bijlage 4 tekstversie_mutaties zichtbaar_vast te stellen Omgevingsvisie Etten-Leur APRIL 2022.pdf
Tekst van het document
Het veranderend klimaat dwingt ons na te denken over oplossingen voor de gevolgen van extreme regenval, langdurige droogte en hitte. Luchtverontreiniging leidt tot gezondheidsschade. Op dit gebied is nog winst te behalen. Hiervoor is nodig een vermindering van de uitstoot van stikstofdioxide (NO2), ammoniak (NH3) en deeltjes fijnstof. Voor een goede leefbaarheid, veiligheid en gezonde leefomgeving is ook belangrijk het beperken van overlast door geluid, geur, licht, straling en trillingen en het beperken van afval en bestrijden van illegale dumping. De bescherming tegen de verspreiding van ziektekiemen mogen we niet vergeten. We blijven alert, nieuwe bedreigingen kunnen zich altijd aandienen. Per gebiedstype (woongebieden, centrum, werkgebieden en buitengebied) kunnen straks in het Omgevingsplan omgevingswaarden worden geformuleerd. In deze visie gebruiken we de vier milieubeginselen om alvast beleidsmatige kaders voor deze regels op te stellen. De vertaling van omgevingsaspecten vindt plaats bij de uitwerking van
het omgevingsplan. In nieuwe situaties zijn deze beginselen leidend. In bestaande situaties is toepassing niet altijd direct mogelijk in verband met bestaande belangen. In dat geval geldt het ‘stand-still’-beginsel: de huidige hinder is maatgevend. Aanpassing of verandering van activiteit biedt kansen om verbeteringen door te voeren. Etten-Leur wil inzetten op integrale oplossingen en het creëren van meerwaarde. Bevorderen van een goede (ook digitale) bereikbaarheid Bereikbaarheid is een primaire voorwaarde voor een goede en veilige leefomgeving. Maar ook voor het vestigingsklimaat. Het gaat daarbij om een goed fietsen wandelnetwerk en openbaar vervoer, de doorstroming van het autoverkeer en landbouwverkeer, maar ook om digitale infrastructuur. Samen met inwoners en ondernemers willen we komen tot een slim en duurzaam mobiliteitssysteem. Veiligheid voor alle weggebruikers staat daarbij voorop. Een veilige, toegankelijke inrichting van de omgeving en toegankelijke voorzieningen helpen kwetsbare mensen om zelfstandig te blijven en volwaardig mee te doen. Meer voorrang aan fietsen en lopen en wat minder aan de auto. We moeten meer prioriteit toekennen aan duurzame mobiliteit en verder inzetten op verduurzaming van het gemotoriseerde verkeer. Ook digitale netwerken stellen ons in staat met elkaar in contact te komen of zaken te doen zonder verplaatsing.
Digitale techniek stimuleert innovatie en is onontbeerlijk voor onder andere een betere en efficiëntere zorg, flexibel onderwijs en gerichte communicatie. De ontwikkelingen op dit gebied gaan snel. Daarvoor is een goede digitale infrastructuur nodig. Breda werkt samen met de provincie en andere grote gemeenten aan de zogeheten Brabantring, een koppeling van glasvezelnetten. Uitbreiding van dit netwerk biedt voor Etten-Leur kansen.
De economie/welvaart Duurzame economische ontwikkeling met haalbare en betaalbare doelen en oog voor innovatie De komende decennia staan in het teken van herstel van de balans met als belangrijkste opgaven: de energietransitie; het beperken van de nadelige gevolgen van de klimaatverandering en de omslag naar een circulaire economie.
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 18
Uitgangspunt bij deze opgaven zijn haalbare en voor iedereen betaalbare doelen. De innovatie in de techniek gaat snel. We stimuleren waar mogelijk initiatieven die leiden tot meerwaarde, bijdragen aan de duurzaamheidsopgave en verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. Innovatie helpt ons om met slimme oplossingen complexe vraagstukken aan te pakken. Zo versterken we de sterke economische positie van Etten-Leur, maar tegelijk verhogen we de kwaliteit van leven, de zorg voor de directe leefomgeving, verbeteren we het onderwijs en versterken we de sociale samenhang.
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 19
4.1 GEBIEDSVISIE WOONGEBIEDEN Wij willen voor onze inwoners een passende duurzame woning. In een buurt waar men zich thuis voelt en welkom is. Iedereen kan meedoen. En waar jong en oud, gevestigde bewoners en nieuwkomers elkaar kunnen ontmoeten. Je kunt in je eigen omgeving opgroeien en oud worden. We streven naar zorgvriendelijke wijken waar gezonde leefomstandigheden heersen. De wijk is schoon, toegankelijk, veilig met aantrekkelijke plekken voor ontmoeting, ontspanning en beweging. Groen en water zorgen voor een natuurlijke uitstraling en helpen bewegen te stimuleren. De basisvoorzieningen (woningaanbod, winkels, scholen, zorg-, cultuur- en sportvoorzieningen) zijn op orde en goed bereikbaar. Zij vormen ontmoetingspunten in de wijk en zorgen voor levendigheid. Werken aan huis is mogelijk mits er geen overlast is voor de omgeving. We willen wijken leefbaar houden en klaar zijn voor de toekomst. Daarbij gaat het niet alleen om het energieneutraal maken van woningen of maatregelen om wateroverlast of hittestress te voorkomen. Het gaat om het totale pakket; wijken moeten voldoen aan de wensen van bewoners. Daarbij werken we samen met bewoners, ondernemers en organisaties. Beschermen en behouden groen stedelijk karakter De historische linten in de kernen Etten en Leur vormden de basis voor de stedelijke groei.
De kenmerken van de historie vind je in verschillende wijken terug in de infrastructuur, beplanting en ondergrond en bebouwing. In de structuur van de wijken is de tijdgeest herkenbaar. De wijken in Etten-Leur hebben een groen stedelijk karakter dat bestaat uit: veel eengezinswoningen; relatief veel groen in de openbare ruimte; een, per wijk verschillende, hoeveelheid openbaar groen van gemiddeld 88 m2/ woning; zowel historische linten, als landschapselementen, laanbeplanting en kleinere en grotere (groene) open plekken in de nabijheid van woningen. Groen bepaalt niet alleen de identiteit van elke wijk. Groen is ook belangrijk voor de natuur, de gezondheid, een aangenaam verblijf en woonomgeving en voor
De gemiddelde hoeveelheid openbaar groen over alle woningen in Etten-Leur (binnen stedelijk gebied, exclusief bovenwijks groen) bedraagt ruim 88 m2/ woning. Dit is hoger dan de landelijke richtlijn (75 m² groen per woning bij nieuwe locaties). Het verminderen van verharde oppervlaktes moet meer prioriteit krijgen. Veel hemelwater vloeit rechtstreeks het riool in. Een groene tuin (maximaal 20 % verharding) leidt tot minder afstroom. We houden daarom vast aan minstens 80 m² openbaar groen per woning. Binnenstedelijke initiatieven waarbij groen of water verloren gaat, zijn alleen mogelijk als de groennorm intact blijft. Bij voorkeur komt er een grotere hoeveelheid groen of water terug.
verkeersveiligheid. De instandhouding, uitbreiding en bevordering van biodiversiteit in groen staat daarbij voorop. Groen maar ook water nodigt uit tot ontmoeting, geeft verkoeling en brengt natuur in de woonomgeving. Het draagt bij aan de aantrekkelijkheid van de openbare ruimte. De hoofdgroenstructuur bestaat uit vijvers en waterlopen, bomen en hagen langs straten en kleine groenelementen en speelplekken. Dit waarderen inwoners. Daarom zetten we in op versterking van groen. De gevolgen van de klimaatverandering maken duidelijk hoe belangrijk het behoud en versterken van groen is. We denken onder andere aan meer groen op schoolpleinen, in het centrumgebied, op bedrijfsterreinen en in privétuinen. Meer aandacht voor soortendiversiteit en natuurlijk beheer vergroten de biodiversiteit en verkleinen ook de kans op verspreiding van ziekten of plagen. Bij nieuwe aanplant zijn de effecten pas op de lange termijn merkbaar. Bij het beheer van de openbare ruimte hanteert Etten-Leur al diverse natuurvriendelijke methoden (schoffelen, borstelen, verbranden, ecologisch maaien van bermen en ecologisch beheer van groengebieden). Het beleid is gericht op uitbreiding van deze wijze van beheer. Iedereen kan bijdragen aan de vergroening. Het gaat dus niet alleen om meer groen in de openbare ruimte maar ook op privéterreinen.
