

6. Landschap, geomorfologie en bodem Archeoregio

Brabants zandgebied

Geomorfologie

Bebouwd

Maaiveld

7,8 tot 8,3 m +NAP

Bodem

Bebouwd

Grondwater

GWT-niet bekend

Landschapsgenese Het plangebied ligt in het westelijke deel van het Brabants Zandgebied, in een gebied dat geologisch gezien het Kempisch Hoog wordt genoemd (Berendsen, 2005; Tebbens, 2016). Hier liggen aan of nabij het maaiveld afzettingen van de Formatie van Stramproy (De Mulder et al., 2003; TNO, 2010). Dit sediment is in het Vroeg- en Midden-Pleistoceen voornamelijk afgezet door kleine rivieren die vanuit België in noordelijke en oostelijke richting afwaterden. Een deel van de afzettingen heeft een eolische oorsprong. Door de pleistocene zeespiegelbewegingen zijn rivierterrassen in de afzettingen ontstaan. In het Laat-Glaciaal (13000 – 10000 jaar geleden), is een dunne laag eolisch dekzand afgezet op de rivierterrassen (Stouthamer et al., 2015). Dit dekzand vormt het Laagpakket van Wierden binnen de Formatie van Boxtel. In het Holoceen trad bodemvorming in de pleistocene afzettingen op (terrasafzettingen van de Formatie van Stramproy en dekzandafzettingen van de Formatie van Boxtel). Ook worden de verstuivingen aan banden gelegd door een vernatting van het landschap en een toename in vegetatie. De voortdurende vernatting leidde vanaf het Midden-Neolithicum tot veenvorming. In eerste instantie vond de veenvorming plaats in de beekdalen (circa 1,5 km ten westen van het plangebied), maar rond 600 v. Chr.

zijn grote delen van West-Brabant uiteindelijk bedekt geraakt met veen (Leenders, 2013). Het plangebied zelf is niet bedekt geraakt met veen (niet afgebeeld; Vos et al., 2018; bron: geoloket.provincieantwerpen.be). Dit is waarschijnlijk het gevolg van de hoge ligging van het onderzoeksgebied. Geologie Volgens boring B50A1107 uit het Dinoloket van TNO (50 m ten zuidwesten van het plangebied) bestaat de bovengrond uit een 50 cm dik antropogene pakket grond (8,3 tot 7,8 m +NAP) met daaronder zand van de Formatie van Boxtel. De top van dit zand bevindt zich op 0,5 m -Mv (Laagpakket van Wierden; 7,8 tot 6,2 m +NAP). Daaronder ligt vanaf een diepte van 2,6 m -Mv (5,7 m +NAP) zand van de Formatie van Stramproy (bron: www.dinoloket.nl). Geomorfologie Volgens de geomorfologische kaart van Maas et al. (2019) is het plangebied niet gekarteerd vanwege de ligging in bebouwd gebied (bijlage 5). Volgens de geomorfologische informatie in de omgeving van het plangebied ligt het waarschijnlijk op een terrasafzettingswelving (kaartcode L41). De dichtstbijzijnde beekdal bevindt zich op circa 1,5 km ten westen van het plangebied (bijlage 5; Maas et al., 2019). Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Volgens het AHN ligt het maaiveld in het plangebied tussen 7,8 tot 8,3 m +NAP (bron: www.ahn.nl; versie 6; bijlage 6).

Volgens het AHN in combinatie met de geomorfologische kaart is te zien dat het plangebied waarschijnlijk op een terrasafzettingswelving bevindt. De top van deze 7

