Bijlage 5C - Natuurtoets Hoge Zijpolder.pdf
Tekst van het document
Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming en Natuurnetwerk Nederland
M.L.A. Disco
Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
1
Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming en Natuurnetwerk Nederland M.L.A Disco Status uitgave: definitief Rapportnummer:
21-072
Projectnummer:
20-0980
Datum uitgave:
21 april 2021
Foto’s omslag:
Bureau Waardenburg bv
Projectleider:
drs. C. Heunks
Tweede lezer:
B.W.R. Engels BSc
Naam en adres opdrachtgever:
WP Hoge Zijpolder B.V. Zevenbergseweg 44 48711 NJ Etten-Leur
Referentie opdrachtgever:
E-mail d.d. 12 november 2020
Akkoord voor uitgave:
drs. R. Fijn
Paraaf:
Graag citeren als: Disco, M.L.A. 2021. Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder. Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming en Natuurnetwerk Nederland. Rapport 21-072. Bureau Waardenburg, Culemborg. Trefwoorden: Windturbine Hoge Zijpolder, Etten-Leur, Natura 2000, NNN, aanvaringsslachtoffers, vogels, vleermuizen, Flux-Collision Model. Bureau Waardenburg bv is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Bureau Waardenburg bv. Opdrachtgever hierboven aangegeven vrijwaart Bureau Waardenburg bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © Bureau Waardenburg bv / WP Hoge Zijpolder B.V. Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Bureau Waardenburg bv, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Bureau Waardenburg bv is gecertificeerd door EIK Certificering overeenkomstig ISO 9001:2015.
Bureau Waardenburg bv hanteert als algemene voorwaarden de DNR 2011, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.
Bureau Waardenburg, Varkensmarkt 9 4101 CK Culemborg, 0345 51 27 10, info@buwa.nl, www.buwa.nl
Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
2
Voorwoord WP Hoge Zijpolder B.V. is van plan om langs de Groenedijk te Etten-Leur Windturbine Hoge Zijpolder te realiseren. De beoogde windturbine is in het verlengde van het reeds bestaande Windpark Groene Dijk II gepland. De bouw en het gebruik van deze windturbine kan effecten hebben op beschermde soorten planten en dieren, beschermde natuurgebieden en Natuurnetwerk Nederland. WP Hoge Zijpolder B.V. heeft Bureau Waardenburg opdracht verstrekt om de effecten op beschermde natuurwaarden in beeld te brengen en aan te geven op welke wijze negatieve effecten kunnen worden beperkt en/of gemitigeerd. Dit rapport is te beschouwen als de oriëntatiefase van de habitattoets, zoals omschreven in de Wet natuurbescherming (artikelen 2.7 t/m 2.9) en vormt een “nee, tenzij-toets” ten aanzien van Natuurnetwerk Nederland. Aan de totstandkoming van dit rapport werkten mee: M.L.A. Disco D. Beuker L.S.A. Anema B.W.R. Engels C. Heunks
rapportage en veldwerk veldwerk en fotografie GIS en kaartproductie kwaliteitsborging (tweede lezer) projectleiding, eindredactie en kwaliteitsborging
Genoemde personen zijn door opleiding, werkervaring en zelfstudie gekwalificeerd voor de door hen uitgevoerde werkzaamheden. Het project is uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van Bureau Waardenburg. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Bureau Waardenburg is ISO gecertificeerd. Vanuit WP Hoge Zijpolder werd de opdracht begeleid door Jozien Rommens en vanuit Bosch & van Rijn door Lauran Cornax. Wij danken hen voor de prettige samenwerking. Disclaimer De studie betreft een beoordeling van de huidige aanwezigheid van beschermde soorten planten en dieren. Deze beoordeling is gebaseerd op bronnenonderzoek, veldonderzoek en deskundigenoordeel. Veldonderzoek is altijd een momentopname. Bureau Waardenburg waarborgt dat het onderzoek is uitgevoerd door deskundige onderzoekers volgens de gangbare standaardmethoden. Het bureau is niet aansprakelijk voor waarnemingen van soorten door derden en waarnemingen die na afronding van de studie bekend worden gemaakt.
Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
3
Inhoud 1
Voorwoord
3
Inleiding
7
1.1
Aanleiding en doel
7
1.2
Leeswijzer
7
DEEL 1 AFBAKENING VAN HET ONDERZOEK
8
2
Locatie windturbine en plangebied
9
2.1
Locatie windturbine
9
2.2
Plangebied en onderzoeksgebied
10
2.3
Huidige situatie
11
3
4
5
Aanpak toetsing in het kader van natuurwetgeving en natuurbeleid
12
3.1
Natura 2000-gebieden
12
3.2
Soortenbescherming
12
3.3
Natuurnetwerk Nederland
13
3.4
Provinciaal natuurbeleid
14
Beschermde gebieden en afbakening onderzoek
15
4.1
Natura 2000-gebieden: afbakening effectbepaling en -beoordeling
15
4.2
Natuurnetwerk Nederland
26
4.3
Overige beschermde gebieden
26
Materiaal en methoden
27
5.1
Brongegevens
27
5.2
Stikstofberekening
28
5.3
Effectbepaling en –beoordeling vogels
29
5.4
Effectbepaling en –beoordeling vleermuizen
32
5.5
Effectbepaling NNN en overige beschermde gebieden
34
DEEL 2 AANWEZIGE NATUURWAARDEN
35
6
Vogels in en nabij het plangebied
36
6.1
Broedvogels
36
6.2
Niet-broedvogels
39
6.3
Seizoenstrek
44
7
8
Vleermuizen in en nabij het plangebied
46
7.1
Betekenis plangebied voor vleermuizen
46
7.2
Soorten in het plangebied
47
Overige beschermde soorten in en nabij het plangebied
50
8.1
Vissen
50
8.2
Amfibieën
50
Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
4
8.3
Grondgebonden zoogdieren
50
8.4
Flora, ongewervelden en reptielen
50
DEEL 3 EFFECTEN BEOORDEELD
51
9
Effectbepaling Natura 2000-gebieden
52
9.1
Effecten op habitattypen
52
9.2
Effecten op Habitatrichtlijnsoorten
52
9.3
Effecten op vogels
52
10 Effectbeoordeling Natura 2000-gebieden
58
10.1 Beoordeling van effecten op habitattypen
58
10.2 Beoordeling van effecten op Habitatrichtlijnsoorten
58
10.3 Beoordeling van effecten op vogels
58
10.4 Cumulatieve effecten
59
11 Effecten op vogels (soortenbescherming)
60
11.1 Effecten in de aanlegfase
60
11.2 Aanvaringsslachtoffers in de gebruiksfase
61
11.3 Vermijding van windturbines in de gebruiksfase
62
11.4 Barrièrewerking in de gebruiksfase
64
12 Effectbeoordeling vogels soortenbescherming
65
12.1 Effecten in de aanlegfase
65
12.2 Effecten in de gebruiksfase
66
13 Effecten op vleermuizen
67
13.1 Effecten in de aanlegfase
67
13.2 Effecten in de gebruiksfase
67
14 Effectbeoordeling vleermuizen
70
14.1 Effecten in de aanlegfase
70
14.2 Effecten in de gebruiksfase
71
15 Effectbepaling en -beoordeling overige beschermde soorten
73
15.1 Effectbepaling overige beschermde soorten
73
15.2 Effectbeoordeling overige beschermde soorten
73
16 Conclusies en aanbevelingen
74
16.1 Natura 2000-gebieden (Wnb Hoofdstuk 2)
74
16.2 Beschermde soorten (Wnb Hoofdstuk 3)
74
16.3 Natuurnetwerk Nederland
75
16.4 Overig provinciaal natuurbeleid
75
Literatuur
76
Bijlage I
Windturbines en vogels
80
Bijlage II
Windturbines en vleermuizen
88
Bijlage III
Het Flux-Collision Model
97
Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
5
Bijlage IV
Resultaten vleermuisonderzoek 2018
100
Bijlage V
AERIUS-berekening
102
Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
6
1 Inleiding 1.1
Aanleiding en doel WP Hoge Zijpolder is van plan om te Etten-Leur Windturbine Hoge Zijpolder te realiseren. De beoogde windturbine is in het verlengde van het reeds bestaande Windpark Groene Dijk II gepland, gebouwd in 2019. De bouw en het gebruik van deze additionele windturbine kan effecten hebben op beschermde natuurwaarden. In voorliggend rapport worden de effecten van de beoogde windturbine beschreven. Hierbij is rekening gehouden met de Wet natuurbescherming (kortweg: Wnb) en natuurbeleid en is onderzocht hoe de bouw en het gebruik van de geplande windturbine zich verhoudt tot: • Natura 2000-gebieden (Hoofdstuk 2 van de Wnb); • beschermde soorten (Hoofdstuk 3 van de Wnb); • het Natuurnetwerk Nederland (NNN); • het provinciaal natuurbeleid. In dit rapport wordt verslag gedaan van bronnen- en/of veldonderzoek, bepaling van de effecten op beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden), beschermde soorten planten en dieren en, op het NNN en provinciaal beleidsmatig beschermde natuurgebieden en mogelijkheden voor mitigatie van deze effecten. De effectbepaling- en beoordeling van het reeds bestaande Windpark Groene Dijk II zijn in voorliggende natuurtoets betrokken bij de bepaling van effecten van Windturbine Hoge Zijpolder. De resultaten van de toetsing het reeds bestaande Windpark Groene Dijk II staan beschreven in Jonkvorst & Heunks (2019).