Als gemeente willen we inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties actief stimuleren om te helpen bij de opgave om te vergroenen.
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 20
Daarnaast is er een wateropgave in de woonwijken. De gemeente Etten-Leur is al jaren actief om in woongebieden de wateroverlast (als gevolg van klimaatverandering) zoveel mogelijk te voorkomen. Zo zijn meerdere plekken ingericht om regen in wadi’s, poelen en plassen op te vangen. In onze Activeringsstrategie en het uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie 2022-2024 benoemen we dat ook concreet. Dat plan is afgestemd in de Water- en Klimaatkring De Baronie. Behoud, versterken en verduurzamen van de bestaande woningvoorraad Etten-Leur kent nu en straks een compleet en gedifferentieerd woningaanbod voor alle inwoners. Binnen de wijken tref je verschillende woonmilieus. De verschillende woontypen dragen bij aan een menging van leeftijden en leefstijlen. Deze kwaliteiten behouden we. Dat betekent een op actuele vraag en aanbod aansluitende mix tussen huur en koop en aanbod voor jong en oud. De kwaliteit van de huidige woningvoorraad is over het algemeen goed. Etten-Leur kent een relatief jonge woningvoorraad. Waar mogelijk zorgen we ervoor dat de bestaande woningvoorraad eigentijds en passend blijft. We stimuleren innovatie en verduurzamen van woningen. Regels mogen aanpassing aan een andere levensfase, gebruik voor andere samenlevingsvormen of zorgvraag niet in de weg staan.
Gefaseerd en per wijk gaan woningen van het gasnet af en wordt gezocht naar duurzame manieren van verwarming De eerste stap is een goede isolatie. Het verduurzamen van woningen is alleen haalbaar als alle partijen hun bijdrage leveren en woonlasten in balans blijven. De gemeente schept voorwaarden voor een succesvolle omschakeling. Zij voert de regie, brengt partijen bijeen, organiseert acties en biedt in haar regels ruimte voor initiatieven. Met het nieuwe werken verandert de functie van de woning. De woning is steeds meer ook een werkplek. We bieden daarvoor ruimte en bevorderen een goede digitale infrastructuur.
Verbreden woningaanbod in bestaande wijken Het grootste deel van het woningaanbod bestaat uit grondgebonden eengezinswoningen. Beperkt zijn er passende woningen voor eenen tweepersoonshuishoudens aanwezig. Juist die huishoudens nemen toe als gevolg van vergrijzing, scheidingen en andere maatschappelijke ontwikkelingen. Dat vraagt meer kleinere woningen, vooral in de vorm van appartementen en ook tijdelijke woonproducten. Binnen de wijken bieden we hiervoor ruimte. Waarbij we samen met onze partners wel goed blijven kijken wat het effect is op de samenstelling van wijken. De instroom van jongeren en jonge gezinnen is daarbij belangrijk. Nog op te stellen wijkprofielen bieden voor de middellange termijn handvatten voor nieuwe initiatieven en herontwikkeling. Een passende woningvoorraad voor Etten-Leur vraagt om: het verbeteren van het aanbod aan de vraag door het aanpassen van de bestaande woningvoorraad en ook nieuwbouw; het verbreden van het aanbod door bestaande woningen geschikte te maken voor meerdere huishoudens of samenlevingsvormen; de bouw van nieuwe woningen in bestaande woonwijken zowel in de sociale huur, middenhuur en dure huur als in de goedkope en dure koop ter versterking van de gewenste sociale samenstelling in de wijken.
De nieuw te bouwen woningen zijn energieneutraal, levensloopbestendig, natuurvriendelijk, waterbesparend, flexibel en gebouwd met duurzame materialen. De hoogte van gestapelde bouw stemmen we af op de omgeving. Dat geldt ook voor ondergrondse voorzieningen als parkeren. Het huidig aanbod aan woningen in wijken is op termijn te beperkt om de vraag op te vangen. Aansluitend op bestaand stedelijk gebied van Etten-Leur is zeker één nieuwe uitleglocatie nodig voor de overige woningen. Wijk- en buurtwinkelcentra zijn plek voor ontmoeting Naast de centrale winkelvoorziening in het centrum kent Etten-Leur: het wijkwinkelcentrum in Etten-Leur Noord; de buurtwinkelcentra aan de Kerkwerve en het Van Bergenplein; solitaire supermarkten aan de Trompetlaan en Schoonhout. Deze centra vormen een plek voor ontmoeting en behoud van de centra is het uitgangspunt.
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 21
De supermarkt is de trekker. Een omvang van een supermarkt van ongeveer 1.500 m2 sluit aan op de functie van wijk- en of buurtcentrum. Belangrijk is om deze voorzieningen in stand te houden en aan te passen aan de wensen van de tijd. Passend bij de functie en de locatie bieden we eigenaren en ondernemers hiervoor ruimte. Een uitbreiding van het winkeloppervlak in deze centra is niet aan de orde. De trend is inkrimping van het winkelaanbod en het onttrekken van panden aan de winkelbestemming. We werken mee aan omzetting naar functies die de ontmoetingsfunctie versterken zoals bijvoorbeeld daghoreca of een zorgfunctie. Al eerder is besloten om behoud van winkels en aanverwante voorzieningen aan de Concordialaan en Wilhelminalaan niet actief na te streven. Vanwege ligging en omvang sluiten zij minder aan bij de eisen van deze tijd. Hier ligt dan een transformatie opgave. De ontmoetingsfunctie van de centra beperkt zich niet alleen tot een bezoek aan winkels en andere voorzieningen. De inrichting van deze gebieden moet aanhaken op 'toegankelijke routes' waar ook artsen, apotheken, scholen, woonzorgcentra en buurthuizen op aangesloten zouden moeten worden. De inrichting van de openbare ruimte bepaalt namelijk mede de verblijfskwaliteit en de toegankelijkheid voor kinderen, ouderen en kwetsbare inwoners.
De verkeersdrukte en het parkeren in en rondom de winkelgebieden vragen hiervoor om passende maatregelen. Onderwijs, spel, sport en andere maatschappelijke voorzieningen Binnen de wijken zijn nu en in de toekomst naast de wijk- en buurtwinkelcentra op loopafstand van woningen goed bereikbare voorzieningen. Ze zijn verspreid gelegen over de wijken. De voorzieningen variëren van basisonderwijs, kinderopvang en kleinere en grotere speel- en sportvoorzieningen, waarbij het basisonderwijs is ondergebracht in brede scholen, een combinatie van onderwijs en kinderopvang. Sommige brede scholen zijn gecombineerd met wijkcentra. Niet in alle wijken is er sprake van de combinatie. In dat geval zijn wijkactiviteiten elders ondergebracht. Bij speelplekken maken we onderscheid in: speelplekken voor de jongsten, in de buurt; meer algemene speelplekken zoals multicourts en een skatebaan, voor heel Etten-Leur.
In diverse wijken zijn wijkparken. Zij zijn een plek voor ontmoeting, beweging voor jong en oud en wijkactiviteiten. Het Oderkerkpark en Brabantpark hebben een functie voor heel Etten-Leur. Zij bieden ook ruimte aan evenementen. Drie sportparken, twee tennisparken, diverse sportscholen, een zwembad en een cultureel centrum complementeren het aanbod aan voorzieningen. Aanvullend is er voldoende ruimte voor het verenigingsleven en recreatie. Het aanbod is soms voor regionaal gebruik. Innovaties en initiatieven op het gebied van onderwijs (een leven lang leren), jeugdzorg, sport en vrijetijdsbesteding van jong tot oud en zorg krijgen volop de ruimte. We benutten daarbij zo veel als mogelijk bestaande gebouwen en terreinen (multifunctioneel gebruik). In toenemende mate gebruiken ook volwassenen de openbare ruimte om te sporten. Bij de inrichting moeten we daarmee meer rekening houden. Verruiming van het aanbod met nieuwe voorzieningen als sportscholen en bewegingscentra is mogelijk. Zorgvriendelijke wijken Goede wijkcentra en voorzieningen vormen één van de pijlers van een zorgvriendelijke wijk. Zij zijn essentieel nu de zorg zich ontwikkelt van individuele maatwerkondersteuning naar algemene en collectieve voorzieningen. Deze voorzieningen moeten laagdrempelig zijn en zonder indicatie kunnen worden bezocht. Een groeiende groep ouderen en kwetsbare inwoners is daarvan afhankelijk.