terrasafzettingswelving bevindt zich ten zuiden van het plangebied en het maaiveld ligt hier op 10,7 m +NAP. Ten noordwesten en noordoosten van het plangebied loopt het maaiveld af vanwege de aanwezigheid van een beekdal. Hier loopt het maaiveld af en ligt het op 2,3 m +NAP. Daarnaast is binnen het plangebied zelf sprake van reliëfverschillen. Het maaiveld ligt in het zuiden van het plangebied lager ten opzichte van het oosten. In het zuiden ligt het maaiveld op 7,8 m +NAP en wordt geleidelijk hoger ten oosten van het plangebied. Bodem en grondwatertrap De bodemkaart in het plangebied is niet gekarteerd vanwege de aanwezigheid van bebouwing (bijlage 7; Alterra, 2019). In de omgeving van het plangebied is de bodem wel gekarteerd. Waarschijnlijk zijn in het plangebied enkeerdgronden (kaartcode zEZ21) of laarpodzolgronden te verwachten (kaartcode cHn21; bijlage 6; Alterra, 2019). Zowel enkeerdgronden als laarpodzolgronden kenmerken zich door een antropogene, onvergraven humeuze bovengrond. Bij enkeerdgronden is deze 50 cm of dikker, bij laarpodzolgronden tussen 30-50 cm. Deze gronden kunnen zijn ontstaan in de Late Middeleeuwen of Vroege Nieuwe Tijd, toen men door het opbrengen van plaggen de oude bouwlanden bemesten. Deze raakten hierdoor verhoogd (De Bakker, 1966). De verwachte grondwatertrap in het plangebied bij zowel enkeerdgronden als laarpodzolgronden is VI.

Dit houdt in dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) tussen 40-80 cm -Mv voor kan komen. De gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) ligt beneden 120 cm -Mv. De wisselingen in grondwaterstanden leiden ertoe dat organische resten, zoals bot- of plantenmateriaal, binnen 120 cm -Mv worden aangetast als gevolg van oxidatie. Binnen 120 cm -Mv kunnen wel anorganische resten, zoals vuursteen en aardewerk, of verbrande organische resten worden aangetroffen. Beneden 120 cm -Mv kunnen daarnaast theoretisch gezien ook onverbrande organische resten worden aangetroffen.

8

7. Beschrijving bekende archeologische kenmerken Wettelijk beschermd monument

Nee

AMK terrein

Nee

Verwachting gemeentelijke kaart

Middelhoog

Archeologische waarden en/of informatie

Nee

Wettelijk beschermde status Het plangebied heeft volgens het centraal archeologisch informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geen archeologisch wettelijk beschermde status. Archeologische Monumentenkaart (AMK) Het plangebied is niet opgenomen op de Archeologische MonumentenKaart (AMK; bijlage 8). Archeologische verwachting Volgens de gemeentelijke beleidskaart bevindt het plangebied zich in een zone met een bekende vindplaats en van relevante cultuurhistorische objecten gerelateerd aan de historische dorp van Etten (bijlage 3; gemeente Etten Leur, 2023) Bekende archeologische waarden In het plangebied zijn voor zover bekend in het verleden geen archeologische waarnemingen gedaan en heeft in het verleden niet eerder onderzoek plaatsgevonden. In de omgeving van het plangebied is wel informatie bekend (bijlage 8). In tabel 1 is een overzicht gegeven van de verschillende onderzoeken in de omgeving van het plangebied, in tabel 2 zijn de verschillende vondstmeldingen weergegeven. Informatie uit overige bronnen Ten tijde van dit onderzoek is informatie opgevraagd bij Heemkundekring Jan Uten Houte (02-042025). Deze is echter niet aangeleverd. Volgens de archeologische verwachtingskaart voor vindplaatsen vanaf het Midden-Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd, is in het plangebied sprake van verschillende archeologische verwachtingen.

Voor de periode van de jager-verzamelaars (Midden-Paleolithicum-Mesolithicum) ligt het plangebied in een gebied met een lage verwachting aangezien het buiten de gradiëntzone ligt. Maar landschappelijk gezien ligt het plangebied in een interessante plek, namelijk op een hoger gelegen gebied, omsingeld door langwerpige gebieden met een hoge verwachting. Daarnaast geldt voor het plangebied een archeologische verwachting op het aantreffen van resten gerelateerd aan bewoning, beakkering en begraving. Gedurende de Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd maakt het plangebied deel uit van de historische bewoningskern (gemeente Etten Leur, 2023; bijlage 4). Uit de geraadpleegde onderzoeken (tabel 1) blijkt dat in de omgeving van het plangebied archeologische resten zijn aangetroffen die samenhangen met bewoning en bebouwing in de historische kern van het dorp Etten uit de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd. De aangetroffen archeologische resten betreffen resten van funderingen, bouwpuin, aardewerk en ophogingslagen. Er zijn tijdens een onderzoek zelfs menselijke skeletresten aangetroffen die bij de begraafplaats van de oude Hallenkerk horen. De resten zijn hierbij afkomstig uit zowel de top van het dekzand als de bovenliggende ophogingslagen. 9

Tabel 1: Overzicht van de archeologische onderzoeken rondom het plangebied (<500 m).