Het doel is te bepalen of de ingreep kan leiden tot overtredingen van de wetten en regels die zien op bescherming van de natuur. Als dat het geval is, wordt bepaald onder welke voorwaarden vergunning (Hoofdstuk 2 van de Wnb), ontheffing (Hoofdstuk 3 van de Wnb) en/of toestemming (NNN) kan worden verkregen. Daarnaast wordt bepaald of mitigatie of compensatie nodig is. In het kader van Hoofdstuk 2 van de Wnb (Natura 2000-gebieden), is dit rapport te beschouwen als een oriëntatiefase (voortoets).
1.2
Leeswijzer Deel 1 (hoofdstukken 2 t/m 5) omschrijft het project, het plangebied, de aanpak van de beoordeling van effecten van de windturbine in het kader van de natuurwetgeving en beleid, de beschermde gebieden in (de omgeving van) het plangebied en de toegepaste methoden en gebruikte bronnen. Vervolgens wordt in deel 2 (hoofdstukken 6, 7 en 8) het gebiedsgebruik en de verspreiding van vogels, vleermuizen en overige beschermde soorten in en nabij het plangebied beschreven. In deel 3 worden de effecten van het project op natuur bepaald en beoordeeld. In hoofdstukken 9 en 10 wordt dit gedaan voor Natura 2000-gebieden, in hoofdstukken 11 t/m 15 voor beschermde soorten. De overkoepelende conclusies en aanbevelingen zijn tenslotte beschreven in hoofdstuk 16. Dit hoofdstuk is ook te lezen als de samenvatting van dit rapport.
Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
7
DEEL 1 AFBAKENING VAN HET ONDERZOEK
Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
8
2 Locatie windturbine en plangebied 2.1
Locatie windturbine Het voornemen bestaat uit de ontwikkeling van een solitaire windturbine in lijn met de drie reeds bestaande windturbines van Windpark Groene Dijk II (zie Figuur 2.1). Dit windpark is eind 2019 gerealiseerd, dit betrof opschaling van het inmiddels gesaneerde Windpark Etten-Leur dat bestond uit 5 windturbines. Ten behoeve van Windpark Groene Dijk II is in 2019 een natuurtoets opgesteld (Jonkvorst & Heunks 2019). Voor de beoogde ontwikkeling van Windturbine Hoge Zijpolder wordt één inrichtingsvariant onderzocht met twee verschillende turbineafmetingen (onder- en bovengrens, zie Tabel 2.1). Bij de effectbepaling is, voor zover mogelijk, een worst case benadering gehanteerd ten aanzien van de turbineafmetingen.
Figuur 2.1 Locatie beoogde ontwikkeling Windturbine Hoge Zijpolder
Tabel 2.1
Specificaties bandbreedte beoogde windturbine
Kenmerk
Ondergrens
Bovengrens
Ashoogte
112m
140m
Rotordiameter
136m
170m
Tiphoogte
180m
200m
Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
9
Het uitgangspunt in voorliggende natuurtoets is dat voor de aanleg van Windturbine Hoge Zijpolder en de (tijdelijke) toegangswegen geen gebouwen worden gesloopt, geen bomen worden gekapt of bosschages worden verwijderd en geen sloten of andere wateren worden gedempt of vergraven. De geplande onderhoudsweg t.b.v. de beoogde windturbine sluit naar alle waarschijnlijkheid aan op de Lamsweg en loopt door het agrarisch perceel waar eveneens de windturbine gesitueerd is.
2.2
Plangebied en onderzoeksgebied
2.2.1
Plangebied Het plangebied ligt in het landelijk gebied tussen Etten-Leur en Zevenbergen ten zuiden van de rivier de Mark in de gemeente Etten-Leur (zie Figuur 2.2). De windturbine (incl. toegangsweg) is op een (intensief beheerd) agrarisch perceel gelegen. Ten zuiden van de beoogde windturbine is de watergang ‘Leurse Haven’ gelegen. Parralel aan deze watergang ligt een dijk ‘Groenedijk’ met daarop een rij hoge populieren. Het openlandschap ten noorden van Etten-Leur vormt het overgangsgebied tussen de zandgronden in het zuiden en (zee)kleipolders in het (noord)westen van Noord-Brabant. Het landgebruik in en rondom het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit mais, uien, aardappelen en productiegraslanden ten behoeve van de (melk)veehouderij.
2.2.2
Onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied wordt bepaald door de reikwijdte van de effecten in de aanleg- en gebruiksfase van de windturbine(s). Met name in de gebruiksfase kunnen effecten tot ver buiten de begrenzing van het plangebied reiken. De begrenzing van het onderzoeksgebied wordt in belangrijke mate bepaald door de ligging van Natura 2000-gebieden ten opzichte van de geplande windturbine. Effecten die tot ver buiten het plangebied kunnen reiken zijn bijvoorbeeld stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden en effecten op vogels die vanuit Natura 2000-gebieden in de omgeving frequent vluchten naar of over het plangebied (kunnen) ondernemen. Een inperking van te behandelen Natura 2000-gebieden vindt in hoofdstuk 4 plaats.
Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
10
Figuur 2.2 Locatie Beoogde windturbine, bestaande windturbines (WP Groene Dijk II) en het plangebied
2.3
Huidige situatie De windturbines van Windpark Groene Dijk II blijven bestaan. De facto wordt de beoogde windturbine toegevoegd aan het reeds bestaande Windpark Groene Dijk II. In de effectbeoordeling worden de effecten van de nieuwe windturbine an sich beoordeeld om te bepalen of een ontheffing en/of vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk wordt geacht. De natuurtoets die voor het bestaande windpark is opgesteld, beschreven in Jonkvorst & Heunks (2019), vormt wel input voor de effectbeoordeling.
Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
11
3 Aanpak toetsing in het kader van natuurwetgeving en natuurbeleid 3.1
Natura 2000-gebieden Gebiedsbescherming is in de Wnb beschreven in ‘Hoofdstuk 2. Natura 2000-gebieden’. Als de bouw of het gebruik van Windturbine Hoge Zijpolder negatieve effecten heeft op het behalen van instandhoudingsdoelstellingen (kortweg: IHD’s) van één of meer Natura 2000gebieden, is een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (kortweg: Wnb) vereist. Ook kunnen maatregelen om negatieve effecten te voorkomen, te verminderen of te compenseren nodig zijn. Voorliggend rapport is een verkennend onderzoek naar de effecten op het behalen van de IHD’s van Natura 2000-gebieden. De centrale vraag van deze toetsing is: bestaat er een reële kans op significant negatieve effecten op het behalen van de IHD’s van Natura 2000gebieden of kan het optreden van significant negatieve effecten met zekerheid worden uitgesloten? Meer in detail geeft deze rapportage antwoord op de volgende vragen: • Welke beschermde natuurgebieden liggen binnen de invloedssfeer van de windturbine? Wat zijn de IHD’s voor deze natuurgebieden? • Wat is de ligging van het plangebied ten opzichte van de habitattypen, de leefgebieden van soorten of andere natuurwaarden waarvoor de betreffende Natura 2000-gebieden zijn aangewezen? Welke functies heeft het plangebied en zijn invloedssfeer voor deze beschermde natuurwaarden? • Welke effecten heeft de bouw en het gebruik van de geplande windturbine op het
behalen van de IHD’s van Natura 2000-gebieden? • Wat zijn de effecten van de windturbine als deze worden beschouwd in samenhang met andere activiteiten en plannen, met andere woorden, wat zijn de cumulatieve effecten? • Kunnen significante effecten (inclusief cumulatieve effecten) met zekerheid worden uitgesloten? De effecten van de ingreep worden getoetst aan de IHD’s die voor de Natura 2000gebieden binnen de invloedssfeer van de windturbine (zullen) gelden. Deze zijn ontleend aan de (concept) aanwijzingsbesluiten (https://www.natura2000.nl/index.php/gebieden).