Het stelt hen in staat om mee te (blijven) doen in de samenleving. Zeker nu ouderen langer zelfstandig moeten blijven wonen. Soms in de eigen woning, soms in een aangepaste woonvorm. Het initiatief ligt niet alleen bij de gemeente, bouwers en zorginstellingen, maar ook bij de inwoners zelf. De afgelopen periode hebben we geïnvesteerd in het realiseren van woonservicezones: een bundeling van beschut en beschermd wonen, zorg en maatschappelijke voorzieningen met een wijkservicepunt van waaruit 24 uurs zorgverlening is gegarandeerd. De woonomgeving is veilig en toegankelijk. Daarnaast zullen inwoners met een beperking meer moeten kunnen deelnemen aan de samenleving. Zij komen in de wijk wonen met de nodige vormen van (professionele) ondersteuning. Plekken voor ontmoeting zoals de wijkcentra zijn essentieel, maar dat niet alleen.
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 22
Ook de inrichting van de openbare ruimte en openbare gebouwen moet inwoners in staat stellen om mee te (blijven) doen (obstakel- en drempelvrij). De integratie van zorgdiensten en technologie maakt zorg op afstand mogelijk. Digitale infrastructuur moet online comfortzorg aan huis mogelijk maken. Behoud en versterken van het niveau van de woonservicezones staat voorop omdat ze bijdragen aan zorgvriendelijke wijken met een spreiding van de locaties van deze functies. Voor een goede spreiding en bereikbaarheid is aan de noordwestzijde van Etten-Leur een nieuwe woonservicezone nodig. Daarnaast blijft een goede spreiding van de direct toegankelijke gezondheidsvoorzieningen belangrijk. Nieuwe initiatieven moeten zorgen voor nog betere bereikbaarheid. Gezonde wijken met een goede omgevingskwaliteit Je lichamelijk en geestelijk gezond voelen, zingeving en kwaliteit van leven en meedoen, vormen de basis voor een positieve gezondheid. Een gezonde, veilige leefomgeving en inrichting van de openbare ruimte is hiervoor een basisvoorwaarde.
Om gezonde wijken met een goede omgevingskwaliteit te bereiken moeten we: bewegen stimuleren door: o een comfortabel, groen, veilig en samenhangend wandel- en fietsnetwerk in en tussen wijken, voorzieningen en werkgebieden; o prioriteit te geven aan het wandel- en fietsnetwerk het een volwaardig alternatief voor het gebruik van de auto te laten zijn; o stoepen en bushaltes goed bereikbaar te maken voor rolstoelen, kinderwagens en rollators; o woongebieden verkeersveilig in te richten met ruimte voor verblijven en spelen; o straten geen barrière maar een verbinding te laten vormen; o goed doorlopende voetgangersroutes naar scholen, wijkcentra en openbaar vervoerhaltes te creëren; o gezonde mobiliteit aantrekkelijk te maken door toegankelijk openbaar vervoer of andere mobiliteitsdiensten. de verblijfskwaliteit van de openbare ruimte behouden en verbeteren door: o zo veel mogelijk dit met andere ontwikkelingen te combineren;
o meer groen en water: dit verbetert niet alleen de uitstraling, maar zorgt ook voor meer schaduw, verkoeling bij warmte en berging van regenwater. Dat heeft een positief effect op de gezondheid en draagt bij aan de leefbaarheid van een wijk; o variatie in soort bomen en onderbeplanting. Meer variatie en afwisseling in boomsoorten beperkt de risico’s van ziektes. De biodiversiteit neemt tegelijk toe; o bij herontwikkeling of eventuele verdichting van het aantal woningen uit te gaan van kwaliteitsverbetering (invulling per locatie kan verschillen); o voldoende parkeergelegenheid, waarbij de beschikbare parkeergelegenheid efficiënt wordt benut en er voldoende ruimte overblijft voor groen en water; o het bevorderen van verdiept, half-verdiept en inpandig parkeren; o het faciliteren van voorzieningen vooral voor meerdere vormen van mobiliteit, zoals laadpalen, flexibele routebegeleiding en deelauto’s; vervuiling en/of overlast van water, bodem, lucht, geluid, geur en trilling en risico’s bij vervoer en gebruik van gevaarlijke stoffen voorkomen door minimaal te voldoen aan de wettelijke normen; de samenhang in het kenmerkende onderscheid in harde en zachte randzones verbeteren waardoor er meer verbinding tussen stedelijk en landelijk gebied ontstaat. Het moet uitnodigen tot recreatief medegebruik van het buitengebied.
Deze aspecten werken we per wijk in de wijkprofielen nader uit. Uitbreiding van en ruimte voor nieuwe woongebieden Om in de actuele en toekomstige vraag naar woningen te voorzien is naast aanpassing van de bestaande woningvoorraad ook een uitbreiding van de huidige woningvoorraad nodig. Voor deze Omgevingsvisie is daarom een locatieverkenning uitgevoerd waarbij potentiële uitbreidingslocaties zijn onderzocht op diverse ruimtelijke en aspecten. Zie hiervoor het hoofdstuk ‘Strategische ontwikkellocaties’.
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 23
4.2 GEBIEDSVISIE BUITENGEBIED Ons buitengebied kent een sterke verwevenheid van functies, namelijk land- en tuinbouw, veeteelt, wonen, natuur, landschap, waterbeheer, recreatie en toerisme. In toenemende mate vragen ook energieopwekking en klimaatadaptatie om een plek in ons buitengebied. Mede vanwege de verwevenheid vinden we een duurzame ontwikkeling van al deze functies belangrijk. Geen afwenteling van milieuproblemen en een goede balans tussen natuur en milieu, economie en de mens. Een duurzaam buitengebied: goede balans tussen de mens, de leefomgeving en de economie De land- en tuinbouw en veeteelt zijn nog steeds de grootste ruimtegebruiker van het buitengebied en van relevant economisch belang voor de vitaliteit er van. Een vitale agrarische sector is belangrijk voor een leefbaar buitengebied, goede economische dragers moeten aan de basis liggen. Het is ook belangrijk om de diversiteit van de agrarische structuur te behouden. Een juiste balans tussen het bedrijfsbelang van de individuele ondernemer, de omgeving en het belang van een vitaal en gezond functionerend buitengebied draagt bij aan een duurzame ontwikkeling van het buitengebied. Het gaat om een evenwichtige benadering tussen de mens, de leefomgeving en de economie.