Zaak-ID

Toponiem

Afstand-windrichting

Type onderzoek

Bevindingen

Bron

2007069100

Kasteel

395 m ten zuidoosten

Opgraving

In 2001 is een archeologische opgraving uitgevoerd aan de kasteel van Etten langs de Roosendaalseweg. Tijdens het onderzoek zijn grachten van het kasteel aangetroffen. Deze grachten omsloten zeer waarschijnlijk alleen de Nederhof. Op de nederhof waren afgezien van enkele kuilen geen bewoningssporen meer aanwerzig.

Dijkstra (2001)

5118077100

Anna van Berchemlaan 2-4

416 m ten oosten

Proefsleuven

In 2021 is een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd aan de Anna van Berchemlaan 2-4. De bodem bestaat uit een bouwvoor op dekzand. In het noordwestelijk deel van het gebied, was in de top van het dekzand een soort geroerde bioturbatielaag waargenomen. De bouwvoor was hier afgedekt met een pakket recent bouwzand. Tijdens het onderzoek zijn geen behoudenswaardige archeologische resten aangetroffen.

Mientjes (2021)

5312266100

Markt 9

228 m ten zuiden

Booronderzoek

In 2022 is een booronderzoek uitgevoerd aan de Markt 9. Tijdens het onderzoek is de top van het dekzand vanaf een diepte tussen 105-195 cm Mv (6,9 tot 8,3 m +NAP) aangetroffen. Er zijn geen sporen van bodemvorming aangetroffen. Het dekzand is afgedekt door meerdere verscheidene historische ophogingslagen aangetroffen. Hierdoor geldt een hoge

Melman en Korver (2024)

10

archeologische verwachting voor de periode Neolithicum-Nieuwe Tijd in zowel de top van het dekzand als in de bovenliggende ophogingslagen. 4634994100

Makrt 13

225 m ten zuiden

Begeleiding

In 2018 is een archeologisch begeleiding uitgevoerd aan de Markt 13. Tijdens het veldwerk zijn veel ondergrondse funderingen waargenomen. Deze funderingen zijn gerelateerd aan bebouwing uit de tweede helft van de 20e eeuw.

Sophie (2018)

2091900100

Hallenkerk – Roosendalseweg

341 m ten zuiden

Proefsleuven

In 2001 is een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd bij de Hallenkerk. Tijdens het onderzoek zijn circa 15 menselijke skeletten aangetroffen. De menselijke resten dateren na 1732. Vermoedelijk vooral gedurende de late 18e eeuw en begin 19e eeuw. Daarnaast is het zuidelijke buitenmuur van de Hallenkerk aangetroffen. Deze was echter wel grotendeels verwijderd en verstoord door latere graafwerkzaamheden voor begravingen, kabels en leidingen.

Dijkstra (2001)

2079962100

Hof van der Houte

291 m ten zuiden

Booronderzoek

In 1999 is een booronderzoek uitgevoerd aan de Hof Van Der Houte (centrum Etten-Leur). Op basis van het booronderzoek blijkt dat het zuidoosten van het gebied in gebruik was als bouwlandgebied. De bovengrond bestaat uit een dek die is ontstaan in een nat gebied. In dit gebied zijn aardewerkfragmenten aangetroffen

Oude Rengerink (1999)

11

die tussen de 14e tot 18e eeuw dateren. Het dek is vermoedelijk na de Middeleeuwen ontstaan. 4014224100