3.2
Soortenbescherming De bescherming van soorten is in de Wnb beschreven in ‘Hoofdstuk 3. Soorten’. Bij de realisatie van Windturbine Hoge Zijpolder moet rekening worden gehouden met het huidige voorkomen van beschermde soorten planten en dieren in het plangebied. Als de
Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
12
voorgenomen ingreep leidt tot het overtreden van verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten, zal moeten worden nagegaan of een vrijstelling geldt of dat een ontheffing moet worden verkregen. De effecten van de bouw en het gebruik van de windturbine op beschermde soorten planten en dieren zijn in beeld gebracht en getoetst aan de verbodsbepalingen uit de Wnb. Daarbij is ingegaan op de volgende vragen: • Welke beschermde soorten planten en dieren komen mogelijk of zeker voor in de invloedssfeer van de windturbine? • Welke effecten op beschermde soorten heeft de realisatie van de windturbine? • Kunnen deze effecten een wezenlijke negatieve invloed op de betrokken soorten hebben? • Welke verbodsbepalingen worden overtreden en is hiervoor een ontheffing nodig? • Is er mogelijk sprake van een effect op de Staat van Instandhouding (SvI) van de betrokken soorten? • Welke maatregelen voor mitigatie en compensatie van schade aan beschermde soorten zijn noodzakelijk? De Wet natuurbescherming onderscheidt bij de bescherming van soorten drie beschermingsregimes: • beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Wnb § 3.1), • beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Wnb § 3.2) en • beschermingsregime andere soorten (Wnb § 3.3).
Voor soorten vallend onder ‘beschermingsregime andere soorten’ kan de provincie een vrijstelling verlenen voor handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden (Wnb Art. 3.10 lid 2a).
3.3
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (kortweg: NNN) is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. In het NNN liggen: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 nationale parken; • gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; • alle Natura 2000-gebieden. Voor gebieden die zijn begrensd binnen het NNN, ecologische verbindingszones en gebieden met agrarisch natuurbeheer, geldt een planologisch beschermingsregime. Ingrepen in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op deze gebieden, of als negatieve effecten kunnen worden tegengegaan door het nemen van mitigerende maatregelen. Heeft een ingreep wel een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied dat behoort tot het NNN, dan geldt het ‘nee, tenzij-regime’. Een project kan dan alleen doorgaan als er geen reële alternatieven Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
13
zijn en als sprake is van een groot openbaar belang. Als een ingreep wordt toegestaan moet de schade zoveel mogelijk worden beperkt door mitigerende maatregelen en moet de resterende schade door de initiatiefnemer worden gecompenseerd. Dit beschermingsregime is verankerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)/Besluit Algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. In provincie Noord-Brabant wordt het NNN aangeduid als Natuurnetwerk Brabant (kortweg: NNB). In artikel 3.16 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staat beschreven dat het NNB externe werking kent. Dit betekent dat effecten die mogelijkerwijs een aantasting geven op ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant getoetst moeten worden. Voor Windturbine Hoge Zijpolder is een toets uitgevoerd die antwoord geeft op de volgende vragen: • is de windturbine in of nabij het NNB gepland? • Wat zijn de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB ter plaatse? • Is er sprake van een significante aantasting van die wezenlijke kenmerken en waarden (waar nodig rekening houdend met externe werking)? • Wat zijn de mogelijkheden om een eventuele aantasting te beperken? • Is er een noodzaak voor de compensatie van een eventuele aantasting van het NNB?
3.4
Provinciaal natuurbeleid Er liggen geen provinciaal beleidsmatig beschermde akkerfaunagebieden, weidevogelgebieden of rust- en foerageergebieden ganzen en smienten in de ruime omgeving van het plangebied. Het plangebied ligt in het zeekleigebied van de gemeente Etten-Leur en is van gering belang voor weidevogels (StructuurvisiePlus 2020; Etten-Leur 2005).
Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
14
4 Beschermde gebieden en afbakening onderzoek 4.1
Natura 2000-gebieden: afbakening effectbepaling en -beoordeling Nederland kent ruim 160 Natura 2000-gebieden. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitatrichtlijn en/of Vogelrichtlijn. Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen (kortweg: IHD’s) opgesteld voor de in dat gebied beschermde habitattypen, Habitatrichtlijnsoorten, broedvogels en/of niet-broedvogels. In deze paragraaf wordt stap voor stap beschreven welke Natura 2000-gebieden binnen de invloedssfeer van de geplande windturbine liggen en van welke IHD’s van deze gebieden het doelbereik mogelijk in gevaar kan komen. Deze paragraaf eindigt met een zogenaamde afpeltabel waarin is weergegeven op welke Natura 2000-gebieden en bijbehorende IHD’s effecten van de realisatie van de windturbine niet op voorhand uitgesloten kunnen worden (Tabel 4.3; Figuur 4.1). In het vervolg van het rapport zullen alle Natura 2000-gebieden en bijbehorende IHD’s waarop effecten op voorhand uitgesloten kunnen worden buiten beschouwing gelaten worden.
Figuur 4.1 Windturbine Hoge Zijpolder ten opzichte van dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden
Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
15
4.1.1
Stap 1: Dagelijkse foerageerafstanden van vogelsoorten Wanneer vogels uit Natura 2000-gebieden gebruik maken van het plangebied of hier frequent overheen vliegen, kunnen zij negatieve effecten ondervinden van de geplande windturbine. Dit kan leiden tot effecten op het doelbereik van de IHD’s die voor deze soorten in Natura 2000-gebieden gelden. Aan de hand van de maximale foerageerafstanden van de betrokken vogelsoorten, gebaseerd op informatie uit o.a. Van der Vliet et al. (2011), is bepaald welke Natura 2000-gebieden en bijbehorende IHD’s in deze zin binnen de invloedssfeer van de windturbine liggen. De soort met de grootste maximale foerageerafstand is de aalscholver in het broedseizoen (70 km). Binnen 70 km van het plangebied liggen (op volgorde van afstand tot het plangebied) de volgende Natura 2000-gebieden die zijn aangewezen onder de Vogelrichtlijn en waarvan één of meer van de kwalificerende soorten een maximale foerageerafstand heeft die groter is dan minimale afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied. • Hollands Diep ca. 9,5 km ten noorden van het plangebied; • Biesbosch ca. 11 km ten noorden van het plangebied; • Oudeland van Strijen ca. 15km ten noorden van het plangebied; • Krammer-Volkerak ca. 18 km ten noordwesten van het plangebied; • Haringvliet ca. 19,5 km ten noordwesten van het plangebied; • Markiezaat ca.
29 km ten zuidwesten van het plangebied; • Zoommeer ca. 29,5 km ten zuidwesten van het plangebied; • Oosterschelde ca. 32,5 km ten zuidwesten van het plangebied; • Grevelingen ca. 34 km ten westen van het plangebied; • Westerschelde & Saeftinghe ca. 38 km ten westen van het plangebied; • Voornes Duin ca. 46,5 km ten noordwesten van het plangebied; • Rijntakken ca. 47 km ten noordoosten van het plangebied; • Veerse Meer ca. 54 km ten westen van het plangebied. Voor Natura 2000-gebieden die niet in bovenstaande opsomming staan kunnen effecten van de bouw en het gebruik van Windturbine Hoge Zijpolder op de vogelsoorten waarvoor deze gebieden zijn aangewezen op voorhand met zekerheid uitgesloten worden. Vogels uit deze gebieden maken gezien de grote afstand tussen het plangebied en de Natura 2000-gebieden met zekerheid geen gebruik van het plangebied van Windturbine Hoge Zijpolder. Voornoemde Natura 2000-gebieden zijn samen aangewezen voor 27 soorten broedvogels en voor 55 soorten niet-broedvogels (Tabel 4.1 en Tabel 4.2).