Met alle betrokken partners moeten we op zoek naar een nieuw evenwicht tussen het beschermen van een veilige, gezonde, natuurrijke en rustige leefomgeving en het optimaal benutten en ontwikkelen van het buitengebied voor verschillende functies. Dit vraagt van allen aanpassing en een andere manier van denken over onder andere voedselproductie, bodembeheer, waterbeheer, maar ook vormen van recreatie en landschaps- en natuurbeheer. Waar nodig scheiden we de verschillende functies, waar mogelijk zetten we in op verweven. We houden rekening met de specifieke kenmerken van de waarden van ons landschap. Behoud en versterken van de landschappelijke identiteit en verscheidenheid Het buitengebied van Etten-Leur is onder te verdelen in vier deelgebieden met eigen kenmerken en verscheidenheid: het noordelijk open kleigebied met veelal melkveehouderijen en akkerbouw als agrarisch grondgebruik;
het overgangsgebied zand-klei met diverse natuurgebieden; het centraal zandgebied met (beperkt intensieve) veehouderijen, vollegrondstuinbouw en glastuinbouw als agrarisch grondgebruik; en het zuidelijk zandgebied met afwisselend agrarisch gebruik en bos- en natuurgebieden. De diverse vaarten, zandruggen (donken), heideontginningsgebieden en groenstructuren maken het geheel compleet. Zij zijn cultuurhistorisch, archeologisch en aardkundig van waarde. Op de zandruggen zijn diverse monumentale boerderijen aanwezig. We moeten de basiskwaliteiten van het Etten-Leurse landschap beschermen. Daarom continueren we bestaand beleid ten aanzien van bescherming en ontwikkeling van landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden. Dit kunnen gebieden zijn, maar ook solitaire (lijn) elementen zoals bomenrijen, zandpaden, dreven, vaarten en sloten. Ontwikkelingen zijn alleen aanvaardbaar als zij geen afbreuk doen aan de basiskwaliteiten. Via meerwaardecreatie (regels voor kwaliteitsverbetering landschap en landschappelijke inpassing) dienen de kwaliteiten van het landschap en de natuur te worden versterkt. Voor de afweging van de meerwaarde kijken we naar de landschaps- en natuurtypen en hoe deze kunnen worden versterkt.
Het gaat vooral om fysieke maatregelen op of in de directe omgeving van de locatie waar een ontwikkeling plaatsvindt, al dan niet in combinatie met een storting in een kwaliteitsfonds voor het buitengebied. Maar ook de middelen uit dat fonds dienen besteed te worden aan fysieke kwaliteitsverbetering van het landschap. Ook bijvoorbeeld maatregelen om het landschap en de natuur beter te kunnen beleven, vallen hier onder. Het is de bedoeling voor dat fonds een uitvoeringsprogramma kwaliteitsverbetering landschap op te stellen. Behalve uit ontwikkelingen die plaatsvinden in het buitengebied worden ter compensatie ook middelen ten behoeve van natuur en landschap gegenereerd uit stedelijke ontwikkelingen, dit via een vast percentage van de gronduitgifteprijs. Deze middelen worden ingezet om buitengebied dat verloren gaat door stedelijke ontwikkelingen, elders in het buitengebied te compenseren. Deze middelen worden onder andere ingezet voor de realisatie van ecologische verbindingszones.
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 24
Daarnaast stimuleren we actief landschapsbeheer door ondernemers en bewoners (agrarisch en particulier landschapsbeheer). We willen de (landschappelijke) kwaliteit versterken. Ook de relaties met het stedelijk gebied moeten worden versterkt, het buitengebied zou toegankelijker moeten zijn. Behoud en versterken van ecologische en waterstructuur en de biodiversiteit De soortenrijkdom van de ecologische structuur (bodem, water, flora en fauna) is de basis voor de functies die deze structuur kan vervullen. Door menselijk ingrijpen als gevolg van industriële ontwikkeling, de verstedelijking en intensivering van de landbouw is deze structuur, het ecosysteem, verstoord. Klimaatverandering versterkt de verstoring. We zetten in op behoud en versterken van landschapsen groenstructuren en willen de afname van de biodiversiteit stoppen en ombuigen in een opgaande lijn.
Dat doen we door: in te zetten op het afronden van het Natuurnetwerk Brabant; een ecologisch goed en in samenhang functionerend stelsel van onze beken en natuurgebieden te realiseren; samen te werken met natuurbeheerders, waterschap en bij voorkeur ook agrariërs en andere grondeigenaren aan het realiseren en in stand houden van de natuur-, water- en landschapsopgaven; natuur- en wateropgaven met elkaar te combineren, bijvoorbeeld door de te realiseren ecologische verbindingszones ook een functie te geven bij bestrijding van wateroverlast en het tegengaan van verdroging; ook buiten natuurgebieden een toename van biodiversiteit te stimuleren door onder andere natuurvriendelijke landbouw, agrarisch en particulier landschapsbeheer, bloemrijke bermen en andere vormen van bermbeheer; aandacht te hebben voor afwisseling in weg- en laanbeplanting en introductie van klimaat robuuste soorten; met educatie en voorlichting scholieren, inwoners en ondernemers bewust te maken van hun gedrag en de invloed op de natuur.
In Etten-Leur doen we dit bijvoorbeeld met: het natuurontwikkelingsproject Noordrand-Midden in het noordelijk buitengebied; het realiseren van ecologische verbindingszones tussen robuuste natuurgebieden zoals de Pannenhoef, het Liesbos, De Berk, Kelsdonk/Zwermlaken en de Haagse Dijk; kleinschalige maatregelen zoals agrarisch en particulier landschapsbeheer. Deze dragen allemaal bij aan een goed functionerend ecologisch stelsel en de biodiversiteit.
Het behouden en versterken van natuur en landschap kunnen we combineren met onze wateropgaven. We moeten beschikken over duurzame watersystemen met voldoende water en van goede kwaliteit. Daarnaast willen we wateroverlast voorkomen. Bij het treffen van maatregelen houden we rekening met het landschap en we maken waar mogelijk gebruik van bestaand of oorspronkelijk landschap. De uitdaging is om dezelfde gebieden in zowel natte perioden als ten behoeve van droge perioden te gebruiken voor het vasthouden van water. Denk aan aanleg van retentiegebieden en bescherming van natuurlijke overloopgebieden (beekdalen). Maatregelen in de vorm van de aanleg van (natte) ecologische verbindingszones langs vaarten zijn deels uitgevoerd of in voorbereiding. Het streven is om alle ecologische verbindingszones in 2027 gerealiseerd te hebben. Deze zones dragen ook bij aan een duurzaam watersysteem en een betere waterkwaliteit. Daarnaast is er de opgave om het grondgebied van Etten-Leur uit veiligheidsoverwegingen te beschermen tegen overstromingsgevaar. Maatregelen hiervoor zijn dijkverbetering en andere keermiddelen langs rivier de Mark. De dijk langs de Mark (de Zeedijk) is ook een te realiseren droge ecologische verbindingszone. Ook hier worden beide opgaven gecombineerd. De gevolgen van de klimaatverandering vragen wellicht om aanvullende maatregelen.
Het watersysteem moet klimaatbestendig en daarmee robuust zijn. De sponswerking van de bodem moet verbeterd worden, belangrijk daarvoor is het verhogen van het aandeel organische stof in de bodem. Agrariërs en natuurbeheerders hebben een gemeenschappelijk belang om de gevolgen van toenemende weersextremiteiten op te lossen. We denken mee met het waterschap, natuurbeheerders en grondeigenaren.
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 24
Het doel is tweeledig: enerzijds opvang van water bij piekbuien ter ontlasting van beken, beteelde agrarische gronden en stedelijk gebied; en anderzijds vasthouden van voldoende water voor landbouw, natuur en stedelijk gebied voor tijden van droogte. De uitdaging is om deze twee opgaven te combineren. Voor de hand ligt om de maatregelen te combineren met een klimaatbestendig beeklandschap en de natte ecologische verbindingszones. Het is in ieder geval nodig om de vaak van nature al aanwezige bergingsgebieden langs de Oude Turfvaart, Vossenbergsevaart, Brandse Vaart (zowel ten zuiden als ten noorden van de Rijksweg), Kibbelvaart, Lokkervaart/Heivaart (Midden Donk) en Laakse Vaart in stand te houden en zo nodig uit te breiden of extra berging aan te leggen. Daarbij zou ook een stuk van het turfvaartverleden terug zichtbaar gemaakt kunnen worden. Daarnaast kan ook specifieke inrichting van lagergelegen gebieden aan de orde zijn. De maatregelen dienen afgestemd te zijn op de functie van het gebied, bijvoorbeeld landbouw of natuur. Het gebied aan weerszijden van rivier de Mark blijft buitendijks gebied. Deze gebieden kunnen overstromen bij hoge piekafvoeren. De functies in het gebied zijn hier al op afgestemd. Een uitzondering hierop vormt het bedrijventerrein Zwartenberg, dat van oudsher daar aanwezig is. Ook het grondwaterpeil moet mede afgestemd zijn op de functie.