Oude Bredaseweg 24

364 m ten zuidoosten

Booronderzoek

In 2016 is een booronderzoek uitgevoerd aan de Oude Bredaseweg 24. De verwachte natuurlijke podzolgrond is in het plangebied geheel verdwenen en is waarschijnlijk door verploeging met het plaggendek opgenomen in de Aahorizont van de enkeerdgrond. Het aantreffen van een enkeerdgrond geeft aan dat het plangebied onderdeel uitmaakte van een oud bouwlandcomplex. Hoewel de podzolbodem vrijwel geheel is verdwenen betekent dit niet dat er geen resten meer van eventueel aanwezige oudere bewoningssporen (ouder dan LateMiddeleeuwen) te verwachten zijn. Diepere sporen worden echter nog wel aangetroffen worden. Nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen tot in de C-horizont reiken en zijn mogelijk nog intact. Daarnaast kunnen oudere bebouwingsresten (ouder 1850) aanwezig zijn.

Schorn (2016)

2205365100

Markt 122-126

150 m ten noorden

Booronderzoek

In 2008 is een booronderzoek uitgevoerd aan de Markt 122-126. Tijdens het onderzoek is in het gebied een laag ophoogzand en/of een verstoorde laag met veel puin en een humeus dek aangetroffen. Deze humeuze dek is in de loop van de Nieuwe Tijd gevormd, met name vanaf de 16e / 17e eeuw. Dit is gebaseerd op de

Krekelbergh en Geerts (2008)

12

aangetroffen archeologische indicatoren. De natuurlijke ondergrond, het dekzand, is vanaf een diepte tussen 100-200 cm aangetroffen.

13

Tabel 2: Overzicht van de vondstmeldingen rondom het plangebied (<500 m).

Zaak-ID

Toponiem

Afstandwindrichting

Datering

Type onderzoek

Omschrijving vondstmelding

2007069100

Kasteel – Roosendaalseweg

395 m ten zuidoosten

Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd

Opgraving

Diverse soorten aardewerk, een lood kogel, metalen spijkers en een metalen bijl en glas waren hier aangetroffen uit de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd.

2303075100

Kop Bisschopsmolenstraat te Etten

388 m ten zuiden

Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd

Bureauonderzoek

Diverse soorten aardewerk waren hier aangetroffen uit de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd.

2875666100

Etten-Leur

315 m ten zuiden

Late Middeleeuwen

Opgraving

Baksteen fragmenten waren hier aangetroffen uit de periode Late Middeleeuwen.

2875658100

Hof van den Houte

470 m ten zuidoosten

Late Middeleeuwen

Proefsleuven

Bouwmateriaal is hier gevonden uit de periode Late Middeleeuwen.

2091900100

Kerk

341 m ten zuiden

Nieuwe Tijd

Proefsleuven

Een deel van de kerkhof bij de voormalige Hallenkerk is hier aangetroffen. Daarnaast zijn ook circa 15 skeletten aangetroffen. Deze vondsten dateren uit de Nieuwe Tijd.

2079962100

Centrum – Etten-Leur

291 m ten zuiden

Middeleeuwen – Nieuwe Tijd

Booronderzoek

Baksteen fragmenten en aardewerk waren hier aangetroffen die tussen de periode MiddeleeuwenNieuwe Tijd dateren.

14

8. Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen Landschapstype2 Cultuurhistorische elementen

Bebouwde kom 3

Nee

Aard historisch landgebruik

Historisch bebouwingslint

Historische bebouwing aanwezig

Nee

Bebouwing van cultuurhistorische waarde

Nee

Historische achtergronden van het cultuurlandschap en -situatie Etten-Leur bestond namelijk oorspronkelijk uit twee aparte lintdorpen die in de loop van jaren zijn samengegroeid. De eerste vermelding van Etten dateert uit 1261 (bron: ettenleurnu.nl). De huidige Bisschopsmolenstraat, de Roosendaalseweg, de Markt en de Oude Bredaseweg vormen samen de historische dorpskern gedurende de Late Middeleeuwen. Het plangebied bevindt zich in de historische kern van Etten, die deel uitmaakt van Etten-Leur. Dit is terug te zien op de oudste geraadpleegde kaart van het gebied, de kaart van Geertruidenberg, Breda, Klundert, Steenbergen en Bergen op Zoom met haar onderhorige Forten en verdere situatie uit 1744 (figuur 4; bron: www.bhic.nl). De aanwezigheid van bewoning in het plangebied zelf is op basis van deze historische kaart niet te bepalen, maar vanwege de ligging langs deze bewoningsas is het zeer waarschijnlijk dat er sprake was van bewoning in het plangebied. Op de Kadastrale Minuut uit 1811-1832 (figuur 5) is te zien dat het plangebied aan de oude Markt ligt. De Markt vormt als weg een van de bewoningsassen van het oude Etten. In het uiterst oostelijk gedeelte van het plangebied is een bijgebouw aanwezig die tot de woning ten zuiden hiervan behoort. De rest van het plangebied is in gebruik als achtertuin.

