CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3a. Toelichting bestemmingsplan Midden Donk 2

Raad debatteert 4 maart 2024, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Midden Donk 220.564 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

De vleermuis leeft in bomen en/of in gebouwen. Verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen worden gevonden in spouwmuren, maar ook achter betimmering en daklijsten en zijn dus moeilijk op te sporen. Op de planlocatie worden geen bomen gekapt of bebouwing gesloopt welke bijvoorbeeld spouwmuren bevatten. De twee bijbehorende bouwwerken (afhang en overkapping) welke gesloopt gaan worden, zijn in hun huidige staat erg onaantrekkelijk voor de bewoning van vleermuizen of andere beschermde soorten. Er is in de bouwwerken sprake van relatief veel tocht en vocht ten opzichte van andere bouwwerken op de planlocatie, wat voor een vleermuis geen aangenaam verblijfsklimaat is. Teven zijn de daken bekleed met onder andere golfplaten en niet voorzien van isolatie. Golfplaten zijn onvoldoende isolerend om de beschermde soorten te beschermen tegen temperatuurextremen en daardoor ongeschikt om onder te verblijven. Daarnaast ontbreken er spouwruimten waarin of waaronder verblijf kan worden gevonden. De te slopen bouwwerken zijn momenteel dan ook zeer onaantrekkelijk voor vleermuizen en andere beschermde soorten om te huisvesten. Echter vinden er aan de Vlaamse schuur in de toekomst diverse renovatiewerken plaats. Ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning zal door het bevoegd gezag bepaald worden of voor deze werkzaamheden een ecologisch onderzoek noodzakelijk is.

Een ecologische quickscan betreft een moment opname. Het is daarom gewenst een eventuele quickscan uit te voeren net voor de start van de verbouwwerkzaamheden. Verder geldt er altijd een algemene zorgplicht voor beschermde en onbeschermde dier en plantensoorten. 5.9

Externe Veiligheid

5.9.1

Algemeen

Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s voor personen ten gevolge van het gebruik van de infrastructuur of het uitvoeren van activiteiten, waarbij het met name gaat om de gevaren die de directe omgeving loopt, als er iets misgaat bij de productie, de behandeling en/of het vervoer van gevaarlijke stoffen. 5.9.2

Toetsingskader

Een risico-inventarisatie externe veiligheid betreft alle risicobronnen die invloed hebben of kunnen hebben op het groepsrisico, zoals Bevi-inrichtingen, transportleidingen en autowegen die gebruikt worden voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. In een verantwoording groepsrisico wordt door het bevoegd gezag (De Gemeenteraad) de aanwezige risicobronnen beschouwd en verantwoord. 5.9.3

Beoordeling externe veiligheid

Figuur 14: Risicokaart

Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023

Pagina 41 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is gericht aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen. Het Bevi is van toepassing op vergunning plichtige risicovolle bedrijven en de nabijgelegen al dan niet geprojecteerde (beperkt) kwetsbare objecten. Voor de toepassing van het Bevi, wordt een nieuw ruimtelijk besluit gezien als een nieuwe situatie. Op basis van de uitgevoerde risico-inventarisatie blijkt dat de locatie Midden Donk 2 niet in een invloed gebied (200 meter) ligt van een Bevi-bedrijf, waardoor het Bevi niet relevant is en er geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik binnen het plangebied. Transportleidingen Wanneer sprake is van relevante buisleidingen in een gebied, dient er een ruimtelijke reservering opgenomen te worden in het bestemmingsplan voor het plaatsgebonden risico (PR) en een verantwoording van het groepsrisico (G R). Binnen de PR 10-6 risicocontour mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn en zo mogelijk ook geen beperkt kwetsbare objecten. Het invloed gebied reikt bij brandbare vloeistoffen tot net buiten de 10- 6 contour, voor leidingen met aardgas en chemicaliën moet dat per geval bekeken worden.