Soms moet een nieuwe balans worden gezocht om verdroging of wateroverlast te voorkomen. Dit in overleg met de gebruikers en het waterschap. Bij het beheer van de grondwaterstand onderscheiden we drie soorten gebieden, namelijk infiltratiegebieden, kwelgebieden en intermediaire gebieden: Infiltratiegebieden, waar het water goed in kan dringen, combineren we bij voorkeur niet met functies die een hoge grondwaterstand eisen, maar eerder met functies die bijdragen aan infiltratie van schoon regenwater voor aanvulling van het grondwater. De infiltratiegebieden bevinden zich maar op enkele plekken in onze gemeente. Deze gebieden zijn gevoelig voor verdroging en dat kan leiden tot droogteschade voor landbouw en natuur. In de lager gelegen kwelgebieden (beekdalen of overgang van zand naar klei) zien we liever geen functies die een lage grondwaterstand wensen.
Ontwatering past niet bij de eigenschap van het watersysteem daar. In de zogeheten intermediaire gebieden, het grootste deel van onze gemeente (centraal en zuidelijk zandgebied), zijn grondgebruiksvormen met matig diepe grondwaterstand en plaatselijke infiltratie mogelijk. Behoud en versterken van aardkundige, cultuurhistorische en archeologische waarden Cultuurhistorie bepaalt mede de identiteit van EttenLeur. Historische lijnen, zoals oorspronkelijke wegen, donken, dijken, beekdalen, historische gebieden, zoals heideontginningen en akkercomplexen en historische bebouwing, zoals molens, monumenten en de watertoren zijn hiervoor bepalend. In het buitengebied zijn verschillende waardevolle elementen en gebieden goed herkenbaar aanwezig in het landschap. Zo is een aantal donken nog goed herkenbaar, bijvoorbeeld de Midden Donk en de Hoge Bremberg. Aan deze wegen is onregelmatig verspreid bebouwing gelegen. Er is een duidelijke zichtrelatie met het omliggende gebied. Naast de genoemde donken zijn er verschillende historische structuren, die als herkenbare oude wegen met historische bestrating van gebakken klinkers door de gemeente lopen. Ook de voormalige turfvaarten vormen een kenmerkend element, bijvoorbeeld de Laakse Vaart en de Kibbelvaart.
Daarnaast vormen onder meer de Hillekens, de Westpolder, de Lage Donk en de Oostpolder aan de noordzijde van Etten-Leur een reeks van polders met afwisselend bouwland en grasland in strookvormige percelering. Opvallend hierin zijn de verspreide broekbosjes, met name bij De Leemblokken, Het Achtergat, Zwermlaken en Het Windgat. Dit zijn cultuurhistorische waardevolle gebieden. Dit geldt ook voor de heideontginningen in het zuiden, zoals Bellen, Lazerij en Locht en het beekdal van de Brandse Vaart, aan de oostzijde van de gemeente, kent ook een waardevolle percelering. In de noordoostelijke hoek van het poldergebied is het aardkundig waardevolle gebied ‘Strijpen, Zwermlaken, Weimeren’ gelegen. In dit unieke gebied, gelegen op de overgang van zand naar klei, is de oorspronkelijke perceelsstructuur nauwelijks veranderd. Daarnaast wordt het gebied door kwelwater gevoed, wat een bijzondere vegetatie met zich meebrengt.
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 25
Tenslotte zijn binnen de gemeente gebieden met verschillende archeologische trefkansen aanwezig. Het archeologische beleid ter bescherming hiervan wordt voortgezet. Bij de transformatie naar een ander grondgebruik zal bij relevante bodemingrepen onderzoek moeten plaatsvinden en de mogelijke informatie die dit oplevert kan een bron van inspiratie vormen voor de ontwikkeling van een gebied. Ontwikkelingen zijn alleen aanvaardbaar als zij geen onaanvaardbare afbreuk doen aan de aardkundige, cultuurhistorische en archeologische kwaliteiten in het buitengebied. Deze kwaliteiten moeten worden beschermd en waar mogelijk op een goed passende wijze worden meegenomen bij ontwikkelingen. Duurzame (voedselproductie) op basis van een circulaire of natuur inclusieve bedrijfsvoering Etten-Leur maakt deel uit van de agrarische topregio West-Brabant op het gebied van plantaardige producten, zaadveredeling en verwerking van landbouwproducten tot voedsel en andere goederen. Het is zoeken naar de balans tussen economisch perspectief voor de agrarische sector en de kwaliteit van de leefomgeving. We bieden ruimte aan innovaties die leiden tot een duurzame en rendabele landbouw.
Landbouw gebaseerd op duurzaamheid houdt rekening met het herstel van ecosystemen, verbetering van de kwaliteit van de bodem en het watersysteem, klimaatadaptie, milieu, dierenwelzijn, gezondheid en behoud en versterking van natuur en landschap. Dit in balans met economisch perspectief en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Geleidelijk groeien bestaande bedrijven toe naar een circulaire landbouw. Of zelfs naar natuurvriendelijke landbouw. De productie van plantaardige producten richt zich primair op de menselijke consumptie en het verbeteren van de kwaliteit. Dieren worden gevoed met door de agrariërs zelf geteeld voer, oogstresten en reststromen uit de voedingsindustrie. Bij circulaire landbouw hoort ook mest voor lokaal of regionaal gebruik. We geven ruimte aan innovaties gericht op het terugdringen van emissies van stikstof, ammoniak, fosfaat en overige (broeikasgas)stoffen die ten koste gaan van de leefomgeving en in het bijzonder natuurgebieden. We staan positief tegenover een agrarisch gebruik dat een bijdrage levert aan meer biodiversiteit, aandacht voor specifiek natuurbeheer of meer natuurvriendelijke vormen van landbouw.
De beschreven ontwikkelingen zijn in ieder geval tendensen waarmee we rekening moeten houden. Het is primair aan de ondernemers zelf om daarin een keuze te maken. Het is belangrijk om de diversiteit van de agrarische structuur te behouden. Ook samenwerking tussen bedrijven is denkbaar. Aandachtspunt is dat activiteiten moeten blijven passen in het buitengebied en niet ten koste mogen gaan van de leefomgeving. We beseffen dat de aanpassingen geleidelijk zullen plaatsvinden. Voorlopig blijven vanwege ontwikkelingen in de markt en de regelgeving, schaalvergroting en het vergroten van de effectiviteit nog doorgaan. Binnen randvoorwaarden van duurzaamheid is daar niets op tegen. Initiatieven tot uitbreiding of omschakeling worden getoetst aan hun bijdrage aan de uitgangspunten voor een duurzame landbouw en inpasbaarheid in de omgeving. Het huidige terughoudende beleid voor intensieve veehouderij en de toets aan de regels voor een zorgvuldige veehouderij dragen hieraan al bij. Als basiswaarden hanteren we de landelijke en provinciale richtlijnen en wetgeving. De vestiging van agrarische bedrijven op nieuwe locaties blijft in principe uitgesloten. De tuinbouwsector: bestendigen omvang glastuinbouw, meer ruimte voor teeltondersteunende voorzieningen De tuinbouwsector -een belangrijke sector in onze gemeente- groeit.