Deze situatie is hetzelfde gebleven gedurende de eerste helft van de 20e eeuw. Op twee historische kaarten van 1925 en 1955 is te zien dat het westen van het plangebied in deze periode als boomgaard in gebruik is genomen. In 1955 is de huidige bedrijfsloods in het westen van het plangebied gebouwd. In 1971 werd het bijgebouw in het plangebied verdwenen en is de huidige woning in het uiterst oostelijk gedeelte staan. Zowel de woning als de bedrijfsloods zijn tot heden in het plangebied aanwezig (figuren 6-11; bronnen: www.topotijdreis.nl; bagviewer.kadaster.nl). Militair Erfgoed Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) is het plangebied niet aangeduid als aandachtsgebied (bron: ikme.nl). Ook zijn op basis van de overige geraadpleegde militaire erfgoed bronnen geen verwachtingen voor het aantreffen van militaire objecten, raketinslagen of aan de Wereldoorlogen gerelateerde verschijnselen (bronnen: www.vergeltungswaffen.nl, www.bunkerinfo.nl; www.tracesofwar.com, www.explosievenopsporing.nl, www.bhic.nl). Daarnaast is voor dit onderzoek geen luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog voor het plangebied beschikbaar (bron: library.wur.nl). Huidig gebruik en bodemverstoringen Ten tijde van het onderzoek omvat het plangebied een bedrijfsloods in het westen en een woning in het oosten (figuur 11).

De bedrijfsloods is in 1955 gebouwd en de woning in 1971 (bron: bagviewer.kadaster.nl). De te slopen bedrijfsloods in het plangebied is tot aan een diepte van 80 cm Mv gefundeerd (bron: opgevraagd bij West-Brabants Archief; 03-04-2025; bijlage 8). Omdat de woning in het westen van het plangebied niet zal worden gesloopt, zijn de tekeningen van deze woning niet 2 Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant (CHW, 2010; herziening 2016) 3 Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant (CHW, 2010; herziening 2016)

15

geraadpleegd. Hierdoor was de bouwtekening van de huidige woning niet geraadpleegd. De locatie, omvang en funderingsdiepte van de bedrijfsloods en de locatie van de huidige woning zijn te zien op de verstoringskaart (bijlage 10). In 2022 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Markt 89. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is tot aan een diepte van 4,7 m -Mv geboord. Het dekzand is tussen een diepte van 80 – 110 cm -Mv aangetroffen. In de bovengrond zijn baksteenfragmenten aangetroffen. Daarnaast is tijdens het onderzoek een lichte loodverontreiniging in de bodem waargenomen. Deze is niet schadelijk. Er is wel geadviseerd om de bedrijfsloods te slopen en hierna een sonderingen uit te voeren (Christiaansen, 2022). Het plangebied staat verder niet op de provinciale ontgrondingenkaart aangeduid (Noord-Brabant, 2005). Andere aanwijzingen voor bodemverstoringen in het terrein zijn er niet.

16

Figuur 3: Het plangebied (rood omlijnd) op de kaart van Geertruidenberg, Breda, Klundert, Steenbergen en Bergen op Zoom met haar onderhorige Forten en verdere situatie uit 1744 (bron: www.bhic.nl).

Figuur 4: Het plangebied (rood omlijnd) op het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832 (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl).