De voor onderhoud gereserveerde ruimte bedraagt minimaal 5 meter aan beide zijden van de leiding. Uit de risicokaart van de provincie blijkt dat er geen risicorelevante buisleidingen in de directe omgeving van de planlocatie aanwezig zijn. Op basis van de uitgevoerde risico-inventarisatie blijkt dat de planlocatie niet in een invloed gebied (200 meter) ligt van een buisleiding, waardoor het Bevb niet relevant is en er geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik binnen het plangebied. De dichtstbijzijnde buisleiding (Z-52037) van de Gasunie is gelegen op circa 780 meter. Transportassen Beoordeling van de risico’s veroorzaakt door het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor, het water en de weg dient plaats te vinden aan de hand van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen langs transportassen die deel uitmaken van het Basisnet Weg, Water en/of Spoor kan de berekening van het plaatsgebonden risico achterwege blijven. Hiervoor gelden namelijk de afstanden die in bijlage 2, 3 en 4 van het Bevt zijn opgenomen. Op deze afstanden mag het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen niet meer bedragen dan 10-6 per jaar.

Voor het Basisnet Weg geldt dat daar waar in de tabel van bijlage 2 van het Bevt de afstand ‘0’ is vermeld het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer op het midden van de weg niet meer mag bedragen dan 10-6 per jaar. Het plangebied is gelegen binnen het invloed gebied van toxische scenario’s op de Spoorlijn Roosendaal – Breda (790 meter) en de A58 (1,6 kilometer). De Spoorlijn Roosendaal – Breda en de A58 vallen onder het Bevt (Besluit Externe Veiligheid transportroutes). In het externe veiligheidsbeleid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). De A58 is een transportroute voor gevaarlijke stoffen op circa 1,6 kilometer afstand van het plangebied. Volgens de referentieaantallen conform de website van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, vinden transporten plaats in de categorie GT4 (zeer toxische gassen), hetgeen een stofgroep is die een invloed gebied heeft van > 4km. Voor het spoortraject tussen Roosendaal en Etten-Leur, geldt dat deze circa 790 meter van het plangebied is gelegen en hierover transport plaatsvindt van de stofcategorieën ‘B3’ en ‘D4’ met beide een invloed gebied van > 4km. Om die reden dient op basis van artikel 7 van het Bevt ingegaan te worden op de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. De ontsluitingen van het plangebied verlopen via de Midden Donk en Hoevenseweg.

Er is dus sprake van ontsluitingen die het vluchten vanaf de risicobronnen (A58 en spoorlijn) mogelijk maken. Ook de bereikbaarheid door de hulpdiensten is daarom goed. Het bestemmingsplan voorziet in het behouden van de voormalige bedrijfswoning en het toevoegen van een woning in de bestaande Vlaamse Schuur. Er is geen sprake van bijzondere kwetsbare objecten. De zelfredzaamheid van de toekomstige bewoners is goed. Men hoeft uitsluitend rekening te houden met toxische scenario’s. Veiligheidsvoorschriften bij toxische scenario’s zijn opgenomen in het standaard advies van de veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Een standaard advies van de veiligheidsregio Midden- en West-Brabant is een afdoende verantwoording van de

Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023

Pagina 42 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

veiligheidsrisico’s. Dit standaardadvies is als bijlage 3 aan de toelichting. Het aspect transport en externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling op de planlocatie. 5.9.4

Brandveiligheid

Door de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant wordt tevens een advies uitgebracht op gebied van brandveiligheid. Het volledige advies wordt als bijlage toegevoegd aan onderhavig bestemmingsplan. Advies bereikbaarheid, bluswatervoorziening en opkomsttijd brandweer De opkomsttijd voor deze locatie bedraagt 8.40 minuut; binnen de zorgnorm voor een woonfunctie. De planlocatie is vanuit vier richtingen goed bereikbaar. Binnen een straal van 200 meter zijn voldoende brandkranen aanwezig. 5.10

Toetsing besluit milieueffectrapportage

Per 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Deze wijziging geldt voor alle aanvragen na 16 mei 2017, omdat er een directe werking van het Europese recht geldt. Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent plannen en projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt geldt voor plannen, waaronder partiële herzieningen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: ▪ Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden; ▪ Plannen die kader stellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten. Ten aanzien van het eerste criterium inzake een mogelijke MER-plicht, geldt dat er in de beoogde situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden, hier wordt verder op in gegaan in paragraaf 5.8.2. van deze toelichting.