Op basis van de maximale foerageerafstand van deze soorten in het broedseizoen, respectievelijk buiten het broedseizoen, en de minimale afstand tussen de Natura 2000-gebieden en het plangebied van Windturbine Hoge Zijpolder kan een eerste schifting gemaakt worden of vogelsoorten uit deze Natura 2000-gebieden een relatie met het plangebied van Windturbine Hoge Zijpolder kunnen hebben. In onderstaande tabellen zijn de soorten waarvan de maximale foerageerafstand groter is dan de minimale afstand tussen het Natura 2000-gebied en het plangebied, rood gekleurd. Ook de soorten waarvoor geen kwantitatieve foerageerafstand bekend is, zijn in onderstaande tabel rood gekleurd. Voor deze soorten wordt verder in dit Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
16
rapport op basis van ecologische argumenten onderbouwd of ze een relatie kunnen hebben met het plangebied. Voor alle zwart gekleurde soorten is de maximale foerageerafstand kleiner dan de afstand tussen de Natura 2000-gebieden en het plangebied en kan een relatie met het plangebied en dus ook het optreden van (significante) effecten van Windturbine Hoge Zijpolder op voorhand met zekerheid uitgesloten worden. Deze soorten komen in relatie tot gebiedenbescherming daarom verder niet meer aan bod in dit rapport.
Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
17
Maximale foerageerafstand (km) - Van der Vliet et al. (2011) tenzij anders vermeld
Veerse Meer
Rijntakken
Voornes Duin
Westerschelde & Saeftinghe
Grevelingen
Oosterschelde
Zoommeer
Markiezaat
Haringvliet
Krammer-Volkerak
Oudeland van Strijen
Biesbosch
Overzicht van de soorten broedvogels waarvoor Natura 2000-gebieden in de ruime omgeving van Windturbine Hoge Zijpolder zijn aangewezen. Voor iedere soort is in de laatste kolom de maximale foerageerafstand weergegeven voor het broedseizoen. Een kruisje geeft aan dat het Natura 2000-gebied voor de desbetreffende soort als broedvogel is aangewezen. Een oranje gekleurd hokje geeft aan dat de minimale afstand tussen het Natura 2000-gebied en het plangebied kleiner is dan de maximale foerageerafstand. De roodgekleurde soorten komen later in dit rapport nog verder aan bod.
Hollands Diep
Tabel 4.1
Minimale afstand tot plangebied (bij benadering in km) 9,5 11 15 18 19,5 29 29,5 32,5 34 38 46,5 47 54 dodaars x x 0 geoorde fuut x 0 aalscholver x x x x 70 roerdomp x x 0,4 woudaap x 0 kleine zilverreiger x 10 lepelaar x x x x x 40 bruine kiekendief x x x x x x 13 porseleinhoen x x 0 kwartelkoning x 0 kluut x x x x x x x x 5 bontbekplevier x x x x x x 3 strandplevier x x x x x x x 3 watersnip x 0 zwartkopmeeuw x x x x 30 kleine mantelmeeuw x 30 grote stern x x x x 54* visdief x x x x x x 30* noordse stern x 30* dwergstern x x x x x 11* zwarte stern x 3** ijsvogel x x 0 oeverzwaluw x 6 blauwborst x x x x 0 snor x 0 rietzanger x x 0 grote Karekiet x 0 * Maximale foerageerafstand grote stern, visdief, noordse stern en dwergstern gebaseerd op Thaxter et al. (2012). ** Maximale foerageerafstand zwarte stern gebaseerd op Van der Winden et al. (2004).
Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
18
*
9,5
x
11
29,5
x
x x
x
x
x
x
x
x x
x x x
x x
x x x x x x x x
x
x
x x x x x x x x x x
x x x x x x x x x x
x
x x
x x x x x x x
x x x x x x x x x
x
x
x
x
x
x
x x x x x x x x x x x
x x x x x x x x x x x
x x
x
x x x x
x x x x x
x x
x x
x x
x
x
47 x
x x
x
x x x x
46,5
x x x x
x x x x x x x x
x x x x
x x x
x x
x x x x x x
x x x x x x
x x x x x
x x
Veerse Meer
Rijntakken
x
x x
38
Voornes Duin
x x
x x
x
Westerschelde & Saeftinghe
x x
x x
x x
32,5 x x x
Grevelingen
x x
34 x x x x x x
x x
x
Oosterschelde
Zoommeer
Markiezaat
Haringvliet
29
x x
x
Krammer-Volkerak
19,5
x
x
Oudeland van Strijen
18
x
x x
15
54 x 0 x 0 0 0 x 20 x 15* 15 x 15 x 12 10 30* x 30 30* 30 x 30 x 2 3 x 11 x 5 9 x 26 x 2 x 1 15 x 15 15 x 5 5* x 5 5* 11* 11 11* x 0 15 x 10 8 7
Maximale foerageerafstand (km) - Van der Vliet et al. (2011) tenzij anders vermeld
Minimale afstand tot plangebied (bij benadering in km) dodaars fuut kuifduiker geoorde fuut aalscholver kleine zilverreiger grote zilverreiger lepelaar kleine zwaan wilde zwaan toendrarietgans kolgans dwerggans grauwe gans brandgans rotgans bergeend smient krakeend wintertaling wilde eend pijlstaart slobeend tafeleend kuifeend topper brilduiker nonnetje middelste zaagbek grote zaagbek zeearend visarend slechtvalk meerkoet scholekster kluut bontbekplevier strandplevier
Biesbosch
Overzicht van de soorten niet-broedvogels waarvoor Natura 2000-gebieden in de ruime omgeving van Windturbine Hoge Zijpolder zijn aangewezen. Voor iedere soort is in de laatste kolom de maximale foerageerafstand weergegeven voor de periode buiten het broedseizoen. Een kruisje geeft aan dat het Natura 2000-gebied voor de desbetreffende soort als niet-broedvogel is aangewezen. Een oranje gekleurd hokje geeft aan dat de minimale afstand tussen het Natura 2000-gebied en het plangebied kleiner is dan de maximale foerageerafstand. De roodgekleurde soorten komen later in dit rapport nader aan bod.
Hollands Diep
Tabel 4.2
Conform gelijkende soort
Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
19
* **
4.1.2
9,5
11
18
19,5 x
29 x
x x x x
x
29,5
34 x x
x
38 x x x x x x
46,5
47 x x
x x
x
x x x x x x
x x x x
x x x x x x
x x
Veerse Meer
Rijntakken
Voornes Duin
Westerschelde & Saeftinghe
Grevelingen
Oosterschelde
32,5 x x x x x x
x x
x
Zoommeer
Markiezaat
Haringvliet
Krammer-Volkerak
Oudeland van Strijen
15
54 x 15 10 15* 20 1 12 0* 15* 15 24** 8 2 8 2
Maximale foerageerafstand (km) - Van der Vliet et al. (2011) tenzij anders vermeld
Minimale afstand tot plangebied (bij benadering in km) goudplevier zilverplevier kievit kanoetstrandloper drieteenstrandloper bonte strandloper kemphaan grutto rosse grutto wulp zwarte ruiter tureluur groenpootruiter steenloper
Biesbosch
Vervolg
Hollands Diep
Tabel 4.2
Conform gelijkende soort Maximale foerageerafstand wulp gebaseerd op Gerritsen (2017).
Stap 2 Stikstof Bij de aanleg van windturbines wordt stikstof uitgestoten. Wanneer deze stikstof neerslaat in een Natura 2000-gebied dat is aangewezen voor stikstofgevoelige habitattypen en/of voor soorten die afhankelijk zijn van een stikstofgevoelig habitat (beoordeling op leefgebied), kan dit leiden tot negatieve effecten op het behalen van de IHD’s voor deze habitattypen en/of soorten. De omvang van de tijdelijke additionele depositie is berekend met de rekentool Aerius (zie verder § 5.2). De berekening resulteert in een kaartbeeld met de ruimtelijke verdeling van de depositie. Uit de Aerius-berekening voor de aanlegfase van de windturbine volgt dat er geen sprake is van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats van Natura 2000gebieden. Voor de betrokken stikstofgevoelige habitattypen of soorten die afhankelijk zijn van stikstofgevoelige habitats zal de omvang van de berekende depositie in hoofdstuk 9 nader in beeld gebracht worden en zal in hoofdstuk 10 beoordeeld worden in hoeverre dit kan leiden tot significant negatieve effecten op het behalen van de betrokken IHD’s.
Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
20
4.1.3
Stap 3: Effecten van de realisatie van de windturbine Effecten op beschermde habitattypen De windturbine wordt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden gebouwd. Daarom is met zekerheid geen sprake van verlies aan areaal van beschermde habitattypen door ruimtebeslag. Er is geen sprake van relevante emissie van schadelijke stoffen naar water en/of bodem (voor stikstof zie § 4.1.2) of van veranderingen in grond- of oppervlaktewateren. Dit betekent dat op voorhand zeker is dat de realisatie van Windturbine Hoge Zijpolder geen effect heeft op het behalen van IHD’s van beschermde habitattypen waarvoor Natura 2000-gebieden buiten de begrenzing van het plangebied zijn aangewezen. In dit rapport worden de IHD’s van deze habitattypen daarom verder niet behandeld, effecten op habitattypen als gevolg van stikstofdepositie zijn eveneens uitgesloten (zie § 4.1.2). Effecten op Habitatrichtlijnsoorten De windturbine wordt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden gebouwd. Daarom is met zekerheid geen sprake van verlies aan areaal van leefgebieden van Habitatrichtlijnsoorten door ruimtebeslag. Er is geen sprake van relevante emissie van schadelijke stoffen naar water en/of bodem (voor stikstof zie § 4.1.2) of van veranderingen in grond- of oppervlaktewateren.
Het plangebied grenst daarnaast ook niet aan Natura 2000-gebieden waardoor effecten van de realisatie van de windturbine die grensoverschrijdend kunnen zijn (denk aan trillingen als gevolg van heiwerkzaamheden of visuele verstoring als gevolg van de draaiende rotoren) geen invloed zullen hebben op het behalen van de IHD’s van Habitatrichtlijnsoorten waarvoor verder gelegen Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. Dit geldt echter niet wanneer Natura 2000-gebieden in de ruime omgeving zijn aangewezen voor vleermuissoorten, in dit geval de meervleermuis voor het Natura 2000gebied Biesbosch. Vleermuissoorten kunnen, net als vogels, slachtoffer worden van een (bijna) aanvaring met de rotorbladen tijdens hun vlucht. De meervleermuis zal dan ook in voorliggend rapport ook in het kader van de Wnb onderdeel gebiedsbescherming nader worden behandeld. Voor de overige Habitatrichtlijnsoorten is op voorhand zeker dat de realisatie van Windturbine Hoge Zijpolder geen effect heeft op het behalen van IHD’s van (leefgebieden van) Habitatrichtlijnsoorten waarvoor Natura 2000-gebieden in de ruime omgeving van het plangebied zijn aangewezen. In dit rapport worden de IHD’s van deze Habitatrichtlijnsoorten daarom verder niet behandeld, effecten als gevolg van stikstofdepositie op Habitatrichtlijnsoorten zijn eveneens uitgesloten (zie § 4.1.2).
Effecten op vogels Vogels zijn zeer mobiel en kunnen daarom ook vanuit Natura 2000-gebieden buiten het plangebied binnen de invloedssfeer van de windturbine terechtkomen en dan nadelige effecten van de windturbines ondervinden. Daarom zullen alle IHD’s van vogelsoorten die uit Natura 2000-gebieden het plangebied kunnen bereiken (volgend uit de afbakening in § 4.1.1) in dit rapport nader worden besproken. Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
21
4.1.4
Samenvatting In Tabel 4.3 is een overzicht opgenomen van de kwalificerende habitattypen, Habitatrichtlijnsoorten, broedvogels en niet-broedvogels, waarvoor Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied zijn aangewezen, met argument of effecten van de windturbine wel of niet in voorliggend rapport nader worden behandeld. Natura 2000gebieden die in Tabel 4.3 niet worden genoemd liggen buiten de invloedssfeer van de windturbine. Het optreden van (significant negatieve) effecten van de realisatie van Windturbine Hoge Zijpolder op het behalen van IHD’s van Natura 2000-gebieden die niet in Tabel 4.3 zijn genoemd is op voorhand met zekerheid uit te sluiten.
Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
22
Oudeland van Strijen
Krammer-Volkerak
Haringvliet
Markiezaat
Zoommeer
Oosterschelde
Grevelingen
Westerschelde & Saeftinghe
Voornes Duin
Rijntakken
Veerse Meer
Afstand (in km)
Biesbosch
Overzicht van kwalificerende habitattypen, Habitatrichtlijnsoorten, broedvogels en niet-broedvogels, waarvoor Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied zijn aangewezen, met argument of effecten van Windturbine Hoge Zijpolder wel of niet in het rapport worden behandeld.
Hollands Diep
Tabel 4.3
9,5
11
15
18
19,5
29
29,5
32,5
34
38
46,5
47
54
Aangewezen onder HR = Habitatrichtlijn, VR = Vogelrichtlijn HR, VR HR, VR VR HR, VR HR, VR VR
VR HR, VR HR, VR HR, VR HR, VR HR, VR VR
Habitattypen permanent overstroomde zandbanken
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
estuaria
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
slik- en zandplaten
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
grote baaien
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
zilte pionierbegroeiingen
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
Nee
Nee
Nee
nvt
nvt
nvt
zilte pionierbegroeiingen
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
Nee
Nee
nvt
nvt
nvt
slijkgrasvelden
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
schorren en zilte graslanden
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
schorren en zilte graslanden
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
Nee
Nee
Nee
nvt
nvt
nvt
embryonale duinen
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
witte duinen
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
Nee
nvt
nvt
grijze duinen
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
Nee
Nee
Nee
nvt
nvt
grijze duinen
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
Nee
nvt
nvt
grijze duinen
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
duindoornstruwelen
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
Nee
Nee
Nee
Nee
nvt
nvt
kruipwilgstruwelen
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
Nee
nvt
nvt
duinbossen
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
duinbossen
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
duinbossen
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
vochtige duinvalleien
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
vochtige duinvalleien
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
Nee
Nee
nvt
nvt
vochtige duinvalleien
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
vochtige duinvalleien
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
meren met krabbenscheer en fonteinkruiden
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
beken en rivieren met waterplanten
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
slikkige rivieroevers
Nee
Nee
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
stroomdalgraslanden
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
ruigten en zomen
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
ruigten en zomen
Nee
Nee
nvt
Nee
Nee
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
Nee
Nee
nvt
ruigten en zomen
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
glanshaver- en vossenstaarthooilanden
nvt
Nee
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
glanshaver- en vossenstaarthooilanden
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
overgangs- en trilvenen
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
galigaanmoerassen
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
beuken- en eikenbossen met hulst
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
vochtige alluviale bossen
Nee
Nee
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
vochtige alluviale bossen
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
vochtige alluviale bossen
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
droge hardhoutooibossen
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
23
Oudeland van Strijen
Krammer-Volkerak
Haringvliet
Markiezaat
Zoommeer
Oosterschelde
Grevelingen
Westerschelde & Saeftinghe
Voornes Duin
Rijntakken
Veerse Meer
Afstand (in km)
Biesbosch
Vervolg
Hollands Diep
Tabel 4.3
9,5
11
15
18
19,5
29
29,5
32,5
34
38
46,5
47
54
Aangewezen onder HR = Habitatrichtlijn, VR = Vogelrichtlijn HR, VR HR, VR VR HR, VR HR, VR VR
VR HR, VR HR, VR HR, VR HR, VR HR, VR VR
Habitatrichtlijnsoorten nauwe korfslak
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
Nee
nvt
nvt
zeeprik
Nee
Nee
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
Nee
nvt