Deze sector heeft een aantal specifieke kenmerken die nader aandacht vergen. De diversiteit van teelten neemt toe. Juist in deze sector verwachten we de introductie van nieuwe teelten en teeltsystemen. De ontwikkelingen kunnen van relevante invloed zijn op het landschap. Dat is een belangrijk aandachtspunt. Voor de glastuinbouwsector geldt dat de hoofdlijn van het beleid hetzelfde blijft. Dat betekent dat we voor de glastuinbouwsector voor ogen hebben dat: er geen sprake is van grootschaligere en projectmatige glastuinbouw in nieuwe gebieden; doorgroei van de bestaande en de eventuele vestiging van nieuwe glastuinbouwbedrijven mogelijk is in de bestaande aangewezen gebieden, zo mogelijk geclusterd en in ieder geval onder de voorwaarde van een passende landschappelijke inpassing;
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 26
de voorwaarde van maximaal 8 ha glas per bedrijf wordt losgelaten. De maximale totale hoeveelheid potentieel glas in de glastuinbouwgebieden wordt niet groter, wel is dan betere benutting en indeling van de gebieden en bedrijven mogelijk, bijvoorbeeld door een betere situering van ondersteunende gebouwen, installaties en voorzieningen. Voor de vollegrondstuinbouw geldt vanuit de sector de wens/noodzaak tot verruiming van de mogelijkheden voor teeltondersteunende voorzieningen. Met name voor de teelt van zacht fruit (deze voorzieningen dragen bij aan het verbeteren van de kwaliteit en opbrengst van het product en ze leiden tot vermindering van de belasting van de bodem, gerichtere toediening en hergebruik van waterstromen, vermindering van gewasbeschermingsmiddelen vanwege gerichte toediening en betere arbeidsomstandigheden). Hiervoor is het nodig dat er voorwaarden gelden voor: landschappelijke inpassing van (in ieder geval) de zogenoemde permanente teeltondersteunende voorzieningen vanwege de impact op het landschap, afgestemd op de aard en impact van de voorziening; bescherming van de waterhuishouding van het gebied, vooral bij toevoeging van verhard oppervlak. We gaan in overleg met de betrokken partners hoe eventuele verruiming kan worden gekoppeld aan voorwaarden voor landschappelijke inpassing.
Het waterschap ziet erop toe dat een goede waterhuishouding gewaarborgd blijft. Duurzaam toekomstperspectief op basis van verbreding of andere activiteiten Ruimte voor verbrede landbouw en nevenactiviteiten De veranderingen in de agrarische sector vinden geleidelijk plaats. Voorlopig zal schaalvergroting nog doorgaan. Niet alle ondernemers kunnen of willen de slag naar schaalvergroting maken. Sommigen kiezen voor verbreding van hun activiteiten. Zij richten zich bijvoorbeeld op verkoop van streekproducten, zorgactiviteiten, natuur- en landschapsbeheer en/of een niet-agrarische nevenactiviteit. Anderen kiezen voor omschakeling. Er is ruimte voor nevenactiviteiten, passend in de omgeving: als een nieuwe functie als hoofdfunctie toelaatbaar wordt geacht, is deze ook als nevenactiviteit aanvaardbaar;
maatwerk is belangrijk om de kwaliteit van onze leefomgeving te behouden en versterken, kwaliteitsverbetering van het landschap, waaronder ook natuur, is belangrijk; voor bepaalde activiteiten overwegen we de koppeling los te laten tussen het ondernemerschap van de hoofdactiviteit en de nevenactiviteit. Dat wil zeggen dat degene die de nevenactiviteit uitoefent, niet langer dezelfde persoon (of diens partner) hoeft te zijn als die ter plaatse de hoofdactiviteit uitoefent. Bijvoorbeeld op het gebied van zorg. Wel moet er dan een relatie zijn tussen de hoofd- en nevenactiviteit en bij voorkeur draagt de activiteit bij aan de levensvatbaarheid van de onderneming. Verruimen mogelijkheden hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing De verwachting is dat ook de komende jaren agrarische bedrijven stoppen. Veelal gaan de gronden over naar andere agrarische bedrijven. De huiskavel met woning en bedrijfsgebouwen komt vrij. Omzetten naar burgerwoning met een passende oppervlakte aan bijgebouwen is een mogelijkheid. Maar ook andere passende functies zijn denkbaar.
We staan open voor initiatieven die leiden tot een meerwaarde voor de directe omgeving en/of het buitengebied in het algemeen of initiatieven die bijdragen aan het versterken van de landschappelijke kwaliteit en/of leiden tot sociale innovatie: het toelaten van qua aard en omvang passende functies kan verloedering tegengaan en behoud van een bijzonder object of van omgevingskwaliteiten betekenen. Dat geldt in het bijzonder voor cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Ruimere herbenuttingsmogelijkheden van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing kunnen de renovatie en instandhouding daarvan bevorderen; nieuwe functies en activiteiten mogen niet de functie van de reguliere werklocaties (bedrijventerreinen en woon-/werkgebieden) overnemen; bij sloop van relevante oppervlaktes voormalige (veelal agrarische) bedrijfsbebouwing zijn nieuwe woningen mogelijk op passende locaties. Daarbij gaat het om incidentele toevoeging van woningen in bebouwingsconcentraties- en kernrandzones. Er moet in
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 27
onze eigen gemeente sprake zijn van een ruimtelijke kwaliteitswinst; we verkennen de mogelijkheden voor passende recreatieve invullingen of het hergebruik van voormalige agrarische objecten voor gemeenschappelijke woonvormen of ontmoetingsplekken en zorg voor bewoners. Vanwege de verwachte vergrijzing is hulp en ondersteuning in de directe omgeving belangrijk voor de leefbaarheid. Nabuurschap zien bewoners als een van de basiswaarden. In alle gevallen gaat het om een maatwerkafweging, waarbij onder andere aspecten spelen als aard, omvang, intensiteit en ruimtelijke uitstraling van de activiteit, aard van de omgeving, relatie met het buitengebied, ruimtelijke en/of milieuhygiënische kwaliteitsslag. Een en ander vergt een gedegen afweging die steeds vooraf dient plaats te vinden. Uitgangspunten blijven dat de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen agrarische bedrijven niet mogen worden beperkt en dat een reële herinvulling met een agrarische functie op een vrijkomende agrarische locatie niet meer voor de hand ligt. Ook behoud van het karakter van het buitengebied is een belangrijk aandachtspunt, evenals kwaliteitsverbetering van het landschap, waaronder ook natuur. Met het toestaan van nieuwe, passende functies wordt ook leegstand voorkomen en daarmee de kans op vestiging van ondermijnende criminaliteit verkleind.
Ook sloop van overtollige, voormalige agrarische bebouwing is daarbij van belang. Wonen blijft een belangrijke functie in het buitengebied In het buitengebied van Etten-Leur bevinden zich veel burgerwoningen, meestal voormalige agrarische bedrijfswoningen. Die woonfunctie blijft belangrijk in ons buitengebied, naast bijvoorbeeld de agrarische activiteiten en functies als natuur, landschap en recreatie. Voor wat betreft wonen in het buitengebied willen we de mogelijkheden verkennen voor gemeenschappelijke of andere bijzondere woonvormen, al dan niet met een vorm van zorg. Nieuwe woonfuncties moeten passen in de omgeving en bijdragen aan een verbetering van de omgevingskwaliteit. We kennen in het buitengebied ook een vorm van tijdelijk wonen. Het is in het buitengebied onder voorwaarden toegestaan om seizoenarbeiders te
huisvesten ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering. De mogelijkheden zijn recent wat verruimd: de strikte koppeling tussen de huisvestingslocatie en de locatie waar de werkzaamheden worden verricht, is losgelaten; het moet wel gaan om de huisvesting van seizoenarbeiders ten behoeve van het eigen agrarisch bedrijf (en op een eigen bedrijfslocatie); per locatie wordt beoordeeld of en tot welke omvang huisvesting van eigen seizoenarbeiders inpasbaar is in de omgeving. Behoud en versterken van extensieve recreatie en kleinschalige voorzieningen Het buitengebied heeft ook een belangrijke functie voor extensieve vormen van recreatie zoals wandelen, fietsen, paardrijden en varen. Voor wandelen en fietsen is een netwerk van routes beschikbaar en verspreid treffen we ondersteunende voorzieningen aan. Maar ook hardlopers, wielrenners en mountainbikers maken gebruik van het buitengebied en delen dit netwerk. Het in stand houden en uitbreiden van de mogelijkheden is niet alleen van belang voor de vrijetijdsbesteding van de eigen inwoners en hun gezondheid. Het is ook belangrijk voor de bevordering van het toerisme en de recreatie in zijn algemeenheid. Kijken we naar extra voorzieningen, dan willen we ruimte bieden aan nieuwe kleinschalige voorzieningen die de netwerken versterken en functies die aanvullend zijn.