17

Figuur 5: Uitsnede van een topografische kaart uit 1880 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

Figuur 6: Uitsnede van een topografische kaart uit 1900 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

18

Figuur 7: Uitsnede van een topografische kaart uit 1925 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

Figuur 8: Uitsnede van een topografische kaart uit 1955 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

19

Figuur 9: Uitsnede van een topografische kaart uit 1975 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

Figuur 10: Uitsnede van een topografische kaart uit 1995 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

20

Figuur 11: Uitsnede van een luchtfoto uit 2022. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven (bron: www.pdok.nl).

21

9.

Gespecificeerde archeologische verwachting

Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied waarschijnlijk op een terrasafzettingswelving ligt, bedekt met dekzand. Op basis van de ouderdom van de verwachte afzettingen in het plangebied kunnen theoretisch gezien vanaf een diepte van 260 cm -Mv archeologische resten uit de periode Midden-Paleolithicum in de top van de terrasafzettingen aanwezig zijn. Daarboven kunnen resten uit de periode Laat-Paleolithicum-Mesolithicum worden verwacht in de top van het dekzand. Vanwege de ligging van het plangebied op een hoger gelegen gebied, worden geen sporen van bewoning verwacht. Landschappelijk gezien diende het plangebied vermoedelijk als een goed uitkijkpunt. Hierdoor kunnen echter wel sprake zijn voor de aanwezigheid van vuursteenconcentraties. Hierdoor geldt een middelhoge archeologische verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum-Mesolithicum. Vanaf het Neolithicum begon men op de hoger gelegen delen in het landschap te vestigen. Hoewel in de omgeving van het plangebied geen bekende vindplaatsen bekend zijn voor de periode NeolithicumVroege Middeleeuwen, kan de aanwezigheid hiervan vanwege de gunstige ligging niet worden uitgesloten. Daarom geldt een hoge archeologische verwachting voor de periode Neolithicum-Vroege Middeleeuwen.

Voor de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd geldt een hoge archeologische verwachting vanwege de ligging van het plangebied langs het historische bewoningslint van de vroegere dorp Etten. Volgens historische kaarten vanaf begin 19e eeuw is de aanwezigheid van bewoning te zien in het oosten van het plangebied langs de bewoningsas. Hierdoor geldt een hoge trefkans voor zowel bewonings- als erf gerelateerde resten. Stratigrafische positie Archeologische resten uit de periode Midden-Paleolithicum worden in de top van de terrasafzettingen verwacht. Indien aanwezig, worden deze vanaf een diepte van 260 cm -Mv verwacht. Archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum -Nieuwe Tijd worden in de top van het dekzand verwacht. Daarnaast kunnen archeologische resten uit de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd aanwezig zijn in een ophogingslaag dat het dekzand afdekt. Complextypen In het plangebied worden archeologische resten uit de periode Midden-Paleolithicum-Mesolithicum verwacht in de vorm van concentraties van vuursteen. Archeologische resten uit de periode Neolithicum-Nieuwe Tijd worden verwacht in de vorm van nederzettingsresten, die zich kenmerken door een concentratie van grondsporen. Deze verwachte grondsporen omvatten paalsporen, greppels, (paal)kuilen, paalgaten, waterputten en sloten. Daarnaast worden ook een vondstverspreiding verwacht.

Een nederzetting kan honderden tot duizenden vierkante meters beslaan. Ten tijde van dit onderzoek zijn funderingsbalken in het noorden van het plangebied aanwezig tot aan een diepte van 80 cm -Mv vanwege de aanwezigheid van een bedrijfsloods. Voor dit onderzoek is het onbekend of de bodem in dit gehele gebied verstoord is. Er worden echter wel diepere grondsporen in de top van het dekzand verwacht vanaf 80 cm -Mv. De gespecificeerde archeologische verwachting is nader weergegeven in onderstaande tabel 3. Prospectiekenmerken, zoekstrategie en advies Op basis van de tijdens het bureauonderzoek blijkt dat in het plangebied sprake is van een (middel)hoge archeologische verwachting in de top van het dekzand uit de periode Laat-PaleolithicumNieuwe Tijd. Hierdoor is de vraag in hoeverre deze verwachte archeologisch relevante niveaus nog intact aanwezig zijn. De mogelijke archeologisch relevante niveau uit het Midden-Paleolithicum wordt 22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=852d6b94-e8c2-4c32-bd4a-a490d5a18acb