Een plan is kader stellend voor een toekomstig m.e.r.- (beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. Categorie D11.2 is mogelijk van toepassing bij onderhavig initiatief. Deze categorie betreft een stedelijk ontwikkelingsproject wat 2000 of meer woningen omvat. Daar het hier een vermeerdering van de wooneenheden op locatie betreft binnen bestaand ruimte gebruik (Vlaamse schuur en langgevelboerderij) is er geen overschrijding van de grenswaarden uit categorie D11.2 van het Besluit m.e.r. De beoogde ontwikkeling blijft ruimschoots onder de grenswaarde. Derhalve is de ontwikkeling niet m.e.r.-beoordeling plichtig. Onder de grenzen uit de C- en D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt sinds 7 juli 2017 echter tevens een m.e.r.beoordelingsplicht. Dit houdt in dat er bekeken moet worden of er bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld. Hierbij wordt gekeken naar de selectiecriteria uit bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn (2011/92/EU), welke o.a. de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen betreffen. Het besluit op een m.e.r.-beoordeling kan worden beschouwd als een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 6.3 van de Algemene wet bestuursrecht.

Dit artikel stelt dat een beslissing inzake een procedure ter voorbereiding op een besluit niet vatbaar is voor bezwaar en beroep, tenzij deze beslissing de belanghebbenden los van het voor te bereiden besluit rechtstreeks in zijn belang treft. Artikel 7.17, tweede en vierde lid, van de Wet milieubeheer geven aan op basis van welke informatie het bevoegd gezag, in dit geval het College van Burgemeester en Wethouders, een besluit moet nemen. Middels deze toelichting heeft tevens een m.e.r.-beoordeling plaatsgevonden, waarbij alle relevante planologische en milieu hygiënische aspecten zijn getoetst en akkoord bevonden. Deze toelichting kan dan ook tevens worden beschouwd als m.e.r.-beoordelingsnotitie.

Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023

Pagina 43 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Analoog aan artikel 7.19, tweede lid, van de Wet milieubeheer dient een besluit op een m.e.r.- beoordeling genomen te worden in het stadium voorafgaand aan de inzagetermijn van het ontwerpbesluit. Hier kan invulling aan worden gegeven door in dezelfde Collegevergadering te besluiten over de m.e.r.-beoordeling en het al dan niet vrijgeven van het ontwerp bestemmingsplan voor de Raad. Nadat de Raad een verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven kunnen beide zaken dan tegelijk ter inzage. Tegen het m.e.r.beoordelingsbesluit staat geen bezwaar en/of beroep Bestemmingsplan open, maar indirect kan er via een zienswijze op de ontwerp bestemmingsplan wel op gereageerd worden. Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een verplichting tot het opstellen van een MER en het doorlopen van de bijbehorende procedure. Het College wordt verzocht om bij het besluit op het al dan niet vrijgeven van de ontwerp bestemmingsplan tevens een besluit te nemen op de m.e.r.beoordeling.

Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023

Pagina 44 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische aspecten

Inleiding

Het onderhavige bestemmingsplan is, in navolging van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ een gedetailleerd bestemmingsplan. In de regels behorende bij de onderhavige herziening, is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de juridische regelgeving, zoals deze in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ en ‘Paraplubestemmingsplan Vergroten inhoudsmaat burgerwoningen Buitengebied’ zijn gehanteerd. Het onderhavig bestemmingsplan wordt middels een zogenoemde ‘postzegelbestemmingsplan’ juridischplanologisch mogelijk gemaakt. In paragraaf 6.2 zal een algemene toelichting van de verbeelding worden gegeven. In paragraaf 6.3 worden de bestemmingen nader omschreven. 6.2