Bijvoorbeeld kleinschalige horeca (zoals een theetuin), maïsdoolhof, midgetgolf, een speelboerderij, bed & breakfast, boerderij-appartementen, mits inpasbaar in de omgeving en niet al te zeer verkeer aantrekkend. Recreatief (mede)gebruik en kleinschalige voorzieningen moeten passend zijn en mogen geen afbreuk doen aan de waarden van het gebied. Ook een goede afstemming met onder andere het landbouwverkeer en waar nodig een passende infrastructuur vormen aandachtspunten. Grootschalige voorzieningen in vorm van vakantie- en recreatieparken blijven uitgesloten. De Westpolderplas met jachthaven vormt een bijzondere plek. De ligging aan de rand van het stedelijk gebied nodigt uit tot combinatie met andere activiteiten. Het is behalve een jachthaven en zwemplas een knooppunt voor de wandelaar,
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 28
recreatieve fietser en de kanovaart. Uitbreiding van het aanbod is denkbaar maar moet wel passend zijn in de omgeving en de omgevingskwaliteit verbeteren. Schone energieopwekking en de draagkracht van en inpasbaarheid in het landschap Duurzame en hernieuwbare energie zullen ook in het buitengebied leiden tot nieuwe initiatieven om de ‘energieoogst’ te verbeteren. Die initiatieven hebben invloed op de kwaliteit van het buitengebied. De opwek van duurzame elektriciteit via grootschalige installaties voor windenergie is tot 2030 vooral een regionale opgave. Etten-Leur levert daaraan nu al een relevante bijdrage met drie windmolenparken in het grootschaligere kleigebied aan de noordzijde van de gemeente. Dat gebied wordt voor onze gemeente het meest passend geacht voor windenergie. Opschaling van de capaciteit, in vakjargon ‘repowering’ (meer vermogen per windturbine), kan aan de orde zijn om de energieoogst te vergroten. De eerste capaciteitsopschaling heeft al plaatsgevonden (langs de Groene Dijk). Voor nieuwe windturbines in Etten-Leur geldt het volgende: de maximale tiphoogte van een windturbine bedraagt 200 meter; de afstand tussen een windturbine en woningen is voldoende om aan alle relevante wettelijke normen en algemeen aanvaarde richtlijnen te voldoen. Nieuwe windparken bij de bestaande parken zijn niet wenselijk.
Andere gebieden in Etten-Leur dan het noordelijk kleigebied vinden we niet geschikt voor windturbineopstellingen vanwege het meer besloten karakter van het landschap en de aanwezigheid van veel woningen. Voor de opwek van elektriciteit is het aandeel windenergie medebepalend voor de hoeveelheid zonne-energie die nodig is. Voor Etten-Leur denken we daarbij van binnen naar buiten: eerst kijken naar de bebouwde omgeving, daarna pas naar het buitengebied. Voor zonne-energie richten we onze aandacht op: het zo veel mogelijk benutten van daken van gebouwen (in stedelijk gebied, bedrijventerreinen en buitengebied); de geluidwal langs de Rijksweg;
de voormalige Bollendonkseweg.
stortplaats
aan
de
Zonnevelden op agrarische gronden vinden we niet wenselijk. Ook niet in het noordelijk buitengebied van Etten-Leur bij de bestaande windparken om zo het elektriciteitsnet efficiënter te benutten en een energielandschap te creëren. Het noordelijk kleigebied van Etten-Leur is een belangrijk primair agrarisch gebied. Vrijwel alleen daar kan in Etten-Leur nog grootschalige landbouw in de vorm van grondgebonden veehouderij en akkerbouw uitgeoefend worden. Zonnevelden zouden de primair agrarische mogelijkheden daar tenietdoen. Datzelfde geldt voor het centraal zandgebied waar zich behalve veehouderijen vooral vollegrondstuinbouw en glastuinbouw bevinden. Agrarische gronden willen we zoveel mogelijk beschikbaar houden voor voedselproductie. Bovendien vormen landschaps- en natuurkwaliteiten een belemmering: de openheid van het noordelijk kleigebied, de natuurgebieden in het overgangsgebied zand-klei, de beekdalen en de landschappelijke kleinschaligheid en bos- en natuurgebieden van het zuidelijk zandgebied. Ook kunnen cultuurhistorische argumenten aan de orde zijn. Pas als dat vanuit het oogpunt van de energietransitie en in het bijzonder de Regionale Energiestrategie noodzakelijk is, willen we andere mogelijkheden overwegen en eventueel ook meer naar het buitengebied kijken.
Kleinschalige toepassingen, bijvoorbeeld op het erf, of bij gebleken noodzaak zonthermie nabij de kern voor warmteopwekking, sluiten we niet op voorhand uit. Dat is maatwerk van geval tot geval. Bij bio-vergisting als energievoorziening willen we het naar de huidige inzichten laten bij het daarvoor gebruiken van mest afkomstig van alleen het eigen bedrijf. Het is niet de bedoeling dat er bedrijfsvoeringen ontstaan waarbij ook mest van andere bedrijven wordt aangevoerd. De omvang van dergelijke bedrijfsvoeringen past niet in ons buitengebied, betekent een aantasting van de gebiedswaarden en leidt tot de nodige verkeersbewegingen in verband met aan- en afvoer. Het wegennet in het buitengebied is daar niet op afgestemd en daarom vinden we een dergelijke activiteit meer passend op een industrieterrein. Bij een duurzame landbouw hoort een zo veel mogelijk energieneutrale bedrijfsvoering. De daken van bedrijfsopstallen bieden volop ruimte voor elektriciteitsopwekking via zonnepanelen.
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 29
Ook innovatieve ontwikkelingen als geïntegreerd onderdeel of als doorzichtige overkappingen van teeltonder- steunende voorzieningen zijn onder voorwaarden denkbaar. Ter vervanging van aardgas als brandstof zijn er verschillende opties, bijvoorbeeld temperatuurwarmte uit geothermie, warmtepompen, vergisting, biobrandstoffen of waterstof. De uiteindelijke oplossing hangt samen met de ontwikkelingen en uiteindelijke mogelijkheden op dit vlak.
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 30
4.3 GEBIEDSVISIE CENTRUMGEBIED Het centrumgebied van EttenLeur is één van de belangrijkste plekken van ontmoeting. Winkels, horeca, maatschappelijke voorzieningen, toerisme en recreatie komen in dit gebied bijeen. Deze voorzieningen zijn vooral op de begane grond gevestigd. Op de verdieping zijn vaak woningen. Daarmee heeft het centrum ook een woonfunctie. We willen dat het centrum een aantrekkelijke plek voor ontmoeting blijft. Niet alleen voor de eigen inwoners, maar ook voor inwoners van buurgemeenten, toeristen, ondernemers en andere in het centrum gevestigde partijen. Online winkelen, de concurrentie van groter steden en veranderende wensen van het winkelend publiek vragen om een passend antwoord en aanpassingen. De leefbaarheid in het centrumgebied vormt een ander aandachtspunt. Centrumgebied: bundeling van voorzieningen De winkels in het centrum van Etten-Leur vormen het hoofdwinkelcentrum. Inwoners vinden daar een compleet aanbod aan winkels. Zij doen hier frequent en gericht aankopen. En waarderen het sterke aanbod aan dagelijkse producten. Aan de randen van het winkelgebied vind je het stadskantoor, een plein met horeca, een bioscoop, cultureel centrum en het zwembad. De historische linten Markt, Bisschopsmolenstraat en Oude Bredaseweg zijn uitlopers van het centrumgebied. Van oudsher hadden deze straten een gecombineerde woon-, winkel- en verblijfsfunctie.
Deze functie tref je nog steeds aan in het noordelijk deel van de Bisschopsmolenstraat. Juist hier vind je de lokale winkelier. De winkelfunctie aan de Markt en de Oude Bredaseweg is sterk afgenomen. Het accent ligt steeds meer op wonen en rondom de Moeierboom op (avond) horeca en toerisme. De Vincent van Gogh-kerk als toeristische trekker en jaarlijkse grotere en kleinere evenementen zorgen voor levendigheid en diversiteit. Samen met het Oderkerkpark, diverse ontmoetingscentra en het station op loopafstand maakt dat het centrumgebied bovenal een plek voor ontmoeting. Een plek waar inwoners van Etten-Leur maar ook inwoners van buurgemeenten regelmatig gebruik van maken.