rivierprik
Nee
Nee
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
Nee
nvt
elft
Nee
Nee
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
fint
Nee
Nee
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
Nee
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
zalm
Nee
Nee
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
bittervoorn
Nee
Nee
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
grote modderkruiper
Nee
Nee
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
kleine modderkruiper
Nee
Nee
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
rivierdonderpad
nvt
Nee
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
kamsalamander
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
meervleermuis
nvt
Ja
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
bever
Nee
Nee
nvt
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
noordse woelmuis
Nee
Nee
nvt
Nee
Nee
nvt
nvt
Nee
Nee
nvt
Nee
nvt
nvt
bruinvis
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
grijze zeehond
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
Nee
Nee
nvt
nvt
nvt
gewone zeehond
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
Nee
Nee
nvt
nvt
nvt
tonghaarmuts
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
groenknolorchis
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Nee
Nee
Nee
nvt
nvt
platte schijfhoren
nvt
Nee
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Broedvogels dodaars geoorde fuut aalscholver roerdomp woudaap kleine zilverreiger lepelaar wespendief bruine kiekendief porseleinhoen kwartelkoning kluut bontbekplevier strandplevier watersnip zwartkopmeeuw kleine mantelmeeuw grote stern visdief noordse stern dwergstern zwarte stern ijsvogel oeverzwaluw blauwborst snor rietzanger grote karekiet
nvt nvt nvt nvt nvt nvt Ja nvt nvt nvt nvt Nee nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt
nvt nvt Ja Nee nvt nvt nvt nvt Ja Nee nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt Nee nvt Nee Nee Nee nvt
nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt
nvt nvt nvt nvt nvt nvt Ja nvt Nee nvt nvt Nee Nee Nee nvt Ja nvt nvt Ja nvt Nee nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt
nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt Nee nvt nvt Nee Nee Nee nvt Ja nvt Ja Ja nvt Nee nvt nvt nvt Nee nvt Nee nvt
Nee nvt nvt nvt nvt nvt Ja nvt nvt nvt nvt Nee Nee Nee nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt
nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt Nee nvt Nee nvt Ja nvt nvt Ja nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt
nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt Nee nvt nvt Nee Nee Nee nvt nvt nvt Ja Nee Nee Nee nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt
nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt Nee nvt nvt Nee Nee Nee nvt nvt nvt Ja Nee nvt Nee nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt
nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt Nee nvt nvt Nee Nee Nee nvt Nee nvt Ja Nee nvt Nee nvt nvt nvt Nee nvt nvt nvt
nvt Nee Ja nvt nvt Nee Nee nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt
Nee nvt Ja Nee Nee nvt nvt nvt nvt Nee Nee nvt nvt nvt Nee nvt nvt nvt nvt nvt nvt Nee Nee Nee Nee nvt nvt Nee
nvt nvt Ja nvt nvt nvt Nee nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt Nee nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt
Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
24
Oudeland van Strijen
Krammer-Volkerak
Haringvliet
Markiezaat
Zoommeer
Oosterschelde
Grevelingen
Westerschelde & Saeftinghe
Voornes Duin
Rijntakken
Veerse Meer
Afstand (in km)
Biesbosch
Vervolg
Hollands Diep
Tabel 4.3
9,5
11
15
18
19,5
29
29,5
32,5
34
38
46,5
47
54
Aangewezen onder HR = Habitatrichtlijn, VR = Vogelrichtlijn HR, VR HR, VR VR HR, VR HR, VR VR
VR HR, VR HR, VR HR, VR HR, VR HR, VR VR
Niet-broedvogels dodaars fuut kuifduiker geoorde fuut aalscholver kleine zilverreiger grote zilverreiger lepelaar kleine zwaan wilde zwaan toendrarietgans kolgans dwerggans grauwe gans brandgans rotgans bergeend smient krakeend wintertaling wilde eend pijlstaart slobeend tafeleend kuifeend topper brilduiker nonnetje middelste zaagbek grote zaagbek zeearend visarend slechtvalk meerkoet scholekster kluut bontbekplevier strandplevier goudplevier zilverplevier kievit kanoetstrandloper drieteenstrandloper bonte strandloper kemphaan grutto rosse grutto wulp zwarte ruiter tureluur groenpootruiter steenloper
nvt Nee nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt ja nvt Nee Nee Nee Nee Nee nvt Nee Nee nvt Nee nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt Nee nvt Nee nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt
Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt Ja nvt nvt nvt Ja nvt Ja Ja nvt nvt Ja Nee nvt Ja nvt nvt nvt Ja nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt
nvt Nee nvt nvt Ja nvt Ja Ja Ja nvt nvt Ja nvt Ja Ja nvt nvt Ja Nee Nee Ja Nee Nee Ja Ja nvt nvt Nee nvt Nee Ja Ja nvt Nee nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt Ja nvt nvt nvt nvt nvt nvt
nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt Ja Ja nvt Ja nvt nvt Nee nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt
nvt Nee Nee nvt Ja nvt nvt Nee Nee nvt nvt nvt nvt Ja Ja Nee Nee Nee Nee Nee nvt Nee Nee Nee Nee nvt Nee nvt Nee nvt nvt Nee Nee Nee nvt Nee Nee nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt Nee nvt nvt nvt Nee nvt nvt
nvt Nee nvt nvt Ja Nee nvt Nee Nee nvt nvt Ja Ja Ja Ja nvt Nee Nee Nee Nee Ja Nee Nee nvt Nee Nee nvt nvt nvt nvt nvt Nee Nee Nee nvt Nee nvt nvt Nee nvt Nee nvt nvt nvt nvt Nee nvt Ja nvt nvt nvt nvt
nvt Nee nvt Nee Nee nvt nvt Nee Nee nvt nvt nvt nvt Ja Ja nvt Nee Nee Nee Nee nvt Nee Nee nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt Nee nvt Nee Nee nvt nvt Nee nvt Nee nvt Nee nvt nvt nvt nvt Nee nvt nvt nvt
Nee Nee Nee nvt Nee Nee nvt Nee Nee nvt nvt nvt nvt Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee nvt nvt nvt Nee nvt Nee nvt nvt nvt Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee nvt nvt Nee Nee Nee Nee Nee Nee
Nee Nee Nee Nee Nee Nee nvt Nee Nee nvt nvt Nee nvt Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee nvt nvt nvt Nee nvt Nee nvt nvt nvt Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee nvt nvt nvt Nee nvt nvt Nee Nee nvt Nee nvt Nee
nvt Nee nvt nvt nvt Nee nvt Nee nvt nvt nvt Nee nvt Nee nvt nvt Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee nvt nvt nvt nvt nvt Nee nvt Nee nvt Nee nvt Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee nvt nvt Nee Nee Nee Nee Nee Nee
nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt
nvt Nee nvt nvt Nee nvt nvt nvt Nee Nee Nee Nee nvt Nee Nee nvt Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee nvt nvt Nee nvt nvt nvt nvt nvt Nee Nee nvt nvt nvt Nee nvt Nee nvt nvt nvt Nee Nee nvt Nee nvt Nee nvt nvt
Nee Nee nvt nvt Nee Nee nvt Nee Nee nvt nvt Nee nvt nvt Nee Nee nvt Nee Nee nvt Nee Nee Nee nvt Nee nvt Nee nvt Nee nvt nvt nvt nvt Nee nvt Nee nvt nvt Nee nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt
25
4.2
Natuurnetwerk Nederland Het plangebied vormt geen onderdeel van gebieden die aangewezen zijn in het kader van het Natuurnetwerk Brabant. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het genoemde netwerk ligt op circa 150 m afstand ten westen en ten zuiden van het plangebied (Figuur 4.2). Het gaat hier om de Leursche Haven (onderdeel beek en bron) en grasland en/of plasdras gebieden (m.n. kruiden- en faunarijk grasland). De betekenis voor de biodiversiteit bestaat vooral uit vaatplanten, dagvlinders, libellen en zangvogels. Daarnaast hebben delen een functie als hoog- en/of laagveenbos. De betekenis voor de biodiversiteit voor die delen bestaat vooral uit flora en amfibieën. Kleine soorten vogels (met name zangvogels) zijn over het algemeen minder verstoringsgevoelig dan grote(re) watervogels van het open land (Krijgsveld et al. 2008). Omdat verstoringseffecten voor betreffende vogelsoorten tijdens het broedseizoen op 150 m afstand zijn uitgesloten, zal de dichtheid van het aantal broedparen binnen het NNB niet worden aangetast door verstoring. Sterfte onder lokale broedvogels, als gevolg van een aanvaring met de winturbine, zal beperkt blijven tot incidenten (zie ook hoofdstuk 8). De dichtheid van het aantal broedparen binnen het NNB zal ook in dit opzicht niet worden aangetast.