Algemene toelichting verbeelding

De verbeelding is getekend uitgaande van het rapport ‘Digitaal Uitwisselbare Ruimtelijke Plannen’ (DURP) en het rapport ‘Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen’ (SVBP2012). Hierdoor wordt het mogelijk met toevoeging van een codering de plannen digitaal uit te wisselen. De verbeelding is getekend op een kadastrale ondergrond. Op de verbeelding zijn vrijwel alle functies apart bestemd, waardoor het direct mogelijk is om met het bijbehorende renvooi te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied gegeven zijn. In de bijbehorende regels zijn de bestemmingsomschrijving en de bouwregels te vinden. Bestemmingsvlak en bouwvlak Elke bestemming bestaat doorgaans uit een bestemmingsvlak en een bouwvlak. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik toegestaan is. Het bouwvlak is een gebied op de verbeelding waarvoor de mogelijkheden om te bebouwen in de bestemmingsregels zijn aangegeven. Bouwvlakken worden op de verbeelding doorgaans voorzien van aanduidingen die betrekking hebben op de maatvoering en/of functie. Aanduidingen De letteraanduiding van de bestemmingen zijn ingetekend in het bestemmingsvlak. Nadere specificaties die iets zeggen over het gebruik of bouwmogelijkheden zijn aangegeven door aanduidingen. Als deze specificaties op het hele bestemmingsvlak van toepassing zijn, staan de aanduidingen achter de bestemmingsaanduiding in het bestemmingsvlak.

6.3

Algemene toelichting regels

De regels zijn gebaseerd op het rapport ‘Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen’ (SVBP). Hierin zijn afspraken en aanbevelingen opgenomen met betrekking tot de opbouw en de presentatie van het bestemmingsplan (digitaal en analoog). De bestemmingsplanregels bestaan uit vier hoofdstukken: ▪ Hoofdstuk 1 Inleidende regels; ▪ Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; ▪ Hoofdstuk 3 Algemene regels; ▪ Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels 6.3.1

Hoofdstuk 1

inleidende regels

Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen die van toepassing zijn op de regels verklaard. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde begrippen. Artikel 2 Wijze van meten In het artikel 'wijze van meten' is een regeling opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden.

Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023

Pagina 45 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

6.3.2

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

Artikel 3 Agrarisch De bestemming ‘Agrarisch’ is het agrarisch gebied waar geen noemenswaardige landschaps- en/of natuurwaarden aanwezig zijn. Artikel 4 Groen – Houtsingel Binnen deze bestemming vallen de landschapselementen in het plangebied welke van dermate invulling en/of omvang zijn dat deze specifiek worden bestemd. In de bestemming is een beschermingsregeling opgenomen en een mogelijkheid om de houtwal onder voorwaarden te verplaatsen indien dit nodig is voor de uitbreiding van agrarische bedrijven. Artikel 5 Tuin Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van tuinen van relevante omvang bij woningen of om onderlinge afstand tussen de bestemming ‘Wonen’ en andere bestemmingen te behouden. Voor de tuinbestemming zijn beperkte regels opgenomen met betrekking tot de toelaatbare bebouwing, de bebouwingsmogelijkheden en de maximale bouwhoogte. Artikel 6 Wonen Deze bestemming betreft de burgerwoningen binnen het plangebied, niet zijnde (agrarische) bedrijfswoningen. Het betreft hier het hoofdgebouw en eventuele bijgebouwen en/of overkappingen. Artikel 7 t/m 9 Waarde – Archeologie 1 t/m 3 De gronden binnen deze dubbelbestemmingen zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Daartoe zijn regels opgenomen die archeologische waarden beschermen in relatie tot bodemingrepen. 6.3.3

Hoofdstuk 3

Algemene regels

Artikel 10 Anti-dubbeltelregel Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat bepalingen om te voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. De redactie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening en overeenkomstig opgenomen. Artikel 11 Algemene bouwregels In de algemene bouwregels zijn onder andere regelingen opgenomen met betrekking tot ondergronds bouwen en met betrekking tot bestaande maatvoeringen die afwijken van het bepaalde in het bestemmingsplan. Bestaande maten, die legaal zijn gerealiseerd, mogen als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. Artikel 12 Algemene gebruiksregels Naast een algemeen verbod ten aanzien van gebruik in strijd met de gegeven bestemming, is onder andere specifiek geregeld dat seksinrichtingen en prostitutie niet zijn toegestaan. Artikel 13 Algemene aanduidingsregels De algemene aanduidingsregels bevatten regelingen voor de (gebieds)aanduidingen die op de verbeelding zijn opgenomen. Er zijn onder andere regels opgenomen voor de geluidzones vanwege industrie en luchtvaartverkeer, voor de obstakelvlakken vanwege vliegveld Seppe (gebiedsaanduiding ‘luchtvaartverkeerzone’) en voor veiligheidszones. Artikel 14 Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn enkele algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen.