Van winkelen naar beleving Het gedrag van de consument verandert. Hij maakt gebruik van internet of kiest voor de grote stad. Deze trends leiden tot afname van het aanbod in mode en niet dagelijkse winkels zoals een boekwinkel. Lokale ondernemers merken dit aan het aantal bezoekers en hun verblijfsduur. Beide lopen terug. Verandering is nodig om vaste (lokale) bezoekers te blijven binden en nieuwe bezoekers (van buiten) aan te trekken. Hiervoor is beleving belangrijk. De bezoeker is op zoek naar een onderscheidend en gevarieerd aanbod, gastvrijheid, persoonlijke aandacht en ontspanning. Bij een vitaal hoofdwinkelcentrum hoort een goed supermarktaanbod. Dit aanbod vervult een publiek aantrekkende rol. Het huidige aanbod volstaat. Uitbreiding is alleen aan de orde als er sprake is van toegevoegde waarde en het de structuur van een compact winkelgebied versterkt. Op termijn neemt het aantal winkels af, maar het resterend aanbod sluit beter aan bij de wens van de inwoners. Een deel van de winkels is vervangen door een mix van horeca, gezondheidszorg (zoals fitnesscentra), entertainment, (gedeelde) kantoorruimten en vrijetijdsbesteding. Op die manier blijft het hoofdwinkelcentrum dé gezellige ‘centrale huiskamer’ voor iedereen. Belangrijk is om hun wensen te volgen en daarop actueel in te spelen. Ondernemers en vastgoedeigenaren staan hiervoor aan de lat.
Zij ontplooien samen steeds weer nieuwe initiatieven. Gemeentelijke regels mogen hiervoor geen belemmering vormen. Herontwikkeling as station – centrum De Anna van Berchemlaan vormt de as tussen het station en het centrum en vormt één van de entrees van Etten-Leur. We versterken het groene karakter van deze entree. Er ontstaat een mix van verplaatsen en verblijven. Het gebied rondom het station wordt steeds belangrijker als knooppunt voor openbaar vervoer. Passende voorzieningen ondersteunen deze functie. Met de verplaatsing van het cultureel centrum ‘De Nobelaer’ en de herontwikkeling van verouderde (kantoor)panden neemt het aantal woningen in de stad toe. Een invulling met gestapelde bebouwing past bij de ligging aan de as. Wel houden we rekening met ruimte voor groen, waterberging en natuurvriendelijk bouwen. Ook het gebied tussen Wipakker en Lambertusstraat
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 31
krijgt op termijn steeds meer een woonfunctie waarbij ruimte is voor een combinatie met zorg. Binnen de as station-centrum vormt het Oderkerkpark een blijvende groene plek voor ontmoeting, passende activiteiten en evenementen. We bieden ruimte om de verblijfsfunctie van het park te versterken. Deze groene long brengt de natuur in het centrumgebied. Een leefbaar centrum Behalve een ontmoetingsfunctie heeft het centrumgebied van Etten-Leur een woonfunctie. In de toekomst zal de woonfunctie toenemen. We willen de bewoners een passend woon- en leefklimaat bieden. De randvoorwaarden kunnen niet gelijk zijn als voor een woongebied gezien de dynamiek aan functies. De bebouwingsdichtheid en de hoeveelheid verharding in het centrumgebied is relatief hoog. Tijdens warme periodes is daardoor de temperatuur hoger wat de leefbaarheid nadelig beïnvloedt. Meer groen in de openbare ruimte, maar ook op privéterreinen is nodig om de nadelen te beperken. Bij nieuwe ontwikkelingen of herinrichting van nemen we dit als uitgangspunt mee. Meer groen zorgt voor meer schaduw, verkoeling bij warmte, berging van regenwater en meer natuur. De hoogbouw biedt kansen voor het plaatsen van zonnepanelen en luchtwarmtepompen. Daarentegen is het energieneutraal maken van panden langs de historische linten niet eenvoudig. Daar ligt een uitdaging.
Een goed bereikbaar centrum We willen dat het centrum de ‘centrale huiskamer’ is van onze gemeente. Dit vraagt ook om goede bereikbaarheid en een aantrekkelijke, schone en veilige (semi)openbare ruimte zonder beperkingen voor de bezoekers. Voor elke bezoeker, te voet, te fiets, met het openbaar vervoer of met de auto is het centrum goed bereikbaar. Uniek is de ondergrondse parkeergarage met grote capaciteit (1000 parkeerplaatsen). Een bezoek, bij voorkeur met de fiets en openbaar vervoer, kan worden bevorderd door veilige langzaam verkeerroutes en stallingsvoorzieningen. We verbeteren de verblijfskwaliteit van de openbare ruimte. Dat doen we zo veel mogelijk in combinatie met andere ontwikkelingen.
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 32
4.4 GEBIEDSVISIE WERKGEBIEDEN In Etten-Leur werken ruim 10.000 personen op specifieke werkgebieden (48% van de werkgelegenheid). Deze werkgebieden zijn niet alleen belangrijk voor de lokale en regionale economie, maar ook in sociaaleconomisch opzicht. Zij stellen mensen in staat om met hun arbeid en inzet een bijdrage te leveren aan de samenleving. Nieuwe producten en nieuwe werkprocessen zijn van invloed op de aard van het werk. Bedrijven verdwijnen, nieuwe bedrijven vestigen zich. Zo neemt het aantal ondernemers in Etten-Leur in de logistiek, groothandel, zakelijke dienstverlening en ICT verder toe. Tegelijk blijft de maakindustrie een belangrijke sector. Ondernemers die zich willen vestigen of hun bedrijf willen verplaatsen zijn aangewezen op de bestaande werkgebieden. De eisen aan huisvesting en omgeving veranderen. Door hierop tijdig en alert in te spelen, zijn leegstand, verpaupering en criminaliteit te voorkomen. Geleidelijk veranderen gebruik en inrichting van sommige werkgebieden daardoor. De energietransitie, de ontwikkeling naar een circulaire economie en klimaatmaatregelen zijn ook van invloed. Zowel binnen de werkgebieden als in de directe omgeving wordt de leefbaarheid steeds belangrijker. Etten-Leur kiest ervoor om samen met ondernemers en grondeigenaren bestaande werkgebieden toekomstbestendig te maken. Eventuele uitbreiding blijft beperkt tot restgebieden.
Op regionale schaal is er voldoende aanbod. Etten-Leur: vier werkgebieden met een eigen karakter In Etten-Leur zijn er vier werkgebieden te onderscheiden met eigen herkenbare economische betekenis, dynamiek en invloed op de leefomgeving: Vosdonk; Attelaken; Zwartenberg; Oostpoort-Trivium. Ruimte bieden voor vernieuwing Bedrijven veranderen, zij ontwikkelen nieuwe activiteiten en boren nieuwe markten aan. Automatisering en digitalisering zetten door. De productie verandert van aanbod- naar vraaggericht.
Behalve productvernieuwing is er vernieuwing in de productieprocessen. Om adequaat op deze vernieuwingen in te spelen zijn flexibele gebouwen, gedeelde onderzoeksen productieruimten, ontmoetingsruimtes en experimenteerplekken nodig. Vernieuwing vraagt dus om een flexibel omgevingsbeleid. Etten-Leur wil ruimte bieden aan ondernemers om hun bedrijfsvoering aan te passen aan ruimtelijke, technische en maatschappelijke ontwikkelingen. Zowel bestaande als nieuwe bedrijven kunnen hiervan gebruik maken. Uitgangspunt is dat vernieuwing (product en/of productieproces) bijdraagt aan een goede werk- én leefomgeving; niet alleen binnen de werklocatie maar ook daarbuiten. Bestaande werkgebieden toekomstbestendig maken De veranderende huisvestingseisen en wensen van ondernemers hebben effect op de inrichting van de openbare ruimte. Bedrijven zijn eerder bereid tot vestigen of investeren in bestaand vastgoed als de vestigingsplaats aantrekkelijk is en de kwaliteit en bereikbaarheid goed is. Zij hechten ook steeds meer waarde aan een gezonde passende werkomgeving met ruimte voor ontmoeting en ontspanning voor hun werknemers (het nieuwe werken). Een toekomstbestendige werklocatie beschikt over een optimale infrastructuur voor zowel transport van personen als goederen.