Figuur 4.2 Ligging Natuurnetwerk Brabant ten opzichte van Windturbine Hoge Zijpolder
4.3
Overige beschermde gebieden In de directe omgeving van het plangebied komen geen gebieden voor die planologische bescherming genieten als weidevogelgebied, akkervogelgebied of rust- en foerageergebied ganzen en smienten. Effecten op deze gebieden zijn derhalve uitgesloten en worden verder niet behandeld in voorliggende rapportage.
Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
26
5 Materiaal en methoden 5.1
Brongegevens De detailgegevens uit de NDFF zijn met toestemming van BIJ12 in dit rapport opgenomen. Het gebruik ervan voor andere toepassingen dan deze studie is niet toegestaan.
5.1.1
Vogels Watervogeltelling plangebied e.o. Bij de NDFF zijn de meest recent beschikbare gegevens verkregen van de watervogeltellingen van de SOVON-telvakken in de omgeving van het plangebied (telvakken NB1671, NB1712, NB1713, NB1723, NB1751, NB1752, NB1753, NB1754, NB1755, NB1756, NB1763 en NB1764; Figuur 5.1). Het gaat om de (winter)seizoenen 2010/11 tot en met 2019/20. Een seizoen loopt van juli tot en met juni van het volgende jaar. De geleverde dataset omvat de getelde aantallen per maand.
Figuur 5.1 Ligging SOVON-telvakken in de nabijheid van Windturbine Hoge Zijpolder
Eerste resultaten slachtoffermonitoring Windpark Groene Dijk II In de zomerperiode 2020 en winter 2020/2021 zijn slachtoffers onder vogels gemonitord in het nabijgelegen Windpark Groene Dijk II. Het slachtofferonderzoek heeft 2x 10 weken geduurd en is uitgevoerd door de lokale natuurpartijen (IVN Dintel- en Marklanden en de West-Brabantse Vogelwerkgroep) onder begeleiding van Bureau Waardenburg. De eerste
Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
27
resultaten van dit onderzoek zijn betrokken bij de effectbepaling in voorliggende natuurtoets. Overige waarnemingen vogels plangebied e.o. Daarnaast is ook informatie opgedaan tijdens het veldbezoek (18 maart 2021) en door raadpleging van de NDFF (maart 2021). Deze informatie is eveneens betrokken bij de effectbepaling in voorliggende notitie.
5.1.2
Gegevens van andere soorten Quick Scan Op 18 maart 2021 heeft een verkennend veldonderzoek plaatsgevonden naar de aanwezigheid van beschermde diersoorten en mogelijk aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten. NDFF Voor een actueel overzicht van beschermde soorten die in de omgeving van het plangebied van Windturbine Hoge Zijpolder voorkomen is de NDFF geraadpleegd (maart 2021). Het gaat om de gegevens van de afgelopen vijf jaar (bij beperkte data is gebruik gemaakt van de laatste tien jaar). Daarnaast is, voor zover nodig, gebruik gemaakt van achtergronddocumentatie en andere informatiebronnen (zie literatuurlijst en verwijzingen in de tekst). Veldonderzoek vleermuizen Ten behoeve van de opschaling van Windpark Groene Dijk II hebben in 2018 vier veldbezoeken plaatsgevonden. Tijdens deze veldbezoeken zijn in het gehele plangebied waarnemingen van vleermuizen verzameld en zijn vleermuisbewegingen gekarteerd met behulp van batloggers en batdetectors. De beoogde locatie voor de ontwikkeling van Windturbine Hoge Zijpolder ligt in het onderzoeksgebied van destijds. Het veldonderzoek dat ten behoeve van de opschaling Windpark Groene Dijk II is uitgevoerd is actueel en representatief genoeg om eveneens te gebruiken voor de natuurtoets ten behoeve van Windturbine Hoge Zijpolder.
Eerste resultaten slachtoffermonitoring Windpark Groene Dijk II In de zomerperiode 2020 en winter 2020/2021 zijn slachtoffers onder vleermuizen gemonitord in Windpark Groene Dijk II. Het slachtofferonderzoek heeft 2x 10 weken geduurd en is uitgevoerd door de lokale natuurpartijen (IVN Dintel- en Marklanden en de West-Brabantse Vogelwerkgroep) onder leiding van Bureau Waardenburg. De eerste resultaten van dit onderzoek zijn betrokken bij de effectbepaling in voorliggende natuurtoets.
5.2
Stikstofberekening De aanleg van Windturbine Hoge Zijpolder zal gepaard gaan met de inzet van materieel dat overwegend op dieselmotoren draait. Hierbij komt NOx vrij dat vervolgens neerslaat als NO2. Deze additionele depositie kan gevolgen hebben voor natuur. De omvang van de Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
28
tijdelijke additionele depositie is berekend met de rekentool Aerius, versie april 2021 (zie Bijlage V). In deze programmatuur worden alle bronnen van emissie voorzien van de benodigde parameterwaarden. De berekening resulteert in een kaartbeeld met de ruimtelijke verdeling van de depositie. De gridcellen op basis waarvan het beeld is berekend, zijn hexagonen met een oppervlakte van ruim een hectare.
5.3
Effectbepaling en –beoordeling vogels De bouw en het gebruik van Windturbine Hoge Zijpolder kan effect hebben op vogels die gedurende enige fase van hun levenscyclus in (de omgeving van) het plangebied verblijven (zie Bijlage I voor een algemeen overzicht van de effecten van windturbines op vogels). Mogelijke effecten die in dit rapport aan de orde komen zijn: • verstoring van lokale vogels tijdens de aanleg van de windturbine; • sterfte als gevolg van aanvaringen; • vermijding van windturbine door lokaal broedende, rustende en foeragerende vogels; • barrièrewerking van de opstelling voor passerende lokale vogels. De aantallen slachtoffers en de mate van vermijding en barrièrewerking zijn zo veel mogelijk (en voor zover relevant) per soort gekwantificeerd. Bij deze kwantificering moet echter in aanmerking worden genomen dat, hoewel ze gebaseerd zijn op het meest recente onderzoek, de nodige aannames gedaan zijn en dat ruime marges realistisch zijn rondom de gepresenteerde aantallen. Dat betekent dat de aantallen in absolute zin niet 100% nauwkeurig zijn, maar goed bruikbaar om een ordegrootte van effecten in te schatten. De aannames in de berekeningen zijn op zo’n manier gedaan dat in alle gevallen met zekerheid het worst case-scenario is getoetst. Het effect van de obstakelverlichting op de windturbines op vogels is in deze studie niet nader beschouwd.
Uit eerder literatuuronderzoek (Lensink & van der Valk 2013) is vast komen te staan dat luchtvaartverlichting op windturbines, zoals toegepast in Nederland, niet leidt tot extra risico’s voor vogels.
5.3.1
Bepaling of berekening van het aantal aanvaringsslachtoffers Totaal aantal vogelslachtoffers – alle soorten samen Voor de bepaling van het aantal aanvaringsslachtoffers is gebruik gemaakt van bestaande kennis over slachtofferaantallen bij windparken in Nederland, België, Duitsland en andere (West-)Europese landen (Winkelman 1989, 1992, Musters et al. 1996, Baptist 2005, Everaert 2008, Schaut et al. 2008, Krijgsveld & Beuker 2009, Krijgsveld et al. 2009, Beuker & Lensink 2010, Brenninkmeijer & van der Weyde 2011, Verbeek et al. 2012, Klop & Brenninkmeijer 2014, 2020, Langgemach & Dürr 2020). In deze studies is gecorrigeerd voor factoren zoals zoekefficiëntie, verdwijnen van lijken door aaseters, het aantal zoekdagen en type zoekgebied. Op basis van deze kennis, gecombineerd met kennis van de vliegactiviteit van soorten in het plangebied, is op basis van deskundigenoordeel het toekomstige aantal vogelslachtoffers (alle soorten samen) in Windturbine Hoge Zijpolder bepaald.
Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
29
Soortspecifieke aantallen slachtoffers Voor sommige soort(groep)en is uit onderzoek in bestaande windparken een aanvaringskans beschikbaar. Voor deze soorten kan het aantal aanvaringsslachtoffers berekend worden met behulp van het Flux-Collision Model (Kleyheeg-Hartman et al. 2018). De aanvaringskansen (kans dat een langs vliegende vogel botst met een windturbine) zijn gebaseerd op studies in o.a. de Wieringermeer, de Sabinapolder, de Maasvlakte en in België (o.a. Everaert 2008, Fijn et al. 2012, Gyimesi et al. 2013; data uit Verbeek et al. 2012). De aantallen slachtoffers uit deze studies zijn te vertalen naar nieuw geplande windparken, indien rekening gehouden wordt met de windturbineomvang (ashoogte, rotordiameter), windturbineconfiguratie, locatie (landschapstype), vogelaanbod (flux) en betrokken soorten. Deze factoren zijn geformaliseerd in een berekeningswijze die soort(groep)specifiek is en waarvoor kennis over het vogelaanbod (flux) noodzakelijk is (Flux-Collision Model; Kleyheeg-Hartman et al. 2018). De uitkomst van de berekeningen wordt bepaald door de combinatie van de dimensies van het windpark en de eigenschappen en het gedrag van de desbetreffende vogelsoort. In paragraaf 9.3 is beschreven voor welke soorten slachtofferberekeningen zijn uitgevoerd en welke gegevens en aannames daarbij zijn gehanteerd.
Voor soort(groep)en waarvoor geen aanvaringskans beschikbaar is, kunnen geen modelberekeningen met het Flux-Collision Model worden uitgevoerd. Voorbeelden van soortgroepen waarvoor dit geldt zijn reigerachtigen en roofvogels. Voor soorten uit deze soortgroepen is een inschatting van het aantal aanvaringsslachtoffers in Windturbine Hoge Zijpolder gemaakt, op basis van informatie over 1) aantallen vliegbewegingen over het plangebied, 2) vlieggedrag en 3) aantallen slachtoffers gevonden in slachtofferonderzoeken in Europa.
5.3.2
Effectbeoordeling in relatie tot sterfte door aanvaringen In het kader van de Wnb (Hoofdstuk 2 en 3) moet beoordeeld worden of de realisatie van Windturbine Hoge Zijpolder op zichzelf of in samenhang met andere plannen en projecten in de omgeving, (significant) negatieve effecten kan hebben op het behalen van de IHD’s van Natura 2000-gebieden of op de Staat van Instandhouding (SvI) van populaties van beschermde soorten. De basis hiervoor wordt gevormd door het 1%-criterium (verder 1%-mortaliteitsnorm) van het Ornis Comité. Volgens dit criterium kan iedere tol van minder dan 1% van de totale jaarlijkse sterfte van de betrokken populatie (gemiddelde waarde) als kleine hoeveelheid worden beschouwd (zie kader hieronder). Wanneer de voorspelde sterfte onder deze 1%mortaliteitsnorm blijft kan een effect op het behalen van de IHD’s in Natura 2000-gebieden of op de SvI van de betrokken populaties met zekerheid uitgesloten worden. Bij de beoordeling is tevens rekening gehouden met de huidige staat van instandhouding van deze populaties.
Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
30
Berekening 1%-mortaliteitsnorm De 1%-mortaliteitsnorm is het aantal vogels dat 1% van de jaarlijkse sterfte van de te toetsen populatie representeert. Deze norm is soortspecifiek aangezien de populatiegrootte en de mortaliteit (de twee variabelen die de 1%-mortaliteitsnorm bepalen) voor alle soorten anders zijn. De norm wordt als volgt berekend: 1%-mortaliteitsnorm (# vogels) = (jaarlijkse sterfte * grootte van de te toetsen populatie) * 0,01 In de berekeningen is de jaarlijkse sterfte van adulte vogels gebruikt, omdat hier meer over bekend is en omdat deze sterfte lager is dan die van juveniele vogels. Hierdoor valt de 1%mortaliteitsnorm lager uit (worst case-benadering). Als populatiegrootte zijn recente telgegevens gebruikt, waarbij voor niet-broedvogels het aantal exemplaren wordt gebruikt en voor broedvogels het aantal paren maal twee.
Notabene: deze 1%-mortaliteitsnorm wordt niet gebruikt om het begrip ‘significantie’ uit te leggen. Het wordt gebruikt om een ordegrootte van effecten aan te geven waarbij zeker geen significante effecten op zullen treden, omdat de sterfte procentueel zeer laag is ten opzichte van de jaarlijkse sterfte; een veilige ‘eerste zeef’ dus. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State achtte dit een acceptabele werkwijze1. Een grotere sterfte dan 1% (in cumulatie met andere projecten) noodzaakt een aanvullende toetsing om te bepalen of de IHD en/of de SvI voor de desbetreffende soort in gevaar kan komen. Een dergelijke toetsing kan bijvoorbeeld bestaan uit het doorrekenen van de effecten (additionele sterfte) op de betrokken populatie met behulp van een populatiemodel, zoals uitgevoerd voor effecten van offshore windparken op kleine mantelmeeuwen (Lensink & van Horssen 2012) en recent voor 13 zeevogelsoorten op de Noordzee (Potiek et al. 2019).
5.3.3
Verstoring en vermijding Tijdens de aanleg van Windturbine Hoge Zijpolder kunnen vogels verstoord worden en tijdens de exploitatie van de windturbine kunnen lokale (broed)vogels de omgeving van de windturbine mijden. Door de bouw en de aanwezigheid van windturbine wordt de kwaliteit van het leefgebied aangetast. De mate van verstoring of vermijding wordt afzonderlijk voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase getoetst. In de gebruiksfase verschilt de vermijdingsafstand (de afstand waarover windturbines effect hebben op de kwaliteit van het leefgebied) van windturbines voor foeragerende en/of rustende vogels tussen soortgroepen en varieert van honderd tot enkele honderden meters (zie Bijlage I). Ook voor broedende vogels verschilt de vermijdingsafstand van windturbines in de gebruiksfase tussen soorten. Voor veel soorten bedraagt de vermijdingsafstand voor broedende vogels (veel) minder dan 100 meter (in de gebruiksfase). Binnen de vermijdingsafstand wordt de kwaliteit van het leefgebied aangetast door de fysieke aanwezigheid van de windturbine. Uit onderzoek blijkt dat grotere windturbines geen evenredig groter of kleiner verstorend effect hebben (Schekkerman et al. 2003, Pearce1 Zie uitspraak ABRS van 1 april 2009 in zaaknr. 200801465/1/R2, uitspraak ABRS van 29 december 2010 in zaaknr. 200908100/1/R1 en de uitspraak ABRS van 8 februari 2012 in zaaknr. 201100875/1/R2.
Natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder
31
Higgins et al. 2012). In de soortspecifieke beoordeling van vermijding is hier rekening mee gehouden en is gewerkt met een voor de desbetreffende soort toepasselijke vermijdingsafstand. Het gebied dat binnen de vermijdingsafstand ligt wordt niet voor de volle 100% vermeden (Krijgsveld et al. 2008).
5.3.4
Barrièrewerking Voor het inschatten van de mate waarin barrièrewerking een probleem voor vogels vormt is gebruik gemaakt van literatuur en eigen waarnemingen uit veldonderzoek (o.a. Beuker et al. 2009, Fijn et al. 2007, 2012, Gyimesi et al. 2013, Jeninga 2018). Op grond hiervan en informatie over de dimensies van de geplande windturbineopstelling is ingeschat of vogels de windturbine zullen kruisen of omvliegen, en de mate waarin dat valt te verwachten. Een meer gedetailleerde kwantificering van barrièrewerking is, met name bij grote windturbines met ook grotere tussenafstanden, nog niet mogelijk omdat er nog onvoldoende onderzoek over beschikbaar is.
5.4
Effectbepaling en –beoordeling vleermuizen Voor achtergrondinformatie over de effecten van windturbines op vleermuizen wordt verwezen naar Bijlage II. De volgende effecten op vleermuizen kunnen in theorie optreden en komen in voorliggen rapport aan bod: • aantasting van verblijfplaatsen in gebouwen of bomen in de aanlegfase (inclusief doorsnijding van vliegroutes en vernietiging essentieel foerageergebied); • verstoring van verblijfplaatsen in de aanlegfase; • verstoring van verblijfplaatsen in de gebruiksfase; • sterfte in de gebruiksfase.