Deze afwijkingen betreffen onder andere het onder voorwaarden overschrijden van bouwgrenzen of bouwvlakken en het overschrijden van de voorgeschreven maatvoeringen. Artikel 15 Algemene wijzigingsregels In dit artikel zijn algemene wijzigingsbevoegdheden opgenomen, onder andere voor het wijzigen of toekennen van enkele bestemmingen of het wijzigen of verwijderen van aanduidingen.

Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023

Pagina 46 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Artikel 16 Overige regels Dit artikel biedt de mogelijkheid om in een aantal gevallen nadere eisen te stellen. 6.3.4

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

Artikel 17 Overgangsrecht In lid 1 zijn de overgangsregels ten aanzien van het bouwen opgenomen. Bouwwerken die, op het moment dat het plan in werking is getreden, bestaan of (kunnen) worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen en die afwijken van het bestemmingsplan, mogen gedeeltelijk worden veranderd of vernieuwd, mits de bestaande afwijkingen naar aard en omvang niet worden vergroot. Is het bouwwerk verloren gegaan naar aanleiding van een calamiteit dan mag het bouwwerk volledig worden vernieuwd of veranderd mits de bouwaanvraag daarvoor binnen 2 jaar na de calamiteit wordt ingediend. Het voorgaande geldt niet voor bouwwerken die zonder omgevingsvergunning (bouwvergunning) zijn gebouwd in strijd met het toen geldende plan en voor illegaal gebruik van bouwwerken. Lid 2 betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van gronden en bouwwerken dat afwijkt van het plan op het moment dat dit plan in werking is getreden. Dit gebruik mag –op enkele uitzonderingen na- worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor niet wordt vergroot. Artikel 18 Slotregel In de slotregel wordt de officiële naam van het plan weergegeven. Onder deze naam kan het bestemmingsplan aangehaald worden.

Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023

Pagina 47 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 7 7.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in het geheel in gebruik nemen van de bestaande langgevelboerderij, het toevoegen van een woning in de cultuurhistorische Vlaamse schuur en het omzetten van de bestemming ‘Agrarisch’ met bijbehorend bouwvlak naar de bestemming ‘Wonen’. De gemeente EttenLeur heeft ten behoeve van het voorgestane plan een anterieure overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer van de gronden. Deze overeenkomst heeft onder andere de strekking dat de gemeente geen enkel risico loopt ten aanzien van de economische uitvoerbaarheid van dit plan. 7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.2.1

Inleiding procedure

Planologische procedure Voordat een bestemmingsplan geldig is, volgt de gemeente een procedure. De procedure bestaat uit drie fasen: vooroverleg, ontwerp en vastgesteld plan. In de vooroverlegfase wordt vooroverleg gepleegd met alle betrokken overheden en partijen. Tijdens de ter inzage (6 weken) van het voorontwerp kan eenieder gebruik maken op het recht van inspraak. De ingekomen inspraakreacties worden beantwoord in een inspraakrapportage. De achtereenvolgende fase is de ontwerpfase. Tijdens de ter inzageperiode (6 weken) heeft eenieder het recht om een zienswijze te geven. De zienswijzen worden verwerkt en beantwoord in een zienswijzenrapportage. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan. Relatie onderhavig bestemmingsplan met eerdere bestemmingsplannen Het onderhavige bestemmingsplan is, in navolging van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’, een gedetailleerd bestemmingsplan. In de regels behorende bij de onderhavige herziening, is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de juridische regelgeving, zoals deze in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ en ‘Paraplubestemmingsplan Vergroten inhoudsmaat burgerwoningen Buitengebied’ zijn gehanteerd. Het onderhavig bestemmingsplan wordt middels een zogenoemde ‘postzegelbestemmingsplan’ juridischplanologisch mogelijk gemaakt. 7.2.2

Omgevingsdialoog

Een omgevingsdialoog is een zorgvuldige afstemming tussen de initiatiefnemer van een (bouw)plan en de omgeving. Met de ‘omgeving’ wordt bedoeld iedereen waarop het plan effect kan hebben, zoals bijvoorbeeld omwonenden, scholen en aangrenzende bedrijven. De omgevingsdialoog is er specifiek op gericht om alle wensen, belangen en bezwaren van de omgeving te kunnen betrekken in het verdere ontwerp van het plan. Doel van de omgevingsdialoog is niet om ‘overeenstemming’ over het plan te verkrijgen. Aanleiding voor het starten van een (omgevings)dialoog is het moment dat een initiatiefnemer een ruimtelijk ontwikkelingsproject wil uitvoeren dat niet past in het geldende bestemmingsplan. Voor het initiatief aan de Midden Donk 2 te Etten-Leur wordt een omgevingsdialoog gehouden. Omwonenden worden geïnformeerd over de planontwikkelingen. Het communicatie- en participatietraject wordt gehouden in het voorjaar van 2023 en wordt uitgevoerd door de initiatiefnemer. De resultaten van de omgevingsdialoog zijn vastgelegd in een kort verslag en overhandigd aan de gemeente. De onderdelen die minimaal zijn opgenomen in het verslag zijn: ▪ hoeveel en welke betrokkenen zijn er benaderd; ▪ hoeveel reacties/ opmerkingen/ vragen zijn er ontvangen; ▪ de inhoud van deze reacties/ vragen/ opmerkingen en wat hiermee is gedaan; ▪ of de plannen nog zijn aangepast.

Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023

Pagina 48 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

De gemeente beoordeelt, aan de hand van het verslag van de omgevingsdialoog en als onderdeel van de procedure, uitsluitend of de omgevingsdialoog zorgvuldig heeft plaatsgevonden. Het volledige verslag van de omgevingsdialoog is aan de gemeente toegestuurd. Wegens privacy redenen wordt het verslag van de omgevingsdialoog niet als bijlage aan het bestemmingsplan toegevoegd. 7.2.3

Vooroverleg

Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening dient de gemeente bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met betrokken waterschappen en diensten van Rijk en provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Het bestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg beschikbaar gesteld aan de volgende partners: ▪ Provincie Noord-Brabant; ▪ Waterschap Brabantse Delta; ▪ Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Provincie Noord-Brabant Op 21 november 2023 heeft de provincie een advies uitgebracht voor de locatie Midden Donk 2 te Etten-Leur. De provincie geeft aan dat de nodige tekeningen waaruit blijkt dat de splitsing bijdraagt aan het behoud en versterken van de erfgoedwaarden ontbreken. Waarbij de provincie aangeeft dat ze niet kunnen inschatten of de nieuwe functie wonen bijdraagt aan het behoud en herstel van de Vlaamse schuur. Met de gemeente is overlegd dat enkel de huidige situatie wordt beschreven aangezien er nog geen inzicht is in de toekomstige situatie. Voor de Vlaamse schuur is een behoud- en herstelplan gemaakt. De vooroverlegreactie is in bijlage 4 toegevoegd aan de bijlagen.

Waterschap Brabantse Delta Het Waterschap Brabantse Delta heeft op 22 november 2023 via de mail een positief advies gegeven op het vooroverleg voor het bestemmingsplan aan de Middendonk 2 te Etten-Leur. Het vooroverleg heeft niet geleid tot aanvullingen of aanpassingen. Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant De veiligheidsregio Midden- en West-Brabant heeft op 7 november 2023 via de mail een positief advies gegeven. Voor het aspect externe veiligheid kan gebruik worden gemaakt van het standaard advies. Het vooroverleg heeft niet geleid tot aanvullingen of aanpassingen. 7.2.4

Ontwerpbestemmingsplan

p.m. 7.2.5

Vaststelling

p.m.

Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023

Pagina 49 van 49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=c461ef63-0f8d-4412-a847-901aebf2be5a